CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2 Gewijzigde GR VRR

Gemeenteraad 23 februari 2022, gemeente WestvoorneBij agendapunt: Kadernota 2023 en wijziging Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond12.774 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.

Het openbaar lichaam beschikt over een operationeel centrum (ROC, RVS) en mobiele faciliteiten.

30

GR VRR (versie 2013 na 2e wijziging)

Voorstel aanpassingen GR VRR 2021

Toelichting

<vervalt>

Opschalingsmethodiek wordt nu landelijk aangestuurd via Artikel 2.3.1 van het Besluit veiligheidsregio’s (sinds juni 2015). Het behoeft derhalve niet hier nogmaals te worden genoemd.

Hoofdstuk XI (Bestuurlijke en Operationele leiding) Artikel 33. 1. <vervallen> 2.

<vervallen>

3.

<vervallen>

4.

De operationele en bestuurlijke opschaling is vastgelegd in de Gecoördineerde Regionale IncidentenbestrijdingsProcedure (GRIP-procedure).

6.

<vervallen>

Hoofdstuk XII (Personeel)

Hoofdstuk X (Personeel)

Artikel 34. 1. Het dagelijks bestuur is, binnen het raam van de door het algemeen bestuur vastgestelde kaders, belast met het aanstellen als ambtenaar, het tewerkstellen op arbeidsovereenkomst naar burgerlijke recht en met het schorsen en ontslaan van het personeel van het openbaar lichaam.

Artikel 25. 1. Het dagelijks bestuur is belast met het aanstellen als ambtenaar, het tewerkstellen op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht en met het schorsen en ontslaan van het personeel van het openbaar lichaamde Veiligheidsregio.

2.

Het dagelijks bestuur kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden opdragen aan de algemeen directeur behoudens aanstelling, schorsing en ontslag van de leden van de directie.

2.

3.

<vervallen>

Het dagelijks bestuur kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden opdragen aan de algemeen directeur behoudens aanstelling, schorsing en ontslag van de leden van de directie.

31

Lid 1 is aangepast aan de gewijzigde wet Gemeenschappelijke regelingen.

GR VRR (versie 2013 na 2e wijziging) Artikel 35. 1. Op het personeel in dienst van het openbaar lichaam zijn de rechtspositieregelingen die zijn of zullen worden vastgesteld voor het personeel in dienst van de gemeente Rotterdam van overeenkomstige toepassing, tenzij het dagelijks dan wel algemeen bestuur van het openbaar lichaam anders besluit. 2.

Voorstel aanpassingen GR VRR 2021

Toelichting

<vervalt>

Gelet op de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren en nieuwe rol van het DB in de Wet gemeenschappelijke regelingen kan de huidige tekst niet gehandhaafd blijven. Immers de gemeente Rotterdam volgt de CAO gemeenten, en de veiligheidsregio’s vallen niet onder die CAO. Het DB is op grond van de wet belast met het vaststellen van regels voor de ambtelijke organisatie (met andere woorden de rechtspositionele regelingen). Dit is terug te vinden in artikel 33b, eerste lid onder c van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Deze bepaling kan derhalve komen te vervallen.

Het dagelijks bestuur kan zelf besluiten nemen met betrekking tot de vaststelling van uitvoeringsregelingen die, in verband met de specifieke taakuitoefening door het openbaar lichaam, voor het personeel van belang worden geacht.

32

Hoofdstuk XIII (Financiële bepalingen)

Hoofdstuk XI (Financiële bepalingen) Artikel 26 Financiële verantwoordelijkheid 1. De deelnemers aan de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond zullen er steeds zorg voor dragen dat het openbaar lichaamde Veiligheidsregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan alle verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

Artikel 36. Begroting. 1. Het dagelijks bestuur stelt elk jaar een ontwerp-begroting en een toelichting van baten en lasten op voor het volgende kalenderjaar. De begroting is zodanig ingericht dat daaruit blijkt welke kosten verband houden met de taak genoemd in artikel 4. 2.

Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp-begroting zes weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, onderscheidenlijk zes weken voordat zij wordt vastgesteld, doch uiterlijk voor 1 mei, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.

