CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissievergadering Wijchen 11 september 2025, gemeente wijchen34.230 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

5.12.4 Waterbeleid en waterbeheer Het algemeen waterbeleid dat van toepassing is binnen het plangebied staat beschreven in het Nationaal waterplan, het Waterbeheerprogramma 2022-2027 en de Keur van het Waterschap Rivierenland en het hemelwaterbeleid van de gemeente Wijchen. Op Europees, nationaal en stroomgebiedsniveau wordt gewerkt aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). De KRW streeft naar duurzame en robuuste watersystemen. Basisprincipes van het nationaal en Europees beleid zijn: meer ruimte voor water, voorkomen van afwenteling van de waterproblematiek in ruimte of tijd en stand-still (géén verdere achteruitgang in de huidige (2000) chemische en ecologische waterkwaliteit). Het bovenstaande resulteert in twee drietrapsstrategieën die zijn vastgelegd in de Nota Ruimte (2006): Waterkwantiteit (vasthouden, bergen, afvoeren) Waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren) De trits voor waterkwantiteit betekent dat neerslag bij voorkeur wordt vastgehouden op de plaats waar het valt. Indien vasthouden niet mogelijk is, wordt neerslag geborgen in oppervlaktewater. De trits voor waterkwaliteit houdt in dat gestreefd moet worden naar het voorkomen van verontreinigingen. Indien schoonhouden niet mogelijk is, worden schone en vervuilende bronnen gescheiden.

De Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie, onderdeel van het Deltaprogramma 2018, schrijft voor dat rijk, provincies, gemeenten en waterschappen het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimtelijke omgeving moeten opnemen in het beleid. Doel van de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie is het sturen van het veranderingsproces om het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van Nederland een

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

39

vanzelfsprekend onderdeel te maken van ruimtelijke (her)ontwikkeling. Hierbij wordt het uitgangspunt gehanteerd dat bij (her)ontwikkelingen geen extra risico op schade en slachtoffers mag ontstaan voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is. Vanaf 26 november 2021 is het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van het Waterschap Rivierenland van kracht. In het beheerplan beschrijft het waterschap wat ze in de planperiode willen bereiken en hoe ze dat wil doen. Verder beschikt Waterschap Rivierenland over een verordening: Keur Waterschap Rivierland 2014. Hierin staan de geboden en verboden voor de manier van inrichten, gebruik en onderhoud van waterkeringen, oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden, ondersteunende kunstwerken en grondwater. Van alle verboden werken en/of werkzaamheden die niet voldoen aan de criteria van de algemene regels, kan een vergunning worden aangevraagd. Compensatie verhard oppervlak – Waterschap Rivierenland Binnen het beleid van Waterschap Rivierenland geldt een vrijstelling van de compensatieplicht bij een toename van minder dan 500 m² voor stedelijk gebied en 1.500 m² voor landelijk gebied. Bij grotere oppervlaktes mogen de vrijgestelde oppervlaktes in mindering worden gebracht. Omdat het verhard oppervlak in de toekomstige situatie afneemt hoeft er geen compensatie plaats te vinden.

Compensatie en waterberging verhard oppervlak – Gemeente Wijchen De gemeente Wijchen vereist bij nieuwe ontwikkelingen dat hemelwater op eigen terrein verwerkt wordt. Dat betekent dat het moet worden vastgehouden en indien mogelijk geïnfiltreerd in de bodem. Het lozen van hemelwater op openbaar riool of de openbare weg mag alleen als redelijkerwijs niet voldaan kan worden aan de bergingseis. In onderstaande tabel zijn de eisen weergegeven zoals deze zijn afgestemd door de opdrachtgever met de gemeente.

Uitgangspunten en eisen gemeente Wijchen

Overige uitgangspunten: Hemelwater dient in principe volledig op eigen perceel te worden verwerkt (geborgen en geïnfiltreerd). Er mag geen hemelwater buiten het plangebied (perceel) tot afstroming komen. Hemelwater mag wel tijdelijk op het terrein (tuin/straat) komen te staan maar niet in gebouwen terecht komen. 5.12.5 Leefomgeving en ruimtegebruik Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar integrale inpassing van het watersysteem in de leefomgeving en afstemming op de gebruiksfuncties in het gebied. De ruimtelijke ontwikkeling mag geen nadelige gevolgen hebben voor de waterhuishouding en vice versa. De waterhuishoudkundige situatie moet in overeenstemming zijn met het beoogde grondgebruik.

40

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

Water is mede-ordenend bij de ruimtelijke ontwikkeling (juiste functie op de juiste plaats), waarbij tevens rekening is gehouden met de ruimteclaim van waterhuishoudkundige voorzieningen. Wateropgaven zijn gekoppeld aan andere gebiedsopgaven, zoals voor openbaar groen, welzijn, volkshuisvesting, verkeer/vervoer en energie. Gevolgen van/voor het plan In het plan worden er geen aanpassingen gemaakt aan het bestaande watersysteem. De ruimtelijke ontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor de waterhuishouding en de waterhuishouding heeft geen nadelige gevolgen voor de ruimtelijke ontwikkeling. 5.12.6 Kwaliteit en beleving Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar schoon water en waterbodems die voldoen aan gestelde kwaliteitseisen en het behoud van (natte) natuurwaarden en biodiversiteit. Verontreiniging van grond- en oppervlaktewater wordt voorkomen en de waterkwaliteit zo mogelijk verbeterd. Schoon hemelwater mag rechtstreeks in bodem of op oppervlaktewater worden geloosd. Verontreiniging van hemelwater voorkomen, o.a. door toepassing van niet-uitlogende materialen (Dubo-bepalingen) en door beperking van toepassing van lood, koper, zink en zacht pvc. Verontreinigd hemelwater alleen lozen via een zuiverende voorziening. De kwaliteit van oppervlaktewater moet zo mogelijk verbeterd worden door de aanleg van natuurvriendelijke oevers en een verbetering van de doorstroming.

