B04 - Externe Veiligheid
Tekst van het document
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse
projectnummer 432863.00 concept revisie 1.0 6 mei 2018
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse
projectnummer 432863.00 concept revisie 1.0 6 mei 2018
Auteurs Adviesgroep SAVE
Opdrachtgever Mark van Thiel
Colofon Tekstbijdragen Jeroen Eskens Stefan Ursem
datum vrijgave
beschrijving revisie 1.0 Concept
goedkeuring JE
vrijgave HJS
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
2
Beleidskader
2
3
Risicobeschouwing
4
3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1 3.4
Risicobronnen Hogedruk aardgasleidingen A-524 en A-533 Resultaten Groepsrisico hogedruk aardgastransportleiding A-533 Groepsrisico hogedruk aardgastransportleiding A-524 Provinciale autosnelweg A326 Resultaten Spoorlijn Den Bosch-Nijmegen
4 4 5 5 6 8 9 10
4
Verantwoording groepsrisico
11
4.1 4.1.1 4.1.2 4.2 4.3 4.4 4.5
Algemene beschouwing veiligheidssituatie Scenario’s Hoogte van het groepsrisico Beperking groepsrisico van de hogedrukaardgastransportleidingen Ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico Zelfredzaamheid Bestrijdbaarheid
11 11 12 12 12 13 14
5
Conclusies
15
5.1 5.2
Risicobeschouwing Verantwoording groepsrisico
15 15
Bijlage 1 Bevolkingsinventarisatie hogedruk aardgastransportleidingen Bijlage 2 Bevolkingsinventarisatie A326 Bijlage 3 Carola Rapport huidige situatie Bijlage 4 Carola Rapport toekomstige situatie Bijlage 5 RBM Rapport huidige situatie Bijlage 6 RBM Rapport toekomstige situatie
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse projectnummer 432863.00 6 mei 2018 revisie 1.0 Mark van Thiel Beheer BV
1
Inleiding De gemeente Wijchen heeft diverse soorten mogelijkheden op het oog voor de ontwikkeling van een entreegebouw Wijchen West. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, wordt het bestemmingsplan Lambrasse ontwikkeld. Hierbij wordt gedacht aan een horeca plus vergaderlocatie/hotel, leisure (bijvoorbeeld fitness) of zakelijk gebruik (kantoren)1. Al deze functies betreffen kwetsbare objecten in de zin van de externe veiligheidswetgeving. Zie figuur 1-1 voor de ligging van het plangebied.
.
Figuur 1-1: Globale ligging plangebied (rood). LuchtfotoNL 2017 © CycloMedia Technology B.V.
Leeswijzer In hoofdstuk twee wordt ingegaan op enkele hoofdzaken met betrekking tot externe veiligheidsbeleid. In hoofdstuk drie worden de risicobronnen in relatie tot hun risiconiveaus beschouwd. Vervolgens worden in hoofdstuk vier elementen aangedragen voor de invulling van de verantwoording van het groepsrisico. Ten slotte worden in hoofdstuk vijf de conclusies beschreven.
1
Eerder werd ook gedacht aan een zorghotel voor deze locatie, maar omdat dit, zoals in de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente omschreven is, een zeer kwetsbaar object is met beperkt zelfredzame personen hebben de opdrachtgever en de gemeente besloten om deze functie niet verder uit te werken.
Blad 1 van 15
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse projectnummer 432863.00 6 mei 2018 revisie 1.0 Mark van Thiel Beheer BV
2
Beleidskader Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader, voor buisleidingen is dit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het beleid voor transportmodaliteiten staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten aanwezig zijn of geprojecteerd worden.
Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet ‘op de kaart’ worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.
Figuur 2-1: Weergave plaatsgebonden risicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek met oriëntatiewaarde voor transport
Verantwoordingsplicht In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de
Blad 2 van 15
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse projectnummer 432863.00 6 mei 2018 revisie 1.0 Mark van Thiel Beheer BV
toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten, zoals hieronder weergegeven.
Figuur 2-2: Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico
Blad 3 van 15
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse projectnummer 432863.00 6 mei 2018 revisie 1.0 Mark van Thiel Beheer BV
3
Risicobeschouwing In de omgeving van het plangebied bevinden zich verschillende risicobronnen. Dit hoofdstuk beschrijft de externe veiligheidsaspecten van deze bronnen in relatie tot het plangebied.
3.1
Risicobronnen In Figuur 3-1zijn de risicobronnen in en nabij het plangebied weergeven.
2
1
3
Figuur 3-1: ligging van risicobronnen ten opzichte van plangebied (blauw omkaderd). Bron: risicokaart Legenda: — = grens plangebied — = provinciale weg -= hogedruk-aardgastransportleiding
1 2 3
= = =
Buisleiding A-524 en A-533 A326 Spoorlijn Den Bosch – Nijmegen
In de volgende paragrafen worden de hierboven aangegeven risicobronnen nader beschouwd.
3.2
Hogedruk aardgasleidingen A-524 en A-533 Het plangebied bevindt zich binnen het invloedsgebied van twee hogedruk aargastransportleidingen, te weten A-524 en A-533. Om het risiconiveau van deze leidingen te bepalen zijn risicoberekeningen uitgevoerd. Een uitgebreide beschrijving van de risicoberekeningen is opgenomen in bijlage 1. Kenmerken van deze leidingen zijn weergeven in Tabel 3-1.
Blad 4 van 15
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse projectnummer 432863.00 6 mei 2018 revisie 1.0 Mark van Thiel Beheer BV
Tabel 3-1: kenmerken hogedruk aardgasleidingen Leidingbeheerder Kenmerk Druk [bar] N.V. Nederlandse Gasunie A-524 66,2 N.V. Nederlandse Gasunie A-533 66,2
3.2.1
Diameter [mm] 1219 1219
Invloedsgebied (1%-letaliteit) [meter] 540 540
100%-letaliteit [meter] 210 210
Resultaten Plaatsgebonden risico Uit de risicoberekening blijkt dat de hogedruk aardgastansportleidingen geen PR10-6 contour hebben. Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Groepsrisico Aan de hand van de uitgangspunten en de bevolkingsinventarisatie is het groepsrisico voor de hogedruk aardgastransportleidingen A-524 en A-533 berekend voor de huidige (vigerende situatie) en de toekomstige situatie (inclusief voorgenomen ontwikkelingen).
3.2.2
Groepsrisico hogedruk aardgastransportleiding A-533 Het groepsrisico van de hogedruk aardgastransportleidingen A-533 is voor de bestaande en nieuwe situatie in de onderstaande grafieken gepresenteerd.
Figuur 3-2: Groepsrisico van de buisleiding A-533 in de huidige situatie Legenda: — = Huidig groepsrisico
— = Oriëntatiewaarde
Figuur 3-3: Groepsrisico van de buisleiding A-533 in de toekomstige situatie Legenda: — = Toekomstig groepsrisico
— = Oriëntatiewaarde
Blad 5 van 15
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse projectnummer 432863.00 6 mei 2018 revisie 1.0 Mark van Thiel Beheer BV
Uit Figuur 3-2 en 3-3 blijkt dat het groepsrisico van het onderzochte traject zich onder de oriëntatiewaarde bevindt. De maximale waarde van het groepsrisico van de hogedruk aardgastransportleiding neemt in de toekomstige situatie toe. De normwaarde van het groepsrisico bedraagt in de huidige situatie 0,023 (2,3% van de oriëntatiewaarde) en in de toekomstige situatie 0,113 (11,3% van de oriëntatiewaarde). Omdat de ontwikkelingslocatie binnen het invloedsgebied ligt, het groepsrisico stijgt en binnen de 1% letaliteitscontour is gelegen, is een volledige verantwoording van het groepsrisico conform artikel 12 van het Bevb verplicht. Elementen ter verantwoording van het groepsrisico zijn uitgewerkt in hoofdstuk vier. De kilometer met het hoogste groepsrisico is weergegeven in Figuur 3-4. Deze kilometer ligt zowel in de huidige als de toekomstige situatie ter hoogte van het plangebied.
