Verslag cieGGMExtra27062022
Tekst van het document
Verslag van de extra openbare commissie Grondgebied en Milieu, gehouden op maandag 27 juni 2022 om 19.30 uur. Aanwezig
Mede aanwezig
: mevrouw R.M. Roggeveen, mevrouw J. Krajenbrink en de heren C. SommeLing, M. Segers, C.B. Mentink, F. den Hoed, W.A. Sjoukes, A. van Vliet, E.G. Mulder, N.A.M. Groenewegen, G. Plantinga en J. Noordermeer. : wethouders mevrouw L. van der Pol en mevrouw J.D. de Jongh en wethouder H. de Graad.
Voorzitter
: de heer J.W.J. Driesprong
Cie.griffier
: mevrouw S. van Leeuwen
Notulist
: mevrouw M. van Eijsden-Briggeman
1.
Opening.
De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. Hij meldt dat wethouder mevrouw Both van Goeree-Overflakkee aanwezig is ten aanzien van agendapunt 12: ‘Procedure RES’. Vervolgens deelt de voorzitter mee, dat de heer Hueting aanwezig is ten aanzien van agendapunt 9: ‘Ontwikkeling en exploitatieovereenkomst Middelweg 52 in Rockanje (de Weyert). Tevens hebben zich aangemeld voor het spreekrecht de heren Van Rooijen en Klaassen. 2.
Vaststelling agenda.
De voorzitter stelt voor een extra punt aan de agenda toe te voegen, namelijk agendapunt 14: ‘Jaarverslag en ontwerp programmabegroting 2023 Recreatieschap Voorne-Putten’. De voorzitter zegt dat door het college een verzoek is gedaan om agendapunt 10: ‘Systematiek waardering woningen’ van de agenda af te voeren, maar dat hierop is gereageerd door de heer Mentink (VVD), die dit punt op de agenda wil laten staan. De agenda wordt vervolgens met de toevoeging van agendapunt 14 vastgesteld. 3.
Mededelingen.
Wethouder van der Pol zegt dat de verwachting is dat er snel gestart kan worden met de aanleg van de natuurspeeltuin in Oostvoorne, omdat er geen belemmeringen zijn gevonden. Er wordt op dit moment een peiling gehouden onder de inwoners voor welk ontwerp moet worden gekozen. De heer Mentink (VVD) zegt geen deel te zullen nemen aan de discussie ten aanzien van agendapunt 9: ‘Ontwikkeling en exploitatieovereenkomst Middelweg 52 in Rockanje (de Weyert)’ omdat hij één van de servituuthouders is. De heer Mulder (D’66) zegt geen deel te zullen nemen aan de discussie ten aanzien van agendapunt 7: ‘Jaarstukken 2021, tussenrapportage 2022 en ontwerpbegroting 2023
1
Syntrophos’ omdat hij werkzaam is bij Syntrophos. De mededelingen worden voor kennisgeving aangenomen. 4.
Rondvraag.
De heer Sommeling (Vrij Voorne) vraagt in hoeverre de woningen van het woonbedrijf zijn voorzien van rookmelders die per 1 juli verplicht zijn. Wethouder De Graad zegt dat er op dit moment een probleem is met de toelevering van rookmelders, en dat dit probleem voor heel Nederland geldt. Op dit moment zijn er 250 woningen van rookmelders voorzien en dit betreft dan met name de ouderenwoningen. Hij zegt vervolgens dat door een eerdere actie van de brandweer om gratis rookmelders uit te delen er ook bewoners zijn die zelf rookmelders hebben geplaatst. De wethouder zegt dat dus niet alle woningen per 1 juli kunnen worden voorzien van brandmelders. De heer Sommeling merkt op dat de woning niet is verzekerd wanneer er geen rookmelder aanwezig is. De heer De Graad zegt dat de bond van verzekeraars hiervan op de hoogte is. Hij zegt dat er gesprekken zijn met verzekeraars en verwacht deze week nog een reactie van de bond van verzekeraars. De heer Noordermeer (Partij Voorne aan Zee) vraagt naar de status van de diverse woonvormen zoals die in de commissie zijn besproken. De wethouder zegt dat er in de Drenkeling een aantal percelen beschikbaar zijn, en ontwikkelaars worden verleid om dit soort woonvormen te realiseren.
Op locaties waar woningbouw wordt toegepast, maar de gemeente geen grondpositie heeft worden de ontwikkelaars eveneens verleid om dit soort woningtypen in de programmering te zetten. De wethouder hoopt dat er in 2023 een gezamenlijk beleid is op Voorne met betrekking tot dergelijke woonvormen. De heer Mentink (VVD) vraagt naar de status van de watertappunten in deze gemeente. Wethouder van der Pol verwacht dat er snel aan de slag kan worden gegaan. Zij zegt dat er een inventarisatie heeft plaatsgevonden met de gemeenten in de regiodeal waar de watertappunten geplaatst moeten worden. Op dit moment wordt nog gewacht op de definitieve plekken van de gemeente Nissewaard. Vervolgen zal er dan door het college een voorstel worden gedaan waarin hieraan invulling wordt gegeven. Het voordeel is, dat dit samen met de regio is gedaan en er dus een eenduidig beeld van watertappunten ontstaat en er een eenduidig netwerk ontstaat voor het beheer. De heer Mentink begrijpt dat de watertappunten breder worden opgepakt en vindt dit een goede zaak. 5.
