verslag cie GGM 09
Tekst van het document
Verslag van de digitale vergadering van de commissie Grondgebied en Milieu, gehouden op maandag 31 augustus 2021. Aanwezig
: mevrouw R.M. Roggeveen, mevrouw L.M. Hamstra, mevrouw E. Priester, mevrouw J. Krajenbrink en de heren C.B. Mentink, N.A.M. Groenewegen, E.G. Mulder, A. van Vliet, C. Sommeling, D.D. van Orselen, G. Plantinga, P. Kraaijenbrink, J.A.M. Merkx en J. Noordermeer.
Mede aanwezig
: wethouders mevrouw L. van der Pol en de heer H. de Graad.
Voorzitter
: de heer J.W.J. Driesprong.
Griffier
: de heer R. de Vries.
Notuliste
: mevrouw M. van Eijsden-Briggeman.
1.
Opening.
De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. Hij meldt dat wethouder Van der Pol later komt. Mede aanwezig is mevrouw Sylvia van Leeuwen die een aantal taken overneemt van de griffier, de heer De Vries, tot de fusie. Haar taken omvatten de ondersteuning van de commissie en raadsvergaderingen. Vervolgens zegt de voorzitter dat de heer Meulmeester in zal spreken bij agendapunt 10: ‘Volkshuisvestelijk kader’. 2.
Vaststelling agenda.
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 3.
Mededelingen.
Geen. 4.
Rondvraag.
Mevrouw Roggeveen (PvdA) vraagt naar de stand van zaken met betrekking tot het voormalige gemeentehuis in Oostvoorne en of de trouwlocatie nog voldoet aan de voorwaarden die zijn gesteld. Wethouder De Graad zegt dat de huidige eigenaar de laatste tijd inspanning heeft verricht en dat het zijn bedoeling is dat er binnenkort horeca is gerealiseerd. De wethouder zegt dat de activiteiten die plaatsvinden lang duren, maar dat dit ook te maken heeft gehad met corona. De wethouder zegt de commissie schriftelijk te zullen informeren over de stand van zaken en eveneens over de trouwlocatie. De heer Mentink (VVD) vraagt aandacht voor het laten groeien van de Japanse duizendknoop, de berenklauw, het Jacobskruiskruid en de distel, dit ondanks het verbod dat is opgenomen in de APV. Hij merkt op dat met name het Jacobskruiskruid giftig is voor
1
paarden wanneer deze gedroogd in het hooi aanwezig is. Door hobbyboeren wordt gemaaid waardoor het kruid met het hooi wordt vermengd, en dus schadelijk is voor paarden. De heer Mentink vraagt hier op toe te willen zien. Wethouder Van der Pol zegt dat de gemeente de bevoegdheid heeft om dit binnen de bebouwde kom in de openbare ruimte weg te halen. Ook aan de bewoners wordt gevraagd dit weg te halen. Buiten de bebouwde kom wordt dit in samenwerking met het waterschap en het ZuidHollands Landschap aangepakt en wordt er samengewerkt om dit in te dammen. De wethouder zegt niet tevreden te zijn over het tempo waarin dit gebeurt. Ten aanzien van het Jacobskruiskruid merkt zij op dat over de schadelijkheid hiervan verschillende inzichten bestaan. Zij zegt zich hierop schriftelijk terug te zullen komen. Ten aanzien van het parkeren voor het strand in Rockanje vraagt de heer Mentink (VVD) aandacht voor de Waaldrift waar door middel van afzettingen met lint moet worden voorkomen dat er geparkeerd gaat worden. Het resultaat is dat het lint los gaat en over straat waait en dit een slordig gezicht is. De heer Mentink vraagt hier eveneens op toe te willen zien. Wethouder v.d. Pol zegt schriftelijk terug te zullen komen over het parkeren aan de Waaldrift.
De heer Van Vliet (IBW) merkt op dat er in het verleden niet geparkeerd mocht worden aan de Waaldrift en op dit moment het parkeren aan 1 zijde is toegestaan. De heer Groenewegen (CDA) vraagt naar de stand van zaken met betrekking tot de voormalige sporthal ‘de Merel’. Hij vraagt wanneer het gebouw wordt gesloopt. Wethouder De Graad zegt dat het onderzoek inmiddels is afgerond en er maatregelen worden getroffen om de vleermuizen te laten verhuizen. Er vinden gesprekken plaats met ontwikkelaars om invulling te geven aan de locatie Dwarsweg in Rockanje. Mevrouw Krajenbrink (GBW) merkt op dat er aan de Zandweg paaltjes en rood-witte linten worden geplaatst door bewoners ter voorkoming van parkeren aan de zijkanten van de Zandweg. Zij heeft geconstateerd dat, wanneer de school uitgaat en op andere drukke momenten, er gevaarlijke situaties ontstaan en eveneens ruzies. Zij vraagt of bewoners zomaar paaltjes en linten mogen plaatsen en vraagt een oplossing te zoeken voor deze vervelende situatie. Wethouder De Graad zegt dat het niet de bedoeling is dat bewoners zonder medeweten van de gemeente paaltjes en linten plaatsen in de openbare ruimte. Hij zegt de situatie niet te kennen en wil graag nader door mevrouw Krajenbrink worden geïnformeerd over deze kwestie. De wethouder zegt te vragen aan de afdeling verkeer en beheer buitenruimte hier naar te kijken.
De voorzitter stelt voor deze vraag ook in de commissie IZ & Middelen te stellen. 5.
Verslag van de commissievergadering van: a. 14 juni 2021
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. b. 24 juni 2021 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
2
6.
Overzicht van toezeggingen.
Het overzicht van toezeggingen wordt voor kennisgeving aangenomen. 7.
RES, inventarisatie van nog te beantwoorden vragen.
Wethouder v/d Pol geeft een korte toelichting op de lijst met vragen en zegt dat alle punten die in de commissie zijn aangegeven op een rij zijn gezet. Zij zegt dat niet alle punten met de provincie kunnen worden besproken, dus er een selectie gemaakt zal moeten worden. Vanavond wordt aan de commissie gevraagd om per fractie aan te geven welke essentiële vragen zij belangrijk vindt om met de gedeputeerde van de provincie te bespreken, zodat de gedeputeerde zich hierop kan voorbereiden. De resterende vragen zullen schriftelijk worden beantwoord. De gedeputeerde van de provincie zal op 4 oktober in de commissie aanwezig zijn. De heer Mulder (D66) geeft aan zich te willen concentreren op de volgende vragen: Vraag 1.2: Wat zijn de consequenties voor deelname aan de RES 2.0 wanneer de raad tegen gaat stemmen. Vraag 2.5: Krijgt iedere gemeente lokaal de regie om met deze eigen kaders het gebiedsproces in te gaan, ook wanneer het mogelijk leidt tot andere kwantitatieve bijdragen aan de totale opgave. Vraag 3.3: Wat is de rol van de provincie bij inpassing van duurzame energie binnen het zoekgebied. Vraag 3.4: Wat is de rol van de gemeente bij de inrichting van dit zoekgebied. Vraag 3.5: Hebben andere gemeenten of regiopartijen iets te zeggen over ons zoekgebied.
De heer Mulder is van mening, dat wanneer op deze vragen een antwoord kan worden gegeven door de gedeputeerde, er recht wordt gedaan aan de discussie die eerder in de commissie is gevoerd. De heer Mentink (VVD) sluit zich aan bij de genoemde vragen van D66. Vervolgens wil hij nog graag een vraag toevoegen. Vraag 1.3: Wat is de status van de op lokaal niveau of door de provincie aangenomen moties en amendementen op de concept RES en RES 1.0 De heer Van Orselen (PW) zegt verbaasd te zijn dat er nu wordt gevraagd om vragen te selecteren die gesteld kunnen worden aan de provincie. Hij zegt er geen voorstander van te zijn om nu even een paar vragen te selecteren en die mee te geven aan de provincie. Hij stelt voor dat eerst antwoord wordt gegeven op alle schriftelijke vragen, en dat daarna een selectie van vragen voor de provincie wordt gemaakt. De heer Plantinga (GBW) sluit zich aan bij de vragen van de heren Mulder en Mentink. Vervolgens wil hij nog graag een tweetal vragen toevoegen, namelijk: Vraag 5.1: Hoe gaan we om met de uitspraak van de Raad van State over de onderbouwing van de rijksnormen voor windparken. Vraag 5.2: Wordt onderzoek naar klachten over laag frequent geluid als gevolg van windturbines voldoende serieus meegenomen in het vooronderzoek voor windprojecten in en rondom Westvoorne. Mevrouw Roggeveen (PvdA) sluit zich aan bij de vragen van de heer Mulder.
Als aanvulling heeft zij nog een tweetal vragen: Wat is de status van de RES 1.0 binnen de Omgevingswet en het Provinciale Ruimtelijke Ordeningsbeleid.
3
Worden de plannen die voortvloeien uit de RES 1.0 getoetst aan de Europese regelgeving ten aanzien van de volksgezondheid. De heer Sommeling (IBW) sluit zich aan bij de vorige sprekers en wil nog 1 vraag toevoegen. Vraag 4.1: Welke afspraken moeten we maken over participatie. De heer Groenewegen (CDA) sluit zich aan bij de vragen van de heer Mulder. Hij is van mening dat de vraag van de heer Plantinga over het frequent geluid niets met de RES heeft te maken, zolang er nog geen concrete plannen zijn. Wethouder v/d Pol zegt dat er al op veel vragen die door de commissie zijn gesteld een antwoord is gegeven, en het vanavond de bedoeling is te bepalen welke vragen belangrijk zijn om mee in gesprek te gaan met de provincie. Het is bijzonder dat de gedeputeerde van de provincie in de commissie komt. Het is daarom van belang dat er van tevoren een focus wordt aangebracht, zodat hij zich hierop kan voorbereiden. De wethouder zegt tevreden te zijn met de focus die door de commissie is aangegeven en zegt zo snel mogelijk met de gedeputeerde in contact te zullen treden. De heer Plantinga (GBW) zegt de vraag hoe om te gaan met de uitspraak van de Raad van State over de onderbouwing van de rijksnormen voor windparken zeer belangrijk te vinden.
Hij refereert aan de dorpen Heenvliet en Geervliet waar de bewoners veel last hebben van het laag frequent geluid en waar de windmolens gewoon blijven draaien. De heer Groenewegen (CDA) sluit zich aan bij de woorden van de heer Plantinga dat de uitspraak van de Raad van State belangrijk is. Dit is echter dit pas aan de orde als er een plan ligt voor eventuele windmolens. Er zal dan eerst een MER plaats moeten vinden en daarin komen de zaken die worden genoemd door de heer Plantinga pas aan de orde. De heer Mulder (D66) hoopt dat er vragen gesteld zullen worden aan de gedeputeerde op niveau en dat er uitspraken komen, zodat hierop altijd een beroep kan worden gedaan in de toekomst. Hij is van mening, dat door het gesprek met de gedeputeerde er vertrouwen kan worden verkregen om in te stemmen met de RES 1.0 De heer Mentink (VVD) sluit zich aan bij de woorden van de heer Mulder en is eveneens van mening dat er antwoorden moeten komen, die de grote ongerustheid die er nu is om in te stemmen, weg kan nemen. Hij zegt uit te kijken naar de commissievergadering van 4 oktober. De heer Van Orselen (PW) krijgt de indruk dat alleen de vragen van de heer Mulder worden doorgegeven aan de gedeputeerde. Hij zegt begrepen te hebben dat eerst alle antwoorden op de vragen moeten komen, en dat daarna relevante vragen voor de gedeputeerde worden opgesteld.
De heer Mulder (d66) zegt dat er niet is vastgesteld dat het een voorwaarde is, dat eerst antwoord komt op alle vragen alvorens er een ontmoeting met de gedeputeerde plaatsvindt. Mevrouw Roggeveen (PvdA) zegt blij te zijn dat er een gesprek volgt met de gedeputeerde van de provincie. De heer Van Orselen (PW) vraagt duidelijk aan te willen geven welke vragen met de provincie worden besproken. Wethouder v/d Pol zegt op alle vragen een schriftelijk antwoord zal worden gegeven. De vragen die in ieder geval met de gedeputeerde van de provincie worden besproken zijn. 1.2 – 1.3 – 2.5 – 3.3 – 3.4 en 3.5.
4
Zij zegt nog na te zullen gaan of de vraag van de heer Sommeling over de participatie na beantwoording nog aan de vragen moet worden toegevoegd. Vervolgens zegt zij dat er een schriftelijk antwoord zal worden gegeven op de vraag over de uitspraak van de Raad van State. De wethouder zegt nogmaals dat er eerst een schriftelijk antwoord komt op alle vragen, en er een overzicht wordt opgesteld met de vragen die aan de gedeputeerde zullen worden gesteld. Indien de commissie nog verdere vragen heeft ziet de wethouder deze graag tegemoet. De heer Van Orselen (PW) zegt zich niet te hebben voorbereid op deze wijze van behandeling van het voorliggende stuk. Hij zegt de vragen die gesteld gaan worden aan de gedeputeerde prima te vinden maar voelt zich als PW wel uitgesloten. De voorzitter zegt richting de heer Van Orselen dat er altijd nog een mogelijkheid is om aanvullende vragen mee te geven. 8.
Mogelijkheden aanpassen aula’s begraafplaatsen naar aanleiding van motie.
Wethouder De Graad geeft een korte toelichting op het voorstel waarin wordt voorgesteld een keuze te maken uit een drietal mogelijkheden. Mevrouw Hamstra (VVD) zegt blij te zijn dat de motie voortvarend is opgepakt. Zij vraagt vervolgens welke capaciteit wenselijk is. De heer Sommeling (IBW) is eveneens blij dat er eindelijk aandacht is voor de aula. Hij stelt eveneens een vraag over de capaciteit en wil graag weten hoe vaak het gebeurt dat er 120 mensen gebruik moeten maken van de aula en op welke wijze dit dan wordt opgelost. Mevrouw Roggeveen (PvdA) vraagt naar het gemiddeld aantal uitvaarten en het aantal bezoekers. Vervolgens vraagt zij naar de beschikbare ruimte op de begraafplaats. De PvdA vindt de verbetering van het binnenklimaat erg belangrijk dus zou graag zien dat er voor optie 1 (Binnen bestaande schil, diensten tot 70 mensen) wordt gekozen. Ten aanzien van de zonnepanelen vraagt zij echter of dit wel zinvol is op dit gebouw. De heer Van Orselen (PW) is voorstander van optie 3 (Oude plan Van Reek met uitbreiding, diensten tot 120 mensen) of nieuwbouw. Hij merkt hierbij op dat wanneer er verbouwd gaat worden, de eis van de overheid is dat er isolatie en zonnepanelen moeten worden aangebracht. De heer Groenewegen (CDA) is blij dat de motie is opgepakt.
Het CDA spreekt eveneens de voorkeur uit voor optie 3 (Oude plan Van Reek met uitbreiding, diensten tot 120 mensen) of nieuwbouw). De heer Groenewegen zegt dat zitplaatsen voor 70 tot 80 mensen onvoldoende is en er nu al regelmatig mensen uit moeten wijken naar andere locaties en tevens is hij van mening, dat de opties 1 en 2 duurder zullen zijn vanwege de hoge onderhoudskosten in de komende jaren. Ten aanzien van de audiovisuele zaken zegt de heer Groenewegen dat dit in de huidige tijd een noodzaak is voor beide aula’s. Tenslotte is het CDA van mening dat naast het bedrag van € 320.000 uit de bestemmingsreserve begraafplaatsen, gekeken moet worden naar het maatschappelijk fonds om hieruit de meerkosten voor nieuwbouw te bekostigen. De heer Mulder (D66) is van mening dat de capaciteit moeilijk te bepalen zal zijn, omdat dit afhankelijk is van wat er in de praktijk nodig is. Ten aanzien van de duurzaamheid merkt hij op dat dit een gebouw is met piekbelasting, en dus niet altijd wordt gebruikt, wat e.e.a.
5
lastiger maakt. Ten aanzien van de financiering is D66 van mening, dat dit zoveel mogelijk uit de grafrechten moet worden betaald en niet uit de algemene middelen. Hij vraagt te onderzoeken hoeveel ruimte er beschikbaar is binnen de grafrechten. Mevrouw Krajenbrink (GBW) zegt gesproken te hebben met de mensen uit het veld en begrepen te hebben dat er vaak een capaciteit van 100 personen nodig is. Op dit moment kan de aula hieraan niet voldoen, en zij zegt dan ook blij te zijn dat de motie wordt opgepakt en uitgevoerd. De fractie van GBW spreekt haar voorkeur uit voor optie 3. Wethouder De Graad zegt ten aanzien van de capaciteit dat er op dit moment niet meer dan 70 personen in de aula kunnen zitten en het komt regelmatig voor dat mensen buiten moeten staan. Wanneer er wordt gekozen voor een capaciteit van 120 wordt daarmee de mogelijkheid geboden om in Oostvoorne of Rockanje een uitvaart te laten plaatsvinden. Vervolgens zegt hij, dat wanneer er wordt gekozen voor optie 3 er een verplichting is om zonnepanelen te gebruiken. Het gebouw staat voor 80% van de tijd leeg en de wethouder zegt dat het beter zou zijn om geen 0 op de meter te hanteren, maar zeker wel te zorgen dat het gebouw bijna energieneutraal wordt.
Ten aanzien van de audiovisuele zaken zegt de wethouder, dat dit een verdienmodel is van de begrafenisondernemer, zoals ook het leveren van de gebakjes en de cake, en dit de gemeente niets oplevert. Op dit moment wordt in Rockanje gewerkt met de 4G verbinding van de telefoon en dit werkt prima. De wethouder zegt geen voorkeur te hebben voor optie 2 of 3. Ten aanzien van de financiering zegt de wethouder dat er een budget beschikbaar is van plm. € 200.000 zijnde opbrengst uit de grafrechten. Extra financieringsmiddelen zullen uit de algemene middelen moeten worden gehaald. Tenslotte zegt de wethouder dat dit voorstel onderhevig is aan de Arhi procedure, en wanneer het onderzoek is afgerond, dit met de fusiepartners en de provincie wordt besproken. Mevrouw Hamstra (VVD) en de heer Mulder (D66) geven aan dat zij de voorkeur uitspreken voor optie 3. De voorzitter concludeert dat dat de fracties van de VVD, D66, IBW, PW en CDA de voorkeur uitspreken voor optie 3. De fractie van de PvdA de voorkeur uitspreekt voor optie 2 of 3 hierbij rekening houdend met de Arhi procedure en de stikstofproblematiek. De heer Van Orselen (PW) stelt voor om eens te kijken naar de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) en te kijken naar mogelijkheden van energiebedrijf Voorne-Putten om de zonnepanelen op een andere wijze te financieren.
De heren Groenewegen (CDA) en Mulder (D66) sluiten zich aan bij de woorden van de heer Van Orselen. Mevrouw Krajenbrink (GBW) zegt dat haar partij er geen bezwaar tegen heeft wanneer het ontbrekende budget uit de algemene reserve wordt bekostigd wanneer er geen andere mogelijkheden zijn. Tenslotte merkt zij nog op dat het beheer van de aula’s op dit moment niet helemaal soepel verloopt en vraagt hier aandacht voor. Wethouder De Graad zegt dat de suggestie van de heer Van Orselen aangaande de zonnepanelen in het onderzoek wordt meegenomen, alsmede de subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE). Naar aanleiding van de vraag van mevrouw Roggeveen over de ruimte op de begraafplaats zegt de wethouder dat er nog genoeg ruimte is.
6
Vervolgens zegt de wethouder, dat er ten aanzien van de financiering wordt gekeken wat de mogelijkheden zijn. Naar aanleiding van de opmerking van mevrouw Krajenbrink over het beheer zegt de wethouder wanneer hier aanleiding voor is, dit de aandacht zal krijgen. De vergadering wordt vervolgens geschorst voor een korte pauze van 21.15 tot 21.20 uur. 9.
Ontwikkelkrediet Project Patrijzenlaan.
Mevrouw Roggeveen (PvdA) is blij met het plan maar vindt het jammer dat er op deze locatie niet gekeken wordt naar ouderenhuisvesting in de vorm van een Knarrenhof of appartementen voor ouderen. Zeker met de Leemgaarde aan de overkant zou dit een goede locatie zijn. De heer Mulder (D66) is blij met de ontwikkeling en verheugd dat er 16 huurwoningen meer worden gebouwd als het oude plan. Vervolgens vraagt hij naar de betrokkenheid van de omwonenden bij de planontwikkeling en wat het resultaat hiervan is, en hoe dit wordt vorm gegeven. De heer Mulder vraagt vervolgens om een uitwerking in relatie tot de totale omgeving. Het gaat hem om de relatie tussen het gebied aan de Patrijzenlaan, en het gebied aan de Fazantenlaan. Hij is van mening deze 2 gebieden niet los van elkaar te zien. De heer Kraaijenbrink (GBW) zegt blij te zijn met de ontwikkeling en vraagt voortvarend te werk te gaan, want er is veel behoefte aan dit soort woningen. De heer Groenewegen (CDA) kan zich vinden in het voorstel en is blij met de 16 extra woningen. Vervolgens sluit hij zich aan bij de opmerking van de heer Mulder inzake de betrokkenheid van de omwonenden. Mevrouw Hamstra (VVD) zegt eveneens blij te zijn dat deze ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Zij vraagt vervolgens hoe het krediet van € 250.000 is opgebouwd.
Vervolgens vraagt zij op welke wijze ongewenste schokken in de activatierekening kunnen worden voorkomen, doordat alle kosten die gemaakt worden in het specifieke boekjaar in de exploitatierekening worden opgenomen. Mevrouw Hamstra vraagt eveneens aandacht voor de omwonenden en vraagt waarom het zo lang duurt alvorens de woningen worden gesloopt. Zij pleit voor modulaire bouw, omdat gebleken is dat dit goedkoper is als traditionele bouw en veel sneller gerealiseerd kan worden. De heer Van Orselen (PW) vraagt hoe het proces is verlopen na de inspraakmomenten in 2020. Vervolgens adviseert de heer Van Orselen om de informatie compacter te maken, zodat alleen het krediet van € 250.000,00 kan worden goedgekeurd. De heer Van Vliet (IBW) zegt zich te kunnen vinden in voorstel en vraagt of de afschrijvingstermijn van 40 naar 50 wordt gebracht. Vervolgens vraagt hij een inschatting te maken over de onrendabele top over 50 jaar. Wethouder De Graad zegt ten aanzien van de informatievoorziening aan de commissie dat er is gezocht naar een balans, en het altijd de bedoeling is om de commissie goed te informeren. Vervolgens zegt hij dat er wel degelijk woningen voor ouderen in het plan zijn opgenomen. Er is gekeken naar een goede demografische opbouw en het is niet de bedoeling dat er
7
ouderen worden geclusterd op 1 plek, maar dat wordt geprobeerd om diversiteit in leeftijdsgroepen te huisvesten. De wethouder zegt eveneens blij te zijn dat er 16 huurwoningen extra kunnen worden gebouwd. Ten aanzien van het resultaat van de communicatie met de omwonenden zegt de wethouder, dat is gesproken over de situering van ramen en het creëeren van bosschage om de privacy te behouden. De woningen zullen op dezelfde wijze worden geordend als de te slopen woningen. De gesprekken met de omwonenden zijn goed verlopen. Ten aanzien van de opmerking van de heer Mulder met betrekking tot de relatie tussen het gebied aan de Patrijzenlaan en het gebied aan de Fazantenlaan zegt de wethouder, dat er samenhang is gezocht samen met de ontwikkelaar en het een mooie ontwikkeling zal worden. Het bestemmingsplan is echter separaat, omdat ingeval het project aan de Fazantenlaan niet goed zou lopen, dit consequenties zou kunnen hebben voor de ontwikkeling van de Patrijzenlaan. De wethouder zegt dat de commissie zal worden geïnformeerd over de vorderingen. De sloop van de huidige woningen aan de Patrijzenlaan zal half september gereed zijn. Vanwege de verplichte onderzoeken in het kader van de flora en fauna en de asbestinventarisaties heeft e.e.a. wat langer geduurd. De wethouder zegt de financiële vragen van mevrouw Hamstra schriftelijk te zullen beantwoorden.
Naar aanleiding van het verzoek van de heer Van Orselen om de informatie wat korter te houden zegt de wethouder dat het zoeken is naar een goede balans, om de commissie te informeren. Vervolgens zegt de wethouder op dit moment niet concreet te kunnen zeggen wat gedurende een afschrijvingstermijn van 50 jaar het resultaat zal zijn van de exploitatie. Naar aanleiding van het verzoek om te kijken naar modulaire bouw zegt de wethouder, dat dit zeker een optie is. Dit kan interessant zijn om toe te passen in het kader van de stikstof en het zal de bouwtijd een stuk korter maken. Hij zegt dat het woonbedrijf bezig is deze mogelijkheden te onderzoeken, en er een terugkoppeling plaats zal vinden wanneer er keuzes gemaakt moeten worden. Mevrouw Roggeveen (PvdA) zegt blij te zijn dat er ook aan een plek voor de ouderen is gedacht en dat modulair bouwen wordt onderzocht. De fractie van de PvdA kan zich vervolgens vinden in het voorstel en stelt voor dit als hamerstuk in de raad te behandelen. De heer Mulder (D66) zegt het jammer te vinden dat er erg weinig is opgenomen over de betrokkenheid van de omwonenden. Hij zegt dat participatie in dergelijke processen van groot belang is, en vraagt om dit goed in het stuk tot uitdrukking te willen brengen. Vervolgens merkt hij op, dat het voorontwerpbestemmingsplan voor de Fazantenlaan / Patrijzenlaan in voorbereiding is.
Door de wethouder is aangegeven dat er geen koppeling is, maar de heer Mulder concludeert dat het hier wel aan elkaar wordt verbonden. Hij is van mening, dat inspraak en participatie van bewoners van groot belang is over het totale bestemmingsplan. De fractie van D66 kan zich vinden in het voorstel met de kanttekening, dat er samenspraak is met de inwoners over het totale bestemmingsplan. De heren Kraaijenbrink (GBW) en Groenewegen (CDA) kunnen zich vinden in het voorstel en stellen voor dit als hamerstuk in de raad te behandelen. Mevrouw Hamstra (VVD) zegt zich te kunnen vinden in het voorstel maar wacht het antwoord van de wethouder nog af over de financiële vragen.
8
De heer Van Orselen (PW) herkent de opmerking van de heer Mulder over de koppeling van de projecten. Hij is van mening dat er een verduidelijking moet komen. De fractie van PW kan zich vinden in het voorstel. De heer Van Vliet (IBW) kan zich vinden in het voorstel en is van mening dat de woorden van de heer Mulder inzake de koppeling van de projecten en de burgerparticipatie ter harte moeten worden genomen. Hij stelt voor het stuk als hamerstuk in de raad te behandelen. De voorzitter concludeert, dat de commissie zich kan vinden in het voorstel. 10.
Volkshuisvestelijk kader.
De heer Meulmeester maakt als lid van de actiegroep landelijk Rockanje gebruik van het spreekrecht. Hij maakt een aantal opmerkingen over het volkshuisvestelijk kader. De heer Meulmeester adviseert om projectontwikkelaars een duidelijk kader mee te geven, en geen wensenlijst. Vervolgens mist hij een aantal documenten die als uitgangspunt in het volkshuisvestelijk kader zouden moeten staan. Het gaat hier om de dorpsvisie, de stedenbouwkundige visie Landgoed de Drenkeling en het beheerplan bijzondere natuurwaarden Voornes Duin van de provincie Zuid-Holland. De heer Meulmeester zegt dat nergens staat omschreven hoe het draagvlak voor locaties tot stand komt, en ook de burgerparticipatie krijgt in het geval van woningbouwlocaties geen invulling. Naar aanleiding van het uitgangspunt om locaties toekomstgericht in te vullen vraagt hij aan te geven wat dorps en landelijk precies is, en welke richting het kader dan aangeeft. Naar aanleiding van bijlage 2, woningbouwprogramma 2021-2030 vraagt de heer Meulmeester naar de status van de tabellen. Hij mist vooral de drive om woningbouw en natuurwinst samen op te laten gaan, zoals in hedendaagse ontwerpen steeds meer is te zien. Het is noodzakelijk om te kijken naar klimaat en milieu. Om afbraak van natuur te voorkomen zou het goed zijn om gebruik te maken van bestaand groen, en daar in te breiden.
Een goede manier zou ook kunnen zijn om gebruik te maken van de inkrimping van de agrarische sector, waar ruimte is voor groen, blauw en woningen zonder natuurafbraak. De heer Meulmeester zegt dat voorliggend volkshuisvestelijk kader niet ver genoeg gaat, en pleit er voor genoemde aanpassingen te doen om nog verdere opwarming van de aarde, achteruitgang van de biodiversiteit, wateroverlast etc. terug te dringen. Tenslotte zegt hij het gehele stuk waarvan hij nu een beknopt gedeelte naar voren heeft gebracht aan de commissie toe te zullen sturen. De heer Mulder (D66) bedankt de heer Meulmeester voor zijn inbreng en zegt dit zeker mee te zullen wegen bij de behandeling in de raad. De heer Mentink (VVD) bedankt de heer Meulmeester eveneens voor zijn inbreng en vraagt of hij goed heeft begrepen dat hij voorstander is van het verdichten van de huidige contouren van de dorpen. De heer Meulmeester zegt dat het een klap is voor de natuur wanneer bomen, struiken, sloten etc. worden weggehaald voor woningbouw en elders gecompenseerd moeten worden. Hij is van mening dat het beter zou zijn om in te breiden in het al bestaande groen. Mevrouw Roggeveen (PvdA) bedankt eveneens voor de bijdrage door de inspreker en vraagt of de heer Meulmeester ook heeft gekeken of de genoemde onderwerpen in de bestemmingsplannen staan.
9
De heer Meulmeester zegt dat in het bestemmingsplan Drenkeling 1 groen, natuur en woningbouw is opgenomen. Hij zegt tegen het weghalen van natuur te zijn, en ziet liever dat er woningbouw in het groen wordt ingepast. De heer Van Vliet (IBW) maakt een compliment aan de heer Meulmeester dat hij zich zo heeft verdiept in dit onderwerp, terwijl hij nog maar kort woonachtig is in deze gemeente. De heer Van Vliet wacht met belangstelling de complete tekst van de heer Meulmeester af. Wethouder De Graad zegt dat het niet de bedoeling is dat het volkshuisvestelijk kader wordt gebruikt voor toetreding naar mogelijke ontwikkelaars of geïnteresseerden. Het gaat erom wanneer er ontwikkelaars zijn die kansen zien in deze gemeente om woningbouw vorm te geven, ze weten wat de kaders zijn. Het is de bedoeling dat de commissie de uitgangspunten die worden gesteld in het kader aanvaardt. Het gaat hier om algemene kaders en er zal altijd een stukje maatwerk zijn. Vervolgens zegt de wethouder dat op dit moment de demografische ontwikkeling een vergrijzing laat zien, en er wordt gekeken hoe in het aanbod van woningbouw meer evenwicht kan worden gebracht. Er zal met name worden gebouwd voor de doelgroepen ouderen en starters. De wethouder zegt dat de programma’s iedere keer zullen moeten worden bijgesteld naar aanleiding van nieuwe demografische inzichten.
De heer Noordermeer (PW) zegt dat de raad de laatste jaren moties heeft ingediend hoe om te gaan met woningbouwinitiatieven, maar de raad heeft hierin niet de kaders aangegeven die in het voorliggende stuk staan. De heer Noordermeer zegt naar aanleiding van de kengetallen dat hij een ondergrens mist. Hij adviseert om een ondergrens op te nemen van bouwplannen van 3 of 5 stuks woningen die niet aan dit beleid kunnen voldoen. Hij denkt bijvoorbeeld aan het splitsen van een woning, of een kangoeroewoning. Vervolgens constateert hij dat het stuk geldig is tot begin 2023, en stelt hij voor om zo snel mogelijk projecten uit de la te halen, en hiermee aan de slag te gaan. De heer Noordermeer zegt het vervolgens niet eens te zijn met enkele criteria. Bij kader punt 2, punt 3.3. staat dat bijzondere woonvormen en alternatieve woonconcepten de voorkeur hebben. Hij vindt dat je dit niet in een kader moet vastleggen, maar op zijn minst apart moet beoordelen. De heer Noordermeer leest ten aanzien van nieuwbouw, dat dit bij voorkeur niet grondgebonden zou moeten zijn. Hij concludeert dat hiermee wordt gezegd, dat alle eengezinswoningen die grondgebonden zijn, worden vervangen door niet grondgebonden. In de tabel staat als eis dat er altijd meer woningen moeten worden teruggebouwd dan de bestaande. Dit houdt in dat er dan een verplichte verdichting plaats zal vinden.
Hij stelt voor dit laatste te schrappen want verdichten houdt in, dat je in de hoogte gaat bouwen, er minder groen wordt toegevoegd, er dichter op elkaar zal worden gebouwd en er minder geparkeerd kan worden. Hij is van mening dat dit dus geen eis zou moeten zijn, maar dit beoordeeld moet worden op basis van de plannen die er zijn. De heer Noordermeer concludeert uit bovenstaande punten dat er wordt gekozen voor een hoog percentage woningen die niet grondgebonden zijn. Hij is van mening dat dit geen recht doet aan het dorpse karakter en snapt echt niet hoe dit in het stuk terecht is gekomen. Naar aanleiding van het punt over de nabijheid van voorzieningen vindt de heer Noordermeer het zeker van belang dat de voorzieningen voor ouderen dichtbij zijn, maar hij vindt niet dat dit als eis moet worden gesteld. Hij zegt dat er in de huidige tijd ook veel naar de ouderen toe kan worden gebracht. Wat betreft PW kan dit worden geschrapt. De heer Noordermeer zegt het percentage groen en water belangrijk te vinden. Hij zegt dat de eis van 10% water alleen al een basiseis is, en stelt voor de getallen minimaal dubbel zo hoog te maken.
10
Hij zegt vervolgens dat de typologie voor woningbouw zoals in het stuk is opgenomen niet past bij het dorpse karakter. Hij is het volledig eens met de inspreker, dat de door hem genoemde 3 documenten moeten worden toegevoegd. Hij verzoekt de wethouder het voorliggende stuk terug te nemen, aan te passen en nogmaals in de commissie te bespreken. De heer Van Vliet (IBW) sluit zich aan bij de woorden van de heer Noordermeer. Hij constateert dat met dit stuk alles over boord wordt gegooid en zegt dit jammer te vinden. De heer Mentink (VVD) ziet het stuk als een eerste voorzet en ziet dat uit wordt gegaan van de ondergrens en er eisen kunnen worden gesteld. Hij zegt dat ook aan de bestemmingsplannen en de nieuwe omgevingswet zal worden getoetst, en dus ook de raad steeds aan zet blijft. Vervolgens vraagt hij hoe de 2e stap eruit zal zien. De VVD vindt het echter wel belangrijk dat het dorpse karakter behouden blijft. Hij zegt onlangs met een aantal Statenleden een ritje door Westvoorne te hebben gemaakt en dat zij niet afwijzend stonden tegenover het uitbreiden van de rode contour. De heer Mentink zegt dat inbreiden leuk is, maar dit altijd ten koste zal gaan van groen. Hij zegt ook liever geen hoogbouw te zien. Hij vraagt te kijken hoe de woningbouwopgave zo goed mogelijk kan worden uitgevoerd en hierbij te kijken naar andere mogelijkheden.
De heer Mentink zegt tenslotte er geen voorstander van te zijn om een 1e voorzet vast te stellen in de raad. De heer Groenewegen (CDA) zegt zich in een aantal uitgangspunten te kunnen vinden. Hij is blij dat er aandacht is voor nieuwe woonvormen en 0 op de meter. Hij vindt het echter jammer, dat er na 3 jaar nog geen voorstel ligt ten aanzien van een Knarrenhof. De heer Groenewegen vraagt het college om meer lef te tonen, en zo nodig buiten de kaders te treden en met voorstellen te komen voor nieuwe woonvormen, ook in de sociale sector. Ook als dit de gemeente geld zou kosten. Het CDA is voor het bouwen voor een evenwichtige bevolkingssamenstelling en dat er meer sociale huur en koop voor de komende jaren moet worden gerealiseerd. Hij vindt het echter niet realistisch dat Westvoorne moet groeien naar 30% sociale woonvoorraad binnen 10 jaar. Dit zou een onnatuurlijke groei betekenen, die niet past bij Westvoorne. De heer Groenewegen is van mening dat er regelmatig moet worden gekeken of de woningbouw nog aansluit bij de behoefte. Het CDA vindt het dorpse en open groene karakter van Westvoorne van grote waarde, en zegt dat dit behouden moet blijven. Kwaliteit moet boven kwantiteit gaan en er moeten zoveel mogelijk inwoners betrokken worden bij dit volkshuisvestelijk kader.
De heer Groenewegen vindt vervolgens dat de provincie zich erg star opstelt en Westvoorne weinig medewerking krijgt om wat flexibeler om te mogen gaan met de dorpse contouren. Hij zegt dat het CDA overweegt om in de komende raad een motie in te dienen, om de opdracht van de provincie voor het bouwen van 910 woningen publiekelijk terug te geven. De heer Plantinga (GBW) zegt zich te kunnen vinden in de aangegeven kaders, maar wel van mening te zijn dat het dorpse karakter behouden dient te blijven. Er moet gekeken worden naar het gebied waarin gebouwd gaat worden en of dit passend is. De heer Plantinga zegt de schriftelijke bijdrage van de heer Meulmeester met zijn fractie te zullen bespreken. Vervolgens is ook GBW voorstander van nieuwe woonvormen, zoals een Knarrenhof en vraagt inzet om iets van de grond te krijgen. Mevrouw Roggeveen (PvdA) zegt het voorliggende stuk te zien als een aanvulling op de reeds bestaande bestemmingsplannen. De PvdA ondersteunt de opmerkingen van de heer Noordermeer over het belang van het dorpse karakter. Mevrouw Roggeveen zegt het erg belangrijk te vinden dat de bewoners
11
worden betrokken bij de bouwontwikkelingen, en vraagt of de burgerparticipatie ook in de bestemmingsplannen goed is opgenomen. Zij vraagt vervolgens of de maximale bebouwing per oppervlakte nog steeds geldt, omdat dit een voorwaarde is om niet te verdichten. Tenslotte vraagt zij de opmerkingen van de commissie te willen bekijken en het stuk aan te passen. De heer Mulder (D66) is van mening dat de communicatie zoals dat wordt omschreven eenzijdig is gericht op potentiële initiatiefnemers en particuliere ontwikkelaars. Hij vraagt hier ook andere belanghebbenden, zoals de bevolking van Westvoorne, aan toe te voegen. De heer Mulder vindt eveneens het dorpse karakter van Oostvoorne, Rockanje en Tinte erg belangrijk, en zegt dat dit behouden moet blijven. De fusie mag er niet voor zorgen dat het aanzicht van de kernen drastisch zal veranderen. Vervolgens vindt hij het schokkend dat duurzaamheid in het raadsvoorstel wordt afgedaan met een liggend streepje, zonder inhoud. Hij vindt dat de heer Noordermeer goede opmerkingen heeft gemaakt waar hij zich in kan vinden. D66 wil geen grote verdichting en is van mening dat er meer dan 10% groen en water moet worden gerealiseerd. Vervolgens vindt hij dat de grondgebonden verplichting van woningen in het centrum als eis moet worden opgenomen.
D66 vindt dat het voorliggende stuk nog lang niet beslisrijp is en verzoekt de wethouder dit terug te nemen, en dit opnieuw aan de commissie voor te leggen wanneer zaken een plaats hebben gekregen in de kadernotitie. De heer Meulmeester zegt blij te zijn met de reacties van de commissie. Wethouder De Graad zegt dat het natuurlijk de bedoeling is dat het dorpse karakter en het groen behouden blijven en groen toe te voegen in de nieuw te ontwikkelen leefomgeving. Hij zegt dat dit ook de uitgangspunten zijn van het college, en dit ook altijd de inzet zal zijn. Ten aanzien van de opmerking van de heer Noordermeer over niet grond gebonden woningen zegt de wethouder, dat meerlaagse bouw zodanig vorm zal worden gegeven dat het passend is in het dorpse karakter. De wethouder zegt dat de gemeente verplicht is om bij sloop te verdichten en er rekening mee wordt gehouden dit op een verantwoorde manier te doen met behoud van het dorpse karakter. Naar aanleiding van de opmerking van de heer Noordermeer over het missen van een ondergrens zegt de wethouder, dat hier nog aandacht aan wordt besteed. De wethouder zegt participatie met direct omwonenden te onderschrijven, maar is van mening dat dit geen plek hoeft te krijgen in dit stuk. E.e.a. zal ook vanuit de omgevingsvisies en Omgevingswet worden afgedwongen bij initiatiefnemers.
Wanneer de raad besluit om een initiatief verder te brengen, zal in een startnotitie het participatieproces worden omschreven. Op dit moment wordt er gewerkt aan de bijzondere woonvormen. Het is de bedoeling om ook het woonbedrijf hierin te laten participeren, zodat de bereikbaarheid van bijzondere woonvormen ook voor de huidige huurders mogelijk wordt gemaakt. Naar aanleiding van de oproep van het CDA en GBW om meer lef te tonen zegt de wethouder, dat er gekeken wordt naar de verschillende woonvormen en wanneer dit betekent dat we een beter aanbod kunnen doen naar onze inwoners, dit zeker mogelijk kan worden gemaakt. Ten aanzien van de sociale woningvoorraad van 30% zegt de wethouder, dat Westvoorne een achterstand heeft ten opzichte van de regiopartners waar het gaat om de balans tussen goedkope koop, sociale huur en overige woningbouwtypes. Hij zegt dat dit niet opgelost kan worden in 10 jaar. Naar aanleiding van de opmerking van de heer Groenewegen om richting de provincie een motie in te dienen zegt de wethouder, dat het een afweging van de raad is of een motie hiervoor het juiste instrument is. Naar aanleiding van de vraag van mevrouw Roggeveen over de maximale bebouwing per oppervlakte zegt de wethouder, dat er is geprobeerd om voor het buitengebied harmonisatie
12
toe te passen met Brielle voor wat betreft de omgevingsplannen. Brielle gaat uit van m2 en Westvoorne van m3. Er wordt geprobeerd hier op de juiste manier mee om te gaan. Naar aanleiding van de opmerking van de heer Noordermeer dat de tijd tot 2023 kort is, zegt de wethouder dat het goed is om nu alvast een start te maken. Het is aan de nieuwe raad om dit al of niet tot staand beleid te verklaren. De wethouder stelt gezien de inbreng van de commissie en het verzoek om aanvulling voor om het voorstel terug te nemen, en in een volgende commissie opnieuw te bespreken. De commissie kan zich er unaniem in vinden dat het stuk wordt teruggenomen, de inbreng nader wordt bekeken, en het stuk wordt aangevuld. Vervolgens kan het stuk opnieuw in de commissie worden besproken. De voorzitter vraagt, gezien het tijdstip, of de nog resterende agendapunten vanavond behandeld moeten worden of dat de commissie van mening is dat deze moeten worden doorgeschoven naar een ander moment. Wethouder De Graad zegt dat agendapunt 11: ‘Discussienota meergeneratiewoningen’ geen hoge urgentie heeft en ook op een ander moment kan worden besproken. Hij stelt voor dit punt te verplaatsen. De heer Van Vliet (IBW) stelt voor dit punt mee te nemen wanneer het punt over het volkshuisvestelijk kader opnieuw besproken wordt.
Wethouder De Graad zegt dat het de voorkeur heeft om apart over agendapunt 11 te spreken en dit daarna onderdeel kan worden van het volkshuisvestelijk kader. Besloten wordt om agendapunt 11: ‘Discussienota meergeneratiewoningen’ van de agenda af te voeren en in een volgende commissie te bespreken. Vervolgens wordt besloten de vergadering voort te zetten. 12. Zienswijze Algemene verordening en legesverordening Recreatieschap VoornePutten 2022. De heer Mulder zegt dat dit geen onderwerp is voor een zienswijzenprocedure en de raad hier eigenlijk niet over hoeft te besluiten. Zienswijzen staan alleen maar open voor begrotingen en begrotingswijzigingen. Vervolgens stoort het hem, dat in de brief wordt gesproken over een zienswijzentermijn van 6 weken, terwijl dit 12 weken moet zijn plus dat er een schriftelijke gemotiveerde reactie aan moet worden toegevoegd. Het stuk klopt dus wat dit betreft niet. De heer Mulder zegt zich vervolgens inhoudelijk te kunnen vinden in het voorstel. De heer Mentink (VVD) constateert dat het Recreatieschap met deze verordening het mensen bijna onmogelijk maakt om te recreëren. Wethouder De Graad zegt de opmerkingen van de heren Mulder en Mentink ter harte te nemen. Hij zegt de opmerking over de zienswijzentermijn, en het bijna onmogelijk is nog te recreëren aan te kaarten in het DB.
De commissie kan zich vinden in het voortel en stelt voor dit als hamerstuk in de raad te behandelen. 13.
Ontwikkeling en anterieure overeenkomst Molendijk 20 in Rockanje.
13
Wethouder De Graad geeft een korte toelichting. De heer Mulder zegt verrast te zijn dat dit niet eerder is bekeken. Hij vindt dat er goed moet worden onderzocht of er meer bedrijfswoningen worden bewoond, en vindt dat dit moet worden voorkomen. De heer Noordermeer (PW) zegt het een goede zaak te vinden dat dit in overeenstemming wordt gebracht met het gebruik. Wethouder De Graad zegt dat er met de herziening van de plannen voor het buitengebied goed naar wordt gekeken. Hij zegt dat dit wel een bijzonder geval is en dat er op toe wordt gezien dat dit soort situaties niet of minder vaak meer voor zullen komen door de procedures enigszins aan te scherpen. De commissie kan zich vinden in het voorstel en stelt voor dit als hamerstuk in de raad te behandelen. 14.
Punten voor een volgende vergadering.
Geen. 15.
Sluiting.
De voorzitter sluit de vergadering om 23.17 uur.
14