CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissievergadering Wijchen 12 juni 2025, gemeente wijchen21.764 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In de anterieure overeenkomst (AOK) zijn afspraken vastgelegd waarmee het plangebied daadwerkelijk kan worden verwezenlijkt en het kostenverhaal wordt geregeld. Het kostenverhaal wordt geregeld via een anterieure overeenkomst alsmede wordt planschade afgewenteld op de initiatiefnemer en worden enkele project specifieke zaken geregeld. Tegenargumenten en risico’s 1.1 Het betreft slechts deels een gedifferentieerd bouwprogramma Het initiatief omslaat 51 appartementen. Het gaat om 26 koopappartementen (25 vrije sector, 1 betaalbare koop) en 25 huurappartementen (8 vrije sector en 17 middenhuur).

Pagina 4 van 5

Openbaar

Zaaknummer: Z/23/147889

Daarmee zit 35% van het aanbod in de betaalbare sector. Alle appartementen worden levensloopbestendig uitgevoerd. De onderkant van de markt wordt met dit project dus niet bediend. Dit is deels ingegeven door de locatie en deels door de commerciële waarde van de locatie. Op projectniveau wordt dus niet voldaan aan de Woondeal. We moeten gemeentebreed de doelstellingen van de Woondeal halen. Het is niet altijd mogelijk en wenselijk om op projectniveau de verhoudingen van de Woondeal te behalen, zeker niet bij de kleinere projecten of in buurten waarin al veel sociale huur aanwezig is. Belangrijk is dat met dit project het segment van de middenhuur wordt bediend én dat alle woningen levensloopbestendig worden uitgevoerd. Beide aspecten komen uit de Woondeal en dragen bij aan de gemeentebrede opgave. Financiële gevolgen In een anterieure overeenkomst zijn aspecten als planschade, kostenverhaal conform de plankostenscan, afspraken over waterberging, grondverkoop, afvalcontainers en afspraken over herstel van de openbare ruimte opgenomen. Er zijn geen kosten verbonden aan dit plan voor de gemeente. Communicatie Na besluitvorming door uw raad ontvangen de indieners van een zienswijze de reactie van de raad hierop. Het definitieve bestemmingsplan wordt gepubliceerd op de landelijke voorziening. Dit maken we bekend in het Gemeenteblad en in de Wegwijs.

Inwonersparticipatie Op 7 november 2023 (voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan) hebben de initiatiefnemers een bewonersavond georganiseerd om de omgeving te informeren en om een omgevingsdialoog te voeren. Een weergave van deze avond is in het (ontwerp) bestemmingsplan opgenomen. Uitvoering of Vervolgstappen Na besluitvorming door uw raad ontvangen de indieners van een zienswijze de reactie van de raad hierop. Het definitieve bestemmingsplan wordt gepubliceerd op de landelijke voorziening. Dit maken we bekend in het Gemeenteblad en in de Wegwijs. Als het bestemmingsplan in werking is getreden kunnen de initiatefnemers een omgevingsvergunning aanvragen voor de realisatie van het plan. Belanghebbenden kunnen beroep instellen tegen het bestemmingsplan bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Geheimhouding: Niet van toepassing.

Pagina 5 van 5

n

nslaa

Statio

LEGENDA Plangebied Spoorstraat-Herenstraat

81

A

77

Verklaring ondergrond: BGT en DKK (datum: 4 oktober 2023)

16

79

Bestemmingen 77

Enkelbestemming

75

77G-77H

Verkeer

69

WR-A1 Wonen

s

48

r oo Sp

Waarde - Archeologie 1

V

at tra

63

50

71

67

Dubbelbestemming

Waarde - Archeologie 2

W

WR-A2

ren He

Waarde - Beschermd dorpsgezicht

a str

65

at

WR-DORP A -61

61

17-35

WR-CWG de 12

Aanduidingen

Po

or

an -la

6

str a

Bouwvlak

vrijwaringszone - molenbiotoop

Em ilia

8

bouwvlak

42 WR-DORP

at

17

[gs] 2

ren

He

aat

str

Functieaanduiding

57

15

3

WR-CWG

12

30

W

4

Bouwaanduiding

parkeergarage

[gs]

gestapeld

18

(pg)

4

WR-A2

(pg)

14

15 122

28

17

51

36

4

Maatvoeringsaanduiding

WR-A1 11 19

53

V

24-26

47-4 9E

E

maximum aantal wooneenheden

A B

maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)

aa t

4/G 4/G

He re ns tr

16-20

06

4/G 05 4/G 04 4/G 03 0 4/G 2 01

10 /G

01

Aa

mb

43-45 49A-49D

ee

Em

38-

40

10

46-

60

ld

ilia

-la

an

tje

traa

t

Missing or invalid reference File: .\2025-05-09 (grondkaart verkoop en opstalrechten)\grondkaart verkoop en opstalrecht (concept).pdf Sheet: 1

20

39-

ors

41

Spo

XI I

Gebiedsaanduiding

tje

t

10

Pi us

Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied

Gemeente Wijchen

22-

22A

Bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

39B

status:

t.b.v. vaststelling

datum:

Mei 2025

schaal:

1:1000

getekend:

J-H

nummer:

P204641

bladformaat:

A3

20

Aambeeld 33-37 24A-24F

idn-nummer:

Verbeelding

NL.IMRO.0296.CTRSpoorstraatHere-DFBP

181

8A

bezoekadressen en contactgegevens:

Locatie Nijmegen:

Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen

Locatie Rosmalen:

Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

12 30-30B

22-46

18-18A

14-16

Burchtstraat

8-10/PIN

4-6A

29-31 2

16-2 2

N

Pouderoyen Tonnaer is een zelfstandig onderdeel van de Aelmans Adviesgroep

Telefoon: E-mail: Website:

+31 (0)24 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Bestemmingsplan - Regels -

Spoorstraat-Herenstraat Gemeente Wijchen

BESTEMMINGSPLAN - Regels -

Spoorstraat-Herenstraat Gemeente Wijchen

IDN-nummer:

NL.IMRO.0296.CTRSpoorstraatHere-DFBP

Status:

vastgesteld

Datum:

13 mei 2025

Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels

5

Artikel 1 Artikel 2

5 9

Begrippen Wijze van meten

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

11

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

11 13 14 16 18 19

Verkeer Wonen Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Beschermd dorpsgezicht Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied

Hoofdstuk 3 Algemene regels

21

Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels

21 22 23

Artikel 12

Algemene afwijkingsregels

24

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

25

Artikel 13 Artikel 14

25 26

Overgangsrecht Slotregel

Regels

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

3

4

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan 'Spoorstraat-Herenstraat' met identificatienummer NL.IMRO.0296.CTRSpoorstraatHere-DFBP van de gemeente Wijchen; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aan huis verbonden bedrijfsactiviteiten het al dan niet bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke/kunstzinnige geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen - bedrijvigheid, waarvan de omvang en uitstraling zodanig zijn dat de activiteit in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend; 1.5 aan huis verbonden beroep een beroep, waarvan de activiteiten niet publiekgericht zijn, en dat op kleine schaal in een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse; 1.6 aan- of uitbouw een aan een hoofdgebouw gebouwde ruimte, die deel uitmaakt van het hoofdgebouw, maar daaraan ruimtelijk (door zijn constructie of afmetingen) ondergeschikt is - maximaal bestaande uit één bouwlaag al dan niet met

kap - met dien verstande dat een aanbouw een zelfstandige ruimte is, toegankelijk vanuit het hoofdgebouw en een uitbouw een uitbreiding van een reeds bestaande ruimte van het hoofdgebouw is; 1.7 archeologische waarden waarden van een terrein in verband met de zich mogelijk daarin bevindende oudheidkundige zaken die van belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap en/of hun cultuurhistorische waarde; 1.8 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.9 bebouwingspercentage het percentage van het bouwperceel dat met gebouwen mag worden bebouwd;

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

5

de gronden onder het oorspronkelijke hoofdgebouw binnen de bestemming 'Wonen' daarbij niet meegerekend; 1.10 bestaand a. bebouwing, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van de ter inzagelegging van het ontwerpplan, dan wel zoals die mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning; b. het gebruik van grond en opstallen, zoals legaal aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen; 1.11 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.12 bijgebouw een vrijstaand of aan het hoofdgebouw aangebouwd gebouw, zonder directe verbinding met dat hoofdgebouw, dat door zijn situering en/of afmetingen ondergeschikt is aan dat op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw (zoals een garage, bergruimte of hobbyruimte); 1.13 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.14 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.15 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel; 1.16 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.17 bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde verbonden is; 1.18 bouwwijze de wijze van bouwen van een woning, waarbij: a. b. c.

d.

6

onder twee-aaneen wordt verstaan een woning, waarvan het hoofdgebouw deel uitmaakt van een blok van maximaal twee direct aaneengebouwde hoofdgebouwen (twee-onder-één-kap); onder vrijstaand wordt verstaan een woning, waarvan het hoofdgebouw niet aan een op een aangrenzend bouwperceel gelegen hoofdgebouw is aangebouwd. onder aaneengebouwd wordt verstaan een woning, die deel uitmaakt van een blok van meer dan twee woningen, waarvan het hoofdgebouw aan het op het aangrenzende bouwperceel gelegen hoofdgebouw is gebouwd; onder gestapeld wordt een gebouw verstaan, dat uit meerdere naast elkaar en/of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen (appartementen) bestaat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

eenheid kan worden beschouwd; 1.19 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.20 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.21 hoofdgebouw een gebouw, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende en toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.22 ondergeschikte bouwdelen ondergeschikte delen aan een gebouw zoals, trappen, bordessen, funderingen, kelderingangen, overstekende daken, goten, luifels, balkons, balkonhekken, schoorstenen, liftopbouwen en andere ondergeschikte (dak)opbouwen; 1.23 peil a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang aan een weg grenst: de kruin van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein; 1.24 levensloopbestendige woning een woning die geschikt is voor bewoning in alle levensfasen. De woning is rollator toe- en doorgankelijk voor mensen met een lichamelijke beperking.

Alle primaire leefruimten (woonkamer, keuken, slaapkamer, badkamer, toilet) bevinden zich op dezelfde verdieping. De leefruimten zijn zowel inpandig als vanuit het aansluitende terrein zo veel mogelijk drempelloos toegankelijk. Daarnaast zijn woongebouwen voorzien van automatische deuropeners op de deuren naar verkeersruimten. Er is voldoende bereikbare stallingsruimte voor zowel fietsen met een hulpmotor als scootmobielen. 1.25 seksinrichting: een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof hij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub en (raam) prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.26 voorgevel de meest gezichtsbepalende gevel van een hoofdgebouw, doorgaans gekeerd naar de weg of het openbaar gebied; 1.27 voorgevelrooilijn de lijn waarin de voorgevel van het hoofdgebouw is gesitueerd of het verlengde daarvan;

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

7

1.28 wonen het verblijven van één huishouden in een woning; 1.29 woning/wooneenheid een complex van ruimten, krachtens zijn indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouden;

8

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand van een gebouw tot de perceelsgrens de afstand van een gebouw tot de perceelsgrens wordt bepaald door het buitenwerks meten van de kortste afstand van een gevel van het gebouw tot de perceelsgrens; 2.2 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.3 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.4 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.7 de verticale diepte van een gebouw de diepte van ondergrondse bebouwing, gemeten vanaf de onderzijde van de begane grondvloer van het bijbehorende hoofdgebouw.

