2026-01-29 Conceptnotulen Gem. Wijchen ORV
Tekst van het document
Eerste termijn Mevrouw Joosse-de Visser (CDA) spreekt haar steun uit voor de informatienota en de opvolging van de aanbevelingen van de rekenkamer. Ze benadrukt dat het tijdpad voor de implementatie van de aanbevelingen te lang is en pleit voor een versnelling. Ze geeft aan dat als de aanbevelingen pas medio 2027 zijn omgezet in beleid, dit te laat is en financiële consequenties niet meer kunnen worden meegenomen in de perspectiefnota van dat jaar. Daarom heeft het CDA samen met GroenLinks, PvdA en D66 een motie ingediend onder de titel ‘Aanpakarmoede kan niet langer wachten’. Ze bedankt haar collega's voor de samenwerking aan deze motie. Ze is het eens met het college dat een inwonerspas niet effectief is en dat het niet de moeite waard is € 150.000 aan overhead te besteden voor een dergelijke pas, maar uit haar frustratie over het lange wachten op een antwoord over de effectiviteit van een inwonerspas als middel om mensen in armoede te ondersteunen. Ze roept het college op creatief te zijn en het plan te versnellen, zodat de aanbevelingen eind 2026 zijn omgezet in daadwerkelijke verbeteringen. Ze vraagt de wethouder welke creatieve manieren zij ziet om dit te realiseren. De heer Van 't Schip (Hart voor Wijchen) ondersteunt het integrale armoedebeleidsplan dat voortkomt uit de aanbevelingen van de rekenkamer.
Hij benadrukt dat de inwonerspas te duur is en niet volledig dekkend. Hij pleit voor een plan dat maatwerk mogelijk maakt en kiest voor kwaliteit boven snelheid. Hij benadrukt het belang van het ondersteunen van kinderen in armoede via Stichting Leergeld en een goede kindregeling. Hij pleit voor het ontzorgen van mensen in armoede door middel van producten, diensten en persoonlijke professionele coaching en begeleiding, in plaats van vrij besteedbare budgetten. Hij geeft aan dat vertrouwen moet worden verdiend en dat dit kan worden gewonnen via een persoonlijke coach voordat men overstapt naar vrij besteedbare budgetten. Hij legt uit dat aanvragen in eerste instantie moeten worden beoordeeld op urgentie, noodzaak en prioriteit binnen het betreffende gezin, bij voorkeur uitgevoerd door een persoonlijke coach die vertrouwen geniet van de cliënt. Hij pleit voor een opleiding in coaching zodat mensen indien mogelijk uit de armoede komen door te gaan werken, en benadrukt dat de stap naar werk circa 20 tot 25% meer besteedbaar inkomen moet opleveren. Mevrouw Peters-Vroom (VVD) geeft aan dat het doel van het armoedebeleid helder is: armoede verminderen, de gevolgen verzachten en mensen helpen zelfredzaam te worden. Ze benadrukt dat de weg naar dit doel soms verschilt, maar dat dit vanavond niet ter discussie staat. Ze Verslag openbare raadsvergadering d.d. 29 januari 2026
pagina 16 van 22
bespreekt de motie bij de informatienota over de opvolging van de aanbevelingen van de rekenkamer, ingediend door het CDA. Ze uit haar verbazing over de bewering in de motie dat de gemeente 10 jaar nodig heeft om uit te vinden dat Stichting Leergeld ook voor Wijchen een partij kan zijn. Ze vraagt wat het CDA al die jaren heeft gedaan om Stichting Leergeld aan tafel te krijgen en geeft aan dat als een amendement wordt verworpen of ingetrokken, het geen beleid is. Ze vraagt het college te reflecteren op de motie in zijn algemeenheid en vraagt de indieners hoe zij de versnelling willen realiseren, gezien de motie geen concrete stappen bevat. Ze vraagt of er extra capaciteit wordt ingehuurd om dit te versnellen, of dat ander beleid naar achteren wordt geschoven. Mevrouw Driessen (Kernachtig Wijchen) benadrukt dat de gemeente moet zorgen dat iedereen mee kan doen en dat er oog moet zijn voor kinderen die opgroeien in een kwetsbare situatie. Ze uit haar waardering voor de voortvarende manier waarop het college aan de slag is gegaan met de aanbevelingen uit het rekenkamerrapport. Ze geeft aan dat het plan duidelijke acties bevat gericht op bereik en effectiviteit en inzet op meer samenwerking met partners. Ze benadrukt dat armoede meer is dan te weinig geld.
