22 09 GR SVHW 2023 Toelichting wijzigingen GR SVHW 2015
Tekst van het document
Bijlage: Toelichting wijziging Gemeenschappelijke Regeling SVHW 2015 Hieronder wordt de wijziging in nader detail beschreven. Wijzigingen Ten gevolge van de Wet van 15 december 2021 tot wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen (Stb. 2022, 18) wijzigt de Wgr met ingang van 1 juli 2022. Deze wet wijzigt de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) en enkele andere wetten en strekt ertoe de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en
controlerende rol van gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen bij taken die in gemeenschappelijke regelingen worden uitgevoerd te versterken.
De wet vraagt een aantal principiële keuzes van de deelnemers, die hierna zullen worden toegelicht: 1.
Zienswijze raden bij aangaan of wijzigen GR
In het nieuwe lid 2 en 3 van art. 1 Wgr is bepaald dat de colleges het ontwerp van de GR toesturen aan de raden. De raden kunnen hierover hun zienswijze indienen, binnen 8 weken na het ontwerp. Dit is verwerkt in art. 24 en 25 van de GR. 2.
Zienswijze van de raad vragen bij besluiten
In het nieuwe art. 10 lid 5 en 6 Wgr is bepaald dat in een gemeenschappelijke regeling bepalingen worden opgenomen omtrent besluiten van het bestuur van de GR, waarover de raden van de
deelnemende gemeenten een zienswijze mogen geven voorafgaande aan de besluitvorming, en de wijze waarop de zienswijze gegeven kan worden. In de Memorie van Toelichting bij de wet is
opgenomen dat het de deelnemers vrij staat om in de regeling op te nemen dat geen besluiten van het bestuur vatbaar zijn voor het geven van een zienswijze door de raden.
Omdat SVHW een beleidsarme GR is, is ervoor gekozen de raden niet om een zienswijze te vragen over besluiten van het AB. Dit is opgenomen in art. 8 lid 2 GR. Het besluit tot het vaststellen of wijzigen van de begroting wordt uitgesloten van deze bepaling, aangezien in artikel 35 van de Wgr al geregeld is dat een zienswijze door de raden omtrent de begroting gegeven kan worden. 3.
Participatie
In de nieuwe leden 7 en 8 van art. 10 Wgr is bepaald dat in de GR bepalingen dienen te worden
opgenomen of en, indien de mogelijkheid tot participatie geopend wordt, omtrent de wijze waarop
ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de totstandkoming en uitvoering van beleid op grond van de betreffende regeling betrokken worden. Uit dit artikel vloeit dus een
verplichting voort om afspraken te maken omtrent participatie in de gemeenschappelijke regeling, echter de keuze voor het openen van deze mogelijkheid wordt overgelaten aan de gemeente. Dit
betekent dat in de regeling ook afgesproken kan worden dat er geen mogelijkheid geopend wordt voor participatie. Op dat moment hoeft ook niets omtrent de wijze van participatie te worden vastgelegd.
Omdat SVHW een uitvoeringsorgaan is dat zelf geen beleid maakt, is ervoor gekozen geen participatie open te stellen. Dit is opgenomen in art. 33 GR.
Pagina 1 van 6
4.
Actieve informatieplicht
In de nieuwe leden 2 en 3 van art. 17 Wgr is een informatieverplichting in het leven geroepen voor het bestuur, om de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen te verschaffen die de raden
nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Dit is verwerkt in de leden 3 en 5 van art. 9. Om in
de tekst duidelijk te scheiden tussen de informatieplicht en de verantwoordingsplicht zijn de leden van dit artikel tevens herschikt, waarbij het eerste deel van dit artikel ziet op de informatieplicht (tot en met lid 5) en het laatste deel (vanaf lid 6) op de verantwoordingsplicht. 5.
Evaluatie
In het nieuwe art. 11a Wgr is geregeld dat in de GR bepalingen worden opgenomen omtrent de
evaluatie van de regeling. Op grond van dit artikel wordt alleen verplicht gesteld om een bepaling
omtrent evaluatie op te nemen in de GR, waarbij het besluit of wordt geëvalueerd wordt overgelaten
aan de deelnemers. Dit betekent dat ook kan worden bepaald dat geen evaluatie plaatsvindt.
Omdat SVHW een beleidsarme GR is, is ervoor gekozen geen mogelijkheid tot evaluatie op te nemen. Dit is opgenomen in art. 29 GR. 6.
