CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

897_PDFsam_Agendabundel

Raad openbaar Wijchen 29 januari 2026, gemeente wijchen29.855 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Mediaanklasse: matig fijn, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: rivierduinafzettingen Bodem: IJzer/mangaan: veel Fe-vlekken Laag opmerking: Opmerking: Fase 3 105 / 6.05 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 105, Ondergrens laag in cm: 160, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-geel-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Sublagen1: kleilagen-enkele-dun, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: rivierduinafzettingen Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe- en Mn-vlekken 160 / 5.50 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 160, Ondergrens laag in cm: 190, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: leem, Bijmengsel: sterk zandig, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: oeverafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Kreftenheye, Lv Wijchen Bodem: IJzer/mangaan: veel Fe- en Mn-vlekken Laag opmerking: Opmerking: Wijchens maasje fase 2 verweerd 190 / 5.20 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 190, Ondergrens laag in cm: 260, Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Mediaanklasse: matig grof, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: beddingafzettingen Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Laag opmerking: Opmerking: Wijchens maasje fase 2 260 / 4.50 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 260, Ondergrens laag in cm: 340,

Boortype en diameter: guts-3 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel grind: zwak grindig, Mediaanklasse: matig grof, Lithogenese: beddingafzettingen Bodem: IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Laag opmerking: Opmerking: Vanaf deze diepte loopt de guts leeg. Einde boring 340 / 3.70

20 bron: 00730 wijchen.geojson - 24-01-2023 15:43:52

Gemeente Wijchen Plangebied Kerkenweide te Bergharen

Auteur: E.A.M. de Boer

Cultuurhistorische Effectrapportage (CHER) BAAC-rapport nr. V-21.1132a

1

21 februari 2022

V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen

Versie: 1.2

Cultuurhistorische Effectrapportage

2

Colofon ISSN: Auteur: Veldmedewerkers: Cartografie: Redactie:

1873-9350 mw. E.A.M. de Boer, MSc, MA mw. E.A.M. de Boer, MSc, MA mw. E.A.M. de Boer, MSc, MA dhr. drs. J.F. van der Weerden

© BAAC, ’s-Hertogenbosch (2022) BAAC aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

BAAC Onderzoeks- en adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuur- en Cultuurhistorie Graaf van Solmsweg 103 5222 BS ‘s-Hertogenbosch Tel.: (073) 61 36 219 E-mail: denbosch@baac.nl

3

Postbus 2015 7420 AA Deventer

V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen

Cultuurhistorische Effectrapportage

4

Inhoud Samenvatting

7

1 Inleiding 1.1 Onderzoekskader 1.1.1 Aanleiding en informatie 1.1.2 Beleidskader 1.1.3 Kwaliteitsborging 1.2 Doel- en vraagstelling 1.3 Situering van het plan- en onderzoeksgebied 1.4 Toekomstige ontwikkeling 1.5 Administratieve gegevens

9 9 9 9 9 9 10 11 12

2 Bureauonderzoek 2.1 Werkwijze 2.2 Landschap 2.3 Bewoningsgeschiedenis 2.3.1 Inleiding 2.3.2 Historie 2.3.3 Huidige situatie 2.4 Cultuurhistorische gegevens

15 15 15 18 18 18 22 26

3 Historisch-geografische waarden

29

4 Conclusie en aanbevelingen

33

5 Geraadpleegde bronnen

35

Bijlagen Bijlage 1

39

5

Geologische en archeologische tijdsperioden

V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen

Cultuurhistorische Effectrapportage

6

Samenvatting In opdracht van ErfGoed BV heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC een Cultuurhistorische Effectrapportage (CHER) uitgevoerd in het plangebied Kerkenweide te Bergharen. Het plangebied maakte lange tijd deel uit van een relatief open akkergebied, omgeven door een vrij ijl bebouwingslint aan de noord-, oost- en zuidzijde. Specifiek vormden de Hervormde kerk ten westen van het plangebied en later ook de Katholieke kerk ten noordoosten van het plangebied ijkpunten in het landschap. Hoewel de bebouwingslinten als gevolg van de begroeiing op de erven en langs de wegen een vrij gesloten karakter hebben gehad, was andersom vanaf de omringende wegen sprake van zichtlijnen op het plangebied. De aanwezigheid van een netwerk van kerkenpaden in en langs het plangebied zorgde er verder voor dat het plangebied toegankelijk en beleefbaar was en de overgang tussen de bebouwde omgeving en het omringende gebied geleidelijk. In de loop van de 20e eeuw zijn de bestaande bebouwingslinten steeds verder verdicht als gevolg van zowel de toenemende bebouwing als door de plaatsing van heggen en schuttingen. Ook het zuidelijke deel van het plangebied is daarbij bebouwd geraakt. De bouw van het klooster ten noorden van het plangebied in het begin van de vorige eeuw was het begin van een ontwikkeling waarbij de akkers tussen de bebouwingslinten langzamerhand bebouwd raakten.

