CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-06-12 Conceptnotulen Gem. Wijchen CMV.def

Commissievergadering Wijchen 11 september 2025, gemeente wijchenBij agendapunt: Vaststellen lijst besluiten, adviezen en toezeggingen en conceptnotulen 12 juni13.776 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hij geeft aan dat de huidige beslisnota een herhaling van zetten is en dat een groot risico bestaat dat de urgentie van het energie- en klimaatprobleem verdwijnt. Hij noemt voorbeelden zoals de onzekerheid rondom zonnepark Bankhoef en de stagnerende bouw van zonnedaken. Hij geeft aan dat de intenties goed zijn. Hij vraagt de wethouder en de andere partijen in de raadzaal of zij de plannen realistisch en haalbaar achten en hoe relevant zij dit onderwerp vinden. Hij benadrukt dat radicale besluiten nodig zijn om de jongeren een toekomst te bieden en dat de raad de zaak urgent moet houden zonder fatalistisch te worden. Mevrouw Peters‑Vroom (VVD) geeft aan dat haar fractie met aandacht kennis heeft genomen van het stuk. Ze noemt het een mooie paraplu met alle lopende initiatieven inzichtelijk, maar tegelijkertijd ook een complexe paraplu. Ze wijst op de netcongestieproblemen die mogelijk tot 2035 niet zijn opgelost en benadrukt dat de inwoners en ondernemers hard nodig zijn CO2‑neutraal te worden. Ze geeft aan dat de timing van de LES ongemakkelijk voelt, omdat binnenkort meer duidelijkheid komt over het hoogspanningsstation en de tenderprocedure. Ze benadrukt dat Wijchen iets moet terugkrijgen voor het hoogspanningsstation. Mevrouw Peters‑Vroom benadrukt het belang van windmolens in deze LES. Zij vraagt de Verslag commissievergadering d.d. 12 juni 2025

pagina 15 van 21

wethouder wanneer de kaders voor de tender, die een jaar geleden zijn afgesproken, naar de raad komen voor besluitvorming. Ze vraagt zich af waarom deze tender is vertraagd en of dit te maken heeft met de locatie van het hoogspanningsstation en of dit een van de tendergebieden raakt. Mevrouw Peters‑Vroom noemt vervolgens het dossier van de warmtenetten, dat volgens haar een enorm groot en belangrijk, maar ook kostbaar dossier is. Ze vraagt of de risico's van het warmteplan, dat later in 2025 naar de raad komt, ook in het plan naar voren komen. Tot slot vraagt Mevrouw Peters‑Vroom zich af of de LES wel moet worden vastgesteld of dat deze slechts ter kennisgeving moet worden aangenomen, gezien de diffuse aard en de mogelijkheid dat het plan morgen weer anders kan zijn. De vergadering wordt kort geschorst. De voorzitter vraagt of de raad ermee instemt na de streeftijd van 23.00 uur door te gaan, gezien de aanwezigheid van de mensen van de rekenkamer. Er is algemene instemming om door te gaan. Wethouder Schouten legt uit dat het document de raad duidelijk maakt welke route de gemeente de komende vijf jaar volgt, waardoor de raad grip krijgt en kan bijsturen. Zij benadrukt dat dit het nieuwe aan deze LES is, namelijk dat nu een betrouwbare methode is gevonden om te monitoren.

Ze legt uit dat het uitvoeringsprogramma erbij zit zodat de raad concreet en praktisch kan zien wat er gebeurt. De wethouder erkent dat de energietransitie weerbarstig is. Zij bevestigt dat het realistisch maar ambitieus is en dat nog veel inspanning nodig is om de doelen te halen. Ze verwijst naar de veranderingen in Wijchen, zoals de toename van industrie, en legt uit dat het EMT‑systeem wordt gebruikt om de voortgang te volgen. Ze belooft dat veranderingen in de cijfers aan de raad worden voorgelegd. Wethouder Schouten legt uit dat de gemeente verplicht is uiterlijk in 2026 een warmteprogramma te maken. Zij belooft dat nog voor de zomervakantie van 2025 een routekaart naar de raad komt waarin de route en de momenten voor discussie worden aangegeven. Zij erkent de opmerking van Kernachtig Wijchen over het warmtenet en bevestigt dat er een alternatief moet zijn als een definitieve strategie wordt voorgelegd. Ze verwacht dat de besluitvorming over warmte pas in de tweede helft van 2026 plaatsvindt, omdat de wetten op orde moeten zijn. Ze belooft dat de studie wordt voortgezet. Wethouder Schouten erkent dat bedrijven een belangrijk thema is en dat nog veel winst is te behalen, maar dat het ook moeilijk is voor bedrijven vanwege netcongestie en de moeilijke tijd tijdens de coronaperiode.

