Algemene beschouwingen Kadernota 2022 D66
Tekst van het document
Algemene beschouwingen D66 bij de Kadernota 2022. Dit jaar is weer een kadernota. Vorig schoot de kadernota om verschillende erbij in. Op zichzelf is dit een positief teken. Traditioneel is de kadernota de start van een nieuwe P&C-cyclus en geeft de Raad tijdens de behandeling van de nota nadere richtlijnen mee, zodat het college langs deze lijnen de begroting mag uitwerken en in oktober kan voorleggen aan de Raad ter goedkeuring. Vorig jaar deden we het zonder Kadernota en bij de Raadsbehandeling werden er vervolgens ingrijpende amendementen en moties aangenomen. Dit was wel noodzakelijk maar niet fraai. Overigens was dit, naar de mening van D66, niet alleen een direct gevolg van het ontbreken van de kadernota, alhoewel bijvoorbeeld de verwerking van Eneco-gelden dan eerder besproken had kunnen worden. Corona heeft bijvoorbeeld ook de normaal gebruikelijke tussentijdse overleggen erg bemoeilijkt ondanks de voorzieningen om digitaal te vergaderen. De conclusie lijkt dan gerechtvaardigd dat het hebben van een kadernota een goede start vormt. Maar nu, dit jaar, lijkt de kadernota te vroeg te komen want er is nog heel veel onzeker. De grootste onzekerheid betreft de verhoging van de uitkering voor de jeugdhulp. De arbitragecommissie heeft recentelijk uitspraak gedaan in het geschil tussen de VNG en het Rijk over de financiering van de Jeugdzorg.
Volgens die uitspraak dient het Rijk gemeenten te compenseren voor het feitelijk tekort. Er is nog geen zekerheid over de compensatiegelden én ook de toezichthouder is zich nog aan het beraden over een standpunt in deze. De kadernota laat ons een tekort zien maar de compensatie voor de kosten van de Jeugdzorg zit er dus nog niet in als extra dekkingsmiddel. Je zou graag weten wat de impact van de toekomstige regeling is om geen achteraf gezien onnodige maatregelen getroffen te hebben. In de kadernota schetst het college een aantal dekkingsmogelijkheden om tot een structureel sluitende begroting te komen. Hierbij is dus geen rekening is gehouden met de extra opbrengsten Jeugdzorg. In de komende tijd zal duidelijk(er) worden waar we het precies over hebben. Hetzelfde geldt overigens ook voor de positie die de toezichthouder zal innemen. Moet je dan wel maatregelen opnemen in de begroting als dat misschien niet nodig is? Dit lijkt de centrale vraag te worden van deze kadernota 2022. Het antwoord van D66 is, dat er toch een plannen moeten komen, ondanks de vraag of deze tot uitvoering zullen moeten komen of niet. Afhankelijk van de ontwikkelingen kunnen dan keuzes gemaakt worden. Meerdere opties of lagen in de plannen, dus. Los van opties is dé prioriteit het IKC-Oostvoorne. Dit IKC moet er komen. Een andere uitkomst is onacceptabel.
Onderdelen uit de lijst met 19 projecten kunnen onderdeel zijn van de voorstellen van het college, maar wat D66 betreft zijn er mogelijkheden genoemd in de kadernota, die voor zouden kunnen gaan. In dit kader zou wat D66 betreft in ieder geval gekeken moeten worden naar de suggestie van het college om de onderhoudskosten van het woonbedrijf te verlagen door de vorming van een onderhoudsvoorziening. Ook het onderzoek naar de huurprijzen en de huurverlagingen en huurverhogingen zou wat ons betreft geprioriteerd moeten worden. Het behoeft geen verder betoog dat wij voorstander zijn van de (deels wettelijke) huurverlaging van te hoge huren voor lage inkomens en andersom, voor de aanpak van de scheefhuur dus.
Tegelijkertijd dient de huuropbrengst van het woonbedrijf – met in acht name van de bovenstaande criteria – maximaal aangepast te worden om de genoemde onderhoudsvoorzienig te voeden. Wat D66 betreft zijn deze maatregelen aan elkaar gekoppeld. We verhuren de woningen om geode huisvesting te bieden en daar hoort voldoende onderhoudsgeld bij. De verkoop van MGE/koopgarantwoningen moet wat D66 betreft zoveel mogelijk gestimuleerd worden. Door slimme keuzes te maken in het aanbod van de woningen, moet het vooral mogelijk zijn starters uit Westvoorne de mogelijkheid te geven een starterswoning te kopen. D66 – Westvoorne is hier een groot voorstander van. De verkoopopbrengsten kunnen dan in de reserves worden gestort, waardoor andere reserves weer vrij gemaakt kunnen worden voor structurele dekking. Ook deze maatregelen – extra stimulans verkoop MGE/Koopgarant woningen en een dekking door wat het college noemt “inzet van het vermogen ter (structurele) dekking” kunnen wat D66 betreft alleen in samenhang worden voorgesteld. Het betrekken van de belastingcapaciteit in de berekening van het weerstandvermogen om daardoor te voldoen aan de normen, is wat D66 betreft niet acceptabel. Ten aanzien van de algemene reserves bij de verbonden partijen zoals beschreven in de Kadernota, stellen wij voor een maximum te gaan hanteren van 5% van de deelnemersbijdragen.
De vermogens daarboven kunnen teruggestort worden in de algemene reserve van de deelnemers van de Gemeenschappelijke Regelingen; voor ons deel in de Algemene Reserve van Westvoorne dus . In dit kader verzoek ik het college ook te onderzoeken de – voortaan slecht renderende – aandelen Stedin te verkopen. Verder geeft D66 het college mee, zeer grote terughoudend te zijn in het doen van extra uitgaven in het ambtenarenapparaat zoals opleidingen en ICT, als de opbrengsten niet direct aan Voorne aan Zee te relateren zijn. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor de in de kadernota benoemde integratie van het financiële systeem van het woonbedrijf met het financiële systeem van de algemene dienst. Eerst maar eens een financieel systeem voor Voorne aan Zee. 1 januari 2023 is heel dichtbij. Een herplaatsingsplan van onze medewerkers is daarom alleen al zeer wenselijk. Het zal bovendien de noodzakelijke inzet voor de inrichting van de nieuwe organisatie en de werkprocessen enorm stimuleren. Laten we daarbij vooral niet vervallen in de oude mantra : wetje-pakketje-loketje. De nieuwe organisatie zal aan de buitenkant zeer laagdrempelig moeten zijn, geen rij van loketjes dus, maar klantvriendelijke integraliteit. De IT-mogelijkheden achter het loket zullen bovendien optimaal ingezet moeten worden uit het oogpunt van kostenbeheersing en de krapte op de arbeidsmarkt.
Tenslotte, de BERAP gaf een overschot aan van €700k. De jaarrekening geeft een positief gerealiseerd resultaat van €1,1 miljoen voor overheveling. De behandeling in de Raad van zowel de Jaarstukken 2020 en de 1e BERAP 2021 is op 30 juni gepland. Bij het schrijven van deze Algemene Beschouwing zijn de uitkomsten van dit beraad nog niet bekend, maar het laat bij D66 de indruk na dat de realisaties positiever uitpakken dan de begrotingen. Dat brengt D66 ertoe het college op te roepen vooral naar de realisaties te kijken bij het doen van voorstellen tot ombuiging. Bij het opstellen van de begroting , roept D66 het college op tijdig met de voorstellen bij de Raad te komen voor overleg, om grote bijsturingen als vorig jaar te voorkomen. D66/ Erik Mulder,26-6-2021