CConstaterende datwijchen
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-02-13 Conceptverslag commissievergadering

Commissievergadering Wijchen 13 maart 2025, gemeente wijchenBij agendapunt: Vaststellen concept verslag commissievergadering 13 februari en besluitenlijst8.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

CONCEPT Verslag

van de commissievergadering van de gemeente Wijchen gehouden op 13 februari 2025 om 19.30 uur in het Kasteel te Wijchen

Voorzitter

Dhr. J.M.T. Evers

CDA

Mevr. C.E. Hoogteijling Dhr. J.G.F.M. Peters Sengers Dhr. I.G.A. Janssen Dhr. G. Reichgelt Dhr. P.R. Oomen Dhr. H. Tiemessen (fractievoorzitter) Dhr. J.T.G. Kersten Mevr. R. Loermans (fractievoorzitter) Dhr. T.T.M. Burgers (fractievoorzitter) Dhr. Y.J.T.M. Merkus Mevr. A.M. van Dam Dhr. T.A.A.J. Haerkens Dhr. C.W.B.J. Timmerman Dhr. P.P. Verbeeten

D66 Wijchen GroenLinks Kernachtig Wijchen PvdA Wijchen VVD Wijchen Lokaal

Commissiegriffier

Dhr. T.F.G.J.M. Tielen

Burgemeester

Mevr. R. Helmer-Englebert

Wethouders

Dhr. A.A.A.M. van Bronkhorst Dhr. G.W.R. Gerrits

Verslaglegging

Emma Handson B.V.

Insprekers

Dhr. A. van Tilborg

Publiek

XXX

1. Opening De voorzitter, de heer Evers, opent de commissievergadering en heet alle commissieleden, gasten en kijkers thuis welkom. Hij legt uit dat tijdens een commissievergadering politieke partijen hun ideeën, gedachten en visies uitwisselen over de geagendeerde onderwerpen. Hij benadrukt dat fracties die afwijken van voorstellen van het college, zullen proberen medestanders te vinden bij andere fracties. De commissieleden hebben voorafgaand aan de vergadering technische vragen kunnen stellen aan de betrokken ambtenaren en zullen vanavond politieke vragen aan elkaar en aan het college stellen. De agendacommissie heeft de spreektijd bepaald op 3 minuten per fractie voor het vragenhalfuur en 6 minuten per fractie voor de bespreekstukken. Het college heeft exclusief het vragenhalfuur 12 minuten spreektijd. 2. Mededelingen Er zijn geen mededelingen. 3. Vaststellen agenda Er zijn geen bezwaren tegen de voorgestelde agenda, en de agenda wordt unaniem vastgesteld. 4.

Vaststellen verslag en lijst besluiten, adviezen en toezeggingen

Verslag commissievergadering d.d. 13 februari 2025

pagina 1 van 13

De voorzitter constateert dat er geen opmerkingen zijn binnengekomen over het verslag en de lijst met besluiten, adviezen en toezeggingen. Beide worden ongewijzigd vastgesteld. 5. Vragenhalfuur De voorzitter meldt dat er geen vragen zijn aangekondigd voor het vragenhalfuur. 6. Mededelingen en vragen over verbonden partijen Er zijn geen mededelingen of vragen over verbonden partijen. 7. Bespreekstukken 7.1a 274705 Beslisnota Wijkcontactfunctionaris 7.1b 269844 Informatienota Gevolgen uitstel gebiedscoördinatoren De voorzitter introduceert de eerste bespreekstukken van de avond: de Beslisnota Wijkcontactfunctionaris en de Informatienota Gevolgen uitstel gebiedscoördinatoren. Hij legt uit dat de gemeenteraad op 7 november 2024 besloot het budget voor participatie en co-creatie voorlopig te reserveren en te wachten met de uitvoering van het participatie- en co-creatiekader tot na de behandeling van de Perspectiefnota 2025. Het college heeft de gemeenteraad via de Informatienota geïnformeerd over de gevolgen van dit besluit, waaronder de beperking van de mogelijkheden om het participatiebeleid volledig uit te voeren en de nadruk op een tijdelijke, projectmatige aanpak van inwonersparticipatie. Het ontbreken van gebiedscoördinatoren bemoeilijkt het onderhouden van duurzame relaties met belangenorganisaties en het ondersteunen van inwonersinitiatieven.

De Beslisnota over de wijkcontactfunctionaris bevat een voorstel van het college om een deel van het formatiebudget vrij te geven voor de tijdelijke aanstelling van een wijkcontactfunctionaris, bedoeld om het contact met inwoners en leefbaarheidsgroepen (LBG’s) op te vangen in afwezigheid van gebiedscoördinatoren. De kosten bedragen € 34.990 en worden gedekt uit het bestaande budget dat door het eerdere besluit was gereserveerd. De agendacommissie heeft voorgesteld om deze nota's gecombineerd te bespreken, aangezien beide onderwerpen nauw met elkaar samenhangen. De heer Van Tilborg krijgt als inspreker namens de LBG’s en de dorpsraad het woord. Hij heeft 5 minuten spreektijd en de commissieleden krijgen na zijn bijdrage de gelegenheid om verhelderende vragen te stellen. De heer Van Tilborg uit zijn zorgen over het gebrek aan invulling van de functie van wijkcontactfunctionaris door ziekte en vraagt zich af of deze functie is opgeheven en of de financiering is beëindigd. Hij benadrukt dat al meer dan een jaar allerlei beloftes worden gedaan, maar dat dit weinig tot geen resultaten oplevert. De LBG’s krijgen te horen dat de nieuw aan te stellen gebiedscoördinatoren de rol van wijkcontactfunctionaris overnemen. Aanvankelijk is sprake van drie coördinatoren, in het begrotingsvoorstel wordt dit teruggebracht naar twee.

Het amendement Pas op de plaats stelt de aanstelling van gebiedscoördinatoren uit. De grootste politieke partij van de coalitie (Kernachtig Wijchen) was voorstander van directe communicatie met burgers. De heer Van Tilborg vraagt zich af hoe deze partij dit amendement kon steunen. Onlangs heeft het college beloofd snel afspraken op papier te zetten, maar in januari 2025 hebben de LBG’s te horen gekregen dat ook die afspraak is uitgesteld. Hij stelt voor om de wijkcontactfunctionaris meteen al de rol van gebiedscoördinator te geven, aanvankelijk parttime, en zo snel mogelijk uit te breiden naar drie fte’s, om de situatie beter in balans te brengen en alle partijen recht te doen. Hij kan zijn betoog helaas niet afmaken wegens gebrek aan tijd. De heer Reichgelt (D66) vraagt naar de gevolgen van het voorstel op de lange termijn voor de LBG’s. De heer Van Tilborg antwoordt dat de LBG’s als structuur voor het einde van het kalenderjaar verdwijnen en dat een ander soort communicatiemiddel moet worden gezocht. De heer Burgers (PvdA) vraagt om kort samen te vatten wat de heer Van Tilborg in de tweede 5 minuten wilde vertellen. De heer Van Tilborg

Verslag commissievergadering d.d. 13 februari 2025

pagina 2 van 13

antwoordt dat hij de Informatienota volledig steunt en dat deze goed omschrijft dat een aantal dingen on hold worden gezet. Hij geeft ook een tip over de ambtelijke organisatie, namelijk dat de gemeente denkt in twee pijlers, participatie en leefbaarheid, met twee verschillende ambtenaren, wat verwarring geeft en waarvoor een oplossing moet komen. De voorzitter dankt de heer Van Tilborg voor zijn bijdrage en kondigt aan dat de beraadslaging nu begint. In de eerste termijn krijgen de woordvoerders de gelegenheid om hun mening te geven over de nota's, zonder onderbreking door leden van andere fracties. Er kunnen ook politieke vragen aan het college worden gesteld die na de eerste termijn worden beantwoord. In de tweede termijn gaan de commissieleden met elkaar in debat en kunnen ze op elkaars standpunten reageren en vragen aan elkaar stellen via interrupties. Eerste termijn De heer Merkus (PvdA) geeft aan dat de PvdA voorstander is van de gebiedscoördinatoren, omdat dit een manier is om vanuit het gemeentehuis dichter bij de inwoners te staan. Hij merkt op dat het college ontevreden lijkt over de huidige koers en vraagt of het college de voorkeur geeft aan de onmiddellijke inzet van de gebiedscoördinatoren.

