9. Risicoreductieplan 22 feb 2021
Tekst van het document
Risicoreductieplan gemeente Voorne Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne
22 februari 2021
Inhoudsopgave 0.
Inleiding, financiële positie en voorgestelde maatregelen ...................................................................... 3 Inleiding .............................................................................................................................................................. 3 Financiële positie ................................................................................................................................................ 3 Uitgangspunten .................................................................................................................................................. 5 Voorgestelde maatregelen ................................................................................................................................. 6 Vervolg................................................................................................................................................................ 7
1.
Financieel beleid (prioriteit 1) ................................................................................................................ 9 Gemeenten: toelichting ...................................................................................................................................... 9 Gezamenlijk: toelichting ................................................................................................................................... 12
2.
Financiële uitwerking (prioriteit 2) ....................................................................................................... 18 Gemeenten: toelichting .................................................................................................................................... 18 Gezamenlijk: toelichting ................................................................................................................................... 19
3.
Organisatie (prioriteit 3) ...................................................................................................................... 21 Gemeenten: toelichting .................................................................................................................................... 21 Gezamenlijk: toelichting ................................................................................................................................... 22
4.
Overige punten (prioriteit 4) ................................................................................................................ 23 Gemeenten: toelichting .................................................................................................................................... 23 Gezamenlijk: toelichting ................................................................................................................................... 24
5.
Bijlage 1 Financiële aandachtspunten en gevolgen harmonisatie ......................................................... 25 Brielle ................................................................................................................................................................ 25 Hellevoetsluis .................................................................................................................................................... 28 Westvoorne ...................................................................................................................................................... 30 Voorne .............................................................................................................................................................. 32
Bijlage 2 Overige risico’s ............................................................................................................................... 34 Bijlage 3 Bronnen.......................................................................................................................................... 36
Risicoreductieplan
2
0. Inleiding, financiële positie en voorgestelde maatregelen Inleiding De gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne hebben besloten tot een bestuurlijke fusie per 1 januari 2023. Dit risicoreductieplan geeft inzicht in de aandachtsgebieden en risico’s op financieel gebied voor elk van de drie gemeenten en voor de (fusie)gemeente Voorne als geheel. De aandachtspunten en risico’s zijn afkomstig uit de Begrotingen 2021, de herindelingsscan, begrotingsscans, de Due Diligence rapporten, de begrotingsbrieven 2021 van de Provincie, de Jaarstukken 2019 en vormen de basis van dit risicoreductieplan. Aandachtspunten en risico’s van beleid waarover nog een raadsbesluit genomen moet worden zijn niet opgenomen. De ingeschatte gevolgen van de harmonisatie van het financiële beleid zijn hieraan toegevoegd, waardoor inzicht ontstaat in de verwachte financiële positie van de gemeente Voorne. Op basis hiervan wordt voor de beheersing van de financiële risico’s maatregelen voorgesteld. Dit zijn zowel maatregelen die door de individuele gemeenten genomen worden als gezamenlijke maatregelen ter voorbereiding op de fusiegemeente Voorne.
Financiële positie De ontwikkeling van het begrotingssaldo op basis van de Begroting 2021 is als volgt. De gemeente Brielle begroot op basis van een neutraal saldo. Dat betekent dat tekorten of overschotten in het begrotingssaldo direct aan de algemene reserve worden onttrokken respectievelijk worden toegevoegd (+ = positief, * € 1.000).
Begrotingssaldo Brielle Hellevoetsluis Westvoorne Voorne
2021 941 1.130 2.071
2022 1.517 1.164 2.681
2023 1.844 1.444 3.288
2024 2.706 1.453 4.159
De Provincie beoordeelt de begroting op reëel en structureel evenwicht. Hierbij worden incidentele baten en lasten op het begrotingssaldo gecorrigeerd. Ook worden posten waarvan de Provincie van oordeel is dat deze niet reëel zijn gecorrigeerd. De Provincie heeft bij alle gemeenten correcties doorgevoerd. Het structurele saldo zoals door de Provincie in de begrotingsbrieven aangegeven is als volgt (+ = positief, * € 1.000):
Structureel begrotingssaldo Brielle Hellevoetsluis Westvoorne Voorne
2021 (921) (1.770) 176 (2.515)
2022 332 (652) 329 10
2023 601 (186) 241 656
2024 835 476 1.311
Naast de correcties van de Provincie zijn er voor de gemeenten financiële aandachtspunten. Ook is doorgerekend wat een harmonisatie vanaf 2022 van financieel beleid (exclusief reserves) inclusief belastingen en heffingen voor effect zou hebben voor de verschillende gemeenten in 2022 en voor de gemeente Voorne vanaf 2023. De effecten van de financiële uitkomsten en harmonisatie is als volgt (+ = positief, * € 1.000):
Risicoreductieplan
3
Begrotingssaldo incl. financiële aandachtspunten en harmonisatie 2021 2022 2023 Brielle (2.464) (2.799) (1.632) Hellevoetsluis (1.291) 655 434 Westvoorne (1.091) (1.006) (390) Harmonisatie (678) Voorne (4.846) (3.150) (2.265)
2024 (1.664) (365) (520) (678) (3.227)
Het lopen van risico’s is onlosmakelijk verbonden aan het willen behalen van maatschappelijke doelen. Om als gemeente Voorne financieel gezond te kunnen starten zullen de financiële aandachtspunten en gevolgen van de harmonisatie zoveel mogelijk bekend moeten zijn en waar nodig opgelost moeten worden. Het advies in dit risicoreductieplan is daarop gericht. In bijlage 1 zijn de financiële aandachtspunten en voorziene gevolgen van de harmonisatie per gemeente en voor de gemeente Voorne opgenomen. De gemeenten gaan tot 1/1/2023 ieder over hun eigen reservepositie. Op basis van de begrotingen 2021-2024 is de stand van de reserves per 31/12/2022 als volgt (* € 1.000): Reserves 31/12/2022 Algemene reserves Bestemmingsreserves (niet belast) Bestemmingsreserves (belast, m.n. kapitaaldekking)
Brielle Hellevoetsluis Westvoorne 10.091 28.338 10.938 1.525 2.215 14.394 89.772 974 11.279 101.388 31.527 36.611
Voorne 49.367 18.134 102.025 169.525
De algemene reserves en de (niet belaste) bestemmingsreserves van totaal € 88 miljoen zijn door de raad vrij in te zetten. Totaal wordt er in 2023 € 8 miljoen aan de reserves onttrokken. De woonlasten in 2021 zijn als volgt: Woonlasten 2021 (meerpersoonshuishoudens)
Brielle Hellevoetsluis Westvoorne Voorne
gemiddelde WOZwaarde woning
OZB (variabel obv WOZwaarde)
270.000 255.000 321.000 275.000
301 261 319 285
Afval Riool Totale Totale Verschil Coelo 2020 (vast tarief) (vast tarief) woonlasten woonlasten Voorne tov (1=laagst, Voorne huidige 377=hoogst) gemeente 195 318 354 293
228 157 284 201
724 736 956 779
774 759 827 779
7% 3% -14% 0%
41 195 356 145
Onder totale woonlasten zijn de woonlasten van een meerpersoonshuishouden van de betreffende gemeente berekend. Onder Totale woonlasten Voorne zijn de woonlasten van de betreffende gemeente berekend door de OZB te berekenen met het geharmoniseerde Voornse OZB-tarief en de gemiddelde WOZ-waarde woning van de betreffende gemeente, en daar de geharmoniseerde Voornse tarieven voor afval en riool bij te tellen. Een harmonisatie van de tarieven OZB, afval en riool in 2021 zou leiden tot een stijging van de woonlasten in Brielle van 7% en in Hellevoetsluis van 3%. In Westvoorne dalen de woonlasten met 14%. Door COELO wordt de woonlasten van de gemeenten in Nederland onderling vergeleken. Op basis van de tarieven 2021 (-/- 1,6% inflatie) is de plaats op de ranglijst 2020 bepaald. Het overgangsrecht wet arhi geeft de mogelijkheid verordeningen en bijbehorende tarieven (behalve voor de OZB) en heffingen zoals deze voor 2022 gelden in de fusiegemeente nog maximaal 2 jaar lang toegepast/ toepasbaar verklaard mogen worden. Op 1/1/2025 moeten dus alle tarieven en heffingen geharmoniseerd zijn. De woonlasten 2025 (exclusief inflatie) zijn op basis van de structurele opbrengsten OZB en de structurele lasten van afval en riolering in de begroting 2021-2024 en de rekenkundige gevolgen van de harmonisatie van tarieven doorgerekend en zijn als volgt:
Risicoreductieplan
4
Woonlasten 2025 obv tarief Voorne na harmonisatie (meerpersoonshuishoudens) Brielle Hellevoetsluis Westvoorne Voorne
gemiddelde WOZwaarde woning
OZB (variabel obv WOZwaarde)
270.000 255.000 321.000 275.000
280 264 333 285
Afval Riool Totale Totale Verschil Coelo 2020 (vast tarief) (vast tarief) woonlasten woonlasten woonlasten (1=laagst, 2025 2021 2025 tov 377=hoogst) 2021 363 363 363 363
190 190 190 190
833 817 886 838
724 736 956 779
15% 11% -7% 8%
238
De aldus berekende woonlasten op Voorne liggen in 2025 t.o.v. 2021 8% hoger. Dit komt met name door een stijging van het afvaltarief door het tijdelijk in kunnen zetten van middelen uit de voorziening afval van Brielle (€ 1 mln. per jaar) en de 88% kostendekkendheid van afvaltarieven Hellevoetsluis (€ 0,6 mln. per jaar). Vanwege de harmonisatie stijgen de tarieven afval en riool door het doorrekenen van kosten BTW (€ 0,5 mln.) en door lagere toe te rekenen rentekosten aan riool in Voorne (€ 0,6 mln). De in de begroting Westvoorne opgenomen verhoging van de OZB per 1/1/2023 met 10%/ € 300.000 is in deze berekening niet meegenomen. Door de samenvoeging zullen er verschuivingen plaatsvinden of mogelijk kosten anders toegerekend gaan worden. Ook kan er mogelijk nog (incidenteel) een beroep gedaan worden op de egalisatievoorzieningen voor afval en riool. Ook zijn er vele ontwikkelingen op het gebied van inzameling en verwerking van afval waardoor de kosten, opbrengsten en daarmee tarieven ten opzichte van de situatie in de begroting 2021 kunnen veranderen. Tenslotte kan de gemeente Voorne kiezen voor een lagere OZB en/of kostendekkendheid van afval en/of riool. Dit heeft uiteraard dan wel gevolgen voor het begrotingssaldo. Bij harmonisatie van de OZB-tarieven voor niet woningen dalen de OZB-lasten voor een niet woning in Hellevoetsluis met 10%.
