CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

22 10 Hamonisatie minimabeleid Voorne aan Zee oplegnotitie commissie raad aangepast 12 oktober

Gemeenteraad 19 oktober 2022, gemeente WestvoorneBij agendapunt: Harmoniseren bijzondere bijstand4.676 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oplegnotitie harmoniseren Participatiewet voor de voorstellen: • • •

Harmoniseren Minimabeleid (deel 1) Harmoniseren Collectieve Zorgverzekering (deel 2) Harmoniseren Bijzondere Bijstand (deel 3)

Portefeuillehouder:

L.T. van Ravenhorst (Brielle), J. van der Velde (Hellevoetsluis), W.A.J. Borgonjen (Westvoorne)

Datum raadsvergadering:

19 oktober 2022

Inleiding Vanaf 1 januari 2023 worden de gemeenten Brielle, Westvoorne en Hellevoetsluis samengevoegd tot 1 gemeente, namelijk de gemeente Voorne aan Zee. Binnen de huidige drie gemeenten op Voorne is het minimabeleid verschillend georganiseerd. Het doel van deze oplegnotitie en de onderliggende voorstellen is om het minimabeleid met ingang van 1 januari 2023 geharmoniseerd te hebben. Op deze manier zorgen we voor minimaregelingen en -voorzieningen die voor alle inwoners van Voorne aan Zee gelijk zijn. De wens om het minimabeleid, als onderdeel van de Participatiewet, te harmoniseren voor 1 januari 2023 is ook vastgesteld in het BRT van 21 december 2021 en zo besproken in de fusiecommissie van 17 januari 2022. Gezien de omvang van het minimabeleid is ervoor gekozen om het op te delen in drie voorstellen: • Harmoniseren Minimabeleid (deel 1) • Harmoniseren Collectieve Zorgverzekering (deel 2) • Harmoniseren Bijzondere Bijstand (deel 3) De drie voorstellen moeten in hun samenhang worden gezien. Er is gestreefd naar een samenhangend pakket van regelingen, waarbij het beste van de huidige regelingen van de drie gemeenten het uitgangspunt is.

Deze oplegnotitie hangt als een paraplu boven de voorstellen en geeft een weergave van de landelijke ontwikkelingen, de rolverdeling tussen het rijk en de gemeente, onderbouwing voor de voorgestelde bijstandsnorm en een overzicht van de kosten. Landelijke ontwikkelingen De wereld is veranderd. Ook de inkomenspositie van Nederlandse burgers is door recente en minder recente ontwikkelingen ten nadele gewijzigd. Voorbeelden: • Onderzoeksbureau GfK meldt dat een boodschappenkar, gevuld met 55 basisproducten in de eerste vijf maanden van het jaar 2022 15,5% duurder is geworden. • Shell.nl meldt dat de adviesprijs van een liter benzine in de eerste zeven maanden van 2022 gestegen is van € 1,981 naar € 2,214; een stijging met bijna 12%. • CBS meldt in februari 2022 dat een ‘gemiddeld huishouden’ met een ‘gemiddeld energieverbruik’ in januari 2022 86% meer voor energieverbruik betaalt dan het jaar ervoor; belastingmaatregelen compenseren slechts gedeeltelijk. • Gaslicht.com meldt: “Het kan [met de energietarieven] alle kanten op gaan mede door de spanningen met Rusland, terwijl de gasvoorraden in de EU te laag zijn. De energiemarkt blijft onvoorspelbaar, maar feit is dat in 2021 de gasprijs tot 8x over de kop ging.

Vergeleken met begin 2021 kostte een megawattuur gas aan het eind van het jaar nog altijd 375% meer op de Nederlandse markt.” • Nu.nl: “Wie nu een nieuw energiecontract afsluit, is op jaarbasis bijna € 6.500 kwijt aan gas en licht. Dat is ruim € 4.000 meer dan een jaar geleden”. • In augustus 2022 meldt het CBS dat de inflatie naar 10,3% is gestegen in juli 2022 (t.o.v. juli 2021); de inflatie is voor het eerst na september 1975 hoger dan 10 procent. • De verplichte basis zorgverzekering wordt de komende jaren aanzienlijk duurder. Naar verwachting zal de zorgpremie de komende vijf jaar met 36% stijgen volgens vergelijkingssite zorgwijzer. Deze prijsstijgingen worden door iedereen gevoeld, maar natuurlijk vooral door degenen die nu al over een beperkt inkomen beschikken. De kosten van eerste levensbehoeften zijn namelijk niet te ontwijken. Maar als

