2025-01-16 Conceptverslag commissievergadering
Tekst van het document
CONCEPT Verslag
van de commissievergadering van de gemeente Wijchen gehouden op 16 januari 2025 om 19.30 uur in het Kasteel te Wijchen
Voorzitter
Mevr. R.H.J. Kuipers
CDA D66 Wijchen GroenLinks Kernachtig Wijchen PvdA Wijchen VVD Wijchen Lokaal
Dhr. M.C.G. van Wanroij Dhr. M.J.H. Lukkezen (fractievoorzitter) Dhr. G. Reichgelt Dhr. P.R. Oomen Dhr. M.A.J. Verharen Dhr. T.T.M. Burgers (fractievoorzitter) Mevr. A.M. van Dam Dhr. H.A. Dolk
Burgemeester
Mevr. R.D. Helmer-Englebert
Commissiegriffier
Dhr. T.F.G.J.M. Tielen
Wethouders
Dhr. G.W.R. Gerrits
Verslaglegging
Emma Handson B.V.
Publiek
XXX
1. Opening De voorzitter, mevrouw Kuipers, heet alle aanwezigen welkom en opent de vergadering. Tijdens deze commissievergaderingen wisselen politieke partijen hun ideeën, gedachten en visies uit over de geagendeerde onderwerpen. Wanneer een fractie een afwijkend voorstel heeft ten opzichte van het voorstel van het college, probeert men medestanders te vinden bij andere fracties. De voorzitter benadrukt dat commissieleden voorafgaand aan de vergadering technische vragen hebben kunnen stellen aan betrokken ambtenaren. Deze vergadering biedt hen de mogelijkheid politieke vragen te stellen aan elkaar en aan het college. Zij licht de spreektijden toe: drie minuten per fractie voor het vragenhalfuur, drie minuten per fractie voor bespreekstukken en zes minuten voor het college, exclusief het vragenhalfuur. Tot slot doet zij een huishoudelijke mededeling over de nieuwe microfoons. Bij deze microfoons moeten commissieleden hun pasje in een sleuf steken, en de lay-out wijkt iets af van de oude apparatuur. De voorzitter verzoekt de leden één instelling te hanteren bij het gebruik van de microfoon. 2. Mededelingen De voorzitter vraagt of er mededelingen zijn van de commissieleden of het college. Er zijn geen mededelingen. 3. Vaststellen agenda De voorzitter vraagt of de raadscommissie kan instemmen met de voorgestelde agenda.
Er zijn geen bezwaren, en de agenda wordt unaniem vastgesteld. 4. Vaststellen verslag en lijst besluiten, adviezen en toezeggingen De voorzitter constateert dat er geen opmerkingen zijn binnengekomen over het verslag en de lijst met besluiten, adviezen en toezeggingen. Beide worden ongewijzigd vastgesteld.
Verslag commissievergadering d.d. 16 januari 2025
pagina 1 van 7
5. Vragenhalfuur De heer Lukkezen (D66) uit zijn zorgen over incidenten tijdens de jaarwisseling, waarbij hulpverleners te maken kregen met verstoringen en inwoners schade en leed ondervonden. Hij geeft aan dat de jaarlijkse informatienota over vuurwerkschade vaak slechts materiële schade belicht. Volgens hem moeten ook de inzet van hulpdiensten, de aard van de incidenten en mogelijke immateriële schade worden meegenomen. Hij vraagt het college deze informatie toe te voegen aan de informatienota, zodat de raad beter geïnformeerd kan beslissen over toekomstige jaarwisselingen. De heer Lukkezen benadrukt dat oud en nieuw een feest van saamhorigheid en veiligheid moet zijn, waarbij incidenten zoals ziekenhuisopnames door vuurwerkletsel worden voorkomen. De voorzitter vraagt het college te reageren. De burgemeester, mevrouw Helmer-Englebert, antwoordt dat het college al heeft nagedacht over deze kwestie. Tijdens een overleg met het team Openbare Orde en Veiligheid is afgesproken dat een uitgebreide toelichting, inclusief informatie over incidenten en betrokkenheid van hulpdiensten, wordt toegevoegd aan de informatienota. Zij geeft aan dat deze nota voor 30 januari 2025 gereed is voor verdere ambtelijke en bestuurlijke afronding. De heer Lukkezen reageert positief en kijkt uit naar de informatienota.
