CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

verslag cieGGM 11

Commissie GG & Milieu 6 december 2021, gemeente WestvoorneBij agendapunt: Verslag commissievergadering 8 november 20216.103 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag van de digitale openbare commissie Grondgebied en Milieu, gehouden op maandag 8 november 2021 om 19.30 uur. Aanwezig

Mede aanwezig

: mevrouw R.M. Roggeveen, mevrouw E. Priester en de heren C. Sommeling, T.I. Fransman, N.A.M. Groenewegen, A. van Vliet, D.D. van Orselen, C.B. Mentink, G. Plantinga, J. Noordermeer en P. Kraaijenbrink. : burgemeester P.E. de Jong en de wethouders mevrouw L. v.d. Pol en de heer H. de Graad.

Aanwezig

: gedeeltelijk, voor een toelichting op de arhi-procedure begroting 2022 Gedeputeerde de heer Zevenbergen, de heer van Ark en mevrouw Badoux

Afwezig

: de heer E.G. Mulder (D’66)

Voorzitter

: de heer W.A. Sjoukes.

Commissiegriffier

: mevrouw S. van Leeuwen

Notulist

: mevrouw M. van Eijsden-Briggeman.

1.

Opening.

De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. Hij meldt, dat rond 20.00 uur de gedeputeerde van de provincie, de heer Zevenbergen, e.e.a. zal toelichten over de Ahri procedure. 2.

Vaststelling agenda.

De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 3.

Mededelingen.

De heer Mentink (VVD) vraagt of er aan de gedeputeerde, de heer Zevenbergen, ook vragen kunnen worden gesteld. De voorzitter zegt dat er gelegenheid is tot het stellen van vragen. Wethouder v.d. Pol zegt vervolgens dat er overleg plaatsvindt over het facet bestemmingsplan geluid met het Havenbedrijf Rotterdam en andere instanties die hierbij betrokken zijn. Zij zegt dat er een besluit is genomen om de procedure langzamer te doorlopen vanwege een aantal onduidelijkheden. Zij zegt dat er door de DCMR een presentatie wordt voorbereid om de commissie zo goed mogelijk hierover te informeren. De commissie wordt hiervan op de hoogte gesteld. De besluitvorming over het facet bestemmingsplan geluid zal na de verkiezingsperiode plaatsvinden. De mededelingen worden voor kennisgeving aangenomen.

1

4.

Rondvraag.

De heer Van Orselen (Partij Voorne aan zee) zegt dat zijn partij een tweetal moties heeft voorbereid voor de komende raadsvergadering met betrekking tot de verkeersveiligheid in de gemeente. De heer Groenewegen (CDA) vraagt naar de stand van zaken met betrekking tot de gymzaal in Tinte. Wethouder De Graad stelt voor de vraag over de gymzaal in Tinte in de commissie Inwonerszaken en Middelen te stellen. De vraag behoort tot de portefeuille van wethouder De Jongh. 5.

Verslag commissievergadering 4 oktober 2021.

Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 6.

Overzicht van toezeggingen.

Naar aanleiding van toezegging 03-2018: ‘Koepel Zeeburg’ stelt mevrouw Roggeveen (PvdA) voor deze toezegging van het overzicht af te voeren omdat deze reeds is afgerond. Toezegging 03-2018 wordt van het overzicht afgevoerd. De overige toezeggingen worden voor kennisgeving aangenomen. 7.

Gezonde begroting: Ambitieus Woonbedrijf.

Mevrouw Roggeveen (PvdA) zegt in te kunnen stemmen met het gevraagde budget van €35.000,00 en is van mening dat optie 3: het in stand houden van de bestaande voorraad met duurzaamheidsopgaven en (sloop) nieuwbouw investeringen, de beste optie is. Daarnaast moet er ook aangesloten worden op de woningbehoefte en moet het groene en landelijke karakter behouden blijven. De PvdA begrijpt dat het voor de provincie moeilijk is dit te beoordelen in de begroting, maar hoopt toch dat de provincie haar visie zal tonen. De heer Groenewegen (CDA) zegt dat het woonbedrijf een waardevol bezit is dat wordt ingebracht in de nieuwe gemeente Voorne aan zee. Hij concludeert uit het BDO rapport dat het woonbedrijf in staat is de toekomst aan te kunnen. Er moet een ambitieus plan worden gepresenteerd waar de gemeente Voorne aan zee mee verder kan. Het CDA is eveneens van mening dat de governance vóór 1-1-2023 op orde moet zijn. Het CDA vindt evenals de fractie van de PvdA optie 3 de beste optie. De heer Groenewegen zegt dat het noodzakelijk is om de provincie ervan te overtuigen dat woningen na 60 jaar niet afgeschreven zijn. De fractie van het CDA zegt zich te kunnen vinden in het gevraagde budget van € 35.000,00 voor een vervolgonderzoek. De heer Plantinga (GbW) zegt blij te zijn met de conclusies van het BDO rapport en vraagt of hierover al gesprekken met de provincie plaatsvinden.

Vervolgens mist hij het project Fazantenlaan dat niet opgenomen is in het stuk.

