Agendabundel
Tekst van het document
Hij geeft als concreet voorbeeld de vervanging van de riolering. Als de straat open ligt voor werkzaamheden, is dat volgens hem het moment direct mee te denken over het versterken van het elektriciteitsnet, warmtepompen, het aanleggen van een warmtenet of andere duurzame maatregelen. Dit voorkomt dubbele overlast voor inwoners en is op de lange termijn aanzienlijk efficiënter en goedkoper. Hij roept het college op het principe van integrale samenwerking niet alleen op papier, maar juist in de praktijk met volle overtuiging toe te passen. Hij vraagt een structurele samenwerking tussen alle afdelingen. De fractie van D66 staat achter deze lokale energiestrategie en prijst de participatie en de realistische blik, maar vraagt een ambitieuzere en duidelijkere tijdlijn voor de warmtetransitie, met oog voor de kosten voor de inwoners en een echte integrale aanpak. De heer Verharen (Kernachtig Wijchen) vindt dat het uitvoeringsprogramma concreet en levendig is, en flexibel kan meebewegen met ontwikkelingen en nieuwe projecten. Hij noemt verschillende ontwikkelingen zoals een mogelijk tweede windpark, zonnepark Bankhoef, grootschalige zonnedaken, netcongestie, de salderingsregeling, kosten voor het terugleveren van zonne‑energie, en de opkomst van groene waterstof en kernenergie. Hij vermeldt dat TenneT de capaciteit pas na 2033 vergroot, wat invloed heeft op de huidige situatie.
De heer Verharen vraagt naar de plannen voor een warmtenet aangesloten op de verbrandingsoven van de afvalcentrale ARN, gezien de nationale wetgeving die uitgaat van het terugdringen van afvalverbranding en de verwachting dat dit in 2050 niet meer is toegestaan. Hij vraagt duidelijkheid over een goed alternatief als de ARN wegvalt. Hij is kritisch over warmtenetten en vraagt een uitgebreide planning en duidelijkheid over de rol van de raad. De heer Verharen vraagt de wethouder wanneer hierover meer duidelijkheid kan worden gegeven. Hij bespreekt verder het energieverbruik bij bedrijven, waarbij hij verwijst naar het rekenkameronderzoek Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht. Hij merkt op dat 63% van de gecontroleerde bedrijven de verplichte maatregelen energie te besparen niet of deels niet heeft genomen. Hij vindt het een slechte zaak dat er na 2022 geen bedrijven meer zijn gecontroleerd. Hij vraagt prioriteit voor het zakelijk energieloket en het project regionaal expertisecentrum energie. De heer Verharen vraagt wanneer een voorstel voor de tender voor een tweede windpark wordt verwacht. Hij maakt zich zorgen over de projecten en activiteiten in het buitengebied van Niftrik, Lienden en Hernen en pleit voor zuinigheid op het buitengebied. Hij vraagt of het regionale mobiliteitsplan (RMP) moet worden opgenomen in het uitvoeringsprogramma.
Hij vraagt ook of andere projecten in het communicatie‑participatieplan moeten worden opgenomen, met name projecten die veel impact hebben op de fysieke leefomgeving en energiearmoede. Tot slot bespreekt hij de benodigde capaciteit en begroting
Verslag commissievergadering d.d. 12 juni 2025
pagina 14 van 21
tot en met 2027, waarbij hij wijst op de invloed van nieuwe inzichten en ontwikkelingen, en de rol van de Groene Metropoolregio (GMR) om subsidie binnen te halen. De heer L. Herms (Wijchen Lokaal) ziet in de nota een aantal goede en hoopvolle elementen, zoals de verdere uitwerking van het zonnepark Bankhoef en het stimuleren van duurzaamheid onder ondernemers. Hij pleit ervoor de beschikbare middelen vooral in te zetten voor lokale ondernemers, die vaak wel willen verduurzamen, maar financieel niet rondkomen. Hij is tegen de uitbreiding van windenergie en pleit voor een windstil Wijchen, met meer zon op het dak en ruimte voor lokale initiatieven. Hij geeft aan dat Wijchen Lokaal het stuk als geheel niet kan steunen. Mevrouw Hoogteijling (CDA) geeft aan dat haar fractie heel blij is met de lokale energiestrategie. Ze vindt het document duidelijk opgesteld, realistisch, haalbaar en betaalbaar. Ze benadrukt dat het geen statisch document is en dat de strategie steeds opnieuw moet worden bijgesteld. Ze betreurt dat de middelen voor verduurzaming vanuit het Rijk zijn stopgezet en stelt voor tijdens de Perspectiefnota te kijken of de gemeente hiervoor een voorstel kan doen. De heer Burgers (PvdA) bespreekt het uitvoeringsprogramma en de verschillende sporen, waarbij hij aangeeft dat bij elk onderdeel van spoor 1 sprake is van ondersteunen, activeren, helpen en verkennen.
Bij spoor 2 is sprake van informeren, adviseren en in kaart brengen. Hij noemt spoor 3, dat zich richt op de lopende projecten zoals windenergie en zonne‑energie, en spoor 4, dat het meerjarenuitvoeringsprogramma mobiliteit betreft. Hij benadrukt dat het college zelf heeft geconcludeerd dat de doelstelling voor 2030 bij lange na niet wordt gehaald en dat, als het huidige tempo wordt voortgezet, 2050 ook een utopie is. Hij geeft aan dat de PvdA pragmatisch is en dat er nog veel laaghangend fruit is dat zonder veel kosten kan worden geplukt. Hij wijst op het bedrijfsleven dat twee derde van de energie in Wijchen verbruikt en verplicht is duurzaamheidsmaatregelen te nemen die in vijf jaar kunnen worden terugverdiend. Hij benadrukt dat de omgevingsdienst, de ODRN, hierop moet toezien en dat het huidige tempo van controle te laag is. Hij vraagt de wethouder of hij het rapport van de rekenkamer onderschrijft en wat hij hiermee doet. De fractie van de PvdA is voornemens een motie in te dienen de handhaving van de energiebesparingsplicht specifiek voor Wijchen te versterken met extra inzet. De heer Van Krevel (GroenLinks) geeft een terugblik op de nulmeting van 2015 en de roadmap die toen werd opgesteld door adviesbureau TAUW. Hij uit zijn zorgen over het feit dat de CO2‑uitstoot van de gemeente Wijchen in de tussenliggende periode nauwelijks is veranderd.
Hij geeft aan dat de huidige beslisnota een herhaling van zetten is en dat een groot risico bestaat dat de urgentie van het energie- en klimaatprobleem verdwijnt. Hij noemt voorbeelden zoals de onzekerheid rondom zonnepark Bankhoef en de stagnerende bouw van zonnedaken. Hij geeft aan dat de intenties goed zijn. Hij vraagt de wethouder en de andere partijen in de raadzaal of zij de plannen realistisch en haalbaar achten en hoe relevant zij dit onderwerp vinden. Hij benadrukt dat radicale besluiten nodig zijn om de jongeren een toekomst te bieden en dat de raad de zaak urgent moet houden zonder fatalistisch te worden. Mevrouw Peters‑Vroom (VVD) geeft aan dat haar fractie met aandacht kennis heeft genomen van het stuk. Ze noemt het een mooie paraplu met alle lopende initiatieven inzichtelijk, maar tegelijkertijd ook een complexe paraplu. Ze wijst op de netcongestieproblemen die mogelijk tot 2035 niet zijn opgelost en benadrukt dat de inwoners en ondernemers hard nodig zijn CO2‑neutraal te worden. Ze geeft aan dat de timing van de LES ongemakkelijk voelt, omdat binnenkort meer duidelijkheid komt over het hoogspanningsstation en de tenderprocedure. Ze benadrukt dat Wijchen iets moet terugkrijgen voor het hoogspanningsstation. Mevrouw Peters‑Vroom benadrukt het belang van windmolens in deze LES. Zij vraagt de Verslag commissievergadering d.d. 12 juni 2025
pagina 15 van 21
wethouder wanneer de kaders voor de tender, die een jaar geleden zijn afgesproken, naar de raad komen voor besluitvorming. Ze vraagt zich af waarom deze tender is vertraagd en of dit te maken heeft met de locatie van het hoogspanningsstation en of dit een van de tendergebieden raakt. Mevrouw Peters‑Vroom noemt vervolgens het dossier van de warmtenetten, dat volgens haar een enorm groot en belangrijk, maar ook kostbaar dossier is. Ze vraagt of de risico's van het warmteplan, dat later in 2025 naar de raad komt, ook in het plan naar voren komen. Tot slot vraagt Mevrouw Peters‑Vroom zich af of de LES wel moet worden vastgesteld of dat deze slechts ter kennisgeving moet worden aangenomen, gezien de diffuse aard en de mogelijkheid dat het plan morgen weer anders kan zijn. De vergadering wordt kort geschorst. De voorzitter vraagt of de raad ermee instemt na de streeftijd van 23.00 uur door te gaan, gezien de aanwezigheid van de mensen van de rekenkamer. Er is algemene instemming om door te gaan. Wethouder Schouten legt uit dat het document de raad duidelijk maakt welke route de gemeente de komende vijf jaar volgt, waardoor de raad grip krijgt en kan bijsturen. Zij benadrukt dat dit het nieuwe aan deze LES is, namelijk dat nu een betrouwbare methode is gevonden om te monitoren.
