CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

verslag gecomb commissie 6 oktober 2021

Commissie GG & Milieu 3 november 2021, gemeente WestvoorneBij agendapunt: Verslag vergadering gecombineerde commissie 6 oktober 20213.065 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag van de openbare vergadering van de gecombineerde commissie, gehouden op woensdag 6 oktober 2021 in de raadzaal van het gemeentehuis te Rockanje. Aanwezig

: mevrouw R.M. Roggeveen, mevrouw M. Hamstra en de heren E.G. Mulder, J. Noordermeer, C. Sommeling, G. Plantinga, P. Kraaijenbrink, C.B. Mentink, H. Heijndijk, T.I. Fransman, D.D. van Orselen en J.A.M. Merkx.

aanwezig

: wethouders mevrouw L. van der Pol, mevrouw J.D. de Jongh en de heer H. de Graad, burgemeester P.E. de Jong en de heer W. v.d. Spoel.

Voorzitter

: de heer J.W.J. Driesprong

Griffier

: de heer R. de Vries.

Notuliste

: mevrouw M. van Eijsden-Briggeman.

1.

Opening.

De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. 2.

Vaststelling agenda.

De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 3.

Mededelingen.

Wethouder Van der Pol zegt dat de gemeente Westvoorne door de DCMR is uitgekozen om als pilot te dienen aangaande digitalisering van de werkplannen. Er kan dan interactief inzicht worden verkregen in de voortgang van de werkzaamheden van de DCMR. Westvoorne is hiermee de eerste van de DCMR gemeenten die daarin digitaal inzicht krijgt. Vervolgens zegt de wethouder dat er door minister Van Aartsen een rapport is uitgebracht over het functioneren van de omgevingsdiensten in Nederland. De provincie Zuid-Holland zal naar aanleiding van dit advies met een aantal wethouders uit de provincie bekijken wat dit betekent voor de omgevingsdiensten in Zuid-Holland. De wethouder zegt dat zij in die strategische commissie deel zal nemen, en de DCMR hierin zal vertegenwoordigen. De mededelingen worden voor kennisgeving aangenomen. 4.

Verslag commissie Beeldvorming 2 september 2021.

Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 5.

Bodemkwaliteitskaart.

Aanwezig is de heer Lanting van de Antea-groep voor de beantwoording van vragen. Wethouder Van der Pol zegt dat voorliggend stuk betrekking heeft op de bodemkwaliteitskaart waarin een aantal zaken worden geregeld. De gemeente Westvoorne

1

is één van de eerste gemeenten in Nederland die op Voorne aan Zee niveau beleid gaat voeren op het gebied van PFAS. De heer Mulder (D66) zegt het een goed plan te vinden, en vraagt of hij het goed heeft begrepen dat het om een bedrag van € 821,18 gaat voor dit jaar. De heer Noordermeer (PW) wil graag weten hoe deze kaart zich verhoudt tot het onderzoek van specifieke projecten in het gebied. Vervolgens merkt hij op dat er op de kaart een aantal gebieden zijn uitgesloten, hier zijn geen metingen gedaan. Hij vraagt waarom hiervoor is gekozen. De heer Noordermeer vraagt naar aanleiding van de PFAS nota of er inzichtelijk is waar de uitschieter zit in de meting, en wat de oorzaak hiervan zou kunnen zijn. De heer Noordermeer refereert aan een documentaire over het gebruik van afval en wat hiermee allemaal in de grond wordt gebracht. Hij vraagt aandacht voor het hergebruik van afval, en hij vindt de norm, dat er 25% bodemvreemde materialen mogen zijn, te veel. Hij zou liever zien dat de stoffen die gebruikt worden beter worden gecontroleerd, en dat de addendum strenger zou worden. De heren Mentink (VVD), Fransman (CDA), Plantinga (GBW) kunnen zich vinden in het voorliggende stuk. De heer Plantinga (GBW) vraagt wat de gevolgen zijn voor de bouw als er bij de PFAS normen worden overschreden.

