Analyse bestand Participatiewet 2024 def
Tekst van het document
Analyse bestand Participatiewet Financiële ontwikkelingen 2024
1
Inhoud Inleiding ..............................................................................................................3 Samenvatting .......................................................................................................4 Het beleid ............................................................................................................5 Hoofdstuk 1: Volume aantal uitkeringsgerechtigden ...................................................7 Hoofdstuk 2: In- en uitstroom .................................................................................9 Hoofdstuk 3: Samenstelling bestand ......................................................................13 Hoofdstuk 4: Financiële gevolgen...........................................................................20 Lijst met afkortingen ............................................................................................22
2
Inleiding Voor u ligt de vijfde analyse van het bestand Participatiewet. Deze analyse geeft u informatie over het uitkeringsvolume, de bestandsopbouw, de in- en uitstroom en de financiële ontwikkelingen. De informatie in deze analyse blijft een momentopname. De geschetste prognoses kunnen morgen al weer achterhaald zijn omdat de economische- en arbeidsmarkt gerelateerde ontwikkelingen steeds veranderen. Met deze analyse geven we inzicht in de opbouw van het bestand in 2024 in vergelijking met voorgaande jaren. Bovendien kijken we met de begrotingsopzet 2025 ook vooruit. De cijfers in de grafieken en tabellen zijn gebaseerd op de situatie per 1 juli 2024. Specifiek zijn drie groepen mensen die afhankelijk zijn van een uitkering nader onderzocht: de groep jongeren, de groep statushouders en de groep mensen die inmiddels jarenlang afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. 3 september 2024 Bert de Koning
3
Samenvatting In navolging van de landelijke trend is na een periode van groei in Wijchen eerst een daling vervolgens stabilisatie en thans een lichte groei van het totale volume bijstand en IOA waarneembaar. De daling komt vooral door de verminderde instroom en een iets oplopende uitstroom. Gelet op de berichten van het CPB verwachten we een in 2024 inderdaad een (lichte) stijging van het volume. CBS-cijfers laten bovendien zien dat het aantal bijstandsuitkeringen na een aantal jaar neerwaartse trend weer iets in de lift zit. Vooral jongeren zijn weer vaker op de Participatiewet aangewezen. De uitstroom naar werk blijft zorgelijk. De vergrijzing en de uitkeringsduur zijn zorgpunten. Ook het WerkBedrijf ziet deze ontwikkeling. Een steeds grotere groep mensen waaronder ook jongeren en statushouders heeft een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt. De vergrijzing van het bestand is duidelijk aanwezig. Veruit het merendeel van het aantal mensen staat op een (enorme) afstand van de arbeidsmarkt. Landelijk en in onze regio is er een mismatch gaande tussen vraag en aanbod van arbeid. Werkzoekenden in de bijstand passen vaak niet op de beschikbare banen. Zij missen de nodige ervaring, opleiding of andere vaardigheden. Wij weten uit ervaring dat de economische gevolgen zich op een later moment vertalen in een stijging of daling van het aantal mensen in de bijstand.
Eerst zullen mensen die nieuw zijn op de arbeidsmarkt en mensen uit bijvoorbeeld de WW een baan vinden. Daarna volgen pas de mensen met een bijstandsuitkering. Gelet op de samenstelling van het bestand (leeftijd/duur uitkering/ nationaliteit) verwachten we echter geen noemenswaardige terugloop van het aantal mensen wat afhankelijk is van een bijstandsuitkering. De overige zaken die herleidbaar zijn uit de analyse zijn: • Het aantal mensen wat afhankelijk is van een bijstandsuitkering is vanaf 2021 stabiel met de verwachting volgens het CPB dat we een lichte groei van het bestand zien. Het afgelopen jaar zien dat de uitstroom ongeveer hetzelfde is als de instroom. In de huidige situatie verwachten - zoals aangegeven - we een einde aan de dalende trend. • Het gemiddeld aantal huishoudens in Wijchen wat afhankelijk is van een bijstandsuitkering ligt al geruime tijd lager dan het gemiddelde in Nederland (3,9% ten opzichte van 4,7%). • De instroom in de bijstand heeft voornamelijk te maken met de komst van statushouders, verhuizingen naar de gemeente Wijchen, einde WW of het niet meer hebben van werk, echtscheiding en het niet afronden van de (middelbare) schoolopleiding. • Het aantal jongeren (18-27 jaar) in de bijstand blijft zorgelijk. Het niet meer hebben van (flex) werk of een niet afgemaakte opleiding zijn daarvan de oorzaak.