Verslag commissievergadering 7 juni 2022.
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 6.
Overzicht van toezeggingen.
2
Het overzicht van toezeggingen wordt voor kennisgeving aangenomen. 7.
Jaarstukken 2021, tussenrapportage 2022 en ontwerpbegroting 2023 Syntrophos.
De heer Plantinga (GbW) zegt in te kunnen stemmen met het voorstel. De fractie van GbW sluit zich aan bij de zienswijze op de ontwerpbegroting 2023 van de gemeente Nissewaard, die erop is gericht om vooraf met de gemeenten overeenstemming te krijgen over de besteding van het investeringsbudget. De heer Noordermeer (Partij Voorne aan Zee) roept op om nog efficiënter te begroten gezien de hoge kosten. Mevrouw Roggeveen (PvdA) en de heren Segers (Vrij Voorne), Sjoukes (IBW) en Fransman (CDA) kunnen instemmen met het voorstel en ondersteunen de zienswijze van de gemeente Nissewaard op de begroting 2023. De heer Den Hoed (VVD) zegt de zienswijze van Nissewaard enigszins vaag te vinden en vraagt naar het proces met betrekking tot het afstemmen van de investeringsruimte. Vervolgens vraagt hij waarom de eenmalige last in 2022 van 1,6 miljoen die besteed wordt aan Voorne aan Zee niet begroot is en hiervoor in 2023 niets voor wordt begroot. Wethouder De Jongh zegt dat het ondersteunen van de zienswijze van Nissewaard voldoende is, maar het ook mogelijk is om als Westvoorne zelf een zienswijze in te dienen. Vervolgens zegt zij het eens te zijn met de oproep van de heer Noordermeer om nog efficiënter te begroten. Zij zegt dat het belangrijk is om aan de voorkant te weten wat er wordt begroot en wat er zal worden uitgegeven, en er nog efficiënter zal moeten worden gewerkt.
Het is belangrijk dat bijvoorbeeld dezelfde programma’s worden gehanteerd. De wethouder zegt dat dit niet betekent dat het dan goedkoper zal worden want zeker de beveiliging van de ICT kost veel geld. Het bedrag van 1,6 miljoen is bedoeld voor het migratietraject waarbij een nieuw platform Voorne aan Zee moet worden gebouwd en dit traject kost veel geld. De heer Den Hoed (VVD) vraagt of er nog een risico wordt verwacht ten aanzien van de fusiekosten in 2023. Wethouder De Jongh zegt dat alle 3 de gemeenten gemigreerd zijn en dat de voorbereiding erg goed is verlopen. Zij verwacht dat het risico klein zal zijn. De commissie is van mening dat er door Westvoorne geen aparte zienswijze hoeft te worden ingediend. De commissie kan zich vinden in het voorstel en stelt voor dit als hamerstuk in de raad te behandelen. 8. Anterieure overeenkomsten sanering glaslocaties Blindeweg 15 en Doornweg 6a Rockanje. De heer Noordermeer (Partij Voorne aan Zee) kan zich vinden in het voorstel. De heer Sommeling (Vrij Voorne) kan zich eveneens vinden in het voorstel, maar vraagt wel aandacht voor de verkeersveiligheid van de Blindeweg tijdens de sloop en de nieuwbouw. Hij vraagt te onderzoeken of het mogelijk is om tijdens de werkzaamheden een alternatieve
3
ontsluiting te maken voor het bouwverkeer richting de Doornweg. De heer Van Vliet (IBW) zegt dat zijn partij bezwaar heeft tegen het voorliggend voorstel. Het bezwaar is met name gericht op de compensatiewoning t.b.v. de sanering Doornweg die wordt gerealiseerd op het perceel Middelweg. De heer Van Vliet refereert aan de besluitenlijst van 2 februari 2021 waarbij een woningaanvraag aan de Langeweg is afgewezen. De heer Groenewegen (CDA) zegt blij te zijn dat na een lang en intensief traject de laatste 2 bedrijven gesaneerd kunnen worden en kan zich vinden in het voorstel. Hij hoopt dat de raad dan ook zoveel mogelijk zaken die nog openstaan in het glasdossier nog dit jaar kunnen worden afgehandeld. De heer Groenewegen vraagt vervolgens naar de status van de bedrijven aan de Rietdijk in Tinte. De heer Mentink (VVD) zegt eveneens blij te zijn dat de 2 bedrijven worden gesaneerd. Hij vraagt vervolgens of er bij de Blindeweg een vergelijkbaar bordje kan worden geplaatst met ‘eigen weg’, zoals ook het geval is bij Broershoek. Hij vraagt of de weg wordt aangelegd op kosten van de initiatiefnemer, en hoe het beheer en onderhoud van de weg wordt geregeld. Hij stelt deze vraag omdat bij vergelijkbare initiatieven het totale eigendom bij de nieuwe bewoners ligt.