Wethouder Schouten legt uit dat bedrijven verplicht zijn maatschappelijke investeringen die binnen vijf jaar terug te verdienen zijn, te doen en dat de omgevingsdienst daarop toeziet. Ze merkt op dat het beeld dat sommige commissieleden schetsen niet helemaal wordt herkend, en verwijst naar een presentatie van de ODRN over de voortgang bij bedrijven op het energiethema. Zij stelt voor dit verder uit te zoeken en de cijfers voor de raadsvergadering op een rij te zetten. Wethouder Schouten legt uit dat de provincie eind 2024 veranderingen heeft doorgevoerd, waardoor de gemeente eerder moest starten met de tender. Ze verwacht dat na de zomer van 2025 de tender aan de raad wordt voorgelegd, maar dat voor de zomer nog een informatienota komt. Ten aanzien van duurzame mobiliteit in relatie met het regioplan, geeft wethouder Schouten aan dat het lokale plan is gebaseerd op het regioplan en dat recente ontwikkelingen worden meegenomen. Ze benadrukt dat de keuze die voorligt een pragmatische keuze is voor haalbare doelen. Ze erkent dat de gemeente weinig invloed heeft en dat de rol van de overheid vooral motiveren en stimuleren is. Zij wijst op regelingen die in het plan zijn opgenomen om mensen te ondersteunen.

Wethouder Schouten geeft aan dat veranderingen in de realiteit ook veranderingen in het plan kunnen betekenen en benadrukt dat het plan voor vijf jaar een hoofdrichting aangeeft en dat tussentijds wordt gemonitord. Wethouder Schouten sluit af met de opmerking dat het plan de komende vijf jaar richting geeft en dat het belangrijk is dat de raad het vaststelt. De heer Burgers (PvdA) vraag of de wethouder achter de conclusies van het rekenkamerrapport staat. De wethouder antwoordt dat ze elk rapport van de rekenkamer Verslag commissievergadering d.d. 12 juni 2025

pagina 16 van 21

waardeert, maar dat ze niet de juiste cijfers bij de hand heeft om een goed oordeel te geven. Ze herhaalt dat bedrijven extra aandacht nodig hebben en dat de cijfers van de ODRN naar de raad worden gestuurd. Tweede termijn De heer Janssen (D66) stelt voor tijdens het bespreken van de Perspectiefnota te kijken naar financiering voor warmtepompen. Hij vindt het plan realistisch, maar denkt dat het ambitieuzer kan. De heer Van Krevel (GroenLinks) vraagt of D66 het realistisch vindt dat in 2030 1.000 woningen op een warmtenet zijn aangesloten. De heer Janssen antwoordt dat dit moeilijk te zeggen is, omdat de plannen per wijk nog moeten komen. De heer Van Krevel concludeert dat D66 de plannen niet realistisch vindt. De heer Janssen erkent dat sommige dingen onduidelijk zijn, maar vindt de plannen over het algemeen realistisch. De heer Verharen (Kernachtig Wijchen) benadrukt dat de afgelopen jaren veel is gepresteerd op het gebied van verduurzaming. De heer Burgers (PvdA) vraagt of hij de plannen realistisch vindt. De heer Verharen antwoordt dat hij vertrouwen heeft in de organisatie en ervan uitgaat dat de plannen realistisch zijn als dat wordt aangegeven.

