1.2.1 Bijlagen bij toelichting_Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek
Tekst van het document
RAPPORT Verkennend bodem- en asbestonderzoek Woeziksestraat 649 te Wijchen
Opdrachtgever
:
Jansen Bouwontwikkeling B.V. Postbus 278 6600 AG WIJCHEN
Projectnummer
:
19KL368
Datum
:
26 november 2019
Auteur
:
ing. F.M. Bouma
Paraaf
:
Klijn Bodemonderzoek B.V. Oudlandseweg 1, 9682 XT Oostwold Telefoon 0597 – 55 12 12 Email info@klijnbodemonderzoek.nl Internet www.klijnbodemonderzoek.nl
2 INHOUD
Rapport 19KL368 BLAD
1.
INLEIDING 1.1. Algemeen 1.2. Opbouw
3 3 3
2.
VOORONDERZOEK 2.1. Algemeen 2.2. Ligging en omgeving locatie 2.3. Historisch en huidig gebruik 2.4. Belendende percelen en omgeving onderzoekslocatie 2.5. Bodemonderzoek 2.6. Bodemkwaliteitskaart 2.7. Toekomstig gebruik van het terrein 2.8. Financieel/juridisch 2.9. Regionale opbouw en geohydrologie 2.10. Onderzoekshypothese
4 4 4 5 5 5 6 6 6 6 7
3.
ONDERZOEKSPROGRAMMA
8
4.
BODEMGEGEVENS 4.1. Bodemgesteldheid en zintuiglijke waarnemingen 4.2. Samenstelling grondmengmonsters
10 10 11
5.
RESULTATEN METINGEN EN CHEMISCHE ANALYSES 5.1. Meetgegevens grondwater 5.2. Toetsingskader 5.3. Analyseresultaten verkennend asbestonderzoek NEN 5707 5.4. Analyseresultaten 5.5. Uitsplitsing mengmonster MM1 5.6. Toelichting analyseresultaten
12 12 13 14 14 16 18
6.
SAMENVATTING EN CONCLUSIES 6.1. Samenvatting 6.2. Conclusies en aanbevelingen 6.3. Slotopmerking
19 19 20 22
BIJLAGEN 1
Ligging van de locatie en kadastrale kaart
2
Boorprofielen en legenda
3
Analyserapporten
4
Toetsingstabellen
5
Overzicht posities monsternamepunten
6
Foto's
7
Bepaling veiligheidsklasse op basis van publicatie CROW400
3
Rapport 19KL368
1.
INLEIDING
1.1.
Algemeen In opdracht van Jansen Bouwontwikkeling B.V. is door Klijn Bodemonderzoek B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie Woeziksestraat 649 te Wijchen. De aanleiding tot het verkennend bodem- en asbestonderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning in verband met de geplande bouwaanvraag op het perceel. Het doel van het verkennend bodem- en asbestonderzoek is het verkrijgen van een indicatie van de kwaliteit van de grond en het ondiepe grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie. Klijn Bodemonderzoek B.V. is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het uitvoeren van milieukundig bodemonderzoek, inclusief partijkeuringen conform het Besluit Bodemkwaliteit en tevens volgens de “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000, protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018”. Met betrekking tot onderhavig onderzoek verklaart Klijn Bodemonderzoek B.V. op geen enkele wijze in organisatorische, financiële of personele zin, betrokkenheid te hebben met de activiteiten van de opdrachtgever. De achterliggende gedachte hierbij is dat er geen “eigen” grond wordt onderzocht.
1.2.
Opbouw In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek onderzoeksprogramma bodemgegevens metingen en chemische analyses samenvatting, toetsing van de gekozen onderzoekshypothese, conclusies en aanbevelingen
(hoofdstuk 2); (hoofdstuk 3); (hoofdstuk 4); (hoofdstuk 5); (hoofdstuk 6).
4
Rapport 19KL368
2.
VOORONDERZOEK
2.1.
Algemeen Ten behoeve van het bodemonderzoek is een standaard vooronderzoek uitgevoerd (NEN 5725). In het vooronderzoek wordt informatie verzameld over het vroegere en huidige gebruik van het terrein. Het onderzoek is gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. Evenals het verzamelen van informatie over het toekomstige gebruik, bodemopbouw, geohydrologie en financieel/juridische aspecten. Op basis van de verzamelde gegevens kan een totaalbeeld worden gevormd en conclusies worden getrokken over de afbakening van het geografische besluitvormingsgebied, de afbakening van de onderzoekslocatie voor het bodemonderzoek, de onderverdeling van de onderzoekslocatie voor het bodemonderzoek in deellocaties en de te hanteren onderzoekshypothese per deellocatie. De verzamelde informatie is opgesplitst in de volgende categorieën: o ligging en omgeving locatie (paragraaf 2.2) o historisch en huidig gebruik (paragraaf 2.3) o belendende percelen (2.4) o bodemonderzoek (2.5) o bodemkwaliteitskaart (2.6) o toekomstig gebruik (2.7) o financieel/juridisch (2.8) o bodemopbouw en geohydrologie (2.9) o onderzoekshypothese (2.10) Ter verkrijging van de benodigde informatie zijn onderstaande bronnen geraadpleegd: locatie-inspectie (d.d.
10 oktober 2019); informatie opdrachtgever; Omgevingsdienst Regio Nijmegen; internetsite Provincie Gelderland (bodeminformatie); internetsite bodeminformatie (https://bodemloket.nl); internetsite Basisregistratie Adressen en Gebouwen (https://bagviewer.kadaster.nl); Luchtfoto Google Earth; Grondwaterkaart van Nederland; Topografische Atlas van Nederland (2002); Internetsite Tijdreis, historisch kaartmateriaal van ca. 1815 tot heden (https://topotijdreis.nl); kadastralekaart. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden zijn de internetsites van het bodemloket en de provincie Gelderland geraadpleegd en zijn de beschikbare gegevens opgevraagd bij de Omgevingsdienst Regio Nijmegen. Tevens is door Klijn Bodemonderzoek een locatie-inspectie uitgevoerd waarbij onder andere is gelet op verdachte plekken (zoals verkleuringen, brandplekken, olieopslag etc.), asbest op of in de bodem, asbestbeschoeiingen, verzakkingen en ophogingen.
2.2.
Ligging en omgeving locatie De onderzoekslocatie bevindt zich aan de noordzijde van het centrum in de bebouwde kom van Wijchen. In de omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich voornamelijk woningen en bedrijfslocaties(bebouwd gebied). De onderzoekslocatie ligt aan de Woeziksestraat 649 te Wijchen en is kadastraal bekend als Gemeente Wijchen, sectie K, nr. 686. In figuur 1 is een luchtfoto te zien van de onderzoekslocatie en directe omgeving.
5
Rapport 19KL368
Figuur 1: Luchtfoto onderzoekslocatie en omgeving
Onderzoekslocatie
Voor een topografisch overzicht van de locatie en omgeving verwijzen wij naar de tekening in bijlage 1, een tekening van de locatie is weergegeven in bijlage 5. 2.3.
Historisch en huidig gebruik De gehele locatie aan de Woeziksestraat 649 te Wijchen heeft een oppervlakte van circa 3.075 m². Het terrein is gedeeltelijk bebouwd met enkele agrarische opstallen (een woonboerderij met een losstaande schuur). De woonboerderij is gerealiseerd in 1965. De schuur achter de boerderij is van 1994. De daken van beide gebouwen zijn bedekt met asbestverdacht plaatmateriaal. De daken zijn vermoedelijk niet voorzien van dakgoten, waardoor de bodem ter plaatse van de dakgootlijnen als asbestverdacht wordt aangemerkt. Volgens het Bodemloket en de Omgevingsdienst Regio Nijmegen is op de locatie sprake (geweest) van een ondergrondse huisbrandolie (HBO) tank en was er in het verleden een champignon/paddenstoelenkwekerij gevestigd. Voor 1965 had het perceel een agrarische functie. Er is op het perceel geen sprake van olieopslag of opslag van andere bodembedreigende stoffen. Uit gegevens verkregen van de Omgevingsdienst Regio Nijmegen en de internetsites van het bodemloket en de provincie Gelderland is gebleken dat over in het verleden uitgevoerde dempingen geen gegevens bekend zijn.
Op de locatie is, voor zover bekend naast de champignon/paddenstoelenkwekerij, geen sprake van (voormalige) puntbronnen en zijn er geen gegevens bekend over eventuele uitgevoerde verdachte (bodembedreigende) activiteiten op het perceel die de milieuhygiënische kwaliteit van grond en grondwater nadelig kunnen hebben beïnvloed.