In Brielle nemen de OZB-lasten met 1% toe en in Westvoorne met 34% (zie ook tabel bij onderdeel 3. Woonlasten). De gemeenten hebben hun eigen financieel beleid. In Voorne, en voorgesteld wordt waar mogelijk al in aanloop daarnaartoe, wordt dit geharmoniseerd. De grootste (financiële) aandachtspunten hierbij zijn: • Gebruik van mei- of septembercirculaire als basis voor de begroting: financieel gevolg neutraal tot negatief; • Afschrijvingsbeleid harmoniseren is financieel neutraal tot positief; • De (interne) rentetarieven wijzigen substantieel. Voor Brielle is de huidige wijze waarop middelen voor structurele uitgaven aan de reserves onttrokken wordt niet meer mogelijk; • Brielle en Westvoorne hanteren een bestemmingsreserve voor het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs, Hellevoetsluis niet; • Woonlasten: stijging afvaltarief door het tijdelijk in kunnen zetten van middelen uit de voorziening afval Brielle, stijging tarieven afval en riool vanwege het doorrekenen van kosten BTW en daling door lagere toe te rekenen rentekosten aan riool in Voorne; • Rente: het rentepercentage bij de doorbelasting van rentekosten aan de grondexploitaties is in Voorne lager, financieel voordeel voor de grondexploitaties maar nadeel voor het begrotingssaldo.
Naast de financiële uitgangspositie van de nieuw te vormen gemeente, zal het ook van de politieke keuzes en het beleid van de nieuw te vormen gemeente afhangen welke financiële positie wil en kan worden bereikt.
Uitgangspunten De gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne streven naar een financieel stabiele fusie voor haar inwoners, instellingen en bedrijven. Hiervoor is het belangrijk dat de uitgaven en begrotingssaldi beheerst worden. Om dit te bereiken zijn er een aantal voorwaarden: • open naar elkaar te zijn over de eigen situatie; • investeringen en grote uitgaven op elkaar af te stemmen; • financiële zaken alvast te bekijken met de blik op de nieuw te vormen gemeente; • naar elkaar toegroeien op het gebied van belastingtarieven.
Risicoreductieplan
5
De gemeenten zijn en blijven tot aan de fusie zelf verantwoordelijk voor hun begroting. Uitgangspunt is dat de (voorbereiding) op de harmonisatie geen grote gevolgen heeft voor de beschikbare financiële middelen in 2021 en 2022 voor elk van de gemeenten. Het overbruggen van de grote verschillen in het financiële beleid is aan de gemeente Voorne. Wel moet in aanloop naar de gemeente Voorne afspraken gemaakt worden, zodat duidelijk is wat er onderling verwacht wordt van elkaar. Daarnaast moet duidelijk zijn wat de financiële situatie voor de gemeente Voorne is en welke financiële afspraken onderling en met de Provincie te maken om de overgang financieel stabiel te laten verlopen en hierop gestuurd kan worden.
Voorgestelde maatregelen Op basis van het financiële beeld zijn van de totaal 130 risico’s per risico of samenhangende risico’s 41 beheersmaatregelen voorgesteld. Dit zijn concrete acties die in de komende tijd geadviseerd worden uit te voeren. De belangrijkste zijn: Voor de gemeenten zelf: • financiële aandachtspunten vanuit de Provincie en aandachtspunten eigen begroting; • harmonisatie van financieel beleid t.a.v. gebruik stelposten, loon- en prijsstijgingen en mogelijk afschrijvingsbeleid; • harmonisatie van belastingen en heffingen (afgestemd tempo); • aandacht wordt o.a. gevraagd voor de financiële functie, rechtmatigheid, interne beheersing, achterstanden/ gemeente op orde. Gezamenlijk als voorbereiding op de gefuseerde gemeente: • beleidskeuzes beschouwen, onderhoudskwaliteit kapitaalgoederen bepalen; • (voorbereiden van) harmonisatie van beleid, voorzieningen, uitbestede taken; • opstellen financieel beleid risicomanagement en t.a.v. reserves; • voorbereiden van organisatie w.o. accountant en interne beheersing. De verschillende onderwerpen zijn gegroepeerd per prioriteit en in afzonderlijke hoofdstukken opgenomen. In de per hoofdstuk opgenomen overzichtstabel is het onderwerp, een toelichting hierop en is de beheersmaatregel aangegeven. Ook is aangegeven voor welke gemeente(n) dit geldt. Vervolgens is er op ieder onderwerp een toelichting gegeven.
