CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

22 06 Gebiedsagenda Duinen-Eilanden 0.5 bijgevoegd 7 juni

Commissie Beeldvorming 9 juni 2022, gemeente WestvoorneBij agendapunt: Brief van het college ‘Gebiedsagenda stikstof 0.1’.9.387 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gebiedsagenda stikstof DuinenEilanden & Delta Versie 0.5 (concept)

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

2

1.1

Aanleiding

2

1.2

Scope van de Gebiedsagenda 0.5

3

1.3

Doelen van de Gebiedsagenda 0.5

3

1.4

Status van de Gebiedsagenda 0.5

3

1.5

Voortgang sinds Gebiedsagenda 0.1

3

1.6

Vervolg richting Gebiedsplan 1.0

4

2.

Wenkend perspectief en gebiedsiconen

7

3.

Situatieschets Duinen-Eilanden & Delta in 2022

9

3.1

Natuur

10

3.2

Stikstof

16

3.3

Economische ontwikkeling

19

4.

Maatregelen en effecten

20

4.1

Natuurmaatregelen en -effecten

20

4.2

Bronmaatregelen en -effecten

23

4.3

Raakvlakken met andere akkoorden en programma’s

26

5.

Bijlagen

28

5.1

Bijlage 1: overzicht van maatregelen

28

5.2

Bijlage 2: geïnventariseerde ontwikkelbehoeften

29

6.

Bronnen

31

Gebiedsagenda stikstof Duinen-Eilanden & Delta | Versie 0.5 (concept) | 13 mei 2022

1 van 32

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Veel natuur in Nederland is gevoelig voor stikstof (ammoniak en stikstofoxiden). Zo ook de beschermde Natura2000-gebieden in de Duinen-eilanden en Delta, waar de stikstofdepositie al decennialang te hoog is. De verhoogde stikstofdepositie leidt ertoe dat er veel meer stikstof in de bodem aanwezig is dan van nature gewoon is. Stikstofminnende planten verdringen daardoor de oorspronkelijke plant- en diersoorten. Ook de dynamiek in de duinen neemt af door deze overwoekering, terwijl deze broodnodig is voor verjonging van vele plantsoorten. Vanuit het oogpunt van biodiversiteit is deze ontwikkeling zeer onwenselijk. De hoge stikstofdepositie op gevoelige Natura2000 heeft ook economische en maatschappelijke gevolgen. Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn is Nederland verplicht haar natuur in goede staat te houden. In 2019 oordeelde de Raad van State dat de op dat moment geldende Nederlandse stikstofaanpak (Programma Aanpak Stikstof, PAS) niet voldoende waarborgt dat de natuur in een goede staat van instandhouding blijft. Als gevolg daarvan kan de PAS niet langer als basis worden gebruikt voor vergunningverlening aan activiteiten die extra stikstofuitstoot veroorzaken. Als gevolg hiervan is de stikstofcrisis ontstaan. In 2021 is de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering (WSN) in werking getreden.

Met deze wet tracht het Rijk de natuur te versterken en de stikstofuitstoot terug te dringen. Het hoofddoel hiervan is het behalen van de Europese natuurdoelen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Nevendoel is dat door het behalen van de Europese natuurdoelen ook het verlenen van stikstofvergunningen voor economische activiteit weer gemakkelijker wordt. De Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering wordt uitgevoerd middels het programma Stikstofreductie en Natuurverbetering. Dit programma zal is in het voorjaar van 2022 gereed zijn en wordt een onderdeel van het Nationaal Programma Landelijk Gebied. In de WSN is een grote rol weggelegd voor een gebiedsgerichte aanpak onder regie van de provincies. Stikstof — met name ammoniak uit natuurlijke bronnen — slaat overwegende lokaal neer. Provincies hebben daarom de verplichting om een Gebiedsplan te schrijven. In dit Gebiedsplan definieert de provincie hoe zij de stikstofuitstoot rondom de gevoelige Natura2000 omlaag brengt en de natuur versterkt.

Gebiedsagenda stikstof Duinen-Eilanden & Delta | Versie 0.5 (concept) | 13 mei 2022

2 van 32

Het Gebiedsplan van Zuid-Holland bestaat uit een beschrijving van sectorale maatregelen en vier Gebiedsagenda’s: 1.

De Biesbosch;

2.

De Nieuwkoopse Plassen;

3.

De Duinen: de duinenrij tussen de grens met Noord-Holland en de Nieuwe Waterweg;

4.

De Duinen-Eilanden-Delta: de duinenrij op Voorne en op Goeree-Overflakkee en de grote wateren Grevelingen en Krammer-Volkerak.

Voor de gebiedsplannen is een voortouwnemer afgesproken voor Natura2000 gebieden, die in twee of meer provincies liggen. We beschouwen deze gebieden als een geheel. Voor de Grevelingen (met Zeeland) en Krammer Volkerak (met Noord-Brabant en Zeeland) is afgesproken dat Zuid-Holland de voortouwnemer is.

1.2 Scope van de Gebiedsagenda 0.5 Deze Gebiedsagenda 0.5 focust specifiek op de gebiedsgerichte maatregelen voor stikstofreductie en natuurverbetering in de Duinen-Eilanden en de Delta en in een straal van 5km daaromheen. Deze tussenversie bevat een analyse van de situatie van het gebied en een overzicht van mogelijke en kansrijke maatregelen voor stikstofreductie en natuurherstel. Na het aanbieden van de Gebiedsagenda 0.5 zal de scope van de gebiedsgerichte aanpak zich verbreden. In het regeerakkoord is een Nationaal Programma Landelijk Gebied aangekondigd. Dit houdt in dat de Gebiedsagenda’s 1.0 en het Gebiedsplan 1.0 naast natuurverbetering en stikstofreductie ook in moeten gaan op klimaat en water.

1.3 Doelen van de Gebiedsagenda 0.5 De Gebiedsagenda 0.5 heeft ten doel de gebiedspartners informatie te bieden waarmee ze de juiste maatregelen voor natuurverbetering en stikstofreductie kunnen nemen. Dit door: •

Inzicht te bieden in de situatie wat betreft natuur en stikstofbelasting;

•

Inzicht te bieden in kansrijke maatregelen voor natuurverbetering en stikstofreductie.

1.4 Status van de Gebiedsagenda 0.5 De Gebiedsagenda 0.5 is een tussenproduct richting een Gebiedsagenda 1.0. De Gebiedsagenda 0.5 is tot stand gekomen in samenwerking met gebiedspartners, die hier op basis van vrijwilligheid aan hebben meegewerkt. De Gebiedsagenda 0.5 wordt als onderdeel van het Gebiedsplan 0.5 in juni 2022 voorgelegd aan Gedeputeerde en Provinciale Staten. Het is daarnaast input voor de voortgangsrapportage stikstof van de provincie Zuid-Holland.

1.5 Voortgang sinds Gebiedsagenda 0.1 Eind 2021 deelden we een Gebiedsagenda 0.1. In de tussentijd zijn weer een aantal stappen gemaakt:

Gebiedsagenda stikstof Duinen-Eilanden & Delta | Versie 0.5 (concept) | 13 mei 2022

3 van 32

•

De natuurdoelenanalyses voor de Natura2000-gebieden Voornes Duin, Duinen Goeree & Kwade Hoek, Grevelingen en Krammer-Volkerak zijn gereed. Deze analyses geven een beter beeld van de natuurmaatregelen die nodig zijn om de natuur robuuster te maken en/of te herstellen.

•

Er is een onderzoek gedaan naar de stikstofdepositie op de Duinen-Eilanden en Delta en van welke sectoren deze afkomstig is. In dit onderzoek is ook gekeken naar mogelijke maatregelen en hoeveel stikstofdepositie deze zouden kunnen reduceren. De uitkomsten van dit onderzoek helpen de gebiedspartners in hun gesprek over kansrijke maatregelen.

1.6 Vervolg richting Gebiedsplan 1.0 De gebiedsgerichte aanpak voor stikstof heeft zich tot nu toe gefocust op natuurverbetering en stikstofreductie zoals vastgelegd in de Wet Stikstofreductie en Natuurherstel. In het regeerakkoord is een Nationaal Programma Landelijk Gebied aangekondigd en in de hoofdlijnenbrief van de minister voor stikstof en natuur is hier nader inhoud aangegeven (1 april 2022). Dit houdt in dat de Gebiedsplannen 1.0 naast natuurverbetering en stikstofreductie ook in moeten gaan op klimaat en water. Vanaf de zomer werkt de provincie daarom samen met gebiedspartners richting een integraal Gebiedsplan 1.0.

Figuur 1: tijdpad richting Gebiedsagenda’s 1.0 en Gebiedsplan 1.0.

