Agendabundel
Tekst van het document
Daarnaast willen we de doelgroep uitbreiden. Nu beperkt deze zich tot mensen met een Ernstige Psychiatrische Aandoening (EPA) en een Participatiewet uitkering. We willen deze verruimen en ook mensen met een Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Zelfstandigen-uitkering (IOAZ) en Inkomensvoorziening voor Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Werknemers-uitkering (IOAW) hierin op nemen. Dit is een kleine groep die in een soortgelijke situatie zit als mensen met een Participatiewet uitkering. Ook zijn er steeds meer jongeren die gebruik maken van intensieve trajecten gericht op toeleiding naar werk. De hoeveelheid afgeronde trajecten (toeleiding tot werk) stijgt de afgelopen jaren. Het aantal mensen dat succesvol gebruik heeft gemaakt van IPS zit zelfs boven het landelijk gemiddelde. Recent heeft de gemeente Nijmegen besloten om de komende jaren extra middelen inzetten voor IPS-trajecten. AANDACHTSPUNTEN EN AANBEVELINGEN Het onderscheid tussen arbeidsmatige trajecten (in het kader van de participatiewet) en dagbestedingstrajecten (vanuit de Wmo) is niet altijd duidelijk en dit vraagt soms aandacht. Een ander aandachtspunt is dat in Rivierenland niet alle gemeenten zijn aangesloten op Werkzaak Rivierenland: deze gemeenten profiteren dus niet van de regionale inzet op IPS-trajecten. EVALUATIE SAMEN DICHTBIJ | REGIO NIJMEGEN EN RIVIERENLAND
“Er gaat de komende periode aandacht uit naar een betere integratie met het zorg- en welzijnsdomein”
11
THEMA 4
Maatschappelijke participatie en sociaal netwerk ACHTERGROND Deze opgave richt zich op het ontwikkelen en versterken van een inclusieve samenleving. In iedere gemeente zal een breed scala aan activiteiten toegankelijk moeten zijn voor mensen met een psychiatrische achtergrond. Inclusie vraagt om een mentaliteitsverandering, om samenwerking en om kennisoverdracht tussen specialisten en reguliere voorzieningen en activiteiten. Komen tot een inclusieve samenleving betekent extra inzet van gemeenten en van organisaties. STAND VAN ZAKEN De afgelopen jaren hebben de gemeenten en organisaties hard gewerkt aan de realisatie van een breed participatieaanbod. De elementen die in Samen Dichtbij worden benoemd en die bijdragen aan een sterker participatieaanbod zijn, op verschillende manieren, door de gemeenten opgepakt. Dit resulteert in een divers aanbod. Er is aandacht voor het versterken van het sociale netwerk. Er zijn diverse participatievoorzieningen en activiteiten (door)ontwikkeld voor alle inwoners en specifiek voor mensen met een GGZ-achtergrond. Denk aan inloopvoorzieningen, inloop GGZ, dagbestedingsactiviteiten, sportactiviteiten en wijktheaterprojecten. Gemeenten stimuleren goede samenwerking tussen welzijns- en zorginstellingen, zodat het aanbod toegankelijker en meer laagdrempelig wordt.
Het vaststellen van een brede inclusieagenda door verschillende gemeenten zorgt voor focus op maatschappelijke participatie. De ontwikkeling van een goede basisstructuur draagt bij aan programma’s gericht op de vraag in de wijk. Laagdrempelige steunpunten voor mantelzorgers en respijtvoorzieningen zorgen voor ondersteuning van het netwerk. De organisatie van maatjesprojecten en vrijwilligersactiviteiten helpen mensen actief om deel te nemen. Steeds vaker worden ervaringsdeskundigen ingezet als ondersteuning bij herstel. 12
Behalve continue aandacht voor inclusie in het reguliere aanbod, zetten gemeenten een mentaliteitsverandering kracht bij met een doorlopende campagne gericht op de-stigmatisering. Er zijn diverse communicatiemiddelen ontwikkeld, die lokaal of regionaal kunnen worden ingezet. Zo worden trainingen en bijeenkomsten georganiseerd voor inwoners van een wijk. Met regionale en lokale inclusiecampagnes richten gemeenten zich op het stimuleren van gastvrije wijken en het hebben van meer aandacht en oog voor elkaar. De komende jaren wordt er intensief ingezet om deze ontwikkeling naar inclusie te vergroten.
