CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raad Informatiebijeenkomst openbaar Wijchen 1 april 2021, gemeente wijchen31.918 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bundel van de Raad Informatiebijeenkomst openbaar Wijchen van 1 april 2021

Agenda bijlagen Agenda 2021-04-01 Informatiebijeenkomst.pdf Netimpact Liander RES1.0 presentatie 1april 2021.pdf presentatie definitief bod RES 1.0.pdf 1 2

2.a

Opening Regionale Energie Strategie Presentatie over de het definitieve bod Regionale Energie Strategie 1.0 en mogelijkheid tot het stellen van vragen. 47504 Definitief bod Regionale Energie Strategie 1.0 van Arnhem Nijmegen Dossier 2430 voorblad Definitief bod Regionale Energie Strategie Arnhem Nijmegen 1.0 Bijlage Regionale Energie Strategie Arnhem Nijmegen 1.0 Bijlage Reactienotitie Wensen en bedenkingen plus antwoorden

2.b

Brief Energiecoöperatie Leur Brief toegevoegd op verzoek van indiener Brief van ECL aan gemeenteraad Wijchen over de RES 1.0

3

Sluiting

Agenda bijlagen 1 Agenda 2021-04-01 Informatiebijeenkomst.pdf

AGENDA INFORMATIEBIJEENKOMST Donderdag 1 april 2021 om 19.30 uur Digitaal via MS Teams Voorzitter: Peter van ‘t Schip 19.30 uur

Opening Regionale Energie Strategie Presentatie en mogelijkheid tot het stellen van vragen Achtergronddocument: 

20.15 uur

Definitief bod Regionale Energie Strategie Arnhem Nijmegen 1.0, beslisnota (47504)

Sluiting

1 Netimpact Liander RES1.0 presentatie 1april 2021.pdf

Impact vanvan RESconcept 1.0 op het energienet Impact RES scenario's op RESdeRegio Arnhem Nijmegen elektriciteitsen gasinfrastructuur

RES regio ………

1

Impact op het elektriciteitsnet

Om alle plannen uit de RES1.0 aan te sluiten op het net zijn er verzwaringen van het elektriciteitsnetwerk nodig. Om tijdig gereed te zijn zal er de komende jaren verder versneld moeten worden.

2

Strategie | benodigde netaanpassingen: nieuwe stations Zoekgebied nieuw station

Inschatting haalbaarheid voor 2030

A Zevenaar/Duiven

Waarschijnlijk gereed voor 2030

B Nijmegen-Oost/Berg en Dal

Waarschijnlijk gereed voor 2030

C Beuningen/Druten/Wijchen

Waarschijnlijk niet gereed voor 2030

D Oosterhout

Gereed in 2023

Tijdig veiligstellen van ruimte voor nieuwe stations Om de knelpunten op te lossen, is gekeken naar welke netaanpassingen nodig zijn. Op basis van de aangeleverde gegevens verwachten we 3 tot 4 nieuwe HS stations te moeten realiseren. Een nieuw station in gebied C is nog onzeker, de afweging tussen een nieuw onderstation tussen Druten en Teersdijk, of het verzwaren van beide stations wordt nog onderzocht. Voor het realiseren van nieuwe stations geldt een gemiddelde realisatietijd van 5 - 7 jaar. Het zoeken naar een geschikte locatie is het meest cruciale onderdeel. Om tijdig RES ambities te kunnen halen, is het van belang deze zoektocht naar geschikte locaties samen te organiseren.

D C B

Vaak alternatieve oplossingen mogelijk Het is de moeite waard om andere oplossingen met minder impact op de leefomgeving, te onderzoeken. Bijvoorbeeld het verplaatsen van een zoeklocatie of het aanpassen van de verhouding wind en zon, zodat er geen nieuw station hoeft te worden gerealiseerd.

NB. De zoekgebieden voor nieuwe stations zijn indicatief en tot stand gekomen door een combinatie van factoren vanuit deze impact analyse: onder andere de beschikbare capaciteit op stations en de zoekgebieden voor duurzame opwek. Het zoekgebied is nadrukkelijk een vrij ruim zoekgebied. De daadwerkelijke zoektocht naar geschikte locaties voor nieuwe stations start wanneer plannen concreter en zekerder worden. 3

Aanbevelingen | gezamenlijk uitvoeringsprogramma Uitvoering van de RES is een complex proces waarbij verschillende partijen besluiten en afhankelijkheden op elkaar af moeten stemmen. Graag richten we hiervoor gezamenlijk een governance in die onder meer helder maakt hoe verantwoordelijkheden zijn verdeeld en besluiten worden genomen. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een gezamenlijk uitvoeringsprogramma waarin betrokken partijen (overheden, marktpartijen, netbeheerder) met elkaar samenwerken.

• Tijdlijnen op elkaar afstemmen, afspraken maken over uitvoeringscoördinatie • Met elkaar (verder) vooruitkijken om ambities tijdig te kunnen realiseren • Starten waar capaciteit beschikbaar is

Voorbeeld uitvoeringsplanning rondom Oosterhout Juli 2021 RES 1.0

2023 RES 2.0

2030

Realisatie zonnepark de Grift bij windpark Nijmegen - Betuwe

Realisatie station Oosterhout

Werkzaamheden station Bemmel

Realisatie zonplannen Lingewaard i.c.m. aanvullende windplannen 4

1 presentatie definitief bod RES 1.0.pdf

DEFINITIEF BOD RES 1.0 Regionale Energie Strategie Arnhem Nijmegen

1 april 2021

Programma • Inleiding Regionale Energie Strategie Arnhem Nijmegen • Proces tot concept bod RES 1.0 • Proces tot definitief bod RES 1.0 (door Eva de Ruiter en Casper Vogelaar)

Regionale Energie Strategie Arnhem Nijmegen

• AMBITIE: Klimaatwet en klimaatakkoord is basis: 49% CO2 reductie in 2030 (Gelders Energie Akkoord: 55%). • Dertig regio’s ontwikkelen met stakeholders een energiestrategie. • Van, voor en door de regio. • Meerjarig proces voor regionale samenwerking tot 2030. • Grootschalige duurzame opwek en de inzet van warmtebronnen op regionaal niveau.

Mijlpalen en rol raad • 30-01-2020: startnotitie RES door de raad vastgesteld. • 1 september: consultatie lokale stakeholders. • 10 september: consultatie gemeenteraad. • 15-09-2020: concept bod inclusief reactie raad en stakeholders door college vastgesteld. • 01-10-2020: door alle colleges vastgesteld concept bod inclusief memo over wensen en bedenkingen door regio ingediend bij NP RES.

Bijdrage Wijchen aan definitief bod

• Bestaande projecten: • Projecten in de pijplijn: • Opgave Zon op dak:

zonnepark Leur 0,001 TWh 0,031 TWh 0,046 TWh (=147.491 pv op daken)

Definitieve bijdrage Wijchen wordt ongeveer 0,08 TWh ( = circa 5% van totaal aanbod)

Opgave Warmte Vóór 2050 zeven miljoen huizen en één miljoen gebouwen goed geïsoleerd en aardgasloos.

4/1/2021

6

Opgave warmte • Potentie warmte in Wijchen dient verder onderzocht te worden. • Hiervoor eind 2021 de Transitievisie Warmte in Wijchen. • Inzet: laten aansluiten op RES. • Hart voor Zuid en TKWM is pilotgebied, restwarmte vooralsnog geen optie, warmte uit oppervlaktewater (TEO) lijkt reële optie.

Tot slot • Bestuurlijke samenvatting RES en storymap (inclusief kaarten) te vinden op de website van regio Arnhem Nijmegen. • 22 april 2021: behandeling/vaststelling definitief bod RES 1.0 in gemeenteraad. • 01-07-2021: door raden vastgesteld definitief bod RES 1.0 door regio ingediend bij NP RES.

• Na 1 juli 2021 start proces om te komen tot RES bod 2.0 • 01-07-2023: regio dient door raad vastgesteld bod RES 2.0 in bij NP RES.