je sowieso al weinig te besteden hebt doen prijsstijgingen extra veel pijn. Dit leidt er ook toe dat in veel gevallen de noodzakelijke kosten van het bestaan niet meer uit het beschikbare inkomen (c.q. de algemene bijstand) kunnen worden betaald. Huishoudens met een laag inkomen zijn structureel kwetsbaar door het ontbreken van (beperkte) financiële buffers. Door de prijsstijgingen is de kwetsbare financiële situatie alleen maar zorgelijker geworden. Rolverdeling rijk – gemeente Het voeren van inkomenspolitiek is een aangelegenheid voor de rijksoverheid. Dat is lastig voor gemeenten, want ze krijgen steeds meer taken vanuit het rijk naar zich toegeschoven en worden verantwoordelijk gesteld voor de budgetten die daarmee samenhangen. Dit levert voor gemeenten steeds meer financiële risico’s op. Gemeenten kunnen extra kosten als gevolg van bijvoorbeeld toegenomen vraag om bijzondere bijstand, minimabeleid en de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering voor minima niet compenseren door bijvoorbeeld zélf extra belastingen te gaan heffen. De enige mogelijkheid is om toename van uitgaven te beperken (door bijvoorbeeld een restrictief beleid te voeren) of door te bezuinigen op andere posten in de gemeentelijke begroting. Zo lang de rijksoverheid gemeenten niet compenseert voor extra uitgaven komen deze geheel voor rekening van de gemeenten zelf.

Tot op dit moment (augustus 2022) is niet helder of (en zo ja welke) compenserende maatregelen de rijksoverheid gaat treffen om de inkomensachteruitgang van burgers te dempen. Dat betekent echter niet dat inwoners de weg naar de gemeentelijke loketten voor minimabeleid, bijzondere bijstand en collectieve aanvullende verzekering tegen ziektekosten niet zullen vinden. De deuren van de gemeentehuizen staan namelijk open. Omdat de negatieve koopkrachtontwikkeling zich vooral doet voelen bij mensen met een laag inkomen hebben veel gemeente in het verleden al compenserende maatregelen getroffen voor deze groepen aan de onderkant van het loongebouw. Veel gemeenten verstrekken bijzondere bijstand, minimabeleid en collectieve aanvullende ziektekostenverzekering aan mensen met een inkomen tot 120% van de toepasselijke bijstandsnorm. De afgelopen jaren groeide het aantal gemeenten dat de grens voor toelating tot deze kostenvergoedingen verruimde van 120% bijstandsnorm naar 130%. Ook zijn er nog gemeenten die de toelatingsgrens op 110% van de bijstandsnorm hebben bepaald (en de afgelopen jaren behouden). In Nederland leven circa 900.000 mensen in armoede, waaronder 221.000 kinderen. Het kabinet neemt vanaf 2022 nieuwe maatregelen om armoede te voorkomen en aan te pakken. Het kabinet heeft zich ten doel gesteld dat er in 2030 de helft minder mensen in armoede leeft dan in 2015.

Toen leefden ongeveer 1 miljoen mensen onder de armoedegrens. Het aantal armen moet dus tussen 2022 en 2030 met 400.000 mensen teruggedrongen worden. Het kabinet wil daartoe de volgende maatregelen nemen: • Minimumloon en uitkeringen omhoog in 2023 • Kostendelersnorm omhoog van 21 naar 27 jaar in 2023 • 1 Afspraak over betaling van achterstanden • Betere toegang tot mondzorg voor mensen met een laag inkomen • Lessen voor kinderen en jongeren over het uitgeven van geld Het rijk treft ook nu al maatregelen: • Meer mensen in de bijstand helpen een vast baan te vinden (en behouden) • Lage inkomens aanvullen met toeslagen • Tijdelijk verlagen van accijnzen en BTW • Kinderen uit gezinnen met een laag inkomen de kans geven mee te doen in de samenleving. Gemeenten treffen ook maatregelen: • Verstrekken van algemene bijstand en bijzondere bijstand • Energietoeslag • Kortingen op sport en cultuur • Kwijtschelden gemeentelijke belastingen • Een collectieve ziektekostenverzekering aanbieden • Individuele inkomenstoeslag verstrekken • Sneller hulp geven bij schulden