Ze benadrukt de complexiteit van het armoedebeleid, waarbij stress, schaamte en eerdere ervaringen een drempel kunnen vormen voor het vragen om hulp. Ze legt uit dat de gemeente juist op die momenten eenvoudig vindbaar en begrijpelijk moet zijn. Ze ziet dit besef terug in het plan dat inzet op bereik, samenwerking en structureel leren. Ze benadrukt het belang van het beschikken over voldoende basisvaardigheden, zoals het kunnen vinden, begrijpen en toepassen van informatie, het invullen van formulieren, het doen van digitale aanvragen en weten waar men terechtkan. Ze vindt het belangrijk dat aandacht hiervoor structureel onderdeel blijft van de uitvoering van het armoedebeleid. Ze pleit voor het behoud van de financiële hulpkaart en het opnieuw onderzoeken van de voorzieningenwijzer, zodat inwoners die minder digitaal vaardig zijn niet verdwalen in het systeem. In de commissie is aandacht gevraagd voor tijdige voortgang en evaluatie, zodat dit kan worden meegenomen naar het nieuwe beleidsplan in 2027. Het antwoord van de wethouder was toen dat dit niet wenselijk is en Kernachtig Wijchen begreep de keuze voor het tijdspad. Ze vraagt de wethouder of hierin een verandering is opgetreden, omdat in de ingediende motie een versnelling wordt gevraagd.
Tot slot steunt ze het voorstel om de inwonerspas niet in te voeren, vanwege de aanzienlijke kosten, het onzekere bereik en landelijke ontwikkelingen rond vereenvoudiging van inkomensondersteuning. De heer Tiemessen (GroenLinks) is samen met de andere indieners van mening dat het integrale armoedebeleidsplan een hogere prioriteit nodig heeft. Hij spreekt zijn zorgen uit over de sociaal-maatschappelijke achterstanden die arme gezinnen, vooral die met kinderen, oplopen. Hij wijst op de complexiteit van de regelingen die de grip op hun bestaanszekerheid bedreigt. Hij refereert aan de motie ‘Maatschappelijke uitkering, de schaamte voorbij’ die GroenLinks op 3 juni 2025 heeft ingediend om ervaring op te doen met de uitvoering van de aanbevelingen van de rekenkamer. Hij legt uit dat het pilotproject was bedoeld om consulenten meer handelingsruimte te geven voor duurzame maatoplossingen voor hun cliënten. Hij merkt op dat het probleem nog niet is opgelost en dat andere gemeenten inmiddels bruikbare ervaring en kennis hebben opgedaan met een duurzame aanpak via succesvolle, effectieve ‘éénminimabudgetoplossingen’ en het werken via 1 loket. Hij geeft aan dat Wijchen hiervan kan profiteren en de aanbeveling integraal plan armoede versnellen met behulp van deze motie. De heer Lukkezen (D66) houdt zijn bijdrage kort en sluit zich volledig aan bij het betoog van het CDA.