De oude paden door het plangebied zijn verdwenen, evenals de zichtlijnen vanaf de omringende wegen. Uitzondering hierop vormen de gaten in de oude bebouwingslinten tussen de Veldsestraat 6 en 10 in het zuiden van het plangebied en tussen de Dorpsstraat 20 en het Uilengat 5 ten noordwesten van het plangebied. De overgang tussen de bebouwde omgeving van het omringende agrarische gebied is overwegend scherp. In het plangebied zijn geen bouwhistorische waarden aanwezig. Op basis van het onderzoek geldt voor het plangebied een gemiddelde waardering van de historische geografische waarde. Specifiek zijn dit: • open agrarisch gebied; • persistente historische perceelsgrenzen; • zuidelijk deel onderdeel verdicht historisch bebouwingslint; • restant historische zichtlijnen. Volgens de huidige plannen zal in het plangebied een vrij open cluster erven met veel openbaar en privé groen worden gerealiseerd. Het gevolg van de herontwikkeling is onvermijdelijk dat een deel van de aanwezige cultuurhistorische waarden (‘open agrarisch gebied’) zal verdwijnen. Tegelijkertijd is deze ontwikkeling al in de 20e eeuw in gang gezet met de inbreidingslocaties ten noorden, oosten en westen van het plangebied, die tevens de historische waarde van het plangebied al hebben aangetast.

Een deel van de bebouwing vindt bovendien plaats op een locatie waar voorheen ook al bebouwing aanwezig was (‘gesloopt historisch bebouwingslint’). De huidige plannen laten de resterende historische perceelgrenzen overwegend ongemoeid. Uitzondering hiervoor betreft het perceel van de nieuwbouw die deels in de tuin van de Dorpsstraat 78 valt. Tot slot worden de momenteel aanwezige zichtlijnen niet geblokkeerd door de geplande herinrichting. Er kan derhalve de conclusie worden getrokken dat hoewel de geplande herinrichting van het gebied een deel van de historisch-geografische waarden van het gebied schaadt, deze ontwikkeling valt binnen een bestaande ontwikkeling waarbij het bebouwde gebied zich vanaf de Dorpsstraat over het voormalige akkergebied heeft uitgebreid. Tevens valt daarbij op te merken dat de geplande herinrichting zorgt voor een zachtere overgang naar het agrarische gebied dan momenteel het geval is én het gebied weer

7

V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen

openbaar toegankelijk maakt, zoals het in het verleden ook was. Er is, zeker gezien de middelmatige waardering van het gebied, geen onevenredige aantasting van de cultuurhistorische waarden.

Cultuurhistorische Effectrapportage

8

1

Inleiding

1.1 Onderzoekskader 1.1.1 Aanleiding en informatie In opdracht van ErfGoed BV heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC een Cultuurhistorische Effectrapportage (CHER) uitgevoerd in het plangebied Kerkenweide te Bergharen. Aanleiding voor het onderzoek is het plan om woningen te realiseren (zie paragraaf 1.4). De plannen bevinden zich nog in een vroeg stadium. Realisatie van de plannen kan leiden tot aantasting mogelijk aanwezige historischgeografische waarden. Wat is cultuurhistorie? Wanneer men over cultuurhistorie spreekt, blijkt vaak dat veel onduidelijkheden bestaan over wat hieronder valt. Cultuurhistorie omvat drie vakgebieden; archeologie, bouwhistorie en historische geografie. Archeologie houdt zich voornamelijk bezig met het bodemarchief, waartoe zowel losse vondsten als grondsporen behoren. Tevens bestudeert de archeologie enkele bovengrondse verschijnselen uit de prehistorie en de middeleeuwen, zoals grafheuvels, hunebedden, schansen, dijken en landweren. Bouwhistorie betreft de studie van de bebouwde omgeving, zoals kerken, kastelen, bruggen, sluizen, maar ook tuinen en landgoederen. Historische geografie “bestudeert de ruimtelijke aspecten van menselijke activiteiten in het verleden… [en] de sporen die vroegere menselijke activiteiten in het landschap hebben achtergelaten”.