2.4.
Belendende percelen en omgeving onderzoekslocatie
Tabel 1:
Activiteiten die plaatsvinden / plaats hebben gevonden op de belendende percelen
Adres
Historische activiteit
Periode
Woeziksestraat 635
Handelsonderneming in land en tuin- en bouwmachine
heden
De directe omgeving van de onderzoekslocatie bestaat uit: - Noordzijde: panden bedrijventerrein Bijsterhuizen - Oostzijde: braakliggend terrein (niet eerder bebouwd) - Zuidzijde: openbare weg en woning Woeziksestraat 700 (bouwjaar 1880) - Westzijde: woning Woeziksestraat 635 (bouwjaar 1930) Vooralsnog wordt niet verwacht dat de activiteiten van de belendende percelen een nadelige invloed hebben gehad op de bodemkwaliteit van onderhavige onderzoekslocatie. 2.5.
Bodemonderzoek Het perceel Woezikseweg 649 heeft in 1991 deel uitgemaakt van een grootschalig bodemonderzoek ten behoeve van de ontwikkeling van het bedrijventerrein Bijsterhuizen. Uit de resultaten
6
Rapport 19KL368
van dit onderzoek is gebleken dat in de grond ter plaatse licht verhoogde gehalten met enkele zware metalen en PAK zijn geconstateerd. De resultaten hebben niet geleid tot een belemmering voor het gebruik en voorgenomen functiewijziging van het perceel. 2.6.
Bodemkwaliteitskaart Uit gemeentelijke informatie is gebleken dat de bovengenoemde locatie is gelegen binnen de zone industrie van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart ligt. In deze zone worden in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan enkele zware metalen, PAK en EOX aangetroffen. Plaatselijk kunnen echter uitschieters voorkomen van matige verontreinigingen met zink. In de ondergrond worden licht verhoogde gehalten aan enkele zware metalen, PAK, EOX en minerale olie aangetoond. Op basis van de 95-percentielwaarden kunnen in de boven- en ondergrond lichte tot sterke verontreinigingen met zware metalen en of PAK worden verwacht.
2.7.
Toekomstig gebruik van het terrein De bestemming van de onderzoekslocatie zal worden gewijzigd. Het voornemen is om ter plaatse van het perceel nieuwbouw te realiseren.
2.8.
Financieel/juridisch Op het perceel hebben, voorzover bekend, geen calamiteiten plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd is geraakt.
2.9.
Regionale opbouw en geohydrologie De regionale bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie is weergegeven in tabel 2. Tabel 2: regionale bodemopbouw Diepte m-mv 0–1 1 - 13 13 - 21 >21
Omschrijving
Dekzand Grove zanden en grinden Grof zand met grind Fijne slibhoudend zand
formatie
Formatie Kreftenhye, eerste watervoerend pakket Venlo Zanden Formatie van Breda
Het maaiveld bevindt zich op ongeveer 9,0 m+NAP. De stromingsrichting van het grondwater is regionaal westelijk gericht. Lokaal kan de stroming van het grondwater worden beïnvloed door drainages en oppervlaktewater. Het grondwater onder de onderzoekslocatie is, voor zover bekend, niet onderhevig aan invloeden van buitenaf.
7
2.10.
Rapport 19KL368
Onderzoekshypothese Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Conform de aanpak van de NEN 5740 dient, voorafgaand aan de uitvoering van het veld- en laboratoriumonderzoek, op basis van de verkregen informatie een hypothese te worden opgesteld. Het betreft hierbij een aanname met betrekking tot het al dan niet aanwezig zijn van bodemverontreiniging op de te onderzoeken locatie. Op basis van de gestelde informatie met betrekking tot de historie en het huidige gebruik van de onderzoekslocatie, wordt de onderzoekslocatie beschouwd als “niet-verdacht met een verdachte deellocatie” ten aanzien van bodemverontreiniging. Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is met stoffen in concentraties boven de achtergrondwaarde (grond) en/of de streefwaarde (grondwater). Bij verdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem verontreinigd is met stoffen in concentraties boven de achtergrondwaarde (grond) en/of de streefwaarde (grondwater). Voor het toetsen van bovenstaande hypothese is de onderzoeksstrategie “onverdacht met een verdachte deellocatie” uitgevoerd. Deze strategie is verder uitgewerkt in hoofdstuk 3. Op basis van het vooronderzoek wordt de onderzoekslocatie onderverdeeld in drie deellocaties: 1. 2.
ondergrondse huisbrandolietank (ca. 20 m²), overige terreindeel (ca. 3.075 m²).
Verkennend asbestonderzoek NEN 5707 Het verkennend asbestonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5707. Op basis van de verkregen informatie met betrekking tot de historie en het huidige gebruik van de onderzoekslocatie, wordt de onderzoekslocatie beschouwd als “onverdacht met een verdachte deellocatie” ten aanzien van bodemverontreiniging met asbest. Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is met asbest in concentraties boven de grenswaarde of het geldende achtergrondgehalte. Bij verdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem verontreinigd is met asbest in concentraties boven de grenswaarde of het geldende achtergrondgehalte. Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is met asbest in concentraties boven de grenswaarde of de geldende interventiewaarde. Waarbij geldt dat nader onderzoek dient plaats te vinden bij concentraties boven de 0,5 maal de interventiewaarde (0,5 x 100 mg/kgds= 50 mg/kgds). Voor het toetsen van bovenstaande hypothese is de onderzoeksstrategie “asbest onverdacht met een verdachte deellocatie” uitgevoerd. Deze strategie is verder uitgewerkt in hoofdstuk 3. Op basis van het vooronderzoek wordt de onderzoekslocatie onderverdeeld in drie deellocaties: 1. dakgootlijn boerderij (ca. 40 m²), 2. dakgootlijn schuur (ca. 20 m²), 3. overige terreindeel (ca.
3.075 m²).
8
3.
Rapport 19KL368
ONDERZOEKSPROGRAMMA Ten behoeve van dit onderzoek is een programma voor veld- en laboratoriumwerk opgesteld. Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) 1. Ondergrondse huisbrandolietank De onderzoeksopzet is gebaseerd op de Nederlandse Eindnorm voor verkennend bodemonderzoek (NEN 5740 versie januari 2009, inclusief correctieblad A1 van februari 2016) waarbij de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een of meer ondergrondse opslagtanks (VEP-OO) is gehanteerd. Dit, omdat de bodem ter plaatse van de tanks mogelijk verontreinigd is met oliehoudende producten. Volgens de NEN5740 wordt de eerdergenoemde hypothese aanvaard indien in de grond en/of het freatisch grondwater concentraties van één of meerdere onderzochte parameters worden aangetroffen boven de achtergrond- of streefwaarden. 2. Overig terreindeel De onderzoeksopzet is gebaseerd op de Nederlandse Eindnorm voor verkennend bodemonderzoek (NEN 5740 versie januari 2009, inclusief correctieblad A1 van februari 2016) voor een onverdachte locatie (ONV-NL). Volgens de NEN 5740 wordt de eerdergenoemde hypothese aanvaard indien in de grond en/of het freatisch grondwater geen concentraties van onderzochte parameters worden aangetroffen boven de achtergrond- of streefwaarden.
Verkennend asbestonderzoek (NEN 5707) Druppelzone (dakgootlijn boerderij en schuur) De onderzoeksopzet ten behoeve van het verkennend asbest onderzoek is gebaseerd op de Nederlandse Eindnorm voor verkennend asbestonderzoek in grond (NEN 5707, paragraaf 6.4.4) voor verdachte locaties met plaatselijke bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern. Overige onverdachte terreindeel De onderzoeksopzet ten behoeve van het verkennend asbest onderzoek is gebaseerd op de Nederlandse Eindnorm voor verkennend asbestonderzoek in grond (NEN 5707, paragraaf 6.4.2) voor kleinschalige onverdachte locaties. Volgens de NEN 5707, het verkennend asbest onderzoek, wordt de eerdergenoemde hypothese aanvaard indien ter plaatse in de grond concentraties van onderzochte parameters worden aangetroffen onder de interventiewaarden. Volgens de NEN 5707 (versie augustus 2015, inclusief correctieblad c1 van augustus 2016), het verkennend asbest onderzoek, wordt de eerdergenoemde hypothese aanvaard indien ter plaatse in de grond concentraties aan asbest worden aangetroffen onder 0,5 maal de interventiewaarde. Het veldonderzoek is uitgevoerd volgens de SIKB Beoordelingsrichtlijn voor Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en de Nederlandse Normen en Praktijk Richtlijnen (NEN en NPR) van het Nederlands Normalisatie-Instituut.
