22 09 03 brief college Vaststellen Plan van Aanpak Omgevingsplan en Handboek Wijzigen van het Omgevingsplan bijl 1
Tekst van het document
Plan van aanpak Omgevingsplan
Inhoud 1. Inleiding ............................................................................................................................................................... 3 1.1
Omgevingsplan van rechtswege ............................................................................................................ 3
1.2 Opgave .......................................................................................................................................................... 3 1.3 Doel ............................................................................................................................................................... 4 1.4 leeswijzer ....................................................................................................................................................... 5 2 Uitgangspunten .................................................................................................................................................... 6 2.1 Casco ............................................................................................................................................................. 6 2.2 Starten vanuit de Omgevingsvisie ................................................................................................................. 6 2.3 Voorbereidingen die niet hoeven te wachten ............................................................................................... 6 2.4 Gebiedsgerichte aanpak ................................................................................................................................ 7 2.4.1
Landelijk gebied ................................................................................................................................ 8
2.4.2
Stedelijk gebied ................................................................................................................................. 8
2.4.3
Bedrijventerreinen ............................................................................................................................ 8
2.5 De transitie in de planning ............................................................................................................................ 9 2.6 uitbesteden ................................................................................................................................................... 9 3 Processtappen per deelgebied ........................................................................................................................... 10 3.1
Stappenplan ......................................................................................................................................... 10
3.2 Proces ....................................................................................................................................................... 10 3.2.1
Intern ............................................................................................................................................... 10
3.2.2
Extern .............................................................................................................................................. 11
3.2.3
Actoren ............................................................................................................................................ 12
4 Tijdplanning ........................................................................................................................................................ 14
2
1. Inleiding Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, moeten wij gaan werken met de (juridische) instrumenten van de omgevingswet. Een van deze nieuwe instrumenten is het Omgevingsplan. In het omgevingsplan staan de gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving. Het vormt een toetsingskader voor initiatieven zoals woningbouw, transformatie van een locatie/gebied of herinrichting van de openbare ruimte. Het Omgevingsplan krijgt een bredere reikwijdte dan het bestemmingsplan.
1.1 Omgevingsplan van rechtswege Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet beschikt de gemeente Voorne aan zee over een omgevingsplan van rechtswege; een tijdelijk omgevingsplan dat is gevuld met: •
•
•
Ruimtelijke plannen zoals bestemmingsplannen, wijzigingsplannen, uitwerkingsplannen, beheersverordeningen, voorbereidingsbesluiten en exploitatieplannen; Enkele gemeentelijke verordeningen: een deel van de erfgoedverordening en de verordening afvoer regen- en grondwater; De bruidsschat: regels voor de onderwerpen die zijn verhuisd van rijksniveau naar gemeenteniveau.
Daarnaast zijn er regels voor de fysieke leefomgeving die nu nog in gemeentelijke verordeningen staan, zoals de APV. Deze blijven los naast het tijdelijk omgevingsplan bestaan, totdat ze in het volwaardige omgevingsplan zijn opgenomen.
1.2 Opgave Voor 2030 moeten gemeenten het tijdelijk omgevingsplan omzetten naar een volwaardig omgevingsplan. Concreet betekent dit: (inhoudelijk) actualiseren van regels;
op elkaar afstemmen van regels die nu nog in verschillende documenten binnen de drie afzonderlijke gemeenten zijn vastgelegd;
daadwerkelijk overzetten van de regels uit onze bestemmingsplannen en de bruidsschat naar het omgevingsplan dat voldoet aan wettelijke bepalingen;
aanvullen met regels uit onze plaatselijke verordeningen die over moeten gaan;
regels actualiseren op basis van de omgevingsvisie Voorne aan Zee en de eventuele uitwerking daarvan in programma’s en beleidsregels;
vertalen van de doelen en kaders van de omgevingsvisie (en eventueel programma);
onze regels ‘eenvoudig beter’ te maken in de formulering en toepasbaarheid;
Figuur 3: Visualisatie van tijdelijk naar volwaardig omgevingsplan.
