Agendabundel
Tekst van het document
De regeling is er voor verhuurders (woco’s, institutionele beleggers, zakelijk en particuliere verhuurders) en gemengde vve’s. Voor wie: Verhuurders, Verenigingen van eigenaren Doel: Aansluiting op warmtenet Bijdragen en budget: Er is voorgenomen om het subsidiebedrag voor inpandige kosten te verhogen, van € 1.200 naar € 2.200 per woning. Daarnaast wordt er een extra subsidiemogelijkheid van € 2.000 per woning voorgesteld, met als doel de vastrechtkosten voor (sociale) huurders te verlagen. Deze wijzigingen zijn nog onder voorbehoud van publicatie in de Staatscourant.
18
• •
wordt gedurende deze fase bepaald. Vooralsnog is het uitgangspunt dat deze middelen via een lening kunnen worden aangetrokken, waarmee de kapitaalslasten zullen drukken op de begroting. Daar staan (op termijn) inkomsten vanuit het warmtebedrijf tegenover. Ten aanzien van de oprichting van het warmtebedrijf, dient het college de gemeenteraad middels een wensen en bedenkingen procedure te betrekken bij dit besluit. Het verder uitwerken en aanvragen van subsidies om de kosten van het warmtenet te dekken (zie kader voor mogelijke subsidies). Communicatie en participatie met en voor inwoners en belanghebbenden verder vormgeven.
4.5 Conditioneel Investeringsbesluit Als gedurende de ontwikkelfase alles volgens plan verloopt, aan de voorwaarden is voldaan en de samenwerkende partners gezamenlijk vaststellen dat de herijkte Businesscase leidt tot een haalbaar project (lees: een duurzaam en betaalbaar warmteoplossing voor bewoners van Wijchen), volgt het volgende voorgangsbesluit: het conditionele investeringsbesluit. Met dit besluit stemmen partijen in met de ontwikkeling van het warmtenet, mits aan helder geformuleerde voorwaarden wordt voldaan. Deze voorwaarden zullen onder andere zijn: • voldoende bereidheid onder huurders en particulieren om aan te sluiten; • de toekenning van subsidies; • een succesvolle aanbesteding. Het conditionele investeringsbesluit is een mandaat van de gemeenteraad. De gemeenteraad beslist dus of het warmtenet er komt, mits voldaan wordt aan de voorwaarden die vooraf zijn bepaald. De inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving heeft veel invloed op de totstandkoming van warmtenetten. Er zal door de nieuwe wetgeving meer zekerheid komen ten aanzien van tarieven en de verwachting is dat er een waarborgfonds komt, wat de risico’s voor het Het uitvoeringsplan warmtebedrijf verkleind.
Daarnaast zal de keuze voor het Een uitvoeringsplan is een plan om de gebouwde omgeving in een wel of niet inzetten van de aanwijsbevoegdheid van gebied aardgasvrij te maken, of als invloed zijn op de aansluitbereidheid van inwoners. Hoe dit tussenstap aardgasvrij-ready. De zijn uitwerking vindt, zal in de komende periode duidelijk gemeente heeft hierbij de regie, worden. 4.6 Contractenfase en realisatiefase Nadat het laatste positief besluit is genomen en de voorwaarden ingevuld zijn, start de contractenfase. In de contractenfase zullen inwoners actief benaderd worden met een definitief aanbod voor aansluiting op het warmtenet. In deze fase zal de woningcorporatie instemming ophalen bij haar huurders. Ook zal in deze fase de aanbesteding voor de realisatie plaatsvinden. Als de uitkomsten van deze onderdelen tot een positief resultaat leiden en aan de voorwaarden wordt voldaan, is het definitief investeringsbesluit op zijn vroegst medio 2027 aan de orde. Als alles snel en positief verloopt, start de realisatiefase op zijn vroegst in 2028. Verdere detaillering van deze fase moet nog uitgewerkt worden.
maar een uitvoeringsplan maakt de gemeente altijd samen met partners. Met als resultaat gedragen en afgestemde besluitvorming. Er zijn veel verschillende soorten uitvoeringsplannen - sterk afhankelijk van het gebied, de warmtetechniek en de samenwerkingsvorm. Voor het warmtenet in Wijchen beogen we een uitvoeringsplan op te stellen. In welke vorm en waar in het proces dit gebeurt, dient nog bepaald te worden. In bijlage 3 staat meer toegelicht over het uitvoeringsplan.
19
5. Routekaart in één oogopslag Leidende principes: 1. We werken stapsgewijs en bieden iedereen een handelingsperspectief 2. We werken samen met inwoners, bedrijven en maartschappelijke partners 3. Het belangrijkste doel is een haalbare, betaalbare, duurzame en betrouwbare warmteoplossing; 4. We leren al doende en reageren flexibel op wat nodig is 5. We vullen een regierol in passend bij de situatie 6. Een lokale analyse is naast een technisch-economische analyse bepalend 7. We zetten in op verschillende energiebronnen
20
Bijlage 1: Wat moet er in het Warmteprogramma? De juridische context (bron: nplw.nl) In het Warmteprogramma staan de plannen voor het verduurzamen en aardgasvrij maken van gebieden in Wijchen voor de komende tien jaar. Niet alleen de plannen en werkzaamheden vanuit de gemeente, maar ook van andere partners waarmee we samenwerken, zoals bewonersinitiatieven, netbeheerders en bedrijven. Het Warmteprogramma laat zien in welke gebieden partijen de komende jaren aan de slag gaan en wat daar op hoofdlijn de aanpak is voor het alternatief voor aardgas en de planning. Dit Warmteprogramma is een verplicht programma onder de Omgevingswet en geeft duidelijkheid omtrent de warmtetransitie voor alle betrokkenen (denk aan professionele partners, bewoners, ondernemers en andere gebouweigenaren). Het is ook de basis voor een gebiedsgerichte aanpak van de warmtetransitie. Op dit moment ligt er landelijk een wet die het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving kan versnellen. Deze wet heet de ‘Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw)’. De Wgiw geeft gemeenten bevoegdheden om meer regie te nemen in de warmtetransitie. Zo kunnen gemeente zodra de Wgiw in werking treedt (verwacht begin 2026) de datum vaststellen waarop de levering van aardgas in een gebied stopt. Dit noemen we de ‘aanwijsbevoegdheid’.
In figuur 1 hieronder zijn de stappen naar aardgasvrij beschreven, vanuit het juridische kader. Uiterlijk 31 december 2026 moet elke gemeente het eerste Warmteprogramma vaststellen.
21
Dit moet minimaal in een Warmteprogramma staan: ➢ Een planning tot 2035 die aangeeft met welke gebieden de gemeente aan de slag gaat met de warmtetransitie. Dit kan zowel gaan over verduurzamen (isoleren) als de overstap naar een duurzaam alternatief voor aardgas. Alleen voor de in de planning aangegeven gebieden kan de aanwijsbevoegdheid worden ingezet. Staat een gebied niet in die planning, dan geeft dat zekerheid dat de komende 10 jaar nog aardgas beschikbaar is. Deze planning vertalen we in de Warmtetransitiekaart. Deze laat zien in welke gebieden, wanneer, partijen aan de slag gaan (of al zijn) met bijvoorbeeld het opstellen van warmteplannen, en in welke gebieden een einddatum voor de levering van aardgas wordt voorzien. In dat geval maken we gebruik van nieuwe bevoegdheden vanuit de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw), namelijk de aanwijsbevoegdheid. ➢ De duurzame alternatieven voor aardgas per gebied die de gemeente overweegt, met daarbij een voorkeursoptie. Dit wordt bepaald op basis van de laagste maatschappelijke kosten, kosten voor de eindgebruiker en de beschikbaarheid van de warmtebron. De uiteindelijk keuze voor het alternatief wordt gemaakt in een uitvoeringsplan (in Zwolle Warmteplan genoemd) en is pas juridisch bindend voor inwoners, ondernemers en anderen bij het wijzigen van het Omgevingsplan.
