CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

verslag cie GGM 10

Commissie GG & Milieu 8 november 2021, gemeente WestvoorneBij agendapunt: Verslag commissievergadering 4 oktober 20217.368 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2 alinea's met “mededelingen”: 27 29

Verslag van de openbare vergadering van de commissie Grondgebied & Milieu, gehouden op maandag 4 oktober 2021 in de raadzaal van het gemeentehuis te Rockanje. Aanwezig

: mevrouw R.M. Roggeveen en de heren P. Kraaijenbrink, T.I. Fransman, N.A.M. Groenewegen, E.G. Mulder, G. Plantinga, A. van Vliet, W.A. Sjoukes, C.B. Mentink, F. den Hoed, D.D. van Orselen en J. Noordermeer.

. Mede aanwezig

: wethouders mevrouw L. van der Pol en de heer H. de Graad.

Voorzitter

: de heer J.W.J. Driesprong.

Commissiegriffier: mevrouw S. van Leeuwen. Notuliste 1.

: mevrouw M. van Eijsden-Briggeman.

Opening.

De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. Hij meldt dat er op dit moment geen verbinding is met de buitenwereld, dus de uitzending van de vergadering niet kan worden gevolgd. Er wordt hard gewerkt om de uitzending mogelijk te maken. De voorzitter zegt dat in ieder geval de vragen die zijn gesteld aan de provincie zullen worden behandeld. Wanneer er daarna nog steeds geen verbinding is wordt bepaald hoe er verder wordt gegaan. De voorzitter heet de gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland, de heer Potjer welkom. De heer Potjer is vanavond aanwezig om de vragen van de commissie met betrekking tot de RES 1.0 en die betrekking hebben op de provincie te beantwoorden. 2.

Vaststelling agenda.

De voorzitter zegt dat er een voorstel is om agendapunt 10: ‘Vaststelling omgevingsplan Buitengebied Westvoorne: Veegplan 1’ van de agenda af te voeren. Wethouder De Graad zegt dat de reden voor het afvoeren van dit agendapunt is, dat het document weliswaar gereed is, maar dat er nog verfijning plaats moet vinden. De wethouder verzoekt om het agendapunt op de commissie of raadsagenda te plaatsen. Agendapunt 10 wordt van de agenda afgevoerd. De agenda wordt voor de overige punten ongewijzigd vastgesteld. Beantwoording vragen van de commissie door provincie Zuid-Holland en RES-regio Rotterdam-Den Haag. Wethouder van der Pol geeft een korte inleiding. Zij zegt dat het goed is dat vanavond nog een aantal zaken worden besproken omdat er bij de commissie nog onduidelijkheid bestaat over met name hoe de verschillende overheden zich tot elkaar verhouden. De wethouder zegt dat de vragen die door de commissie eerder gesteld zijn nu zijn beantwoord in samenwerking met RES, provincie en de gemeente.

1

Vervolgens zegt zij dat de RES 1.0 op dit moment nog een visie is en steeds concreter zal worden. De gemeente heeft de regie in het traject en er vindt afstemming plaats met de verschillende partners, zoals o.a. de provincie, de netbeheerders etc. De gedeputeerde zal vanavond in gesprek gaan met de commissie ten aanzien van haar rol en bevoegdheden. De wethouder hoopt dat dit perspectief biedt voor de besluitvorming over de RES 1.0 die op 27 oktober aanstaand plaats zal vinden. Vervolgens schetst gedeputeerde, de heer Potjer een breder kader met betrekking tot het bijdragen tot het oplossen van de klimaatproblemen en het vormgeven van de energietransitie. Hij zegt vervolgens dat het gaat over 30 regio’s in Nederland, waarvan 7 in ZuidHolland. De RES-regio Rotterdam-Den Haag omvat 23 gemeenten, 4 waterschappen en 1 provincie. Hij zegt dat de provincie als partner aan tafel zit bij de RES en samen met andere partijen hieraan vorm geeft. De provincie hecht er belang aan dat het ook een bottom-up proces is. Hij zegt dat de plannen en ambities van alle gemeenten naast elkaar zijn gelegd en dit heeft geleid tot hetgeen de energieregio Rotterdam-Den Haag heeft neergelegd. De provincie heeft hieraan haar goedkeuring verleend, zoals ook de meeste gemeenten. De gemeente Westvoorne heeft als enige gemeente nog geen besluit genomen en ook de waterschappen nog niet.

Mevrouw Roggeveen (PvdA) bedankt voor de beantwoording van de vragen. Zij wil graag bevestigd hebben dat de burgers en belanghebbenden invloed kunnen uitoefenen via burgerparticipatie en zienswijzen op hetgeen er geplaatst gaan worden. Vervolgens vraagt zij hoe er getoetst wordt aan de EU normen met betrekking tot de plaatsing van windmolens. De heer Van Orselen (PW) zegt een conflicterende situatie te zien met betrekking tot het feit dat de provincie meedenkt vanuit de aandachtspunten van de provinciale staten, maar dat de omgevingsvisie vanuit de provincie aangeeft dat de zoekgebieden vooral aan de randen en infrastructuur moeten zijn. Vervolgens vraagt hij naar de beweegredenen van de provincie dat er iets anders is besloten dan dat de 13 gemeenten van Holland Rijnland heben voorgesteld. De heer Mentink (VVD) zegt andere ideeën te hebben over een bottom-up proces omdat hij heeft ervaren dat veel zaken al voorgekookt waren. De VVD vindt het jammer dat er in het eindresultaat niets terug te vinden is van de inbreng tijdens de presentatieavonden in Nissewaard. Vervolgens vindt de heer Mentink het aantal van 63 mensen dat deelneemt in werkgroepen erg mager.

