22 06 MRDH Kadernota begroting 2023 (vastgesteld AB 11 maart 2022)
Tekst van het document
kadernota MRDH begroting 2023
Inhoudsopgave 1.
Inleiding .............................................................................................................................. 3
2.
Opzet programmabegroting ................................................................................................ 3
3.
Strategisch kader ................................................................................................................. 3
4.
Financieel kader .................................................................................................................. 3 4.1 Financieel kader programma’s verkeer en openbaar vervoer .......................................... 4 4.2 Financieel kader programma Economisch Vestigingsklimaat ......................................... 7
5.
Begrotingsparagrafen ........................................................................................................ 10
6.
Indicatoren ........................................................................................................................ 11
7.
BTW-compensatiefonds ................................................................................................... 11
8.
Vennootschapsbelasting (Vpb) ......................................................................................... 11
9.
Planning begroting 2023 ................................................................................................... 12
10. Besluit ............................................................................................................................... 13 Bijlage 1: Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat per gemeente ............................. 14 Bijlage 2: Kaderbrief begroting 2023 gemeenschappelijke regelingen regio Haaglanden ...... 15 Bijlage 3: Kaderbrief begroting 2023 gemeenschappelijke regelingen regio RotterdamRijnmond .................................................................................................................................. 22
Kadernota MRDH begroting 2023
Pagina 2 van 23
1. Inleiding In de Financiële verordening MRDH 2015 is opgenomen dat het algemeen bestuur, voorafgaand aan het voor zienswijze bij de gemeenten indienen van de concept begroting, een uitgangspuntennota vaststelt voor de kaders van het volgende begrotingsjaar. Deze kadernota is de bedoelde uitgangspuntennota en dient voor het opstellen van de begroting 2023 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (hierna: MRDH).
2. Opzet programmabegroting De begroting 2023 dient te voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording (hierna: BBV) en de Financiële verordening MRDH. Autorisatie van de begroting door het algemeen bestuur vindt plaats op het niveau van de programma’s. Programma-indeling In de begroting 2023 worden evenals in de begroting 2022 de volgende programma’s opgenomen: 1. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer 2. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat De eerste twee programma’s betreffen de wettelijke taak verkeer en vervoer. Deze programma’s worden gefinancierd uit rijksmiddelen (BDU: brede doeluitkering verkeer en vervoer). Het derde programma betreft de taak economisch vestigingsklimaat waarvoor een inwonerbijdrage wordt geheven. De beleidstoelichtingen in de begroting 2023 zullen zoveel mogelijk compact en operationeel van aard zijn. Het strategisch kader vormt daarvoor de basis. Conform het BBV dient een apart overzicht van de kosten van overhead te worden opgenomen. In de programma’s wordt alleen het deel van de apparaatslasten opgenomen dat betrekking heeft op het primaire proces (het uitvoeren van de taken van de MRDH).
3. Strategisch kader Momenteel wordt de Strategische Agenda MRDH 2022 geactualiseerd. De planning is erop gericht dat het algemeen bestuur eind 2022 een geactualiseerde agenda vrijgeeft voor zienswijze. Vaststelling vindt dan naar verwachting in het voorjaar van 2023 plaats. Dat moment komt later dan het moment waarop het algemeen bestuur de begroting 2023 dient vast te stellen (vóór 1 augustus 2022). Het strategische kader wordt daarom voorlopig net als in de begroting 2022 gevormd door de dertien doelstellingen uit de huidige Strategische Agenda MRDH 2022. De programma-opgaven worden net als in de begroting 2022 gekoppeld aan deze dertien doelstellingen. De begroting 2023 zal dan later, parallel aan de vaststelling van de nieuwe Strategische Agenda, worden gewijzigd.
4. Financieel kader Voor de jaarschijf 2023 dient het in de begroting 2022 van de MRDH opgenomen meerjarig kader als uitgangspunt. Dit meerjarig kader wordt aangepast aan de hand van: • de verwachte realisatiecijfers 2021. De jaarrekening 2021 betreft een peilmoment van de meerjarige projecten en hieruit volgt een eventuele bijstelling van de jaarschijven binnen de projectbegroting; Kadernota MRDH begroting 2023
Pagina 3 van 23
• • •
de verwachte bijstellingen 1e begrotingswijziging 2022, voornamelijk in relatie tot de meerjarige projecten. Zie vorige punt; de aanvullende ontwikkelingen. Het gaat dan om voorstellen vanuit de bestuurscommissies waarover in de begroting nog een besluit moet worden genomen; de indexering (zie 5.1 en 5.2).
Hierna wordt nader op programmaniveau aandacht besteed aan het financiële kader.
4.1 Financieel kader programma’s verkeer en openbaar vervoer Budgettair kader Het budgettaire kader voor de begrotingsprogramma’s verkeer en openbaar vervoer betreft de beschikbare Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU middelen) van het Rijk. Het openbaar vervoer, één van de kerntaken van de MRDH, is door de COVID-19 pandemie hard geraakt. Er is sprake van een forse daling van de reizigersinkomsten. Dit is financieel problematisch voor de vervoersbedrijven, omdat zij binnen de MRDH opbrengstverantwoordelijk zijn. Vanaf het jaar 2020 zijn daarover afspraken gemaakt tussen het Rijk, de decentrale overheden en de vervoerders. Deze afspraken hebben geleid tot een Beschikbaarheidsvergoeding. Daarmee wordt tot september 2022 een groot deel van de kosten van de vervoerders vergoed. Onderdeel van die afspraken is dat de MRDH de volledige begrote exploitatievergoedingen blijft uitkeren aan de vervoersbedrijven. Daarnaast is een Transitieprogramma OV en corona onderdeel van de afspraken. In het programma is een pakket aan maatregelen opgenomen dat een gedeelte van de grote financiële opgave voor het openbaar vervoer op moet lossen. Vast staat dat COVID-19 een langjarig effect zal hebben op het OV in de MRDH. Daarom wordt het transitieprogramma de komende tijd meerdere malen herijkt, om zo elke keer bij te kunnen sturen als de situatie daar om vraagt.