1.3 Doel Als de Omgevingswet van kracht wordt, moeten we gaan werken met het instrument omgevingsplan. Wij hebben tot 1 januari 2030 om het volwaardige omgevingsplan te maken, maar in de tussentijd zal het omgevingsplan van rechtswege ook gewijzigd moeten kunnen worden voor ontwikkelingen. Daarom zijn twee documenten opgesteld: •
Een handboek voor het wijzigen van het omgevingsplan vanaf de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarmee we ontwikkelingen van initiatiefnemers mogelijk maken. Het handboek gaat in op hoe we met het omgevingsplan van rechtswege (tijdelijk deel) moeten werken;
•
Dit plan van aanpak op basis waarvan we gaan bouwen aan het volwaardige omgevingsplan, dat voor 1 januari 2030 gereed moet zijn.
In dit plan van aanpak beschrijven we hoe we tot het volwaardige omgevingsplan in 2030 voor heel Voorne aan Zee komen. Het doel is te komen tot een aanpak die uiteindelijk leidt tot een omgevingsplan dat aan alle wettelijke verplichtingen voldoet en past bij de ambities, doelen, opgaven en werkwijze van de gemeente Voorne aan Zee. Omdat Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne fusiegemeenten zijn, is als bijkomend doel te benoemen, een goede afstemming en overgang van regelgeving van drie gemeenten naar één gemeente. Daarbij hoort een stappenplan, waaruit is af te leiden wie bij welke stap moet worden betrokken en een haalbaar tijdschema.
1.4 leeswijzer In dit plan van aanpak komen diverse onderwerpen aan de orde. We bepalen eerst de uitgangspunten die we hanteren bij de transitie naar het gebiedsdekkende omgevingsplan (hoofdstuk 2). Vervolgens gaan we nader in op de aanpak en bijbehorende processtappen per deelgebied. Daarbij gaan we in op de keuzes voor bijvoorbeeld de sturingsfilosofie en lokaal maatwerk (Hoofdstuk 3). In hoofdstuk 4 gaan we in op alle actoren (zowel in- als extern). We besluiten met een algemene planning voor het gehele traject van 2022 tot 2030.
2 Uitgangspunten Wij hanteren de volgende uitgangspunten om tot een volwaardig omgevingsplan te komen: 1. Vanaf 1 juli gaan we werken met 1 casco voor de regels voor Voorne aan Zee (zie ook het Handboek omgevingsplan); 2.
We starten met de transitie nadat de omgevingsvisie is vastgesteld;
3.
We starten direct met de voorbereidingen die niet hoeven te wachten op de vastgestelde omgevingsvisie;
4.
We hanteren een gebiedsgerichte aanpak waarbij we drie hoofdgebieden onderscheiden; Landelijk gebied, kernen, bedrijventerreinen. Zo nodig onderscheiden we per hoofdgebied deelgebieden;
5.
Onze aanpak en bijbehorende planning is daarnaast afgestemd op de beschikbare capaciteit van de gemeentelijke organisatie;
6.
Het daadwerkelijk transformeren van de omgevingsplannen per hoofdgebied besteden we uit. We lichten de uitgangspunten nader toe.
2.1 Casco Voordat het gebiedsdekkende omgevingsplan gereed is (in ieder geval voor 2030), zal het regelmatig nodig zijn het omgevingsplan te wijzigen ten behoeve van ontwikkelingen die zich aandienen en niet passen in het omgevingsplan. Hiervoor zullen nieuwe regels worden opgesteld. Met het oog op het gebiedsdekkende plan is het verstandig voor die wijzigingsbesluiten een structuur te hanteren waarbinnen die nieuwe regels moeten worden opgesteld. Dit doen we door een zogenaamd casco te gebruiken. Hiermee zorgen we dat de regelstructuur voor de te wijzigen omgevingsplannen tot 2030 en die van het gebiedsdekkende omgevingsplan goed op elkaar zijn afgestemd. Dit casco hebben we in het handboek omgevingsplan opgenomen.