Figuur 3-4: ligging van de kilometer met het hoogste groepsrisico (groen). Links de huidige- en rechts de toekomstige situatie.
3.2.3
Groepsrisico hogedruk aardgastransportleiding A-524 I Het groepsrisico van de hogedruk aardgastransportleidingen A-524 is voor de bestaande en nieuwe situatie in de onderstaande grafieken gepresenteerd.
Figuur 3-5: Groepsrisico van de buisleiding A-524 in de huidige situatie Legenda: — = Huidig groepsrisico
— = Oriëntatiewaarde
Blad 6 van 15
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse projectnummer 432863.00 6 mei 2018 revisie 1.0 Mark van Thiel Beheer BV
Figuur 3-6: Groepsrisico van de buisleiding A-524 in de toekomstige situatie Legenda: — = Toekomstig groepsrisico
— = Oriëntatiewaarde
Uit Figuur 3-5 en 3-6 blijkt dat het groepsrisico van het onderzochte traject van de hogedruk aardgastransportleidingen zich onder de oriëntatiewaarde bevindt. De maximale waarde van het groepsrisico neemt in de toekomstige situatie toe ten opzichte van de huidige situatie. De normwaarde van het groepsrisico bedraagt in de huidige situatie 0,041 (4,1% van de oriëntatiewaarde) en in de toekomstige situatie 0,24 (24,0% van de oriëntatiewaarde). Omdat de ontwikkelingslocatie binnen het invloedsgebied ligt, het groepsrisico stijgt en binnen de 1% letaliteitscontour van de buisleiding is gelegen, is een volledige verantwoording van het groepsrisico conform artikel 12 van het Bevb verplicht. Elementen ter verantwoording van het groepsrisico zijn uitgewerkt in hoofdstuk vier. De kilometer met het hoogste groepsrisico is weergegeven in Figuur 3-7. Deze kilometer ligt zowel in de huidige als de toekomstige situatie ter hoogte van het plangebied
Figuur 3-7: ligging van de kilometer met het hoogste groepsrisico (groen). Links de huidige- en rechts de toekomstige situatie
Blad 7 van 15
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse projectnummer 432863.00 6 mei 2018 revisie 1.0 Mark van Thiel Beheer BV
3.3
Provinciale autosnelweg A326 De A326 ligt binnen ongeveer 80m van het plangebied. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de weg (880m, LT2). Om het risiconiveau van deze aardgasleidingen te bepalen zijn risicoberekeningen uitgevoerd. Een uitgebreide beschrijving van de risicoberekeningen is opgenomen in bijlage 2. 1. Transportintensiteit De A326 is niet opgenomen in de Regeling basisnet. Om deze reden is gekozen om aan te sluiten bij de tellingen die zijn gedaan voor het trajectdeel van de A326 / N326: A50 / A326 (knooppunt Bankhoef) - A73 / A326 / N326 (A73 afrit 1A Wijchen). De wegvaktellingen zijn opgehaald in 2018, de datum van de telling is 2008. De tellingen uit 2008 zijn vermeerderd door middel van groeiprognoses (zie Tabel 3-3). Met de vervoersaantallen van 2018 zijn berekeningen uitgevoerd. Tabel 3-2: Wegvaktellingen uit 2008: A326 / N326: A50 / A326 (knooppunt Bankhoef) - A73 / A326 / N326 (A73 afrit 1A Wijchen) A326 / N326: A50 / A326 (knooppunt Bankhoef) A73 / A326 / N326 (A73 afrit 1A Wijchen) Aantal wagens per jaar (2008) Aantal wagens per jaar (2018)
LF1, brandbare vloeistof
LF2, brandbare vloeistof
LT1
LT2, Toxische vloeistof
GF0
GF2
GF3, brandbaar gas
1.157
1.721
33
67
135
35
512
1541
2292
41
83
135
44
681
Tabel 3-3:groeicijfers VGS wegvervoer. Bron: Infomil, rapport Prognose Basisnet weg en water (2016)
Blad 8 van 15
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse projectnummer 432863.00 6 mei 2018 revisie 1.0 Mark van Thiel Beheer BV
3.3.1
Resultaten Plaatsgebonden risico Voor de A326 is op basis van de RBMII berekend afgeleid dat geen sprake is van een PR 10-6 contour. Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het plangebied. Groepsrisico Aan de hand van de uitgangspunten en de bevolkingsinventarisatie is het groepsrisico voor de A326 berekend voor de huidige (vigerende situatie) en de toekomstige situatie (inclusief voorgenomen ontwikkeling). RBM II geeft als een berekeningsresultaat van het groepsrisico de normwaarde weer. In RBM II wordt de normwaarde gedefinieerd als de maximale waarde van het groepsrisico ten opzichte van de oriëntatiewaarde. De maximale waarde wordt berekend op basis van het punt in de groepsrisicocurve welke het dichtst bij de oriëntatiewaarde ligt in het geval dat deze onder de oriëntatiewaarde ligt. Wanneer er wel een groepsrisicocurve boven de oriëntatiewaarde ligt is dit het punt dat het verst over de oriëntatiewaarde ligt. Een normwaarde groter dan 0,01 betekent een overschrijding van de oriëntatiewaarde van het GR. De hoogte van het groepsrisico voor het traject is weergegeven in Figuur 3-8.
Figuur 3-8: Groepsrisico van de A326 Legenda: — = Huidig groepsrisico — = Toekomstig groepsrisico
--- = Oriëntatiewaarde
Uit Figuur 3-8 blijkt dat het groepsrisico van het onderzochte traject van de A326 zich onder de oriëntatiewaarde bevindt. De maximale waarde van het groepsrisico van de A326 neemt niet toe in de toekomstige situatie toe ten opzichte van de huidige situatie. De normwaarde van het groepsrisico bedraagt in de huidige situatie 0,00008 (0,8 %2 van de oriëntatiewaarde) en in de toekomstige situatie 0,00008 (0,8% van de oriëntatiewaarde). De hoogte van het groepsrisico bevindt zich zowel in de huidige als in de toekomstige situatie onder de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico blijft gelijk.
2
RBM geeft getalsmatig een andere weergave voor een procent, maar de waarde klopt.
Blad 9 van 15
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse projectnummer 432863.00 6 mei 2018 revisie 1.0 Mark van Thiel Beheer BV
De ontwikkelingslocatie is binnen 200 meter van transportroute gelegen. Omdat het groepsrisico gelijk blijft is conform artikel 8, lid 2 onder b van het Bevt een beperkte verantwoording van het groepsrisico aangehouden (ingaan op zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid).
Figuur 3-9: Ligging van de kilometer met hoogste groepsrisico (blauw) met in geel het punt met het hoogste groepsrisico. Boven de huidige- en onder de toekomstige situatie.