Dit met als doel om uiteindelijk het OV weer op het hoge niveau te krijgen zoals we dat voor COVID-19 gewend waren. Deze kadernota gaat uit van een gelijkblijvende structurele inzet van middelen voor de exploitatie van het openbaar vervoer ten opzichte van de MRDH begroting 2022. Met ingang van begrotingsjaar 2018 wordt voor het ramen van de lasten de verwachte daadwerkelijke voortgang van de gesubsidieerde en nog te subsidiëren projecten als maatstaf genomen. Het bevoorschottingsritme kan hiervan afwijken. Voor de kleine investeringsprojecten geldt structureel een subsidieplafond van € 30 miljoen per jaar. Er mag incidenteel sprake zijn van overbesteding op de BDU middelen. Het kader voor dit (tijdelijke) tekort is bepaald in de begroting 2019 en sluit aan bij de wettelijke termijn voor structureel evenwicht. Dit houdt in dat de maximale periode voor het tijdelijke tekort drie achtereenvolgende kalenderjaren bedraagt. Een tekort in 2023 moet dus uiterlijk in 2026 zijn aangezuiverd. De meest recente inzichten in de meerjarenbegroting op basis van de huidige projectenportefeuille (MRDH begroting 2022, MRDH begroting 2021 inclusief 2e begrotingswijziging en meerjarige projectbesluiten 2022 en verder van de bestuurscommissie Vervoersautoriteit najaar 2021) laten zien dat er meerjarig sprake is van een positief saldo van BDU-middelen:
Kadernota MRDH begroting 2023
Pagina 4 van 23
Saldo fonds BDU jaareinde t/m 2026 200
150
100
50
0 2021
2022
2023
2024
2025
2026
Het beeld laat zien dat er beperkte investeringsruimte is. Deze investeringsruimte is echter onvoldoende om alle ambities uit de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid te kunnen realiseren. Naast projecten die al in de begroting zijn opgenomen, lopen er ook diverse studies naar nieuwe projecten. Grote projecten (> €10 mln. subsidiabele kosten) doorlopen de onderstaande fases:
Pre verkenning Geen opname MJB
Verkenning Opname MJB
Planstudie Opname MJB
Uitwerking
Opname Begroting
Realisatie Opname Begroting De fase waarin een project zich bevindt bepaalt waar het wordt opgenomen, ofwel in de begroting, ofwel in het financiële meerjarenbeeld (MJB). Een pre verkenning leidt nog niet tot opname in begroting of MJB. In de bestuurscommissie Vervoersautoriteit van 5 februari 2020 is besloten om met ingang van het begrotingsjaar 2021, het financiële meerjarenbeeld BDU als instrument ter ondersteuning bij het nemen van investeringsbeslissingen, op te nemen in de begroting van de MRDH. Het financiële meerjarenbeeld BDU geeft inzicht in de match tussen de inhoudelijke opgave en de beschikbare middelen en is daarmee een belangrijk instrument ter ondersteuning bij het nemen van investeringsbeslissingen. Kadernota MRDH begroting 2023
Pagina 5 van 23
Voor het financiële meerjarenbeeld BDU worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • de vastgestelde begroting MRDH dient als basis; • het gehanteerde prijspeil is begrotingsjaar t-1; • er wordt uitgegaan van gelijkblijvende BDU-inkomsten; • de subsidies voor de exploitatie van het openbaar vervoer blijven op een gelijk niveau als pre-COVID-19 rekening houdend met indexatie; • er worden geen reserveringen opgenomen voor risico’s met uitzondering van het indexeringsrisico openbaar vervoer. Omdat de MRDH risico loopt over het verschil tussen de indexering van het kostenniveau en het opbrengstenniveau binnen het openbaar vervoer wordt hiervoor jaarlijks een buffer van 2 miljoen euro aangehouden; • de toekomstige investeringsopgave is conform de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid (UAB); • projecten die zich in de verkennings-, planstudie-, uitwerkings- of de realisatiefase bevinden worden opgenomen. Rekening houdend met de investeringsopgave geeft het financiële meerjarenbeeld het volgende beeld van de stand van de BDU middelen per jaareinde:
Saldo BDU t/m 2040 1500
1000
500
0 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040
-500
Begroting
MJB incl. investeringsopgave
Binnen de meerjarenbegroting (uitwerking/ realisatiefase) zijn er onder andere recentelijk de volgende projectbesluiten genomen welke (voor 2030) al een beslag gaan leggen op de investeringsmiddelen. Dit zijn: • het Metronet en de Randstadrail, beide onderdeel van het gebiedsprogramma Mobiliteit en verstedelijking (MoVe) en onderdeel van het Nationaal groeifonds. • de knooppunten Spijkenisse centrum en Zuidplein, R-net Ridderkerk-Rotterdam en Doorstroming OV (in het kader van het Transitieprogramma OV en corona). Verkenningen en planstudies die in het meerjarenbeeld zijn opgenomen betreffen: • de MIRT-verkenningen uit het gebiedsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking, zijnde de Oeververbindingen regio Rotterdam en CID-Binckhorst Den Haag om van 75% naar 100% van de bekostiging te komen ten opzichte van de eerste startbeslissing. • de MIRT-verkenning Oude Lijn en knopen in het kader van Metropolitaan OV en Verstedelijking (MOVV).
Kadernota MRDH begroting 2023
Pagina 6 van 23
• •
dossiers die in het kader van de twee OV-ontwikkelprogramma’s regio Rotterdam en Den Haag worden voorbereid: knooppunten/P+R Kralingse Zoom en Meijersplein en de verkenning HOV Zoetermeer- Rotterdam. Metropolitane fietsroutes fase 2.
Dossiers in de pre-verkenningsfase die mogelijk tot forse investeringen leiden zijn o.a. • dossiers binnen de twee OV-ontwikkelprogramma’s regio Den Haag en Rotterdam: Leyenburgcorridor (ook wel ZuidWestland-corridor genoemd), Koningscorridor, HOV Westland, knooppunt Beurs, plan Toekomstvast Tramnet Rotterdam. • een 2e tranche knooppunten in het kader van het gebiedsprogramma MoVe en het programma Metropolitaan OV en Verstedelijking (MOVV). • realisatie van het complete netwerk Metropolitane fietsroutes van 250 kilometer (fase 3). • mobiliteitstransitie en de adaptieve ontwikkelstrategie wegen in het kader van het gebiedsprogramma MoVe (hubs, P+R, ingrepen wegverkeer). De ontwikkeling van het MJB als instrument moet het gesprek in de bestuurs- en adviescommissie Vervoersautoriteit over de keuzemogelijkheden en de financiële consequenties voor de lange termijn gaan faciliteren. Voorstellen die de begroting raken worden geagendeerd in het algemeen bestuur.