Zijn fractie dient de motie mede in, omdat armoede niet wacht en de uitvoering van het beleid dat ook niet moet doen. De heer Burgers (PvdA) spreekt uit dat zijn fractie wel voor de invoering van een inwonerspas is. Hij ziet hierin kansen om het armoedebeleid eenvoudiger, toegankelijker en menselijker te maken. Hij legt uit dat een goed ingerichte inwonerspas kan zorgen voor een betere bereikbaarheid van minima en laagdrempelige toegang tot sport, cultuur, onderwijs en meer mobiliteit richting voorzieningen. Hij is kritisch op de beslisnota over de inwonerspas, waarin vooral wordt benadrukt wat er niet kan en het perspectief ontbreekt. Hij vindt het treurig dat de potentie van de inwonerspas niet serieus is onderzocht en vraagt zich af wat ‘nu niet beslissen’ betekent. Wat zijn fractie zorgen baart, is het tempo: 5 jaar onderzoek naar een inwonerspas, Verslag openbare raadsvergadering d.d. 29 januari 2026
pagina 17 van 22
10 jaar discussie over Stichting Leergeld, 2 jaar om aanbevelingen uit het rekenkamerrapport om te zetten in actie. Hij pleit voor actie en tempo in het armoedebeleid en dient daarom de motie mede in, omdat mensen in armoede niet langer kunnen wachten. Hij wijst op het gebrek aan ambitie in de begroting en roept op tot verandering. De voorzitter kondigt het einde van de eerste termijn van de raad aan. De vergadering wordt kort geschorst. De voorzitter heropent de vergadering. Wethouder Van Dam erkent dat zij de intentie ervan begrijpt en herkent. Zij benadrukt dat het armoedebeleid van groot belang is voor de inwoners, kinderen en gezinnen van de gemeente. Ze legt uit dat het college deze verantwoordelijkheid voelt en ook neemt, en dat het huidige armoedebeleid ondersteuning biedt aan degenen die het nodig hebben. Echter, het rekenkamerrapport toont aan dat het beleid op bepaalde onderdelen beter en klantvriendelijker kan, een beeld dat het college deelt. Daarom is er na het rekenkamerrapport van maart 2025 en op verzoek van de raad een plan opgesteld voor de opvolging van de aanbevelingen, dat nu voorligt in de vorm van een informatienota met 10 concrete acties, waarvan het merendeel in 2026 wordt uitgevoerd. Hiermee worden de aanbevelingen opgevolgd; dit is het plan voor de uitvoering.
Ze benadrukt dat aanbevelingen niet zomaar opdrachten zijn, maar adviezen die bestuurlijke keuzes vragen, en dat het college deze keuzes zorgvuldig, gefaseerd en onderbouwd maakt. Ze wijst erop dat sommige acties snel kunnen worden uitgevoerd, terwijl andere meer tijd vragen vanwege de grote impact en complexe invulling. Ze waarschuwt dat versnellen aantrekkelijk klinkt, maar zonder financiële dekking of extra capaciteit betekent dat andere zaken moeten wijken, of dat er onzorgvuldige keuzes worden gemaakt. Ze benadrukt dat het belangrijk is geen verwachtingen te wekken die niet kunnen worden waargemaakt, vooral niet richting inwoners die gebaat zijn bij duidelijkheid en betrouwbaarheid. Ze reageert ook op het stukje maatwerk vanuit de PvdA, en legt uit dat maatwerk juist wordt toegepast sinds de komst van de Participatiewet in balans, met wettelijke kaders die dat beter mogelijk maken. Ze besluit haar bijdrage door te benadrukken dat consulenten werken met ruimte voor de menselijke maat binnen de bestaande leer- en verbetercyclus. De voorzitter kondigt de tweede termijn van de raad aan. Gezien de tijd geeft ze aan dat ze geen betoog accepteert dat ook in de eerste termijn had kunnen worden gehouden. Het gaat om reageren op de motie en een vraag die mogelijk is gesteld.