2

De fractie van GbW kiest eveneens voor optie 3, en is bereid om een budget van €135.000,00 beschikbaar te stellen voor een vervolgonderzoek. De heer Noordermeer (Partij Voorne aan zee) sluit zich aan bij de vorige sprekers en zegt dat het woonbedrijf ambitieus moet zijn en dat er goede keuzes moeten worden gemaakt. Hij vraagt om in het vervolg meer aandacht te hebben voor nieuwbouw, verbouw en verandering van woningen. Hij is van mening, dat de duurzaamheidsopgaven niet verward moet worden met investeringen die gedaan moeten worden. De heer Mentink (VVD) is van mening dat het gemeentelijk woonbedrijf los moet worden gezien van de gemeentebegroting omdat er anders van wordt uitgegaan dat het overschot wordt gebruikt om tekorten van de algemene dienst op te lossen. Hij zegt het vervolgens vreemd te vinden dat wordt afgeschreven tot nihil. Bij woningcorporaties wordt dit ook niet gedaan. De VVD vindt dat er moet worden gekeken naar een andere afschrijvingsmethodiek (bijvoorbeeld afschrijven tot de WOZ-waarde), waardoor er meer ruimte ontstaat voor de verduurzaming en voor nieuwbouw. Een andere afschrijvingsmethodiek waardoor er ruimte ontstaat die ten goede komt aan het woonbedrijf stuit op veel weerstand bij de provincie. De heer Mentink zegt dit heel vreemd te vinden.

De VVD kiest vervolgens voor optie 3 en is bereid om een budget van € 135.000,00 beschikbaar te stellen voor een vervolgonderzoek. De heer Sommeling (IBW) zegt dat het BDO rapport duidelijk en helder is en de knelpunten, maar ook de kansen aangeeft. De fractie van IBW kiest eveneens voor optie 3 en is bereid om budget beschikbaar te stellen voor een vervolgonderzoek. Wethouder De Graad zegt dat er reeds een gesprek heeft plaatsgevonden over de begroting en over de Ahri procedure met de gedeputeerde. Hierbij is ook gesproken over het woonbedrijf. Hij zegt dat het vanavond niet de bedoeling is dat de gedeputeerde over het woonbedrijf komt praten, maar over de Ahri procedure. De wethouder zegt dat de provincie de gezondheid van het woonbedrijf en de goede ratio’s onderschrijft. De gedeputeerde heeft toegezegd de mogelijke aanpassing van de waarderingswaarde met Binnenlandse Zaken te bespreken. Vervolgens zijn aanwezig de gedeputeerde, de heer Zevenbergen, mevrouw Badoux (toezichthouder) en de heer Van Ark (coördinator financiën). De heer Zevenbergen geeft aan dat er reeds gesprekken hebben plaatsgevonden met het college van Westvoorne en dat de provincie het aanbod heeft gedaan een toelichting te geven over het Ahri toezicht dat gaat gelden omdat de gemeente het besluit heeft genomen samen te gaan in de gemeente Voorne aan zee.

De heer Zevenbergen zegt dat wanneer de commissie prangende vragen heeft over het woonbedrijf, deze eveneens kunnen worden gesteld. Vervolgens wordt aangegeven dat de gemeente door het besluit dat zij heeft genomen nu valt onder de Ahri procedure en Gedeputeerde Staten toezicht gaat houden op de besluiten die door de gemeente worden genomen en of deze niet in strijd zijn met het financieel belang van de nieuw te vormen gemeente. Het gaat hierbij om investeringen die gedaan worden, reguliere zaken kunnen gewoon doorgang vinden. Zaken die niet onder het toezicht vallen zijn de onvoorziene, onuitstelbare en onontkoombare zaken waar de provincie geen bemoeienis mee zal hebben. Besluiten waarover de 3 fusiepartners overeenstemming hebben en als dit een basis is voor de toekomst zal de provincie eveneens niets van zeggen. De heer Zevenbergen benadrukt dat het Ahri toezicht in het leven is geroepen om er voor te zorgen dat er wordt toegewerkt naar een gezonde financiële organisatie van de nieuw te vormen gemeente.

3

Vervolgens wordt door de heer Van Ark (coördinator financieel toezicht bij de provincie) een presentatie gegeven. Aan de orde komen de volgende punten: - Financieel toezicht - Actuele ontwikkelingen - Financieel toezicht – algemeen - Financieel Toezicht – Vormen - Arhi-toezicht-criteria - Arhi- Bestemmingsvoorstel - Financieel toezicht woonbedrijf - Ahri – slot De heer Mentink (VVD) geeft aan dat er zaken zijn die al heel lang lopen maar waarvan de provincie nu zegt dat deze onder de Ahri procedure vallen. Hij zegt dat de gemeente Westvoorne zorgvuldig is omgegaan met de Enecogelden om hier een aantal zaken mee te realiseren voor de inwoners van Westvoorne, en straks de gemeente Voorne aan zee. De heer Mentink tracht vervolgens ten aanzien van het kernenbeleid duidelijk te maken dat er zaken op de rails staan die moeten gebeuren zoals het realiseren van wifi in de kern Tinte. Hij zegt het ten zeerste te betreuren wanneer aan de burgers moet worden gezegd dat dit niet door kan gaan. Vervolgens benadrukt de heer Mentink dat het woonbedrijf gezond is en de ratio goed. Het woonbedrijf heeft een doel om te kunnen blijven investeren en verduurzamen en dat de gemeente hier geld voor nodig heeft. De VVD vindt het erg jammer dat door een aantal zaken een streep wordt gezet en begrijpt niet waarom het woonbedrijf door de provincie als een risico wordt gezien.