Van concept bod RES 1.0 naar definitief bod RES 1.0

• Toelichting door:

• Eva de Ruiter: procesregisseur RES Arnhem Nijmegen • Casper Vogelaar: Relatiemanager Liander (regio AN)

2.a 47504 Definitief bod Regionale Energie Strategie 1.0 van Arnhem Nijmegen 1 Dossier 2430 voorblad.pdf

Raad Informatiebijeenkomst openbaar Wijchen Dossiernummer

2430

Extern Zaak ID

Z/20/047504

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

1 april 2021

Agendapunt

2.a

Omschrijving

47504 Definitief bod Regionale Energie Strategie 1.0 van Arnhem Nijmegen

Organisatieonderdeel

domein Fysieke leefomgeving - team Milieu

Eigenaar

Aelmans, Patrick

Soort nota

Beslisnota

Programma/Paragraaf

§2 Duurzaamheid

Portefeuillehouder(s) Wijchen

Burgers, T.T.M. (Titus)

Telefoonnummer steller

0884327172

E-mail adres steller

p.aelmans@drutenwijchen.nl

Bijlagen Definitief bod Regionale Energie Strategie Arnhem Nijmegen 1.0 Bijlage Regionale Energie Strategie Arnhem Nijmegen 1.0 Bijlage Reactienotitie Wensen en bedenkingen plus antwoorden Geagendeerd

Vergaderdatum

Stukken gemeenteraad Wijchen

30 maart 2021

Raad Informatiebijeenkomst

1 april 2021

openbaar Wijchen Commissievergadering Wijchen

8 april 2021

Raad openbaar Wijchen

22 april 2021

Voorgesteld besluit 1. In te stemmen met het definitief bod Regionale Energie Strategie (RES) Arnhem Nijmegen 1.0.

2. De gemeente gaat uit van een rechtvaardige verdeling over de regio.

3. Uw besluit en uw eventuele aandachtspunten richting RES 2.0 door te geven aan de werkorganisatie RES.

1 Definitief bod Regionale Energie Strategie Arnhem Nijmegen 1.0

Openbaar

Zaaknummer: 47504

Beslisnota voor de Gemeenteraad Onderwerp: Definitief bod Regionale Energie Strategie Arnhem Nijmegen 1.0 Voorgesteld besluit de Gemeenteraad besluit: 1. In te stemmen met het definitief bod Regionale Energie Strategie (RES) Arnhem Nijmegen 1.0. 2. De gemeente gaat uit van een rechtvaardige verdeling over de regio. 3. Uw besluit en uw eventuele aandachtspunten richting RES 2.0 door te geven aan de werkorganisatie RES. Aanleiding De gemeente Wijchen neemt deel aan de Regionale Energiestrategie (RES) ArnhemNijmegen. Deze RES is een bestuurlijke afspraak tussen de decentrale overheden uit de regio Arnhem Nijmegen en het kabinet. Deze afspraak is gemaakt als onderdeel van het nationaal klimaatakkoord. Het gaat over het realiseren van grootschalige duurzaam opgewekte elektriciteit en het onderzoeken van een regionale warmte infrastructuur voor de lokale warmte transitie. Het is een meerjarig proces en loopt tot 2030. De eerste stap van dit proces was de startnotitie RES. Het college heeft vervolgens op 15 september 2020 ingestemd met het concept bod RES 1.0 (inclusief de voorlopige wensen en bedenkingen van de gemeenteraad). Op 16 maart 2021 stemde het college in met het definitief bod RES 1.0. Het definitief bod RES 1.0 (zie bijlage 1) wordt nu ter besluitvorming aangeboden. Eerdere besluiten Datum 30 januari 2020 2 juli 2020 2 juli 2020 15 september 2020 24 september 2020

Korte omschrijving eerder genomen besluit (vermeld zo mogelijk het zaaknummer/documentnummer) Z/19/032035: Startnotitie RES AN wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Z/20/47504, dossier 1517: Informatienota over verruiming planning RES wordt voor kennisgeving aangenomen door de gemeenteraad. Z/20/47504, dossier 1617: Informatienota over voorlopig concept bod wordt voor kennisgeving aangenomen door de gemeenteraad. Z/20/47504 dossier: 1836: college stemt in met het concept bod RES 1.0 van regio Arnhem Nijmegen. Z/20/47504, dossier 1854: De gemeenteraad stemt in met de voorlopige wensen en bedenkingen met betrekking tot het concept bod RES 1.0.

Gewenst resultaat Met het definitief bod RES 1.0 leveren we een goede bijdrage aan de doelstelling van de regio om in 2050 energieneutraal te zijn. Met het eerste bod RES 1.0 van 1,62 TWh

Pagina 1 van 4

Openbaar

Zaaknummer: 47504

geven we tevens een doorkijk naar de verdere opgaven en ontwikkelingen op weg naar RES 2.0 en verder. Argumenten 1.1.

De wensen en bedenkingen van de gemeenteraad zijn grotendeels verwerkt in het definitief bod RES 1.0. In september vorig jaar heeft het college het concept bod RES 1.0 vastgesteld. Dit besluit is samen met de reactie van de gemeenteraad op het concept bod via de werkorganisatie RES aangeboden aan het Nationaal Programma RES. In de bijgevoegde reactienota van de werkorganisatie RES (zie bijlage 2) kun je lezen welke reacties van de gemeenteraad zijn verwerkt in het definitief bod RES 1.0. 1.2.

Het definitief bod houdt rekening met het vastgesteld beleid van de gemeente Wijchen De gemeenteraad van Wijchen heeft de visie op zonne-energie vastgesteld en de gedragscode Windenergie Wijchen. In het definitief bod RES 1.0 worden de zonneparken Kampbroek en Bankhoef meegerekend (in totaal circa 30 hectare) en het windproject van WindinWijchen. Deze projecten voldoen aan het gemeentelijk beleid. Op het gebied van warmte zijn we vorig jaar gestart met het opstellen van de Transitievisie Warmte. Hierbij maken we gebruik van de uitkomsten van de verkenningen voor een bovenlokale warmte-infrastructuur. 2.1. Het definitief bod RES 1.0 dient uiterlijk 1 juli 2021 te zijn ingediend bij het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie (NPRES) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). In het kader van het nationaal klimaatakkoord is afgesproken om het vastgesteld definitief bod RES 1.0 uiterlijk 1 juli 2021 in te dienen bij het NPRES en PBL. Met de werkorganisatie RES is daarom afgesproken dat alle gemeenteraden hun vastgesteld bod uiterlijk 15 juni 2021 hebben aangeleverd. 2.2.. De reacties op het definitief bod RES 1.0 worden verwerkt in een oplegnotitie. De werkorganisatie verwerkt alle ontvangen reacties/wensen/bedenkingen van de gemeenteraad en stakeholders op het definitief bod RES 1.0 in een oplegnotitie.

Deze worden samen met alle andere vastgestelde besluiten over het definitief bod RES 1.0, ingediend bij het NPRES en PBL. Beantwoording hiervan vindt plaats in het proces RES 2.0.

Tegenargumenten en risico’s 1.1 De gemeenteraad stemt niet in met het definitief bod in het kader van RES 1.0. Het opstellen van de RES is een gezamenlijk regionaal meerjarig proces. In de startnotitie zijn afspraken vastgelegd over de opgave, het proces, de op te leveren resultaten, en de uitgangspunten en ‘spelregels’ die we hanteren. In de startnotitie staat dat we consensus hanteren als uitgangspunt voor de besluitvorming. Wanneer de gemeenteraad niet instemt met het definitief bod RES 1.0, wordt hiervan een aantekening gemaakt door de werkorganisatie (met opgaven van redenen). Deze aantekening wordt samen met alle andere besluiten over het definitief bod RES 1.0 aangeboden aan het NPRES en PBL. Een gesprek met een hogere overheid volgt dan. 1.2 Amendementen van de raad hebben alleen betrekking op eigen gemeente.

Pagina 2 van 4

Openbaar

Zaaknummer: 47504

Besluiten van de gemeenteraad hebben betrekking op hun eigen organisatie. Als het definitief bod RES 1.0 wordt geamendeerd, dan geldt dit besluit dus alleen voor onze gemeente. Wel wordt hiervan een aantekening gemaakt bij het indienen van het bod RES 1.0.

Financiële gevolgen In de september circulaire van 2019 heeft het Rijk middelen toegekend voor het opstellen van de Regionale Energiestrategie Arnhem Nijmegen. Gemeente Nijmegen heeft deze middelen (€ 1.515.788) namens de regio ontvangen, aangezien zij opdrachtgever en kasbeheerder is voor het RES proces. Uit deze middelen worden de uren en middelen gedekt. Tot het moment van vaststelling RES 1.0 zijn er geen financiële gevolgen. Voor het traject naar RES 2.0 dienen opnieuw financiële afspraken te worden gemaakt. De verwachting is dat deze in de lijn liggen van de benodigde middelen voor de RES 1.0. De financieringsafspraken voor RES 2.0 zullen verlopen via de budgetbesprekingen voor de Groene Metropoolregio onder de opgave Circulaire regio. Communicatie Iedereen in de RES-regio Arnhem Nijmegen krijgt met de RES te maken: overheden (bestuurders, ambtenaren), inwoners, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, enz. Daarom is het belangrijk dat al deze partijen worden betrokken bij de RES. Het uitgangspunt uit de startnotitie van, voor en door de regio is doorgezet in het proces RES 1.0. Op de website van de regio Arnhem Nijmegen staat uitgebreide informatie over het definitief bod RES 1.0 inclusief video’s met uitleg.