Opvallend is vervolgens dat er ten aanzien van participatie door de provincie gesproken wordt over grootschalige draagvlakonderzoeken terwijl de RES regio spreekt over een participatieteam en participatiecoalitie waarin een aantal mensen vertegenwoordigd zijn. De heer Mentink wil graag weten wat een participatiecoalitie is. De heer Mentink zegt dat door de gemeente Westvoorne door middel van moties en amendementen is aangegeven wat zij wel, en niet wil, maar dat hiervan in de RES 1.0 niets van terug is te zien. Aangegeven wordt alleen dat dit bestuurlijke zaken zijn die de gemeente zelf kan vaststellen. De VVD is van mening dat hiermee bewoners, eigenaren en initiatiefnemers op het verkeerde been worden gezet en het zomaar zou kunnen dat een initiatiefnemer in een bepaald aangegeven zoekgebied iets wilt ondernemen. De raad zal dan vervolgens zeggen dat zij dat niet wil. Hiermee ontstaat er dus een rare situatie die volgens de VVD niet wenselijk is. De heer Mentink vraagt hoe de heer Potjer hier tegenaan kijkt en of dit wellicht in de RES 2.0 wordt bijgesteld.

2

In de RES 1.0 staat dat de gemeente, die de trekker is van de uitwerking van het zoekgebied, dit samen met de provincie, regio buurgemeenten en overige partners gaat oppakken. Hij vraagt waarom ook partners moeten bepalen wat er in een zoekgebied komt. Ten aanzien van de beroepsmogelijkheden vraagt de heer Mentink of hiermee wordt bedoeld de beroepsmogelijkheden voor de raad richting de provincie, voor de burger richting de provincie of voor de burger richting de gemeente. Tenslotte vraagt hij, indien de gemeente Westvoorne niet instemt met de RES 1.0, zij dan samen met de gemeente Brielle die niet heeft ingestemd, gesteund zal worden om een eigen beleid te maken. De heer Mulder (D’66) bedankt voor de duidelijke beantwoording van de vragen en wacht het verloop van de discussie af. De heer Groenewegen (CDA) bedankt eveneens voor de beantwoording van de vragen. Vervolgens vraagt de heer Groenewegen een verduidelijking over de ambitie van VoornePutten om 228 GWh bij te dragen terwijl er om klimaatneutraal te worden 603 GWh moet worden toegevoegd. De heer Plantinga (GbW) vraagt wie er bepaald of een zoekgebied vol gezet wordt met zon en wind, en waar de grens ligt. Vervolgens vraagt hij of wanneer de doelstelling niet zou worden gehaalde er alsnog zoekgebieden worden volgezet.

Tenslotte vraagt hij hoe de CO2-reductie gaat worden gemeten, dit gezien de huidige situatie in de wereld (ontbossing, vulkaanuitbarstingen, bosbranden etc. ) De heer Sjoukes (IBW) vindt de term bottom-up niet passen in dit proces. Vervolgens vraagt hij in hoeverre er nog vrijheid is om een zoekgebied aan te passen, te wijzigen of te schrapen. Tenslotte vraagt hij naar de consequenties als de gemeente Westvoorne besluit om niet in te stemmen met de RES 1.0 De heer Potjer zegt ten aanzien van participatie dat er vanuit de provincie aandacht wordt gevraagd voor participatie. De provincie zal samen met de regio en de gemeente de participatie oppakken en wanneer de plannen concreter worden zal ook de participatie steeds concreter worden. Hij zegt dat er eind dit jaar een startnotitie gereed is en dat deze wordt afgestemd met de regio’s en de gemeente. Er zal ook gekeken worden hoe initiatiefnemers financieel kunnen participeren. Ten aanzien van de vraagt hoe de plannen die voortvloeien uit de RES 1.0 worden getoetst zegt de heer Potjer dat er getoetst wordt aan de geldende wet- en regelgeving en eveneens aan de EU-regelgeving. De uitspraak van de Raad van State rondom windenergie staat los van de normen.

Naar aanleiding van de vragen van de heer Van Orselen wordt meegedeeld dat er door de provincie ruimtelijke kaders worden meegegeven om te zorgen dat het ruimtelijke beleid van de provincie goed gebeurd. Ten aanzien van Holland-Rijnland wordt meegedeeld dat van tevoren duidelijk is aangegeven dat de provincie het groene hart niet als windlocatie in het ruimtelijk beleid gaat vertalen. De gemeenten hadden hier andere ideeën over en de provincie heeft dit besluit geamendeerd. Ten aanzien van de term bottom-up wordt meegedeeld dat het proces gezamenlijk wordt opgezet en de inwoners hierbij zoveel mogelijk worden betrokken. Het participatieproces kent verschillende niveau’s en er is een klankbordgroep opgetuigd waarin de participatiecoalitie zit. Deze participatiecoalitie is landelijk geïnitieerd en bestaat uit vertegenwoordigers van de georganiseerde burgerij. Vervolgens wordt meegedeeld dat de RES een bouwsteen is die verder moet worden uitgewerkt in een omgevingsbeleid. Hierbij zullen de zoekgebieden nader worden ingevuld. De partners in de zoekgebieden, zoals de bewoners, initiatiefnemers, gemeente, provincie, waterschap en netbeheerders hebben een grote rol in het proces.

3

Ten aanzien van de zoekgebieden wordt meegedeeld, dat wanneer blijkt dat er geen enkel zoekgebied haalbaar is, er zal moeten worden gekeken wat er in de RES 2.0 extra moet worden gedaan om de 35 TWh te halen. Met betrekking tot de vraag hoe de CO2-reductie gaat worden gemeten wordt meegedeeld dat er wordt uitgegaan van de opgewekte energie. De heer Van Orselen (PW) vraagt of belanghebbenden en/of geïnteresseerden verzoeken kunnen indienen om te starten wanneer de zoekgebieden zijn vastgesteld en in het omgevingsplan komen. De heer Mentink (VVD) vraagt zich af wanneer de RES regio een reactie gaat geven op de moties en amendementen die door de gemeente Westvoorne zijn ingediend. De heer Groenewegen (CDA) vraagt wat er gebeurd bij het niet instemmen met de RES 1.0 door Westvoorne. Hij vraagt of er dan door het Rijk een besluit wordt genomen. De heer Potjer zegt wanneer er zoeklocaties zijn aangewezen, initiatiefnemers binnen de vergunningsvoorwaarden aan de slag kunnen. Ten aanzien van de moties en amendementen die door de gemeente Westvoorne zijn ingediend zegt hij dat deze meer betrekking hadden op de gemeente zelf, dan op de RES. Er zal nog een bredere terugkoppeling vanuit de RES plaatsvinden met betrekking tot de moties en amendementen.