De heer Groenewegen (CDA) sluit zich aan bij de woorden van de VVD. Ten aanzien van de presentatie vraagt hij wat wordt bedoeld met het opnieuw bepalen van de waarde van de woningen voor de afschrijvingssystematiek. De heer Van Orselen (Partij Voorne aan zee) sluit aan bij de woorden van de VVD en benadrukt dat Westvoorne in tegenstelling tot haar fusiepartners een gezonde organisatie, een hoog weerstandsvermogen en ratio heeft. Hij begrijpt dus niet waarom projecten van de fusiepartners wel worden goedgekeurd en kunnen worden uitgevoerd. Tenslotte vraagt de heer Van Orselen waarom de gemeente Westvoorne geen projecten zou kunnen financieren met incidentele gelden. De heer Fransman (CDA) vraagt zich eveneens af waarom Westvoorne op dit moment wordt benadeelde en sluit zich aan bij de vorige sprekers. Mevrouw Roggeveen (PvdA) vraagt of de WOZ-waarde gebruikt zou kunnen worden als waardebepaling. Vervolgens vraagt zij wat er wordt bedoeld dat de gemeente zou kunnen gaan werken met onderhoudsvoorzieningen. Zij vraagt tenslotte waarom de Eneco gelden niet kunnen worden gebruikt. De heer Van Vliet (IBW) zegt naar aanleiding van het commentaar van de provincie over de dorpsvisies dat deze overeenkomt met de visie van Voorne aan zee.

De heer Zevenbergen zegt dat in voorgaande jaren, om de begroting sluitend te krijgen, zo nu en dan gebruik werd gemaakt van de reserve en voorzieningen. Er is toen de afspraak gemaakt dat de begroting zou worden geherstructureerd en in het vervolg structureel sluitend zou worden gemaakt. De provincie vindt het fijn dat de gemeente zich hieraan houdt.

4

Vervolgens zegt de heer Zevenbergen dat de dorpsvisies deels zijn goedgekeurd door de provincie en dat de onderzoeken naar woningbouwlocaties, waar de nieuwe gemeente ook baat bij zal hebben, ook op goedkeuring kan rekenen. De parkeervoorzieningen bij de stranden wordt niet tegengehouden, maar zouden wat betreft de provincie een structureel karakter moeten krijgen en hiervoor zou een voorziening moeten worden opgenomen in de begroting. De provincie vindt het echter merkwaardig dat de maximale subsidiedrempel van €50.000,00 wordt verhoogd naar € 100.000,00 of soms € 500.000,00, en zegt dat dit vraagtekens oproept. Wanneer de gemeente binnen de gestelde kaders had gebleven, had er niets aan de hand geweest. De provincie is eveneens niet tegen de kustprojecten, maar wil hiervan graag een uitgewerkt voorstel ontvangen. Wanneer dit voorstel conform is tot hetgeen mondeling is toegelicht, zal dit niet al te veel problemen geven. De heer Mentink (VVD) zegt, naar aanleiding van de woorden van de heer Zevenbergen, dat de gemeente in het verleden gebruik heeft gemaakt van de reserves en voorzieningen om de begroting sluitend te maken en dat dit toen door de provincie is geaccepteerd. Het woonbedrijf was toen nog onderdeel van de gemeentebegroting. Hij zegt dat de provincie dit systeem van de een op de andere dag heeft gewijzigd en vindt dit niet getuigen van een betrouwbare overheid.

Ten aanzien van het verhogen van subsidiedrempel zegt de heer Mentink dat dit een gevolg is geweest van een motie. Hij zegt het niet uit te kunnen leggen aan de inwoners dat de gemeente Hellevoetsluis een padelbaan aan gaat leggen voor €100.000,00 De heer Mentink benadrukt dat de raad graag transparant wilt zijn en een aantal zaken uit wil voeren die al heel lang op de rol staan. De heer Zevenbergen zegt dat de provincie haar rol als toezichthouder serieus moet nemen, maar begrijpt ook dat het vervelend is als er naar de uitgaven van de gemeente wordt gekeken. Hij zegt dat projecten in de gemeente Hellevoetsluis zijn goedgekeurd, omdat die binnen het huidige subsidiebeleid vallen, en binnen de bestaande budgetten worden gedekt. De heer Van Orselen (Partij Voorne aan zee) vraagt op welke manier dit nu opgelost kan worden. Hij denkt dat aan het vasthouden van de beleidsregels niemand vrolijk wordt, en zegt dat het gaat om een stukje ruimte voor verduurzaming en nieuwbouw. Mevrouw Hamstra (VVD) zegt te begrijpen dat de provincie moet kijken wanneer er wijzigingen zijn bij het subsidiebeleid. Zij zegt dat de keren waarom het bedrag van € 50.000,00 is opgerekt te maken had met subsidies aan de voetbalverenigingen. Er is door de gemeente nadrukkelijk voor deze optie gekozen zodat de voetbalverenigingen e.e.a.

in eigen beheer konden uitvoeren, en ook de verzelfstandiging doorgevoerd zou kunnen worden. Hierdoor zou er minder gemeenschapsgeld nodig zijn. Mevrouw Hamstra zegt het jammer te vinden dat er niet is gekeken naar de achtergrond waarom hiervoor is gekozen. De heer Fransman (CDA) sluit zich aan bij de woorden van de VVD. Vervolgens vraagt hij of het afschrijvingsbeleid van de 5 gemeenten die nog een woonbedrijf bezitten hetzelfde is. Mevrouw Roggeveen benadrukt dat het hier gaat om een invulling van de Eneco gelden en daardoor andere handelingen kunnen worden verricht dan die de gemeente gebruikelijk doet. Zij vraagt of de provincie hiermee rekening wil houden.

