CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raad openbaar Wijchen 16 december 2025, gemeente wijchen30.362 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

-

In het regioarrangement ‘Meer landschap, meer stad (Regioarrangement Groene Metropoolregio Arnhem - Nijmegen’ (hierna: Regioarrangement) van de Provincie, 17 regiogemeenten en 3 waterschappen staat: ‘We gaan voor aantrekkelijke landschappen die bewoners een mooi uitloopgebied bieden, waarin ruimte is voor agrariërs, biodiversiteit en waterberging en waarin we kwetsbare natuurgebieden ontzien. Er ligt een opgave om de landbouw te verduurzamen en te zoeken naar aanvullende verdienmodellen. Ook gaan we voor een toekomstbestendig rivierengebied dat als systeem goed functioneert en meervoudig bruikbaar is. We zoeken hierbij naar een optimale balans tussen de verschillende functies van het rivierengebied en willen een riviersysteem dat duurzaam te beheren is. Door het natuurlijk systeem robuuster te maken, kunnen we de negatieve effecten van klimaatverandering verminderen. De opgaven ‘meer landschap’ en ‘meer stad’ zijn gelijkwaardig en even belangrijk.’

De Blauwe Motor en de Groene Mantel zijn belangrijke initiatieven om een groen-blauw raamwerk te maken en om daarmee het Regioarrangement uit te voeren. -

Partijen afspraken willen maken om sneller, beter en misschien goedkoper te komen tot een toekomstbestendige uitvoering van maatregelen.

-

Vanuit de versnellingsaanpak stikstof GS op 18 februari 2025 besloten heeft dat natuurherstel in stikstofgevoelige N2000 gebieden en “relevante KRW-waterlichamen en gebieden” prioriteit hebben. Voor de Groene Mantel/Blauw Motor betekent dit focus van de provincie op instandhoudingsdoelstellingen Natuur of KRW-doelen.

Figuur 1: kaart van het gebied Wat spreken Partijen met elkaar af?

Artikel 1 Vertrekpunt, doel en inspanningen 1.1.

Partijen willen om meerwaarde en uitvoeringskracht te realiseren samen aan de initiatieven van de Blauwe Motor en de Groene Mantel werken en deze programma’s in samenhang met elkaar oppakken.

1.2.

De Blauwe Motor heeft als doel een toekomstbestendige ('klimaatrobuuste') Stuwwal in 2035 door een betere balans in het (grond)water- en bodemsysteem. Dit als basis voor vitaal bos, natuur, droog en veilig wonen, toekomstbestendige land- en tuinbouw, eneen aantrekkelijk landschap om te recreëren. Partijen willen dit doel bereiken door (maatregelen): a. Retentie en betere infiltratie van regenwater, efficiënter watergebruik en herstel van de sponswerking van de bodem; b. Passend ruimtegebruik in 2050 op basis van natuurlijk water- en bodemsysteem ('bodem en water sturend'); c. Aanvullende maatregelen tegen wateroverlast, erosie, droogte, hitte en natuurbrand; d. het houden en herstellen van voldoende schoon en ecologisch gezond oppervlaktewater en grondwater zodat het water voldoet aan de Kaderrichtlijn Water; e. het verminderen van stikstofbelasting op met name de Natura2000 gebieden De Bruuk en St. Jansberg; f. het bevorderen van biodiversiteit en herstel van beken en het behalen van de KRW opgaven. De Groene Mantel heeft als doel een biodivers, klimaatrobuust en beleefbaar landschap voor 2035. De Partijen willen ook een gezonde en toekomstbestendige voedselvoorziening en robuuste verbindingen tussen natuurgebieden realiseren. Partijen willen dit doel bereiken door (subdoelen): a. bij te dragen aan natuur, water, bodem en klimaat; b.

toekomstperspectief te creëren voor agrariërs die werken aan bovenstaande thema's; c. de relatie tussen stad en landelijk gebied te versterken.

1.3.

1.4.

Partijen werken op basis van het rapporten “Adviesrapport pre-verkenning Stuwwal Rijk van Nijmegen/Blauwe motor” en “de Groene mantel, zes gebiedsverhalen voor groenblauwe ontwikkeling” aan een programmatische aanpak door het opstellen van: a. twee goed op elkaar afgestemde programmaplannen waarin staat hoe Partijen de doelen willen bereiken; b. een uitvoeringsprogramma voor de Blauwe Motor voor de jaren 2025-2035 en een samenwerkingsovereenkomst; c. een uitvoeringsprogramma voor de Groene Mantel voor de jaren 2025-2035 en een samenwerkingsovereenkomst. Partijen spannen zich in om: a. drie maanden na ondertekening van deze overeenkomst de plannen af te hebben; b. drie maanden na ondertekening van de overeenkomst beknopte versies van de uitvoeringsprogrammas te hebben met daarin afspraken over de financiering van activiteiten die snel van start kunnen;

c. d. e.

één jaar na ondertekening van deze overeenkomst de uitvoeringsprogramma’s af te hebben; zo snel mogelijk daarna afspraken te maken in eerste versies van samenwerkingsovereenkomsten; de uitvoeringsprogramma’s op doelbereik jaarlijks te monitoren en indien nodig te herijken en de afspraken vast te leggen in volgende versies van samenwerkingsovereenkomsten.

Zie voor een opsomming van de inhoud van het programmaplan, de uitvoeringsprogramma’s en de samenwerkingsovereenkomsten bijlage 2. Partijen onderzoeken of zij andere doelen van Partijen en initiatieven uit de omgeving kunnen meenemen bij het bepalen van de maatregelen. Voorwaarde is dat deze meekoppelkansen meerwaarde hebben en er geld voor is. 1.5.

Er lopen al acties van Partijen die bijdragen aan de doelen van de Blauwe Motor en de Groene Mantel. Deze acties kunnen doorlopen en hoeven niet te wachten op de uitvoeringsprogramma’s. Partijen spannen zich in om deze acties af te stemmen met elkaar en samen te zoeken naar meerwaarde om tot uitvoering te komen.

1.6.

Partijen weten dat er voor de uitvoeringsprogramma’s en de samenwerkingsovereenkomsten formele besluiten van Partijen nodig zijn. Partijen respecteren elkaars beoordelingsruimte, bevoegdheden, taken en besluitvormingsprocessen.

1.7.

Partijen bij de programma’s Blauwe Motor en Groene Mantel spannen zich in om de besluitvormingsprocessen zoveel mogelijk gelijk te laten lopen.

Artikel 2 Organisatie, overleg en werkzaamheden 2.1.

Partijen werken samen als in de figuur hieronder. Partijen werken de precieze rollen, taken en

bevoegdheden bij besluitvorming nog uit in de in 1.3 genoemde programmaplannen. 2.2.

Bestuurlijke opdrachtgever (hierna: Bestuurlijk Gebiedsteam) Er is een Bestuurlijk Gebiedsteam. Voorzitter van het Bestuurlijk Gebiedsteam is een wethouder van één van de Gemeenten. Het Bestuurlijk Gebiedsteam: a. zorgt voor bestuurlijke overeenstemming waarna besluitvorming door Partijen kan plaatsvinden; b. bewaakt de samenhang tussen de programma’s voor de Blauwe Motor en de Groene Mantel en tussen deze programma’s en de regionale programmering. Het bestuurlijk gebiedsteam wijst uit haar midden een eerste aanspreekpunt aan voor de programma’s Blauwe Motor - Groene Mantel.