Ook de lange duur van het bijstandsafhankelijk zijn blijft zorgelijk. • Procentueel is het percentage Nederlanders met een bijstandsuitkering gedaald ten opzichte van mensen met een andere nationaliteit. • Er zit een groei in het bestand vanwege de komst van statushouders die het gevolg is van de taakstelling huisvesting. • Vanaf 2024 is een constante groei te zie van het aantal mensen wat meer dan 3 jaar bijstandsafhankelijk is. • Vanwege het opschuiven van de AOW gerechtigde leeftijd nemen de leeftijd en de duur van de uitkeringen toe. • De Nederlandse bijstandsgerechtigden behoren grotendeels tot de oudere populatie die op grote afstand staan van de arbeidsmarkt. Mogelijk zit er meer uitstroompotentieel bij de andere nationaliteiten. Het grootste deel daarvan zit in de leeftijdsklassen 22-39 jaar. 4
Het beleid Algemeen Gemeenten ontvangen een gebundelde uitkering (BUIG) om daarmee de uitkeringen voor levensonderhoud (Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ 2021) te betalen. Het uitgangspunt hiervan is dat de beleidsmatige en financiële verantwoordelijkheid bij gemeenten ligt. De Participatiewet kent een systematiek van budgettering. Dit is een financieringssystematiek die zo is ingericht dat het gemeenten moet prikkelen om zoveel mogelijk mensen uit de uitkering en aan het werk te helpen en te houden. De gebundelde uitkering is een niet geoormerkt budget. Een gemeente mag een overschot op het budget vrij besteden, maar moet een tekort op het budget in beginsel ook zelf opvangen. De uitvoering van de Participatiewet (het daadwerkelijk verstrekken van bijstand) is aan wettelijke regels gebonden. Alle werkzaamheden die betrekking hebben op de rechtmatige verstrekking van de uitkering zelf, liggen bij de gemeenten. Werkzaamheden op het gebied van werk en werkgelegenheid liggen bij het WerkBedrijf. De participatiecoaches die in dienst zijn van de WDW hebben de zorg voor mensen die op een grote afstand staan van werk. Uitwerking van het beleid •
Aanleiding is de huidige Participatiewet, met als doel om mee te doen in de samenleving en waar mogelijk op de arbeidsmarkt, die door de jaren heen uit balans is geraakt. “Bij hulp richting bijstandsgerechtigden zijn we te veel uitgegaan van hoe het moet in plaats van hoe het kan. Met de beste intenties is een wet opgesteld die te strikt is geformuleerd. Te strikte regels kunnen het leven van iemand in de bijstand behoorlijk ingewikkeld maken.“ Er zijn veel verplichtingen waaraan je moet voldoen. Tijd dus voor aanpassing, zodat de menselijke maat terugkomt en iedereen kan meedoen naar vermogen. Naar verwachting treedt de nieuwe participatiewet medio 2025 in werking.
•
De bedoeling van ons handelen is inwoners te helpen duurzaam perspectief voor zichzelf te ontwikkelen en zo hun zelf- en samenredzaamheid te vergroten. Dit betekent dat we bij aanpak op maat zoeken naar de ruimte binnen regelgeving en, waar die ruimte er niet is maar wel nodig, zoeken naar alternatieven om te doen wat nodig is. Daarbij werken wij vanuit de bedoeling (geest) van de (nieuwe) Participatiewet en vanuit de leefwereld van de klant.
•
Een foutje maken kan iedereen gebeuren. Misbruik en oneigenlijk gebruik pakken we aan. Op grond van het gedachtengoed van de nieuwe participatiewet passen we het fraudebeleidsplan in 2025 aan. Dat willen we doen met de deelnemende gemeenten in de GR Instituut Bijzonder Onderzoek. In de loop van 2025 leggen dit nieuwe plan ter besluitvorming aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeente voor.
•
De twee Wijchense participatiecoaches hebben met ongeveer 110 mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt contacten zijn gelegd. Wanneer bijstandsgerechtigden (nog) niet de stap naar arbeid kunnen maken (de nietloonvormende keten), worden zij aangemeld bij de participatiecoach voor een sociaal activeringstraject. Via het jaarverslag leggen ze verantwoording af over het gevoerde beleid.
•
Op verzoek van de raad hebben wij de mogelijkheden voor het vereenvoudigen van switchen tussen uitkering en werk verkend. Daarvoor hebben we in 2023 de Divosascan laten uitvoeren door bureau Optimalistic. De uitkomst hiervan was 5
dat onze dienstverlening naar de Wijchense inwoners die afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering mensgericht is en daarom erg goed. Onze werkwijze biedt vooral houvast en dat zorgt dat onze klanten ‘de rust’ in onze aanpak vinden. •
In het Rijk van Nijmegen werken gemeenten, regionaal WerkBedrijf, ondernemers, sociale partners/vakbonden, onderwijsaanbieders en het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) sinds 2015 samen om het arbeidsmarktbeleid vorm te geven. We zijn niet alleen verantwoordelijk voor het duurzaam begeleiden naar werk, maar ook voor het zinvol vormgeven van dagbesteding en participatie, mocht een stap naar werk (nog) niet mogelijk zijn. Momenteel is er een schreeuwend tekort aan arbeidskrachten. Het lijkt simpel, maar de werkelijkheid is anders: de groep mensen die nu nog ondersteuning nodig heeft omdat ze niet zelfstandig een baan kunnen vinden, is ten opzichte van alle bijstandsgerechtigden klein en behoeft een veel intensievere begeleiding.