Het beheer mag geen verstoring geven van waterkwaliteit en biodiversiteit. Ecologisch natte zones of natte natuurwaarden moeten behouden worden of verder ontwikkeld worden door bijbehorende waterhuishoudkundige omstandigheden te beschermen of herstellen. De gemeente streeft naar versterking van de belevingswaarde van water en daarmee het waterbewustzijn. Hierbij zijn water, waterhuishoudkundige elementen en cultuurhistorische structuren en landschapselementen herkenbaar verweven in de ruimtelijke inrichting en beleefbaar gemaakt. Waterstromen zichtbaar (bovengronds) afvoeren. Gevolgen van/voor het plan Verontreiniging van hemelwater afkomstig van het dak wordt primair voorkomen door toepassing van niet-uitlogende materialen, zoals omschreven in de Dubo-bepalingen, maar ook door beperking van de toepassing van lood, koper, zink en zacht pvc. Hierdoor wordt vervuiling van oppervlaktewater voorkomen. Voor de afvoer van afvalwater wordt gebruik gemaakt van de bestaande aansluitingen op het openbare gemengde rioolsysteem. Er worden geen waterpartijen aangelegd of aangepast. Voor het afvalwater wordt gebruik gemaakt van de bestaande aansluitingen op de openbare riolering. Voor het hemelwater wordt een tussenkomst van wadi's en infiltratiekratten gebruikt om hemelwater binnen het plangebied te bergen en verwerken.

5.12.7 Klimaatadaptatie Beleidsuitgangspunten De gemeente streeft naar een klimaatbestendige en waterrobuuste leefomgeving, anticiperend op hevigere perioden met hitte, neerslag en droogte. Bij ruimtelijke ontwikkelingen worden schadelijke effecten van klimaatverandering (wateroverlast en verdroging) voor het grondgebruik en vice versa beperkt of teruggebracht tot een acceptabel niveau. Waterhuishoudkundige voorzieningen zijn energiezuinig en duurzaam. Er moet gekomen worden tot een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting, o.a. voor wat betreft bebouwing, wegen, groen en water. Ook is het uitgangspunt dat water bij hevige neerslag niet in de bebouwing terecht

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

41

komt of afstroomt buiten het plangebied. De hoeveelheid verhard oppervlak tot een minimum beperken. Zorgdragen voor voldoende waterberging, tegen hemelwateroverlast en ter buffering van water in droge tijden (zie ook waterberging). Groenstructuren klimaatrobuust aanleggen voor wat betreft areaal, type beplanting en waterbergend vermogen. Grondwateronttrekking (verdroging) beperken door hoogwaardige toepassing van drinkwater en het treffen van waterbesparende voorzieningen. Zo mogelijk hemelwater gebruiken voor laagwaardige toepassingen. Verder bij de ruimtelijke ontwikkeling rekening houden met de droogtegevoeligheid van de locatie en mogelijke bodemdaling die daardoor kan ontstaan. Gevolgen van/voor het plan In onderstaande paragraaf is het aspect waterberging verder toegelicht. Er vindt geen grondwateronttrekking plaats. Bij extreme buien, die vaker kunnen ontstaan door klimaatverandering, is er voldoende afwatering naar het eerdergenoemde wadi's en infiltratiekratten, die nader toegelicht wordt in paragraaf 5.12.8. 5.12.8 Waterberging De benodigde totale waterberging binnen het plangebied is berekend volgens Buishand & Veld bij een T=5+10% situatie.

Rekening houdend met een totaal afvoerend verhard oppervlak van 3.169 m² (noot: dit oppervlak is verdergaand gereduceerd tot 3.084 m² in het naar aanlelding van zienswijzen aangepaste inrichtingsplan), bedraagt de totale statische waterbergingsopgave 74 m³. Deze berging wordt binnen het plangebied gevonden in een combinatie van maatregelen met een statische en dynamische berging. De gemeente Wijchen geeft de voorkeur aan oppervlakkige en zichtbare verwerking van het hemelwater. Waar dit niet mogelijk is, of waar redelijkerwijs geen ruimte is, ligt de voorkeur op ondergrondse en infiltrerende voorzieningen. Binnen het plangebied wordt gewerkt met ondergrondse infiltrerende voorzieningen zoals infiltratiekratten, welke tevens een bergingscapaciteit hebben van 95% van het totaalvolume. Deze vangen regenwater op en infiltreren het tegelijkertijd (vertraagd) in de bodem. Daarnaast wordt er gewerkt met oppervlakkige berging in wadi's, zie tabel 4.1. Aan de noordzijde van het plangebied zijn twee wadi's voorzien. In deze wadi's wordt hoofdzakelijk het hemelwater vanaf de bestrating aan de noordzijde opgevangen en deels geïnfiltreerd in de bodem. Het totale beoogde oppervlak van de wadi's is 122 m² met een diepte van 0,50 m-mv. De maximale peilopzet in de wadi's is 0,40 m. Aan de zuidzijde van het plangebied wordt een rijbaan met daaronder de infiltratiekratten aangelegd.