De heer Mentink (VVD) zegt het toch een gemiste kans te vinden dat er een zoekgebied staat aangegeven, waarvan Westvoorne door middel van een motie heeft aangegeven dit eruit te halen, en dit niet is gehonoreerd. De heer Potjer zegt dat wanneer de gemeente Westvoorne instemt met de RES 1.0 er gezamenlijk wordt gekeken naar de verdere uitwerking van de moties en amendementen. Hij benadrukt dat het niet zo is dat de provincie zomaar zoekgebieden gaat intekenen. Westvoorne gaat over haar eigen gebied en bepaalt wat er gebeurd. Ten aanzien van het bottom-up proces zegt de heer Potjer dat dit tot nu toe goed verloopt, en dit ook de intentie blijft. Wanneer de gemeente Westvoorne niet instemt met de RES 1.0 is het niet zo dat er niets gebeurt. De gemeente heeft haar energieambitie reeds vastgesteld en dus zal er voor dit grondgebied zelf een RES moeten worden opgesteld. Bij het niet instemmen vindt er een bestuurlijk gesprek plaats met de regio en wanneer de raad bij haar besluit blijft treedt ‘het huis van Thorbecke’ in werking. Er wordt dan door een hoger gelegen bestuursorgaan een besluit genomen. Wethouder van der Pol zegt ten aanzien van het participatieproces, dat deelname van 63 inwoners op een groot leefgebied inderdaad wat mager is, maar dat mensen niet verplicht kunnen worden hieraan mee te doen. Zij zegt dat juist het participatietraject breed is uitgezet.

De heer Van Orselen (PW) is van mening dat de wijze waarop er participatie plaatsvindt in de vorm van het invullen van enquêtes, de manier waarop mensen worden bereikt, anders moet. De heer Mentink (VVD) zegt de deelname van 63 inwoners te mager te vinden. Ten aanzien van de vraagstelling in de enquêtes merkt hij op dat inwoners hierbij in een richting werden geduwd en veel mensen zijn gestopt met het invullen. Hij vraagt kritisch te willen kijken naar de burgerparticipatie en de burgers de vrijheid te geven om hun mening te uiten. Wethouder van der Pol zegt nogmaals dat mensen niet kunnen worden verplicht om mee te doen. Vervolgens zegt zij dat iedere fase van het energietraject een eigen manier van

4

participeren kent. In het vervolg van het gebiedsproces zullen de vragen breder worden gesteld, en zal dit ook niet meer digitaal gebeuren. De wethouder stelt voor in de commissie met elkaar te discussiëren over hoe een goede participatie eruit moet zien en wanneer de commissie hierover tevreden kan zijn. In de vervolgfase komt de invulling van het eigen gebied, de invulling van de moties en de participatie aan de orde. Ten aanzien van de ingediende moties zegt de wethouder dat deze niet zijn vergeten, maar vorm zullen krijgen in de kaderstellende discussie voorafgaand aan het gebiedsproces.Ten aanzien van de ambitie van Voorne-Putten zegt de wethouder dat de totale ambitie in 2040 energieneutraal is. Het is de bedoeling dat een deel hiervan (228 GWh) voor 2030 wordt gerealiseerd en de rest na 2030. Naar aanleiding van de vraag van de heer Van Orselen over de scheiding tussen de zoekgebieden zegt de wethouder dat het lijkt of de zoekgebieden allemaal hetzelfde proces doorlopen, echter dat dit niet zo is. Er loopt ook een traject in gemeenschappelijkheid met de Regiogemeenten. Dit betreft een onderzoek met betrekking tot de mogelijkheden langs de infrastructuur. De wethouder zegt dat er alleen energie wordt gestoken in zaken die draagvlak hebben.

Vervolgens worden er door wethouder De Graad enige mededelingen gedaan waarvan hij vindt dat de provincie op de hoogte zou moeten zijn met betrekking tot zijn portefeuille. Wethouder De Graad deelt mee dat het woonbedrijf een onderzoek gaat starten naar de mogelijkheden om delen van de portefeuille van Vestia over te nemen. Hij zegt dat e.e.a. een dezer dagen openbaar wordt gemaakt. Vervolgens zegt hij in de commissie graag een opiniërende discussie te willen voeren over de locaties Drenkeling in Rockanje en de Ruy in Oostvoorne met betrekking tot de ontwikkeling van bijzondere woonvormen, waarbij wordt gestreefd naar een meer evenwicht scenario. Tenslotte zegt de wethouder ten aanzien van de ontwikkeling van Drenkeling 2e fase opdracht te hebben gegeven aan adviseurs om richting het college een aantal scenario’s te schetsen, die wellicht tegemoet kunnen komen aan de roep vanuit de bevolking. Hij zegt dat na behandeling hiervan in het college, de scenario’s in de commissie worden besproken. Hij merkt hierbij op dat door dit onderzoek de snelheid met betrekking tot de ontwikkeling van Drenkeling fase 2 enigszins wordt verminderd. De vergadering wordt vervolgens om 20.45 uur voor enige minuten geschorst.

De heer Van Orselen (PW) stelt voor om gezien de belangstelling op de publieke tribune voor agendapunt 11: ‘Verkeer op doorgaande route Oostvoorne, opiniërende discussie’ dit punt na punt 7: ‘Overzicht van toezeggingen’ te behandelen. De commissie gaat hiermee akkoord. 3.

Mededelingen.

Wethouder van der Pol zegt dat de commissieleden een Jekko inzamelbox op tafel aantreffen, ter viering van het feit dat er een afvalscheidingspercentage van 78% is behaald (de doelstelling was 75%). Een Jekko is een inzamelbox waarmee je chemisch afval kunt inzamelen. Vervolgens wil de wethouder graag van gedachte wisselen met de commissie over het concept bestemmingsplan geluid dat impact zal hebben op ons gebied en de regio. Zij stelt voor om dit punt te agenderen voor de commissie omdat zij een presentatie wil geven. Dit graag in het presidium bespreken.