9
Rapport 19KL368
De verrichte veldwerkzaamheden en chemische analyses zijn weergegeven in tabel 3. Tabel 3: Verrichte veldwerkzaamheden en chemische analyses (deel-)locatie
oppervlakte m2
monsternamepunten1)
Chemische analyses grond2) grondwater3)
Overige terreindeel
3.705
15 inspectiegaten tot 0,5 m-mv waarvan 3 boringen tot 2,0 m-mv waarvan 1 boring met peilbuis
3 x NEN-bovengrond, incl OCB 2 x asbest in grond 1 x NEN-ondergrond, incl OCB
1 x NEN-grondwater, incl OCB
Dakgootlijin boerderij
40
4 inspectiegaten tot 0,5 m-mv
1 x asbest in grond
n.v.t.
Dakgootlijin schuur
20
4 inspectiegaten tot 0,5 m-mv
1 x asbest in grond
n.v.t.
1) m-mv = meter minus maaiveld 2) NEN-grond =
zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn); PCB’s; minerale olie (GC); PAK -VROM vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen) ; minerale olie (GC); vluchtige organische halogeenverbindingen
3) NEN-grondwater = zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn);
De posities van de monsternamepunten zijn in bijlage 5 weergegeven. De inspectiegaten ten behoeve van het NEN 5740 onderzoek en het NEN 5707 onderzoek ter plaatse van het overige terreindeel zijn gecombineerd uitgevoerd. Verder zijn de monsters van de grond en het grondwater naast het standaard NEN pakket, gezien het agrarische gebruik van het perceel, tevens onderzocht op de aanwezigheid van OCB (organo chloor bestrijdingsmiddelen). Ten tijde van het veldwerk is door de opdrachtgever aangegeven dat op het perceel, in tegenstelling tot de historische informatie, geen ondergrondse huisbrandolietank aanwezig is geweest. Op basis van deze gegeven is deze verdachte deellocatie niet onderzocht. De chemische analyses zijn conform het AS3000 protocol uitgevoerd door het milieulaboratorium van AL-West B.V. te Deventer. AL-West B.V. beschikt over een accreditatie volgens NENEN-ISO 17025.
10
Rapport 19KL368
4.
BODEMGEGEVENS
4.1.
Bodemgesteldheid en zintuiglijke waarnemingen Ten behoeve van het onderzoek is op 10 oktober 2019 een veldonderzoek uitgevoerd door J.A. Post (erkend monsternemer volgens certificaat K44009). Het opgeboorde materiaal is in het veld beoordeeld op textuur, (afwijkende) kleuren en zintuiglijk waarneembare verontreinigingen. De bemonstering heeft plaatsgevonden conform de NEN5742 en/of NEN5743. Daarnaast is voor de opgeboorde grond een olie-op-water-test gedaan: via dompeling van een met olie verontreinigd grondmonster in water ontstaat er een zichtbare film op het water. De grootte en de kleurschakering hiervan kunnen een indicatie zijn voor de mate van olieverontreiniging. Ten behoeve van het verkennend asbest onderzoek is het opgeboorde materiaal in het veld beoordeeld op textuur, (afwijkende) kleuren en zintuiglijk waarneembare verontreinigingen. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is op diverse plaatsen op het terrein het vochtpercentage in de bodem bepaald. Uit de metingen bleek een gemiddeld bodemvochtgehalte van 12% waarna is gestart met de werkzaamheden. Tevens is tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden periodiek het vochtgehalte in de bodem bepaald. Tijdens de periodieke metingen is gebleken dat het vochtgehalte niet onder de 10% is gemeten.
Op het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn, op basis van zintuiglijke waarnemingen, geen asbestverdachte materialen waargenomen. Ten behoeve van het asbestonderzoek zijn de inspectiegaten 1 t/m 15 gelijkmatig verdeeld over het overige onderzoeksperceel. De inspectiegaten 101 t/m 104 en 201 t/m 204 zijn gelijkmatig verdeeld over lengte van de druppelzone ter plaatse van de boerderij en schuur. Alle inspectiegaten zijn handmatig gegraven en hebben een lengte en breedte van 30 bij 30 centimeter. De inspectiegaten 1, 2 en 3 zijn doorgeboord tot 2,0 m-mv met een edelmanboor met een diameter van 12 cm. Het overige terreindeel bestaat, qua vierkante meters, uit twee RE’s (RE1 en RE2). De beide dakgootlijnen betreffen ook elk een RE (RE3 en RE4). De opgegraven grond uit de inspectiegaten is uitgespreid met een maximale laagdikte van 2 cm en geïnspecteerd op asbestverdacht materiaal. De grond is met behulp van een hark uitgeharkt zodat alle delen groter dan 20 mm van het grondmonster worden gescheiden. De inspectie efficiëntie ter plaatse van het maaiveld wordt gesteld op 95%. Op basis van zintuiglijke waarnemingen is geen asbestverdacht of bodemvreemd materiaal geconstateerd. De boorprofielen met veldwaarnemingen zijn opgenomen in bijlage 2.
11
4.2.
Rapport 19KL368
Samenstelling grondmengmonsters Op basis van de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen zijn grondmonsters geselecteerd voor chemische analyse. Bij het samenstellen van de grondmengmonsters is als uitgangspunt gehanteerd dat een mengmonster kan worden samengesteld uit individuele grondmonsters, indien het bodemmateriaal min of meer dezelfde samenstelling heeft. De samenstelling van de grond(meng)monsters is vermeld in tabel 4. Tabel 4: Samenstelling grond(meng)monsters Grond(meng)monster
Verkennend bodemonderzoek MM1 MM2 MM3 MM4 Verkennend asbestonderzoek Overig terreindeel RE1 RE2 Dakgootlijn boerderij RE3 Dakgootlijn schuur RE4
4.3.
Samengesteld uit boringen
Diepte (m-mv)
Opmerking
1+2+3+4+5+6+7 8 9+10+11+12+13+14+15 1+2+3
0,0-0,5 0,05-0,5 0,0-0,5 0,5-1,5
-
3+4+5+6+7+8 1+2+9+10+11+12+13+14+15
0,0-0,5 0,0-0,5
-
101 t/m 104
0,0-0,1
-
201 t/m 204
0,0-0,1
-
Concentratieberekening plaatmateriaal Voor het berekenen van het gehalte asbestmateriaal in grond, met een diameter groter dan 20 mm, is het noodzakelijk om de door het laboratorium gerapporteerde gehalten te corrigeren aan de inspectie efficiëntie en de massa van het uitgegraven materiaal. Het gehalte wordt berekend met de onderstaande formule. Cm,i = ∑ (Mk x %k,i / 100) / Mlok Cm,i = het gehalte asbest per asbestsoort is afkomstig van de verzamelde asbesthoudende materialen, in mg/kg ds; Mk = de massa verzamelde asbesthoudende materialen van het type k, in mg; %k,i = het percentage asbest van het asbestsoort i in de verzamelde asbesthoudende materialen van het type k, in %; Mlok = het drooggewicht van het verzamelmonster grond op de locatie, in kg.
Gezien het feit dat een groot monster is geïnspecteerd, is weging van het monster niet mogelijk waardoor het drooggewicht van het monster is afgeleid van de volgende formule. Mlok = (1000 x V x ns) x (%E/100) x Ma/Mva V = het volume van de geïnspecteerde deelpartij in m³; Ns = het stortgewicht van het materiaal, in kg/dm³; %E = een schatting van de inspectie efficiëntie, in %; Ma = de massa van het gedroogde analysemonster, in kg; Mva = de massa van het veldvochtige analysemonster, in kg.
Formeel dient de bulkdichtheid (ns) van het materiaal worden bepaald conform NEN 5926, echter op basis van ervaringscijfers kan worden aangenomen dat het gewicht van het materiaal (puin en grond) is gelegen tussen de 1,5 en 1,9 ton/m³. In onderhavig onderzoek is een bulkdichtheid van 1,65 ton/m³ aangehouden. Tijdens het onderzoek is gerekend met een inspectie efficiëntie van 95%.
