22 05 bestemmingsplan Hoflaan, IJsvogellaan en Duinoord
Tekst van het document
In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied, bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw, bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of natuurbeheer, of bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage 6 bij deze verordening. Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. Onderzoeken IJsvogellaan Gebiedsbescherming Op ca. 1,5 km vanaf het plangebied bevindt zich het Natura 2000‐gebied het Voornes Duin. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van dit gebied en er is geen sprake van fysieke aantasting. Vanwege de afstand is ook negatief effect ten gevolge van trilling, geluid of lichtvervuiling uitgesloten. Negatief effect ten gevolge van stikstofdepositie is eveneens uitgesloten vanwege de kleinschaligheid van de ontwikkeling en de afstand tot stikstofgevoelige habitats (bevestigd m.b.v.
een schetsberekening in AERIUS Calculator). Om deze redenen is de ontwikkeling niet vergunningplichtig ten aanzien van Natura‐2000 wetgeving.
Rho adviseurs voor leefruimte
33
Het plangebied is niet gelegen in onderdelen van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), noch in belangrijk weidevogelgebied. De ontwikkeling leidt niet tot negatief effect op de wezenlijke waarden en kenmerken, de oppervlakte of de samenhang van deze groengebieden. Er is geen sprake van een conflict met de Provinciale Omgevingsverordening. Het stikstofonderzoek naar de bouw‐/aanlegfase en de gebruiksfase is uitgevoerd door IDDS. Het volledige onderzoek staat in bijlage 4. De conclusie luidt dat er geen beschermde natuurgebieden worden getroffen door deze ontwikkeling. De rekentool geeft op basis van de opgestelde input, geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Als gevolg van het planvoornemen treedt er dus geen stikstofdepositie op in Natura 2000‐gebied. Soortenbescherming Voor dit perceel heeft Breur Ecologie & Onderzoek een quickscan ecologie uitgevoerd aan de IJsvogellaan 1 te Oostvoorne. Het betreft een onbebouwd terrein gelegen in de bebouwde kom, wat bestaat uit een gazon en een siertuin/moestuin. Het perceel grenst aan andere woonpercelen en een glazen kas met naastgelegen vijver. Aan de noordzijde van het perceel bevindt zich een dichte beukenhaag. Op het kavel zal één woonhuis gebouwd worden, het overige deel van het kavel wordt ingericht als tuin. Het volledige onderzoek staat in bijlage 7 van dit bestemmingsplan.
In deze paragraaf worden beknopt de conclusies beschreven die uit de quickscan naar voren zijn komen: De geplande ontwikkeling heeft geen negatief effect op beschermde soorten of natuurgebieden (zowel op provinciaal als op Europees niveau); Aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing ten aanzien van de Wet natuurbescherming is niet nodig; De kap van beplanting dient plaats te vinden buiten het vogelbroedseizoen (grofweg half maart t/m half juli), of de beplanting dient voorafgaand aan de kap gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedgevallen; Het plangebied is geschikt voor onbeschermde dan wel vrijgestelde soorten (zoals algemene muizensoorten, egel, mol, gewone pad). Het aanvragen van een ontheffing is voor deze soorten niet nodig, wel geldt te allen tijde de zorgplicht (zie aanbevelingen). Duinoord Gebiedsbescherming Bureau Waardenburg heeft voor locatie Duinoord een stikstofonderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoek staat in bijlage 8 van dit bestemmingsplan. In deze paragraaf worden beknopt de conclusie beschreven. De nieuwe woningen in Oostvoorne leiden tot een extra depositie van stikstof op zeven habitattypen/leefgebieden in de aanlegfase en vijf habitattypen/leefgebieden in de gebruiksfase in het Natura 2000‐gebied Voornes Duin.
De bijdrage als gevolg van de bouw is voor de meeste habitattypen lager dan 0,1 mol en daarmee dermate laag dat significant negatieve effecten op instandhoudingsdoelen worden uitgesloten. Uit de ecologische effectbeoordeling voor alle habitattypen waar het project vier woningen een bijdrage voor levert volgt dat effecten op instandhoudingsdoelen op worden uitgesloten. De kwaliteit van de habitattypen is geborgd door de huidige beheermaatregelen. Met deze maatregelen wordt aanzienlijk meer stikstof aan het systeem onttrokken dan dat de bouw en het gebruik van vier woningen bijdraagt. De projectbijdrage in de bouw‐ en gebruiksfase voor vier woningen hebben geen negatief effect op reguliere beheermaatregelen en geen negatief effect op de kwaliteit van de betreffende habitattypen.
Rho adviseurs voor leefruimte
34
De bouw en het gebruik van de vier woningen levert minder emissie op dan het oorspronkelijke plan (bouw en gebruik van 18 appartementen). Een wijziging in het bestemmingsplan betekent dan ook een lagere emissie dan het huidige bestemmingsplan mogelijk maakt. Conform het stroomschema Toestemmingsverlening voor woningbouwprojecten met mogelijke stikstofdepositie is er voor realisatie en het gebruik van de vier woningen geen vergunningsplicht indien significant negatieve effecten zijn uit te sluiten. Omdat sprake is van een depositie boven de 0,00 mol/ha/jaar dient deze beoordeling te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Voor dit project is eerder een stikstofberekening uitgevoerd waarbij het effect wel significant was. Voor deze overtreding van de Wet natuurbescherming is een natuurvergunning aangevraagd bij de Omgevingsdienst Haaglanden. De omgevingsdienst heeft de natuurvergunning toegekend voor deze ontwikkeling (zie bijlage 17). Bij de recent uitgevoerde stikstofberekening met de meest recente AERIUS‐tool bleek het effect niet significant. Op basis van deze berekening is geen ontheffing vereist. Soortenbescherming In april 2020 heeft Bureau Waardenburg een oriënterend veldonderzoek gedaan op locatie Duinoord. Het plangebied is beoordeeld op betekenis voor beschermde soorten planten, ongewervelden, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen en vogels.
Het volledige onderzoek staat in bijlage 16. Hier staan de uitkomsten genoemd van het onderzoek. Planten Het plangebied heeft geen functie voor beschermde soorten planten. Effecten op beschermde plantensoorten zijn uitgesloten. Ongewervelden Het plangebied heeft geen functie voor beschermde soorten ongewervelden. Effecten op beschermde soorten ongewervelden zijn uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren De werkzaamheden kunnen enkele exemplaren van algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren van het Beschermingsregime andere soorten treffen (bosmuis, huispitsmuis en veldmuis). Voor deze soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en is geen ontheffing nodig. Het betreft algemeen voorkomende soorten (lokaal, regionaal en landelijk) en het aantal dieren dat potentieel gemoeid is met de (lokale) ingreep is beperkt. De huidige staat van instandhouding van deze soorten komt door de ingreep niet in het geding. De zorgplicht is wel van toepassing. Vleermuizen Het plangebied heeft geen essentiële functie voor beschermde soorten vleermuizen. Effecten op beschermde soorten vleermuizen zijn uitgesloten. Vogels Het plangebied heeft geen functie voor soorten vogels met een jaarrond beschermd nest.
De voorgenomen ingreep in het plangebied kan zorgen dat broedgevallen van algemene vogelsoorten zonder jaarrond beschermde verblijfplaats in de bomen langs het plangebied of verstoord worden (overtreding artikel Wnb 3.1 lid 2 en 3.1 lid 4 en 5). Bij het uitvoeren of opstarten van werkzaamheden buiten het broedseizoen zal van verstoring in de zin van de wet geen sprake zijn. Andere beschermde soorten Negatieve effecten op andere beschermde soorten als gevolg van de voorgenomen ingreep zijn uitgesloten. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis.