2.3.

Adviesgroepen Er is een stuurgroep Klimaatadaptatie Rijk van Maas en Waal (SKAN) en er is een bestuurlijk overleg Groene Mantel (hierna: Adviesgroepen). Binnen de programma’s Blauwe Motor en Groene Mantel hebben deze Adviesgroepen een adviserende rol. De stuurgroep Klimaatadaptatie Rijk van Maas en Waal doet dit voor het programma Blauwe Motor. Het bestuurlijk overleg Groene mantel doet dit voor de Groene Mantel. De adviesgroepen adviseren het Bestuurlijk Gebiedsteam over koers, inhoud, de integraliteit van de programmering en de voortgang van de uitvoering,

2.4.

Opdrachtgeversoverleg Er is een Opdrachtgeversoverleg met van de Provincie, het Waterschap, één van de betrokken gemeenten en de GMR één afgevaardigde. De afgevaardigde van de gemeente en van de GMR zorgen voor afstemming met de (andere) Gemeenten. De leden uit het opdrachtgeversoverleg kiezen uit hun midden de voorzitter Het Opdrachtgeversoverleg zorgt voor samenstelling (bemensing) van het kernteam Blauwe Motor - Groene Mantel en de programmateams Blauwe Motor en Groene Mantel, het functioneren en aansturen van de programmamanagers en de randvoorwaarden voor de programmateams Blauwe Motor en Groene Mantel. Het opdrachtgeversoverleg beoordeelt voorstellen van het kernteam en de programmateams Blauwe Motor - Groene Mantel.

2.5.

Kernteam Blauwe Motor - Groene Mantel (hierna: Kernteam) Het Opdrachtgeversoverleg stelt namens de Partijen het Kernteam aan met daarin: a. een programmamanager, die eerst verantwoordelijk is voor de Blauwe Motor; b. een programmamanager die eerst verantwoordelijke is voor de Groene Mantel De Programmamanagers dragen samen zorg voor de afstemming en coördinatie tussen beide programma’s. De programmamanager Groene Mantel is hiervoor eerste aanspreekpunt. De Provincie levert een Programmamanager die eerstverantwoordelijke is voor de Blauwe motor. De GMR levert de Programmamanager die eerst verantwoordelijk is voor de Groene Mantel. Samen met een communicatiemedewerker en een ondersteuner vormen zij het kernteam van het programma Blauwe Motor en het programma Groene Mantel. Het Kernteam maakt de programmaplannen (plan van aanpak). Het Kernteam begeleidt de programma’s Blauwe Motor en Groene Mantel, zoals Partijen gaan omschrijven in het programmaplan.

De Programmamanagers zijn verantwoordelijk voor het opstellen van de conceptuitvoeringsprogramma’s en de concept-samenwerkingsovereenkomsten voor de Blauwe motor en de Groene Mantel. Zij zijn tevens verantwoordelijk voor een goede afstemming en coördinatie hier tussen. Zij adviseren de adviesgroepen en het gebiedsteam over de koers, de inhoud, de integraliteit van de programmering en de voortgang van de uitvoering. Zij doen dit met de programmateams (zie artikel 2.6). 2.6.

Programmateams Blauwe Motor en Groene Mantel (hierna: Programmateams) Er is een Programmateam voor de Blauwe Motor en een Programmateam voor de Groene Mantel met daarin: a. de eerstverantwoordelijke programmamanagers, met als vervanger de andere programmamanager die niet de eerstverantwoordelijke is; b. de ondersteuners en communicatiemedewerker(s) c. van elke partij in ieder geval één afgevaardigde. De ambtelijk opdrachtgever kan namens het Opdrachtgeversoverleg extra medewerkers/ specialisten van Partijen en afgevaardigden van andere partijen toevoegen aan de Programmateams. De Programmamanagers informeren het Opdrachtgeversoverleg ieder kwartaal over de voortgang.

Artikel 3 Financiën 3.1.

Financiën voor proceskosten Partijen hebben de proceskosten geraamd voor de jaren 2025 t/m 2027: a. voor de Blauwe Motor € 700.000 en b. voor de Groene Mantel € 700.000. De begroting wordt jaarlijks geactualiseerd en vastgesteld in het bestuurlijk gebiedsteam Rijk van Nijmegen. Partijen stellen de volgende bedragen beschikbaar: a. b. c. d. e.

Provincie Waterschap Gemeente Berg en Dal Gemeente Heumen Gemeente Nijmegen

€ 975.000 € 200.000 € 61.333 € 48.740 € 43.333

a. b.

Gemeente Wijchen Groene Metropoolregio

€ 20.959 € 25.000

Partijen maken in het programmaplan afspraken over wie van Partijen de kassier wordt en hoe de geldstromen lopen. Als de proceskosten hoger of lager uitvallen dan geraamd gaan Partijen met elkaar overleggen. 3.2. 3.3.

Partijen betalen zelf de kosten voor hun afgevaardigden. Financiën voor maatregelen

Partijen voeren nu maatregelen individueel uit, maar hebben op dit moment niet genoeg zicht op geld om alle maatregelen uit te voeren die passen bij de ambities. In het eerste jaar bij de uitvoeringsagenda maken Partijen de kosten en dekkingen inzichtelijk. Partijen maken nadien in de samenwerkingsovereenkomsten afspraken over de bijdrage van ieder van de Partijen aan de uitvoering van de maatregelen, afhankelijk van hun belang in de opgave. Iedere partij zorgt ervoor dat bij de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst zijn bijdrage beschikbaar is. Artikel 1.7 geldt ook voor de financiering van maatregelen. Partijen weten dat voor het beschikbaar stellen van bedragen aparte formele besluiten nodig zijn.

Artikel 4 Toetreding derden Derde gemeenten die voldoende binding hebben met de Blauwe motor, groene mantel, kunnen toetreden tot deze overeenkomst na ondertekening van een addendum door partijen en de toetredende derde. In het addendum worden de verplichtingen van de gemeente geregeld en de gevolgen die de toetreding heeft voor de bestaande partijen. Het voorstel voor het addendum wordt opgesteld door het kernteam. Besluiten tot toetreding van een nieuwe partij op grond van dit artikel dienen unaniem te worden genomen door het gebiedsteam.

Artikel 5 Duur 4.1.

Deze overeenkomst treedt in werking na ondertekening door alle Partijen. Deze overeenkomst duurt drie jaar, te rekenen vanaf de ondertekening door alle Partijen. De overeenkomst wordt automatisch met steeds een half jaar verlengd. Dit tenzij één van de Partijen minimaal één maand voor het einde van de looptijd van de overeenkomst schriftelijk aan de andere Partijen laat weten de overeenkomst niet te willen verlengen. De andere partijen overleggen dan hoe met elkaar verder te gaan.

4.2.

Partijen kunnen schriftelijk afspreken dat deze overeenkomst eerder eindigt.

4.3.

Rechtsgevolgen die voortvloeien uit deze overeenkomst en die naar hun aard geacht worden door te werken of eventueel resteren na de beëindiging van deze overeenkomst worden afgehandeld overeenkomstig het bepaalde in deze overeenkomst.

Artikel 6 Openbaar maken overeenkomst 5.1.

Partijen weten dat er bepaalde wetten en regels gelden, zoals de Wet open overheid. De Provincie, de verschillende gemeenten en het Waterschap maken daarom deze overeenkomst openbaar.