Daarnaast zal het Rijk medio juni 2022 richtinggevende gebiedsdoelen leveren op het gebied van stikstof, natuur, klimaat en water. Dit zijn gebiedsspecifieke doorvertalingen van doelen die in de wet zijn vastgelegd. Voor natuur zijn dit de Vogel- en Habitatrichtlijn in de Wet Natuurbescherming (2017), voor stikstof zijn dit de doelen uit de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering (2021), voor klimaat de doelen uit de Klimaatwet (2019) en voor water de doelen uit de Kaderrichtlijn Water (2000).

Gebiedsagenda stikstof Duinen-Eilanden & Delta | Versie 0.5 (concept) | 13 mei 2022

4 van 32

Deze scopewijziging en het beschikbaar komen van de richtinggevende gebiedsdoelen hebben een aantal gevolgen voor de werkwijze binnen de gebiedsgerichte aanpak en rollen van de betrokken gebiedspartijen. Gebiedsdoelen voor stikstof In de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering (WSN) zijn landelijke omgevingswaarden opgenomen. In het regeerakkoord is het behalen van deze omgevingswaarden voor stikstof naar voren geschoven. Dit betekent dat in 2030 74% van het stikstofgevoelige areaal in Natura2000-gebieden onder de Kritische Depositie Waarde (KDW) moet komen. De KDW is een indicator voor het behalen van de uiteindelijke gunstige staat van instandhouding en herstel van biodiversiteit. Deze landelijke omgevingswaarden kunnen niet 1-op-1 door vertaald worden naar gebiedsdoelen. Een deel van de emissiereductie wordt namelijk gerealiseerd via de generieke aanpak van het Rijk. Daarnaast verschilt het per gebied hoeveel er gebiedergericht gereduceerd kan worden. In het bestuurlijk overleg met de minister op 14 oktober 2021 is daarom afgesproken om een gebiedsdoel per gebied te bepalen. Alle sectoren moeten bijdragen aan de stikstofemissiereductie. De gebiedsdoelen richten zich specifiek op ammoniakemissies uit de landbouw omdat: •

Ammoniakemissies uit biologische bronnen, waar de landbouw onder valt, overwegend lokaal neerslaat. Een gebiedsgerichte aanpak heeft hierdoor veel effect voor de landbouw. Zie ook het briefrapport van het RIVM ‘Ruimtelijk effect zonering emissiereducties landbouw’.

•

De emissies vanuit andere sectoren zoals de industrie en mobiliteit grotendeels vanuit landelijk generiek Rijksbeleid (klimaatakkoord, schone luchtakkoord, structurele aanpak stikstof) gereduceerd worden.

Perspectief landbouw In haar kamerbrief (2022) zegt minister Van der Wal-Zeggelink het volgende over het perspectief voor de landbouw: ‘de integrale, gebiedsgerichte opgaven vragen grote inzet van de agrarische sector. Tegelijkertijd is een krachtige landbouwsector, die sterk genoeg is om de omslag naar kringloop-landbouw door te maken, een voorwaarde voor het realiseren van de doelen. Een veerkrachtige landbouw is daarbij een belangrijke drager voor de sociaaleconomische vitaliteit en leefbaarheid van het landelijk gebied. Bij de (versnelling van) de transitie naar een duurzaam voedselsysteem moeten agrarisch ondernemers in staat worden gesteld om binnen de gebiedsdoelen toekomstbestendige keuzes te maken voor hun bedrijf, passend bij de gebiedsgerichte opgaven en met voldoende zekerheid voor het verdienvermogen en bedrijfseconomische continuïteit.’ Perspectief voor de landbouwsector zal — sterker dan in de huidige gebiedsgerichte aanpak natuur en stikstof — centraal staan. Doelen worden dwingender De gebiedspartners hebben tot nu toe gezamenlijk en op basis van vrijwilligheid gewerkt aan mogelijke maatregelen voor natuurverbetering en stikstofreductie. Met het gereedkomen van de richtinggevende

Gebiedsagenda stikstof Duinen-Eilanden & Delta | Versie 0.5 (concept) | 13 mei 2022

5 van 32

doelen voor natuur, stikstof, water en klimaat zal dit veranderen. Het is de bedoeling dat de definitieve doelen worden vastgesteld in het Gebiedsplan1.0. Daarnaast stelt het Rijk aanvullende eisen op de manier waarop deze richtinggevende doelen gerealiseerd moeten worden. Voorbeelden zijn dat alle nieuwe woningen bijna energieneutraal moeten zijn en alle nieuwe voertuigen vanaf 2030 elektrisch. Het Rijk schetst hiermee kaders voor wat er in de gebiedsgerichte aanpak bereikt moet worden en de wijze waarop dit moet gebeuren. Wijze van organiseren De provincie Zuid-Holland is een interne verkenning gestart hoe zich te organiseren op de nieuwe ontwikkelingen. Zodra de provincie de interne organisatie van het gebiedsgericht werken op hoofdlijnen heeft uitgedacht, legt het de eerste ideeën voor aan de gebiedspartners. Dit zal naar verwachting in juni 2022 zijn. Ook de organisatie met de gebiedspartners zal gaan veranderen. Zo zullen de waterschappen een grotere rol krijgen vanuit het thema water. Daarnaast zal de provincie meer inzetten op haar rol van bevoegd gezag. Dit heeft o.a. gevolgen voor de bestaande gremia, participatie, inspraak en besluitvorming. De provincie Zuid-Holland gaat in de zomer van 2022 aan de slag met een startnotitie om te komen tot een Gebiedsplan 1.0. De wijze van organiseren wordt daarin meengenomen.

Gebiedsagenda stikstof Duinen-Eilanden & Delta | Versie 0.5 (concept) | 13 mei 2022

6 van 32

2. Wenkend perspectief en gebiedsiconen Wenkend perspectief De eilanden Goeree-Overflakkee, Hoeksche Waard en Voorne-Putten (Brielle, Hellevoetsluis, Nissewaard en Westvoorne) hebben een aantal gemeenschappelijke kenmerken en opgaven. Ze bieden rust en ruimte binnen een sterk verstedelijkte omgeving. De kwaliteit van de leefomgeving is hoog en tegelijkertijd bieden de aanwezigheid van bedrijvigheid en ondernemerskracht de basis voor verdere ontwikkelingen. De regio heeft ambitie om de kwaliteit van de leefomgeving te versterken en werkt in verschillende trajecten aan verduurzaming en innovatie om hieraan invulling te geven. Goede samenwerking kan de aantrekkelijkheid en (economische en sociale) leefbaarheid van de ZuidHollandse Delta verder versterken. Daarom pakken lokale partijen – overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven - de opgaven gezamenlijk met de provincie op. We constateren dat er in het gebied veel energie zit en er diverse koppelkansen liggen voor de stikstofaanpak door aan te sluiten bij innovatieve en integrale programma’s in het gebied. Omdat de lokale invloed op stikstofreductie beperkt is, en partijen wel aan de slag willen met maatregelen, kiezen we uit efficiëntie overwegingen maar ook vanuit draagvlak voor een strategie om de stikstofreductiemaatregelen te koppelen aan bestaande trajecten: een integrale aanpak.

Gebiedsiconen Gebiedsiconen zijn ruimtelijke ontwikkelingen waarin verschillende doelen in samenhang worden gerealiseerd. De gebiedsiconen laten zien dat het aanpakken van de stikstofproblematiek past binnen integrale, duurzame en toekomstbestendige ontwikkelingen. Op dit moment hebben partijen de volgende gebiedsiconen in ontwikkeling: Schapengors Vlakbij Voornes Duin ligt het natuurgebied de Schapengors. Hier is een project gaande om landbouwgrond, nu in gebruik voor het houden van rundvee, om te zetten in natuur. Het gebied valt onder het natuurnetwerk Nederland (NNN). Het uitgangspunt is om zoveel mogelijk doelen na te streven in het gebied. Doelen binnen het project zijn: realiseren van een bufferzone aan de rand van Voornes Duin; uitbreiding NNN, waarmee een betere aansluiting met andere gebieden gerealiseerd wordt binnen het natuurnetwerk; verbeteren waterhuishouding, hierbij wordt ook gekeken naar het beter ‘vasthouden’ van water in het aangrenzende Voornes Duin; mogelijkheden voor recreatief gebruik om de recreatiedruk in Voornes Duin te verminderen. De Kippenschuur In De Heveringen staan oude niet meer in gebruik zijnde kippenschuren die eigendom zijn van Stichting Het Zuid-Hollands Landschap. Hier ontstaat de mogelijkheid om de schuren te saneren en een deel van de gronden terug te geven aan de natuur.