Rho adviseurs voor leefruimte
35
Hoflaan De vergunning is reeds afgegeven voor deze ontwikkeling. Een onderzoek naar gebieds‐ en soortenbescherming is dan ook niet noodzakelijk. Conclusies IJsvogellaan Het aspect soorten‐ en gebiedsbescherming staat de ontwikkeling aan de IJsvogellaan niet in de weg. Duinoord Het plangebied heeft een functie voor één of meer beschermde soorten grondgebonden zoogdieren zoals huisspitsmuis, bosmuis en veldmuis. Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient hiermee rekening te worden gehouden. Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient verder rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van broedende vogels in de bomen en struiken langs het perceel om overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb te voorkomen. Voor andere beschermde soorten heeft het plangebied geen betekenis of zijn negatieve effecten van de voorgenomen ingreep uitgesloten. Het aspect stikstof staat de ontwikkeling niet in de weg. Hoflaan De vergunning is reeds afgegeven voor deze ontwikkeling. Een onderzoek naar luchtkwaliteit is dan ook niet noodzakelijk.
4.9
Archeologie en cultuurhistorie
Toetsingskader De Nederlandse bodem zit vol met archeologische waarden. Met de ondertekening van het Europese verdrag van Valletta in 1992, een verdrag over behoud en beheer van het archeologische erfgoed, hebben de lidstaten zich tot doel gesteld het bodemarchief te beschermen. Met ingang van 1 september 2007 is het Verdrag van Valletta geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving door middel van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz), waardoor het verdrag een juridisch fundament kreeg. Deze wijzigingswet heeft onder meer wijzigingen aangebracht in de Monumentenwet 1988. De Monumentenwet is op 1 juli 2016 deels (met een overgangstermijn tot de Omgevingswet) vervangen door de Erfgoedwet. Deze wet handelt over het aanwijzen van te beschermen cultureel erfgoed. Naast de Monumentenwet vervangt de Erfgoedwet ook andere wetten zoals de Wet tot behoud van cultuurbezit. De Erfgoedwet kent een aantal nieuwe bepalingen. Het gaat om het vaststellen van een gemeentelijke erfgoedverordening en het bijhouden van een erfgoedregister. Ook dienen burgemeester en wethouders het voornemen om hun cultuurgoederen en verzamelingen te vervreemden bekend te maken. De Erfgoedwet bevat bovendien diverse veranderingen met lokale gevolgen, zoals de vervanging van de landelijke aanwijzing van beschermde stads‐ en dorpsgezichten door een rijksinstructie aan gemeenten.
De vuistregel voor de verdeling tussen de Erfgoedwet en de nieuwe Omgevingswet is: Roerend cultureel erfgoed en de aanwijzing van rijksmonumenten staat in de Erfgoedwet; De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed (stads‐ en dorpsgezichten en cultuurlandschappen) en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving komt in de Omgevingswet. Onderzoeken IJsvogellaan Uit de Archeologische kaart van Archeologie in Nederland blijkt dat de onderzoekslocatie in een zone valt waar een hoge trefkans op archeologische vondsten wordt verwacht. Op deze locatie ligt de aanduiding 'waarde‐ archeologie' met als verwachtingswaarde 3.
Rho adviseurs voor leefruimte
36
Deze aanduiding wordt ook opgenomen op de verbeelding van dit bestemmingsplan. Hierdoor is de archeologische waarde van deze locatie geborgd. Verder zijn op deze locatie zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Duinoord In 2007 is door Ingenieursbureau Oranjewoud een bureau‐onderzoek uitgevoerd en in 2008 een verkennend booronderzoek uitgevoerd op locatie Duinoord. Bij het onderzoeksgebied was ook Zeeweg 23 betrokken. Het volledige onderzoek is opgenomen in Bijlage 18 Archeologisch onderzoek Duinoord. Tijdens het onderzoek is op de locatie een laatmiddeleeuwse geul of flank aangetroffen. Op deze geulafzettingen ligt minimaal 2 à 3 meter aan jonge duin‐ en strandafzettingen. Deze zijn jonger dan 1200 na Chr. De eerste geologische laag waarin men archeologische sporen zou kunnen aantreffen is de Formatie van Naaldwijk. Hier kunnen mogelijk archeologische sporen uit het Neolithicum worden aangetroffen. Gezien de overstromingen in dit gebied is de kans groot dat eventuele sporten destijds zijn opgeruimd. Mogelijke sporen kunnen zich op een diepte van 7 meter bevinden. In het Hollandveen (Formatie van Nieuwkoop) worden geen vondsten verwacht, omdat dit veen is gevormd gedurende de periode dat het gebied te nat was voor bewoning. In de omgeving van het gebied kunnen archeologische sporen voorkomen uit de late middeleeuwen of de Nieuwe tijd.
Archeologische sporen uit de late middeleeuwen of Nieuwe tijd zijn binnen het plangebied daarom niet uit te sluiten, maar zijn gezien de geraadpleegde historische gegevens niet te verwachten. Op basis hiervan is geen nader onderzoek nodig. Op deze locatie ligt de aanduiding 'waarde‐ archeologie' met als verwachtingswaarde 3. Deze aanduiding wordt ook opgenomen op de verbeelding van dit bestemmingsplan. Hierdoor is de eventuele archeologische waarde van deze locatie geborgd. Verder zijn op deze locatie zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Hoflaan De vergunning is reeds afgegeven voor deze ontwikkeling. Een onderzoek naar de aspecten cultuurhistorie en archeologie is dan ook niet noodzakelijk. Conclusies IJsvogellaan Het aspect archeologie en cultuurhistorie staan de ontwikkeling aan de IJsvogellaan niet in de weg. Duinoord Het aspect archeologie en cultuurhistorie staan de ontwikkelingen op locatie Duinoord niet in de weg. Hoflaan De vergunning is reeds afgegeven voor deze ontwikkeling. Het aspect archeologie en cultuurhistorie staat de ontwikkeling niet in de weg.
4.10
Bedrijven en milieuhinder
Beleid en normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon‐ en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven.
Rho adviseurs voor leefruimte
37
Om bij ontwikkelingen de belangenafweging tussen bedrijvigheid en woningen in voldoende mate mee te nemen, kan gebruik worden gemaakt van de VNG‐publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie‐indeling heeft plaatsgevonden. Toetsing en conclusie IJsvogellaan De beoogde ontwikkeling betreft het realiseren van 1 nieuwe woning. Het plangebied kan door de ligging in een woonwijk getypeerd worden als een 'rustige woonwijk'. Er bevinden zich geen bedrijven of milieubelastende functies binnen de richtafstanden zoals omschreven in de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering'. Er wordt voldaan aan de richtafstanden tot omliggende functies. Duinoord De beoogde ontwikkeling betreft het realiseren van 4 nieuwe woningen. Het plangebied kan door de ligging in een woonwijk getypeerd worden als een 'rustige woonwijk'. Op circa 11 meter ten westen van het plangebied is een hotel gelegen. Een hotel is ingedeeld in milieucategorie 1 met een grootste richtafstand van 10 meter. Aan deze richtafstand wordt voldaan.
Er bevinden zich daarnaast geen overige bedrijven of milieubelastende functies binnen de richtafstanden zoals omschreven in de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering'. Hoflaan De vergunning is reeds afgegeven voor deze ontwikkeling. Het omgevingsaspect bedrijven en milieuhinder staat de ontwikkeling niet in de weg. Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van de (nog te realiseren) woningen sprake is van een aanvaardbaar woon‐ en leefklimaat en dat in de omgeving geen bedrijven aanwezig zijn die door de voorgenomen ontwikkeling in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Er wordt voldaan aan de richtafstanden uit de VNG‐publicatie.