2

De gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne geven nu al invulling aan de uitvoering van deze maatregelen, weliswaar op een verschillende manieren. Niet alleen verschillen de ‘pakketten’, ook verschilt de doelgroep qua hoogte van inkomen voor de toelatingsgrens. Brielle laat inwoners toe tot de bijzondere bijstand, het minimabeleid en de collectieve ziektekostenverzekering indien het inkomen niet hoger is dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm. Hellevoetsluis en Westvoorne wijken in geringe mate af qua voorzieningenpakket, maar hebben de toelatingsgrens voor bijzondere bijstand, minimabeleid en collectieve ziektekostenverzekering vastgesteld op 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. In het kader van de fusie van de drie gemeenten tot Voorne aan Zee is het harmoniseren van minimabeleid, bijzonder bijstandsbeleid en collectieve aanvullende ziektekostenverzekering voor minima een aan te pakken onderwerp. De verschillen tussen de huidige gemeenten kunnen niet in stand blijven (inwoners hebben in gelijke omstandigheden recht op een gelijke behandeling door de overheid; dit is één van de beginselen van behoorlijk bestuur). Daarnaast moet het beleid op deze gebieden worden geharmoniseerd omdat voor nieuwe aanvragers vanaf 1 januari 2023 geldt dat het beleid van de gemeente Voorne aan Zee van kracht is (en niet het verschillende beleid van de ‘oude’ gemeenten).

Waarom zou je de grenzen verruimen van 110% naar 120% van de bijstandsnorm? Nu het voeren van inkomenspolitiek onweersproken een verantwoordelijkheid van de rijksoverheid is kún je redeneren dat de sociale problematiek die het gevolg is van leven op of rond bijstandsniveau opgelost moet worden door de betrokkene zelf en door de rijksoverheid. In de wetenschap overigens dat de uitingsvormen van de daarmee samenhangende sociale problematiek vooral in de gemeenten te merken is. In algemene zin zal een ‘beperkte opvatting’ van het inkomensondersteunend beleid een negatieve uitwerking hebben op het aantal mensen dat uiteindelijk een beroep zal moeten doen op de schulddienstverlening. Maatregelen op dit gebied zijn zeer kostbaar (uitvoeringskosten en kosten van sanering van de schulden zelf) en buitengewoon ingrijpend voor degenen die ermee te maken krijgen. Als je een deel van schuldenproblematiek kunt voorkomen omdat de inkomensgrens met 10% toegenomen is bespaar je op dit soort kosten en voorkom je grote problematiek bij een aantal inwoners. Daarnaast wordt er niet alleen op dit soort kosten bespaard. Schulden leiden vaak ook tot gezondheidsproblemen waardoor er bijvoorbeeld een beroep op de Wmo en jeugdzorg moet worden gedaan.

Het één en ander past in de visie van de minister die het belangrijk vindt dat minima passende ondersteuning wordt geboden waardoor zij mee blijven doen in de samenleving. Een ander argument is dat gemeenten met de omvang van Voorne aan Zee (bijna 72.000 inwoners) tot de groteren in den lande worden gerekend (Almelo telt 73.155 inwoners, 52e gemeente in grootte; Assen heeft 68.979 inwoners, 53e gemeente in grootte). Deze wat grotere gemeenten hebben nagenoeg allemaal de toelatingsgrens bijzondere bijstand etc. bepaald op 120 of zelfs 130% van de bijstandsnorm. Daarnaast is vanuit het rijk bij het inregelen van de energietoeslag dringend geadviseerd om een inkomensgrens van 120% van de toepasselijke bijstandsnorm te hanteren om zo’n groot mogelijke groep inwoners te bereiken, ook de werkende armen. Hieruit blijkt dat voor het rijk deze inkomensgrens gezien wordt als uitgangspunt voor alle inkomensondersteunende maatregelen ook voor werkenden. Uit de praktijk blijkt dat deze groep niet altijd even goed in beeld is en de laatste jaren sterk stijgt. Zowel de gemeente Brielle, Hellevoetsluis als Westvoorne heeft deze inkomensgrens gehanteerd. Wat gaat de nieuwe gemeente Voorne aan Zee voor haar financieel kwetsbare inwoners doen? De drie voorstellen moeten in hun samenhang worden gezien.