Ten aanzien van vraag van de heer Sommeling met betrekking tot een alternatieve ontsluiting via de Doornweg merkt de heer Mentink op dat er dan over grond van derden moet worden gegaan. Mevrouw Roggeveen (PvdA) is eveneens blij met deze 2 glassaneringen. Vervolgens vraagt mevrouw Roggeveen naar aanleiding van een anonieme zienswijze met betrekking tot de verkeersveiligheid van de Blindeweg en het zware bouwverkeer dat tijdens de bouw over deze weg moet, en het risico voor de woningen aan deze weg aan de wethouder hierop te willen reageren. De heer Plantinga (GbW) zegt eveneens blij te zijn met het voorstel en zich hierin te kunnen vinden. Vervolgens merkt de heer Plantinga op, dat er wordt gesproken over Doornweg 6 en 6a, en hij vraagt wat juist is. Wethouder De Graad zegt de vraag van de heer Plantinga na te zullen gaan en deze schriftelijk te beantwoorden. De wethouder zegt vervolgens dat er altijd oog is voor de verkeersveiligheid en er bij niet onderheide woningen die gelegen zijn aan wegen die gebruikt worden tijdens de bouw aanvullende eisen worden gesteld door de gemeente, zoals het inventariseren van de bouwkundige staat van de woningen. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de aannemer. Ten aanzien van de verkeersveiligheid zal er een verkeersplan moeten worden opgesteld.
Ten aanzien van het beheer en onderhoud van de weg zegt de wethouder dat dit bij de eigenaren ligt. De wethouder zegt vervolgens dat in de schriftelijke toelichting op de status van het glasdossier eveneens op de status van de bedrijven aan de Rietdijk in Tinte zal worden teruggekomen. Naar aanleiding van het bezwaar van de heer Van Vliet zegt de wethouder dat het dossier Langeweg en Doornweg niet eensluidend is en hier verder niet inhoudelijk op in zal gaan. Met betrekking tot een tijdelijke ontsluiting via de Doornweg zegt de wethouder dat dit wat hem betreft een werkbare oplossing zou kunnen zijn tijdens de bouw, maar de mogelijkheden nog uitgewerkt moeten worden.
4
De heer Sommeling (Vrij Voorne) zegt dat zijn verzoek is gericht op een tijdelijke ontsluiting tijdens de bouwwerkzaamheden. De fractie van Vrij Voorne kan zich vinden in het voorstel en stelt voor dit als hamerstuk in de raad te behandelen. De heer Van Vliet (IBW) is van mening dat er ruimte genoeg is aan de Blindeweg voor de bouw van 6 woningen en hij begrijpt niet waarom er 1 woning vergund wordt aan de Middelweg, terwijl er aan de Langeweg een woning is geweigerd. De fractie van IBW kan zich niet vinden in het voorstel. De heer Groenewegen (CDA) vraagt de wethouder de door hem gestelde vragen schriftelijk te willen beantwoorden. Vervolgens zegt hij zich te kunnen vinden in het voorstel en dit wat het CDA betreft als hamerstuk in de raad kan worden behandeld. De heer Mulder (D’66) zegt de vraag van de heer Van Vliet graag vóór de raadsvergadering beantwoord te willen zien. Vervolgens leest hij namen in de stukken en zegt dat dit niet de bedoeling is en vraagt dit aan te willen passen. Mevrouw Roggeveen (PvdA) en de heren Mentink (VVD) en Plantinga (GbW) kunnen zich vinden in het voorstel. Mevrouw Roggeveen zou een tijdelijke ontsluiting tijdens de bouwwerkzaamheden evenals de heer Sommeling een goede zaak vinden. De commissie kan zich vinden in het voorstel met uitzondering van de fractie van IBW. 9.
Ontwikkeling en exploitatieovereenkomst Middelweg 52 in Rockanje (de Weyert). De heer Hueting zegt dat het wijzigen van de bestemming zoals die nu voorligt niet past in de huidige erfdienstbaarheid die er privaatrechtelijk op de percelen ligt. Voordat kan worden overgegaan tot een wijziging van de bestemming zal er eerst getoetst moeten worden aan monumentenzorg en er voldaan moeten worden aan de statuten van de Volkshogeschool Olaertsduyn, en er gekeken moeten worden naar het natuurlijk aspect. E.e.a. staat opgenomen in de erfdienstbaarheid, en de Rechtbank Rotterdam heeft zich recentelijk uitgesproken over dit gebied en gezegd dat hier een privaatrechtelijke belemmering is. De heer Hueting is van mening dat wanneer de gemeente een wijziging van de bestemming zou toestaan er dan volgens hem sprake is van onbehoorlijk bestuur. Hij is van mening dat de erfdienstbaarheid moet worden gehandhaafd. Met betrekking tot de argumentatie die is gegeven voor de bestemmingswijziging dat er sprake is van verloedering zegt de heer Hueting dit geen argument te vinden. De heer Hueting is van mening dat alleen van een bestemmingswijziging sprake kan zijn wanneer er overeenstemming is met de servituut houders, en er daarna wordt gekeken of er draagvlak is voor een dergelijke wijziging.