Hij onderschrijft de kanttekeningen van het college en merkt op dat het inzetten van een wijkcontactfunctionaris voor een korte tijd geen goed idee is, omdat deze functionaris niet voldoende tijd heeft om kennis te maken met alle LBG’s. Hij overweegt om de Beslisnota te amenderen en te starten met één gebiedscoördinator die kan bouwen aan de relatie met de LBG’s en alvast een plan kan maken voor de overige coördinatoren. Mevrouw Hoogteijling (CDA) constateert dat de Informatienota geen nieuwe kennis of feiten toevoegt ten opzichte van de raadsvergadering over de begroting in november 2024. Ze staat achter de Informatie‑ en de Beslisnota, maar vraagt zich af hoe zinvol het is om nu de werving voor een wijkcontactfunctionaris te starten, aangezien deze persoon pas goed gestart is vlak voor de behandeling van de Perspectiefnota, waarbij definitief wordt besloten over de inzet van gebiedscoördinatoren. De heer Verbeeten (Wijchen Lokaal) benadrukt dat een wijkcontactfunctionaris of gebiedscoördinator alleen iets toevoegt als in de praktijk echt iets met de input wordt gedaan. Wijchen Lokaal is voorstander van de gebiedscoördinator, omdat iedere poging tot het verbeteren van inwonerscontact moet worden opgepakt. Hij merkt op dat de motie Pas op de plaats zelf een pas op de plaats moet maken.

Bij het verdelen van de portefeuilles heeft de burgemeester een extra nieuwe portefeuille, versterken inwonersbetrokkenheid, gekregen. Het doel daarvan was de verbinding tussen het dagelijks bestuur en de inwoners te versterken. Het tijdelijk werk verschaffen via een tijdelijk gecreëerde functie vindt Wijchen Lokaal geen goed idee. De tijdelijke invulling, totdat de gebiedscoördinator gaat werken, moet het college volgens de heer Verbeeten oppakken. Hierdoor kan het college direct zonder tussenlagen goed contact met de inwoners verkrijgen en de toekomstige gebiedscoördinator op basis van eigen ervaringen goede adviezen meegeven. Mevrouw Van Dam (VVD) merkt op dat met het uitstellen van de aanstelling van de gebiedscoördinatoren tijdens de begroting wel is besloten te starten met de wijkcontactfunctionaris. Ze stelt twee vragen aan de wethouder: hoe realistisch het is om in korte tijd een geschikte kandidaat voor deze rol te werven, en of er mogelijkheden zijn om deze functie te combineren met andere aandachtsgebieden. Dit kan de functie aantrekkelijker maken voor kandidaten en zorgen voor een bredere inzetbaarheid en continuïteit in de samenwerking met wijken en kernen. Verslag commissievergadering d.d. 13 februari 2025

pagina 3 van 13

De heer Kersten (Kernachtig Wijchen) geeft aan dat hij verbaasd was toen hij de Informatienota las. Hij vraagt het college waarom deze nota is opgesteld en merkt op dat er financieel zware tijden aankomen, waarbij pijnlijke maatregelen moeten worden genomen. Hij vraagt of het college van plan is voor alles wat niet gedaan wordt een nota op te stellen. Hij benadrukt dat burgerparticipatie belangrijk is en dat LBG’s nu al een vast aanspreekpunt bij de gemeente missen. Hij vraagt of het budget van € 35.000 in verhouding staat tot de 16 uur en hoeveel zin het heeft om dit budget nu te besteden, terwijl nog een functionaris moet worden geworven. Hij herhaalt dat Kernachtig Wijchen een absolute meerwaarde ziet in de gebiedscoördinatoren, mits ingebed in de organisatie, maar dat er financieel zware tijden aankomen. Kernachtig Wijchen weegt een structurele investering van € 300.000 af tegenover de hele begroting. Meer uitgeven aan deze coördinatoren betekent minder uitgeven op andere gebieden. De heer Tiemessen (GroenLinks) geeft aan dat zijn fractie nog niet zeker weet of de Beslisnota wijkfunctionaris iets oplevert. Hij benadrukt dat het college heldere taal spreekt in de Informatienota over de gevolgen van het uitstel van de aanstelling van de gebiedscoördinatoren.

Hij merkt op dat dit uitstel het proces van het versterken van de samenwerking tussen de gemeente en de kernen, wijken en belangenorganisaties geen goed heeft gedaan. Hij vraagt welk signaal de coalitiepartijen wilden afgeven door de bekostiging van drie gebiedscoördinatoren op te schorten. Hij merkt op dat burenparticipatie en co-creatie belangrijke onderwerpen zijn voor GroenLinks en dat het budget van de wijkcoördinator als een mogelijke tijdelijke oplossing wordt gezien, in afwachting van een positief besluit tijdens de Perspectiefnota 2025. De heer Reichgelt (D66) verwijst naar het amendement Pas op de plaats, waarmee de coalitiepartijen de financiering voor de gebiedscoördinatoren hebben ingetrokken. Hij benadrukt dat stilstand achteruitgang betekent en vat de stand van zaken samen. In september 2024 heeft de gemeenteraad unaniem de Beslisnota Participatie en co-creatiekader aangenomen, waarin is vastgelegd dat gewerkt gaat worden met gebiedscoördinatoren. In november 2024 hebben de collegepartijen met het amendement Pas op de plaats bewerkstelligd dat de financiering voor de gebiedscoördinatoren werd aangehouden. Nu komt het college terug naar de gemeenteraad met de vraag of het datzelfde geld in mag zetten voor het uitvoeren van oud beleid. De heer Reichgelt benadrukt dat dit geen pas op de plaats is, maar eerder één stap vooruit en twee stappen achteruit.