Afspraken omtrent het vermogen
In het nieuwe art. 9 lid 1 Wgr is bepaald dat in de GR bepalingen met betrekking tot de gevolgen van uittreding voor het vermogen van het openbaar lichaam worden opgenomen en de voorwaarden
waaronder kan worden uitgetreden. De gevolgen voor het vermogen omvatten zowel de gevolgen van de uittreding voor de verplichtingen op grond van aangegane verbintenissen als de gevolgen van de uittreding voor de goederen (zaken en vermogensrechten) van de betreffende rechtspersoon.
Dat bij toetreding geen inkoop in het vermogen plaatsvindt, is geregeld in art. 25 lid 5 GR. Dat bij uittreding geen verrekening plaatsvindt is geregeld in lid 8 van art. 27 GR. Het opnemen van een bepaling inzake terugname van bevoegdheden
Indien een deelnemer in de GR gedelegeerde bevoegdheden terugneemt, of een overgedragen heffing
afschaft, dan heeft dit financiële en personele consequenties voor het SVHW. Om deze te verzachten, is art. 26 ontworpen. In dit artikel is onder andere bepaald dat het DB de frictiekosten, terugnamekosten en het terugnameplan vaststelt.
Het aanpassen van de bepalingen inzake uittreding
Indien een deelnemer in de GR uittreedt, dan heeft dit financiële en personele consequenties voor het SVHW. De bepalingen inzake de berekening van de kosten in de leden 3 en 4 zijn aangepast. Het vervallen van de uitvoering van de WKPB door SVHW
Alle verwijzingen naar de WKPB zijn uit de GR geschrapt. Een eventuele toetreding van het college van Ridderkerk
Hoewel het formele besluit tot toetreding in juli 2022 door het college van de gemeente Ridderkerk
wordt genomen, is vooruitlopend op dit besluit het aantal AB-leden in art. 6 aangepast naar 16 leden.
Het toetredingsverzoek van de gemeente Ridderkerk tot de gemeenschappelijke regeling zal behandeld worden in de september vergadering van het Algemeen Bestuur.
Indien in het najaar blijkt dat Ridderkerk niet toetreedt, dan wordt dit in de tekst aangepast.
De materiele inhoud van de GR, zoals deze nu voorligt, verandert dan niet. wel heeft het niet toetreden van de gemeente Ridderkerk consequenties voor GR artikelen betreffende de opsomming van het aantal deelnemers, de stemverhouding en het benodigde quorum voor een AB-vergadering. Pagina 2 van 6
De signalen die wij vanuit de gemeente Ridderkerk ontvangen zijn positief. Er is op dit moment dan ook geen reden om aan te nemen dat de toetreding niet door gaat. De gemeentelijke herindeling van Voorne aan Zee
De herindeling van Voorne aan Zee is niet meegenomen in deze wijziging van de GR. In de wet (art. 41 lid 4 Wet ARHI) staat:
‘De deelnemers aan een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in het derde lid treffen, voor zoveel nodig, binnen zes maanden na de datum van herindeling met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen de uit de gewijzigde gemeentelijke indeling voortvloeiende voorzieningen. Zij kunnen daarbij afwijken van de bepalingen van de gemeenschappelijke regeling met betrekking tot wijziging en opheffing van de regeling en het toe- en uittreden van deelnemers. De in de eerste volzin genoemde termijn kan door gedeputeerde staten van de betrokken provincie of, zo de regeling uitsluitend tussen burgemeesters is aangegaan, door de commissaris van de Koning in die provincie met ten hoogste zes maanden worden verlengd’. Er is dus na 1-1-2023 een half jaar de tijd om de GR aan te passen. Dat kan los van de regels van de
GR over toetreden en uittreden. Het is niet mogelijk dat de drie colleges (gemeente Brielle, gemeente Hellevoetsluis en gemeente Westvoorne) nu een besluit te laten nemen over de deelname van Voorne aan Zee, terwijl Voorne aan Zee ten tijde van de vaststelling nog niet bestaat.
Pagina 3 van 6
Artikelsgewijze aanpassingen in concept GR 2023
De artikelsgewijze aanpassingen zijn opgenomen in de onderstaande tabel. Artikel
Oud
Nieuw
Aanhef
Zonder Ridderkerk
Ridderkerk is toegevoegd
1 onder d
Zonder Ridderkerk
Ridderkerk is toegevoegd
1 onder o, p, q, r 3
Nieuwe definities toegevoegd d
Onderdeel d is geschrapt door het vervallen van de WKPB taak.