Campagnes gericht op de-stigmatisering Nijmegen is gestart met de regionale inclusiecampagne: #oogvoorelkaar, met onder andere videoportretten. Berg en Dal zet, samen met de woningcoöperatie, in op ‘Samenleven in de wijk’. In Beuningen, Heumen en Nijmegen is de campagne ‘Welkome wijk’ gestart. In Beuningen en Nijmegen loopt een pilot gericht op de-stigmatisering. Verschillende gemeenten verzorgen trainingen en bijeenkomsten voor inwoners, zoals ‘Mental Health First Aid’ (MHFA) en ‘Ontwa(a)r verward gedrag’. Met ondersteuning van ZonMW subsidie zijn meerdere projecten gestart.
AANBEVELINGEN Ambulantisering van de zorg vraagt om continue sensitiviteit voor (het stimuleren van) inclusie en het voorkomen van sociaal isolement. De komende jaren ontwikkelen we het brede participatie aanbod verder door, waarbij we steeds kijken naar de vraag en de behoeften. We houden onze focus gericht op een inclusieve samenleving.
EVALUATIE SAMEN DICHTBIJ | REGIO NIJMEGEN EN RIVIERENLAND
Initiatieven en voorbeelden Er zijn diverse inloopvoorzieningen en respijtvoorzieningen (door)ontwikkeld: • Netwerk van peer support via ‘West Betuwe Herstelt’ (inloop-GGZ) • Ixta Noa, de Kentering en het Zelfregiecentrum (Nijmegen) • Inloop GGZ nieuwe stijl (Culemborg, Druten en Tiel) • Steunpunt mantelzorgers (Tiel, Culemborg, Buren, West Maas en Waal) • Respijtvoorziening waar mensen met psychisch problemen tot rust kunnen komen (Ixta Noa Nijmegen) Activiteiten en projecten • Activiteiten in wijkcentra, ook op het gebied van zingeving • Maandelijkse bijeenkomsten en activiteiten voor mensen met een psychische kwetsbaarheid (Ixta Noa in gemeente Mook en Middelaar, Beuningen en Berg en Dal) • Sportactiviteiten (Uniek Sporten en Life Goals) • Wijktheaterprojecten (Waalzinnigfestival Nijmegen) Samen aan de slag • Maatjesprojecten (West Maas en Waal en een platform van ongeveer 20 projecten in Nijmegen) • Vrijwilligersprojecten (‘Bijzonder werkt’ van de Vrijwilligerscentrale Nijmegen) Inclusie agenda • In diverse gemeenten is een lokale inclusie agenda opgesteld (West Betuwe, Tiel, Wijchen en Nijmegen)
13
THEMA 5
Inkomen en schuldhulpverlening ACHTERGROND Het hebben van voldoende inkomen en financiële zelfredzaamheid zijn belangrijke randvoorwaarden voor een volwaardig leven en de weg naar herstel. Een stabiel inkomen uit betaald werk is het streven. Als dat niet haalbaar is, wordt ingezet op begeleiding naar werk en/of maatschappelijke activering, zodra dat mogelijk is. Het voorkomen en bestrijden van armoede en schuldenproblematiek is belangrijk, aangezien deze problematiek in grote mate bijdraagt aan het ontstaan van psychosociale problematiek. Inwoners met schulden kunnen in een negatieve spiraal terechtkomen. Schulden zijn voor veel mensen een zware psychische belasting, waardoor ook vaak problemen op andere levensgebieden ontstaan. De ambitie, zoals deze in het beleidsplan is benoemd, gaat over de toegankelijkheid van minimavoorzieningen en het regelen van een warme overdracht wanneer iemands situatie verandert, bijvoorbeeld door verhuizing naar of van een zorginstelling. Hiervoor zijn korte lijnen tussen de hulpverlening en de inkomensondersteuner noodzakelijk. STAND VAN ZAKEN Iedere gemeente heeft een of meerdere contactpersonen voor inkomen en schuldhulpverlening voor onder andere de medewerkers van zorginstellingen. Bij uitstroom uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang worden de financiële veranderingen voor de inwoner goed in kaart gebracht.