3.

Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.

4.

Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.

2.

Indien aan het algemeen bestuur van het openbaar lichaamde Veiligheidsregio blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van art. 194 en 195 gemeentewet.

3.

De deelnemers verbinden zich in geval van opheffing van het openbaar lichaamde Veiligheidsregio de rechten en verplichtingen van het lichaam over de deelnemers te verdelen op basis van de verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdragen.

Artikel 27. Begroting. 1. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast conform het bepaalde in artikel 34 tot en met 35 van de Wgr.

33

De gemeenten dragen er overeenkomstig de ‘Circulaire aansprakelijkheid voor schulden van openbare lichamen op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen’ (Circulaire van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 8 juli 1999, kenmerk FO99/U5911) zorg voor dat een gemeenschappelijke regeling te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Deze circulaire bevat een concept bepaling die overgenomen is.in artikel 26 (nieuw). De inhoud werd tot nu toe opgenomen in de financiële verordening, maar moest ogv de circulaire opgenomen worden in de GR zelf.

De procedure rondom vaststelling van de (ontwerp) begroting en de relatie met de deelnemende gemeenten is in de wet beschreven (artikel 34 ev.) Door naar deze wettelijke bepaling te verwijzen wordt voorkomen dat er discrepantie ontstaat tussen de regeling en de wet.

GR VRR (versie 2013 na 2e wijziging) 5. Het dagelijks bestuur zendt begrotingswijzigingen zes weken voordat zij aan het algemeen bestuur worden aangeboden, onderscheidenlijk zes weken voordat zij wordt vastgesteld, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.

Voorstel aanpassingen GR VRR 2021

Toelichting

6.

1.2. Gelet op het bepaalde in artikel 35, vijfde lid van de Wgr hoeft een begrotingswijziging van administratieve aard, waarbij het niveau van de dienstverlening voor deelnemers gelijk blijft en die tevens geen directe financiële consequenties impliceren, niet voor zienswijzen gezonden te worden aan de raden.

Het tweede lid (nieuw) komt overeen met het bepaalde in artikel 36 lid 6 (oud), waarbij wel duidelijker naar voren komt dat dit de zienswijzeprocedure betreft en niet het toezenden van de vastgestelde begroting.

In afwijking van het vijfde lid wordt een begrotingswijziging van administratieve aard, waarbij het niveau van de dienstverlening voor deelnemende gemeenten gelijk blijft en die tevens geen directe financiële consequenties impliceren, niet gezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten.

34

GR VRR (versie 2013 na 2e wijziging)

Voorstel aanpassingen GR VRR 2021

Toelichting

Artikel 37. Rekening. 1. Het dagelijks bestuur stelt elk jaar de rekening met een bijbehorend verslag van het voorgaande jaar op.

Artikel 28. Rekening. 1. Het dagelijks bestuur stelt elk jaar de rekening met een bijbehorend verslag van het voorgaande jaar op.

Vernummering artikel

2.

Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft.

2.

3.

Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten en aan de raden van de deelnemende gemeenten.

Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft. Een en ander conform artikel 34 tot en met 35 van de Wgr. Deze tekst komt exact overeen met artikel 34b Wgr en kan daarom weg.

35

Artikel 38. Verdeling der kosten. 1a. In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage elke deelnemende gemeente verschuldigd is aan de veiligheidsregio. 1b. De kosten die de veiligheidsregio aan gemeenten toerekent bestaan uit algemene kosten, basiszorg kosten en overige kosten 1c. De basiszorg kosten inclusief de daartoe toegerekende algemene kosten worden toegerekend aan alle deelnemende gemeenten waarbij een bijdrage wordt betaald op basis van de gemeentelijke classificatie. Deze gemeentelijke classificatie wordt vastgesteld door het algemeen bestuur. 1d. Wijzigingen in de financieringssystematiek zullen voor een zienswijze aan de raden van de deelnemende gemeenten worden aangeboden. 2.

Artikel 29. Verdeling der kosten. 1. In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage elke gemeente verschuldigd is aan de veiligheidsregio. 2.