Er is gestreefd naar een samenhangend pakket van regelingen, waarbij het beste van de huidige regelingen van de drie gemeenten het uitgangspunt is. En wat zijn die beste regelingen: • Brielle: een keuze uit 2 collectieve ziektekostenverzekeringen met een bijdrage aan het eigen risico voor de inwoners met hoge zorgkosten. Gevolg: de inwoners van Westvoorne en Hellevoetsluis gaan een keuze krijgen uit 2 ziektekostenverzekeringen. • Brielle: een inkomensgrens van 120%. Gevolg: meer inwoners van Westvoorne en Hellevoetsluis kunnen een beroep doen de op de regelingen genoemd in de voorstellen. • Hellevoetsluis en Westvoorne: een uitgebreid en divers pakket aan minimaregelingen. Gevolg: de inwoners van Brielle krijgen een ruimhartiger minimapakket. • Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne: een passend en uitgebreid bijzondere bijstandsbeleid. Gevolg: een helder en eerlijk pakket aan vergoedingen, waarbij maatwerk altijd het uitgangspunt blijft.

3

Bijgaande voorstellen zijn inmiddels aan colleges als raadsleden (zowel formeel als informeel) gepresenteerd. Naar aanleiding van een aantal opmerkingen zijn de volgende uitgangspunten ter verduidelijking aan deze oplegnotitie toegevoegd: • Mocht een inwoner van Voorne aan Zee, bij toepassing van het nieuwe minima- of bijzonder bijstandsbeleid er bij gelijk gebleven omstandigheden toch op achteruitgaan, dan zal dit op basis van maatwerk / overgangsrecht ongedaan worden gemaakt. Dit betekent bijvoorbeeld dat een inwoner die een hogere vergoeding in 2022 heeft ontvangen ook in 2023 deze vergoeding zal ontvangen. • Het feitelijk besteedbaar inkomen is leidend voor de vraag of iemand aan de inkomensgrens van 120% voldoet. Dit speelt bij inwoners die in verband met problematische schulden of een lopende schuldregeling een inkomen hebben hoger dan 120% van de geldende bijstandsnorm, maar feitelijk gezien door deze omstandigheden een besteedbaar inkomen gelijk of wellicht zelfs lager dan bijstandsniveau hebben. Ook deze inwoners kunnen gedurende de looptijd deze omstandigheden gebruik maken van het minimabeleid als in dit voorstel beschreven. Mogelijk zijn er nog andere gevolgen van deze voorstellen, die wij nu niet hebben voorzien.

Uitgangspunt is dat onze inwoners er in deze voorstellen niet op achteruit mogen gaan en dat de uitvoering op basis van maatwerk / overgangsrecht hier pro-actief op acteert. In de fusiecommissie van 10 oktober 2022 is geadviseerd bovenstaand ter borging toe te voegen aan de raadsvoorstellen. Wat gaat invoering van de 120%-grens kosten? Uit de bijgevoegde doorrekeningen blijkt dat invoer van deze regelingen de nieuwe gemeente op basis van de verwachte toename aantal aanvragen in relatie tot de geraamde bedragen voor 2023 € 71.000 extra per jaar kost ten opzichte van de MJR-schijf 2023. Berekening kosten (afgerond) o.b.v. Minimabeleid kosten in € Bijzondere bijstand kosten in € Collectieve aanvullende ziektekostenverzekering in € Raming begroting Voorne aan Zee 2023 (afgerond) in € Verschil in €

110% 560.000 717.000 392.000 1.669.000

120% 733.000 925.000 506.000 2.164.000 2.093.000 -71.000

130% 917.000 1.156.000 633.000 2.706.000

De berekening van deze bedragen is tot stand gekomen met behulp van CBS-cijfers over de inkomensverdeling in Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne. Ervan uitgaande dat ál deze huishoudens het maximale beroep zullen doen op de verruimde regelingen én dat geen van die huishoudens over een vermogen beschikt dat het bescheiden vrij te laten vermogen (conform bijstandsregels) overtreft, zullen de kosten groeien met de hierboven genoemde bedragen. In de praktijk blijkt echter ten opzichte van de huidige reeds in de gemeentebegrotingen opgenomen bedragen de kostenstijgingen enigermate mee te vallen. Op basis van voortzetting van het huidige beleid zijn in de meerjarenramingen van Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne de volgende bedragen opgenomen ter dekking van het minimabeleid, bijzondere bijstand en CAV afgerond op € 2.093.000: Begroot MJR schijf 2023 Brielle 418.063 Hellevoetsluis 1.450.000 Westvoorne 225.325 Totaal aanwezige dekking, opgenomen in de MJR 2023 2.093.338 Hierbij moet worden aangetekend dat de jaarlijkse kosten voor met name de bijzondere bijstand ruim worden geraamd, omdat altijd moeilijk valt te voorspellen hoe groot het beroep op deze regeling ieder jaar zal zijn.