5

De heer Zevenbergen zegt in antwoord hierop dat de begrotingen van gemeenten niet onderling worden bekeken. Ieder begroting moet voldoen aan de BBV en anders wordt deze niet goedgekeurd, dus het is ook niet van belang welke afschrijvingssystematiek andere gemeenten met een woonbedrijf hebben omdat de systematiek waar de begroting aan moet voldoen conform de BBV moet zijn. Ten aanzien van het subsidiëren van de voetbalverenigingen zegt de heer Zevenbergen wel te begrijpen dat dit zo is gedaan, maar dat de provincie wanneer zij afwijkingen constateert, niet ontkomt aan het uitvoeren van haar toezichthoudende rol. Hij zegt dat de provincie hierover met het college nog in gesprek zal gaan. De heer Van Ark zegt ten aanzien van het gebruiken van de WOZ-waarde als waardebepaling van de woningen, dat hier onderzoek naar gedaan kan worden. Met betrekking tot de opmerking over de incidentele lasten die buiten beschouwing worden gelaten zegt hij dat dit bij het reguliere toezicht buiten beschouwing wordt gelaten en er alleen gekeken wordt naar de structurele lasten en baten. Bij het Ahri toezicht is dit anders en wordt er ook gekeken naar de incidentele baten en lasten in het belang van de nieuw te vormen gemeente.

Naar aanleiding van de vraag over een onderhoudsvoorziening zegt hij dat wanneer er ten aanzien van onderhoudslasten grote pieken zijn in de begroting, dit door middel van een egalisatievoorziening kan worden opgelost. Ten aanzien van de afschrijvingssystematiek zegt de heer Van Ark dat dit op de juiste manier moet gebeuren en adviseert gebruik te maken van de handvatten die BBV hiervoor biedt. De heer Mentink (VVD) benadrukt nogmaals dat de begroting op dit moment structureel dekkend is. Een wijziging van de afschrijvingssystematiek zal niets veranderen aan de begroting. Alleen zal het meer ruimte geven voor het woonbedrijf om te verduurzamen en te investeren. De heer Van Ark zegt dat het woonbedrijf als een risico wordt gezien omdat de structurele lasten vooralsnog niet gedekt worden door structurele baten en er rekeningen nodig zijn met een reserve en hierin weinig inzicht is. Mevrouw Badoux zegt dat het gaat om de wijze waarop dit moet worden gedekt in de boekhouding en dat dit een risico met zich meebrengt. De boekhouding van het woonbedrijf moet volledig voldoen aan de BBV. Zoals e.e.a. nu in de begroting staat voldoet dit en is er niet persé een risico, echter er moeten nog wel investeringen worden gedaan om te verduurzamen, en hier zit het risico. De vraag is hoe dit wordt opgevangen binnen de begroting en in de begroting van de nieuwe gemeente.

Zij zegt dat het wellicht een optie is om zoals staat beschreven in het BDO rapport te kijken naar de restwaarde systematiek. Door BBV zijn er echter uitspraken gedaan dat dit niet kan op de wijze zoals door BDO aangegeven. Mevrouw Badoux zegt dat de provincie bereid is om mee te denken om de fluctuatie in de begroting op een goede manier op te vangen binnen de BBV. De heer Zevenbergen zegt dat het de commissie altijd vrij staat om bij de commissie BBV te pleiten voor een andere wijze van toezicht. Mevrouw Hamstra (VVD) vraagt zich naar aanleiding van de richtlijnen van de BBV inzake een andere waarderingssystematiek af of hiermee het gewenste inzicht wordt bereikt. De heer Van Ark zegt dat de vraag van mevrouw Hamstra schriftelijk wordt beantwoord.

6

Mevrouw Badoux zegt tenslotte dat de concept-begroting er goed uitziet en het dekkingsvoorstel is goedgekeurd. Het feit dat de gemeente Westvoorne over 4 jaarschijven sluitend moet zijn en de andere gemeenten niet is een extra voorwaarde op het huidige toezicht. De commissie spreekt vervolgens haar voorkeur uit voor optie 3: het in stand houden van de bestaande voorraad met duurzaamheidsopgaven en (sloop) nieuwbouw investeringen. De VVD is van mening dat moet worden gekeken of de afschrijvingssystematiek kan worden veranderd omdat anders duurzaamheid niet kan worden gerealiseerd. De fractie van het CDA vraagt aandacht voor de governance, die vóór 1-1-2023 op orde moet zijn. De fractie van de PvdA stelt voor om te kijken in hoeverre de WOZ- waarde kan worden gebruikt en stelt voor een andere wijze van toezicht te bespreken met de commissie BBV. Wethouder De Graad zegt het eens te zijn met de woorden van de heer Mentink dat als de afschrijvingssystematiek wordt aangepast, de duurzaamheid kan worden uitgevoerd. Vervolgens zegt hij dat begin volgend jaar de governance gereed zal zijn. In een voorstel zal hetgeen vandaag is besproken aan de commissie worden voorgelegd. Wethouder De Graad zegt dat het woonbedrijf zal blijven investeren in nieuwbouw en de leencapaciteit voordelen moet opleveren wanneer hiervan gebruik wordt gemaakt.