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

9

10

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

3.1.1 Algemene bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, voet- en fietspaden; b. parkeervoorzieningen alsmede toegangen naar parkeervoorzieningen; c. geluidwerende voorzieningen; d. plantsoenen, groenstroken en overige aanplanten; e. tuinen; f. speelvoorzieningen; g. beeldende kunstwerken; h. nutsvoorzieningen; i. waterhuishoudkundige voorzieningen; j. evenementen alsmede de warenmarkt; k. terrassen; l. garageboxen; een en ander met de daarbij behorende voorzieningen en overeenkomstig de in 3.1.2 opgenomen nadere detaillering van de bestemming. 3.1.2

Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving

a Terassen Voor terrassen geldt het volgende: 1.

terrassen zijn uitsluitend toegestaan aan de naar de openbare weg gekeerde zijde(n) van een horecabedrijf.

b Speelvoorzieningen De oppervlakte van speelvoorzieningen in de vorm van speelplaatsen/sport-c.q. trapvelden met de hierbij behorende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 100 m². c Hondenuitlaatplaats Een hondenuitlaatplaats is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen hondenuitlaatplaats'. 3.2

Bouwregels

3.2.1 algemeen Uitsluitend zijn toegestaan nutsgebouwen, een parkeergarage, garageboxen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van deze bestemming. 3.2.2 parkeergarage Binnen het bestemmingsvlak is een ondergrondse parkeergarage in één bouwlaag toegestaan.

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

11

3.2.3 Nutsgebouwen Voor nutsgebouwen gelden de volgende regels: a. b.

de bouwhoogte van een nutsgebouw mag niet meer bedragen dan 4 m; de oppervlakte van een nutsgebouw mag niet meer bedragen dan 25 m².

3.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b.

3.3

de bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van verlichting mag niet meer bedragen dan 8 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 4 m.

Afwijken van de bouwregels

3.3.1 Omgevingsvergunning overdekt terras Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.3.1 teneinde aan de naar de openbare weg gekeerde zijde(n) van een horecabedrijf een overdekt terras toe te staan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d.

3.4

er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden worden niet onevenredig geschaad; er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in de omgeving aanwezige cultuurhistorische waarden; het woon- en leefklimaat mogen niet onevenredig worden aangetast; de verkeersveiligheid mag niet in het gedrang komen.

Afwijken van de gebruiksregels

3.4.1 Omgevingsvergunning speelvoorzieningen en hondenuitlaatplaatsen Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1 teneinde respectievelijk speelvoorzieningen in de vorm van speelplaatsen en sport-/c.q. trapvelden met de hierbij behorende voorzieningen met een oppervlakte groter dan 100 m² en hondenuitlaatplaatsen toe te staan op een locatie die niet overeenkomstig is aangeduid op de verbeelding, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. b.

de verkeersveiligheid mag niet in het gedrang komen; een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat is niet toegestaan.

3.4.2 Omgevingsvergunning jongerenontmoetingsplaats Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1 voor de realisatie van een jongerenontmoetingsplaats, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.

12

de verkeersveiligheid mag niet in het gedrang komen; een onevenredige toename van de aantasting van het woon- en leefklimaat is niet toegestaan; een afstand van 50 m tot de dichtstbijzijnde woning in acht wordt genomen; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3.75 m; de bebouwde oppervlakte mag niet meer bedragen dan 25 m².

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

Artikel 4 4.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

4.1.1 Algemeen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor a. wonen één en ander met bijbehorende voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, tuinen, erven, paden, perceelsontsluitingen en overige (on)bebouwde gronden. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Algemeen Op de gronden binnen deze bestemming zijn uitsluitend hoofdgebouwen in de vorm van woningen en bij de woning behorende andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan, die ten dienste staan van deze bestemming. 4.2.2 Woningen Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels: a. b. c. d.

Gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', met dien verstande dat ondergeschikte bouwdelen tevens buiten het bouwvlak zijn toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' zijn uitsluitend gestapelde, levensloopbestendige woningen toegestaan; het aantal woningen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven. de goot- en/of bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven.

4.2.3 Ondergrondse parkeergarage Ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' is een ondergrondse parkeergarage in één bouwlaag toegestaan. 4.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat: a.

b. c.

de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, vóór de voorgevelrooilijn of het verlengde daarvan niet meer mag bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van terreinafscheidingen maximaal 1 m mag bedragen; de bouwhoogte van hekwerken op een balkon of dakterras mag niet meer bedragen dan 1,2 m gemeten vanaf de bovenkant van de vloer van het balkon of dakterras; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, achter de voorgevelrooilijn of het verlengde daarvan niet meer mag bedragen dan 2 m.

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

13

Artikel 5

Waarde - Archeologie 1

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie 1 aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle verwachte archeologische informatie in de bodem. Het gaat hierbij om AMK terreinen, archeologische vindplaatsen en oude woongronden, inclusief een zone van 50 m rondom deze gebieden. 5.2 Bouwregels Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a.

b.

c.

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen voor het oprichten van een bouwwerk, dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden, waarop de aanvraag betrekking heeft, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. In afwijking van het gestelde onder a hoeft de aanvrager van een omgevingsvergunning voor bouwen geen rapport als bedoeld onder a te overleggen, indien: 1. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het vervangen van bestaande bebouwing (waaronder bestaande ondergrondse kelders), waarbij de oppervlakte aan bebouwing niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; 2. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het uitbreiden van bestaande bebouwing tot maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering; 3. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het bouwen in de bodem tot een diepte van 8.30 m + NAP; 4. naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.