De heer Heijndijk (IBW) refereert eveneens aan een documentaire over het hergebruik van afval en zegt hiervan geschrokken te zijn. Hij zegt blij te zijn dat Voorne als eerste in Nederland hierover iets op papier heeft gezet, en vraagt alert te blijven ten aanzien van de kwaliteit van de bodem. Mevrouw Roggeveen (PvdA) wil graag een toelichting ten aanzien van alternatieve bijmenging voor specifieke locaties. Vervolgens vraagt zij wanneer het stuk ter inzage komt te liggen. Wethouder Van der Pol deelt de zorg van de heren Noordermeer en Heijndijk over de documentaires. Zij zegt dat het goed is als dit soort zaken onder de aandacht wordt gebracht. Vervolgens zegt zij dat de DCMR hierin een belangrijke taak heeft, omdat er bij het toezicht ook veel zaken misgaan. De heer Lanting zegt dat de nota niet gaat over het huisvuil maar over grond die vrijkomt, gereinigd wordt en weer wordt hergebruikt op locatie. Hij zegt dat op het moment dat grond gereinigd wordt, dit weer kan worden toegepast als grond, en hier wettelijke normen voor zijn. Voor Voorne aan Zee is er gekozen om hiervoor strengere normen op te stellen. Het is de bedoeling dat grond die uit de regio vrijkomt ook weer binnen dezelfde regio wordt hergebruikt. Op dit moment wordt grond bij elkaar in een depot gegooid, en kan de traceerbaarheid niet gewaarborgd worden.

Op grond van voorliggende nota zou deze grond, als die gereinigd is, niet in deze omgeving kunnen worden toegepast. Wanneer iemand een partij grond aanbiedt en deze gaat volgen is dit wel mogelijk. Naar aanleiding van de vraag van de PvdA over alternatieve bijmenging wordt meegedeeld, dat er maximaal 20% bijmenging van andere stoffen, zoals hout, of stenige materialen in grond is toegestaan. In de nota is geregeld dat in dit gebied voor alle partijen geldt, dat in woongebieden met de functie wonen op basis van de bodemkwaliteitskaart niet meer dan 5% bijmenging mogelijk is. Het betreft hier dus een aanscherping.

2

Ten aanzien van PFAS wordt meegedeeld dat dit één van de nieuwe stoffen is. De bodemkwaliteit mag niet verslechteren door het toepassen van grond en bij het bouwen op een locatie zal er bodemonderzoek plaats moeten vinden. Ten aanzien van de metingen wordt meegedeeld dat is geconstateerd dat aan de kustzone PFAS zich bindt aan eiwitten uit algen. De opdracht van de opdrachtgever is geweest om op basis van de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart geen onderzoek te doen naar de witte vlekken. Er is alleen onderzoek gedaan voor PFAS, en voor de overige stoffen is geen extra onderzoek uitgevoerd. Hiervoor zijn reeds bestaande onderzoeken gebruikt, dit om o.a. de kosten zo laag mogelijk te houden. Vervolgens wordt meegedeeld, dat de bodemkwaliteitskaart alleen gaat over het hergebruik van de landbodem en niet van toepassing is op sloten en watergangen. De heer Van de Spoel zegt dat het bedrag van € 821,18 nog 5% is van de kosten volgens de opdracht namens de 3 gemeenten in 2020, dat nog moet worden betaald. Na vaststelling van de bodemkwaliteitskaart door de raad zullen de stukken 6 weken ter inzage worden gelegd, en kunnen er zienswijzen worden ingediend. De heer Noordermeer (PW) vraagt hoe grondverzet, bijvoorbeeld uit de Drenkeling naar elders, zich verhoudt tot de bodemkwaliteitskaart.