Er is voor dit advies dan ook kritisch gekeken naar de huidige ontwikkelingen in 2022 en deze wijken nauwelijks af van de cijfers 2021, zodat de huidige ramingen voor 2023 ook voor deze adviezen kunnen worden gebruikt. Uitgaande van de reeds aanwezige dekking in de MJR van de huidige drie gemeenten bedragen de meerkosten om het minimabeleid, bijzonder bijstandsbeleid en de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering voor

4

minima op te tillen naar een toelatingsgrens van 120% van de toepasselijke bijstandsnorm derhalve (afgerond) € 71.000. Ook als de financiële vertaling bij de drie gemeenten wordt toegepast op de huidige begrotingen, komt geen van de drie gemeenten met een afwijking boven de grens van € 100.000. Ontwikkeling cliëntenbestand (Een deel van) de dekking van de extra kosten voor bijzondere bijstand, minimabeleid en CAV kan waarschijnlijk worden gevonden in het feit dat het cliëntenbestand (personen met een periodieke uitkering levensonderhoud Participatiewet) de komende tijd vermoedelijk nog iets zal teruglopen. Deze mogelijke afname van het uitkeringsbestand houdt uiteraard verband met de zich gunstig ontwikkelende arbeidsmarkt. Als de partijen waarmee de huidige gemeenten samenwerken (straks Voorne aan Zee) om cliënten aan werk te helpen in staat zijn om de landelijke trend te volgen zal dit (tijdelijke) positieve werking hebben op het zogenaamde Pbudget (het budget dat de gemeente van het rijk ontvangt om daarmee de uitkeringen te kunnen betalen). Het is op dit moment niet met zekerheid te zeggen hoeveel budget door afname van het aantal uitkeringen overblijft en met hoeveel bijstandspartijen het aantal cliënten werkelijk zal afnemen, maar als in Voorne aan Zee tenminste ‘het landelijk gemiddelde’ wordt bijgehouden blijft er P-budget over.

Dit budgetoverschot zou als dekking van de toegenomen uitgaven minimabeleid kunnen worden aangewend. Dat mensen die nu een uitkering Participatiewet ontvangen zélf in hun levensonderhoud kunnen gaan voorzien is op zich een goede ontwikkeling. Het betekent echter niet dat óók het beroep op het minimabeleid zal afnemen. In de praktijk blijkt namelijk dat mensen die vanuit de Participatiewet werk in loondienst of als zelfstandige gaan aanvaarden over het algemeen niet direct méér gaan verdienen dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm. Ook krijgen mensen die ‘een klein beetje meer’ dan de bijstandsnorm gaan verdienen te maken met de beruchte ‘armoedeval’: zij verliezen door de hoogte van hun inkomen een aantal toeslagen, waardoor hun netto besteedbaar inkomen zelfs lager uit kan komen dan toen zij nog een uitkering ontvingen. Dit pleit er dus voor om, zélfs in tijden dat het aantal personen in uitkering afneemt, het minimabeleid ten minste te handhaven, zo niet te intensiveren. Wat zijn de opties? Met name de inkomensgrens om in aanmerking te komen voor één van de genoemde regelingen is een zowel bestuurlijk als financieel belangrijk beslispunt. Er zijn grofweg 2 opties: 1. We handhaven in Voorne aan Zee de huidige inkomensgrens van Hellevoetsluis en Westvoorne van 110%. De inwoners van Brielle gaan er in dat geval op achteruit bij alle drie de regelingen.

Financiële gevolgen: alle regelingen kunnen in principe volledig uit de bestaande begrotingen worden gefinancierd; overgangsmaatregel voor de oude Brielse gevallen die achteruit gaan. Bestuurlijke gevolgen: uitleggen waarom Brielse minima erop achteruit gaan in de nieuwe gemeente. 2. We stellen de inkomensgrens voor alle drie de regelingen op 120%. Dit is vooral positief voor de inwoners van Hellevoetsluis en Westvoorne. Financiële gevolgen: dit kan betekenen een maximale toename van 29% (bron CBS) van het beroep op de regelingen minima, bijzondere bijstand en CAV in de gemeente Voorne aan Zee en dus meer uitgaven. Gezien het bovenstaande lijken de financiële gevolgen van deze verwachte toename mee te vallen. Ook weten we dat in alle drie de gemeenten er jarenlang sprake is van een onderbenutting van de budgetten, waardoor de werkelijke toename zeer waarschijnlijk lager zal uitvallen dan de genoemde 29%, hoewel gezien de maatschappelijke ontwikkelingen zoals hierboven omschreven onzeker zijn. Bestuurlijke gevolgen: de mogelijkheid bestaat dat 1 of 2 van de 3 raden deze aanpassing niet wenst c.q. afstemt. Dit leidt tot een precaire situatie; de voorstellen worden dan opnieuw aan de raad van Voorne aan Zee voorgelegd ter besluitvorming. In de voorstellen wordt uitgegaan van optie 2, dus een inkomensgrens van 120%.