Tweede termijn De heer Van ’t Schip (Hart voor Wijchen) legt uit dat zijn fractie, ondanks de goede punten die de motie aanbrengt, er niet mee kan instemmen. Zijn fractie kiest voor kwaliteit en zorgvuldigheid boven snelheid, omdat het een veelomvattend en complex proces is. Hij vindt dat het stappenplan in het integrale plan voldoende basis biedt om het uit te voeren. Mevrouw Peters-Vroom (VVD) bedankt het college voor de beantwoording en geeft aan dat de reactie van het college hen sterkt in hun standpunt. Ze benadrukt dat zonder extra geld de motie niet kan worden uitgevoerd en dat haar fractie tegen stemt. Ze is benieuwd naar de reactie van de indieners op haar opmerking uit de eerste termijn. Mevrouw Driessen (Kernachtig Wijchen) reageert op de motie en erkent de urgentie van de acties. Ze legt uit dat haar fractie in de commissie heeft gevraagd om versnelling van de acties, maar dat sommige acties tijd kosten om uit te zoeken vanwege de grote impact. Ze benadrukt dat versnellen aantrekkelijk klinkt, maar zonder dekking of capaciteit niet mogelijk is. De heer Burgers (PvdA) vraagt of zij zich ervan bewust is dat er onder een motie niet per se een financiële dekking hoeft te liggen en dat er met de motie ook de ruimte wordt gegeven om te versnellen op 10 punten.
Mevrouw Driessen is zich ervan bewust dat een motie niet per se een financiële dekking hoeft te hebben, maar vraagt zich af welk ander beleid moet wijken om de 10 acties uit te voeren. Ze legt uit dat de 10 acties in een volgordelijkheid plaatsvinden en niet allemaal tegelijkertijd. Ze vraagt zich af hoe het zit met de capaciteit en benadrukt dat de motie Verslag openbare raadsvergadering d.d. 29 januari 2026
pagina 18 van 22
juist de 2 acties naar voren haalt die het meeste uitzoekwerk betreffen, namelijk het minimabudget en het gelijktrekken van de regels. Ze pleit ervoor het college de tijd te gunnen deze onderwerpen grondig uit te zoeken. De heer Tiemessen (GroenLinks) vraagt zich af waar de daadkracht is gebleven op dit punt, en verwijst naar een motie van 2025 waarop destijds werd aangegeven dat een en ander veel tijd kost. Mevrouw Peters-Vroom (VVD) vraagt of de motie waaraan hij refereert is aangenomen. De heer Tiemessen antwoordt dat de motie op het argument van tijd is afgewezen en dat hij dit vandaag weer hoort. Hij denkt daarbij aan mensen die nood hebben en aan buurgemeentes die hierin al meer stappen hebben ondernomen. Hij benadrukt dat er veel kennis en jurisprudentie is en roept op te profiteren van de kennis en ervaring van andere gemeentes. Mevrouw Peters-Vroom geeft aan dat er een beperkte ambtelijke capaciteit is, terwijl de heer Tiemessen wil versnellen. Ze vraagt daarop wat hij daarom niet gaat doen. De heer Tiemessen geeft aan dat hij het argument van beperkte ambtelijke beschikbaarheid al vaak heeft gehoord en dit dan maar aanneemt. Hij stelt voor deze beperkte capaciteit zo goed mogelijk in te zetten. Hij vraagt zich af waarom de fracties in de afwachtstand gaan zitten.