Hoe dit is geregeld kan per gemeente verschillen, maar dat het is geregeld, is een afspraak. Er wordt door werkconsulenten, de financiële experts in de wijk of door de loketmedewerkers van de gemeenten nauw samengewerkt met zorgaanbieders en sociale teams. Ook zorgt iedere gemeente voor korte lijnen tussen inkomensondersteuning en schuldhulpverlening en de wijkgerichte GGZ. Ook dit kan per gemeente anders georganiseerd zijn. Een belangrijk element uit het beleidsplan Samen Dichtbij is ook om te streven naar een schuldensignaleringsnetwerk per gemeente. Met dit signaleringsnetwerk willen we dat er vroegtijdig aan de bel wordt getrokken bij betalingsachterstanden, zodat het mogelijk is om hierover passende afspraken te maken. Bij de meeste gemeenten is dit ingericht via de sociale teams of via een separaat programma vroegsignalering. Gemeenten werken in dit programma samen met woningcorporaties, zorgverzekeraars en nutsbedrijven. Alle gemeenten moeten vroegsignalering op enige wijze implementeren in hun dienstverlening om betalingsachterstanden zo klein mogelijk te houden. 14
EVALUATIE SAMEN DICHTBIJ | REGIO NIJMEGEN EN RIVIERENLAND
“Het is belangrijk dat er deskundigheidsbevordering plaatsvindt bij hulpverleners en begeleiders over de effecten van financiële problemen”
AANBEVELINGEN (VOOR DOORONTWIKKELING) Het is belangrijk dat er deskundigheidsbevordering plaatsvindt bij hulpverleners en begeleiders over de effecten van financiële problemen. Niet alleen met betrekking tot financiële zaken, maar ook over de invloed van financiële stress op gedrag en gedragsverandering. Het is van belang dat er een goede sturing komt op en een betere aansluiting tussen de beleidsvelden zorg en welzijn en inkomen en armoedebestrijding. Dit geldt ook voor de betrokken professionals en instanties. We zetten daarnaast in op het gebruik van onafhankelijke cliëntondersteuners, met name voor dak- en thuislozen. EVALUATIE SAMEN DICHTBIJ | REGIO NIJMEGEN EN RIVIERENLAND
15
THEMA 6
Organisatorische onderwerpen ACHTERGROND Deze opgave richt zich voornamelijk op de organisatorische kant van de gemeentelijke verantwoordelijkheden. Het gaat hier om regionale samenwerking, over inkoop van zorg en contractmanagement en de verbinding tussen regionale voorzieningen en de lokale- en regionale toegang tot zorg. Kwaliteit en beschikbaarheid van voldoende voorzieningen verdienen alle aandacht. Ook de verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen gemeenten is in het licht van de decentralisatie van belang. STAND VAN ZAKEN Inrichting van de regionale samenwerking per 2022 (en ook financiële samenwerking per 2023) is een belangrijk vraagstuk, dat is beantwoord met het raadsvoorstel en het regioplan inzake de regionale samenwerking. De uitgangspunten, die zijn beschreven in dit voorstel, worden nader uitgewerkt in de – inmiddels vastgestelde – centrumregeling en een dienstverleningsovereenkomst. In de dienstverleningsovereenkomst worden de taken en verantwoordelijkheden van alle gemeenten – en met name de centrumgemeente – vastgelegd. Er is een ontwikkelpad vastgesteld van 7 tot 10 jaar, waarin regiogemeenten steeds meer lokaal kunnen organiseren voor de brede GGZ-doelgroep. Zoals in hoofdstuk 2 al beschreven is de toegang voor de maatschappelijke opvang recent ondergebracht bij de GGD Gelderland Zuid, die ook al de toegang voor beschermd wonen uitvoert.
Zij beoordelen alle meldingen en geven, in samenspraak met zorgaanbieders, advies over een hersteltraject. Uitgangspunt is dat cliënten waar mogelijk zelf regie voeren over hun eigen hersteltraject en de doelen die daarbij horen. De druk op de maatschappelijke opvangvoorzieningen is groot en daarom zijn er ook (tijdelijke) 16
EVALUATIE SAMEN DICHTBIJ | REGIO NIJMEGEN EN RIVIERENLAND
capaciteitsuitbreidingen georganiseerd op diverse plekken in Nijmegen. De decentralisatie van maatschappelijke opvang, die oorspronkelijk gelijke tred zou volgen met de decentralisatie van beschermd wonen, is uitgesteld naar – tenminste – 2026. Formele besluitvorming hierover is ook uitgesteld. Wel zijn er regionale afspraken gemaakt over de herontwikkeling van het Hulsen-terrein. De centrumgemeente staat er niet alleen voor bij dergelijke omvangrijke ontwikkelingen, waar alle regiogemeenten een belang bij hebben. Het grootste knelpunt voor de maatschappelijke opvang is het gebrek aan woningen. Ook zien we dat voor de zeer complexe doelgroep de opvang al jarenlang vol zit met dezelfde mensen. Doorbraken, zoals de bouw van zorgwoningen/skaeve huse, zijn hiervoor hard nodig, maar niet altijd voldoende.