Het volgende advies qua prioritering en data waarop de activiteit geadviseerd klaar te laten zijn en wanneer deze uiterst klaar moet zijn wordt gegeven (top 5 is vetgedrukt). Prio 1
Wat Financieel beleid (inventarisatie en afspraken maken)
Risicoreductieplan
Onderwerp
Wanneer klaar
Gemeenten 1. Financiële aandachtpunten 2. Meerjarig structureel en reëel evenwicht 3. Woonlasten Gezamenlijk 4. Arhi-proces 5. Stelposten, loon en prijsstijgingen 6. Financiële effecten gemeentelijk herindeling 7. Belastingverordeningen harmoniseren 8. Uitgangspunten financiële beleid 9. Afschrijvingsbeleid 10. Treasury 11. Omvang en inzet van reserves
6
Advies
Uiterst
Kadernota 2022 Begroting 2022 Kadernota 2022
Begroting 2023 Begroting 2023 Begroting 2023
af af Kadernota 2022 Begroting 2023 Kadernota 2022 31/12/2022 Kadernota 2022 1/1/2015 Kadernota 2022 Kadernota 2023 Kadernota 2022 1/1/2023 Begroting 2022 1/1/2023 Kadernota 2023 1/1/2023
Prio 2
3
4
Wat
Onderwerp
Wanneer klaar
Financiële Gemeenten uitwerking (van de 12. Begrotingsscan afspraken) 13. Financiële organisatie 14. Woonbedrijf financieel beleid 15. Vennootschapsbelasting Woonbedrijf Gezamenlijk 16. Beleidskeuzes 17. Risico's en weerstandsvermogen 18. Garant/borgstellingen 19. Raming en beheersing frictiebudget 20. Onderhoud kapitaalgoederen 21. Grondexploitaties Organisatie (van financiële beheersing en processen)
Overige punten
Advies
Uiterst
Kadernota 2022 continu Kadernota 2022 Kadernota 2022
keuze 1/1/2023 1/1/2023 1/1/2023
Kadernota 2022 Kadernota 2023 Kadernota 2023 continu Kadernota 2023 continu
keuze 1/1/2023 loop van 2023 continu loop van 2023 continu
Gemeenten 22. Rechtmatigheidsverklaring/ In Control 31/12/2021 23. Interne beheersing continu 24. Achterstanden 30/9/2022 Gezamenlijk 25. Accountant 1/1/2022 26. Auditcommissie 1/10/2021 27. Verbonden partijen Participatiewet 2022 28. Schaal- en efficiencyvoordelen Kadernota 2023 29. Ontdubbelen beleid, voorzieningen en activa 2022 30. Uitbestede taken 2022 31. Organisatorische uitdaging 30/6/2022 32. Procesbeschrijvingen loop van 2022 Gemeenten 33. Onderhoud Gebouwen 34. Omgevingswet 35. Verklaring voor rechtmatigheid Gezamenlijk 36. Doelmatigheid en doeltreffendheid 213a 37. Rekenkamer 38. Verbonden partijen 39. Regelgeving 40. Ruimtelijke plannen 41. Herijking gemeentefonds
31/12/2021 continu 31/12/2022 1/1/2023 1/1/2023 2023 1/1/2023 keuze keuze keuze loop van 2023
2022 Kadernota 2022 2024
keuze 1/1/2022 keuze
1/1/2025 1/1/2023 Kadernota 2022 Kadernota 2023 Begroting 2022 Begroting 2022
1/1/2025 1/1/2023 1/1/2023 1/1/2025 1/1/2023 1/1/2023
Hoe eerder maatregelen genomen zijn, hoe kleiner het risico. Om de financiële risico’s te verminderen is het advies dan ook hierop in te zetten. In bijlage 1 zijn de financiële aandachtspunten en voorziene gevolgen van de harmonisatie per gemeente en voor de gemeente Voorne opgenomen. In bijlage 2 zijn de gesignaleerde risico’s opgenomen die geen maatregelen (meer) behoeven. Door actualisering, nadere informatie en beoordeling zijn deze eerder gesignaleerde risico’s vervallen. In bijlage 3 zijn de gebruikte bronnen opgenomen.
Vervolg Per gemeente en voor de gemeente Voorne wordt een planning gemaakt voor de uitwerking van de in dit rapport opgenomen maatregelen. Daarin wordt rekening gehouden met het Projectplan Voorbereiding fusie en Projectaanpak en start uitrol Strategische Visie.
Risicoreductieplan
7
Het risicoreductieplan met planning worden door de colleges voorgelegd aan de gemeenteraden. De gevolgen van besluitvorming worden verwerkt in de kadernota’s, begrotingen, jaarstukken en de verschillende financiële verordeningen van de gemeenten. Met het monitoren van de voortgang van het risicoreductieplan en de ontwikkeling van de verwachte begrotingssaldi, reserves en woonlasten van de gemeente Voorne wordt de voortgang en de financiële positie gemonitord.
Risicoreductieplan
8
1. Financieel beleid (prioriteit 1) Het financiële beleid is de basis voor de reductie van de financiële risico’s. Voor onderstaande onderdelen van het financiële beleid opgenomen wordt voorgesteld afspraken te maken. Eerst zijn die onderdelen opgenomen die bij de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne zelf liggen. Daarna de gezamenlijke onderdelen. Onderwerp
Toelichting
Beheersmaatregel
B H W V
Gemeenten 1. Financiële aandachtspunten
In de begrotingsscans, due diligences, begrotingen 2021 en Financiële aandachtspunten oplossen. de beoordeling van de Provincie zijn diverse financiële aandachtspunten aangegeven.
B H W
2. Meerjarig structureel en reëel begrotingsevenwicht
De Provincie beoordeelt de begrotingen op een meerjarig structureel en reëel begrotingsevenwicht.
Meerjarige begrotingen gemeenten in structureel en reëel evenwicht brengen.
B H W
3. Woonlasten
De woonlasten zijn een belangrijk onderdeel van het financiële beleid. Voor de inwoners van Voorne is het belangrijk de ontwikkeling ervan voorspelbaar en evenwichtig te laten verlopen.
De tarieven OZB, afval en riool naar elkaar toe te laten groeien, zodat er uiterlijk per 1/1/2025 sprake is van uniforme tarieven.
B H W
Bepalen welke (financiële) besluiten voorgelegd worden aan fusiepartners, de drempelbedragen voor instemming en de mandatering aan poho fusiepartners voor tekenen van het instemmingsformulier.
Beheersmaatregel is al ingevoerd: (financiële) besluiten worden ter instemming voorgelegd.
B H W V
Opstellen financieel beleid voor gebruik stelposten, indexen, etc.
B H W V
Gezamenlijk 4. Arhi-proces
5. Stelposten, loon- en Het gebruik van stelposten, loon- en prijsstijgingen, prijsstijgingen algemene uitkering etc. vraagt een eenduidig beleid en uitvoering. 6. Financiële effecten gemeentelijke herindeling
Er zijn financiële effecten op uitkeringen en bestuurslasten. Financiële gevolgen inzichtelijk maken Door de samenvoeging van begrotingen en balansposities en waar nodig financieel beleid op wijzigen verhoudingen. maken.
V
7. Belastingverordeningen harmoniseren
Voorafgaande aan de herindeling de lokale heffingen naar elkaar toe laten groeien, zodat er vanaf de herindelingsdatum sprake kan zijn van uniforme tarieven.
Bereid de harmonisatie van de lokale heffingen voorafgaand aan de herindeling voor.
B H W V
8. Uitgangspunten financiële beleid
De uitgangspunten van het financiële beleid, beheer en inrichting financiële organisatie zijn in de verordening 212 vastgelegd. De onderdelen afschrijvingsbeleid, reserves, weerstandvermogen en risicobeheersing zijn apart opgenomen.
Verordening met daarin voorgestelde wijzigingen laten vaststellen door de gemeenteraden.
B H W V
9. Afschrijvingsbeleid
Binnen de gemeente wordt er op verschillende wijze De gemeenten harmoniseren beleid afgeschreven: lineair, progressief en annuïtair. Ook wijken tav afschrijvingen en passen dit beleid de afschrijvingstermijnen af. Harmonisatie heeft in principe toe in hun jaarstukken en begroting. zowel voor de individuele gemeente als voor de nieuwe gemeente grote financiële consequenties.
B H W V
10. Treasury
Vanuit treasury oogpunt is het belangrijk dat de duur en hoogte van leningen goed op elkaar afgestemd zijn.
Afstemming uitvoering treasurybeleid en uitvoering aantrekken leningen.
B H W V
11. Omvang en inzet van reserves en voorzieningen
Er wordt structureel onttrokken aan de reserves en op verschillende manieren met reserveringen voor toekomstige lasten omgegaan.
De harmonisatie van het beleid en gebruik van de exploitatie en reserves en voorzieningen wordt voor de nieuwe gemeente vormgegeven.
V
Gemeenten: toelichting 1. Financiële aandachtspunten In de begrotingsscans, due diligences, begrotingen 2021 en de beoordeling van de Provincie zijn diverse financiële aandachtspunten aangegeven. De ‘gebruikelijke’ risico’s voor alle gemeenten zoals vervoerskosten, WMO, jeugd, bijdragen gemeenschappelijke regelingen, pensioenvoorzieningen en Corona zijn in de Begroting 2021 opgenomen en worden daar geduid en gevolgd. Financiële gevolgen van keuzes gemeente Voorne niet opnemen in de meerjarenbegrotingen Vanaf 1 januari 2023 geldt de begroting van de gemeente Voorne. In de meerjarenbegroting van 2022 is ook het (Begrotings)jaar 2023 opgenomen. Ook zullen de gemeenten een Begroting 2023 voorbereiden, die begin 2023 als de Begroting 2023 van de gemeente Voorne door de gemeenteraad van Voorne vastgesteld moet
Risicoreductieplan
9
worden. Hiervoor moeten afspraken met elkaar gemaakt worden. Uitgegaan wordt dat gemeenten in hun begroting over de jaarschijf 2023 en verder niet vooruitlopen op eventuele voor- en nadelige gevolgen van de fusie of gevolgen van mogelijke aanpassing van beleid. In bijlage 1 zijn de financiële aandachtspunten en voorziene gevolgen van de harmonisatie per gemeente en voor de gemeente Voorne opgenomen. 2. Meerjarig structureel en reëel begrotingsevenwicht De ontwikkeling van het begrotingssaldo op basis van de Begroting 2021 is als volgt. De gemeente Brielle begroot op basis van een neutraal saldo. Dat betekent dat tekorten of overschotten in het begrotingssaldo direct aan de algemene reserve worden onttrokken respectievelijk worden toegevoegd (+ = positief, * € 1.000).