Hieronder vallen niet alleen elementen en patronen zoals (water)wegen, dijken, verkavelingspatronen, nederzettingsstructuren, heggen, houtwallen en poelen, maar ook het (historisch) bodemgebruik (akkers, heidevelden en dergelijke).

1.1.2 Beleidskader Het cultuurhistorisch beleid van de gemeente Wijchen is vastgelegd in het parapluplan Cultuurhistorie Wijchen. Volgens dit plan valt het plangebied binnen een gebied met de dubbelbestemming Waarde – Cultuurhistorisch Waardevol gebied. Voor dit gebied geldt dat er geen werkzaamheden mogen plaatsvinden die een onevenredige aantasting tot gevolg hebben van de cultuurhistorische waarden. Derhalve dient een cultuurhistorische analyse plaats te vinden waarin het effect van de geplande ontwikkeling op de cultuurhistorische waarden wordt bepaald.1 1.1.3 Kwaliteitsborging Het onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen cultuurhistorische analyse van de gemeente Wijchen.2

1.2 Doel- en vraagstelling Het cultuurhistorisch onderzoek dient te inventariseren welke historisch-geografische waarden in het gebied aanwezig zijn, waarna vervolgens wordt bekeken wat het effect van de geplande herinrichting van het gebied is op de aanwezige cultuurhistorische waarden. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt vervolgens een advies gegeven over de omgang met de eventueel aanwezige waarden.3

1

Parapluplan Cultuurhistorie Wijchen 2017. Keunen & Jansen 2015, bijlage 3. 3 In het plangebied is geen bebouwing (of bouwhistorische waarden) aanwezig. Voor de inventarisatie van de archeologische waarden of verwachting wordt verwezen naar het archeologisch bureauonderzoek (De Boer 2022 (concept)). 2

9

V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen

Afb. 1.1 Ligging van het plangebied.

1.3 Situering van het plan- en onderzoeksgebied Er wordt onderscheid gemaakt tussen de termen plangebied en onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen de geplande bodemingrepen zullen gaan plaatsvinden. Het onderzoeksgebied beslaat het plangebied inclusief het omringende gebied binnen een straal van circa 250 meter. Het onderzoeksgebied wordt in het bureauonderzoek als zoekgebied gehanteerd om tot een beter inzicht te komen in de landschappelijke en (cultuur)historische situatie van het plangebied. Het plangebied ligt op de rand van de bebouwde kom van Bergharen in de gemeente Wijchen (provincie Gelderland). Het plangebied wordt begrensd door de bebouwde percelen langs de Dorpsstraat in het noorden en oosten en de Veldsestraat in het zuiden (afb. 1.1). In het westen wordt het plangebied begrensd door agrarische percelen. De oppervlakte bedraagt 1,41 ha. Het plangebied was ten tijde van het onderzoek onbebouwd en in gebruik als weiland (zie afb. 1.2).

Cultuurhistorische Effectrapportage

10

Afb. 1.2 Ligging van het plangebied op een recente luchtfoto (PDOK 2021).

1.4 Toekomstige ontwikkeling Het plangebied heeft volgens het vigerend bestemmingsplan de bestemming Agrarisch Landschapswaarden. Vanwege het voornemen om in het gebied woningen te realiseren, dient de bestemming gewijzigd te worden in wonen. Volgens de huidige plannen wil men in het plangebied 23 woningen realiseren (zie afb. 1.3), waarbij 13 rijwoningen, 4 twee-onder-één-kapwoningen, 5 vrijstaande woningen en een tuinwoning. Het plan voorziet tevens in 4500 m2 collectief groen. De uitbreiding zal worden ontsloten vanaf de Veldsestraat. De locatie bestaat uit agrarisch gebied aan de rand van Bergharen met uitzicht op de twee kerken van het dorp. Om de ruimtelijke kwaliteit te behouden en te versterken wordt in de plannen gesproken van ‘dun bouwen met een ruimtelijke ontspannen en losse opzet, zoals het dorp zelf ook heeft en door groene plekken in te weven die veel lucht in het plan brengen, die uitnodigen voor gebruik en de zichtlijnen open houden’. Het is de bedoeling dat sprake is van een luchtige open rand die veldjes en boomgaardjes insluiten en zo een zachte overgang vormen naar het omringende agrarische land, waarbij alle bestaande woningen zoveel mogelijk hun zichten behouden. Er is tevens rekening gehouden met de belangrijke zichtlijnen naar de twee kerken en de Dorpsstraat.4

4

Erfgoed landelijk bouwen 2022; inrichtingsplan 10-12-2021, aangeleverd door dhr. M. Dekker (Dekker Projectontwikkeling) 24 januari 2022.