Ze legt uit dat het uitvoeringsprogramma erbij zit zodat de raad concreet en praktisch kan zien wat er gebeurt. De wethouder erkent dat de energietransitie weerbarstig is. Zij bevestigt dat het realistisch maar ambitieus is en dat nog veel inspanning nodig is om de doelen te halen. Ze verwijst naar de veranderingen in Wijchen, zoals de toename van industrie, en legt uit dat het EMT‑systeem wordt gebruikt om de voortgang te volgen. Ze belooft dat veranderingen in de cijfers aan de raad worden voorgelegd. Wethouder Schouten legt uit dat de gemeente verplicht is uiterlijk in 2026 een warmteprogramma te maken. Zij belooft dat nog voor de zomervakantie van 2025 een routekaart naar de raad komt waarin de route en de momenten voor discussie worden aangegeven. Zij erkent de opmerking van Kernachtig Wijchen over het warmtenet en bevestigt dat er een alternatief moet zijn als een definitieve strategie wordt voorgelegd. Ze verwacht dat de besluitvorming over warmte pas in de tweede helft van 2026 plaatsvindt, omdat de wetten op orde moeten zijn. Ze belooft dat de studie wordt voortgezet. Wethouder Schouten erkent dat bedrijven een belangrijk thema is en dat nog veel winst is te behalen, maar dat het ook moeilijk is voor bedrijven vanwege netcongestie en de moeilijke tijd tijdens de coronaperiode.
Wethouder Schouten legt uit dat bedrijven verplicht zijn maatschappelijke investeringen die binnen vijf jaar terug te verdienen zijn, te doen en dat de omgevingsdienst daarop toeziet. Ze merkt op dat het beeld dat sommige commissieleden schetsen niet helemaal wordt herkend, en verwijst naar een presentatie van de ODRN over de voortgang bij bedrijven op het energiethema. Zij stelt voor dit verder uit te zoeken en de cijfers voor de raadsvergadering op een rij te zetten. Wethouder Schouten legt uit dat de provincie eind 2024 veranderingen heeft doorgevoerd, waardoor de gemeente eerder moest starten met de tender. Ze verwacht dat na de zomer van 2025 de tender aan de raad wordt voorgelegd, maar dat voor de zomer nog een informatienota komt. Ten aanzien van duurzame mobiliteit in relatie met het regioplan, geeft wethouder Schouten aan dat het lokale plan is gebaseerd op het regioplan en dat recente ontwikkelingen worden meegenomen. Ze benadrukt dat de keuze die voorligt een pragmatische keuze is voor haalbare doelen. Ze erkent dat de gemeente weinig invloed heeft en dat de rol van de overheid vooral motiveren en stimuleren is. Zij wijst op regelingen die in het plan zijn opgenomen om mensen te ondersteunen.
Wethouder Schouten geeft aan dat veranderingen in de realiteit ook veranderingen in het plan kunnen betekenen en benadrukt dat het plan voor vijf jaar een hoofdrichting aangeeft en dat tussentijds wordt gemonitord. Wethouder Schouten sluit af met de opmerking dat het plan de komende vijf jaar richting geeft en dat het belangrijk is dat de raad het vaststelt. De heer Burgers (PvdA) vraag of de wethouder achter de conclusies van het rekenkamerrapport staat. De wethouder antwoordt dat ze elk rapport van de rekenkamer Verslag commissievergadering d.d. 12 juni 2025
pagina 16 van 21
waardeert, maar dat ze niet de juiste cijfers bij de hand heeft om een goed oordeel te geven. Ze herhaalt dat bedrijven extra aandacht nodig hebben en dat de cijfers van de ODRN naar de raad worden gestuurd. Tweede termijn De heer Janssen (D66) stelt voor tijdens het bespreken van de Perspectiefnota te kijken naar financiering voor warmtepompen. Hij vindt het plan realistisch, maar denkt dat het ambitieuzer kan. De heer Van Krevel (GroenLinks) vraagt of D66 het realistisch vindt dat in 2030 1.000 woningen op een warmtenet zijn aangesloten. De heer Janssen antwoordt dat dit moeilijk te zeggen is, omdat de plannen per wijk nog moeten komen. De heer Van Krevel concludeert dat D66 de plannen niet realistisch vindt. De heer Janssen erkent dat sommige dingen onduidelijk zijn, maar vindt de plannen over het algemeen realistisch. De heer Verharen (Kernachtig Wijchen) benadrukt dat de afgelopen jaren veel is gepresteerd op het gebied van verduurzaming. De heer Burgers (PvdA) vraagt of hij de plannen realistisch vindt. De heer Verharen antwoordt dat hij vertrouwen heeft in de organisatie en ervan uitgaat dat de plannen realistisch zijn als dat wordt aangegeven.
De heer Van Krevel (GroenLinks) vraagt hoe de heer Verharen tot de conclusie komt dat de plannen nu wel realistisch zijn, terwijl hij eerder aangaf dat de afhankelijkheid van de ARN verbrandingsoven richting 2050 niet realistisch is. De heer Verharen legt uit dat de warmte van de ARN de komende jaren goed kan worden gebruikt zolang er afval wordt verbrand. De heer Verharen wijst op de deelname van mensen aan ECL en de externe factoren die invloed hebben op de voortgang van projecten. De heer Burgers vraagt of de heer Verharen bewust de gemeente niet noemde bij de partijen die goed bezig zijn. De heer Verharen geeft aan dat de gemeente ook goed bezig is, vooral als men kijkt naar het maatschappelijk vastgoed van de gemeente, dat bijna allemaal op niveau A is. De heer Van Krevel vraagt of hij weet wat de CO2‑uitstootvermindering is geweest tussen 1990 en 2019 in de gemeente Wijchen. De heer Verharen geeft aan dat hij de exacte cijfers niet uit zijn hoofd weet, maar dat de CO2‑reductie van 55% waarschijnlijk niet wordt gehaald in 2030 en dat het waarschijnlijk 39% wordt. Hij voegt toe dat de oorspronkelijke doelstelling 49% was en dat deze later is verhoogd naar 55%. De heer Van Krevel merkt op dat het antwoord op zijn vraag 0 is. De voorzitter corrigeert dat dit geen vraag was.
De heer Verharen geeft aan dat er nog veel te doen is en dat veel zaken afhankelijk zijn van nationale regel‑ en wetgeving. Hij geeft aan dat er veel externe factoren zijn waar de gemeente weinig invloed op heeft en dat deze obstakels in beeld moeten worden gebracht. De heer D. Herms (Wijchen Lokaal) geeft aan dat hij benieuwd is naar de uitkomsten van de masterclass over kernenergie. Hij bedankt ook de heer Van Krevel voor het voeren van de discussie en stelt vast dat er een goede nota ligt, maar dat er voor Wijchen Lokaal één punt is waardoor zij niet voor kunnen stemmen. De heer Van Krevel (GroenLinks) vraagt of hij zich kan herinneren hoe Wijchen Lokaal heeft gestemd voor de route bij de LES in 2023 en hoeveel windturbines moeten worden geplaatst. De voorzitter vraagt de heer Van Krevel zijn vraag anders te formuleren, omdat het als een overhoring overkomt. De heer Van Krevel vraagt of de fractieleden van Wijchen Lokaal van mening zijn dat als iemand voor de LESroute 2 stemt, diegene daarmee ook voor windenergie stemt. De heer Herms antwoordt dat Wijchen Lokaal tegen windenergie is en dat ze destijds ook tegen de windturbines bij de Woezik hebben gestemd. Mevrouw Hoogteijling (CDA) geeft aan dat er een tegenstelling lijkt te zijn tussen realisme en haalbaarheid en ambitie.