Hij geeft aan dat de fractie van D66 kritisch is over het voorliggende voorstel en heeft twee zorgpunten. Ten eerste is het urenaantal van de wijkcontactfunctionaris erg laag, waardoor het nauwelijks mogelijk is goed contact op te bouwen met burgers en LBG’s. Ten tweede kan de wijkcontactfunctionaris geen perspectief worden geboden, omdat de functie na 2025 komt te vervallen. Hij vraagt de wethouder hoe het zit met de financiering van gebiedscoördinatoren na 2025 en of daarvoor geld is gereserveerd. Hij geeft aan dat de fractie van D66 constructief wil meedenken en overweegt het voorstel te amenderen in aansluiting op wat de heer Merkus al heeft voorgesteld, namelijk een vergelijkbaar amendement om te gaan werven voor gebiedscoördinatoren. De vergadering wordt voor vijf minuten geschorst zodat het college een reactie kan voorbereiden. Wethouder Van Bronkhorst verwijst naar het feit dat de wijkcontactfunctionaris in februari 2024 is gestopt, in aanloop naar het opzetten van het participatie- en co-creatiekader. Hij legt uit dat bij de Perspectiefnota 2024 al een besluit zou worden genomen, maar dat dit helaas niet is gelukt en het besluit is doorgeschoven naar de begroting. Hij geeft aan dat destijds werd Verslag commissievergadering d.d. 13 februari 2025

pagina 4 van 13

gedacht dat de tijd tussen februari 2024 en juli 2024 te kort was om een geschikte persoon te vinden. Inmiddels is de wijkcontactfunctionaris een jaar gestopt, hoewel deze wel voor een beperkt aantal uren aan het werk is gebleven en het halfjaarlijks overleg met LBG’s heeft voorbereid. De heer Van Bronkhorst laat weten dat het budget voor de wijkcontactfunctionaris voldoende is en dat het aantal uren niet minder wordt met het bedrag dat daarvoor is gereserveerd. Hij geeft aan dat in september 2024 samen met de klankbordgroep van de LBG een start is gemaakt met de uitwerking van het kader voor LBG’s. Hij merkt op dat er mogelijk intern mensen zijn die de rol van wijkcontactfunctionaris kunnen vervullen en dat perspectief kan worden geboden aan de nieuwe medewerker, bijvoorbeeld door doorstroommogelijkheden binnen de academie van de Werkorganisatie Druten Wijchen (WDW) of externe opleidingsmogelijkheden. Burgemeester Helmer‑Englebert legt uit dat het idee van gebiedscoördinatoren in september 2024 is voorgesteld en nog steeds draagvlak heeft. Ze legt uit dat de brief is toegestuurd, omdat een deel van het beleid niet kan worden uitgevoerd door het niet toekennen van gelden, en dat dit helder moest worden gecommuniceerd om te voorkomen dat er vragen of verwachtingen ontstaan.

De heer Reichgelt (D66) vraagt nogmaals naar de financiering van de gebiedscoördinatoren na 2025 en of daarvoor geld is gereserveerd. Wethouder Van Bronkhorst antwoordt dat er geld in de lopende begroting beschikbaar is voor de wijkcontactfunctionaris, maar dat de middelen voor de gebiedscoördinatoren on hold staan en dat de gemeenteraad hierover een besluit neemt bij de Perspectiefnota 2025. De heer Kersten (Kernachtig Wijchen) vraagt of het collegebeleid nu inhoudt dat bij ieder beleid waarmee wordt gestopt, de gemeenteraad een nota krijgt toegestuurd. Burgemeester Helmer‑Englebert antwoordt dat dit een bijzondere situatie was, omdat het beleid net nieuw was vastgesteld en de middelen niet werden toegekend, waardoor het belangrijk was om te communiceren wat niet kan worden uitgevoerd. Tweede termijn De heer Merkus (PvdA) geeft aan dat zijn fractie voorstander is van de gebiedscoördinatoren. Hij ziet obstakels bij het aanstellen van een tijdelijke contactfunctionaris en overweegt de Beslisnota te amenderen om één gebiedscoördinator aan te stellen, zodat de tijdelijke functionaris niet hoeft door te groeien naar een coördinator. De heer Kersten (Kernachtig Wijchen) vraagt hoe de PvdA van plan is de coördinator te financieren; er is € 100.000 voor nodig.

De heer Merkus antwoordt dat er ideeën zijn om dit tijdelijk te dekken met incidentele middelen en daarna te verwerken in de begroting of Perspectiefnota. Hij geeft aan dat de PvdA‑fractie graag ideeën van andere partijen hoort en sluit af met de opmerking dat ze benieuwd zijn naar de reacties op het mogelijke amendement van de PvdA. Mevrouw Hoogteijling (CDA) merkt op dat de meeste fracties zich afvragen hoe zinvol de investering is om nu nog een wijkcontactfunctionaris aan te stellen. Het proces om iemand aan te stellen kost immers veel tijd. De CDA‑fractie is geen voorstander van de gebiedscoördinatoren, de discussie gaat volgens mevrouw Hoogteijling echter over het voorkomen van een lastige financiële positie. Zij vindt dat geen betrouwbaar bestuur. De heer Reichgelt (D66) vraagt om verduidelijking omtrent het aanstellen van wijkcontactfunctionarissen. Volgens hem was de bijdrage in de eerste termijn dat het CDA deze aanstelling ongewenst vindt en eventueel wel openstaat voor het maken van een start met het aanstellen van gebiedscoördinatoren. Mevrouw Hoogteijling geeft aan dat ze niet heeft gezegd Verslag commissievergadering d.d. 13 februari 2025

pagina 5 van 13

dat het aanstellen van wijkcontactfunctionarissen op dit moment ongewenst is. De heer Tiemessen (GroenLinks) vraagt of het CDA wel voorstander is van een tijdelijke oplossing door middel van een adviseur. Mevrouw Hoogteijling antwoordt dat dat in 2024 al de bedoeling was. Het is in 2024 niet gelukt om voor de zomer de nota over de gebiedscoördinatoren te bespreken. Door dit uitstel is de positie van coördinator niet ingevuld. Ze geeft aan dat de partij worstelt met het uitstellen van de keuzes en tegelijkertijd het niet invullen van de positie. De heer Tiemessen merkt op dat mevrouw Hoogteijling veel aarzelt. Het college wil graag gebiedscoördinatoren en vraagt of mevrouw Hoogteijling dat ook wil. Ze legt uit dat het CDA graag gebiedscoördinatoren wil. De heer Merkus (PvdA) vraagt hoe het CDA over het amendement denkt om alvast één gebiedscoördinator aan te stellen. Mevrouw Hoogteijling antwoordt dat het amendement vooruitloopt op een integrale afweging. Ze herhaalt dat het CDA graag gebiedscoördinatoren wil, maar dat de partij zich zorgen maakt over de financiële keuzes die moeten worden gemaakt. Ze wil voorkomen dat nu iets wordt gestart waarvan de mogelijkheid bestaat dat het later moet stoppen vanwege bezuinigingen of dat bijvoorbeeld de bibliotheek deels moet sluiten vanwege deze keuze.

De heer Reichgelt (D66) constateert dat mevrouw Hoogteijling de gebiedscoördinatoren wel wil, maar het geld er niet voor overheeft. Mevrouw Hoogteijling merkt op dat het CDA inderdaad graag de gebiedscoördinatoren wil, maar dat financiële keuzes moeten worden gemaakt in het kader van het Ravijnjaar 2026 (het jaar waarin het huidige financiële systeem eindigt en pas in 2027 opnieuw wordt opgestart met een nieuw systeem). De heer Reichgelt vraagt hoe het CDA zijn positie kan rijmen met de unaniem aangenomen nota voor participatie en co-creatiekader. Mevrouw Hoogteijling antwoordt dat het getuigt van realiteitszin en betrouwbaar bestuur om niet nu iets te starten waarvan de mogelijkheid bestaat dat het moet stoppen. Ze benadrukt dat mogelijk draconische besluiten moeten worden genomen vanwege bezuinigingen. De heer Reichgelt merkt op dat het CDA van deze mogelijke bezuinigingen op de hoogte was toen de partij instemde met de nota voor participatie en co‑creatiekader. Mevrouw Hoogteijling merkt op dat de impact van de bezuinigingen op dat moment nog niet duidelijk waren. Zij herhaalt dat ze een voorstander is van gebiedscoördinatoren, maar dat een afweging moet worden gemaakt met alle bezuinigingen die op de gemeente af komen.