Hij verzoekt tenslotte zijn opmerkingen mee te willen nemen en adviseert de commissie niet in te stemmen met het voorstel. De heer Klaassen (initiatiefnemer) zegt verrast te zijn over eventuele servituten die zouden gelden voor de percelen. Hij zegt dat door de notaris en de makelaar is gecheckt of er eventuele servituten een belemmering zouden kunnen zijn. Het antwoord hierop is geweest dat dit niet het geval is. De uitspraak door de Rechtbank Rotterdam waarover de heer Hueting spreekt is niet bij de heer Klaassen bekend.
5
Hij nodigt de servituut houders uit om in overleg te gaan over de bezwaren en over het voornemen om een eventuele woning te realiseren. De heer Mulder (D’66) zegt het vreemd te vinden dat er door de notaris en makelaar is gezegd dat eventuele servituten geen belemmering zouden zijn. De heer Klaassen zegt dat er wel degelijk onderzoek is gedaan naar de servituten en er is gekeken of die nog gelden voor deze locatie. De notaris heeft aangegeven dat dit niet het geval is. Hij merkt nogmaals op dat een vonnis van de Rechtbank voor dit gebied hem niet bekend is, en hierover ook niet is gesproken tijdens de koop. Wethouder De Graad zegt dat het pand vele jaar leeg heeft gestaan en hier niets mee werd gedaan totdat het nu betrokken is door mensen uit de Oekraïne. De wethouder zegt vervolgens dat iedereen gerechtigd is met een initiatief te komen en een verzoek te doen aan de gemeente. Het college is van mening dat een dergelijke ontwikkeling goed zou zijn voor Westvoorne en dit het gebied ten goede zal komen. De privaatrechtelijke belemmeringen worden onderzocht, en er wordt gekeken wat er door de initiatiefnemer gedaan moet worden. Eén van de voorwaarden is om met de servituut houders in gesprek te gaan en te kijken of er tot overeenstemming kan worden gekomen.
De wethouder zegt dat er in mei een uitspraak is gedaan door de rechter, maar het college toch positief heeft ingestemd met het initiatief omdat er geen belemmeringen zijn die het evident belang in de weg zit. De toegankelijkheid en de natuurwaarden vanuit de rechten die de servituut houders willen uitoefenen is een privaatrechtelijke zaak waar de eigenaar en de servituut houders samen uit moeten zien te komen en waarin de gemeente geen partij is. De heer Sjoukes (IBW) vindt dat het sociaal maatschappelijk doel behouden moet blijven op deze unieke locatie en zegt zich niet te kunnen vinden in deze ontwikkeling. Hij merkt op dat er de laatste jaren geen marketing heeft plaatsgevonden om het pand nieuw leven in te blazen en het dus het niet zo gek te vinden dat het gaat verloederen. De heer Segers (Vrij Voorne) is van mening dat de eigenaar wordt opgezadeld met problemen wanneer de commissie hiermee instemt omdat er toch een gerechtelijke uitspraak ligt. De fractie van Vrij Voorne kan zich niet vinden in deze ontwikkeling. De heer Groenewegen (CDA) stelt voor om dit punt van de agenda te halen. Hij is van mening dat er eerst overeenstemming moet zijn tussen de eigenaar en de servituut houders alvorens de commissie hierover een uitspraak kan doen. Naar aanleiding van het betoog van de heer Hueting vraagt hij waarom de heer Hueting nu precies bedenkingen heeft.
Hij zegt geen precies argument te hebben gehoord. De heer Mulder (D’66) is eveneens van mening dat er eerst overeenstemming moet zijn tussen de servituut houders en de initiatiefnemer en daarna pas gesproken kan worden over het wel of geen medewerking verlenen aan een bestemmingswijziging. Hij zegt vervolgens niet te begrijpen waarom de gemeente hier afwijkt van het proces en hoe de wethouder kijkt naar precedentwerking in andere gevallen. De heer Den Hoed (VVD) sluit zich aan bij de woorden van de heren Groenewegen en Mulder. Mevrouw Roggeveen (PvdA) is van mening dat er eerst duidelijkheid moet zijn over de
6
mogelijkheden voor de initiatiefnemer en dat er eerst overeenstemming moet zijn tussen de servituut houders en de initiatiefnemer voordat de commissie hierover een advies kan uitbrengen. Mevrouw Krajenbrink (GbW) zegt in te kunnen stemmen met het voorstel. Zij zegt dat de gemeente geen partij is, en de servituut houders en de initiatiefnemer om tafel zullen moeten gaan. GbW ziet op dit moment geen enkel argument om negatief te adviseren. De heer Noordermeer (Partij Voorne aan Zee) sluit zich aan bij de woorden van mevrouw Krajenbrink en zegt dat de gemeente geen partij is in afspraken tussen mensen onderling. De fractie van Partij Voorne aan Zee kan zich vinden in het voorstel. Wethouder De Graad zegt dat het hier een initiatief betreft dat tot een verbetering van de kwaliteit van het buitengebied zal leiden. Hij zegt dat er tussen beide partijen goede afspraken moeten worden gemaakt over toegang, natuurbeheer e.d. maar de gemeente hierin geen partij is. De wethouder adviseert de initiatiefnemer om met de servituut houders in gesprek te gaan, en te kijken of er tot overeenstemming kan worden gekomen. Hij zegt het vervolgens jammer te vinden dat de initiatiefnemer met betrekking tot de servituten verkeerd is geïnformeerd door een tweetal partijen. Tenslotte adviseert de wethouder de commissie om positief over het voorstel te adviseren.