2.2 Starten vanuit de Omgevingsvisie De juridische vertaling van de omgevingsvisie vindt plaats in het omgevingsplan. Het omgevingsplan dient aan te sluiten op de doelen, kaders, gebiedsindeling, thema’s en begrippen die in de omgevingsvisie gehanteerd worden. Voor zover het omgevingsplan ruimte biedt voor nieuwe ontwikkelingen, dienen deze aan te sluiten op de doelen uit de omgevingsvisie en niet ten koste te gaan van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ter voorbereiding van de omgevingsvisie, wordt nu een Koersdocument opgesteld. Dit koersdocument wordt in Q2 van 2022 vastgesteld. Vervolgens wordt de omgevingsvisie aanbesteed en opgepakt, waarbij we streven naar vaststelling van de omgevingsvisie in 2024. Daarna kan het opstellen van het volwaardig omgevingsplan worden gestart. In de periode tussen inwerkingtreding van de Omgevingswet en de start van het omgevingsplan, doen we ervaring op met wijzigen van het omgevingsplan voor nieuwe ontwikkelingen die niet passen in het omgevingsplan van rechtswege. Deze ervaring zetten we in bij het opstellen van het volwaardige omgevingsplan.
2.3 Voorbereidingen die niet hoeven te wachten Het gebiedsdekkende omgevingsplan moet richting geven aan wenselijke ontwikkelingen binnen de gemeente. Het is dus zaak inzicht te hebben in die wenselijke ontwikkelingen. Deze worden in de omgevingsvisie benoemd. Het is daarom verstandig te wachten met het opstellen van het gebiedsdekkend omgevingsplan tot
de omgevingsvisie is vastgesteld. Toch zijn er voorbereidingen die niet afhankelijk zijn van beleidsuitspraken uit de omgevingsvisie en waarmee al kan worden gestart. Het betreft: Opstellen en vullen Casco
Wij gaan al starten met het wijzigen van het omgevingsplan om ontwikkelingen mogelijk te maken. In het handboek ‘wijzigen van het omgevingsplan’ is de structuur opgenomen waarin we de regels voor het omgevingsplan opstellen; het casco. Dit casco kan verder ingevuld worden met regels. Het gaat dan om ‘modelregels’ waar geen beleidsuitspraken aan ten grondslag liggen (denk bijvoorbeeld aan gebruiksregels voor de activiteit wonen). Het voordeel is dat voor nieuwe ontwikkelingen dezelfde regels worden gehanteerd en ook de regels voor de drie gemeenten tot de fusie in dezelfde structuur worden vormgegeven. Afstemmen huidige bestemmingsplanregels
Bij het vullen van het casco met ‘modelregels’ wordt meteen duidelijk dat er verschillen bestaan tussen de wijze waarop de drie huidige gemeenten hun regels hebben vormgegeven. Dit zal onderling moeten worden afgestemd en gesynchroniseerd. Opstellen verordening fysieke leefomgeving Op dit moment kennen alle drie de gemeenten lokale verordeningen. Voor zover deze verordeningen betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, moeten deze uiteindelijk (voor 2030) in het omgevingsplan worden opgenomen. Ter voorbereiding hierop kunnen de verordeningen geïnventariseerd, afgestemd (tussen de drie gemeenten) en opgenomen worden in een verordening fysieke leefomgeving op een zodanige manier dat de verordening rechtstreeks kan worden overgeheveld naar het gebiedsdekkend omgevingsplan. Daar wordt momenteel al aan gewerkt.
2.4 Gebiedsgerichte aanpak Het opstellen van het gebiedsdekkend omgevingsplan is een grote opgave, zeker als dit moet gebeuren voor drie fuserende gemeenten. Naast de vertaling van het omgevingsplan tijdelijk deel naar een gebiedsdekkend plan, moet ook nog onderlinge afstemming van beleid en regelgeving plaats vinden. Om deze opgave beheersbaar te houden, kiezen wij ervoor om de aanpak van het gebiedsdekkend omgevingsplan per deelgebied uit te voeren. Hiervoor onderscheiden wij de volgende deelgebieden: Landelijk gebied
Stedelijk gebied
Bedrijventerreinen
De gebiedsindeling moet aansluiten bij de beleidsmatige context en moet dus nog worden afgestemd met de gebiedsindeling van de omgevingsvisie. Verder ligt het voor de hand de begrenzing zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de huidige bestemmingsplangrenzen. Op detailniveau moet dit nog nader worden uitgezocht. Bij deze gebiedsindeling geven we per deelgebied aan welke aanpak we voorstaan en maken zo nodig een onderscheid in deelgebieden. Daarbij gaan we in op zowel inhoud als op proces.