In deze kratten wordt hemelwater geborgen vanaf het oppervlak van de parkeerplaats, vanaf de binnentuin en het dakoppervlak van het nieuw te bouwen gebouw. De toevoeren naar de infiltratiekratten worden uitgerust met bladvangers en zandvangers om vervuiling van de voorziening te voorkomen.

42

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

Schetsontwerp watersysteem

De wadi's en de infiltratiekratten worden ondergronds met elkaar (middels een slokop) verbonden. Zo functioneert het als één hemelwaterberging- en infiltratiesysteem en kan tijdens neerslagsituaties gebruik gemaakt worden van de volledige capaciteit van het systeem.

Overzicht bergende en infiltrerende maatregelen De totale ledigingstijd van het systeem bedraagt in deze opstelling ca. 8 uur. Na deze tijd is het volledige systeem weer in staat om eenzelfde T=5+10% bui te bergen.

Wijze van afwatering Het hemelwater wat valt binnen het plangebied tijdens een T=5+10% bui wordt volledig binnen het plangebied geborgen en verwerkt. De verharde oppervlakken wateren oppervlakkig af richting de wadi's en naar de infiltratievoorziening. Waar nodig gebeurt dit ondergronds. Afwatering vanaf de verharde oppervlakken van de binnentuin aan de achterzijde van het gebouw vindt ondergronds plaats. Dit oppervlak wordt aangesloten op de infiltratievoorziening. Het hemelwater vanaf het dakoppervlak wordt deels opgevangen in de wadi's en deels direct in de infiltratievoorziening. Waar mogelijk

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

43

gebeurt dit oppervlakkig. Hemelwater wat binnen het plangebied valt tijdens een bui >T=5+10% hoeft volgens de uitgangspunten van de gemeente niet geborgen en verwerkt te worden. Bij een dergelijke situatie mag water op het maaiveld komen te staan, waarbij het niet de bebouwing in mag stromen. Daarnaast is het een vereiste van de gemeente dat dit water niet tot afstroming mag komen naar het omliggende gebied waar het voor overlast kan zorgen. Daarom wordt geadviseerd om de beoogde rijbaan en parkeerplaatsen verdiept uit te voeren (ca. -0,20 m) ten opzichte van het maaiveld binnen het plangebied en de looppaden. Tijdens hevige regenval kan het exces aan hemelwater zich hier verzamelen en blijft het binnen het plangebied waarbij overlast in de omgeving voorkomen wordt.

Overige randvoorwaarden Om vervuiling van het hemelwater te beperken, wordt geadviseerd het gebruik van uitlogende bouwmaterialen te voorkomen conform beleid gemeente en waterschap.

Vuilwater Het vuilwater wordt aangesloten op de gemeentelijke vuilwaterriolering welke aanwezig is rondom het plangebied. De aansluiting en aansluitlocatie op het huidige systeem zijn in deze fase nog niet bekend en zullen in de verdere planuitwerking nader uitgewerkt worden.

Grondwater De GHG is ingeschat op NAP +6,40 m, ofwel ca. 1,40 m-mv. Daarmee is de ontwateringsdiepte voldoende voor het realiseren van de geplande bebouwing indien deze zonder kelder gebouwd wordt. Wanneer de wadi's van een geschikte toplaag worden voorzien, is infiltratie in de ondergrond mogelijk gezien de bodemopbouw. De ontwikkelingen van het plangebied zijn grondwaterneutraal en hebben geen nadelige gevolgen voor het grondwater. Bij graaf- en bouwwerkzaamheden dieper dan de GHG wordt bemaling nodig geacht om de werkzaamheden in den droge te kunnen uitvoeren. Het plangebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.

Oppervlaktewater Binnen en rondom het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Ook is het aanleggen van oppervlaktewater binnen het plangebied niet beoogd. 5.12.9 Gezondheid en veiligheid Waterveiligheid Binnen het plangebied is een kleine (1x/1000 jaar) tot bijzonder kleine (1x/100.000 jaar) kans op overstromingen. De maximale waterdiepte die bereikt wordt bij een dergelijke overstroming is 2,0 m ter hoogte van het plangebied. Het plangebied ligt niet binnen de kern- of beschermingszone van een waterkering. Om intredend water vanbuiten het plangebied te voorkomen wordt geadviseerd om het gehele maaiveld binnen het plangebied hoger aan te leggen dan het wegpeil van de Veenhof en een drempel toe passen bij de in- en uitrit aan de zuidoostelijke zijde van het plangebied met een hoogte van ca. NAP +7,95 m.

