CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

verslag cie IZM 05

Commissie IZ & Middelen 15 juni 2021, gemeente WestvoorneBij agendapunt: 18 mei 20214.841 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag van de digitale vergadering van de commissie Inwonerszaken en Middelen, gehouden op dinsdag 18 mei 2021 om 19.30 uur. Aanwezig

Mede aanwezig

: mevrouw M. van der Gaag, mevrouw A. Vermeer, mevrouw E. Priester, mevrouw M. Hamstra, mevrouw J. Krajenbrink en de heren D.D. van Orselen, C.B. Mentink, T.I. Fransman, E.G. Mulder, J.A.M. Merkx en J.W.J. Driesprong, J. Noordermeer, G. Plantinga, P. Kraaijenbrink, F. den Hoed en K. Ridder. : Burgemeester P.E. de Jong en de wethouders mevrouw J.D. de Jongh en de heer W.A.J. Borgonjen.

Voorzitter

: de heer N.A.M. Groenewegen.

Griffier

: de heer R. de Vries.

Notuliste

: mevrouw M. van Eijsden-Briggeman.

1.

Opening.

De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. Hij meldt dat wethouder Borgonjen en de heer Merkx later komen. 2.

Vaststelling agenda.

De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 3.

Mededelingen.

Geen. 4.

Rondvraag.

Van de rondvraag wordt geen gebruik gemaakt. 5.

Verslag commissievergadering 13 april 2021.

Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 6.

Overzicht van toezeggingen.

Naar aanleiding van toezegging 02-2021: ‘raadsinformatiebrief met betrekking tot coronakosten’ zegt wethouder De Jongh dat de brief zo snel mogelijk naar de commissie wordt gestuurd. Hiermee wordt deze toezegging van het overzicht verwijderd. De overige toezeggingen worden voor kennisgeving aangenomen.

1

7.

Mededelingen uit regionale samenwerking.

Geen. 8.

Budgetoverhevelingen 2020.

De heren Fransman (CDA) en Plantinga (GBW) kunnen zich vinden in het voorstel. De heer Mulder (D66) vraagt ten aanzien van de bijlage waarom er een bedrag van €50.000 wordt overgeheveld omdat de concerncontroller later geworven is. Hij vraagt waarom geld dat in 2020 niet is besteed nu doorschuift, terwijl de vacature korter wordt vervult, dus er minder geld nodig zou zijn. Wethouder De Jongh zegt dat het budget voor een concerncontroller is ingezet voor inhuur vanwege het niet kunnen vervullen van vacatures en er dus niet genoeg budget overbleef. Het ziet er naar uit dat de concerncontroller tot aan de fusie nodig is. Dus dit stukje budget is nodig om het totaal te kunnen betalen. Mevrouw v.d. Gaag (IBW) vraagt of er nog nadelige gevolgen kunnen optreden omdat de accountantscontrole nog niet is afgerond. Wethouder De Jongh zegt dat er nog kleine veranderingen kunnen plaatsvinden maar de verwachting is dat er een bescheidener deel overblijft dat van de algemene reserve af zal gaan. Mevrouw Priester (PW) en mevrouw Hamstra (VVD) zeggen het jammer te vinden dat vanwege overmacht niet alle geplande activiteiten in 2020 hebben kunnen plaatsvinden. Zij kunnen zich vinden in het voorstel. De commissie kan zich vinden in het voorstel en stelt voor dit als hamerstuk in de raad te behandelen. 9.

MRDH zienswijze ontwerpbegroting 2022.

De heer Mulder (D66) vindt de zienswijze erg lang en veel te gedetailleerd en is van mening dat de raad dit niet op deze wijze zou hebben geformuleerd. Vervolgens zegt hij dat wordt gesproken over het instemmen met de concept begroting maar dit geen bevoegdheid is van de raad en het voor kennisgeving aannemen hiervan beter zou zijn. De heer Fransman (CDA) sluit zich aan bij de woorden van de heer Mulder. De heer Plantinga (GBW) merkt op dat de focus ligt op groen, maar dat er minder aandacht is voor de ontwikkeling van het vervoer in kleine gemeenten en hij vindt dit geen goede zaak. Mevrouw v.d. Gaag (IBW) en mevrouw Priester (PW) sluiten zich aan bij de voorgaande sprekers. Mevrouw Priester vraagt om een terugkoppeling van de vergaderingen van de MRDH. De heer Groenewegen (CDA) zegt deel te nemen aan de vergaderingen van de adviescommissie en verslag hiervan te hebben gedaan.