De heer Merkus vraagt hoe het CDA denkt over de mogelijkheid om incidentele middelen te gebruiken om alvast één gebiedscoördinator aan te stellen en vervolgens bij de begroting te kijken of ruimte is voor een uitbreiding. Mevrouw Hoogteijling geeft aan dat ze aarzelt met betrekking tot de incidentele middelen. Ze vraagt zich af of die middelen beschikbaar zijn en wat ervoor moet worden gelaten. Daarnaast merkt ze op dat de burgemeester in het verleden heeft aangegeven dat één gebiedscoördinator niet voldoende is. De heer Tiemessen merkt op dat allerlei organisaties bezig zijn met burgerparticipatie en hij vindt dit het moment om aan te geven dat de gemeente burgerparticipatie echt van belang vindt. Hij merkt daarbij op dat burgerparticipatie in de plannen van de coalitie wordt genoemd. Hij vraagt naar de mening van mevrouw Hoogteijling. Zij antwoordt dat zij van mening is dat de gemeente nog moeilijke keuzes moet maken met betrekking tot de Perspectiefnota. De heer Tiemessen vraagt wat het effect kan zijn als deze coördinatoren worden ingetrokken. Hij vraagt wat dat kan betekenen voor de contacten met de LBG’s. Mevrouw Hoogteijling antwoordt dat zij niet in de toekomst kan kijken. De heer Merkus vraagt of het zin heeft om als PvdA verder te gaan met het uitwerken van het amendement en of zij kunnen rekenen op de hulp van het CDA.

Mevrouw Hoogteijling antwoordt dat het zin heeft als het over de wijkcontactfunctionaris gaat en dat erover kan worden nagedacht hoe deze op een praktische manier met enig perspectief kan worden ingezet. De heer Verbeeten (Wijchen Lokaal) merkt op dat het college niet heeft gereageerd op zijn suggestie dat het college extra support kan geven als coördinator. Hij benadrukt dat het misschien als een vreemd voorstel klinkt, maar serieus is bedoeld. Hij kan zich herinneren dat Verslag commissievergadering d.d. 13 februari 2025

pagina 6 van 13

in 2010 is besloten om de broekriem aan te trekken en met drie wethouders en een burgemeester van start te gaan, omdat het financieel minder goed ging. Nu zijn er vier wethouders en een burgemeester en is een gat ontstaan van een korte periode dat moet worden overbrugd. Hij benadrukt het belang van financiële dekking en merkt nogmaals op dat het wat hem betreft geen raar idee is om het college een extra stap te laten zetten. De heer Reichgelt (D66) vraagt of Wijchen Lokaal bereid is het amendement van de heer Merkus te steunen. De heer Verbeeten reageert dat financiële dekking essentieel is en erkent de uitdagingen die de gemeente moet oplossen, zoals de draconische besluiten die moeten worden genomen. Hij stelt voor een goede mix van inwonersbetrokkenheid te behouden, zodat mensen de gemeente kunnen bereiken binnen de financiële mogelijkheden. Mevrouw Hoogteijling (CDA) vraagt of de heer Verbeeten suggereert om een wethouder naar huis te sturen. De heer Verbeten legt uit dat hij juist het tegenovergestelde bedoelt en dat hij voorstelt dat iemand binnen het college tijdelijk de portefeuille inwonerscontact sterker oppakt. Mevrouw Hoogteijling uit haar bezorgdheid over de werkdruk van wethouders en vraagt of de heer Verbeeten echt bedoelt dat wethouders nog meer taken op zich moeten nemen.

De heer Verbeeten bevestigt dit en vergelijkt het met het bedrijfsleven, waar het normaal is om extra uren te maken als dat nodig is. De voorzitter wijst erop dat de discussie bij het onderwerp moet blijven en geeft het woord aan mevrouw Van Dam (VVD). Zij sluit zich aan bij de vraag van mevrouw Hoogteijling en probeert de heer Verbeeten te begrijpen. Ze merkt op dat hij in de eerste termijn heeft aangegeven dat het college op meer afstand van de inwoners moet staan. Ze vraagt hoe hij verwacht dat de wethouder zijn werk invult en benadrukt dat de wethouder zijn eigen portefeuille heeft. De heer Verbeeten verduidelijkt dat hij niet heeft gesuggereerd dat er meer afstand moet zijn tussen het college en de inwoners. Hij verwijst naar een eerdere coalitievorming waarin de burgemeester een extra portefeuille inwonerscontact kreeg. Hij stelt voor dat het college tijdelijk de rol van coördinator overneemt, totdat er budgettaire mogelijkheden zijn. De heer Kersten (Kernachtig Wijchen) vraagt wat de organisatorische gevolgen zijn van het idee van de heer Verbeeten. Hij vergelijkt het met een wethouder die zelf zonnepanelen legt en noemt het idee van de heer Verbeeten het stomste idee dat Wijchen Lokaal kan hebben. De heer Verbeeten besluit niet te reageren op de opmerking van de heer Kersten.

Mevrouw Van Dam (VVD) benadrukt dat het uitstellen tot nader orde van het aanstellen van de gebiedscoördinatoren niet betekent dat het is afgesteld, maar dat het bestuur keuzes moet durven maken. Ze geeft aan dat goed bestuur ook betekent dat de begroting klopt. Wijchen moet betaalbaar zijn en blijven. De heer Tiemessen (GroenLinks) vraagt wat mevrouw Van Dam bedoelt met ‘tot nader orde’ en of ze een voorbeeld kan geven. Mevrouw Van Dam antwoordt dat de Perspectiefnota in het voorjaar van 2025 komt en dat de discussie dan plaatsvindt. Ze is positief gestemd over de antwoorden van de wethouder en ziet kansen voor uitbreiding binnen de WDW. De heer Merkus (PvdA) vraagt of het een goed idee is om gelijk te starten met een gebiedscoördinator, wat een relatief kleine investering is. Mevrouw Van Dam antwoordt dat het geld ergens vandaan moet komen en dat het nu niet beschikbaar is. De heer Reichgelt (D66) vraagt wat de VVD gaat doen met de Beslisnota. Mevrouw Van Dam antwoordt dat het voor hen een hamerstuk had kunnen zijn en dat ze voor stemmen. De heer Reichgelt vraagt of het geen geldverspilling is om een wijkcontactfunctionaris aan te stellen die daarna weer verdwijnt. Mevrouw Van Dam antwoordt dat het geen geldverspilling is en dat de functie juist problemen kan oplossen die er nu zijn.

Daarnaast ziet zij mogelijkheden met betrekking tot het combineren van parttime functies of het intern werven van een coördinator. De heer Merkus vraagt of het bespreekbaar is voor de VVD om een gebiedscoördinator aan te stellen voor een kleine investering. Mevrouw Van Dam antwoordt dat het geld er nu niet is.