Noorddijk In het kader van de sanering van de glastuinbouw in de binnenduinrand zijn enkele jaren geleden voormalige tuinbouwgronden omgezet naar natuur. De percelen die dit betreft liggen versnipperd in het

Gebiedsagenda stikstof Duinen-Eilanden & Delta | Versie 0.5 (concept) | 13 mei 2022

7 van 32

gebied. De tussenliggende percelen worden veelal verpacht door Natuurmonumenten voor het weiden van vee. Gezien de ligging in de nabijheid van Voornes Duin liggen hier mogelijkheden om pachten af te kopen, vee in de nabijheid van Voornes Duin te verplaatsen en hiermee een stikstofreductie te behalen en het gebied robuuster te maken door een groter aaneengesloten gebied te creëren. Natuurontwikkeling Binnenduinrand Goeree De inrichting van het natuurgebied Binnenduinrand Goeree (100 ha) is opgepakt en geoptimaliseerd. Dit heeft betrekking op een bestaande opgave voor de realisatie van het natuurnetwerk Nederland (NNN). De gronden sluiten aan op de Natura 2000-gebieden Middel- en Oostduinen en op Zeewering Havenhoofd Flaauwe Werk. De inrichting draagt bij aan een robuuster natuurgebied, heeft relatie met kwel vanuit het duingebied en vormt een buffer tussen de natura 2000 en het agrarisch gebruik. Voor het onderdeel Bokkepolder zijn eerste bewegingen voor initiatief vanuit particuliere eigenaren. Het overige deel hangt samen met meerdere melkveebedrijven en daarmee met keuzen voor de sectorontwikkeling. De komende maanden werken we deze projecten verder uit als gebiedsiconen onder de gebiedsagenda.

Gebiedsagenda stikstof Duinen-Eilanden & Delta | Versie 0.5 (concept) | 13 mei 2022

8 van 32

3. Situatieschets Duinen-Eilanden & Delta in 2022 De gebiedsgerichte aanpak van de Duinen-Eilanden & Delta focust zich op de Natura2000-gebieden Duinen Goeree, Kwade Hoek, Voornes Duin (Duinen-Eilanden), Krammer-Volkerak en de Grevelingen (Delta). De focus ligt daarbij op de Natura2000-gebieden zelf, inclusief het gebied in een straal van 5km daaromheen. •

De Duinen-Eilanden liggen op een unieke locatie. De duingebieden bestaan uit stuifduinen, slikken, brede stranden en bos en zijn het broed- of leefgebied van veel vogelsoorten. Tegelijkertijd liggen de gebieden pal naast de bedrijvigheid en verstedelijking van Rotterdam.

•

De Delta bestaat uit de Grevelingen en Krammer-Volkerak. Deze afgesloten zeearm hebben nog veel kenmerken van het intergetijdengebied dat het ooit was. De Grevelingen is het grootste zoutwatermeer van Europa. Krammer-Volkerak is gevuld met zoetwater, waardoor zoetwaterminnende soorten de zoutwaterminnende soorten langzaamaan verdringen.

De staat van de natuur verschilt sterk per Natura2000-gebied. Kwade Hoek is een dynamisch gebied van hoge kwaliteit waar nauwelijks beheer nodig is. Op de Duinen van Goeree is dat anders. Door te hoge stikstofdepositie neemt begroeiing op grijze duinen en vochtige duinvalleien toe, waardoor de dynamiek in het gebied afneemt. In Voornes Duin liggen veel kwaliteitsopgaven. Veel habitattypen zijn niet op orde door te hoge stikstofdepositie, een verstoorde vochttoestand, een te kleine omvang, te beperkte begrazing of een gebrek aan dynamiek. De Grevelingen en het Krammer-Volkerak waren als waterlichaam oorspronkelijk direct verbonden met het rivierengebied (direct grenzend aan het Hollands Diep). Er zijn daarom van oudsher veel voedingstoffen aanwezig. Door het afsluiten van de Grevelingen en het Krammer-Volkerak van het Hollands Diep is echter ook de natuurlijke dynamiek verloren gegaan die zorgde voor het regelmatig terugzetten van successie. Uitdagingen hier zijn stikstofdepositie, ruimtegebrek, verstoorde vochttoestand en gebrek aan dynamiek. De stikstofopgave in dit gebied is niet homogeen verdeeld. Op sommige plekken komt geen stikstofgevoelige natuur voor, waardoor ook geen reductie nodig is.

Op andere plekken is de natuur zo gevoelig en/ of de stikstofdepositie zo hoog dat een reductie van 50% nodig is om onder de kritische depositiewaarde (KDW) te komen en zo achteruitgang van de natuur te voorkomen. De knoppen om aan te draaien zijn binnen het gebied beperkt. Maar 10-15% van de stikstofdepositie vindt zijn herkomst binnen de contouren van de gebiedsgerichte aanpak (Wing, 2022). Dat betekent dat er ook op provinciaal, landelijk en internationaal niveau maatregelen nodig zijn om de stikstofdepositie op de Duinen-Eilanden & Delta te verkleinen.

Gebiedsagenda stikstof Duinen-Eilanden & Delta | Versie 0.5 (concept) | 13 mei 2022

9 van 32

Figuur 2: de Natura2000-gebieden van de Duinen-Eilanden.

3.1 Natuur Natura2000 Duinen-Eilanden Het gebied dat in deze gebiedsagenda is aangemerkt als Duinen-Eilanden bestaat uit twee Natura2000gebieden: Duinen Goeree & Kwade Hoek en Voornes Duin. Deze Natura2000-gebieden vallen onder het type Duinen, waarvoor het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) kernopgaven heeft geformuleerd. Deze zijn vastgesteld in het Natura2000 doelendocument (LNV, 2006). LNV stelt dat het meest essentiële proces in de duinen — de dynamiek door verstuiving en duinvorming — grotendeels verloren is gegaan. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn vastlegging van de kust, stikstofdepositie en wegvallen van historisch gebruik. Voor een goede staat van instandhouding van de Duinen, stelt LNV daarom de volgende kernopgaven: 1.

Realiseren van een samenhangend landschap met een aantal gradiënten en mozaïeken:

Gebiedsagenda stikstof Duinen-Eilanden & Delta | Versie 0.5 (concept) | 13 mei 2022

10 van 32

2.

Behouden en herstellen van rust en donker voor fauna.

3.

Versterken van de samenhang met Natura2000-gebieden van de typen Noordzee, Wadden, Delta, Meren en Moerassen.

Terugdringen van de stikstofdepositie tot onder de KDW is hierbij een randvoorwaarde. Zolang de stikstofdepositie te hoog is, zal het gebied continu dicht blijven groeien. Het behalen van de kernopgaven zal daarom niet of nauwelijks lukken en is erg beheersintensief. Gradiënt: ‘een gradiënt is het geleidelijk verloop in de ruimte van

Mozaïek: een

een bepaalde milieufactor. Voorbeelden zijn de geleidelijke

landschap met aan

overgang van droog naar nat, van voedselrijk naar voedselarm, van

afwisseling van

licht naar donker. In omgevingen waar dergelijk verschillen op een

tegengestelde

beperkte oppervlakte voorkomen, vinden we meestal een grote

elementen.

soortenrijkdom’ (ecopedia, 2022).

Bijvoorbeeld open en dicht, hoog en laag.

Duinen Goeree & Kwade Hoek Duinen Goeree & Kwade Hoek is een duingebied bestaande uit veel verschillende landschappen op de kop van het Zuid-Hollandse eiland Goeree-Overflakkee. Het gebied heeft een oppervlakte van ca. 1624 ha. Vooral het gebied bij de Kwade Hoek is hoog-dynamisch en van hoge kwaliteit zonder dat er beheer wordt uitgevoerd. De kwaliteit van de habitattypen over het hele gebied genomen, en met name dieper het duin in, is echter niet altijd op orde. Voor de habitattypen waarvan genoeg data beschikbaar is, blijkt dat met name meerdere subtypen grijze duinen en vochtige duinvalleien te voedselrijk zijn, en dat dit met name wordt veroorzaakt door een te hoge stikstofdepositie. Mede hierdoor en door gebrek aan dynamiek is op veel plekken in het gebied een intensief beheer nodig om grijze duinen en vochtige duinvalleien in stand te houden. Voor vochtige duinvalleien liggen er mogelijk ook knelpunten in de vochttoestand. Veel habitattypen kennen een te kleine omvang voor een goede structuur en functie om zichzelf in stand te houden. Het gebrek aan begrazing met konijnen is een knelpunt in de grijze duinen. Witte en grijze duinen kennen daarnaast een gebrek aan dynamiek: er zijn niet voldoende stuifplekken aanwezig en voor witte duinen ontbreekt in verschillende deelgebieden ook een verstuivende zeereep.