Een communicatie medewerker van de Werkorganisatie Druten Wijchen is deelnemer van het regionaal communicatieteam en zorgt ook voor de lokale communicatie over de RES via de gemeentelijke communicatiekanalen. Alle processtappen in het traject RES 1.0 zijn afgestemd met de voorzitters van de griffierskringen Noord en Zuid. Op 1 april wordt de gemeenteraad geïnformeerd over het definitief bod RES 1.0. Daarnaast vindt communicatie plaats rond de projecten die in uitvoering zijn. Dit zijn de zonneparken Kampbroek en Bankhoef en het windproject van WindinWijchen. De initiatiefnemers verzorgen deze communicatie. Met de initiatiefnemers is afgesproken om de gemeente te informeren over hun communicatie activiteiten zodat afstemming kan plaatsvinden. Inwonersparticipatie Om te komen tot het definitief bod RES 1.0 zijn vele spelers uit de regio via (digitale) bijeenkomsten betrokken en is alle informatie zo transparant mogelijk gedeeld via de website van de regio Arnhem Nijmegen. Op 2 september 2020 vond in de Mozaïek de informatieavond plaats over het concept bod RES 1.0. Het verslag hiervan is als bijlage toegevoegd aan het collegebesluit (15 september 2020) over het concept bod RES 1.0. Beide documenten zijn via de werkorganisatie RES aangeboden aan het NP RES. De reacties zijn verwerkt in het definitief bod RES 1.0.

Pagina 3 van 4

Openbaar

Zaaknummer: 47504

In het proces deden op regionaal niveau meer dan 450 personen mee, veelal vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties. Alle georganiseerde regionale bijeenkomsten voor de stakeholders zijn opgenomen in het bijgevoegd bod. Op 10 maart 2021 is de laatste stakeholdersbijeenkomst op regionaal niveau georganiseerd door de werkorganisatie RES. De raadsleden waren hiervoor ook uitgenodigd (en enkele ook aanwezig). In paragraaf 5.2 van het definitief bod RES 1.0 staat beschreven wie voor wat en wanneer aan zet is voor de participatie. In april/mei wordt een lokale stakeholdersbijeenkomst georganiseerd over het definitief bod RES 1.0. Dan worden de inwoners en andere betrokkenen geraadpleegd over het definitief bod RES 1.0

Uitvoering of Vervolgstappen Het genomen raadsbesluit wordt direct kenbaar gemaakt aan de werkorganisatie RES, inclusief de reacties op de RES 1.0. Verwerking van de reacties op de RES 1.0 wordt meegenomen in het traject naar uitwerking RES 2.0. Het bod RES 1.0 zal uiterlijk 1 juli 2021 bij het NPRES en PBL worden ingediend, tezamen met alle ontvangen reacties. Het bod wordt vervolgens doorgerekend en van advies voorzien. De RES loopt door richting het ontwikkelen van een definitief bod RES 2.0. dat op 1 juli 2023 moet worden ingediend bij NP RES. RES 1.0 en de uitwerking daarvan worden organisatorisch en financieel geborgd in de opgave Circulaire regio van de Groene Metropoolregio. Evenals het proces om te komen tot het definitief bod RES 2.0. Hierbij wordt de verbinding gelegd met de andere regio opgaven van de Groene Metropoolregio, zoals de verstedelijkingsstrategie.

.

Geheimhouding: Nee Niet van toepassing. Voorstel Advies Het team milieu adviseert in te stemmen met het definitief bod RES 1.0.

Bijlage 1: De bestuurlijke samenvatting van het definitief bod RES 1.0 van de regio Arnhem Nijmegen. Bijlage 2: Reactienota op de ingediende reacties van de gemeenteraden op het concept bod RES 1.0.

Pagina 4 van 4

1 Bijlage Regionale Energie Strategie Arnhem Nijmegen 1.0

RES 1.0 Regionale Energiestrategie Regio Arnhem Nijmegen

Arnhem Nijmegen

COLOFON Opdrachtgever: Regiegroep RES Regio Arnhem Nijmegen onder voorzitterschap van Harriët Tiemens, wethouder duurzaamheid gemeente Nijmegen. PROCES EN CONTACT Eva de Ruiter, procesregisseur RES Regio Arnhem Nijmegen, res@regioan.nl OPGESTELD DOOR Team RES Regio Arnhem Nijmegen in samenwerking met de gemeenten Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Doesburg Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen en Zevenaar, de waterschappen Rijn en IJssel, Rivierenland en Vallei en Veluwe, provincie Gelderland, Liander en meer dan 450 stakeholders uit de RES Regio Arnhem Nijmegen. Team RES Regio Arnhem Nijmegen bestond uit: Stef Aerts, Jan Buijs, Arjan van Dalen, Daniel Humbs Steinbeck, Dirk-Wim in ‘t Hof, Janet Holland, Carola Hoogland, Matthijs van der Jagt, Dagmar de Jong, Tjeerd Kooy, Martin Kugel, Jolanda van Rensch, Christian Scheres, Rob Sjerps, Willem Spies, Eva Oosterwegel, Pascale Palstra, Eva de Ruiter, Rijk van Voskuilen. FOTOVERANTWOORDING Walter Sietinga: cover, p18, p23, p32, p37, p40 rechts en onder, p58 | via GroenLeven: p17 | via Liander: Hans Peter van Velthoven p24, p45, p60 | via Liander: Jack Tillmanns p40 links | Overig: Gemeenten Duiven en Westervoort, Gemeente Nijmegen, Gemeente Lingewaard, Regio Arnhem Nijmegen.

RES 1.0 Regionale Energiestrategie Regio Arnhem Nijmegen

VISUALISATIES NP RES Over Morgen (kaarten) Communicatiebureau de Lynx REDACTIE EN VORMGEVING Communicatiebureau de Lynx Meer informatie: www.res-regioan.nl Arnhem, maart 2021

VAN, VOOR EN DOOR DE REGIO

VOORWOORD

Opbrengst voor natuur en omwonenden

We gaan in Nederland over op duurzame energie­ bronnen voor het opwekken van elektriciteit en het verwarmen van onze huizen en gebouwen. De aanleiding voor deze grootschalige transitie is iedereen bekend. De aarde warmt op met alle negatieve gevolgen voor ons klimaat. Dat proces willen we stoppen, zodat we een gezonde aarde kunnen doorgeven aan de generaties na ons. Boven­ dien biedt de energietransitie kansen voor onze lokale economie en arbeidsmarkt.

Inwoners vinden duurzame energie belangrijk

Onderzoek brede bevolking

Jongeren­ onderzoek

De CO2-uitstoot kan omlaag door duurzame energie­ bronnen te gebruiken. Dat nieuwe manieren van energievoorziening nodig zijn, vinden ook de meeste inwoners van Regio Arnhem Nijmegen. In april 2020 hielden we een enquête en daaruit bleek dat 84% van hen het belangrijk vindt om duurzamer gebruik te maken van energie. Van de deze zomer bevraagde jongeren uit onze regio vindt zelfs 93% het positief dat er steeds meer duurzame energie wordt gebruikt.

Zorgen zijn er ook

Meekoppel­ kansen

Tegelijkertijd horen we van inwoners en belangen­ organisaties ook zorgen als het gaat om zonnevelden en windturbines. Daarom maken we de RES samen met zo veel mogelijk partijen en zoeken we naar mogelijkheden om de energietransitie te koppelen aan andere doelstellingen in het landschap. Zo kunnen we tegelijkertijd werken aan versterking van de natuur, economie, biodiversiteit, cultuurhistorie en recreatie. R E S

1 . 0

/

R E G I O N A L E

We zien al mooie voorbeelden van ‘koppelkansen’ in onze regio. Afgelopen jaar werden 566 inwoners van Arnhem en omstreken mede-eigenaar van Windpark Koningspleij. Zij gaan meedelen in de winst en omwonenden profiteren van de opbrengsten via een omgevingsfonds. Een frambozenteler in Babberich gebruikt zonnepanelen in plaats van folie om zijn frambozen te beschermen tegen regen, storm en felle zon. En in Berg en Dal wordt onderzocht of een zonnepark ontwikkeld kan worden met veel meer aandacht voor mens en natuur.