5

De heer Mentink (VVD) vraagt wanneer de commissie een overzicht tegemoet kan zien van de verantwoording van de werkzaamheden aan het Weijerland in Rockanje en de Molenweg en Vinkenslag in Oostvoorne. Wethouder van der Pol zegt dat het de bedoeling is dat e.e.a. wordt verwerkt in de financiële verantwoording. Zij zegt dit nog na te zullen gaan. De heer Sjoukes (IBW) vraagt aandacht voor de aanvraag van een duurzaamheidslening via de gemeente. Hierbij zou een leeftijdslimiet van 75 jaar worden gesteld. Wethouder van der Pol zegt dat er binnen de organisatie is gekeken wat hieraan gedaan kan worden. Zij zegt dat dit door middel van een besluit kan worden opgelost. Zij zegt met de commissie in gesprek te willen gaan over de mogelijkheid van een huisgebonden financiering. Zij zegt dat een dergelijk financiering in de gemeente Bergen mogelijk is gemaakt en na te zullen gaan of dit in deze gemeente ook mogelijk gemaakt kan worden. Zij zegt ook in Voornes verband te zullen kijken of de partners zich hierin kunnen vinden. De heer Mentink (VVD) zegt dat er reeds over dit punt een motie is gestuurd naar alle partijen. De informatie van de wethouder kan dan in de motie worden verwerkt. De commissie wacht de informatie van de wethouder af, zodat er daarna een eenduidige motie kan worden opgesteld. De heer Van Vliet (IBW) vraagt naar de stand van zaken met betrekking tot de nieuwbouw c.q.

uitbreiding van de voetbalverenigingen. Wethouder De Graad zegt dat er nog geen aanvraag is gedaan door voetbalvereniging OVV in Oostvoorne en dat voetbalvereniging Rockanje deze maand een vergadering heeft gepland. De wethouder zegt dat de initiatieven van de voetbalverenigingen worden afgewacht. 5.

Ingekomen stukken.

Naar aanleiding van ingekomen stuk 211001: ‘Verkoop Koepel Zeeburg’ zegt de heer Mulder blij te zijn met de verkoop van de koepel en deze behouden blijft en er ook ruimte is voor de maatschappelijke functie. De bedenkingen die D’66 eerder heeft geuit zijn met deze oplossing van de baan. De heer Van Orselen (PW) merkt op dat de raad in een gezamenlijke motie heeft gevraagd om de koepel te behouden, aandacht gevraagd voor het maatschappelijk belang, en de koop uit te stellen tot de nieuwe gemeente Voorne aan zee. Partij Westvoorne is verbaasd dat er nu een voorstel ligt voor een maatschappelijke ontwikkeling door een horecaondernemer. Een horecaonderneming is niet maatschappelijk, het voorstel had dus duidelijker moeten zijn. Partij Westvoorne kan zich vinden in de verkoop, maar kan zich niet vinden in de wijze waarop de commissie is geïnformeerd en meegenomen. Tenslotte vraag hij hoe het zit met de AHRI goedkeuring en of de AHRI procedure voorziet in een bedrag van plm. € 500.000,00 aan maatschappelijk geld dat met de verkoop wordt weggegooid. De heren Mentink (VVD) en Groenewegen (CDA) zijn blij met het besluit van het college aangaande de verkoop van koepel Zeeburg. Het is duidelijk dat de koepel behouden blijft en helder wat ermee gaat gebeuren.

6

De heer Kraaijenbrink (GbW) maakt een compliment dat er is gekozen voor een goede oplossing en er hiermee een verruiming komt van de mogelijkheden. Mevrouw Roggeveen (PvdA) zegt blij te zijn met de keuze die door het college is gemaakt, en zegt geen problemen te zien wanneer er lichte horeca wordt toegepast. De heer Van Vliet (IBW) zegt tenslotte blij te zijn met de keuze die door het college is gemaakt. Wethouder De Graad zegt blij te zijn dat er een ondernemer is gevonden die bereid is om koepel Zeeburg te kopen en conform de wens van de raad ook maatschappelijke activiteiten toe te staan. Naar aanleiding van de opmerking van de heer Van Orselen zegt de wethouder, dat er maar een bedrag van € 46.000,00 in de boeken staat en dt het overige deel is betaald door de voormalige Stadsregio. De gemeente zal geen jaarlijkse kosten meer hoeven te maken en het bedrag dat besteed is voor de reparatie van het dak zal in een keer worden afgeboekt. De wethouder denkt dat de AHRI procedure redelijk makkelijk kan verlopen omdat de koepel niet zo hoog in de boeken staat. De heer Noordermeer (PW) zegt het niet juist te vinden hoe dit onderwerp tijdens de ingekomen stukken wordt besproken. Het is gebruikelijk om te vragen of een ingekomen stuk als agendapunt moet worden behandeld. Hij wil dit graag in het presidium bespreken. 6.

Verslag commissievergadering 31 augustus 2021.

De heer Mulder verzoekt om op bladzijde 14, agendapunt 13: ‘Ontwikkeling en anterieure overeenkomst Molendijk 20 in Rockanje’, in de 2e alinea, de zin: ‘Hij vindt dat er goed moet worden onderzocht of er meer bedrijfswoningen worden bewoond, en vindt dat dit moet worden voorkomen te wijzigen in: ‘Hij vindt dat er goed moet worden onderzocht of er meer bedrijfswoningen worden bewoond. Hij vindt dat dit soort situaties moet worden voorkomen’. De wijziging wordt als zodanig opgenomen in het verslag. Het verslag wordt met inachtneming van bovengenoemde wijziging vastgesteld. 7.

Overzicht van toezeggingen.

Het overzicht van toezeggingen wordt voor kennisgeving aangenomen. 11.

Verkeer op doorgaande route Oostvoorne, opiniërende discussie.

De heer Mentink (VVD) zegt dat de presentatie die onlangs door Mobycon is gegeven voor de VVD duidelijk was. Ondanks dat er is gewerkt met getallen uit 2017 is de verkeersdruk op de wegen Voorweg, de Ruy en Brielseweg groter als dat werd gedacht. Hij zegt dat wanneer je komend vanuit Rockanje richting Brielle rijdt, je na de Stationsweg op een soort racebaan komt. Hij zegt dat dit al vele malen is aangegeven en hier vragen over zijn gesteld en steeds werd ontkend dat dit meevalt. Hij zou graag zien dat evenals in Rockanje wanneer je het dorp binnengaat er 30 km. gaat gelden. Maatregelen zoals bebording en camera’s zal het straatbeeld niet rustiger maken.