12
Rapport 19KL368
Ten tijde van het onderzoek voldeden de weersomstandigheden aan de gestelde randvoorwaarden voor asbestonderzoek. Dit betekent: o het maaiveld is vrij inspecteerbaar; o het maaiveld is droog, vorstvrij en onbesneeuwd; o geen regenval van meer dan 100mm/h; o geen hagel of sneeuwval; o onderzoek is uitgevoerd tussen zonsopkomst en zonsondergang; o geen mist met een zicht van minder dan 50 meter. Gezien het feit dat in de opgeboorde/opgegraven grond geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen, is in onderhavig onderzoek geen concentratie berekening uitgevoerd.
5.
RESULTATEN METINGEN EN CHEMISCHE ANALYSES
5.1.
Meetgegevens grondwater Voordat de peilbuis is bemonsterd, is de waterstand in de peilbuis gemeten. Tevens zijn het elektrisch geleidingsvermogen (EC), troebelheid (NTU) en de zuurgraad (pH) van het water bepaald. De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk, gefiltreerd en geconserveerd. De bemonstering heeft plaatsgevonden conform de NEN5744. De resultaten van de metingen zijn weergegeven in tabel 4. De watermonstername is op 25 oktober 2019 uitgevoerd door J.A. Post (erkend monsternemer volgens certificaat K44009). Tabel 4: Meetgegevens grondwater Peilbuis
01
Filterdiepte
Waterstand
Monster
m-mv
m-mv
be-/onbelucht
3,3-4,3
1,86
onbelucht
Toestroming
Afgepompt liter
Troebelheid NTU
elektrisch geleidingsvermogen µS/cm
zuurgraad (pH)
goed
14
6,4
168
6,7
De gemeten pH en EC zijn normale waarden voor een natuurlijke situatie in deze omgeving. De meetresultaten van het grondwater hebben geen aanleiding gegeven tot het bijstellen van het onderzoeksprogramma.
13
5.2.
Rapport 19KL368
Toetsingskader Om de mate van verontreiniging van de bodem te kunnen beoordelen, zijn de chemische analyseresultaten van de grond en het grondwater getoetst aan de richtlijnen die zijn opgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant 27 juni 2013, nr. 16675). Ten behoeve van deze toetsing wordt gebruik gemaakt van de begrippen achtergrond-, streef- en interventiewaarde. De achtergrondwaarden (AW) zijn landelijk geldende waarden voor een multifunctionele bodemkwaliteit en geven de bovengrens aan voor wat in de dagelijkse praktijk 'schone grond' wordt genoemd. Deze achtergrondwaarden zijn vastgesteld op basis van gehalten zoals deze voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden. Dit omdat in dergelijke gronden geen belasting door lokale verontreinigingsbronnen aanwezig wordt geacht. De streefwaarde (S) geeft het concentratieniveau in grondwater aan waarboven wèl en waaronder géén sprake is van een aantoonbare verontreiniging. De interventiewaarde (I) geeft het concentratieniveau in de grond, waterbodem of grondwater aan waarboven de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier en plant heeft, in ernstige mate kunnen zijn verminderd.
In het overheidsbeleid wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien de gemiddelde concentratie aan één stof de interventiewaarde overschrijdt in tenminste 25 m3 grond/slib of voor het grondwater in tenminste 100 m3 bodemvolume. Over de hoeveelheid grond/slib of grondwater waarop een eventuele overschrijding van de interventiewaarde voordoet kan in een eerste onderzoek meestal nog geen betrouwbare uitspraak worden gedaan. Daarom kunnen op basis van de resultaten van dit eerste onderzoek dan ook geen conclusies worden getrokken ten aanzien van het wel of niet ernstig zijn van het verontreinigingsgeval. Bij de getoetste waarden is tevens een index opgenomen. Deze index is als volgt berekend: Index = (GSSD - AW) / (I - AW). Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD) lager is dan de achtergrondwaarde. Bij een index boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde. Een index tussen de 0 en 0,5 betekent dat de gestandaardiseerde meetwaarde (ver) onder de interventiewaarde ligt. Een index tussen de 0,5 en 1 houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt (overschrijding voormalige tussenwaarde). Afhankelijk van de specifieke situatie kan dit aanleiding geven voor het uitsplitsen van een mengmonster en/of het uitvoeren van een nader onderzoek.
Met een nader bodemonderzoek kan de ernst en spoedeisendheid van het geval worden vastgesteld. Een nader onderzoek kan worden uitgevoerd als er een duidelijke indicatie bestaat dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Bij de toetsing worden de gemeten gehalten aan de hand van geanalyseerde of geschatte gehalten organische stof en lutum met BOTOVA-gevalideerde software omgerekend naar zogenaamde standaardbodemcondities (bodem met 10% organische stof en 25% lutum). Deze gestandaardiseerde meetwaarden worden vergeleken met de vaste normwaarden. Door een aantal wijzigingen in de Regeling Bodemkwaliteit zijn per 1 april 2009 de normen voor barium in grond tijdelijk buiten werking gesteld. Als blijkt dat verhoogde gehalten aan barium worden veroorzaakt door antropogene bronnen, kan het bevoegd gezag dit gehalte beoordelen aan de voormalige interventiewaarden.
14
5.3.
Rapport 19KL368
Analyseresultaten verkennend asbestonderzoek NEN 5707 De resultaten zijn getoetst aan het integrale beleid voor asbest in bodem, grond en puin(granulaat). De interventiewaarde bodemsanering voor asbest en de restconcentratienorm voor asbesthoudende bulkmaterialen is vastgesteld op 100 mg/kg (gewogen). Met “gewogen” wordt bedoeld de concentratie serpentijnasbest vermeerderd met tienmaal de concentratie amfiboolasbest. Indien de grens van 0,5 maal de interventiewaarde van 100 mg/kg ds (= 50 mg/kg ds) aan asbest wordt overschreden is nader onderzoek gewenst. In tabel 5 is de totale hoeveelheid asbest in grond opgenomen. In de analyserapporten (bijlage 3) zijn de gemeten concentraties aan asbest in de fijne fractie (delen kleiner dan 20 mm) weergegeven. Tabel 5: Totale hoeveelheid asbest in mg/kg ds per RE Monster
5.4.
Omgerekend gewicht asbest in mg/kg ds
Geanalyseerd gewicht asbest in mg/kg ds
Totaal gewicht asbest in mg/kg ds
Overige terreindeel RE1 RE2
0,0 0,0
<1 <1
<1 <1
Dakgootlijn boerderij RE3
0,0
13
13
Dakgootlijn schuur RE4
0,0
250
250
Analyseresultaten In bijlage 4 zijn de toetsingstabellen opgenomen met alle analyseresultaten, de omgerekende analyseresultaten (GSSD) en de bijbehorende toetsingsresultaten (waarden kleiner dan de detectielimiet zijn niet omgerekend). In de tabellen 6 en 7 wordt een samenvatting weergegeven van de toetsingsresultaten van respectievelijk grond en grondwater. De analyserapporten zijn opgenomen in bijlage 3.