Hij zegt het er niet helemaal mee eens te zijn om hergebruik van verontreinigde grond na reiniging in dit gebied toe te staan. Hij zegt dat er soms ook wel eens heftige vervuilingen zouden kunnen zijn, zoals bijvoorbeeld bij het saneren van een benzinepomp het geval zou kunnen zijn. Hij vraagt of er ook uitzonderingen van toepassing zijn. Vervolgens zegt hij ten aanzien van reiniging van grond dat dit erg fraudegevoelig is. Hij zou graag op basis van hergebruik door thermische reiniging een actievere rol van de DCMR willen zien, en dat niet alleen partijen die worden vervoerd worden gekeurd, maar ook de fabrieken. De heer Noordermeer vraagt of de raad handvatten kan krijgen om zaken nog strenger dan nu het geval is te controleren. Hij pleit voor controle tijdens het werk en controle achteraf. De heer Mentink (VVD) sluit zich aan bij de laatste woorden van de heer Noordermeer en is met hem van mening dat een monster achteraf wellicht een zodanige werking heeft, dat men niet wil gaan rommelen met de grond. De heer Plantinga (GBW) vraagt aandacht voor de grond van de Japanse Duizendknoop. Hij heeft vernomen dat er delen van de wortels in de grond achterblijven. De heer Heijndijk (IBW) vraagt of er door de natuurorganisaties ook naar de Japanse Duizendknoop wordt gekeken en deze wordt verwijderd.

Wethouder Van der Pol zegt dat er binnenkort een bijeenkomst is bij de DCMR en het dan misschien goed is om extra aandacht te vragen voor de handhavingsstrategie. Zij zegt dat dit losstaat van de discussie van vanavond, maar dat zij aan de commissie zal aangeven hoe het nu geregeld is, en dat er dan gekeken kan worden of dit voldoende is of wellicht aangescherpt moet worden. Vervolgens zegt zij ten aanzien van de Japanse Duizendknoop dat ook de bodemkwaliteitskaart extra handvatten zal bieden om de afspraken die er liggen over de Japanse Duizendknoop na te komen. Zij zegt dat de plant binnen de gemeentegrenzen onder controle is, maar dit in de natuurgebieden niet het geval is, dit als gevolg van een tekort aan middelen bij de natuurorganisaties. Het zou goed zijn eens te kijken of de provincie hiervoor extra middelen beschikbaar zou kunnen stellen.

3

De heer Lanting zegt naar aanleiding van de vraag waarom niet alles wordt onderzocht en hoe die procedures in zijn werk gaan, dat er een bodemkwaliteitskaart is gemaakt om grondverzet te faciliteren binnen de gemeenten. Voordat deze kaart gebruikt kan worden is er een onderzoek nodig over de grond en de locatie, en dit dient door de indiener ingevuld te worden. Daarna wordt er een melding gedaan bij het meldpunt bodemloket en dit wordt door de DCMR afgehandeld. Er wordt dan door de DCMR nagegaan of de melding inderdaad is gedaan voor het grondverzet. Bij een verdachte locatie zal er altijd een bodemonderzoek worden uitgevoerd. Hij geeft hiermee aan dat er wel degelijk controleslagen zijn ingebouwd, en er dus geen vrijbrief wordt gegeven voor het grondverzet. Ten aanzien van de Japanse Duizendknoop zegt de heer Lanting dat deze vernietigbaar is. Uit meerdere succesvolle pilots is gebleken dat o.a. door middel van aardwarmtetechniek, waarbij voor een periode van 2 weken de grond rondom de planten wordt opgewarmd tot 55 graden, de plant sterft en dit heel succesvol is gebleken. Hij zegt dat er op dit moment geen beleid is, maar dat er volgend jaar wel een verbod komt op de handel van de Japanse Duizendknoop. De voorzitter concludeert dat de commissie zich unaniem kan vinden in het voorstel en voorstelt dit als hamerstuk in de raad te behandelen. 6.

Concept Strategische Visie Voorne aan Zee.