2

De heer Driesprong (VVD) adviseert om op dit moment geen zienswijze in te dienen maar dit wellicht later te doen. Door de pandemie is de situatie van de MRDH in een ander daglicht komen te staan. De VVD vraagt de vertegenwoordigers van de gemeente binnen de MRDH om veranderingen tijdig aan de commissie te melden. De heer Merkx (PvdA) kan zich vinden in de zienswijze. Hij merkt op het toch wel bijzonder te vinden dat er steeds weer nieuwe spaarpotten ontstaan die niet benut worden. Burgemeester De Jong zegt dat de zienswijze is opgesteld door de 3 gemeenten en dit is dus een kans dat de toekomstige gemeente Voorne aan zee zich laat zien in de MRDH. Hij is van mening dat wanneer er een kans is om een zienswijze in te dienen, deze kans moet worden benut en de 3 colleges unaniem achter deze zienswijze staan. Het is juist dat de raad niet hoeft in te stemmen, het AB stemt in met de begroting. Hij zegt dat het AB wel wil weten hoe de raad hierover denkt. De burgemeester zegt dat het goed zou zijn als er een overzicht komt met de personen die in de betreffende adviescommissies zitting hebben. Vervolgens zegt hij dat gekeken zal worden naar het besluit over instemmen of ter kennisneming, en dit aangepast zal worden. De heer Mulder (D66) vraagt om wel goed te blijven kijken naar de ontwikkeling van de omvang van de reserves. Vervolgens ziet hij graag dat de zin m.b.t.

het weerstandsratio eruit wordt gehaald, omdat dit het hardste signaal is wat je kunt geven. Vervolgens is hij van mening dat het college een voorstel moet doen aan de raad ten aanzien van de zienswijze conform artikel 160 van de Gemeentewet. Het stuk moet minder gedetailleerd en technisch zijn. Vervolgens zegt hij graag te zien dat het stuk wordt aangepast. Burgemeester De Jong zegt dat het college verantwoordelijk is voor het stuk maar dat de raad beslist over de zienswijze. De raad neemt dus een besluit over de zienswijze. Ten aanzien van de opmerking over het weerstandsratio vraagt de burgemeester of de commissie unaniem van mening is dat dit moet worden verwijderd. Tenslotte zegt de burgemeester dat gekeken zal worden of instemmen anders geformuleerd moet worden en gewijzigd in kennisnemen van. De commissie is van mening dat de zin met betrekking tot het weerstandsratio moet worden verwijderd. De voorzitter concludeert dat de voorgestelde zienswijze wordt aangepast. 10.

Afronding motie ‘De Gezonde Begroting’.

Wethouder Borgonjen zegt dat reeds in januari een procesnotitie in de commissie is besproken en dat er in maart verder is gesproken over de deelprojecten. Het project voor de Brede School kon niet worden gedekt uit de reguliere reserves binnen de lopende begroting. Het bedrag is een inschatting wat enige onzekerheid met zich meebrengt. Er ligt daarom een deelvoorstel, dit met name omdat er sprake is van een herindelingssituatie en het beter is om bij de behandeling van de Kadernota meer duidelijkheid te geven en om ook de partners en de Provincie hierin mee te nemen. Vervolgens zegt de wethouder dat dit onder het Ahri protocol valt. Het gaat er vanavond vooral om een richting aan te geven naar de Kadernota-behandeling. De heer Mentink (VVD) zegt van mening te zijn dat het hier niet gaat om een afronding maar om een motie die is ingediend.