Indien uit het onder a genoemde rapport of uit de beschikbare informatie als bedoeld in b onder 4, blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning voor bouwen: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan.

5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1 Omgevingsvergunningsplicht Onverminderd het in de Monumentenwet bepaalde is het verboden op of in de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a.

14

grondwerkzaamheden, zoals afgraven, egaliseren, frezen, scheuren van grasland, diepploegen, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleg van drainage, verwijderen van funderingen en aanleg of rooien van bos, boomgaard, boom- of fruitteelt of diepwortelende beplanting.

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

b. c.

graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; aanleggen van leidingen.

5.3.2 Uitzonderingen Het onder 5.3.1 opgenomen verbod geldt niet: a. b.

c. d. e. f.

g.

In het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een ter zake deskundige als bedoeld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen, drainage, kabels, leidingen en beplantingen voor zover deze werkzaamheden zich beperken tot reeds geroerde gronden; voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische gebruik, waaronder de aanleg van teeltondersteunende voorzieningen; voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 8.30 m + NAP; voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; voor werken en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan legaal in uitvoering zijn of legaal kunnen worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; ingeval op grond van de Monumentenwet een vergunning is vereist.

5.3.3 Verlening a. De onder 5.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld; b. Indien het rapport of andere beschikbare informatie daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd te stellen kwalificaties zonodig archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden. 5.3.4 Voorwaarden Overeenkomstig het in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bepaalde kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en kunnen zij voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden, waaronder de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden.

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

15

Artikel 6

Waarde - Archeologie 2

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle verwachte archeologische informatie in de bodem. Het gaat hierbij om gebieden met een hoge archeologische verwachting. 6.2 Bouwregels Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a.

b.

c.

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 120 m² dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. In afwijking van het gestelde onder a hoeft de aanvrager van een omgevingsvergunning voor bouwen geen rapport als bedoeld onder a te overleggen, indien: 1. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het vervangen van bestaande bebouwing (waaronder bestaande ondergrondse kelders), waarbij de oppervlakte aan bebouwing niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; 2. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het uitbreiden van bestaande bebouwing tot maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering; 3. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het bouwen in de bodem tot een diepte van 8.30 m + NAP; 4. naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.

Indien uit het onder a genoemde rapport of uit de beschikbare informatie als bedoeld in b onder 4, blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning voor bouwen: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan.

6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.3.1 Omgevingsvergunningsplicht Onverminderd het in de Monumentenwet bepaalde is het verboden op of in de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a.

b.

16

grondwerkzaamheden, zoals afgraven, egaliseren, frezen, scheuren van grasland, diepploegen, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleg van drainage, verwijderen van funderingen en aanleg of rooien van bos, boomgaard, boom- of fruitteelt of diepwortelende beplanting. graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

c. d.

greppels; aanleggen van leidingen; verlagen van de waterstand.

6.3.2 Uitzonderingen Het onder 6.3.1 opgenomen verbod geldt niet: a. b.

c. d. e. f. g.

h.

In het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een ter zake deskundige als bedoeld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen, drainage, kabels, leidingen en beplantingen voor zover deze werkzaamheden zich beperken tot reeds geroerde gronden; voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische gebruik, waaronder de aanleg van teeltondersteunende voorzieningen; voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 8.30 m + NAP; voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft over een maximale oppervlakte van 120 m². voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; voor werken en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan legaal in uitvoering zijn of legaal kunnen worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; ingeval op grond van de Monumentenwet een vergunning is vereist.

6.3.3 Verlening a. De onder 6.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld; b. Indien het rapport of andere beschikbare informatie daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd te stellen kwalificaties zonodig archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden. 6.3.4 Voorwaarden Overeenkomstig het in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bepaalde kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en kunnen zij voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden, waaronder de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden.

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

17

Artikel 7

Waarde - Beschermd dorpsgezicht

7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, beheer en versterking van de cultuurhistorische waarden. 7.2 Bouwregels Er mag gebouwd worden overeenkomstig de bouwregels van de onderliggende bestemming. 7.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan situering, afmetingen en kapvormen van de bebouwing ten behoeve van: a. de instandhouding en herstel van het stedenbouwkundig beeld; b. de landschappelijke kwaliteiten van de omgeving van de bebouwing; c. de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden; Deze nadere eisen kunnen uitsluitend worden gesteld met het oog op het behoud van de waarden van het beschermd dorpsgezicht. 7.4 Advies Alvorens een omgevingsvergunning af te geven winnen burgemeester en wethouders advies in bij een terzake deskundige omtrent mogelijke aantasting van de waarden van het beschermd dorpsgezicht.

18

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

Artikel 8 8.1

Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied

Bestemmingsomschrijving

8.1.1 Algemeen De voor Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, beheer en versterking van de cultuurhistorische waarden. 8.1.2 Nadere detaillering van de bestemming De cultuurhistorisch waardevolle gebieden als bedoeld in 8.1.1 betreffen de gebieden die zijn opgenomen in de Cultuurhistorische waarderingskaart, zoals deze is opgenomen in de Bijlage 2 Cultuurhistorische waarderingenkaart, en zijn aangeduid als cultuurlandschappelijke waardering zeer hoog, hoog en middelhoog. De waardering van deze gebieden is gebaseerd op de beleidsnota 'Samen in verscheidenheid' zoals opgenomen in Bijlage 2 en in Bijlage 1 Cultuurhistorische waarderingenkaart:

a Oude bebouwingslinten en historische wegen en waterlopen Onder de gebieden zoals genoemd in 8.1.2 bevinden zich ook de oude bebouwingslinten en de belangrijkste (historische) doorgaande wegen en waterlopen. De cultuurhistorische waarden van deze gebieden bestaan uit: de mate van visueel-ruimtelijke relatie met de (agrarische) percelen en het onderscheid daarin tussen de verschillende landschapstypen (open, half-open of gesloten); de overwegend agrarische oorsprong van de bebouwing in de linten; de maat en schaal van de bebouwing; de variatie van rooilijnen en bouwmassa's langs de linten; de compactheid van de bebouwingsensembles op de afzonderlijke percelen; hoofdgebouwen die gericht zijn op de bebouwingslinten; een herkenbaar onderscheid in situering en massa tussen hoofd- en bijgebouwen. 8.2 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen gelet op het bepaalde in artikel 8.1 nadere eisen stellen ten aanzien van de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van de bebouwing. 8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen gebouwwerken zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1 Verbod Het is verboden binnen deze bestemming zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de hierna opgenomen omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren: a. b. c. d. e. f.

het aanbrengen van (half-)verhardingen; het rooien of vellen van houtgewas; afgraven, vergraven, ophogen en egaliseren van de bodem; graven of dempen van sloten; verwijderen van perceelsrandbeplanting; aanleggen van wegen of paden;

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

19

g. h. i.

wijzigen van perceels- of kavelgrenzen; het aanbrengen van hoogopgaande beplanting anders dan het herplanten van gerooide /gevelde houtopstanden; het verwijderen van wegen of paden.

8.3.2 Uitzonderingen verbod Het onder 8.3.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden: a. b. c. d.

waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan reeds een aanlegvergunning of omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend; welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren; welke betreffen het normale onderhoud en/of plaatsvinden in het kader van het normale beheer en gebruik van de gronden; die plaatsvinden ter plaatse van een 'bouwvlak' of ter plaatse van een andere bestemming dan 'Agrarisch met waarden - Landschaps- en natuurwaarden' of 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden'.

8.3.3 Verlening De onder 8.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend voor zover de werkzaamheden geen onevenredige aantasting tot gevolg hebben van de cultuurhistorische waarden.

20

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

Hoofdstuk 3 Artikel 9

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

21

Artikel 10

Algemene gebruiksregels

10.1 Strijdig gebruik Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval begrepen: a. b. c.

zelfstandige bewoning en afhankelijke woonruimte, voor zover het betreft bijgebouwen; het gebruik van ruimten binnen een woning en/of bijgebouwen voor de uitoefening van een aan huis gebonden (bedrijfs)activiteit; seksinrichting.

10.2 Aan huis verbonden beroep Het gebruik van een deel van de woning en/of de bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroep is toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

b. c. d. e. f.

het (mede) ten behoeve van een aan huis verbonden beroep in gebruik te nemen vloeroppervlak maximaal 1/3 van de vloeroppervlakte van de woning en/of de bijgebouwen mag bedragen met een maximum van 50 m²; degene die de activiteiten in de woning en/of de bijgebouwen uitoefent, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; de activiteit mag niet leiden tot gebruik van extra parkeerruimte binnen het openbaar gebied; er mag geen detailhandel of groothandel plaatsvinden; hieronder worden niet begrepen handelsactiviteiten via het internet; vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan; alleen de afvoer van huishoudelijk afvalwater is toegestaan.

10.3 Parkeren a. Het plangebied dient geheel in eigen parkeerbehoefte te voorzien; b. Bij het bouwen en het wijzigen van het bestaande gebruik zoals toegestaan op grond van de bestemmingen genoemd in hoofdstuk 2, dient voorzien te worden in voldoende parkeergelegenheid; overeenkomstig het 'Parkeerbeleidsplan gemeente Wijchen', dat op 11 april 2020 in werking is getreden, of de rechtsopvolger(s) daarvan. c. Aan het bepaalde onder b wordt voldaan indien sprake is van minimaal 68 parkeerplaatsen in de parkeerkelder, waarvan minimaal 3 parkeerplaatsen voor deelauto's dienen te worden gebruikt. . d. Van het bepaalde onder b kan worden afgeweken, indien kan worden aangetoond dat op andere wijze is voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

22

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

Artikel 11 11.1

Algemene aanduidingsregels

Vrijwaringszone - molenbiotoop

11.1.1 Algemeen Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' gelden, aanvullend op de voor deze gronden aangegeven bestemmingen, nadere regels voor het beschermen van de functie van de in dit gebied voorkomende molen als werktuig en van de waarde als landschapsbepalend element. 11.1.2 Bouwregels Bij de bouw van bouwwerken op gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' gelden de volgende regels: a. b.

c.

binnen een afstand van 100 meter van de molen mag de bouwhoogte van bouwwerken niet meer bedragen dan de hoogte van de molenbelt.; binnen een afstand gelegen tussen 100 m en 400 m uit de molen mag de bouwhoogte van bouwwerken niet meer bedragen dan de afstand gemeten tussen het bouwwerk en de voet van de molen gedeeld door 50, vermeerderd met 2,5 m; de maximale bouwhoogte van bouwwerken zoals bedoeld in dit artikel wordt gerelateerd aan de hoogte van de bovenzijde van de molenbelt. Voor zover ter plaatse van een op te richten bouwwerk het maaiveld hoger respectievelijk lager is gelegen, dient het verschil tussen de maaiveldhoogte tot de bovenzijde van de molenbelt in de maximale hoogte te worden verdisconteerd.