Begrotingssaldo Brielle Hellevoetsluis Westvoorne Voorne
2021 941 1.130 2.071
2022 1.517 1.164 2.681
2023 1.844 1.444 3.288
2024 2.706 1.453 4.159
De Provincie beoordeelt de begroting op reëel en structureel evenwicht. Hierbij worden incidentele baten en lasten op het begrotingssaldo gecorrigeerd. Ook worden posten waarvan de Provincie van oordeel is dat deze niet reëel zijn gecorrigeerd. De Provincie heeft bij alle gemeenten correcties doorgevoerd. Het structurele saldo zoals door de Provincie in de begrotingsbrieven aangegeven is als volgt (+ = positief, * € 1.000):
Structureel begrotingssaldo Brielle Hellevoetsluis Westvoorne Voorne
2021 (921) (1.770) 176 (2.515)
2022 332 (652) 329 10
2023 601 (186) 241 656
2024 835 476 1.311
De door de Provincie gedane correcties zijn onder de financiële aandachtspunten opgenomen in bijlage 1. 3. Woonlasten De woonlasten in 2021 zijn als volgt: Woonlasten 2021 (meerpersoonshuishoudens)
Brielle Hellevoetsluis Westvoorne Voorne
gemiddelde WOZwaarde woning
OZB (variabel obv WOZwaarde)
270.000 255.000 321.000 275.000
301 261 319 285
Afval Riool Totale Totale Verschil Coelo 2020 (vast tarief) (vast tarief) woonlasten woonlasten Voorne tov (1=laagst, Voorne huidige 377=hoogst) gemeente 195 318 354 293
228 157 284 201
724 736 956 779
774 759 827 779
7% 3% -14% 0%
41 195 356 145
Onder totale woonlasten zijn de woonlasten van een meerpersoonshuishouden van de betreffende gemeente berekend. Onder Totale woonlasten Voorne zijn de woonlasten van de betreffende gemeente berekend door de OZB te berekenen met het geharmoniseerde Voornse OZB-tarief en de gemiddelde WOZ-waarde woning van de betreffende gemeente, en daar de Voornse tarieven voor afval en riool bij te tellen. Een harmonisatie van de tarieven OZB, afval en riool in 2021 zou leiden tot een stijging van de woonlasten in Brielle van 7% en in Hellevoetsluis van 3%. In Westvoorne dalen de woonlasten met 14%. Door COELO wordt de woonlasten van de gemeenten in Nederland onderling vergeleken. Op basis van de tarieven 2021 (-/- 1,6% inflatie) is de plaats op de ranglijst 2020 bepaald. Ten opzichte van de herindelingsscan heeft Brielle het afval tarief met € 20 verhoogd, Hellevoetsluis de OZB met 25% verhoogd en is in deze vergelijking rekening gehouden met gemiddelde WOZ-waarde van de gemeente zelf. In 2020 had Hellevoetsluis nog een 13e positie in Nederland bij de woonlasten. In Brielle is bij de verkoop van de AVR-aandelen een substantieel bedrag in de voorziening afval gestort. Hierdoor kon jarenlang meer dan € 1 miljoen worden onttrokken aan de voorziening ten gunste van een lage
Risicoreductieplan
10
afvalheffing: de kostendekkendheid is 70%. Vanaf 2021 wordt het afvaltarief in Brielle jaarlijks met € 20 verhoogd. Ondanks deze jaarlijkse verhoging is er in 2024 een tekort van € 500.000 op afval en is in de begroting van Brielle in 2024 een onttrekking van dat bedrag aan de algemene reserve opgenomen. Dit is geen structurele oplossing. Voor een structureel kostendekkend tarief zou het afvaltarief in 2021 met € 125 moeten worden verhoogd. Het afvaltarief 2021 in Brielle zal dan stijgen van € 195 naar € 320. De gemeenten hebben beleidsvrijheid welke kosten toegerekend worden aan de producten afval en riool. Alle gemeenten maken gebruik van de mogelijkheid rekening te houden met een opslag voor indirecte kosten. Alleen de gemeente Brielle maakt geen gebruik van de mogelijkheid de kosten van BTW in de afval en riooltarieven door te berekenen. Een benadering hiervan is dat € 0,2 mln. extra kosten aan het product afval en € 0,3 mln. aan het product riool kunnen worden toegerekend. Als hiervoor gekozen wordt stijgen de tarieven voor afval en riool. Deze € 0,5 mln. komt dan weer ten gunste van het begrotingssaldo. Daar staat tegenover dat de rentekosten die aan riool in Brielle worden toegerekend erg hoog is. Momenteel wordt in Brielle 5% rentekosten berekend over de investeringen van riool. Het renteomslagpercentage daalt in Voorne naar 0,9%. Hierdoor krijgt riool € 0,5 mln.
minder aan rentekosten toegerekend en dalen de riooltarieven. Wel komt deze € 0,5 mln. daarmee ten laste van het begrotingssaldo. Het overgangsrecht wet arhi geeft de mogelijkheid verordeningen en bijbehorende tarieven (behalve voor de OZB) en heffingen zoals deze voor 2022 gelden in de fusiegemeente nog maximaal 2 jaar lang toegepast/ toepasbaar verklaard mogen worden. Op 1/1/2025 moeten dus alle tarieven en heffingen geharmoniseerd zijn. De woonlasten 2025 (exclusief inflatie) zijn op basis van de structurele opbrengsten OZB en de structurele lasten van afval en riolering in de begroting 2021-2024 en de rekenkundige gevolgen van de harmonisatie van tarieven doorgerekend en zijn als volgt: Woonlasten 2025 obv tarief Voorne na harmonisatie (meerpersoonshuishoudens) Brielle Hellevoetsluis Westvoorne Voorne
gemiddelde WOZwaarde woning
OZB (variabel obv WOZwaarde)
270.000 255.000 321.000 275.000
280 264 333 285
Afval Riool Totale Totale Verschil Coelo 2020 (vast tarief) (vast tarief) woonlasten woonlasten woonlasten (1=laagst, 2025 2021 2025 tov 377=hoogst) 2021 363 363 363 363
190 190 190 190
833 817 886 838
724 736 956 779
15% 11% -7% 8%
238
De aldus berekende woonlasten op Voorne liggen in 2025 t.o.v. 2021 8% hoger. Dit komt met name door een stijging van het afvaltarief door het tijdelijk in kunnen zetten van middelen uit de voorziening afval van Brielle (€ 1 mln. per jaar) en de 88% kostendekkendheid van afvaltarieven Hellevoetsluis (€ 0,6 mln. per jaar). Vanwege de harmonisatie stijgen de tarieven afval en riool door het doorrekenen van kosten BTW (€ 0,5 mln.) en door lagere toe te rekenen rentekosten aan riool in Voorne (€ 0,6 mln). De in de begroting Westvoorne opgenomen verhoging van de OZB per 1/1/2023 met 10%/ € 300.000 is in deze berekening niet meegenomen. Door de samenvoeging zullen er verschuivingen plaatsvinden of mogelijk kosten anders toegerekend gaan worden. Ook kan er mogelijk nog (incidenteel) een beroep gedaan worden op de egalisatievoorzieningen voor afval en riool. Ook zijn er vele ontwikkelingen op het gebied van inzameling en verwerking van afval waardoor de kosten, opbrengsten en daarmee tarieven ten opzichte van de situatie in de begroting 2021 kunnen veranderen. Tenslotte kan de gemeente Voorne kiezen voor een lagere OZB en/of kostendekkendheid van afval en/of riool. Dit heeft uiteraard dan wel gevolgen voor het begrotingssaldo.