15
Rapport 19KL368
Tabel 6: Analyseresultaten en toetsing van grond(meng)monsters gemeten groter dan de achtergrondwaarde (gehalten in mg/kg d.s., tenzij anders vermeld) MM1 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: 1+2+3+4+5+6+7+8
MM2 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: 9+10+11+12+13+14+15
MM3 (0,5-1,5 m-mv) Samenstelling: 1+2+3 AW I GSSD T-index Toets oordeel Index < 0 0 < Index < 0,5 0,5 < Index < 1 Index > 1 NEN-pakket
Parameters
Resultaat
GSSD
AW
I
T index
Toets oordeel Toetsing BKK
Zink (Zn) Lood (Pb) Minerale olie PAK som 10 (VROM) Parameters OCB pakket overige parameters NEN-pakket
80 38 850
168 56,8 3148 270 -
140 50 190 1,5 -
720 530 5000 40 -
0,048 0,014 0,61 6,97 -
> AW en <= T > AW en <= T > T en <= I >I <AW <AW
Wonen Wonen Niet toepasbaar Niet toepasbaar > I <AW <AW
Zink (Zn) PAK som 10 (VROM) Parameters OCB pakket overige parameters NEN-pakket
83 -
165 2,94 -
140 1,5 -
720 40 -
0,043 0,037 -
> AW en <= T > AW en <= T <AW <AW
Wonen Wonen <AW <AW
parameters NEN-pakket
-
-
-
-
-
<AW
<AW
-
Achtergrondwaarde Interventiewaarde Gestandaardiseerde meetwaarde Index voor de afwijking van Gstandaard tov gemiddelde van Achtergrondwaarde en Interventiewaarde Parameteroordeel op basis van de waarde bij 'T Index' GStandaard < AW GStandaard ligt tussen de AW en de oude T GStandaard ligt tussen de oude T en I I overschreden Geen verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarden Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn); PCB’s; minerale olie (GC); PAK som 10
Voor de geanalyseerde gehalten aan OCB van MM1 is tijdens het analyseproces de rapportagegrens verhoogd, omdat door matrixeffecten, respectievelijk co-elutie een kwantificering bemoeilijkt wordt. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat geen verhoogde gehalten aan de onafhankelijk OCB’s aanwezig zijn in het monster. Tabel 7: Analyseresultaten en toetsing grondwatermonster gemeten groter dan de streefwaarde (gehalten in µg/l, tenzij anders vermeld) Peilbuis 1 Filterstelling: 3,3-4,3 m-mv
SW I GSSD T-index Toets oordeel Toetsing BBK Index < 0 0 < Index < 0,5 0,5 < Index < 1 Index > 1 NEN-pakket
Parameters
Resultaat GSSD
SW
I
T index
Toets oordeel
parameters NEN-pakket parameters OCB-pakket
-
-
-
-
<SW <SW
-
Streefwaarde Interventiewaarde Gestandaardiseerde meetwaarde Index voor de afwijking van Gstandaard tov gemiddelde van Streefwaarde en Interventiewaarde Parameteroordeel op basis van de waarde bij 'T Index' Indicatieve waarden voor hergebruik van de geanalyseerde grond, conform toetsing Besluit Bodem Kwaliteit GStandaard < SW GStandaard ligt tussen de SW en de oude T GStandaard ligt tussen de oude T en I I overschreden Geen verhoogde gehalten ten opzichte van de streefwaarden zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn); vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen) ; minerale olie (GC); vluchtige organische halogeenverbindingen
16 5.5.
Rapport 19KL368
Uitsplitsing mengmonster MM1 In mengmonster MM1 van de bovengrond is, naast een licht verhoogde gehalten aan zink en lood een matig verhoogd gehalte aan minerale olie en een sterk verhoogd gehalte aan PAK geconstateerd. Om na te gaan wat het gehalte per deelmonster aan minerale olie en PAK is, is besloten de deelmonsters van MM1 separaat te laten analyseren op het gehalte aan minerale olie en PAK. De samenstelling van de grondmonsters is vermeld in tabel 8. De tabel 9 geeft een overzicht van de toetsingsresultaten van de grondmonsters. In bijlage 3 zijn de analyserapporten van de grondmonsters opgenomen. Tabel 8: Samenstelling grondmonsters Oorspronkelijk grond(meng)monster
Samengesteld uit boringen
Diepte (m-mv)
Opmerking
MM1
1 (M4) 2 (M5) 3 (M6) 4 (M7) 5 (M8) 6 (M9) 7 (M10) 8 (M11)
0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,5 0,0-0,05
-
17
Rapport 19KL368
Tabel 9: Analyseresultaten en toetsing van grond(meng)monsters gemeten groter dan de achtergrondwaarde (gehalten in mg/kg d.s., tenzij anders vermeld) M4 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: 1 M5 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: 2 M6 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: 3 M7 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: 4 M8 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: 5 M9 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: 6 M10 (0,0-0,5 m-mv) Samenstelling: 7 M11 (0,0-0,05 mmv) Samenstelling: 8 AW I GSSD T-index Toets oordeel Index < 0 0 < Index < 0,5 0,5 < Index < 1 Index > 1 NEN-pakket
Parameters
Resultaat GSSD
AW
I
T index
Toets oordeel Toets oordeel
Minerale olie PAK som 10 (VROM)
47
174 22,2
190 1,5
5000 40
-1 0,54
<= AW > T en <= I
<= AW Industrie
Minerale olie PAK som 10 (VROM)
< 35
90,7 1,95
190 1,5
5000 40
-1 0,012
<= AW > AW en <= T
<= AW Wonen
Minerale olie PAK som 10 (VROM)
< 35
90,7 2,67
190 1,5
5000 40
-1 0,03
<= AW > AW en <= T
<= AW Wonen
Minerale olie PAK som 10 (VROM)
< 35
90,7 0,86
190 1,5
5000 40
-1 -1
<= AW <= AW
<= AW <= AW
Minerale olie PAK som 10 (VROM)
< 35
90,7 1,62
190 1,5
5000 40
-1 0,0031
<= AW > AW en <= T
<= AW Wonen
Minerale olie PAK som 10 (VROM)
< 35
90,7 1,01
190 1,5
5000 40
-1 -1
<= AW <= AW
<= AW <= AW
Minerale olie PAK som 10 (VROM)
< 35
90,7 1,15
190 1,5
5000 40
-1 -1
<= AW <= AW
<= AW <= AW
Minerale olie PAK som 10 (VROM)
< 35
90,7 0,35
190 1,5
5000 40
-1 -1
<= AW <= AW
<= AW <= AW
Achtergrondwaarde Interventiewaarde Gestandaardiseerde meetwaarde Index voor de afwijking van Gstandaard tov gemiddelde van Achtergrondwaarde en Interventiewaarde Parameteroordeel op basis van de waarde bij 'T Index' GStandaard < AW GStandaard ligt tussen de AW en de oude T GStandaard ligt tussen de oude T en I I overschreden Geen verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarden Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn); PCB’s; minerale olie (GC); PAK som 10
18
5.6.
Rapport 19KL368
Toelichting analyseresultaten Op basis van de veldwaarnemingen en de analyseresultaten kan de bodemkwaliteit als volgt worden toegelicht: Grond Zintuiglijk zijn in de opgeboorde grond geen bijmenging met bodemvreemde materialen waargenomen. Verkennend asbestonderzoek NEN 5707 Overige terreindeel In de opgeboorde en bemonsterde grond ter plaatse van RE1 en RE2 zijn zowel zintuigelijk als analytisch (<1,0 mg/kg droge stof) geen asbest verdachte materialen aangetoond. De gewogen asbestconcentratie van RE1 en RE2 (<1 mg/kg ds) liggen ruim onder de grens van 0,5 maal de interventiewaarde (=50 mg/kg ds). Dakgootlijn boerderij In het opgegraven en bemonsterde grond ter plaatse de dakgootlijn (RE3) is zintuigelijk geen asbest verdachte materialen aangetoond. Analytisch is 13 mg/kg droge stof aan asbesthoudende materialen aangetroffen. De gewogen asbestconcentratie van RE3 (13 mg/kg ds) ligt ruim onder de grens van 0,5 maal de interventiewaarde (=50 mg/kg ds). Dakgootlijn schuur In het opgegraven en bemonsterde grond ter plaatse de dakgootlijn (RE4) is zintuigelijk geen asbest verdachte materialen aangetoond. Analytisch is 250 mg/kg droge stof aan asbesthoudende materialen aangetroffen. De gewogen asbestconcentratie van RE4 (250 mg/kg ds) ligt ruim boven de grens van 0,5 maal de interventiewaarde (=50 mg/kg ds).
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Overige terreindeel Analytisch zijn in het mengmonster van de bovengrond (MM1), ten opzichte van de achtergrondwaarde, verhoogde gehalten aan zink en lood aangetoond. Tevens is, ten opzichte van de tussenwaarde, een verhoogd gehalte aan minerale olie en, ten opzichte van de interventiewaarde, een verhoogd gehalte aan PAK aangetroffen. Na separate analyse van de betreffende deelmonsters van MM1 (deelmonsters M3 t/m M8) is analytisch gebleken dat in de opgeboorde bovengrond (0,0 tot 0,5 m-mv) van alle boringen (1 t/m 8) geen verhoogd gehalte aan minerale olie meer is aangetoond. Tevens is gebleken dat in de bovengrond (0,0 tot 0,5 m-mv) van de deelmonsters M7, M9, M10 en M11 (boringen 4, 6, 7 en 8) geen verhoogd gehalte aan PAK meer is geconstateerd. In de opgeboorde bovengrond (0,0 tot 0,5 m-mv) van de boringen 2, 3 en 5 (M5, M6 en M8) zijn, ten opzichte van de achtergrondwaarde, verhoogde gehalten aan PAK aangetroffen. In de opgeboorde bovengrond (0,0 tot 0,5 m-mv) van boring 1 (M4) is, ten opzichte van de tussenwaarde, een verhoogd gehalte aan PAK aangetroffen. De eerder aangetroffen matig verhoogde gehalten aan minerale olie en de sterk verhoogde gehalten aan PAK zijn in de separate analyse niet reproduceerbaar gebleken.