Al volop bezig In Regio Arnhem Nijmegen zijn we al volop bezig met de energietransitie. Er zijn windparken in Duiven en Nijmegen, zonneparken in Lingewaard, Arnhem, Duiven, Nijmegen en Beuningen en er is verspreid over de regio nog een negental projecten vergund en daarmee vergaand voorbereid voor realisatie. Sinds 2011 nam ook het aantal zonnepanelen op daken aanzienlijk toe. Op het gebied van energie en innovatie kunnen wij trots zijn op twee energiehubs in onze regio: Glastuinbouwgebied NEXTgarden bij Lingewaard en bedrijventerrein InnoFase rondom de AVR in Duiven dat onlangs is uitgeroepen tot het duurzaamste bedrijventerrein van Nederland.

in elke nieuwe RES worden de plannen concreter en gaat de zoektocht naar invulling geven aan de energietransitie verder; iedere nieuwe RES biedt ruimte voor nieuwe ontwikkelingen en inzichten. De RES is geen toekomstmuziek, maar speelt nu al. Om het uiteindelijke doel van de CO2-neutraal in 2050 te behalen, is het van belang dat het concreter maken van de plannen nu al gebeurt. Dat maakt participatie van inwoners en stakeholders nog belangrijker. In het hoofdstuk ‘Draagvlak’ kunt u lezen hoe stakeholders en inwoners betrokken zijn geweest bij de plannen die in deze RES 1.0 zijn opgenomen. U leest ook hoe en op welke momenten inwoners vanaf nu betrokken worden. Want de RES Regio Arnhem Nijmegen maken we van, voor en door de regio.

Het toekomstperspectief: nieuwe momenten om mee te praten In de periode maart-juni 2021 nemen de gemeente­ raden, de algemene besturen van de waterschappen en de Provinciale Staten een besluit over de RES 1.0. Dat is zeker niet het enige moment waarop we

Harriët Tiemens

Eva de Ruiter

nog iets van de energiestrategie kunnen vinden. Er volgt een RES 2.0, een RES 3.0, enzovoorts en

Voorzitter Regiegroep RES

Procesregisseur RES Regio Arnhem Nijmegen

E N E R G I E S T R A T E G I E

/

R E S

R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

M A A R T

2 0 2 1

3

INHOUD 1.

INTRODUCTIE IN DE RES

5

2.

ONS BOD

7

2.1

8

3.

Afwegingskader

2.2 Elektriciteit

8

2.3 Ruimtelijke afspraken geven richting bij het zoeken van locaties

9

2.4 Efficiënte uitbreiding elektriciteitsnetwerk

10

2.5 Warmte

11

2.6 Draagvlak

11

2.7 Afspraken voor de toekomst

12

INTEGRALE AANPAK

17

3.1

17

De leefomgeving verbindt ons

3.2 Samenwerking op verschillende schaalniveaus

17

3.3 Integraliteit in ons proces

20

3.4 Toekomstperspectief samenwerking en integraal werken

23

4. ELEKTRICITEIT, WARMTE & NETWERK

5.

6.

25

4.2 Warmte

34

4.3 Netwerk

41

4.4 Toekomstperspectief elektriciteit, warmte en netwerk

45

DRAAGVLAK

48

5.1

Bestuurlijk draagvlak

48

5.2 Maatschappelijk draagvlak

51

UITGELEIDE

59

1 . 0

/

R E G I O N A L E

E N E R G I E S T R A T E G I E

Verklarende woordenlijst

WAAR BEGINNEN MET LEZEN?

24

4.1 Elektriciteit

R E S

Lijst met afkortingen

/

•

• •

R E S

Nieuw in de RES? Begin dan met het hoofdstuk ‘Introductie in de RES’. Voor een overzicht van het bod, ga naar ‘Ons bod’. De diepte in, kaarten en getallen? Ga dan naar ‘Elektriciteit, warmte en netwerk’.

R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

LEESWIJZER In dit document vindt u in de kantlijn dit icoon. Bij online gebruik linkt deze naar onze digitale omgeving. Hier vindt u verdiepende informatie, achtergrondinformatie en interessant kaart­materiaal dat u interactief kunt gebruiken: diverse kaarten bestaan uit lagen die u aan of uit kunt zetten en u kunt in- en uitzoomen.

/

M A A R T

2 0 2 1

4

1. INTRODUCTIE IN DE RES

Grootschalige opwek gaat samen met andere onderwerpen uit de energietransitie

Klimaatakkoord

Meer dan 100 partijen verlagen de CO2-uitstoot van Nederland met 49% ten opzicht van 1990 via het Klimaatakkoord.

48,7 MT = 100%

Samenleving

Dit is de RES 1.0: de Regionale Energie­ Video ‘‘Wat is de RES?”

strategie (RES) van Regio Arnhem

Taakgroepen

7,3 MT = 15%

Nijmegen. In de RES onderzoeken we in Regio Arnhem Nijmegen samen met

Financiering

maat schappelijke organisaties, bedrijven

Werkgelegenheid & scholing

en inwoners de mogelijkheden voor het opwekken van duurzame elektriciteit op

Industrie

20,2 MT = 41%

Landbouw & landgebruik

3,5 MT = 7%

Elektriciteit

14,3 MT = 30%

Gebouwde omgeving

3,5 MT = 7%

Nationaal Programma

Innovatie

land en het gebruik van warmtebronnen. Dit is de 1.0 versie, deze volgt op het

De RES gaat over het duurzaam opwekken van wind- en zonne-energie op land, inzicht in de warmtevraag en gemeente overstijgende warmtebronnen in de gebouwde omgeving.

(voorlopig) concept bod van oktober 2020.

Video ‘‘Waarom een RES?

Mobiliteit

Klimaatakkoord

Waarover gaat de RES wel en waarover niet?

In Nederland hebben we afspraken gemaakt in het Klimaatakkoord (2019) hoe we de internationale klimaatafspraken van Parijs uit 2015 gaan uitwerken. In Gelderland hebben we ook het Gelders Energieakkoord (GEA) dat aangeeft hoe we met elkaar de CO2-uitstoot verminderen: in 2030 met 55% ten opzichte van 1990. Gemeente Heumen heeft hierover voor de eigen gemeente in latere fase besloten dit aan te passen naar 49%. In 2050 wil Nederland CO2-neutraal zijn. 30 Energieregio’s in Nederland onderzoeken elk in een RES waar en hoe dit het beste

We werken in Nederland op veel verschillende manieren aan de klimaatdoelen. De RES is er daar één van en richt zich specifiek op:

In de RES zijn dus niet alle initiatieven voor CO2-vermindering opgenomen. Via andere wegen wordt gewerkt aan bijvoorbeeld het besparen van

Als nieuwe technieken succesvol blijken, dan krijgen die een plek in de volgende versie van de RES. De RES gaat alleen over de regionale afspraken. De gemeentelijke aanpak staat niet in dit plan. Ook kernenergie valt buiten de regionale aanpak, want dat thema wordt op landelijk niveau besproken. Het opmaken van de balans ten aanzien van alle plannen voor CO2vermindering in relatie tot de gestelde doelstellingen

kan. Regio Arnhem Nijmegen is een van die regio’s. De doelstellingen in de RES richten zich op 2030.

energie, innovaties voor energiewinning, fossiel-vrij vervoer, wind op zee, verduurzamen zeevaart

vanuit zowel het GEA als landelijk valt eveneens buiten de scope van de RES.

R E S

1 . 0

/

R E G I O N A L E

•

• •

de opwekking van duurzame elektriciteit via windturbines, zonnevelden en zon op grote daken (>15 kWP) de warmtetransitie in de gebouwde omgeving de benodigde opslag en energie infrastructuur

E N E R G I E S T R A T E G I E

/

R E S

R E G I O

A R N H E M

en maatregelen die bedrijven en industrie moeten nemen. Bij het bepalen van de ambities in de RES is wel rekening gehouden met een verwachte besparing van energie.

N I J M E G E N

/

M A A R T

2 0 2 1

5

Stap voor Stap De energietransitie is een enorme opgave. Daarom is de RES een meerjarig traject. Na de RES 1.0 volgt de RES 2.0, de RES 3.0, enzovoorts. De RES staat continu open voor nieuwe gesprekspartners, nieuwe technologie, nieuwe omstandigheden en voortschrijdend inzicht. Telkens wordt het een stap concreter. In de RES 1.0 staan alleen nog globale zoekgebieden op de kaarten. In het traject naar de RES 2.0 gaan we van zoekgebieden naar locaties en vervolgens naar projecten. Inwoners kunnen dan, en ook op andere momenten, verder meepraten over de energieplannen. Zie hiervoor het hoofdstuk ‘Draagvlak’.

Nu starten voor resultaat in 2030 Ook al gaat de RES stap voor stap, er is een hoge urgentie om voort te maken. Om de doelstelling van 55% CO2 reductie te halen, kunnen we niet wachten.

Het kost meerdere jaren om een wind- of zonnepark te realiseren en ook het aanleggen van een warmtenet vraagt veel tijd. Partijen die hun duurzame ambities willen verwezenlijken vinden elkaar in de RES.