Wanneer wordt gekozen voor een andere optie dan het alternatief met de laagste totale kosten voor de maatschappij, moet dit expliciet worden gemotiveerd. ➢ Het aantal gebouwen dat in de periode tot en met 2035 naar verwachting zal worden geïsoleerd, van het aardgas afgaat en de verwachte warmtebehoefte. Bij elke herijking is terugkijken op de doelen en vooruitkijken vereist. Dit vraagt van de gemeente data(verzameling), analyse en monitoring. ➢ Een planMER (milieueffectrapportage). Dit is vereist nu het Warmteprogramma een wettelijk voorgeschreven plan is onder de Omgevingswet en het kader vormt voor onder meer de aanleg van buisleidingen voor warm water en diepboringen voor geothermie. Dit zijn mer- (beoordelingsplichtige) activiteiten. Een milieueffectrapportage (mer) brengt de milieueffecten hiervan in beeld. ➢ Een verplichting onder het Warmteprogramma is dat de voortgang van de warmtetransitie wordt gemonitord en we elke vijf jaar de balans opmaken. Na (maximaal) vijf jaar herijken we het Warmteprogramma en laten dan zien welke resultaten er bereikt zijn en wat we als stad de jaren erna willen bereiken. In het Warmteprogramma waar we de komende jaren verder onderzoek naar doen en wat het handelingsperspectief is voor gebouweigenaren in alle gebieden, ook als deze niet op de Warmtetransitiekaart staan (en er dus pas na 2035 warmteplannen worden opgesteld).
22
Bijlage 2: definitie van betaalbaarheid (bron: VNG) Vanuit de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) krijgen gemeenten een aanwijsbevoegdheid: de mogelijkheid om gebieden aan te wijzen die voor een bepaalde datum overgaan op een duurzaam alternatief voor aardgas. In de Wgiw worden ook instructieregels opgenomen die de betaalbaarheid voor bewoners waarborgen bij het inzetten van deze aanwijsbevoegdheid. Om het gesprek hierover te kunnen voeren hebben de VNG en het rijk onderzoek laten doen naar potentiële kaders voor betaalbaarheid. Achtergrond Het door bureau Berenschot uitgevoerde onderzoek (pdf, 3,2 MB) heeft op een neutrale wijze een groot aantal potentiële kaders vergeleken en de uitwerking hiervan in de gemeentelijke uitvoeringspraktijk onderzocht. Dat is nodig zodat gemeenten transparante besluiten kunnen nemen die rechtszekerheid bieden, robuust, uitlegbaar en toetsbaar zijn en rekening houden met de potentiële financiële consequenties voor gebouweigenaren, huurders en de overheid. Het onderzoek vormt een startpunt en basis voor bestuurlijke gesprekken over de invulling van mogelijke landelijke kaders voor betaalbaarheid. Zodat die uiteindelijk vertaald kunnen worden naar wet- en regelgeving en beleid, zoals de instructieregels betaalbaarheid onder de Wgiw.
Onderzoeksdoelen Het doel van dit onderzoek was potentiële kaders voor betaalbaarheid in beeld te brengen en te onderzoeken als input voor het gesprek hierover tussen de VNG en het rijk, vooruitkijkend naar de mogelijke inzet van de aanwijsbevoegdheid. Het onderzoek geeft antwoord op de hoofdvraag ‘Wat zijn mogelijke kaders voor betaalbaarheid in de context van de Wgiw, en wat zijn de onderlinge voor- en nadelen van deze kaders?’ Via de onderzochte kaders krijgen gemeenten duidelijkheid en handelingsperspectief bij de mogelijke inzet van hun bevoegdheden volgens de Wgiw. Aanvullend hierop staan in het rapport verschillende andere interessante bevindingen. Hieronder volgt een aantal van deze bevindingen en conclusies van het onderzoek. Onderzochte potentiële kaders Bij aanvang van het onderzoek zijn verschillende potentiële kaders op een rij gezet. Na een uitgebreide analyse op basis van vooraf vastgestelde criteria is besloten om 4 kaders te selecteren en nader te onderzoeken: 1. Woonlastenneutraal: Een huishouden gaat na de overstap naar een aardgasvrij verwarmingsalternatief per jaar niet meer betalen dan in de oude situatie. 2. Terugverdientijd over de levensduur: De overstap naar een nieuwe situatie moet zichzelf terugverdienen binnen een bepaalde maximale termijn. 3.
Percentage van het besteedbaar inkomen: De nieuwe maandlasten mogen niet meer dan een bepaald percentage van het besteedbaar inkomen bedragen (energiequote). 4. Mate van instemming: Bewoners in de wijk bepalen zelf of de overstap betaalbaar is op basis van een financieel aanbod van de gemeente. Beoordeling onderzochte kaders Er is een uitgebreid aantal criteria vastgesteld waarmee de onderzoekers sterke en minder sterke kanten van mogelijke kaders hebben beoordeeld. Hieruit blijkt dat geen van de kaders op alle criteria het beste scoort. Kader 1, woonlastenneutraal, en kader 2, terugverdientijd over de levensduur, lijken gemiddeld gezien iets beter te scoren. Deze kaders lijken op elkaar. maar hebben verschillen in achtergrond, uitlegbaarheid en robuustheid.
23
Woonlastenneutraal: Dit kader voert terug op het Klimaatakkoord en is voor de VNG leidend. Veel partijen verwachten dat dit kader het meest aansluit bij de belevingswereld van bewoners. Het sluit overigens niet uit dat kosten in de loop van de tijd toch kunnen stijgen, ook als er niets verandert in de huidige situatie zullen de kosten mogelijk stijgen. Terugverdientijd over de levensduur: Dit kader is te zien als een vorm van woonlastenneutraliteit over langere tijd. Dit kader sluit het beste aan bij de toelichting bij het amendement Erkens en kan hiermee mogelijk onderdeel worden van de Wgiw. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat de kosten voor bewoners binnen dit kader in eerste instantie kunnen stijgen en er een negatief effect op het besteedbaar inkomen is. Na enkele jaren echter zullen de baten groter zijn dan de kosten. Uiteindelijk, over de levensduur gezien, verdienen investeringen zichzelf wel terug en zijn de kosten en baten ten minste gelijk. Dit kader biedt meer ruimte om met bijvoorbeeld een annuïtaire leningvorm te werken, zonder dat dit een subsidie hoeft te zijn. Deze leningvorm is voor dit kader waarschijnlijk passender dan voor het kader woonlastenneutraal.