Risicoreductieplan
11
De onroerende zaakbelasting voor niet-woningen is als volgt (bedragen * € 1.000): OZB Niet woningen
OZB-tarief gebruik en eigendom (%)
Opbrengst begroting 2021
Opbrengst obv OZBtarief Voorne
Verschil opbrengst tarief Voorne
0,2667 0,3001 0,2016 0,2705
793 1.495 399 2.687
804 1.347 535 2.687
1% -10% 34% 0%
Brielle Hellevoetsluis Westvoorne Voorne
Bij harmonisatie van de OZB-tarieven voor niet woningen dalen de OZB-lasten voor een niet woning in Hellevoetsluis met 10%. In Brielle nemen de OZB-lasten met 1% toe en in Westvoorne met 34%.
Gezamenlijk: toelichting 4. Arhi-Proces Er zijn afspraken gemaakt over het bij elkaar voorleggen van voorstellen met financiële consequenties. Het is gebruikelijk dat de eerste begroting van een fusiegemeente weinig nieuw beleid bevat. Wel kunnen de gemeenten afspreken financiële ruimte in de begroting op te nemen voor nieuw beleid van de gemeente Voorne. 5. Stelposten, loon- en prijsstijgingen De gemeenten hebben hun eigen financieel beleid. Het is belangrijk inzicht te hebben in de financiën van de nieuw te vormen gemeente. Zolang financieel beleid niet is geharmoniseerd is dat inzicht er niet. In Voorne, en voorgesteld wordt al in aanloop daarnaartoe, wordt dit geharmoniseerd. Harmonisering is o.a. noodzakelijk op het gebruik van indexen en stelposten, mede voor het zonder financiële risico’s kunnen samenvoegen van de Begrotingen 2023 van de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne tot de Begroting 2023 van de gemeente Voorne. De grootste (financiële) aandachtspunten zijn hieronder aangegeven. Per saldo zijn deze over de 3 gemeenten heen vrijwel neutraal. Begroting op basis van de mei- of septembercirculaire De begroting van de algemene uitkering kan gebaseerd zijn op de meicirculaire of op de septembercirculaire. Beide zijn door de Provincie toegestaan, maar moet wel consequent/jaarlijks worden toegepast.
Meest gebruikelijk is de begroting opstellen op basis van de meicirculaire. Hierdoor is tijdig bekend wat de begrotingsruimte is. Een septembercirculaire is pas na of bij het einde van het opstellen van de begroting beschikbaar. Eventuele bijsturing is moeilijk door te voeren en draagt niet bij aan een stabiel begrotingsproces. Wel zijn de septembercirculaires relatief vaak voordelig voor het begrotingssaldo. De meerjarige gevolgen van de septembercirculaire worden als deze niet in de begroting verwerkt worden in de eerstvolgende bestuursrapportage verwerkt. Brielle hanteert de meicirculaire, Hellevoetsluis en (sinds 2 jaar) Westvoorne de septembercirculaire. In de financiële uitwerking van de gevolgen van de harmonisatie is uitgegaan van gebruik van de meicirculaire. Voor Hellevoetsluis betekent dit in de Begroting lagere opbrengsten in 2022 van € 0,6 mln. oplopend tot € 2,0 mln in 2024. Voor Westvoorne zijn de wijzigingen beperkt: lager dan + of - € 0,1 mln. per jaar. Indexen/CAO-% De begrotingen worden jaarlijks geïndexeerd voor inflatie van kosten en verwachte CAO-ontwikkelingen. In de Begrotingen 2021 van de gemeenten worden hiervoor nu verschillende percentages gebruikt: Brielle 2,8%, Hellevoetsluis 2,0% en Westvoorne 1,5%. In de financiële uitwerking van de gevolgen van de harmonisatie is uitgegaan van het gemiddelde gehanteerde CAO-percentage.
Voor de overige kosteninflatiepercentages is het financiële effect minder duidelijk te berekenen en naar verwachting ook beperkter qua omvang. SPUK-uitkering Sinds 1 januari 2019 kunnen gemeenten, sportverenigingen en sportstichtingen de BTW, die hen in rekening wordt gebracht voor investeringen in sport, niet meer in aftrek brengen. Om de ontwikkeling en
Risicoreductieplan
12
instandhouding van sportaccommodaties en de aanschaf van sportmaterialen te stimuleren, kunnen gemeenten sinds die datum gebruikmaken van de regeling “specifieke uitkering stimulering sport”. De uitkering is bedoeld voor bouw, onderhoud en exploitatie van sportaccommodaties. Brielle heeft jaarlijks t/m 2023 € 120.000 geraamd. Formeel vervalt deze regeling per 1 januari 2024, zodat voor 2024 geen uitkering meer is opgenomen. In Hellevoetsluis is geen structurele SPUK opgenomen, omdat er nog rekening is gehouden met BTW-verrekening. Westvoorne heeft een structurele SPUK-uitkering van € 200.000 opgenomen. De SPUK-uitkering wordt vanaf 2024 structureel opgenomen in de algemene uitkering. In de financiële uitwerking van de gevolgen van de harmonisatie is uitgegaan dat alle gemeenten de SPUK-uitkering structureel begroten. Algemene uitkering De algemene uitkering voor de 3 gemeenten in 2021 is totaal is € 99 mln. Voor de berekening van de algemene uitkering kunnen verschillende uitgangspunten worden gehanteerd en daarmee keuzes worden gemaakt. Een geharmoniseerde wijze van het berekenen van de algemene uitkering geeft een stabiel begrotingsbeeld.
Algemene uitkering Volgens BZK januari 2021 Begroting 2021
Brielle Hellevoetsluis Westvoorne 22,4 59,7 17,4 22,1 59,5 17,3 0,3 0,2 0,1 1,3% 0,3% 0,7%
Totaal 99,6 99,0 0,6 0,6%
Ten opzichte van de standaard berekening van de algemene uitkering van BZK (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) per de stand van januari 2021 is er bij alle gemeenten een lagere algemene uitkering in de Begroting 2021 opgenomen, die gebaseerd zijn op de standen per de meicirculaire 2020 (Brielle) of septembercirculaire 2020 (Hellevoetsluis en Westvoorne). Stelpost Jeugd Tot en met 2022 zijn er extra middelen in de algemene uitkering toegekend als voorloper op de ‘Uitkomst onderzoek jeugdzorg’. Vanaf 2023 is het toegestaan deze als structurele opbrengststelpost op te nemen. In Brielle is hiervoor € 195.000 opgenomen, Hellevoetsluis € 0 (in 2022 nog € 500.000) en in Westvoorne € 187.000. In de financiële uitwerking van de gevolgen van de harmonisatie wordt uitgegaan dat iedere gemeente de betreffende stelpost Jeugd structureel opneemt. Stelpost ruimte voor nieuw beleid Het is gebruikelijk dat de eerste begroting van een fusiegemeente weinig nieuw beleid bevat. Wel kunnen de gemeenten afspreken financiële ruimte in de begroting op te nemen voor nieuw beleid van de gemeente Voorne. In de Begroting 2021 heeft geen van de gemeenten een stelpost voor nieuw beleid opgenomen. In bijlage 1 zijn de financiële aandachtspunten en voorziene gevolgen van de harmonisatie opgenomen per gemeente en voor de gemeente Voorne opgenomen. 6.
Financiële effecten gemeentelijke herindeling Er zijn financiële effecten op de gemeentefondsuitkering, de frictiekostenvergoeding, effect specifieke uitkering BUIG, lagere bestuurslasten, verbonden partijen en organisatiekosten. Door de samenvoeging van begrotingen en balansposities wijzigen verhoudingen, waardoor er ook effecten zijn t.a.v. de rente. Al deze effecten zijn het gevolg van de gemeentelijke herindeling. Met deze effecten kan alvast rekening gehouden worden en waar nodig financieel beleid voor de gemeente Voorne opgesteld worden, zodat in 2023 er een reële en structureel sluitende begroting 2023 wordt opgesteld. Rente De verschillende rentes zijn als volgt.