Meer informatie > > > > >

Meepraten over zoekgebieden en locaties Om zeker te zijn dat we alle kansen, mogelijkheden en onmogelijkheden meenemen, betrekken we zoveel mogelijk partijen en inwoners bij de RES. Dat is in de afgelopen periode het geval geweest en zal in de aankomende jaren nog intensiever gebeuren. Zo blijven we wendbaar, spelen we in op de realiteit en maken we een RES van, voor en door de regio.

Feiten & argumentenboekje FAQ’s NPRES FAQ’s RES Regio Arnhem Nijmegen Cijfers RES Regio Arnhem Nijmegen Woordenlijst RES Regio Arnhem Nijmegen

Welke momenten zijn er allemaal om nog iets van de RES-plannen te vinden? Bij sommige regio’s ook inspraak via provincie

Inspraak via omgevingsbeleid Neem contact op met beleidsadviseur

Startnotitie

Concept bod

1 . 0

/

R E G I O N A L E

E N E R G I E S T R A T E G I E

Kom naar een bijeenkomst van je RES-regio

Inspraak tijdens vergunningstraject

ES

R E S

Richt je tot je gemeente

R

Reactienota bij Startnotitie

Een startnotitie uit 2019 met daarin de uitgangspunten voor de RES vormde het startpunt van de RES Regio Arnhem Nijmegen. Reacties op de startnotitie zijn verwerkt in een reactienota. Op weg naar de RES 1.0 verscheen in oktober 2020 het concept bod. Deze werd unaniem goedgekeurd door de bestuurders van de betrokken gemeenten, waterschappen en provincie. Ook reacties op het concept bod zijn verwerkt in een reactienota.

Inspreken in gemeenteraad

/

R E S

R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

M A A R T

2 0 2 1

6

2. ONS BOD

De RES 1.0 is de afsluiting van een waarde­ volle periode die veel resultaat heeft opgeleverd. Er zijn zoekgebieden in beeld voor toekomstige ontwikkeling van duurzame opweklocaties, waarmee een start wordt gemaakt met invulling geven aan de energiedoelstellingen die de regio heeft gesteld voor 2030. Deze zoekgebieden passen niet alleen binnen de kaders vanuit wet- en regelgeving, maar kunnen ook worden aangesloten op het elektriciteitsnet; zeker als we de uitvoeringsplanningen van de RES en Liander goed op elkaar blijven

de formele besluitvorming nog plaatsvinden in de maanden maart tot en met juni 2021, maar het RES-proces is vanaf de start gestoeld geweest op het principe ‘van, voor en door de regio’. De plannen zijn ontwikkeld en ontworpen samen met vele maatschappelijke stakeholders waaronder inwoners, energiecoöperaties, initiatiefnemers, jongeren-, natuur en landbouworganisaties. Ook de gemeenten, waterschappen en provincie waren continu nauw betrokken en hebben een grote bijdrage geleverd aan het resultaat dat nu voorligt in de vorm van RES 1.0. Om de sterke samenwerkingsverbanden die er nu zijn te behouden en om het behaalde resultaat goed te borgen zijn er met elkaar afspraken voor de toekomst gemaakt. Die helpen om met vertrouwen naar de toekomst te kijken.

afstemmen. Ook de (boven)regionale uitdaging op gebied van verdeling van de restwarmte van grote warmteclusters, zoals de afvalverwerkingscentrales in Weurt en Duiven en de papierfabrieken in Renkum en Eerbeek, krijgt steeds meer vorm. Net zoals de afstemming van het regionale warmtevraagstuk op de lokale Transitievisies Warmte en de bijbehorende wijkuitvoeringsplannen om stap voor stap onze woonwijken van het aardgas te halen.

Last but not least is er zowel maatschappelijk als bestuurlijk draagvlak voor RES 1.0. Natuurlijk moet R E S

1 . 0

/

R E G I O N A L E

WAT IS EEN ‘BOD’? Alle 30 energieregio’s doen een ‘bod’. Zij komen met een voorstel hoeveel TWh zij denken te kunnen bijdragen aan de nationale ambitie van 35 TWh duurzaam opgewekte elektriciteit. Die doelstelling wordt door de optelsom van alle concept RES’en ruim gehaald. Een gelopen race is dat niet. Het vraagt om een grote inspanning en lastige, vaak politieke, keuzes in de regio’s en op nationaal niveau.

E N E R G I E S T R A T E G I E

/

R E S

R E G I O

A R N H E M

BELANGRIJKSTE VERSCHILLEN MET HET CONCEPT BOD Op welke hoofdpunten verschilt de RES 1.0 met de voorloper, het concept bod van september 2020? • Het concept bod was 1,68 TWh. Het nieuwe bod is 1,62 TWh. • De RES 1.0 bevat afspraken voor de toekomst om de samenwerking van partijen te verstevigen en het huidige bod te borgen. Deze afspraken bevatten ook ruimtelijke afspraken die richting geven aan locatiekeuzes voor zon- en windprojecten. • De verhouding zon/wind was eerder 97%-3% (in vermogen) en is in de RES 1.0 89%-11%. Dit betekent dat de RES 1.0 efficiënter is als het gaat om de netinfrastructuur. • In het concept bod waren 6 kansrijke warmteclusters in beeld. In de RES 1.0 zijn dat er 5: de Bio Energie Centrale Cuijk zal de warmte leveren aan de eigen regio, Noordoost Brabant. • Tot aan de RES 1.0 zijn inwoners via de gemeenten bij de RES betrokken. De RES 1.0 bevat een visie hoe de regio de gemeenten hierop actiever kan gaan ondersteunen.

N I J M E G E N

/

M A A R T

2 0 2 1

7

Concept bod

I nt ( k o p e gr a pe lka li t n

Nationaal Programma

Belemmerend beleid

tsch a p p elij k M aa tu en bes urlij k g fl a k a a r d

e

t e i en ) s

Ko

n tie i cië f f e em en s t y s te t i e ) ( s c iën ffi

Rui m k w t el a lit ij k ei t

e

op

ie erg En en gst br

2.1 Afwegingskader De keuzes die we maken in de RES hebben invloed op onze leefomgeving. We maken ze daarom zorgvuldig. Een afwegingskader hielp en helpt ons om de verschillende afwegingen naast elkaar te zetten: waar passen de ideeën voor zonne- en windenergie in de ruimte? Past het op het energienet? Zijn de plekken maatschappelijk gezien acceptabel en financieel haalbaar? Er is continu een zorgvuldige afweging van de zes criteria waaruit het afwegings­kader bestaat (zie figuur).

De criteria binnen dit afwegingskader zijn ruimtelijke kwaliteit in relatie tot de opgave, het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak, de energieopbrengst en kostenefficiëntie (systeemefficiëntie) van de maatregelen. Er is ook gekeken naar kansen om de energieopgave te combineren met andere geplande of gewenste ingrepen in het landschap, de zogenaamde integraliteit (koppelkansen). Tot slot is de kans­ rijkheid van grootschalige opwekking van zon- en windenergie getoetst aan belemmerend beleid rond bijvoorbeeld natuur, defensie, veiligheid, landschap en cultuurhistorie. De eerste vier criteria zijn meegegeven vanuit het Rijk. Voor Regio Arnhem Nijmegen zijn de laatste twee toegevoegd omdat die cruciaal zijn voor het bereiken van de ambities van de Groene Metropoolregio. In het hele proces worden de criteria tegen elkaar afgewogen. Dat gebeurt steeds samen met de publieke partijen, maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners van de regio. De verkenningen rond de verschillende criteria uit het afwegingskader zijn beschreven in hoofdstuk 4 ‘Elektriciteit, ruimte en netwerk’ en hoofdstuk 5 ‘Draagvlak’. Icoontjes in de tekst geven aan wanneer een tekstdeel betrekking heeft op één of meerdere van de criteria uit het afwegingskader. Dit maakt inzichtelijk welke afwegingen de regio heeft gemaakt op de route naar de RES 1.0.

2.2 Elektriciteit

We dragen vanuit Regio Arnhem Nijmegen met 1,62 TWh bij aan de landelijke ambitie van 35 TWh opwekking via zonnevelden, grootschalig zon op dak en windturbines. Het is een bod waar we trots op mogen zijn, hoewel het nog niet genoeg is voor de regionale ambitie van 55% CO2-reductie in 2030. Ons bod heeft de volgende opbouw. De basis is een stevige inzet op de mogelijkheden van zonne­panelen op grote daken. Daar is 0,49 TWh aan opbrengst voorzien. Binnen de regionale zoekgebieden gaan zonnevelden en windturbines 0,93 TWh opwekken en buiten regionale zoek­gebieden nog eens 0,20 TWh. Op dit moment (februari 2021) is 0,12 TWh BOD RES REGIO ARNHEM NIJMEGEN gerealiseerd.