De burgemeester voegt toe dat gesprekken met andere gemeenten over verbeterd beleid tijdens de jaarwisseling plaatsvinden, maar dat deze ideeën nog niet in de komende brief worden meegenomen. 6. Mededelingen en vragen over verbonden partijen Er zijn geen mededelingen of vragen over verbonden partijen. 7. Bespreekstukken 7.1 239949 Informatienota Reactie op motie Wijchen zien groeien De voorzitter introduceert de informatienota als reactie op de motie “Wijchen zien groeien”. Deze motie verzocht het college te onderzoeken of het mogelijk is bij renovatie‑ en nieuwbouwprojecten een 3D‑360°‑visualisatie verplicht te stellen om de inpasbaarheid van projecten inzichtelijk te maken. Het college concludeert dat 3D‑impressies waardevol kunnen zijn voor omwonenden en belanghebbenden, maar waarschuwt voor de financiële lasten die dit oplegt aan initiatiefnemers. De raad moet beslissen of een 3D‑impressie verplicht wordt. De bespreking verloopt in twee termijnen. In de eerste termijn geven de woordvoerders hun mening en stellen zij vragen aan het college. In de tweede termijn debatteren de commissieleden met elkaar en kunnen interrupties plaatsvinden. Eerste termijn De heer Oomen (GroenLinks) bedankt het college voor de informatienota. Hij benadrukt dat zijn fractie tevreden is met de huidige situatie, waarin de dorpsbouwmeester zelfstandig beslist of 3D‑impressies nodig zijn.
Volgens hem moet dit instrument vooral worden ingezet bij grootschalige en commerciële bouwprojecten met grote impact op de omgeving, het moet niet altijd verplicht zijn. Hij vraagt het college te bevestigen dat de dorpsbouwmeester deze bevoegdheid heeft. De heer Verharen (Kernachtig Wijchen) benadrukt dat woningbouw de komende jaren toeneemt, vooral op inbreidingslocaties en bij hoogbouwprojecten. Hij noemt specifiek de gebieden Niftrik, Spoorstraat en Kraanvogel. Volgens de heer Verharen is de huidige werkwijze met een dorpsbouwmeester adequaat. Deze onafhankelijke specialist kan naar eigen inzicht een 3D‑impressie vragen zonder deze verplicht te stellen voor alle initiatieven. Hij waarschuwt voor meer regels, verplichtingen en kosten. Wel roept hij op om bij projecten met grote impact 3D‑impressies in te zetten tijdens de omgevingsdialoog. Mevrouw Van Dam (VVD) spreekt waardering uit voor de informatienota, verwijzend naar de eerder door haar partij ingediende motie. Zij benadrukt het belang dat de VVD hecht aan het
Verslag commissievergadering d.d. 16 januari 2025
pagina 2 van 7
gebruik van 3D‑beelden bij bouwprojecten. Volgens haar draagt deze aanpak bij aan transparantie, het creëren van draagvlak bij omwonenden en betrokken partijen, en het verbeteren van de kwaliteit van besluitvorming. Desondanks geeft zij aan dat de VVD geen voorstander is van het verplicht stellen van 3D‑beelden voor alle projecten, mede vanwege de ontvangen informatie over de financiële en praktische gevolgen hiervan. Mevrouw Van Dam onderstreept de rol van de dorpsbouwmeester als leidend in dit proces en merkt op dat het aanvragen van 3D‑beelden proportioneel moet blijven en geen doel op zich mag worden. Zij sluit haar betoog af met de opmerking dat de informatienota helder is en dat de VVD uitkijkt naar de toekomst. De heer Dolk (Wijchen Lokaal) verwijst kort naar zijn spreektijd in een eerdere vergadering en belooft ditmaal beknopter te zijn. Hij geeft aan dat Wijchen Lokaal instemt met de reactie van het college op de motie en vindt dat extra regels en kosten kritisch moeten worden overwogen. Hoewel hij het gebruik van 3D‑beelden bij inbreidings‑ en grootschalige projecten steunt, wijst hij erop dat dergelijke beelden bij kleinere projecten en verbouwingen onnodige kosten voor inwoners met zich mee kunnen brengen.