7

Ten aanzien van de voetgangersoversteekplaatsen merkt hij op dat 1 voetgangersoversteekplaats verlicht is en de andere niet en op sommige plekken de bomen boven de lantaarnpalen groeien, en de voetgangersoversteekplaats niet meer wordt verlicht. De heer Mentink is van mening dat een rustiger straatbeeld zeker kan gaan bijdragen. Een andere mogelijkheid zou volgens de VVD kunnen zijn om overal gelijkwaardige kruisingen te maken zodat rechts voorrang krijgt en hierdoor de snelheid wordt verminderd. Zorg voor een eenduidig beeld, een snelheid in het dorp en op de doorgaande weg. De heer Mentink ziet geen problemen voor de bus wanneer de snelheid wordt aangepast. De heer Plantinga (GbW) sluit zich aan bij de woorden van de heer Mentink. Hij vraag vervolgens waarom er niet wordt gehandhaafd. De heer Van Orselen (PW) zegt blij te zijn met het rapport. Vervolgens concludeert de heer Van Orselen dat het rapport onderschrijft dat het gehele traject Brielseweg-Ruy-Voorweg en Heveringseweg onveilig is, of onveilig wordt beleefd. Partij Westvoorne onderschrijft de voorstellen die worden gedaan. De heer Van Orselen zegt dat met name kinderen en ouderen last ervaren om veilig over te kunnen steken bij oversteekpunten in bochten, onoverzichtelijke punten en het gedrag van de automobilist. Hij merkt op dat het niet alleen gaat over de genoemde wegen, maar ook over de Stationsweg.

Deze weg is een 30 km. zone, maar is nog steeds onveilig om over te steken. Een 30 km. zone is dus geen voorwaarde voor succes en er zal ook aan de Stationsweg meer moeten gebeuren. Hij stelt voor om het proces voort te zetten en verfijning aan te brengen in de uitwerking van het voorstel zoals dat er nu ligt. De heer Groenewegen (CDA) zegt de conclusies en aanbevelingen die worden gedaan te onderschrijven. Hij vraagt vervolgens of het voorstel onder de AHRI-procedure valt en of er budget aanwezig is en wat de financiële consequenties zijn. Het CDA is van mening dat er voortgang gemaakt moet worden in de keuze voor de brede school zodat ook in het verkeersplan hiermee rekening kan worden gehouden. Het CDA wacht het definitieve voorstel af. De heer Sjoukes (IBW) zegt dat zijn partij zich eveneens kan vinden in de aanbevelingen. De fractie van IBW vindt dat een 30 km. bord niet voldoende is en zegt dat de inrichtingseisen van de weg aangepakt moeten worden. Hij vraagt vervolgens aandacht voor het deel van de Heveringseweg dat onder het waterschap valt en is van mening dat in samenspraak met het waterschap gekeken moet worden om ook op dit deel de inrichtingseisen aan te pakken. Mevrouw Roggeveen (PvdA) zegt het voorliggende stuk te hebben bekeken in combinatie met de scholen.

Zij zegt dat het belangrijk is om te weten waar de scholen komen en hier eveneens rekening mee te houden. De PvdA vindt dat ook de Brielseweg onderdeel moet uitmaken van deze verkeersveiligheidsverbeteringen en vindt dat het verkeersonderzoek rondom de Bosrand hierbij moet worden betrokken en op elkaar moet worden afgestemd. Tenslotte is de PvdA van mening dat een aansluitend verkeersonderzoek met betrekking tot de Drenkeling eveneens noodzakelijk zal zijn omdat dit verkeer ook richting Oostvoorne zal gaan rijden. De heer Mentink (VVD) zegt naar aanleiding van het betoog van mevrouw Roggeveen dat het noodzakelijk is dat er op de doorgaande route Oostvoorne iets gebeurt, en dat hierbij niet op andere plannen moet worden gewacht. Mevrouw Roggeveen (PvdA) zegt dat het niet haar bedoeling is om de aanpak te vertragen, maar dat zeker het onderzoek van de scholen hierin zou moeten worden meegenomen.

8

De heer Mulder (D’66) zegt blij te zijn met het rapport en zegt dat met name juist op de Heveringseweg te hard wordt gereden en is van mening dat ook het stuk Heveringseweg dat onder het waterschap valt hierin moet worden meegenomen. Hij zegt dat uit het rapport is gebleken, dat het met name gaat om de voetgangers en de fietsers op de aangegeven wegen die daar onveilig moeten lopen en fietsen. D’66 is van mening dat voor dit grote probleem grotere stappen nodig zijn dan dat nu wordt voorgesteld en er zo snel mogelijk drastische maatregelen moeten worden genomen op dit traject. De veiligheid moet bovenaan komen te staan. De heer Mulder vraagt te willen kijken naar alternatieve ontsluitingen zodat de verkeersdruk kan worden weggenomen. Ten aanzien van de AHRI-procedure is hij van mening, dat dit een urgente kwestie is en niet kan worden uitgesteld. Wethouder De Graad zegt dat alternatieven op bijvoorbeeld een N57 effect kunnen hebben op bijvoorbeeld de Westvoornseweg, maar ook voor de doorgaande wegen. De verkeerstoename van de Drenkeling zal eveneens effect hebben op de verkeersstroom door Oostvoorne richting Europoort. Hij geeft hiermee aan dat de complexheid van dit vraagstuk niet alleen de oplossing is die voor de Ruy-Voorweg en Heveringseweg wordt gevonden.