4.11
Duurzaamheid
Toetsingskader Routekaart duurzaam Voorne‐Putten 2040 Op Voorne‐Putten is de afgelopen jaren hard gewerkt aan duurzaamheid. Er liggen steeds meer zonnepanelen, afval wordt steeds verder gescheiden, er verschijnen elektrische auto's en er wordt energie bespaard. En toch is dit nog maar het begin. Gemeente Westvoorne, Brielle, Nissewaard en gemeente Hellevoetsluis willen als vier gemeenten gezamenlijk samen met andere stakeholders een duurzaam Voorne‐Putten op de kaart zetten. Voorne‐Putten werkt regionaal samen met 9 andere gemeenten binnen de Alliantie Energietransitie (voormalige Alliantie Duurzaam Rijnmond) om lokaal de klimaatverandering tegen te gaan. Binnen deze samenwerking wordt kennis gedeeld en worden gezamenlijk projecten opgestart. Het lokale Economic Board van Voorne‐Putten (bestaand uit lokale ondernemers en gemeenten) ziet ook het belang van een duurzame regio en de kansen die het biedt voor nieuwe werkgelegenheid en bedrijvigheid. Vanuit de nieuwe Omgevingswet die per 2021 van kracht wordt zal de realisatie van duurzame energie beleidsmatig vanuit omgevingsplannen gecoördineerd worden.
Rho adviseurs voor leefruimte
38
Onderzoek IJsvogellaan Bij de realisatie van de woning wordt aangesloten bij de eisen die gesteld worden vanuit het Bouwbesluit. Duinoord Bij de realisatie van de woningen wordt aangesloten bij de eisen die gesteld worden vanuit het Bouwbesluit. Hoflaan De vergunning is reeds afgegeven voor deze ontwikkeling. Het omgevingsaspect duurzaamheid staat de ontwikkeling niet in de weg. Conclusie Bovenstaande initiatieven worden zo duurzaam mogelijk gerealiseerd en sluiten aan bij de Routekaart duurzaam Voorne‐Putten 2040.
4.12
Vormvrije mer‐beoordeling
Beleid en Normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van de omgevingsvergunning plan m.e.r.‐plichtig, project m.e.r.‐plichtig of m.e.r.‐beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG‐richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten.
Onderzoek en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject mer‐beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van maximaal 5 woningen in de bebouwde kom. Gelet op de ligging en beperkte omvang van het plan hoeft het plan niet te worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. Daarbij is het ook van belang dat het voorziene ruimtebeslag relatief beperkt is. Hiermee is er geen sprake van een activiteit die opgenomen is in bijlage C of D van het Besluit m.e.r. Een vormvrije m.e.r.‐beoordeling en m.e.r.‐beoordelingsbesluit is daarmee niet noodzakelijk.
Rho adviseurs voor leefruimte
39
Hoofdstuk 5
5.1
Juridische planbeschrijving
Bestemmingsplansystematiek
De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: ‐ inleidende regels; ‐ bestemmingsregels; ‐ algemene regels; ‐ overgangs‐ en slotregel.
5.2
Planregels
5.2.1 Inleidende regels Begrippen Dit artikel definieert de begrippen die in het bestemmingsplan worden gebruikt. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van bouwwerken worden gemeten of berekend. Alle begrippen, waarin maten en waarden voorkomen, worden in dit artikel verklaard. 5.2.2
Bestemmingsregels
Maatschappelijk Maatschappelijke functies buiten de twee centrumgebieden zijn specifiek bestemd als Maatschappelijk. Afwijkende functies worden ter plaatse 'tevens' mogelijk gemaakt, zodat de maatschappelijke functie hier altijd terug kan komen. Tuin De gronden met de bestemming 'Tuin' zijn bestemd voor tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, alsmede voor water en parkeervoorzieningen. De voortuinen zijn bestemd als Tuin bij de woningen. Gebouwen en overkappingen zijn hier uitgesloten, waardoor alleen overige bouwwerken zijn toegestaan.
Rho adviseurs voor leefruimte
40
Tuin‐2 Wanneer sprake is van grote achtererven, is slechts een deel hiervan opgenomen binnen de bestemming Wonen om te voorkomen dat erfbebouwing zeer verspreid kan worden gerealiseerd. De gronden die buiten de woonbestemming blijven, zijn bestemd als Tuin ‐ 2. Conform de bestemming Tuin is deze bestemming erop gericht om het onbebouwde, groene karakter van de gronden te bewaren. Door de ligging van deze gronden, veelal achter de woningen, zijn gebouwen en overkappingen binnen Tuin ‐ 2 niet in het geheel uitgesloten. Per woning is één bijgebouw of overkapping toegestaan binnen de als Tuin ‐ 2 bestemde gronden, met een maximum oppervlakte van 10 m². Ook zijn voorwaarden gesteld aan het aantal tennisbanen en zwembaden en de oppervlakte daarvan. Binnen deze bestemming is ook hobbymatig agrarisch gebruik toegestaan. Wonen De gronden met de bestemming 'Wonen' zijn bestemd voor wonen, met daaronder begrepen beroepsmatige activiteiten en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. Verder zijn bijbehorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen en water mogelijk binnen de bestemming. Het totaal aantal woningen bedraagt voor de IJsvogellaan 1 woning en voor locatie Duinoord maximaal 4 woningen. Op beide locaties ligt de aanduiding vrijstaand, hoofdgebouwen worden uitsluitend ter plaatsen van de aanduiding 'bouwaanduiding‐ vrijstaand' gebouwd.
Binnen de bestemming zijn nog specifieke gebruiksregels opgenomen voor zelfstandige bewoning van vrijstaande bijgebouwen en voor beroepsmatige activiteiten en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. Waarde‐ Archeologie Binnen het plangebied is sprake van 2 verschillende soorten van archeologische waarden. Deze zijn gebaseerd op het gemeentelijke beleid ten aanzien van de bescherming van archeologische waarden. Om deze (mogelijke) archeologische sporen te beschermen is op de betreffende gronden de dubbelbestemming Waarde ‐ Archeologie van toepassing. Door middel van de aanduidingen 'specifieke vorm van waarde 1 en 3' is binnen de bestemmingslegging het verschil tot uitdrukking gebracht. Voor bouwwerkzaamheden wordt pas toestemming verleend nadat de archeologische waarde van het betreffende gebied is vastgesteld en de bouwactiviteiten geen schade aan kunnen brengen aan de aanwezige archeologische resten. Het verschil tussen de diverse archeologische waarden komt tot uitdrukking door verschillende maatvoeringen die archeologisch onderzoek verplicht stellen. Omgevingsvergunning voor werken of werkzaamheden Door het opnemen van een omgevingsvergunning voor werken of werkzaamheden zijn werken en werkzaamheden, groter dan de hiervoor aangegeven oppervlakte en met een grotere diepte dan genoemd, vergunningsplichtig. Normaal onderhoud en beheer is hiervan uitgezonderd.
Rho adviseurs voor leefruimte
41
5.2.3 Algemene regels In dit onderdeel van de regels komen algemene regels aan de orde die gelden voor alle bestemmingen in het bestemmingsplan. Antidubbeltelregel Een Anti‐dubbeltelregel wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De formulering van de anti‐ dubbeltelregel is bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.4 Bro). Algemene bouwregels Het artikel Algemene bouwregels bevat enkele algemene regels voor het bouwen. Zo zijn er regels over parkeergelegenheid, de geringe overschrijding van bouwgrenzen of oppervlaktematen door ondergeschikte onderdelen van gebouwen. Ook wordt voorzien in een regeling voor overkappingen, luifels, overstekken en ondergrondse gebouwen, waarin wordt vastgelegd waar deze zijn toegestaan en in hoeverre deze meetellen bij de inhouds‐ en oppervlaktemaat van de bovengrondse gebouwen. Algemene gebruiksregels Hoewel het gebruik van gronden en bouwwerken is geregeld in de Wro, zijn voor de duidelijkheid regels opgenomen over dit gebruik. Een voorbeeld is een algemeen verbod om gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met de bestemming of de bijbehorende regels.