Ze merkt op dat als je weinig ambities hebt, je wordt aangesproken op te weinig ambities en als je realistische doelen hebt, je niet ambitieus genoeg bent. Ze vraagt de heer Van Krevel hier in zijn tweede termijn meer duidelijkheid over te geven. De heer Burgers vraagt waarop mevrouw Hoogteijling zich baseert dat het voorgestelde plan realistisch is. Mevrouw Hoogteijling merkt op dat de voorgelegde stukken zijn bekeken door Verslag commissievergadering d.d. 12 juni 2025
pagina 17 van 21
ambtenaren met expertise op dit gebied en dat zij vertrouwt op hun informatie. De heer Burgers geeft aan dat mevrouw Hoogteijling een beoordeling over de kwaliteit van het rapport geeft als zij aangeeft dat de plannen realistisch zijn. Mevrouw Hoogteijling geeft aan dat dat geen vraag is en ze vervolgt haar betoog. Ze merkt op dat het CDA natuurlijk meer wil bereiken, maar dat er veel obstakels zijn. De heer Burgers (PvdA) geeft aan dat hij teleurgesteld is over het uitvoeringsprogramma en de beantwoording van de vragen door de wethouder. Hij geeft aan dat netcongestie geen probleem is als je geen energie verbruikt. Mevrouw Hoogteijling (CDA) vraagt of de heer Burgers hiermee ontkent dat netcongestie een probleem vormt. De heer Burgers antwoordt dat netcongestie geen probleem is als men geen energie verbruikt en dat bedrijven al tien jaar weten dat ze moeten bezuinigen als ze de investering in zuinigere oplossingen in vijf jaar kunnen terugverdienen. Hij benadrukt dat handhaving nodig is en dat de gemeente hier winst kan behalen. De heer Van Krevel (GroenLinks) geeft aan dat zijn zorgen niet zijn afgenomen na wat hij tot nu toe heeft gehoord. Hij merkt op dat sommige partijen achteroverleunen en denken dat het wel goed komt als het op papier goed gaat.
Hij benadrukt dat hij niets tegen hoge ambities heeft, maar dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen ambities en haalbaarheid. Hij merkt op dat te hoge ambities vaak leiden tot niets en dat realistische ambities moeten worden gesteld, waarbij de invulling van die ambities ook realistisch moet zijn. Mevrouw Peters‑Vroom (VVD) vraagt de heer Van Krevel of hij met een aangepast voorstel komt de LES meer ambities te geven. De heer Van Krevel antwoordt dat de LES wat hem betreft geen andere of meer ambities hoeft te hebben, maar dat een aantal cijfers moet veranderen. Hij acht de kans klein dat dit binnen twee weken kan worden aangepast. De heer Verharen (Kernachtig Wijchen) vraagt hoe de heer Van Krevel de zorgen, al die doelstellingen te halen, ziet in het licht van het nieuws dat pas vanaf 2033 weer capaciteit is bij TenneT. De heer Van Krevel antwoordt dat hij het nieuws van die ochtend niet heeft gezien, maar dat het feit dat er te weinig netcapaciteit is, niet zorgt voor minder mogelijkheden energie te besparen. Hij geeft aan dat het juist moeilijker wordt energie te gebruiken. De heer Verharen vraagt vervolgens of hij heeft meegekregen dat 3.800 bedrijven in de wachtrij staan en pas na 2033 kunnen worden aangesloten. De heer Van Krevel geeft aan dat hij dit niet heeft meegekregen en vraagt zich af wat dit met de discussie te maken heeft.
De heer Burgers (PvdA) vraagt hoe hij staat tegenover intensiever controleren bij bedrijven en de wetgeving handhaven, zoals voorgesteld in de aangekondigde motie. De heer Van Krevel antwoordt dat hij hier positief tegenover staat. Hij schrok van de cijfers Hij betreurt dat het aantal bezoeken door de omgevingsdienst na 2023 is gestagneerd en vindt dat nog veel winst is te behalen op het gebied van energiebesparingsmaatregelen. De heer D. Herms (Wijchen Lokaal) vraagt naar het nut van zijn vlammende betoog als hij nu niet met ideeën komt. De heer Van Krevel antwoordt dat hij wil dat Wijchen en de gemeenteraad wakker worden en dat de ambities die worden geformuleerd haalbaar zijn en mogelijk worden gemaakt. De heer Verharen vraagt de heer Van Krevel waarop hij baseert dat de raad nu wakker aan het worden is. De heer Van Krevel geeft aan dat hij dit baseert op gegevens uit het rapport waarin staat dat de CO2‑uitstoot in 1990 identiek is aan die in 2019 en dat in 2023 nauwelijks verandering is geweest. Mevrouw Hoogteijling (CDA) vraagt of hij het met haar eens is dat toch een forse CO2‑reductie is gerealiseerd in die periode. De heer Van Krevel antwoordt dat dit in absolute zin niet het geval is, maar in procentuele zin enigszins, hoewel veel te weinig. De heer Van Krevel merkt op dat de VVD heeft aangegeven iets terug te willen voor het nieuwe hoogspanningsstation.
Hij vraagt zich af wat daarmee wordt bedoeld. Mevrouw Peters‑Vroom (VVD) geeft aan dat het hoogspanningsstation nodig is, maar dat andere gemeenten dan wellicht windmolens kunnen plaatsen. Mevrouw Hoogteijling vraagt of de heer Van Krevel de maatregelen in de LES realistisch vindt. De heer Van Krevel antwoordt dat hij een aantal zaken die in de LES worden benoemd niet realistisch vindt. Mevrouw Hoogteijling vraagt of hij de maatregelen in de LES ambitieus vindt. Verslag commissievergadering d.d. 12 juni 2025
pagina 18 van 21
De heer Van Krevel geeft aan dat hij de maatregelen te ambitieus vindt ten opzichte van de realiteit die mogelijk is. De heer Verharen vraagt de heer Van Krevel of hij de nota steunt. De heer Van Krevel antwoordt dat hij dit waarschijnlijk wel doet, maar met pijn in het hart. Mevrouw Peters‑Vroom (VVD) geeft aan dat de VVD liever het glas half vol ziet dan half leeg. Ze merkt op dat als er geen plannen zijn, er ook niets gebeurt. Daarom ondersteunt de fractie van de VVD de plannen, hoewel ze kritisch zijn op de invulling ervan. De heer Burgers (PvdA) vraagt of ze de motie meer bedrijven te controleren ondersteunt. Mevrouw Peters‑Vroom antwoordt dat zij graag de toezegging van de wethouder wil ontvangen dat de stukken worden meegenomen in de beoordeling, waarna zij met een afgewogen oordeel komt. De voorzitter constateert dat een motie is aangekondigd. Hij stelt voor het laatste agendapunt uiterlijk 23.45 uur af te ronden en krijgt instemming van de aanwezigen. 7.3 269931 Beslisnota rekenkameronderzoek omgevingsparticipatie De voorzitter geeft aan dat het rekenkameronderzoek met betrekking tot de omgevingsparticipatie voorligt. De raad wordt gevraagd de conclusies en aanbevelingen van de rekenkamer over te nemen.