Hij zegt dat er nog gesprekken met de provincie zullen plaatsvinden. Ten aanzien van het project Fazantenlaan in Oostvoorne zegt de wethouder dat dit een privaat initiatief is van projectontwikkelaar Van Omme de Groot. De gemeente zal het project van de Patrijzenlaan ontwikkelen. Tenslotte zegt de wethouder dat het mogelijk is om tot 2035 aan de verplichtingen die het Rijk stelt te kunnen voldoen. De voorzitter concludeert dat het voorstel aan de raad kan worden voorgelegd. De vergadering wordt vervolgens geschorst voor een korte pauze van 21.08 tot 21.16 uur. 8.

Volkshuisvestelijk kader.

De heer Noordermeer (Partij Voorne aan zee) zegt blij te zijn met de aanpassing. Hij is eveneens blij dat er bij nieuwbouw wordt gekozen voor het dorpse karakter. De heer Noordermeer stelt vervolgens voor om de categorie 8 woningen aan te passen naar 4 tot 8 woningen en 1 tot 3 woningen zodat er maatwerk toegepast kan worden. Mevrouw Roggeveen (PvdA) zegt dat groen en blauw areaal een voorwaarde is en dat de kwaliteit zeker zo belangrijk is als kwantiteit. Vervolgens vindt de PvdA dat er gestreefd moet worden naar de bouw van lage en middeldure woningen. Mevrouw Roggeveen is blij dat ook de omgevingsdialoog is opgenomen en vraagt in het kader van de krapte op de woningmarkt of de zelfbewoningsplicht ook toepasbaar is voor een breder type woningen. De heer Van Vliet (IBW) zegt verrast te zijn door het gewijzigde plan, maar is blij dat de dorpsvisies hierbij leidraad zijn. Vervolgens zegt hij trots te zijn op een groene en landelijke gemeente en vraagt hij naar de landelijke norm van water en groen.

7

De heer Groenewegen (CDA) zegt blij te zijn met de aanpassing, blij te zijn dat er meer aandacht komt voor bottum up initiatieven, en dat er veel aandacht is voor de doorstroming. Vervolgens is het CDA van mening dat er ook ruimte in de kaders moet zijn voor experimenten en niet alles dichtgetimmerd moet worden. De heer Groenewegen vraagt naar het resultaat van de gesprekken met de provincie over seniorenhofjes. Het CDA vindt vervolgens dat het open karakter behouden moet blijven en vraagt ook mogelijkheden te vinden om buiten de dorpscontouren te bouwen. Tenslotte roept het CDA op om de bewoners zo goed mogelijk bij bouwplannen te betrekken. De heer Mentink (VVD) zegt blij dat het stuk is aangepast en kan zich vinden in de gemaakte opmerkingen. De VVD kan zich vinden in het voorstel. De heer Plantinga (GbW) is blij dat er voor meer doelgroepen gebouwd gaat worden en dat de dorpskaders en het groen zijn toegevoegd. De fractie van GbW kan zich vinden in het voorstel. Wethouder De Graad zegt ten aanzien van seniorenhofjes dat in de ontwikkelingen mogelijkheden worden geboden voor dergelijke samenlevingsvormen omdat hieraan behoefte is. Naar aanleiding van de vraag van de heer Van Vliet zegt de wethouder dat de norm voor water 10% is en dat dit te maken heeft met de opvangcapaciteit. Hij zegt dat binnen Westvoorne de opvangcapaciteit voldoende is.

Naar aanleiding van de vraag van mevrouw Roggeveen (PvdA) over zelfbewoning wordt meegedeeld dat dit is opgenomen voor de meest kwetsbare doelgroepen op de koopwoningmarkt, maar dat dit voor de luxe koopwoningen boven de € 350.000,00 niet is opgenomen omdat deze doelgroep minder kwetsbaar is. Meegedeeld wordt dat er is gekeken waar de behoefte ligt. De wetswijziging gaat over de bestaande voorraad van goedkope en middeldure koop en dit is aangehouden in de nieuwbouwopgave. Ten aanzien van de aantallen wordt meegedeeld dat er is gekozen voor een aantal van 8 woningen, waarbij er is gekeken naar de minimale eisen waaraan projecten moeten voldoen. Er is heel praktisch gekeken en ook voor de kleine projecten is dit nog haalbaar. Wethouder De Graad zegt dat het niet de bedoeling is dat alles wordt dichtgetimmerd met dit stuk, maar dat een ontwikkelaar/initiatiefnemer op de hoogte is van de kaders. De initiatieven die afwijken zullen altijd in de raad worden besproken. De heer Noordermeer pleit toch voor een uitzonderingspositie voor kleine projecten (1 tot 3 woningen), die niet voldoen aan de 3 gestelde eisen, en dit in het stuk op te nemen. Wethouder De Graad zegt dat zal worden bekeken of er een uitzonderingspositie kan worden opgenomen. Hij zegt voor de raadsvergadering van 24 november hierover uitsluitsel te geven.