De kosten die de veiligheidsregio aan gemeenten toerekent bestaan uit basiszorg kosten en kosten voor taken waarover met gemeenten dienstverleningsovereenkomsten zijn afgesloten (plustaken).

3.

De basiszorg kosten worden toegerekend aan alle gemeenten waarbij een bijdrage wordt bepaald op basis van de kostenverdeelsystematiek. Deze kostenverdeelsystematiek wordt vastgesteld door het algemeen bestuur.

4.

Wijzigingen in de kostenverdeelsystematiek zullen voor een zienswijze aan de raden van de gemeenten worden aangeboden.

5.

De kosten die verband houden met de taken zoals genoemd in artikel 4 tweede lid onder c (ambulancezorg), worden bestreden uit de NZA-tarieven op de ambulancetarieven en uit de ambulancetarieven zelf. De baten die de VRR behaalt met de zorg voor permanente beschikbaarstelling van voldoende en kwalitatief goede ambulancevoorzieningen, worden niet gebruikt voor financiering van de andere activiteiten.

De kosten die verband houden met de taken zoals genoemd in artikel 4 tweede lid onder b, worden bestreden uit de NZA-tarieven op de ambulancetarieven en uit de ambulancetarieven zelf.

De specifieke kosten die verband houden met werkzaamheden ten behoeve van (een) gemeente(n) als bedoeld in artikel 4 derde lid onder a, worden gedragen door de betrokken gemeente(n).

Gekozen is om aan te sluiten met de tekst van artikel 13 van de Wet ambulancezorgvoorzieningen

Dit lid komt te vervallen. Het gaat in dit artikel over de gemeentelijke bijdragen, niet over andere financieringsbronnen.

2a. Tot vergoeding van kosten die voor de Veiligheidsregio voortvloeien uit de uitoefening van haar taken in het kader van de bestrijding van rampen en zware ongevallen in buitengewone omstandigheden en de voorbereiding daarop wordt uit ’s Rijks kas jaarlijks een bijdrage verleend (BDUR). De kosten die verband houden met de taken zoals genoemd in de BDUR worden volledig aan de BDUR gelden toegerekend. 3.

In de nieuwe kostenverdeelsystematiek is geen sprake meer van een gemeentelijke classificatie. De nieuwe verdeelsystematiek en de wijze van ingroei wordt beschreven in de financiële verordening.

6.

De kosten voor plustaken die verband houden met werkzaamheden ten behoeve van (een) deelnemer(s) als bedoeld in artikel 4 derde lid onder a, worden gedragen door de betrokken gemeente(n).

36

GR VRR (versie 2013 na 2e wijziging) 4. De deelnemers betalen de in het eerste lid bedoelde bijdrage bij wijze van voorschot aan het openbaar lichaam in vier termijnen, telkens vóór de vijftiende dag van de eerste maand van elk kwartaal van een boekjaar, na aanbieding van een factuur door het openbaar lichaam. 5.

Binnen een maand na vaststelling van de jaarrekening door het algemeen bestuur wordt op basis daarvan de door iedere deelnemer verschuldigde bijdrage definitief vastgesteld en aan de deelnemers ter kennis gebracht, waarbij verrekening van de betaalde voorschotten plaatsvindt.

6.

De deelnemers waarborgen de betaling van rente en aflossing van de door het openbaar lichaam gesloten geldleningen volgens door het algemeen bestuur vast te stellen regels en naar evenredigheid van het aantal inwoners van iedere gemeente per 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar en indien de geldschieters dit wensen onder het doen van afstand van de voorrechten, welke de wet aan borgen toelaat.

Voorstel aanpassingen GR VRR 2021 7. Binnen een maand na vaststelling van de jaarrekening door het algemeen bestuur wordt op basis daarvan de door iedere deelnemer verschuldigde bijdrage definitief vastgesteld en aan de deelnemers ter kennis gebracht, waarbij verrekening van de betaalde voorschotten plaatsvindt.

8.