De heer Van Krevel (GroenLinks) vraagt hoe de heer Verharen tot de conclusie komt dat de plannen nu wel realistisch zijn, terwijl hij eerder aangaf dat de afhankelijkheid van de ARN verbrandingsoven richting 2050 niet realistisch is. De heer Verharen legt uit dat de warmte van de ARN de komende jaren goed kan worden gebruikt zolang er afval wordt verbrand. De heer Verharen wijst op de deelname van mensen aan ECL en de externe factoren die invloed hebben op de voortgang van projecten. De heer Burgers vraagt of de heer Verharen bewust de gemeente niet noemde bij de partijen die goed bezig zijn. De heer Verharen geeft aan dat de gemeente ook goed bezig is, vooral als men kijkt naar het maatschappelijk vastgoed van de gemeente, dat bijna allemaal op niveau A is. De heer Van Krevel vraagt of hij weet wat de CO2‑uitstootvermindering is geweest tussen 1990 en 2019 in de gemeente Wijchen. De heer Verharen geeft aan dat hij de exacte cijfers niet uit zijn hoofd weet, maar dat de CO2‑reductie van 55% waarschijnlijk niet wordt gehaald in 2030 en dat het waarschijnlijk 39% wordt. Hij voegt toe dat de oorspronkelijke doelstelling 49% was en dat deze later is verhoogd naar 55%. De heer Van Krevel merkt op dat het antwoord op zijn vraag 0 is. De voorzitter corrigeert dat dit geen vraag was.

De heer Verharen geeft aan dat er nog veel te doen is en dat veel zaken afhankelijk zijn van nationale regel‑ en wetgeving. Hij geeft aan dat er veel externe factoren zijn waar de gemeente weinig invloed op heeft en dat deze obstakels in beeld moeten worden gebracht. De heer D. Herms (Wijchen Lokaal) geeft aan dat hij benieuwd is naar de uitkomsten van de masterclass over kernenergie. Hij bedankt ook de heer Van Krevel voor het voeren van de discussie en stelt vast dat er een goede nota ligt, maar dat er voor Wijchen Lokaal één punt is waardoor zij niet voor kunnen stemmen. De heer Van Krevel (GroenLinks) vraagt of hij zich kan herinneren hoe Wijchen Lokaal heeft gestemd voor de route bij de LES in 2023 en hoeveel windturbines moeten worden geplaatst. De voorzitter vraagt de heer Van Krevel zijn vraag anders te formuleren, omdat het als een overhoring overkomt. De heer Van Krevel vraagt of de fractieleden van Wijchen Lokaal van mening zijn dat als iemand voor de LESroute 2 stemt, diegene daarmee ook voor windenergie stemt. De heer Herms antwoordt dat Wijchen Lokaal tegen windenergie is en dat ze destijds ook tegen de windturbines bij de Woezik hebben gestemd. Mevrouw Hoogteijling (CDA) geeft aan dat er een tegenstelling lijkt te zijn tussen realisme en haalbaarheid en ambitie.

Ze merkt op dat als je weinig ambities hebt, je wordt aangesproken op te weinig ambities en als je realistische doelen hebt, je niet ambitieus genoeg bent. Ze vraagt de heer Van Krevel hier in zijn tweede termijn meer duidelijkheid over te geven. De heer Burgers vraagt waarop mevrouw Hoogteijling zich baseert dat het voorgestelde plan realistisch is. Mevrouw Hoogteijling merkt op dat de voorgelegde stukken zijn bekeken door Verslag commissievergadering d.d. 12 juni 2025