Mevrouw Roggeveen (PvdA) zegt dat er in de gemeente veel woningen zijn van boven de €250.000,00 en dat hierin onderverhuur plaatsvindt. Zij is er voorstander van om deze voorwaarde ook te stellen voor woningen boven de € 250.000,00. De heer Van Orselen (Partij Voorne aan zee) wacht de huisvestingsverordening af. Ten aanzien van de opmerking van mevrouw Roggeveen inzake onderverhuur van woningen boven de € 250.000,00 is de heer Van Orselen van mening dat hier zeker meer verdieping nodig is.

8

De heer Groenewegen (CDA) vraagt hieromtrent aandacht voor de arbeidsmigranten en hier zorgvuldig mee om te gaan. Wethouder De Graad zegt dat het hierbij gaat om het beschermen van de kwetsbare groepen. Vervolgens zegt hij dat er met Brielle en Hellevoetsluis wordt onderzocht hoe met mate de zelfbewoningsplicht kan worden afgedwongen voor de bestaande voorraad. Om dit af te kunnen dwingen moet er een ernstig probleem zijn in onze dorpen. Vooralsnog zijn die er niet in de hogere categorie. De wethouder raadt het af om de grens naar € 350.000,00 op te rekken. We streven naar uniformiteit in deze regelgeving. Hij zegt de commissie begin volgend jaar te zullen informeren over de uitkomst van het onderzoek. De commissie kan zich vinden in het voorstel. 9.

Meergeneratiewoningen.

De heer Van Vliet (IBW) zegt dat het veel te lang geduurd heeft en dat zijn partij het voorstel veel te beperkt vindt en de inzet voor alternatieve woonvormen te missen. De heer Noordermeer (Partij Voorne aan zee) constateert dat er behoefte is aan mantelzorgwoningen, pre-mantelzorgwoningen, woonhofjes en meergeneratiewoningen. Hij is van mening dat hieromtrent passende regels moeten worden gemaakt, en dat e.e.a. is gebaseerd op vraag. Partij Voorne aan zee vindt het afbreken van een mantelzorgwoning als de zorg ophoudt kapitaalvernietiging en vindt eveneens de eis dat er een verklaring van de huisarts nodig is te ver gaan. De heer Groenewegen (CDA) is van mening dat er moet worden ingespeeld op de vragen uit de maatschappij. Het CDA vindt dat de verschillende woonvormen niet precies hoeven te worden omschreven, maar er maatwerk mogelijk moet zijn. Het woongenot van de bewoners moet voorop staan. Ten aanzien van het samenwonen met meerdere generaties zegt de heer Groenewegen dat dit op veel manieren kan en dat de gemeente hier geen bemoeienis mee heeft. Met betrekking tot mantelzorgwoningen is het CDA van mening dat de mantelzorgwoning mobiel moet zijn en dat het mogelijk moet zijn om deze tijdelijk te plaatsen door middel van een contract met de gemeente.

De mantelzorgwoning zou wat het CDA betreft weer gemakkelijk weggehaald moeten kunnen worden wanneer de mantelzorg eindigt. Dit geldt eveneens voor pre mantelzorgwoningen. Het CDA is vervolgens van mening dat Tiny Houses op kleine schaal mogelijk moeten worden gemaakt. Het CDA vraagt hier flexibel mee om te gaan en niet specifiek een percentage op te nemen. Mevrouw Roggeveen (PvdA) zegt dat haar partij de bestaande mogelijkheden voldoende vindt om te voorzien in de behoefte die er bestaat. De PvdA vindt meergeneratiewoningen een prima idee, alleen wanneer dit in hetzelfde gebouw plaatsvindt. Meer woningen zal tot verdichting leiden en de PvdA is hier geen voorstander van. De heer Plantinga (GbW) juicht het bouwen van meergeneratiewoningen toe. Hij zegt wanneer niet wordt ingezet op dit soort woningen er grote problemen zullen ontstaan. Kinderen en ouders bij elkaar geeft hierin mogelijkheden. Met betrekking tot mantelzorgwoningen zegt de heer Plantinga dat zijn partij hier welwillend tegenover staat wanneer hier de ruimte voor is.

9

De heer Mentink (VVD) sluit zich aan bij de woorden van de heer Van Vliet en vindt de bestaande mogelijkheden te beperkt. De VVD is geen voorstander van 2 gezinnen in 1 woning, wel moet 2 generaties mogelijk worden gemaakt. Met betrekking tot mantelzorgwoningen is de VVD van mening dat dit een tijdelijke woning moet zijn en zegt geen voorstander te zijn om extra woningen binnen de dorpsgrenzen toe te staan. Wethouder De Graad zegt dat dat het van belang is om kaders te stellen zodat iedereen weet wat de leidraad is en dat maatwerk wenselijk is. De wethouder zegt dat zal worden gekeken hoe pre mantelzorgwoningen zo goed mogelijk kunnen worden gefaciliteerd binnen de beleidsregels die er zijn. Vervolgens zegt de wethouder dat het inderdaad de bedoeling is dat er 2 generaties in 1 woning kunnen wonen. Een mantelzorgwoning zal tijdelijk op het achtererf kunnen worden toegestaan, wanneer hier ruimte voor is. Wanneer de mantelzorg stopt is het aan de raad om verlenging toe te staan wanneer dit wenselijk is. Ten aanzien van extra woningen zegt de wethouder, dat er binnen de contouren bijna niets meer bijgebouwd kan worden. Door mevrouw Hofstra wordt aangegeven dat het voorliggende stuk niet op voorhand aan wil geven welke vormen er mogelijk gemaakt zouden kunnen worden, maar dit aan de initiatiefnemers over wordt gelaten.