11.1.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 11.1.2 voor het bouwen van bouwwerken met een grotere maximale hoogte, waarbij de maximale hoogte niet meer mag bedragen dan volgens de overigens voor de betreffende gronden aangegeven bestemmingen is toegestaan, mits voldaan wordt aan het volgende: a. b.

uit onderzoek is gebleken dat de windbelemmering niet dusdanig wijzigt dat de betreffende molen onvoldoende kan functioneren of anderszins blijvend onevenredig in zijn waarde wordt geschaad; omtrent het voorgaande is een positief advies verkregen van de Commissie Cultureel Erfgoed.

11.1.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a Verbod Het is verboden op de gronden met de aanduidingen 'vrijwaringszone – molenbiotoop' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de gronden te beplanten met bomen. b Toelaatbaarheid De werken en werkzaamheden als bedoeld in sublid a zijn slechts toelaatbaar, indien door de werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan, hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, zoals door windbelemmering of belemmering van het uitzicht, geen onevenredig gevaar oplevert of kan opleveren voor het huidige en/of toekomstige functioneren als werktuig en/of voor de waarde van de molen als landschapsbepalend element.

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

23

Artikel 12

Algemene afwijkingsregels

12.1 Algemene afwijkingen Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de regels: a.

b.

c.

24

voor het afwijken van de voorgeschreven goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en afstand van bouwwerken, dan wel een voorgeschreven bebouwingspercentage, mits de afwijking niet meer bedraagt dan 10% van de in deze regels voorgeschreven afmetingen en afstanden en voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden worden niet onevenredig geschaad; 2. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in de omgeving aanwezige stedenbouwkundige en/of architectonische waarden; om bij de uitvoering van het plan af te wijken van bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen en overige aanduidingen in het horizontale vlak op de plankaart, indien en voor zover afwijking noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein en er geen dringende reden zijn die zich tegen de afwijking verzetten, mits de afwijking ten opzichte van hetgeen op de verbeelding is aangegeven niet meer dan 2,5 m bedraagt; het plaatsen van een antenne-opstelpunt ten behoeve van de mobiele telecommunicatie, met inachtneming van de volgende voorwaarden: 1. het antenne-opstelpunt wordt geplaatst op of aan een als zodanig op de plankaart aangeduide antennemast, dan wel op of aan een bouwwerk, niet zijnde een woning; 2.

het antenne-opstelpunt is aantoonbaar noodzakelijk voor een adequaat dekkend netwerk voor mobiele telecommunicatie; 3. de hoogte van de antennespriet bedraagt niet meer dan 6 m.

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

Hoofdstuk 4 Artikel 13 13.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

13.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

13.1.2 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 13.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 13.1.1 met maximaal 10%. 13.1.3

Uitzondering

Het bepaalde in 13.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2

Overgangsrecht gebruik

13.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 13.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 13.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 13.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 13.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 13.2.4 Strijd met voorheen geldend bestemmingsplan Het bepaalde in 13.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

25

Artikel 14

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat.

26

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

Bestemmingsplan - Bijlagen bij de regels -

Spoorstraat-Herenstraat Gemeente Wijchen

BESTEMMINGSPLAN - Bijlagen bij de regels -

Spoorstraat-Herenstraat Gemeente Wijchen

IDN-nummer:

NL.IMRO.0296.CTRSpoorstraatHere-DFBP

Status:

vastgesteld

Datum:

13 mei 2025

Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

Inhoudsopgave Bijlagen bij de regels

5

Bijlage 1

6

Cultuurhistorische waarderingenkaart

Bijlage 2 Beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten - Samen in verscheidenheid

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

8

3

4

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

Bijlagen bij de regels

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

5

Bijlage 1 Cultuurhistorische waarderingenkaart

6

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

169500

170000

170500

171000

171500

172000

172500

173000

173500

174500

175000

175500

176000

176500

177000

177500

178000

178500

179000

Ewijk

179500

180000

180500

181000

181500

182000

182500

Moespotsche Waai

183000

183500

Bovenbroek

Gemeente Wijchen

431000

he Leigraaf

431000

Cultuurhistorische waarderingskaart

174000

schaal 1:12.500

legenda

Winssensche Veld

Cultuurlandschappelijke waardering

Alst

Noordenbroek

Molenhoek

waardering niet gewaardeerd zeer laag 430500

middelhoog

Hoeve

De Morgenster

Galgenberg

hoog

430500

laag

zeer hoog

Duivelswaai

Langakker

De term middelhoog gebruiken we hier in de betekenis van gemiddeld. Een waarderingscategorie middellaag bestaat derhalve niet. Heerlijkheid Horssen