Algemene afwijkingsregels In deze artikelen wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan kan worden afgeweken. Ook wordt een opsomming gegeven van de regels waarmee door middel van een wijzigingsbevoegdheid ex artikel 3.6 Wro het mogelijk is enige flexibiliteit in het plan aan te brengen. Het gaat hierbij om een bevoegdheid en dus geen verplichting. Overige regels Binnen dit artikel is een regeling opgenomen om voldoende parkeergelegenheid te waarborgen. 5.2.4 Overgangs‐ en slotregels In het afsluitende onderdeel van de regels komen de overgangs‐ en slotregel aan de orde. De formulering van het overgangsrecht is bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.1 Bro). De slotregel bevat de titel van het plan.
Rho adviseurs voor leefruimte
42
Rho adviseurs voor leefruimte
43
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
Ingevolge het Bro heeft de gemeente de onderzoeksverplichting om de financieel‐economische uitvoerbaarheid van het plan te toetsen (artikel 3.1.6 lid 1 sub f Bro). Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling zal de initiatiefnemer met de gemeente afspraken maken omtrent de kosten voor de begeleiding van het bestemmingsplan en om de daarbij behorende procedures te verzekeren. De verantwoordelijkheid en het risico van de exploitatie ligt volledig bij de initiatiefnemer. Het vaststellen van een exploitatieplan is gezien voorgaande niet noodzakelijk en de economische uitvoerbaarheid is voldoende gewaarborgd.
Rho adviseurs voor leefruimte
44
Rho adviseurs voor leefruimte
45
Hoofdstuk 7
7.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Inspraak en overleg
Tijdens de voorbereiding van het bestemmingsplan, is dit conform het wettelijk vereiste vooroverleg toegezonden aan diverse organisaties. Dit betreft de DCMR, VRR, provincie Zuid‐Holland en Waterschap Hollandse Delta. Van de VRR en de provincie is een beknopte reactie ontvangen, waarin zij aangeven in te kunnen stemmen met het plan. Beide reacties zijn samen opgenomen in Bijlage 19. Gezien de strekking van het plan, is er voor gekozen geen afzonderlijke inspraakprocedure te doorlopen.
7.2
Zienswijzen
Het ontwerp‐bestemmingsplan heeft conform wettelijke gedurende 6 weken ter inzage gelegen, van 20 januari 2022 tot en met 2 maart 2022. Gedurende deze termijn konden zienswijzen worden ingediend. Er is één zienswijze ontvangen, die in de Nota zienswijzen is samengevat en van een beantwoording is voorzien. Deze Nota zienswijzen is als Bijlage 20 opgenomen bij deze toelichting. Daaruit blijkt dat er geen aanleiding is geweest om het plan als gevolg van deze zienswijze te wijzigen. Omdat er ook geen andere (ambtshalve) wijzigingen zijn, is het plan ongewijzigd aan de gemeenteraad voorgelegd ter vaststelling.
Rho adviseurs voor leefruimte
46
Rho adviseurs voor leefruimte
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
Bijlage 1 Akoestisch onderzoek Duinoord en IJsvogellaan 1
Rho adviseurs voor leefruimte
OOSTVOORNE DUINOORD EN IJSVOGELLAAN onderzoek wegverkeerslawaai en industrielawaai 14 september 2021
1/19
DATUM KENMERK
14 september 2021 191600_1508PD
PROJECT PROJECTLEIDER
BP Hoflaan, IJsvogellaan en Duinoord ir. R.A. Sips
OPDRACHTGEVER gemeente Westvoorne PROJECTNUMMER 20201904 AUTEUR STATUS
2/19
Petra Dijkgraaf en Matthijs Jansen Concept
INHOUD 1. 2.
3.
4.
5.
Inleiding Toetsingskader
4 5
2.1 2.2 2.3 2.4
Wegverkeerslawaai Industrielawaai Gemeentelijk geluidbeleid Gecumuleerde geluidbelasting
5 6 7 7
Uitgangspunten en modellering
9
3.1 3.2
Rekenmethodiek Wegverkeerslawaai 3.2.1 Intensiteiten, voertuig‐ en etmaalverdeling 3.2.2 Snelheid en verharding 3.2.3 Omgeving 3.2.4 Modellering plan
9 9 9 9 10 10
3.3 3.4
Industrielawaai Gecumuleerde geluidbelasting
10 11
Resultaten en beoordeling
12
4.1
Wegverkeerslawaai 4.1.1 Locatie Duinoord 4.1.2 Locatie IJsvogellaan 4.1.3 Maatregelenonderzoek Duinoord
12 12 12 13
4.2
Industrielawaai 4.2.1 Locatie Duinoord 4.2.2 Locatie IJsvogellaan
13 13 13
4.3 4.4
Gecumuleerde geluidbelasting Maatregelen en gemeentelijk geluidbeleid
14 14
Conclusie
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
3/19
RAK contouren Aangeleverde verkeersgegevens Invoergegevens weg en rekenmodellen Resultaten wegverkeerslawaai
15 16 17 18 19
1. INLEIDING Op drie locaties in Oostvoorne bestaat het voornemen om woningbouw te realiseren. Het gaat om de locatie Duinoord, gelegen tussen de Zeeweg en de Bosweg, en de locatie IJsvogellaan 1. De ontwikkeling op locatie Duinoord betreft het rea‐ liseren van vier vrijstaande woningen. Aan de IJsvogellaan 1 komt één vrijstaand huis. Ook op de locatie Hoflaan is woning‐ bouw voorzien. Maar deze locatie is reeds vergund en daarom niet meegenomen in dit onderzoek. Voor locatie Duinoord is akoestisch onderzoek nodig omdat woningen op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidge‐ voelige functies zijn en dit plangebied gelegen is binnen de wettelijke geluidzone van het industrieterrein Maasvlakte‐Euro‐ poort. Daarnaast wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook de geluidbelasting ten gevolge van de aanlig‐ gende niet gezoneerde wegen Zeeweg en Bosweg beschouwd. Voor locatie IJsvogellaan is akoestisch onderzoek nodig omdat woningen op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluid‐ gevoelige functies zijn en dit plangebied gelegen is binnen de wettelijke geluidzone van de Fazantenlaan en het industrie‐ terrein Maasvlakte‐Europoort. Daarnaast wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook de geluidbelasting ten gevolge van de aanliggende niet gezoneerde IJsvogellaan beschouwd. In figuur 1 zijn de twee te onderzoeken planlocaties weergegeven.
Figuur 1.1 Ligging planlocatie en relevante wegen Dit akoestisch onderzoek is nodig om de ontwikkelingen te onderbouwen in het kader van de planologische procedure.
4/19
2. TOETSINGSKADER 2.1
Wegverkeerslawaai
Wettelijke geluidzones langs wegen Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km/uur‐wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van de geluidzone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de stedelijke‐ of buitenstedelijke ligging. De zone wordt gemeten vanuit de buitenste zijde van de weg. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 2.1 weergegeven. Tabel 2.1 Schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh Aantal rijstroken
Breedte van de geluidzone (in meters) Buitenstedelijk gebied
Stedelijk gebied
5 of meer
600
350
3 of 4
400
350
1 of 2
250
200
In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: -
stedelijk gebied: het gebied binnen de bebouwde kom met uitzondering van het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg; buitenstedelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom, alsmede het gebied binnen de bebouwde kom voor zover gelegen binnen de zone van een autoweg of autosnelweg.
Alleen locatie IJsvogellaan ligt binnen een geluidzone van een weg, namelijk de Fazantenlaan.
Dosismaat LDEN De geluidhinder wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day‐evening‐night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. De berekende geluidwaarde in Lden vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal. Aftrek ex artikel 110g wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden gelden inclusief de standaard aftrek op basis van artikel 110g van de Wgh. Dit artikel houdt in dat mag het berekende geluidniveau van het wegverkeer mag worden gecorrigeerd in verband met de verwachting dat motorvoertuigen in de toekomst stiller zullen worden. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/uur geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/uur of hoger geldt de volgende aftrek: • 4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG 2012 57 dB bedraagt; • 3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG2012 56 dB bedraagt; • 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting. De toegestane aftrek conform artikel 3.4 uit het Reken‐ en meetvoorschrift geluidhinder 2012 is op alle genoemde geluidbelastingen toegepast, tenzij anders vermeld. Omdat voor 30 km/uur‐wegen dezelfde benaderingswijze wordt gehanteerd als voor gezoneerde wegen, wordt ook hier een correctie toegepast op basis van artikel 110g Wgh.