3.4
Spoorlijn Den Bosch-Nijmegen Het plangebied ligt op ongeveer 380m van de spoorlijn Den Bosch-Nijmegen. Over deze transportroute vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Het plangebied ligt in het invloedsgebied van de spoorlijn (stofcategorie A, 460m; B2; 995m; D4, >4.000m). Vanwege de afstand tot het plangebied en het beperkt aantal personen dat wordt toegevoegd aan de totale populatie in het plangebied zal het groepsrisico niet of nauwelijks stijgen. Een beperkte verantwoording van het groepsrisico is conform art 7 van het Bevt verplicht. Hierbij wordt ingegaan op de elementen bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Tabel 3-4: transportintensiteit spoorlijn
Route 64, Den Bosch Diezeburg aansl. – Ressen Noord Aantal wagens
A
B2
B3
C3
D3
D4
700
200
0
1050
50
50
De transportroute heeft geen PR10-6 contour en tevens geen plasbrandaandachtsgebied. De transportroute vormt op deze punten geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Blad 10 van 15
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse projectnummer 432863.00 6 mei 2018 revisie 1.0 Mark van Thiel Beheer BV
4
Verantwoording groepsrisico In dit hoofdstuk worden elementen aangedragen voor de invulling van de verantwoording van het groepsrisico door het bevoegd gezag: de gemeenteraad van Wijchen. Deze elementen zijn afgeleid uit het Bevt en het Bevb en zijn tevens omschreven in hoofdstuk twee van deze rapportage en in de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico (VROM, 2007). Ter verantwoording van het groepsrisico dienen, naast de hoogte van het groepsrisico, ook kwalitatieve elementen beschouwd te worden. Hierbij is de volgende indeling gehanteerd: • algemene beschouwing veiligheidssituatie; • maatregelen ter beperking van het groepsrisico voor de hogedruk aardgasleidingen; • mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico voor de hogedruk aardgastransportleidingen; • zelfredzaamheid; • bestrijdbaarheid.
4.1
Algemene beschouwing veiligheidssituatie
4.1.1
Scenario’s Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van een verschillende transportroutes voor gevaarlijke stoffen (de provinciale autosnelweg A326 en spoorweg Den Bosch-Nijmegen) en twee hogedruk aardgasleidingen (A-524 en A-533). Bij deze risicobronnen kunnen verschillende scenario’s optreden. Bij de weg en het spoor kan een plasbrand, BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion) of toxisch scenario optreden. Bij de hogedruk aardgastransportleiding is een fakkelbrand het maatgevend scenario. De gevolgen van deze scenario’s zijn verschillend. In deze paragraaf worden de scenario’s verduidelijkt. Plasbrandscenario Bij een calamiteit met brandbare vloeistoffen kan een plasbrand ontstaan (een plas van brandende vloeistof). Het gevolg is een korte, maar extreme hittestraling. De omvang van het effect wordt bepaald door de oppervlakte van de plas. Uitgaande van een calamiteit waarbij een gehele tankinhoud vrijkomt is het invloedsgebied van een plasbrand ongeveer 60 meter. Dit reikt tot in het plangebied. Toxisch scenario Een toxisch scenario ontstaat wanneer een tank lek raakt en toxische stoffen ontsnappen. Toxische vloeistoffen kunnen verdampen waardoor een gaswolk ontstaat die over de omgeving uit kan waaien. Bij een percentage aanwezige personen zal letaal letsel optreden door blootstelling aan de gaswolk.
Bij de toxische scenario's zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. De omvang, verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid op dat moment. BLEVE-scenario Een koude BLEVE ontstaat wanneer de tankwagen bezwijkt waardoor er plotseling gas kan ontsnappen, welke na ontsteking ontploft. Een warme BLEVE ontstaat door een (plas)brand in de nabijheid van een spoorwagen of tankwagen. Door de hitte van de brand loopt de druk in een
Blad 11 van 15
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse projectnummer 432863.00 6 mei 2018 revisie 1.0 Mark van Thiel Beheer BV
spoorwagen hoog op, terwijl de sterkte van de metalen wand afneemt. Hierdoor kan de wand het begeven en de tank ontploffen. Door de maatregelen beschreven in het convenant ‘WarmeBLEVE-vrij’ is de kans op een warme BLEVE afgenomen voor incidenten op het spoor. Met de ‘Safety Deal hittewerende bekleding op LPG-autogastankwagens’ zijn tankauto's voorzien van een hittewerende bekleding die de kans op een warme BLEVE gedurende ten minste 75 minuten voorkomt3. De brandweer is daardoor in staat de tank tijdig te koelen. Fakkelbrand Bij de hogedruk aardgastransportleiding kan een fakkelbrand ontstaan. Een fakkelbrand ontstaat wanneer door een externe beschadiging (bijvoorbeeld door graafwerkzaamheden) gas vrijkomt dat vervolgens ontsteekt. Wat volgt is een fakkelbrand die extreme hittestraling kan veroorzaken. Het invloedsgebied van de gasleiding wordt bepaald door de druk en diameter van de leiding (de leiding nabij het plangebied heeft een invloedsgebied van 540 meter en 210 meter voor de 100% letaliteitscontour).
4.1.2
Hoogte van het groepsrisico Voor de aardgastransportleidingen geldt dat het groepsrisico in de toekomstige situatie stijgt, maar onder de oriëntatiewaarde blijft. Voor de A326 geldt dat het groepsrisico gelijk blijft. Het groepsrisico van de spoorweg ligt onder de oriëntatiewaarde.
4.2
Beperking groepsrisico van de hogedrukaardgastransportleidingen Bronmaatregelen De meest effectieve veiligheidsmaatregelen zijn maatregelen aan de risicobronnen zelf. Bij de realisatie van naastgelegen bestemmingsplan is het grondpakket boven de hogedruk aardgastransportleidingen verhoogd om de veiligheid te vergroten. Daarnaast is relevant van Gasunie een uitgebreid pakket aan veiligheidsmaatregelen hanteert om de veiligheid van buisleidingen te optimaliseren. Bouwtechnische veiligheidsmaatregelen Voor het scenario fakkelbrand van de hogedruk aardgastransportleidingen wordt de 100% letaliteitscontour begrenst door de 35kW warmtestralingscontour. Binnen de huidige bouwwetgeving kunnen geen bouwkundige maatregelen worden geëist om in dit soort situaties te beschermen. In de toekomstige Omgevingswet kunnen deze bouwkundige eisen wel gesteld worden. Er is echter nog geen eenduidigheid over de toepassing van de bouwkundige materialen en de randvoorwaarden die hierbij zouden moeten gelden.
4.3
Ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico Het is conform artikel 12 van het Bevb verplicht om in te gaan op ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico. Deze afweging is onderdeel van de ruimtelijke besluitvorming, waar deze rapportage een bijdrage voor levert.
3
Tests hebben aangetoond dat deze bescherming over een veel langere periode effectief is (>360 minuten)
Blad 12 van 15
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse projectnummer 432863.00 6 mei 2018 revisie 1.0 Mark van Thiel Beheer BV
4.4
Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin personen in staat zijn zichzelf (zonder hulp van buitenaf) in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen. Het gewenste handelingsperspectief in geval van een calamiteit (schuilen en/of vluchten) is afhankelijk van het scenario. Binnen het plangebied zijn diverse functies voorzien, welke allen zijn te typeren als kwetsbaar object. De zelfredzaamheid kan op een voldoende hoog niveau worden gebracht door in het (bouwkundige) ontwerp van het gebouw rekening te houden met vluchtroutes en mogelijke scenario’s. Het opstellen van een bedrijfsnoodplan, waarin rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van (beperkt) zelfredzame personen in relatie tot incidenten op het spoor, draagt tevens bij aan het verbeteren van de zelfredzaamheid. Risicocommunicatie Gerichte risicocommunicatie met werknemers en bezoekers (bijvoorbeeld via NL-Alert) kan ertoe bijdragen dat alarmering van het gebied sneller verloopt. Hierbij dient aan te worden gegeven wat het gewenste handelingsperspectief is (schuilen of vluchten) en op welke manier hier invulling aan kan worden gegeven. Vluchtwegen Door interne vluchtwegen af te stemmen op externe veiligheid wordt geanticipeerd op een incident met gevaarlijke stoffen.