Naar aanleiding van de presentatie in de commissie wordt door de afdeling verkeer gewerkt aan een kostenplaatje dat zo snel mogelijk aan de commissie wordt aangeboden. De wethouder zegt dat wanneer alle maatregelen worden uitgevoerd gedacht moet worden aan een bedrag tussen de € 600.000,00 en € 700.000,00 euro. Hij zegt dat het wenselijk is om een groot deel van de maatregelen zo spoedig mogelijk uit te voeren. De wethouder zegt veiligheid zeer belangrijk te vinden en zich hiervoor te willen inzetten. Naar aanleiding van de gestelde vragen zegt de wethouder dat een eenduidig beeld wenselijk is en dit wordt meegenomen. Ten aanzien van het busvervoer zegt de wethoude dat de 2 minuten vertraging in reistijd als gevolg van de 30 km. verwaarloosbaar is en hier zal binnen het vervoersplan wel een mogelijkheid voor gevonden worden. Met betrekking tot de vraag waarom er niet gehandhaafd wordt op de doorgaande wegen, adviseert de wethouder deze vraag in de commissie IZ&Middelen te stellen waar handhaving aan de orde komt. Het verkeersplan omtrent de scholen komt eveneens morgen in de commissie IZ&Middelen aan de orde. De wethouder zegt dat er geen budget voor deze maatregelen is vrijgemaakt en hier goed naar gekeken moet worden.

Vervolgens zegt de wethouder dat er gesproken is met bewoners in de omgeving van de Heveringseweg, die gelegen is buiten de bebouwde kom over de snelheid van het inkomende verkeer vanuit Rockanje. Het deel van de Heveringseweg dat buiten de bebouwde kom ligt is van het waterschap en door de organisatie is contact gezocht met het waterschap Hollandse Delta om te kijken naar de gezamenlijke mogelijkheden. De wethouder zegt de commissie te zullen informeren wanneer hierover meer duidelijkheid is. Ten aanzien van de opmerking van mevrouw Roggeveen over een verkeersonderzoek voor de Drenkeling zegt de wethouder dat dit inherent is aan woningbouwlocaties. Hij zegt dat wordt bezien wat dit voor effect heeft op het verkeer in Oostvoorne. De onderzoeken zullen zoveel mogelijk parallel lopen. Ten aanzien van het ontbreken van budget vraagt de heer Groenewegen (CDA) of voor de uitvoering van de verkeersveiligheidsmaatregelen misschien een beroep gedaan kan worden op de gereserveerde gelden voor onderhoud van wegen. Wethouder van der Pol zegt dat het onderhoudsbudget wegen is gelieerd aan uitgaven die in verband staan met het onderhoudsniveau. Zij zegt dat er nog budget over is naar aanleiding

9

van de aanleg van de vijf Bladeren en dit bestemd is voor het stukje Voorweg, komende uit de wijk de vijf Bladeren. Zij zegt dit te willen parkeren en dit te gebruiken voor mogelijkheden voor de Voorweg. Zij wil dit graag meenemen in een totaalplan. De heer Van Orselen (PW) zegt dat de verkeersveiligheismaatregelen op de Voorweg niet zomaar zijn geregeld, en er tussentijds mensen kunnen vallen vanwege de situatie bij de oversteek van de wijk de vijf Bladeren. Hij vindt dat hier snel iets gedaan moet worden, en wanneer dit dan extra geld kost vindt hij minder belangrijk. De heer Mulder (D’66) is geen voorstander van een lapmiddel en zegt dat dit tot kapitaalvernietiging leidt wanneer dit stuk nu wordt aangepakt. Hij zegt voorstander te zijn van een integraal plan. De heer Mentink (VVD) zegt vernomen te hebben dat de Voorweg binnenkort aan de beurt is voor herinrichting en gaat ervan uit dat hiervoor budget is gereserveerd. Wethouder van der Pol zegt dat dit het stukje van de vijf Bladeren betreft en hier dus nog budget voor is. Mevrouw Roggeveen (PvdA) is blij dat in het belang van de AHRI-procedure verschillende zaken los van elkaar kunnen worden voorgesteld. De commissie vraagt om zo snel mogelijk met een goed plan met een prijskaartje te komen.

De heer Van Orselen (PW) vraagt of het mogelijk is om in het verkeersonderzoek van het scholenplan ook de moties ten aanzien van de verkeersveiligheid van de Burg.Letteweg, het Kerkplein, de Stationsweg en de Zeeweg mee te willen nemen. Wethouder van der Pol zegt dat er is gekozen om de discussie rondom een IKC af te wachten en het gebied in samenhang op te knappen. Wethouder De Graad zegt dat er zo snel mogelijk met het plan aan de slag wordt gegaan. 8.

Regionale Energiestrategie RES 1.0 van de energieregio Rotterdam-Den Haag.

De voorzitter zegt dat er naar aanleiding van de beantwoording van de vragen door de Gedeputeerde, de heer Potjer, inhoudelijk over de RES gesproken kan worden. De heer Groenewegen (CDA) zegt dat zijn partij een voorstander is van de RES 1.0 en de ambitie die hierin wordt uitgesproken. Na een lang proces vindt het CDA het noodzakelijk om de energietransitie in gang te zetten, met name voor het nageslacht. Het CDA heeft de verwachting dat er na 2030 meer alternatieve energievormen, zoals waterstof, kernenergie etc. kunnen worden ingezet. De heer Groenewegen zegt het geen goed idee te vinden om nu te wachten op deze nieuwe innovaties. Naast de ambitie die in de RES 1.0 wordt uitgesproken, vindt het CDA het belangrijk om in te stemmen omdat de gemeente volledig zelf gaat over de invulling van zon en wind. De gemeente staat zelf aan het roer met betrekking tot de vervolgstappen, de invulling en de uitvoering. Wanneer Westvoorne niet akkoord zou gaan met de RES 1.0 kan zij zich niet zomaar onttrekken aan de opgave uit het klimaatakkoord. Het ziet er dan naar uit dat het Rijk de gemeente een opdracht geeft, waar zij weinig invloed op zal hebben. De gemeente plaatst zich ook buiten de regio omdat er een opdracht ligt en er een gezamenlijke aanpak

10

vereist is. Het wordt eveneens moeilijk om de burgers hierbij serieus te betrekken, en Westvoorne heeft geen invloed meer op de RES 2.0. Het CDA hecht veel belang aan goede burgerparticipatie bij dit proces en vindt dat ook de inwoners de mogelijkheid wordt geboden om mede-eigenaar te zijn. De heer Groenewegen is van mening, dat er maximaal zou moeten worden ingezet op zon op daken en creatief gezocht moet worden naar plaatsen die weinig impact geven op de omgeving. Vervolgens vindt het CDA het belangrijk om te monitoren en te laten zien aan de burgers wat de stand van zaken is en hoever de gemeente is met de energietransitie. Tenslotte hoopt het CDA dat de raad instemt met de RES 1.0 en geen risico neemt voor de toekomst. De heer Mulder (D’66) zegt dat de raad op dit moment alle informatie heeft die van belang is om een goed besluit te kunnen nemen. D’66 hoopt dat het resultaat van de RES 1.0 in de discussie van 27 oktober aanstaande uiteindelijk de boventoon zal voeren. Mevrouw Roggeveen (PvdA) sluit aan bij de woorden van de heer Groenewegen dat het6 belangrijk is dat dit besluit wordt genomen voor het nageslacht. Zij zegt vervolgens dat de vragen over de RES 1.0 voldoende zijn beantwoord door de gedeputeerde om een beeld te krijgen over de toepassing van de RES binnen het lokale en provinciale omgevingsbeleid.