Risicoreductieplan
13
Rente begroting 2021
Rente gemiddelde lening Omslagrente Rente grex
Brielle (rente over reserves) 5,99% 5,00% 0,60%
Voorne Hellevoet(rente over sluis Westvoorne reserves) 2,07% 2,48% 2,27% 1,25% 1,10% 1,79% 1,65% 1,62% 0,84%
Voorne 2,27% 0,90% 0,84%
Rente gemiddelde lening In Brielle zijn er een beperkt aantal leningen met een relatief hoog rentepercentage, de rentekosten zijn met € 0,2 mln. relatief laag. De gemiddeld betaalde rente op langlopende leningen is in Hellevoetsluis met 2,07% en in Westvoorne met 2,27% relatief hoog. De komende jaren zullen door aflossing en nieuwe leningen (met een lager rentepercentage) de huidige rentekosten ad € 2,1 mln. resp. ad € 1,4 mln. dalen. Overigens wordt ongeveer de helft van de ‘overrente’ van Westvoorne al opgevangen met een kapitaaldekkingsreserve, waardoor het voordeel voor het begrotingssaldo voor dit deel ook de helft is van de lagere rentekosten. Omslagrente: rentetoerekening aan reserves Brielle Het omslagrentepercentage daalt sterk door de fusie. Afhankelijk van de keuze wel of geen rente toe te rekenen aan eigen vermogen daalt Brielle daalt deze het hardst van 5% tot 0,9% in Voorne. In Brielle is een jaarlijkse inzet ad € 3 mln. van reserves voor structurele doeleinden. Deze wordt op basis van de omslagrente ten gunste van de exploitatie gebracht. Door de lagere omslagrente kan er geen € 3 mln. maar € 0,6 mln. aan reserves onttrokken kunnen worden; een nadeel voor de exploitatie van € 2,4 mln. Wel vallen hierdoor bestemmingsreserves voor de rentekosten vrij.
Financiële oplossingen kunnen gevonden worden door te bezuinigen en/of voor de kapitaallasten van de activa van de huidige gemeenten Hellevoetsluis en Westvoorne kapitaaldekkingsreserves in te stellen. Bij de daling van het omslagrente wordt uitgegaan dat er niet gekozen wordt voor het toerekenen van Rente aan eigen vermogen. Zie hiervoor de toelichting onderdeel 8 Uitgangspunten financieel beleid: Rente toerekenen aan eigen vermogen ja/nee. Omslagrente: rentetoerekening aan riool Momenteel wordt in Brielle 5% rentekosten berekend over de investeringen van riool. Deze daalt in Voorne naar 0,9%. Hierdoor krijgt riool € 0,5 mln. minder aan rentekosten toegerekend en dalen de riooltarieven. Wel komt deze € 0,5 mln. als lagere dekking voor rentelasten daarmee ten laste van het begrotingssaldo. Rente grex De boekwaarde van de grondexploitatie (excl. verliesvoorziening) in Hellevoetsluis per 1/1/2021 ad € 40 mln. relatief hoog, in Brielle is de boekwaarde € 14 mln. en in Westvoorne € 0,3 mln. Rentekosten worden op een voorgeschreven manier aan grondexploitaties toegerekend. Het te hanteren rentepercentage in de gemeente Voorne ligt lager dan nu in Hellevoetsluis. Hierdoor wordt er € 0,3 mln. minder rente aan de grondexploitaties doorberekend. Dit is een voordeel voor de grondexploitaties, maar een nadeel voor de exploitatie/het begrotingssaldo.
Tegenover de boekwaarden van de grexen zijn (verlies)voorzieningen opgenomen. Indien deze voorzieningen afgeboekt worden op de boekwaarde van de grexen verlaagt dit de boekwaarde en de toe te rekenen rente. Hiermee wordt het risicoprofiel van de grexen verlaagd. Afboeking van alle voorzieningen grex ad € 20 mln. leidt tot een afname van jaarlijks € 0,2 mln. rente die aan de grondexploitaties wordt doorberekend. Dit is een voordeel voor de grondexploitaties, maar een nadeel voor de exploitatie/het begrotingssaldo. Grexen op eindwaarde De grexen zijn in Brielle op contante waarde gewaardeerd; er wordt jaarlijks 2% toegerekend. Wanneer er geen rente meer toegerekend wordt aan reserves is het logischer de voorzieningen op eindwaarde te waarderen. In bijlage 1 zijn de financiële aandachtspunten en voorziene gevolgen van de harmonisatie per gemeente en voor de gemeente Voorne opgenomen.
Risicoreductieplan
14
7. Belastingverordeningen harmoniseren OZB De OZB en de baatbelasting gelden vanaf de herindelingsdatum niet meer voor het overgaande gebied (Wet arhi, art. 32). Binnen drie maanden na de herindeling kan een nieuwe verordening worden vastgesteld. Deze kan wel met terugwerkende kracht van toepassing verklaard worden. Het is wenselijk en gebruikelijk dat gemeenteraden vóór de herindelingsdatum, na gezamenlijke inventarisatie en voorbereiding, elk een eensluidende verordening vaststellen. Voor de gemeente Voorne betekent dit dat uiterlijk december 2022 er door alle drie de gemeenten een verordening met dezelfde tarieven OZB wordt vastgesteld. Op deze manier zijn de tarieven in alle gemeenten hetzelfde zodat er na de herindelingsdatum feitelijk niets geharmoniseerd hoeft te worden. De nieuwe raad kan de nieuwe tarieven van de OZB dan van toepassing verklaren voor de nieuwe gemeente, zonder consequenties voor de inwoners. Het risico is dat de tarieven in de jaren voor de herindeling verder uit elkaar gaan lopen wat kan leiden tot extra belastingdruk voor de burgers van één van de fusiepartners bij de start van de nieuwe gemeente. OZB, riool en afval Zie hiervoor ook het onderdeel 3. Woonlasten. Heffingen De kostendekkendheid ligt bij alle gemeenten onder de 100%, vooral bij Hellevoetsluis.
Bouwleges Bij bouwsom € 100.000 Maximum tarief
Brielle Hellevoetsluis Westvoorne 2,20% 1,50% 2,75% geen limiet max € 15.000 >€500k 1,98%
Het tarief van de bouwleges bepaalt voor een groot deel de opbrengsten van de totale leges (Hellevoetsluis laagst).
Leges Rijbewijs Paspoort > 18 jaar Identiteitskaart > 18 jaar
Brielle Hellevoetsluis Westvoorne 41,00 38,95 41,00 74,75 65,30 74,75 64,00 51,05 64,00
Voorne 39,86 69,48 56,78
De leges voor rijbewijzen en paspoorten vormen de 2de opbrengstpost. De tarieven in Hellevoetsluis zijn ook hier het laagst. De tarieven in Voorne zijn gebaseerd op het naar aantal inwoners gewogen gemiddelde tarief. De kostenstructuren verschillen tussen de gemeenten (Hellevoetsluis de hoogste kosten). Bij de fusie zal de kostenstructuur van de nieuwe organisatie ook mogelijk gaan afwijken van de huidige kostenstructuur. Het overgangsrecht wet arhi geeft de mogelijkheid verordeningen en bijbehorende tarieven (behalve voor de OZB) en heffingen zoals deze voor 2022 gelden in de fusiegemeente nog maximaal 2 jaar lang toegepast/ toepasbaar verklaard mogen worden. Op 1/1/2025 moeten dus alle tarieven en heffingen geharmoniseerd zijn. In bijlage 1 zijn de financiële aandachtspunten en voorziene gevolgen van de harmonisatie per gemeente en voor de gemeente Voorne opgenomen. 8. Uitgangspunten financiële beleid Als het financiële beleid wordt aangepast, zal er een wijziging op de financiële verordening moeten worden doorgevoerd. Deze onderdelen t.w. afschrijvingsbeleid, weerstandsvermogen en risicobeheersing, treasury en reserves worden als apart onderwerp behandeld. Een apart onderdeel betreft het wel of niet rente toerekenen aan eigen vermogen. Een gemeente kan rente vergoeden aan de reserves. Hiermee kunnen reserves waardevast blijven.
De hoogte van deze rentevergoeding is maximaal het rentepercentage dat betaald wordt over de aangetrokken leningen. De rentevergoeding aan de reserves wordt vervolgens als onderdeel van de kapitaallasten toegerekend aan de verschillende producten zoals wegen, huisvesting scholen etc. Het BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) adviseert in het kader van transparantie en eenvoud geen rente aan het eigen vermogen toe te kennen.