Financiering De MRDH verstrekt op een tweetal terreinen leningen: • aan vervoerbedrijven ten behoeve van de financiering van investeringen in railvoertuigen en railinfrastructuur (op grond van besluit algemeen bestuur 9 december 2016); • aan vervoerbedrijven voor het aanschaffen van bussen en laadinfrastructuur (op grond van de Verordening bussenleningen 2017, besluit algemeen bestuur 21 december 2017). Voor het kunnen verstrekken van de genoemde financieringen worden ook leningen aangetrokken. Daarnaast kunnen er leningen worden aangetrokken om een mogelijk tijdelijk liquiditeitstekort te financieren. De hiermee samenhangende rentelasten en rentebaten (inclusief de te hanteren opslagen voor marktconformiteit) worden integraal verwerkt in de begroting 2023.
Indexering programma’s verkeer en vervoer De BDU bijdrage van het Rijk en de daarmee samenhangende lasten worden op het verwachte prijspeil t-1 begroot. Dat wil zeggen dat in de Begroting 2023 (jaar t) volgens het verwachte prijspeil 2022 (jaar t-1) wordt begroot. In het begrotingsjaar zelf vindt via een begrotingswijziging de resterende prijspeilcorrectie naar het prijspeil 2023 plaats.
4.2 Financieel kader programma Economisch Vestigingsklimaat Indexering programma Economisch vestigingsklimaat De indexering van de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat van prijspeil 2022 naar prijspeil 2023 sluit aan op het indexeringskader wat de MRDH namens de colleges van negen MRDH gemeenten (Haaglanden gemeenten) heeft ontvangen. De gemeente Zoetermeer heeft deze kaderstelling gecoördineerd en dit kader is gericht aan alle gemeenschappelijke regelingen in de Haagse regio. Zie hiervoor bijlage 2. De afgelopen jaren heeft de MRDH dit kader gevolgd. Kadernota MRDH begroting 2023
Pagina 7 van 23
De colleges van de overige 14 MRDH gemeenten (Rotterdam-Rijnmond gemeenten) sluiten zich hierbij aan (zie bijlage 3). Werkwijze indexeringskader MRDH gemeenten In voorgaande jaren is er door de gemeenten (zie bijlage 2) een splitsing aangebracht tussen een indexcijfer voor loonkosten en een indexcijfer voor materiële kosten. Het indexcijfer is verder gebaseerd op de in de macro economische verkenning 2022 (MEV 2022) van september 2021 van het Centraal Planbureau opgenomen indexcijfers. De eerdere inschattingen voor 2020, 2021 en 2022 worden geactualiseerd en betrokken bij het ingeschatte percentage voor 2023. Op basis van bovenstaande uitgangspunten bedraagt de indexering voor 2023 ten opzichte van het basisjaar 2022: • •
0,6% voor de loonkosten en 2,3% voor de materiële kosten.
Op basis van deze voorgeschreven indexering stijgt de inwonerbijdrage voor het programma Economisch Vestigingsklimaat van € 2,77 voor de begroting 2022 met € 0,05 naar € 2,82 voor de begroting 2023. Dit is weergegeven in de volgende tabel: basistarief 2022 (Kadernota en Begroting 2022, € per inwoner) Salariscomponent (loongevoelig) materiële component (nietloongevoelig)
Indexering
tarief 2023 (€ per inwoner)
0,79
0,6%
0,79
1,98
2,3%
2,03
2,77
1,8%
2,82
Van deze inwonerbijdrage van € 2,82 zal maximaal € 1,15 worden ingezet voor de dekking van apparaatslasten Economisch Vestigingsklimaat. Dit is als volgt berekend: bij de start van de MRDH was maximaal € 1 van de inwonerbijdrage van € 2,45 bestemd voor apparaatslasten (40,8%). Voor de geïndexeerde inwonerbijdrage van € 2,82 gaat het dan om € 1,15 wat maximaal beschikbaar is voor apparaatslasten. In de begroting 2022 wordt op begrotingsbasis € 0,99 van de inwonerbijdrage ingezet voor apparaatslasten. In de bijlage is een overzicht van de inwonerbijdrage per gemeente voor het begrotingsjaar 2023 opgenomen. Besparingsmogelijkheden Vanwege het stevig onder druk staan van de gemeentebegrotingen, is door meerdere gemeenten in de zienswijze op de begroting 2022 verzocht om voor de inwonerbijdrage economisch vestigingsklimaat een nullijn te hanteren. Ook is toen door een aantal gemeenten aangekondigd dat in de kaderbrief begroting 2023 voor de gemeenschappelijke regelingen nader op bezuinigingsopties zal worden ingegaan. Deze problematiek is voor gemeenten nog steeds actueel. De kaderbrief van de Haaglanden gemeenten zegt het volgende hierover: “Wij verzoeken u daarom in uw volgende begroting aan te geven of u bereid en in de gelegenheid bent om besparingsmogelijkheden te formuleren. Hiermee denken wij niet alleen aan maatregelen in de sfeer van efficiency.
Ook zijn voorstellen van uw kant die de taakuitvoering raken mogelijk.” De gemeenten binnen de regio Rotterdam-Rijnmond geven in hun kaderbrief aan dat de MRDH zal worden benaderd om onder meer te verkennen welke bijdrage de MRDH kan leveren aan de financiële uitdagingen van de gemeenten. Kadernota MRDH begroting 2023
Pagina 8 van 23
De MRDH is samen met onder meer de provincie Zuid-Holland en de Economic Board ZuidHolland één van de 80 partners bij het tot stand komen van de Groeiagenda Zuid-Holland in 2021. Deze Groeiagenda is het plan voor noodzakelijke investeringen in verdienvermogen, brede welvaart en werkgelegenheid. Het is dé Zuid-Hollandse inzet op het gebied van onder meer kennis & innovatie, Leven Lang Ontwikkelen en de Maakindustrie in relatie tot het Nationaal Groeifonds. De inwonerbijdrage economisch vestigingsklimaat van € 6,8 miljoen per jaar is geen substantiële cofinanciering voor voorstellen die worden gedaan voor een bijdrage uit het Nationaal Groeifonds, maar kan wel dienen als aanjaagfinanciering. Een bezuiniging op de inwonerbijdrage economisch vestigingsklimaat zou een tegengesteld signaal afgeven voor de noodzaak van het gezamenlijk investeren in het verdienvermogen van de regio. Het programma Economisch Vestigingsklimaat organiseert met een netwerkgerichte en faciliterende aanpak op een zo licht mogelijk wijze impact voor de 23 gemeenten. Met een relatief beperkt budget en bijbehorend apparaat wordt bijgedragen aan het verbeteren van het economisch vestigingsklimaat in onze regio en worden de activiteiten van gemeenten en andere organisaties op dit terrein versterkt.