Zij is blij dat de bevolking haar invloed kan uitoefenen door middel van burgerparticipatie en het indienen van zienswijzen. De PvdA vindt het belangrijk als Westvoorne binnen de RES dezelfde positie kan blijven innemen, zoals ook andere gemeenten dit doen in onze regio, en naar de ontwikkeling van de RES 2.0 toe ook de belangen van de bewoners te kunnen blijven behartigen. De heer Van Orselen (PW) vindt dat het proces niet democratisch is omdat niet is voorzien in alle informatie en hier niet open en transparant over is gecommuniceerd. Partij Westvoorne wil meer zien van duurzaamheid, maar niet op de manier zoals dit in de RES 1.0 is uitgewerkt. Bij het instemmen met de RES 1.0 zullen ook de zoekgebieden worden vastgesteld, en terugkomen in de omgevingsvisie en vervolgens overgaan naar een gebiedsvisie. Vervolgens zullen er dan rechten ontstaan voor initiatiefnemers waar de gemeente geen invloed meer op heeft. Partij Westvoorne vindt de beantwoording door de provincie en de antwoorden in de RES op veel punten niet eenduidig en de RES 1.0 hiermee erg onduidelijk.

De heer Van Orselen zegt dat er door de raad 20 tot 25 moties zijn ingediend waarmee niets is gedaan en zegt niet in te zullen stemmen met de RES 1.0 De heer Mentink (VVD) sluit zich aan bij de woorden van de heer Groenewegen dat het belangrijk is voor het nageslacht, echter de VVD is van mening dat er een betere manier is om tot een eigen RES te komen. De heer Mentink is niet bang dat als Westvoorne niet instemt met de RES 1.0, er dan door het Rijk wat wordt opgelegd. Hij zegt dat wanneer Westvoorne zelf een RES opstelt op een manier die recht doet aan de omgeving, dit een betere manier zou zijn. De opstelling van de RES regio baart de VVD zorgen als hij leest dat wanneer Westvoorne niet instemt en later alsnog wilt aansluiten bij de RES 2.0, dit instemming vraagt van de rest van de regio en er voorwaarden kunnen worden gesteld en zekerheden worden gevraagd. Wanneer de gemeente de RES op haar eigen manier wilt vormgeven zal zij dit op eigen kosten moeten doen. De heer Mentink concludeert dat er door de RES regio een andere richting wordt aangegeven als door de provincie en zegt dit vreemd te vinden. Voor de VVD is het belangrijk dat het belang van Westvoorne en later Voorne aan zee zeker gesteld kan worden. Dit zou kunnen door niet met de RES 1.0 in te stemmen of door wel in te stemmen, mits.

11

De heer Mentink zegt binnen zijn fractie te zullen kijken op welke manier dit het beste bereikt zou kunnen worden. De heer Sjoukes (IBW) zegt zich volledig te kunnen vinden in de RES 1.0 en zou graag zien dat er nog meer wordt gedaan tot 2030. De heer Plantinga (GbW) zegt alle informatie binnen zijn fractie te zullen bespreken. Wethouder van der Pol zegt ten aanzien van monitoring dat dit zeker van belang is. Zij zegt dat er binnen de RES regio MRDH een monitoringsprogramma is opgesteld waarin zichtbaar wordt gemaakt wat de regio doet en hoe het verloop is. Vervolgens zegt zij dat de burgers binnenkort online kunnen zien hoever de gemeente Westvoorne is met de energietransitie. Wanneer er nieuwe resultaten zijn wordt dit aangevuld. Naar aanleiding van het pleidooi van de heer Mentink zegt de wethouder, dat de raad door middel van de ingediende moties reeds heeft aangegeven wat zij wel en niet wil. Na vaststelling van de RES 1.0 wordt er aan de slag gegaan met de aanbevelingen ten aanzien van het participatieproces en met de ingebrachte moties en hiervoor worden goede ruimtelijke kaders opgezet. De kaders die de raad dus al heeft meegegeven worden dan opgenomen in het ruimtelijk kader. Ten aanzien van de opmerking van de heer Van Orselen zegt de wethouder niet te begrijpen wat er wordt gemist in de democratische waarde.

Zij zegt dat de heer Van Orselen in de raadsvergadering van 27 oktober aanstaande zijn democratische rechten optimaal kan gebruiken. De moties en amendementen zijn dus het startpunt voor de volgende fase. Het is niet zo dat er nieuwe moties moeten worden ingediend, binnen de ingediende moties zijn genoeg mogelijkheden om met het gebied aan de slag te gaan. In de uitwerking van het gebiedsproces wordt gekeken hoe de moties en amendementen vorm kunnen worden gegeven. De wethouder zegt dat het wegstrepen van het zoekgebied niet aan de orde was omdat er nog geen verdieping heeft plaatsgevonden. De wethouder zegt vervolgens dat wanneer de raad niet instemt met de RES 1.0, Westvoorne zelf een RES moet maken, maar dit een ingewikkeld traject zal zijn en dit niet met de personele bezetting van nu haalbaar is. Er ligt nu een gemeenschappelijk ambitie, maar dan zal hetgeen Westvoorne gaat bieden wel moeten kloppen met de afspraken die er zijn gemaakt ten aanzien van energieneutraal. Vervolgens zegt de wethouder dat het inderdaad zo is, dat als een gemeente niet meedoet maar later alsnog wilt aansluiten bij de RES 2.0, er dan zekerheden zullen worden gevraagd en duidelijkheid moet worden gegeven. Het is belangrijk om een betrouwbare partner te hebben.