Verslag commissievergadering d.d. 13 februari 2025

pagina 7 van 13

De heer Kersten (Kernachtig Wijchen) bedankt het college voor de antwoorden maar blijft een onbevredigend gevoel houden bij de Informatienota. Hij verzekert dat bij het indienen van de nota rekening is gehouden met de gevolgen van uitstel en dat de fractie van Kernachtig Wijchen constant heeft gewikt en gewogen. De heer Tiemessen (GroenLinks) vraagt om te verduidelijken wat de gevolgen kunnen zijn voor de contacten met de kernen en wijken als gevolg van de Informatienota. De heer Kersten antwoordt dat het voorlezen van de Informatienota weinig zin heeft. De heer Verbeeten (Wijchen Lokaal) vraagt wat er raar is aan het idee aan een wethouder of ander lid van het college te vragen tijdelijk extra stappen te zetten met betrekking tot inwonerscontact. De heer Kersten merkt op dat dit idee een organisatorische puinhoop veroorzaakt. De heer Verbeeten vraagt waarop de heer Kersten dat baseert. De wethouder staat dan immers dichter bij de burger. De heer Kersten vraagt of de heer Verbeeten een voorbeeldgemeente heeft waar dit succesvol gebeurt en wijst erop dat het college al veel doet aan burgerparticipatie, met voorbeelden zoals de projecten Tussen Kasteel en Wijchens Meer, Hart van Zuid, Balgoij‑West, en de verduurzaming van de Zandloper in Bergharen.

De heer Reichgelt (D66) vraagt hoe de heer Kersten kan verklaren dat zijn fractie in september 2024 instemde met de nota Participatie en co-creatie, maar nu geen geld beschikbaar wil stellen. De heer Kersten antwoordt dat instemming met de nota destijds niet direct betekende dat ze akkoord gaan bij de uiteindelijke afweging tijdens de begrotingsbehandeling. Hij benadrukt dat ze bij de Perspectiefnota opnieuw een integrale financiële afweging maken. De heer Verbeeten vraagt waarom Wijchenaren nog steeds het gevoel hebben dat de gemeente ver van hen af staat in het contact, ondanks de vele projecten die de heer Kersten heeft opgesomd. De heer Kersten erkent dat er gevallen zijn waar de inwonersbetrokkenheid beter kan, maar benadrukt dat ook veel goed gaat. Hij wijst erop dat de fractievoorzitter van de heer Verbeeten in de Wegwijs heeft geschreven dat niets met input wordt gedaan en dat er een gebrek aan communicatie is en bij die bewoordingen wil de heer Kersten zich niet aansluiten. De heer Kersten geeft toe dat hij interessante inzichten tijdens de vergadering heeft verkregen over de Beslisnota Wijkcontactfunctionaris. Hij sluit zich aan bij mevrouw Hoogteijling wat betreft de financieel onzekere tijden die eraan komen voor gemeente Wijchen en vraagt de andere commissieleden zich hiervan bewust te zijn.

De heer Merkus (PvdA) vraagt of het voor de fractie van de heer Kersten onbespreekbaar is om aan het amendement te werken. De heer Kersten antwoordt dat het verstrekken van structurele gelden voor gebiedscoördinatoren onbespreekbaar is op dit moment en dat ze niet vooruit willen lopen op de behandeling van de Perspectiefnota. De heer Merkus vraagt of het aanwenden van incidentele middelen bespreekbaar is. De heer Kersten antwoordt dat dit slecht werkgeverschap is, omdat die oplossing de indruk wekt dat daarna structureel geld beschikbaar is. De heer Merkus stelt voor om een tijdelijk contract voor een tijdelijke periode uit te stellen, omdat kerngericht werken belangrijk is voor Kernachtig Wijchen en een gebiedscoördinator daarvoor juist de uitgelezen kans is. De heer Kersten erkent de waarde van gebiedscoördinatoren, maar benadrukt dat de gemeente Wijchen geen beloftes kan doen die ze uiteindelijk niet waar kunnen maken. De heer Tiemessen (GroenLinks) spreekt zijn waardering uit voor het voorstel en de mooie woorden over het belang van gebiedscoördinatoren. De heer Kersten (Kernachtig Wijchen) vraagt of GroenLinks bereid is om middels de Onroerende-zaakbelasting (OZB) de gebiedscoördinatoren te dekken. De heer Tiemessen vraagt of de heer Kersten daaraan mee wil werken.

De heer Kersten antwoordt dat hij zich zorgen maakt over de financiële situatie en dat een OZB-verhoging van 40% nodig is om alle bezuinigingen te dekken. Hij vraagt of een dergelijke verhoging bespreekbaar is voor de heer Tiemessen. De heer Tiemessen benadrukt dat hij openstaat voor alle mogelijkheden om burgerparticipatie te bevorderen, maar wil niet speculeren over een OZB-verhoging. De heer Kersten vraagt de heer Tiemessen om Verslag commissievergadering d.d. 13 februari 2025

pagina 8 van 13

opheldering; eerst vraagt hij Kernachtig Wijchen om mee te doen met een OZB‑verhoging en daarna wil hij niet speculeren over een dergelijke verhoging. De heer Tiemessen herhaalt dat hij openstaat voor alle mogelijkheden om burgerparticipatie te bevorderen en graag samen met de heer Kersten wil nadenken over een OZB‑verhoging. De heer Kersten corrigeert dat hij nooit heeft aangegeven de OZB te willen verhogen maar hij merkt op dat een verhoging van 40% voor GroenLinks een mogelijkheid is. De heer Tiemessen merkt op dat hij zich niet heeft uitgelaten over de verhoging van 40%. De heer Tiemessen benadrukt het belang van burgerparticipatie en wijst op de twijfels van de wethouder over de inzetbaarheid van de adviseur. Hij vreest dat burgers afhaken als er geen vooruitgang wordt geboekt en benadrukt het belang van meer mensen naar de stembus krijgen. Mevrouw Van Dam (VVD) vraagt hoe het mogelijke amendement gefinancierd wordt en welke keuzes moeten worden gemaakt. Ze benadrukt dat er duidelijkheid moet komen over wat niet wordt gedaan om het amendement te bekostigen. De heer Tiemessen geeft aan dat er mogelijkheden zijn en dat hij bereid is samen met de indieners na te denken over waar de middelen vandaan kunnen komen.

Hij verwijst naar eerdere creatieve oplossingen en suggereert dat wellicht geld kan worden gevonden door bepaalde projecten, zoals een parkeerplaats, tijdelijk niet uit te voeren. Mevrouw Hoogteijling (CDA) vindt het interessant dat de heer Tiemessen pleit voor een integrale benadering van de financiering en vraagt of de behandeling van de Perspectiefnota niet de juiste plek is om deze besluiten tegen elkaar af te wegen. De heer Tiemessen bevestigt dat de behandeling van de Perspectiefnota een belangrijke periode is waarin beslissingen over toekomstige projecten worden genomen. Hij benadrukt dat tot die tijd moet worden gewacht, tenzij onverwacht extra middelen beschikbaar komen. Hij uit zijn zorgen over de afwegingen die moeten worden gemaakt en geeft aan dat er weinig concrete antwoorden zijn gekomen op zijn vragen. Mevrouw Hoogteijling vraagt of de heer Tiemessen begrijpt dat er zorgen zijn over mogelijke bezuinigingen, zoals het sluiten van de bibliotheek voor de helft van de week. Ze vraagt of hij de zorgen van haar fractie begrijpt. De heer Tiemessen antwoordt dat hij empathisch genoeg is om de zorgen te begrijpen en erkent dat er keuzes moeten worden gemaakt. Hij stelt voor om te kijken naar herverdeling van lasten en mogelijke besparingen. Hij benadrukt het belang van gebiedscoördinatoren en hoe zij de kloof tussen inwoners en de lokale overheid kunnen verkleinen.