4 lid 1 6 lid 1
WKPB is geschrapt AB heeft 15 leden
Door toetreding van Ridderkerk heeft het AB 16 leden.
8
Art. 8 (lid 1)
Dit artikel is aangepast ten gevolge van de wijziging van art. 10 lid 5 en 6 WGR. Lid 2 is toegevoegd aan art. 8 GR.
9 lid 2
Lid 5
Lid 5 oud is gesplitst in lid 2 (informatieplicht) en lid 8 (verantwoordingsplicht)
9 lid 3
Lid 6
Lid 6 oud is vernummerd in lid 3. Toegevoegd is “op de gevraagde wijze”.
9 lid 4
Lid 7
Lid 7 oud is vernummerd in lid 4.
9 lid 5
Nieuw lid ten gevolge van de wijziging van art. 17 WGR.
9 lid 6
Lid 3: Verwijzing naar de Wet Openbaarheid van Bestuur
Lid 3 oud is vernummerd in lid 6. Verwijzing naar de Wet Open Overheid, door vervallen van de WOB.
9 lid 7
Lid 2
Lid 2 oud is vernummerd in lid 7.
9 lid 8
Lid 5
Lid 5 oud is gesplitst in lid 2 (informatieplicht) en lid 8 (verantwoordingsplicht)
9 lid 9
Lid 4
Lid 4 oud is vernummerd in lid 9.
Pagina 4 van 6
10 lid 1onder a
Toegevoegd dat het AB de voorzitter aanwijst.
10 lid 1 onder b
Toegevoegd dat het AB de leden van het DB aanwijst.
13 lid 5 en 6
Door de wijzigingen in art. 9 ten gevolge van de informatieplicht is lid 6 geschrapt en lid 5 aangepast. In lid 5 is toegevoegd dat het verslag wordt opgenomen in de jaarrekening.
14 lid 1
DB wijst voorzitter aan.
AB wijst voorzitter aan (in lijn met art. 10 lid 1 onder a.
14 lid 4 tot en met 9
Leden 5 tot en met 10
Vernummerd tot 4 tot en met 9 wegens al eerder vervallen van lid 4.
17 lid 4 tot en met 9
Leden 5 tot en met 10
Vernummerd tot 4 tot en met 9 wegens al eerder vervallen van lid 4.
17 lid 7
Lid 8
Aangepast aan de WNRA. Benoeming is vervangen door arbeidsovereenkomsten.
17 a, b, c en d
Verwijzing naar de Experimentenwet BI-zones geschrapt, omdat die vervallen is.
18 lid 3
8 weken
12 weken
18 lid 5
Dit is gesplitst in lid 5 en lid 7, omdat het DB niet alleen de zienswijze, maar ook de eigen reactie op de zienswijze bij de ontwerp-begroting voor het AB moet voegen. Dit is daarom in een afzonderlijk lid (7) opgenomen.
18 lid 6
Dit is een nieuw lid, ten gevolge van art. 35 lid 4 (nieuw).
18 lid 7 18 lid 9
Dit is een afsplitsing van lid 5. 1 augustus
15 september
Pagina 5 van 6
Hoofdstuk XI
Titel aangepast omdat terugname bevoegdheden en evaluatie zijn opgenomen.
24
Dit artikel is aangepast ten gevolge van de wijziging van art. 1 lid 2 en 3 WGR. De leden 4 en 5 zijn toegevoegd aan de GR, conform de wettekst.
25
Lid 3
Dit lid was een toetredingsvoorwaarde, die inhield dat alleen werknemers die aantoonbaar goed functioneerden konden overgaan naar SVHW. Dit is geschrapt.
25 lid 3 en 4
Dit artikel is aangepast ten gevolge van de wijziging van art. 1 lid 2 en 3 WGR. De leden 3 en 4 zijn toegevoegd aan de GR, conform de wettekst.
25 lid 5
Lid 5 is toegevoegd, ten gevolge van de wijziging van art. 9 lid 1 WGR.
26
Dit is een nieuw artikel. Zie de algemene toelichting hiervoor.
27 lid 3
Aangepaste bepaling inzake de uittredingskosten.
27 lid 4
Aangepaste bepaling inzake de frictiekosten.
27 lid 8
Lid 8 is toegevoegd, ten gevolge van de wijziging van art. 9 lid 1 WGR.
27 lid 9
Lid 8
Lid 8 is vernummerd in lid 9.
29
Dit is een nieuwe bepaling.
33
Dit is een nieuwe bepaling.
Pagina 6 van 6