Een nadeel van het kader terugverdientijd over de levensduur kan zijn dat dit niet altijd aansluit bij de beleving van bewoners, complexer te communiceren is dan bijvoorbeeld kader 1 en daardoor op minder draagvlak kan rekenen. Percentage van het besteedbaar inkomen: Een voordeel van dit kader is dat het rekening houdt met de draagkracht van huishoudens. Een nadeel is dat het voor een deel van de inkomens tot flinke verschillen kan leiden ten opzichte van de referentiesituatie. Dit kan tot toekomstige ongelijkheid leiden omdat inkomens kunnen veranderen zijn, waardoor het kader ten koste gaat van het draagvlak. Tot slot zijn er flinke uitdagingen bij de uitvoerbaarheid. Mate van instemming: Dit kader lijkt positief omdat er draagvlak moet zijn bij de overgrote meerderheid van de bewoners en gebouweigenaren. Het kan tegelijkertijd ook tot polarisatie en onrust leiden omdat de tegenstellingen en financiële uitgangsposities van huishoudens verschillend kunnen zijn. Dit kader is daarbij minder robuust dan andere kaders omdat verschillende stemmingen, bijvoorbeeld na wijzigingen van het plan, wisselende uitkomsten kunnen hebben. Overige onderzoeksresultaten Overgrote meerderheid: Onderdeel van het onderzoek was om een visie te geven op hoe kan worden bepaald wat een ‘overgrote meerderheid’ is, uitgedrukt in een percentage.
De hoogte van dit percentage heeft uiteraard een belangrijke invloed op het draagvlak bij bewoners en gebouweigenaren. De conclusie is dat het vastleggen van wat we onder ‘overgrote meerderheid’ verstaan uiteindelijk een politieke keuze is. Positie huurders en verhuurders: Het is van belang goed rekening te houden met de betaalbaarheid voor woningeigenaren, huurders en verhuurders. Het moet voor alle doelgroepen betaalbaar zijn om het besluit van gemeenten om het transport van aardgas te beëindigen te kunnen uitvoeren. Uitrekenen van betaalbaarheid: Uit het onderzoek blijkt dat het technisch goed mogelijk moet zijn om de gemiddelde betaalbaarheid voor woningeigenaren en huurders in een plangebied te berekenen. Om te voorkomen dat berekeningen te zeer verschillen, is het belangrijk dat er landelijk overeenstemming is over te hanteren rekenregels en kengetallen en deze tijdig te actualiseren. Dit kan bijvoorbeeld in de instructieregels betaalbaarheid worden vastgelegd. Omdat sommige kosten en baten heel lokaal bepaald worden, moeten gemeenten ruimte krijgen om onderbouwd af te wijken van bepaalde (landelijke) kengetallen. Financiële gevolgen kaders: De keuze voor een bepaald kader garandeert geen betaalbaarheid voor individuele woningeigenaren en zegt ook niet dat kosten niet kunnen 24
stijgen. Wel kan hiermee berekend worden wat er gemiddeld gezien nodig is om ervoor te zorgen dat de overgrote meerderheid binnen een bepaald kader voor betaalbaarheid mee kan doen. En wat het mogelijk kost om een hoger percentage woningeigenaren mee te krijgen in een positief besluit. Gevoeligheden: Op basis van dit onderzoek zijn ook enkele gevoeligheden te benoemen die zeer bepalend zijn voor de kosten en baten. Voor warmtenetten ligt dit voornamelijk in het vastrecht en de prijs van warmte. Deze worden bepaald door kosten voor de warmtebron en aanleg van de warmte-infrastructuur. In het geval van all-electric varianten zijn vooral de hoogte van nettarieven, investeringskosten en rentetarieven zeer bepalend. Hoe verder? Het onderzoek is gericht op de ontwikkeling van landelijke kaders voor betaalbaarheid. Het is bewust neutraal opgesteld zodat er een feitelijk gesprek kan plaatsvinden tussen de VNG en het rijk. Er vindt een debat plaats in de Eerste Kamer over de Wgiw en het Bgiw wordt later voorgehangen in de Tweede Kamer. Het kabinet kan op basis hiervan vervolgens een besluit nemen over de kaders. Deze keuzes zullen vertaald worden in instructieregels voor betaalbaarheid in de Wgiw. Deze instructieregels vormen uiteindelijk het kader waarop gemeenten de betaalbaarheid moeten toetsen bij gebruik van de aanwijsbevoegdheid.
De komende maanden zal meer duidelijk worden hoe de uitwerking in instructieregels eruit komt te zien en wat dit betekent voor gemeenten die de bevoegdheid uit de Wgiw willen inzetten.
25
Bijlage 3: Van Warmteprogramma via uitvoeringsplan naar Omgevingsplan (bron NPLW)
Bron: Handreiking warmteprogramma NPLW
Het Warmteprogramma is de eerste stap in de gebiedsgerichte aanpak van de warmtetransitie. Aan de hand van deze aanpak gaan bewoners, ondernemers, partners van de gemeente, netbeheerders, woningcorporaties en andere betrokkenen onder regie van de gemeente per gebied op zoek naar het beste alternatief voor aardgas. De gebiedsgerichte aanpak komt voort uit het Nationaal Klimaatakkoord. Het richt zich op het uitvoeren van een set collectieve maatregelen voor een gebied, buurt of wijk. Naast de gebiedsgerichte aanpak is ook de individuele aanpak een mogelijkheid. Gebouw- en woningeigenaren zijn dan zelf verantwoordelijk voor het verduurzamen van hun pand. Warmteprogramma en uitvoeringsplan De kern van de gebiedsgerichte aanpak is dat gemeenten samen met partners identificeren welke gebieden kansen bieden voor verwarming zonder of met minder aardgas en vervolgens een plan ontwikkelen en dit uitvoeren. Het identificeren van geschikte gebieden gebeurt in het Warmteprogramma. Het plan voor het gebied kan de vorm krijgen van een uitvoeringsplan. Het uitvoeringsplan concretiseert dus de plannen uit het Warmteprogramma voor een specifiek gebied. Dit heeft gevolgen voor wanneer je welke keuzes maakt. Sommige keuzes hoeven pas ná het vaststellen van het Warmteprogramma gemaakt te worden, terwijl andere al in het Warmteprogramma nodig of nuttig zijn, zelfs als ze niet verplicht zijn.
Het is verstandig keuzes al in het Warmteprogramma te maken als deze gebiedsoverstijgend zijn of vroeg in het proces nodig zijn voor een goed verloop van de gebiedsgerichte aanpak. Gebiedsoverstijgende keuzes zijn bijvoorbeeld: • De fasering van de warmtetransitie in de hele gemeente: wanneer start je in welk gebied? • De verdeling van warmtebronnen als deze in meerdere gebieden ingezet kunnen worden. Keuzes die vroeg in de gebiedsgerichte aanpak nodig zijn, zijn bijvoorbeeld: • Voorlopige keuze voor een aardgasvrije warmtetechniek. Er wordt dan bijvoorbeeld vermeld dat er onderzoek wordt gedaan naar een publiek warmtenet. Dit houdt in dat de keuze voorlopig wordt gedaan en pas definitief wordt gemaakt aan de hand van de onderzoeksresultaten.
26
•
Uitgangspunten voor het participatieproces. Dezen worden vastgelegd in een communicatie- en participatie(uitvoerings)plan.