2.4.1 Landelijk gebied Inhoud Het landelijk gebied kent verschillende soorten deelgebieden, die allen hun eigen dynamiek kennen. We kennen verschillende typen agrarisch gebied (grondgebonden landbouw, glastuinbouw), natuurgebieden, (ook strand, duinen en zee) en recreatiegebieden (dag- en verblijfsgebieden, jachthavens). Net als bij eerdere herzieningen van bestemmingsplannen voor het landelijk gebied worden er op de verschillende deelgebieden toegesneden regelingen opgenomen. Proces Voor het Landelijk gebied voeren we één proces. Participatie vindt voor het gehele gebied in één keer plaats en niet per deelgebied. 2.4.2 Stedelijk gebied Inhoud Ook in het stedelijk gebied onderscheiden we verschillende deelgebieden; Woongebieden
Centrumgebieden
Dorpskernen
Ook hiervoor geldt dat de op te nemen regeling moet passen bij de identiteit en het beleid voor het betreffende stedelijk gebied. Proces Het proces steken we anders in dan bij het landelijk gebied. Met name de participatie pakken we zoveel mogelijk per woongebied, centrum of woonkern aan. Een inwoner van Oudenhoorn zal waarschijnlijk minder geïnteresseerd zijn in het omgevingsplan van Oostvoorne. Dat betekent dat we voor de cyclus ‘stedelijk gebied’ verschillende participatieprocessen gaan doorlopen. Dit proces wordt in paragraaf 2.3.4. verder toegelicht. Voor het proces van het stedelijk gebied onderscheiden we de volgende deelgebieden: (deel)gebieden stedelijk gebied Woongebieden
Woongebieden van Brielle Woongebieden van Hellevoetsluis
centrumgebieden
Centrum Hellevoetsluis (BP centrum) Historisch vesting Brielle Historisch vesting Hellevoetsluis
Dorpskernen
Vierpolders, Zwartewaal Oudenhoorn, Nieuwenhoorn Oostvoorne, Rockanje, Tinte
2.4.3 Bedrijventerreinen Inhoud Voorne aan Zee kent 5 bestemmingsplannen die specifiek op bedrijventerreinen zijn gericht; bestemmingsplan Seggelant en ‘t Woud (Brielle), bestemmingsplanactualisatie Bedrijventerreinen Westvoorne
(Oostvoorne en Rockanje) en bestemmingsplan Bedrijven (Hellevoetsluis). Gezien de fysieke omvang en verschillen in dynamiek binnen de bedrijventerreinen zelf, is dit de kleinste opgave van de drie gebieden die we onderscheiden. Proces Gezien de (relatief) kleine opgave, behandelen we de bedrijventerreinen in één proces, net zoals we dat voor het landelijk gebied doen.
2.5 De transitie in de planning Drie voorwaarden zijn bepalend voor de planning van de transitie naar het gebiedsdekkend omgevingsplan; 1. Voor 1 januari 2030 moet het gebiedsdekkende plan gereed zijn; 2.
We starten als de (ontwerp) omgevingsvisie gereed is;
3.