3

De VVD vindt een IKC belangrijk maar niet het allerbelangrijkste. Hij vindt dat er gehandeld moet worden met het oog op wat goed is voor de nieuwe gemeente Voorne aan Zee. De VVD had gehoopt dat de 19 projecten en de moties een plaats hadden gekregen in het maatschappelijk fonds. Het lijstje is nu vrij beperkt en de commissie zal aan moeten geven wat zij het belangrijkste vindt. De andere zaken zullen overgeheveld moeten worden naar de nieuwe gemeente Voorne aan Zee. De heer Mentink zegt dat het nooit de bedoeling is geweest dat het maatschappelijk fonds opgaat aan het IKC. De VVD vindt dat het initiatief voor de aula’s op de begraafplaatsen uit het maatschappelijk fonds mag komen, en dat de parkeerplaatsen 1e en 2e Slag uit de algemene reserve moet komen. De VVD stelt voor dat wordt gekeken op welke wijze we de fusiepartners en de Provincie kunnen overtuigen om het IKC nu te realiseren. Mevrouw Krajenbrink (GBW) zegt dat er een concept motie is opgesteld als aanvulling op de woorden van de heer Mentink. De concept motie zal door de heer Noordermeer (PW) worden toegelicht. Mevrouw v.d. Gaag (IBW) is van mening dat het IKC niet uit het maatschappelijk fonds moet komen, omdat dit hier niet voor is bedoeld. De fractie van IBW kan zich niet vinden in de wijze waarop dit nu wordt voorgesteld en wacht de concept motie af.

Vervolgens is IBW eveneens van mening dat ook de aula’s op de begraafplaatsen en de parkeerplaatsen 1e en 2e Slag niet uit het maatschappelijk fonds moeten komen. De heer Merkx (PvdA) zegt dat er een aantal toezeggingen zijn gedaan richting de inwoners van de gemeente Westvoorne over het IKC en dat het jammer zou zijn als de gemeente niet in staat is om een begin te maken met het IKC, voordat er een nieuwe gemeente Voorne aan zee is. De PvdA is voorstander van een goede huisvesting voor alle scholen en vraagt te kijken of een deel uit het maatschappelijk fonds kan komen. De PvdA kan zich vervolgens vinden in de andere projecten. De heer Ridder (CDA) zegt zich in hoofdlijnen te kunnen vinden in het voorstel. Het CDA vraagt vervolgens om extra geld vanuit het maatschappelijk fonds om iets extra’s te doen voor de aula’s op de begraafplaatsen. De heer Mulder (D66) is van mening dat het belangrijk is dat er iets gebeurt met het IKC en zegt geen voorkeur te hebben voor de weg die wordt gevolgd. Hij stelt voor om zoveel mogelijk te kijken waar financiële ruimte te vinden is binnen een hybride variant. Hij zegt de woorden van het CDA te onderschrijven dat de aula’s in orde moeten zijn. De heer Noordermeer (PW) licht de concept motie toe. Hij zegt dat het goed is dat de raad zich uitspreekt bij de komende Kadernota welke projecten uit het maatschappelijk fonds moeten komen.

De Enecogelden zijn bedoeld voor de inwoners van Westvoorne en dus is het van belang hier aan te voldoen. Als Oostvoorne een IKC wil bouwen, wat hij zeker omarmt, moet dit op een andere wijze gefinancierd worden. Vervolgens zegt de heer Noordermeer dat het geen eis is om nu het geld te voteren. Iedere investering die wordt gedaan en boven de Ahri regels uitgaat, moet afgestemd worden met de fusiepartners. De discussie over een IKC zou dus gevoerd moeten worden op het moment dat er een locatie voorhanden is. De heer Noordermeer kan zich niet vinden in het voorliggende stuk waarin o.a. staat dat het maatschappelijk fonds opgesoupeerd moet zijn voordat de gemeente Voorne aan Zee een feit is. De heer Noordermeer zegt het hier niet mee eens te zijn en zegt dat de nieuwe gemeente Voorne aan Zee prima kan beslissen over de projecten die achterblijven. Hij is van mening dat de raad richting moet geven aan het maatschappelijk fonds dat beschikbaar moet zijn voor de inwoners, verenigingen, stichtingen en de maatschappij.