Risicoreductieplan
15
Brielle kent momenteel (alleen) in de berekening van de renteomslag rente toe aan de reserves. De toegekende rente wordt niet daadwerkelijk ten gunste van de reserves gebracht. De combinatie van het hierdoor relatief hoge renteomslagpercentage, beperkte externe rentekosten, een hoge reservepositie en het gebruik van kapitaaldekkingsreserves maakt het BBV-technisch mogelijk jaarlijks naast de dekking van de afschrijving, ook € 3 miljoen per jaar als onttrekking vanuit de reserves voor rentelasten (die niet aan derden betaald hoeven worden) te gebruiken voor uitgaven. In Brielle staat deze methode onder druk gezien de in de toekomst verwachte daling van het gemiddeld te betalen externe rentetarief. Door de lagere rentetarieven in de gemeente Voorne ten opzichte van de huidige rentetarieven in Brielle past deze mogelijkheid vanaf 1/1/2023 ook minder goed. Het gebruik van kapitaaldekkingsreserves inclusief de reservering van de rentekosten is transparanter en heeft ook de voorkeur vanuit de BBV. De mogelijkheid van kapitaaldekkingsreserves waarbij ook kapitaallasten van de gemeenten Hellevoetsluis en Westvoorne betrokken worden kunnen een oplossing zijn. 9. Afschrijvingsbeleid De gemeenten hebben ongeveer een gelijk bedrag aan materiele vaste activa. Brielle heeft relatief veel gemeentelijke gebouwen en Westvoorne een Woonbedrijf.
De gemeenten hanteren verschillende afschrijvingsmethoden en afschrijvingstermijnen. De BBV schrijft voor dat er per soort actief maar één methode en afschrijvingstermijn mag zijn. Hellevoetsluis hanteert over het algemeen kortere afschrijvingstermijnen dan Brielle en Westvoorne. Dit betekent dat Hellevoetsluis in principe hogere afschrijvingslasten voor dezelfde investering heeft dan Brielle en Westvoorne. Wel hanteert Hellevoetsluis de annuïtaire afschrijving. Brielle (op riool/afval na) en Westvoorne (op riool en het Woonbedrijf na) hanteren de lineaire afschrijvingsmethode, waardoor in Hellevoetsluis de kapitaallasten over de gehele looptijd gelijk blijven en bij Brielle en Westvoorne deze jaarlijks dalen. Verwacht wordt dat Hellevoetsluis per saldo bij een harmonisatie een voordeel in de begroting krijgt. Voor de gehele gemeente Voorne zouden de afschrijvingslasten kunnen dalen indien er een afschrijvingsmethode wordt gehanteerd die gemiddeld lagere kapitaallasten tot gevolg heeft dan het totaal van de huidige gemeenten. Indicatief: bij het harmoniseren naar een korte afschrijvingstermijn is er voor Voorne een nadeel op het jaarlijkse begrotingssaldo van € 1,5 mln., bij het toepassen van een gemiddelde afschrijvingstermijn een voordeel van € 0,5 mln. en wanneer de maximale afschrijvingstermijn wordt toegepast een voordeel van € 2,5 mln. 10.
Treasury De gemeenten gezamenlijk hebben € 170,2 mln. aan langlopende leningen aangetrokken en voorzien in hun meerjarenbegrotingen om € 30,4 mln. aan nieuwe langlopende leningen aan te trekken (*€ 1 mln.).
Langlopende leningen Stand 1/1/2021 Aan te trekken 2021-2024
Brielle Hellevoetsluis Westvoorne 3,4 98,0 68,8 10,4 20,0 -
Voorne 170,2 30,4
Om onnodige leningen te voorkomen en renterisico’s te beperken wordt afstemming geadviseerd. De positie van het Woonbedrijf Westvoorne moet in het licht van de volkshuisvestelijke investeringsbehoefte hierbij ook meegenomen worden. 11. Omvang en inzet van reserves en voorzieningen Huisvesting onderwijs De kosten van onderwijshuisvesting zijn voor alle drie de gemeenten afzonderlijk uitgewerkt in een integraal huisvestingsplan (IHP). De financiering van deze kosten kan door de verwachte kapitaallasten van de onderwijshuisvesting cf. het IHP in een bestemmingsreserve op te nemen (Brielle en Westvoorne). Ook kunnen de kapitaallasten op het moment dat er geïnvesteerd wordt ten laste van de exploitatie genomen worden (Hellevoetsluis). Bij onderwijshuisvesting gaat het om relatief grote investeringen en daarbij behorende hoge kapitaallasten. Met een bestemmingsreserve voor de kapitaallasten van een IHP worden middelen in de (meerjaren)begroting opgenomen op het moment van de vaststelling van het betreffende IHP en creëert daarmee een meerjarig stabiel financieel beeld. In het IHP 2020-2034 van Hellevoetsluis staan o.a. investeringen in IKC’s (Integraal Kindcentrum) gepland van € 9,4 mln. in 2025 en € 9,6 mln. in 2027. De structurele lasten hiervan zijn o.b.v. annuïteiten totaal € 0,5 mln.
Deze (in principe extra) lasten komen vanaf 2026 gedeeltelijk, en in 2028, volledig ten laste van de exploitatie.
Risicoreductieplan
16
Brielle heeft een bestemmingsreserve IHP per 31/12/2022 van € 31 mln., waar in 2023 € 1,6 mln. aan onttrokken wordt. Westvoorne kent een bestemmingsreserve IHP van € 5 mln. en een onttrekking in 2023 van € 350.000. Hierbij is de voorziene ontwikkeling van de onderwijshuisvesting Oostvoorne (en toekomst Gelinckschool) richting een IKC met grofmazig kosten van zeker € 5 miljoen niet meegenomen. Wanneer ook in Hellevoetsluis een bestemmingsreserve IHP toegepast gaat worden is een bestemmingsreserve noodzakelijk met minimaal de investeringen in IKC’s van totaal € 20 mln. Gebruik kapitaallastenreserves Voor de dekking van kapitaallasten kan gekozen worden voor een kapitaaldekkingsreserve. De kapitaallasten (afschrijvingslasten en/of rentelasten) worden dan gedekt uit een reserve. De BBV ziet dit als een structurele dekking. In Brielle worden de kapitaallasten van vrijwel alle activa gedekt door onttrekkingen aan kapitaaldekkingsreserves. In Hellevoetsluis worden vrijwel geen kapitaaldekkingsreserves gebruikt. In Westvoorne is de te betalen rente t.o.v. de huidige marktcondities relatief hoog. Voor deze zogenaamde overrente is voor ongeveer de helft een kapitaaldekkingsreserve ingesteld waarmee de kosten van deze extra/overrente structureel gedekt wordt. Daarnaast zijn er kapitaaldekkingsreserves gevormd voor de kapitaallasten van twee verenigingsgebouwen.
Een bestemmingsreserve kapitaallasten kan relatief eenvoudig ingesteld of opgeheven worden. Door gebruik van kapitaaldekkingsreserves zijn er aan het einde van de levensduur van een actief in principe geen structurele middelen voor vervanging, tenzij er opnieuw een kapitaaldekkingsreserve wordt gevormd. De middelen om een dergelijke kapitaaldekkingsreserve te vormen moeten er dan wel zijn. Voorzieningen pensioenen politieke ambtsdragers De pensioenen voor politieke ambtsdragers zijn geregeld in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (APPA). Deze pensioenen kunnen op verschillende wijze gefinancierd worden. Brielle betaalt de pensioenuitkeringen uit de lopende begroting en heeft een bestemmingsreserve van € 0,5 miljoen. De gemeente Hellevoetsluis heeft een voorziening van € 4,2 miljoen opgenomen. De gemeente Westvoorne heeft deze als kapitaaldekking bij een verzekeraar gefinancierd. Uniformering is gewenst. De financiële gevolgen hiervan zijn niet bekend.
Risicoreductieplan
17
2. Financiële uitwerking (prioriteit 2) Op basis van financiële beleid wordt de financiële uitwerking gemaakt. In dit hoofdstuk is inventarisatie van de verschillende onderdelen dit uitgewerkt moeten worden. Eerst zijn die onderdelen opgenomen bij de individuele gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne zelf liggen. Daarna de gezamenlijke onderdelen. Onderwerp
Toelichting
Beheersmaatregel
B H W V
12. Begrotingsscan
De gemeenten hebben in vergelijking met andere vergelijkbare gemeenten hogere lasten bij bepaalde taakvelden. Nadere kennis hiervan kan leiden tot gerichte beleidsaanpassingen met voordelige structurele financiële gevolgen.