•
Elke vier jaar stellen de gemeenten in het Rijk van Nijmegen een nieuw kader vast voor het arbeidsmarkt- en re-integratiebeleid. Het nieuwe beleidskader onder de titel ‘klaar voor nieuwe kansen’ is per 1 januari 2024 van kracht geworden. De balans in de dienstverlening door WerkBedrijf verandert van vooral vraaggericht (de ondernemer centraal) naar meer aanbodgericht (mensontwikkeling), maar altijd in afstemming met de situatie en de vraag op de arbeidsmarkt.
•
De regionale samenwerking in Rijk van Nijmegen kent vele vormen en partijen. Onderwijs, ondernemers en overheid vinden elkaar steeds beter. Belangrijk is de Regionale Tafel Arbeidsmarkt (RTA), een regionale tactische werktafel en netwerk van sociale partners, onderwijsinstellingen, gemeenten en publieke uitvoeringsorganisaties De Groene Metropool Regio (een bovenregionaal samenwerkingsverband van 18 gemeenten in de regio’s Midden-Gelderland en Rijk van Nijmegen) heeft in 2022 vanuit de opgave Productieve Regio (economie en arbeidsmarkt) een Human Capital Agenda opgesteld. Van daaruit is begin 2023 een Human Capital Akkoord tussen de partners afgesloten voor de periode 20232026, waarbinnen vooral de thema’s Leven Lang Ontwikkelen en Onbenut arbeidspotentieel relevant zijn voor ons arbeidsmarktbeleid.
Strekking van deze beleidsmaatregelen leidt tot meer “grip” op de klant. Hierdoor leveren wij beter maatwerk wat in lijn is met de geformuleerde doelstelling van de Participatiewet. De beoogde doelstelling van deze maatregelen leidt naar verwachting tot het realiseren van extra uitstroom.
6
Hoofdstuk 1: Volume aantal uitkeringsgerechtigden Tabel 1. Volume Bijstand, IOAW en IOAZ (excl. BBZ)
Aantal uitkeringsgerechtigden 754
760
747 729
740 Aantal
720
725 713
703
690
700 680
677
696
701
684
660 640
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024 tm juni
Jaar
Bron WISZ en Cognos juli/augustus 2024 Toelichting Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (informatie 31 juli 2024) ontvingen eind mei 2024 395.000 mensen een bijstandsuitkering. Hierbij gaat het 342.000 mensen tot de AOW gerechtigden leeftijd en 53.000 vanaf de AOW gerechtigden leeftijd (aanvulling bijstand op geen of gedeeltelijke AOW). In juni 2024 is landelijk gezien het aantal uitkeringsgerechtigden gestegen tot 405.00. Sinds augustus 2022 tot heden is dit aantal vrij constant gebleven. Vanaf 2018 (425.000 mensen is het aantal personen met een bijstandsuitkering landelijk gezien jaarlijks met kleine stapjes gedaald en vervolgens weer gestegen. Over een langere periode bezien is het aantal bijstandsontvangers terug op ongeveer hetzelfde niveau als ruim 10 jaar geleden. CBS-cijfers laten zien dat het aantal bijstandsuitkeringen na een aantal jaar neerwaartse trend weer licht in de lift zit. Vooral jongeren zijn weer vaker op de Participatiewet aangewezen. Een mismatch wordt ook veelal genoemd. Het dilemma is wat de arbeidsmarkt te bieden heeft en wat het bijstandsbestand kan leveren. Volgens Divosa wordt dat versterkt door de beleidsontwikkelingen in andere vangnetregelingen. Zo is de toestroom tot de Wajong geslonken.
De strengere eisen zorgen ervoor dat veel van die jongvolwassenen in de bijstand terechtkomen, terwijl hun uitgangspositie op de arbeidsmark niet positief is. Het Centraal Plan Bureau (bron: Centraal Economisch Plan 2024 en bijlage 15) verwacht echter voor 2024 en de komende jaren geen wezenlijke ontwikkelingen in het bijstandsvolume. Het CPB raamt het gemiddelde aantal bijstandsuitkeringen op 360 duizend in 2024 en 2025. Vanaf 2026 en de volgende jaren loopt dit aantal op naar 365 duizend. De uitgaven aan sociale zekerheid stijgen volgens het CPB, met name door hogere lonen, vergrijzing en een lichte oploop van de werkloze beroepsbevolking. Zie voor de raming van het CPB onderstaande tabel. Nieuwe informatie over het bijstandsvolume en de ontwikkelingen daarin van het CPB verwachten we in september 2024. In Wijchen zien we een lichte groei van het aantal bijstandsgerechtigden. In de onlangs vastgestelde perspectiefnota 2024 melden we een groei van een half procent per jaar. 7
Via de periodieke rapportages melden we de toekomstige ontwikkelingen en het effect op het aantal mensen wat afhankelijk is van de bijstandsuitkering. Tabel 2 Raming aantal bijstandsuitkeringen Nederland
Bron CPB, september 2023 (raming van het bijstandsvolume in de MEV 2024) Tabel: 3 aantal huishoudens met een bijstandsuitkering
Bron: Waar staat je gemeente Toelichting: In bovenstaande grafiek is het aantal uitkeringen aan huishoudens inzichtelijk gemaakt. Een uitkering aan een echtpaar wordt bijvoorbeeld geteld als één uitkering aan twee personen. De lijnen geven in procenten voor Nederland en Wijchen het aantal huishoudens weer die afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. In 2023 was 3,9% van alle Wijchense huishoudens afhankelijk van een bijstandsuitkering. In Nederland is het percentage het gehele jaar 4,7%. In Nederland verandert het percentage huishoudens met een bijstandsuitkering niet. In Wijchen is er juist een heel geringe stijging waarneembaar. De reden hiervan is niet bekend.