Deze aftrek is in dit onderzoek gelijk aan de aftrek bij gezoneerde wegen met een maximum snelheid tot 70 km/uur (5 dB).
5/19
Grenswaarden nieuwe situaties Voor de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg, gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde voor wegen is op grond van artikel 83 Wgh afhankelijk van de ligging van de bestemmingen (stedelijk‐ of buitenstedelijk). Bestemmingen met een stedelijke ligging, maar binnen de geluidzone van een autosnelweg, worden bij het bepalen van de geluidzone voor die autosnelweg gerekend tot buitenstedelijk gebied. Voor de locatie IJsvogellaan (figuur 1) geldt dat dit binnen de zone van de Fazantenlaan is gelegen en dat er sprake is van een stedelijke situatie. De voorkeursgrenswaarde bedraagt Lden = 48 dB en de maximale grenswaarde bedraagt Lden = 63 dB.
Richtwaarden 30 km/uur wegen Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur of lager zijn op basis van de Wet geluidhinder niet‐gezoneerd. Akoestisch onderzoek zou achterwege kunnen blijven. Echter dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Indien dit niet het geval is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidbelasting aan de gevels noodzakelijk, mogelijk en/of doelmatig zijn. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting wordt bij gebrek aan wettelijke normen aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde van 48 dB en de maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor stedelijke situaties als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde als maximaal aanvaardbare waarde. Voor de locatie Duinoord gaat het om de Zeeweg en de Bosweg en voor de locatie IJsvogellaan gaat het om de IJsvogellaan.
2.2
Industrielawaai
Het plangebied ligt binnen de geluidzone van industrieterrein Maasvlakte‐Europoort. Volgens de Wet geluidhinder mag de geluidbelasting van alle bedrijven samen op een gezoneerd industrieterrein, buiten de zone, niet hoger zijn dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Voor nieuwe woningen andere geluidsgevoelige gebouwen binnen de zone is akoestisch onderzoek nodig. Bij een geluidbelasting hoger dan 50 dB(A) kan door het college van burgemeester en wethouders (B&W) een hogere grenswaarde worden vastgesteld tot, behoudens enkele uitzonderingen, maximaal 55 dB(A) voor woningen. Op grond van artikel 163 van de Wet geluidhinder dienen burgemeester en wethouders van de gemeente waarin een indu‐ strieterrein geheel of in hoofdzaak is gelegen ervoor te zorgen dat er voldoende informatie beschikbaar is over de geluid‐ ruimte binnen de zone. De DCMR Milieudienst Rijnmond (hierna: de DCMR) is namens het bevoegd gezag belast met het zonebeheer van het industrieterrein Maasvlakte‐Europoort. Regionaal Afsprakenkader Voor industrieterrein Maasvlakte‐Europoort is door de betrokken gemeenten, de Provincie Zuid‐Holland, de DCMR, het Havenbedrijf Rotterdam en Deltalinqs een convenant afgesloten.
In dit convenant, het Regionaal Afsprakenkader Geluid & Ruimtelijke Ontwikkeling (RAK), dat is ondertekend op 8 juli 2015, zijn afspraken gemaakt over onder andere de wijze waarop wordt omgegaan met woningbouw binnen de invloedsgebieden van de gezoneerde industrieterreinen. invloedsge‐ bied; door de transformatie is sprake van woningbouw binnen het invloedsgebied. Het RAK wijst een bepalingsmethode aan voor de geluidbelasting ten gevolge van het industrieterrein. In bijlage 5 van het RAK zijn zogenaamde geluidcontouren opgenomen. Deze geluidcontouren zijn afgebeeld op een topografische ondergrond,
6/19
waardoor de geluidbelasting kan worden afgelezen. In het plangebied liggen de geluidcontouren op korte onderlinge af‐ stand, waardoor het aflezen van de kaart niet nauwkeurig is. Om deze reden heeft de DCMR Milieudienst Rijnmond de ge‐ luidcontouren waarop de afbeeldingen zijn gebaseerd digitaal aangeleverd. Deze geluidcontouren zijn ingelezen in een re‐ kenmodel met behulp van het programma Geomilieu. In dit programma is tevens het plangebied ingevoerd. Op deze wijze kunnen de woningen nauwkeurig worden afgebeeld binnen de geluidcontouren. In bijlage 1 is het bouwplan met RAK‐con‐ touren weergegeven. De geluidbelasting op de eerste tot en met de derde bouwlaag is gelijk aan de hoogste waarde van de geluidcontouren waartussen de planlocatie is gelegen. Voor de vierde, vijfde en zesde bouwlaag geldt een toeslag van 1 dB op de afgelezen waarde. Vanaf de zevende bouwlaag bedraagt de toeslag 2 dB. Nestgeluid Naar aanleiding van de uitspraak 201807456/1/A1 van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State van 22 januari 2020 moet het nestgeluid dat afkomstig is van de schepen op de nabijgelegen gezoneerde industrieterreinen worden be‐ schouwd. Wanneer uitgevoerde activiteiten op schepen onderdeel uitmaken van de representatieve bedrijfssituatie van een inrichting, zijn die schepen onderdeel van de inrichting.
Dit betekent dat al het geluid van de schepen dan bij de in‐ richting hoort en als industrielawaai wordt beschouwd. Door de DCMR is aangegeven dat de plangebieden zijn gelegen buiten de 55 dB‐contour ten gevolge van nestgeluid (70%‐ kadebezetting jaargemiddeld) en dat nestgeluid daarmee niet relevant is.
2.3
Gemeentelijk geluidbeleid
Het gemeentelijk beleid ‘Nota Hogere waardenbeleid Wet geluidhinder’ (2009) bevat eisen voor een geluidluwe zijde en een geluidluwe buitenruimte. 1. Het creëren van minimaal één geluidluwe gevel De waarde mag in principe niet hoger zijn dan de waarde voor elk van de onderscheiden geluidbronnen: ● 53 dB voor wegverkeerslawaai (exclusief aftrek, alle wegen samen) ● 50 dB(A) voor industrielawaai 2. Geluidluwe buitenruimte Indien de woning beschikt over een buitenruimte dan is deze bij voorkeur gelegen aan de geluidluwe zijde van de woning. Als er geen buitenruimte aanwezig is, wordt met de aanwezigheid van een geluidluwe gevel voldoende kwaliteit gerealiseerd. Als een woning meerdere buitenruimten heeft dan is het voldoende als één buitenruimte gelegen is aan de geluidluwe zijde. De geluidbelasting mag in principe niet hoger zijn dan bij de geluidluwe gevel. ● 58 dB voor wegverkeerslawaai (exclusief aftrek, alle wegen samen) ● 55 dB(A) voor industrielawaai
3. Indeling van de geluidgevoelige ruimten Voor het voorkomen van geluidhinder en slaapverstoring is het zeer wenselijk dat geluidgevoelige ruimten, zoals woon‐ en slaapkamers, zo min mogelijk aan de geluidbelaste zijde van de woning worden gerealiseerd.
2.4
Gecumuleerde geluidbelasting
Alvorens het bevoegd gezag overgaat tot het vaststellen van een hogere waarde, moet zij beoordelen of de gecumuleerde geluidbelasting aanvaardbaar is. De cumulatie moet wettelijk in beeld worden gebracht als er sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van meer dan één geluidbron. De Wgh kent geen toetsingskader voor de beoordeling van de gecumuleerde geluidbelasting. In tabel 2.2 is een algemeen geaccepteerde kwalificatie van de gecumuleerde geluidbelasting opgenomen die de gemeente als richtlijn gebruikt bij de beoordeling.