11

V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen

Afb. 1.3 Inrichtingsplan (d.d. 20 december 2021).

1.5 Administratieve gegevens Locatiegegevens provincie gemeente plaats toponiem RD-coördinaten

kaartblad kadastrale gegevens oppervlakte plangebied

Gelderland Wijchen Bergharen Kerkenweide 174.150/429.074 174.248/428.900 174.190/428.849 174.083/429.047 39H Kadastrale gemeente Bergharen, sectie G, perceel 732, 701, 375 en 373 1,41 ha

Cultuurhistorische Effectrapportage

12

Projectgegevens projectnummer type onderzoek opdrachtgever projectleider BAAC datum opdracht datum veldwerk versie nummer

13

V-21.1132a Cultuurhistorische Effectrapportage (CHER) ErfGoed BV contactpersoon: dhr. M. Dekker Mw. E.A.M. de Boer 29 december 2021 25 januari 2022 1.2

V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen

Cultuurhistorische Effectrapportage

14

2

Bureauonderzoek

2.1 Werkwijze Tijdens het bureauonderzoek is literatuur over de geologie, geomorfologie, het hoogteverloop (AHN) en de bodemopbouw van het onderzoeksgebied bestudeerd. Voor de historische situatie is gebruik gemaakt van oude kadastrale en topografische kaarten. Voor de inventarisatie van de bekende cultuurhistorische waarden is zowel de provinciale als de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart geraadpleegd. Tevens is informatie ingewonnen bij de lokale heemkundekring en afdeling van de AWN. In navolgende paragrafen staan de resultaten van het bureauonderzoek beschreven. Het hoofdstuk is afgesloten met een synthese waarin de cultuurhistorische waarden van het gebied worden samengevat. Een opsomming van de geraadpleegde literatuur en gebruikte kaarten is terug te vinden in de literatuurlijst. Voor een tabel met een overzicht van geologische en archeologische tijdvakken wordt verwezen naar bijlage 1.

2.2 Landschap Het plangebied ligt in het rivierengebied tussen de Maas in het zuiden en de Waal in het noorden. In het Saalien zijn ten noordoosten van dit gebied door het landijs relatief hoge stuwwallen opgestuwd (Formatie van Drente). Als gevolg hiervan werden zowel de Rijn als de Maas gedwongen om in westelijke richting af te buigen en voor het ijsfront (ter hoogte van het plangebied) langs te stromen (zie afb. 2.1). Nadat het ijs zich had teruggetrokken, stroomde de Rijn ten oosten van Montferland via het huidige IJsseldal naar het noordwesten (de zogenaamde IJsseldal Rijn). In het Weichselien breidde het landijs zich weer sterk uit, maar bereikte Nederland niet meer. De rivieren hadden onder invloed van het klimaat voornamelijk een vlechtend verloop. Dergelijke rivieren worden gekenmerkt door een ondiepe, brede bedding met een stelsel van een groot aantal ondiepe geulen die herhaaldelijk splitsen en weer bij elkaar komen. In de bedding, waar ook het plangebied lag, kwamen zandige en grindige sedimenten tot afzetting. Gedurende het Bølling-Allerød-interstadiaal verbeterde het klimaat zich. Het vlechtende rivierpatroon kreeg door veranderingen in het afvoerregime een meanderend karakter met enkele hoofdgeulen die zich in de oudere riviervlakte insneden, waardoor het Laagterras ontstond.

Ook ter hoogte van het plangebied zijn deze meandergordels actief geweest en zijn de oudere afzettingen geërodeerd.5 Alleen bij zeer hoge rivierstanden traden de rivieren buiten hun geulen en werd op de oudere grindige rivierafzettingen een kleilaag (Laag van Wijchen; Formatie van Kreftenheye) afgezet. Deze komklei bestaat uit zandige, zeer stugge, lichtgrijze tot blauwgrijze klei (of leem) en is circa 0,5 m (tot maximaal 1 m) dik. De laag bevat meestal matig grove tot grove zandkorrels, die vanuit de hoger gelegen gebieden zijn ingewaaid. Het zandgehalte neemt van onder naar boven toe af. Doordat de Wijchen Laag lange tijd aan het oppervlak heeft gelegen, is deze vaak verweerd en ontkalkt.