Ontwikkelaars kunnen bijvoorbeeld een nieuwe woonvorm inbrengen, of ze kunnen in contact komen met de initiatieven die er al zijn in Westvoorne. De lokale behoefte krijgt dan een plek en dit wordt in het volkshuisvestelijk kader geborgd. De heer Noordermeer (Partij Voorne aan zee) is van mening dat grote en kleine zaken gescheiden moeten worden. Hij vindt dat een pre mantelzorgwoning tot een kleine zaak behoort. Hij is vervolgens van mening dat 1 woning met daarin 2 generaties prima aan kan sluiten bij de huidige regels zodat hiermee de kaders helder zijn. De heer Van Vliet (IBW) sluit zich aan bij de woorden van de heer Noordermeer. De heer Groenewegen (CDA) stelt ten aanzien van mantelzorg en pre mantelzorgwoningen voor dat er door de gemeente wordt gewerkt met een contract zodat zij ook juridisch handvatten heeft. Wethouder De Graad zegt dat de wet Ruimtelijke Ordening mogelijkheden biedt om een tijdelijke vergunning te geven voor accommodaties en zegt liever niet met contracten te werken. De commissie kan zich vervolgens vinden in het voorstel. 10.

Businesscase Tinte.

De heer Van Orselen (Partij Voorne aan zee) vraagt naar aanleiding van het niet kunnen inrichten van een waterberging of er mogelijkheden zijn bij de tuinders. Vervolgens vraagt hij of er mogelijkheden zijn om een andere doelbestemming voor de grond te realiseren. De heer Groenewegen (CDA) merkt op dat de gemeente ten aanzien van de DLG gronden nog steeds een uitspraak van de rechter is te verwachten. Hij vraagt naar de stand van zaken en hoe de gemeente hier verder mee omgaat.

10

Vervolgens vraagt de heer Groenewegen naar de stand van zaken met betrekking tot de lopende initiatieven in het intensiveringsgebied en of de Businesscase kan worden vereenvoudigd zodat deze een keer kan worden afgerond. Mevrouw Roggeveen (PvdA) vraagt of er nog ontwikkelingen zijn in het gebied. Zij doelt hierbij op het onderzoek naar de infrastructuur en of hier al actie op is ondernomen of plannen voor zijn. Mevrouw Krajenbrink (GbW) en de heren Mentink (VVD) en Sommeling (IBW) kunnen zich vinden in het voorstel. De heer Kraaijenbrink (GbW) vraagt zich af of het dossier wel voor 1-1-2023 is afgerond. Wethouder De Graad zegt dat de afronding in zicht is, maar dat er nog 2 cases zijn. Het betreft hier het terrein aan de Westvoorneweg waar de rechter nog een uitspraak over zal doen. Hij zegt dat het er naar uitziet dat het dossier voor 1-1-2023 is afgerond. Ten aanzien van de vraag van de heer Van Orselen over waterberging met dubbel grondgebruik zegt de wethouder dat dit een creatieve optie is maar nog te primatuur vooruitlopend op de uitspraak van de rechter. De wethouder zegt nog nader schriftelijk te zullen terugkomen op de gestelde vragen. Naar aanleiding van de vraag van mevrouw Roggeveen over een onderzoek naar de infrastructuur zegt de wethouder dat het gebied in beheer is bij het Hoogheemraadschap en hij heeft gevraagd of zij willen kijken naar de knelpunten.

Vervolgens zegt hij dat de afdeling verkeer van de gemeente bezig is met een memo en deze in de commissie Grondgebied van december aan de orde zal komen. De commissie kan zich vinden in het voorstel. 11. Vaststelling omgevingsplan Voet of Kraagweg. De heer Noordermeer (Partij Voorne aan zee) vraagt of de opstallen gegund zijn en wat het type bouwwerk is. Vervolgens leest hij niets over de Sint Annapolder en hetgeen geldt voor de jonge zeekleipolders. Hij vraagt zich af of het toevoegen van een woning voldoet aan hetgeen is opgenomen voor de jonge zeekleipolders. Tenslotte wordt in het stuk gesproken over de Ruimte voor Ruimte regeling die niet meer bestaat en nu ruimtelijke kwaliteit heet. Hij vraagt zich af of deze verandering een verbetering is van de ruimtelijke kwaliteit. Wethouder De Graad zegt de vragen schriftelijk te zullen beantwoorden. De commissie kan zich vinden in het voorstel. De fractie Partij Voorne aan zee maakt een voorbehoud. 12. Verhogen voorbereidingskrediet Drenkeling fase 2. Mevrouw Roggeveen (PvdA) vraagt in welk stadium er een verkeersonderzoek wordt uitgevoerd. De heer Van Orselen (Partij Voorne aan zee) vraagt naar de status van de discussie over de wijze waarop de Drenkeling wordt voorzien van woningen. Hij zegt dat er nog steeds onrust is bij de inwoners, en er nog steeds een actiegroep is.