VERDEELD PER LOCATIE

BUITEN REGIONALE ZOEKGEBIEDEN (0,20 TWh)

59% WIND + 39% 2 % W AT E R K R A C H

38% WIND + 62% BINNEN REGIONALE ZOEKGEBIEDEN (0,93 TWh)

T O TA A L B O D 1,62 TWh

100% ZON

ZON OP DAK (0,49 TWh)

R E S

1 . 0

/

R E G I O N A L E

E N E R G I E S T R A T E G I E

/

R E S

R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

M A A R T

2 0 2 1

8

DE RES 1.0 ALS STAP RICHTING 55% CO2-REDUCTIE

Met de ambities in de RES 1.0 zetten we een belangrijke stap op weg naar de doelstelling van 55% CO2-reductie in 2030. De landelijke Klimaatmonitor houdt het (verwachte) energieverbruik en de duurzame opwekking bij. Zo wordt inzichtelijk of de doelstelling gehaald gaat worden. Of de CO2-uitstoot in 2030 inderdaad met 55% is afgenomen, hangt af van de maatregelen uit de RES, maar ook van andere factoren. Onder andere van de CO2-reductie in de mobiliteitssector en de industrie, het toe- of afnemen van de vraag naar elektriciteit en warmte en het gebruik van nieuwe technieken. In het proces richting RES 2.0 wordt de balans opgemaakt: koersen we af op 55% reductie? Waar moet er worden er bijgestuurd en wat betekent dit voor de opgaven in de RES?

In de regionale zoekgebieden is ruimte voor zon- en windprojecten. Of en waar die precies gaan komen is nu nog niet bepaald. Dat hangt af van initiatieven van inwoners of projectontwikkelaars en van het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak. Bij elke stap waarbij de plannen concreter worden, gaan de initiatiefnemers en gemeenten opnieuw in gesprek met inwoners en andere belanghebbenden. R E S

1 . 0

/

R E G I O N A L E

De RES moet de gemeenten duidelijke richtlijnen meegeven voor realisatie – in elk geval wat betreft natuur, landschap, biodiversiteit, maar ook wat betreft participatie. Die realisatie mag je niet alleen aan de initiatiefnemers overlaten.” Erik Spaink, inwoner

Het gesprek gaat dan ook over hoe de omgeving mee kan profiteren in welke vorm dan ook en over de mogelijkheden en vormen voor financiële participatie van omwonenden.

2.3 Ruimtelijke afspraken geven richting bij het zoeken van locaties

Om te voorkomen dat er op allerlei plekken in het landschap in Regio Arnhem Nijmegen zonnevelden en windturbines komen, is er zorgvuldig gekeken naar de inpassing van zonnevelden en windturbines in het landschap. Rekening houden met de gezondheid van omwonenden en de natuur is van groot belang. Daarom zijn samen met experts op het gebied van landschap en energie afspraken opgesteld voor het behoud van de ruimtelijke kwaliteit. We zullen deze afspraken op weg naar de RES 2.0 verder toepassen in de praktijk en waar nodig bijstellen of uitbreiden. In de tussentijd geven ze gemeenten, waterschappen en provincie houvast bij het bepalen waar windturbines en zonnevelden wel goed passen en waar niet.

Er is vanuit het afwegingskader gekeken naar de gebieden waar we zonnevelden of windturbines zouden kunnen inpassen: de regionale zoekgebieden. Uitgangspunt was om de ruimtelijke kwaliteit zoveel te behouden of zelfs versterken. De energietransitie biedt namelijk kansen om met de ontwikkeling van zonnevelden en windturbines ook bij te dragen aan andere opgaven in het gebied. Denk bijvoorbeeld aan versterken van de biodiversiteit, recreatie, economie, het verbeteren van mobiliteit en het tegengaan van droogte.

In dit kader hebben we in samenwerking met verschillende RES-regio’s rondom de Veluwe en de provincie onderzoek laten doen naar de haalbaarheid van windturbines op en rond de Veluwe, vanwege het voorkomen van beschermde diersoorten. Er is gekeken naar twee zones. In de zone tot 1 kilometer rond de Veluwe zijn windturbines niet wenselijk. In de zone van 1 tot 8 kilometer rond de Veluwe zijn wel mogelijkheden. Hiervoor is verder onderzoek nodig, vooral naar de effecten voor de wespendief, een beschermde roofvogel.

Lees verder over elektriciteit.

Lees verder over de ruimtelijke afspraken.

E N E R G I E S T R A T E G I E

/

R E S

R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

M A A R T

2 0 2 1

9

11%

WINDTURBINES

89%

ZONNEVELDEN EN ZON OP DAK

2.4 Efficiënte uitbreiding elektriciteitsnetwerk

We constateerden bij het voorlopig concept bod dat we in Regio Arnhem Nijmegen vooral voor zonnevelden kiezen en minder vaak voor windturbines. Dat is duurder dan de ideale combinatie van 50% zonnevelden en 50% windturbines (uitgedrukt in vermogen) omdat het meer investeringen vraagt in onder meer kabels en elektriciteitsstations. De gebruikers – de inwoners – betalen deze kosten uiteindelijk. Daarom was en blijft het belangrijk om te zoeken naar mogelijkheden om zon en wind beter in balans te brengen,, zo gaven meerdere gemeenteraden in 2020 aan in hun reactie op het voorlopig concept bod

aanloop naar de RES 2.0 verder onderzocht. Daarmee kan de verhouding zich potentieel verder ontwikkelen naar 82% zon en 18% wind.

2.5 Warmte

Windturbines hebben overigens meer voordelen. Zo neemt een windturbine (van 5,6 MW en circa 243 meter tiphoogte) veel minder ruimte in dan een zonneveld; een grote windturbine wekt namelijk evenveel elektriciteit op als 18 ha zonneveld. De grond onder een windturbine blijft beschikbaar voor andere doelen zoals recreatie, natuur of landbouw. Ook is de aanleg van de benodigde infrastructuur voor een windturbine gemiddeld zeker driemaal goedkoper - 11 dan voor een zonneveld. Het rendement in een constructie met lokaal eigendom valt bij windturbines ook gunstiger uit.

Onze regio heeft voldoende mogelijkheden voor de ontwikkeling van een regionale warmte-infrastructuur. In Arnhem en Nijmegen is het mogelijk om de bestaande warmtenetten uit te breiden. Op verschillende andere plekken in de regio lijkt het mogelijk nieuwe warmtenetten te ontwikkelen. De haalbaarheid hiervan werken we in de komende jaren verder uit, ook in relatie tot de impact op de huidige gas- en elekticiteitsinfrastructuur.

Lees verder over het elektriciteitsnetwerk.

Een duurzame verwarming zal niet gaan zonder een verandering in hoe ons warmtesysteem in elkaar zit. En dat kost tijd, capaciteit en middelen. Daarnaast vereist het samenwerking tussen gemeenten én raakt het aan de samenwerking op (boven)regionaal niveau. Om tot een optimaal warmtesysteem binnen onze regio te komen is het nodig om hierover af te stemmen en dat te blijven doen binnen RES-verband. Hiervoor is een aantal afspraken gemaakt.

Het bod in de RES 1.0 heeft een betere verhouding, uitgedrukt in vermogen: 89% zon en 11% wind, tegenover 97% zon en 3% wind in het concept bod. Deze verhouding is efficiënter en effectiever. In de afgelopen periode zijn ook nieuwe verkenningsgebieden voor windturbines in beeld gekomen. Deze worden in de R E S

1 . 0

/

R E G I O N A L E

E N E R G I E S T R A T E G I E

In de RES is onderzocht welke bovenlokale rest­ warmte­bronnen beschikbaar zijn, omdat deze bronnen in potentie interessant zijn voor de inzet van warmte binnen meerdere gemeenten. In Regio Arnhem Nijmegen blijken 5 fabrieken, rioolwaterzuiveringsinstallaties en afvalverwerkers in staat om in 2030 warmte te leveren voor de verwarming van een deel van onze huizen en gebouwen.

Lees verder over warmte.

/

R E S

R E G I O

A R N H E M

N I J M E G E N

/

M A A R T

2 0 2 1

1 0

2.6 Draagvlak

De zoekgebieden in de RES 1.0 komen voort uit lokale trajecten waarin verschillende gemeenten de afgelopen jaren hun inwoners hebben betrokken. Voor een aantal gemeenten geldt dat het lokale proces om te komen tot beleid voor wind en zon en de daarbij horende projectparticipatie nog loopt en besluitvorming nog moet plaatsvinden. Inwoners dachten mee over het duurzaamheidsbeleid van de gemeente in het algemeen of specifiek over het beleid rond wind- en zonprojecten. De gemeenten nodigden hen uit hun ideeën te delen over de randvoorwaarden, locaties en de wijze waarop projecten in het landschap in te passen zijn. Dit gebeurde onder andere via bijeenkomsten en burgerpanels. Gemeenten geven aan dat het betrekken van inwoners bij specifiek de RES weinig animo en interactie oplevert. In de RES Regio Arnhem Nijmegen werken we van­ uit het principe ‘lokaal voorop’. Gemeenten staan het meest dicht bij hun inwoners en zijn daarom verantwoordelijk voor participatie met inwoners. De RES-werkorganisatie ondersteunt de gemeenten met communicatiemiddelen, kennis, inspiratie en advies. Zoals aangegeven in de paragraaf ‘Elektriciteit’ krijgt inwonerparticipatie een grotere rol nu de plannen concreter gaan worden. Gemeenten gaan met inwoners in gesprek over de genoemde ruimtelijke afspraken.