De vochtige duinvalleien kennen naast een te geringe functionele omvang ook vergrassingsproblemen, wat indirect weer wijst op een teveel aan voedingsstoffen in het systeem. Ook spelen voor meerdere habitattypen problemen met exoten. Meerdere van de knelpunten zijn direct gerelateerd aan stikstof, of worden sterk positief beïnvloed door hoge mate van stikstofdepositie. Dit is het geval bij de processen van vergrassing en verstuweling, evenals de snelle verspreiding van stikstofminnende exoten als de Japanse Duizendknoop en verstoringsvegetatie als braam en brandnetel. Door hoge stikstofdepositie is daarom intensief beheer nodig, wat zorgt voor

Gebiedsagenda stikstof Duinen-Eilanden & Delta | Versie 0.5 (concept) | 13 mei 2022

11 van 32

significante logistieke en financiële belasting bij de terreinbeheerders en financiers, beperktere toegang tot het gebied en hogere frequentie van ingrepen.

Kernopgaven Duinen Goeree & Kwade Hoek Soort

Opgave

Witte duinen en embryonale

Ruimte voor natuurlijke verstuiving: witte duinen H2120

duinen

en embryonale duinen H2110 o.m. van belang als habitat voor strandplevier A138

Open vochtige duinvalleien,

Behoud oppervlakte en herstel kwaliteit van vochtige

inclusief vochtige duinbossen

duinvalleien (kalkrijk) H2190_B. Behoud vochtige duinvalleien H2190 als habitat van roerdomp A021, lepelaar A034, noordse woelmuis *H1340, nauwe korfslak H1014 en groenknolorchis H1903 (vergroting oppervlakte is vrijwel overal gedaan).

Graslanden

Ontwikkeling grijze duinen (heischraal) * H2130_C op kansrijke locaties.

Voornes Duin Voornes Duin is een duingebied met hoog kalkgehalte op de kop van het Zuid-Hollandse eiland VoornePutten. Het gebied heeft een oppervlakte van ca. 1432 ha. In Voornes Duin liggen vooral opgaven voor de kwaliteit en minder qua oppervlakte. Er ligt een ruimtelijke opgave ten aanzien van de habitattypen Duinbos droog en vochtig en Duinvalleien open water, hoewel er voor die habitattypen ook grote verschillen bestaan. Dit laatste wordt mogelijk wordt mede beïnvloed door verschillen in de gebruikte kaarten en theoretische en methodologische verschillen. Qua kwaliteit zijn er veel knelpunten, maar ook veel onzekerheden. Voor de habitattypen waar genoeg data beschikbaar van is, zijn er habitattypen niet op orde door te hoge stikstofdepositie, door een verstoorde vochttoestand, een te kleine omvang voor een goede structuur en functie om zichzelf in stand te houden, een gebrek aan begrazing met konijnen en/of een gebrek aan dynamiek wegens het ontbreken van voldoende stuifplekken. Meerdere van de knelpunten zijn direct gerelateerd aan stikstof, of worden sterk positief beïnvloed door hoge mate van stikstofdepositie. Dit is het geval bij de processen van vergrassing en verstruweling, evenals de snelle verspreiding van stikstofminnende exoten als de Japanse Duizendknoop en verstoringsvegetatie als braam en brandnetel.

Door hoge stikstofdepositie is daarom intensief beheer nodig.

Kernopgaven Voornes Duin Soort

Opgave

Grijze duinen

Uitbreiding en herstel kwaliteit van grijze duinen door tegengaan vergrassing en verstruweling

Gebiedsagenda stikstof Duinen-Eilanden & Delta | Versie 0.5 (concept) | 13 mei 2022

12 van 32

Droge Duinbossen

Uitbreiding oppervlakte (ook in zeereep) en verbetering kwaliteit (structuurvariatie en soortenrijkdom) van duinbossen (droog).

Open vochtige duinvalleien,

Behoud oppervlakte en herstel kwaliteit van vochtige

inclusief vochtige duinbossen

duinvalleien (kalkrijk). Behoud vochtige duinvalleien als habitat van lepelaar, noordse woelmuis, nauwe korfslak en groenknolorchis (vergroting oppervlakte is vrijwel overal gedaan).

Natura2000 grote wateren Deze paragraaf wordt nog nader afgestemd met projectleider Natura2000 Maartje Liefting Rijkswaterstaat beheert de grote wateren, waaronder de Natura2000-gebieden Grevelingen en KrammerVolkerak. Zij zijn daarmee ook de trekker van de beheerplannen. Deze beheerplannen bevatten maatregelen voor de goede instandhouding van de natuur en worden eens per zes jaar bijgesteld. Het beheerplan van de Grevelingen is geldig tot 18 november 2022. Naar verwachting wordt de geldigheid hiervan verlengd met maximaal 6 jaar. Voor Krammer-Volkerak is nog geen beheerplan vastgesteld omdat er voor dit gebied fundamentele keuzes gemaakt moeten worden, zoals het zout danwel zoet houden van het systeem. Recentelijk is ervoor gekozen het Krammer-Volkerak zoet te houden, waarmee ook een beheerplan in zicht komt. Grevelingen De Grevelingen is gelegen in een voormalige zeearm. Sinds de afsluiting door de Deltawerken is de Grevelingen het grootste zoutwatermeer van Europa geworden. De Grevelingen bevat een aantal eilanden waar uitgestrekte, soortenrijke duinvalleibegroeiingen, zilte pioniergemeenschappen en oeverzones met zilte begroeiingen, ruigten en struwelen voorkomen. Uit de natuurdoelanalyse volgt dat voor een aantal natuurdoelen nog inspanning nodig is qua oppervlak. Ook hebben een aantal habitattypen een restopgave qua kwaliteit.

Dit hangt samen met een aantal knelpunten in het gebied. De belangrijkste daarvan zijn ontzilting en het ontbreken van natuurlijke dynamiek. Voornaamste inspanningen voor enkele habitattypen: •

Voor de noordse woelmuis geldt dat het nodig is om leefgebied en uit te breiden, te verbinden, maar ook om structureel geïsoleerde leefgebied te creëren waar concurrentie beperkt is;

•

Voor de groenknolorchis is het nodig om groeiplaatsen te creëren. Voorwaarden zijn voldoende aanvoer van kalkrijk water en hiervoor is een eiland nodig waar een zoetwaterbel kan ontwikkelen;

•

Voor broedvogels van kale grond geldt dat voldoende pioniersomstandigheden aanwezig moeten zijn die als broedplaats kunnen dienen. Voor deze soort zijn (bij voorkeur) eilanden of kale oeverzones nodig.

Gebiedsagenda stikstof Duinen-Eilanden & Delta | Versie 0.5 (concept) | 13 mei 2022

13 van 32

Voor alle habitattypen en soorten waarbij vegetatiesuccessie een rol speelt door gebrek aan dynamiek in het systeem, is tevens geïntensiveerd beheer nodig om effecten van stikstofdepositie tegen te gaan. Kernopgaven Grevelingen Soort Visetende vogels

Kustbroedvogels en grijze zeehond Noordse woelmuis

Vochtige duinvalleien en grijze duinen

Opgave Foerageerfunctie visetende vogels: behoud foerageerfunctie visetende vogels in het bijzonder voor fuut, geoorde fuut en middelste zaagbek. Voortplantingshabitat: behoud ongestoorde rustplaatsen en optimaal voortplantingshabitat voor bontbekplevier, strandplevier, kluut, grote stern, dwergstern, visdief en grijze zeehond. Leefgebied noordse woelmuis: behoud van geïsoleerde eilanden als leefgebied voor noordse woelmuis (onbereikbaar voor concurrenten). Lage begroeiingen: behoud platen Grevelingen met lage begroeiingen van vochtige duinvalleien (kalkrijk) H2190B, grijze duinen *H2130, kruipwilgstruwelen H2170 en groenknolorchis H1903.