Hij pleit voor het belang van het coalitieprogramma en het Strategisch Kompas Wijchen 2035, ondanks eerdere bezwaren van zijn fractie. De heer Reichgelt (D66) benadrukt het belang van gebiedscoördinatoren als oren en ogen van de samenleving. Hij uit zijn zorgen over het bevriezen van nieuw beleid dat vanaf september 2024 is ingezet en pleit voor een integrale benadering van beleidskeuzes. Mevrouw Hoogteijling (CDA) vraagt of de heer Reichgelt het ermee eens is dat beleidskeuzes in onderlinge afweging moeten worden besproken. De heer Reichgelt antwoordt dat er geld beschikbaar is voor gebiedscoördinatoren, maar dat de collegepartijen het niet willen uitgeven. Hij vindt dit bevreemdend en benadrukt dat er geen financiële dekking hoeft te worden gezocht. Mevrouw Van Dam (VVD) vraagt over welk beschikbaar geld de heer Reichgelt spreekt. De heer Reichgelt antwoordt dat hij het heeft over het geld voor de gebiedscoördinatoren. Dat geld is gereserveerd. De heer Kersten (Kernachtig Wijchen) vraagt hoe betrouwbaar de gemeente is als nu geld wordt uitgegeven voor gebiedscoördinatoren, om vier maanden later te moeten bezuinigen. De heer Reichgelt antwoordt dat het amendement van de heer Merkus juist goed is, omdat het begint met één gebiedscoördinator en dit uitbreidt naar drie.

De heer Reichgelt uit zijn teleurstelling over de houding van Kernachtig Wijchen, die volgens hem niets over heeft voor de burger als het erop aankomt. Hij benadrukt dat gebiedscoördinatoren essentieel zijn voor het contact tussen burgers en de gemeente.

Verslag commissievergadering d.d. 13 februari 2025

pagina 9 van 13

De voorzitter vraagt of er nog feitelijke onjuistheden zijn geconstateerd. Burgemeester Helmer‑Englebert merkt op dat Artikel 36b van de Gemeentewet meldt dat een wethouder niet tegelijkertijd ambtenaar kan zijn. De werkweek kan ook wat betreft uren niet worden uitgebreid. Wethouder Gerrits merkt op dat in het debat werd vermeld dat het geld voor de gebiedscoördinatoren is gereserveerd. Hij laat weten dat het geld er niet is en moet worden gezocht op de begroting. De voorzitter merkt op dat een amendement is aangekondigd, dit onderwerp wordt daarom tijdens de gemeenteraadsvergadering besproken. 7.2 278937 Informatienota Verlengen planstop De Informatienota Verlengen planstop wordt besproken. De gemeenteraad wordt geïnformeerd over het besluit om de bestaande planstop voor woningbouwactiviteiten in Wijchen te verlengen. Dit besluit is genomen om prioriteit te geven aan de realisatie van lopende woningbouwplannen, zodat zo snel mogelijk kan worden voorzien in de grote woonbehoefte binnen de gemeente. Eerste termijn De heer Janssen (D66) spreekt zijn steun uit voor de verlenging van de planstop en benadrukt het belang van het realiseren van lopende projecten en het ontwikkelen van nieuwe plannen die inspelen op de veranderende behoeften van de inwoners.

De heer Oomen (GroenLinks) steunt eveneens de verlenging en pleit ervoor om de huidige uitzonderingsgronden niet te verruimen, met de nadruk op betaalbare woningen en sociale huur. Mevrouw Loermans (Kernachtig Wijchen) uit haar zorgen over de woningnood. Ze merkt op dat de provincie voor 2030 104.000 woningen moet bouwen, Wijchen is op de goede weg voor diens aandeel. 37% van de woningen die vanaf 2020 zijn gebouwd, viel onder de sociale huur. De Woondeal 2.0 loopt tot 2030. In die Woondeal is afgesproken dat Wijchen 2.080 woningen realiseert. Op het moment dat de Woondeal is gesloten, had Wijchen ruim 130% plancapaciteit die door de provincie werd gevraagd. Een planstop was op den duur logisch om de focus te houden op het realiseren van de woningen. Een aantal uitzonderingsgronden wordt in de nota genoemd om woningbouwprojecten toch te realiseren. Ze vraagt of de laatste uitzonderingsgrond in de nota zo kan worden geïnterpreteerd dat het mogelijk is om levensloopgeschikte woningen te bouwen, wat doorstroom kan bevorderen. Ook in de woonvisie die in 2024 is besproken, is er extra veel aandacht aan het creëren van veelzijdige woningen. Dat betekent extra aanbod van huur‑ en koopwoningen in verschillende prijsklassen. Volgens Kernachtig Wijchen is het belangrijk om aandacht te besteden aan levensloopgeschikte woningen in de uitzonderingsgronden.

De heer Haerkens (VVD) benadrukt de voordelen van zelfbouw. Het creëert doorstroom op de woningmarkt, losse onbenutte percelen worden gebruikt, het helpt de kernen leefbaar te houden en het zorgt voor passende woonruimte en extra woongenot. De heer Haerkens is blij dat het bouwen goed verloopt in Wijchen, er zijn voldoende plannen en er zijn veel sociale huurwoningen gebouwd. In de regio is echter nog een groot tekort aan woningen. Veel van de plannen zijn nog niet gerealiseerd. Vaak zijn vertragingen de oorzaak: de omgevingsvergunning is complex, de bouwprijzen zijn gestegen, een transformatorhuisje moet worden verplaatst of een das ‘doet je de das om’. Vanwege deze obstakels vindt de heer Haerkens het verstandig meer dan 130% van de woningen te plannen. Hij vraagt of deze planstop inderdaad niet is ingegeven door een tekort aan ambtenaren en dat er dus geen ruimte meer is voor plannen. Hij vraagt of binnen de Woondeal ruimte is om meer te bouwen, vooral omdat andere buurgemeenten hun quotum mogelijk niet halen. Hij pleit voor minder beperkende regels om de woningnood aan te pakken. De heer Haerkens is van mening dat de strikte plannen voor ruimtelijke ordening een oorzaak is voor het woningtekort. De VVD‑fractie wil graag praten over minder beperkende regels in plaats van meer. De heer Timmerman (Wijchen Lokaal) uit zijn bezorgdheid over de verlenging van de planstop.