pagina 17 van 21

ambtenaren met expertise op dit gebied en dat zij vertrouwt op hun informatie. De heer Burgers geeft aan dat mevrouw Hoogteijling een beoordeling over de kwaliteit van het rapport geeft als zij aangeeft dat de plannen realistisch zijn. Mevrouw Hoogteijling geeft aan dat dat geen vraag is en ze vervolgt haar betoog. Ze merkt op dat het CDA natuurlijk meer wil bereiken, maar dat er veel obstakels zijn. De heer Burgers (PvdA) geeft aan dat hij teleurgesteld is over het uitvoeringsprogramma en de beantwoording van de vragen door de wethouder. Hij geeft aan dat netcongestie geen probleem is als je geen energie verbruikt. Mevrouw Hoogteijling (CDA) vraagt of de heer Burgers hiermee ontkent dat netcongestie een probleem vormt. De heer Burgers antwoordt dat netcongestie geen probleem is als men geen energie verbruikt en dat bedrijven al tien jaar weten dat ze moeten bezuinigen als ze de investering in zuinigere oplossingen in vijf jaar kunnen terugverdienen. Hij benadrukt dat handhaving nodig is en dat de gemeente hier winst kan behalen. De heer Van Krevel (GroenLinks) geeft aan dat zijn zorgen niet zijn afgenomen na wat hij tot nu toe heeft gehoord. Hij merkt op dat sommige partijen achteroverleunen en denken dat het wel goed komt als het op papier goed gaat.

Hij benadrukt dat hij niets tegen hoge ambities heeft, maar dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen ambities en haalbaarheid. Hij merkt op dat te hoge ambities vaak leiden tot niets en dat realistische ambities moeten worden gesteld, waarbij de invulling van die ambities ook realistisch moet zijn. Mevrouw Peters‑Vroom (VVD) vraagt de heer Van Krevel of hij met een aangepast voorstel komt de LES meer ambities te geven. De heer Van Krevel antwoordt dat de LES wat hem betreft geen andere of meer ambities hoeft te hebben, maar dat een aantal cijfers moet veranderen. Hij acht de kans klein dat dit binnen twee weken kan worden aangepast. De heer Verharen (Kernachtig Wijchen) vraagt hoe de heer Van Krevel de zorgen, al die doelstellingen te halen, ziet in het licht van het nieuws dat pas vanaf 2033 weer capaciteit is bij TenneT. De heer Van Krevel antwoordt dat hij het nieuws van die ochtend niet heeft gezien, maar dat het feit dat er te weinig netcapaciteit is, niet zorgt voor minder mogelijkheden energie te besparen. Hij geeft aan dat het juist moeilijker wordt energie te gebruiken. De heer Verharen vraagt vervolgens of hij heeft meegekregen dat 3.800 bedrijven in de wachtrij staan en pas na 2033 kunnen worden aangesloten. De heer Van Krevel geeft aan dat hij dit niet heeft meegekregen en vraagt zich af wat dit met de discussie te maken heeft.

De heer Burgers (PvdA) vraagt hoe hij staat tegenover intensiever controleren bij bedrijven en de wetgeving handhaven, zoals voorgesteld in de aangekondigde motie. De heer Van Krevel antwoordt dat hij hier positief tegenover staat. Hij schrok van de cijfers Hij betreurt dat het aantal bezoeken door de omgevingsdienst na 2023 is gestagneerd en vindt dat nog veel winst is te behalen op het gebied van energiebesparingsmaatregelen. De heer D. Herms (Wijchen Lokaal) vraagt naar het nut van zijn vlammende betoog als hij nu niet met ideeën komt. De heer Van Krevel antwoordt dat hij wil dat Wijchen en de gemeenteraad wakker worden en dat de ambities die worden geformuleerd haalbaar zijn en mogelijk worden gemaakt. De heer Verharen vraagt de heer Van Krevel waarop hij baseert dat de raad nu wakker aan het worden is. De heer Van Krevel geeft aan dat hij dit baseert op gegevens uit het rapport waarin staat dat de CO2‑uitstoot in 1990 identiek is aan die in 2019 en dat in 2023 nauwelijks verandering is geweest. Mevrouw Hoogteijling (CDA) vraagt of hij het met haar eens is dat toch een forse CO2‑reductie is gerealiseerd in die periode. De heer Van Krevel antwoordt dat dit in absolute zin niet het geval is, maar in procentuele zin enigszins, hoewel veel te weinig. De heer Van Krevel merkt op dat de VVD heeft aangegeven iets terug te willen voor het nieuwe hoogspanningsstation.