De belangrijkste argumenten hiervoor zijn dus samengevat: • Een samenhangend pakket van regelingen voor de financieel kwetsbaarste inwoners van Voorne aan Zee, wat tegemoet komt aan de actuele behoeften van deze inwoners. Om dit te bereiken is het beste van de 3 fusiegemeenten samengebracht in bijgaande voorstellen. • De landelijke ontwikkelingen binnen armoede- en schuldenbeleid, waarbij 120% als minimale ondergrens wordt gezien om voor dergelijke regelingen in aanmerking te komen. • In het verlengde hiervan de inkomensgrens van 120% dringend geadviseerd door het Rijk om voor de energietoeslag in aanmerking te komen.

5

•

Volgens de Toekomstvisie Voorne aan Zee: ‘Het gemeentebestuur spant zich in om een benaderbare, een betrouwbare en transparante partner te zijn’. Daarbij past de opvatting dat inwoners er door de fusie niet op achteruit gaan.

Er wordt momenteel onderzoek gedaan naar de inzet van Stichting Leergeld voor de uitvoering van het kindpakket. Dit heeft potentieel een aantal voordelen: een deel van uitvoering vervalt doordat dit door Leergeld wordt gedaan; het geld wordt besteed aan wat echt in een gezin nodig is in plaats van een vast bedrag per kind; en door deze werkwijze wordt er gemiddeld minder per kind uitgegeven. Hiermee wordt een grote en effectieve bijdrage geleverd aan de bestrijding van kinderarmoede, zoals in het recente rapport van de Kinderombudsman wordt gevraagd. De fusiecommissie van 10 oktober 2022 heeft geadviseerd het voorstel voor het kindpakket aan te passen. De gevolgen hiervan zijn verwerkt in de desbetreffende raadsvoorstellen als- besluiten en in deze oplegnotitie. Het verhogen van de inkomensgrens is overigens maar een klein onderdeel van het totaal te ontwikkelen beleid op het gebied van bestrijding van (kinder)armoede en schulden. Denk daarbij aan meer aandacht voor preventie en vroegsignalering en de inzet van bestaande en nieuwe maatschappelijke partners. In principe zou je als gemeente daar ook meer tijd voor moeten nemen dan dat er nu is, echter de fusie en de maatschappelijke ontwikkelingen dwingen ons – ons inziens – nu al een standpunt in te nemen op dit specifieke onderdeel.

Toelichting op de doorrekening in bijgaande tabellen Bij het doorrekenen van de financiële effecten van de verhoging van de inkomensgrens is bij alle regelingen uitgegaan van de cijfers uit 2021. Voor zowel het minimabeleid (deel 1) als de collectieve zorgverzekering (deel 2) is het aantal uitkeringen in 2021 leidend, waarbij per gemeentelijke regeling de doorrekening is gemaakt vanuit de diverse inkomensgrenzen, zoals deze in de drie gemeenten gelden. Bij de stap 110% naar 120% is uitgegaan van een toename van 29%, bij de stap van 120% naar 130% is uitgegaan van een toename van 25%, beiden conform CBS berekeningen. Door uit te gaan van de aantallen, kan ook een nauwkeuriger beeld gegeven worden van de effecten bij de voorgestelde uitkeringsbedragen. Bij de collectieve zorgverzekering is de berekening iets ingewikkelder, omdat er met 2 pakketten wordt gewerkt en de optie is opengehouden het eigen risico te vergoeden of niet. Voor de verwachte aantallen is uitgegaan van de totale deelnemers in de drie gemeenten. Omdat Hellevoetsluis en Westvoorne alleen het laatste pakket kennen en niet duidelijk is of de optie vergoeding eigen risico wordt meegenomen, is lastig te bepalen in hoeverre inwoners gaan overstappen naar de andere verzekering. Om toch een beeld te krijgen van de aantallen en kosten Voorne aan Zee is daarom een verhouding 50%-50% tussen de pakketten aangenomen.