8
Hoofdstuk 2: In- en uitstroom Tabel 4: Instroom in de bijstand juli 2023 – juni 2024
Instroom periode juli 2023 t/m juni 2024 19
20 18
16
16
16
15
14
Aantal
14 12
10
11
10
10
8
7
8
6
6
6 2
1
2
2
1
1
2
1
2
1
3
2
2
ap
2
m rt24
4
2
BASIS PERSONEN < 21
BASIS PERSONEN 21 - AOW gerech
BASIS PERSONEN IN INRICHTING
ju
n-
24
4
4 r-2
m ei -2
fe
b-
24
24 ja
n-
23
no
de
c-
v23
3 t-2 ok
23 se
p-
3 g2 au
ju
l-2
3
0
IOAW
Bron WISZ Tabel 5: Reden instroom juli 2023 tot en met juni 2024
Reden instroom periode juli 2023 t/m juni 2024 7
Verhuizing vanuit buitenland
25
Verhuizing vanuit andere gemeente
34
Opvang statushouder 6
Oorzaak bij partner
10
Nieuw uitk dossier overige redenen
14
Einde... 4
Einde sociale verzekerings uitkering
15
Einde dienstverband / zelfstandig beroep 3
Einde detentie
11
Beeindiging studie
10
Beeindiging huwelijk/relatie
23
Andere oorzaak 0
5
10
15
20
25
30
35
40
Bron WISZ Toelichting: De instroom wordt voornamelijk veroorzaakt door maatschappelijke ontwikkelingen (statushouders, verhuizingen en financiële redenen). Bij statushouders is zeker een 9
oorzakelijk verband in met de taakstelling huisvesting statushouders te noemen. De instroom is met name niet veroorzaakt door alleen WW en beëindiging werk. Al eerder is vanuit landelijke berichtgeving aangegeven dat veel scholieren de studie niet afmaken waardoor het hebben van een startkwalificatie ontbreekt. Ook dat zien we in de instroom terug. Tabel 6: Reden instroom werk gerelateerd in relatie tot uitkeringsduur
instroom werkgerelateerd 18-21 21-27 28-40 41-50 51-60 61-aow 1 2 8 6 2 1 1 3 2 2 2 3 9 10 6 1 4 7 8 3 5 17 14 14 1 7 29 42 32 20
Uitkerigsduur vs. Leeftijd minder dan 1 jaar 1 tot 2 jaar 2 tot 5 jaar 5 tot 9 jaar meer dan 9 jaar Totaal Bron: Suite
Toelichting: Per 1 juli 2024 is van het aantal bijstandsgerechtigheden (niet Bbz, IOAW en IOAZ) de reden van instroom onderzocht. In deze tabel gaat het om instroom in de bijstand die ‘werk gerelateerd’ is. Slechts een klein deel (groen gearceerd) staat nog ‘redelijk’ dicht bij de arbeidsmarkt. Alles wat geel gearceerd is vraagt meer inzet van het WerkBedrijf. Wat rood gearceerd is, staat inmiddels (ver) buiten deelname aan het arbeidsproces. Het is geen realistische optie om deze mensen nog naar werk te begeleiden. Afgaand op deze cijfers is de vraag of nieuw beleid met de daarbij behorende inzet van middelen noodzakelijk is? Tabel 7: uitstroom uit de bijstand periode juli 2023-juni 2024
Uitstroom periode juli 2023 t/m juni 2024 18
17
16
16 14
12
Aantal
12
10
10
12
12
9
10 6 4 2
8
7
8
1
1
2
2
1 1
2
7
6 4
3
2
2
1
1
2
1
2
2
1
1
BASIS PERSONEN < 21
BASIS PERSONEN 21 - AOW gerech
BASIS PERSONEN IN INRICHTING
IOAW
24 nju
ei -2 4 m
r-2 4 ap
rt24 m
24 fe b-
24 nja
23 cde
v23 no
3 t-2 ok
23 pse
23 gau
ju l
-2
3
0
IOAZ
Bron WISZ Tabel 8: uitstroom via de MGR 2015 t/m juni 2024 10
Aantal
MGR Uitstroom 140 120 100 80 60 40 20 0
123 95
105
96
71
68
77
64
49 31