Krammer-Volkerak Het Krammer-Volkerak is een afgesloten zeearm waarin nog veel van de kenmerken van het voormalige intergetijdengebied bewaard zijn gebleven. Dit is onder andere terug te zien in de grote centrale geul en platen met ondiepere geulen. Het zoute getijdenmilieu heeft plaats gemaakt voor een zoet milieu zonder getijden. De laagste delen van het voormalige intergetijdengebied liggen permanent onder water, de hoogste delen zijn permanent drooggevallen. De natuurdoelanalyse van het Krammer-Volkerak is nog in ontwikkeling. Hieronder volgen onder voorbehoud wel al enkele uitkomsten uit de natuurdoelanalyse. Er ligt een ruimtelijke opgave voor een aantal habitattypen zoals zilte pionierbegroeiing met zeekraal, schorren en zilte graslanden, kalkrijke vochtige duinvalleien en ruigten en zomen met harig wilgenroosje. Ook is de kwaliteit van deze habitats vaak niet op orde. Problemen worden veroorzaakt door te hoge stikstofdepositie, ontzilting, verdroging, een te kleine omvang voor een goede structuur en functie om zichzelf in stand te houden, en een gebrek aan dynamiek door afwezigheid van getij. Noordse woelmuis ondervindt met name problemen door intensief begrazingsbeheer (tegengaan verruiging, indirect vaak veroorzaakt door een hoge stikstofdepositite) en een toename van concurrentie door andere woelmuizen o.a. door verdroging.

Het Karmmer-Volkerak heeft een grote opgave voor (broed)vogels en deze laten een wisselend beeld zien. Met een aantal soorten gaat het goed, met een aantal slecht. Vaak is voedselbeschikbaarheid een probleem maar voor broedvogels speelt ook het gebrek aan dynamiek een rol en daardoor versnelde vegetatiesuccessie. Vooral vogels die afhankelijk zijn van kale gronden ondervinden problemen bij

Gebiedsagenda stikstof Duinen-Eilanden & Delta | Versie 0.5 (concept) | 13 mei 2022

14 van 32

verruiging van broedgebieden. Dit wordt door stikstofdepositie versterkt en het terugzetten van dergelijke successie-stadia vergt een grote financiële inspanning. Kernopgaven Krammer-Volkerak (volgens het concept gebiedendocument) Soort

Opgave

Diverse vogels

Broedgelegenheid en foerageergebied: behoud habitat broedvogels als dwergstern, visdief, lepelaar, foerageergebied voor ganzen.

Kustbroedvogels en grijze

Voortplantingshabitat: behoud ongestoorde

zeehond

rustplaatsen en optimaal voortplantingshabitat voor bontbekplevier, dwergstern, visdief.

Nederlands Natuurnetwerk Het Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van natuurgebieden door heel Nederland. Het doel van dit netwerk is om voldoende leefgebied te creëren en de verschillende subpopulaties van flora en fauna te verbinden. Door het verbinden wordt het leefgebied groter en zijn populaties minder kwetsbaar voor calamiteiten (bijv. klimaatverandering). Binnen het NNN zijn er gebieden met en zonder Natura 2000status. Er is een NNN-begrenzing vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening. Deze begrenzing omvat reeds bestaande natuurgebieden en gebieden die, ten behoeve van het complementeren van het netwerk, nog moeten worden omgevormd naar natuur. De afspraak met het Rijk is dat het NNN uiterlijk eind 2027 is gerealiseerd en een functionerend natuurnetwerk vormt dat ondersteunend is aan de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura2000-gebieden in het netwerk.

Andere natuur Ook buiten het NNN is aandacht voor de natuur. Dit in de vorm van agrarisch natuur- en landschapsbeheer en uitbreiding van bos en bomen. •

Agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLB): grote delen van het agrarisch gebied zijn opgesteld voor subsidie voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Dit houdt in dat een agrariër een deel van zijn land herinricht om leefgebieden van bepaalde doelsoorten in stand te houden. Er zijn vier soorten leefgebieden benoemd, die overeenkomen met de agrarische natuurtypen uit de Index Natuur en Landschap: open grasland, open akkerland, natte dooradering en droge dooradering. Het grootste oppervlak op de Duinen-Eilanden betreft open akkerland, droge dooradering en natte dooradering. Denk hierbij aan landschapselementen en bloemrijke randen. Een deel is opengrasland, wat leefgebied is voor weidevogels. De subsidies worden aangevraagd via een agrarisch collectief met een plafondbedrag vanuit de provincie.

•

Bos- en bomenbeleid: In 2020 is het provinciale bos- en bomenbeleid vastgesteld. Daarin is afgesproken om mogelijkheden te onderzoeken voor bosuitbreiding. Dit omdat bosuitbreiding bijdraagt aan biodiversiteit, het vestigingsklimaat van de regio én de recreatiedruk op NNN kan

Gebiedsagenda stikstof Duinen-Eilanden & Delta | Versie 0.5 (concept) | 13 mei 2022

15 van 32

verminderen. Inmiddels is er een ruimtelijke strategie Bos- en bomen opgesteld en is een bosmakelaar gestart om initiatieven te ondersteunen. Op de noordrand van Voorne Putten werken Staatsbosbeheer en het recreatieschap aan vitalisering en uitbreiding van bossen.

3.2 Stikstof Een groot deel van de natuur op de Duinen-Eilanden en in de Delta is stikstofgevoelig en overbelast. Onderstaande afbeeldingen laten zien waar de stikstofgevoelige natuur zich bevindt en in welke mate deze overbelast is.

Voornes Duin

Grevelingen

Duinen Goeree en Kwade Hoek (Aerius monitor, 2022. Data uit 2019).

Krammer-Volkerak (Aerius monitor, 2022. Data uit 2019).

Figuur 3: stikstofoverbelasting (Aerius monitor, 2022. Data uit 2019).

Gebiedsagenda stikstof Duinen-Eilanden & Delta | Versie 0.5 (concept) | 13 mei 2022

16 van 32

Bureau Wing heeft samen met de provincie in 2022 een aantal berekeningen gedaan om meer te weten te komen over de stikstofbelasting op de Natura2000-gebieden binnen de Duinen en waar deze vandaan komt. Hieronder staan een aantal relevante uitkomsten uit dit rapport. Zie voor het volledige rapport de bijlage. Overbelasting Uit berekeningen van bureau Wing blijkt dat zo’n 38% van de stikstofgevoelige natuur in Voornes Duin overbelast is. Voor Duinen Goeree en Kwade Hoek is dat circa 26%, voor de Grevelingen ca. 22% en voor Krammer-Volkerak 11% (Ze figuur 4). De gemiddelde depositie in de Duinen-Eilanden & Delta varieert tussen de 1120-1612 mol N/ ha/ j. De overbelasting op stikstofgevoelige natuur is zo’n 230-310 mol/ N/ ha/ j. Dat resulteert in een benodigde stikstofdepositiereductie van ca. 18% voor Voornes Duin, 27,5% voor Duinen Goeree en Kwade Hoek, 28,5% voor de Grevelingen en 17% voor Krammer-Volkerak (zie figuur 5).

Figuur 4: mate van overbelasting. Zie kleurenlegenda hierboven.

Figuur 5: gemiddelde overbelasting stikstofgevoelige natuur t.o.v. gemiddelde totale stikstofdepositie.

Gebiedsagenda stikstof Duinen-Eilanden & Delta | Versie 0.5 (concept) | 13 mei 2022

17 van 32

Bronnen De stikstof die op de Duinen-Eilanden & Delta neerslaat heeft verschillende bronnen. Een zeer groot deel van de stikstof komt vanuit het buitenland (ca. 45%). De landbouw draagt zo’n 20-25% bij aan stikstofdepositie. Dat is relatief weinig in vergelijking met veel andere Natura2000-gebieden in Nederland. In vergelijking met andere gebieden is er juist veel stikstofdepositie afkomstig van ‘overige sectoren’, zo’n 10-15%. Hier valt o.a. recreatie onder. De scheepvaart draagt zo’n 8% bij en wegverkeer circa 5%. Deze ordegrootte geeft een indicatie van sectoren waarin maatregelen nemen tot het meeste resultaat leidt (zie figuur 6).

Figuur 6: depositiebijdrage sectoren (Aerius 2022, data uit 2019).1

Lokale bronnen Zo’n 200 mol N/ ha/ j van de stikstof die neerslaat op de Duinen-Eilanden is afkomstig van bronnen binnen een straal van 5km rond het Natura2000-gebied2 (zie figuur 7). De algehele stikstofoverbelasting op de stikstofgevoelige natuur in deze gebieden is circa 300 mol. Dit laat zien dat met lokale, gebiedsgerichte maatregelen niet de gehele stikstofoverbelasting opgelost kan worden, maar wel degelijk substantiële impact gemaakt kan worden. Noot hierbij is wel dat deze 200 ml N/ ha/ j alle stikstofemissies omvat. Een volledige reductie tot 0 mol N/ ha/ j is daarom zeker niet realistisch. Voor de Delta is 120-140 mol N/ ha/ j afkomstig van bronnen binnen een straal van 5km rond het Natura2000-gebied. De overbelasting is hier echter een stuk hoger: 384 mol N/ ha/ j voor de Grevelingen en

1

Noot: voorheen kende deze figuur ook een categorie ‘ammoniak uit zee’. Het is echter nog niet met

zekerheid vastgesteld waar deze ammoniak vandaan komt. Deze categorie is daarom geschrapt en is nu een apart categorie genaamd meetcorrectie. Voor de Duinen-Eilanden is deze meetcorrectie 11%. Momenteel wordt landelijk onderzocht waar deze ammoniak vandaan komt. Zodra dit bekend is, zal dit in de nieuwe cijfers meegenomen worden.