De deelnemers waarborgen de betaling van rente en aflossing van de door het openbaar lichaamde Veiligheidsregio gesloten geldleningen volgens door het algemeen bestuur vast te stellen regels en naar evenredigheid van het aantal inwoners van iedere gemeente per 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar en indien de geldschieters dit wensen onder het doen van afstand van de voorrechten, welke de wet aan borgen toelaat.

37

Toelichting De wijze van bevoorschotting wordt nu geregeld in de financiële verordening en niet meer in de GR.

GR VRR (versie 2013 na 2e wijziging)

Voorstel aanpassingen GR VRR 2021

Artikel 39. Financiële voorschriften. 1. Het algemeen bestuur stelt voorschriften vast ter zake van het geldelijk beheer, de financiële organisatie en de verzekering van eigendommen.

Artikel 30. Financiële voorschriften. 1. Het algemeen bestuur stelt voorschriften vast ter zake van het geldelijk beheer, de financiële organisatie en de verzekering van eigendommen.

2.

Het algemeen bestuur stelt voorschriften vast ter zake van de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie.

2.

Het algemeen bestuur stelt voorschriften vast ter zake van de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie.

3.

De voorschriften als bedoeld in de leden 1 en 2 worden binnen twee weken na vaststelling gezonden aan gedeputeerde staten.

3.

De voorschriften als bedoeld in de leden 1 en 2 worden binnen twee weken na vaststelling gezonden aan gedeputeerde staten.

4.

Het lichaam verzorgt verzekeringen tegen: a. burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor schade aan personen en goederen; b. wettelijke aansprakelijkheid voor vermogensschade.

4.

De Veiligheidsregio draagt zorg voor het afsluiten van een aansprakelijkheidsverzekering voor schade aan personen en goederen alsmede voor vermogensschade.

5.

Als de verzekering een voor rekening van het lichaam komende schade niet dekt wordt deze gedragen door het lichaam voor zover een deelnemer geen beroep kan doen op uitkeringen bij of krachtens de wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen.

5.

Als de verzekering een voor rekening van het lichaamde Veiligheidsregio komende schade niet dekt wordt deze gedragen door het lichaamde Veiligheidsregio voor zover een deelnemer geen beroep kan doen op uitkeringen bij of krachtens de wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen.

38

Toelichting

Tekstuele aanpassing

GR VRR (versie 2013 na 2e wijziging)

Voorstel aanpassingen GR VRR 2021

Hoofdstuk XIV (Archivering en klachtbehandeling)

Hoofdstuk XII (Archivering en klachtbehandeling)

Artikel 40. Archiefbescheiden. 1. Het dagelijks bestuur draagt, overeenkomstig door het algemeen bestuur vast te stellen regels, zorg voor de archiefbescheiden van de bij de regeling ingestelde organen.

Artikel 31. Archiefbescheiden. 1. Het dagelijks bestuur draagt, overeenkomstig door het algemeen bestuur vast te stellen regels, zorg voor de archiefbescheiden van de bij de regeling ingestelde organen.

2.

Gedeputeerde staten oefenen toezicht uit op de onder het eerste lid aan het dagelijks bestuur opgedragen zorg voor de archiefbescheiden overeenkomstig artikel 30, juncto artikel 28 van de Archiefwet 1995 voor zover deze artikelen van toepassing zijn op de organen van het openbaar lichaam.

2.

Gedeputeerde staten oefenen toezicht uit op de onder het eerste lid aan het dagelijks bestuur opgedragen zorg voor de archiefbescheiden overeenkomstig artikel 30, juncto artikel 28 van de Archiefwet 1995 voor zover deze artikelen van toepassing zijn op de organen van het openbaar lichaam.de Veiligheidsregio.

3.

De directie is belast met het beheer van de archiefbescheiden voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Rotterdam.

3.

De directie is belast met het beheer van de archiefbescheiden voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Rotterdam.

4.

De archivaris van de gemeente Rotterdam oefent toezicht uit op het in het derde lid van dit artikel genoemde beheer.

4.

De archivaris van de gemeente Rotterdam oefent toezicht uit op het in het derde lid van dit artikel genoemde beheer.

5.