4

Wethouder Borgonjen zegt te merken dat het voorliggende stuk discussie oplevert maar ook duidelijkheid schept hoe de raad hierover denkt en welke richting zij kiest. Hij concludeert dat iedereen een IKC belangrijk vindt maar dat de meerderheid van mening is dat hier niet direct een groot deel van het fonds aan opgesoupeerd moet worden. Ten aanzien van de opmerking van de heer Noordermeer dat het fonds beschikbaar moet worden gesteld voor o.a. verenigingen zegt de wethouder te horen dat Forcial wordt genoemd. Hij zegt dat dan ook de andere sportverenigingen tegemoet moeten worden gekomen. Hij zegt dat er per project is gekeken waar geld voor nodig is. De discussie zal nog gevoerd moeten worden of dit past binnen het Arhi protocol. De wethouder zegt dat het hier nog niet gaat om de afronding van de motie, maar dat er nog discussie wordt gevoerd. Hij vraagt de commissie of er ruimte is om verder te gaan met een IKC en of er nog een inventarisatieronde moet plaatsvinden. Vervolgens vraagt hij of de commissie nog iets wil doen voor verenigingen zoals bijvoorbeeld Forcial. De wethouder spreekt de hoop uit dat er een unaniem besluit kan worden genomen in de raad voor een draagvlak voor een maatschappelijk fonds. De heer Mentink (VVD) stelt voor ten aanzien van een IKC te kijken wat mogelijk is op 2 locaties en welke projecten er nog verder kunnen worden uitgevoerd.

Daarnaast moeten we richting geven voor de komende 1,5 jaar naar de nieuwe gemeente toe. Het is belangrijk te bepalen welke projecten nog uitvoerbaar zijn voor de organisatie, voor de Arhi en financieel. De VVD vindt dat de inventarisatie nogmaals moet worden gemaakt. Mevrouw Krajenbrink (GBW) sluit zich aan bij de woorden van de heer Noordermeer ten aanzien van het IKC. Zij zegt vervolgens dat het eerst duidelijk moet worden wat de voorwaarden zijn voor het gebruik van het maatschappelijk fonds. Het geld hoeft niet opgesoupeerd te worden want het gedeelte dat overblijft, komt ten gunste van de nieuwe gemeente Voorne aan Zee. Zij zegt dat richting de Kadernota duidelijk moet worden wat de verschillende partijen nog willen realiseren. Mevrouw v.d. Gaag (IBW) zegt van mening te zijn dat een IKC niet in een maatschappelijk fonds thuishoort. Zij zegt eveneens dat het geld niet opgesoupeerd hoeft te worden. Het IKC staat bij IBW op nummer 1 en er zal met elkaar gekeken moeten worden wat echt belangrijk is. De heer Mentink (VVD) vraagt mevrouw v.d. Gaag dan wel met een voorstel te komen op welke wijze het IKC moet worden gefinancierd. Mevrouw v.d. Gaag (IBW) zegt dat de raad sturing geeft aan het college en zij vindt dat de gemeente moet zorgen voor goede huisvesting van de scholen. De heer Mentink (VVD) zegt dat het budgetrecht bij de raad ligt en niet bij het college.

De heer Merkx (PvdA) hecht veel waarde aan een betere huisvesting voor alle scholen en is van mening dat dit in fases kan gebeuren. De PvdA is eveneens van mening dat het geld niet in 1 keer hoeft te worden opgemaakt. De PvdA sluit zich vervolgens aan bij de woorden van D66. De heer Noordermeer (PW) stelt voor dat de raad met elkaar in gesprek gaat wat past in het maatschappelijk fonds. Wanneer de raad van mening is dat er iets extra’s moet worden gedaan kan dit uit de algemene reserve of uit het maatschappelijk fonds. Hij stelt voor dat in de komende weken wordt gekeken of er een raadsbrede motie kan worden ingediend, die als leidraad kan dienen bij de Kadernota.