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Jaar Bron: MGR jaarrekeningen en halfjaarrapportage 2024 Toelichting: Het WerkBedrijf heeft jaarlijks als doelstelling om regio breed 900 mensen naar werk te begeleiden. Hierbij gaat het om mensen die minstens 28 uur per week aan het werk gaan waardoor de(aanvullende) de bijstandsverlening stopt. Totdat de coronapandemie uitbrak stegen de uitstroomcijfers jaarlijks. Tijdens de pandemie zagen we een afvlakking van de uitstroom. Het uitstroomcijfer in 2024 is afkomstig uit de halfjaarrapportage van de MGR. Het WerkBedrijf ziet dit jaar dat de uitstroom naar werk en het aantal plaatsingen op werk lager zijn dan in 2022. Een steeds groter deel van de kandidaten van het WerkBedrijf is moeilijk plaatsbaar op werk (zowel parttime als fulltime). Het ontbreken van een startkwalificatie en / of de lange bijstandsduur zijn vaak de oorzaak van de mismatch. Ook de toename van het aantal kandidaten dat aan de slag is of gaat met loonkostensubsidie groeit. Het WerkBedrijf verzorgt de begeleiding voor deze kandidaten, die langdurig in de dienstverlening zitten. Het WerkBedrijf geeft aan dat het meer tijd en inzet van meer voorzieningen kost om de huidige kandidaten klaar te maken voor bemiddeling naar werk. Daarbij speelt ook mee dat het aantal kandidaten dat direct naar werk bemiddelbaar is, steeds kleiner wordt.
Het aandeel bijstandsgerechtigden met een route naar werk is steeds meer beperkt. Tabel 9: reden uitstroom periode juli 2023 t/m juni 2024
Reden uitstroom periode juli 2023 t/m juni 2024 3
Verhuizing naar buitenland
31
Verhuizing naar andere gemeente 3
Overlijden
5
Ontvangst overige inkomsten of vermogen
12
Nieuw uit dossier overige redenen 3
Niet voldaan aan inlichtingenplicht
49
Inkomsten uit dienstverband Bereiken Aow-gerechtigde leeftijd
13
Andere oorzaak
14
Aanvang zelfstandig beroep of bedrijf
5
Aanvang studie
6 14
Aangaan huwelijk-relatie 0
10
20
30
40
50
60
11
Bron WISZ Toelichting: De voornaamste reden van uitstroom is nog steeds het vinden van werk. 2023 kent een lagere uitstroom naar werk dan in voorgaande jaren. Zie daarvoor ook de toelichting bij de vorige tabel. Overigens zijn de cijfers van het WerkBedrijf niet één op één te vergelijken met onze cijfers. Via de participatiecoaches of uit eigen beweging ( dus buiten de medewerking van het Werkbedrijf om) weten mensen ook aan het werk te komen. Opvallend blijft het aantal verhuisbewegingen. Die is elk jaar onverminderd fors. De reden van verhuizing is niet onderzocht en dus ook niet bekend. Tabel 10: In- en uitstroom en saldo periode juli 2023 t/m juni 2024
In- en uitstroom periode juli 2023 t/m juni 2024
-15 -20 -25
-13 -19
-13
-13
-14
-10
-14
24 n-
-2
ju
4
1 m
-7
-10
3 4
24
fe
b-
24
-4
ja
n-
23 c-
de
3
-3
no
se
ok
t-2
23
-2
p-
g2
-7
-2
au
l-2
3
3
0
6
6
ei -2
4
3
ju
Aantal
7
5
-5
11
10
r-2
10
ap
11
10
17
16
13
rt24
12
17
v23
15
20
19
20
m
25
-8
-10 -16
-21 In- en uitstroom per maand Instroom
Uitstroom
Saldo in- en uitstroom
Toelichting: In tabel 10 is de maandelijkse instroom en uitstroom vanaf juli 2023 tot heden in beeld gebracht. De paarse lijn markeert het saldo van de in- en uitstroom. In de genoemde periode fluctueert de in- en uitstroom. Het ene moment hebben we te maken met per saldo meer instroom en het andere moment meer uitstroom. Per saldo betekent dit een stabilisatie/lichte groei van het totale bestand.