Voor de bewaring van de op grond van artikel 4, derde lid, van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde organen is aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Rotterdam.

5.

Voor de bewaring van de op grond van artikel 4, derde lid, van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde organen is aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Rotterdam.

6.

De in het vijfde lid van dit artikel bedoelde archiefbescheiden worden beheerd door de archivaris van de gemeente Rotterdam.

6.

De in het vijfde lid van dit artikel bedoelde archiefbescheiden worden beheerd door de archivaris van de gemeente Rotterdam.

Artikel 41. De behandeling van klachten en ombudsvoorziening. 1. Het algemeen bestuur stelt nadere regels vast over de behandeling van klachten over gedragingen van personen werkzaam bij het openbaar lichaam.

Artikel 32. De behandeling van klachten en ombudsvoorziening. 1. Het algemeen bestuur stelt nadere regels vast over de behandeling van klachten over gedragingen van personen werkzaam bij het openbaar lichaamde Veiligheidsregio.

2.

2.

De gemeentelijke ombudsman van de gemeente Rotterdam functioneert als ombudsman in de zin van artikel 9:17 en verder van de Algemene wet bestuursrecht.

De gemeentelijke ombudsman van de gemeente Rotterdam functioneert als ombudsman in de zin van artikel 9:17 en verder van de Algemene wet bestuursrecht.

39

Toelichting

GR VRR (versie 2013 na 2e wijziging)

Voorstel aanpassingen GR VRR 2021

Hoofdstuk XV (Toe- en uittreding)

Hoofdstuk XIII (Toe- en uittreding)

Artikel 42. Toetreding en uittreding. Toe- en uittreding van colleges van burgemeester en wethouders tot de gemeenschappelijke regeling is slechts mogelijk na wijziging van de verdeling van gemeenten in regio’s, als bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s.

Artikel 33. Toetreding en uittreding. 1. Toe- en uittreding van colleges van burgemeester en wethouders tot de gemeenschappelijke regeling is slechts mogelijk na wijziging van de verdeling van gemeenten in regio’s, als bedoeld in artikel 8 van de Wet.

Artikel 43. 1. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding of de uittreding en kan hieraan voorwaarden verbinden. 2.

<vervallen>

3.

<vervallen>

2.

Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding of de uittreding en kan hieraan voorwaarden verbinden.

3.

Een uittreding mag geen negatieve financiële gevolgen hebben voor de achterblijvende deelnemers.

<vervalt>

Toelichting

Oud artikel 43 eerste lid wordt verplaatst naar lid 2 onder dit artikel. Nieuw lid 3 waarin het uitgangspunt wordt geformuleerd dat bij een eventuele uittreding de achterblijvende gemeenten niet geconfronteerd worden met negatieve financiële gevolgen.

Verplaatst naar artikel 33 lid 2 (nieuw).

Artikel 44. <vervallen>

40

GR VRR (versie 2013 na 2e wijziging)

Voorstel aanpassingen GR VRR 2021

Artikel 45. Wijzigingen of opheffing. 1. Een voorstel tot wijziging van deze regeling kan worden gedaan door het algemeen bestuur of door de colleges van burgemeester en wethouders van ten minste vijf van de deelnemende gemeenten, zulks onverminderd de ter zake van toepassing zijnde bepalingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Wet veiligheidsregio’s.

Artikel 34. Wijzigingen of opheffing. 1. Een voorstel tot wijziging van deze regeling kan worden gedaan door het algemeen bestuur of door de colleges van burgemeester en wethouders van ten minste vijf van de deelnemende gemeenten, zulks onverminderd de ter zake van toepassing zijnde bepalingen in de Wgr en de Wet.

2.

De gemeenschappelijke regeling wordt gewijzigd indien de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten daartoe eensluidend besluiten.

2.

3.

De gemeenschappelijke regeling kan slechts worden opgeheven voor zover dit op grond van artikel 8 en artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s mogelijk is. Een besluit tot opheffing van deze gemeenschappelijke regeling wordt niet genomen voordat de betreffende bestuursorganen van alle deelnemende gemeenten daarmee hebben ingestemd.