De heer Sommeling (IBW) vindt de voorliggende visie een goed en uitgebreid stuk maar vindt dat er meer woorden moeten worden besteed aan het onderdeel veilige leefomgeving. De heer Plantinga (GBW) zegt zich aan te sluiten bij het advies van de rekenkamer en vraagt of de fusiecommissie hier reeds kennis van heeft genomen. Vervolgens vraagt hij aandacht voor de samenwerking met de recreatieondernemers in de visie. De heer Mulder (D66) vraagt hoe de fusiecommissie omgaat met het advies van de rekenkamer. Vervolgens zegt hij blij te zijn dat er een concept Strategische Visie Voorne aan Zee ligt maar er teveel tijd is besteed om deze visie tot stand te brengen. Hij is van mening dat er stappen moeten worden gezet, want over plm. 12 tot 15 maanden is er een nieuwe gemeente. Hij vindt de visie veel te gedetailleerd en is van mening dat sommige punten nu nog niet genoemd moeten worden, zoals bijvoorbeeld aanspreekpunten per kern. Hij is van mening dat het in de volgende fase vooral moet gaan over de lokale betrokkenheid, en hoe de lokale democratie wordt vormgegeven. Hij zegt dit nu niet terug te zien in het stuk. Vervolgens concludeert hij uit de visie, dat houding en gedrag op een aantal punten slecht zouden zijn, en vraagt hij zich af of dit inderdaad het geval is. Wanneer het beter moet, zal ook aangegeven moeten worden, wat er dan beter moet.

Hieraan zou dus meer duiding moeten worden gegeven. Tenslotte vraagt ook de heer Mulder om het advies van de rekenkamer serieus te nemen. Mevrouw Roggeveen (PvdA) zegt naar aanleiding van de inbreng van D66 dat in de gemeente Schouwen-Duiveland is gebleken dat juist de eerste tijd de bevolking behoefte heeft aan aanspreekpunten, en dat dit nodig is om aan de nieuwe situatie te wennen. De heer Van Orselen (PW) bedankt als lid van de fusiecommissie voor de input vanuit de commissie. Hij zegt dat de rekenkamer heeft aangegeven dat er mooie ambities in de visie staan, maar het de vraag is of deze wel realistisch en haalbaar zijn.

4

De heer Van Orselen zegt dat dit de kern is, en dat ook de gemeenten Brielle en Hellevoetsluis dit hebben aangegeven. De kern van de strategische visie is benoemd in de blauwe stukken van het document, de tekst daarachter is aanvullend. Hierdoor is het document te gedetailleerd geworden en is de overweging meegegeven, dat het misschien beter is zich te beperken tot de blauwe stukken. Een andere overweging is om het verhaal van Sascha eruit te halen en dit wellicht op een andere manier aan te bieden. Vervolgens meldt de heer Van Orselen, dat de commissaris van de Koning onder de indruk was van de praatplaat, maar uiteindelijk heeft aangegeven dat het beter is je te richten op 1, 2 tot hooguit 3 aandachtspunten. In de visie staan veel aandachtspunten, die te uitgebreid zijn beschreven. Het advies vanuit de fusiecommissie zou zijn om te focussen op de kern, en wellicht een scheiding aan te brengen en mee te geven aan de organisatie. De heer Mentink (VVD) bedankt als lid van de fusiecommissie voor de input vanuit de commissie. Hij zegt dat in de visie zoals deze er nu ligt alles is geregeld, en er weinig te wensen overblijft. Hij is van mening dat het beter is zich te beperken tot 2 of 3 goede aandachtspunten. De fusiecommissie is eveneens van mening dat veiligheid hier zeker in hoort.

Duurzaamheid loopt in alle facetten door het stuk heen, en hij denkt dat er wel rekening mee moet worden gehouden dat ondernemers hierdoor ook kunnen zeggen, dat zij in zo’n gemeente niet willen ondernemen. Vervolgens constateert hij ook een aantal tegenstrijdigheden in de visie. Hij is van mening, dat er een duidelijk document moet liggen, waarin zaken worden benoemd waarmee de ambtelijk organisatie richting kan geven. De heer Merkx (PvdA) zegt als lid van de fusiecommissie dat de visie op veel punten te gedetailleerd is en er hierdoor discussie ontstaat over deze kleine punten. Hij is van mening dat de blauwe tekst leidend moet zijn, en dit al in de inleiding aangegeven zou kunnen worden met daarbij wat men van de visie kan verwachten op langere termijn. De achterliggende tekst zou als illustratie kunnen dienen hoe het eventueel zou kunnen. De heer Fransman (CDA) zegt als plaatsvervangend lid van de fusiecommissie zich aan te sluiten bij de woorden van de heren Merkx en Van Orselen. Hij zegt dat het goed zou zijn zich te beperken tot de hoofdzaken, en de gedetailleerdheid eruit te halen. Ten aanzien van het verhaal van Sascha stelt hij voor eens na te denken om in de vorm van een boekje, dit over een aantal jaren uit te geven bij de kinderboekenweek. Wethouder De Jongh zegt te concluderen dat de commissie redelijk eenduidig is over de visie.