5

De heer Ridder (CDA) sluit zich aan bij de woorden van de heer Mentink en ziet ook graag dat er opnieuw een inventarisatie plaatsvindt. De heer Mulder (D66) zegt zich grotendeels in de woorden van de heer Noordermeer te kunnen vinden, maar vindt dat niet te licht over de Arhi procedure moet worden gedacht. Hij is van mening, dat er nog wel tijd is om tot een goede afweging te komen en stelt voor om nog voor de Kadernota een richting uit te spreken. Hij hoopt dat de raad elkaar vindt en is blij dat iedereen vindt dat dit niet op de lange baan moet worden geschoven. Wethouder Borgonjen concludeert dat de commissie zich in wil zetten om hier gezamenlijk uit te komen. Vervolgens proeft hij het belang voor de school, de sport en de aula en dat het fonds ook open moet staan voor projecten die nog aangedragen worden. Vervolgens zegt de wethouder dat er kritisch naar de algemene reserve zal worden gekeken en dat dit inzichtelijk zal worden gemaakt. De wethouder zegt dat er opnieuw een inventarisatie wordt gemaakt, er een prioriteringslijst komt en dat het college kijkt wat haalbaar is. De voorzitter sluit de discussie over dit punt af. De vergadering wordt vervolgens van 21.19 tot 21.26 uur geschorst voor een korte pauze. 11.

Voorstel verwerving cumulatief preferente aandelen Stedin Holding N.V.

Mevrouw v.d. Gaag (IBW) vraagt of het uitlenen van geld aan Stedin een verantwoordelijkheid is van de gemeente. De heer Merkx (PvdA) vraagt of e.e.a. niet landelijk geregeld moet worden. Vervolgens vindt hij het vreemd dat er afstemming heeft plaatsgevonden met de 3 gemeenten maar Brielle toch nee heeft gezegd. Tevens ziet de heer Merkx nergens dat de Provincie hiermee akkoord gaat. De PvdA zegt zich niet te kunnen vinden in dit voorstel. De heer Van Orselen (PW) begrijpt uit het collegevoorstel dat de gemeente aandelen gaat kopen van Stedin met een beperkt rendement. Hij is van mening dat er in de toekomst een financieringsbehoefte zal ontstaan voor de gemeente, en dit dan impact zal hebben op de begroting van de nieuwe gemeente Voorne aan Zee. Partij Westvoorne vindt het collegevoorstel niet verstandig en vindt dat er besluiten moeten worden genomen in het belang van de nieuwe gemeente. Vervolgens vraagt de heer Van Orselen of de Arhi procedure hierop van toepassing is. Mevrouw Hamstra (VVD) is van mening dat dit besluit gevolgen zal hebben voor de ratio van de gemeente en de gemeente hiermee een langlopende schuld op de balans zal hebben. De VVD zegt niet positief te zijn over het besluit en wanneer hiertoe toch wordt besloten dan moeten ook de fusiepartners hiermee akkoord gaan.

De heer Ridder (CDA) mist het rekenvoorbeeld van het aanwenden van vreemd vermogen ten opzichte van het eigen vermogen. Hij constateert dat de gemeente Brielle heeft besloten om niet in te stemmen en vraagt of aan de raden van de 3 gemeenten dezelfde vragen zijn gesteld. De heer Mulder (D66) zegt eveneens niet positief te zijn over het collegebesluit. Hij is van mening dat geld lenen om aandelen te kopen vraagt om problemen. Vervolgens is hij van mening dat dit geen gemeentelijke taak is, maar een taak van de Rijksoverheid. Hij stelt voor dat er een signaal wordt afgegeven dat dit bij de Rijksoverheid wordt geregeld.