Beuningen

Overig De Elzent

gemeentegrens 430000

430000

Het Laagveld

ersteind Horssen

Heuvepark

429500

429500

Schoenaker

Het Arnpark

Hooge Veld Het Broek Ewijksche Velden

429000

429000

Bergharen

Wijksche Broek

Westkanaaldijk

Beuningsche Veld

Beuningsche Veld

De Groene Heuvels

428500

428500

Hooge Veld

Ewijksche Broek

De Hooge Peer Het Schaar

Kinderdorp Neerbosch

428000

De Mekkers

428000

Hof van Wezel

Wielerbaan

Het Broek

Buiten- en Binnen Geest Kampbroek

Wezel

Personnenbos

Hernensche Broek

427500

427500

Nieuwe Wetering Woeziksche Leigraaf

Hernen

Wezelsche Veld

Hernensche Bosch

De Tuut

Leursche Broek

Laak

427000

427000

Neerveldsche Blok

Lindenholt

Wezelse Plas

Laakse Bos Spitsberg 426500

426500

Hernensche Meer

Leursche Bosch Schebbelaarsche Veld

Den Hoef

Leursche Leigraaf

Batenburg

Achterlo Bojenkamp

426000

De Lymen

426000

Leursche Veld Woezik Wijchen Zwanenveld

Dieden

Liendensche Waard

425500

425500

Leur

Tolhuis Wijchen Dukenburg Teersdijk

Noord

Demen Achterlo

425000

425000

Lienden Meijhorst Meijhorst

Waaijes De Vlam

Achterlo

De Berendonck

424500

424500

Niftriksche Wetering

Hoogbroek

Niftriksche Waarden

Dukenburg

Wijchen Valendries

Neerlangel De Pas

Aldenhof

Vormerse Plas

424000

424000

De Vlamen

Wijchensche Meer

Alverna

Deursen-Dennenburg

423500

423500

Wijchensche Vennen

Middelwaard

Klispoel Ravenstein

Balgoijsche Wetering

423000

423000

Niftrik De Rotten Hongerveld

Meiberg Heiveld Kerkeveld

Rakenberg

422500

422500

Wighenerhorst

Uiversnest

Heidsche Broek

Overasseltsche- en Hatertsche Vennen Bullenkamp

Boskant Huisseling

422000

422000

Neerloon

Lunensche Broek

Zandberg

421500

421500

Lunen

Balgoij Hessenberg

De Schatkuil

421000

421000

Neder- en Overasseltsche Broek Valenberg De Brug

Engelbeemden

Overlangel

Het Broek Keent

Kleine Koolwijk 420500

420500

Putwielen

Herpen 0

Binnenveld 169500

TE1/wycu3_kb_wrdrng_te1

170000

170500

171000

171500

172000

172500

173000

173500

174000

Hamelspoel

174500

175000

175500

250

Nederasselt

500

Broekkampen

m 176000

176500

177000

177500

Lage Wijth

178000

178500

Hooge Wijth

179000

179500

180000

Molenhoek 180500

181000

181500

182000

182500

183000

183500

Bijlage 2 Beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten - Samen in verscheidenheid

8

bestemmingsplan Spoorstraat-Herenstraat

Samen in verscheidenheid Beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

Versie 6.8

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

Samenvatting en conclusies De gemeenten Heumen, Wijchen, Beuningen en Druten hebben als gevolg van de wijziging van het Bro het besluit genomen cultuurhistorisch beleid te willen opstellen. Deze nota geeft de hoofdlijnen van dit beleid weer. Het cultuurhistorisch beleid valt in twee hoofdonderdelen: -

Koesteren wat we hebben;

-

Uitdragen van de rijkdom.

Het koesteren van wat er aan erfgoed is wordt concreet gemaakt door enerzijds de borging van cultuurhistorische waarden in het bestemmingsplan en/of nieuwe projecten en processen waarvoor een ruimtelijke procedure doorlopen moet worden en anderzijds de continuering van het monumentenbeleid. Borging van de cultuurhistorische waarden vindt voor de gemeente Wijchen plaats door middel van een parapluplan cultuurhistorie, dat gelijktijdig met deze nota is aangeboden aan de gemeenteraad. Heumen en Beuningen hebben besloten geen parapluplan vast te stellen en de cultuurhistorische belangen alleen bij nieuwe ontwikkelingen af te wegen. Beuningen heeft zich daarnaast voorgenomen om het cultuurhistorisch beleid te evalueren in het kader van de voorbereiding van omgevingsvisie en omgevingsplan. In Druten worden de relevante cultuurhistorische waarden in de toekomstige bestemmings- en periodieke plannen meegenomen. In de vertaling van de cultuurhistorische inventarisatie- en waarderingskaarten naar de beleidskaart is een keuze gemaakt voor de hoogst gewaardeerde gebieden en, voor Wijchen, karakteristieke bebouwing die in het parapluplan zal worden opgenomen. Daarmee wordt een keuze gemaakt welke gebieden de gemeenten op cultuurhistorisch vlak van belang vinden en waar zij specifieke eisen willen stellen aan ontwikkelingen.

Uitdragen van de rijkdom vindt plaats door middel van een faciliterend en initiërend beleid als het gaat om het rijke erfgoed van de gemeenten. Vanuit de formulering van thema’s die voor de gemeenten van belang worden geacht zijn erfgoedlijnen en projectideëen geformuleerd, gekoppeld aan ‘cultuurhistorische trends’. Waar financiële en personele ruimte bestaat zal de gemeente het maatschappelijk middenveld bij initiatieven ondersteunen en eigen initiatieven ontplooien. De 4 gemeenten hopen met deze aanpak meerdere doelen te bereiken. Allereerst is de wens dat het bestaande erfgoed behouden blijft en op een positieve manier wordt ontwikkeld. Daarnaast beoogt zij dat het aanwezige erfgoed optimaal benut wordt voor toeristisch-recreatieve doeleinden, erfgoededucatie en economische ontwikkeling.

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[2 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

Voorwoord Cultuurhistorie houdt niet op bij de gemeentegrenzen. Als wethouders cultuurhistorie van Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten zijn wij dan ook erg tevreden over deze gezamenlijke beleidsnota, een nota die de passende titel “Samen in verscheidenheid” meekreeg. Want natuurlijk onderscheiden en profileren wij ons af en toe als gemeenten van elkaar. Soms schuwen we zelfs de concurrentie niet. Voor het uitdragen van onze gezamenlijke cultuurhistorie geldt dat in ieder geval niet. Op dat beleidsterrein zoeken we juist de verbinding. Deze nota is daar het resultaat van. De minister noemde in 2009 cultuurhistorie als een van de drie belangrijke pijlers van de toekomstige monumentenzorg in zijn beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg. Dat was het eerste signaal van de rijksoverheid richting gemeenten om hen op te roepen cultuurhistorisch beleid te ontwikkelen. De regelgeving die hier in 2012 uit voortvloeide was het laatste zetje. Deze cultuurhistorische beleidsnota laat op een scherpe manier zien hoe enorm waardevol onze gezamenlijke cultuurhistorie is. Hoofdstuk 3 voert ons mee in de rijke geschiedenis van Merovingers, Romeinen, Karolingers, kastelen en heerlijkheden. In de hoofdstukken erna beschrijven wij hoe wij als gezamenlijke en individuele gemeenten met onze cultuurhistorische pareltjes om gaan: samen in verscheidenheid.