Andere keuzes kunnen doorgaans beter pas ná het Warmteprogramma gemaakt worden. Deze keuzes vragen om aanvullende participatie en inzichten die tijdens het opstellen van het Warmteprogramma onvoldoende beschikbaar zijn. Denk bijvoorbeeld aan inzicht in de specifieke wensen en behoeften van bewoners van het gebied, de vereiste gebouwaanpassingen, infrastructuur voor de warmtetechniek en de kosten voor de samenleving en eindgebruikers. Deze informatie is bijvoorbeeld belangrijk voor: • De definitieve keuze voor een aardgasvrije warmtetechniek voor een gebied. • De keuze voor een specifieke ondersteuningsaanpak voor gebouweigenaren. • De planning voor de uitvoering en realisatie. Samenhang gebiedsgerichte aanpak en juridisch planproces • De gebiedsgerichte aanpak is een werkwijze om plannen te maken om de warmtevoorziening in een gebied te verduurzamen. Het vaststellen van regels kan onderdeel zijn van deze plannen, maar dit hoeft niet. Het volgen van de gebiedsgerichte aanpak is niet verplicht. • Het juridisch planproces is een proces om op een zorgvuldige manier regels op te nemen in het omgevingsplan over de warmtevoorziening in een gebied, waaronder de inzet van de aanwijsbevoegdheid. Sommige onderdelen van het juridisch planproces zijn verstandig om te doen, maar zijn niet verplicht.
27
28
Bijlage 4: Mogelijke inhoudsopgave van het Warmteprogramma Introductie Samenvatting 1. Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Gevolgen voor de gemeente 1.3 Over dit Warmteprogramma 2. Leidende principes Hierin staan we de uitgangspunten voor de gemeente, die vastgesteld zijn door de gemeenteraad. 3. Aanpak voor de hele gemeente 3.1 Verwachte resultaten van het Warmteprogramma 3.2 Sturen in transitie 3.3 Overzicht van de plannen 3.4 Onderbouwing van de keuzes Hier beschrijven we de aanpak voor de warmtetransitie voor de hele gemeente voor de komende 10 jaar. Dit onderdeel bevat: • De verwachte resultaten. • De uitgangspunten voor de rolverdeling. • Een overzicht van de keuzes per gebied. • De randvoorwaarden om de aanpak succesvol uit te kunnen voeren. 4. Aanpak per gebied 4.1 Onderbouwing keuze 4.2 Hoofdlijnen aanpak 4.3 Randvoorwaarden In dit hoofdstuk wordt beschreven wat de gemeente en partners in de geselecteerde gebieden gaan doen. Na de vaststelling van het Warmteprogramma volgt het concretiseren van deze plannen, bijvoorbeeld in een uitvoeringsplan. Het Warmteprogramma sorteert voor op uitvoeringsplannen en legt de basis voor vervolgstappen. Beschrijf de aanpak per individueel gebied of groepeer soortgelijke gebieden.
Gebieden kunnen gelijksoortig zijn vanwege de beoogde warmtetechniek – bijvoorbeeld bij een gebiedsoverstijgend warmtekavel – of vanwege de eigendomssituatie van gebouwen. Onderbouw per gebied of groep gebieden de keuze voor dat gebied, beschrijf de hoofdlijnen van de aanpak en benoem de randvoorwaarden voor de gewenste uitkomst. 5. Monitoring en evaluatie In dit hoofdstuk beschrijven we de monitoring en evaluatie van het Warmteprogramma. Bijlage A: Feiten en onderzoeksgegevens Bijlage B: Participatieverslag Bijlage C: Evaluatie
29
Tussenbalans richting een businesscase voor een warmtenet in Wijchen 21 Augustus 2025
1. Aanleiding: van verkenning naar een businesscase In april 2024 is besloten een onderzoek uit te laten voeren naar de mogelijkheid van de ontwikkeling van collectief publiek warmtenet in Wijchen dat gebruikt maakt van warmte van de ARN. Dit is in een Intentieovereenkomst tussen gemeente, woningcorporatie Talis, warmteproducent ARN en het Gelders Warmte Infrabedrijf (GWIB) vastgelegd. Samen met deze partijen is gewerkt aan het in beeld brengen of een warmtenet haalbaar is in Wijchen Noord, de daarbij horende bussiness case en een mogelijk governance model. In het onderzoek zijn al veel stappen gezet richting de haalbaarheid, maar vanwege landelijke ontwikkelingen en nieuwe inzichten is door alle partijen besloten voor nu een pas op de plaats te maken en een tussenbalans op te maken. Tegelijkertijd willen de partijen doorgaan met het verfijnen van de businesscase en eind 2025 een voortgangsbesluit nemen.
2. Hoofdlijnen van de businesscase tot dusver Startwijken ten noorden van de spoorlijn In de eerste fase van het onderzoek is een analyse gemaakt van de dichtheid van de warmtevraag in Wijchen. Dit geeft inzicht welke woningen en wijken geschikt zouden zijn voor een (financieel en technisch) haalbare aansluiting op een warmtenet op basis van isolatiegraad, warmtevraag en woningdichtheid. Door te berekenen wat de gemiddelde warmtedichtheid per wijk is, kunnen verschillende wijken met elkaar worden vergeleken. Uit de analyse komt naar voren dat alleen in de kern Wijchen de warmtedichtheid voldoende hoog is voor aansluiting op een warmtenet. Dit is in lijn met eerdere analyses.
1
Er is in samenspraak met Talis besloten in eerste instantie in te zetten op het noordelijke deel van de kern van Wijchen. Dit noemen we het startscenario. Hiermee worden de kansrijke wijken bedoeld van Wijchen ten noorden van de spoorlijn. Dit zijn de wijken: Kraaijenberg, Homberg, Heilige Stoel, Wijchen Noord, Hofsedam, Veenhof en Saltshof, zoals op de bovenstaand de kaart getoond. Binnen deze wijken is gekeken naar de typen woningen en eigendomsverhoudingen maar ook naar utiliteitsgebouwen. Dat levert het volgende totaalbeeld op. Wijken binnen het startscenario Kraaijenberg Homberg Heilige Stoel Wijchen Noord Hofsedam Veenhof Saltshof Totaal
Woningen
Utiliteiten
Totaal
709 38 747 722 79 801 767 173 747 2.090 356 2.446 354 13 367 335 5 340 775 16 791 5.752 680 6.432 Tabel: totaal aantal woningen en utiliteiten in startscenario
Talis heeft 2.291 woningen in bezit, zo’n 40% van de totale woningvoorraad in deze wijken. Uitgangspunt: aansluiting van minimaal 70% van de woningen en 50% van utiliteiten Ervan uitgaande dat minimaal 70% van de woningen en 50% van de utiliteitsgebouwen (scholen, bedrijven, winkels, etc) aansluiten op het warmtenet, komt dat neer op aansluiting van iets meer dan 4.000 woningen en 340 utiliteitsgebouwen. De uitrol van het warmtenet zal deels dakpansgewijs plaatsvinden. De uitrol begint idealiter in Homberg, Heilige Stoel, en Kraaijenberg, waarna Wijchen-Noord, Hofsedam, en uiteindelijk Saltshof en Veenhof volgen. Deze fasering is in samenspraak ontwikkeld met Talis om in te kunnen spelen op geplande vervanging of onderhoud van de huidige CV-ketels. Voor de totale uitrol gaan we uit van ca 6 jaar. Van de bron tot in de startwijken Bij een warmtenet gaat het om het verbinden van de bron tot aan de afnemers van de warmte. Zoals al eerder vermeld is in dit onderzoek de ARN de bron. De warmte die bij verbranding van afval en productie van elektriciteit vrijkomt kan worden ingezet voor een Midden-Temperatuur (MT) warmtenet (40-70 graden). De ARN staat bij meerdere gemeenten op het vizier als warmtebron voor het warmtenetwerk. Zo wordt warmte van de ARN al gebruikt in diverse warmtenetten in Nijmegen.