5.2.

Partijen geven elkaar hierbij hun instemming voor de openbaarmaking van deze overeenkomst. Ook geven Partijen hierbij aan dat zij geen behoefte hebben aan het indienen van zienswijzen als bedoeld in artikel 3.1 lid 3 Wet open overheid.

Artikel 7 Nederlands recht Voor deze overeenkomst geldt het Nederlands recht.

Ondertekening Afgesproken en (digitaal) getekend door:

______________________ Provincie Gelderland

______________________ Waterschap Rivierenland

______________________ Groene Metropoolregio Arnhem - Nijmegen

______________________ Gemeente Berg en Dal

______________________ Gemeente Heumen

______________________ Gemeente Nijmegen

______________________ Gemeente Druten

______________________ Gemeente Beuningen

______________________ Gemeente Wijchen

______________________ Gemeente West Maas en Waal

Openbaar

Zaaknummer: Z/25/324926

Informatienota voor de Gemeenteraad Onderwerp: Intentieovereenkomst Blauwe Motor-Groene Mantel Collegedatum: 25 november 2025

Kernboodschap De gemeente Wijchen neemt deel aan de samenwerking rondom de Blauwe Motor (klimaatadaptatie en waterbeheer stuwwal) en de Groene Mantel (versterking biodiversiteit, klimaatrobuustheid en beleefbaarheid van het landschap in het landelijk gebied). Met de ondertekening van de Intentieovereenkomst (IOK) bevestigt de gemeente haar actieve bijdrage aan de gezamenlijke doelen en opgaven, samen met andere overheden en gebiedspartners zoals ZLTO, Radboud Universiteit, Via Natura en Collectief Rivierenland.

Eerdere besluiten Datum

Korte omschrijving eerder genomen besluit (vermeld zo mogelijk het zaaknummer/documentnummer)

24-09-2024

Z/24/265864 Plan van aanpak Groene Mantel

27-09-2023

Z/23/136457 Regioarrangement Meer Landschap, Meer Stad

Gevolgen De gemeenten in het Rijk van Nijmegen (RvN) werken samen met provincie, waterschap en de Groene Metropoolregio, evenals met maatschappelijke en kennispartners zoals ZLTO, Radboud Universiteit (Living Lab Ooijpolder), Via Natura en Collectief Rivierenland, aan twee gebiedsprocessen: • Blauwe Motor: gericht op het herstel van de sponswerking van de stuwwal, duurzaam waterbeheer en klimaatadaptatie. • Groene Mantel: gericht op het versterken van het landschap door het verbeteren van de biodiversiteit (de verscheidenheid aan planten- en diersoorten), het vergroten van de klimaatbestendigheid van het gebied en het toegankelijk en aantrekkelijk maken van het landschap voor bewoners en bezoekers.

Pagina 1 van 2

Openbaar

Zaaknummer: Z/25/324926

De voorliggende nota biedt een mooie kans om de IOK voor het Rijk van Nijmegen duidelijk neer te zetten als een gebiedsgerichte vervolgstap van de uitvoeringsagenda Groenblauw Raamwerk.

De IOK regelt de doelen, organisatie en de inzet van middelen voor de gebiedsprocessen Blauwe Motor en Groene Mantel. Dat is nodig omdat beide processen nu een volgende fase ingaan: naar de verkenningsfase. Naast lopende zaken, onderzoeken we in deze fase welke maatregelen we kunnen nemen in de Groene Mantel. De IOK sluit bovendien goed aan bij bestaande regionale afspraken, zoals het Regionaal Uitvoeringsprogramma en het Regioarrangement van de Groene Metropoolregio. Formeel tekent de wethouder namens de gemeente, zoals ook bij andere deelnemende partijen gebruikelijk is. Voor de uitvoering is een totale raming van 3 jaar gemaakt van €1.416.919, waarvan de bijdrage van de gemeente Wijchen € 20.959 bedraagt; deze middelen zijn reeds gereserveerd in het kader van het raadsbesluit Z/24/265864 (Plan van aanpak Groene Mantel, vastgesteld op 24-09-2024). Een aandachtspunt is het waarborgen van de betrokkenheid van alle gebiedspartners. Wanneer belangrijke stakeholders, zoals ZLTO, niet of onvoldoende aanhaken, kan dit de voortgang van het proces vertragen of de uitvoeringskracht beperken. Het actief betrokken houden van deze partijen is daarom essentieel voor het slagen van de gebiedsgerichte aanpak.

Communicatie We communiceren niet afzonderlijk over de ondertekening van de IOK. Voor de communicatie over de uitvloeiende deelprojecten gebruiken we de reguliere kanalen van de gemeente en van de Groene Metropoolregio.

Uitvoering of vervolgstappen Na ondertekening richten de partijen twee programmateams op voor de Blauwe Motor en de Groene Mantel. Deze teams coördineren de uitvoering, bereiden besluiten voor en bewaken de voortgang van de projecten. Het Gebiedsteam Rijk van Nijmegen fungeert als bestuurlijke opdrachtgever en neemt besluiten zodra de adviesgroepen overeenstemming hebben bereikt.

Pagina 2 van 2

Raad openbaar Wijchen Dossiernummer

7330

Extern Zaak ID

Z/25/324443

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

16 december 2025

Agendapunt

5.d

Titel

324443 Informatienota 2e Bestuursrapportage WDW 2025

Organisatieonderdeel

domein Bedrijfsvoering - team Financieel beleid

Soort nota

Informatienota

Programma/Paragraaf

§7 Bedrijfsvoering

Portefeuillehouder(s) Wijchen

Helmer-Englebert, R. (Renske)

Bijlagen 324443 Informatienota 2e Bestuursrapportage WDW 2025 Geagendeerd

Vergaderdatum

College BenW openbaar Wijchen

25 november 2025

Stukken Agendacommissie Wijchen

28 november 2025

Raad openbaar Wijchen

16 december 2025

Voorgesteld besluit De informatienota met een samenvatting van de 2e Bestuursrapportage WDW 2025 voor kennisgeving aan te nemen. Besluit (Ter kennisneming aangenomen) De informatienota met een samenvatting van de 2e Bestuursrapportage WDW 2025 voor kennisgeving aan te nemen.