Gebiedsagenda stikstof Duinen-Eilanden & Delta | Versie 0.5 (concept) | 13 mei 2022

18 van 32

229 mol N/ ha/ j voor Krammer-Volkerak. Generieke maatregelen om de stikstofdeken over heel Nederland terug te dringen zijn hier onontbeerlijk om onder KDW te komen.

Figuur 7: totale depositie afkomstig van bronnen binnen 5km van de Natura2000-grens en de totale depositie.

3.3 Economische ontwikkeling Een onderdeel van de gebiedsgerichte aanpak is het mogelijk maken van maatschappelijke, economische en ruimtelijke ontwikkelingen. Voor veel van zulke ontwikkelingen is het nodig een vergunning aan te vragen die het goedkeurt om stikstof uit te stoten. Zo’n vergunning wordt enkel verstrekt als kan worden aangetoond dat door deze ontwikkeling op geen enkele hexagoon de totale stikstofemissie stijgt. Dit leidt ertoe dat initiatiefnemers van ontwikkelingen hun stikstofuitstoot moeten compenseren, bijvoorbeeld door hun eigen stikstofuitstoot in het gebied te verkleinen (intern salderen) of vergunde stikstofruimte van een andere partij over te kopen (extern salderen). Overheden experimenteren ook met stikstofbanken waar zij stikstofruimte op stallen door gerichte maatregelen te nemen. Deze stikstofruimte kan dan aan bepaald doel worden besteed, waardoor intern of extern salderen niet meer nodig is. Al met al is het sinds 2019 (ongeldigheidsverklaring PAS door de Raad van State) een stuk lastiger geworden om een stikstofvergunning te verkrijgen en maatschappelijke, economische of ruimtelijke ontwikkeling doorgang te laten vinden. Met partners aan de gebiedstafel is daarom tijdens kaartsessies in beeld gebracht welke gewenste ontwikkelingen er zijn. Een overzicht hiervan is te vinden in bijlage 2.

Vanuit de gebiedstafel is naar voren gekomen dat er op de korte en middellange termijn maar beperkt ontwikkelingen vastlopen op een stikstofvergunning. Voor de lange termijn is het lastig om nu al aan te geven wat de behoeften zijn en of er knelpunten zullen ontstaan. Kantekening hierbij is dat de ontwikkelbehoeften al een jaar geleden zijn geïnventariseerd. De ontwikkelwensen zijn in de tussentijd veranderd en ook de juridische werkelijkheid is niet meer dezelfde.

Gebiedsagenda stikstof Duinen-Eilanden & Delta | Versie 0.5 (concept) | 13 mei 2022

19 van 32

4. Maatregelen en effecten 4.1 Natuurmaatregelen en -effecten In deze paragraaf staat beschreven welke maatregelen worden genomen om de goede staat van instandhouding in de Natura2000-gebieden Voornes Duin, duinen van Goeree en Kwade Hoek te bereiken. Het gaat hierbij om maatregelen binnen het Natura2000-gebied, maar ook om maatregelen daarbuiten die bijdragen aan de goede staat van instandhouding van het Natura2000-gebied. Relevante maatregelen voor natuurverbetering Natura2000

1.

Maatregelen binnen de Natura2000 om een goede staat van instandhouding te realiseren

NNN

2.

(Versneld) realiseren geplande NNN-gebieden

Andere

3.

Uitbreiding subsidieregeling agrarisch natuur- en landschapsbeheer

natuur

4.

Landschapsvisie Goeree van de Groene Raad

1 Maatregelen binnen de Natura2000 om een goede staat van instandhouding te realiseren Maatregelen binnen de Natura2000-gebieden Voornes Duin, Duinen van Goeree & Kwade Hoek worden door de provincie en terreinbeherende organisaties met belanghebbenden afgestemd en vastgelegd in beheerplannen. De terreinbeherende organisaties voeren deze maatregelen vervolgens uit. Het beheerplan wordt eens per zes jaar bijgesteld. Het beheerplan van Voornes Duin is vastgesteld in 2016 en vanwege verlenging geldig tot 18 mei 2026. Het beheerplan van Duinen Goeree & Kwade Hoek is geldig tot 2025. Om te bepalen welke maatregelen er in de Natura2000-gebieden genomen moet worden zijn er natuurdoelanalyses opgesteld met daarin mogelijke maatregelen. Een randvoorwaarde voor de effectiviteit van natuurmaatregelen is een reductie van de stikstofdepositie tot onder de KDW. Omdat daarvoor nog flink wat inspanning nodig is, is het niet de verwachting dat dit de komende jaren al het geval zal zijn. Desondanks is het zinvol systeem- en procesmaatregelen uit te voeren, omdat deze er op gericht zijn om het systeem op een hoger niveau op orde te brengen en de potentie te benutten. Dit kan er voor de korte termijn ook voor zorgen dat de nadelige effecten van een te hoge stikstofdepositie grotendeels teniet worden gedaan. Voor patroonmaatregelen geldt dit in mindere mate.

Het uitvoeren hiervan kan wel zinvol zijn om te voorkomen dat de kwaliteit van de natuur verder achteruit gaat en herontwikkeling in de toekomst wordt belemmerd. Soorten natuurmaatregelen en door wie deze worden bepaald/ afgestemd Systeemmaatregelen: natuurlijke ontwikkeling/ successie Een systeemmaatregel leidt ertoe dat een habitattype kan ontstaan zonder ingrijpen van de mens. De enige ingreep is het creëren van de juiste omstandigheden, bijvoorbeeld door negatieve externe invloeden te weren. Voorbeelden hiervan zijn: begrenzing aanpassen van duingebieden

Gebiedsagenda stikstof Duinen-Eilanden & Delta | Versie 0.5 (concept) | 13 mei 2022

20 van 32

die kustwaarts uitbreiden door aananding;peilveranderingen; natuurlijke ontwikkeling (successies niet tegenhuiden). Systeemmaatregelen zijn grote maatregelen die alleen breed afgestemd tot uitvoering kunnen komen. Borging van deze maatregelen vindt plaats op landelijk niveau en binnen gebiedsgerichte aanpakken. Om het mogelijk te maken om deze maatregelen uit te voeren worden ze meegenomen in de gebiedsgerichte aanpak Duinen-Eilanden en in het landelijk traject voor stikstofreductie en natuurherstel. Hier vindt de afstemming plaats of en hoe deze maatregelen geborgd worden. Procesmaatregelen: de juiste omstandigheden creëren Maatregelen die een nieuwe abiotische uitgangssituatie creëren, maar vervolgens de natuur zijn gang laten gaan. Met deze maatregelen beïnvloed je het proces, natuurlijke ontwikkeling bepaalt het resultaat. Voorbeelden hiervan zijn: aanleg kerven in de zeereep; aanleggen stuifplekken; verminderen graasdruk (vooral in periodes van droogte); omvormen van struweel naar kalkrijk grijs duin. Procesmaatregelen kunnen op kleinere schaal plaatsvinden dan systeemmaatregelen. De maatregelen kunnen veel impact hebben, afstemming hierover is daarom in een aantal gevallen noodzakelijk. Borging hiervan gebeurt daarom in de Natura2000-beheerplannen en/of overeenkomsten.