De snelheid van werken wordt bepaald door de beschikbare capaciteit van de ambtelijke én bestuurlijke organisatie. De eerste voorwaarde is een wettelijk vereiste. De tweede voorwaarde is bepalend voor de start van de transitie. De derde voorwaarde is in de aanpak vertaald door de gehele transitie op te splitsen in drie deelprojecten. Het is realistisch om uit te gaan van een doorlooptijd van minimaal 2 jaar per deelgebied. Rekening moet worden gehouden met mogelijke uitloop. In dat licht bezien is het verstandig om de kleinste opgave, het deelgebied bedrijventerreinen, als laatste op te pakken. Gezien de eerdere ervaringen met de Chw-plannen buitengebied van Brielle en Westvoorne en de prioriteit van Hellevoetsluis, starten we met het landelijk gebied. Uitgaande van een start van het proces in 2024 ziet de planning op hoofdlijnen er als volgt uit: 2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Voorbereiding Landelijk gebied Stedelijk gebied bedrijventerreinen
2.6 uitbesteden Gezien de omvang van de opgave, ligt het voor de hand de transitie naar het gebiedsdekkende omgevingsplan van Voorne aan Zee aan een (of meerdere) externe partij(en) uit te besteden. Gezien de omvang van een dergelijke opdracht zal dit moeten worden aanbesteed. Een dergelijke aanbesteding kost tijd, dus moet daarmee in de voorbereiding rekening worden gehouden. De gunning moet volledig afgerond zijn als wordt gestart (inschatting 2024). Als ook in de voorbereiding een externe partij betrokken wordt, moet ook daarvoor met aanbestedingstijd rekening worden gehouden. Uitbesteden van deze werkzaamheden kost geld. Er moet dus ook tijdig voldoende budget gereserveerd worden.
3 Processtappen per deelgebied De VNG adviseert het omgevingsplan stap voor stap op te bouwen. In de periode 2024 – 2030 moeten we de regels integreren tot één omgevingsplan, nagaan of en hoe we regels willen aanpassen (bijvoorbeeld naar aanleiding van beleidskeuzes in de omgevingsvisie), diverse instructieregels van rijk en provincie verwerken, het omgevingsplan voorleggen voor participatie en besluitvorming en tenslotte de regels van het omgevingsplan inzichtelijk maken via het Digitaal Stelsel Omgevingswet. In aanloop naar het Handboek omgevingsplan en dit plan van aanpak, hebben we een methode gebruikt om deze stappen te ontdekken; de regelanalyse. Regelanalyse De regelanalyse is een methode, waarbij alle stappen in beeld worden gebracht waar je aan moet denken bij het wijzigen van een omgevingsplan. Daarbij spelen de verschillende AMvB’s (Bbl, Bal en Bkl), de bruidsschat, de provinciale omgevingsverordening en lokale verordeningen een rol. Met deze methode borgen we dat we een gebiedsdekkend omgevingsplan maken dat aan alle eisen van de Omgevingswet voldoet. De regelanalyse passen we ook toe als we per deelgebied aan de slag gaan. De regelanalyse gaat vooral over de inhoud van het omgevingsplan. Daarnaast beschrijven we ook hoe we per deelgebied het proces willen vorm geven, zowel intern als extern.
3.1
Stappenplan
In het ‘Handboek wijzigen omgevingsplan’ hebben we een stappenplan opgenomen om te komen tot het wijzigen van het omgevingsplan voor ontwikkelingen. Datzelfde stappenplan passen we ook toe voor het wijzigen van het omgevingsplan voor de deelgebieden. Voor de uitwerking van dit stappenplan verwijzen we naar het handboek wijzigen omgevingsplan.
3.2
Proces
We onderscheiden in het planproces een interne en externe component. Het interne proces is gericht op de wijze waarop je als gemeente sturing wilt geven in enerzijds het borgen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, anderzijds het benutten van de ontwikkelingsruimte die je met het omgevingsplan wilt bieden. De externe component gaat over de wijze waarop burgers en belanghebbenden bij het proces van de transitie worden betrokken. Daarbij moet een onderscheid gemaakt worden in het enerzijds beleidsneutraal overzetten van regels, anderzijds in het vertalen van nieuw beleid in regels van het omgevingsplan. Hiervoor is een goed participatietraject van belang. 3.2.1 Intern Voordat aan het inhoudelijke werk kan worden begonnen, moet de organisatie van het traject per deelgebied eerst goed op de rails worden gezet. De stappen zoals hier benoemd, worden zo nodig uitgewerkt en gedetailleerder in de tijd uitgezet. Een doelgroepenanalyse is wenselijk om een goed beeld te krijgen welke doelgroepen relevant zijn per deelgebied (zie ook paragraaf 3.2.3). Naast ambtelijke voorbereiding zal ook college en raad in de (gedetailleerde) aanpak geïnteresseerd zijn, zodat zij weten hoe en wanneer zij in het traject worden betrokken. Deze voorbereiding leggen we vast in een Plan van Aanpak (in feite een uitwerking van dit plan van aanpak per deelgebied).