Interne vluchtwegen die gericht zijn in de richting van de risicoluwe zijde van het gebied (wegvluchten van de autosnelweg of de aardgasleidingen) voorzien in een veiligere ontruiming en evacuatie in geval van een calamiteit. Deze mogelijke maatregel voorziet in uitbreiding van het traditionele ontruimingsplan met een paragraaf externe veiligheid voor bedrijven en inrichtingen in de directe omgeving van de spoorweg. In deze additionele paragraaf wordt beschreven hoe de alarmering plaats vindt, wat het gewenste handelingsperspectief is bij een rampscenario (schuilen of vluchten) en op welke wijze hieraan invulling wordt gegeven (in welke richting vluchten, in welke ruimte(s) schuilen). Deze maatregel kan in samenspraak met de exploitanten besproken worden. Externe vluchtwegen Voor externe ontvluchting van het plangebied is een goede infrastructuur van belang waarbij van de bron af gevlucht kan worden. De bestaande wegenstructuur in en rond het plangebied biedt niet veel mogelijkheden om in meerdere richtingen van de incidentlocatie af te kunnen vluchten. Er is op dit moment slechts één route (oostelijk) om van het plangebied af te vluchten, het aanleggen van een andere vluchtroute is daarom wenselijk. Vluchten kan primair in westelijke, zuidelijke of oostelijke richting, waarbij de gewenste vluchtweg(en) afhankelijk is van de incidentlocatie.
Mogelijkheden van zelfredzaamheid bij een BLEVE In het geval van een 'koude' BLEVE is er geen tijd om te vluchten en zullen nagenoeg alle personen in het plangebied binnen 150 meter van de weg slachtoffer worden. Buiten de 150 meter is schuilen in beginsel de beste manier om de calamiteit te overleven. Echter, een koude BLEVE kan plaatsvinden zonder enige aankondiging vooraf. De omgeving zal dus verrast worden door het incident en zelfredzaamheid is niet aan de orde. Mogelijkheden van zelfredzaamheid bij een toxisch scenario Bij een calamiteit waarbij toxische gassen vrijkomen is zo snel mogelijk schuilen in een gebouw het voorkeurscenario. Bij een calamiteit met toxische gassen zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. Snel reageren, naar binnen vluchten en ramen en deuren sluiten is bij dit scenario dus van belang.
Blad 13 van 15
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse projectnummer 432863.00 6 mei 2018 revisie 1.0 Mark van Thiel Beheer BV
In geval van een calamiteit met toxische stoffen op een van de transportroutes is het van belang dat (ruimtes in) de geprojecteerde bebouwing bescherming biedt. Van belang daarbij is dat in dat geval de (eventueel aanwezige) mechanische ventilatie centraal afgesloten kan worden (via een noodschakelaar). Dit voorkomt dat bij het optreden van een incident de ramen en deuren gesloten zijn, maar toch toxische stoffen via de ventilatie (versneld) tot het gebouw toetreden. Mogelijkheden van zelfredzaamheid bij een fakkelbrand In het geval van een fakkelbrand is er geen tijd om te vluchten en zullen alle personen binnen de 100 procent-letaliteitscontour slachtoffer worden (deze zone bedraagt de leiding ter hoogte van het plangebied 210 meter, het gehele plangebied). Buiten deze zone is schuilen in een gebouw of woning in beginsel de beste manier om de calamiteit te overleven. Echter, een dergelijk scenario kan optreden zonder enige aankondiging vooraf. De omgeving zal dus verrast worden door het incident en zelfredzaamheid is niet aan de orde.
4.5
Bestrijdbaarheid Bestrijdbaarheid is de mate waarin een rampscenario door de brandweer te bestrijden is. De verschillende scenario’s vragen om een ander aanvalsplan. De mate waarin uitvoering aan deze aanvalsstrategieën kan worden gegeven hangt af van de capaciteit van de brandweer (opkomsttijd en beschikbare blusmiddelen) en de bereikbaarheid van het plangebied (opstelplaatsen). Ten aanzien van de bestrijdbaarheid wordt door de gemeente Wijchen in het kader van de bestemmingsplanprocedure advies ingewonnen bij de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. Plasbrand-scenario Bij een ongeval met brandbare vloeistoffen, waarbij een plasbrand kan ontstaan is het van belang dat de brandweer snel ter plaatse is. Een plasbrand is dan goed te bestrijden. Door het tijdig arriveren van de brandweer kan voorkomen worden dat het vuur zich snel kan uitbreiden en kan overslaan op gebouwen. Het bestrijden van een plasbrand scenario kan plaatsvinden door het beschuimen van de plasbrand. Verder kan de weg rondom de incidentlocatie worden afgezet om mensen te beschermen en dient te worden overwogen om locaties in de omgeving te koelen indien de warmtestraling hoog is.
BLEVE-scenario Belangrijk voor een ongeval met brandbare gassen (in combinatie met brandbare vloeistoffen) is dat de brandweer zo snel mogelijk ter plaatse van de calamiteit is, zodat de gevolgen van de 'warme' BLEVE bestreden kunnen worden. Toxisch scenario Bij een incident met toxische stoffen kan afhankelijk van de stofintensiteit en het groeiscenario de brandweer optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water. Fakkelbrand In geval van een fakkelbrand spuit aardgas onder hoge druk uit de leiding, voor de brandweer bestaat geen bestrijdingsstrategie om de bron te doven. Gasunie zal op afstand de leiding afsluiten waarna het gas moet opbranden en de fakkelbrand na verloop van tijd dooft. De rol van de brandweer beperkt zich tot het afzetten van de omgeving, zo mogelijk het redden van slachtoffers, het koelen van panden in de omgeving en het bestrijden van secundaire branden.
Blad 14 van 15
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse projectnummer 432863.00 6 mei 2018 revisie 1.0 Mark van Thiel Beheer BV
5
Conclusies Gemeente Wijchen is voornemens een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken met een bestemmingsplan wijziging . Het is hierbij noodzakelijk om de externe veiligheidsaspecten te beschouwen. Nabij het plangebied bevinden zich vier risicobronnen: de hogedruk aardgastransportleidingen A524 en A-533, de provinciale autosnelweg A326 en de spoorlijn Den Bosch-Nijmegen.