De commissie is van mening dat het stuk teveel details bevat, deze kunnen dienen als voorbeeld maar niet zoals nu, als richting. Sommige partijen geven aan dat het goed is zich te beperken tot hooguit 2 of 3 onderdelen. Zij zegt dit namens Westvoorne mee te nemen naar het BRT. Vervolgens merkt de wethouder nog op, dat een strategische visie dient als onderlegger voor andere visies die worden uitgewerkt, zoals bijvoorbeeld de gebiedsvisie en de dienstverleningsvisie. De wethouder zegt dat niet moet worden verwacht dat alles wordt uitgewerkt, de visie is voor het grootste deel bedoeld als goed advies aan Voorne aan Zee. De kritische kanttekeningen ten aanzien van het verhaal van Sascha neemt zij eveneens mee naar het BRT. Ten aanzien van het rekenkameradvies zegt de wethouder, dat dit een advies is aan de raad en is doorgestuurd naar de fusiecommissie. De fusiecommissie heeft hierop nog geen reactie gegeven.

5

Ten aanzien van de vormgeving van de lokale democratie zegt de wethouder dat de uitwerking hiervan plaatsvindt in de quick scan lokale democratie. De wethouder spreekt hierbij de hoop uit dat er een breed publiek gaat reageren. Ten aanzien van de aandachtspunten zegt de wethouder, dat in een sessie aan de orde zal komen waarop de focus moet worden gelegd. De heer Mulder (D66) stelt voor om in de inleiding aan te geven wat de hoofdzaken zijn met daarachter de details. Hij is van mening dat hieraan niet te veel tijd moet worden besteed, en dat de tijd gestopt moet worden in de uitvoering. De heer Van Orselen (PW) zegt de argumenten van de commissie mee te zullen nemen naar de fusiecommissie. De heer Mentink (VVD) zegt dat de nadruk zou moeten liggen op de kenmerken die Voorne aan Zee aantrekkelijk maakt. We moeten Voorne aan Zee beter op de kaart zetten voor de toeristen en ondernemers. Het is belangrijk scholen geïnteresseerd te krijgen deze richting op te komen, en de positie in de MRDH en de provincie Zuid-Holland beter te krijgen, zodat er voordeel gehaald kan worden als grotere gemeente voor bijvoorbeeld woningbouwopgaven. De heer Mentink zegt deze punten graag terug te willen zien in de visie. De heer Merkx (PvdA) zegt dat de samenvatting het belangrijkst is waarin 4 focussen staan genoemd, die zijn opgehaald uit de gesprekken.

De rest van de tekst zou wat hem betreft moeten worden gecentreerd rondom deze 4 punten. Zaken zoals het positioneren rondom de MRDH staat reeds in het stuk aangegeven. Hij sluit zich aan bij de woorden van de heer Mulder om niet te veel tijd te besteden aan de visie omdat de tijd dringt. De voorzitter concludeert dat de leden van de fusiecommissie voldoende informatie hebben om mee te nemen naar de vergadering van de fusiecommissie op 11 oktober aanstaande. Wethouder De Jongh bedankt de commissie voor haar inbreng. 7.

Punten voor een volgende vergadering.

De heer Van Orselen (PW) stelt voor in de commissie te spreken over de wijze waarop er op 31-12-2022 wordt overgegaan naar de nieuwe gemeente Voorne aan Zee. Het lijkt hem dat dit niet ongemerkt voorbij kan gaan. De heer Fransman (CDA) merkt op dat er eens is gesproken om een overdrachtsdocument te maken naar de nieuwe gemeente, en vraagt of dit nog actueel is. De heer Mentink (VVD) zegt dat het goed is om dit in de fusiecommissie te bespreken en dit wellicht ook in de commissie aan de orde zou kunnen worden gesteld. 8.

Sluiting.

De voorzitter sluit de vergadering om 21.30 uur.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10682522/2