Inhoudelijk bepaalt de eerste stap in het stappenplan wat de gewenste situatie is. Dat doen we ook per deelgebied; wat zegt de omgevingsvisie, eventuele programma’s en
mogelijk ander beleid over het betreffende deelgebied. Welke ambities zijn geformuleerd? Vervolgens kunnen we bepalen wat de gewenste ontwikkelingsrichting betekent voor het opstellen van regels; willen we veel flexibiliteit of juist een duidelijke begrenzing van de mogelijkheden? Is voor de ontwikkelingsrichting van het gebied maatwerk nodig, of kunnen we volstaan met ‘standaardregels’? Hebben we alle regels van de bruidsschat nodig, of willen we daar juist wijzigingen in aanbrengen voor een specifiek gebied? Dergelijke vragen beantwoorden we en leggen we vast in een Nota van Uitgangspunten. Dit document bespreken we ambtelijk en bestuurlijk. Het is belangrijk om in deze fase al samen te werken met de ketenpartners, zodat de ‘nieuwe’ onderwerpen als milieu, gezondheid en veiligheid meegenomen worden op een wijze die past bij de ambities van de gemeente, maar ook in lijn is met bijvoorbeeld instructieregels. De kennis van ketenpartners is belangrijk om tot de juiste keuzes te komen. Na besluitvorming volgt de eigenlijke transitie naar regels en locaties. Een eerste concept van het omgevingsplan leggen we terug aan dezelfde doelgroepen met wie we de Nota van Uitgangspunten hebben besproken. 3.2.2 Extern Voor het externe proces volgen we het participatiebeleid van de gemeente Voorne aan Zee.
Daarbij is het zaak goed te overwegen welke onderwerpen bij het omgevingsplan ter discussie staan. Zo is bij de start van dit proces de omgevingsvisie inmiddels vastgesteld. De doelen en ambities van de omgevingsvisie staan bij het omgevingsplan niet meer ter discussie. Wel de wijze waarop de gemeente sturing wil geven aan die ambities en doelen door middel van het omgevingsplan. Om die reden is het zinvol om de Nota van uitgangspunten, waarin de gemeente haar sturingsfilosofie toelicht, voor te leggen aan burgers en belanghebbenden. Vervolgens ligt het voor de hand om ook de vertaling van de Nota van uitgangspunten in het eigenlijke omgevingsplan aan burgers en belanghebbenden voor te leggen. Of het voldoende is om dit te doen tijdens de formele tervisielegging van het ontwerp of voorafgaand daaraan nogmaals op informele wijze, hangt mede af van het participatiebeleid van de gemeente. Omdat deze transitie eigenlijk maar één keer plaats vindt (later betreft het telkens wijzigingen van het omgevingsplan) en iedereen de eerste keer aan de systematiek van de Omgevingswet moet wennen, ligt het voor de hand om eerst een voorontwerpplan ter inzage te leggen, voordat de formele tervisielegging van een ontwerp plaats vindt. Schematisch ziet het proces voor één deelgebied er als volgt uit: Q1 Voorbereiding Nota v. uitgp. Overleg Transitie Voorontwerp Ontwerp Vaststellen
Q2
Q3
Q4
Q1
Q2
Q3
Q4
Q1-4
3.2.3 Actoren In de inleiding noemde we de verbrede werking van de Omgevingswet en van het omgevingsplan. Ook staat de Omgevingswet een andere werkwijze voor; integraler, meer keuzemogelijkheden op lokaal niveau en samenwerken met alle relevante partijen, zowel in het licht van participatie, als met het oog op samenwerking met ketenpartners. Die samenwerking vindt in een vroeg stadium plaats. De samenwerking start dus al in de voorbereidingsfase. We leggen participanten geen concept voor en vragen dat te beoordelen. Met welke partijen wordt samengewerkt en wie de doelgroepen zijn in het participatietraject, verschilt per deelgebied. Onderstaand geven we een eerste beeld van partijen die voor elk deelgebied van belang zijn en partijen die voor het specifieke deelgebied van belang zijn. Doelgroepen algemeen Projectleider en ambtelijk kernteam (dagelijkse werkzaamheden);
Brede ambtelijke werkgroep (meedenken en toetsen tussenproducten);
Ketenpartners (meedenken en toetsen tussenproducten; DCMR, WSHD, VRR, GGD, etc.);
College (meedenken en toetsen tussenproducten);
Raad(swerkgroep) (meedenken en toetsen tussenproducten);
Inwoners van het deelgebied;
Belanghebbenden uit het deelgebied;
Extern bureau.