Samen met de gemeente Beuningen en Nijmegen kijken we hoe we in de toekomst gezamenlijk gebruik kunnen maken van de warmte van de ARN. Een analyse van de warmteproductie van de ARN wijst uit dat er voldoende warmte beschikbaar is om het warmtenet voor Wijchen van warmte te voorzien. Er zijn ook ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de beschikbaarheid van warmte zoals landelijk beleid ten aanzien van afvalverwerking, de toenemende eisen voor circulariteit en afname van restafval. Daarom is het belangrijk meer duidelijkheid te krijgen over de houdbaarheid van de ARN warmtebron. Het leidingnetwerk dat van de bron naar de afnemers loopt kan worden onderverdeeld in twee soorten, namelijk het primaire netwerk (backbone) en het secundaire netwerk. Het primaire netwerk is het leidingnetwerk dat loopt vanaf de warmtebron, de ARN, tot aan de warmteoverdrachtstations (WOS) in de wijken (rode lijn of oranje lijn icm blauwe lijn op de onderstaande kaart)). Het secundaire netwerk (gele lijnen) loopt vanaf deze WOSsen tot aan de woningen en gebouwen.
2
Mogelijke optimalisatie: leiding via Beuningen (oranje lijn) Het totale tracé vanuit de ARN naar het centrale leverpunt in Wijchen Noord heeft een lengte van ca. 8,5 km (rode lijn). Echter, vanuit de bron gezien zou niet alleen aan Wijchen warmte kunnen worden geleverd, maar ook aan Beuningen. De gemeente Beuningen is ongeveer tegelijkertijd bezig met een haalbaarheidsonderzoek voor een publiek warmtenet. Door te kiezen voor een alternatief tracé dat voorziet in warmtelevering aan Wijchen en Beuningen gezamenlijk zal de transportleiding langer worden (9,4 km) maar kan een aanzienlijk deel (zo’n 2,5 km) gezamenlijk worden benut. Dit resulteert in lagere kosten per aangesloten woning. Verdere uitwerking van de businesscase De totale bruto investeringen van de aanleg van de warmtenet, inclusief ontsluiting van de warmtebron ARN en de aansluitingen van de woningen en utiliteitsgebouwen in de startwijken, bedragen ongeveer €120 miljoen. Na aftrek van subsidies en aansluitbijdragen resteert een netto-investering van bijna €70 miljoen. De exploitatie bestaat uit kosten en opbrengsten. De opbrengsten voor het warmtebedrijf bestaan uit het vastrecht (vaste maandbedrag per woning) en het verbruiksdeel (het aantal gigajoules -GJ- warmte afgenomen door de klant maal het GJ-tarief).
De kosten voor het warmtebedrijf bestaan uit beheer & onderhoud, inkoop energie, kapitaalslasten, klantprocessen. De voorlopige businesscase is positief, wat betekent dat er zicht is op een betaalbaar alternatief voor aardgas voor bewoners van Wijchen. Verfijning van de businesscase zal moeten uitwijzen of het project inderdaad financieel haalbaar is. Op basis daarvan zou je de conclusie kunnen trekken dat er voldoende basis is voor verdere uitwerking. Maar het project kent een aantal gevoeligheden en risico’s zoals: - het beoogde deelnamepercentage (70% van de woningen en 50% van de utiliteiten) kan lager uitvallen; - het feit dat inkoop van de gekozen warmtebron goedkoop is en enkel uitgaat van levering door de ARN. Wat is de impact als de ARN niet meer kan leveren en wat zijn de alternatieven?
3
-
De fasering van de beoogde aansluitingen (uitrol) is nu circa 6 jaar. Wat als de uitrol trager verloopt? Er zullen ook stroomaansluitingen nodig zijn voor het warmtenet. Denk bijvoorbeeld aan de pompen die stroom nodig hebben. Kan Liander deze aansluitingen wel leveren?
Tevens is een aantal optimalisaties mogelijk zoals - al eerder vermeld - door een deel van de primaire leiding met Beuningen te delen, extra aansluiten van de wijken Lambrasse en Woezik, eventueel aansluiten van de uitbreiding van het bedrijventerrein Bijsterhuizen, het aantrekken van leningen tegen een lage rente en het aansluiten bij het nog te installeren Waarborgfonds Warmte. Op 2 juli heeft de stuurgroep op basis van het bovenstaande geconcludeerd dat het warmtenet vanuit de ARN een grote kans is om noordelijk Wijchen aardgasvrij te maken en dat er al veel stappen zijn gezet. Tegelijk ziet de stuurgroep dat het project complex is en veel afhankelijkheden kent. Uitgangspunt is dat zorgvuldigheid boven snelheid gaat. De stuurgroep heeft dan ook besloten de tussenrapportage ter kennis aan te nemen en aanvullend een aantal zaken verder te laten uitwerken. Deze zullen de komende maanden uitgewerkt worden. Het gaat om de volgende zaken: 1. Meer inzicht in de beschikbaarheid van alternatieve warmtebron(nen). De stuurgroep heeft aangegeven dat zij inzicht wil in de inzet van een potentiële alternatieve warmtebron, alvorens een voortgangsbesluit te nemen. Om invulling te geven aan deze vraag wordt in samenwerking met gemeente Beuningen en gemeente Nijmegen een bovenlokale bronnenstrategie opgesteld. De Groene Metropool Regio heeft hiertoe al opdracht gegeven.
De resultaten worden eind Q3/2025 verwacht. Doel van de bronnenstrategie is inzichtelijk te maken welke warmtebronnen op korte, midden en lange termijn beschikbaar zijn en de warmtelevering van de ARN op termijn zouden kunnen vervangen. Gemeente Nijmegen heeft al het nodige onderzoekswerk verricht op basis waarvan we weten dat er binnen de regio voldoende kansen zijn voor het vervangen van de ARN als bron. Met de gezamenlijke studie wordt deze informatie naar het bovenlokale niveau gebracht. 2. Meer inzicht in de impact als warmtetarieven hoger of lager zijn Met name voor woningcorporatie is betaalbaarheid voor hun huurders van groot belang. Talis heeft bij de ontwikkeling van een warmtenet in Dukenburg (Nijmegen) ervaren dat huurders bij een korting op de maandelijkse tarieven meer geneigd zijn in te stemmen met het warmtenet. De stuurgroep heeft daarom gevraagd om beter inzichtelijk te maken wat de impact is op de businesscase als tarieven wijzigen. Tegelijkertijd is er het besef dat met de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving er op het gebied van tarifering een aantal wijzigingen zullen plaatsvinden, die van invloed zijn op de tarieven die in rekening gebracht mogen worden.
Het doel is dan ook niet om in deze fase al garanties te geven op tarieven, maar wel om inzichtelijk te maken hoe robuust de businesscase is bij veranderende tarieven en inzichtelijk te krijgen of dit voldoende garantie biedt voor sociale huurders. 3. Impact van het realisatietempo Het tempo waarin het warmtenet gerealiseerd wordt, is van invloed op de haalbaarheid. Want zoals in veel projecten lopen kosten voor de baten uit. Dus hoe sneller bewoners kunnen aansluiten, hoe sneller er inkomsten gegenereerd worden. Nu de nieuwe warmtewet (WcW) is goedgekeurd door de Tweede Kamer, is de verwachting dat de ontwikkeling van warmtenetten in een stroomversnelling komt. Dat zal leiden tot meer standaardisatie (en kostenverlaging) en meer capaciteit om warmtenetten te realiseren. De stuurgroep heeft gevraagd de impact van deze ontwikkeling mee te nemen in het onderzoek.