6

Mevrouw Krajenbrink (GBW) is eveneens van mening dat dit geen gemeentelijke taak is en deze vraagt moet worden doorgespeeld naar de Rijksoverheid. Ze zegt dat dit niet goed zijn voor de begroting van de nieuwe gemeente, de aandelen leveren geen dividend op en zijn niet verhandelbaar. De fractie van GBW kan zich niet vinden in het collegebesluit. Wethouder De Jongh concludeert dat de commissie unaniem tegen het collegebesluit is en zegt het eens te zijn met de sprekers dat dit bij de Rijksoverheid geregeld moet worden. Zij zegt dat de Provincie akkoord is gegaan en dat dit Arhi technisch eveneens akkoord is. Vanuit de 3 gemeenten is besloten om een positief advies uit te brengen vanuit het maatschappelijk belang. Het college van Hellevoetsluis zal een positief besluit aan de raad voorleggen, maar de gemeente Brielle heeft anders beslist en gezegd dat dit niets zal opleveren. De commissie is unaniem en kan zich niet vinden in het collegebesluit en zegt in de raad tégen te zullen stemmen. De heer Mulder (D66) vraagt of het voorstel wel op de raadsagenda moet worden geplaatst omdat iedereen tégen is. Wethouder De Jongh zegt dat zij het stuk niet kan terugtrekken, omdat het dan lijkt of het niet is besproken. De heer Van Orselen (PW) stelt voor om het besluit op de raadsagenda te plaatsen en hierover in de raad een uitspraak te doen en dit formeel af te wijzen.

De overige fracties kunnen zich hierin vinden. 12.

Opgave Inburgering op Voorne-Putten.

Mevrouw Vermeer (PW) pleit voor afstemming met de gemeenten als iemand in het AZC zit. Zij is van mening dat het financieel ontzorgen in de eerste 6 maanden van statushouders verkort of verlengd zou moeten kunnen worden, mede afhankelijk van de achtergrond van deze personen. Er zou dus maatwerk moeten worden geleverd. De maatschappelijke begeleiding wordt door Westvoorne gedaan en zij hoopt dat dit ook na de fusie zo zal blijven. De landelijke AZC’s komen niet positief in de media en daarom zou het goed zijn om ook het voortraject voor integratie te benutten en de procedure korter te maken. Ze zegt in te kunnen stemmen met het voorstel. De heer Driesprong (VVD) zegt blij te zijn dat de uitvoering gezamenlijk wordt opgepakt. Hij is eveneens van mening dat er een regionale afstemming plaats moet vinden in de regio Rotterdam/Rijnmond. Mevrouw v.d. Gaag (IBW) vraagt naar de kosten en ziet geen duidelijke bedragen in het stuk. Zij vraagt of de structurele middelen die hiervoor worden verstrekt wel toereikend zullen zijn. Wethouder Borgonjen bedankt de commissie voor de steun voor het voorstel. Hij zegt dat er grote verschillen zijn tussen statushouders in opleidingsniveau en snelheid van leren. Hij zegt dat er inderdaad versnelling mogelijk is en dat er maatwerk kan worden geboden. Hij zegt vervolgens dat er zoveel mogelijk afstemming zal plaatsvinden.

7

De wethouder zegt nog niet te weten of de structurele middelen vanuit het Rijk passend zijn, en dit later dit jaar moet blijken. Hij zegt de commissie hierover te informeren zodra dit bekend is. Mevrouw Vermeer (PW) vraagt of er al een aanbesteding is geweest van taalinstituten. Wethouder Borgonjen zegt dit na te zullen gaan. De commissie kan zich vinden in het voorstel. 13.

Begroting 2022 en jaarverslag 2020 Gemeenschappelijke Regeling GGD Rotterdam Rijnmond.

Mevrouw Vermeer (PW) zegt in te kunnen stemmen met het voorstel en geen gebruik te willen maken van de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze op de begroting. De heer Driesprong zegt het vreemd te vinden dat de prijsindexatie voor de GGD hoger is dan de prijsindexatie die door de gemeente wordt gehanteerd. Vervolgens zegt hij zich te kunnen vinden in het voorstel en geen gebruik te willen maken van de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze op de begroting. De heer Fransman (CDA) kan zich eveneens vinden in het voorstel en wil geen gebruik maken van de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze op de begroting. De heer Mulder maakt complimenten richting de GGD over de activiteiten tijdens de COVID19 periode waarin zij heeft bewezen een nuttige organisatie te zijn. De fractie van D66 kan zich vinden in het de begroting en het jaarverslag en zegt geen zienswijze in te willen dienen. De heer Plantinga (GBW) is blij dat de prijs van het basispakket nog steeds laag is, terwijl het landelijk veel hoger is. Ten aanzien van het jaarverslag vraagt de heer Plantinga een verklaring voor de constructie met betrekking tot de inkoop aangaande de inspecties kinderopvang en peuterspeelzalen. Vervolgens zegt de heer Plantinga geen gebruik te willen maken van de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze op de begroting. Mevrouw v.d.