De heer Dolk vraagt specifieke aandacht voor het gebruik van realistische en duidelijke 3D‑weergaven, aangezien de uiteindelijke werkelijkheid soms sterk afwijkt van optimistische ontwerpen. Hij maakt een vergelijking met waarschuwingen op autospiegels, waarin wordt gesteld dat objecten dichterbij kunnen zijn dan ze lijken. Hij besluit met de steun van Wijchen Lokaal voor de informatienota, mits rekening wordt gehouden met de genoemde aandachtspunten. De heer Van Wanroij (CDA) bedankt het college voor de reactie op de motie en geeft aan dat het CDA volledig achter de informatienota staat. Hij onderstreept het belang van 3D‑impressies voor zowel ruimtelijke weergave als besluitvorming. Deze impressies bieden de raad beter inzicht in bouwprojecten en geven omwonenden meer duidelijkheid, wat volgens hem bijdraagt aan een goede dialoog tussen ontwikkelaars en omwonenden. Het CDA roept het college op het voorstel verder uit te werken in een beslisnota, met als doel de raad hierover een definitief besluit te laten nemen. Tegelijkertijd stelt hij voor een uitzondering te maken voor kleinschalige particuliere woningbouwprojecten, zodat initiatiefnemers niet onnodig op kosten worden gejaagd. Hij wijst op een mogelijke spanning met het gelijkheidsbeginsel, maar benadrukt dat een uitzondering uitvoerbaar is als de raad hiermee instemt.
Tot slot vraagt hij andere partijen om hun standpunten hierover. De heer Burgers (PvdA) geeft aan tevreden te zijn met de informatienota en sluit zich grotendeels aan bij de eerdere sprekers. Hij vraagt echter of er criteria zijn waarop de dorpsbouwmeester baseert wanneer 3D‑beelden noodzakelijk zijn. Volgens hem is een duidelijk handvat nuttig, zowel voor initiatiefnemers als voor de dorpsbouwmeester, om consistentie te waarborgen. Hij benadrukt dat dit ook relevant is in geval van een toekomstige wisseling van dorpsbouwmeester. De heer Reichgelt (D66) meldt dat zijn fractie de informatienota heeft bestudeerd en de uitwerking van het college waardeert. D66 onderschrijft de conclusies van de informatienota en stelt voor deze als hamerstuk aan de raad voor te leggen. De vergadering wordt kort geschorst, zodat het college de antwoorden op de gestelde vragen kan voorbereiden. Wethouder Gerrits bevestigt dat 3D‑presentaties bij ruimtelijke ontwikkelingen steeds vaker standaard worden meegeleverd bij aanvragen. Dit komt deels doordat dergelijke presentaties bijdragen aan zowel de ruimtelijke toetsing als een goede omgevingsdialoog. Hij benadrukt dat de Omgevingswet een goede dialoog met de omgeving vereist en dat 3D‑beelden daaraan bijdragen. Hoewel de wethouder geen noodzaak ziet 3D‑beelden verplicht te stellen, staat het de raad vrij hierover anders te besluiten.