Openbaar

Zaaknummer: Z/25/324443

Informatienota voor de Gemeenteraad Onderwerp: 2e Bestuursrapportage WDW 2025 Collegedatum: 25 november 2025 Kernboodschap In de Perspectiefnota is een inschatting gemaakt van het financiële effect van de vastgestelde CAO. Inmiddels heeft WDW dit verder uitgewerkt in een begrotingswijziging. Hieruit blijkt dat het voordeel op de gemeentelijke bijdrage groter is dan eerder gedacht (€ 111k). Volgens de laatste cijfers uit de tweede bestuursrapportage verwacht WDW in 2025 een positief financieel resultaat van € 1,1mln, een afwijking van 2,2% ten opzichte van de begroting. De belangrijkste oorzaken zijn lagere kosten voor bedrijfsvoering, automatisering en uitgestelde ICT-projecten. Tegelijk worden enkele voorzieningen verhoogd, zoals voor verlofsparen en RVU. De renteopbrengsten vallen lager uit dan eerder ingeschat. De begroting wordt hierop aangepast. Per saldo leidt dit tot een verlaging van de gemeentelijke bijdrage met € 730k, waarbij WDW een buffer aanhoudt van € 400k voor onverwachte kosten in het laatste kwartaal. Bij wijkbeheer Wijchen zien we een voordeel van € 185k en een nadeel op wijkbeheer Druten van € 119k. Eerdere besluiten Datum

Korte omschrijving eerder genomen besluit (vermeld zo mogelijk het zaaknummer/documentnummer) Begroting 2025 WDW

Toelichting Hoe ontstaat het voordeel vanwege de vastgestelde CAO? In de begroting van de WDW is uitgegaan van een index van 5,3% in 2025. De CAO is vastgesteld met een lagere loonontwikkeling. We passen de personeelskostenraming aan op de CAO, waarmee de gemeentelijke bijdrage kan worden verlaagd. Wat staat er in deze Bestuursrapportage? Deze rapportage laat zien hoeveel geld er tot en met het derde kwartaal van 2025 is uitgegeven door de WDW. Ook geven we een verwachting voor het einde van het jaar. In het diagram is te zien hoe het geld ongeveer is verdeeld. Personeelskosten Het grootste deel van het budget komt van beide gemeenten en is bedoeld voor personeel. We houden de kosten voor salarissen en ingehuurde krachten goed in de gaten. Daarbij maken we onderscheid tussen inhuur vanwege langdurige ziekte en andere vormen van inhuur. Pagina 1 van 6

Openbaar

Zaaknummer: Z/25/324443

Kosten voor ICT Naast personeelskosten is er ook een groot budget voor Informatisering en Automatisering (I&A). Ongeveer de helft van dit geld gaat naar iRvN voor automatisering (de A-kant). De informatisering (de I-kant) regelt WDW zelf. Overige kosten Andere kosten zijn bijvoorbeeld voor voertuigen, gereedschap voor de buitendienst en de gemeentewerven. Huisvestingskosten bestaan uit de huur van gebouwen en het gebruik ervan. Begrotingswijziging In de bijlage bij de bestuursrapportage staat een aanpassing van de begroting voor 2025 en verder. Deze aanpassing is nodig omdat er geld voor extra taken beschikbaar is gesteld. Daartegenover verwachten we niet al het geld in 2025 nodig te hebben en stellen we voor een deel van de gemeentelijke bijdrage terug te geven. Het bestuur van WDW moet hier officieel mee instemmen. De bestuursrapportage in het kort Personeelskosten (bedrijfsvoeringbudget) Het personeelsbudget wordt gebruikt voor medewerkers die in dienst zijn van de WDW. Ook wordt een gedeelte hiervan gebruikt om extra mensen in te huren als dat nodig is. Soms zijn vacatures moeilijk te vervullen of is er sprake van langdurige ziekte. In die gevallen huren we externe medewerkers in, zodat de dienstverlening op peil blijft. In de Perspectiefnota is een inschatting gemaakt van het financiële effect van de vastgestelde CAO.

Inmiddels heeft WDW dit verder uitgewerkt in een begrotingswijziging van het personeelsbudget. Hieruit blijkt dat het voordeel op de gemeentelijke bijdrage groter is dan eerder gedacht (€ 111k). In het overzicht hieronder is zichtbaar hoe dat personeelsbudget tot en met het derde kwartaal is gebruikt. Samenvatting bedrijfsvoeringbudget WDW (Bedragen x 1.000) Totaal FTE begroot Totaal FTE ingevuld Percentage FTE ingevuld Totaal personeelskosten begroot Totaal personeelskosten prognose Percentage benut budget

Peildatum 30-9-2025 459 438 95% € 37.502 € 33.161 88%

Beschikbare vacatureruimte

€ 4.341

Inhuurverplichtingen vanuit bedrijfsvoeringbudget

€ 3.124

Saldo bedrijfsvoeringbudget

€ 1.217

Per 1 oktober is ongeveer € 1.217k beschikbaar voor het invullen van vacatures en inhuur van nieuwe medewerkers voor het laatste kwartaal van 2025, die nu nog niet zijn voorzien. Een schatting van extra inhuur (€ 83k), die we al van plan zijn aan te trekken, is verwerkt in bovenstaande cijfers.

Pagina 2 van 6

Openbaar

Zaaknummer: Z/25/324443

Opleidingsbudget Een deel van het opleidingsbudget is bedoeld voor de hele organisatie. Een ander deel is verdeeld over de verschillende domeinen. Daarnaast is een deel van het organisatiebudget apart gezet voor de WDW Academie. Voor de WDW Academie verwachten we ongeveer € 65k nodig te hebben om opleidingen te organiseren. Daarnaast is € 36k gereserveerd voor licentiekosten. Begroot

Werkelijke kosten

Restant

% Restant

Domeinen

301

222

79

26%

Organisatie

123

107

16

13%

WDW Academie

101

68

33

33%

Totaal

525

397

128

24%

Bedragen x € 1.000

Van het totale budget van € 525k is nog 24% beschikbaar voor het laatste kwartaal van het jaar. We verwachten dat dit bedrag in het vierde kwartaal helemaal wordt gebruikt. Informatisering en Automatisering Na het derde kwartaal wordt een voordeel van € 650k verwacht. Het exploitatiebudget van I&A laat een voordeel van € 410k zien door lagere onderhoudskosten, uitgestelde kosten vanwege latere investeringen en een voordeel op de ingeschatte indexaties. Daarnaast is er € 240k voordeel door vertraging in SAAS-projecten. De vertraging komt door afhankelijkheid van externe partijen zoals iRvN en leveranciers. Dit bedrag storten we in de egalisatiereserve ICT voor uitvoering in 2026. Naast de genoemde voordelen stellen we voor € 100k toe te voegen aan de reserve ICT. Dit bedrag is bedoeld voor het afkopen van het huidige contract voor 360-graden horizontale foto’s. Door deze afkoop ontstaat ruimte om een nieuw, voordeliger contract aan te gaan. We verwachten lagere kosten voor onderhoud en licenties in de toekomst. Overige kosten De WDW zet overtollig geld volgens de Wet Fido op een rekening bij de Rijksschatkist. Dit gebeurt via een aparte rekening die de WDW heeft bij het agentschap van het ministerie van Financiën. Als de rente op de geld- en kapitaalmarkt stijgt, krijgt de WDW meer rente over het geld dat in de schatkist zit.

In de vorige bestuursrapportage is een extra voordeel van € 50k gemeld. Deze inschatting was gebaseerd op cijfers van het voorgaande jaar. Na het derde kwartaal van 2025 is duidelijk geworden dat dit extra voordeel niet wordt behaald. De rente is € 80k lager dan eerder verwacht. Projecturen In de begroting van de WDW is structureel rekening gehouden met een doorbelasting van € 700k. Dit bedrag komt van de uren die vaste medewerkers besteden aan gemeentelijke investeringsprojecten en bouwgrondprojecten. Het is belangrijk dat deze projecturen goed worden geregistreerd en dat er goed op wordt gestuurd. Zo houden we beter overzicht op de doorbelasting. Tot en met het derde kwartaal is 76% van de verwachte projecturen gemaakt. Omdat er steeds meer grote projecten zijn en er nu externe mensen op worden ingehuurd, kijken we of het nodig is om het vaste team uit te breiden. Hierdoor hoeven we minder mensen in te huren en blijft de kennis binnen de WDW.