De heer Hueting zegt naar aanleiding van de vraag van de heer Groenewegen, dat voor het gebied van oudsher een maatschappelijk educatief gebruik in de ruimste zins des woords geldt, en men dit zo wilt houden. De heer Hueting zegt vervolgens dat de procesvolgorde zoals die wordt gevoerd juist is. De heer Klaassen wil graag weten of de commissie bereid is tot een bestemmingswijziging van het gebied. Hij zegt dat zolang hij dit niet weet, het weinig zin heeft om met de servituut houders om tafel te gaan. Met betrekking tot het vonnis zegt hij dat dit is gericht tegen een andere partij, en niet tegen hem. De heer Segers (Vrij Voorne) blijft bij zijn standpunt en zegt bedenkingen te hebben tegen het voorstel. De heren Sjoukes (IBW) en Groenewegen (CDA) zeggen naar aanleiding van het betoog van de wethouder, die zegt dat de gemeente alleen gaat over de bestemmingswijziging zich te kunnen vinden in het voorstel. De heer Mulder (D’66) spreekt zijn bedenkingen uit, en is van mening dat de servituut houders en de initiatiefnemer eerst tot overeenstemming moeten komen. De heer Mulder zegt dat deze lijn door de gemeente altijd is gevolgd. Wanneer er overeenstemming is, zou wat D’66 betreft akkoord kunnen worden gegaan met een bestemmingswijziging.
Hij is van mening, dat wanneer nu akkoord wordt gegaan met deze wijziging, dit mogelijkerwijs van invloed kan zijn op het gesprek dat nog moet plaatsvinden. De heer Mulder zegt zich niet te kunnen vinden in het voorstel. De heer Den Hoed (VVD) zegt positief te staan tegenover deze ontwikkeling, maar er dan wel eerst overeenstemming moet zijn met de servituut houders. De VVD zegt bedenkingen te hebben tegen het voorstel. Mevrouw Roggeveen (PvdA) zegt dat het aspect openbare toegankelijkheid van het gebied, dat tot nu toe altijd van toepassing is geweest, moet worden meegewogen bij de afweging
7
over dit voorstel. Zij vraagt vervolgens wat wordt bedoeld met koopovereenkomsten in artikel 160. De PvdA maakt een voorbehoud. Mevrouw Krajenbrink (GbW) zegt geen bedenkingen te hebben tegen het voorstel. De heer Noordermeer (PW) zegt geen bedenkingen te hebben tegen het voorstel. Wethouder De Graad zegt dat de zaken moeten worden gescheiden. De gemeente geeft een signaal af voor de mogelijkheid voor een bestemmingswijziging van maatschappelijk naar wonen. Zowel de gemeente als de initiatiefnemer hebben een onderzoekverplichting. Wanneer er geen overeenstemming zou komen tussen de servituut houders en de initiatiefnemer dan is de initiatiefnemer vrij zich tot de rechter te wenden. Vervolgens zegt de wethouder dat de procesvolgorde gehandhaafd blijft. De wethouder merkt nog op dat de raad nog voldoende mogelijkheden krijgt om over de procedures te spreken, en bedenkingen hierover kenbaar te maken. Op dit moment moet eerst de R.O. procedure worden gevolgd. Vervolgens hebben ook de omwonenden nog voldoende mogelijkheden om bezwaar te maken. Vervolgens zegt de wethouder dat het wenselijk is dat het natuurgebied toegankelijk blijft, maar het aan de servituuthouders en de eigenaar is om hierover te beslissen. De wethouder zegt de vraag van mevrouw Roggeveen over artikel 160, waarin gesproken wordt over koopovereenkomsten, na te gaan en schriftelijk te beantwoorden.
De fracties van GbW, PW, CDA en IBW kunnen zich vinden in het voorstel. De fracties van VVD, PvdA, Vrij Voorne en D’66 maken een voorbehoud. De vergadering wordt van 21.00 tot 21.09 uur geschorst. Door wethouder van der Pol wordt een voorstel van orde gedaan. Zij vraagt gezien de tijd, en het feit dat enkele mensen vanavond nog andere verplichtingen hebben of de commissie wellicht agendapunt 12: ‘Procedure RES’ op een ander moment wilt behandelen. Mevrouw Bot is vanavond aanwezig voor het geven van een presentatie over dit onderwerp, maar heeft aangegeven er geen moeite mee te hebben om op een ander moment terug te komen zodat in alle rust over dit punt kan worden gediscussieerd. De meerderheid van de commissie is van mening, dat het agendapunt op een ander moment moet worden behandeld. Op verzoek van de heer Mentink (VVD) wordt de vergadering voor enkele minuten geschorst. De heer Mentink zegt dat hetgeen in het Presidium is afgesproken over de RES en hetgeen de wethouder heeft voorbereid niet in lijn is met elkaar. Hij zegt het erg jammer te vinden dat het punt van de agenda wordt afgehaald. Wethouder van der Pol zegt dat het voor haar onduidelijk is wat de commissie wilt bespreken en dat zij daarom voor vanavond een zgn. Benen op tafel gesprek had voorbereid, waarbij de wethouder van Goeree, mevrouw Bot, de ervaring van Goeree met de commissie zou delen.