44

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

Om intredend water ook bij de bebouwing te voorkomen vanuit zowel het plangebied zelf als vanaf de Veenhof, wordt geadviseerd om het vloerpeil van de toekomstige bebouwing +0,30 m ten opzichte van het wegpeil van de Veenhof te leggen (ca. NAP +8,20 m). 5.12.10 Conclusie Het aspect waterhuishouding levert geen belemmeringen op voor de uitvoerbaarheid van het voornemen. Met het planvoornemen worden geen ruimtelijke ingrepen gedaan die een negatief effect hebben. 5.12.11 Overleg met de waterbeheerder Formeel overleg met de Waterschap Rivierenland in het kader van de watertoets is volgens de nieuwe beleidslijn van het Waterschap verplicht indien toename verharding > 500 m2 (stedelijk gebied) en >1500 m2 (landelijk gebied). Hierop volgt een wateradvies van de waterbeheerder. Het advies van de waterbeheerder dient in de waterparagraaf te worden opgenomen. In overige gevallen kan het ruimtelijke plan (i.c. waterparagraaf) ter kennisneming worden toegezonden aan het waterschap. Er is een digitale watertoets uitgevoerd. Uitkomst van deze watertoets is dat het Waterschap Rivierenland een normale watertoetsprocedure zal afronden middels regulier overleg met de gemeente.

5.13

Bezonningsstudie

Binnen Nederland zijn er geen formele eisen gesteld aan de bezonning van woningen of andere bouwwerken. Gemeenten zijn dus vrij om hun eigen eisen te stellen aan de bezonning. Wel bestaan er de zogenaamde ‘lichte’ en ‘strenge’ TNO-norm voor bezonning van woonkamers. Deze vinden hun oorsprong in het woonwaarderingsstelsel uit 1962. Volgens de lichte TNO-norm is er sprake van voldoende bezonning bij tenminste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober ter plaatse van het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam. Ter plaatse van de vervangende nieuwbouw wordt de (mate van) schaduw op de omliggende woningen vooral bepaald door de bestaande bomen die in de straat aanwezig zijn. Daarin zal niets veranderen. De effecten van zon en schaduw in de bestaande situatie zijn weergegeven in Bijlage 13 Bezonningsstudie bestaand bomenbestand bij deze toelichting. Doordat de nieuwbouw hoger is voorzien dan de bestaande bebouwing, zal deze wel beperkt schaduw gaan werpen op de omgeving gedurende enkele momenten van de dag, vooral bij lagere zonnestanden. Dit wordt geïllustreerd in Bijlage 13 Bezonningsstudie bestaand bomenbestand. Evenwel zal de beschaduwing altijd gedurende een relatief kort deel van de dag plaatsvinden op voorgevels van omliggende woningen, waarbij ruimschoots aan voornoemde TNO-norm kan zal worden voldaan.

Daarmee is op dit aspect een goed woon- en leefklimaat aangetoond.

5.14

MER beoordeling

Algemeen Op 21 februari 2011 heeft de wetgever het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht gewijzigd. De belangrijkste wijziging is onder andere: het meer in overeenstemming brengen van het Besluit m.e.r. met de Europese richtlijn m.e.r. Hierbij hebben onder andere de zogenaamde drempelwaarde voor activiteiten een indicatief karakter gekregen. Met deze wijziging is bepaald dat voor activiteiten die op de bij het besluit m.e.r. behorende C- en D lijst zijn opgenomen, áltijd aandacht aan m.e.r. geschonken dient te worden. Hierbij dient te worden bepaald of een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In algemene zin komt het erop neer dat voor activiteiten die behoren tot de C-lijst een m.e.r.-plicht volgt en voor activiteiten op die op de D-lijst zijn vermeld volgt óf een m.e.r.-beoordelingsplicht óf een motivering dat een m.e.r.(beoordeling) niet noodzakelijk is. Hierbij is de bij de activiteit behorende drempelwaarde onder andere van belang. Om te bepalen of een activiteit m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, conform het aangepaste Besluit m.e.r., is het type plan en het

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

45

soort ontwikkeling van het plan van belang, zoals opgenomen in de Structuurvisie Ruimte (SVIR). De activiteit die door dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, behoren niet tot de C-lijst, waardoor er geen directe m.e.r.-plicht is. De voorgenomen ontwikkeling, behoort echter wel tot de D-lijst, namelijk onder nummer 11.2 ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van een winkelcentra of parkeerterrein’. Met het planvoornemen wordt de woningbouw van 54 woonzorgeenheden mogelijk gemaakt. Gezien de kenmerken van dit plan, betreft dit geen 'stedelijk ontwikkelingsproject' in het kader van het Besluit milieueffectrapportage, omdat: het plangebied in de stedelijk gebied van Wijchen ligt en het niet bouwen van woningen in het buitengebied betreft; het plangebied al bestemd is met de bestemmingen voor stedelijk gebied; het plangebied momenteel al bouwvlakken en bouwmogelijkheden heeft. Er is geen sprake van een ‘stedelijke ontwikkeling’ en daarom is het opstellen van een vormvrije m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk. De drempelwaarde voor een m.e.r.-beoordeling is opgenomen in lijst D van het besluit m.e.r. Voor projecten groter dan 100 hectare en meer dan 2000 woningen dient altijd een m.e.r.- beoordeling plaats te vinden.

De omvang van de woningbouw is zodanig beperkt dat er geen sprake is van overschrijding van de drempelwaarden is. Dit betekent dat er een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd kan (maar niet hoeft te) worden. In bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectenbeoordeling is een aantal beoordelingscriteria opgenomen.