Daarnaast onderscheiden we doelgroepen per deelgebied: Doelgroepen Landelijk gebied Landbouw (zo nodig uitgesplitst in diverse landbouwvormen);
Glastuinbouw (gezien de specifieke doelgroep);
Agrarisch natuurbeheer;
Natuur & landschapsorganisaties;
Recreatieondernemers;
Horeca en erfgoed;
Ondernemersverenigingen/kamer van koophandel.
Doelgroepen stedelijk gebied Wijkorganisaties;
Ondernemersverenigingen;
Kamer van Koophandel;
VVV;
Cultuurhistorisch erfgoed;
Woningbouwcoöperaties;
Horeca;
Natuur & milieu.
Bedrijventerreinen Parkmanagement;
Eigenaren bedrijven;
Kamer van koophandel;
Natuur & milieu.
Het mag duidelijk zijn dat genoemde doelgroepen een eerste voorzet zijn en dat in de voorbereidingsfase van elk deelgebied een goede doelgroepenanalyse moet worden uitgewerkt.
4 Tijdplanning Globaal ziet de tijdsplanning tot 2030 er als volgt uit. Per deelgebied zal in de voorbereiding telkens een gedetailleerdere aanpak en planning worden opgesteld.
4.1 Kritische factoren Ondanks een goede planning en voorbereiding heb je niet alle factoren die van invloed zijn op een dergelijk werkproces zelf in de hand. Er zijn altijd kritische factoren die de planning kunnen doorkruisen. Zicht op kritische factoren maakt het mogelijk eventuele knelpunten beheersbaar te maken. Beheersmaatregelen kunnen negatieve effecten verminderen of in het meest gunstige geval voorkomen. We onderscheiden interne en externe kritische factoren. We noemen de belangrijkste, inclusief de bijbehorende beheersmaatregelen. Pm; verder uit te werken/gemeente. Intern • Capaciteitsgebrek bij de uitvoering. Capaciteit ruim van te voren inschatten, ervaringen van eerdere trajecten benutten; • Nieuwe werkwijze en teamsamenstelling na de fusie. Een fusietraject leidt tot nieuwe en andere werkwijzen waar de organisatie aan zal moeten wennen. Dit kan tot vertragingen leiden. Implementatietraject Omgevingswet en fusietraject (m.b.t. de werkorganisatie) samen op laten lopen. Duidelijke werkafspraken maken. Verantwoordelijkheden benoemen. • Vertraging vanwege bestuurlijke besluitvorming. bestuur van begin af aan goed meenemen in het traject, plannen op de bestuurlijke agenda. Extern • Bezwaren tegen de plannen. Goede participatie, duidelijk maken wat er materieel gezien echt verandert en wat niet. • Onbekendheid met de inhoudelijke mogelijkheden van de Omgevingswet.
Inhuren deskundigheid, leertrajecten organisatie. • Inhoudelijke veranderingen en nieuwe inzichten Omgevingswet/omgevingsplan. Kennis up tot date houden. • (on)duidelijkheid over het DSO. Vinger aan de pols houden, via IPLO reageren en ervaringen doorgeven. Verder nauwelijks door de gemeente te beïnvloeden.