Op de vraag van het CDA over een mogelijke uitzondering Verslag commissievergadering d.d. 16 januari 2025
pagina 3 van 7
voor kleinschalige projecten, bevestigt hij dat een uitzondering uitvoerbaar is als de raad hiermee instemt. GroenLinks heeft gevraagd naar de praktijk. De wethouder antwoordt dat de dorpsbouwmeester duidelijkheid zoekt, middels 3D‑visualisaties of andere technieken. Wijchen Lokaal heeft gevraagd om realistische beelden, de wethouder ziet hiervan de toegevoegde waarde. De vraag van de PvdA over criteria voor de dorpsbouwmeester beantwoordt hij door te verwijzen naar de door de raad vastgestelde nota Ruimtelijke kwaliteit, die dient als handvat voor de beoordeling van initiatieven. De voorzitter constateert dat alle politieke vragen aan het college tijdens de eerste termijn van de bespreking van de informatienota "Reactie op motie Wijchen zien groeien" zijn beantwoord. Tweede termijn De heer Oomen (GroenLinks) bedankt de fracties voor hun bijdragen in de eerste termijn en de wethouder voor diens beantwoording van de vragen. Hij geeft aan tevreden te zijn met het antwoord van de wethouder en benadrukt dat het vertrouwen in de markt in dit geval gerechtvaardigd lijkt, vooral omdat het college een duidelijke koppeling maakt met de omgevingsdialoog. Hij legt uit dat de 3D‑impressies een belangrijk hulpmiddel zijn in deze dialoog.
Volgens hem resulteert het ontbreken van een 3D‑impressie bij een groot project waarschijnlijk in een minder effectieve omgevingsdialoog, wat voor de raad en het college een overweging kan zijn bij het al dan niet toestaan van dergelijke projecten. De heer Van Wanroij (CDA) vraagt waarom de 3D‑impressies niet verplicht worden gesteld, aangezien zij een positief effect kunnen hebben op de omgevingsdialoog en onduidelijkheid kunnen voorkomen. De heer Oomen reageert door uit te leggen dat hij ervan uitgaat dat de dorpsbouwmeester in de meeste gevallen vanzelf een 3D‑impressie vraagt en dat een verplichting daarom niet nodig is. Hij voegt toe dat een verplichting beperkingen met zich meebrengt en in sommige gevallen contraproductief kan zijn. Zo kan het betekenen dat men alleen de minimaal vereiste 3D‑tekeningen levert, terwijl bijvoorbeeld 3D‑filmpjes of andere innovatieve visualisatietechnieken juist waardevoller kunnen zijn. De heer Van Wanroij vraagt of het niet beter is een verplichting in te stellen, aangezien dit slechts een kleine inspanning lijkt. Hij wijst erop dat uitzonderingen mogelijk zijn voor kleinere projecten, maar dat verplichting voor grotere projecten de norm moet zijn. De heer Oomen herhaalt dat hij van mening is dat een verplichting niet nodig is en dat de praktijk vanzelf laat zien dat 3D‑tekeningen standaard worden gebruikt.
Hij besluit door te benadrukken dat GroenLinks het college niet wil belasten met een verdere uitwerking van deze kwestie en in te stemmen met het huidige voorstel. De heer Verharen (Kernachtig Wijchen) geeft aan dat zijn fractie zich kan vinden in de beantwoording van de wethouder en dat hij weinig aan zijn eerste bijdrage toe te voegen heeft. De heer Van Wanroij (CDA) vraagt of de heer Verharen niet van mening is dat een 3D‑tekening in een vroeg stadium de omgevingsdialoog aanzienlijk kan verbeteren. De heer Verharen antwoordt dat zijn fractie het vertrouwen heeft in de dorpsbouwmeester, die onafhankelijk kan beoordelen of een 3D‑tekening noodzakelijk is. Hij benadrukt dat hij geen behoefte ziet aan extra sturing of verplichtingen vanuit de raad. Mevrouw Van Dam (VVD) sluit zich aan bij de eerdere bijdragen en geeft aan dat haar fractie geen heil ziet in een verplichting. Zij benadrukt dat de huidige werkwijze helder en effectief is, waardoor de VVD geen verdere aanpassingen nodig acht. De heer Dolk (Wijchen Lokaal) brengt een ander perspectief naar voren. Hij benadrukt dat het gebruik van 3D‑plannen vooral bedoeld is om omwonenden meer inzicht te geven in de impact van bouwprojecten, en niet voor de dorpsbouwmeester, die technisch voldoende onderlegd is om 2D‑tekeningen te begrijpen.