12
Hoofdstuk 3: Samenstelling bestand Tabel 11, leeftijdsopbouw per regeling in 2024
Leeftijdsopbouw alle regelingen per 1 juli 2024 33
66 - 69
123
Leeftijd
60 - 65 50 - 59
154
40 - 49
152
27 - 39
154 58
22 - 26 27
18 - 21 0
20
40
60
80
100
120
140
160
180
Aantal
Bron: Suite Tabel 12: Bijstand, IOAW en IOAZ naar leeftijdsopbouw periode 2014- juli 2024
leeftijdsopbouw, alle regelingen 250
200
197 185
181 171 163
170
167
165
157
150
202 195
197 191
195 194
Aantal
142
171 170 160
172 168 161
140
143
165 163 152 129
119
156 154 152
138
107
100
90 73
50
43
53
43
2014
2015
2016
2017
2018
28
2019
2020
33
31
23 2021
2022
58
51
49
43
39 32
27
17
15
62
57
48
30 0
161 154 153
158 157 143 132
30
2023
27
2024
Jaren 18-21
22-26
27-39
40-49
50-59
60-69
Bron: WISZ Toelichting: Het aantal jongeren (18-27 jaar) met een uitkering in Wijchen laat vanaf 2016 een vrij constant beeld zien. Landelijk gezien ontvingen eind juni 2023 bijna 36 duizend jongeren 13
tot 27 jaar een bijstandsuitkering. Dit zijn er ongeveer duizend meer dan een jaar eerder, wat een stijging van 3 procent betekent. Eind augustus 2024 meldde het CBS dat het aantal werkloze jongeren in de loop van 2024 wederom toegenomen. Volgens het CBS is het een zesde kwartaal op rij dat er sprake was van een toename in deze leeftijdsgroep. Van de mensen met een uitkering is nu 10 procent jongvolwassene, aldus het CBS. Dat jongeren sneller in de bijstand belanden, komt onder meer doordat zij minder vaak aanspraak kunnen maken op een WW-uitkering als ze werkloos raken. Werkloosheid is wel het grootste probleem van deze groep. Jongeren hebben vaak nog amper WW-rechten opgebouwd en belanden dan juist sneller in de bijstand. In Wijchen hebben per 1 juli 2024 85 jongeren (tot 27 jaar) een uitkering. Dat is 12% van het totale aantal uitkeringsgerechtigden (701) per dezelfde datum. Dat percentage ligt dus hoger dan het landelijk gemiddelde. Tabel 13: Duur uitkering- jongeren 18-27 jaar per 1 juli 2024
Jongeren 18-27 in de bijstand /duur uitkering 60
57
50 42
Aantal
40
37
42
41
39 35
36
30 21
24
12
2014
0
2015
4 0
2016
3 0
2017
4 0
30
25
10 0
36 33
29
23
20
47
33
29
20
48
45
5 2018
0
5 2019
0
2020
4 2 0
2021
5 1 0
2022
2 0
9
2023
3 0
2024
Jaren < 1 jaar
1-3 jaar
3-5 jaar
5-10 jaar
> 10 jaar
Bron Wisz Toelichting tabel 12 en 13: In tabel 12 zien we een stijging van het aantal jongeren in de bijstand vanaf 2014. Zoals aangegeven ziet ook het CPB een stijging van het aantal jongeren in de bijstand. Ook zien we na jaren weer een stijging van het aantal mensen in de leeftijdscategorie 27-39 jaar. Jongeren met een bijstandsuitkering lopen een groot risico om langdurig in de (financiële) problemen te komen. Los van het ontbreken van een startkwalificatie of onvoldoende WW rechten worden ook de mentale klachten van jongeren genoemd. Uit een onderzoek van TNO (2023/ verzoek ministerie van SZW) zijn er trends rondom burnout klachten onder jongeren onderzocht. Werkstress is een veel genoemd item waardoor jongeren uitvallen. Nader onderzoek naar deze doelgroep is noodzakelijk. Gaat het om jongeren met problemen op verschillende leefgebieden en veelal een klein netwerk? Hebben jongeren, naast de financiële ondersteuning van de bijstand, ook behoefte aan ondersteuning op andere leefgebieden, zoals het vinden van passende dagbesteding en hulp bij geldzorgen. Zonder aanvullend beleid op deze groep mensen bestaat het risico dat de afhankelijkheid van een uitstandsuitkering alleen maar toeneemt.
14
6 2 0
Tabel 14: jongeren in 2023 in bijstand die voortijdig studie beëindigd hebben naar duur uitkering per 1 juli 2024
Aantal
Reden bijstand: beëindiging studie 7 6 5 4 3 2 1 0
6
45 4
50
46 4
2
2
1-2 jaar
30 20
16 1
08
0 duur <1 jaar
40
4
2-3 jaar
0
3-4 jaar
10
9
0
5-9 jaar
doelgroep jongeren 18, 19 of 20 jaar
jongeren 21 t/m 26 jaar
Totaal jongeren in bijstand
Bron: Wisz Tabel 15: Reden einde werk of inkomen leeftijdsgroep 18-55 jaar en duur uitkering per 1 juli 2024.