De rekenkamer heeft onderzoek uitgevoerd en speelt daarmee in op scherper inzicht krijgen op hoe de omgevingsparticipatie in Wijchen is vormgegeven en hoe dit verder kan worden verbeterd. De rekenkamer concludeert dat de nodige stappen worden gezet, bijvoorbeeld via geactualiseerde participatiewijzers. Tegelijkertijd constateert de rekenkamer dat verdere concretisering nodig is. Het rapport heeft drie aanbevelingen: een duidelijk voorstel voor een participatieverordening, het participatiebeleid verduidelijken en de participatiewijzer aanpassen om grip op complexe projecten te vergroten. Eerste termijn De heer Burgers (PvdA) geeft aan dat zijn partij het eens is met de rekenkamercommissie en de participatieverordening tegemoet ziet. Hij benadrukt het belang van een goed participatieplan voorafgaand aan complexe projecten, zodat de participatie op een goede manier kan worden toegepast. Hij waarschuwt dat participatie soms als een kunstje wordt gezien en benadrukt dat het van tevoren goed moet worden meegenomen in de plannen. De heer Schipper (VVD) stemt in met de conclusies van het rekenkamerrapport. Hij ziet het opstellen van een participatieverordening niet alleen als een verplichting, maar ook als een kans duidelijke kaders te stellen. Hij vraagt aandacht voor doelmatigheid en het vermijden van onnodige lasten voor initiatiefnemers, vooral bij kleinere projecten.
Hij pleit voor het slim inzetten van digitale middelen om het proces eenvoudig te houden. Mevrouw Kuipers (Wijchen Lokaal) geeft aan dat zij als raadslid veel heeft opgestoken van het rapport. Zij is positief over de reactie van het college en stelt voor de beslisnota als hamerstuk naar de raadsvergadering te sturen. Zij stemt in met de punten 1 en 2 van de nota en kijkt uit naar de participatieverordening. Mevrouw Joosse‑de Visser (CDA) benadrukt de druk op de omgeving door de behoefte aan wonen, groen, natuur, bedrijven, fietspaden en ruimte voor energietransitie. Zij wijst op de woningnood en de noodzaak woningbouwprojecten snel en goed te realiseren. Zij omarmt de aanbeveling van de rekenkamer om het participatietraject beter te organiseren. De heer Lukkezen (D66) benadrukt dat de woorden over vertrouwen, zeggenschap en het serieus nemen van inwoners rechtstreeks uit hun eigen visie lijken te komen. Hij spreekt zijn steun uit voor de beslisnota en de aanbevelingen, maar benadrukt dat het niet bij formaliteiten moet blijven. Hij pleit voor participatie die toegankelijk is voor alle inwoners, ongeacht achtergrond of opleiding, en ziet participatie als een morele opdracht inwoners te erkennen als Verslag commissievergadering d.d. 12 juni 2025
pagina 19 van 21
volwaardige partners in het maken van hun leefomgeving. Hij geeft aan dat inwoners niet pas moeten worden betrokken als het plan al af is, maar al bij de eerste schets. Hij uit zijn ongenoegen over het feit dat inwoners niet op alle stukken kunnen inspreken en merkt op dat juist nu het vertrouwen in de overheid onder druk staat, het belangrijk is te laten zien dat het anders kan. De heer Kersten (Kernachtig Wijchen) geeft aan dat de conclusies glashelder zijn. Hij merkt op dat belangrijke stappen zijn gezet op het gebied van participatie bij woningbouwprojecten, maar dat er nog werk aan de winkel is. Hij vindt het lerende vermogen en de realistische blik van het rapport belangrijk, maar geeft aan dat het essentieel is duidelijk te zijn over rechten, plichten en mogelijkheden. Hij vraagt hoe het college het punt van afdwingbaarheid ziet, met name bij participatiewijzers. De heer Tiemessen (GroenLinks) geeft aan dat GroenLinks positief is over de nota. Hij benadrukt dat de conclusies concrete aandachtspunten bieden en voorbeelden bevatten voor beleid de grip op de omgevingsdialoog bij complexe of controversiële projecten te versterken. Hij stelt voor afwegingskaders op te stellen op basis van de complexiteit van de aanvragen, waardoor categorieën kunnen worden opgesteld die verschillend zijn in de uitvoering van de omgevingsparticipatie en de verplichtingen.
Hij pleit voor het automatisch agenderen van aanvragen van de meest complexe categorie als bespreekstuk, zodat indieners en betrokken inwoners de gelegenheid krijgen hun mening te geven. Wethouder Gerrits legt uit dat vanuit de Omgevingswet een verplichting is tot participatie en dat de raad kaders heeft gegeven die meer richting geven dan wat de Omgevingswet biedt. Hij waarschuwt dat het proces niet te veel als een proces moet worden gezien, maar dat het doel van participatie, namelijk het daadwerkelijk betrekken van inwoners, centraal moet staan. Hij is op voorhand geen voorstander van het strakker maken van de regels. Tweede termijn De heer Lukkezen (D66) vraagt de heer Kersten wat hij nu precies wil bereiken met zijn vraag over afdwingbaarheid. Hij vraagt ook aan de heer Tiemessen of hij hetzelfde wil als de fractie van D66. De heer Tiemessen (GroenLinks) geeft aan dat het een feit is dat op dit moment geen mogelijkheid is iets opnieuw op de agenda te zetten zonder de voltallige raad akkoord te laten gaan. Hij benadrukt dat het gaat om grote projecten en dat de categorisering van aanvragen belangrijk is. Hij geeft aan dat complexe projecten een specifieke omgevingsdialoog en omgevingsparticipatie vereisen. De heer Kersten (Kernachtig Wijchen) vraagt wat GroenLinks verstaat onder complexe projecten.
De heer Tiemessen legt uit dat het gaat om grote bouwplannen en dat de wijze van omgevingsdialoog en omgevingsparticipatie daar een belangrijke rol in spelen. Hij geeft als voorbeeld de insprekers die eerder op de avond aan het woord zijn geweest. De heer Lukkezen (D66) vraagt of GroenLinks hetzelfde doel nastreeft, namelijk dat iedere inwoner kan inspreken op welk stuk dan ook. De heer Tiemessen benadrukt dat hij en de heer Lukkezen hetzelfde doel nastreven, namelijk dat inwoners inspraak moeten hebben bij complexe projecten. Hij verduidelijkt dat het hierbij gaat om grotere bouwplannen die automatisch dienen te worden geagendeerd. De heer Kersten legt uit dat zelfs bij complexe bouwprojecten, zoals in Amersfoort en Eindhoven, nog steeds ontevredenheid bestaat onder de inwoners. Hij vraagt of de heer Tiemessen het met hem eens is dat mensen ondanks inspraak nog steeds ontevreden kunnen zijn over de inhoud van een project. De heer Tiemessen antwoordt dat hij het belangrijk vindt dat de raad inzicht krijgt in hoe de omgevingsdialoog en de verplichtingen voor initiatiefnemers worden toegepast. Hij benadrukt dat dit meer duidelijkheid geeft over het proces en de doelmatigheid ervan. Mevrouw Kuipers (Wijchen Lokaal) vraagt hoe de heer Tiemessen staat tegenover het idee van
Verslag commissievergadering d.d. 12 juni 2025
pagina 20 van 21
de heer Lukkezen dat inwoners bij alles inspraak moeten hebben. De heer Tiemessen zoekt naar een tussenoplossing en legt uit dat veel weerstand is tegen volledige participatie. De heer Lukkezen vraagt waarom de heer Tiemessen kiest voor een tussenoplossing in plaats van een echte oplossing. De heer Tiemessen denkt dat door alleen complexe aanvragen automatisch te agenderen, er meer kans is op succes. Mevrouw Kuipers vraagt wie bepaalt of een project complex is. De heer Tiemessen legt uit dat dit wordt bepaald door de categorisering die in het begin is afgesproken. Als een ondernemer of ontwikkelaar met een complex project aankomt, wordt de weg van omgevingsparticipatie anders dan bij kleinere projecten. De voorzitter stelt voor dat de heer Tiemessen dit onderwerp verder bespreekt in het presidium en dat de vergadering zich houdt aan het huidige onderwerp. De heer Kersten (Kernachtig Wijchen) is blij met het antwoord van de wethouder. De heer Burgers (PvdA) vraagt de heer Kersten of hij niet twee dingen door elkaar haalt door te benadrukken dat participatie in Amersfoort niet goed is verlopen. De voorzitter vraagt de heer Burgers zijn vraag kort te houden. De heer Burgers besluit geen vragen meer te stellen. De heer Kersten benadrukt dat in Wijchen veel goede participatieprocessen zijn bij woningbouwprojecten.