Hij legt uit dat het doel van de 3D‑tekeningen moet zijn om de communicatie met omwonenden te verbeteren en hen meer bij projecten te betrekken. Hij wijst erop dat veel omwonenden moeite hebben met het interpreteren van technische tekeningen, terwijl 3D‑visualisaties veel toegankelijker zijn. De heer Van Wanroij (CDA) ondersteunt dit Verslag commissievergadering d.d. 16 januari 2025
pagina 4 van 7
standpunt en pleit voor een verplichting, zodat omwonenden in een vroeg stadium bij de plannen betrokken kunnen worden. Hij vraagt de heer Dolk of hij bereid is samen een voorstel in te dienen om 3D‑visualisaties verplicht te stellen voor projecten met een grotere impact. De heer Dolk reageert instemmend en stelt voor een minimale bouwwaarde als grens te hanteren, zoals € 500.000, waarboven een 3D‑visualisatie altijd vereist is. Hij benadrukt dat deze grens verder besproken kan worden. De heer Reichgelt (VVD) richt zich tot de heer Dolk. Hij geeft aan verwarring te ervaren tussen de eerste en tweede termijn van Wijchen Lokaal, waarbij hij opmerkt dat hun houding lijkt te zijn veranderd. Hij verwijst specifiek naar het vertrouwen dat eerder werd uitgesproken in het antwoord van het college, terwijl nu een overweging wordt gemaakt een voorstel of motie in te dienen. Hij vraagt de heer Dolk hoe hij dit rijmt met de eerdere opmerkingen. De heer Dolk reageert door te verduidelijken dat hij in de eerste termijn heeft aangegeven dat bij grote bouwprojecten standaard 3D‑tekeningen worden ingediend, waardoor daarover geen discussie bestaat. Hij benadrukt echter dat hij geen extra regeldruk wil opleggen en het daarom onnodig acht 3D‑tekeningen verplicht te stellen bij kleinere bouwprojecten.
Hij geeft aan onderscheid te willen maken en de verplichting alleen te laten gelden voor grote bouwprojecten. De heer Reichgelt vraagt of de heer Dolk niet bang is dat initiatiefnemers van kleinere projecten alsnog op hoge kosten worden gejaagd. Hij wijst op de financiële impact, vooral bij kleinere initiatieven. De heer Dolk herhaalt zijn standpunt en benadrukt dat het niet verplicht stellen voor kleinere projecten juist bedoeld is om die kosten te vermijden. Hij legt uit dat grote projecten vaak al standaard een 3D‑tekening bevatten, waardoor de praktijk hier niet veranderd hoeft te worden. De heer Verharen (Kernachtig Wijchen) vraagt of, indien een dorpsbouwmeester een 3D‑tekening nodig acht, initiatiefnemers alsnog worden gedwongen deze te leveren om een positief advies te krijgen van het college. Hij suggereert dat de verplichting indirect alsnog wordt opgelegd. Hij vraagt de heer Dolk of hij erkent dat initiatiefnemers alsnog een 3D‑tekening indienen om hun plan goedgekeurd te krijgen. De heer Dolk bevestigt dat dit een mogelijkheid is, maar benadrukt dat zijn betoog gericht is op het betrekken van omwonenden bij het proces, niet op de rol van de dorpsbouwmeester. Mevrouw Van Dam (VVD) geeft aan dat ook zij enige verwarring ervaart.