Mogelijk bevindt er zich in het mengmonster (MM1) een stukje bodemvreemd materiaal welke in het analysetraject heeft gezorgd voor de verstoring in het analyseproces. Echter is de hoeveelheid bodemvreemd materiaal in de separate monsters, zo is gebleken tijdens de separate analyse, minimaal. In de bovengrond ter plaatse van boring 1 is maximaal een matig verhoogd gehalte aan PAK waargenomen.
19
Rapport 19KL368
Analytisch zijn in MM2, mengmonster van de ondergrond, ten opzichte van de achtergrondwaarde, verhoogde gehalte aan zink en PAK aangetoond. Analytisch zijn in MM3, mengmonster van de ondergrond, ten opzichte van de achtergrondwaarde, geen verhoogde gehalten met de onderzochte componenten aangetoond. De licht verhoogde gehalten met lood, zink en de licht tot matig verhoogde gehalten aan PAK hangen vermoedelijk samen met het langdurig menselijk gebruik van het terrein. In de bebouwde omgeving worden regelmatig dergelijke gehalten aangetroffen. Voor de volledigheid dient te worden vermeld dat bij analyse van mengmonsters de gehalten bij separate analyse van individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen uitvallen. Grondwater Analytisch zijn in het grondwater ter plaatse van peilbuis 01, ten opzichte van de streefwaarde, geen verhoogde gehalten met de onderzochte parameters van het NEN en OCB pakket aangetoond. De gemeten zuurgraad (pH) en geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend voor het plaatselijke bodemtype.
6.
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
6.1.
Samenvatting In opdracht van Jansen Bouwontwikkeling B.V. is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie Woeziksestraat 649 te Wijchen. In het uitgevoerde bodemonderzoek is door middel van de bemonstering en analyse van grond en grondwater de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld. Van de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie is het volgende beeld verkregen: Zintuiglijk zijn er geen verontreinigingen waargenomen. Verkennend asbestonderzoek (NEN 5707) Overige terreindeel In de opgegraven en bemonsterde grond ter plaatse het overige terreindeel (RE1 en RE2) zijn zintuigelijk geen asbest verdachte materialen aangetoond. Analytisch is <1,0 mg/kg droge stof aan asbesthoudende materialen aangetroffen. De gewogen asbestconcentratie van RE1 en RE2 (<1,0 mg/kg ds) ligt ruim onder de grens van 0,5 maal de interventiewaarde (=50 mg/kg ds). Dakgootlijn boerderij In het opgegraven en bemonsterde grond ter plaatse de dakgootlijn (RE3) is zintuigelijk geen asbest verdachte materialen aangetoond. Analytisch is 13 mg/kg droge stof aan asbesthoudende materialen aangetroffen. De gewogen asbestconcentratie van RE3 (13 mg/kg ds) ligt ruim onder de grens van 0,5 maal de interventiewaarde (=50 mg/kg ds).
Dakgootlijn schuur In het opgegraven en bemonsterde grond ter plaatse de dakgootlijn (RE4) is zintuigelijk geen asbest verdachte materialen aangetoond. Analytisch is 250 mg/kg droge stof aan asbesthoudende materialen aangetroffen. De gewogen asbestconcentratie van RE4 (250 mg/kg ds) ligt ruim boven de grens van 0,5 maal de interventiewaarde (=50 mg/kg ds).
20
Rapport 19KL368
Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) Overige terreindeel Analytisch zijn in de bovengrond van MM1 licht verhoogde gehalten aan zink, lood en PAK geconstateerd. Plaatselijk, ter plaatse van boring 1 is in de bovengrond een matig verhoogd gehalte aan PAK geconstateerd; Analytisch zijn in de bovengrond van MM2 licht verhoogde gehalten aan zink en PAK geconstateerd; Analytisch zijn in de ondergrond (MM3) geen verhoogde gehalten met de onderzochte componenten geconstateerd; Analytisch zijn in het grondwater geen verhoogde gehalten met de onderzochte componenten geconstateerd. 6.2.
Conclusies en aanbevelingen Verkennend asbestonderzoek (NEN 5707) Gezien de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de voor de onderzoekslocatie opgestelde hypothese “onverdachte locatie”, juist is. Er zijn immers in de bodem ter plaatse van RE1 en RE2 (overige terreindeel) op basis van analytische waarnemingen, geen verhoogde gehalten aan asbest aangetroffen. Ter plaatse van RE3 (dakgootlijn boerderij) zijn licht verhoogde gehalten aan asbesthoudende materialen aangetoond. Ter plaatse van RE4 (dakgootlijn schuur) zijn sterk verhoogde gehalten aan asbesthoudende materialen aangetoond. De geconstateerde gehalten van RE1, RE3 en RE3 liggen onder de grens van 0,5 maal de interventiewaarde en vormen géén aanleiding tot het instellen van een nader bodemonderzoek. Het geconstateerde gehalten van RE4 ligt boven de grens van 0,5 maal de interventiewaarde en vormt aanleiding tot het uitvoeren van sanerende maatregelen. Aanbevolen wordt de grond ter plaatse van de druppelzone onder de dakgootlijn van de schuur te laten saneren door een erkend bodemsaneerder. Toestemming voor het uitvoeren van de sanering ter plaatse van de druppelzone kan worden verkregen door het indienen van een BUS melding bij het bevoegd gezag (gemeente Nijmegen).
21
Rapport 19KL368
Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) Overige terreindeel Gezien de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de voor de onderzoekslocatie opgestelde hypothese “niet verdachte locatie”, formeel gezien niet juist is. Er zijn immers op het onverdachte deel van de locatie enkele licht verhoogde gehalten aangetroffen. Met uitzondering van de gehalten aan PAK in de bovengrond ter plaatse van boring 1 liggen de geconstateerde verhoogde gehalten onder de indexwaarde van 0,5 en/of interventiewaarde en vormen géén aanleiding tot het instellen van een nader bodemonderzoek. Het gehalte aan PAK in boring 1 (bodemlaag 0,0 tot 0,5 m-mv) is gelegen boven de indexwaarde van 0,5 en/of interventiewaarde. Echter betreft het een minimale verhoging en zijn de gehalten gelegen ver beneden de interventiewaarde. Gezien het feit dat de overige geanalyseerde monsters maximaal licht verhoogde gehalten aan PAK worden geconstateerd wordt verwacht dat de omvang van de aanwezige matige verontreiniging met PAK beperkt van omvang is. Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek vormt de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geen belemmering ten aanzien van het gebruik van en de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de geplande bouwactiviteiten op het terrein.
Wel dient rekening te worden gehouden met het feit dat als wanneer ter plaatse van boring 1 eventueel civiele werkzaamheden zullen worden uitgevoerd, wordt aanbevolen om deze matig verontreinigde grond te ontgraven en af te voeren naar een erkend verwerker. Bij het uitvoeren van civiele grondwerkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de voorlopige veiligheidsklasse welke conform CROW 400 (ingangsdatum 1 januari 2019) kan worden bepaald. Ter plaatse van de druppelzone onder de dakgootlijn van de schuur is een sterk verhoogd gehalte aan asbest geconstateerd. Op basis van de verkregen onderzoeksresultaten is met behulp van de rekentool van het CROW, publicatie 400 een berekening uitgevoerd. Geconcludeerd kan worden dat de veiligheidsklasse ‘Zwart niet vluchtig” van toepassing’ is. Ter plaatse van het terrein waar geen asbest in de bodem aanwezig is, is op basis van de verkregen onderzoeksresultaten met behulp van de rekentool van het CROW, publicatie 400 een berekening uitgevoerd. Geconcludeerd kan worden dat ‘Geen veiligheidsklasse van toepassing’ is. De verkregen rapporten via de rekentool van het CROW zijn bijgevoegd in bijlage 7. Ondergrondse huisbrandolietank Ten tijde van het veldwerk is door de opdrachtgever aangegeven dat op het perceel, in tegenstelling tot de historische informatie, geen ondergrondse huisbrandolietank aanwezig is geweest.
Op basis van deze gegeven is deze verdachte deellocatie niet onderzocht. Hergebruik van grond Voor de volledigheid kan nog worden vermeld dat de grond, bij eventuele ontgravingswerkzaamheden, naar verwachting niet als schone grond kan worden hergebruikt. Hierbij dient te worden opgemerkt dat dit een indicatieve toetsing aan de Regeling en het Besluit Bodemkwaliteit betreft; het uitgevoerde onderzoek betreft immers geen partijkeuring conform BRL SIKB 1000, protocol 1001. Voor grond, met uitzondering van de matig verontreinigde bovengrond ter plaats van boring 1, welke op het perceel wordt toegepast gelden ons inziens, gezien de geringe overschrijding(en) ten opzichte van de achtergrondwaarden, geen gebruiksbeperkingen.