Gaag (IBW) en de heer Merkx (PvdA) kunnen zich vinden in het voorstel en stellen voor dit als hamerstuk in de raad te behandelen. Wethouder Borgonjen spreekt zijn dank uit voor de complimenten richting de GGD. Hij zegt vervolgens dat er grote veranderingen worden verwacht bij de GGD die een meer centralere rol zal krijgen in de preventie en crisisbestendigheid. Ten aanzien van de basispakketprijs zegt de wethouder dat het juist is dat deze laag is, maar dat dit niet wil zeggen dat dit dan de goedkoopste is want in andere pakketten kunnen meer activiteiten zitten. Bij ons zijn deze los in te kopen. Ten aanzien van de prijsindexatie zegt de wethouder dat de berekening voortkomt uit de kring van gemeentesecretarissen en een correctie is op voorgaande jaren. De vraag van de heer Plantinga aangaande inspecties kinderopvang en peuterspeelzalen wordt schriftelijk beantwoord. De voorzitter concludeert dat de commissie zich kan vinden in het voorstel. De commissie stelt voor het voorstel als hamerstuk in de raad te behandelen. 14.

Reactie zienswijze 1e begrotingswijziging 2021 en begroting 2022 VRR.

8

De heer Driesprong maakt complimenten richting VRR voor het optreden in het afgelopen jaar. Vervolgens adviseert de VVD wel om een zienswijze in te dienen en verwijst naar het onderzoek dat is uitgevoerd door bureau Berenschot waarin zij verontrusting uitspreken dat de kwaliteit van een aantal basistaken vermindert en de financiën krap zijn. Nieuwe taken zouden ten koste gaan van de basistaken. De heer Driesprong stelt voor om gelet dit onderzoek wel een zienswijze in te dienen bij de VRR, en dringt aan om het takenpakket van de VRR nader te onderzoeken. Vervolgens vraagt hij of het inwonersaantal dusdanig is gestegen wat de stijging van de inwonersbijdrage voor Westvoorne kan verklaren. Hij vraagt wat ten grondslag ligt aan de stijging van de programmabegroting 2022. De heer Driesprong vraagt of er nog opmerkingen zijn gemaakt tijdens de ambtelijke informatiebijeenkomst op 21 april jongstleden. Mevrouw v.d. Gaag (IBW) en de heren Fransman (CDA) en Mulder (D66), Merkx (PvdA) zeggen geen verdere opmerkingen te hebben en de antwoorden op de vragen van de VVD af te wachten. De heer Plantinga (GBW) maakt een compliment richting de VRR. Vervolgens merkt hij op dat er ook voor 2021 geld is begroot voor de oefenavonden. Hij gaat ervan uit dat het aantal oefenavonden van 1 blijft gehandhaafd, dus vraagt waarom er dan meer geld is begroot.

Vervolgens merkt hij op dat het eigen vermogen in 2020 met bijna 2 miljoen euro is gegroeid en vraagt of hieruit het COVID-19 tekort kan worden betaald. De heer Plantinga begrijpt vervolgens de noodzakelijke stijging van de gemeenschappelijke regeling niet, hij zegt dat een normale stijging van 1,9 % voldoende zou moeten zijn. Tenslotte vraagt hij hoeveel malen duurder deeltijd brandweerlieden ten opzichte van vroegere vrijwillige brandweerlieden zijn en of dit zal leiden tot een kostenverhoging voor Westvoorne. Mevrouw Vermeer (PW) maakt een compliment richting VRR en zegt in eerste instantie geen zienswijze in te willen dienen maar wacht de antwoorden op de vragen en opmerkingen van de heer Driesprong af. Vervolgens zegt zij dat de brandweer expliciet wordt genoemd maar deze problemen spelen ook bij de ambulancezorg. Hier zijn ook trainingen stil blijven liggen. Vervolgens vraagt zij of de vergoeding van de zorgverzekeringskosten kostendekkend zijn, dit in het licht van de pandemie, en of de VRR hiervoor een stelpost moet opnemen in de begroting. Burgemeester De Jong bedankt de commissie voor de betrokkenheid en de opmerkingen die zijn gemaakt. Hij zegt de complimenten richting VRR over te zullen brengen. Hij zegt dat in de komende maanden nog vaak over dit onderwerp zal worden gesproken.