5

Stroomgordel 702, Cohen et al. 2012.

15

V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen

Figuur 2.1 De ligging van de stuwwallen en rivierlopen sinds het Midden-Saalien (Berendsen 2004). Het rode pijltje geeft de ligging van het plangebied weer.

Na het Allerød-interstadiaal verslechterde het klimaat tijdelijk weer in het Jonge Dryas-stadiaal. De (piek)afvoer nam weer toe en de vegetatie verdween, waardoor er een grotere aanvoer van puin was en de rivieren opnieuw een vlechtend patroon kregen. De diepe meanderende geulen uit de voorgaande periode werden in laterale richting uitgeruimd, waardoor een nieuwe riviervlakte ontstond, het zogenaamde Terras X (Formatie van Kreftenheye-6). Deze riviervlakte bevond zich op circa 600 m ten zuidwesten van het plangebied. Delen van de riviervlakte vielen periodiek droog, waardoor door de wind zand kon worden verplaatst en duinen konden opstuiven. De duinen, die zijn opgebouwd uit grof zand (Boxtel Formatie; Delwijnen Laagpakket), ontstonden vrijwel alleen waar de overheersende (zuid-)westenwind loodrecht op de rivierbedding stond. Ook ter hoogte van Bergharen is een groot rivierduincomplex ontstaan, die als een hoefijzervormige hoogte in het landschap herkenbaar is (zie afb. 2.2). Het plangebied maakt daarbij deel uit van de zuidelijke uitloper van de rivierduin, waarbij het noordelijke deel op een lager deel (6,9 à 7,3 m +NAP) van de duin ligt. Het zuidelijke deel van het plangebied ligt hoger (overwegend tussen 7,6 en 8,0 m +NAP).

De oude kerk ten westen van het plangebied ligt op een deel van rivierduin dat, gezien de hoge ligging (8,7 à 9,2 m +NAP), mogelijk kunstmatig is opgehoogd. Ook het aangrenzende deel van het

Cultuurhistorische Effectrapportage

16

plangebied heeft een duidelijk hogere ligging (8,0 à 8,6 m +NAP). Dit geldt eveneens voor de oude erven in de omgeving van het plangebied. Direct ten zuiden van het plangebied loopt het terrein sterk (6,0 à 7,0 m +NAP) af naar het Holocene komgebied.6

Afb. 2.2 Ligging van het plangebied op een uitsnede van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4 2021).

Aan het einde van de Jonge Dryas – begin van het Holoceen ( verbeterde het klimaat weer en veranderde het rivierpatroon opnieuw van vlechtend in meanderend. De meanderende rivieren sneden zich op 170 m ten zuiden en later op 155 m ten westen van het plangebied zeer diep in en overstroomden alleen bij zeer hoge waterstanden. Hierbij werd opnieuw een dunne (zandige) kleilaag gevormd die eveneens tot de laag van Wijchen wordt gerekend. Onder invloed van de stijgende zeespiegel veranderde de zich insnijdende meanderende rivieren gedurende het Holoceen in aggraderende rivieren. De grens tussen deze twee gebieden verschoof gedurende het Holoceen in stroomopwaartse richting en lag pas rond 4500 jaar geleden ter hoogte van Nijmegen. Dit betekent dat de Laag van Wijchen in de omgeving van het plangebied pas vrij laat bedekt is geraakt met Holocene rivierklei. In de bedding van de aggraderende rivieren, zoals het Wijchens Maasje dat vanaf omstreeks 3578 v.Chr. op 370 m ten zuidwesten van het plangebied actief was, werd het grofste materiaal, voornamelijk zand en grind, afgezet (zie afb. 2.3). Bij overstroming werden zand en klei uit de bedding gelicht en op de oevers afgezet, waardoor oeverwallen ontstonden (zeer fijnzandig en zavelig materiaal; Echteld Formatie). Verder van de rivier af kwam het overstromingswater tot rust en werd klei (Echteld Formatie) afgezet. In de 6

AHN4 2021.

17

V-21.1132a - Plangebied Kerkenweide te Bergharen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=e8a78f0b-7d82-480e-97b2-00d1a76c2395