De heer Tiemessen (GroenLinks) vraagt waarom de heer Kersten zegt dat sommige partijen vinden dat woningbouwprojecten niet goed verlopen. De heer Kersten verwijst naar de opmerking dat participatie een kunstje is. Hij verwijst naar een rapport van de rekenkamer waarin wordt geconcludeerd dat participatie bij woningbouwprojecten in Wijchen goed verloopt. De heer Burgers vraagt of bij participatieprojecten een verschil wordt gemaakt tussen deelnemen aan participatie en het feit dat de helft van de mensen misschien ontevreden is omdat zij hun zin niet krijgen. Hij benadrukt dat participatie wel heeft plaatsgevonden en dat dit belangrijk is. De heer Kersten reageert door te bevestigen dat dit inderdaad het geval is. Hij legt uit dat bij veel participatieprojecten deelnemers goed participeren, maar dat er nog steeds ontevredenheid kan zijn. Hij verwijst opnieuw naar het rapport van de rekenkamer, dat aantoont dat deelnemers soms ontevreden zijn over de uitkomst van een woningbouwproject, niet over het participatieproces zelf. De voorzitter besluit het debat af te ronden, aangezien de afgesproken tijd van 23.45 uur is overschreden. Hij constateert dat geen moties of amendementen zijn aangekondigd en stelt voor dit stuk als hamerstuk in de raadsvergadering van 26 juni 2025 te behandelen. 8. Sluiting De voorzitter sluit de vergadering en bedankt alle aanwezigen voor hun deelname.
Verslag commissievergadering d.d. 12 juni 2025
pagina 21 van 21
Commissievergadering Wijchen Dossiernummer
6886
Extern Zaak ID
Z/23/146826
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
11 september 2025
Agendapunt
7.1
Titel
146826 Beslisnota raad vaststellen bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof
Organisatieonderdeel
domein Fysieke leefomgeving - team Gebiedsontwikkeling
Eigenaar
Welbers - Bindels, Susanne
Soort nota
Beslisnota
Programma/Paragraaf
P8 Wonen en bouwen
Portefeuillehouder(s) Wijchen
Gerrits, G.W.R. (Geert)
Bijlagen 146826 Beslisnota raad vaststellen bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof 1 Beschermd Wonen Veenhof_Toelichting_1 2 Verbeelding (P230020 BP Veenhof Wijchen)_mei 2025 3 Beschermd Wonen Veenhof_Regels_1 Bijlage 4 Terreininrichtingsplan Bijlage 5 Bouwplan schetsontwerp Bijlage 6 Notitie verkeersaspecten Bijlage 7 Quickscan Externe veiligheid Bijlage 8 Standaard verantwoording Externe veiligheid Bijlage 9 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 10 Notitie Stikstof Bijlage 11 Quickscan flora en fauna Bijlage 12 Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek Bijlage 13 Selectiebesluit Bijlage 14 Watertoets Bijlage 15 Digitale toets Waterschap Rivierenland Bijlage 16 Bezonningsstudie bestaand bomenbestand Bijlage 17 Bezonningsstudie nieuwe situatie
Bijlage 18 Participatie bijlage 1 Bijlage 19 Participatie bijlage 2 Bijlage 20 Participatie bijlage 3 Bijlage 21 Participatie bijlage 4 Bijlage 22 Participatie bijlage 5 Bijlage 23 Advies GG 6-11-2024 Bijlage 24 Advies GG maart 2025 Bijlage 25 Zienswijzennota anoniem Geagendeerd
Vergaderdatum
College BenW openbaar Wijchen
20 mei 2025
Stukken Agendacommissie Wijchen
23 mei 2025
Commissievergadering Wijchen
11 september 2025
Raad openbaar Wijchen
25 september 2025
Voorgesteld besluit 1. In te stemmen met de beantwoording van de ingekomen zienswijzen zoals opgenomen in de zienswijzennota. 2. Het bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof gewijzigd vast te stellen. 3. Geen exploitatieplan vast te stellen. 4. Geen m.e.r.-beoordeling als bedoeld in artikel 2, lid 5 van het Besluit mer uit te voeren.
Openbaar
Zaaknummer: Z/23/146826
Beslisnota voor de Gemeenteraad Onderwerp: raad vaststellen bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof Collegedatum: 20 mei 2025 Voorgesteld besluit de Gemeenteraad besluit: 1. In te stemmen met de beantwoording van de ingekomen zienswijzen zoals opgenomen in de zienswijzennota. 2. Het bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof gewijzigd vast te stellen. 3. Geen exploitatieplan vast te stellen. 4. Geen m.e.r.-beoordeling als bedoeld in artikel 2, lid 5 van het Besluit mer uit te voeren. Aanleiding Op 1 maart 2022 heeft ons college besloten in principe medewerking te verlenen aan de ontwikkeling van maximaal 54 zorgwoningen voor beschermd wonen op de locatie Veenhof 1712 in Wijchen. Dit is de voormalige locatie van de Paschalisschool. Initiatiefnemers van deze ontwikkeling zijn Talis en ZZG Zorggroep. De bedoeling is dat de nieuwe zorgeenheden op de Veenhof een vervanging vormen de bestaande locatie De Weegbree van ZZG Zorggroep. Deze locatie is namelijk verouderd. Vanaf 21 december 2023 heeft het ontwerpbestemmingsplan voor zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn was het mogelijk een zienswijze te geven op het plan. Op 20 mei 2025 hebben wij besloten een anterieure overeenkomst te sluiten met de initiatiefnemer. Eerdere besluiten Datum
Korte omschrijving eerder genomen besluit (vermeld zo mogelijk het zaaknummer/documentnummer)
1-3-2022
Collegebesluit om principemedewerking te verlenen aan het realiseren van maximaal 54 woningen voor beschermd wonen (Z/21/068240).
5-12-2023
Collegebesluit om ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen (Z/23/146826)
20-5-2025
College besluit om anterieure overeenkomst te sluiten (Z/23/146826)
Gewenst resultaat Het vaststellen van het bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof en hiermee de realisatie van het project mogelijk maken.
Pagina 1 van 5
Openbaar
Zaaknummer: Z/23/146826
Argumenten 1.1 Deze nota is het resultaat van de beoordeling van de ingekomen zienswijzen. Het ontwerpbestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof heeft vanaf 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024 voor iedereen ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn zijn er 44 schriftelijke zienswijzen bij uw raad ingekomen. In de nota zienswijzen zijn deze zienswijzen samengevat en van een reactie voorzien. De wijzigingen die uit de beoordeling van de zienswijzen voortkomen zijn verwerkt in het vast te stellen bestemmingsplan. Om kort te zijn verwijzen wij uw raad naar de nota zienswijzen (bijlage 25). Om reden van bescherming van persoonsgegevens is deze nota overigens geanonimiseerd. De meest in het oog springende thema’s uit de zienswijzennota zijn de volgende: Verkeer en parkeren Er bestaat angst dat toename van verkeer en extra parkeerbehoefte zal leiden tot overlast en onveilige situaties in de wijk. In notitie verkeersaspecten (bijlage 6) is onderbouwd dat de bestaande wegstructuur voldoende is voor de te verwachten verkeersbewegingen. Ook is toegelicht dat er voldoende parkeerplaatsen zijn voorzien om te kunnen voldoen aan de gemeentelijke parkeernomen. Omvang, vorm en situering De omvang, vorm en situering van het gebouw wordt vaak genoemd. Het gebouw zou te hoog en groot om in te passen in de omgeving. Dit zou zorgen voor extra schaduw, het beperken van uitzicht zijn of privacy.
Mede naar aanleiding van deze zienswijzen is in overleg met de dorpsbouwmeester het plan aangepast (zie ook argument 3.2). Uit de advisering van de dorpsbouwmeester blijkt dat de omvang, vorm en situering passend is in de omgeving. Dit geldt ook voor de bouwhoogte van 3 lagen. De huidige planologische mogelijkheden op deze locatie maken reeds een fors gebouw mogelijk. Uit de bezonningsstudie blijkt dat er de beperkte extra schaduw ruimschoots onder de hiervoor bekende normen blijft. Privacy blijft gewaarborgd omdat enerzijds het nieuwe gebouw alleen gericht is op de voorgevels van woningen in de omgeving en anderzijds omdat de bomenrijen rond het perceel blijven staan en hiermee het zicht blijven bepalen. Groen Een van de bezwaren is dat het oppervlak aan groen afneemt. Het verhard oppervlak neemt echter juist af. De footprint van het gebouw is weliswaar groter dan het huidige gebouw, maar het terrein is in de huidige situatie grotendeel verhard. In de nieuwe situatie zal het buitenterrein groener worden ingericht. Behoefte Genoemd wordt dat er behoefte is aan andere woonvormen, eventueel gecombineerd met zorg. Daarbij zijn er al andere zorgpartijen en zorgvoorziening in de omgeving. Dit neemt niet weg dat er ook behoefte is aan een woonzorgfunctie met niet-zelfstandige woningen en intramurale zorg.