“Gelet op de druk op de voorzieningen voor de maatschappelijke opvang is het goed om met elkaar en de partners na te denken over de doorontwikkeling van de opvangplekken”
Tot op heden heeft er geen formele besluitvorming plaatsgevonden over het objectieve verdeelmodel. De voorlopige uitkomsten zijn gelijktijdig met de septembercirculaire 2021 gepubliceerd. Formele besluitvorming zal pas medio 2022 plaatsvinden. Gemeenten zullen zodoende met de voorlopige uitkomsten moeten werken in het opstellen van een regionale begroting.
ch
di tb ij
EVALUATIE SAMEN DICHTBIJ | REGIO NIJMEGEN EN RIVIERENLAND
en
AANBEVELINGEN Gelet op de druk op de voorzieningen voor de maatschappelijke opvang is het goed om met elkaar en de partners na te denken over de doorontwikkeling van de opvangplekken. Het breder ontsluiten van monitoringsinformatie, ondersteunend aan het beleid, levert een belangrijke bijdrage aan het inzicht van gemeenten over de meest urgente aandachtspunten.
m Sa
Gemeenten hebben behoefte aan sturingsinformatie aangaande beschermd wonen en de maatschappelijke opvang. Veel informatie is al op een zinvolle manier ontsloten in diverse monitors en dashboards binnen de gemeente en de regio Nijmegen. De aansluiting van de regio Rivierenland op deze dashboards is een ontwikkelpunt voor de komende tijd.
17
Conclusie
}
Het beleidsplan Samen Dichtbij, dat in 2017 is geschreven en vastgesteld, is op verreweg de meeste punten nog relevant en actueel. Het enige concrete doel dat bijstelling behoeft, betreft de destijds geraamde ‘bedden afbouw’. Doordat een groot gedeelte van de oorspronkelijke beschermd wonen-populatie inmiddels in de Wet langdurige zorg is ondergebracht, is een afbouw van de helft van het oorspronkelijke aantal bedden niet meer haalbaar en niet meer noodzakelijk. We kunnen echter niet stellen dat de ambulantisering al volledig is geslaagd: we zien nog de behoefte om meer vervangende – extramurale – zorg te organiseren. Bovendien zien we dat een complexe doelgroep met multiproblematiek niet altijd goed kan worden bediend binnen het huidige aanbod. Dit blijven continue aandachtspunten. Voorts zien we dat op alle afspraken, doelen en ambities, die genoemd zijn in Samen Dichtbij, actie is ondernomen door de hele regio of door de verschillende gemeenten. Doordat gemeenten vaak op verschillende wijze invulling hebben gegeven aan bepaalde afspraken is een onderlinge vergelijking niet helemaal mogelijk. We zien dat wonen een van de belangrijkste speerpunten is, waar met urgentie meer beweging, afstemming en samenwerking in moet komen.
De voornaamste conclusie is dat we het beleidsplan, dat destijds is geschreven, nog steeds als leidraad kunnen en moeten gebruiken voor nieuwe beleidsontwikkelingen voor de brede GGZ-doelgroep. Deze evaluatie dient daarbij als een oplegger om op onderdelen de stand van zaken terug te lezen en een overzicht te krijgen van de belangrijkste ontwikkelpunten in de regio en in de eigen gemeente. De evaluatie toont aan dat de kaders in het beleidsplan Samen Dichtbij actueel en leidend zijn. We bouwen hier de komende jaren op door, zodat we zorg zo dicht mogelijk bij huis, in een zo gewoon mogelijke situatie kunnen organiseren.
18
EVALUATIE SAMEN DICHTBIJ | REGIO NIJMEGEN EN RIVIERENLAND
Appendix A: overzicht 25 voorstellen Samen Dichtbij THEMA 1: EEN SLUITEND NETWERK 1. Scenario 3 “Geïntegreerde GGZ in de wijk” is het toekomstperspectief dat we in een periode van 15 jaar willen bereiken. In 2020 is als tussenstap scenario 2 “Intensivering ambulante opbouw” bereikt.
