verslag cie GGM 03
Tekst van het document
Verslag van de openbare vergadering van de commissie GG & Milieu, gehouden op maandag 7 maart 2022 om 20.00 uur in het gemeentehuis van Rockanje. Aanwezig
: mevrouw R.M. Roggeveen en de heren N.A.M. Groenewegen, E.G. Mulder, D.D. van Orselen, G. Plantinga, T.I. Fransman, F. den Hoed, C. Sommeling, A. van Vliet en P. Kraaijenbrink.
Mede aanwezig
wethouders mevrouw L. van der Pol en de heer H. de Graad.
Voorzitter
: de heer J.W.J. Driesprong
Cie-griffier
: mevrouw S. van Leeuwen.
Notuliste
: mevrouw M. van Eijsden-Briggeman.
1.
Opening.
De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom. De voorzitter meldt dat wethouder De Graad later komt. 2.
Vaststelling agenda.
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 3.
Mededelingen.
Wethouder De Graad zegt dat er wordt gekeken om een deel van het vastgoed van Vestia in Brielle aan de portefeuille van het woonbedrijf toe te voegen. Hij zegt dat de raden van Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne hierover gelijktijdig zullen worden geïnformeerd. Er zal de komende tijd extra informatie worden gestuurd over de governance en een uitgebreide raadsinformatiebrief over de voortgang van het onderzoek Vestia-woonbedrijf. De mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen. 4.
Rondvraag.
De heer Sommeling (IBW) vraagt naar de stand van zaken aangaande de bouwplannen aan de Patrijzenlaan in Oostvoorne. Wethouder De Graad hoopt dat er dit jaar nog kan worden gestart met de bouw. Hij zegt dat er op dit moment een keuze wordt gemaakt voor een aannemer. Hij zegt te zullen kijken of hij via het woonbedrijf de commissie hierover nader kan informeren. 5.
Verslag gecombineerde commissievergadering van 7 februari 2022.
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
1
6.
Overzicht van toezeggingen.
Naar aanleiding van toezegging 05-2019: ‘extra taken van de DCMR’ merkt mevrouw Roggeveen (PvdA) op, dat deze toezegging van 2019 is en vraagt waarom deze nog op de lijst staat. Wethouder Van der Pol zegt dat het nog steeds niet is geregeld om de provinciegelden naar de gemeente over te brengen voor de uitvoer van de bodemtaken. Namens de gemeenten is hierover door de DCMR een brief gestuurd. Naar aanleiding van toezegging 21-2021: ‘aanleggen 5 G masten’ vraagt de heer Van Orselen (PVaZ) naar de stand van zaken. Wethouder Van der Pol zegt dat er nog niet overal dekking is. De commissie zal over dit punt op de hoogte worden gehouden. Naar aanleiding van toezegging 01-2022: ‘Fast Ferry verbinding Maasvlakte-Hoek van Holland’ vraagt de heer Van Orselen (PVaZ) naar de stand van zaken met betrekking tot de continuering van de veerverbinding. Wethouder De Graad zegt dat de wethouders van Rotterdam bezig zijn met een hernieuwde aanbesteding,. De insteek is dat het een recreatieve veerverbinding wordt met een sobere uitvoering. Het veer zal minder frequent gaan varen dan zijn voorganger. Rotterdam streeft ernaar de verbinding 1 mei 2022 operationeel te hebben. Het overzicht van toezeggingen wordt vervolgens voor kennisgeving aangenomen. 7.
Fasering binnen de windlocatie Noordzeeboulevard.
Wethouder v.d. Pol geeft een korte toelichting. Zij zegt dat er in het kader van de realisatie van de windlocatie een verzoek is gedaan om te faseren. Het voorliggende voorstel past in een breder kader van het procesvoorstel en hierin is ook het verloop van het traject afgesproken. Een aantal zaken zullen wel in een ander daglicht komen te staan ten aanzien van bijvoorbeeld participatie. De afspraken die zijn gemaakt over optimalisatie, zoals in het besluit staan opgenomen, moeten worden gelezen in het licht van de eerder gemaakte procesafspraken. De heer Groenewegen (CDA) zegt dat door de raad een voorkeur is uitgesproken voor de variant met windturbines in het westelijk deel van de windlocatie. Wanneer het noodzakelijk is dat ook het oostelijke deel wordt onderzocht heeft het CDA hier geen problemen mee. Het CDA is van mening, dat niet vooraf alles moet worden dichtgetimmerd. De heer Groenewegen zegt het wel verwarrend te vinden dat er nu over 12 MW in plaats van 9 MW wordt gesproken. Het CDA stelt voor dit te wijzigen in het realiseren van 9 MW aan windenergie op de windlocatie Noordzeeboulevard. De heer Mulder (D66) sluit zich aan bij de woorden van de heer Groenewegen. Vervolgens vraagt hij een nadere toelichting op het 2e deel van het besluit, waarin wordt aangegeven dat er wordt gestreefd naar optimalisatie van het westelijke deel van de windlocatie.
Hij vraagt wat dit precies betekent. De heer Plantinga (GBW) zegt dat de raad zich heeft uitgesproken om 9 MW aan windenergie te faciliteren, en dit ook in de RES 1.0 is vastgelegd.
2
De fractie van GBW zegt zich niet te kunnen vinden in de uitbreiding, een onderzoek naar de een hoger MW voor windturbines. Reden hiervan is o.a. het nog niet aanwezig zijn van een Europese MER, het vrijkomen van laagfrequent geluid, dat kan leiden tot gezondheidsproblemen. Slagschaduw van de windturbines, de windturbines die te dicht bij het Natura 2000 gebied komen te staan, en het toenemende geluid van de A15, dat samen met het geluid van de windturbines voor een stapeling van geluid zal zorgen. Vervolgens het mogelijk versterken van laag frequent geluid door de bouw van een verdeelstation op de Maasvlakte, en daarnaast het geluid dat vrijkomt door uitbreiding van installaties, zoals bijvoorbeeld HES, en bron- of nestgeluiden van schepen. De fractie van GBW vindt het voorliggende stuk nog niet rijp voor de raad. De heer Sommeling (IBW) zegt eveneens dat de raad een uitspraak heeft gedaan over het faciliteren van 9 MW aan windenergie. De fractie van IBW is tegen een uitbreiding naar 12 MW. Vervolgens vraagt hij wanneer het participatieplan wordt verwacht dat wordt opgesteld met de initiatiefnemers. Naar aanleiding van de reactie van de ontwikkelaars vraagt de heer Sommeling of de gemeente hierin nog wel iets te zeggen heeft. Mevrouw Roggeveen (PvdA) wil een gedegen transparant overzicht van de invloeden die ontstaan als gevolg van de plaatsing van de windmolens.
Aan beide zijden zijn natuurbelangen, maar ook toeristische belangen. De PvdA wil graag zien te voorkomen dat de provincie eventueel zelf een plek gaat aanwijzen. De PvdA is namelijk tegen windmolens in het landschap. Wanneer de PvdA de uitkomst van het onderzoek weet, en de burgerparticipatie plaatsgevonden heeft, kan zij verder praten over de invulling van de locatie. Tenslotte zegt mevrouw Roggeveen graag vast te willen houden aan de 9 MW. De heer Van Orselen (PVaZ) is van mening dat er steeds is gesproken over 9 MW vanuit het convenant en eventueel 1,8 MW vanuit de RES. Door de gemeente Westvoorne is in een motie vastgesteld, dat er alleen aan de westzijde van de Brielse Gatdam windturbines mogen komen. Vervolgens zegt hij dat de draagwaarde van geluid over water nog onderzocht dient te worden. Het voorstel zoals dat voorligt is akkoord voor de westzijde van de Brielse Gatdam om daar 9 MW te faciliteren, met een mogelijke aanvulling van 1,8 MW vanuit de RES opgave. De oostzijde staat niet ter discussie, omdat de raad heeft aangegeven aan deze zijde geen windturbines te willen faciliteren. Hij sluit zich vervolgens aan bij de heer Sommeling die zich afvraagt of de gemeente hier nog wel iets over te zeggen heeft, dit gezien de woorden van het waterschap.
Tenslotte vraagt de heer Van Orselen om het besluit aan te scherpen en een volledige MER op te nemen onder het besluit bij punt 1. Onder punt 2 van het besluit vraagt hij concreet te vermelden dat de opgave vanuit het convenant 9 MW is met een eventuele 1,8 MW vanuit de RES opgave. De heer Mentink (VVD) zegt eveneens van mening te zijn dat er alleen aan de westzijde van de Brielse Gatdam windturbines kunnen worden gefaciliteerd van 9 MW, met daarbij een eventuele 1,8 MW vanuit de RES opgave. Vervolgens vraagt hij wie ermee heeft ingestemd dat binnen de windlocatie wordt gekeken naar mogelijkheden, om optimalisatie naar uitbreiding van capaciteit hoogte of aantal windmolens. Hij is van mening dat de raad hiermee niet heeft ingestemd. De VVD is tegen windturbines in het oostelijke gedeelte, omdat dit ten koste gaat van een stuk recreatie. Het onderzoeken van de oostelijke locatie is zonde van de tijd en het geld. Waarom zou je dit gedeelte onderzoeken als je op voorhand weet dat de raad hier tegen is. Vervolgens merkt hij op, dat de nieuwe eisen voor windturbines medio 2023 worden gepubliceerd en er dus wordt onderzocht, terwijl niet bekend is of dit op de juiste manier gebeurt. De VVD zegt vervolgens niet te begrijpen waarom participatie niet mogelijk zou zijn, wanneer alleen het westelijke gedeelte wordt onderzocht.
3
Wethouder Van der Pol zegt ten aanzien van de optimalisatie dat er binnen het westelijke gedeelte 1 of 2 windturbines mogelijk zijn. De optimalisatie is afhankelijk van de techniek die wordt toegepast, en het gebruik van moderne windturbines. Vervolgens zegt de wethouder, dat de nieuwste molens ook steeds stiller worden met betrekking tot laag frequent geluid, en hier wellicht winst valt te behalen ten aanzien van de omgeving. Er zullen geen verschillende varianten worden onderzocht, want er is een beperking tot één variant van twee molens aan de westzijde, zoals door de raad is besloten. Er zal met iedereen in gesprek worden gebleven over het te lopen traject, maar de consequentie van de keuze, dat er maar één optie kan worden onderzocht is, dat er beperkte keuzemogelijkheden zijn voor de omgeving. De participatie gaat normaal over opstelvarianten, maar er is nu maar één opstelvariant (twee molens aan de westzijde), dus dat deel van de participatie vindt niet plaats in het proces. Wanneer het westelijke en het oostelijke deel als alternatief zou worden onderzocht, is er een keuzemogelijkheid, maar die is door de fasering niet meer aan de orde. De wethouder zegt dat de effecten van de windturbines (aan de westzijde) op het gehele gebied moeten worden bekeken.
Binnen het westelijke gedeelte zal worden gekeken wat er mogelijk is, en of er stillere windmolens kunnen worden toegepast. Het uitgangspunt zal de 9 MW zijn. De wethouder benadrukt, dat in het procesvoorstel is afgesproken dat alles wat er wordt gekozen wordt voorgelegd aan de raad. Vervolgens is er wel voorzien dat er een stilstandsvoorziening komt in de te ontwikkelen windlocatie. De wethouder zegt dat er nu voorbereidingen zijn met betrekking tot de participatiekaders, er worden gesprekken gevoerd met de ontwikkelaar, en met de stakeholders. In het voorjaar zal hierover meer bekend zijn. De heer Van Orselen (PVaZ) stelt voor om het besluit aan te passen met een MER op basis van één initiatiefnemer en concreet te vermelden dat de opgave aan de westzijde vanuit het convenant, 9 MW is met een eventuele 1,8 MW vanuit de RES opgave. De heer Mentink (VVD) zegt zich niet te kunnen vinden in het besluit zoals dat nu voorligt, omdat dit onduidelijk is. De VVD stelt voor dat de wethouder het stuk terugneemt, of dat de raad met een amendement op het huidige voorstel komt. Wethouder Van der Pol zegt het voorstel niet terug te willen nemen, maar dit in de raad te willen behandelen, omdat hier een planning aan verbonden is. Het besluit zou eventueel middels een amendement verduidelijkt kunnen worden.
Een andere mogelijkheid is om het besluit aan te passen naar aanleiding van de discussie van vanavond, zodat het voorstel op meer draagvlak kan rekenen. De heer Groenewegen (CDA) zegt naar aanleiding van de opmerking van de heer Van Orselen zich erin te kunnen vinden wanneer het besluit wordt aangescherpt. Hij stelt voor het onderzoek uit te voeren en dit verder af te wachten, en hierop niet te ver vooruit te lopen. De raad heeft altijd nog de bevoegdheid om hierover te beslissen. De heer Mulder (D66) stelt eveneens voor om de tekst van het besluit aan te scherpen, en zegt er verder vertrouwen in te hebben dat dit nog verder wordt uitgewerkt. De heer Plantinga (GBW) zegt zich niet te kunnen vinden in het voorstel, omdat er geen Europese MER is, dus geen toetsingskader en er dus geen onderzoek uitgevoerd kan worden. Het voorliggende stuk is niet rijp voor behandeling in de raad. Mevrouw Roggeveen (PvdA) kan zich vinden in het voorstel, en zegt zich erin te kunnen vinden als het besluit wordt aangescherpt.
4
De heer Sommeling (IBW) kan zich niet vinden in het voorstel, en is van mening dat het stuk niet rijp is voor behandeling in de raad. Wethouder Van der Pol benadrukt nogmaals dat alleen een variant aan de westzijde wordt beoordeeld, en zegt dat de gemeente niet verantwoordelijk is voor de MER, en dat in opdracht van beide ontwikkelaars het traject wordt ingegaan. De initiatiefnemers weten dat er geen draagkracht is voor het oostelijke deel. Zij zegt vervolgens, dat het altijd zo is dat naar de effecten van deze studie wordt gekeken, en dat er daarna getoetst wordt aan de normen die op dat moment gelden. Zij verwacht dat het onderzoek over 1 jaar gereed zal zijn. Vervolgens zegt zij te zullen kijken hoe het besluit kan worden aangepast ten aanzien van de optimalisering, die binnen het kader van de RES moet passen. Het gaat hier om de 1,8 MW die de raad mogelijk wil maken. Zij hoopt het besluit zo aan te kunnen passen dat dit op draagvlak kan rekenen bij de raad. Zij benadrukt het besluit niet langer uit te kunnen stellen, omdat hieraan een planning is verbonden. De voorzitter concludeert, dat het besluit wordt aangepast en dat de meerderheid van de commissie van mening is, dat het stuk aan de raad kan worden voorgelegd. 8.
Verkeersonderzoek Rockanje naar aanleiding van geluidsoverlast Strandweg.
De heren Mulder (D66), Plantinga (GBW) en Van Vliet (IBW) zeggen blij te zijn met het onderzoek, en hopen dat dit snel van start gaat. Mevrouw Roggeveen (PvdA) is eveneens blij met het onderzoek, en dat ook de piekmomenten worden onderzocht, en de bewoners worden betrokken. Zij pleit er vervolgens voor, dat als blijkt dat de wettelijke normen niet overschreden worden, er toch een advies wordt aangevraagd om maatregelen te nemen. De heer Van Orselen (PVaZ) vraagt hoe lang het duurt voordat het geluidsonderzoek is afgerond, omdat de beleving van de mensen anders is geworden. Door de corona wordt er meer thuisgewerkt, en wordt er ook wat vaker tussendoor naar buiten gegaan. Deze factoren spelen volgens hem mee. Vervolgens is hij van mening, dat ook de bosschage aan de Strandweg, de groenvoorziening, de verhoging van het talud etc. mede van invloed kunnen zijn, en dit ziet hij niet terugkomen in de visie of het onderzoek. De heer Van Orselen vraagt of er tussentijds niet een aantal voorzieningen kunnen worden aangebracht om de overlast van te snel rijdende auto’s te beperken. Mevrouw Roggeveen (PvdA) zegt er geen voorstander van te zijn om tussentijds maatregelen te nemen, omdat dan de geluidsmeting niet meer klopt. De heer Mulder (D66) stelt voor om zich te houden aan het onderzoek.
De heer Mulder vindt het tempo van belang, en hoopt dat er zo snel mogelijk met onderzoeksresultaten wordt gekomen. De heer Mentink (VVD) zegt dat in het voorstel staat aangegeven dat het onderzoek een tijd zal gaan duren, en dat in samenspraak met de bewoners de locaties en de perioden van meting wordt bepaald. De VVD is van mening, dat er over een langere periode moet worden gemeten en dat de wettelijke norm als ondergrens moet worden aangehouden. De VVD kan zich vinden in het voorstel.
5
De heer Mulder (D66) zegt dat er ook is gesproken over nieuwe technieken, zoals modellering en het dan sneller zou kunnen. De heer Groenewegen (CDA) kan zich vinden in het voorstel, en zegt dat het belangrijk is dat dit op een kwalitatief goede manier gebeurt. Het is van belang dat de bewoners goed bij het onderzoek en de oplossing worden betrokken. Wethouder De Graad zegt dat het de bedoeling is dat er op korte termijn kan worden gestart met het onderzoek, in samenspraak met de bewoners. Hij hoopt in oktober de resultaten van het onderzoek aan de bewoners en de commissie voor te kunnen leggen. Hij zegt dat het onderzoek ook in samenspraak met de DCMR zal worden uitgevoerd. Ten aanzien van de opmerking van de heer Van Orselen over de bosschage en de groenvoorziening aan de Strandweg zegt de wethouder, dat groen niet dempend is voor het geluid. Ten aanzien van tussentijdse maatregelen om de overlast van te snel rijdende auto’s te beperken zegt de wethouder, dat er een discussie is met een aantal bewoners over het type asfalt dat in het verleden is aangelegd. Hij zegt dat door de DCMR wordt aangegeven, dat het nog meer verbeteren van het asfalt niet zal leiden tot een vermindering van het aantal decibels. De wethouder zegt tenslotte de resultaten van het onderzoek af te willen wachten.
De heer Mulder (D66) vraagt de wethouder naar de richting van de maatregelen die zullen worden getroffen, omdat hij hoort dat er niets zal gebeuren met het groen en ook het asfalt geen succesfactor zal worden. De fractie van D66 kan zich vinden in het voorstel, en vraagt het onderzoek snel uit te voeren. Mevrouw Roggeveen (PvdA) en de heren Van Vliet (IBW) en Plantinga (GBW) kunnen zich vinden in het voorstel. De heer Van Orselen (PVaZ) zegt dat het goed is als het onderzoek gaat plaatsvinden, maar vraagt of de bewoners wel goed worden begrepen. Hij vraagt om tussentijds in gesprek te gaan met de bewoners om te kijken waar de quick wins zitten om het leefbaar te maken. De fractie van PVaZ kan zich vinden in het voorstel. De heer Mentink (VVD) kan zich vinden in het voorstel, en ziet graag de uitkomst van het onderzoek tegemoet. Hij vindt dat er tussentijds geen maatregelen moeten worden genomen. Wanneer dit wel wordt gedaan kunnen de metingen anders uitvallen. De heer Groenewegen (CDA) kan zich vinden in het voorstel, en stelt voor niet vooruit te lopen op de uitkomst van het onderzoek. Hij benadrukt vooral het onderzoek, de uitkomst en de mogelijke verbeteringen samen met de bewoners op te pakken. Wethouder De Graad zegt dat organisatie haar best doet om de bewoners te begrijpen, en dat er ook samengewerkt zal worden met de bewoners.
De wethouder zegt vervolgens nog niet te weten welke maatregelen er getroffen zullen worden, omdat eerst het onderzoek gedaan moet worden. De voorzitter concludeert, dat de commissie zich kan vinden in het voorstel. De fractie van D66 maakt een voorbehoud, omdat hij het jammer vindt dat er geen mogelijkheid wordt gezien om het onderzoek sneller te doen. 9.
Startnotitie Masterplan Rockanje.
Wethouder De Graad geeft een korte toelichting. Hij zegt dat wethouder v.d. Pol en hij de trekker zijn van dit project.
6
Hij geeft aan dat er een samenhang is met de verzanding van de kust, en dat dit parallel loopt. Wanneer er zicht is op een beleid betreffende de verzanding, zal het masterplan hierop worden afgestemd. Hoe e.e.a. vorm wordt gegeven zal met name door participatie met de raad, de inwoners en ondernemers tot stand moeten komen. Wethouder v.d. Pol zegt dat het Masterplan Rockanje raakvlakken heeft met de dorpsvisies en de ambitie van de raad om het Dorpsplein levendiger te maken. De heer Kraaijenbrink (GBW) vindt het een goede zaak dat er een Masterplan Rockanje wordt opgesteld. Hij is van mening, dat er veel energie gestopt zal moeten worden om mensen van het strand naar het Dorpsplein te krijgen. Op dit moment gaan mensen vanaf het strand direct naar huis, want op zondag is er niets te beleven in Rockanje, omdat alles dicht is. Volgens hem moet op zondag de winkels en horeca open zijn om gezelligheid te creëren, zodat mensen die van het strand komen niet gelijk huiswaarts keren. De heer Van Vliet (IBW) is van mening dat Rockanje een opknapbeurt verdient, en het plan prioriteit heeft. Hij zegt het jammer te vinden dat de woningen bij de Swinshoek onttrokken zijn uit de sociale sector, en vraagt waarom deze woningen nooit zijn gekocht door het woonbedrijf. Het blok aan de noordzijde van het Dorpsplein verdient wat IBW betreft prioriteit.
Vervolgens pleit hij er voor dat er weer een bus gaat rijden naar het strand. IBW vindt het jammer dat de school ‘de Zeewinde’ al weer te klein is als er woningen bijkomen. Hij vraagt na te denken om een eventuele nieuwe sportzaal in samenwerking met de voetbal te realiseren, en voor de uitbreiding van de school ‘de Zeewinde’ te kijken naar mogelijkheden bij de sportzaal de Merel. Mevrouw Roggeveen (PvdA) is blij dat er een Masterplan voor Rockanje centrum wordt opgesteld, en hoopt dat daarmee wordt bereikt dat de route van het strand naar het centrum aantrekkelijker wordt gemaakt en er een verbinding van het centrum naar Meertje de Waal mogelijk wordt. Zij is van mening, dat dit een kwalitatieve verbetering zou betekenen. Vervolgens vindt de PvdA het belangrijk dat de kruising Vlielander Heinlaan – Dorpsweg veiliger wordt gemaakt, en vraagt eenrichtingsverkeer aan de Dorpsweg te onderzoeken. Mevrouw Roggeveen zegt dat de PvdA de ontwikkeling van seniorenwoningen aan de Noordrand van Rockanje toejuicht. De PvdA vraagt er vervolgens voor te waken, dat er tijdens de burgerparticipatie geen verwachtingen worden gewekt bij burgers, die niet waargemaakt kunnen worden. Tenslotte sluit de PvdA zich aan bij de woorden van GBW inzake de opening van winkels en horeca op zondag.
De heer Van Orselen (PVaZ) is blij met de startnotitie en ziet veel terug van hetgeen in de commissie is besproken, en waar wensen over zijn uitgesproken. Hij is blij dat ook de dorpsvisies in de startnotitie terugkomen, en dat alles in een totaalplan kan worden gevat, en vraagt om alle elementen nog eens goed te bekijken. Hij is van mening dat het goed zou zijn om de ondernemers te faciliteren, zodat zij het Dorpsplein aantrekkelijk kunnen maken. De heer Den Hoed (VVD) zegt dat Rockanje het verdient om een upgrade te krijgen en uit te groeien tot een kwalitatief goede badplaats. Om dit te bereiken moet het Dorpsplein gezellig worden gemaakt met terrassen, meer horeca, mogelijk winkels en wellicht een 2e supermarkt, een verbinding van het strand naar het centrum en het mogelijk maken van een verbinding van het centrum naar Meertje de Waal. De VVD vindt het een goede zaak dat de dorpsvisie een stap verder wordt uitgewerkt, en vindt een goede samenwerking met bewoners, ondernemers en projectontwikkelaars van belang. Er dreigt echter een gevaar voor het voortbestaan van het badstrand, en daarom wil de VVD een initiatief starten dat de raad zich uitspreekt voor een badstrand. Het motto van de VVD is: ‘Stellendam eist een haven, Westvoorne eist een badstrand’.
7
Hij hoopt dat de raad met elkaar duidelijk uit wil spreken, dat Westvoorne een badstrand eist. Vervolgens adviseert de heer Den Hoed om het Masterplan op te delen in een aantal fasen, een actieprogramma voor de korte termijn, een uitwerking hoe de middellange termijn eruit gaat zien, en tenslotte een visie hoe de lange termijn eruit zou kunnen zien, met als uitgangspunt het badstrand. Deze laatste visie zou als onderlegger gehanteerd kunnen worden voor bijvoorbeeld particuliere initiatieven, van bijvoorbeeld projectontwikkelaars om deze optimaal te kunnen faciliteren. Tenslotte vraagt de VVD in overweging te nemen om de financiering uit het bestaande budget van het Dorpsplein te doen, zodat er meer geld overblijft van de € 100.000 voor de dorpsvisie. De heer Groenewegen (CDA) zegt de uitgangspunten zoals een vitaal en levendig Rockanje en de verbinding tussen het strand en het centrum te omarmen. Het CDA vraagt wel hoe het strand van Rockanje een plaats krijgt in dit plan, omdat nog niet duidelijk is hoe het badstrand zich zal ontwikkelen in de komende jaren. Het CDA is blij met de startnotitie en kijkt uit naar het Masterplan en kan zich vinden in het brede projectteam waarbij veel disciplines zijn betrokken. Het CDA vraagt de burgerparticipatie met de inwoners en de stakeholders een voorname plaats te geven.
Hij hoopt nog in deze raadsperiode een voorstel te kunnen behandelen. Tenslotte stelt het CDA voor het bedrag van € 55.000 uit de algemene reserve te halen, zodat de € 100.000 volledig beschikbaar blijft voor de dorpsvisie. De heer Mulder (D66) sluit zich aan bij de woorden van de VVD en het CDA ten aanzien van de financiering. Hij vraagt vervolgens hoe de eis voor het badstrand vorm zou moeten worden gegeven. Tenslotte vraagt hij aandacht voor het integrale productieplan, waarin alle activiteiten voor 2022 staan benoemd. Hij vraagt of er rekening is gehouden met dit Masterplan, gezien de beperkte capaciteit die er is voor de uitwerking. Wethouder Van der Pol zegt dat de ambitie die vanavond wordt uitgesproken goed aansluit bij die van het college. Zij benadrukt, dat het belangrijk is samenwerking te zoeken tussen enerzijds de ontwikkeling van de woonvoorraad, en de ontwikkeling van de openbare ruimte. Het is goed samenwerking te zoeken met ontwikkelaars, zodat er gekeken kan worden hoe zij kunnen bijdragen aan een mooie omgeving. De wethouder zegt vervolgens de ambitie van het badstrand te delen, en dit ook in te willen brengen in de visievorming. Zij zegt dat dit ook heel duidelijk aan de stakeholders is aangegeven. De wijze waarop dit zou moeten worden ingepast zal gezamenlijk moeten gebeuren. Hierover zal nog met de commissie worden gesproken.
Tenslotte zegt zij dat op basis van de Masterplan studies zal worden gekeken naar de fasering, en wat het beste is om eerst aan te pakken en het geld aan te besteden. Wethouder De Graad zegt ten aanzien van de financiering dat dit op verschillende manieren zou kunnen worden ingevuld. De wethouder zegt de gedane voorstellen hieromtrent in het college te zullen bespreken. Ten aanzien van de fasering en de kosten per fasering zegt de wethouder, dat de gemeente zal worden bijgestaan in kennis en proces door een stedenbouwkundig bureau. Hij zegt dat in het jaarplan al rekening is gehouden met de eerste stap, en zodra er een volgende stap wordt gezet in de fasering, zal bij de raad worden teruggekomen met voorstellen, en hieraan gekoppelde noodzakelijke middelen. De raad besluit op welke wijze dit gefinancierd gaat worden en wanneer deze middelen worden ingezet. Vervolgens zegt de wethouder naar aanleiding van de opmerking van de heer Van Vliet over de gemiste kans, dat de woningen op de locatie Swinshoek niet zijn aangekocht door het woonbedrijf vanwege de hoge aankoopprijs, dit was daarom niet rendabel voor het woonbedrijf. Hij zegt dat huidige eigenaar van de 28 woningen heeft aangegeven dat de
8
woningen worden opgeknapt, en in de sociale voorraad blijven. Vervolgens zegt hij dat er voor de Noordrand een plan ligt en dit in samenhang met het Masterplan wordt bezien. Er zal heel breed worden gekeken naar de mogelijkheden in het Masterplan. Ten aanzien van de opmerking van het CDA en de PvdA, dat de winkels en horeca ook op zondag open moeten zijn zegt de wethouder, dat ook wordt gekeken hoe er gezorgd kan worden hoe het gehele jaar, en zeker in het seizoen 7 dagen per week een aantrekkelijk aanbod kan worden gecreëerd voor de recreanten. De heren Kraaijenbrink (GBW) en Van Vliet (IBW) sluiten zich aan bij het voorstel om het bedrag van € 55.000 uit de algemene reserve te halen waardoor de € 100.000 beschikbaar blijft voor de dorpsvisie. De heer Van Vliet (IBW) vraagt of er ook naar vroegere plannen die zijn gemaakt kan worden gekeken, en deze in samenwerking met de bewoners kunnen worden betrokken bij het Masterplan. De heer Den Hoed (VVD) zegt ten aanzien van het badstrand dat de VVD van mening is, dat het kan helpen als de raad zich uitspreekt dat hij het badstrand eist. Hij zegt vervolgens dat er een goede morfologische oplossing ligt, waarin een compromis wordt geschetst, die het behoud van het badstrand mogelijk zou kunnen maken. De fractie van de VVD kan zich vervolgens vinden in het voorstel. De heer Van Orselen (PVaZ) kan zich vinden in het voorstel.
De heer Mulder (D66) wil graag tussentijds geïnformeerd worden over de voortgang van de fasen 1, 2 en 3. Vervolgens benadrukt de heer Mulder, dat wanneer in het najaar bekend is wat de benodigde capaciteit moet zijn voor de uitwerking van het Masterplan, hij er belang aan hecht dat de projecten die reeds zijn opgenomen wel moeten worden uitgevoerd, en niet aan de kant moeten worden geschoven voor het Masterplan. Tenslotte zegt de heer Mulder dat het badstrand natuurlijk de insteek is, maar er ook andere partijen (stakeholders) zijn die hun aandeel hebben, en hij denkt dat wanneer er geëist gaat worden dat het badstrand er moet komen, dit ingewikkeld gaat worden. Hij is van mening dat er ook belanghebbenden zijn die wat anders willen, en deze niet voor het hoofd gestoten moeten worden in deze fase. De heer Mulder denkt dat het badstrand vanzelfsprekend is, en dit hoeft te worden geëist. De heer Den Hoed (VVD) zegt het logisch te vinden dat Stellendam eist dat de haven blijft bestaan, en de belangen voor Westvoorne even groot zijn ten aanzien van het badstrand. Hij zegt niet van mening te zijn dat de wethouder dit moet eisen, maar dat de raad zich hierover eenduidig uitspreekt.
Wethouder De Graad zegt ten aanzien van de benodigde capaciteit voor de uitwerking van het Masterplan, dat er extra capaciteit wordt ingehuurd en dat hiervoor meer ruimte is gecreëerd om dit een goede start te geven. Vervolgens zegt hij ten aanzien van de fasering, dat de raad over iedere fase wordt geïnformeerd, en dit in het Masterplan zit verweven. Wethouder Van der Pol zegt tenslotte naar aanleiding van de opmerking van de heer Van Vliet over vroegere stukken, dat zal worden gekeken in hoeverre dit nog van toepassing is. Ten aanzien van de opmerking van de heer Den Hoed over het badstrand zegt de wethouder, dat de commissie in de volgende fase kan spreken over de visie, waarin ambities zijn vastgelegd en het badstrand een plek zal krijgen.
9
De voorzitter concludeert, dat de commissie zich kan vinden in een startnotitie Masterplan Rockanje. 10. Ontwikkeling en planschadeovereenkomst natuurontwikkeling ten zuiden van de Vleerdamsedijk in Rockanje. De heer Sommeling (IBW) vraagt of het voor de eigenaar mogelijk is om een landgoedstatus aan te vragen om de toegankelijkheid te beperken. Wethouder De Graad zegt dat de intentie is om het openbaar toegankelijk maken. Gezien het volume van de oppervlakte is het mogelijk uitgesloten om de toegankelijkheid te beperken. De wethouder zegt dit nog na te zullen gaan. Mevrouw Roggeveen (PvdA) zegt schriftelijke vragen te hebben gesteld over een mogelijke verbinding via een fietspad, maar hierop nog geen antwoord te hebben ontvangen. Wethouder De Graad zegt vooralsnog terughoudend te zijn over een fietspad in het gebied, omdat hierbij de provinciale weg moet worden overgestoken. De voorzitter concludeert, dat de commissie zich kan vinden in het voorstel. 11.
Herontwikkeling Stationsweg 45 in Oostvoorne (locatie Rabobank).
De heer Van Orselen (PVaZ) vraagt of hier ook sprake is van een zelfbewoningsplicht. Wethouder De Graad zegt dit na te gaan en de commissie hierover te informeren. De voorzitter concludeert, dat de commissie zich kan vinden in het voorstel. 12.
Punten voor een volgende vergadering.
Geen. 13.
Sluiting.
De voorzitter sluit de vergadering om 22.15 uur.
10