Zij heeft tijdens de schorsing begrepen dat de behoefte anders is en de commissie ook het RES proces hierbij wil betrekken. De wethouder wil graag duidelijk van de commissie horen wat zij willen bespreken zodat zij e.e.a. kan voorbereiden.
8
Mevrouw Roggeveen (PvdA) ging ervan uit dat de kaderstellende nota verder uitgewerkt zou worden, en dit vanavond verder zou worden besproken. De wethouder zegt dat er ook een tussenstap zou worden ingebouwd in de vorm van een ‘Benen op tafel gesprek’, en dat dit vanavond zou plaatsvinden. Ten aanzien van het proces van de behandeling van de RES 2.0 zegt de wethouder dat er te weinig tijd is voor het proces, en er nu wordt gezocht naar een middel waardoor het proces minder zwaar hoeft te zijn als de RES 1.0 Zij zegt dat de gemeenten te weinig tijd hebben gehad om de RES goed uit te werken. De wethouder zegt dat er wel een update kan worden gegeven welke projecten naar aanleiding van de behandeling van de RES in voorbereiding zijn. Zij stelt voor dit schriftelijk aan de commissie te doen toekomen. Vervolgens vraagt zij om in het Presidium te willen bespreken of en/of op welke manier de commissie een ‘Benen op tafel gesprek’ vorm wilt geven zodat op deze wijze kan worden voldaan aan de verwachtingen van de commissie. De heer Mentink (VVD) geeft aan de uitgangspunten van het plan van aanpak RES 2.0, die op 24 mei zijn besproken in het college, in de commissie te willen bespreken. De heer Sommeling (Vrij Voorne) sluit zich hierbij aan. De heer Mulder (D’66) zegt dat er na het zomerreces een sessie is gepland bij de gemeente Nissewaard over het proces.
Hij stelt voor dit te combineren. De heer Mentink (VVD) zegt geen voorstander te zijn van het voorstel van de heer Mulder omdat in het plan van aanpak specifieke mogelijkheden worden genoemd voor Westvoorne, en hierover graag met de wethouder van gedachte te willen wisselen. Mevrouw Roggeveen (PvdA) sluit zich aan bij de woorden van de heer Mentink. De wethouder kan zich vinden in de woorden van de heer Mentink en mevrouw Roggeveen om dit niet elders te bespreken. De voorzitter concludeert, dat in het Presidium wordt voorgesteld om in de commissie te spreken over het proces van de RES naar 2.0 en om vervolgens een beeldvormende commissie (Benen op tafel gesprek) te organiseren. 10.
Systematiek waardering woningen.
De heer Mentink (VVD) zegt dat op dit moment de woningen en de grond worden afgeschreven tot 0 en dat dit een vrij lange vaste last voor het woonbedrijf en de gemeentelijke begroting tot gevolg heeft. De VVD zou graag naar een restwaardesystematiek overgaan. Door de Provincie is aangegeven dat dit mogelijk is, maar omdat het woonbedrijf onderdeel is van de gemeente moet de gemeente zich houden aan de richtlijnen van het BBV. De Provincie heeft eveneens aangegeven dat waardering op basis van de WOZ uitgesloten is binnen de BBV, en de voorkeur dan uitgaat naar een waardering per complex. Bovenstaande wijzigingen mogen echter niet meer voor de fusie doorgevoerd worden. De heer Mentink zou het college graag de opdracht geven e.e.a. uit te werken, en te kijken wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn om nieuw te bouwen complexen direct op deze nieuwe manier te waarderen en bestaande complexen op complexniveau. Op deze wijze ontstaat er financiële ruimte voor verduurzaming dat weer ten goede kan komen aan het woonbedrijf. Hij vraagt of de commissie de mening van de VVD deelt om de wethouder deze opdracht mee te geven.
9
De heer Sjoukes (IBW) zegt sympathiek tegenover het voorstel van de VVD te staan. Hij vraagt wel of de wethouder inzicht heeft in de kosten die deze waardering tot gevolg heeft. De heer Groenewegen (CDA) zegt al langer voorstander te zijn van een andere wijze van afschrijven. Het CDA omarmt het voorstel van de VVD en zou graag de wethouder de opdracht geven om de mogelijkheden en onmogelijkheden te onderzoeken. De heer Fransman (CDA) vraagt zich af of de meerwaarde van de panden dan ook worden meegenomen. De heer Mulder (D’66) steunt het initiatief van de VVD en wanneer deze systematiek mogelijkheden biedt om het woonbedrijf beter te presenteren in de jaarstukken en mogelijkheden geeft voor verduurzaming hier voorstander van te zijn. Mevrouw Roggeveen (PvdA) steunt het initiatief en is benieuwd naar het antwoord van de wethouder. Mevrouw Krajenbrink (GbW) zegt zeker voorstander te zijn van een nieuwe systematiek en wil graag van de wethouder horen of hier tijd voor is. De heer Noordermeer (Partij Voorne aan Zee) zegt het initiatief eveneens te ondersteunen, maar dat duidelijk moet worden wat de spelregels zijn. Hij zegt dat het belangrijk is te weten wat de spelregels zijn als het woonbedrijf gaat bouwen, en dan vooral wat betreft de sociale woningbouw. Het zou goed zijn als er dan geen onrendabele top meer zou zijn.