Pagina 3 van 6

Openbaar

Zaaknummer: Z/25/324443

Ruimtelijk beheer (buiten de verdeelsleutel) In het bedrijfsvoeringbudget zijn de personeelskosten van de teams van Ruimtelijk Beheer – die buiten de verdeelsleutel vallen – niet meegenomen. Dit budget wordt apart gevolgd en daarover wordt via de reguliere weg gerapporteerd. Omdat vorig jaar het budget voor het onderhoud van de buitenruimte/wijkbeheer bij ruimtelijk beheer is overschreden wordt hier eenmalig op ingegaan. De personeelskosten bestaan uit: • vaste medewerkers in verschillende teams voor het onderhoud van de buitenruimte; • inzet van het WerkBedrijf voor wijkbeheer. De inzet van het WerkBedrijf zorgt voor inkomsten uit subsidies en lagere loonkosten. Deze uitgangspunten zijn verwerkt in de begroting. Het budget tot en met het derde kwartaal ziet er als volgt uit. Ruimtelijk beheer 2025 (Bedragen x 1.000) Totaal personeelskosten begroot Totaal personeelskosten prognose

€ 757 € 781

Beschikbare ruimte voor inzet bij wijkbeheer

-€ 24

Budget wijkbeheer

€ 707

Totaal beschikbaar voor wijkbeheer Totaal inhuur wijkbeheer prognose Saldo budget Ruimtelijk beheer

Druten

€ 683 € 802 -€ 119

Wijchen -/-

€ 2.185 € 1.773

-/-

€ 412 +

€ 1.287

+

€ 1.699 € 1.514 € 185

Voor inhuur op wijkbeheer is door beide gemeenten extra budget ingebracht. Dit is verwerkt in de cijfers. Na afloop van het derde kwartaal is de verwachting dat de gemeente Wijchen budget overhoudt. Dit komt vooral door tijdelijke vacatureruimte binnen de wijkteams. Voor de gemeente Druten verwachten we een overschrijding op het budget. Ziekteverzuim Het verzuim tot en met het derde kwartaal is gemiddeld 6,85%. Over heel 2024 was het ziekteverzuim 5,75%. Dit wijst op een mogelijke stijging van het ziekteverzuim. De ontwikkeling wordt nauwlettend gevolgd. Binnen de WDW is een stijging van het ziekteverzuim zichtbaar ten opzichte van vorige jaren (2024: 5,75%; 2023: 5,26%; 2022: 6,19%; 2021: 6,50%). Het grootste deel van het ziekteverzuim valt in de categorie (extra) lang verzuim. Dit type verzuim is goed in beeld en wordt adequaat begeleid. In het onderstaande overzicht is dit tot en met Q3 2025 schematisch weergegeven. Kort (1 t/m 7 dagen) Middellang (8 t/m 42 dagen) Lang (42 dagen t/m 365 dagen) Extra lang (366 dagen of langer) Ziekteverzuimpercentage Q1

0,62% 0,80% 3,81% 1,62% 6,85%

Pagina 4 van 6

Openbaar

Zaaknummer: Z/25/324443

Verlofstand De verlofstand is vergelijkbaar met vorig jaar. Het aantal collega’s met een hoog verlofsaldo blijft gelijk. Een hoog individueel verlofsaldo kan duiden op een te hoge werkdruk. Daarnaast neemt het gebruik van verlofsparen toe. Daarvoor is een voorziening getroffen. Verlofsparen maakt het mogelijk om verlofuren te sparen voor later gebruik, bijvoorbeeld voor een sabbatical of vervroegd pensioen. Door de toename in gespaarde uren moet de voorziening worden verhoogd. Als medewerkers langdurig verlof opnemen, is tijdelijke vervanging mogelijk. Het is een risico dat dit niet altijd lukt. Voor sommige spilfuncties is het moeilijk om tijdelijk in te huren. Voorziening RVU De voorziening RVU (Regeling Vervroegde Uittreding) is bedoeld voor medewerkers die eerder willen stoppen met werken. In 2025 heeft een aantal medewerkers aangegeven hiervan gebruik te willen maken. Daarom wordt de voorziening verhoogd om deze kosten op te vangen. Gevolgen Volgens de laatste informatie verwachten we in 2025 een financieel voordeel van € 1,1mln. Dat is een afwijking van 2,2% ten opzichte van de begroting. Daarom passen we de WDW begroting aan. In de tabel hieronder staan alle verschillen: Onderwerp

Afwijking

(x € 1.000)

Bedrijfsvoeringbudget

1.200

Automatisering

650

Egalisatiereserve ICT i.v.m. uitgestelde SAAS-projecten

-240

Vormen ICT reserve afkopen contract luchtfoto’s

-100

Voorziening verlofsparen verhogen

-200

Voorziening RVU verhogen

-100

Rente op middelen schatkist

-80

Subtotaal mutatie WDW-begroting

1.130

Stelpost onvoorziene uitgaven Q4

-400

Totaal mutatie WDW-begroting

730

Wijkbeheer Druten buiten verdeelsleutel

-119

Wijkbeheer Wijchen buiten verdeelsleutel

185

Totaal mutatie WDW-begroting buiten de verdeelsleutel

66

Communicatie Niet van toepassing.

Pagina 5 van 6

Openbaar

Zaaknummer: Z/25/324443

Uitvoering of Vervolgstappen Niet van toepassing. Geheimhouding: Niet van toepassing.

Pagina 6 van 6

Raad openbaar Wijchen Dossiernummer

7351

Extern Zaak ID

Z/25/327144

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

16 december 2025

Agendapunt

5.e

Titel

327144 Informatienota Antwoord op schriftelijke vragen PvdA: Laadpalen in Wijchen-Zuid

Organisatieonderdeel

domein Fysieke leefomgeving - team Gebiedsinrichting

Soort nota

Informatienota

Programma/Paragraaf Portefeuillehouder(s) Wijchen Bijlagen 327144 Informatienota Antwoord op schriftelijke vragen PvdA: Laadpalen in Wijchen-Zuid Schriftelijke vragen PvdA - Laadpalen in Wijchen Zuid - vraag Geagendeerd

Vergaderdatum

College BenW openbaar Wijchen

2 december 2025

Stukken Agendacommissie Wijchen

5 december 2025

Raad openbaar Wijchen

16 december 2025

Voorgesteld besluit De raad neemt de informatienota voor kennisgeving aan. Besluit (Ter kennisneming aangenomen) De raad neemt de informatienota voor kennisgeving aan.

Openbaar

Zaaknummer: Z/25/327144

Informatienota voor de Gemeenteraad Antwoord op schriftelijke vragen PvdA: Laadpalen in Wijchen-Zuid Collegedatum: 2 december 2025 Kernboodschap We breiden het netwerk van laadpalen in Wijchen continu uit, ook in Wijchen-Zuid. Geschikte locaties kiezen we zorgvuldig op basis van ons beleid, aanvragen van bewoners, gebruiksdata van bestaande laadpalen en de verwachte toekomstige vraag naar laadpalen. Het afstemmen van onderhoudswerkzaamheden en het plaatsingsproces van laadpalen is in de praktijk niet haalbaar, omdat de doorlooptijd voor het plaatsen van nieuwe laadpalen lang en onvoorspelbaar is. Eerdere besluiten Datum

Korte omschrijving eerder genomen besluit (vermeld zo mogelijk het zaaknummer/documentnummer)

25-11-2025

Laadvisie ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad (Z/25/299651).