Het grootste deel van het programmabudget Economisch Vestigingsklimaat betreft (co)financiering voor projecten in de regio, via een bijdrage aan gemeenten. Met dit co-financieringsbudget kunnen we gericht en snel urgente regionale projecten ondersteunen, zoals bijvoorbeeld digitalisering van de economie en de verbetering van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Veel gemeenten hebben in de afgelopen periode aangegeven de samenwerking als zeer waardevol te zien. Daarnaast wordt momenteel de strategische agenda geactualiseerd waarbij de inhoudelijke keuzes voor het programma Economisch vestigingsklimaat worden besproken en van een antwoord worden voorzien. Het is in dat licht onwenselijk het gesprek over de financiële kaders los van de gewenste (geactualiseerde) inhoudelijke koers te voeren. Het zou daarom niet logisch zijn om nu structurele bezuinigingen door te voeren. Niet indexeren (nul-lijn) van de inwonerbijdrage levert de volgende besparing op voor de gemeenten: Kleine gemeente (30.000 inwoners)
Inwonerbijdrage niet indexeren van € 2,77 naar € 2,82 (€ 0,05). Totale besparing bij 2.417.868 inwoners per 30 november 2021: € 120.893
€ 1.500
Middelgrote gemeente (100.000 inwoners) € 5.000
Grote gemeente (500.000 inwoners) € 25.000
De jaarlijkse indexering stelt de MRDH in staat om naast het waardevast houden van het investeringsbudget ook de noodzakelijke stijging van de vaste apparaatslasten te dekken. Het gaat dan bijvoorbeeld om verplichte salarisstijgingen op grond van de cao gemeenten en overige verplichte contractuele kostenstijgingen zoals de huurovereenkomst van het pand aan de Westersingel. Als de inwonerbijdrage niet wordt geïndexeerd, dan gaan de apparaatslasten een steeds groter deel van de totale bestedingen voor Economisch Vestigingsklimaat uitmaken ten koste van de inhoudelijke activiteiten in de regio. Dat is een ongewenste ontwikkeling. Besparingen op het huidige apparaat van 10 fte zullen leiden tot het stoppen van inzet op doelstellingen uit de Strategische agenda. Daarnaast kan dit leiden tot eventuele aanvullende kosten voor het beëindigen van de arbeidsovereenkomst. Die bezuiniging wordt daarom binnen de huidige strategische kaders niet voorgesteld. De besparing zal dan worden verwerkt als verlaging van het programmabudget. Kadernota MRDH begroting 2023
Pagina 9 van 23
Verdere besparingen op het programmabudget zullen ertoe leiden dat er aan nog minder projectvoorstellen van gemeenten financiering kan worden verleend; projecten die het verdienvermogen van de gehele regio moeten verbeteren. Het minder financieren van projecten door de MRDH betekent in de praktijk een minimaal twee keer zo grote daling van het investeringsvolume vanwege de afgesproken 50% co-financiering.
5. Begrotingsparagrafen De volgende paragrafen maken deel uit van de begroting 2023: • Paragraaf Bedrijfsvoering In de paragraaf bedrijfsvoering wordt onder andere ingegaan op de MRDH-organisatie en de kostenverdeling van de apparaatslasten. De formatie van de MRDH bedraagt in 2023 conform de 2e begrotingswijziging 2021 - 89,6 fte. De directe salariskosten van de medewerkers Verkeer en Openbaar vervoer worden ten laste gebracht van de rijksmiddelen BDU. De directe salariskosten van de medewerkers Economisch vestigingsklimaat komen ten laste van de inwonerbijdrage Economisch vestigingsklimaat. Voor de verdeling van de salariskosten van de medewerkers van de stafbureaus (inclusief secretaris-algemeen directeur) en de overige bedrijfsvoeringskosten bedraagt de verdeelsleutel 20% inwonerbijdrage Economisch vestigingsklimaat en 80% BDU. Deze verdeling is gebaseerd op het relatieve formatiebudget van de afdeling Economisch Vestigingsklimaat ten opzichte van het formatiebudget van de afdelingen Verkeer en Openbaar vervoer. Indexering van de begrote bedrijfsvoeringslasten Een aantal onderdelen van de bedrijfsvoeringslasten, waaronder huisvesting en salarislasten zal een autonome – d.w.z. niet door de MRDH te beïnvloeden - stijging kennen. Voor de huisvesting is bijvoorbeeld in het huurcontract de indexeringsmethode bepaald.
Voor de salarislasten volgt de MRDH de eigen Cao, die de Cao gemeenten volgt (inclusief uitzonderingen gemeente Rotterdam). De lastenstijging wordt voor het economisch vestigingsklimaat gedeelte gedekt uit de (geïndexeerde) inwonerbijdrage en voor het verkeer en openbaar vervoer gedeelte uit de BDU middelen. De BDU middelen kennen ook een jaarlijkse indexering. De hoogte hangt af van de middelen die het ministerie van Financiën hiervoor beschikbaar stelt. • Paragraaf Financiering Zoals in het BBV is voorgeschreven bevat deze paragraaf in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en wordt in deze paragraaf inzicht geboden in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop deze rente aan de programma’s wordt toegerekend. • Paragraaf Verbonden partijen In deze paragraaf wordt beschreven in welke publiekrechtelijke of privaatrechtelijke organisaties de MRDH een bestuurlijk en een financieel belang heeft. • Paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s De in de begroting 2022 onderkende risico’s en bijbehorende weerstandscapaciteit vormen het uitgangspunt voor de begroting 2023. Zoals ook verzocht in de kaderbrief van de MRDHgemeenten (bijlage 2) en in lijn met de begroting 2022, worden de geïnventariseerde risico’s gekwantificeerd.