Uit de Woonzorgvisie Wijchen blijkt een mismatch in vraag en aanbod van intramurale zorg. Cijfers over Wijchen laten zien dat het aanbod van wonen en zorg nu onvoldoende aansluit op de huidige en toekomstige vraag van inwoners met een zorg en ondersteuningsvraag. Dit geldt niet alleen voor de opgave voor zelfstandig thuis wonen en beschut wonen. Ook is het aanbod voor intramurale huisvesting voor ouderen onvoldoende. Daarbij ligt er ook een grote vervangingsopgave voor de verouderde locatie De Weegbree. Communicatie en participatie Er wordt aangegeven dat het communicatie- en participatieproces onvoldoende heeft plaatsgevonden. Er is echter een uitgebreide omgevingsdialoog gevoerd. Zie hiervoor ook
Pagina 2 van 5
Openbaar
Zaaknummer: Z/23/146826
de paragraaf ‘inwonersparticipatie’. Ondanks dat weerstand tegen de plannen mogelijk zijn, betekent dit niet dat de communicatie en participatie niet goed doorlopen zijn. 2.1 Het bestemmingsplan en bijhorende onderzoeksrapporten zijn getoetst en akkoord bevonden. Het door de initiatiefnemer opgestelde bestemmingsplan en de daarbij horende onderzoeken zijn intern getoetst door de verschillende vakspecialisten. Ook de ODRN is gevraagd om onderzoeken te toetsen. 2.2 De gewijzigde vaststelling vloeit voort uit de nota zienswijzen. De beoordeling van de zienswijzen en daarop volgende overleggen en afstemming met de dorpsbouwmeester hebben geleid tot aanpassingen van het bestemmingsplan. De wijzigingen vloeien voort en worden toegelicht in de nota zienswijzen. De belangrijkste wijziging bestaat uit een aanpassing in de vormgeving en situering van het gebouw en optimalisatie van de terreininrichting. Het gebouw is compacter gemaakt waardoor de footprint van het gebouw is verkleind en de afstand tot de omliggende straten is vergroot. Hierdoor is het aandeel groen op het terrein ook vergroot. Qua architectuur is het gebouw beter ingepast in de omgeving. De Commissie Ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Wijchen een positief advies afgegeven over het aangepaste plan (bijlage 24). Door aanpassingen van het bouwvlak is de aangepaste situering en footprint in het bestemmingsplan geborgd.
Daarnaast is in de anterieure overeenkomst uitvoering van het aangepaste plan overeengekomen. Een andere belangrijk wijziging die is doorgevoerd, betreft het verwerken van de nieuwe in 2024 vastgestelde parkeernormen 2.3 Het bestemmingsplan levert een bijdragen aan de doelen uit de Woonzorgvisie. Een van de doelen uit de woonzorgvisie is het ontwikkelen van voldoende en passende woonzorglocaties, met name voor ouderen. Het realiseren van woonzorgwoningen op de planlocatie op de Veenhof is daarnaast als potentiële locatie opgenomen in de Woonzorgvisie. Dit bestemmingsplan maakt ontwikkeling van een woonzorgvoorziening op de Veenhof mogelijk en draagt hiermee bij aan de beleidsdoelstellingen uit de Woonzorgvisie. 2.4 Ten behoeve van de planvorming heeft een omgevingsdialoog plaatsgevonden. Bij de principemedewerking is als voorwaarde opgenomen dat de initiatiefnemer een omgevingsdialoog uitvoert. Ten behoeve van deze omgevingsdialoog zijn er door de initiatiefnemer twee informatieavonden georganiseerd voor belangstellenden. Daarnaast is er een klankbordgroep opgericht die in totaal vijfmaal bijeen is gekomen. Van deze omgevingsdialoog is verslag gedaan in paragraaf 7.2 van de toelichting van het bestemmingsplan. In deze paragraaf laat de initiatiefnemer zien dat er geluisterd is naar de belangen en ideeën van omwonenden.
Ook is gemotiveerd op welke manier de initiatiefnemer omgaat met de ideeën die zijn ontvangen bij de omgevingsdialoog. Zie hiervoor met name, bijlage 22, het verslag van de klankbordgroepbijeenkomst op 23 mei 2023, waarbij initiatiefnemer reageert op alternatieven en opmerkingen van buurtbewoners. 3.1 Het kostenverhaal is anderszins verzekerd. Door het sluiten van een anterieure overeenkomst is onder andere het verhaal van de gemeentelijke kosten en het doorleggen van eventuele planschade naar de ontwikkelaar vastgelegd. Met deze overeenkomst is het verhaal van de gemeentelijke kosten zeker gesteld, waardoor er tegelijk met de vaststelling van het bestemmingsplan geen exploitatieplan vastgesteld hoeft te worden.
Pagina 3 van 5
Openbaar
Zaaknummer: Z/23/146826
4.1 Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen te verwachten zijn. Op grond van het bepaalde in de Wet milieubeheer (artikel 7.16 tot en met artikel 7.20) en het Besluit milieueffectrapportage hoeft er geen milieueffectrapport te worden opgesteld voorafgaand aan de procedure voor een bestemmingsplan, als er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn. Uit de vormvrije MERbeoordeling, opgenomen in paragraaf 5.14 van de toelichting van het bestemmingsplan, blijkt inderdaad dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Tegenargumenten en risico’s 1.1 Diverse omwonenden en andere belanghebbenden hebben meerdere malen hun bedenkingen bij het plan aan de orde gesteld. Verschillende omwonenden hebben diverse malen laten weten dat ze bedenkingen hebben bij dit initiatief. Dit blijkt onder andere uit de ontvangen zienswijzen. Uit de beantwoording van de zienswijzen (argument 3.2) en verslag van de omgevingsdialoog (argument 3.4) wordt duidelijk dat rekening is gehouden met de bedenkingen bij dit plan en dat dit ook heeft geleid tot aanpassing van het plan. Uit de toelichting bij het bestemmingsplan wordt duidelijk dat er sprake is van een goede ruimtelijk ordening. 2.1 Er kan beroep worden ingesteld tegen het vaststellingsbesluit.
Tegen het vastgestelde bestemmingsplan kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling). Financiële gevolgen De kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan en bijhorende onderzoeksrapporten komen voor rekening van de initiatiefnemer. Daarnaast zijn de reguliere legeskosten in rekening gebracht. Tevens is er een anterieure overeenkomst gesloten. De gemeente ontvangt een exploitatiebijdrage van de initiatiefnemer. Communicatie De vaststelling van het bestemmingsplan wordt bekend gemaakt via het Gemeenteblad en in de Wegwijs. Het vastgestelde bestemmingsplan kan daarna op de landelijke website https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart worden bekeken en -op afspraak- in het gemeentehuis. De indieners van de zienswijzen krijgen een bericht met uw besluit over de nota zienswijzen en vaststelling van het bestemmingsplan. Inwonersparticipatie Zoals beschreven bij argument 3.4 heeft er een omgevingsdialoog plaatsgevonden. In dit kader zijn er door de initiatiefnemer twee informatieavonden georganiseerd voor belangstellenden. Daarnaast is er een klankbordgroep opgericht die in totaal vijfmaal bijeen is gekomen. De initiatiefnemer heeft vervolgens inhoudelijk gereageerd op de verschillende ideeën.