5.1
Risicobeschouwing Spoorlijn Den Bosch-Nijmegen • Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de spoorlijn; • De hoogte van het groepsrisico neemt niet toe; • De spoorlijn heeft geen PAG of PR10-6 contour en levert derhalve geen belemmeringen op; • Beperkte verantwoording van het groepsrisico is conform het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing. Hogedruk aardgastransportleidingen A-524 en A-533 • De aardgastransportleidingen hebben geen 10-6 plaatsgebonden risicocontour, het plaatsgebonden risico levert derhalve geen belemmeringen op; • Het groepsrisico neemt voor beide buisleidingen toe en het plangebied ligt binnen de 100% letaliteitscontour van de leidingen; • Een volledige verantwoording van het groepsrisico is verplicht conform het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Rijksweg A326 • De autoweg heeft geen 10-6 plaatsgebonden risicocontour, het plaatsgebonden risico levert derhalve geen belemmeringen op; • De A326 heeft geen plasbrandaandachtsgebied; • Het groepsrisico blijft gelijk, een beperkte verantwoording van het groepsrisico is verplicht conform het Besluit externe veiligheid transportroutes
5.2
Verantwoording groepsrisico In deze rapportage zijn elementen ter verantwoording van het groepsrisico aangedragen. Voor de hogedruk aardgastransportleidingen is een volledige verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk, voor de spoorlijn en de rijksweg een beperkte verantwoording. Het bevoegd gezag, de gemeenteraad van Wijchen, kan deze elementen betrekken bij de besluitvorming ten aanzien van het bestemmingsplan. Ten aanzien van de bestrijdbaarheid wordt door de gemeente Wijchen in het kader van de bestemmingsplanprocedure advies ingewonnen bij de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid.
Blad 15 van 15
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse projectnummer 432863.00 6 mei 2018 revisie 1.0 Mark van Thiel Beheer BV
Bijlage 1 Bevolkingsinventarisatie hogedruk aardgastransportleidingen
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse projectnummer 432863.00 6 mei 2018 revisie 1.0 Mark van Thiel Beheer BV
In de omgeving van het plangebied zijn twee hogedruk aardgastransportleidingen gelegen (figuur B1.1). In het kader van de ruimtelijke procedure zijn deze hogedruk aardgastransportleidingen beschouwd in relatie tot de voorgenomen ontwikkelingen. In deze bijlage worden de uitgangspunten voor de risicoberekeningen gegeven.
Figuur B1.1 Globale ligging plangebied (rood) ten opzichte van hogedruk aardgastransportleidingen (donkerblauw) met het gehanteerde bevolkingsmodel
Uitgangspunten Rekenprogramma De risicoberekeningen zijn uitgevoerd met het rekenprogramma CAROLA versie 1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. CAROLA is een softwarepakket dat in opdracht van de Nederlandse overheid is ontwikkeld, specifiek ter bepaling van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van ondergrondse hogedruk aardgastransportleidingen. Conform het Bevb dienen de berekeningen uitgevoerd te worden volgens de bijbehorende regeling, hiermee wordt onder andere het rekenprogramma CAROLA bedoeld. De berekeningen zijn verder uitgevoerd conform de Handleiding risicoberekening Bevb, versie 2.0. Hierin is in module B omschreven hoe de risico's van leidingen berekend dienen te worden met CAROLA. Leidinggegevens De N.V. Nederlandse Gasunie heeft de leidinggegevens op 9 april 2018 aangeleverd van de relevante hogedruk aardgastransportleidingen. In tabel B2.1 zijn de belangrijkste gegevens weergegeven. De vervaldatum van deze leidinggegevens is 9 oktober 2018. Na de vervaldatum wordt de actualiteit van de leidingdata niet meer door Gasunie gegarandeerd. Dit betekent niet dat aan de hier beschreven risicoberekeningen geen of minder betekenis moet worden gegeven.
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse projectnummer 432863.00 6 mei 2018 revisie 1.0 Mark van Thiel Beheer BV
Uit de gegevens blijkt dat alleen het invloedsgebied van de leidingen met kenmerk A-533 en A524 tot het plangebied reiken. Tabel B1.1 kenmerken hogedruk aardgasleidingen Leidingbeheerder Kenmerk Druk [bar] N.V. Nederlandse Gasunie A-524 66,2 N.V. Nederlandse Gasunie A-533 66,2
Diameter [mm] 1219 1219
Invloedsgebied (1%-letaliteit) [meter] 540 540
100%-letaliteit [meter] 210 210
Bevolkingsinventarisatie Varianten Voor de berekening van het groepsrisico zijn twee bevolkingssituaties relevant: • bevolking op basis van de vigerende situatie (huidige situatie); • bevolking op basis van het voorgenomen ruimtelijke besluit De beschreven ontwikkelingen hebben tot gevolg dat de capaciteit van het ontwikkelingsgebied vergroot zal worden. De maximale personendichtheid op deze locatie zal daarmee in de toekomstige situatie groter zijn dan in de huidige situatie. Populatieservice Voor de berekening van het groepsrisico is het noodzakelijk de bevolking binnen het invloedsgebied van het traject inzichtelijk te maken. Voor de inventarisatie en modellering van de personendichtheden in de omgeving van het onderscheiden traject is gebruik gemaakt van de Populatieservice. De Populatieservice is gebaseerd op de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG). De populatiegegevens van de Populatieservice zijn opgevraagd voor het invloedsgebied van het onderscheiden traject (d.d. 23 april 2018). De controle van de populatiegegevens heeft vervolgens plaats gevonden tot aan de rand van de 1% letaliteitscontour (het invloedsgebied van de buisleidingen, 540 meter van de hogedruk aardgastransportleidingen). Hierbij is gekeken naar grote afwijkingen in het populatiebestand ten opzichte van de vigerende bestemmingsplannen.
Bij de controle van het bevolkingsbestand zijn enkele bevolkingsvlakken toegevoegd. Deze vlakken zijn in tabel B1.1 weergegeven. Daarbij is onder meer een omschrijving van de gemodelleerde bevolking gegeven, wat de personendichtheid binnen het vlak is en op basis van welke uitgangspunten (bron) de personendichtheid is ingevoerd. Eventuele bestaande bevolking binnen deze bevolkingsvlakken (uit de Populatieservice) is verwijderd om dubbeltellingen te voorkomen. Voor het plangebied heeft de opdrachtgever de gegevens in Figuur B1.2 aangeleverd.
Figuur B1.2: cijfers plangebied
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse projectnummer 432863.00 6 mei 2018 revisie 1.0 Mark van Thiel Beheer BV
Op basis van deze cijfers is worst case uitgegaan van een maximaal vloeroppervlak van 8.000m2 bij een hotel (worst case van de mogelijke functies voor het plangebied). Rekenend met een aanwezigheidsfactor van 1 persoon per 30m2 komt dit neer op 267 personen aanwezig. Hierbij is worst case uitgegaan van 100% dag en nachtbezetting. De buitenfracties komen uit de PGS 6. In figuur B1.3 is het gehanteerde bevolkingsmodel weergeven. Tabel B1.2: bevolkingsinventarisatie
# P0 P1 2 3 4
Omschrijving van de bevolking Geen bevolking Maximaal 8.000m2 vloeroppverlak voor hotel Kerk (middelgroot) Bedrijf (sportcentrum 3219m2) Bedrijf (2188m2)
Aanwezigheid Personen/eenheid of hectare Absoluut Per ha/ Dag Nacht Dag Nacht absoluut -
Fractie buiten Dag -
Nacht -
Bron Opdr. PGS HVG BA HVG PGS BA
267 50
267 0
1/30m2 Eenheid
267 50
267 0
0,21 0,12
0,02 0
108 73
108 0
1/30m2 1/30m2
108 73
108 0 60
0,25 0,05
0,13
5 Woonzorgboerderij 60 60 Eenheid 60 0,10 0,06 Toelichting HVG = Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico (VROM, 2007) PGS = Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 1: deel 6 (Aanwezigheidsgegevens) Opdr.= Opgave opdrachtgever BA = Beste Aanname Sportcentrum: uitgegaan van 1 persoon per 30m2 vloeroppervlak, met buitenfracties horend bij een sportcentrum conform de PGS 1 deel 6. Worst case uitgegaan van 100% aanwezigheid zowel dag als nacht. Woonzorgboerderij: uitgegaan van 60 personen. Op de website staat dat er verzorging is voor 30 personen, worst case uitgegaan van 1 verzorger per zorgbehoevende. Dit is een overschatting.