De heer Lukkezen (D66) geeft aan dat hij geen zin heeft afwachtend te zijn en aan de slag wil met het uitvoeren van de motie. De heer Burgers (PvdA) benadrukt dat er steeds voorstellen zijn gedaan, zoals basisbanen, die altijd zijn verworpen. Hij wijst op de verhoudingen binnen de raad en de uitdagingen die dat met zich meebrengt. Mevrouw Peters-Vroom (VVD) merkt op dat de heer Burgers doet alsof er nu geen beleid op armoede is. Ze geeft aan dat er allerlei regelingen zijn, maar dat er nu het rekenkamerrapport is en dat er nu een en ander moet worden aangepast. Volgens haar steunt de hele raad die gedachte, maar wil de heer Burgers sneller aanpassen. Ze vraagt waarom hij doet alsof er niets gebeurt. De heer Burgers geeft aan dat men nu op een punt is gekomen om met een goede, fundamentele oplossing te komen voor het aan de onderkant aanpakken van de armoede. Volgens hem ontbreken die visie en ambitie. Mevrouw Peters-Vroom vraagt waar de heer Burgers zijn stelling op baseert dat er al 10 jaar lang wordt gediscussieerd over Stichting Leergeld. Volgens haar is een motie die niet wordt aangenomen geen oproep aan het college, maar slechts een wens van een partij. De heer Burgers geeft aan het niet zinnig te vinden het over jaartallen te hebben. Hij geeft aan dat er in de raad meermaals met elkaar over is gesproken, maar dat men hierin nooit verder komt.
Mevrouw Peters-Vroom geeft aan dat de heer Burgers zegt dat het een zinloze discussie is, maar er wel voor kiest om vandaag de motie aan te passen en daarin de termijn van 10 jaar opneemt. Ze vraagt waarom hij dat doet als hij het toch niet belangrijk vindt. De heer Burgers vindt dit punt in de hele discussie in het armoedebeleid niet zo relevant. Hij wil stappen maken om nu eindelijk verder te komen. Mevrouw Joosse-de Visser (CDA) wil onderstrepen dat haar fractie volledig achter het plan staat van de aanbevelingen en de 10 acties. Zij vindt niet dat er sprake is van stilstand, maar dat het wel sneller kan. Ze merkt op dat de laatste jaarrekening, van 2024, aangeeft dat op het taakveld inkomensregelingen circa € 100.000 in de algemene reserve is gekomen en dus niet is besteed aan de mensen waarvoor het is bedoeld. Daarnaast is volgens haar minder capaciteit ingezet op dit taakveld dan van tevoren begroot. Haar fractie vindt dat met het geld dat in de algemene reserve is beland, capaciteit prima kan worden ingekocht. Ze pleit voor het uitzoeken hiervan. Mevrouw Peters-Vroom (VVD) is blij dat het CDA zegt dat er geen stilstand is op dit dossier. Ze vraagt of het CDA nu met een amendement komt, nu zij beschikbare potjes ziet. Mevrouw Joosse-de Visser antwoordt ontkennend.
Ze legt uit dat het om een informatienota gaat en haar fractie het college iets wil meegeven middels een motie. De vraag volgens haar is of er kan worden versneld zodat men met de perspectiefnota van 2026 voldoende armslag krijgt om de zaken die de raad met elkaar belangrijk vindt ook uit te voeren. Het CDA mist dat nu met het tijdpad zoals dat nu voorligt. Enerzijds is het financieel, je kunt capaciteit inkopen. Anderzijds is het inhoudelijk: consulenten willen meer en beter dan nu volgens het beleid kan. Ze roept op deze mensen te ondersteunen met aangepast beleid en de ambitie van deze mensen te belonen, en de inwoners te laten merken dat de gemeente het makkelijker maakt. De voorzitter vraagt het college of feitelijke onjuistheden zijn gehoord. Wethouder Van Dam Verslag openbare raadsvergadering d.d. 29 januari 2026
pagina 19 van 22
merkt op dat zij hoorde dat het onderzoek met de Voedselbank al klaar zou zijn, maar dat dit loopt tot oktober 2026 en het dus nog niet klaar is. De voorzitter vraagt of de indieners van de motie nog een schorsing wensen voor bijstelling van de tekst van de motie; dat is niet geval. Stemming De voorzitter brengt de beslisnota ‘Inwonerspas’ ter stemming. De heer Burgers geeft in een stemverklaring aan dat zijn fractie tegenstemt, maar dat dit stuk eigenlijk niet rijp is voor stemming. Met 22 stemmen voor en 4 stemmen tegen is deze beslisnota aangenomen. Besluit: De raad stemt in met beslisnota ‘Inwonerspas’ (zaaknummer 307726). De voorzitter brengt de motie ‘Aanpak armoede kan niet langer wachten’ ter stemming. Niemand legt hierover een stemverklaring af. Met 11 stemmen voor en 15 stemmen tegen is de motie verworpen. 9.6/5.o Informatienota Antwoord op schriftelijke vragen fractie Kernachtig Wijchen 'Rem op de fatbike?' De voorzitter deelt mee dat op verzoek van Kernachtig Wijchen en in verband met een motie de informatienota wordt besproken als bespreekstuk. Er is een motie aangekondigd en aangezien deze de portefeuille raakt van de burgemeester, wordt het voorzitterschap weer overgedragen aan de plaatsvervangend voorzitter, de heer Albersnagel, die de eerste termijn aankondigt.