4
Contouren voor lokaal publiek warmtebedrijf Wijchen We zijn er dus nog niet. Er moet nog het nodige worden uitgediept. Maar mochten de samenwerkende partijen zover komen dat er daadwerkelijk een warmtenet gerealiseerd wordt, dan is een samenwerking van de gemeente en het GWIB nodig in de vorm van oprichting van een lokaal publiek warmtebedrijf. Het governancemodel, zoals hieronder te zien, is het model dat het GWIB gebruikt voor de ontwikkeling van warmtenetten. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten van groot belang, deze lichten de figuur verder toe: - GWIB is een 100% publieke samenwerking. Firan (warmtebedrijf van Alliander, het investeringsfonds van de Provincie Gelderland1 en de Provincie Gelderland zelf zijn de drie aandeelhouders); - GWIB richt samen met de gemeente een lokaal publiek warmtebedrijf op; - Vanuit dit lokale warmtebedrijf worden de investeringen gefinancierd, en wordt het warmtenet gedurende de looptijd geëxploiteerd (beheer & onderhoud, klantenservice, etc.);
GWIB en de gemeente dienen onderling nog vast te stellen hoe de aandelenverhouding zal zijn. GWIB moet maximaal 95% en minimaal 50% van de aandelen hebben. De gemeente zal dan voor 5% tot 50% aandeelhouder worden. Uitgaande van een netto investering van 70 miljoen, varieert de benodigde financiering vanuit de gemeente tussen € 1 en €10 miljoen, afhankelijk van het aandelenpercentage waar de gemeente voor kiest. We gaan ervan uit dat dit bedrag gedurende de exploitatieperiode terugverdiend wordt.
1 Dat fonds heette tot voor kort Innovatie- & Energiefonds Gelderland (‘IEG’) en heet nu
Klimaatfonds Gelderland.
5
Mogelijke impact van een warmtenet Met de realisatie van het warmtenet wordt het aardgasverbruik in de noordelijke wijken van Wijchen sterk teruggedrongen. De totale besparing - als de beoogde aansluitingen zijn gerealiseerd – zou rond de 6 miljoen m³ aardgas per jaar bedragen. Dit betekent tevens een vermindering van de CO2-emissie tussen de 7,5 en 10 Kton per jaar. Hoewel er mogelijk nog een beperkte hoeveelheid gas nodig is voor piek- of backupinstallaties, wordt ongeveer één derde van de kern Wijchen volledig gasvrij en wordt invulling gegeven aan de beleidsdoelen van de gemeente Wijchen. Een warmtenet dat gebruikmaakt van lokale warmtebronnen is niet afhankelijk van de onvoorspelbare markt voor aardgas. Eindgebruikers van het warmtenet worden minder kwetsbaar voor geopolitieke spanningen en prijsschommelingen op de energiemarkt. Door lokaal opgewekte warmte te benutten, worden tevens de kosten van de energievoorziening voorspelbaarder en betrouwbaarder en wordt tegelijkertijd de regionale economie versterkt. Tot slot: een belangrijk voordeel van een warmtenet is dat het de druk op het elektriciteitsnet verlaagt. In plaats van duizenden individuele elektrische warmtepompen, wordt warmte die centraal toch al wordt opgewekt en nu de lucht in verdwijnt, via een netwerk gedistribueerd.
Hierdoor ontstaat er extra ruimte op het elektriciteitsnet, voldoende om naar schatting voor 1.000 tot 1.500 (nieuwbouw)woningen ruimte te creëren op het stroomnetwerk. Tevens hoeven er veel minder trafohuisjes in de wijken te worden gebouwd als er een warmtenet komt.
4. Toekomstscenario Naast het startscenario is ook een toekomstscenario ontwikkeld. Dit is te beschouwen als stip op de horizon en geeft inzicht in de maximale aansluitpotentie van Wijchen. In dit toekomstscenario is onderzocht hoe het warmtenet eruit zou kunnen zien zodra alle wijken van Wijchen zijn aangesloten op het warmtenet. Zoals te zien in de kaart kan Wijchen worden opgesplitst in drie verschillende delen, namelijk: noordelijk Wijchen (boven de spoorlijn), Wijchen midden (tussen de spoorlijn en de Wijchens meer) en zuidelijk Wijchen (onder de Wijchens Meer). Naar verwachting zal de realisatie van een warmtenet in de Wijchen midden en Wijchen zuid pas op zijn vroegst vanaf 2035 te realiseren zijn.
6
Zodra Wijchen over een warmtenet beschikt van deze grootte, is het belangrijk om te kijken naar alternatieve warmtebronnen om ervoor te zorgen dat leveringszekerheid en een divers aanbod van bronnen gegarandeerd kan worden. In de regionale bronnenstrategie van de GMR komt dit ruimschoots aan bod en worden de twee overige gebieden onderzocht op hun financiële en technische haalbaarheid. Zo behoort voor het zuidelijke deel ook aquathermie uit het Wijchens Meer nog tot de potentiële bronnen.
5. Overweging Met de ontwikkeling van een warmtenet in Wijchen beogen de samenwerkende partners een duurzaam en betaalbaar alternatief voor aardgas te bieden aan bewoners en ondernemers. Er is de afgelopen maanden hard gewerkt aan de totstandkoming van een businesscase waar alle partijen achter staan. De intentie was om eind augustus een besluit voor te leggen aan het college van B&W over de volgende fase. We hebben echter ervaren dat het een complex traject is, waarbij duidelijk is geworden dat de businesscase van een warmtenet veel (externe) afhankelijkheden kent. Zorgvuldigheid en een kritische blik op de resultaten is daarbij van belang. Dus geen opportunistische businesscase, maar een robuust verhaal, waarin de risico’s en optimalisaties goed uitgewerkt zijn. Gezamenlijk hebben de samenwerkende partijen bepaald dat de businesscase verder verfijnd dient te worden, met aandacht voor: • Toetsing op realisatie-tempo • De impact van het aanpassen van de tarieven • De impact van mogelijke optimalisaties Bovendien dient beter inzichtelijk te worden wat de impact is van het mogelijk wegvallen van de ARN als bron. Dit zal zijn uitwerking vinden in de gezamenlijke bronnenstudie die in samenspraak met gemeente Nijmegen en Beuningen wordt uitgewerkt en voor het einde van het jaar afgerond wordt.
Streven is om eind 2025 een besluit te nemen over de businesscase en het wel of niet starten met de volgende fase. Een interessante overweging is de vraag hoeveel (financiële) zekerheden je in deze fase redelijkerwijs kunt verlangen? Landelijk speelt er veel, met wijzigingen in wet- en regelgeving ten aanzien van de warmtetransitie. Geo-politieke ontwikkelingen beïnvloeden onze nationale energievoorziening. We streven naar een circulaire samenleving, maar de echte transitie komt nog niet van de grond. Hoe kijken we over 5 jaar tegen deze vraagstukken aan? Zijn warmtenetten dan echt de goedkoopste oplossing, zoals wordt gesteld in het artikel van BNR.2 De wetten die naar verwachting vanaf 2026 gaan werken bieden in ieder geval een veel betere basis voor warmtenetten (zie uitleg in de routekaart) En wat als het warmtenet er niet komt: is het haalbaar en wenselijk om alle gebouwen in Wijchen van elektrische warmtepompen te voorzien? Los van wat dit voor de individuele gebouweigenaren betekent qua woningingrepen zoals isolatiemaatregelen, en kosten, heeft dit een enorme impact op ons nationale energiesysteem met een nog hogere energievraag tot gevolg. Terwijl we weten dat het energiesysteem onder druk staat en er sprake is van netcongestie.