In de bijlage zijn een aantal opties weergegeven, waaronder ook de kosten bij alleen extra uitgebreid met een bijdrage van € 30. Het gewenste voorstel CAV is geel gearceerd in de tabel. Bij de bijzondere bijstand is uitgegaan van de daadwerkelijke uitgaven in 2021 simpel verhoogd met de verwachte groei conform percentages van 29% en 25% per stap, zie boven. Dit geeft een mogelijk vertekend beeld voor de kosten, omdat (bijvoorbeeld) het Hellevoetse beleid iets ruimhartiger is, waardoor de verwachte kosten in de doorrekening ook hoger zullen zijn dan het voorstel beoogd. In het voorstel bijzondere bijstand (deel 3) wordt namelijk een licht afgeslankt beleid voorgesteld, wat uiteraard gevolgen zal hebben voor de uiteindelijke kosten, die daardoor zeer waarschijnlijk lager zullen uitpakken dan in het voorstel en genoemde doorrekening aangegeven. Overigens blijft ondanks een afgeslankt beleidsvoorstel een goede ondersteuning van de minima het uitgangspunt en is er zo nodig altijd maatwerk mogelijk. Daarnaast speelt ook de genoemde onderbenutting van de budgetten een rol, waardoor er meer wordt begroot dan er feitelijk wordt uitgegeven. In de bijlagen hieronder de schema’s met de doorrekeningen.

Voor de inhoudelijke verschillen in de diverse regelingen en hun gevolgen voor de nieuwe gemeente Voorne aan Zee wordt verwezen naar de onderliggende voorstellen en de daarbij gevoegde was-wordt lijsten. Na besluitvorming in de gemeenteraden van 19 oktober 2022 Onderhavige raadsvoorstellen en gevraagde raadsbesluiten worden op 19 oktober 2022 in de drie gemeenteraden van Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne behandeld. Na instemming door de raden wordt er naar gestreefd de verordening Individuele Inkomenstoeslag (IIT) nog in de laatste gemeenteraadsvergadering van de

6

drie gemeenten op 14 december 2022 aan de raden voor te leggen (veegraad). De beleidsregels minima en bijzondere bijstand zullen worden aangeboden aan het nieuwe college van B&W van Voorne aan Zee. Hiervoor is gekozen, omdat verordeningen formeel niet met terugwerkende kracht kunnen worden vastgesteld en de eerste gemeenteraadsvergadering pas in de loop van januari 2023 zal zijn gepland. Voor de beleidsregels speelt dit probleem niet, omdat deze door het college van B&W kunnen worden vastgesteld op een eerder moment. Conclusie Wij realiseren ons dat bovenstaande voorstellen zowel bestuurlijk als financieel gevolgen zullen hebben, hoewel de financiële gevolgen zeer meevallen. Een harmonisatie van beleid zorgt altijd voor veranderingen, maar de kleine stapjes achteruit wegen niet op tegen de grote stappen vooruit voor onze minima in deze voorstellen. Een geringe investering door de 3 gemeenten, levert dan ook een krachtig minima- en armoedebeleid op voor de inwoners van Voorne aan Zee op wat past bij de landelijke trend waarbij de toepasselijke inkomensgrens verschuift van 110% naar 120% van de toepasselijke bijstandsnorm. Tevens levert dit een bijdrage aan de bestrijding van (kinder)armoede en het voorkomen van schulden waar het rijk de komende periode ook op blijft inzetten.

7

BIJLAGE Minimabeleid en bijzondere bijstand Voorne aan Zee Minimabeleid verwachte aantallen Totaal minimaregeling 110% 669 IIT 789 Participatiefonds 376 Kindpakket 1834 Totaal Minimabeleid normen Voorstel VaZ normen minima IIT alleenstaande IIT alleenstaande ouder IIT echtpaar Participatiefonds Kindpakket 0-4 Kindpakket 4-12 Kindpakket 12-18

120% 862 1018 518 2398

130% 1079 1273 648 3000

€ 430 € 550 € 630 € 100 € 200 € 300 € 400

Minimabeleid verwachte uitgaven ondergrens Kosten per regeling 110% 120% IIT alleenstaande € 104.060 € 134.160 IIT alleenstaande ouder € 59.950 € 77.000 IIT echtpaar € 200.340 € 258.300 IIT totaal € 364.350 € 469.460 Participatiefonds € 78.900 € 101.800 Kindpakket 0-4 € 16.800 € 23.000 € 50.100 € 69.000 Kindpakket 4-12 € 50.000 € 69.200 Kindpakket 12-18 € 116.900 € 161.200 Kindpakket totaal € 560.150 € 732.460 Totaal minima