Naast de omgevingsdialoog heeft een aantal buurtbewoners, samen met vertegenwoordigers van de leefbaarheidsgroep Woezik, hierover ook tweemaal gesproken met een afvaardiging van het college. Met ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan is er een zienwijzenprocedure gevolgd. Er zijn 44 zienswijzen ontvangen en mede naar aanleiding hiervan zijn er aanpassingen in het plan gemaakt. Ondanks de omgevingsdialoog en zienswijzenprocedure, is het denkbaar dat er geen breed draagvlak is ontstaan voor dit plan. In dat geval moet een goede belangenafweging worden gemaakt tussen enerzijds het individueel belang en wensen van omwonenden en anderzijds het algemeen belang (het realiseren van voldoende woonzorgvoorzieningen voor (dementerende) ouderen). Ook moet worden onderbouwd
Pagina 4 van 5
Openbaar
Zaaknummer: Z/23/146826
dat er geen onevenredige gevolgen zijn voor de directe woon- en leefomgeving. Deze onderbouwing is in onderhavig bestemmingsplan opgenomen. Uitvoering of Vervolgstappen Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, worden de plannen ter inzage gelegd. De ter inzage legging zal bekend worden gemaakt in het Gemeenteblad en daarnaast komt er ook een beknopte kennisgeving in de Wegwijs. Belanghebbenden die tijdig een zienswijze kenbaar hebben gemaakt en belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten dat zij geen zienswijze naar voren hebben gebracht, kunnen beroep instellen bij de Afdeling. Beroep staat ook open voor belanghebbenden tegen de (ambtshalve) wijzingen die in het bestemmingsplan zijn aangebracht ten opzichte van het ontwerpplan. Deze rechtsmiddelenverwijzing wordt opgenomen in de bovengenoemde publicaties. Geheimhouding: Niet van toepassing. Voorstel Advies BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15 Bijlage 16 Bijlage 17 Bijlage 18 Bijlage 19 Bijlage 20 Bijlage 21 Bijlage 22 Bijlage 23 Bijlage 24 Bijlage 25
toelichting van het bestemmingsplan verbeelding van het bestemmingsplan regels van het bestemmingsplan terreininrichtingsplan bouwplan, schetsontwerp notitie verkeersaspecten quickscan externe veiligheid standaard verantwoording externe veiligheid verkennend bodemonderzoek notitie stikstof quickscan flora & fauna archeologische bureau- en inventariserend veldonderzoek selectiebesluit watertoets digitale watertoets Waterschap Rivierenland bezonningsstudie bestaand bomenbestand bezonningsstudie nieuwe situatie participatie, bijlage 1 participatie, bijlage 2 participatie, bijlage 3 participatie, bijlage 4 participatie, bijlage 5 advies GG 6-11-2024 advies GG maart 2025 zienswijzennota
Pagina 5 van 5
Bestemmingsplan - Toelichting -
Beschermd Wonen Veenhof Gemeente Wijchen
BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -
Beschermd Wonen Veenhof Gemeente Wijchen
IDN-nummer:
NL.IMRO.0296.NRDVeenhof1712-VG01
Status:
vastgesteld
Datum:
9 mei 2025
Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
5 5 6 6 7
Aanleiding en doelstelling Plangebied Aanpak Geldend bestemmingsplan Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Plangebied
9
2.1 2.2
Omgeving van het plangebied Huidige situatie
9 9
Hoofdstuk 3 Planvoornemen
13
3.1 3.2 3.3 3.4
Herontwikkeling Voorlopig ontwerp bouwplan Doelgroep Parkeervoorzieningen
13 13 14 15
3.5
Afwijking geldend bestemmingsplan
16
Hoofdstuk 4 Beleidskaders
17
4.1 4.2 4.3 4.4
17 18 20 21
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten
25
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14
25 25 25 27 28 28 29 31 33 35 36 37 45 45
Bedrijven- en milieuzonering Geluid Externe veiligheid Bodem Geur Luchtkwaliteit Natuur Verkeer en parkeren Archeologie Cultuurhistorie Leidingen Water Bezonningsstudie MER beoordeling
bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof
3
Hoofdstuk 6 Juridische regeling
47
6.1 6.2
47 47
Algemene plansytematiek De bestemmingen
Hoofdstuk 7 Economische en maatschappelijke aanvaardbaarheid
49
7.1 7.2
49 49
Economische aanvaardbaarheid Maatschappelijke aanvaardbaarheid
Toelichting
4
bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doelstelling
Aanleiding voor het opstellen van het voorliggend bestemmingsplan is het voornemen om aan de Veenhof 1712 in Wijchen een nieuw appartementengebouw ten behoeve van zorgwonen te realiseren. Hierbij wordt de bestaande, verouderde, basisschool op de locatie gesloopt. Het appartementengebouw bestaat uit 54 woonzorg-eenheden voor zorgwonen voor ouderen. Dit betreft weliswaar een locatie met een maatschappelijke bestemming, maar de bouwbepalingen en gebruiksbepalingen komen op onderdelen niet overeen met de gewenste ontwikkeling. Om de voorgenomen ontwikkeling planologisch mogelijk te maken, is het voorliggend bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Plangebied
Het plangebied ligt in de wijk Veenhof in het stedelijk gebied van Wijchen en omvat het kadastrale perceel Wijchen, sectie L, nummer 1817.
Globale ligging plangebied (bron: kadviewer.map5.nl)
bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof
5
Globale begrenzing plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.3
Aanpak
De voorgenomen locatieontwikkeling wordt mogelijk gemaakt met een herziening van het bestemmingsplan. De voorliggende toelichting maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan 'Beschermd Wonen Veenhof' en vormt de onderbouwing van het initiatief.
1.4
Geldend bestemmingsplan
De planologische situatie van het plangebied is vastgelegd in het bestemmingsplan 'Wijchen Noord' (vastgesteld, 10 november 2011). In dit bestemmingsplan is het gehele plangebied bestemd als 'Maatschappelijk'. Er is een bouwvlak opgenomen voor het plangebied. Voor het bouwvlak geldt een maximale nokhoogte van 8 meter en een maximale goothoogte van 3,5 meter. Naast deze enkelbestemming is de dubbelbestemming 'Archeologisch waardevol gebied' opgenomen. Het plangebied is niet in het Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen opgenomen. Dit betekent dat er geen dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied' is opgenomen.
6
bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof
Fragment verbeelding 'Wijchen Noord'
1.5
Leeswijzer
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting vormt de ruimtelijke onderbouwing van het initiatief en is als volgt opgebouwd: in Hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie in het plangebied beschreven; in Hoofdstuk 3 wordt het voorgenomen plan beschreven; in Hoofdstuk 4 volgt een beschrijving van het ruimtelijke beleidskader dat van toepassing is op het bestemmingsplan; in Hoofdstuk 5 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan bod; in Hoofdstuk 6 volgt de beschrijving van het juridische deel van het plan; in Hoofdstuk 7 komt de economische uitvoerbaarheid aan bod en worden tenslotte de resultaten uit overleg en inspraak besproken en behandeld.
bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof
7
8
bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof
Hoofdstuk 2 2.1
Plangebied
Omgeving van het plangebied
Het plangebied ligt in de wijk Veenhof. Deze wijk ligt ten noorden van de Randweg Noord, tussen de Vogeltjeswijk en de Saltshof. De wijk is gerealiseerd in de jaren '70 van de vorige eeuw en bestaat vooral uit grondgebonden woningen, zowel twee-aaneengebouwd als rijenwoningen. Aan de zuidzijde van de wijk zijn meerdere grote vrijstaande woningen gesitueerd. Verkeerskundig wordt de Veenhof ontsloten door twee verkeersassen. Aan de zuidkant van de wijk wordt de ontsluiting gevormd door de Randweg Noord. Aan de noordzijde wordt de Veenhof ontsloten door de Woeziksestraat, die aansluit op de Schoenaker. Via de Schoenaker kan men de snelwegen ten noorden van Wijchen bereiken.
Ligging van het plangebied binnen het stedelijk gebied van Wijchen (bron: Slagboom&Peeters)
2.2
Huidige situatie
In de huidige situatie is op de locatie een voormalige basisschool gesitueerd. De oorspronkelijke Paschalisschool wordt nu anti-kraak bewoond en heeft geen maatschappelijke functie meer. Het gebouw bestaat uit een bouwlaag met een kap. Op het (voormalige) speelterrein zijn diverse bijgebouwen gesitueerd ten behoeve van opslag. Aan de oostzijde van het perceel zijn diverse parkeerplaatsen gesitueerd. Verspreid over het perceel staan diverse loof- en naaldbomen. De locatie wordt alzijdig omgeven door straten met straatparkeren en parkzones met fietspad. Hierdoor is de bebouwing alzijdig zichtbaar, ook in de nieuwe situatie. Ook is er hierdoor tussen het te ontwikkelen plangebied en omliggende functies reeds enige open en
bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof
9
onbebouwde ruimte aanwezig, die als zodanig behouden blijft.