Personen 18-55 jaar met reden einde werk of inkomen naar uitkeringsduur per 1 juli 2024 2
> 20 jaar
6
Duur uitkering
15-20 jaar
22
9-15-jaar 16
5-9 jaar 7
4-5 jaar
10
3-4 jaar
13
2-3 jaar 10
1-2 jaar
22
< 1 jaar 0
5
10
15
20
25
Aantal personen
Bron: WISZ Toelichting: In tabel 15 is de instroomreden einde werk of inkomen van het huidige bestand in beeld gebracht. Het aantal is afgezet tegen de uitkeringsduur. De uitkomst toont aan dat slechts een klein deel van het bestand korter dan 2 jaar uitkering geniet waarvan de instroomreden einde werk of inkomen is. Dat lijkt naast de nieuwe instroom de potentiële doelgroep voor het WerkBedrijf te zijn. Naarmate de uitkeringsduur verder toeneemt wordt de kans op het hebben van werk steeds kleiner. De afstand tot de arbeidsmarkt in jaren neemt immers toe.
15
Tabel 16: uitkeringsduur alle regelingen per 1 juli 2024
Uitkeringsduur alle regelingen per 1 juli 2024 29
20 jr en langer
32
15 tot 20 jr
123
Duur uitkering
9 tot 15 jr
149
5 tot 9 jr 37
4 tot 5 jr
54
3 tot 4 jr
61
2 tot 3 jr
111
1 tot 2 jr
105
korter 1 jr 0
20
40
60
80
100
120
140
160
Aantal
Bron Suite Tabel 17: leeftijd en uitkeringsduur t.o.v. volume
Leeftijd (50 jaar e.o) en duur uitkering (> 3 jaar en > 5 jaar), periode 2014-juli 2024 60%
760
754 746
55% 50%
54% 49% 728
45%
44% 40% 39%
40%
41%
41%
42%
44%
724
46%
46%
44% 42%
42%
712 38%
44% 42%
39%
44%
689
31%
700
685
28%
677 24%
720
701 696
35%
30% 25%
740
703
35%
57%
56%
51% 46%
45%
57%
56%
55%
680
25%
20%
660
15% 10%
dec 14
dec-15
dec-16
dec-17
dec-18
dec-19
dec-20
dec-21
dec-22
dec-23
jul-24
Volume (alle regelingen, in aantallen)
> 50 jaar e.o. (in % van het totale volume)
> 3 jaar uitkering (in % van het totale volume)
> 5 jaar uitkering (in % van het totale volume)
640
Bron: WISZ 16
Toelichting tabellen 16 en 17: Volgens het CBS (publicatie “trends in Nederland 2018” van 29 juni 2018) maakte in 2017 het aandeel mensen dat korter dan een jaar in de bijstand zit minder dan 20 procent van de bijstandspopulatie uit. Het aantal mensen dat vijf jaar of langer in de bijstand zit, stijgt sinds 2014 weer langzaam. Een reden hiervoor is de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd, waardoor personen later uitstromen naar een AOWuitkering. Het totaal aantal personen dat in 2024 3 jaar of langer in de bijstand zit is 424. Ondanks dat het totale volume iets hoger is dan voorgaande jaren groeit het aantal mensen wat langer dan 3 jaar in de bijstand zit. Dat geldt ook voor de het aantal mensen wat langer dan 5 jaar afhankelijk is van bijstand. Van 24% in 2014 naar 44 % in 2024. Het aantal mensen in de bijstand wat 50 jaar of ouder is stabiliseert zich enigszins. Afhankelijk van het totale bestand over de afgelopen jaren neemt verhoudingsgewijs het aantal 50 plussers licht toe. Dat betekent dat de vergrijzing van het bestand ten opzichte van voorgaande jaren niet afneemt. Volgens informatie van het CBS kunnen we deze groep mensen moeilijk naar werk bemiddelen. Volgens het CBS was ook het aantal bijstandsgerechtigde 45-plussers in het tweede kwartaal van dit jaar groter dan een jaar eerder.
In die leeftijdscategorie hebben nu – landelijk gezien - 229.000 mensen een uitkering. Tabel 18: Bijstand en nationaliteit in Wijchen periode 2019-juli 2024
Nationaliteiten 800 724 670
712 662
700
689 618
584
600
701
687
685
578
567
Asantal
500 400 300 200 100 0
50
54
dec 2019
dec 2020
101
71
dec 2021
dec 2022
120
123
jul 2023
jul 2024
Nationaliteiten Andere nationaliteiten
Nederlanders
Totaal aantal bijstandsgerechtigden
Brons WISZ Toelichting Inzoomend op de opbouw van het volume zien we enkele opmerkelijke zaken. Allereerst de opbouw van het bijstandsvolume naar nationaliteit. Het Wijchense bijstandsvolume telt per 1 juli 2024 26 verschillende nationaliteiten. 17
Vanwege een oplopende taakstelling huisvesting statushouders over de afgelopen jaren zien we verhoudingsgewijs het aantal mensen met een andere nationaliteit ten opzichte van het aantal mensen met de Nederlandse nationaliteit in de bijstand toenemen. Wanneer we bovenstaande aantallen in indexcijfers wegzetten dan komt het geschetste beeld tot uitdrukking. De maand december 2019 heeft als indexcijfer 100. Zie daarvoor onderstaande tabel. Tabel 19: Indexatie nationaliteiten
Ontwikkeling nationaliteiten indexering
300 250
202
200 150 100
246
240
142 100
102
100
108 101
97
96
93
96
88
98
86
87
50 0
dec-19
dec-20
dec-21
Andere nationaliteiten
dec-22
Nederlanders
jul-23
jul-24
Totaal aantal bijstandsgerechtigden
Bron: WISZ Tabel 20: leeftijdsopbouw naar nationaliteit
Leeftijdsopbouw naar nationaliteit 0
66 e.o.