Het proces van het opstellen en uitvoeren van een beheerplan is een 6-jaars cyclus die de provincie samen met terreinbeherende organisaties doorloopt. Patroonmaatregelen: directe invloed Deze maatregelen beïnvloeden direct het resultaat op het niveau van vegetatie. Voorbeelden hiervan zijn: aanpassen begrazingsdruk; plaggen/maaien; verwijderen gebiedsvreemde soorten/ exoten; rust creëren (zoneren recreatie en mechanische beach cleaning). Patroonmaatregelen hebben directe invloed op het habitattype. Het zijn relatief kleine maatregelen maar ze kunnen zeer veel impact hebben. Meestal zijn deze maatregelen al geborgd in het Natura2000-beheerplan. Maatregelen in Voornes Duin, Duinen Goeree & Kwade Hoek focussen vooral op het verbeteren van de kwaliteit van habitats en leefgebieden van fauna. Onder de tot zover voorgestelde maatregelen vallen systeem-, proces-, en patroonmaatregelen. Idealiter houdt de natuur zichzelf zoveel mogelijk in stand door natuurlijke dynamiek zoveel mogelijk toe te laten. Een voorbeeld van een dergelijke maatregel is het bevorderen van verstuiving van kalkrijk zand naar het achterland door kerven in de zeereep aan te brengen (Duinen Goeree en Kwade Hoek) of achter de zeereep stuifkuilen aan te leggen (Voornes Duin). Maatregelen die voorzien zijn voor deze gebieden: •

Nabeheer/ontwikkelingsbeheer voormalige PAS projecten;

•

Groot- en kleinschalige verstuivingsprojecten;

Gebiedsagenda stikstof Duinen-Eilanden & Delta | Versie 0.5 (concept) | 13 mei 2022

21 van 32

•

Aanpassingen hydrologie (e.g., vernatting leefgebied Noordse woelmuis);

•

Drukbegrazing en seizoensbegrazing;

•

Intensivering van monitoring (vegetatiekarteringen, hydrologie) ;

•

Exotenbeheer (japanse duizendknoop, watercrassula, Amerikaanse vogelkers, Mahonie);

•

Rust garanderen voor fauna (beach cleaning en recreatie zoneren);

•

Intensivering regulier beheer (e.g. maaien en afvoeren).

2 (Versneld) realiseren geplande NNN-gebieden Direct tegen de Natura2000-gebieden liggen op Voorne en Goeree stukken die zijn aangewezen als NNN (zie figuur 8). De provincie heeft vanuit het Rijk de verplichting deze NNN-gebieden uiterlijk in 2027 gerealiseerd te hebben. Op Voorne Putten is dit de Schapengors en op Goeree de binnenduinrandzone. Beide zijn belangrijk als bufferzone naast de Natura2000-gebieden. De gebieden vormen een binnenduinrandzone op de overgang van duin naar polder. In beide gebieden zullen de agrarische gronden worden omgevormd tot een optimale uitgangssituatie voor de ontwikkeling naar vegetaties variërend van open duin en duinvallei tot vochtig weidevogelgrasland en kruiden- en faunarijk grasland. Daarnaast zijn de nog te realiseren ecologische verbindingen (blauw op onderstaande kaartje) van belang voor de migratie van doelsoorten 3 en het verbinden van de Natura2000-gebieden met de rest van het Natuurnetwerk.

Figuur 8: Nederlands Natuurnetwerk op de Duinen-Eilanden. Rood nog in te richten NNN, blauw nog te realiseren NNN-verbindingen.

Vervolgstappen: In Q3-4 gaat de provincie in gesprek met de agrarische sector over de toekomstvisie op

een vitale en duurzame landbouw in dit gebied . Zie maatregel 5 voor nadere toelichting op het doel en de scope van dit onderzoek. Als onderdeel van dit onderzoek maakt de provincie inzichtelijk waar de

Doelsoorten zijn de diersoorten waarvoor Nederland op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn de internationale verplichting heeft om de staat van instandhouding van deze soorten te behouden of verbeteren. 3

Gebiedsagenda stikstof Duinen-Eilanden & Delta | Versie 0.5 (concept) | 13 mei 2022

22 van 32

beoogde natuurinrichting uit bestaat. Daarbij wordt gekeken naar mogelijkheden voor de zelfrealisatie van natuur, kavelruil, bedrijfsverplaatsing of -beëindiging. Effect: betere verbinding tussen Natura2000-gebieden, betere migratie van doelsoorten, bufferzone voor recreatieve druk op Voornes Duin (Schapengors), beter vasthouden en benutten van uitstromend water, waardoor nieuwe natuur en bestaande vegetatie een beter passende watervoorziening heeft, stikstofreductie van 30 mol N/ ha/ j op Voornes Duin en 67 mol N/ ha/ j op Duinen Goeree en Kwade Hoek. 3 Uitbreiden subsidieregeling agrarisch natuur- en landschapsbeheer Er is een subsidieregeling voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Deze is financieel echter niet altijd ruim genoeg om te passen in een gezond verdienmodel voor agrariërs. Ook is er nog niet altijd voldoende budget voor het aanleggen van landschapselementen. Vervolgstappen: nader uit te werken Effect: aantrekkelijkere regeling voor agrariërs, sterker leefgebied voor verschillende doelsoorten, minder stikstofuitstoot door verminderd agrarische activiteit. 4 Maatregel: steunen landschapsvisie Goeree van de Groene Raad Op Goeree heeft een overlegorgaan van een aantal natuurbeschermingsorganisaties genaamd de Groene raad een landschapsvisie opgesteld om de natuurwaarden te versterken.

Op hoofdlijnen komt dit neer op: versterken van bestaand NNN door aankoop extra grond; aankoop extra grond Oude Oostdijk/ Kwade Hoek om de in te kunnen richten als natte (biodiverse) graslanden; verbeteren van de zoetwatersituatie ten westen van Ouddorp. De doelen en beoogde maatregelen van deze landschapsvisie komen veelal overeen met de doelen en beoogde maatregelen van de provincie. Vervolgstappen: nader uit te werken. Effect: versneld realiseren natuurdoelen provincie.

4.2 Bronmaatregelen en -effecten In de gebiedsgerichte aanpak stikstof zijn op verschillende manieren bronmaatregelen benoemd en onderzocht. Gebiedspartners hebben mogelijke bronmaatregelen aangedragen en Bureau Wing heeft kaartsessies georganiseerd waarin met de gebiedspartners potentiële maatregelen zijn geïnventariseerd. Bureau Wing heeft vervolgens middels berekeningen geschat hoeveel de stikstofdepositie afneemt als er bepaalde maatregelen genomen worden. De hieronder genoemde maatregelen zijn met elkaar verkend op basis van vrijblijvendheid. De volgende stap is als gebiedspartners met elkaar in gesprek over de relevante maatregelen voor natuurverbetering en stikstofreductie. Welke maatregelen zijn maatschappelijk wenselijk en uitvoerbaar? Welke afspraken zijn er nodig en hoe wordt voorzien in capaciteit en budget? Indien wenselijk volgen naar aanleiding van deze gesprekken nog gedetailleerde berekeningen. Noot bij de stikstofberekeningen van Bureau Wing en de provincie (2022): Voor de berekeningen is een brondepositiematrix heeft gebruikt. Dit is een zelf ontwikkelde tool gebaseerd op AERIUS Monitor. De

Gebiedsagenda stikstof Duinen-Eilanden & Delta | Versie 0.5 (concept) | 13 mei 2022

23 van 32

brondepositiematrix kan in vergelijking met AERIUS Monitor sneller berekeningen maken. Deze zijn wel meer op hoofdlijnen. De werking van de brondepositiematrix is niet geheel inzichtelijk voor de gebiedspartners en biedt af en toe niet het detailniveau dat gewenst is. Daarom worden de berekeningen wél gebruikt om inzicht te geven in de bronnen en ordegrootte van maatregelen, maar niet om te focussen op de exacte stikstofreductie van specifieke maatregelen. Relevante gebiedsgerichte maatregelen4 voor stikstofreductie Agrarische

5.

Onderzoek naar vitale en duurzame agrarische sector

Natuur

6.

(Versneld) realiseren geplande NNN-gebieden

Dieren

7.

Onderzoeken depositiebijdrage en maatregelen hondenontlasting

Mobiliteit

8.

Stimuleren van maatregelen voor duurzame mobiliteit

sector

5 Onderzoek naar vitale en duurzame agrarische sector De provincie gaat in gesprek met vertegenwoordigers van de agrarische sector om samen tot een gemeenschappelijke, inhoudelijke visie op de toekomst te komen. Een duurzaam toekomstperspectief voor het landelijk gebied en de agrarische sector staat hierin centraal. Deze gemeenschappelijke basis is breder dan de stikstofopgave. Het gaat over de toekomstvisie op een vitale en duurzame landbouw, landschapsbeheer en vitaliteit van het platteland in relatie tot opgaven voor natuur, stikstofreductie, klimaat en water. Hierbij wordt o.a. gekeken naar andere en aanvullende verdienmodellen voor de boer en de toepassing van innovaties en managementmaatregelen om emissies te voorkomen en landbouwkundige bedrijfsvoering rendabel mee te maken. Effect: inzicht in maatregelen die stikstofuitstoot verminderen en andere duurzaamheidstransities versnellen; inzicht in verdienmodellen voor agrariërs. Vervolgstappen: invulling en planning van dit onderzoek volgen later. Te denken valt aan een start middels keukentafelgesprekken met agrariërs nabij de Natura200-gebieden van de Duinen-Eilanden en Delta. De aanpak hiervan wordt afgestemd met de gebiedspartners uit de agrarische sector. 6 (Versneld) realiseren geplande NNN-gebieden Zie maatregel 2 voor nadere toelichting van deze maatregel.