7/19
Tabel 2.2 Kwaliteitsindicatie geluidbelasting (bron: gemeentelijk geluidbeleid) Gecumuleerde geluidbelasting Lden [dB]
Beoordeling akoestisch klimaat
<50
goed
50‐55
redelijk
55‐60
matig
60‐65
tamelijk slecht
65‐70
slecht
>70
zeer slecht
8/19
3. UITGANGSPUNTEN EN MODELLERING 3.1
Rekenmethodiek
Het akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai is uitgevoerd volgens Standaard Rekenmethode II (SRM II) van het Re‐ ken‐ en Meetvoorschrift Geluid 2012. De berekeningen met betrekking tot industrielawaai zijn uitgevoerd conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai (VROM, 1999) en het bepaalde in het RAK. Er is gebruik gemaakt van het programma Geomilieu, versie 2020.2 van DGMR.
3.2
Wegverkeerslawaai
3.2.1 Intensiteiten, voertuig‐ en etmaalverdeling De verkeersintensiteit is het aantal motorvoertuigen dat per uur (mvt/uur) passeert. Bij de bepaling van het aantal motor‐ voertuigen per uur is uitgegaan van de jaargemiddelde weekdagintensiteiten. De motorvoertuigen worden verdeeld in drie categorieën: ‐ lichte voertuigen (personenauto's, bestelbusjes); ‐ middelzware voertuigen (middelzware vrachtauto’s en bussen); ‐ zware voertuigen (zware vrachtauto's). De gemeente heeft verkeerstellingen aangeleverd voor de Zeeweg en de Fazantenlaan. Voor de Bosweg heeft de gemeente het document ‘Analyse verkeersgegevens matrixbord Bosweg t.h.v. Duinoordseweg’ aangeleverd. Omdat voor geluidbere‐ keningen het toekomstig maatgevende jaar 2031 is, zijn deze met een autonoom groeipercentage van 2% per jaar, conform opgaaf gemeente, opgehoogd naar 2031. De aangeleverde gegevens staan in bijlage 1. Voor de IJsvogellaan is een aanname gedaan. Uitgaande van 22 bestaande vrijstaande woningen langs deze weg en een verkeersgeneratie van 9 mvt/etmaal/woning/weekdag zal de huidige verkeersgeneratie 198 motorvoertuigen per etmaal op een gemiddelde weekdag bedragen. Dit verkeer zal zich niet allemaal langs de nieuwe woning afwikkelen richting de Fazantenlaan. Toch wordt hier in deze berekening worst‐case van uitgegaan.
De voertuig‐ en etmaalverdeling voor de Fazantenlaan en de Zeeweg is aangesloten bij de verkeerstellingen. Voor de Bos‐ weg en de IJsvogellaan is uitgegaan van een standaardverdeling voor een buurtverzamelweg zoals Rho die hanteert op ba‐ sis van ervaring. Tabel 3.1 Verkeersprognose Weg(vak)
Intensiteiten in mvt/etmaal (gemiddelde weekdag) Telling (teljaar)
2031 (+verkeersgeneratie plan)
Fazantenlaan
2.490 (2019)
3.158
IJsvogellaan
‐
207 (+9)
Zeeweg
1.130 (2019)
1.466 (+33)
Bosweg
558 (2012)
822 (+9)
Locatie IJsvogellaan
Locatie Duinoord
3.2.2 Snelheid en verharding De verkeerssnelheid is de representatief te achten gemiddelde snelheid van een categorie voertuigen. Dit is in het alge‐ meen de wettelijk toegestane rijsnelheid. De wettelijke snelheid is 50 km/uur op de Fazantenlaan en 30 km/uur op de Zee‐ weg, Bosweg en IJsvogellaan.
9/19
De wegdekverharding op de Bosweg is asfalt en op de overige wegen klinkers. De asfaltverharding is in het rekenmodel ingevoerd als ‘W0 – referentiewegdek’ en de klinkerverharding als ‘W9a – Elementenverharding in keperverband’. 3.2.3 Omgeving Gebouwen en bodemvlakken in de omgeving van het plan zijn overgenomen uit de BGT via PDOK.nl. Gebouwhoogtes zijn overgenomen van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Er is geen sprake van een relevant hoogteverschil in het maaiveld. Er is daarom gerekend met een plat bodemmodel. Het geluidmodel is ingesteld met een standaard absorberende bodem, bodemfactor 1,0. Reflecterende bodemvlakken, zoals verharding en waterpartijen, zijn ingevoerd met bodemgebieden met een bodemfactor 0,0. 3.2.4 Modellering plan De verbeelding is uitgangspunt. De bouwvlakken en de maximale bouwhoogten die hierop zijn aangeduid, zijn overgenomen in het rekenmodel. Op de grens van de bouwvlakken zijn op representatieve locaties beoordelingspunten (toetspunten) geplaatst, zie figuur 2. Uitgaande van woonhuizen van twee woonlagen en een kapverdieping zijn de beoordelingshoogten 2 meter, 5 meter en 8 meter. De ontwikkeling op locatie Duinoord betreft het realiseren van vier vrijstaande woningen.
Het is de intentie hiervan aan de Bosweg één vrijstaande woning en aan de Zeeweg drie vrijstaande woningen te realiseren Op locatie IJsvogellaan is één vrijstaande woning mogelijk.
Figuur 3.1 Bouwvlak met beoordelingspunten Duinoord (links) en IJsvogellaan (rechts) In bijlage 3 zijn de invoergegevens en het rekenmodel opgenomen.
3.3
Industrielawaai
Het RAK wijst een bepalingsmethode aan voor de geluidbelasting ten gevolge van het industrieterrein. In bijlage 5 van het RAK zijn zogenaamde geluidcontouren opgenomen. Deze geluidcontouren zijn afgebeeld op een topografische ondergrond, waardoor de geluidbelasting kan worden afgelezen. De DCMR Milieudienst Rijnmond heeft de geluidcontouren waarop de afbeeldingen zijn gebaseerd digitaal aangeleverd in omgevingsmodel dat ten grondslag heeft gelegen voor het A‐model ten bate van zonebeheer van het industrieterrein (C2BP‐MTG met omgeving volgens A‐model 2013). In dit rekenmodel is te‐ vens het plangebied ingevoerd. Op deze wijze kunnen de woningen nauwkeurig worden afgebeeld binnen de geluidcontou‐ ren.
10/19
De geluidbelasting op de eerste tot en met de derde bouwlaag is gelijk aan de hoogste waarde van de geluidcontouren waartussen de woning is gelegen. Als een woning gelegen is tussen bijvoorbeeld de 59 en de 58 dB(A)‐geluidcontour, dan is de geluidbelasting gelijk aan 59 dB(A). Voor hogere bouwlagen geldt een toeslag op de afgelezen waarde. Bij de onder‐ zochte woningen is dit niet aan de orde.
3.4
Gecumuleerde geluidbelasting
De gecumuleerde geluidbelasting Lcum is berekend volgens de methode van het Reken‐ en meetvoorschrift geluid 2012. Hierbij is het geluid afkomstig van het wegverkeer (zonder aftrek) gecumuleerd met industrielawaai.
11/19
4. RESULTATEN EN BEOORDELING 4.1
Wegverkeerslawaai
De geluidbelasting is berekend ten gevolge van het wegverkeer op beide locaties. In deze paragraaf wordt ingegaan op de geluidbelasting per weg (geluidbron). De resultaten zijn opgenomen in bijlage 4. 4.1.1 Locatie Duinoord De richtwaarde van 48 dB wordt alleen overschreden ten gevolge van de Zeeweg. De hoogst berekende geluidbelasting ten gevolge van deze weg bedraagt 52 dB. De maximaal aanvaardbare waarde van 63 dB wordt niet overschreden. Onderzoek naar maatregelen is nodig in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Ten gevolge van de Bosweg bedraagt de hoogst berekende geluidbelasting 46 dB. Er wordt voldaan aan de richtwaarde.