De RES-werkorganisatie zal de gemeenten hierbij actiever ondersteunen dan in de eerste fase, en zal waar nodig, als het regionale of bovenlokale R E S

1 . 0

/

R E G I O N A L E

vraagstukken betreft, zelf inwoners betrekken bij de vraagstukken rond de RES. De gemeenten van Regio Arnhem Nijmegen streven naar minimaal 50% lokaal eigendom van de energieproductie. Dat betekent dat inwoners, bijvoorbeeld door aandelen te kopen in een windof zonnepark, mede-eigenaar kunnen worden en zeggenschap hebben over het project. Dat zorgt er onder andere voor dat de inkomsten niet wegvloeien naar een (buitenlandse) ontwikkelaar, maar terecht komen waar ze horen: bij de omwonenden. Ruim een derde van de gemeenten heeft dit streven al opgenomen in beleid. Een aantal gemeenten is hier nog mee bezig. Hierbij zal ook nauw worden samengewerkt met de plaatselijke energie coöperaties.

E N E R G I E S T R A T E G I E

/

R E S

R E G I O

A R N H E M

Jongeren uit Regio Arnhem Nijmegen hebben een speciale plek binnen het traject van de RES. Duurzame energievoorziening en de impact op het landschap is een thema dat nu speelt, maar het heeft alles te maken met de toekomst. Het is belangrijk goed te luisteren naar degenen die straks te maken hebben met de gevolgen van het klimaatprobleem. Een recente enquête wijst uit dat jongeren zeer positief zijn over de energietransitie. De gemeenten zullen zich in de aanloop naar de RES 2.0 extra inzetten om jongeren te betrekken. In het afgelopen jaar heeft een vertegenwoordiger van Jong RES zich aangesloten bij de participatietafel.

Lees verder over draagvlak. N I J M E G E N

/

M A A R T

2 0 2 1

1 1

2.7 Afspraken voor de toekomst

We zien het RES-traject als permanent ‘werk in uitvoering’. Deze RES 1.0 is een plan dat steeds openstaat voor nieuwe gesprekspartners, spelers op de markt, nieuwe technologie, andere omstandigheden en voortschrijdend inzicht. Voor de totstandkoming van deze RES 1.0 is alle kennis van nu gebruikt en is de kunde en ervaring van de betrokken stakeholders meegenomen, om weloverwogen ‘afspraken voor de toekomst’ te maken. Het belang van het in stand­houden van de samenwerking in het RES-netwerk met betrokken partijen is helder. Om onze energiedoelen te halen hebben we niet alleen een flexibele energiestrategie nodig, maar ook een stevig samenwerkingsfundament. Daarmee kunnen we aan de slag in de gebiedsprocessen, en om de projecten die in die gebieden voorzien zijn te realiseren.

de weg daar naartoe geborgd. Ze vormen een aanvulling op de Startnotitie. De afspraken zijn nu nog geen onderdeel van het beleid van de gemeenten, waterschappen en provincie. In de periode tussen de RES 1.0 (2021) en de vaststelling van RES 2.0 (2023) zullen we de afspraken toepassen in de praktijk en waar nodig bijstellen of uitbreiden. Hieronder staan de totaal 28 afspraken die zijn gemaakt. Waar relevant, is steeds een verwijzing gemaakt naar de inhoudelijke hoofdstukken voor meer informatie over de context en achtergrond. Bij de vaststelling van de RES 1.0 leggen betrokken RES-partners aan de voorkant deze afspraken voor de toekomst vast.

2.7.1 Samenwerkingsafspraken 1 De RES is en blijft gebaseerd op lokale regie in een regionaal proces van samenwerking.

interbestuurlijk samen. Om in regie te blijven, houden betrokken partijen actief vinger aan de pols via het structurele ‘goede gesprek’ en monitoring van de ontwikkelingen binnen de regio middels het Ninox-systeem. Indien nodig worden tussentijds nieuwe (bestuurlijke) afspraken gemaakt.

3 We werken met elkaar aan succesvol RESOok vanuit de sporen Warmte, Bestuurlijke besluitvorming en Participatie zijn ‘afspraken voor de toekomst’ gemaakt. Daarmee wordt het RES 1.0 bod en R E S

1 . 0

/

R E G I O N A L E

partnerschap waarbij we rekening houden met elkaars belangen én het gezamenlijke belang van een succesvolle energie- en warmtetransitie.

E N E R G I E S T R A T E G I E

/

R E S

R E G I O

maken we bestuurlijke procesafspraken. Voor het geval overheden het niet met elkaar eens kunnen worden, grijpen we terug op de vastgelegde samenwerkingsafspraken uit de Startnotitie.

5 We spreken elkaar aan op ieders bijdrage aan de uitvoering van de RES, waarin gezocht wordt naar een weging tussen lasten en lusten die recht doet aan de kwaliteiten van de gehele regio.

2.7.2 Afspraken over solidariteit tussen gemeenten onderling 6 De afspraken over solidariteit tussen gemeenten onderling en de verdere uitwerking hiervan worden, samen met de uitvoering van RES 1.0, overgedragen aan de (nieuwe) regionale samenwerking binnen de Groene Metropoolregio. Deze afspraak staat ook in paragraaf 5.1.5 (Solidariteit onderling).

2 Binnen de regio werken we intensief, We hebben samen met experts op het gebied van landschap en energieopwekking afspraken gemaakt om te zorgen dat de focus voor toekomstige projecten binnen de huidige zoekgebieden ligt. En dat hierbij steeds ruimte is voor lokaal maatwerk. De afspraken geven ook richting aan het behouden van ruimtelijke kwaliteit bij het inpassen van windturbines en zonnevelden.

4 Ook bij navolgende fasen in de besluitvorming

A R N H E M

2.7.3 Afspraken doorwerking omgevings­ instrumentarium en MER 7 In het ontwikkeltraject RES 2.0 worden nadere afspraken gemaakt over borging van de RES. In een lokaal omgevingsplan of een regionale borging in de provinciale omgevingsverordening stellen we gezamenlijk een plan op om de MERaspecten nader in beeld te krijgen.

N I J M E G E N

/

M A A R T

2 0 2 1

1 2

8 De vastgestelde RES 1.0 vormt voor alle bestuurlijke partijen een van de uitgangspunten voor de nader uit te werken omgevingsvisies, de warmtevisies /TVW en de wijk- en omgevingsplannen. De energietransitie is complex en we moeten tempo (blijven) maken. Daarom accepteren we dat, doordat projecten en initiatieven soms vóórlopen op deze plannen of anders dan beoogd verlopen, gemeenten in de praktijk onderling verschillen in aanpak en tempo. Lees verder Deze afspraken staan ook in paragraaf 5.1.5 (Door­ werking in omgevingsbeleid en vergunningen/MER).

2.7.4 Afspraken voor een optimaal warmtesysteem 9 Vanuit regionaal perspectief maakt het verschil welke bron wordt gebruikt op welke plek; we willen voorkomen dat een bron al door de ene gemeente is ingezet terwijl hij voor een andere gemeente van vitaal belang zou zijn geweest. In het belang van ons RES-partnerschap bepalen we gezamenlijk waar welke bovenlokale bron uiteindelijk wordt ingezet.

10 Binnen de relevante warmteclusters waar dit verdelingsvraagstuk aan de orde is, richten we een structureel overleg in om daarover in gesprek te zijn en te blijven.

R E S

1 . 0

/

R E G I O N A L E

11 Gemeenten zetten daarbij verschillende instru­menten in die binnen de kaders van de Warmtewet, de Omgevingswet en andere beleidsruimten passen om de bovenlokale warmte afspraken te borgen.

12 Als regio doen we een gezamenlijke oproep aan het Rijk om partijen in stelling te brengen om de benodigde regie te voeren op de warmtetransitie. Dat kan door te zorgen voor beter aansluitende wet- en regelgeving voor het uitrollen van warmtenetten, hogere en structurele financiële ondersteuning voor alternatieve warmtevarianten (waaronder warmtenetten) via subsidies of Rijksbijdragen en een structurele Rijksbijdrage voor het ambtenarenapparaat om de warmtetransitie ook daadwerkelijk in goede banen te leiden, te begeleiden en uit te voeren. De afspraken voor een optimaal warmtesysteem staan ook in paragraaf 4.2.7.