Het is de bedoeling om in aanloop naar de begroting in de commissie uitgebreid over de uitkomst van de conferentie van 26 mei te spreken. Ten aanzien van de opmerking van de heer Driesprong over het onderzoek van bureau Berenschot zegt de burgemeester dat de basistaken wel uitgevoerd worden maar onder druk staan, en dat dit kwaliteit kost. Door improvisatie wordt dit opgelost, door Berenschot is aangegeven dat hier structureel iets mee gedaan moet worden. Hij zegt dat dit ook één van de redenen is dat het gehele basistakenpakket ter discussie wordt gesteld. De raad heeft dit vorig jaar in een zienswijze ook nadrukkelijk aan de VRR kenbaar gemaakt. Ten aanzien van de stijging van de inwonersbijdrage zegt de burgemeester dat de inwonersaantallen in Westvoorne blijven stijgen en dit dus gevolgen heeft voor de inwonersbijdrage. Het antwoord op de vraag over de ambtelijke informatiebijeenkomst en of er opmerkingen zijn gemaakt moet hij schuldig blijven.

9

Met betrekking tot de brandweeroefeningen zegt de burgemeester dat het hier gaat om grootschalige oefeningen die om de 2 jaar worden gehouden en waaraan deze kosten zijn gerelateerd. De status van de vrijwillige brandweer is op basis van Europese richtlijnen veranderd in deeltijd brandweerlieden en er wordt nog een landelijke discussie gevoerd of dit een extra kostenpost op gaat leveren. Zodra hierover meer bekend is wordt de commissie geïnformeerd. Vervolgens zegt hij dat in de discussie over de toekomstbestendigheid van de VRR ook gesproken zal worden over het eigen vermogen. Ten aanzien van de vraag van mevrouw Vermeer of de vergoeding van de zorgverzekeringskosten kostendekkend zijn, zegt de burgemeester dat het uitgangspunt is, dat dit kostendekkend vanuit de zorgverzekeraars gebeurt. E.e.a. heeft geen gevolgen voor de gemeentelijke bijdrage. Tenslotte benadrukt hij nogmaals dat de commissie vorig jaar duidelijk is geweest in haar zienswijze aan de VRR en zegt hij dat opnieuw een zienswijze indienen de discussie niet zal gaan helpen. Hij zegt dat de uitkomst van het onderzoek van bureau Berenschot is besproken en tegen het licht wordt gehouden. De commissie is blij met de uitgebreide beantwoording en kan zich vinden in het voorstel. De fractie van de VVD maakt een voorbehoud. 15.

Jaarrekening 2020 en ontwerpbegroting 2022 SVHW.

De heer Fransman (CDA) kan zich vinden in het voorstel. Hij vraagt vervolgens wanneer er door het SVHW een presentatie kan worden gegeven in de commissie. Wethouder De Jongh zegt dat een presentatie van het SVHW niet op het programma staat maar wanneer de commissie dit op prijst stelt, dit wel geregeld kan worden. Mevrouw Hamstra (VVD) mist in de ontwerpbegroting het begrotingssaldo. Wethouder De Jongh zegt dat de definitieve begroting wordt afgewacht. De voorzitter stelt voor het verzoek van het CDA aan het Presidium voor te leggen. De commissie kan zich vinden in het voorstel en stelt voor dit als hamerstuk in de raad te behandelen. 16.

Punten voor een volgende vergadering.

Geen. 17.

Sluiting.

Sluiting om 22.45 uur.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10219654/2