Obliek van de planlocatie vanaf het zuiden (bron: Slagboom en Peeters)
Foto's van de planlocatie (speelterrein en schoolgebouw)
10
bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof
Planlocatie bestaande situatie
bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof
11
12
bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof
Hoofdstuk 3 3.1
Planvoornemen
Herontwikkeling
Het planvoornemen bestaat uit het realiseren van een appartementencomplex voor zorgwonen. Er worden 54 woonzorgeenheden gerealiseerd. Het betreft woonzorgeenheden, dit betekent dat zelfstandige bewoning niet is toegestaan. Bewoners hebben een indicatie nodig voor intensieve ouderenzorg. Het gebouw bestaat uit 6 groepen van 9 woonzorgeenheden. Per groep wordt een gemeenschappelijke huiskamer gerealiseerd. Daarnaast krijgt het complex een buurtplein (inpandig) en een gemeenschappelijke buitenruimte. Voor parkeren wordt geheel op het terrein voorzien in nieuwe parkeerplaatsen.
3.2
Voorlopig ontwerp bouwplan
Er is voor de locatie een bouwplan uitgewerkt, dat naar aanleiding van participatie, reacties van de Dorpsbouwmeester en de zienswijzenprocedure bij het bestemmingsplan is aangepast. Onderstaande afbeelding geeft de gewenste bebouwing en terreinindeling weer (zie ook Bijlage 1 Terreininrichtingsplan bij deze plantoelichting).
Terreinplan Het nieuwe appartementengebouw met woonzorgeenheden zal bestaan uit 3 woonlagen. De woonzorgeenheden krijgen een oppervlakte van circa 42m2 . De totale footprint van het gebouw zal (in 3 bouwlagen, circa 1.540 m2 bedragen. Het bouwplan is opgenomen in Bijlage 2 Bouwplan, schetsontwerp bij
bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof
13
deze plantoelichting. Het gebouw is op deze locatie alzijdig gericht met voorkanten naar de omgeving. Het bestaande bomenkader geeft een robuuste en groene omlijsting van de bebouwing en maakt dat het straatbeeld op dit aspect niet wezenlijk zal wijzigen rond de nieuwbouw. De contour van het gebouw volgt ongeveer de grenzen van het nu bestemde bouwblok binnen de maatschappelijke bestemming, daar waar reeds bebouwing is toegestaan, waarbij wel aan de zijde van de buurtbewoners aan de noord- en oostkant van het plan de onbebouwde ruimte zo ruim mogelijk wordt aangehouden, door het gebouw maximaal te comprimeren (kleinere footprint en lengte en breedte verkleind) en in de zuidwestelijke hoek van het terrein te realiseren. Dit naar aanleiding van de omgevingsdialoog, zienswijzen en afstemming met de gemeentelijke Dorpsbouwmeester.
3d model van het nieuwe gebouw De bomen in de openbare ruimte blijven allemaal behouden. Ook de bomen op het terrein behoren tot het gemeentelijk groen. Randvoorwaarde die is gesteld aan de principemedewerking aan dit plan is dat er beginsel geen bomen worden gekapt. Als dit op het terrein niet realiseerbaar is, moet er worden onderbouwd waarom niet en hoe hier verder mee moet worden omgegaan. Op het terrein worden 9 bomen gekapt die niet handhaafbaar zijn in verband met het bouwplan, dat compact en centraal op het terrein wordt gerealiseerd, juist om de bomen in openbaar gebied, met ruime boomkronen, te kunnen behouden. In ieder geval geldt dat voor iedere gekapte boom, twee keer zoveel bomen moeten worden terug geplant. Dit zal voor de uitvoering in een landschapsplan worden meegenomen.
3.3
Doelgroep
De doelgroep voor de woonzorgeenheden in het nieuwe appartementencomplex zijn ouderen met een intensieve zorgvraag, voornamelijk dementiezorg maar ook somatische zorg. Hierbij geldt dat de bewoners een indicatie nodig hebben voor intensieve zorg. Zelfstandige bewoning is niet toegestaan in dit bestemmingsplan.
14
bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof
3.4
Parkeervoorzieningen
Bij de woonzorgeenheden moeten voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd worden op eigen terrein. Voor het bepalen van het benodigde aantal parkeerplaatsen gaan we uit van de Beleidsregels Parkeernormen Wijchen, vastgesteld op 15 juli 2024. In de beleidsregels zijn parkeernormen opgenomen, voor functies waarvoor geen normen zijn opgenomen wordt verwezen naar de CROW-publicatie 381, waarbij rekening moet worden gehouden met naar de stedelijkheid van de gemeente (CBS-code 3) en de ligging (voor de Veenhof: ‘rest bebouwde kom’). Het CROW hanteert in deze publicatie een bandbreedte voor de parkeerkencijfers, de gemeente Wijchen heeft de normen vastgesteld tussen de minimale waarde en het gemiddelde van de bandbreedte die het CROW aanhoudt. Voor een verpleeg- of verzorgingshuis geldt een parkeerkencijfer van 0,5 tot 0,7 per wooneenheid, inclusief het parkeren van werknemers en bezoek. De nieuwe norm wordt daarmee 0,55 (tussen het minimum 0,5 en het gemiddelde 0,6). Op basis van deze norm moeten voor 54 appartementen op basis van de norm in totaal 30 parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Deze parkeerplaatsen zijn bedoeld voor de werknemers en bezoek. Daarnaast moet er ruimte zijn voor het laden en lossen van leveranciers (zie ook nadere uitwerking in Bijlage 3 Notitie verkeersaspecten en paragraaf 5.8 bij deze toelichting.
Aan de voorkant (noordzijde) van het gebouw liggen nu in de huidige situatie 6 geoormerkte langsparkeerplaatsen (aangegeven met een bord P BSO) en 5 haakse parkeerplaatsen, naast het gebouw liggen aan de Veenhof 18 haakse parkeerplaatsen. Het plan voorziet in 7 haakse parkeerplaatsen voor het gebouw en 6 haakse parkeerplaatsen om de hoek. De bestaande zes geoormerkte langsparkeerplaatsen worden hier gecompenseerd. Aan de achterzijde, voor de woningen 1714 en 1716, zijn 20 nieuwe haaksparkeerplaatsen voorzien. Daarmee worden 33 parkeerplaatsen rond het plan gerealiseerd. Daarmee is er voldoende parkeerruimte rond het plan om de maximale parkeervraag van 30 parkeerplaatsen op werkdagen overdag op te vangen.
bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof
15
Parkeerplan (7 noordzijde, 6 oostzijde en 20 zuidzijde)
3.5
Afwijking geldend bestemmingsplan
De planlocatie is in het geldend bestemmingsplan bestemd met de bestemming 'Maatschappelijk'. De op de plankaart voor "Maatschappelijk (M)" aangewezen gronden zijn bestemd voor: maatschappelijk doeleinden; wonen; een en ander met bijbehorende bouwwerken, (parkeer)voorzieningen en (on)bebouwde gronden. In het bestemmingsplan is aangegeven dat wonen alleen is toegestaan ter plaatse van de aanduiding "wo6". Deze aanduiding ligt niet op de planlocatie. Het planvoornemen, het oprichten van een appartementencomplex met 54 woonzorgeenheden, is conform deze bestemming niet geheel mogelijk. Zo is de bouwhoogtebepaling te eng. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken dient het huidige bestemmingsplan te worden herzien.
16
bestemmingsplan Beschermd Wonen Veenhof
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskaders
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is door het Rijk opgesteld. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 wordt hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden vier prioriteiten onderscheiden: 1. Ruimte voor klimaat adaptatie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio's. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3. Afwentelen wordt voorkomen. Verduurzaming is het meest urgent in de meest milieubelaste en kwetsbare gebieden, zoals nabij waardevolle natuurgebieden (bijv. met een grote culturele waarde) en grondwaterbeschermingsgebieden, bij gebieden waar de concentratie van bedrijven groot is of waar bedrijven dicht op bewoond gebied zijn gesitueerd. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen met het oog op een goede ruimtelijke ordening.