Antwoord van het college In navolgende tekst beantwoorden wij de gestelde vragen. 1. Wanneer wordt het aantal laadpalen in Wijchen-Zuid uitgebreid? We breiden het laadpaalnetwerk continu uit. In Wijchen-Zuid staan de volgende laadpalen gepland: • Zevendreef 3059; • Kronenland 1215; • de Flier 3618; • de Flier 3825; • Sluiskamp 3016; • Wagenmaker 152; • Zesakkers 2114; • Herbergier 20; • Scharensliep 2; • De Lingert 6493. Hiervoor is in alle gevallen ook al een verkeersbesluit genomen. We verwachten dat plaatsing van deze laadpalen in 2026 gebeurt.

Pagina 1 van 3

Openbaar

Zaaknummer: Z/25/327144

2. Op welke wijze zorgt het college voor een gelijkmatige verdeling van laadpalen over de verschillende wijken? We bepalen op verschillende manieren waar nieuwe laadpalen moeten komen. Allereerst kunnen bewoners met een elektrische auto een laadpaal aanvragen. Wij beoordelen dan samen met de laadpaalaanbieder of er binnen 250 meter loopafstand voldoende laadpalen beschikbaar zijn. Zo niet, dan gaan we op zoek naar een geschikte locatie binnen dit gebied. Daarnaast kiezen we ook locaties zonder dat er een concrete aanvraag voor is gedaan. We laten bijvoorbeeld laadpalen plaatsen op locaties waar we zien dat bestaande laadpalen goed worden gebruikt of waar we in de toekomst een grotere behoefte naar laadpalen verwachten (proactieve laadpalen). Zoals in ons beleid is opgenomen streven we naar een dekkend laadnetwerk. Dat betekent dat er altijd binnen 250 meter loopafstand van een woning een laadpaal te vinden is. Dat is ondertussen bijna overal het geval, en vaak is de loopafstand al kleiner. In deze gebieden richten we ons ook op het verdichten van het netwerk, zodat er altijd voldoende laadpalen beschikbaar zijn. Zie onderstaande afbeelding voor een overzicht van bestaande laadpalen in WijchenZuid. We zien dat deze laadpalen goed gebruikt worden. Daarom willen we het laadnetwerk graag uitbreiden op de locaties die we in de beantwoording van vraag 1 hebben benoemd.

Het gaat hierbij om zowel laadpalen op aanvraag, laadpalen op basis van gebruiksdata en proactieve laadpalen. Tegelijkertijd zien we dat tegen nieuwe laadpalen in Wijchen-Zuid steeds vaker bezwaar wordt gemaakt, vaak vanwege de hoge parkeerdruk in de wijk. Tegen tenminste drie laadpalen die onder vraag 1 zijn genoemd, is ondertussen bezwaar gemaakt.

FIGUUR 1: BESTAANDE LAADPALEN IN WIJCHEN-ZUID.

Pagina 2 van 3

Openbaar

Zaaknummer: Z/25/327144

3. Gaat u gebruikmaken van de gelegenheid om bij onderhoud aan wegen ook openbare laadpalen te installeren? In de praktijk blijkt het onhaalbaar om nieuwe laadpalen te realiseren bij onderhoudswerkzaamheden. Dat heeft verschillende redenen. Allereerst zijn veel parkeerplaatsen minder geschikt voor het realiseren van laadpalen. Geschikte locaties kiezen we zorgvuldig aan de hand van onze plaatsingseisen en -voorkeuren (zie het gemeentelijke plaatsingsbeleid), maar ook op basis van het bestaande laadnetwerk en het gebruik van laadpalen. Als een parkeerplaats nabij wegwerkzaamheden wél voldoet aan onze eisen, voorkeuren en strategie, dan is het realiseren en aansluiten van deze laadpaal eigenlijk nooit af te stemmen op de planning voor de wegwerkzaamheden. De doorlooptijd voor het voorbereiden van nieuwe laadpalen is namelijk lang en onvoorspelbaar. Het aansluiten van een laadpaal in de openbare ruimte is in de meeste gevallen niet zo’n ingrijpende handeling. Het werk is snel uitgevoerd en achteraf zie je er meestal niets meer van. Bijlage - Schriftelijke vragen van de fractie van de PvdA

Pagina 3 van 3

De Gemeenteraad van Wijchen Laadpalen in Wijchen Zuid

Schriftelijke vraag van de fractie van de PvdA Ingediend: 18 november 2025

Aanleiding: Steeds meer inwoners van Wijchen hebben een elektrische of hybride auto. Ook voor bezoekers is het belangrijk dat zij hun auto kunnen opladen voordat zij naar huis gaan. Wat opvalt in Wijchen-Zuid: bij het winkelcentrum en in enkele straten dicht bij de Zuiderdreef staan openbare laadpalen, maar verderop in de wijken zijn geen laadpalen beschikbaar. Onlangs is op de kruising van de 15e en 22e straat in Hoogmeer aan de parkeerplaatsen gewerkt; de hele weg en de parkeerplaatsen lagen open. Helaas is toen niet van de gelegenheid gebruikgemaakt om ook daar openbare laadpalen te installeren. Vooral in het weekend en ’s avonds is het vaak lastig om een vrije laadpaal te vinden.

Vragen: -

Wanneer wordt het aantal laadpalen in Wijchen-Zuid uitgebreid?

-

Op welke wijze zorgt het college voor een gelijkmatige verdeling van laadpalen over de verschillende wijken?

-

Gaat u gebruikmaken van de gelegenheid om bij onderhoud aan wegen ook openbare laadpalen te installeren?

Namens de fractie van de PvdA Youri Merkus

Raad openbaar Wijchen Dossiernummer

7260

Extern Zaak ID

Z/25/324249

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

16 december 2025

Agendapunt

6.a

Titel

324249 Beslisnota raad financiële- en controleverordening Wijchen 2025

Organisatieonderdeel

domein Bedrijfsvoering - team Financieel beleid

Soort nota

Beslisnota

Programma/Paragraaf

§7 Bedrijfsvoering

Portefeuillehouder(s) Wijchen

Gerrits, G.W.R. (Geert)

Bijlagen 324249 Beslisnota raad financiële- en controleverordening Wijchen 2025 Bijlage 1. Financiële verordening gemeente Wijchen 2025 Bijlage 2. Controle verordening gemeente Wijchen 2025 Bijlage 1.a. Toelichting wijzigingen Financiële verordening Wijchen 2025 Bijlage 2.a. Toelichting wijzigingen Controleverordening gemeente Wijchen 2025 Geagendeerd

Vergaderdatum

College BenW openbaar Wijchen

4 november 2025

Stukken Agendacommissie Wijchen

14 november 2025

Raad openbaar Wijchen

16 december 2025

Voorgesteld besluit 1. De financiële verordening 2025 en controleverordening 2025 gemeente Wijchen vast te stellen. 2. De financiële verordening 2023 en de controleverordening 2023 gemeente Wijchen gelijktijdig in te trekken. Besluit (Aangenomen) 1. De financiële verordening 2025 en controleverordening 2025 gemeente Wijchen vast te stellen. 2. De financiële verordening 2023 en de controleverordening 2023 gemeente Wijchen gelijktijdig in te trekken.