5
P1
Figuur B1.3: gehanteerd bevolkingsmodel
Resultaten De resultaten zijn gegeven in de hoofdrapportage.
2 3 4
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse projectnummer 432863.00 6 mei 2018 revisie 1.0 Mark van Thiel Beheer BV
Bijlage 2 Bevolkingsinventarisatie A326
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse projectnummer 432863.00 6 mei 2018 revisie 1.0 Mark van Thiel Beheer BV
In de omgeving van het plangebied is de provinciale autosnelweg A326 gelegen. Het plangebied ligt binnen 200m van deze transportroute. Deze bijlage geeft de uitgangspunten weer.
Figuur B2.1 Gehanteerd bevolkingsmodel
Uitgangspunten Rekenprogramma De risicoberekeningen zijn uitgevoerd met de risicoberekeningsmethodiek RBM II, versie 2.3.0 build 535. RBM II is het wettelijk voorgeschreven rekenprogramma voor de evaluatie van de externe veiligheid ten gevolge van het transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. Transportintensiteit De A326 is niet opgenomen in het Basisnet. Om deze reden is gekozen om aan te sluiten bij de tellingen die zijn gedaan voor het trajectdeel van de A326 / N326: A50 / A326 (knooppunt Bankhoef) - A73 / A326 / N326 (A73 afrit 1A Wijchen). De wegvaktellingen zijn opgehaald in 2018, de datum van de telling is 2008. De tellingen uit 2008 zijn vermeerderd door middel van groeiprognoses (zie tabel B2.2 en B2.3). Met de vervoersaantallen van 2018 zijn berekeningen uitgevoerd.
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse projectnummer 432863.00 6 mei 2018 revisie 1.0 Mark van Thiel Beheer BV
Tabel B2.1: Wegvaktellingen uit 2008: A326 / N326: A50 / A326 (knooppunt Bankhoef) - A73 / A326 / N326 (A73 afrit 1A Wijchen) A326 / N326: A50 / A326 (knooppunt Bankhoef) A73 / A326 / N326 (A73 afrit 1A Wijchen) Aantal wagens per jaar (2008) Aantal wagens per jaar (2018)
LF1,
LF2,
LT1
LT2,
GF1
GF2
GF3,
1.157
1.721
33
67
135
35
512
1.541
2.292
41
83
135
44
681
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse projectnummer 432863.00 6 mei 2018 revisie 1.0 Mark van Thiel Beheer BV
Tabel B2.2:groeicijfers VGS wegvervoer. Bron: Infomil, rapport Prognose Basisnet weg en water (2016)
Traject De ligging van het onderzochte traject is zo gedefinieerd dat het plangebied in het midden van het traject ligt. De onderzochte trajectlengte bestaat uit de lengte van het plangebied, vermeerderd met 1.000 meter aan weerszijden van het plangebied. Dit resulteert in een onderzocht traject van ongeveer 2.200 meter. Overige uitgangspunten Overige uitgangspunten bij de uitgevoerde risicoberekeningen zijn weergegeven in tabel B2.4. Tabel B2.3: overige uitgangspunten Type wegtraject Breedte Faalfrequentie Verhouding dag/nacht Verhouding werkweek/weekend Weerstation
Autosnelweg 25 meter 8,300 x 10-8 (1/vtg.km; standaard autosnelweg) 70%/30% (standaard) 100%/0% (standaard) Volkel
Bevolkingsinventarisatie Varianten Voor de berekening van het groepsrisico zijn twee bevolkingssituaties relevant: • bevolking op basis van de vigerende situatie (huidige situatie); • bevolking op basis van het voorgenomen ruimtelijke besluit en de vigerende omgevingssituatie (toekomstige situatie).
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse projectnummer 432863.00 6 mei 2018 revisie 1.0 Mark van Thiel Beheer BV
De beschreven ontwikkelingen hebben tot gevolg dat de capaciteit van het ontwikkelingsgebied vergroot zal worden. De maximale personendichtheid op deze locatie zal daarmee in de toekomstige situatie groter zijn dan in de huidige situatie. Populatieservice Voor de berekening van het groepsrisico is het noodzakelijk de bevolking binnen het invloedsgebied van het traject inzichtelijk te maken. Voor de inventarisatie en modellering van de personendichtheden in de omgeving van het onderscheiden traject is gebruik gemaakt van de Populatieservice. De Populatieservice is gebaseerd op de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG). De populatiegegevens van de Populatieservice zijn opgevraagd voor het invloedsgebied van het onderscheiden traject (d.d. 23 april 2018). De controle van de populatiegegevens heeft vervolgens plaats gevonden tot aan 355 meter van de transportas (invloedsgebied stofcategorie GF3, primaire zone conform het HART). Hierbij is gekeken naar grote afwijkingen in het populatiebestand ten opzichte van de vigerende bestemmingsplannen. Bij de controle van het bevolkingsbestand zijn enkele bevolkingsvlakken toegevoegd. Deze vlakken zijn in tabel B1.2 weergegeven. Daarbij is onder meer een omschrijving van de gemodelleerde bevolking gegeven, wat de personendichtheid binnen het vlak is en op basis van welke uitgangspunten (bron) de personendichtheid is ingevoerd.
Eventuele bestaande bevolking binnen deze bevolkingsvlakken (uit de Populatieservice) is verwijderd om dubbeltellingen te voorkomen. Voor het plangebied heeft de opdrachtgever de gegevens in Figuur B2.2 aangeleverd.
Figuur B2.2: cijfers plangebied
Op basis van deze cijfers is worst case uitgegaan van een maximaal vloeroppervlak van 8.000m2 horend bij een hotel (worst case van de mogelijke functies voor het plangebied). Rekenend met een aanwezigheidsfactor van 1 persoon per 30m2 komt dit neer op 267 personen aanwezig. Hierbij is worst case uitgegaan van 100% dag en nachtbezetting. De buitenfracties komen uit de PGS 6.
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse projectnummer 432863.00 6 mei 2018 revisie 1.0 Mark van Thiel Beheer BV
Tabel B2.5: bevolkingsinventarisatie
# P0 P1 2 3 4
Omschrijving van de bevolking Geen bevolking Maximaal 8.000m2 vloeroppverlak voor hotel Kerk (middelgroot) Bedrijf (sportcentrum 3219m2) Bedrijf (2188m2)
Aanwezigheid Personen/eenheid of hectare Absoluut Per ha/ Dag Nacht Dag Nacht absoluut -
Fractie buiten Dag -
Nacht -
Bron Opdr. PGS HVG BA HVG PGS BA HVG PGS HVG PGS HVG PGS HVG BA
267 50
267 0
1/30m2 Eenheid
267 50
267 0
0,21 0,12
0,02 0
108 73
108 0
1/30m2 1/30m2
108 73
108 0 60
0,25 0,05
0,13 0,00
5
Woonzorgboerderij 60 60 Eenheid 60 0,10 0,06 Basisschool middelgroot 6 (200 leerlingen) 220 0 Eenheid 220 0 0,33 0 Basisschool klein (50 leer7 lingen) 55 0 Eenheid 55 0 0,33 0 Basisschool middelgroot 8 (200 leerlingen) 220 0 Eenheid 220 0 0,33 0 Bedrijf (sportcentrum 9 937m2) 32 32 1/30m2 32 32 0,25 0,13 Toelichting HVG = Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico (VROM, 2007) PGS = Publicatiereeks gevaarlijke stoffen 1: deel 6 (Aanwezigheidsgegevens) Opdr.= Opgave opdrachtgever BA = Beste Aanname Sportcentrum: uitgegaan van 1 persoon per 30m2 vloeroppervlak, met buitenfracties horend bij een sportcentrum conform de PGS 1 deel 6. Worst case uitgegaan van 100% aanwezigheid zowel dag als nacht. Woonzorgboerderij: uitgegaan van 60 personen. Op de website staat dat er verzorging is voor 30 personen, worst case uitgegaan van 1 verzorger per zorgbehoevende. Dit is een overschatting.