Eerder heeft de wethouder, na een beraad in de regio, laten weten dat de nieuw te bouwen woningen met 700 wooneenheden werd teruggebracht naar 1.200 nieuw te bouwen woningen. Verslag commissievergadering d.d. 13 februari 2025

pagina 10 van 13

De gemeenteraad vroeg zich destijds af hoe de betaalbare woningen moesten worden gebouwd voor de jeugd en ouderen. Inmiddels stegen de huizenprijzen en daar kwamen de verhoogde materiaalkosten, druk op de ambtenarij en stikstofdoelen bij. Voor Wijchen Lokaal heeft het verlengen van de planstop weinig waarde, gezien de periode waarmee de planstop wordt verlengd: tot en met 1 juli 2025. Hij vraagt om nieuwe initiatieven niet af te wijzen, gezien de hoge vraag naar woningen en de vergrijzing die tot 2070 duurt. De heer Peters Sengers (CDA) benadrukt dat de Informatienota hen informeert over wat hen te wachten staat en dat zijn partij ook in de geschiedenis van de planstop vanaf 2021 zijn gedoken. Hij concludeert dat zijn fractie geen voorstander is van de planstop en dat zij deze zo snel mogelijk van tafel willen hebben. Dit geldt vooral voor plannen van inwoners die bezig zijn met kleine bouwprojecten van een of twee woningen. Hij vindt dat de planstop een verkeerd signaal afgeeft en dat de regels veel te ingewikkeld zijn geworden. Hij vindt dat het niet zo kan zijn dat kleine initiatiefnemers moeten wachten op de grote ontwikkelaars voor de behandeling van hun aanvraag. Hij benadrukt dat wie het eerst komt, het eerst maalt, het principe moet zijn.

Hij heeft teleurgestelde reacties ontvangen van inwoners en ondernemers die bouwinitiatieven wilden ontwikkelen en die niet in behandeling werden genomen. Hij noemt de planstop een zwaar instrument dat de inwoners tekort doet en initiatieven in de kiem smoort, juist in een periode waarin ieder initiatief vanuit de samenleving moet worden omarmd. Hij vindt dat een planstop in deze tijden van woningnood niet uit te leggen is aan de inwoners en initiatiefnemers. De heer Peters Sengers herinnert eraan dat de planstop in 2021 door het college als tijdelijke regeling was ingesteld om ambtelijke capaciteit vrij te maken en zodoende het bouwprogramma te kunnen versnellen. Het college vermeldt nu dat de stop nodig is om bouwinitiatieven te kunnen sturen naar prijscategorieën en woonvormen waarin tekorten zijn. Dit argument vindt hij niet zwaarwegend genoeg om de planstop te handhaven. Hij denkt dat er andere minder ingrijpende instrumenten zijn om het woningbouwprogramma en de afspraken in de Woondeal 2.0 na te komen. Hij benadrukt dat het niet duidelijk is hoelang de planstopregeling nog van kracht blijft. Hij herinnert eraan dat de planstop in 2021 als tijdelijke regeling was aangekondigd en nu weer wordt verlengd tot nieuwe prognoses beschikbaar zijn, wat nog even gaat duren.

De heer Peters Sengers is blij dat voor 1 juli 2025 een actualisatie van het toetsingskader van de planstop voor kleinschalige particuliere initiatieven (KPI’s) komt. Wat hem betreft moeten kleinschalige initiatieven liefst per direct en in zijn geheel buiten de planstop worden gehaald. Hij stelt voor initiatiefnemers van KPI’s vrij te laten in hun keuze wat ze op eigen terrein willen bouwen. De aantallen waarom het gaat, zijn volgens hem niet zodanig dat de gemeente hiermee de grip kwijtraakt. Als de beschikbaarheid van ambtelijke capaciteit nog steeds een punt is, kan men overwegen initiatiefnemers zelf extra te laten bijdragen in de kosten voor het planonderzoek. Hij wil graag weten wat destijds de afwegingen zijn geweest om de KPI’s wel onder de planstop te brengen. En welke mogelijkheden de wethouder ziet om KPI’s in zijn geheel van de planstop uit te zonderen. De heer Burgers (PvdA) herinnert eraan dat de planstop in juni 2021 is ingevoerd, omdat er onvoldoende ambtelijke capaciteit was om alle ingediende plannen uit te voeren. Hij legt uit dat het toen logisch was om te beslissen dat de grote projecten en bijzondere projecten door konden gaan, terwijl de kleine projecten, die relatief veel ambtelijke tijd kosten en maar weinig woningen opleveren, achteraan kwamen te staan. Hij vraagt zich af hoe het nu, bijna vier jaar later, zit met de ambtelijke capaciteit.

Hij benadrukt dat er genoeg tijd is geweest om die op sterkte te brengen en dat de planstop nu moet kunnen worden losgelaten. Hij is het niet eens met het CDA dat degene die het eerst komt, het eerst maalt, omdat die luxe er niet is en er vier jaar geleden ook niet was. Hij vindt het systeem oneerlijk, maar in deze tijd van grote woningnood moeten grote projecten door kunnen gaan. Hij vraagt de wethouder wat de afgelopen vier jaar is gedaan om het team van RO‑Bouw op sterkte te krijgen, zodat de planstop niet meer nodig is. De vergadering wordt voor enkele minuten geschorst zodat het college een reactie kan voorbereiden. Wethouder Gerrits benadrukt dat het vreemd klinkt om te spreken over een planstop in tijden Verslag commissievergadering d.d. 13 februari 2025

pagina 11 van 13

van woningtekort en woningnood. Hij legt uit dat dit het resultaat is van veel initiatieven en inzet vanuit de samenleving, de markt, particulieren en de gemeentelijke organisatie om woningbouw te realiseren. Hij merkt op dat er op een gegeven moment zoveel plannen zijn dat er voldoende plannen zijn om aan de woningbehoefte te voldoen. Hij wijst erop dat Nederland momenteel een tekort aan woningen heeft, en dat dit tekort per regio en provincie is gekwantificeerd. Voor de regio Arnhem-Nijmegen, en dus ook voor Wijchen, is duidelijk wat de opgave is tot 2030 en 2035, gebaseerd op demografische gegevens. Wethouder Gerrits benadrukt dat Wijchen proactief is geweest door ruim 130% van de opgave vooruit te plannen om tegenvallers en vertragingen op te vangen. Hij legt uit dat het ongebreideld binnenhalen van nieuwe plannen betekent dat de opgave van de buurgemeenten naar Wijchen wordt gehaald, wat niet wenselijk is. Wijchen neemt zijn verantwoordelijkheid, maar er zijn grenzen aan de hoeveelheid bouwplannen die de gemeente kan verwerken. Hij legt uit dat de planstop niet is ingesteld omdat er te weinig ambtenaren waren, maar omdat er voldoende plannen zijn en de beschikbare ambtelijke capaciteit volledig moet worden gewijd aan het verder brengen van die plannen. Dit kost veel tijd en energie, en de focus ligt op het realiseren van woningen in plaats van het stapelen van papier.

De heer Gerrits antwoordt op de vraag van Kernachtig Wijchen over de KPI’s en levensloopbestendige woningen. Hij geeft aan dat de deur niet dicht zit voor kleinschalige initiatieven die bijdragen aan de opgaves, zoals levensloopbestendige woningen, mits deze aan de criteria voldoen. Hij komt hierop later bij een evaluatie terug. Op de vraag van de VVD of er ruimte is voor meer bouwplannen, antwoordt hij dat die ruimte er in theorie is, maar dat het niet nodig is om de opgave van buurgemeenten binnen de grenzen van Wijchen te trekken. Elke gemeente is bezig met zijn eigen opgave, en het is niet nodig om de planvoorraad van 130% verder uit te breiden. De heer Gerrits legt uit dat de planstop niet is ingesteld vanwege een tekort aan ambtelijke capaciteit, maar omdat er voldoende plannen zijn. De deur staat nog steeds open voor uitzonderingen zoals betaalbare woningen, sociale huurwoningen, splitsing en transformatie van bestaand vastgoed. Hij waarschuwt dat het verder verruimen van de planstop leidt tot een toename van vrije sectorwoningen, wat de druk op de opgave om twee derde betaalbare woningen te realiseren verhoogt. Wethouder Gerrits beantwoordt de vraag van de PvdA over de sterkte van het team. Hij bevestigt dat het team van RO‑bouw al een hele tijd op sterkte is en het werk aan de woonopgave aankan.