Openbaar

Zaaknummer: Z/25/324249

Beslisnota voor de Gemeenteraad Onderwerp: Financiële- en controleverordening 2025 Wijchen Collegedatum: 4 november 2025 Voorgesteld besluit de Gemeenteraad besluit: 1. De financiële verordening 2025 en controleverordening 2025 gemeente Wijchen vast te stellen. 2. De financiële verordening 2023 en de controleverordening 2023 gemeente Wijchen gelijktijdig in te trekken.

Aanleiding Voor u ligt de geactualiseerde financiële verordening en controleverordening. De financiële verordening is de kapstok voor het gehele financiële beheer en beleid van onze organisatie. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. In de controleverordening is geregeld op welke wijze de controle plaatsvindt op het financiële beheer en beleid. Onderdeel hiervan is de opdracht tot accountantscontrole en het inregelen van de accountantscontrole. De relevante wet- en regelgeving rondom de rechtmatigheidsverantwoording en de accountantscontrole is gewijzigd. Daarom moeten we de financiële- en controleverordening op enkele onderdelen technisch aanpassen. In hoofdzaak gaat het hierom: • De verantwoordingsgrens (vanaf welk drempelbedrag moeten we rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden zichtbaar maken in de jaarrekening) is in de nieuwe financiële verordening vastgesteld op 2% (was 1%) van de totale lasten, exclusief toevoegingen aan de reserves. Net als in voorgaande jaren is deze grens direct aangesloten op de goedkeuringstolerantie vanuit de accountantscontrole, waarmee consistentie in de verantwoording en controle wordt geborgd.

Deze keuze sluit aan bij het advies van de VNG, commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) en commissie Bado (Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden), die gemeenten nadrukkelijk aanbevelen om de verantwoordingsgrens gelijk te stellen aan de goedkeuringstolerantie van de accountant. • De goedkeuringstolerantie (foutmarge voor het verkrijgen van een goedkeurende accountantsverklaring) is gewijzigd naar een gezamenlijke grens van 2% van de totale lasten voor het totaal van fouten en onzekerheden. Voorheen golden afzonderlijke grenzen van 1% voor fouten en 3% voor onzekerheden. Daarnaast is de basis van de omvang aangepast naar de totale lasten exclusief dotaties aan reserves. Voorheen was de basis van de omvang de totale lasten inclusief dotaties aan reserves. Fouten en onzekerheden worden voortaan gezamenlijk beoordeeld, wat leidt tot een meer geïntegreerde controleaanpak.

Pagina 1 van 2

Openbaar •

Zaaknummer: Z/25/324249

Tijdigheid van melden hebben we aangescherpt in de financiële verordening, waarmee we ons meer tot de kern van de afwijkingen ten opzichte van de begroting kunnen beperken in de jaarverantwoording.

Eerdere besluiten Datum

Korte omschrijving eerder genomen besluit

31-10-2023

Vaststellen van de Financiële verordening 2023 en Controleverordening 2023

Gewenst resultaat De financiële verordening 2025 en de controleverordening 2025 vast te stellen en vervolgens terug te laten werken tot en met 1 januari 2025, zodat het College van B&W op een juiste manier de rechtmatigheidsverantwoording kan afgeven in de jaarrekening 2025. Argumenten 1.1 We voldoen hiermee aan wet- en regelgeving Met het aanpassen van de beide verordeningen blijven we aansluiten op de geldende wet- en regelgeving. De verantwoordingsgrens en goedkeuringstolerantie sluiten hiermee aan op de toetsingswaarden die de accountant toepast. Tegenargumenten en risico’s N.v.t. Financiële gevolgen De wijzigingen van deze verordeningen hebben geen financiële consequenties. Communicatie N.v.t. Inwonersparticipatie N.v.t. Uitvoering of Vervolgstappen Na vaststelling volgt bekendmaking in het digitale gemeenteblad op officiëlebekendmakingen.nl en plaatsing van de regeling op overheid.nl. Op deze manier treden de verordeningen rechtsgeldig inwerking. Geheimhouding: Niet van toepassing

Pagina 2 van 2

Financiële verordening gemeente Wijchen 2025 Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Gemeente Wijchen Officiële naam regeling Financiële verordening gemeente Wijchen 2025 Citeertitel Financiële verordening gemeente Wijchen 2025 Besloten door Gemeenteraad Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld) Onderwerp Financiën Opmerkingen m.b.t. de regeling Geen Grondslagen Artikel 212 van de Gemeentewet Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) N.v.t. Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen Datum inwerkingtreding

TerugBetreft werkende kracht

daags na 1-1-2025 bekendmaking

Nieuwe regeling

Ontstaansbron: datum ondertekening; bron bekendmaking Gemeenteraad:1612-2025

Inwerkingtreding: datum ondertekening; bron bekendmaking Publicatie vindt plaats in het digitale gemeenteblad.

Geconsolideerde tekst van de regeling

Financiële verordening gemeente Wijchen 2025 De raad van de gemeente Wijchen; gelezen het voorstel van het College van Burgemeester en Wethouders van 4 november 2025; gelet op artikel 212 van de Gemeentewet; gezien het advies van de auditcommissie; besluit vast te stellen de Financiële verordening gemeente Wijchen 2025:

1

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: a. administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; b. BBV: de geldende verslaggevingsvoorschriften “Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten”; c. beleidsindicatoren: kengetal met als doel begroting en verantwoording inzichtelijker te maken voor gebruikers en een betere vergelijkbaarheid met andere gemeenten mogelijk te maken; d. doelmatigheid: een doel bereikend met zo weinig mogelijk menskracht en middelen; e. doeltreffendheid: het beoogde doel halend, doeltreffendheid zegt dus iets over de mate waarin een doel wordt bereikt, wat onafhankelijk is van de geleverde inspanningen; f. investeringsbudget: een bedrag dat vrijgegeven is voor het vastleggen van vermogen in een object waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt; g.

overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet samen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt; h. paragrafen: in een paragraaf wordt de raad integraal over een bepaald thema dat dwars door de begroting loopt, geïnformeerd; i. programma: een samenhangend geheel van taakvelden van de gemeente; j. publieke taak: taken die (meestal op grond van een wettelijke verplichting) voortvloeien uit de behoefte aan waarborging van een maatschappelijk, algemeen belang waarvan de behartiging anders (bijvoorbeeld spontaan via de markt) niet goed tot zijn recht komt; k. rechtmatigheid: geeft aan dat een (voorgenomen) handelwijze in overeenstemming is met de geldende regels en besluiten; l. taakvelden: een eenheid waarin de programma’s worden onderverdeeld; m. verantwoording: jaarstukken (jaarverslag en jaarrekening); n. rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van het college waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving. Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording Artikel 2.

Programma-indeling en indicatoren 1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast. 2. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college de taakvelden per programma vast. 3. De raad stelt op voorstel van het college per programma de beleidsindicatoren vast.

2

Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken 1. Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s de baten en lasten per taakveld weergegeven; 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringsbudget weergegeven; 3. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringsbudgetten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven. Artikel 4. Kaders begroting 1. Het college neemt in de perspectiefnota een voorstel op voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota vóór 1 augustus vast. Deze nota bevat tenminste: a) een financieel meerjarenperspectief op de exploitatieontwikkeling, uitgesplitst naar het incidentele en structurele perspectief; b) inzicht in het verloop van grote projecten en grondexploitaties, waarbij de financiën worden aangegeven voor de duur van het project; 2. In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen; 3. Structurele tekorten worden gedekt door structurele maatregelen; 4. Incidentele tekorten worden gedekt door incidentele maatregelen; 5. Nut en noodzaak worden integraal afgewogen binnen de perspectiefnota of begroting. Daar worden de prioriteiten gesteld.