Figuur 4.1 Resultaten Zeeweg 4.1.2 Locatie IJsvogellaan Er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ten gevolge van het verkeer op de Fazantenlaan. De hoogst berekende geluidbelasting bedraagt 35 dB. De hoogst berekende geluidbelasting ten gevolge van de IJsvogellaan is 45 dB. Er wordt voldaan aan de richtwaarde.
12/19
4.1.3 Maatregelenonderzoek Duinoord Omdat niet wordt voldaan aan de richtwaarde ten gevolge van de Zeeweg wordt onderzocht of doelmatige maatregelen mogelijk zijn. De Zeeweg zorgt bij 3 woningen voor een overschrijding van de richtwaarde tot maximaal 52 dB.
Bronmaatregelen Allereest is gekeken naar mogelijkheden om maatregelen aan de bron te nemen. Er zijn een aantal maatregelen aan de bron denkbaar. De eerste mogelijkheid zou het beperken van de verkeersomvang, het wijzigen van de snelheid of samenstelling van het verkeer zijn. Deze maatregelen zijn alleen mogelijk als de functie van de weg word gewijzigd. Dit stuit op overwegende bezwaren van verkeerkundige‐ en vervoerskundige aard. De maximum snelheid kan niet verder verlaagd worden en het wegverkeer kan niet worden omgeleid, omdat deze weg vooral wordt gebruikt door bestemmingsverkeer en toeleidend verkeer richting de kuststrook. In beginsel zou het daarom wenselijk zijn de geluidbelasting te reduceren door het treffen van bronmaatregelen door het vervangen van de klinkers in een asfaltverharding. De Zeeweg is echter in het recente verleden heringericht. Vanuit financieel oogpunt is dit niet gewenst. Bovendien is het vanuit verkeerskundig oogpunt ongewenst omdat het de weggebruiker uitnodigt om harder te rijden dan 30 km/uur.
Overdrachtsmaatregelen Het toepassen van geluidschermen in stedelijk gebied stuit op bezwaren van stedenbouwkundige aard. Het vergroten van de afstand tussen de geluidbron en de nieuwe woningen is ook niet mogelijk. Hiervoor is onvoldoende ruimte op het perceel beschikbaar. Uit het voorgaande blijkt dat geen doelmatige aanvullende maatregelen te treffen zijn om de geluidbelasting bij de woningen te reduceren.
4.2
Industrielawaai
4.2.1 Locatie Duinoord De geluidbelasting ten gevolge van het industrieterrein Maasvlakte‐Europoort is bepaald volgende methode van het RAK, zoals beschreven in paragraaf 3.3. Ten gevolge van het gezoneerde industrieterrein Maasvlakte ‐ Europoort bedraagt de geluidbelasting op de planlocatie Duinoord ten hoogste 53 dB(A). De geluidbelasting ten gevolge van het gezoneerde indu‐ strieterrein Maasvlakte‐Europoort voldoet niet de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Er zal hiervoor door het college van burgemeester en wethouders (B&W) een hogere grenswaarde moeten worden vastgesteld. 4.2.2 Locatie IJsvogellaan De geluidbelasting ten gevolge van het industrieterrein Maasvlakte‐Europoort is bepaald volgende methode van het RAK, zoals beschreven in paragraaf 3.3. Ten gevolge van het gezoneerde industrieterrein Maasvlakte ‐ Europoort bedraagt de geluidbelasting op de planlocatie IJsvolgellaan 1 ten hoogste 50 dB(A). De geluidbelasting ten gevolge van het gezoneerde industrieterrein Maasvlakte‐Europoort voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) In figuur 4.2 zijn de planlocaties in de RAK Contouren weergegeven.
13/19
Figuur 4.2 Planlocaties in RAK Contouren
4.3
Gecumuleerde geluidbelasting
Het is niet nodig om de gecumuleerde geluidbelasting in beeld te brengen omdat er op beide locaties geen sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde door meer dan één geluidbron. De voorkeursgrenswaarde wordt alleen overschreden door het gezoneerde industrieterrein Maasvlakte‐Europoort op locatie Duinoord.
4.4
Maatregelen en gemeentelijk geluidbeleid
Omdat het nodig is om hogere waarden voor industrieterrein Maasvlakte‐Europoort te laten vaststellen dient getoetst te worden aan het gemeentelijk geluidbeleid. Omdat de geluidbelasting in het plangebied de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) overschrijdt ten gevolge van het gezo‐ neerde industrieterrein Maasvlakte‐Europoort, is nader onderzoek nodig naar maatregelen om de geluidbelasting te redu‐ ceren. Hierbij geldt de voorkeursvolgorde bronmaatregelen en overdrachtsmaatregelen Het industrieterrein Maasvlakte‐Europoort is echter gesaneerd. In het kader van deze sanering zijn maximaal toelaatbare geluidbelastingen (MTG’s) vastgesteld per saneringswoning. Hieraan moet het industrieterrein met al zijn geluidbronnen samen voldoen bij vergunningverlening voor een nieuw bedrijf. Aanvullende bronmaatregelen zijn niet mogelijk gezien het grote aantal geluidbronnen op het industrieterrein. Ook afschermende maatregelen zijn gezien de omvang en de uitge‐ strektheid van het industrieterrein niet mogelijk. Het geluid van het industrieterrein Maasvlakte‐Europoort komt vanuit het noorden. Aangenomen wordt dat de geluidbe‐ lasting aan de zuidgevel van alle woningen voldoet aan de eis van een geluidluwe gevel (50 dB(A)). Ook heeft elke woning daarmee een geluidluwe buitenruimte.
14/19
5. CONCLUSIE Voor de nieuw geprojecteerde woningen op de locaties Duinoord en IJsvogellaan is akoestisch onderzoek wegverkeersla‐ waai en industrielawaai uitgevoerd. Uit het onderzoek wegverkeerslawaai blijkt dat: Locatie Duinoord de geluidbelasting ten gevolge van de niet gezoneerde Bosweg lager is dan de richtwaarde van 48 dB; de geluidbelasting ten gevolge van de niet gezoneerde Zeeweg hoger is dan de richtwaarde van 48 dB; maatregelen om de geluidbelasting ten gevolge van de Zeeweg te reduceren niet mogelijk of ongewenst zijn; Locatie IJsvogellaan de geluidbelasting ten gevolge van de gezoneerde Fazantenlaan lager is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB; de geluidbelasting ten gevolge van de niet gezoneerde IJsvogellaan lager is dan de richtwaarde van 48 dB. Uit het onderzoek industrielawaai blijkt dat: Locatie Duinoord de geluidbelasting ten gevolge van het gezoneerde industrieterrein Maasvlakte‐Europoort hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A); Maatregelen om de geluidbelasting te reduceren zijn niet mogelijk. Voor deze woningen moet door het college van Burgemeester en Wethouders een hogere waarde van 53 dB(A) worden vastgesteld.
Locatie IJsvogellaan de geluidbelasting ten gevolge van het gezoneerde industrieterrein Maasvlakte‐Europoort voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A); Alle woningen zullen beschikken over een geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte zoals vereist volgens het ge‐ meentelijk geluidbeleid. Voor het voorkomen van geluidhinder en slaapverstoring is het volgens het beleid zeer wenselijk dat geluidgevoelige ruim‐ ten, zoals woon‐ en slaapkamers, zo min mogelijk aan de geluidbelaste zijde van de woning worden gerealiseerd. Hiermee dient bij de uitwerking rekening gehouden te worden. Als de karakteristieke geluidwering van de gevels voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012, zal een aanvaardbaar geluidniveau in de woningen worden bereikt.