Conform het BBV dienen de volgende kengetallen aan de paragraaf weerstandsvermogen en risico’s te worden toegevoegd (inclusief de beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie): Kadernota MRDH begroting 2023
Pagina 10 van 23
1a netto schuldquote; 1b netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2 solvabiliteitsratio; 3 grondexploitatie; 4 structurele exploitatieruimte; 5 belastingcapaciteit De genoemde kengetallen worden verwerkt in de begroting 2023 met uitzondering van de kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit, aangezien die voor de MRDH niet relevant zijn. • Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen De MRDH bezit een aantal kapitaalgoederen. Het betreft oplaadapparatuur voor OVchipkaarten, rechten van opstal, en abri’s. Daarnaast heeft de MRDH geïnvesteerd in huisvesting, meubilair en ICT faciliteiten. Tenminste de beleidsuitgangspunten rondom activering en afschrijving zijn onderdeel van deze paragraaf. Daarnaast worden eventuele nieuwe investeringsbudgetten in deze paragraaf opgenomen.
6. Indicatoren De vanuit het BBV voorgeschreven indicatoren voor het taakveld bestuur/ bedrijfsvoering worden opgenomen in de begroting 2023. Dat zijn de indicatoren over formatie, bezetting, apparaatskosten, externe inhuur en overhead.
7. BTW-compensatiefonds De aan de MRDH in rekening gebrachte BTW met betrekking tot de wettelijke taak verkeer en vervoer kan de MRDH verrekenen via het BTW-compensatiefonds. De verschuldigde BTW met betrekking tot het economisch vestigingsklimaat wordt verrekend via de zogenoemde transparantiemethode. Concreet betekent dit dat deze BTW elk jaar wordt doorgeschoven naar de daarvoor wel compensatiegerechtigde, aan de MRDH deelnemende, gemeenten, naar rato van inwoneraantal.
8. Vennootschapsbelasting (Vpb) Per 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (hierna Vpb) voor zover zij voor een van haar activiteiten een onderneming drijft. De MRDH heeft hiervoor grondig onderzoek verricht (in samenwerking met het Fiscaal Team van de gemeente Den Haag) en heeft het standpunt ingenomen dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH. In de afgelopen jaren is er veelvuldig overleg gepleegd met de Rijksbelastingdienst. Voor wat betreft de activiteit ‘Treasury functie’1 (het aantrekken en vervolgens uitzetten van leningen bij de vervoerders) heeft de Rijksbelastingdienst in november 2019 per brief laten weten van mening te zijn dat deze activiteit voldoet aan de ondernemerscriteria en daarom in de Vpb-heffing wordt betrokken. Vanwege de wettelijk verplichte marktconformiteitsopslag (staatssteunregelgeving) laat deze activiteit een ‘plus’ zien, die op dit moment door de MRDH wordt toegevoegd aan de risicoreserve financieringen. Deze ‘plus’ wil de Rijksbelastingdienst belasten met Vpb. 1
Niet alleen de MRDH heeft met deze problematiek te maken, maar alle publiekrechtelijke organisaties (gemeenten, provincies, etc.) die externe leningen aantrekken om deze vervolgens weer uit te lenen met een marktconformiteitsopslag zullen met dit standpunt van de Rijksbelastingdienst te maken kunnen krijgen. Kadernota MRDH begroting 2023
Pagina 11 van 23
In dit verband gaat de Rijksbelastingdienst voorbij aan het feit dat de MRDH deze leningen verstrekt vanuit haar rol als Vervoersautoriteit. Daarnaast subsidieert de MRDH de in rekening gebrachte opslag weer via de concessie aan de vervoerders. De Rijksbelastingdienst kijkt echter niet naar de MRDH als geheel maar ziet de Treasury functie als aparte activiteit. Gemiddeld bedraagt de marktconformiteitsopslag ongeveer € 7 miljoen per jaar. De MRDH dient er rekening mee te houden dat van dit bedrag jaarlijks 25% vennootschapsbelasting moet worden betaald. Tot het moment van een definitieve uitspraak (eventueel na een procedure bij de belastingrechter) leidt een eventuele belastingaanslag nog niet tot lasten voor de MRDH. Als de MRDH uiteindelijk niet in het gelijk wordt gesteld, betekent dit dat het opbouwen van de benodigde risicoreserve financieringen ongeveer een jaar langer duurt omdat de aanslagen vanaf 2016 ten laste van de opgebouwde reserve zullen worden gebracht (ondergrens risicoreserve wordt in 2022 bereikt in plaats van in 2021) en dat na deze periode structureel € 1,75 miljoen minder beschikbaar is voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. In de begroting zal een actuele stand van zaken op dit dossier worden opgenomen.
9. Planning begroting 2023 De bestuurlijke behandeling van de begroting 2023 in 2022 is als volgt: Bestuurscommissies Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat
9-mrt
Dagelijks bestuur - vrijgeven voor zienswijze
23-mrt
Start zienswijzeperiode
24-mrt
Einde zienswijzeperiode
26-mei
Adviescommissies Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat
15-jun
Dagelijks bestuur - behandeling zienswijzen
20-jun
Algemeen bestuur - vaststellen begroting en nota van beantwoording bij zienswijzen
8-jul
Toelichting op de planning: De begroting 2023 wordt voor een zienswijze voorgelegd aan de MRDH gemeenten. De kaderbrief van de MRDH-gemeenten (bijlage 2) stelt een zienswijzeperiode voor die start op 15 april en eindigt op 15 juni. Vanwege de benodigde ambtelijke en bestuurlijke doorlooptijd en tijdige aanlevering aan de toezichthouder (provincie Zuid-Holland) wordt de start en de sluitdatum van de zienswijzeperiode zoals gebruikelijk drie weken vervroegd. De zienswijze start daarom op 24 maart 2022. Dit is ruim voor 15 april, de uiterste datum waarop de MRDH - op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen - de (uitgangspunten van de) begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten dient te verzenden. De sluitdatum van de zienswijzeperiode is voor de begroting 2023 in principe 19 mei 2022 (acht weken conform het gestelde in de Wet gemeenschappelijke regelingen). Net als voor de begroting 2022 wordt de zienswijzeperiode met een week verlengd (einde zienswijze 26 mei 2022) zodat er voor de gemeenten meer ruimte ontstaat binnen hun besluitvormingsprocessen. De gemeenten wordt wel verzocht om de MRDH binnen de periode van acht weken (uiterlijk 19 mei 2022) van hun ontwerpzienswijze op de hoogte te stellen. Na de zienswijzeperiode zal behandeling plaatsvinden door de adviescommissies Vervoersautoriteit en Economisch vestigingsklimaat (beiden op 15 juni 2022).