Hij vraagt zich af wat daarmee wordt bedoeld. Mevrouw Peters‑Vroom (VVD) geeft aan dat het hoogspanningsstation nodig is, maar dat andere gemeenten dan wellicht windmolens kunnen plaatsen. Mevrouw Hoogteijling vraagt of de heer Van Krevel de maatregelen in de LES realistisch vindt. De heer Van Krevel antwoordt dat hij een aantal zaken die in de LES worden benoemd niet realistisch vindt. Mevrouw Hoogteijling vraagt of hij de maatregelen in de LES ambitieus vindt. Verslag commissievergadering d.d. 12 juni 2025

pagina 18 van 21

De heer Van Krevel geeft aan dat hij de maatregelen te ambitieus vindt ten opzichte van de realiteit die mogelijk is. De heer Verharen vraagt de heer Van Krevel of hij de nota steunt. De heer Van Krevel antwoordt dat hij dit waarschijnlijk wel doet, maar met pijn in het hart. Mevrouw Peters‑Vroom (VVD) geeft aan dat de VVD liever het glas half vol ziet dan half leeg. Ze merkt op dat als er geen plannen zijn, er ook niets gebeurt. Daarom ondersteunt de fractie van de VVD de plannen, hoewel ze kritisch zijn op de invulling ervan. De heer Burgers (PvdA) vraagt of ze de motie meer bedrijven te controleren ondersteunt. Mevrouw Peters‑Vroom antwoordt dat zij graag de toezegging van de wethouder wil ontvangen dat de stukken worden meegenomen in de beoordeling, waarna zij met een afgewogen oordeel komt. De voorzitter constateert dat een motie is aangekondigd. Hij stelt voor het laatste agendapunt uiterlijk 23.45 uur af te ronden en krijgt instemming van de aanwezigen. 7.3 269931 Beslisnota rekenkameronderzoek omgevingsparticipatie De voorzitter geeft aan dat het rekenkameronderzoek met betrekking tot de omgevingsparticipatie voorligt. De raad wordt gevraagd de conclusies en aanbevelingen van de rekenkamer over te nemen.

De rekenkamer heeft onderzoek uitgevoerd en speelt daarmee in op scherper inzicht krijgen op hoe de omgevingsparticipatie in Wijchen is vormgegeven en hoe dit verder kan worden verbeterd. De rekenkamer concludeert dat de nodige stappen worden gezet, bijvoorbeeld via geactualiseerde participatiewijzers. Tegelijkertijd constateert de rekenkamer dat verdere concretisering nodig is. Het rapport heeft drie aanbevelingen: een duidelijk voorstel voor een participatieverordening, het participatiebeleid verduidelijken en de participatiewijzer aanpassen om grip op complexe projecten te vergroten. Eerste termijn De heer Burgers (PvdA) geeft aan dat zijn partij het eens is met de rekenkamercommissie en de participatieverordening tegemoet ziet. Hij benadrukt het belang van een goed participatieplan voorafgaand aan complexe projecten, zodat de participatie op een goede manier kan worden toegepast. Hij waarschuwt dat participatie soms als een kunstje wordt gezien en benadrukt dat het van tevoren goed moet worden meegenomen in de plannen. De heer Schipper (VVD) stemt in met de conclusies van het rekenkamerrapport. Hij ziet het opstellen van een participatieverordening niet alleen als een verplichting, maar ook als een kans duidelijke kaders te stellen. Hij vraagt aandacht voor doelmatigheid en het vermijden van onnodige lasten voor initiatiefnemers, vooral bij kleinere projecten.

Hij pleit voor het slim inzetten van digitale middelen om het proces eenvoudig te houden. Mevrouw Kuipers (Wijchen Lokaal) geeft aan dat zij als raadslid veel heeft opgestoken van het rapport. Zij is positief over de reactie van het college en stelt voor de beslisnota als hamerstuk naar de raadsvergadering te sturen. Zij stemt in met de punten 1 en 2 van de nota en kijkt uit naar de participatieverordening. Mevrouw Joosse‑de Visser (CDA) benadrukt de druk op de omgeving door de behoefte aan wonen, groen, natuur, bedrijven, fietspaden en ruimte voor energietransitie. Zij wijst op de woningnood en de noodzaak woningbouwprojecten snel en goed te realiseren. Zij omarmt de aanbeveling van de rekenkamer om het participatietraject beter te organiseren. De heer Lukkezen (D66) benadrukt dat de woorden over vertrouwen, zeggenschap en het serieus nemen van inwoners rechtstreeks uit hun eigen visie lijken te komen. Hij spreekt zijn steun uit voor de beslisnota en de aanbevelingen, maar benadrukt dat het niet bij formaliteiten moet blijven. Hij pleit voor participatie die toegankelijk is voor alle inwoners, ongeacht achtergrond of opleiding, en ziet participatie als een morele opdracht inwoners te erkennen als Verslag commissievergadering d.d. 12 juni 2025