130% € 168.130 € 96.800 € 322.560 € 587.490 € 127.300 € 28.800 € 86.400 € 86.400 € 201.600 € 916.390

Bijzondere bijstand verwachte aantallen Voorne aan Zee Aanvragen Totaal

110% 926

Bijzondere bijstand verwachte uitgaven Kosten 110% Totaal bijzondere bijstand € 716.619

120% 1195

130% 1537

120% € 924.439

130% € 1.155.549

8

BIJLAGE Collectieve zorgverzekering Voorne aan Zee Collectieve zorgverzekering normbedragen Voorstel VaZ bijdrage premie CAV Extra € 30 Extra uitgebreid € 13 Extra uitgebreid + ER € 385 Collectieve zorgverzekering verwachte aantallen beide pakketten bij verhouding 50%-50% Aantallen per regeling 110% 120% 130% 435 562 702 CAV extra 435 562 702 CAV extra uitgebreid 870 1124 1404 Totaal CAV verwacht Collectieve zorgverzekering verwachte uitgaven beide pakketten bij verhouding 50%-50% Kosten CAV per regeling 110% 120% 130% € 156.600 € 202.320 € 252.720 CAV extra € 67.860 € 87.672 € 109.512 CAV extra uitgebreid € 235.335 € 304.042 € 379.782 CAV extra uitgebreid + ER € 224.460 € 289.992 € 362.232 Kosten extra + uitgebreid € 391.935 € 506.362 € 632.502 Kosten extra + uitgebreid + ER Collectieve zorgverzekering verwachte aantallen pakket alleen extra uitgebreid Aantallen per regeling 110% 120% 130% 0 0 0 CAV extra 870 1123 1404 CAV extra uitgebreid 870 1123 1404 Totaal CAV verwacht Collectieve zorgverzekering pakket verwachte uitgaven alleen extra uitgebreid met bijdrage € 13 Kosten CAV per regeling 110% 120% 130% € 0 € 0 €0 CAV extra € 135.720 € 175.188 € 219.024 CAV extra uitgebreid € 470.670 € 607.543 € 759.564 CAV extra uitgebreid + ER € 135.720 € 175.188 € 219.024 Kosten extra + uitgebreid € 607.543 € 759.564 Kosten extra + uitgebreid + ER € 470.670 Collectieve zorgverzekering

pakket verwachte uitgaven alleen extra uitgebreid met bijdrage € 30 Kosten CAV per regeling 110% 120% 130% € 0 € 0 €0 CAV extra € 313.200 € 404.280 € 505.440 CAV extra uitgebreid € 648.150 € 836.635 € 1.045.980 CAV extra uitgebreid ER € 313.200 € 404.280 € 505.440 Kosten extra + uitgebreid € 648.150 € 836.635 € 1.045.980 Kosten extra + uitgebreid + ER

9

BIJLAGE Raming 2023 ten opzichte van verwachte kosten

Ramingen 2023

Minima en CAV

€ 1.062.388

Bijzondere bijstand

€ 1.031.000

Totale raming 2023

€ 2.093.388

Regeling

Kosten 110%

Kosten 120%

€ 784.610

Verschil met raming € 277.778

Minima + CAV extra/extra uitgebreid 50/50 Minima + CAV extra/extra uitgebreid 50/50 + ER

€ 952.085

€ 110.303

€ 1.238.822 -€ 176.434

€ 1.548.892

Minima + CAV extra uitgebreid € 13 Minima + CAV extra uitgebreid € 13 + ER

€ 695.870

€ 366.518

€ 907.648

€ 154.740

€ 1.135.414 -€ 73.026

€ 1.030.820 € 31.568

€ 1.340.003 -€ 277.615

€ 1.675.954 -€ 613.566

Minima + CAV extra uitgebreid € 30 Minima + CAV extra uitgebreid € 30 + ER

€ 873.350

€ 1.136.740 -€ 74.352

€ 1.421.830 -€ 359.442

€ 1.208.300 -€ 145.912

€ 1.569.095

-€ 506.707

€ 1.962.370 -€ 899.982

Bijzondere bijstand

€ 716.619

€ 924.439

€ 106.561

€ 1.155.549 -€ 124.549

€ 189.038

€ 314.381

€ 1.022.452

Verschil met raming € 39.936

Kosten 130%

Verschil met raming € 1.278.622 -€ 216.234

10

-€ 486.504

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11932594/1