2 ‘Over vijf jaar is het warmtenet het goedkoopst’, maar corporaties twijfelen nog | BNR
Nieuwsradio (24 juli 2025 – www.bnr.nl) 7
De mogelijkheid om een midden-temperatuurwarmtenet te ontwikkelen is een kans voor Wijchen om een groot deel van de gebouwde omgeving te voorzien van een duurzaam alternatief van aardgas, in een robuust en toekombestendig systeem. Kenmerkend voor een warmtenet is echter dat het als project wordt gezien dat zichzelf moet bedruipen. Waar we het elektriciteitsnetwerk en het gasnetwerk als investering zien waar het Rijk middelen voor beschikbaar stelt (daarvoor wordt nooit een businesscase opgesteld), doen we dit voor warmtenetten niet. Dat heeft tot gevolg dat de kosten worden doorbelast aan de afnemers. Stel dat we constateren dat een warmtenet maatschappelijk gezien de beste warmteoplossing is voor Wijchen, moet het project dan dicht gerekend worden, of mag het geld kosten? Een overweging die erom vraagt om niet alleen met een financiële bril te kijken, maar ook vanuit maatschappelijk perspectief.
8
Commissievergadering Wijchen Dossiernummer
6966
Extern Zaak ID
Z/25/308278
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
9 oktober 2025
Agendapunt
7.1.a
Titel
Achtergrondinformatie 308278 informatienota Routekaart warmtenet en warmteprogramma
Soort nota
Informatienota
Programma/Paragraaf Portefeuillehouder(s) Wijchen
Schouten, B. (Bea)
Bijlagen 308278 informatienota Routekaart warmtenet en warmteprogramma Geagendeerd
Vergaderdatum
College BenW openbaar Wijchen
1 juli 2025
Stukken Agendacommissie Wijchen
27 augustus 2025
Commissievergadering Wijchen
9 oktober 2025
Raad openbaar Wijchen
30 oktober 2025
Voorgesteld besluit De gemeenteraad besluit: - kennis te nemen van de informatienota 'Routekaart warmteprogramma en warmtenet'
Openbaar
Zaaknummer: Z/25/00000
Informatienota voor de Gemeenteraad Onderwerp: Routekaart warmtenet Wijchen en warmteprogramma Datum: 1 juli 2025 Kernboodschap De gemeente Wijchen voert in samenwerking met woningcorporatie Talis, het Gelders Warmte Infra Bedrijf (GWIB) en ARN b.v. een onderzoek uit naar de haalbaarheid van een warmtenet in Wijchen. Eind augustus neemt het college aan de hand van dit onderzoek een besluit over het gewenste vervolg. Daarnaast werkt het college aan de voorbereiding van het warmteprogramma, de herziening van de TransitieVisie Warmte. In de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) is opgenomen dat gemeenten uiterlijk 31 december 2026 een Warmteprogramma hebben opgesteld. Het Warmteprogramma wordt daarmee een wettelijke verplichting onder het regime van de Omgevingswet. Beide processen zijn nauw met elkaar verweven en vragen om het doorlopen van een helder proces. Het besluitvormingsproces van het warmtenet is een gefaseerd traject dat enige toelichting behoeft. Om de gemeenteraad hier goed bij te betrekken, wil het college een routekaart opstellen en deze in het najaar van 2025 ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorleggen. In de routekaart worden de leidende principes voor het warmteprogramma vastgelegd. Hierin zijn ook de uitganspunten ten aanzien van de ontwikkeling van een warmtenet geborgd.
In het tweede deel van de routekaart schetsen we het stappenplan met tijdspad inclusief informatie- en beslismomenten voor zowel de totstandkoming van het warmteprogramma als de ontwikkeling van het beoogde warmtenet. Met deze informatienota informeren we u over het proces voor de routekaart. Eerdere besluiten Datum Maart 2023 April 2024
Korte omschrijving eerder genomen besluit Beslisnota: Vaststelling Warmteplan en Transitievisie Warmte (Z/23/101378) Informatienota: Verkennende studie naar inzet warmte van ARN voor warmtenet (Z/24/235291)
Pagina 1 van 4
Openbaar
Zaaknummer: Z/23/138865
Toelichting Warmteprogramma In 2023 heeft de gemeenteraad het Warmteplan Wijchen en de Transitievisie Warmte (TVW) vastgesteld. Met ingang1 van Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) verandert de naam Transitievisie Warmte in Warmteprogramma. In deze wet wordt gesteld dat gemeenten uiterlijk 31 december 2026 een Warmteprogramma hebben opgesteld. Daarmee wordt de herziening van de Transitievisie Warmte dus ook een wettelijke verplichting. Het Warmteprogramma geeft een strategisch inzicht hoe we het energiesysteem op het gebied van warmte op de lange termijn willen vormgeven, hoe we daartoe komen en onder welke randvoorwaarden. Vertrekpunt voor het Warmteprogramma zijn de kaders uit het warmteplan en de TVW. Het Warmteprogramma biedt een overzicht voor de gehele gemeente welke warmteoplossing per gebied het meest waarschijnlijk is en wanneer de warmte-oplossing gerealiseerd wordt (dit laatste is met name voor een warmtenet van belang, op individuele warmtepompen hebben we als gemeente minder sturing/regie). Hiermee ontstaat voor alle inwoners duidelijkheid door een stip op de horizon en daarmee handelingsperspectief. Een belangrijk instrument in het warmteprogramma is de aanwijsbevoegdheid. Met de aanwijsbevoegdheid kan een gemeente gebieden aanwijzen die binnen een bepaalde termijn aardgasvrij moeten worden en overgaan op een duurzame warmtevoorziening.
Via regels in het Omgevingsplan bepaalt de gemeente uiteindelijk wanneer de wijk van het aardgas afgaat en welk duurzaam alternatief voor aardgas wordt gekozen. Daarmee ontstaat de juridische bevoegdheid om de levering van gas te beëindigen. De gemeente kan er ook voor kiezen om geen aanwijsbevoegdheid in te zetten. Dan dienen in het Warmteprogramma wel streefjaren aangegeven te worden waarop gebieden aardgasvrij moeten te zijn. Dit heeft echter niet de juridische waarde die de aanwijsbevoegdheid wel zou hebben. Vertrekpunt voor het Warmteprogramma zijn de kaders uit het warmteplan en de TVW. Maar naast de wettelijke verplichting, zijn er ook inhoudelijke ontwikkelingen die het waardevol maken het warmtebeleid te herijken. Zo zijn we de afgelopen jaren geconfronteerd met netcongestie en zijn er meer financiële middelen beschikbaar gekomen om uitvoering te geven aan de gemeentelijke regierol in de warmtetransitie. Ook hebben we zelf meer inzicht gekregen in de mogelijke warmtebronnen en de haalbaarheid van warmtenetten. Met de totstandkoming van de LES zijn er concrete doelen bepaald. Een herijking van de kaders en uitgangspunten ten aanzien van het warmtebeleid is daarom wenselijk. In lijn met de Omgevingswet is het vaststellen van het Warmteprogramma een collegebevoegdheid (de raad beslist over de omgevingsvisie).
Om de raad wel te betrekken bij de totstandkoming van het Warmteprogramma, stellen we voor om een routekaart met de herijkte kaders en uitgangspunten vooraf door de raad vast te laten stellen. Tevens zullen we in deze routekaart beschrijven hoe het warmteprogramma tot stand komt, welke stappen we voorzien en hoe het besluitvormingsproces eruit ziet.