Zij wijst op de tegenstrijdige signalen in de discussie en vraagt of er niet een risico bestaat dat uitzonderingen op uitzonderingen worden gecreëerd, wat leidt tot onduidelijkheid bij inwoners. Zij vraagt de heer Dolk hoe hij dit uitlegt aan inwoners die een kleinschalig project willen realiseren in een woonwijk. De heer Dolk stelt voor een ondergrens van € 500.000 in te stellen: projecten onder dit bedrag hoeven geen 3D‑tekening te leveren, terwijl dit voor grotere projecten wel verplicht is. Hij benadrukt dat dit een heldere en eenvoudige regel is. De heer Reichgelt vraagt naar de toegevoegde waarde van het voorstel, aangezien grote projecten vaak al een 3D‑tekening bevatten. De heer Dolk verwijst naar de inhoud van de informatienota en legt uit dat deze in lijn is met zijn voorstel. De heer Van Wanroij voegt zich in de discussie en stelt voor de grens niet in euro’s uit te drukken, maar aan te geven dat een verplichting geldt vanaf drie woningen. Hij merkt op dat dit een heldere richtlijn geeft en vraagt of de heer Dolk hiermee akkoord gaat. De heer Dolk geeft aan zich in dit voorstel te kunnen vinden. De heer Verharen vraagt vervolgens of de discussie draait om het financiële aspect of de impact op de omgeving. Hij benadrukt dat de impact op omwonenden centraal moet staan.
De heer Dolk bevestigt dat de impact op de omgeving het belangrijkste aspect is, maar geeft aan dat een financiële drempel helpt te voorkomen dat onnodige kosten worden gemaakt. De heer Van Wanroij (CDA) geeft aan dat zijn fractie het belangrijk vindt dat omwonenden duidelijkheid krijgen tijdens omgevingsdialogen. De heer Burgers (PvdA) vraagt of een maquette of andere visuele vorm ook wordt toegestaan. De heer Van Wanroij antwoordt dat een 3D‑beeld volgens hem meer duidelijkheid schept dan bijvoorbeeld een maquette, maar een maquette sluit hij niet uit als optie. Hij geeft aan dat het CDA voornemens is een motie in te dienen die de verplichting van 3D‑visualisaties bij complexe projecten en inbreidingsplannen moet regelen. De heer Reichgelt (D66) vraagt welk probleem met deze motie wordt opgelost. De heer Van Wanroij reageert dat de motie voorkomt dat omwonenden met onduidelijkheden blijven zitten en Verslag commissievergadering d.d. 16 januari 2025
pagina 5 van 7
benadrukt dat het doel is hen helderheid te bieden over de plannen van initiatiefnemers. De heer Burgers (PvdA) vraagt of de dorpsbouwmeester in complexe situaties niet altijd al verzoekt om een 3D‑programma. De heer Van Wanroij antwoordt dat dit reeds het geval is en dat deze situatie daarmee voorzien is. Hij stelt de retorische vraag waarom het dan niet verplicht wordt, gezien het al wordt gebruikt. De heer Reichgelt vraagt hoe de heer Van Wanroij aankijkt tegen de mogelijke druk die dit legt op de ambtelijke capaciteit, vooral in combinatie met de uitzonderingen die moeten worden beoordeeld. De heer Van Wanroij verduidelijkt dat het slechts om een uitzondering gaat, namelijk voor kleinschalige particuliere woningbouwprojecten met twee woningen, en dat hij voor alle andere projecten een verplichting wil instellen. Hij benadrukt dat het doel van 3D‑visualisaties niet is de dorpsbouwmeester te helpen, maar om omwonenden beter te informeren. De heer Reichgelt vraagt of de heer Van Wanroij niet vreest dat initiatiefnemers door deze verplichting onnodige kosten maken. De heer Van Wanroij geeft aan dat dit niet het geval is, omdat dergelijke digitale modellen vaak al in de ontwerpfase worden meegenomen. Hij benadrukt dat dit volgens hem gangbaar is in de praktijk. De heer Reichgelt wil weten of de verplichting ook van toepassing is op lopende projecten.