22
6.3.
Rapport 19KL368
Slotopmerking Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de huidige inzichten en algemeen gebruikelijke methoden. Hoewel het verrichte veldonderzoek, zoals ieder milieutechnisch onderzoek, steekproefsgewijs is uitgevoerd, is ernaar gestreefd om representatieve monsters te verkrijgen. Het is echter nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Klijn Bodemonderzoek B.V. acht zich niet aansprakelijk voor de schade die hieruit voort kan vloeien. Het uitgevoerde onderzoek is een momentopname, waardoor de onderzoeksresultaten een beperkte geldigheid hebben. Beïnvloeding van grond- en grondwaterkwaliteit zal ook plaats kunnen vinden na uitvoering van een onderzoek, bijvoorbeeld door het bouwrijp maken van de locatie, aanvoer van grond van elders zonder kwaliteitsgegevens of verspreiding van verontreinigingen van verder gelegen terreinen via het grondwater. Naarmate de periode tussen uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden bij het gebruik van de gegevens. De conclusies zijn deels gebaseerd op de analyse van gegevens die door de opdrachtgever en derden zijn verstrekt.
Wij nemen daarom geen verantwoording voor de gevolgen van fouten door verzuiming in informatie of factoren dan wel informatie die niet toegankelijk was voor ons, of die wij niet hebben kunnen achterhalen in het normale verloop van het onderzoek.
Bijlage 1: Ligging van de locatie en kadastrale kaart
Uittreksel Kadastrale Kaart
Uw referentie: 19KL368 1836 1756 1833
1757
1595
i ze n
1753 686
Bi j st
er h u
635
649
692
861 345
70 0
1170
39
1169 35A
41
860 1016
970
319 971
862
32
37 0m
Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 8 oktober 2019 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
12345
10 m
50 m
Schaal 1:1000 Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Wijchen K 686
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
Omgevingskaart
Klantreferentie: 19KL368
0m
125 m
Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object Wijchen K 686 Woeziksestraat 649, 6604CK Wijchen CC-BY Kadaster.
625 m
Schaal 1: 12500
Bijlage 2: Boorprofielen en legenda
01
01
03
braak, m aaiveld
0
0 01
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, ow: geen, schep
02
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
50
-50
100
gras, m aaiveld
0
0 01
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, ow: geen, schep
02
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, ow: geen, edelm an
03
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
04
leem , zwak zandig, licht crem e, bruin, ow: geen, edelm an
50
-50
100
-100
03 150
-150 04
150
-150
leem , zwak zandig, licht crem e, bruin, ow: geen, edelm an
200
200
229 250
-250
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig grindig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
280
t ype dat um boorm eest er x y
-200
in sp e ct ie g a t 1 0 -1 0 -2 0 1 9 J. A. Post 1 8 0 9 3 5 .9 5 4 2 5 7 8 3 .4 9
300
04
330 350
gras, m aaiveld
0
0 01
50
400 430
-430
Tevens inspect iegat t ype dat um boorm eest er x y
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 0 -1 0 -2 0 1 9 J. A. Post 1 8 0 9 7 7 .6 8 4 2 5 8 4 6 .3 8
t ype dat um boorm eest er x y
-50
in sp e ct ie g a t 1 0 -1 0 -2 0 1 9 J. A. Post 1 8 0 9 5 9 .7 3 4 2 5 7 9 4 .0 9
05
0
braak, m aaiveld
0
01
0 01
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, ow: geen, schep
02
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, ow: geen, edelm an
03
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, edelm an
04
leem , zwak zandig, licht crem e, bruin, ow: geen, edelm an
50
100
-100
150
t ype dat um boorm eest er x y
-50
in sp e ct ie g a t 1 0 -1 0 -2 0 1 9 J. A. Post 1 8 0 9 5 8 .1 5 4 2 5 7 7 6 .2 4
06
-150
200
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, ow: geen, schep
50 -50
gras, m aaiveld
0
0 01
-200 50
in sp e ct ie g a t 1 0 -1 0 -2 0 1 9 J. A. Post 1 8 1 0 0 1 .4 1 4 2 5 8 5 9 .8 2
t ype dat um boorm eest er x y
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina
gras, m aaiveld
0
02
t ype dat um boorm eest er x y
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, ow: geen, schep
W oe zik se st r a a t 6 4 9 t e W ijch e n 1 9 KL3 6 8 0 8 -1 1 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 1 va n 4
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, ow: geen, schep -50
in sp e ct ie g a t 1 0 -1 0 -2 0 1 9 J. A. Post 1 8 0 9 5 0 .8 0 4 2 5 7 8 7 .2 7
07
0 01
in sp e ct ie g a t 1 0 -1 0 -2 0 1 9 J. A. Post 1 8 0 9 4 0 .1 5 4 2 5 7 9 7 .2 4
08
in sp e ct ie g a t 1 0 -1 0 -2 0 1 9 J. A. Post 1 8 0 9 7 0 .1 8 4 2 5 7 9 2 .9 4
09
0
0
in sp e ct ie g a t 1 0 -1 0 -2 0 1 9 J. A. Post 1 8 0 9 6 4 .0 3 4 2 5 8 4 9 .9 5
0
11
-50
in sp e ct ie g a t 1 0 -1 0 -2 0 1 9 J. A. Post 1 8 0 9 8 1 .2 5 4 2 5 8 6 8 .7 5
101
braak, m aaiveld 0
braak, m aaiveld
0
0
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, ow: geen, schep
50
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, ow: geen, schep
50
t ype dat um boorm eest er x y
0
braak, m aaiveld
0 01
-50
50x50cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, ow: geen, schep -50
in sp e ct ie g a t 1 0 -1 0 -2 0 1 9 J. A. Post 1 8 0 9 8 5 .3 5 4 2 5 8 3 5 .9 9
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina
in sp e ct ie g a t 1 0 -1 0 -2 0 1 9 J. A. Post 1 8 0 9 7 0 .6 5 4 2 5 8 6 1 .4 0
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, ow: geen, schep
50
t ype dat um boorm eest er x y
-50
15
braak, m aaiveld
01
0
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, ow: geen, schep
50
t ype dat um boorm eest er x y
10
braak, m aaiveld
0 01
in sp e ct ie g a t 1 0 -1 0 -2 0 1 9 J. A. Post 1 8 0 9 7 6 .0 0 4 2 5 8 2 8 .2 2
0
t ype dat um boorm eest er x y
in sp e ct ie g a t 1 0 -1 0 -2 0 1 9 J. A. Post 1 8 0 9 8 6 .2 9 4 2 5 8 5 7 .4 1
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, ow: geen, zwak wort els, schep -50
01
-50
14
braak, m aaiveld
50
t ype dat um boorm eest er x y
0
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, ow: geen, schep
50
t ype dat um boorm eest er x y
0
braak, m aaiveld
0 01
-50
01
in sp e ct ie g a t 1 0 -1 0 -2 0 1 9 J. A. Post 1 8 0 9 9 1 .7 5 4 2 5 8 5 0 .4 8
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, ow: geen, schep
50
t ype dat um boorm eest er x y
-50
13
grind, m aaiveld -5
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, ow: geen, schep
50
t ype dat um boorm eest er x y
01
0 01
-50
0
braak, m aaiveld
0
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, ow: geen, schep
50
t ype dat um boorm eest er x y
12
gras, m aaiveld
0
W oe zik se st r a a t 6 4 9 t e W ijch e n 1 9 KL3 6 8 0 8 -1 1 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 2 va n 4
t ype dat um boorm eest er x y
in sp e ct ie g a t 1 0 -1 0 -2 0 1 9 J. A. Post 1 8 0 9 6 2 .3 0 4 2 5 8 4 1 .0 3
-10
102
204
braak, m aaiveld
0
0
0
50x50cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, ow: geen, schep t ype dat um boorm eest er x y
50x50cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, ow: geen, schep -10
in sp e ct ie g a t 1 0 -1 0 -2 0 1 9 J. A. Post 1 8 0 9 6 2 .9 8 4 2 5 8 2 6 .6 4
103
gras, m aaiveld
0
0
50x50cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, ow: geen, schep t ype dat um boorm eest er x y
-10
in sp e ct ie g a t 1 0 -1 0 -2 0 1 9 J. A. Post 1 8 0 9 6 8 .3 4 4 2 5 8 3 8 .5 1
104
gras, m aaiveld
0
0
50x50cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, ow: geen, schep t ype dat um boorm eest er x y
-10
in sp e ct ie g a t 1 0 -1 0 -2 0 1 9 J. A. Post 1 8 0 9 5 6 .8 9 4 2 5 8 2 9 .9 0
201
gras, m aaiveld
0
0
50x50cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, ow: geen, schep t ype dat um boorm eest er x y
-10
in sp e ct ie g a t 1 0 -1 0 -2 0 1 9 J. A. Post 1 8 0 9 4 7 .3 4 4 2 5 8 1 9 .1 9
202
gras, m aaiveld
0
0
50x50cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, ow: geen, schep t ype dat um boorm eest er x y
-10
in sp e ct ie g a t 1 0 -1 0 -2 0 1 9 J. A. Post 1 8 0 9 4 1 .9 3 4 2 5 8 0 6 .3 8
203
gras, m aaiveld
0
0
50x50cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, donker bruin, ow: geen, schep t ype dat um boorm eest er x y
-10
in sp e ct ie g a t 1 0 -1 0 -2 0 1 9 J. A. Post 1 8 0 9 7 4 .4 3 4 2 5 8 0 7 .3 2
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code dat um get ekend conform pagina
gras, m aaiveld
0
W oe zik se st r a a t 6 4 9 t e W ijch e n 1 9 KL3 6 8 0 8 -1 1 -2 0 1 9 N EN 5 1 0 4 3 va n 4
t ype dat um boorm eest er x y
in sp e ct ie g a t 1 0 -1 0 -2 0 1 9 J. A. Post 1 8 0 9 6 9 .0 7 4 2 5 7 9 5 .0 4
-10
PEILBUIS
BORIN G
OLIE OP W ATER REACTIE
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
GEUR IN TEN ISTEIT
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP
GRON D SOORTEN
M ATE V AN BIJM EN GIN G
Grind, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
Zand, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
Leem , silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
Klei, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
Veen, hum eus (V,h)
Slib
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE Z AN D
asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OV ERIG
GRAD ATIE GRIN D
bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
wat er
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = phot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
Bijlage 3: Analyserapporten
De parameters die in dit document worden vermeld, zijn geaccrediteerd volgens ISO / IEC 17025: 2005. Alleen niet-geaccrediteerde parameters / resultaten zijn gemarkeerd met het symbool "*".