Planbeoordeling (conform bijlage III EEG-richtlijn) Kenmerken van het project De realisatie van de zorgwoningen en de gebiedstransformatie van een bestaande school is een project van beperkte omvang. Er is in onderhavig plan sprake van een kleine gebiedsontwikkeling met woningbouw. Er is geen sprake van gebruik van natuurlijke grondstoffen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder of risico op ongevallen. Plaats van het project De gronden zijn gelegen binnen de bebouwde kom van Wijchen, aan de Veenhof in een woonwijk. De gronden zijn al bebouwd en verhard.

Kenmerken van het potentiële effect Gezien de aard van de ontwikkeling zijn er geen negatieve effecten te verwachten. Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen van het gebied is niet aan de orde. Realisatie van het plan heeft geen relevante / significante effecten op bodem, waterhuishouding, verkeersaantrekkende werking luchtkwaliteit, bedrijfshinder en externe veiligheid. Dit geldt ook voor het aspect flora en fauna. Dit blijkt uit de vorenstaande verantwoording die in dit bestemmingsplan is vervat. Het plangebied ligt op voldoende afstand van Natura 2000 (Uiterwaarden Waal) en het Gelders NatuurNetwerk en zal geen relevante / significante invloed op deze gebieden hebben, zo blijkt uit de stikstoftoets. De resultaten uit de milieuonderzoeken leveren geen belemmering op voor de beoogde woningbouw.

46

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische regeling

Algemene plansytematiek

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. De toelichting bevat een motivatie en verantwoording van de keuzes die gemaakt zijn. Het plan voldoet aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Hiermee is het plan digitaal uitwisselbaar conform de laatste standaarden.

6.2

De bestemmingen

In dit bestemmingsplan is één bestemming opgenomen, te weten de bestemming "Maatschappelijk". De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen in de vorm van woonzorgeenheden; één en ander met de bijbehorende voorzieningen, zoals tuinen, erven, terreinen, beplanting, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en voorzieningen voor de waterhuishouding. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b. c.

gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', met dien verstande dat ondergeschikte bouwdelen tevens buiten het bouwvlak zijn toegestaan; de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ' maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; het aantal woonzorgeenheden mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal woonzorgeenheden' is aangegeven;

In de regels is een artikel opgenomen voor het afwijken van de bouwregels. Dit kan alleen met een omgevingsvergunning, waarbij aan de volgende voorwaarden moet worden voldaan: a. b. c. d. e.

de goothoogte bedraagt niet meer dan 2,5 m; de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3,5 m; de bebouwde oppervlakte bedraagt niet meer dan 20 m² per gebouw; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad; de verkeersveiligheid mag niet in het gedrang komen.

Het is niet toegestaan om de gronden of bouwwerken te gebruiken in strijd met de bestemming. Hieronder wordt in ieder geval begrepen: als zelfstandige woningen /wooneenheden;

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

47

48

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

Hoofdstuk 7 Economische en maatschappelijke aanvaardbaarheid 7.1

Economische aanvaardbaarheid

De economische uitvoerbaarheid komt geheel voor het risico van de initiatiefnemers, het plan kan voldoende haalbaar worden geacht. De plan- en procedurekosten voor dit bestemmingsplan worden door de initiatiefnemers voldaan. Tussen de gemeente Wijchen en de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten, voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld.

7.2

Maatschappelijke aanvaardbaarheid

Vooroverleg Het ontwerp bestemmingsplan is voor vooroverleg voorgelegd aan Waterschap Rivierenland. Er is geen reactie ontvangen. Het plan is niet voorgelegd aan provincie Gelderland. Dit namelijk volgens het beleid van provincie Gelderland voor dit plan niet nodig.

Omgevingsdialoog Hierna is een verslag opgenomen van het participatieproces nieuwbouw Veenhof.

Doel participatieproces: Informeren en op onderdelen raadplegen omwonenden In het door initiatiefnemer Talis opgestelde participatieplan is beschreven dat Talis zich richt op het informeren van omwonenden (zie Bijlage 15 Participatie, bijlage 1). Dit door bijeenkomsten en (nieuws-)brieven. Zij kunnen tijdens deze bijeenkomsten hun mening geven over de plannen, vragen stellen en eventuele zorgen delen. Transparantie vindt Talis één van de belangrijkste uitgangspunten. Talis schrijft daarover: We zijn helder over wat wel en niet kan, over het hoe en waarom. Een aantal uitganspunten staat al vast, en voor een aantal zaken is ruimte om mee te denken. Voor de verdieping van deze zaken gaan we in gesprek met een afvaardiging van omwonenden (klankbordgroep). Stand van zaken participatie omwonenden Veenhof De afgelopen periode zijn de direct omwonenden en buurtbewoners geïnformeerd over de plannen. Via bijeenkomsten en de klankbordgroep kon men de mening delen, vragen stellen en zorgen en opmerkingen meegeven. De klankbordgroep is gevraagd om over een aantal specifieke zaken mee te denken. Tijdens de informatiebijeenkomst op 5 juni 2023 is de conclusie getrokken dat ZZG en Talis bij de nieuwbouw aan sommige wensen van de klankbordgroep tegemoet kunnen komen.

Denk hierbij aan groen, behoud bestaande bomen in het openbaar gebied, duurzaamheid, aansluiten bij de architectuur van omgeving. Overall blijkt echter dat de visie van Talis en ZZG en de visie van de meeste van de tijdens de bijeenkomst aanwezige omwonenden ver uitéén lopen. Het is niet gelukt tijdens de afgelopen periode dichter bij elkaar te komen. Het participatieproces heeft helaas niet opgeleverd dat er (meer) draagvlak is bij de bij de bijeenkomst aanwezige omwonenden voor de nieuwbouw. De klankbordgroep is opgeheven. Talis en ZZG blijven de omwonenden en de buurt op de hoogte houden van de plannen. Dit doen we onder andere via de projectwebsite talis.nl/veenhof en waar van toepassing via

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

49

bijeenkomsten en/of huis-aan-huis communicatie. In het vervolg van dit onderdeel vindt u het verloop van het participatieproces in de periode 30 maart 2022 tot en met september 2023. Verloop participatieproces 30 maart 2022: Inloopavond nieuwbouw Veenhof voor omwonenden Tijdens een inloopavond presenteren Talis en ZZG aan omwonenden het voornemen om nieuwbouw te realiseren op de voormalige schoollocatie in Veenhof. Op borden zijn diverse aspecten van de nieuwbouw te zien, variërend van een onderbouwing van de maatschappelijke behoefte tot thematische kaarten, zoals parkeren. Ook schetsen van het ontwerp worden getoond. Deze schetsen zijn al eerder gedeeld met de gemeente en vormen de basis voor het besluit van het college om principemedewerking te verlenen aan de nieuwbouw. De avond wordt druk bezocht. Naar schatting 50 mensen lopen langs de informatieborden en krijgen daar een toelichting van de architect en mensen van ZZG en Talis. Omwonenden geven vragen en opmerkingen door. De aanwezigen krijgen de toezegging dat ze daar snel, uiterlijk een maand na de inloopavond, antwoorden op krijgen. April - najaar 2022: Participatie door Talis en ZZG tijdelijk on-hold Deze toezegging kunnen ZZG en Talis helaas niet waarmaken. Dit komt doordat er na de bijeenkomst bilaterale gesprekken ontstaan tussen de gemeente (ambtelijk en bestuurlijk) en een groep omwonenden.

Daarnaast voerden de gemeente en ZZG en Talis gesprekken over de manier waarop het participatieproces wordt vervolgd. Er werd door ZZG en Talis een participatieplan opgesteld. Dit is met de gemeente besproken en in het najaar 2022 kon het proces vervolgd worden. 7 november 2022: Participatieplan wordt gedeeld met omwonenden ZZG en Talis hebben het participatieplan verspreid onder ca. 80 omwonenden. In de begeleidende brief (Bijlage 16 Participatie, bijlage 2) hebben we omwonenden gevraagd om actief met ons mee te denken over de nieuwbouw. Dit kunnen ze doen door deel te nemen aan de klankbordgroep. Aanmelden is mogelijk tot 18 november 2022. Op die datum hebben we helaas nog geen aanmeldingen ontvangen. 15 november 2022: Contact Talis & Buurtcomité Talis heeft in het najaar de rol van ZZG als 'trekker' van het project overgenomen. Op 15 november is er telefonisch contact tussen de wijkadviseur van Talis en een vertegenwoordiger van het buurtcomité dat inmiddels door omwonenden is opgericht. In dat gesprek vraagt het buurtcomité om een overleg met Talis. 29 november 2022: Overleg Buurtcomité en Talis Dit gesprek leidt er onder andere toe dat twee vertegenwoordigers van het buurtcomité aangeven deel te willen nemen aan de klankbordgroep. 29 november 2022 - eind 2022: Vorming Klankbordgroep Vanuit het naastgelegen complex meldt een derde persoon zich aan voor de klankbordgroep.

Ook sluiten twee medewerkers van Dichterbij, de zorginstelling die eigenaar is van de woonvorm die naast de schoollocatie ligt, zich aan bij de klankbordgroep. Zij vertegenwoordigen de bewoners van deze locatie. Bij de bijeenkomsten van de klankbordgroep zijn altijd vertegenwoordigers van Talis en ZZG aanwezig. Vanuit Talis zijn dat de wijkadviseur, die voorzitter is van bijeenkomsten, en de projectmanager. Namens ZZG is de manager van de Weegbree locatie aanwezig en naast hem meestal ook de ontwikkelmanager. De gemeente was, via de projectleider, altijd aanwezig bij de bijeenkomsten van de klankbordgroep m.u.v. de eerste keer. 10 januari 2023: Eerste bijeenkomst Klankbordgroep

50

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

De bovengenoemde drie omwonenden waren aanwezig. De twee medewerkers van Dichterbij waren verhinderd voor de eerste bijeenkomst. Wèl aanwezig was een vertegenwoordiger van de Leefbaarheidsgroep Woezik. Zijn aanwezigheid bleef beperkt tot deze ene keer. 10 januari - 23 mei 2023: In totaal vijf bijeenkomsten klankbordgroep Tijdens iedere bijeenkomst van de klankbordgroep staan één of meer thema's centraal. Dit zijn: - parkeren en verkeer - massa en architectuur - het ontwerp in relatie tot de omgeving (o.a. schaduw) - het tuinontwerp (en te rooien c.q. aan te planten bomen) en flora en fauna Van iedere bijeenkomst is verslag gemaakt door een secretaresse van Talis. De verslagen zijn in de klankbordgroep besproken en uiteindelijk definitief en unaniem vastgesteld. De verslagen zijn bijgevoegd als Bijlage 17 Participatie, bijlage 3.Twee bijeenkomsten met de klankbordgroep lichten we uitgebreider toe: Twee bijeenkomsten met de klankbordgroep lichten we uitgebreider toe: 25 april 2023: Presentatie alternatief plan omwonenden en planning door ZZG en Talis De vierde bijeenkomst staat voornamelijk in het teken van een alternatief plan dat door de omwonenden is gemaakt. De twee vertegenwoordigers van het buurtcomité presenteren dit plan. Zij geven argumenten waarom ze dit een beter plan vinden dan het plan van ZZG en Talis.

Dit plan hebben zij samen met ongeveer 30 andere omwonenden voorbereid. Tijdens deze bijeenkomst delen ZZG en Talis ook een planning van het project. Hierin zit onder andere de procedure tot wijziging van het bestemmingsplan. 23 mei 2023: Reactie ZZG en Talis op het alternatieve plan omwonenden Tijdens deze vijfde en laatste bijeenkomst van de klankbordgroep reageren ZZG en Talis punt voor punt op het alternatieve plan, en ook op de argumenten van de omwonenden voor dit plan. Op deze bijeenkomst wordt ook vooruitgeblikt naar de informatiebijeenkomst voor de hele buurt op 5 juni 2023. 5 juni 2023: Informatiebijeenkomst buurt De bijeenkomst is zeer goed bezocht. Ongeveer 45 omwonenden en andere geïnteresseerden zijn aanwezig. De bijeenkomst wordt voorgezeten door een externe voorzitter. Vertegenwoordigers, inclusief afvaardiging vanuit bestuur en directie, van Talis en ZZG zijn aanwezig. Wethouder Gerrits en ambtenaren van de gemeente zijn aanwezig als toehoorder. De directeur van ZZG beklemtoont in zijn presentatie de maatschappelijke opgave. De bestuurder van Talis licht toe waarom Talis is ingestapt als vastgoed partner van ZZG. De projectmanager van Talis gaat in op het ontwerp en op hetgeen in de klankbordgroep aan de orde is geweest.

Van deze bijeenkomst is een verslag gemaakt (zie Bijlage 18 Participatie, bijlage 4), dat op 25 juli 2023 via mail is gedeeld met de leden van de klankbordgroep. In dezelfde mail zijn de leden bedankt voor hun bijdrage en inspanning in de klankbordgroep-bijeenkomsten. De klankbordgroep is opgeheven. Week van 18 september 2023: Verspreiding informatiefolder buurt over plannen en planning Talis heeft een projectwebsite gemaakt waarmee we de buurt informeren over de ontwikkelingen van het project. Ruim 400 adressen in en rond de wijk Veenhof ontvangen midden september huis-aan-huis een informatiefolder (Bijlage 19 Participatie, bijlage 5). Daarin wordt kort uitgelegd wat de plannen zijn, wat de planning is en wordt voor meer informatie doorverwezen naar de website talis.nl/veenhof. Op deze website zijn onder andere ook de presentatie en het verslag van de informatiebijeenkomst te vinden.

Zienswijzen

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

51

Naar aanleiding van de zienswijzenprocedure en de daar opvolgende overleggen en afstemming met de dorpsbouwmeester, Commissie Omgevingskwaliteit gemeente Wijchen en Geldersch Genootschap over de vormgeving en situering van het gebouw in relatie tot de zienswijzen, is het stedenbouwkundige plan en het bouwplan aangepast en is tenslotte ook het terreinplan verder geoptimaliseerd en aangepast aan de besproken optimalisaties. Daarbij is het aandeel groen vergroot, het gebouw meer compact gemaakt, qua architectuur beter ingepast en is de footprint van het gebouw verkleind en de afstand tot belendende straten vergroot. Deze aanpassingen zijn in deze toelichting verwerkt en visueel gemaakt in Bijlage 1 Terreininrichtingsplan en Bijlage 2 Bouwplan, schetsontwerp bij deze toelichting. Over deze aangepaste plannen heeft de Commissie Ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Wijchen geadviseerd. Deze adviezen zijn als Bijlage 20 Advies GG 6-11-2024 en Bijlage 21 Advies GG maart 2025 toegevoegd bij deze toelichting. Uiteindelijk is er in maart 2025 een positief advies afgegeven. Deze aanpassingen en ook andere aanpassingen zijn nader toegelicht en gemotiveerd in relatie tot de ingediende zienswijzen. De zienswijzenbeantwoording is opgenomen als Bijlage 22 Zienswijzennota.

Naar aanleiding van de zienswijzenbeantwoording en de optimalisatie van het stedenbouwkundige plan, het terreininrichtingsplan en het bouwplan wordt het ontwerp bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld, waarbij de juridische wijziging is doorgevoerd door aanpassing van de verbeelding (het bouwvlak is van de woningen af verschoven en meer compact gemaakt) en aanpassing van de regels en toelichting aan de hand van de in de zienswijzennota benoemde aanpassingen.

52

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

82

80

62

LEGENDA

96

66

64

Plangebied

Verklaring Beschermd Wonen Veenhof

80A 80A

16

1702

ondergrond: BGT en DKK (datum: 28 februari 2023)

1704

Veenhof

Bestemmingen Enkelbestemming

1701

1706

Maatschappelijk 94

M Dubbelbestemming

1703

1708

Waarde - Archeologie 2

1705

1709 1707

1711 1713

1715

2418 2416

WR-A2

2414 2412

2410

2408

Aanduidingen

1710

Bouwvlak Veenhof

Veenhof

24 2427 24 17 2424 2421 2419 2515 2423 13 2411 24 09

bouwvlak

2407

2405 2403

u 54

2502

1717 2717

maximum aantal woonzorgeenheden

A B

maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)

2504 2506

1717 2919

WR-A2

1717 3121

10 10

1017

u J

1712

M

1015

Maatvoeringsaanduiding

2508

17 17 33 23

2510

1717 3525

2512

2514 1019

1021

2516

1755

1511

1513

2518

1757

1714-1716

1759

Veenh

1505

2012 2016 2014 02 2020 2018 06 2004 20 20 08 20 2010

g

1502

1763

rsnellin

1507

de Ve

1504

1761

1509A 1509

1820 1818 1816 1814 1810 1808 1812 1806 1804 1802

1971

1503

1969

1805

1413 1955

Veenhof

1409

2026

1906

1402

2028 2030

1405 1953

t.b.v. vaststelling

datum:

Mei 2025

schaal:

1:500

getekend:

J-H

nummer:

P230020

bladformaat:

A3

NL.IMRO.0296.NRDVeenhof1712-VG01 bezoekadressen en contactgegevens:

2009

Locatie Nijmegen:

Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen

Locatie Rosmalen:

Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

2011 2013

1407

status:

idn-nummer:

Verbeelding 2024

1957

2003

1803 18 01

2022

1602 1411

2007 2005

Bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

Veenhof

Veenhof Veenhof

Gemeente Wijchen

Veenhof

1973

Veenhof

of

1511A

N 2015 2017

1902

Pouderoyen Tonnaer is een zelfstandig onderdeel van de Aelmans Adviesgroep

Telefoon: E-mail: Website:

+31 (0)24 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Bestemmingsplan - Regels -

Beschermd Wonen Veenhof Gemeente Wijchen

BESTEMMINGSPLAN - Regels -

Beschermd Wonen Veenhof Gemeente Wijchen

IDN-nummer:

NL.IMRO.0296.NRDVeenhof1712-VG01

Status:

vastgesteld

Datum:

9 mei 2025

Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels

5

Artikel 1 Artikel 2

5 7

Begrippen Wijze van meten

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

9

Artikel 3 Artikel 4

9 11

Maatschappelijk Waarde - Archeologie 2

Hoofdstuk 3 Algemene regels

13

Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

13 14 15 16

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

17

Artikel 9

Overgangsrecht

17

Artikel 10

Slotregel

18

Regels

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

3

4

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan 'Beschermd Wonen Veenhof' met identificatienummer NL.IMRO.0296.NRDVeenhof1712-VG01 van de gemeente Wijchen; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.5

bestaand bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzagelegging van het ontwerpplan, dan wel zoals die mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning; het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen;

1.6 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.7 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.8 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.9 bouwlaag een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van kelder en zolder; 1.10 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

5

1.11 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel; 1.12 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.13 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.14 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.15 hoofdgebouw een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie en/of afmetingen als belangrijkste bouwwerk is aan te merken, met dien verstande dat aan- en/of uitbouwen en bijgebouwen niet tot het hoofdgebouw worden gerekend; 1.16

maatschappelijk

voorzieningen ten behoeve van openbaar bestuur, openbare dienstverlening, religie, verenigingsleven, onderwijs met bijbehorende sport- en gymnastieklokalen, (kinder)dagopvang, opvoeding, cultuur, lichamelijke en/of geestelijke volksgezondheid; 1.17 ondergeschikte bouwdelen ondergeschikte delen aan een gebouw zoals, trappen, bordessen, funderingen, kelderingangen, overstekende daken, goten, luifels, balkons, balkonhekken, schoorstenen, liftopbouwen en andere ondergeschikte (dak)opbouwen; 1.18 peil a. voor gebouwen minimaal 8,2 m +NAP; 1.19 voorgevel de gevels van een hoofdgebouw, gekeerd naar de weg of het openbaar gebied; 1.20 woning/wooneenheid een complex van ruimten, krachtens zijn indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouden; 1.21 woonzorgeenheid een woning die gekoppeld is aan een zorgfunctie ten behoeve van de bewoner(s) met een geïndiceerde zorgbehoefte. Het betreft niet-zelfstandige wooneenheden

6

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand van een gebouw tot de perceelsgrens: de afstand van een gebouw tot de perceelsgrens wordt bepaald door het buitenwerks meten van de kortste afstand van een gevel van het gebouw tot de perceelsgrens; 2.2 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.3 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.4 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

7

2.7 de verticale diepte van een gebouw de diepte van ondergrondse bebouwing, gemeten vanaf de onderzijde van de begane grondvloer van het bijbehorende hoofdgebouw.

8

bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=42e02530-ba86-4e2b-8b9b-e089719d0411