Resultaten De resultaten zijn gegeven in de hoofdrapportage
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse projectnummer 432863.00 6 mei 2018 revisie 1.0 Mark van Thiel Beheer BV
Bijlage 3 Carola Rapport huidige situatie
Kwantitatieve Risicoanalyse Lambrasse huidige situatie Door: d14652
Samenvatting
Pagina 2 van 16
Inhoud Samenvatting ............................................................................................................. 2 1 Inleiding ................................................................................................................. 4 2 Invoergegevens ....................................................................................................... 6 2.1 Interessegebied ................................................................................................ 6 2.2 Relevante leidingen ........................................................................................... 6 2.3 Populatie.......................................................................................................... 7 3 Plaatsgebonden risico ............................................................................................. 10 3.1 Figuur 3.3 Plaatsgebonden risico voor 5063_leiding-A-524-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 10 3.2 Figuur 3.4 Plaatsgebonden risico voor 5063_leiding-A-533-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 11 4 Groepsrisico screening ............................................................................................
12 4.1 Figuur 4.3 Groepsrisico screening voor 5063_leiding-A-524-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 12 4.2 Figuur 4.4 Groepsrisico screening voor 5063_leiding-A-533-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 13 5 FN curves .............................................................................................................. 14 5.1 Figuur 5.3 FN curve voor 5063_leiding-A-524-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 3780.00 en stationing 4780.00 ............................ 14 5.2 Figuur 5.4 FN curve voor 5063_leiding-A-533-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 3770.00 en stationing 4770.00 ............................ 14 6 Conclusies ............................................................................................................. 15 7 Referenties ............................................................................................................ 16
Pagina 3 van 16
1 Inleiding In deze rapportage worden de gebruikte invoergegevens en de door CAROLA gegenereerde resultaten weergegeven. Deze gegevens vormen de basis voor een QRA-rapportage. Naast deze basisinvoergegevens en –resultaten wordt in de Handleiding Risicoberekeningen BevB aangegeven welke elementen ook in de QRA beschreven moeten worden. In onderstaand overzicht worden welke elementen beschreven moeten worden en of deze door CAROLA worden aangeleverd. Indien de elementen niet door CAROLA worden gegenereerd, moeten ze door de opsteller van de QRA-rapportage worden ingevuld. Het meest recente overzicht van de te beschrijven elementen wordt gegeven in de van kracht zijnde versie van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb. In CAROLA berekeningen wordt gebruik gemaakt van de parameters conform de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. Achtergrondinformatie over de berekeningen kan worden gevonden in [2, 3, 4, 5].
Pagina 4 van 16
Overzicht van de elementen die in een QRA gerapporteerd moeten worden. Onderwerp
1
2
3
Algemene rapportgegevens Administratieve gegevens: • naam en adres van de leidingexploitant(en) (volgens Bevb) • naam en adres van de opsteller van de QRA Reden opstellen QRA Gevolgde methodiek • rekenpakket met versienummer • parameterbestand met versienummer Peildatum QRA • datum van de berekening • datum van aanmaak van de buisleidinggegevens Algemene beschrijving van de buisleiding(en) Gegevens buisleiding • naam buisleiding • diameter • druk • eventuele mitigerende maatregelen Ligging van de leiding, aan de hand van kaart(en) op schaal. • leiding • noordpijl en schaalindicatie Beschrijving omgeving Omgevingsbebouwing en gebiedsfuncties
Vertrouwelijk/
Aangeleverd
Openbaar
door CAROLA
Openbaar
Deels
Openbaar Openbaar
Nee Nee Ja
Openbaar Ja Nee Openbaar Ja Ja Ja Ja Openbaar Ja Ja Openbaar Ja indien ingevoerd
•
bestemmingsplannen al dan niet gedeeltelijk binnen de PR 10-6-contour en het invloedsgebied Actuele topografische kaart
4
Een beschrijving van de bevolking rond de buisleiding, onder opgave van de wijze waarop deze beschrijving tot stand is gekomen (o.a. incidentele bebouwing, lintbebouwing) Mogelijke gevaren van buiten de buisleiding die op de buisleiding effect kunnen hebben (risicoverhogende objecten, buurbedrijven/ activiteiten, vliegroutes, windturbines) Gebruikt weerstation Beschrijving per leiding van mogelijke risico’s voor de omgeving Samenvattend overzicht van de resultaten van de QRA, waarin tenminste is opgenomen: Kaart met het berekende plaatsgebonden risico, met contouren voor 10-4, 10-5, 10-6, 10-7 en 10-8 (indien aanwezig) FN-curve, voor zowel huidige als toekomstige situatie, met het groepsrisico voor de kilometer buisleiding met de grootste overschrijding van de oriënterende waarde. Op de horizontale as van de grafiek met de FN-curve wordt het aantal dodelijke slachtoffers uitgezet, op de verticale as de cumulatieve kans tot 10-9 per jaar FN-datapunt waarbij de maximale overschrijding van de oriëntatiewaarde optreedt, inclusief de factor van de overschrijding Grafiek met de screening van het groepsrisico Beschrijving of er kwetsbare bestemmingen en/of beperkt kwetsbare bestemmingen binnen de PR contour van 10-6 per jaar zijn Voorgestelde preventieve en repressieve maatregelen die in de QRA zijn meegenomen
Openbaar Openbaar
Ja indien ingevoerd Nee
Openbaar
Nee
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar Openbaar
Ja Nee
Openbaar
Ja
Pagina 5 van 16
2 Invoergegevens De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met CAROLA versie 1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. De berekeningen zijn uitgevoerd op 03-05-2018. Dit
project
is
opgeslagen
onder
de
naam
C:\Documenten\Oosterhout\OC22
Lambrasse\Lambrasse 2342018_GR huidig v3.crp en is laatstelijk bijgewerkt op 03-05-2018. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Volkel. De gebruikte ruwheidslengte is 0,1 meter. In dit hoofdstuk worden de verschillende invoergegevens nader gespecificeerd in de navolgende secties. 2.1 Interessegebied Het interessegebied is weergegeven in figuur 2.1 Figuur 2.1 Interessegebied voor de uitgevoerde risicoberekeningen
2.2 Relevante leidingen Op basis van het gespecificeerde interessegebied zijn de volgende aardgastransportleidingen meegenomen. Eigenaar
Leidingnaam
Diameter [mm]
Druk [bar]
Datum aanleveren gegevens
N.V. Nederlandse
5063_leidingA-524-deel-1
1219.00
66.20
09-04-2018
5063_leidingA-533-deel-1
1219.00
66.20
09-04-2018
Gasunie N.V. Nederlandse Gasunie Pagina 6 van 16
De exploitant specifieke factoren voor casuïstiek (cluster 1b), actief rappel (cluster 1C) en mitigerende maatregelen corrosie staan beschreven in Tabel 11 van Module B van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. De leidingen zijn gevisualiseerd in figuur 2.2. Figuur 2.2 Buisleidingen aanwezig in de omgeving van het interessegebied
Leidingen meegenomen in de risicoberekeningen Leidingen waarvoor de houdbaarheidsdatum van de gegevens verstreken is Voor de in bovenstaande tabel opgenomen leidingen zijn geen risico mitigerende maatregelen verdisconteerd in de bijbehorende risicoberekeningen.