Buiten deze beslissingsmomenten kan geen extra incidenteel of structureel geld uitgegeven worden, tenzij door de raad geaccordeerd. Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringsbudgetten Begroting 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma en het overzicht van algemene dekkingsmiddelen van de eerste jaarschijf. 2. Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de taakvelden niet dusdanig worden overschreden, dat de realisatie van andere taakvelden binnen hetzelfde programma onder druk komt. 3. De raad autoriseert wijzigingen op het oorspronkelijke geraamde saldo van baten en lasten in de taakveldenraming, indien deze wijzigingen leiden tot een verandering van de omvang van het programmabudget. 4. Het college informeert de raad als ze afwijkingen ten opzichte van de begroting verwacht over de exploitatie en investeringen. Bij de perspectiefnota stelt het college een begrotingswijziging voor op basis van de verwachte afwijkingen in het lopende jaar. 5. De raad autoriseert eventuele begrotingsoverschrijdingen met het vaststellen van de jaarrekening. Deze overschrijdingen dienen overzichtelijk gemeld te zijn, binnen het bestaande beleid te vallen en/of voort te komen uit openeinde regelingen. 6.

Indien activiteiten, waarvoor de raad een jaargebonden budget beschikbaar heeft gesteld, niet of niet geheel in het boekjaar kunnen worden uitgevoerd, is onder voorwaarden, de mogelijkheid van overheveling naar het volgende boekjaar aanwezig. Op voorstel van het College besluit de raad, na advies auditcommissie, over budgetoverhevelingen van het lopende jaar naar het volgende boekjaar.

3

7.

8.

Het college besluit niet over de aan- en verkoop van onroerend goed, buiten hetgeen vastgelegd is in de nota grondbeleid, voordat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Voor een investering waarvan het investeringsinvesteringsbudget niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringsinvesteringsbudget aan de raad voor.

Artikel 6. Tussentijdse rapportage 1. Het college informeert de raad tweemaal per jaar door middel programmarapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente in het lopende boekjaar. Hieruit kan een begrotingswijziging worden vastgesteld. 2. De ambtelijke organisatie informeert het college minimaal tweemaal per jaar over de realisatie over het lopende boekjaar. Het college stuurt deze rapportages voorzien van een informatienota aan de raad. Jaarlijks stelt het college naar behoefte het gewenste aantal rapportages voor het lopende jaar vast. 3. In de rapportages worden afwijkingen toegelicht op de actuele raming van de baten en de lasten in de begroting groter dan € 10.000. Hoofdstuk 3. Rechtmatigheidsverantwoording Artikel 7. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1. De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over afwijkingen (= som van fouten én onduidelijkheden) met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de gemeente, exclusief de dotaties aan de reserves. 3.

In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen dan 5% van de verantwoordingsgrens nader toegelicht. Artikel 8. Voorwaardencriterium 1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2. Het college biedt de raad jaarlijks ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien.

4

Artikel 9. Begrotingscriterium 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringsbudgetten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen; 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5. 3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde investeringsbudget. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaalbedrag van het investeringsbudget, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 4. Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a) Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b) Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c) De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. 5.

Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. 6. Afwijkingen van de begroting als gevolg van overschrijdingen van baten en/of onderschrijdingen van lasten, investeringen en baten worden niet als onrechtmatig aangemerkt indien deze tijdig aan de raad zijn gemeld. Als tijdig wordt aangemerkt het melden en verantwoorden van deze afwijkingen uiterlijk bij het vaststellen van de jaarrekening. Artikel 10. Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 1. Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. 2. Het college zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen. Hoofdstuk 4. Financieel beleid Artikel 11. Waardering en afschrijving materiële vaste activa Regels rondom het waarderen, activeren en afschrijven van materiele vaste activa zijn vastgelegd in de beleidsnota ‘Investeren en afschrijven’. Deze nota wordt door de raad vastgesteld. Artikel 12.

Voorziening voor oninbare vorderingen Voor vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van de ouderdom en de status van betreffende openstaande posten.

5

Artikel 13. Reserves en voorzieningen Regels rondom het gebruik van reserves en voorzieningen zijn vastgesteld in de nota “reserves en voorzieningen”. Deze nota wordt door de raad vastgesteld. Artikel 14. Kostprijsberekening 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en diensten van de gemeente, die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten (inclusief de directe personeelskosten) de overheadkosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende diensten. 2. Bij de kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van reserves en voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor rioolheffing en afvalstoffenheffing de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de kosten van het kwijtscheldingsbeleid. 3. Voor de inzet van materiele activa worden naast directe kosten, indirecte kosten en afschrijvingskosten, de rente voor de financiering van het actief toegerekend. Deze rente is een vergoeding voor de inzet van vreemd vermogen en van eigen vermogen. De rentepercentages voor deze vergoeding worden bij de behandeling van de begroting vastgesteld. 4.

Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen, waarmee kosten in rekening worden gebracht en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, worden de structurele overheadkosten extracomptabel evenredig, op basis van de begrote verdeling directe fte’s over taakvelden en projecten, doorberekend als opslag over de directe (formatie)kosten. 5. Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende leningen, de kortlopende leningen en het rentepercentage van de rentevergoeding over de reserves en de voorzieningen zoals bepaald overeenkomstig het zesde lid. 6. Het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen in de omslagrente voor de kostprijsberekening als bedoeld in het vijfde lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. De hoogte van het rentepercentage voor de rentevergoeding over de reserves en voorzieningen wordt bepaald aan de hand van de bij de begroting geraamde rentekosten als percentage van de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en investeringsbudgetten. Artikel 15.

Verkoopprijzen economische activiteiten in concurrentie met marktpartijen 1. Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of werken wordt gemotiveerd.

6

2. a.

b. c. d. e. f. g.

Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorige lid, zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van: leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid; een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak; een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden; een bevoordeling van sociale werkplaatsen; een bevoordeling van onderwijsinstellingen; een bevoordeling van publieke media-instellingen; en een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is. Hiervoor volstaan collegebesluiten

Artikel 16. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen 1. Het college doet de raad jaarlijks een voorstel tot vaststelling van de hoogte van de gemeentelijke belastingen, heffingen en tarieven. Artikel 17. Financieringsfunctie 1. Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de kaders in acht zoals vastgelegd in het door de raad vastgestelde treasurystatuut. Hoofdstuk 5. Paragrafen Artikel 18 Verplichte paragrafen 1. In de begroting en jaarstukken worden de paragrafen opgenomen conform de verplichte onderdelen uit het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten. 2. Naast de in het Besluit Begroting en Verantwoording opgenomen verplichte onderdelen in de paragrafen, kan de raad aanvullende facultatieve paragrafen toevoegen. Hoofdstuk 6. Financiële organisatie en financieel beheer Artikel 19. Interne controle 1. Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het college in de rechtmatigheidsverantwoording. Daarnaast informeert het college de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen. 2.

Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente, met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd. Registergoederen en bedrijfsmiddelen worden ten minste

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=f8f5cf4d-2847-41a6-8dfa-4dab5939c578