Tijdens deze behandeling worden de adviescommissies meegenomen in de ‘rode draad’ van de ontvangen zienswijzen.
Kadernota MRDH begroting 2023
Pagina 12 van 23
10.
Besluit
De Kadernota MRDH begroting 2023 vast te stellen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag d.d. 11 maart 2022,
de secretaris,
de voorzitter,
Christel Mourik
Jan van Zanen
Kadernota MRDH begroting 2023
Pagina 13 van 23
Bijlage 1: Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat per gemeente Alle deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag betalen in 2023 een bijdrage in het kader van het versterken van het Economisch Vestigingsklimaat.
Gemeente
Aantal inwoners november 2021 (*)
Bijdrage per inwoner
Totaal inwonerbijdrage 2023
Albrandswaard
25.929
2,82
73.120
Barendrecht
48.772
2,82
137.537
Brielle**
17.701
2,82
49.917
Capelle aan den IJssel
67.141
2,82
189.338 294.831
Delft
104.550
2,82
Den Haag
553.277
2,82
1.560.241
Hellevoetsluis**
40.537
2,82
114.314
Krimpen aan den IJssel
29.407
2,82
82.928
Lansingerland
64.096
2,82
180.751 216.221
Leidschendam-Voorburg
76.674
2,82
Maassluis
33.936
2,82
95.700
Midden-Delfland
19.525
2,82
55.061
Nissewaard
86.261
2,82
243.256
Pijnacker-Nootdorp
56.465
2,82
159.231
47.108
2,82
132.845 160.351
Ridderkerk Rijswijk
56.862
2,82
Rotterdam
655.418
2,82
1.848.279
Schiedam
79.764
2,82
224.934
Vlaardingen
74.198
2,82
209.238
27.064
2,82
76.320 317.495
Wassenaar Westland
112.587
2,82
Westvoorne**
14.958
2,82
42.182
Zoetermeer
125.638
2,82
354.299
Totaal
2.417.868
6.818.388
(*) bron: CBS StatLine 11-1-2022, voorlopige aantallen inwoners per 30 november 2021. Wordt in de begroting 2023 nog aangepast naar voorlopige aantallen per 1-1-2022. (**) naar verwachting gaan de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne met ingang van 1 januari 2023 fuseren. Per die datum ontstaat dan de nieuwe gemeente Voorne aan Zee.
Kadernota MRDH begroting 2023
Pagina 14 van 23
Bijlage 2: Kaderbrief begroting 2023 gemeenschappelijke regelingen regio Haaglanden
Kadernota MRDH begroting 2023
Pagina 15 van 23
GESCAND
gemeente
II
Zoetermeer
DD- -6DEC 202iWï
> Retouradres Postbus 15, 2700 AA Zoetermeer
Aan het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) Postbus 21012 3001 AA Rotterdam
zg#J Bezoekadres Engelandlaan 502 2711 EB Zoetermeer Postadres
Telefoon 14 079 www.zoetermeer.nl
Datum 30 november 2021
Onderwerp: Kaderbrief begroting 2023 gemeenschappelijke regelingen
Uw kenmerk Ons kenmerk 0637751791
Bijlagen
Geacht bestuur,
Hierbij ontvangt u de Kaderbrief begroting 2023 van de gemeenten in de regio Haaglanden, waarin de (financiële) uitgangspunten voor de gemeenschappelijke regelingen (GR-en) zijn opgenomen. Deze kaderbrief ontvangen de besturen van GR-en elk jaar voorafgaand aan een nieuwe begrotingscyclus. De kaderbrief richt zich op de financieel-technische en beheersmatige randvoorwaarden bij de begroting en verantwoording en procesafspraken. De beleidsmatige kaderstelling binnen de GR is de bevoegdheid van de bestuurders en niet opgenomen in deze brief. Doel van deze Kaderbrief is een eenduidige benadering vanuit de deelnemende gemeenten van de begroting 2023 van GR-en. Deze brief gaat nader in op: 1. Mogelijke besparingen 2. Indexering 3. Risico's en weerstandscapaciteit 4. Maatschappelijk verantwoorde inkoop 5. Informatiebeveiliging en bescherming persoonsgegevens 6. Tijdige afstemming, ook tussentijds
De kaders betrekt u bij de opstelling van uw begroting voor 2023 en de meerjarenraming 2024-2026. Als u van mening bent dat een kader niet haalbaar is, wordt u verzocht dit te bespreken in de bestuursvergadering van uw GR. Uw bestuur kan de uitkomst van de bespreking dan opnemen in de aanbiedingsbrief bij de begroting naar de deelnemende gemeenten. Hieronder worden de uitgangspunten nader toegelicht.
1.
Moqelijke besparingen
Als gevolg van een toenemend beroep op voorzieningen in zowel het sociale als fysieke domein staan de gemeentebegrotingen onder stevige druk. En die druk wordt nog vergroot door de onzekerheid over de uitkomsten van een aantal financiële dossiers in de financiële verhouding tussen rijk en gemeenten. Die financiële druk voelen de GR-en vanzelfsprekend ook. En die was voor een aantal GR-en al aanleiding om in de afgelopen jaren in één of andere vorm bezuinigingsoperaties door te voeren of mogelijkheden daartoe voor te bereiden.
-
Uit de (concept) begrotingen van onze gemeenten komt naar voren dat de financiële situatie nog allesbehalve rooskleurig is. Sommige gemeenten in de regio hebben in hun zienswijze op de begroting 2022 al gevraagd te onderzoeken hoe in uw begroting en meerjarenramingen besparingen gevonden konden worden. Deze vraag is nog steeds actueel. Wij verzoeken u daarom in uw volgende begroting aan te geven of u bereid en in de gelegenheid bent om besparingsmogelijkheden te formuleren. Hiermee denken wij niet alleen aan maatregelen in de sfeer van efficiency. Ook zijn voorstellen van uw kant die de taakuitvoering raken mogelijk. Hierbij houden we oog voor de kwaliteit van de dienstverlening.
2.
Indexering
De indexering gebeurt zoals gebruikelijk op basis van de door het Centraal Planbureau gepubliceerde indexcijfers. In de Macro-Economische Verkenningen (MEV) 2022 zijn ook de cijfers voor 2023 opgenomen, één jaar verder dan het jaar van de MEV. In het indexcijfer voor de gemeentelijke bijdrage 2023 wordt de eerdere inschatting voor 2020, 2021 en 2022 geactualiseerd. Deze actualisatie wordt verrekend met de eerste inschatting van het percentage voor 2023.