Mevrouw Roggeveen (PvdA) onderschrijft de woorden van de heren Mentink (VVD) en Van Orselen (PW) dat het proces onduidelijk was, maar dat na de beantwoording van de vragen door de provincie het voor de PvdA duidelijk is geworden. De heren Mulder (D’66) en Groenewegen (CDA) wachten een motie van de VVD af zodat ze hierover met elkaar in overleg kunnen gaan. Zij zijn van mening dat het goed is om invloed uit te oefenen op de vervolgprocessen. 9.

Begroting Windproject Noordzeeboulevard.

De heer Mentink (VVD) zegt dat het uitgangspunt van de VVD is geweest dat er alleen aan de westzijde van de Brielse Gatdam de opgave van 9 Mwatt zou kunnen worden gerealiseerd. Hij zegt dat in de RES 1.0 wordt gesproken over het optimaliseren van de VRM

12

locatie en dit tegenstrijdig is aan het voorstel dat nu voorligt. Vervolgens wordt er in het voorstel gesproken over het uitvoeren van een MER en vraagt de heer Mentink waarom er geen richtlijnen worden meegegeven waaraan deze MER moet voldoen. Tenslotte is het stuk niet duidelijk over de opgave van 9 Megawatt. De heer Van Orselen (PW) sluit aan bij de woorden van de heer Mentink en vraagt waarom de motie hieromtrent van 23 september 2020 niet wordt uitgevoerd. In deze motie staat dat alleen de locatie Noordzeeboulevard een geschikte locatie is, en niet zoals de heer Van Orselen uit het voorstel opmaakt, de oostkant van de Brielse Gatdam. De fracties van de PvdA, CDA, IBW en D’66 kunnen zich vinden in het voorstel. De heren Groenewegen (CDA) en Sjoukes (IBW) vragen of er al belangstelling is getoond door ontwikkelaars en hoe het zit met de kosten. De heer Groenewegen vraagt hoe de participatie eruit gaat zien. De heer Plantinga (GbW) sluit zich aan bij de woorden van de VVD en PW en vraagt zich af welk referentiekader de gemeente gaat handhaven, dit gelet op het feit dat de landelijke MER pas in 2023 met normen en voorwaarden zal komen. Wethouder van der Pol zegt dat het hier gaat over 2 MER’s, een landelijke MER van het Rijk naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van Staat met betrekking tot de regelgeving, en een lokale MER.

De landelijke MER is nog niet gereed en daarom gaat de gemeente lokale kaders vaststellen voor bijvoorbeeld geluidsoverlast. De wethouder zegt dat over deze kaders nog in de commissie zal worden gesproken. Vervolgens zegt zij dat het verplicht is voor deze locatie een MER uit te voeren, vanwege het Natura 2000 gebied. Wanneer de landelijke MER is afgerond vindt er een herijking plaats van de regelgeving en is de landelijke regelgeving weer van toepassing. Ten aanzien van de opgave van 9 Megawatt zegt de wethouder dat de raad een motie heeft ingediend voor 9 Megawatt, maar er eerder een procesafspraak is gemaakt. Op basis van onderzoeken zal bij de raad worden teruggekomen met een aantal opstelvarianten. Dit betreft een apart besluit. In de RES is er voor Westvoorne 10,8 Megawatt opgenomen. De wethouder zegt dat de VRM locatie het uitgangspunt is en de oostzijde van de Brielse Gatdam van de baan is. Vervolgens zegt de wethouder dat er belangstelling is van investeerders en er een aanbestedingsprocedure heeft plaatsgevonden en er een keuze is gemaakt. De keuze zal binnenkort worden gepubliceerd. De heer Plantinga (GbW) vraagt wat er gebeurd als de lokale MER niet in overeenstemming is met de landelijke MER als deze gereed is. Wethouder van der Pol zegt dat de lokale regelgeving op dit project betrekking heeft.

Het project hoeft niet opnieuw te worden gedaan als de landelijke regels zijn aangepast. Ten aanzien van de participatie zegt de wethouder dat er een participatieplan is opgesteld en er in overleg wordt gegaan met de inwoners, lokale ondernemers, natuurorganisaties en stakeholders. De financiële participatie wordt geregeld via de leidraad windenergie en er wordt uitgegaan van 50% eigendomsparticipatie. De heer Mentink (VVD) vindt het steeds onduidelijker worden en is van mening dat er geen onderzoek kan worden gedaan als er geen omlijnd plan is. Hiermee zal een projectontwikkelaar het maximale eruit willen halen.

13

De heer Van Orselen (PW) vraagt aan de wethouder om een kaart aan te leveren waarop duidelijk de VRM locatie staat aangegeven met de grondposities en de windmolens conform de ingediende motie. Wethouder van der Pol zegt dat in een kaart duidelijkheid zal worden gegeven over de VRM locatie en de eigendomssituatie. Vervolgens zegt zij dat in het haalbaarheidsonderzoek verschillende alternatieven zijn opgenomen van opstelvarianten. De MER is bedoeld om te onderzoeken wat wel en niet op deze locatie kan. Op de locatie zitten beperkingen, en de situatie is niet zo zoals de heer Mentink dit schetst, en het gebied wordt vrij gegeven aan projectontwikkelaars. Er ligt een afspraak om de VRM locatie te realiseren conform het convenant. De wethouder benadrukt wanneer de raad nu geen financiën beschikbaar stelt zij haar afspraken niet nakomt en de provincie in zal grijpen en Westvoorne niets meer te zeggen heeft. Wanneer de raad instemt met de RES 1.0 zal er in een apart voorstel worden gevraagd of de opgave van de RES in de VRM locatie moet worden vervat. De wethouder zegt dat alle stappen die genomen moeten worden met de commissie en de raad worden besproken. De commissie kan zich vinden in het voorstel. De fractie van de VVD maakt een voorbehoud. 12.

Punten voor een volgende vergadering.

Geen. 13.

Sluiting.

De voorzitter sluit de vergadering om 23.30 uur.

14

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10711364/2