1 Op 23 april 2024 is de Wgiw aangenomen door de Tweede Kamer. Op 10 december 2024 stemde
de Eerste Kamer ermee in. De Wgiw is pas definitief na publicatie in de Staatscourant. Het is de bedoeling dat de wet per 1 januari 2026 in werking treedt.
Pagina 2 van 4
Openbaar
Zaaknummer: Z/23/138865
Warmtenet Wijchen Op basis van een verkennend onderzoek dat samen met gemeente Beuningen en gemeente Heumen in 2023 is uitgevoerd, heeft het college in april 2024 besloten om een haalbaarheidsonderzoek te laten uitvoeren naar de mogelijkheid van een warmtenet dat gebruik maakt van de warmte van de ARN. Deze studie is momenteel in een afrondende fase en wordt uitgevoerd door Stantec. Het resultaat van deze studie is een schetsontwerp, een businesscase en een governancemodel voor een warmtenet in de noordelijke wijken in de kern van Wijchen. De focus van dit onderzoek ligt nadrukkelijk op de haalbaarheid van een warmtenet op basis van warmte van de ARN. Als hieruit blijkt dat dit leidt tot een betaalbare warmteoplossing voor inwoners van Wijchen, zal vervolgens in kaart gebracht moeten worden welke alternatieve bron(nen) op termijn ingezet kunnen worden, met het oog op de toekomstbestendigheid en duurzaamheid van de ARN. Daarom zal in gezamenlijkheid met gemeente Nijmegen en gemeente Beuningen een alternatieve bronnenstrategie ontwikkeld worden. De gemeente werkt nauw samen met Talis, ARN en GWIB. In september 2024 is een intentieovereenkomst getekend. Gezamenlijk vormen de bestuurders van deze 4 partijen de stuurgroep.
Begin juli zal de eindrapportage in de stuurgroep geaccordeerd worden en vervolgens ter vaststelling worden aangeboden aan de individuele samenwerkingspartners, met de vraag om gezamenlijk een vervolg te geven aan de verdere uitwerking van het warmtenet. De volgende stap is een SamenwerkingsOvereenkomst (SOK). In deze fase zal het schetsontwerp verder uitgewerkt worden tot een Voorlopig Ontwerp en zal de Business Case bijgesteld worden op basis van nieuwe inzichten. Daarin zullen ook de uitkomsten van de alternatieve bronnenstrategie verwerkt worden. Als op basis van de herijkte Business Case bevestigd wordt dat het warmtenet een duurzame en betaalbare warmte-oplossing voor inwoners is, zullen de samenwerkende partners besluiten om een investeringsbesluit uit te werken. Dit besluit is afhankelijk van landelijke wetgeving, voldoende draagvlak en commitment van alle betrokken partijen en voldoende zekerheden t.a.v. de haalbaarheid. We verwachten dit besluit in de tweede helft 26 te kunnen voorleggen, onvoorziene omstandigheden daargelaten. Aan het college wordt eind augustus een beslisnota voorgelegd om een positief besluit te nemen over het aangaan van de SOK en het project naar een volgende fase te brengen: de afrondende fase van de voorbereidingen. Dit is dus nadrukkelijk nog geen investeringsbesluit. De gemeenteraad heeft geen mandaat ten aanzien van de SOK.
Echter ook hier geldt dat het college er belang aan hecht om de raad bij dit proces te betrekken. Daarom stellen we voor om de raad de kaders en uitgangspunten ten aanzien van de warmtenetontwikkeling vast te laten stellen middels een routekaart. Daarmee komt de raad in positie. Routekaart De routekaart heeft ten doel een helder proces met tijdspad en leidende principes te schetsen ten aanzien van de totstandkoming van het warmteprogramma en de ontwikkeling van het beoogde warmtenet in Wijchen. Leidende principes Leidende principes bouwen voort op de uitgangspunten van het warmteplan, te weten: • Ga aan de slag met energiebesparing en isolatie; • Samen kennis delen om de warmtetransitie te laten slagen; • Haalbaar en betaalbaar voor iedereen; • Beschikbaar, betrouwbaar en duurzaam richting de toekomst.
Pagina 3 van 4
Openbaar
Zaaknummer: Z/23/138865
Voor de routekaart worden deze uitgangspunten concreter gemaakt en proberen we termen als betaalbaar en duurzaam handen en voeten te geven door o.a. de volgende vragen te beantwoorden: Wat is duurzaam in relatie tot de ARN waarvan we weten dat op termijn afvalverbranding zal reduceren? Dat betekent dat op termijn sprake zal moeten zijn van een alternatieve warmtebron. Hoe geven we daar invulling aan? Wanneer is een warmtenet betaalbaar? Hoe beoordelen we dit en wat is het alternatief? Hoe zorgen we dat ook de overstap naar de individuele warmtepomp betaalbaar is voor inwoners? Daarnaast geldt dat steeds meer kaders worden voorgeschreven door de landelijke wetgeving die in ontwikkeling is ten aanzien van de warmtetransitie. In de Wet Collectieve Warmte (WCW) wordt voorgeschreven dat warmtebedrijven in de toekomst in meerderheid publiek moeten zijn. In lijn met deze voorwaarden zullen we uitgangspunten definiëren ten aanzien van de governance van het op te richten warmtebedrijf en in het bijzonder de rol en zeggenschap van het lokaal bestuur. De Wgiw maakt het mogelijk om het aanwijsbesluit in te zetten. Hoe gaan we daar als gemeente mee om? En wat is er nodig in relatie tot de Omgevingsvisie? Tot slot zullen ook leidende principes ten aanzien van communicatie- en participatie worden opgesteld.
Tijdspad In het tweede deel van de routekaart schetsen we het tijdspad met informatie- en beslismomenten voor zowel de totstandkoming van het warmteprogramma als de ontwikkeling van het beoogde warmtenet (ervan uitgaande dat het college instemt het met besluit hier een vervolg aan te geven). Omdat het onderzoek naar het warmtenet belangrijke input levert voor het warmteprogramma, zijn beide trajecten nauw met elkaar verweven. Communicatie Over de uitkomsten van de haalbaarheidsstudie en het beoogde vervolg zal zorgvuldig gecommuniceerd worden richting inwoners. Er komt een publieksversie van de rapportage en op de website van de gemeente (Duurzame warmte in mijn wijk/dorp | Gemeente Wijchen) zullen de resultaten van de haalbaarheidsstudie worden verwerkt. Communicatie- en participatie maken een onderdeel uit van de routekaart. Uitvoering of Vervolgstappen Planning • Begin juli 25: Stuurgroep stelt haalbaarheidsstudie en beoogd vervolgtraject ten aanzien van het warmtenet vast. • Eind aug 25: Collegebesluit over routekaart tav warmteprogramma en vervolg mogelijke warmtenet. • 18 september 25: Werkbijeenkomst voor gemeenteraad. Tijdens deze bijeenkomst zal het onderzoek naar warmtenet worden toegelicht. Ook zullen we uitgebreid stilstaan bij de totstandkoming van het warmteprogramma. • Oktober: besluit gemeenteraad over routekaart Warmte.
• Tweede helft 2026 (bij voldoende zekerheid en wettelijke basis) conditioneel investeringsbesluit over warmtenet en de benodigde investeringen. Geheimhouding: Niet van toepassing.
Pagina 4 van 4