De genoemde indexcijfers geven een algemeen vertrekpunt voor de begroting van gemeenschappelijke regelingen in 2023 en heeft als doel een indicatie af te geven voor een toekomstige inflatiecompensatie. Het staat echter niet in de weg dat voor individuele gemeenschappelijke regelingen, in afstemming met de overige deelnemers, tot een andere bijstelling van de gemeentelijke bijdrage kan worden gekomen. Indien van toepassing vindt hierover afzonderlijke communicatie plaats op het niveau van de individuele gemeenschappelijke regeling. Het cijfer dat voor het jaar 2021 gepubliceerd wordt in het CEP (Centraal Economisch Plan) van maart 2022 (jaar t+1) wordt als definitief cijfer aangenomen. Tot die tijd blijven de inschattingen verrekend worden in de gepresenteerde indexatiecijfers. Het cijfer voor 2020 is nu definitief vastgesteld op basis van het CEP 2021.
De GR heeft bij de begroting 2022 de opbouw van de deelnemersbijdrage ingedeeld naar het loongevoelige en het materiële gedeelte. Deze verdeling geldt voor de jaren 2022 tot en met 2025. Voor de begroting 2026 zal deze verdeling weer voor 4 jaar worden geactualiseerd. In onderstaand overzicht zijn de indexatiecijfers voor de bepaling van de gemeentelijke bijdrage opgenomen.
gemeente
Zoetermeer
II Index gemeentelijke bijdrage 2023 Cpi MEV 2021 MEV 2022 Verschil 2020 1,50 1,30 -0,20 2021 1,50 1,90 0,40 2022 1,60 1,80 0,20 2023 1,90 1JJ0 2,30
Index gemeentelijke bijdrage 2023 lonen MEV 2021 MEV 2022 Verschil 2020 4,60 1,60 -3,00 2021 0,60 0,50 -0,10 2022 1,30 3,10 1,80 2023 1,90 190 0,60
De gemeentelijke bijdrage voor 2023 vermeerdert ten opzichte van het basisjaar 2021 met: 1. 2,3% voor de materiële kosten volgens de nationale consumentenprijsindex (CPI), (bijlage 09 MEV 2022). Dit cijfer is een inschatting voor het jaar 2023 (1,9%)en een verrekening van de inschatting 2020, 2021 en 2022 (totaal 0,4%) en 2. 0,6% voor de loonkosten volgens de index prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers (bijlage 11 MEV 2022). Dit cijfer is een inschatting voor het jaar 2023 (1,9%) en een verrekening van de inschatting 2019, 2020 en 2021 (totaal 1,3%)
De GR kan ook hebben gekozen, als een bestendige gedragslijn, voor het uitgangspunt om het inflatiecijfer van het CEP (peildatum maart) te gebruiken en niet de MEV van september. Hierbij is het van belang dat er een bestendige gedragslijn wordt gevolgd. De gemeentelijke bijdrage wordt gebaseerd op ofwel de MEV-cijfers of van de CEP-cijfers. Dit betekent een ander peilmoment in het jaar, dat langjarig structureel als uitgangspunt wordt genomen. Na het verschijnen van het CEP in maart 2022 zullen de cijfers worden gecommuniceerd. Het is mogelijk dat er een discrepantie ontstaat tussen de toegekende index van de gemeentelijke bijdrage en de werkelijke kostenontwikkeling van de begroting. Dit kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden doordat de prijs- of loonmutatie van de kosten bij een GR hoger is dan de indexering van de gemeentelijke bijdrage. Bij de aanbieding van de begroting kunnen deze verschillen worden aangegeven, met een voorstel hoe dit verschil wordt opgelost. De indexering heeft betrekking op de gemeentelijke bijdrage aan de GR. De indexering is gebaseerd op de in de macro economische verkenning 2022 (MEV 2022) van september 2021.
3.
Risico’s en weerstandscapaciteit
Effectief risicomanagement is een speerpunt voor de deelnemende gemeenten. Kwalitatieve toelichtingen op de risico’s en een transparante systematiek zijn daarvoor essentieel. Het BBV schrijft voor de begroting de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing voor. Deze paragraaf bevat onder meer een overzicht van de risico’s en een uiteenzetting over de wijze waarop de risico’s worden beheerst. Om het risicoprofiel van de verbonden partij inzichtelijk te maken voor de deelnemende gemeenten, wordt het bestuur verzocht om naast het inventariseren van de risico’s deze ook te kwantificeren. In de risicoparagraaf neemt de GR alle voor de GR relevante risico’s op, nader gepreciseerd door kans (%) maal impact (€) te vermenigvuldigen tot een nieuw risicoprofiel, uitgedrukt in euro’s. Als het risicoprofiel is veranderd in vergelijking met vorig jaar, dient dit toegelicht te worden in de begroting (oorzaak en effecten). In de begroting dient ook aangegeven te worden welke maatregelen de GR gaat nemen om de opgenomen risico’s te beheersen.
Het risicoprofiel geeft ook aan hoe hoog het weerstandsvermogen zou moeten zijn. Het weerstandsvermogen is gedefinieerd als de ratio van de beschikbare weerstandscapaciteit (de middelen en mogelijkheden die de GR heeft om onverwachte, niet-begrote kosten te kunnen dekken) ten opzichte van de omvang van de risico’s (het risicoprofiel). De norm voor deze ratio is maximaal 1,0, tenzij voor de betreffende GR andere regels zijn afgesproken, bijvoorbeeld in de Nota Weerstandsvermogen van de GR. De norm betekent dat als bij de jaarrekening de ratio groter dan 1,0 blijkt, dan dient in principe een terugstorting naar de deelnemende gemeenten plaats te vinden, omdat het aanhouden van een hogere risicobuffer dan het risicoprofiel bij de verbonden partij niet noodzakelijk is.
4.