7 Onderzoeken depositiebijdrage en maatregelen hondenontlasting 5 Deze tabel bevat enkel de maatregelen die worden opgepakt vanuit de gebiedsgerichte aanpak stikstof Duinen. De maatregelen die vanuit het Rijk en provinciebreed (bijvoorbeeld terugdringen stikstofuitstoot van het Haven Industrieel Complex) worden opgepakt zijn niet in deze gebiedsagenda stikstof Duinen opgenomen. 5 Ook de stikstofuitstoot van paarden en ganzen is eerder aan bod gekomen in de gebiedsgerichte aanpak. 4

Uit berekeningen van Wing (2022) blijkt dat minder dan 1 mol N/ ha/ j afkomstig is van paarden.

Gebiedsagenda stikstof Duinen-Eilanden & Delta | Versie 0.5 (concept) | 13 mei 2022

24 van 32

Op enkele plaatsen in de Natura2000-gebieden wandelen veel hondeneigenaren met hun viervoeter. De ontlasting van deze honden leidt tot een extra stikstofbelasting op het gebied. Uit onderzoek van de Vlaamse onderzoekers De Frenne et al. (2022) bleek dat honden verantwoordelijk waren voor 56% van de totale stikstofdepositie in vier natuurgebieden nabij de stad Gent. Bureau Wing heeft voor de bosjes van Poot, nabij Natura2000-gebied Westduinpark, een berekening gedaan naar de invloed van hondenontlasting. Hieruit blijkt dat het uitlaten van honden in de Bosjes van Poot een zeer lokaal effect heeft van 19 mol N/ ha/ j op de nabijgelegen Natura2000. Dit is enkel de indirecte stikstofdepositie door vervlieging van stikstof. Als ook de directe stikstofdepositie van honden die daadwerkelijk in het Natura2000-gebied ontlasten meegenomen wordt, is het aannemelijk dat de depositie nog flink hoger is. Het is aannnemelijk dat hondenontlasting op en nabij plekken waar veel honden uitgelaten worden op de Duinen-Eilanden & Delta ook leidt tot relevante stikstofdepositie. Effect: vanwege recente nieuwe wetenschappelijke inzichten is het lastig te zeggen wat de exacte bijdrage is, maar de bijdrage is plaatselijk zeker zeer relevant. Vervolgstappen: het tegengaan van hondenontlasting in Natura2000-gebieden is lastig.

Uit het rapport van Wing (2022) komt naar voren dat vervolgonderzoek wenselijk is. Komende tijd bepalen de gebiedspartners wat de juiste vervolgstappen zijn voor deze stikstofbron. Daarbij wordt gekeken naar de uitvoerbaarheid van maatregelen. 8 Stimuleren van maatregelen voor duurzame mobiliteit Personen- en vrachtverkeer hebben lokaal een zeer relevante invloed op de stikstofdepositie op Natura2000-gebieden. Vooral rond de plaatsen waar auto’s vaker langzaam rijden of stilstaan is de belasting hoog. Dit zijn o.a. de dorpen Rockanje en Oostvoorne, vakantiepark EuroParcs en de Punt nabij de Brouwersdam. Veel winst valt te behalen bij het elektrificeren van vervoer. Het volledig elektrificeren van personenvervoer kan bijvoorbeeld zo’n 12-34 mol N/ha/ jaar schelen (Wing, 2022). De grootste ontwikkeling rondom elektrisch personenvervoer volgen vanuit wet- en regelgeving vanuit het Rijk. Zo moeten alle nieuwe auto’s in 2030 elektrisch zijn. Dit is daarmee onderdeel van het autonome pad. Vanuit de gebiedsgerichte aanpak kunnen we wel maatregelen stimuleren die de transitie naar elektrisch personenvervoer versnellen. Duurzaamheid is hier vaak de primaire reden om een maatregel te nemen; reductie van de stikstofdepositie is een koppelkans. Mogelijke maatregelen waarvan de verwachte stikstofreductie beperkt is (< 1 mol N/ ha/ j), maar die ook vanuit o.a.

de energietransitie en een schone lucht gewenst zijn.

Maatregelen om deze stikstofbron te verminderen zijn daarom irrelevant en hier niet meegenomen. De uitstoot van ganzen wordt nader onderzocht in de gebiedsgerichte aanpak stikstof Biesbosch. De uitkomsten daarvan worden gedeeld met de gebiedsgerichte aanpak stikstof Duinen-Eilanden & Delta.

Gebiedsagenda stikstof Duinen-Eilanden & Delta | Versie 0.5 (concept) | 13 mei 2022

25 van 32

•

Aanleggen van laadpalen voor elektrische auto’s op parkeerplaatsen nabij recreatiegebieden en bezoekerscentra. Particulieren met een elektrische auto kunnen gratis een laadpaal laten aanleggen. Voor publieke locaties is dit niet het geval en is aanvullende financiering gewenst. Dit verlaagt de drempel om de Duinen-Eilanden met een elektrische auto te bezoeken. De gemeenten GoereeOverflakkee, Westvoorne en Hellevoetsluis bekijken op welke locaties nabij Natura2000 een laadpaal gewenst zou zijn.

•

Realiseren van hubs voor deelfietsen nabij recreatiegebieden. Het openbaar vervoer rijdt niet overal door naar het strand. Veel bezoekers pakken daarom toch de auto. Het neerzetten van betaalbare deelfietsen maakt het aantrekkelijker om met het OV te gaan. Genoemde locaties zijn Oostvoorne, waar de laatste bushalte 2km van het strand ligt, en huisjesparken langs de Duinweg in Hellevoetsluis. De gemeenten Goeree-Overflakkee, Westvoorne en Hellevoetsluis bekijken momenteel op welke locaties deelfietsen gewenst zouden zijn.

•

Stimuleren van fietsgebruik Voorne middels programma Fiets & Voorne. Hellevoetsluis, Brielle en Westvoorne (vanaf januari 2023 gemeente Voorne aan Zee), de MRDH en partners werken aan het programma Fiets & Voorne. Het programma Fiets & Voorne heeft ten doel fietsgebruik te stimuleren door in te zetten op bereikbaarheid, comfort, digitalisering en veiligheid. Met de komst van de elektrische fiets en de speedpedelec, is de fiets meer concurrerend aan de auto op het gebied van afstand en reistijd. Er wordt ingezet op bereikbaarheid, veiligheid, comfort, gedrag en digitalisering, voor zowel utilitair als toeristisch/recreatief fietsverkeer. In Q2 van 2022 worden kansvolle projecten in kaart gebracht, waarna al vlot pilots gestart kunnen worden. Voorbeelden hiervan zijn: het veiliger en comfortabeler inrichten van fietsroutes, missing links in het fietsnetwerk in kaart brengen en (waar mogelijk) oplossen en het verbeteren/uitbreiden van stallingsmogelijkheden. De effecten hiervan zijn minder autogebruik, schonere lucht, gezondere bewoners en een aantrekkelijker woonen recreatieklimaat. De partners van Fiets & Voorne bepalen welke pilot(s) zij uit willen voeren om fietsgebruik te stimuleren en gaan hiermee aan de slag.

Effect: verminderen stikstofemissies, schonere lucht, minder CO2-uitstoot. Vervolgstappen: de gebiedspartners gaan nader met elkaar in gesprek over relevante en uitvoerbare maatregelen voor mobiliteit en welke middelen nodig zijn om dit te realiseren.

4.3 Raakvlakken met andere akkoorden en programma’s Een aantal maatregelen zijn voor wat betreft hun bijdrage aan stikstofdepositie niet of weinig relevant, maar hebben onder gebiedspartners draagvlak vanwege een brede betekenis voor bijvoorbeeld verduurzaming. Het is mogelijk om deze maatregelen dan uit te voeren als onderdeel van het klimaatakkoord of schone luchtakkoord.

Klimaatakkoord (2019) Het Klimaatakkoord is een verzameling van maatregelen die het Rijk in 2019 aankondigde, met als doel de uitstoot van koolstofdioxide te verminderen en zo de Nederlandse bijdrage aan wereldwijde klimaatverandering te beperken. Het is een akkoord tussen het Rijk en 300 organisaties en bedrijven.

Gebiedsagenda stikstof Duinen-Eilanden & Delta | Versie 0.5 (concept) | 13 mei 2022

26 van 32

Afspraken uit het eerder gemaakte Energieakkoord (2013) zijn hierin opgenomen. Vanuit het Energieakkoord zijn regionale warmtetransitieplannen (RES’en) gemaakt voor de regio’s Rotterdam-Den Haag (Voorne) en Goeree-Overflakkee.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11568234/1