Eerste termijn De heer Kersten (Kernachtig Wijchen) geeft aan dat de overlast veroorzaakt door fatbikes zich niet alleen tot Amsterdam beperkt, maar ook te voelen is in Wijchen en vele andere gemeenten. Hij wijst erop dat zowel Wijchen Lokaal, het CDA als Kernachtig Wijchen al vragen hebben gesteld over deze kwestie. Ondanks erkenning van het probleem door het college, is er nog geen oplossing gevonden. Daarom stelt hij een motie voor met 2 verzoeken: het college moet de ontwikkelingen in andere gemeenten nauwgezet volgen en, indien mogelijk, een plaatselijk verbod op fatbikes invoeren, bij voorkeur in overleg met ondernemers en handhaving. De heer Oomen (GroenLinks) uit zijn verbazing over de oproep van Kernachtig Wijchen, gezien hun eerdere standpunt geen lokaal vuurwerkverbod te overwegen en te wachten op landelijke regelgeving. Hij beschuldigt de fractie van meten met 2 maten, aangezien ze nu wel vooruit willen lopen op landelijke wetgeving met betrekking tot fatbikes. Hij erkent dat er een probleem is met fatbikes, maar legt uit dat het probleem vooral ligt bij de jongeren die zich misdragen op deze fietsen. Hij vraagt de heer Kersten waarom alleen een verbod in het centrum wordt overwogen, terwijl het probleem zich in de hele gemeente voordoet.
Zijn fractie vraagt zich af of er afdoende een onderscheid kan worden gemaakt tussen de fatbike en andere fietsen, of een fiets bijvoorbeeld ook een fatbike wordt als hier bredere banden onder worden gezet. Hij vraagt zich af wat de gevolgen zijn van deze motie en of Kernachtig Wijchen daarmee het fietsen in het centrum wil gaan verbieden. Hij benadrukt dat zijn fractie, als fietserspartij, geen voorstander is van het verbieden van fietsen in het centrum. Zijn fractie steunt de motie niet en roept het college op asociaal gedrag in de hele gemeente aan te pakken. De heer Lukkezen (D66) geeft aan dat hij de motie beschouwt als wensdenken en symboolpolitiek, en dat het stoer is op papier, maar niets verandert. Hij benadrukt dat zijn fractie zich richt op veiligheid op straat en niet meedoet aan wensdenken. Hij maakt duidelijk dat het zijn fractie niet uitmaakt of iemand zich hufterig gedraagt op een fatbike of lopend op straat; dit gedrag moet gewoon worden aangepakt. Hij geeft aan dat zijn fractie de motie niet steunt. Hij legt uit dat zij niet willen dat ambtenaren constant online moeten zijn om de laatste ontwikkelingen te volgen, maar dat zij liever zien dat ambtenaren en boa’s de straat op gaan om mensen aan te spreken op hun gedrag. Hij benadrukt dat de focus moet liggen op het aanpakken van het gedrag en biedt aan mee te denken over hoe dit vorm kan krijgen.