15/19
Bijlage 1 RAK contouren
16/19
Bijlage 2 Aangeleverde verkeersgegevens
17/19
Analyse verkeersgegevens matrixbord Bosweg t.h.v. Duinoordseweg in Oostvoorne 2012 Vanaf maandag 25 juni t/m zondag 1 juli 2012 is doormiddel van een matrixbord op de Bosweg het verkeer geregistreerd. Naast aantallen is de snelheid van het verkeer gemeten. In totaal zijn er op de Bosweg 3905 voertuigen geregistreerd. Waarbij het aantal voertuigen per uur (uurfrequentie) tussen de 40 en de 80 voertuigen ligt. Het hoogste gemeten aantal voertuigen ligt in de middag, op vrijdag. Per voertuig is de snelheid door het matrixbord in vijf fasen gemeten en vastgelegd. In de onderstaande grafische weergaven is de verhouding van de snelheden op basis van de gemeten voertuigen aangegeven. Snelheidsanalyse 0,20 0,20 4,02 19,87 < 30 km/uur 31-40 km/uur 41-50 km/uur 51-60 km/uur > 60 km/uur 75,70
75,70 % van de voertuigen rijd langzamer dan 30 km/uur 19,87 % van de voertuigen rijd tussen de 31 en 40 km/uur 4,02 % van de voertuigen rijd tussen de 41 en 50 km/uur 0,40 % van de voertuigen rijd harder dan 50 km/uur De gemiddelde rijsnelheid bedraagt 24 km/uur De hoogst gemeten rijsnelheid bedraagt 75 km/uur. Beoordeling meetgegevens De uitgevoerde metingen dienen in het kader van de meettolerantie naar onder te worden gecorrigeerd met 3 km. Dit zal echter weinig uitmaken voor het beeld dat door de metingen is verkregen. De Bosweg ligt in een 30 km/uur-zone. Hierbij geldt dat een rijsnelheid tot 40 km/uur niet direct stuurbaar is door inrichting van de weg met maatregelen binnen de 30 km/uur zone. Vanwege de correctie en de bandbreedte van de meetgegevens worden de snelheden boven de 40 km/uur als serieuze overschrijding van rijsnelheid beoordeeld. Vanuit handhaving streeft de politie ernaar dat het aantal overschrijdingen van de rijsnelheid beneden de 10% blijft. De gemeten gemiddelde rijsnelheid bedraagt 24 km/uur en is overeenkomstig met het aangegeven snelheidsregime. De overschrijding van de maximum rijsnelheid ligt op 4,42 % en ligt binnen de marge die de politie in hun landelijk beleid bij handhaving stelt.
Installatie Groep Spijkenisse; Westvoorne Rapport Identificatie - CustomList-1828 Lokatienaam - Locatie 9 Beschrijving - Zeeweg Richting - Het noorden Het oosten Zuiden Het westen Virtuele Dag (7) Time
Total
0000 0100 0200 0300 0400 0500 0600 0700 0800 0900 1000 1100 1200 1300 1400 1500 1600 1700 1800 1900 2000 2100 2200 2300 07-19 19-00 00-07 07-09 16-18 00-00
7 4 0 2 3 5 20 33 51 48 56 85 78 95 95 108 103 95 67 58 47 32 23 13 915 173 41 84 199 1130
Cls 1 6 4 0 1 2 5 18 26 48 43 50 76 71 88 90 102 97 89 62 52 45 30 22 13 840 162 36 74 186 1038
Cls 2 0 0 0 1 1 1 2 7 3 5 6 8 7 7 5 6 6 6 6 6 2 2 1 0 73 11 6 10 12 89
Cls 3
Mean
0 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 0 0 0 0 0 0 3 0 0 1 1 3
37,3 42,4 42 44 32,2 29,8 30,8 29,9 31,7 33,6 33,5 32,4 32,8 31,4 31,7 32,3 31,9 31,5 31,5 31,6 34,9 35,9 33,7 38,5 32 34,1 33,7 31 31,7 32,4
Vpp 85
40,3 40,3 41,8 41,8 42,5 40,3 41 39,6 40 40 41 40,3 39,6 41 43,6 48,6 43,6 48,6 40,7 43,9 45,4 41,4 40,7 41,4
Vbin 10 20 0 0 0 0 0 1 2 5 4 2 3 7 5 8 8 5 8 8 5 7 3 2 1 0 68 13 4 9 17 85
Vbin 20 30 2 0 0 0 1 2 8 13 21 15 18 25 23 33 33 36 35 35 25 18 11 8 7 3 313 47 14 35 70 374
Vbin 30 40 2 1 0 0 0 2 6 9 16 20 22 38 35 39 40 49 43 36 28 24 18 11 9 4 376 65 12 25 78 454
Vbin 40 50 2 1 0 1 1 1 3 5 8 9 12 12 13 13 13 16 16 14 9 8 12 7 3 5 139 35 8 12 30 182
Vbin 50 60 1 1 0 0 0 0 1 1 2 2 1 2 1 1 2 1 1 2 1 2 2 3 2 1 18 11 3 3 3 31
Vbin 60 70
Vbin 70 80 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 1 0 0 0 2
Vbin 80 90 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Vbin 90 100 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Vbin 100 110 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Vbin 110 120 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Vbin 120 130
Vbin 130 140 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Vbin 140 150 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Vbin 150 160 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
>PSL 50 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
1 1 0 1 0 0 1 1 2 2 2 2 2 1 2 2 1 2 1 2 3 4 2 2 19 12 3 3 3 35
Installatie Groep Spijkenisse; Westvoorne Rapport Identificatie - CustomList-1827 Lokatienaam - locatie 8 Beschrijving - Fazantenlaan Richting - Het noorden Het oosten Zuiden Het westen Virtuele Dag (7) Time Total Cls Cls Cls Mean 1 2 3 0000 0100 0200 0300 0400 0500 0600 0700 0800 0900 1000 1100 1200 1300 1400 1500 1600 1700 1800 1900 2000 2100 2200 2300 07-19 19-00 00-07 07-09 16-18 00-00
15 6 3 3 3 11 53 105 174 149 164 170 173 177 187 183 208 185 154 124 92 71 50 29 2029 366 95 279 393 2491
14 6 3 3 3 11 51 99 164 141 155 160 164 170 179 173 196 180 149 121 89 69 50 29 1929 358 91 262 376 2377
1 0 0 0 1 0 2 5 9 8 8 9 8 7 7 9 11 5 4 3 2 2 1 0 91 8 4 14 16 104
0 0 0 0 0 0 0 1 1 0 1 1 1 0 1 1 1 0 0 0 0 0 0 0 9 0 0 3 2 10
41 42,5 38,2 38,7 40,5 40,6 43,5 40,2 37,6 37,9 37,6 37,4 37,8 37 36,2 38 38,1 39,3 40,3 39,7 39,8 39,7 39,4 39,3 38 39,7 42,3 38,6 38,7 38,4
Vpp 85 48,6
50 51,1 47,9 46,1 45,7 45,4 44,6 45 44,3 44,3 45 45,4 46,4 47,9 46,8 47,5 47,2 46,4 47,9 45,7 46,8 50,8 46,8 45,7 46,1
Vbin 10 20 0 0 0 0 0 0 1 1 5 2 3 3 1 4 6 4 4 3 1 1 1 0 1 0 39 4 1 6 7 44
Vbin 20 30 1 1 1 0 0 1 2 8 26 20 23 24 23 22 31 20 22 15 11 8 7 5 3 3 245 27 6 33 37 277
Vbin 30 40 6 2 1 2 1 5 16 41 75 67 77 81 82 91 91 85 95 83 62 56 42 33 22 14 929 167 33 116 178 1129
Vbin 40 50 6 3 1 0 1 3 25 45 56 51 53 56 59 54 53 65 76 71 63 50 32 26 20 10 701 137 39 101 147 877
Vbin 50 60 1 1 0 0 1 2 8 9 12 8 8 7 8 5 5 8 9 13 15 8 9 5 4 3 106 28 13 21 22 147
Vbin 60 70 0 0 0 0 0 0 2 1 0 1 0 0 0 0 1 1 1 1 1 1 1 1 0 0 8 3 3 1 2 15