2.3 Populatie De ingevoerde populatie is weergegeven in figuur 2.3 Figuur 2.3 Bevolking meegenomen in de risicoberekeningen
Pagina 7 van 16
Populatietype
Polygoonpunten
Populatiepolygoon
Wonen Werken Evenement
Populatiepolygonen Label
Type
Aantal
3
Werken
108.0
4
2
5
Werken
Werken
Werken
Dichtheid
73.0
50.0
60.0
Vervangmodus
Percentage Personen
Toevoegen
100/ 100/ 25/ 13/
Nieuwe Populatie
100/ 100
Toevoegen
100/ 0/ 5/ 1/ 100/
Nieuwe Populatie
100
Toevoegen
100/ 0/ 12/ 7/
Nieuwe Populatie
100/ 100
Toevoegen
100/ 100/ 10/ 6/
Nieuwe Populatie
100/ 100
Populatiebestanden Pad
Type
Aantal
Percentage Personen
Pagina 8 van 16
populatieservice\nieuw voor in Carola\Lambrasse_geval
Werken
767
100/ 80/ 5/ 1/ 100/ 100
Werken
74
0/ 100/ 21/ 2/ 100/ 100
Werken
3042
100/ 30/ 5/ 1/
1_resultaten_resultaten (2)\bijeen_sport_cel_zkh-dag100nacht80.txt populatieservice\nieuw voor in Carola\Lambrasse_geval 1_resultaten_resultaten (2)\hotel-dag0nacht100.txt populatieservice\nieuw voor in Carola\Lambrasse_geval 1_resultaten_resultaten (2)\industrie-
100/ 100
dag100-nacht30.txt populatieservice\nieuw voor in Carola\Lambrasse_geval
Werken
2024
100/ 0/ 5/ 1/ 100/ 100
Wonen
4952
50/ 100/ 7/ 1/ 100/ 100
1_resultaten_resultaten (2)\kantoor_kliniek_onderwijs_winkeldag100-nacht0.txt populatieservice\nieuw voor in Carola\Lambrasse_geval 1_resultaten_resultaten (2)\wonend_vakantiehuis-dag50nacht100.txt
Pagina 9 van 16
3 Plaatsgebonden risico Voor de in voorgaande hoofdstuk genoemde leidingen is het plaatsgebonden risico bepaald. Voor elk van de leidingen wordt het plaatsgebonden risico weergegeven als iso-risicocontouren op een achtergrondkaart.
3.1 Figuur 3.3 Plaatsgebonden risico voor 5063_leiding-A-524-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 10 van 16
3.2 Figuur 3.4 Plaatsgebonden risico voor 5063_leiding-A-533-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
1E-4 1E-5 1E-6 1E-7 1E-8
Pagina 11 van 16
4 Groepsrisico screening Om in één oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor specifieke segmenten FN-curves te visualiseren. Voor elk van de leidingen wordt per stationing de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op de leiding één kilometer segment te kiezen die gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een FN-curve berekend en voor deze FN-curve de overschrijdingsfactor. De overschrijdingsfactor is de verhouding tussen de FN-curve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor een maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de FNcurve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de FN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden.
4.1 Figuur 4.3 Groepsrisico screening voor 5063_leiding-A-524-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 203 slachtoffers en een frequentie van 1.00E-008. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.041 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 3780.00 en stationing 4780.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.3 Figuur 4.3 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 5063_leiding-A-524-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 12 van 16
4.2 Figuur 4.4 Groepsrisico screening voor 5063_leiding-A-533-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 208 slachtoffers en een frequentie van 5.21E-009. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.023 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 3770.00 en stationing 4770.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.4 Figuur 4.4 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 5063_leiding-A-533-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 13 van 16
5 FN curves Voor elk van de eerder genoemde leidingen is het groepsrisico berekend. Een samenvatting van de resultaten hiervan is gegeven in het voorgaande hoofdstuk; in dit hoofdstuk wordt voor elk van de leidingen de daadwerkelijke FN-curve gegeven van de (in termen van groepsrisico) “slechtste” kilometer van het betreffende tracé. 5.1 Figuur 5.3 FN curve voor 5063_leiding-A-524-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 3780.00 en stationing 4780.00
5.2 Figuur 5.4 FN curve voor 5063_leiding-A-533-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 3770.00 en stationing 4770.00
Pagina 14 van 16
6 Conclusies
Pagina 15 van 16
7 Referenties [1]
Handleiding Risicoberekeningen Bevb. Versie 1.0. 20 december 2010.
[2]
Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Brief 390/06 CEV Lah/pbz-1191. 6 november 2006.
[3]
Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Ministerie van VROM. Brief 2006.334302. 7 december 2006.
[4]
Laheij GMH, Vliet AAC van, Kooi ES. Achtergronden bij de vervanging van zoneringafstanden hogedruk aardgastransportleidingen van de N.V. Nederlandse Gasunie. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. RIVM-rapport 620121001/2008. 2008.
[5]
M. Gielisse, M.T. Dröge, G.R. Kuik. Risicoanalyse aardgastransportleidingen. N.V. Nederlandse Gasunie. DEI 2008.R.0939. 2008.
Pagina 16 van 16
Externe veiligheid Bestemmingsplan Lambrasse projectnummer 432863.00 6 mei 2018 revisie 1.0 Mark van Thiel Beheer BV
Bijlage 4 Carola Rapport toekomstige situatie
Kwantitatieve Risicoanalyse Lambrasse toekomstige situatie Door: d14652
Samenvatting
Pagina 2 van 16
Inhoud Samenvatting ............................................................................................................. 2 1 Inleiding ................................................................................................................. 4 2 Invoergegevens ....................................................................................................... 6 2.1 Interessegebied ................................................................................................ 6 2.2 Relevante leidingen ........................................................................................... 6 2.3 Populatie.......................................................................................................... 7 3 Plaatsgebonden risico ............................................................................................. 10 3.1 Figuur 3.3 Plaatsgebonden risico voor 5063_leiding-A-524-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 10 3.2 Figuur 3.4 Plaatsgebonden risico voor 5063_leiding-A-533-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 11 4 Groepsrisico screening ............................................................................................
12 4.1 Figuur 4.3 Groepsrisico screening voor 5063_leiding-A-524-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 12 4.2 Figuur 4.4 Groepsrisico screening voor 5063_leiding-A-533-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie ............................................................................................ 13 5 FN curves .............................................................................................................. 14 5.1 Figuur 5.3 FN curve voor 5063_leiding-A-524-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 3990.00 en stationing 4990.00 ............................ 14 5.2 Figuur 5.4 FN curve voor 5063_leiding-A-533-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 3990.00 en stationing 4990.00 ............................ 14 6 Conclusies ............................................................................................................. 15 7 Referenties ............................................................................................................ 16