De heer Van Orselen zegt dat ook de verplaatsing van de voetbalvelden nog steeds

11

onduidelijk is. Naar aanleiding van het voorstel waarin wordt gevraagd om een verdubbeling van het krediet vraagt hij zich af of het misschien niet verstandig is om pas op de plaats te maken. Hij stelt voor om eerst vast te stellen wat er speelt en de positie van de bewoners en belanghebbenden te bepalen. De heer Van Orselen zegt het vreemd te vinden om een zodanig groot bedrag te voteren terwijl er nog veel zaken onduidelijk zijn. De heren Mentink (VVD), Groenewegen (CDA), Kraaijenbrink (GbW) en Sommeling (IBW) kunnen zich vinden in het voorstel. Wethouder De Graad zegt dat er op dit moment wordt gekeken hoe er tegemoet kan worden gekomen aan de geluiden vanuit de raad, de omwonenden en de betrokkenen. De wethouder noemt het proces heel complex omdat er 7 verschillende positiehouders zijn en ieder hiervan een ander idee heeft over de ontwikkeling en de rendementen. Vervolgens stelt de wethouder voor dat een pauze niet verstandig is omdat de raad voor 1 juli 2022 een besluit wil nemen over de manier waarop woningbouw gerealiseerd gaat worden in de Drenkeling. Hij zegt dat de nieuwe omgevingswet per 1 juli 2022 van toepassing is. De wethouder benadrukt, dat het extra krediet hard nodig is en sluit niet uit dat er ook volgend jaar nog een aanvulling nodig zal zijn.

Hij zegt op dit moment geen gevoelige informatie vrij te kunnen geven omdat dit de onderhandelingspositie van de gemeente nadelig zou kunnen beïnvloeden. Vervolgens zegt hij dat de voetbalvelden wel een rol spelen, maar niet een dusdanige rol dat hier het krediet voor nodig is. De wethouder zegt het zeer op prijs te stellen als de raad akkoord zou gaan met het extra gevraagde krediet zodat de organisatie verder kan gaan. Naar aanleiding van de vraag van mevrouw Roggeveen over het verkeersonderzoek zegt de wethouder, dat in de 1e fase reeds is gekeken naar de capaciteit van de Strandweg en dat ook met de hoge dichtheid deze weg blijft voldoen. De wethouder zegt reeds enkele malen met de bewoners van de Strandweg te hebben gesproken en te hebben toegezegd dat er op het onderzoek uit 2016 een aanvullend verkeersonderzoek zal plaatsvinden. De heer Van Orselen (Partij Voorne aan zee) vraagt of op het moment dat het besluit aan de raad wordt voorgelegd er dan nog ruimte is voor een amendement. Wethouder De Graad zegt dat dit afhankelijk zal zijn van de vraag. Er zal een stuk worden voorbereid waarin verschillende scenario’s worden bekeken. Er wordt gekeken hoe de raad zo goed mogelijk kan worden geïnformeerd en haar taak uit te kunnen voeren zonder dat er gevoelige informatie wordt prijs gegeven. De commissie kan zich vinden in het voorstel. 13.

Project Fazantenlaan.

De heer Mentink (VVD) vraagt hoe er garantie wordt gerealiseerd m.b.t. het openbaar groen zodat bij een eventueel faillissement van de aannemer de gemeente hierop terug kan vallen. Hij zegt dit, met in het achterhoofd het inrichten van de buitenruimte in het project de Vijf Bladeren. De heer Van Orselen (Partij Voorne aan zee) vraagt eveneens goed op te letten dat de gemeente niet in dezelfde situatie kan komen als bij het project de Vijf Bladeren. Vervolgens vraagt hij of er voorzieningen worden getroffen, zodat het aantal verkeersbewegingen via de Voorweg in goede banen kan worden geleid. Hij vraagt of er wellicht een onderzoek nodig is en wat dit betekent voor de infrastructuur.

12

De heer Sommeling (IBW) vraagt gezien de ervaring met het project de Vijf Bladeren alert te zijn dat de gemeente niet in dezelfde situatie komt. Wethouder De Graad zegt dat er een les is geleerd uit het project de Vijf Bladeren. Hij zegt dat de organisatie hier oog voor heeft, maar dit wel moet passen binnen de wettelijke kaders en contracten die er liggen. In dit plan is bijvoorbeeld niet de harde regel van 35% sociale woningbouw opgenomen, maar wel wat goedkopere woningen. Met betrekking tot de waterbergingscapaciteit is er een goede deal gesloten en wordt voldaan aan de verplichtingen aan de Patrijzenlaan door extra water in te brengen in het project Fazantenlaan. Hij zegt dat er een goede samenwerking is. De vraag met betrekking tot het nakomen van verplichtingen van de ontwikkelaar met betrekking tot de buitenruimte wordt schriftelijk beantwoordt. Ten aanzien van de buitenruimte zegt de wethouder dat deze zoveel mogelijk klimaatadaptief wordt ingevuld. De verhardingen zullen zo min mogelijk zijn, en het parkeren op eigen erf zal zoveel mogelijk worden gestimuleerd. Ten aanzien van het aantal verkeersbewegingen zegt de wethouder te verwachten dat de omliggende straten toegerust zullen zijn op de extra verkeersbewegingen als gevolg van de Patrijzenlaan en de Fazantenlaan. De commissie kan zich vinden in het voorstel. 14.

Punten voor een volgende vergadering.

Geen. 15.

Sluiting.

De voorzitter sluit de vergadering om 23.00 uur.

13

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10838315/2