6
60-65 Leeftijdsklasse
33 117 8
50-59
146 28
40-49
124 51
27-39 20
22-26 10
18-21 0
103
38
17 20
40
60
80
100
120
140
160
Aantal Andere nationaliteiten
Nederlanders
Bron: WISZ
18
Toelichting: De Nederlandse bijstandsgerechtigden behoren grotendeels tot de oudere populatie die op grote afstand staan van de arbeidsmarkt. Zie daarvoor tabel 17. Mogelijk zit er meer uitstroompotentieel bij de andere nationaliteiten. Het grootste deel zit in de leeftijdsklassen 22-39 jaar.
19
Hoofdstuk 4: Financiële gevolgen In de begroting 2024 hebben we onderstaande aantallen klanten opgenomen. De werkelijk cijfers worden vergeleken met deze begrotingsopzet. Grafiek 21: Begroot volume t.o.v. werkelijk volume (alle regelingen) t/m juli)
AANTALBIJSTAND ONTVANGERS
720
700
698 694 692
695 694
710
707 705
706 696 694
694
701
701 700
701 700
694
694
694
700 695 694
699 694 693
698 695 694
697 694
696 694 693
680
660
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
2024 Realisatie 2023
Begroot 2024 primitief
Realisatie 2024
JEV 2024
Bron: afdeling FIN en WISZ (septemberrapportage) Toelichting: In de primitieve begroting van 2024 is rekening gehouden met een gemiddeld aantal van 694 bijstandontvangers. We zijn gestart in 2024 met 694 bijstandsgerechtigden. In het eerste halfjaar van 2024 is er gemiddeld een hele lichte stijging (0,7%) in het bestand opgetreden. Bij de Perspectiefnota 2024 is deze stijging niet bijgesteld en zijn we uitgegaan van gemiddeld 696 bijstandontvangers. In de geactualiseerde begroting 2024 is uitgegaan van gemiddeld 696 bijstandsgerechtigden. We zien nog een lichte afwijking t.o.v. de recent vastgestelde perspectiefnota 2024. Vooralsnog gaan we voorzichtigheidshalve uit van een hele lichte groei van de begrote aantallen. Tabel 22: (financiële) doorkijk naar 2025 t/m 2027 2024 Stand 1 januari
2025
2026
2027
2028
692
695
699
702
706
Reguliere in/uitstroom
3
3
3
3
4
Stand 31 december
695
699
702
706
709
Stand 31 december in Perspectiefnota 2024
695
699
702
706
709
0
0
0
0
0
Mutatie
3) Tabel: Resultaat BUIG, exclusief effect gemeentefonds.
x € 1.000
2024
Actueel saldo BUIG perspectiefnota 2024 Opbrengsten BUIG *
12.179
2025
2026
2027
2028
-419
-453
-500
-484
12.518
12.904
13.302
13.699
20
Kosten BUIG
12.962
13.294
13.679
14.086
14.489
Saldo BUIG begroting 2025
-783
-776
-775
-784
-790
Mutatie structureel t.o.v. perspectiefnota 2024
-334
-357
-322
-284
-306
Bron afd. FIN (conceptbegroting 2025e.v., conceptrapportage september 2024 en WIZ) * Eind september 2024 ontvangen we de definitieve beschikking voor het jaar 2024. We verwachten dat het voorlopige budget met 7% wordt geïndexeerd. Toelichting op de cijfers: De cijfers 2024 zijn werkelijk/ geprognotiseerd /JEV op basis van de september rapportage. De rijksbijdrage voor 2024 wordt eind september 2024 definitief vastgesteld. Voor 2025 en verder zijn de voorlopige rijksbijdragen ingeschat. Eind september verwachten we ook de voorlopige rijksbijdrage 2025 van het ministerie van SZW. De conceptbegroting 2025 is tot stand gekomen met de informatie en inhoud van de managementrapportages en de perspectiefnota in 2024.
21
Lijst met afkortingen AOW…………………
Algemene OuderdomsWet
BUIG………………..
Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten
Bbz………………….
Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004
CBS…………………
Centraal Bureau voor de Statistiek
Divosa…………….
Directeuren voor sociale arbeid
IOAW………………
De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
IOAZ……………….
De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
MGR………………..
Modulaire Gemeenschappelijke Regeling
PW…………………..
Participatiewet
SW………………….
Sociale Werkvoorziening
SZW………………..
Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid
UWV………………..
Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen
WSW……………….
Wet Sociale Werkvoorziening
Wajong…………..
Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten
WW………………..
Werkloosheidswet
22