pagina 19 van 21

volwaardige partners in het maken van hun leefomgeving. Hij geeft aan dat inwoners niet pas moeten worden betrokken als het plan al af is, maar al bij de eerste schets. Hij uit zijn ongenoegen over het feit dat inwoners niet op alle stukken kunnen inspreken en merkt op dat juist nu het vertrouwen in de overheid onder druk staat, het belangrijk is te laten zien dat het anders kan. De heer Kersten (Kernachtig Wijchen) geeft aan dat de conclusies glashelder zijn. Hij merkt op dat belangrijke stappen zijn gezet op het gebied van participatie bij woningbouwprojecten, maar dat er nog werk aan de winkel is. Hij vindt het lerende vermogen en de realistische blik van het rapport belangrijk, maar geeft aan dat het essentieel is duidelijk te zijn over rechten, plichten en mogelijkheden. Hij vraagt hoe het college het punt van afdwingbaarheid ziet, met name bij participatiewijzers. De heer Tiemessen (GroenLinks) geeft aan dat GroenLinks positief is over de nota. Hij benadrukt dat de conclusies concrete aandachtspunten bieden en voorbeelden bevatten voor beleid de grip op de omgevingsdialoog bij complexe of controversiële projecten te versterken. Hij stelt voor afwegingskaders op te stellen op basis van de complexiteit van de aanvragen, waardoor categorieën kunnen worden opgesteld die verschillend zijn in de uitvoering van de omgevingsparticipatie en de verplichtingen.

Hij pleit voor het automatisch agenderen van aanvragen van de meest complexe categorie als bespreekstuk, zodat indieners en betrokken inwoners de gelegenheid krijgen hun mening te geven. Wethouder Gerrits legt uit dat vanuit de Omgevingswet een verplichting is tot participatie en dat de raad kaders heeft gegeven die meer richting geven dan wat de Omgevingswet biedt. Hij waarschuwt dat het proces niet te veel als een proces moet worden gezien, maar dat het doel van participatie, namelijk het daadwerkelijk betrekken van inwoners, centraal moet staan. Hij is op voorhand geen voorstander van het strakker maken van de regels. Tweede termijn De heer Lukkezen (D66) vraagt de heer Kersten wat hij nu precies wil bereiken met zijn vraag over afdwingbaarheid. Hij vraagt ook aan de heer Tiemessen of hij hetzelfde wil als de fractie van D66. De heer Tiemessen (GroenLinks) geeft aan dat het een feit is dat op dit moment geen mogelijkheid is iets opnieuw op de agenda te zetten zonder de voltallige raad akkoord te laten gaan. Hij benadrukt dat het gaat om grote projecten en dat de categorisering van aanvragen belangrijk is. Hij geeft aan dat complexe projecten een specifieke omgevingsdialoog en omgevingsparticipatie vereisen. De heer Kersten (Kernachtig Wijchen) vraagt wat GroenLinks verstaat onder complexe projecten.