11. Op basis van analyse een verbetertraject opzetten voor nazorg ex-gedetineerden. 12. Borging regionale aanpak zorgketen prostitutie.
2. In het kader van de bestuurlijke aanbesteding van Beschermd Wonen, inkoopafspraken maken en financiële prikkels inbouwen gericht op ambulantisering (scenario 2 en 3) en cultuursensitief werken. 3. Centraal coördinatiepunt Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang inrichten per sub-regio. 4. Versterking samenwerking Beschermd Wonen/Maatschappelijke Opvang – sociale teams/loketten – toepassing kantelingsprincipes. 5. Tiel en Nijmegen als centrale locaties voor opvangvoorzieningen behouden – geen uitbreiding- werken vanuit herstelgerichte visie. 6. Tussenvoorzieningen in beide sub-regio’s uitbreiden. 7. Iedere gemeente beschikt over een gereedschapskist ‘wijkgerichte GGZ’: sluitend professioneel netwerk, nauwe samenwerking met informeel netwerk, casemanagement, voldoende ontmoetingsmogelijkheden. 8. Iedere sub-regio beschikt over time-outvoorziening(en). 9. Iedere sub-regio beschikt over een signaalpunt (gekoppeld aan Wvggz).
13. Standaard gebruik crisiskaart, realisatie Interventieteam 2.0 en multidisciplinaire beoordelingskamer/gebundelde crisiszorg en passend vervoer (Sluitende aanpak psychische kwetsbaarheid– Spoedig dichtbij).
THEMA 2: WONEN 14. Regionaal ontwikkelprogramma Weer thuis met afspraken over realisatie meer woonvarianten (trainingshuizen, woonunits jongvolwassenen, etc.), bijzondere bemiddeling, spreiding en leefbaarheid – hieraan gekoppeld prestatieafspraken tussen gemeenten en woningcorporaties. 15. Alle mensen met (psychische) kwetsbaarheid hebben duurzaam (beschut/ begeleid) werk, zinvolle dagbesteding, of zitten in een opleidings- of leer-werktraject.
THEMA 3: WERK EN DAGBESTEDING 16. De regionale werkbedrijven bieden een gevarieerd scala aan instrumenten aan om kwetsbare groepen toe te leiden naar (begeleid of beschut) werk. 17. Behandeling en begeleiding worden zo snel mogelijk gecombineerd met toeleiding naar (beschut/begeleid) werk of dagbesteding.
10. Iedere gemeente beschikt over een lokaal zorgnetwerk voor multiprobleemhuishoudens. EVALUATIE SAMEN DICHTBIJ | REGIO NIJMEGEN EN RIVIERENLAND
19
THEMA 4: MAATSCHAPPELIJKE PARTICIPATIE EN SOCIAAL NETWERK 18. Iedere gemeente beschikt over een divers participatieaanbod voor mensen met (psychische) kwetsbaarheid: steunpunt mantelzorgers, toegankelijke voorzieningen (Uniek sporten en toegankelijke wijkactiviteiten, bijvoorbeeld), maatjesproject(en), ingevingsactiviteiten, inloopvoorzieningen en dagbesteding. 19. Opzet regionale inclusiecampagne met ruimte voor lokale inkleuring.
THEMA 5: INKOMEN EN SCHULDHULPVERLENING 20. Iedere gemeente zorgt voor een contactpersoon inkomen & schuldhulpverlening voor mensen die uitstromen uit Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. 21. Iedere gemeente zorgt voor korte lijnen tussen inkomensondersteuning & schuldhulpverlening en de wijkgerichte GGZ. 22. Een signaleringsnetwerk schulden in elke gemeente.
THEMA 6: (OVERIGE) ORGANISATORISCHE ONDERWERPEN 23. Voor de uitvoering (inkoop, contractmanagement, kwaliteit & handhaving, toegang, verantwoording) van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang tot 2020 Nijmegen als centrumgemeente aan te wijzen. 24. Een financiële regionale werkgroep de opdrachtgeven om met een voorstel te komen voor gezamenlijke financiering van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang na 2020, inclusief een rekenmodel waarin de gevolgen van de ambulantisering per gemeente zijn verwerkt. 25. Opzet van gezamenlijke regionale monitoring – kwalitatief (genomen acties, uitbreiding activiteiten, voorzieningen en samenwerkingsvormen) en kwantitatief (afbouw intramurale zorg parallel aan opbouw ambulante zorg). 20
25 voorstellen Samen Dichtbij