Maatschappelijke verantwoord inkopen
Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) is een effectieve wijze van inkopen om CO2uitstoot, milieu-impact en grondstoffengebruik te helpen reduceren, om een inclusieve arbeidsmarkt te realiseren en om misstanden voor mens en milieu aan te pakken in internationale ketens. Dit is door de (rijks)overheid als beleid vastgelegd in de inkoopstrategie 'Inkopen met Impact’. Ook meerdere Haaglanden gemeenten en GR-en hebben MVI tot de hoofdzaak van hun inkoopstrategie verkozen. Wij vragen u dan ook in uw jaarverslag over het verslagjaar 2022 of zo mogelijk eerder al, te verantwoorden over de maatschappelijke impact van uw inkoopbeleid.
5.
Informatiebeveiliging
De GR en gemeenten zijn informatieverwerkende en informatieproducerende organisaties, midden in de informatie- en netwerksamenleving. Uw en onze dienstverlening is afhankelijk van en vindt plaats in de vorm van informatie, waaronder vaak persoonsgegevens. Informatievoorziening heeft dan ook een centrale rol in de dienstverlening. Informatiebeveiliging en bescherming persoonsgegevens is van essentieel belang voor de continuïteit van de bedrijfsvoering. En informatiebeveiliging biedt burgers en bedrijven ook het vertrouwen dat er zorgvuldig met hun gegevens wordt omgesprongen.
gemeente
Zoetermeer II Wij verzoeken u dan ook in uw jaarverslag te rapporteren over uw informatieveiligheid, het verantwoord gebruik van data en Al en de bescherming van (persoons)gegevens, inclusief eventuele incidenten. Voor GR en gemeenten is het van belang voorbereid te zijn op aanvallen op de eigen informatievoorziening en haar eigen digitale weerbaarheid te vergroten om de dienstverlening te kunnen garanderen.
6.
Tijdige afstemming, ook tussentijds
Nieuw beleid Bij een GR kan behoefte bestaan aan beleidswijziging, nieuw beleid of nieuwe initiatieven. Ook (aanstaande) nieuwe wet- en regelgeving kan aanleiding zijn voor nieuwe beleidsvoornemens. Geadviseerd wordt deze aanzetten tot nieuw beleid tijdig te bespreken in uw bestuursvergadering. Zodra deze meer concrete vormen aannemen, worden deze opgenomen in uw beleidskader. Iedere gemeente kan er dan rekening mee houden bij de kaderstelling voor het komende jaar. Omgaan met tekorten/overschotten Gedurende de uitvoering van de begroting kunnen zich afwijkingen voordoen. Deze worden normaliter opgenomen in de reguliere uitvoeringsrapportages en (tussentijds) gemeld aan het DB van de GR. Uitgangspunt hierbij is dat exploitatietekorten in principe binnen de begroting van de GR worden opgevangen. Overschotten vloeien in principe terug naar de deelnemende gemeenten. De tussentijdse melding kan worden aangevuld met een voorstel voor bijsturing. Wij vragen u hier nadrukkelijk aandacht aan te besteden.
Tussentijdse informatievoorziening Niet voor elke GR geldt eenzelfde afspraak of verwachting over tussentijdse rapportages. Verwacht wordt dat het bestuur van de GR bij materiële beleidsmatige en/of financiële (verwachte) afwijkingen gedurende het jaar de deelnemende gemeenten actief informeert. Indien de GR de begroting wil wijzigen geldt hiervoor de gebruikelijke zienswijzeprocedure.
Financiële kengetallen De kwaliteit van de begroting is medebepalend voor de kwaliteit van de jaarstukken. Het BBV schrijft ten aanzien van de verplichte kengetallen voor dat zorggedragen wordt voor “een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie” (artikel 11, lid 2d) Het bestuur wordt verzocht expliciet aandacht te geven aan het beoordelen van de verplichte financiële kengetallen en daarbij zo nodig tijdig beleidsmaatregelen voor te stellen. Tijdig inzenden van stukken In lijn met de Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) wordt gestimuleerd dat de begrotingscycli van de GR-en en van de deelnemende gemeenten goed op elkaar aansluiten. Tijdige inzending van de stukken versterkt de betrokkenheid van en sturing door de gemeenteraden. De raden zijn dan beter in staat om zienswijzen voor te bereiden en de informatie kan worden meegenomen bij de behandeling van de Voorjaarsnota c.q. Kadernota. Voor de indiening van de ontwerpbegroting 2023 en de voorlopige jaarstukken 2021 (inclusief accountantsrapportage) geldt daarom een aanleverdatum van uiterlijk 15 april 2022.
De GR-en dienen op grond van de Wgr de uitgangspunten voor hun begroting (indicatie beleidsvoornemens, gemeentelijke bijdrage en prijscompensatie) uiterlijk 15 april 2022 aan de gemeenteraden te sturen. In de praktijk worden deze uitgangspunten meteen opgenomen in de conceptbegroting. Een latere indiening dan 15 april 2022 is niet
wenselijk, omdat dan mogelijk gemeenten niet voldoende tijd hebben om tijdig hun zienswijze op de begroting in te brengen bij het bestuur van de GR. Deze zienswijzen bieden de gemeenten dan uiterlijk 15 juni 2022 aan de GR-en aan.
Wat betreft de jaarstukken 2021 wordt in verband met de tijdige samenstelling van de gemeentelijke jaarstukken de GR-en gevraagd de gemeenten de vanuit het BBV benodigde gegevens uiterlijk 15 februari 2022 aan te leveren (het hoeft dan dus nog niet de volledige jaarrekening te zijn). Het gaat onder andere om de omvang van het eigen en vreemd vermogen en het verwachte rekeningresultaat. De GR-en verstrekken de gegevens uiteraard onder voorbehoud van hun eigen accountantscontrole. Voor nadere informatie over deze brief kunt u terecht bij de uw bekende contactambtenaar van een gemeente, of bij de voorzitter van het Controllersoverleg Haaglanden, dhr. B. Wijman van de gemeente Zoetermeer (079-3468346; e-mail: b.c.wijman@zoetermeer.nl).
Wij wensen u veel succes bij het opstellen van de betreffende stukken en zullen ze met grote interesse tot ons nemen en te zijner tijd graag in de besturen met u bespreken.
Hoogachtend, Namens de colleges van Burgemeester en Wethouders van: Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland, Zoetermeer,
drs. J. ledema MBA Wethouder Financiën gemeente Zoetermeer Voorzitter overleg wethouders Financiën Haaglandengemeenten
/
/
Bijlage 3: Kaderbrief begroting 2023 gemeenschappelijke regelingen regio Rotterdam-Rijnmond
Kadernota MRDH begroting 2023
Pagina 22 van 23