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 29 januari 2026
pagina 20 van 22
De heer Burgers (PvdA) sluit zich aan bij de heer Oomen en de heer Lukkezen. Hij geeft aan dat fatbikes niet alleen maar nadelen hebben, maar erg waardevol kunnen zijn voor leerlingen die verder van school wonen. Hij vindt echter wel dat degenen die er verkeerd mee omgaan moeten worden aangepakt, al pleit hij ervoor niet in paniek te raken als een puber een keer te hard rijdt. De heer Derksen (CDA) spreekt over de klachten die hij hoort van winkelend publiek en winkeliers over fatbikes in het centrum. Hij benadrukt dat het wachten is op ongelukken en dat handhaving nodig is om dit te voorkomen. Hij vertelt dat het CDA heeft geprobeerd de Amsterdamse aanpak te volgen, maar dat dit volgens het college juridisch haken en ogen kent. Hij roept op scherp te blijven en zodra andere gemeenten succes boeken, Wijchen als tweede wagonnetje aan te laten haken. De heer D. Herms (Hart voor Wijchen) geeft 3 redenen waarom zijn fractie de motie niet steunt. Ten eerste vindt hij dat de motie de sturende rol van de raad opzij schuift. Ten tweede ziet hij het probleem vooral als een gedragsprobleem en niet specifiek gerelateerd aan fatbikes. Ten derde wijst hij erop dat er al een maximumsnelheid geldt in het centrum, maar dat hier niet op wordt gehandhaafd. Hij erkent het probleem, maar pleit voor handhaving van bestaande regels.
Mevrouw Peters-Vroom (VVD) spreekt over de snelheid van fatbikes en de jonge leeftijd van de gebruikers. Ze benadrukt dat het gevoel van veiligheid bij andere verkeersgebruikers en passanten wordt aangetast. Haar fractie is van mening dat een fatbike geen gewone fiets is en dat er specifieke regels voor fatbikes moeten komen. Ze vraagt haar mederaadsleden en het college hoe zij aankijken tegen een algemeen fietsverbod op drukke plekken, zoals de markt en de Kromme Elleboog, in Wijchen. Wat haar fractie betreft roept de motie, die de VVD mede indient, op tot een bredere discussie over de overlast en ze is benieuwd hoe de inwoners en ondernemers tegenover een algemeen fietsverbod op drukke plekken staan. De burgemeester geeft aan dat het probleem niet bij de fatbike ligt, maar bij de bestuurders die zich niet aan de regels houden. Zij legt uit dat een fietsverbod op de markt een snelle oplossing kan zijn voor de ergernis van de inwoners, maar dat de gemeente nauwgezet de ontwikkelingen in Amsterdam en Enschede volgt om te zien of daar een betere oplossing wordt gevonden. Tweede termijn De heer Oomen (GroenLinks) herhaalt zijn standpunt tegen een fietsverbod in het centrum, omdat fietsen juist een gezond alternatief voor de auto biedt.
Mevrouw Peters-Vroom (VVD) verduidelijkt dat zij niet tegen boodschappen doen op de fiets is, maar dat zij voorstelt af te stappen en te lopen wanneer men de markt nadert. Ze vraagt wat de heer Oomen daarvan vindt. De heer Oomen blijft bij zijn standpunt dat een dergelijk verbod niet werkt en mensen ontmoedigt om te fietsen. De heer Lukkezen (D66) geeft aan dat zijn fractie langer wil nadenken over de vraag van de VVD, maar dat zij de motie als onzalig beschouwen. De heer Burgers (PvdA) sluit zich aan bij de heer Oomen en benadrukt dat fietsen moet worden aangemoedigd en niet ontmoedigd. De heer Derksen (CDA) wenst geen gebruik te maken van zijn tweede termijn. De heer D. Herms (Hart voor Wijchen) geeft aan dat zijn fractie openstaat voor een gesprek over een algemeen fietsverbod, maar dat zij nog geen standpunt hebben ingenomen. Mevrouw Peters-Vroom (VVD) benadrukt dat haar fractie nog geen definitief standpunt heeft ingenomen en dat zij de mening van inwoners en ondernemers wil meenemen in hun besluitvorming. De heer Derksen (CDA) vraagt naar de praktische uitvoering van het voorstel, waarop mevrouw Peters-Vroom aangeeft dat de discussie breder moet worden gevoerd om te bepalen welke gebieden als niet-fietszone zouden moeten worden aangemerkt. De heer Kersten (Kernachtig Wijchen) geeft aan dat fietsen verbieden in het centrum nu niet Verslag openbare raadsvergadering d.d.
29 januari 2026
pagina 21 van 22
aan de orde is en een andere discussie is. Zijn fractie heeft gesproken met ondernemers en daaruit is gebleken dat de overlast vooral door fatbikes wordt veroorzaakt. De heer Lukkezen (D66) vraagt of de heer Kersten het met hem eens is dat de fatbikes an sich geen overlast veroorzaken, maar dat het gaat om het gedrag van de mensen die daar gebruik van maken of zich op een andere manier door het centrum bewegen. De heer Kersten geeft toe dat het uiteindelijk gaat om het gedrag van de fatbikebestuurder, en dat een verbod kan helpen dat gedrag in de kiem te smoren. De heer D. Herms (Hart voor Wijchen) vraagt hoe de heer Kersten tegen andere plekken aankijkt waar overlast wordt veroorzaakt door fatbikers die buiten het centrum vallen, zoals Hart van Zuid. Hij vraagt of hij daar ook over nadenkt en of hij die oproep ook wil meegeven aan het college. De heer Kersten geeft aan dat de motie zich toespitst op het centrum, omdat de signalen die zijn fractie heeft ontvangen vanuit het centrum afkomstig zijn. De heer Oomen (GroenLinks) merkt op dat hij ook signalen heeft ontvangen over fatbikers die met eieren tegen ruiten hebben gegooid. Hij vraagt of Kernachtig Wijchen in zo’n geval de fatbikers of de eieren wil verbieden. De heer Kersten vraagt zich af of hij serieus moet ingaan op deze vraag en geeft liever nog antwoord op de vraag van Hart voor Wijchen.
Hij geeft aan dat Kernachtig Wijchen altijd bereid is te kijken naar andere plekken, maar dat de focus nu op het centrum ligt. De heer Lukkezen vraagt waarom Kernachtig Wijchen niet méér investeert in jongerenwerk om het probleem bij de wortel aan te pakken. De heer Kersten antwoordt dat de gemeente al goed bezig is met jongerenwerk en dit vooral moet worden ondersteund, maar dat ook dit verbod kan helpen om het centrum van Wijchen aantrekkelijker en veiliger te maken. De plaatsvervangend voorzitter vraagt de burgemeester of er nog feitelijke onjuistheden zijn gehoord; dit is niet het geval. De plaatsvervangend voorzitter vraagt of er behoefte is om de tekst van de motie te wijzigen; ook dit is niet het geval. Stemming De plaatsvervangend voorzitter brengt de motie ‘Fatbikeverbod’ ter stemming. Niemand legt hierover een stemverklaring af. Met 18 stemmen voor en 8 stemmen tegen is deze motie aangenomen. Besluit: De raad stemt in met de motie ‘Fatbikeverbod’ (zaaknummer 329743). De plaatsvervangend voorzitter geeft het voorzitterschap terug aan de burgemeester. 10. Stemmingen De voorzitter informeert de raad dat er geen verzoek is geweest over een hamerstuk te stemmen, waardoor dit onderdeel van de agenda zonder verdere discussie kan worden afgesloten. 11. Sluiting De voorzitter sluit de vergadering om 23.30 uur. Ze wenst iedereen een goede gezondheid toe voor de volgende dag.
Verslag openbare raadsvergadering d.d. 29 januari 2026
pagina 22 van 22