2.7.5 Ruimtelijke afspraken Invulling geven aan de RES is balanceren tussen enerzijds behouden van de gemeentelijke autonomie versus optimaal afstemmen en samen optrekken op regio niveau. Voor dat laatste hebben we gezamenlijk onderstaande afspraken gemaakt om de kracht van het landschap op regionaal niveau te behouden. Gemeenten zullen komende jaren doorgaan met het verder brengen van projecten die op dit moment nog

E N E R G I E S T R A T E G I E

/

R E S

R E G I O

A R N H E M

verkeren in de ideefase, dan wel werken aan het opstarten van nieuwe initiatieven. Soms ook buiten de zoekgebieden of de ‘verkenningsgebieden extra windturbines’. Belangrijk uitgangspunt hierbij is dat er altijd eerst overleg plaatsvindt aan de regionale tafel. Dit is het bestuurlijk overleg van de opgaveCirculaire Regio onder de Groene Metropoolregio. De exacte werkwijze wordt bij de start van de RES 2.0 verder uitgewerkt, waarbij twee uitgangspunten essentieel zijn: 1. ‘Lokale autonomie waar dat kan en benutten van de kracht van de regio waar dat moet’; 2. Zo min mogelijk frustratie van lopende processen. Dit houdt bijvoorbeeld in dat de regie blijft bij de partijen die initiatieven inbrengen. Maar ook dat het proces zo ingericht wordt dat een voortvarende aanpak geborgd blijft. Op deze manier is er altijd ruimte voor lokale initiatieven en maatwerk en blijft de kracht van de gezamenlijke afspraken overeind. Het doel is om het onderlinge gesprek en het samen vinden van ruimte voor initiatieven laagdrempelig te houden. De ruimtelijke afspraken zijn alleen van toepassing op grootschalige initiatieven, niet op kleinschalige initiatieven. Met kleinschalige initiatieven bedoelen we: • •

Kleine individuele windturbines die kleiner zijn dan of gelijk aan 26 meter ashoogte; Kleine zon-initiatieven die een vermogen hebben die kleiner is dan of gelijk aan 2 megawatt (en daarmee op het lokale spanningsniveau past).

N I J M E G E N

/

M A A R T

2 0 2 1

1 3

De ruimtelijke afspraken zijn:

13 Inspanningsverplichting Voor het bod RES 1.0 spreken we een inspanningsverplichting af ten aanzien van de opbrengst van grootschalige windturbines, zonnevelden en grootschalig zon op dak die we in de RES 2.0 nader uitwerken op lokaal niveau. Deze verplichting betekent dat alle RES-partners zich gezamenlijk inspannen om het bod RES 1.0 te realiseren, dus niet alleen de gemeenten waarbinnen zoekgebieden vallen. Het betekent ook dat de gemeenten actief de verkenning starten – zo ver dat nog niet is gebeurd – en op zoek gaan naar mogelijkheden om zon- en windprojecten te ontwikkelen.

14 Ontwikkelingen buiten het bod Voor de periode tot besluitvorming van de RES 2.0 zijn er zonder overleg aan de regionale tafel enkel grootschalige ontwikkelingen van zonnevelden en windturbines of combinaties zon-wind mogelijk: • Binnen de regionale zoekgebieden; • Binnen de huidige projecten pijplijn die hoort bij de RES 1.0 vanaf sub-fase ‘Beleidscheck’ tot en met ‘Realisatie’; • Binnen de ‘verkenningsgebieden extra windturbines’.

R E S

1 . 0

/

R E G I O N A L E

15 Groepering windturbines Om visuele ruimtelijke versnippering (‘confetti’) door windturbines te voorkomen is groepering van windturbines nodig. Hiermee houden we andere gebieden vrij van windturbines en borgen we regionale ruimtelijke samenhang. Op basis van een ontworpen totaalcluster is gefaseerde uitvoering wel mogelijk. Voor het plaatsen van windturbines is daarom de afspraak dat grote windturbines: • Niet solitair maar gegroepeerd worden geplaatst; • De groepering in een lijnopstelling of in een clusteropstelling wordt uitgevoerd; • De onderlinge afstand van deze opstelling zodanig is dat beeldinterferentie zoveel mogelijk wordt voorkomen (= ontwerponderzoek bij uitwerking zoekgebieden en toets bij projecten buiten de zoekgebieden); • De inpassing van windlocaties in samenhang met de ontwikkeling in aangrenzende andere RES’en wordt beoordeeld.

17 Voorkeursvolgorde zon Grootschalige zonnevelden moeten mede worden beoordeeld op: • De mate van aantasting van karakteristieke kenmerken van het landschap; • De samenhang met andere functies in het gebied, (zoals landbouw, biodiversiteit, cultuurhistorie); • De landschappelijke samenhang; • Dubbel ruimtegebruik.

16 Koppeling ruimtelijke kwaliteit Combineer ontwikkeling van windturbines en zonnevelden altijd met de ruimtelijke kwaliteit en samenhang van het totale gebied. Houd rekening met het gebruik van de ruimte door lokale partijen, stakeholders en inwoners. We streven naar een integrale aanpak op drie niveaus: • Koppeling met regionale opgaven; • Koppeling met andere opgaven in de gebiedsprocessen, waarin de afweging wordt meegenomen van te maken investeringen in gebiedscompensaties en gebiedsversterkingen; • Benutten van koppelkansen bij de lokale inpassing.

18 Combineer wind/zon Combineer windturbines zoveel mogelijk met zonnevelden en vice versa. Dit zorgt voor lagere maatschappelijke kosten voor de elektriciteitsinfrastructuur. We streven naar een regionale en waar mogelijk lokale verhouding wind/zon van 50/50. Daarbij kijken we binnen de zoekgebieden en gebiedsprocessen naar lokale en optimale haalbaarheid en de optelling per onderstation.

E N E R G I E S T R A T E G I E

/

R E S

R E G I O

A R N H E M

Hiervoor zetten we op regionale schaal in op een voorkeursvolgorde voor zonnevelden waarin zon op dak worden opgenomen. De regionale zoekgebieden van de RES 1.0 maken onderdeel uit van deze voorkeursvolgorde. Deze voorkeursvolgorde werken we in het traject naar RES 2.0 verder uit. Het betekent niet dat eerst alleen de daken benut worden. Er is inzet op alle vlakken tegelijkertijd nodig. Maar de afweging van de gronden die we daarvoor inzetten is cruciaal.

De Ruimtelijke afspraken staan ook in paragraaf 4.1.2.

N I J M E G E N

/

M A A R T

2 0 2 1

1 4

2.7.6 Participatieafspraken 19 Bij de RES 1.0 is helder wie waarvoor en wan­ neer aan zet is voor de participatie over de energietransitie in Regio Arnhem Nijmegen. We zorgen voor een transparant speelveld. Stakeholders en inwoners weten zo wanneer en binnen welke kaders ze mee kunnen praten.

20 We borgen met de participatiestrategie dat de energietransitie in Regio Arnhem Nijmegen zoveel mogelijk ten goede komt aan de inwoners van de regio. We streven naar minimaal 50% eigendom en zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. We houden ook zoveel mogelijk rekening met gezondheidsaspecten, wegen milieu-effecten zorgvuldig af en zorgen dat natuurwaarden zoveel mogelijk behouden blijven.

21 We delen en faciliteren informatie in relatie tot de energietransitie zo zorgvuldig mogelijk met stakeholders, ambtenaren, volks­vertegen­ woordigers en inwoners, zoals over de effecten op de gezondheid van geluid van windturbines, financiële voordelen voor inwoners, en behoud van biodiversiteit.

R E S

1 . 0

/

R E G I O N A L E

22 Om gemeenten te ondersteunen voeren we (bovenlokale) duo-gesprekken over het verder uitwerken van gebiedsgerichte participatie en lokaal eigendom. Hierin denken we ook samen na over hoe de participatie voor jongeren ingericht kan worden.

26 Jongeren worden op lokaal en regionaal niveau betrokken bij het meedenken en uitvoeren van plannen.

27 We gaan de rol van de ‘participatietafel’ nog scherper invullen. Die kan dan nog meer in de rol groeien zoals in de doelstelling is omschreven.

23 We organiseren bijeenkomsten voor ambtenaren en volksvertegenwoordigers om kennis te blijven delen. We delen goede voorbeelden in onze regio.

28 Op weg naar de RES 2.0 streven we ernaar om het betrekken van raadsleden ook op regionaal niveau te organiseren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=84a88920-ca07-41ac-92b2-c910383e3297