Nader onderzoek zal moeten aanwijzen of hier beleids- en/of uitvoeringskeuzes gemaakt kunnen worden waarmee kosten worden bespaard.
B H W
13. Financiële organisatie
Voor een financieel beheersbare situatie is het belangrijk dat er continuïteit is in de organisatie en bezetting van de financiële functies.
Zorg voor de continuïteit in de bezetting van de financiële functie en voor de tijdige inrichting van de financiële systemen.
B H W V
14. Woonbedrijf financieel beleid
In het huidige financiële beleid is opgenomen dat de ambitie is de bijdrage vanuit het Woonbedrijf af te bouwen. In het Due Diligence onderzoek is gewezen dat het bijzondere inkomsten zijn die op termijn kunnen afnemen.
Beleid bepalen hoe financieel gezien met het Woonbedrijf omgegaan wordt, zowel met het exploitatieresultaat als de algemene reserve.
W
15. VennootschapsDe activiteiten voor 2016 t/m 2019 zijn vrijgesteld van Advies is te onderzoeken in hoeverre belasting Woonbedrijf vennootschapsbelasting (VPB). In de toekomst moeten de de fusie effect kan hebben op de activiteiten gevolgd worden en kan dit eventueel leiden tot huidige fiscale positie. herzien van het genomen besluit.
W
Gemeenten
Gezamenlijk 16. Beleidskeuzes
In het kader van financieel duurzaam beleid het beoordelen Inventariseren en beoordelen of nieuw B H W V van nieuw beleid in casu voortzetting van de (grote) beleid/ grote projecten voortgezet projecten, alsmede de verwerking/inpassing van de moeten worden en passen dit beleid financiële gevolgen hiervan in de meerjarenraming. toe in hun begroting.
17. Risico's en weerstandsvermogen
De risico's worden op verschillende wijze berekend. Ook is de bepaling van de weerstandscapaciteit verschillend. Hierdoor is de weerstandsratio (beschikbare weerstandscapaciteit/ benodigde weerstandscapaciteit o.b.v. de risico's) niet geheel vergelijkbaar.
Voor de fusiegemeente moet een methode voor het bepalen van de risico's en de beschikbare weerstandscapaciteit worden bepaald.
V
18. Garant/borgstellingen
De gemeenten staan voor € 283 mln. garant/ borg voor geldleningen.
Opstellen financieel beleid voor garant- en borgstelling.
V
19. Raming en beheersing frictiebudget
Het frictiebudget is € 12,5 miljoen. Een overschrijding van 10% betekent € 1,25 miljoen hogere uitgaven.
Brielle bewaakt de totale kosten van de drie gemeenten om het totaal overzicht te houden.
B H W V
20. Onderhoud kapitaalgoederen
Voor onderhoud van wegen en groen zijn tussen de gemeenten verschillende kwaliteitsniveaus met de daarbij behorende financiële middelen vastgesteld.
Gezamenlijk beleid vaststellen voor kwaliteitsniveau kapitaalgoederen.
B H W V
21. Grondexploitaties
Grondexploitaties zijn een risico voor Voorne. Ervaringen in De toetsing op de beheersing van het verleden hebben aangetoond dat grondexploitaties risico's in de grondexploitaties is een forse afboekingen op het eigen vermogen tot gevolg belangrijk onderdeel van de kunnen hebben. accountantscontrole. Geen aanvullende beheersmaatregelen.
B H W
Gemeenten: toelichting 12. Begrotingsscan De Provincie heeft in de Begrotingsscans per gemeente signaleringen gedaan. Nadere kennis hiervan kan leiden tot gerichte beleidsaanpassingen en voordelige structurele financiële gevolgen. Brielle heeft relatief hoge lasten op bepaalde taakvelden. In het cluster participatie zijn de BUIG-uitkeringen in Brielle veel hoger dan bij de referentiegemeenten. Dit terwijl Brielle op Inkomen en Participatie veel minder uitgeeft en op taakvelden Samenkracht en burgerparticipatie en Inkomensregelingen veel meer uitgeeft. Onder sport, cultuur en recreatie vallen veel binnensportaccommodaties: het zwembad, sportpark Geuzenpark en een museum. Er is een hoger kwaliteitsniveau dan andere gemeenten op openbaar groen. Brielle heeft gemiddeld
Risicoreductieplan
18
een hogere personeelsformatie. Dit ligt in de uitvoeringsfeer op met name de clusters sport/kunst, cultuur en oudheidkunde. Op deze clusters wordt 10,6 fte respectievelijk 4,6 fte meer ingezet dan gemiddeld. De gemeente beheert sportcomplex Dukdalf/Bres en Dijckhuis met eigen personeel met een totaal van 20,7 fte. Daarnaast heeft de gemeente Brielle een museum met eigen personeel. Hellevoetsluis heeft in vergelijking met andere vergelijkbare gemeenten hogere lasten bij de taakvelden Overhead en Verkeer & Vervoer. Nadere kennis hiervan kan leiden tot gerichte beleidsaanpassingen met voordelige structurele financiële gevolgen. Hellevoetsluis heeft relatief hoge lasten voor sociale uitkeringen, overdrachten gemeentelijke regelingen, afschrijvingen en rente. In Westvoorne vallen de volgende taakvelden op vanwege de relatief hoge lasten: • Overhead (centraal geboekte bedrijfsapplicaties, huisvesting Woonbedrijf en interne buitendienst); • Openbare orde en veiligheid (BOA's, verkeersregelaars en de reddingsbrigade); • Sport, cultuur en recreatie (hoofdtaakveld): urenverdeling, bijdragen verenigingen en (eenmalige) toevoeging voorzieningen, hogere onderhouds- en kapitaallasten w.o. Meander; • Openbaar groen (onderhoud badstrand, bijdrage GR Recreatie Voorne-Putten). 13. Financiële organisatie Continuïteit in de financiële functies is belangrijk.
Systemen en procedures moeten worden ontworpen en worden ingericht. Zorg voor voldoende reguliere bezetting van de financiële functie en stem deze als gemeenten onderling af, zodat dit ook past in de gemeente Voorne. 14. Woonbedrijf financieel beleid In het aangenomen amendement bij de Begroting 2021 is het onderdeel Woonbedrijf van de algemene reserve verlaagd tot € 5 mln. en wordt het exploitatieoverschot van het Woonbedrijf toegevoegd aan de algemene middelen. In de bijdrage van het Woonbedrijf zijn ook vergoedingen voor overhead en rente opgenomen. Exclusief deze vergoedingen is de bijdrage van het Woonbedrijf aan de algemene middelen vanaf 2023 begroot op € 510.000. 15. Vennootschapsbelasting Woonbedrijf Vooralsnog vallen de huidige activiteiten van het Woonbedrijf onder normaal vermogensbeheer, waarop de Belastingdienst een standpunt heeft ingenomen voor een VPB-vrijstelling voor de jaren 2016 t/m 2019. Eventuele uitbreiding van (andere) activiteiten door het Woonbedrijf zal opnieuw getoetst moeten worden aan de criteria van normaal vermogensbeheer.
Gezamenlijk: toelichting 16. Beleidskeuzes Voor de in de meerjarenbegroting opgenomen (en mogelijk daarna daarna besloten) investeringen moet een afweging gemaakt worden welke investeringen wel en niet in de begroting van de individuele gemeente en daarmee gemeente Voorne moet worden blijven opgenomen (* € 1.000). Investeringen Brielle Hellvoetsluis Westvoorne
2021 9.228 4.335 3.917 17.480
2022 2.591 4.303 6.509 13.403
2023 2.908 3.468 9.747 16.123
2024 2021-2024 655 15.382 3.804 15.910 2.152 22.325 6.611 53.617
Ongeveer 50% van de investeringen betreffen investeringen van € 0,5 mln. of meer. In Westvoorne betreft € 14 mln. van de € 22 mln. investeringen in het Woonbedrijf. 17. Risico’s en weerstandsvermogen De door de gemeenten individueel bepaalde berekening voor de weerstandsratio (> 1,0) wordt ruim voldoende gehaald. In Brielle is deze 1,64, in Hellevoetsluis 1,84 en in Westvoorne 7,54. In Brielle is de (substantiële) algemene reserve niet in de gemeentelijke norm opgenomen waardoor de ratio van 1,64 een sterk vertekend beeld geeft: indien deze wel meegenomen wordt stijgt deze naar ruim 15. In Westvoorne is als enige de