De heer Sommeling (Vrij Voorne) vindt het initiatief eveneens sympathiek. Hij vraagt op welke wijze hierover wordt gecommuniceerd met de fusiepartners tijdens het fusieproces. De heer Mentink (VVD) zegt dat er tot de fusie geen wijzigingen zullen zijn. Wethouder De Graad zegt het initiatief van de VVD sympathiek te vinden en hiermee zo snel mogelijk aan de slag wil gaan. Hij stelt voor om een stappenplan aan de commissie voor te leggen van de te nemen stappen om te komen tot een waardering van de actuele waarde door middel van een restwaardesystematiek. De heer Mentink (VVD) bedankt de wethouder, en zegt de documenten van de Provincie toe te zullen sturen. De heer Mulder (D’66) vraagt om dit onderwerp na het zomerreces in de commissie nader te bespreken. De voorzitter zegt dat het verzoek aan het Presidium wordt voorgelegd. 11.
Zonnepark Konneweg Tinte.
Wethouder van der Pol geeft een korte toelichting op het voorstel en vraagt de commissie geen bedenkingen kenbaar te maken tegen het sluiten van een (nader uit te werken) anterieure overeenkomst voor de realisatie van een zonnepark aan de Konneweg in Tinte. De heer Groenewegen (CDA) merkt op dat er weinig staat vermeld over de financiële participatie. Hij zegt het uitgeven van coupures geen participatie te vinden en is voorstander van serieuze financiële participatie.
10
De heer Mulder (D’66) kan zich vinden in het voorstel. De heer Mentink (VVD) zegt blij te zijn dat de opmerkingen zoals die zijn gemaakt in de commissie zijn meegenomen. Hij zegt aanwezig te zijn geweest op een bewonersbijeenkomst in Tinte en heeft daar weinig negatieve signalen gehoord. Met betrekking tot de financiële participatie sluit hij zich aan bij de woorden van de heer Groenewegen, en zegt dat dit op serieuze wijze plaats moet vinden, en niet zoals in het stuk staat beschreven. Mevrouw Roggeveen (PvdA) kan zich vinden in het voorstel en sluit zich aan bij het CDA en de VVD met betrekking tot de financiële participatie. Mevrouw Krajenbrink (GbW) kan zich eveneens vinden in het voorstel en is blij dat de opmerkingen van de commissie zijn meegenomen. Zij sluit zich vervolgens aan bij de overige sprekers ten aanzien van de financiële participatie. De heer Noordermeer (Partij Voorne aan Zee) is van mening dat het goed zou zijn om richting te geven aan het borgen van de financiële participatie, en aan het feit dat alles na 1 of 2 jaar niet verkocht gaat worden aan een buitenlandse ontwikkelaar zoals vaker gebeurd in het land. Vervolgens vraagt hij of met een definitieve vergunning een onherroepelijke vergunning wordt bedoeld. De heer Sommeling (Vrij Voorne) zegt dat het voorstel nog wel open einden bevat, maar omwille van de voortgang zich te kunnen vinden in het voorstel.
De heer Sjoukes (IBW) zegt zich te kunnen vinden in het voorstel. Wethouder van der Pol zegt ten aanzien van de financiële participatie dat wordt gewerkt aan de versterking van de coöperatie Voorne-Putten door extra ondersteuning van onder andere Deltalinqs. Zij zegt er dus vertrouwen in te hebben dat op deze manier een goede inrichting van de financiële participatie plaats zal gaan vinden en hierdoor ook een betere propositie voor de inwoners. De wethouder zegt dat wanneer er meer bekend is over de invulling van de financiële participatie de commissie hierover wordt geïnformeerd. Met betrekking tot de definitieve vergunning zegt de wethouder dat de gehele procedure moet zijn doorlopen inclusief de inspraakprocedure zonder bezwaren. Zij zegt vervolgens van de initiatiefnemer te hebben begrepen dat hij niet voornemens is alles na 1 of 2 jaar te verkopen, maar dit geen garantie biedt. Wanneer de commissie voorbeelden kan aanleveren op welke wijze dit goed kan worden geregeld, is zij hierin geïnteresseerd. De heer Groenewegen (CDA) zegt dat hij onder participatie verstaat dat er ook een deelname is aan het project en hij dit niet in de stukken terugvindt. De heer Mentink (VVD) zegt alleen bedenkingen te hebben ten aanzien van de financiële participatie en wacht een voorstel hieromtrent af.
De heer Noordermeer (Partij Voorne aan Zee) stelt voor om als bedenking mee te geven dat een goede financiële participatie gewenst wordt zodat hiermee de wethouder sterker staat in de vervolggesprekken. Wethouder van der Pol zegt dat bij de behandeling van de RES reeds is aangestuurd op financiële participatie en het college dan ook deze lijn voortzet.