De heer Van Wanroij legt uit dat dit juridisch niet mogelijk is, omdat het nieuwe beleid enkel op toekomstige projecten van toepassing is. De heer Verharen (Kernachtig Wijchen) brengt in dat het gelijkheidsbeginsel mogelijk in het geding komt. Hij vraagt hoe de heer Van Wanroij daarmee omgaat. De heer Van Wanroij erkent dat het gelijkheidsbeginsel speelt, maar geeft aan dat de raad hierin het laatste woord heeft. De heer Burgers (PvdA) benadrukt dat de dorpsbouwmeester een professionele rol vervult om omwonenden zo goed mogelijk te betrekken. Hij geeft aan dat omwonenden vaak leken zijn en dat het de taak van de dorpsbouwmeester is om hen te ondersteunen bij het beoordelen van plannen. Hij is van mening dat een verplichting om 3D‑modellen te gebruiken een probleem creëert dat er volgens hem niet is. De heer Van Wanroij (CDA) vraagt voor wie deze verplichting bedoeld is: voor de dorpsbouwmeester of de omwonenden. De heer Burgers reageert dat het vertrouwen in de dorpsbouwmeester volledig gerechtvaardigd is, omdat er geen signalen zijn dat deze niet goed adviseert. Hij benadrukt dat dit vertrouwen leidend moet zijn in de besluitvorming. De heer Van Wanroij vraagt wat er gebeurt als de dorpsbouwmeester niet voorziet in 3D‑beelden. De heer Burgers antwoordt dat de heer Van Wanroij uitgaat van wantrouwen.
Hij vindt dat niet nodig omdat er geen problemen zijn geweest met de dorpsbouwmeester. Hij voegt toe dat de PvdA alle vertrouwen heeft in hoe het proces nu verloopt. De heer Reichgelt (D66) herhaalt dat D66 geen voorstander is van een verplichting om 3D‑modellen te gebruiken, omdat dit initiatiefnemers op kosten kan jagen. Hij wijst erop dat alternatieven zoals maquettes of 2D-tekeningen in veel gevallen afdoende zijn. Hij noemt het voorbeeld van een project met vier woningen aan de Groenewoudseweg, waarvoor een 3D‑model volgens hem disproportioneel is. De heer Dolk (Wijchen Lokaal) vraagt of de heer Reichgelt niet vindt dat omwonenden worden benadeeld als een 3D‑model niet verplicht wordt. De heer Reichgelt geeft aan dat dit niet het geval is, omdat de dorpsbouwmeester in dergelijke situaties al een beoordeling maakt. Hij voegt toe dat de meerwaarde van 3D‑modellen beperkt is, omdat deze niet altijd overeenkomen met de werkelijkheid. De heer Van Wanroij (CDA) vraagt waarom de dorpsbouwmeester dan überhaupt om een 3D‑visualisatie vraagt, als dergelijke modellen volgens de heer Reichgelt niet overeenkomen met de werkelijkheid. De heer Reichgelt antwoordt dat hoewel 3D‑modellen waarde kunnen hebben, ze niet de kern moeten zijn van een bouwproject. Hij besluit zijn termijn met de opmerking dat "in 3D‑modellen niet kan worden gewoond”.
Na afloop van de tweede termijn constateert de voorzitter dat er moties zijn aangekondigd. Het advies van de commissie is om de informatienota als bespreekstuk te agenderen voor de raadsvergadering van 30 januari 2025.
Verslag commissievergadering d.d. 16 januari 2025
pagina 6 van 7
8. Sluiting De voorzitter bedankt alle aanwezigen voor hun deelname aan de discussie en de geïnteresseerden op de publieke tribune en thuis voor hun aandacht. Zij wenst iedereen een fijne avond en sluit de commissievergadering.
Verslag commissievergadering d.d. 16 januari 2025
pagina 7 van 7