Wij bedanken de samenstellers en alle mensen die meegewerkt hebben aan de totstandkoming van deze beleidsnota. Zij zijn er wat ons betreft in geslaagd een meeslepende én realistische beleidsnota te schrijven die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat.

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[3 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

Henk van den Berg, wethouder gemeente Heumen Sjef van Elk, wethouder gemeente Druten Paul Loermans, wethouder gemeente Wijchen Piet de Klein, wethouder gemeente Beuningen

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[4 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

Inhoudsopgave Samenvatting en conclusies..................................................................................................... 2 Voorwoord ............................................................................................................................... 3 Inhoudsopgave ........................................................................................................................ 5 1Inleiding ................................................................................................................................ 6 2 Wat is cultuurhistorie? .......................................................................................................... 9 3 Cultuurhistorie in de regio ................................................................................................... 12 4 Wetgeving .......................................................................................................................... 24 5 Planologische borging en monumentenzorg ........................................................................ 30 6 Cultuurhistorische kansen ................................................................................................... 38 7 Nawoord .............................................................................................................................

44 Bijlagen en kaartbijlagen........................................................................................................ 45

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[5 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

1 Inleiding 1.1 Rijke gemeenten Beuningen, Druten, Heumen en Wijchen zijn prachtige gemeenten op de overgang van het Land van Maas en Waal naar het heuvelachtige Rijk van Nijmegen. In het landschap en in de kernen is de geschiedenis op veel plekken tastbaar aanwezig; er is een rijke variatie aan cultuurhistorisch erfgoed, ook wel aangeduid als cultureel erfgoed of ‘cultuurhistorie’.

Figuur 1.1 De ligging van de gemeenten Beuningen, Heumen, Wijchen en Druten.

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[6 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

Cultuurhistorie wordt van grote waarde geacht. Het draagt bij aan de identiteit van een gemeente, zorgt ervoor dat inwoners geworteld zijn in hun geboorte- of woongemeente en creëert aantrekkingskracht voor toeristen en dagrecreanten. Het is bovendien van waarde voor het onderwijs. Aan cultuurhistorie wordt aandacht besteed in het primair onderwijs: de leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen belangstelling voor aspecten van het lokale en regionale verleden en overblijfselen daarvan. Daarnaast draagt het bij aan de lokale economie en versterkt zo de economische positie van een gebied. Hoewel dit laatste wel eens wordt onderschat of in twijfel wordt getrokken, tonen onderzoeken van omgevingseconomen het onomstotelijk aan.

1

Figuur 1.2 Herkenbare historische plekken roepen een vertrouwd gevoel bij bewoners op.

1.2 Aanleiding voor deze nota Cultuurhistorie kan in Nederland al sinds jaren landelijk op een grote maatschappelijke belangstelling rekenen. De toeristisch-recreatieve sector draait voor een belangrijk deel op beleving en exploitatie van ons ondergronds, gebouwd en landschappelijk erfgoed. Deze belangstelling vertaalde zich in 2009 in de beleidsbrief ‘Modernisering Monumentenzorg’. Daarin benoemde de

1

Zie hiervoor onder meer: Ruijgrok, E., 2004. Economische waardering van cultuurhistorie. Casestudie Tieler- en Culemborgerwaard. W itteveen+Bos, Rotterdam; Bade, T. & G. Smid, z.j. Eigen haard is goud waard. Over de economische baten van cultuurhistorisch erfgoed. Triple E Productions, Arnhem.; Div. auteurs, 2009. Het cultuurhistorisch argument. Projectbureau Belvedere, Utrecht; Brouwer, J., E. Ruijgrok & R. Abma, 2012. Historische buitenplaatsen en landgoederen. In stand houden loont! Witteveen+Bos, Deventer.

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[7 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

minister drie pijlers voor de toekomstige monumentenzorg: cultuurhistorie meewegen in de ruimtelijke ordening, eenvoudiger en krachtiger regelgeving en bevordering van herbestemmingen. De regelgeving die voortvloeide uit dit rijksbeleid, met name de wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening per 1 januari 2012, is de concrete aanleiding geweest om deze nota op te stellen. Elke gemeente werd nu verplicht om expliciete afwegingen op het vlak van cultuurhistorie te maken bij herziening van bestemmingsplannen.

1.3 Doel: wat willen de gemeenten bereiken? De gemeenten Beuningen, Wijchen, Druten en Heumen willen met deze nota de omgang met cultuurhistorie in de komende jaren regelen. De bedoeling is om cultuurhistorie een nóg volwaardiger positie in de ruimtelijke ordening, het toeristisch-recreatief beleid en in de erfgoededucatie te geven. Dit doen zij in het besef dat cultuurhistorie om meerdere redenen (immaterieel, economisch) waardevol en merendeels onvervangbaar is en dat de gemeenten bij jong én oud de waarde, de kennis en het belang van cultuurhistorie en in het in stand houden ervan kunnen bevorderen om (meer) draagvlak te creëren.

RAAP-rapport *nummer* / eindversie, februari 2017

[8 ]

Samen in verscheidenheid; beleidsnota cultuurhistorie voor de gemeenten Beuningen, Wijchen, Heumen en Druten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=5a4fb61f-c521-42d5-a763-2a5125a94b80