4.

Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regelen. Daarbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken.

3.

Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regelen. Daarbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken.

5.

Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, nadat de raden van de deelnemende gemeenten hun zienswijze hebben kunnen inbrengen, vastgesteld.

4.

Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, nadat de raden van de gemeenten waarvan de colleges deelnemen hun zienswijze hebben kunnen inbrengen, vastgesteld.

6.

Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die beëindiging heeft voor het personeel.

5.

Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die beëindiging heeft voor het personeel.

7.

Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van het samenwerkingsverband.

6.

Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende colleges, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van het samenwerkingsverband.

8.

Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.

7.

Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.

9.

De organen van het openbaar lichaam blijven ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie volledig is voltooid.

8.

De organen van het openbaar lichaamde Veiligheidsregio blijven ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie volledig is voltooid.

De gemeenschappelijke regeling wordt gewijzigd indien de colleges daartoe, na verkregen toestemming van de raden van hun gemeenten, eensluidend besluiten.

Toelichting Vernummeren artikel

Aangepast aan de procedure zoals beschreven in de Wgr, artikel 1 lid 2 en 3. Dit artikel vervalt, omdat opheffing in principe niet mogelijk is. Dit wordt namelijk bepaald door de Wet. De bepaling van dit artikellid dient dan ook enkel betrekking te hebben op de gevolgen van een eventuele opheffing.

<vervallen>

41

GR VRR (versie 2013 na 2e wijziging)

Voorstel aanpassingen GR VRR 2021

Hoofdstuk XVI (Inwerkingtreding en overgangsbepalingen)

Hoofdstuk XVI (Inwerkingtreding en overgangsbepalingen)

Artikel 46. 1. De gemeenschappelijke regeling treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de gemeenschappelijke regeling overeenkomstig artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regeling is geregistreerd. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel 35. 1. De gemeenschappelijke regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

2.

2.

Het bestuur van de gemeente Rotterdam wordt aangewezen als het gemeentebestuur zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 47. Overgangsbepalingen. 1. <vervallen>

Het college van de gemeente Rotterdam wordt aangewezen als het gemeentebestuur zoals bedoeld in artikel 26 van de Wgr.

Artikel 36. Overgangsbepalingen.

2.

<vervallen>

3.

<vervallen>

4.

<vervallen>

5.

<vervallen>

6.

Totdat terzake een nieuw besluit wordt genomen, blijven besluiten en verordeningen die door de Regionale Hulpverleningsdienst Rotterdam-Rijnmond zijn genomen onderscheidenlijk vastgesteld van toepassing, met dien verstande dat voor “Regionale Hulpverleningsdienst Rotterdam-Rijnmond” wordt gelezen: Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.

1.

Totdat terzake een nieuw besluit wordt genomen, blijven besluiten en verordeningen die door de Regionale Hulpverleningsdienst Rotterdam-Rijnmond zijn genomen onderscheidenlijk vastgesteld van toepassing, met dien verstande dat voor “Regionale Hulpverleningsdienst Rotterdam-Rijnmond” wordt gelezen: Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.

7.

Totdat terzake een nieuw besluit wordt genomen, blijven besluiten en verordeningen gebaseerd op de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio RotterdamRijnmond van 2006, laatstelijk gewijzigd op 8 december 2008 onverkort van toepassing.

2.

Totdat terzake een nieuw besluit wordt genomen, blijven besluiten en verordeningen gebaseerd op de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio RotterdamRijnmond, laatstelijk gewijzigd op 16 december 2013 onverkort van toepassing.

Artikel 48. Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.

Artikel 37. Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.

42

Toelichting .

GR VRR (versie 2013 na 2e wijziging) Het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio RotterdamRijnmond,

Voorstel aanpassingen GR VRR 2021

Gelet op de besluiten van de deelnemende colleges tot wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond; besluit vast te stellen de geconsolideerde tekst van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio RotterdamRijnmond zoals deze luidt na verwerking van de 2e serie wijzigingen welke in werking treedt na ondertekening van dit besluit; Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen bestuur op 16 december 2013.

43

Toelichting

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11173604/1