11
Met betrekking tot de propositie is er juridisch advies gevraagd en wordt gekeken hoe dit bij andere gemeenten wordt gedaan. De wethouder is van mening dat inwoners zoveel mogelijk financieel moeten kunnen participeren, maar er verschillende proposities zijn. De wethouder zegt de commissie vóór de raadsvergadering hierover nog verder te zullen informeren. De voorzitter concludeert, dat, met inachtneming van de toezegging door de wethouder met betrekking tot de financiële participatie, het voorstel zonder bedenkingen aan de raad kan worden voorgelegd. 12.
Procedure RES.
Besloten is om dit agendapunt van de agenda af te voeren en op een ander moment te behandelen. 13.
Zienswijze voorontwerp inpassingsplan Net op Zee.
De heer Den Hoed (VVD) zegt zich te kunnen vinden in de inhoud van de zienswijze, maar stelt voor om de laatste alinea: ‘Wij zouden als gemeente daarom graag met u in gesprek blijven over de mogelijkheid om zo nodig nog kleine aanpassingen te kunnen doen in de kabeltracés en over praktische zaken zoals een eventuele samenloop in de planning van de realisatie van beide projecten’ wat meer aan te scherpen. De heer Plantinga (GbW) vraagt naar aanleiding van bijlage 3 van de zienswijze of er al een bevestiging is van Tennet dat zij akkoord gaan en de eventuele effecten van windmolens op de hoogspanningsverbinding. Vervolgens vraagt hij hoeveel MWh het windproject zal gaan leveren. De heren Noordermeer (Partij Voorne aan Zee) en Groenewegen (CDA) sluiten zich aan bij de woorden van de heer Den Hoed om de laatste alinea nog wat aan te scherpen. Wethouder van der Pol vraagt zich af of een aanscherping handig is en adviseert dit niet te doen omdat de gemeente op dit moment goed is aangehaakt en alles goed is geborgd en dat het hier niet gaat om een even groot belang. Vervolgens zegt zij dat de windmolens van het windproject Noordzeeboulevard zullen worden aangesloten op het hoofdnet en hier geen problemen worden verwacht.
Ten aanzien van de vraag van de heer Plantinga over het aantal MWh zegt de wethouder dat het hier gaat om de zienswijze over de betrokkenheid bij het Net op Zee en hierin niets wordt geregeld ten behoeve van MWh voor het windproject. De heer Plantinga zegt gelezen te hebben dat Tennet akkoord moet gaan met de eventuele effecten van het toekomstige leidingnet. Wanneer zij niet akkoord zouden gaan kunnen er ook geen windmolens geplaatst worden. Naar aanleiding van de aanscherping in de zienswijze, zoals wordt voorgesteld door de heer Den Hoed, stelt de heer Mulder (D’66) voor de laatste alinea te schrappen. Hij zegt dat het vanzelfsprekend is dat er met elkaar in gesprek wordt gebleven. Wanneer de laatste alinea wordt aangescherpt zou dit verkeerd over kunnen komen. De heer Den Hoed vraagt of het mogelijk is om een schriftelijke bevestiging te vragen dat Tennet akkoord gaat met de eventuele effecten van windmolens op de hoogspanningsverbinding.
12
De voorzitter concludeert dat de zienswijze met de daarbij gemaakte opmerkingen aan de raad kan worden voorgelegd.
14. Jaarverslag 2021 en ontwerp programmabegroting 2023 van het Recreatieschap. Wethouder De Graad geeft een korte toelichting en zegt dat het stuk is herzien, en er een correctie is aangebracht op bladzijde 28 en 41. De wethouder maakt excuses dat de tabel bij de vorige stukken niet was opgenomen. Hij zegt vervolgens dat de commissie binnenkort wordt geïnformeerd op welke wijze er met de teruglopende bijdrage van Rotterdam en de Provincie toch op een verantwoorde manier beheer kan worden gepleegd op de voorzieningen. De heer Sjoukes (IBW) geeft duidelijkheid waarom er in de raadsvergadering werd geopperd dat de heer Heijndijk (IBW) over andere informatie beschikte als hij. De commissie is vervolgens van mening dat er geen zienswijze hoeft te worden ingediend op de ontwerp programmabegroting 2023. De heer Mentink (VVD) stelt voor om onder gevraagd besluit, punt 3: ‘Geen zienswijze in te dienen op de ontwerp-programmabegroting 2023’ te verwijderen. Wethouder De Graad zegt dat punt 3 wordt geschrapt. De commissie kan zich vinden in het voorstel waarbij punt 3, onder gevraagd besluit wordt geschrapt, en stelt voor het voorstel als hamerstuk in de raad te behandelen. 15.
Punten voor een volgende vergadering.
De heer Mulder (D’66) stelt voor om in de eerstvolgende vergadering te praten over de governance van het woonbedrijf. Hij is van mening dat de governance vóór de fusie duidelijk moeten zijn. 16.
Sluiting.
De voorzitter sluit de vergadering om 22.25 uur.
13
14