De heer Tiemessen legt uit dat het gaat om grote bouwplannen en dat de wijze van omgevingsdialoog en omgevingsparticipatie daar een belangrijke rol in spelen. Hij geeft als voorbeeld de insprekers die eerder op de avond aan het woord zijn geweest. De heer Lukkezen (D66) vraagt of GroenLinks hetzelfde doel nastreeft, namelijk dat iedere inwoner kan inspreken op welk stuk dan ook. De heer Tiemessen benadrukt dat hij en de heer Lukkezen hetzelfde doel nastreven, namelijk dat inwoners inspraak moeten hebben bij complexe projecten. Hij verduidelijkt dat het hierbij gaat om grotere bouwplannen die automatisch dienen te worden geagendeerd. De heer Kersten legt uit dat zelfs bij complexe bouwprojecten, zoals in Amersfoort en Eindhoven, nog steeds ontevredenheid bestaat onder de inwoners. Hij vraagt of de heer Tiemessen het met hem eens is dat mensen ondanks inspraak nog steeds ontevreden kunnen zijn over de inhoud van een project. De heer Tiemessen antwoordt dat hij het belangrijk vindt dat de raad inzicht krijgt in hoe de omgevingsdialoog en de verplichtingen voor initiatiefnemers worden toegepast. Hij benadrukt dat dit meer duidelijkheid geeft over het proces en de doelmatigheid ervan. Mevrouw Kuipers (Wijchen Lokaal) vraagt hoe de heer Tiemessen staat tegenover het idee van

Verslag commissievergadering d.d. 12 juni 2025

pagina 20 van 21

de heer Lukkezen dat inwoners bij alles inspraak moeten hebben. De heer Tiemessen zoekt naar een tussenoplossing en legt uit dat veel weerstand is tegen volledige participatie. De heer Lukkezen vraagt waarom de heer Tiemessen kiest voor een tussenoplossing in plaats van een echte oplossing. De heer Tiemessen denkt dat door alleen complexe aanvragen automatisch te agenderen, er meer kans is op succes. Mevrouw Kuipers vraagt wie bepaalt of een project complex is. De heer Tiemessen legt uit dat dit wordt bepaald door de categorisering die in het begin is afgesproken. Als een ondernemer of ontwikkelaar met een complex project aankomt, wordt de weg van omgevingsparticipatie anders dan bij kleinere projecten. De voorzitter stelt voor dat de heer Tiemessen dit onderwerp verder bespreekt in het presidium en dat de vergadering zich houdt aan het huidige onderwerp. De heer Kersten (Kernachtig Wijchen) is blij met het antwoord van de wethouder. De heer Burgers (PvdA) vraagt de heer Kersten of hij niet twee dingen door elkaar haalt door te benadrukken dat participatie in Amersfoort niet goed is verlopen. De voorzitter vraagt de heer Burgers zijn vraag kort te houden. De heer Burgers besluit geen vragen meer te stellen. De heer Kersten benadrukt dat in Wijchen veel goede participatieprocessen zijn bij woningbouwprojecten.

De heer Tiemessen (GroenLinks) vraagt waarom de heer Kersten zegt dat sommige partijen vinden dat woningbouwprojecten niet goed verlopen. De heer Kersten verwijst naar de opmerking dat participatie een kunstje is. Hij verwijst naar een rapport van de rekenkamer waarin wordt geconcludeerd dat participatie bij woningbouwprojecten in Wijchen goed verloopt. De heer Burgers vraagt of bij participatieprojecten een verschil wordt gemaakt tussen deelnemen aan participatie en het feit dat de helft van de mensen misschien ontevreden is omdat zij hun zin niet krijgen. Hij benadrukt dat participatie wel heeft plaatsgevonden en dat dit belangrijk is. De heer Kersten reageert door te bevestigen dat dit inderdaad het geval is. Hij legt uit dat bij veel participatieprojecten deelnemers goed participeren, maar dat er nog steeds ontevredenheid kan zijn. Hij verwijst opnieuw naar het rapport van de rekenkamer, dat aantoont dat deelnemers soms ontevreden zijn over de uitkomst van een woningbouwproject, niet over het participatieproces zelf. De voorzitter besluit het debat af te ronden, aangezien de afgesproken tijd van 23.45 uur is overschreden. Hij constateert dat geen moties of amendementen zijn aangekondigd en stelt voor dit stuk als hamerstuk in de raadsvergadering van 26 juni 2025 te behandelen. 8. Sluiting De voorzitter sluit de vergadering en bedankt alle aanwezigen voor hun deelname.

Verslag commissievergadering d.d. 12 juni 2025

pagina 21 van 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=63a3f6f0-d2c2-4e6b-9c1c-799b32969867