Tweede termijn De heer Janssen (D66) geeft aan dat zijn fractie de planstop in eerste instantie toereikend vond, mits er oog is voor de woningbouwopgave. Hij laat weten dat de beantwoording van de wethouder duidelijk maakt dat hieraan goed gedacht wordt, maar dat ze dit nog overleggen met de fractie. De heer Oomen (GroenLinks) geeft aan dat de redenen die de wethouder noemt, overeenkomen met de verwachtingen van GroenLinks en dat de partij om die redenen niet voor het verruimen van de planstop is. Hij vindt de suggestie van Kernachtig Wijchen interessant en is benieuwd naar de evaluatie in juli 2025. Mevrouw Loermans (Kernachtig Wijchen) geeft aan dat ze het logisch vindt om op dit moment een planstop te hebben en heeft verder geen opmerkingen voor de tweede termijn. De heer Haerkens (VVD) benadrukt dat het belangrijk is om uit te gaan van hoeveel de gemeente zelf wil en kan bouwen, ook als dat de opgave van een andere gemeente betreft. Hij vindt dat er meer mag worden gebouwd en dat KPI’s van één woning de verhouding niet scheef trekken. Mevrouw Loermans (Kernachtig Wijchen) vraagt of de VVD zonder onderbouwing van argumenten wil bijbouwen, aangezien de 2.000 woningen gebaseerd zijn op behoefte. De heer Haerkens antwoordt dat de 2.000 woningen gebaseerd zijn op regionale afstemming en dat dit niets zegt over wat er in Wijchen kan worden gebouwd.

De heer Oomen (GroenLinks) vraagt of de heer Haerkens het niet belangrijk vindt dat twee derde van de woningen betaalbaar is. De heer Haerkens antwoordt dat het om kleine percentages gaat en dat de ratio van twee derde voor hem niet heilig is. Mevrouw Loermans vraagt hoe de VVD aankijkt tegen de wettelijke opgave van 30% sociale huur en in totaal twee derde betaalbare woningen. Als ergens meer wordt gebouwd in de vrije sector, moet dat elders worden gecompenseerd.

Verslag commissievergadering d.d. 13 februari 2025

pagina 12 van 13

Betaalbaar bouwen is al lastig gebleken, dus bouwen in de vrije sector bemoeilijkt de sociale huur en betaalbare koopwoningen, volgens mevrouw Loermans. De heer Haerkens antwoordt dat het om heel kleine percentages gaat en dat hij daarin geen probleem ziet. De heer Haerkens benadrukt dat zijn betoog draait om minder beperkende regels en meer bouwen. Hij geeft aan dat hij bereid is mee te denken over de motie, vooral met het oog op 1 juli 2025, wanneer de evaluatie van de planstop plaatsvindt, maar benadrukt dat het praktisch en realistisch moet blijven, zoals de wethouder heeft aangegeven. De heer Timmerman (Wijchen Lokaal) geeft aan dat hij is gerustgesteld door de antwoorden van de wethouders. Hij ondersteunt het voorstel van Kernachtig Wijchen over levensloopbestendige woningen en is blij dat zorgzame gemeenschapswoningen en transformatiewoningen worden meegenomen. Hij noemt een documentaire over 3D-woningen die hij recent heeft gezien en ziet dit als een mogelijke toekomst. Hij vraagt om meer duidelijkheid over de termijn tot 1 juli 2025 en verwacht dat het CDA hierop verder ingaat. De heer Peters Sengers (CDA) benadrukt dat de opgave betaalbaar bouwen belangrijk is, maar dat de 33% van de woningen, die niet aan de betaalbaarheidsnormen hoeven te voldoen, ook door particuliere initiatiefnemers benut moet kunnen worden.

Hij wijst op de cijfers uit de nota van september 2024 en de strategische groei tot 2030, waarbij 3.100 woningen worden genoemd. Hij vindt dat binnen de 33% woningen die buiten de betaalbaarheidsnorm vallen, ruimte moet zijn voor vrijesectorwoningen. De heer Oomen (GroenLinks) vraagt of het niet problematisch wordt als grote projectontwikkelaars 90% betaalbaar moeten bouwen. De heer Peters Sengers antwoordt dat hij minder medelijden heeft met grote ontwikkelaars en meer aandacht heeft voor particulieren die een woning voor hun kinderen willen bouwen. Hij benadrukt dat de planstop bedoeld was als tijdelijke regeling en dat verlenging ervan problematisch is voor mensen met bouwplannen. Mevrouw Loermans (Kernachtig Wijchen) vraagt hoe de heer Peters Sengers aankijkt tegen het feit dat de planstop positieve ontwikkelingen heeft bewerkstelligd voor KPI's, omdat nu woningen worden gebouwd waaraan behoefte is. De heer Peters Sengers antwoordt dat de eigenaar van de grond zelf moet kunnen bepalen wat er gebouwd wordt en dat de norm betaalbaar bouwen belangrijk is, maar dat deze vooral voor grote ontwikkelaars geldt. Hij roept op om kleine KPI's meer vrijheid te geven. Mevrouw Loermans merkt op dat duurdere woningen nog steeds mogelijk zijn binnen de KPI's als ze voldoen aan andere eisen in de woonvisie.

De heer Peters Sengers antwoordt dat hij niet vindt dat alleen voor de vrije sector moet worden gebouwd, maar dat initiatiefnemers zelf moeten kunnen bepalen wat ze bouwen. Hij benadrukt dat goede initiatieven nu te vaak worden afgewezen vanwege de planstop en dat de communicatie hierover moet worden verbeterd. De heer Burgers (PvdA) is blij dat er genoeg personeel is om de planstop te beëindigen. Hij vindt de discussie ingewikkeld en noemt voorbeelden van plannen waarvan het onlogisch is dat die niet in behandeling zijn genomen. De wethouder gaf aan dat moet worden gelet op het aantal vrijesectorwoningen in verhouding met het aantal sociale huurwoningen. De heer Burgers is van mening dat dan eenvoudigweg meer sociale huurwoningen moeten worden gebouwd, omdat de samenleving dat graag wil. Volgens hem zijn meer creatieve manieren te bedenken om een goede balans te krijgen. De heer Oomen (GroenLinks) vraagt of de heer Burgers weet dat de 33% vrijesectorwoningen momenteel ook gerealiseerd wordt, ook zonder planstop. De heer Burgers antwoordt dat hij dat weet en dat hij de rekensom van de wethouder, dat er dan meer sociale huurwoningen moeten worden gebouwd, erg interessant vond. Hij besluit zijn bijdrage met de mededeling dat hij zich kan vinden in de nota.

De voorzitter merkt op dat geen feitelijke onjuistheden zijn geconstateerd, het stuk wordt opgenomen in de terkennisnamelijst voor de gemeenteraadsvergadering. 8. Sluiting De voorzitter sluit de vergadering af. Hij bedankt alle aanwezigen voor hun komst en wenst iedereen een goede thuisreis.

Verslag commissievergadering d.d. 13 februari 2025

pagina 13 van 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=wdw&id=3c9d5924-8799-43ab-98f5-69d40424cefa