DOC-13-13379150-NL-P1
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110, Fax +31(0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
KLIJN BODEMONDERZOEK B.V. Dhr. Frans Bouma OUDLANDSEWEG 1 9682 XT OOSTWOLD Datum Relatienr Opdrachtnr.
18.10.2019 35005721 890019
ANALYSERAPPORT Opdracht 890019 Bodem / Eluaat Opdrachtgever
35005721 KLIJN BODEMONDERZOEK B.V. 19KL368 Woeziksestraat 649 te Wijchen
Uw referentie
11.10.19
Opdrachtacceptatie Monsternemer
Opdrachtgever
Geachte heer, mevrouw, Hierbij zenden wij u de resultaten van het door u aangevraagde laboratoriumonderzoek. De analyses zijn, tenzij anders vermeld, geaccrediteerd volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 en uitgevoerd overeenkomstig de onderzoeksmethoden die worden genoemd in de meest actuele versie van onze verrichtingenlijst van de Raad voor Accreditatie, accreditatienummer L005. De analyses zijn, tenzij anders vermeld, uitgevoerd overeenkomstig onze erkenning voor de werkzaamheid "Analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek" van het Besluit Bodemkwaliteit. De parameter-specifieke meetonzekerheid en informatie over de berekeningsmethode zijn op aanvraag beschikbaar. Dit rapport mag alleen in zijn geheel worden gereproduceerd. Eventuele bijlagen zijn onderdeel van het rapport. Indien u nog vragen heeft of aanvullende informatie wenst, verzoeken wij u om contact op te nemen met Klantenservice. Wij vertrouwen U met de toegezonden informatie van dienst te zijn. Met vriendelijke groet,
AL-West B.V. Dhr. Jan Godlieb, Tel. +31/570788113 Klantenservice
Blad 1 van 5 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
De parameters die in dit document worden vermeld, zijn geaccrediteerd volgens ISO / IEC 17025: 2005. Alleen niet-geaccrediteerde parameters / resultaten zijn gemarkeerd met het symbool "*".
DOC-13-13379150-NL-P2
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110, Fax +31(0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Opdracht 890019 Bodem / Eluaat Monsternr. Monstername
Monsteromschrijving
432702 432711 432719
MM1, 01: 0-50, 02: 0-50, 03: 0-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50, 07: 0-50, 08: 5-50
10.10.2019 10.10.2019 10.10.2019
MM2, 09: 0-50, 10: 0-50, 11: 0-50, 12: 0-50, 13: 0-50, 14: 0-50, 15: 0-50 MM3, 01: 50-100, 01: 100-150, 02: 50-100, 02: 100-150, 03: 50-100, 03: 100-150
Eenheid
432702 MM1, 01: 0-50, 02: 0-50, 03: 0-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50, 07: 0-50, 08: 5-50
432711
432719
MM2, 09: 0-50, 10: 0-50, 11: 0-50, 12: 0-50, MM3, 01: 50-100, 01: 100-150, 02: 50-100, 02: 13: 0-50, 14: 0-50, 15: 0-50 100-150, 03: 50-100, 03: 100-150
Algemene monstervoorbehandeling S Droge stof
%
S IJzer (Fe2O3) Fracties (sedigraaf)
% Ds
-- ++ -89,5 -<5,0
S Fractie < 2 µm Klassiek Chemische Analyses
% Ds
--4,2
S
Voorbehandeling conform AS3000
x)
-- ++ -85,9 -<5,0
-- ++ -93,3 -<5,0
--4,9
--2,4
S Koningswater ontsluiting Metalen (AS3000)
-- ++
-- ++
-- ++
-- 49 -0,35 --3,3 -- 16 -0,07 -- 38 -<1,5 --6,9 -- 80
-- 47 -0,25 --3,8 -- 19 -<0,05 -- 34 -<1,5 --6,5 -- 83
-- 20 -<0,20 -<3,0 --5,1 -<0,05 --<10 -<1,5 -<4,0 -- 21
-- 17 -- 27 -- 17 --8,2 --9,5 -- 22 -- 85 -- 72 -- 12 -- hb) <0,50 -- #) 270
-0,058
-<0,050
-0,37 -0,36 -0,27 -0,19 -0,37 -0,33 -0,62 -0,34 -<0,050 -- #) 2,9
-<0,050
--850 --<3 *
-- 55 --<3 *
--<35 --<3 *
mg/kg Ds
S Cadmium (Cd)
mg/kg Ds
S Kobalt (Co)
mg/kg Ds
S Koper (Cu)
mg/kg Ds
S Kwik (Hg)
mg/kg Ds
S Lood (Pb)
mg/kg Ds
S Molybdeen (Mo)
mg/kg Ds
S Nikkel (Ni)
mg/kg Ds
S Zink (Zn) PAK (AS3000)
mg/kg Ds
S Anthraceen
mg/kg Ds
S Benzo(a)anthraceen
mg/kg Ds
S Benzo-(a)-Pyreen
mg/kg Ds
S Benzo(ghi)peryleen
mg/kg Ds
S Benzo(k)fluorantheen
mg/kg Ds
S Chryseen
mg/kg Ds
S Fenanthreen
mg/kg Ds
S Fluorantheen
mg/kg Ds
S Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen
mg/kg Ds
S Naftaleen
mg/kg Ds
S Som PAK (VROM) (Factor 0,7) Minerale olie (AS3000/AS3200)
mg/kg Ds
S Koolwaterstoffractie C10-C40
mg/kg Ds
Koolwaterstoffractie C10-C12
mg/kg Ds
-0,8
x)
-2,7
S Barium (Ba)
-3,7
x)
% Ds S Organische stof Voorbehandeling metalen analyse
-<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -<0,050 -0,35
#)
Blad 2 van 5 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
De parameters die in dit document worden vermeld, zijn geaccrediteerd volgens ISO / IEC 17025: 2005. Alleen niet-geaccrediteerde parameters / resultaten zijn gemarkeerd met het symbool "*".
DOC-13-13379150-NL-P3
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110, Fax +31(0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl