Bijlage 3 - SWOT-analyse Platform31
Tekst van het document
SWOT-analyse gemeente Voorne
Koos van Dijken en Sezgin Yilgin
2
Uitgave Platform31 Den Haag, 19 maart 2021
Auteurs: Koos van Dijken en Sezgin Yilgin Redactie: Platform31 Platform31 Kennis- en netwerkorganisatie Platform31 ziet de trends in stad en regio. We verbinden beleid, praktijk en wetenschap rondom actuele vraagstukken en komen tot een aanpak waarmee bestuurders, beleidsmakers en uitvoerders direct aan de slag kunnen. De oplossingen houden we niet voor onszelf: iedereen profiteert mee van de resultaten. Postbus 30833, 2500 GV Den Haag www.platform31.nl Hoewel grote zorgvuldigheid is betracht bij het samenstellen van dit rapport, aanvaarden Platform31 en de betrokkenen geen enkele aansprakelijkheid uit welke hoofde dan ook voor het gebruik van de in deze publicatie vermelde gegevens. Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt mits de bron wordt vermeld.
SWOT-analyse gemeente Voorne
Inhoudsopgave 1 Inleiding
5
1.1 Aanleiding en doel van de SWOT-analyse
5
1.2 Aanpak SWOT-analyse
5
1.3 Leeswijzer
7
2 Demografische trends en ontwikkelingen
8
2.1 Inleiding
8
2.2 Trends en ontwikkelingen
8
2.3 Kenmerken van gemeente Voorne
10
2.4 Opgaven
14
3 Economisch trends en ontwikkelingen
16
3.1 Inleiding
16
3.2 Trends en ontwikkelingen
16
3.3 Kenmerken van gemeente Voorne
18
3.4 Opgaven
30
4 Sociale trends en ontwikkelingen
35
4.1 Inleiding
35
4.2 Trends en ontwikkelingen
35
4.3 Kenmerken van gemeente Voorne
36
4.4 Opgaven
49
5 Ruimtelijke trends en ontwikkelingen
56
5.1 Inleiding
56
5.2 Trends en ontwikkelingen
56
5.3 Kenmerken van gemeente Voorne
58
5.4 Opgaven
67
6 Trends en ontwikkelingen m.b.t. de duurzaamheidstransitie
71
6.1 Inleiding
71
6.2 Trends en ontwikkelingen
71
6.3 Kenmerken van gemeente Voorne
73
6.4 Opgaven
76
7 Bestuurlijke trends en ontwikkelingen
3
80
7.1 Inleiding
80
7.2 Trends en ontwikkelingen
80
7.3 Kenmerken van gemeente Voorne
82
7.4 Opgaven
85
SWOT-analyse gemeente Voorne
8 SWOT-analyse
91
8.1 Inleiding
91
8.2 Sterktes
91
8.3 Zwaktes
91
8.4 Kansen
92
8.5 Bedreigingen
92
9 Keuze in centrale maatschappelijke opgaven
93
9.1 Inleiding
93
9.2 Stel het landschap centraal
94
9.3 Verder versterken en variëren van de woon-, leef- en werkmilieus
94
9.4 Vang de verwachte krimp van de potentiële beroepsbevolking op
95
9.5 Stimuleer en bevorder het ondernemerschap in Voorne maximaal
95
9.6 Pak de vier duurzaamheidsopgaven in samenhang op
95
9.7 Epiloog
96
4
SWOT-analyse gemeente Voorne
1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel van de SWOT-analyse Op 15 april 2020 spraken de drie gemeenteraden van Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne zich unaniem uit voor een bestuurlijke herindeling. De colleges van B&W kregen de opdracht de voorbereidingen voor een fusie tussen de drie gemeenten in gang te zetten. Bij de voorbereidingen horen de uitwerking van een strategische visie met scenario’s voor de nieuwe gemeente Voorne aan Zee die, in een communicatie- en participatietraject, alle betrokkenen (burgers, ondernemers, maatschappelijke organisaties, bestuurders en ambtenaren van de drie gemeenten) stimuleren om mee te denken over de maatschappelijke en bestuurlijke opgaven. Wat voor nieuwe gemeente willen we zijn? Hoe willen wij onze inwoners en ondernemers bedienen? Waarin kunnen en willen wij ons onderscheiden? Hoe gaan wij met andere overheden samenwerken? Wat betekenen onze ambities en keuzes voor de bestuurscultuur en gemeentelijke organisatie? Als één van de ingrediënten om te komen tot een mogelijke identiteit van de nieuwe gemeenten en om zicht te hebben op de kansen en bedreigingen waarop idealiter ingespeeld gaat worden, is een analyse nodig van de sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen van en voor de nieuwe gemeente Voorne. Op deze wijze is duidelijk welke trends, ontwikkelingen en opgaven op de gemeente afkomen.
Trends en ontwikkelingen waarmee men geconfronteerd wordt en die men niet kan negeren. De sterktes en zwaktes helpen bij het beantwoorden van de vraag wat de kernwaarden en kernkwaliteiten van Voorne zijn. Platform31 is gevraagd om de SWOT-analyse uit te voeren. Onderhavig rapport rapporteert over 5
de analyse.
1.2 Aanpak SWOT-analyse Platform31 heeft uitgebreide ervaring met trendstudies voor steden, gemeenten en regio’s. Eind april 2017 heeft Platform31 een trendstudie afgerond voor de G40-steden.1 In acht thematische hoofdstukken (demografie, economie, sociaal, technologie, veiligheid, ruimte/wonen, duurzaamheid en bestuur) zijn de belangrijkste trends en opgaven voor de steden en gemeenten beschreven. In deze acht hoofdstukken zijn de trends geschetst die op de steden en gemeenten afkomen en de vele opgaven en opties waar de politici over kunnen nadenken en keuzes in kunnen maken. De trendstudie is gebruikt door lokale politieke partijen bij het nadenken over hun verkiezingsprogramma’s. Verder is de trendstudie opgenomen in vele overdrachts- en informatiedossiers rond de vorige gemeenteraadsverkiezingen. Sinds juni 2017 is Platform31 bezig geweest met het verbijzonderen en verdiepen van de trendstudie voor dertig afzonderlijke steden, gemeenten en provincies. Dit zijn documenten die steden en gemeenten gebruiken in de overdrachtsdossiers om te komen tot nieuwe college- en bestuursakkoorden en bij het uitwerken van hun uitvoeringsprogramma’s. Soms is de maatwerktrendstudie ingebed in een ambitie om meer opgavegericht te gaan werken (wat zijn onze grote opgaven voor het komende decennium gezien de trends, ontwikkelingen, opgaven en onze specifieke kenmerken en positie?).
Soms heeft het als opmaat of eerste stap gediend op weg naar de Omgevingsvisie.
_________ 1
Koos van Dijken (red.), Vergaand veranderen, slim verschillen, duurzaam verbinden. Stedelijke trends en opgaven voor 2018 e.v.’, Platform31, Den Haag, april 2017.
SWOT-analyse gemeente Voorne
Platform31 maakt in de SWOT-analyse gebruik van deze achtergrond in het verrichten van trendstudies. Dit algemene overzicht van relevante trends, ontwikkelingen en opgaven is aangevuld met informatie uit vele beleidsdocumenten die van Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne zijn ontvangen. Wij hebben ook de nieuwe gemeente Voorne statistisch alvast gemaakt en vergeleken met een aantal benchmarkgemeenten.2 Bij de selectie van de benchmarkgemeenten hebben wij niet alleen gekeken naar vergelijkbare gemeenten met een zelfde omvang in aantal bewoners.3 Wij hebben als benchmarkgemeenten de fusiegemeenten, vooral in het Westen van het land, geselecteerd uit de afgelopen tien jaar. Daarbinnen zijn de fusiegemeenten gekozen die ‘weinig stedelijk’ (500-1.000 adressen per km2) of ‘matig stedelijk’ (1.000-1.500 adressen per km2) zijn.4 Dit zijn de fusiegemeenten die het beste zijn te vergelijken met de beoogde nieuwe gemeente Voorne (bijna 1.000 adressen per km2; statistisch dus tegen ‘matig stedelijk’ aan). Zo komen wij tot de volgende benchmarkgemeenten voor Voorne: −
Altena,
−
Goeree-Overflakkee,
−
Hoeksche Waard,
−
Krimpenerwaard,
−
Lansingerland,
−
Stichtse Vecht,
−
Súdwest-Fryslân,
−
Vijfheerenlanden,
−
Zuidplas.
Het is gezien de ligging van Voorne logisch om Nissewaard ook mee te nemen in de benchmark, al is 6
Nissewaard ‘sterk stedelijk’. Immers de visie van de besturen in hun verkenning van de bestuurlijke toekomst is dat met de fusiegemeente Voorne er twee sterke, gelijkwaardige gemeenten komen op Voorne-Putten (Voorne aan Zee en Nissewaard). In de vergelijkende grafieken worden Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne ook afzonderlijk opgenomen. Afhankelijk van de bron voegen wij aan de vergelijking de COROP-regio Groot-Rijnmond, Rotterdam, Den Haag, de gemiddelde score van alle gemeenten met tussen de 50.000 en 100.000 inwoners en Nederland toe. Dit maakt het mogelijk om de complementariteit tussen Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne te zien en de complementariteit binnen de nieuwe gemeente Voorne. Ook is duidelijk waarin de nieuwe gemeente Voorne zal verschillen van vergelijkbare gemeenten, van Nissewaard en de omgeving (Rotterdam, Den Haag, Nederland). In de SWOT-analyse wordt niet expliciet ingegaan op de coronacrisis en op de effecten van de crisismaatregelen. In de analyse gaat Platfom31 er als het ware van uit dat de crisis relatief snel voorbij is en dat we een kortdurende recessie hebben en dan weer relatief snel terugkomen op het structurele
_________ 2
De nieuwe gemeente Voorne is door Platform31 berekend door de indicatoren van de afzonderlijke gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne gewogen te middelen. De gemiddelde woningwaarde in de nieuwe gemeente Voorne is vastgesteld door de afzonderlijke gemiddelde woningwaarde van de drie gemeenten te wegen met het aantal woningen in respectievelijk Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne. Het aantal vestigingen per 1.000 inwoners van 15 tot 75 jaar in de nieuwe gemeente Voorne is berekend door de het aantal vestigingen per 1.000 inwoners in respectievelijk Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne te wegen met het aantal inwoners in de leeftijdsgroep 15 tot 75 jaar in elke gemeente. Et cetera, et cetera.
3
In de herindelingsscan van de provincie is voor de analyse van de bestuurskosten gekeken naar de gemeente met ongeveer hetzelfde aantal inwoners als de beoogde nieuwe gemeente Voorne (rond 71.882 inwoners: Assen, Velsen, Vlaardingen, Almelo, Hoorn, Gouda en Leidschendam-Voorburg). Dit is een adequate aanpak voor de analyse van de bestuurskosten maar is minder geschikt voor de brede SWOT-analyse. R. Mukhlis, C. Badoux, R. van Groeningen en A. van den Berg, Herindelingsscan Gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne, Provincie Zuid-Holland, Den Haag, oktober 2020, blz. 19.
4
Daarmee vielen de fusiegemeenten die ‘niet stedelijk’ zijn af: Hollands Kroon, Molenlanden en West-Betuwe.
SWOT-analyse gemeente Voorne
ontwikkelingspad van vóór de crisis. Maar het kan natuurlijk heel anders lopen. 5 Wel wordt af en toe aangegeven welke tendensen door de coronacrisis worden versterkt en welke opgaven nog pregnanter worden.
1.3 Leeswijzer In zes hoofdstukken worden achtereenvolgens de demografische trends en ontwikkelingen (hoofdstuk 2), de economische trends en ontwikkelingen (hoofdstuk 3), de sociale trends en ontwikkelingen (hoofdstuk 4), de ruimtelijke trends en ontwikkelingen (inclusief de trends in wonen) (hoofdstuk 5), de trends en ontwikkelingen met betrekking tot de duurzaamheidstransitie (hoofdstuk 6) en de bestuurlijke trends en ontwikkelingen (hoofdstuk 7) besproken. Elk hoofdstuk bestaat uit een beschrijving van de trends en ontwikkelingen. Trends die op de nieuwe gemeente afkomen en waartoe men zich moet zien te verhouden. Verder wordt in elk hoofdstuk ingegaan op kenmerken van de afzonderlijke gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne en de nieuwe gemeente Voorne. Hierbij worden de afzonderlijke gemeenten en de nieuwe gemeente Voorne ook vergeleken met de benchmarkgemeenten. Uit de trends, ontwikkelingen en kenmerken van de nieuwe gemeente vloeit een aantal opgaven, kansen, bedreigingen, denkrichtingen en mogelijke keuzes voort. De opgaven, bedreigingen en denkrichtingen kunnen een gevoel van urgentie oproepen en aanzetten tot een uitdagend toekomstbeeld. Daarom schetst Platform31 in elk hoofdstuk een breed pallet aan opgaven e.d. waaruit men kan kiezen om in te spelen op de trends, ontwikkelingen en kenmerken van de nieuwe gemeente.
In hoofdstuk 8 wordt een samenvatting gegeven van de sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen van de nieuwe gemeente Voorne aan Zee. Deze samenvatting vloeit voort uit de voorafgaande hoofdstukken en is een selecte keuze uit de vele overzichten van sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen waarover de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne op allerlei beleidsterreinen en visiedocumenten
7
reeds beschikken. De colleges van Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne hebben Platform31 uitgenodigd om − als samenvatting − een keuze te maken uit de vele belangrijke maatschappelijke opgaven waar de nieuwe gemeente Voorne aan Zee zich met prioriteit op zou kunnen richten. Platform31 heeft in hoofdstuk 9 deze uitdaging opgepakt en vijf belangrijke maatschappelijke opgaven voor de nieuwe gemeente geselecteerd. Uiteraard moeten de colleges en raden van de huidige gemeenten en van de nieuwe gemeente Voorne aan Zee deze keuzes maken. Maar Platform31 hoopt dat haar keuze de besturen stimuleert om óók scherp te kiezen.
_________ 5
Koos van Dijken, Razia Ghauharali en Simone ’t Hooft, De coronacrisis en de stad. Een verkenning van scenario’s, effecten en handelingsperspectieven voor gemeenten, Platform31, Den Haag, juni 2020.
SWOT-analyse gemeente Voorne
2 Demografische trends en ontwikkelingen 2.1 Inleiding Er is een aantal duidelijke demografische trends en ontwikkelingen waarmee de nieuwe gemeente wordt geconfronteerd en waarop men moet inspelen (par. 2.2). Op basis van de trends en ontwikkelingen (par. 2.2.) en de kenmerken van de nieuwe gemeenten (par. 2.3) wordt in paragraaf 2.4 een aantal opgaven, keuzes en denkrichtingen geschetst waar men op weg naar de vorming van de nieuwe gemeente over na kan denken.
2.2 Trends en ontwikkelingen De buitenlandse migratie de belangrijkste verklaring voor de groei van de Nederlandse bevolking De bevolkingsprognoses moeten voortdurend aangepast worden aan de veranderende werkelijkheid van vooral de buitenlandse migratie (aantallen, herkomstlanden, migratiemotief, retourmigratie). In de meeste prognoses wordt tot nu toe uitgegaan van een lange termijn migratiesaldo van tussen de 15.000 en 25.000 buitenlandse migranten (kenniswerkers, studenten, arbeidsmigranten, asielmigranten). Voor de meeste recente periode (2010 tot 2018) is het gemiddelde migratiesaldo per jaar: 43.375 personen. 8
De meest recente prognose van het CBS, die loopt tot 2060, gaat nu uit van een jaarlijks positief saldo van 31.000 per jaar. Dit kan voor de toekomst nog een onderschatting zijn als het patroon van 2019 met een saldo van 80.000 buitenlandse migranten doorzet. De zeven recente bevolkingsvarianten van NIDI en CBS gaan er van uit dat de bevolking in Nederland kan variëren van 17,1 miljoen inwoners tot 21,8 miljoen inwoners. Afhankelijk van het kindertal (laag of hoog), levensverwachting (laag of hoog) en buitenlandse migratiesaldo (laag of hoog).6 De coronacrisis en de naweeën van de coronacrisis kunnen deze bevolkingsprognoses aanzienlijk gaan beïnvloeden. Voor de regionale woningbouwafspraken en de deelplannen in de gemeente Voorne (vooral voor de kern Hellevoetsluis) is het van belang de ontwikkeling van het saldo van de buitenlandse migratie goed te blijven volgen. Valt deze motor van de bevolkingsgroei in belangrijke mate weg dan kunnen plannen té ambitieus blijken.
De ontwikkeling van binnenlandse vestiging en vertrek wordt bepaald door een combinatie van factoren, zoals de bestaande demografische structuur, de economische ontwikkeling, de beschikbare voorzieningen, culturele factoren, de beschikbaarheid van woningen en de veranderingen in woonvoorkeuren.7 De krimp van de potentiële beroepsbevolking een geheel nieuw fenomeen De komende dertig jaar krimpt de potentiële beroepsbevolking in Nederland (gedefinieerd als de leeftijdsgroep van 15 tot 75 jaar) met 504.000 arbeidskrachten. Deze krimp van de potentiële beroepsbevolking is een nieuwe ontwikkeling. De krimpende beroepsbevolking bedreigt de economische ontwikkeling in gemeenten, steden en regio’s. Het prikkelt ondernemers om over te gaan op automatiseren, het verplaatsen van werk naar het buitenland of het inzetten van buitenlandse
_________ 6
NIDI en CBS, Bevolking 2050 in beeld. Drukker, diverser en dubbelgrijs. Deelrapport Verkenning Bevolking 2050, Den Haag, 7 juli 2020.
7
Centraal Bureau voor de Statistiek, Statline; Niels Kooiman, e.a., Regionale bevolkings- en huishoudensprognose 2016-2040: sterke regionale verschillen, CBS/PBL 2016|08, Den Haag/Heerlen/Bonaire, 2016, blz. 7.
SWOT-analyse gemeente Voorne
arbeidskrachten. Het zet ook de kwaliteit van de publieke dienstverlening onder druk, waaronder zorg, onderwijs en politie. Op langere termijn zijn de kwantiteit en kwaliteit van de beroepsbevolking een belangrijke bron van economische groei. Vele gemeenten, waaronder Voorne, gaan deze bron naar verwachting ontberen. Voor Voorne aan Zee is de verwachte afname van de potentiële beroepsbevolking een grote bedreiging. Wie in de toekomst de mensen heeft de bedrijvigheid (“werken volgt wonen”). In de Verkenning Middellange Termijn van het Centraal Planbureau wordt indringend beschreven wat hiervan op korte termijn in de volgende kabinetsperiode reeds de gevolgen zijn.8 Al in de volgende regeerperiode daalt de bevolking van 15 tot 75 jaar voor het eerst sinds decennia. Dankzij een groeiende arbeidsparticipatie neemt het arbeidsaanbod nog wel iets toe met zo’n 135.000 mensen. Als gevolg van de toenemende zorguitgaven zijn er aan het einde van de volgende kabinetsperiode echter evenveel mensen méér nodig in de zorg. De SER liet recentelijk zien dat er in 2022 naar verwachting al 80.000 zorgmedewerkers te weinig zullen zijn. Er werken nu 1,4 miljoen mensen in de zorg.
In 2040 zijn er meer dan twee miljoen medewerkers nodig.9 De afname van de beroepsbevolking, de geringe toename van het arbeidsaanbod en de sterke toename van de werkgelegenheid in de zorg betekent dat er − bij ongewijzigd beleid − géén extra arbeidskrachten beschikbaar zijn in andere publieke sectoren (onderwijs, politie, gemeenten e.d.) én in de marktsector. Door het vertrek van arbeidsmigranten tijdens de coronacrisis kan dit beeld van onvoldoende arbeidsaanbod nog indringender worden. Vergrijzing met verschillende gradaties een kenmerk in alle gemeenten De bevolking van Nederland is geleidelijk aan het vergrijzen. Vergrijzing houdt in dat het aandeel ouderen in de totale bevolking toeneemt. In de twintigste eeuw is het aantal 65-plussers in Nederland meer dan vertienvoudigd: van 0,3 miljoen in 1900 tot 3,4 miljoen in 2020. Daarmee nam het aandeel 65-plussers in de totale bevolking toe van 6 procent naar bijna 20 procent. Daarnaast is sprake van
9
'dubbele vergrijzing'. Dit houdt in dat binnen de groep 65-plussers het deel 80-plussers toeneemt. Op 1 januari 2020 waren er 822.000 mensen van 80 jaar en ouder, wat neerkomt op 4,7% van de bevolking. Van de 65-plussers was 24 procent ouder dan 80 jaar. Deze ontwikkeling gaat door. De komende dertig jaar neemt de bevolking in Nederland naar verwachting toe met 1.149.000 inwoners. De verwachte toename van het aantal 65-plussers (1.379.100) en van het aantal 80-plussers (1.163.200) in deze periode is groter dan de verwachte toename van de totale bevolking. De verwachte groei van de totale bevolking de komende dertig jaar is 6,6 procent, van het aantal 65-plussers 40,7 procent en van het aantal 80-plussers 141,6 procent. Kortom, een sterke voorzetting van de dubbele vergrijzing. Afhankelijk van de huidige bevolkingsopbouw, de verwachte instroom van nieuwe inwoners en het verwachte vertrek van inwoners naar andere gemeenten per leeftijdsgroep zijn er belangrijke verschillen tussen de gemeenten in de mate waarin zij dubbel vergrijzen. Zo neemt in Almere het aantal 80-plussers de komende dertig jaar naar verwachting toe met 349 procent (2½ maal groter dan de nationaal verwachte toename) en in Zeeuws-Vlaanderen met 75 procent (de helft van de nationaal verwachte toename).10
_________ 8
Centraal Planbureau, Verkenning Middellangetermijn 2022-2025, CPB Raming, november 2019.
9
Sociaal-Economische Raad (SER), Zorg voor de toekomst. Over de toekomstbestendigheid van de zorg, Verkenning 20/02, Den Haag, juni 2020.
10
Centraal Bureau voor de Statistiek – Statline (Bevolking op 1 januari en Regionale prognose 2020-2050).
SWOT-analyse gemeente Voorne
Veranderende huishoudenssamenstelling Momenteel bestaat het aantal huishoudens voor 54 procent uit paarhuishoudens, voor 39 procent uit eenpersoonshuishoudens en voor 7 procent uit eenouderhuishoudens. Deze verhouding gaat aanzienlijk veranderen. In de huishoudensprognose voor de komende dertig jaar neemt naar verwachting het aantal huishoudens met 770.000 huishoudens toe; een toename van 9,6 procent. Het aantal paarhuishoudens neemt naar verwachting de komende dertig jaar met slechts 19.300 huishoudens toe; een toename van ½ procent. Terwijl de verwachte toename van het aantal huishoudens bijna volledig voor rekening komt van het aantal eenpersoonshuishoudens. Een verwachte toename met 674.500 eenpersoonshuishoudens de komende dertig jaar; oftewel een toename van bijna 22 procent.11 Ook in de verwachte verandering van het aantal en type huishoudens zijn er belangrijke verschillen tussen de gemeenten. Er zijn gemeenten waar het aantal paarhuishoudens nog sterk toeneemt en gemeenten waar het aantal paarhuishoudens afneemt. Ook in de verwachte toename van het aantal eenpersoonshuishoudens zijn er belangrijke verschillen tussen de gemeenten. Voor de toekomst is van belang dat het bouwen van nieuwe huizen minder belangrijk wordt om nieuwe inwoners aan te trekken.
Op termijn wordt veel belangrijker voor de bevolkingsontwikkeling om de woningen die vrijkomen, als de langstlevende partner van de sterk vergrijzende bevolking overlijdt, weer bezet te krijgen
2.3 Kenmerken van gemeente Voorne In de recente prognoses van het Centraal Bureau voor de Statistiek neemt de bevolking van de nieuwe 10
gemeente Voorne met zo’n 5.000 personen toe de komende dertig jaar; een verwachte groei van 7,1 procent (figuur 2.1). Alle bevolkingsprognoses zijn natuurlijk met een grote mate van onzekerheid omgeven. Deze onzekerheid komt vooral door de onzekerheid van de buitenlandse migratie en de omvang van de binnenlandse migratie (positief of negatief). Blijven de drie gemeenten van Voorne interessant voor mensen die een betere woon- en leefomgeving zoeken en zijn zij bereid om te verhuizen naar Voorne? Het saldo van de binnenlandse migratie is een duidelijke indicator voor de aantrekkingskracht van de gemeente. Als er zich meer mensen vanuit andere gemeenten vestigen in de nieuwe gemeente dan er inwoners verhuizen naar andere gemeenten dan is de nieuwe gemeente klaarblijkelijk voldoende aantrekkelijk.
_________ 11
Centraal Bureau voor Statistiek – Statline (Regionale prognose 2020-2050).
SWOT-analyse gemeente Voorne
Figuur 2.1: Prognose ontwikkeling bevolking Voorne en vergelijkbare gemeenten 2020-2050
Bron: Platform31 op basis van meest recente prognose van CBS/PBL (Statline)
De bevolkingsontwikkeling wordt verklaard door de natuurlijke aanwas (aantal levend geboren kinderen minus het aantal overledenen), het saldo van de binnenlandse migratie (vestigers vanuit andere gemeenten minus de inwoners die verhuizen naar andere gemeenten) en het saldo van de buitenlandse migratie (immigratie minus emigratie). In de periode 2000 tot en met 2019 wordt de
11
bevolkingsontwikkeling in Brielle voor 8 procent verklaard door een positieve natuurlijke aanwas, voor 70 procent door het saldo van de binnenlandse migratie en voor 22 procent door het saldo van de buitenlandse migratie (tabel 2.1). In deze periode is voor Hellevoetsluis het saldo van de binnenlandse migratie negatief. Dit kan erop duiden dat in deze periode de woon- werk- en leefomgeving in Hellevoetsluis − ten opzichte van andere concurrerende gemeenten − onvoldoende aantrekkelijk is om naar de gemeente te verhuizen. Voor Westvoorne wordt de bevolkingsontwikkeling nagenoeg volledig verklaard door het positieve binnenlandse migratiesaldo. Als in de periode 2000 tot en met 2019 de gemeente Voorne aan Zee reeds zou hebben bestaan dan zou de bevolkingsontwikkeling voor een derde verklaard zijn door de natuurlijke aanwas (33 procent), voor ongeveer een derde door het saldo van de binnenlandse migratie (31 procent) en voor ongeveer een derde door het saldo van de buitenlandse migratie (35 procent). Tabel 2.1: Determinanten van de bevolkingsontwikkeling 2000-2019 en prognose 2020-2050 Saldo binnenlandse migratie
Saldo buitenlandse migratie
2000-2019
Natuurlijke aanwas 2020-2040
2000-2019
2020-2040
2000-2019
2020-2040
115
-1.000
985
3.600
307
200
Hellevoetsluis
1.646
-2.700
-1.628
1.000
463
2.500
Westvoorne
-907
-1.100
1.613
3.500
145
-600
Fusiegemeente Voorne
854
-4.800
970
8.100
915
2.100
Brielle
Bron: CBS – Statline (bevolkingsontwikkeling)
Ook in de bevolkingsprognose ramen de demografen de determinanten voor de bevolkingsontwikkeling. In de bevolkingsprognose wordt in de nieuwe gemeente Voorne de natuurlijke aanwas negatief en groeit de bevolking per saldo naar verwachting in belangrijke mate omdat meer mensen zich uit andere gemeenten in de nieuwe gemeente vestigen dan er inwoners vertrekken naar andere gemeenten
SWOT-analyse gemeente Voorne
(positief binnenlands migratiesaldo). Alle vroegere gemeenten dragen hier aan bij; Brielle en Westvoorne in belangrijker mate dan Hellevoetsluis. Het positieve binnenlandse migratiesaldo (8.100 nieuwe inwoners) is viermaal belangrijker in de nieuwe gemeente Voorne dan het positieve buitenlandse migratiesaldo (2.100 nieuwe inwoners). Het veronderstelde positieve binnenlandse migratiesaldo in de drie afzonderlijke gemeenten en in de nieuwe gemeente Voorne aan Zee duidt op voldoende ‘aantrekkelijkheid’ (woon-, leef- en werkomgevingen, voorzieningen) én woningen die in voldoende mate aansluiten bij de nieuwe woonbehoeften. Natuurlijk is dit in de prognose een verwachting die nog wél waargemaakt moet worden. Geen ontgroening de komende dertig jaar Het aantal jongeren neemt voor de fusiegemeente naar verwachting met 9 procent toe (figuur 2.2). Niet enorm veel over deze periode van dertig jaar. Dit betekent dat er géén grote druk is om de jeugd- en jongerenvoorzieningen kwantitatief te vergroten. Vergeleken met de nieuwe gemeente Voorne waar, naar verwachting, het aantal jongeren nog iets toeneemt, neemt het aantal jongeren af in Stichtse Vecht (- 2,7 procent), Goeree-Overflakkee (- 2,7 procent) en Hellevoetsluis (- 3,6 procent). Figuur 2.2: Prognose ontwikkeling aantal jongeren (0 – 20 jaar) Voorne en vergelijkbare gemeenten 2020-2050
12
Bron: Platform31 op basis van meest recente prognose van CBS/PBL (Statline)
De vergrijzingskenmerken van Voorne in vergelijkend perspectief In de gemeente Voorne aan Zee neemt naar verwachting het aantal 65-plussers de komende dertig jaar toe met 5.200 ouderen; een toename van 31½ procent (figuur 2.3). Deze toename is niet bijzonder groot in vergelijkend perspectief. Het aantal 65-plussers neemt veel minder toe dan in bijvoorbeeld Lansingerland, Zuidplas, Den Haag, Rotterdam, Groot-Rijnmond en Nederland. De verwachte vergrijzing is relatief beperkt omdat Westvoorne, Brielle en de nieuwe gemeente Voorne op dit moment al redelijk vergrijsd zijn ten opzichte van andere gemeenten. In Westvoorne is op 1 januari 2020 het aandeel 65-plussers 26,7 procent van de bevolking. Dit is 8,5 procentpunt hoger dan het aandeel 65-plussers in de regio Groot-Rijnmond. Ook Brielle is relatief sterk vergrijsd (figuur 2.4). Samen zorgen Westvoorne en Brielle er voor dat de nieuwe gemeente Voorne ook sterk vergrijsd zal zijn als de fusie een feit is.
SWOT-analyse gemeente Voorne
Figuur 2.3: Prognose ontwikkeling aantal 65-plussers in Voorne en vergelijkbare gemeenten 2020-2050
Bron: Platform31 op basis van meest recente prognose van CBS/PBL (Statline) Figuur 2.4: Aandeel 65-plussers (blauwe balk) en 80-plussers (oranje balk) in de bevolking in procenten op 1 januari 2020 in Voorne en vergelijkbare gemeenten 13
Bron: CBS - Statline
Nog belangrijker dan de toename van het aantal 65-plussers (blauwe balkjes) is de verwachte toename van het aantal 80-plussers (oranje balkjes) de komende dertig jaar. Deze prognose is alleen beschikbaar voor de grotere gemeenten (figuur 2.5). De verwachte toename van het aantal 80-plussers is 120 procent (Rotterdam) tot 530 procent (Súdwest-Fryslân) groter dan de verwachte toename van het aantal 65-plussers de komende dertig jaar. In Nissewaard is de verwachte toename van het aantal 80-plussers 450 procent groter dan de toename van het aantal 65-plussers de komende dertig jaar.
SWOT-analyse gemeente Voorne
Figuur 2.5: Prognose ontwikkeling aantal 65-plussers (blauw) en 80-plussers (oranje) in enkele gemeenten en regio’s 2020-2050
Bron: Platform31 op basis van meest recente prognose van CBS/PBL (Statline)
2.4 Opgaven Benut de kans van de relatief beperkte verwachte bevolkingsgroei 14
Een hoge verwachte bevolkingsgroei de komende dertig jaar (zoals bijvoorbeeld onder andere in Utrecht, Almere, Urk en Westland) is niet zonder meer een voordeel. Met een sterke groei moeten deze gemeenten een sterke groei accommoderen én zich concentreren op het verbeteren van de woon-, werk- en leefomgevingen. Want het laatste is dé strategische uitdaging voor de toekomst. Met een sterke verwachte bevolkingsgroei moeten gemeenten op twee borden simultaan schaken en excelleren: het accommoderen van groei én het inzetten op kwaliteitsverbeteringen. En dit is lastiger dan op één bord schaken. De beperkte verwachte bevolkingsgroei, en je kunnen concentreren op het spelen op slechts één bord, is een kans voor de nieuwe gemeente Voorne. De beperkte toename van het aantal jongeren kan de vernieuwing remmen Het aantal jongeren neemt naar verwachting in beperkte mate toe. Het voordeel is dat er daardoor geen grote druk is om het aantal jeugd- en jongerenvoorzieningen kwantitatief nog sterk uit te breiden. Het nadeel is dat er daarmee ook geen grote kwantitatieve stimulans is om te innoveren, te veranderen en te vernieuwen. De opgave voor de nieuwe gemeente is om − los van het ontbreken van een sterke toename van het aantal jongeren − in voldoende mate te vernieuwen en te innoveren.
Westvoorne is zich bewust van het relatief grote aandeel van senioren en de impact die het kan hebben op de gemeentelijke prioriteiten. Toch streeft men naar een evenwichtige bevolkingssamenstelling met optimale ontwikkelingskansen voor kinderen en jongeren en kansen voor jonge gezinnen en starters op de woningmarkt.12
_________ 12
Gemeente Westvoorne, Collegeprogramma De toekomst in het vizier, Westvoorne, september 2018, blz. 11
SWOT-analyse gemeente Voorne
De sterke toename van de zorgbehoeftige ouderen belangrijke beleidsopgave De aandacht voor de sterke toename van het aantal 80-plussers is van belang omdat een sterke groei van de groep oude ouderen belangrijke beleidsimplicaties heeft. Voor deze groep oude ouderen wordt het goed regelen van zorg in wijk, buurt, dorp en kern een belangrijke opgave. Sommige deskundigen zeggen dat dit betekent dat de “triple A” goed geregeld moeten zijn in de nabijheid: ‘AH’, ‘arts’ en ‘apotheek’. Op dit moment wonen ongeveer 400.000 Nederlanders met een somatische beperking in een matig tot niet geschikte woonomgeving. Veel van de ongeschikte woningtypen zijn voornamelijk portieketagewoningen en kleinere eengezinswoningen die alleen met een trap te bereiken zijn. Deze woningen staan vaak in steden en in de Randstad.13 Voor deze groep zijn woonaanpassingen nodig om het mogelijk te maken in de eigen woning te blijven wonen. Tegelijkertijd moet men ook kunnen doorverhuizen naar betaalbare, meer geschikte, woningen wanneer de eengezinswoning niet meer voldoet. Dit voorkomt ook dat men als oudere eenpersoonshuishouden niet-langer-geschikte, te grote (sociale) eengezinswoningen blijft bezetten die nodig zijn voor nieuwe gezinnen in de nieuwe gemeente Voorne.
De vergrijzing noopt ook om nieuwe woonvormen toe te voegen (complexen met gezamenlijke voorzieningen, zorgcoöperaties, ‘communities’ voor senioren, Thuishuizen etc.) en om tot nieuwe gemeenschappelijke voorzieningen te komen (wijkbedrijven, kamers en huizen van de wijk, administratiecafés, nieuwe generatie bibliotheekfilialen, lotgenotengroepen, ‘sociale marktplaatsen’ e.d.). De grote opgave is door een columnist met een indringend beeld duidelijk gemaakt: “krakende botten, piepende gewrichten, mompelende monden en heel veel schuifelende voeten” zijn de geluiden van de 21ste eeuw.14 Dit geldt deels nu al voor de gemeente Voorne aan Zee en zal in de toekomst nog sterker gaan gelden. 15
_________ 13
Frans Schilder, Femke Daalhuizen en Carola de Groot, Krasse knarren kúnnen kraken: over hoe het stapelen van verschillende
14
Mathijs Bouman, “Wij worden ouder, de economie vergrijst. Maar dan komt de robot en kijk eens, we groeien weer”, in: Het Financieele
beleidsdoelen ouderen onder druk kan zetten, Planbureau voor de Leefomgeving, 2019. Dagblad, 25 februari 2017.
SWOT-analyse gemeente Voorne
3 Economisch trends en ontwikkelingen 3.1 Inleiding Op basis van enkele trends en ontwikkelingen (par. 3.2) en een uitgebreid overzicht van de kenmerken van de nieuwe gemeente Voorne in vergelijkend perspectief (par. 3.3) kunnen enkele opgaven voor de nieuwe gemeente beschreven worden (par. 3.4). In de voorbereidingen naar de nieuwe gemeente kunnen keuzes gemaakt worden welke sterke punten men verder wil versterken en welke relatief zwakke punten men wil verbeteren.
3.2 Trends en ontwikkelingen Vele economische kansen In Voorne (en andere gemeenten) liggen er vele economische kansen op het terrein van persoonlijke dienstverlening, toerisme, horeca, cultuur, nieuwe vormen van zorg (naar verwachting zijn er bijvoorbeeld de komende jaren 100.000 mensen extra nodig in de ouderen- en verpleeghuiszorg), de bouw (indien voldoende vernieuwend), kleinschalige industrie, ambacht en sociaal ondernemerschap. En vooral de transitie naar een meer duurzame economie en samenleving biedt vele nieuwe economische kansen (duurzame energie, aanleggen van nieuwe infrastructuur en netwerken, circulaire 16
economie, ‘urban mining’). De coronacrisis verandert (tijdelijk) de kansen voor diverse sectoren. Supermarkten (Ahold, Jumbo, e.a.), thuisbezorgers (Just Eat Takeaway, Bol.com, PostNL, e.a.), fietsenmakers, de doe-hetzelfbranche en de techbedrijven (Amazon, Google, Netflix, ASML, e.a.) boeken tijdens de coronacrisis aanzienlijke omzetverbeteringen. Terwijl branches als de horeca, toelevering aan de horeca, recreatie, hotels, vakantieparken, reizen, internationaal toerisme, cultuur, delen van de detailhandel (kleding, schoenen), openbaar vervoer en evenementen aanzienlijk omzetverliezen leiden. Welke bedrijven in deze branches uiteindelijk zullen overleven, is een open vraag. Werkgelegenheidsgroei vooral door bevolkingsgroei De bevolkingsgroei is van belang omdat in de meeste gemeenten en steden de werkgelegenheidsgroei in de afgelopen tien jaar verklaard wordt door de bevolkingsgroei en de daarmee verbonden verzorgende bedrijvigheid. De coëfficiënt tussen bevolkingsgroei en werkgelegenheidsgroei (gecorrigeerd voor andere verklarende factoren) is dan groter dan één.15 In vele gemeenten komt de werkgelegenheidsgroei niet van de stuwende bedrijvigheid, maar volledig en vaak meer dan volledig van de verzorgende bedrijvigheid. Zo is er de afgelopen tien jaar in de stuwende bedrijvigheid zelfs in Eindhoven (maar het geldt ook voor vele andere steden) werkgelegenheidsverlies geweest.
De focus op topsectoren, campussen, valleys e.d. draagt klaarblijkelijk − bijna in het hele land − niet toe aan de groei van de werkgelegenheid. Waarbij natuurlijk niet uitgesloten kan worden dat zonder deze aandacht het werkgelegenheidsverlies groter had kunnen zijn.
_________ 15
Gerard Marlet, Marten Middeldorp, Roderik Ponds en Clemens van Woerkens, Atlas 2019 voor gemeenten Groei & Krimp, Utrecht, 2019, blz. 232.
SWOT-analyse gemeente Voorne
Vergrijzing hoeft geen negatieve economische consequenties te hebben, integendeel De dubbele vergrijzing zal ook economische invloed hebben. Relatief wordt het aantal oudere consumenten en de kenmerken van hun consumptiepatroon steeds belangrijker voor de economie. Mede omdat de consumptiequote van de ouderen (120 procent) veel hoger is dan van de nog actieve inwoners (80 procent). Dit effect is belangrijker dan hun gemiddeld iets lagere inkomen in de nietactieve periode ten opzichte van de actieve periode. Zo bezien is de vergrijzing géén economische bedreiging. Naast rollators en gehoortoestellen is er een krachtige consumptieve vraag van vitale, actieve en jonge ouderen in hun derde levensfase naar reizen, dagtoerisme, uitgaan, lekker eten, samen fietsen, cultuur, theater en musea. Heeft u de ondernemers die hierop inspelen en stimuleert u de ondernemers die hierop willen inspelen? De ouderen in hun vierde levensfase krijgen behoefte aan zorg, welzijnsactiviteiten en een goede leefomgeving in hun buurt, wijk of kern die aansluit bij hun nieuwe behoeften. De vergrijzing is ook te benutten om het ondernemerschap in Voorne te bevorderen. De sterke vergrijzing kan omgezet worden in een kracht. Er is nog een lange periode dat mensen actief willen en kunnen zijn.
En wij doen de mensen en de samenleving (in het licht van de krimpende beroepsbevolking) tekort door daar géén rekening mee te houden. Er is bovendien een belangrijke kans op méér ondernemerschap en méér startende kleine ondernemingen als wij de jongouderen serieus nemen. In Amerika is de kans dat mensen tussen 55 en 65 jaar een onderneming starten 65 procent groter dan dat mensen tussen 20 en 34 jaar een onderneming starten. In het Verenigd Koninkrijk is 40 procent van de nieuwe ondernemers ouder dan vijftig jaar en bijna 60 procent van de 70-plussers werkt nog als ZZP’er.16 En juist de huidige flexibele, onzekere, klusjeseconomie past uitstekend bij de ouderen die, naast hun AOW en pensioen, op een flexibele wijze nog economisch mee willen doen en iets bij willen verdienen.
17
De economie wordt een zandlopereconomie De positie van de laagopgeleiden en van hoogopgeleiden blijft relatief sterk. Het aantal laagopgeleiden in de beroepsbevolking daalt de komende tien jaar met ongeveer een ½ miljoen personen, Voor de steeds kleiner wordende groep laagopgeleiden zijn er vele banen beschikbaar (in horeca, recreatie, persoonlijke dienstverlening, het nieuwe ambacht, e.d.). Het werkgelegenheidsaandeel van beroepen met routinematige taken (zoals boekhouders, logistiek medewerkers, notarissen en administratief personeel) − vooral administratieve taken in het middensegment van de arbeidsmarkt − neemt af. De economie wordt daarmee in toenemende mate een zandlopereconomie. Deze middeninkomens en een deel van de lagere middeninkomens in kwetsbare, administratieve beroepen dreigt af te zakken naar lagere inkomensniveaus en kwetsbaarder te worden. Door het naar beneden zakken van de lagere middengroepen kan bovendien de positie van laagopgeleiden toch onder druk blijven staan. Daardoor neemt onder laagopgeleiden naar verwachting de loonongelijkheid, de werkloosheid en de armoede toe. Volgens een recente schatting zullen door de coronacrisis bovendien 10 tot 35 procent meer werkenden voor 2030 op zoek moeten gaan naar een andere baan. Mensen met de zwakste positie op de arbeidsmarkt − laagopgeleiden, minderheden, vrouwen en jongeren − zijn daarbij in het nadeel.
Omscholing is daarbij een lastige opgave omdat de helft van de laagst beloonde werknemers die hun baan verliezen, moeten switchen naar een baan die beter betaalt en hogere eisen stelt aan hun praktische en sociale vaardigheden.17
_________ 16
The Economist, ‘The new old’; ‘The Economics of longevity, Special report’, 8 juli 2017.
17
Marloes de Graaf-Zijl e.a., De onderkant van de arbeidsmarkt in 2025, Centraal Planbureau en Sociaal Cultureel Planbureau, Den Haag, juni 2015; Rik Winkel, “McKinsey: corona versnelt wereldwijd vernietiging banen”, in: Het Financieele Dagblad, 19 februari 2021, blz. 15.
SWOT-analyse gemeente Voorne
Voor de middelbaar opgeleiden zijn er dramatische scenario’s dat door de technologische ontwikkelingen 50 procent zijn baan zal verliezen. Andere deskundigen verwachten dat het hooguit tien procent zal zijn.18 Maar wat van de ramingen over banenverlies ook mag uitkomen de werkelijkheid is al verontrustend genoeg voor de administratieve middenberoepen. De 80.000 banen die verdwijnen (en voor zeker de helft al zijn verdwenen) in de financiële dienstverlening en de 150.000 administratieve banen die de afgelopen vijf jaar zijn verdwenen plus de 150.000 administratieve banen die de komende vijf jaar naar verwachting nog verloren zullen gaan. Het zijn vooral de MBO’ers in administratieve beroepen onder de middengroepen (méér dan de personen met een havo- of vwo-opleiding) die risico lopen.19 Als wij de inschattingen van de OECD, van vóór de coronacrisis, volgen dat hooguit tien procent van de banen in Nederland verloren zullen gaan door automatisering, robotica, kunstmatige intelligentie e.d. en dat de komende jaren vele nieuwe banen zullen ontstaan dan hebben wij een veel groter arbeidsaanbod nodig om te zorgen dat er voldoende goede mensen beschikbaar zijn (laag-, midden- en hoogopgeleid) en dat werkgevers de beste werknemers kunnen kiezen.
3.3 Kenmerken van gemeente Voorne Voorne is een duidelijke woongemeente In de economische trends en ontwikkelingen, en de kenmerken van de nieuwe fusiegemeente, valt op dat Brielle, Hellevoetsluis, Westvoorne en de nieuwe gemeente Voorne overduidelijke woongemeenten zijn. Het aantal vestigingen per 1.000 inwoners van 15 – 75 jaar (figuur 3.1) is relatief gering evenals het aantal banen per 1.000 inwoners van 15 – 65 jaar (figuur 3.2). Alleen voor Nissewaard geldt dat nog 18
in belangrijker mate.
_________ 18
De onzekerheid is dat sommige deskundigen beweren dat binnen dertig jaar de helft van de bestaande banen overbodig is en dat automatisering, kunstmatige intelligentie, robotisering in Nederland 2 tot 3 miljoen banen kan gaan kosten. Eric Bartelsman, ‘‘Binnen dertig jaar is de helft van de nu bestaande banen overbodig’, in: Het Financieele Dagblad, 18 januari 2014; Eppo König, “Robotisering kan 2 tot 3 miljoen banen kosten”, in: NRC Handelsblad, 1 oktober 2014; The Economist, Coming to an office near you; Technology and jobs, January, 18th 2014. Andere deskundigen zijn minder pessimistisch. Volgens de OECD gaat slechts 10% van de banen – in plaats van bijna 50% - in Nederland verdwijnen. Vele banen op middenniveau zijn een bundeling van specifieke beroepsvaardigheden met fundamentele vaardigheden zoals geletterdheid, rekenvaardigheid, aanpassingsvermogen, probleemoplossend vermogen en gezond verstand. Die banen zijn niet zo makkelijk op te knippen in taken op middenniveau voor machines en taken op een lager niveau voor mensen zonder dat verlies aan kwaliteit optreedt. Ook vereist menselijk werk in een roboteconomie vaardigheden die een robot moeilijk kan ontwikkelen, zoals creativiteit, problemen oplossen, verzinnen van nieuwe ideeën en producten, empathie, sociale vaardigheden en sociale interactie.
Tegelijkertijd worden niet-cognitieve vaardigheden zoals doorzettingsvermogen en veerkracht belangrijker. Mathijs Bouman, “De robot komt onze banen stelen, maar dat zijn er wel veel minder kan Oxford-onderzoekers vreesden”, in: Het Financieele Dagblad, 21 mei 2016, blz. 24; Melanie Arntz, Terry Gregory, Ulrich Zierahn, The Risk of Automation for Jobs in OECD Countries. A Comparative Analysis, OECD Social, Employment and Migration Working Papers no. 189, Parijs, 2016, blz. 16, 25.
19
Godfried Engbersen, Erik Snel en Monique Kremer (red.), De val van de middenklasse? Het stabiele en kwetsbare midden, Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), Den Haag, 2017, blz. 15 en 16.
SWOT-analyse gemeente Voorne
Figuur 3.1: Aantal vestigingen per 1.000 inwoners van 15 – 75 jaar in 2019 in Voorne en vergelijkbare gemeenten
Bron: waarstaatjegemeente.nl
Het kenmerk van een woonstad nuanceert het kenmerk van de sterke stad die Hellevoetsluis wil zijn: een thuisstad, een waterstad, een recreatiestad, een werkstad en een economische stad (cursief Platform31).20 Figuur 3.2: Aantal banen per 1.000 inwoners van 15 – 65 jaar in 2019 in Voorne en vergelijkbare gemeenten
19
Bron: waarstaatjegemeente.nl
Dat Voorne een duidelijke woongemeente is, maakt het belangrijk om in te spelen op de trend dat er steeds meer behoefte is aan meer gevarieerde woon-, werk- en leefomgevingen. Dat Brielle, Voorne
_________ 20
Gemeente Hellevoetsluis, Samenwerkingsdocument 2018-2022. Hellevoetsluis, van ons allemaal, blz. 15.
SWOT-analyse gemeente Voorne
aan Zee, Westvoorne en Hellevoetsluis géén werkgemeente zijn, betekent ook dat vele inwoners naar hun werk elders moeten pendelen. Het is verre van eenvoudig, en nagenoeg ondenkbaar, om van de nieuwe gemeente Voorne een werkgemeente te maken. Zelfs niet met de Europoort in de nabijheid of door de kansen van de energietransitie maximaal te benutten. Er is nog steeds geen eenduidig recept om regionale specialisaties te bevorderen en over de mate en wijze van faciliterend of sturend overheidsbeleid. 21 Voorne-Putten wordt niet gekenmerkt door een sterk cluster van bedrijven, toeleveranciers en kennisinstellingen (zoals bijvoorbeeld rond de glastuinbouw in Westland, de hightech in Eindhoven of de biotechnologie in Wageningen, Leiden en De Bilt) waarop voortgeborduurd kan worden. Ook zijn clusters niet te kopiëren, op te leggen of door beleidsmakers te creëren. Unieke lokale omstandigheden bepalen het succes van clusters. Zodat er tevens geen garantie voor succes is in andere regio’s. Clusters kunnen niet worden opgelegd, zijn niet of nauwelijks maakbaar en kunnen niet door beleidsmakers worden gecreëerd.22 Voor de lange termijn economische ontwikkeling kan wel een aantal verstandige stappen beschreven worden, die men lang moet volhouden: −
bouw aan duurzame relaties met ondernemers, onderwijs- en kennisinstellingen (triple helix), geef elkaar vertrouwen en ruimte, heb oog voor deelbelangen, definieer de publieke belangen duidelijk en werk gezamenlijk − als opgavegerichte maatschappelijke opgave − aan de lange termijn economische ontwikkeling van de gemeente Voorne aan Zee en de regio Voorne-Putten;
−
versterk het regionale ecosysteem en de interactiemilieus; faciliteer, stimuleer, intervenieer en investeer regionaal gericht om productielandschappen, verbindingen tussen technologieën en de human capital agenda te versterken;23
20
−
zet in op het bevorderen van de arbeidsproductiviteitsontwikkeling (onderzoek, ontwikkeling, permanente educatie en nóg beter delen van de bestaande (internationale) kennis) als motor van duurzame groei van het regionaal inkomen per hoofd en vergroot de veerkracht van de regionale economie, de bedrijven en de beroepsbevolking door kennisdeling, gevarieerd en goed onderwijs, permanente educatie, om-, bij- en herscholing, een grotere arbeidsmobiliteit, een betere werking arbeidsmarkt en het bevorderen van cross-overs tussen gerelateerde sectoren.24
_________ 21
Centraal Planbureau, Literatuurstudie ‘Effectiviteit van place-based beleid’, Uitgevoerd in opdracht van de werkgroep Agenda Stad, CPB
22
Anet Weterings, Frank van Oort, Otto Raspe en Thijs Verburg, Clusters en economische groei, Ruimtelijk Planbureau, Den Haag, 2007, blz.
Notitie, Den Haag, 22 december 2016. 9; Merijn van der Werff, Clustering van bedrijven in de lokale economie: een bruikbaar concept voor beleidsmakers?, Nicis Institute, Den Haag, oktober 2010, blz. 31; 23
Commissie Verdienvermogen & Vestigingsklimaat (Cie Noordanus), Het nationale verdienvermogen en de cruciale rol van regio’s, s.l., december 2016, blz. 8 en 9; David Hamers, De innovatieve stad. Hoe steden met slagkracht, maatwerk en leervermogen kunnen bijdragen aan economische, groene en sociale innovaties, Planbureau voor de Leefomgeving, Achtergrondstudie, Den Haag, 30 mei 2016, blz. 83. Overheden kunnen door jarenlange, systematische overheidssteun bepaalde economisch-technologische ontwikkelingen bevorderen. Internationale voorbeelden zijn te vinden in: Mariana Mazzucato, De ondernemende staat. Waarom de markt niet zonder de overheid kan, Amsterdam, 2015. Voor Nederland zijn de overheidsinterventies (onderzoek, kennisinfrastructuur, voorlichting) sinds tweede helft negentiende eeuw een belangrijke stimulans geweest om de landbouw- en voedingssector tot één van de meest concurrerende sectoren in de wereld te maken. Recentelijk heeft de overheidsondersteuning in de coronacrisis zijn betekenis voor bedrijven en werknemers bewezen. Voor de komende jaren zou de aandacht uit kunnen gaan naar het post-COVID-herstelprogramma en naar de duurzaamheidstransities.
24
WRR, Naar een lerende economie. Investeren in het verdienvermogen van Nederland, Amsterdam, 2013; Otto Raspe, Trends in de regionale economie, Input voor de VNG-commissie Stedelijk Perspectief (Trend 3: Consumer city), PBL, Den Haag, 7 maart 2014, blz. 17; zie de raderen die zorgen voor regionale economische groei in: Otto Raspe, Martijn van den Berge en Thomas de Graaff, Stedelijke regio’s als motoren van economische groei. Wat kan beleid doen?, Den Haag, 2017, blz. 13.
SWOT-analyse gemeente Voorne
−
het bouwen van woningen om nieuwe inwoners aan te trekken, kan leiden tot meer verzorgende werkgelegenheid; maar leidt niet automatisch tot een krachtiger ontwikkeling voor stuwende en waarde toevoegende sectoren.25
In Voorne een afname van het aantal banen in de afgelopen vijf jaar De afgelopen vijf jaar is er een geringe groei van het aantal banen in Hellevoetsluis en een afname van het aantal banen in Westvoorne en Brielle. Als de nieuwe gemeente Voorne al zou bestaan dan zou in deze nieuwe gemeente de afgelopen vijf jaar het aantal banen ook zijn afgenomen. De geringe groei van het aantal banen in Hellevoetsluis kan de daling in Brielle en Westvoorne niet compenseren (figuur 3.3). Figuur 3.3: Toename aantal banen in procenten van 2015 tot en met 2019 in Voorne en vergelijkbare gemeenten 2020-2050
21
Bron: LISA
Het saldo effect van de coronacrisis op de bedrijvigheid en de werkgelegenheid in de nieuwe gemeente Voorne is nog lastig te bepalen. Het effect is naar verwachting enerzijds gering omdat er weinig kantoren zijn en er derhalve geen grote teruggang is van de horeca en detailhandel rond de kantoren en in de catering voor bedrijfskantines. Ook heeft Voorne relatief weinig last van de sterke terugval van het internationale toerisme (zoals bijvoorbeeld Amsterdam, Keukenhof of Giethoorn). Daar staat tegenover dat er geen sterke internationale industrie is (niet getroffen door de COVID-19 pandemie) en dat de recreatie een relatief belangrijke sector is (wel sterk getroffen). Met een goede campagne zou theoretisch een deel van de groei in het binnenlandse toerisme en de binnenlandse recreatie naar Voorne aan Zee geleid kunnen worden.
_________ 25
Otto Raspe, Trends in de regionale economie, Input voor de VNG-commissie Stedelijk Perspectief (Trend 3: Consumer city), PBL, Den Haag, 7 maart 2014, blz. 10.
SWOT-analyse gemeente Voorne
Opleidingsniveau van de beroepsbevolking De nieuwe gemeente wordt gekenmerkt door relatief veel middelbaar opgeleiden in de beroepsbevolking (figuur 3.4) en relatief weinig hoog opgeleiden (figuur 3.5). Voor de nieuwe gemeente Voorne is de krimp van de administratieve middenberoepen een bedreiging. De verschillen in de opleidingsniveaus van de beroepsbevolking tussen Hellevoetsluis en Westvoorne (met Brielle in een tussenpositie) kan de complementariteit tussen de kernen versterken. Figuur 3.4: Percentage middelbaar opgeleiden in de beroepsbevolking (15 tot 75 jaar) in 2019 in Voorne en vergelijkbare gemeenten
22
Bron: CBS – Statline
In Westvoorne zijn relatief weinig laagopgeleiden en relatief veel hoogopgeleiden. Hellevoetsluis vormt het spiegelbeeld van Westvoorne (figuur 3.5).
Figuur 3.5: Percentage laag opgeleiden (links) en hoog opgeleiden (rechts) in de beroepsbevolking (15 tot 75 jaar) in 2019 in Voorne en vergelijkbare gemeenten
Bron: CBS – Statline
De dynamiek en de kwaliteit van het ondernemerschap in Voorne De afname van het aantal banen lijkt een indicatie te zijn dat het ondernemerschap in Voorne onvoldoende goed weet in te spelen op nieuwe omstandigheden. Er zijn meerdere manieren om de kwaliteit van het ondernemerschap in Voorne te onderzoeken. De toename van het aantal vestigingen
SWOT-analyse gemeente Voorne
(als teken van ondernemerschap) ligt onder het gemiddelde in de regio Groot-Rijnmond en voor de nieuwe gemeente Voorne onder de toename van het aantal vestigingen in Nederland (figuur 3.6). Figuur 3.6: Toename aantal vestigingen in procenten van 2015 tot en met 2019 in Voorne en vergelijkbare gemeenten 2020-2050
Bron: LISA
Het aantal oprichtingen van bedrijven en het aantal opheffingen is een indicatie van de economische
23
dynamiek en de kwaliteit van het ondernemerschap. Buiten de grote steden is het aantal oprichtingen per 1.000 vestigingen in Brielle, Hellevoetsluis en de nieuwe gemeente Voorne hoog (figuur 3.7). Als het aantal opheffingen afgetrokken wordt van het aantal oprichtingen dan is − buiten Den Haag, Rotterdam en Nederland − het positieve saldo het hoogst in Brielle, Lansingerland, de nieuwe gemeente Voorne, Westvoorne en Hellevoetsluis. De dynamiek die uit de oprichtingen blijkt en dat het saldo van oprichtingen en opheffingen positief is, kan opgevat worden als een teken van goed ondernemerschap. Dat dit zich niet weerspiegelt in de banenontwikkeling kan een momentopname zijn en/of te maken hebben met de sectorstructuur. Figuur 3.7: Aantal oprichtingen (links) en aantal opheffingen (rechts) per 1.000 vestigingen in 2019 in Voorne en vergelijkbare gemeenten
Bron: waarstaatjegemeente.nl; fusiegemeente Voorne gewogen met aantal vestigingen (LISA)
SWOT-analyse gemeente Voorne
Het aantal snelgroeiende bedrijven per 1.000 vestigingen ligt in Brielle (20,1) en Hellevoetsluis (19,2) boven het Nederlandse gemiddelde (19,0). Het aantal snelgroeiende bedrijven is van alle gemeenten in de vergelijking het laagst in Westvoorne (10,3). Dit zorgt er voor dat de nieuwe gemeente Voorne met het aantal snelgroeiende bedrijven per 1.000 vestigingen een middenpositie inneemt tussen de vergelijkbare gemeenten (grafiek 3.8). Figuur 3.8: Aantal snelgroeiende bedrijven per 1.000 vestigingen in 2019 in Voorne en vergelijkbare gemeenten
24
Bron: waarstaatjegemeente.nl; fusiegemeente Voorne gewogen met aantal vestigingen (LISA)
Het ondernemerschap in de nieuwe gemeente kan ook geanalyseerd worden aan de hand van het aantal ZZP’ers en hun verdiensten. Het aantal ZZP’ers in procenten van het aantal banen is relatief hoog in Brielle (19,2 procent) en in Hellevoetsluis (19,8 procent). Het aantal ZZP’ers ligt veel hoger dan in Rotterdam (8,5 procent), dan gemiddeld in alle gemeenten met tussen 50.000 tot 100.000 inwoners (11,1 procent), gemiddeld in Nederland (11,5 procent) en in Den Haag (13,3 procent). Maar nog opmerkelijker is het aantal ZZP’ers in procenten van het aantal banen in Westvoorne (32,3 procent). Dit zorgt er voor dat het aantal ZZP’ers in procenten van het aantal banen als gewogen gemiddelde in de nieuwe gemeente Voorne aan Zee ook hoog zal zijn (22,0 procent) (figuur 3.9). De drie fuserende gemeenten en de nieuwe gemeente blinken uit in ondernemerschap als gekeken wordt naar het aantal ZZP’ers. Enerzijds is dat verklaarbaar omdat niet-stedelijke gemeenten in de omgeving van grote steden, met ruime woningen tegen betaalbare prijzen, in trek zijn bij ZZP’ers.26 Minder goed te verklaren is waarom het aantal ZZP’ers in de nieuwe gemeente Voorne zoveel hoger ligt dan in bijvoorbeeld Vijfheerenlanden en Lansingerland.
_________ 26
Ruud Dorenbos, Barbara Heebels en Joost van Hoorn, Zzp’ers in de G32-steden. Analyse, duiding en beleidsaanpakken, Platform31, Den Haag, oktober 2016, blz. 30, 31.
SWOT-analyse gemeente Voorne
Figuur 3.9: Aantal ZZP’ers in procenten van het aantal banen in 2019 in Voorne en vergelijkbare gemeenten
Bron: Waarstaatjegemeente.nl
Naast het aantal ZZP’ers in procenten van het aantal banen is ook een belangrijke vraag of de vele ZZP’ers iets verdienen met hun ondernemersactiviteiten of dat het in belangrijke mate liefdewerk oud papier is of een veredelde hobby. In figuur 3.10 blijkt dat de gemiddelde inkomens van de ZZP’ers in Voorne relatief hoog is (€ 42.500) en in Westvoorne zelf bijzonder hoog (€ 50.000). Dit ligt aanzienlijk
25
boven de gemiddelde inkomens van ZZP’ers in Nederland (€ 38.800). Als andere kant van de medaille is zeker in Westvoorne het percentage ZZP’ers met een inkomen onder de 15.000 euro relatief hoog (9,2 procent). Terwijl in Hellevoetsluis het percentage ZZP’ers met een laag inkomen relatief gering is (4,8 procent). Figuur 3.10: Gemiddelde inkomen ZZP’ers (x € 1.000) (links) en percentage ZZP’ers met een laag inkomen (< € 15.000) (rechts) in 2018 in Voorne en vergelijkbare gemeenten
Bron: waarstaatjegemeente.nl
SWOT-analyse gemeente Voorne
Gemiddelde leegstand in nieuwe gemeente met grote variatie tussen de kernen Er is een belangrijk verschil tussen de mate van winkelleegstand in Brielle en Hellevoetsluis (figuur 3.11). De gewogen gemiddelde leegstand in de nieuwe gemeente Voorne komt daarmee uit op 7,6 procent. Iets onder de gemiddelde winkelleegstand in Nederland (8,0 procent) en iets boven de gemiddelde winkelleegstand in Rotterdam (6,9 procent). De nieuwe gemeente Voorne, maar vooral de kern Brielle, moet er rekening mee gehouden worden dat vanwege de coronacrisis een toename van de leegstand in de binnensteden kan optreden van gemiddeld 40 procent. Deze verwachte toename van de leegstand kan niet zonder meer opgevuld worden door horeca en winkels.27 De verwachte toename van de winkelleegstand treedt niet op in de wijkwinkelcentra. Integendeel, deze wijkwinkelcentra winnen aan populariteit in de coronacrisis. Figuur 3.11: Leegstand winkels in procenten van het totale vloeroppervlakte op 1 oktober 2018 in Voorne en vergelijkbare gemeenten
26
Bron: Compendium voor de Leefomgeving, Leegstand van winkels 2004-2018, PBL/Locatus, 19 april 2018. De gemiddelde leegstand in de nieuwe gemeente Voorne en de recente fusiegemeenten Altena, Hoeksche Waard en Vijfheerenlanden berekend als gewogen gemiddelde op basis van het totaal aantal vestigingen van bedrijven per gemeente.
De nieuwe gemeente Voorne en de kernen Westvoorne en Hellevoetsluis kennen geen problematiek van kantoorleegstand (figuur 3.12).
_________ 27
David Evers, Gertjan Slob, Jeroen Content en Frank van Dongen, Veerkracht op proef gesteld. Een verkenning van de impact van corona op binnensteden, PBL/Locatus, Den Haag, 4 december 2020
SWOT-analyse gemeente Voorne
Figuur 3.12: Leegstand kantoren in procenten van het verhuurbare kantoorvloeroppervlakte op 30 november 2017 in Voorne en vergelijkbare gemeenten
Bron: Compendium voor de Leefomgeving, Leegstand van kantoren 1991-2017, PBL/Locatus, 30 november 2017. De gemiddelde leegstand in de nieuwe gemeente Voorne en de recente fusiegemeenten Altena, Hoeksche Waard en Vijfheerenlanden berekend als gewogen gemiddelde op basis van het totaal aantal vestigingen van bedrijven per gemeente.
Het benutten van de mogelijkheden in recreatie en toerisme
27
De vrijetijdseconomie is voor Voorne-Putten van belang en kan in de toekomst nog belangrijker worden.28 Van de drie gemeenten is het aantal banen in toerisme en recreatie per 1.000 inwoners van 15 tot 75 jaar het hoogst in Westvoorne (46,4 banen) en het laagst in Hellevoetsluis (21,7 banen). Als gewogen gemiddelde komt de nieuwe gemeente Voorne uit op 28,9 banen in recreatie en toerisme per 1.000 inwoners van 15 tot 75 jaar (figuur 3.13). De grafiek met de vergelijking tussen vergelijkbare fusiegemeenten suggereert tegelijkertijd dat er ruimte voor verbetering is. Ook de colleges zijn daarvan overtuigd. Met de juiste marketing kan het belang van recreatie en toerisme in Brielle groter worden. Door samen te werken aan één toeristisch-recreatief merk voor Voorne-Putten: ‘één eiland, twee werelden’ en ‘een prachtig eiland met vele gezichten’. Met het versterken van routestructuren, meer overnachtingsmogelijkheden in het voor- en najaar, de focus op specifieke toeristische doelgroepen, uitbreiding van de slecht weervoorzieningen, het organiseren van evenementen en een goede promotie kan de recreatieve aantrekkingskracht van Westvoorne versterken. Westvoorne wil de samenwerking met de Marketingorganisatie OP Voorne-Putten voortzetten.
Terwijl het college van Hellevoetsluis inzet op de regionale marketingsorganisatie OP Voorne-Putten om het eiland op de kaart te zetten samen met de Stichting Promotie Hellevoetsluis.29
_________ 28
Merlijn Pietersma, Visie op de gastvrijheidseconomie op VoornePutten, samenwerkende gemeenten van Voorne-Putten en ZKA consultants,
29
Ook het college van Brielle is er van doordrongen dat de belangrijke bijdrage van recreatie en toerisme aan de lokale economie groter kan