22 03 15 brief college Rapporten Verzanding Haringvlietmonding bijl 4
Tekst van het document
Onderzoek aanzanding kust Haringvlietmonding ACHTERGRONDRAPPORT Ideeën en aanbevelingen voor de toekomst
Inspiratiedocument t.b.v. de coalitie richting de toekomst
Eindversie blok C 7 februari 2022
Disclaimer: In dit document wordt naar de toekomst van de Haringvlietmonding gekeken via invalshoeken vanuit een bepaald perspectief, en doet Arcadis aanbevelingen voor het vervolg. Het document heeft een functie gehad als aanzet voor het gesprek over de toekomst binnen de coalitie en met de stakeholders. De coalitie heeft van dit document kennis genomen en ziet het als inspiratiedocument voor de verdere gesprekken over de toekomst.
ONDERZOEK AANZANDING KUST HARINGVLIETMONDING
Contactpersoon TANYA HUIZER Senior projectleider
M +31611798730 E tanya.huizer@arcadis.com
Dit project is uitgevoerd in opdracht van:
Dit project is uitgevoerd door:
2
Datum: 7 februari 2022
Arcadis Nederland B.V. Postbus 4205 3006 AE Rotterdam Nederland
ONDERZOEK AANZANDING KUST HARINGVLIETMONDING
Inhoudsopgave 1
2
3
Beïnvloedbaarheid effecten
6
1.1
Samenvatting effecten
6
1.2
Beïnvloedbaarheid
8
Ideeën voor de toekomst
11
2.1
Inleiding
11
2.2
Invalshoek A: Vroeger
16
2.3
Invalshoek B: Vooree Eiland
20
2.4
Invalshoek C: Natuur met Sterallure
25
2.5
Invalshoek D: Ecobronnen
29
2.6
Nieuwe kustlijn
33
Aanbevelingen
48
3.1
Ontwikkeling van een vervolgproces
49
3.2
Onderdelen van het adaptieve proces
52
3.3
Korte-termijn actieplan
53
Referenties
55
Bijlage C Resultaten online peiling
56
Bijlage D Visualisaties toekomst
65
Bijlage E Maatregelen stakeholders invalshoeken
66
3
Datum: 7 februari 2022
ONDERZOEK AANZANDING KUST HARINGVLIETMONDING
Tabellen Tabel 1 Beinvloedbaarheid van effecten
9
Tabel 2 Basismaatregelen A. Vroeger
16
Tabel 3 Optionele maatregelen A. Vroeger
17
Tabel 4 Basismaatregelen B. Vooree Eiland
21
Tabel 5 Optionele maatregelen Vooree Eiland
23
Tabel 6 Basismaatregelen C Natuur met sterallure
26
Tabel 7 Optionele maatregelen C. Natuur met Sterallure
27
Tabel 8 Basismaatregelen D. Ecobronnen
29
Tabel 9 Optionele maatregelen D. Ecobronnen
31
Tabel 10 Voorgestelde maatregelen Nieuwe kustlijn
34
Tabel 11 Optionele maatregelen Nieuwe kustlijn
38
Tabel 12 Beïnvloeding Nieuwe kustlijn op negatieve effecten van huidige autonome morfologische ontwikkeling naar 2060 40 Tabel 13 Beïnvloeding Nieuwe kustlijn op overige effecten van huidige autonome morfologische ontwikkeling naar 2060
41
Tabel 14 Ambitie coalitie versus de Nieuwe kustlijn
42
Figuren Figuur 1: Voorspelde morfologische ontwikkelingen Brede Kust van Voorne 2030 (links) en 2060 (rechts)
11
Figuur 2 Beelden van de ontwerpsessie in oktober 2021 in Oostvoorne
12
Figuur 3 Proces van extreme invalshoeken naar een start-handelingsperspectief
15
Figuur 4: Visuele weergave van invalshoek 'Vroeger' (Grote weergave in Bijlage D)
16
Figuur 5: Invloed maatregelen invalshoek op de zeven hoofdthema’s ten opzichte van de autonome morfologische voorspelling van 2060 18 Figuur 6: Visuele weergave van invalshoek 'Vooree Eiland' (Grote weergave in Bijlage D)
20
Figuur 7: Invloed maatregelen invalshoek op de zeven hoofdthema’s ten opzichte van de autonome morfologische voorspelling van 2060 24 Figuur 8: Visuele weergave van invalshoek ‘Natuur met Sterallure’ (Grote weergave in Bijlage D)
25
Figuur 9: Invloed maatregelen invalshoek op de zeven hoofdthema’s ten opzichte van de autonome morfologische voorspelling van 2060 27 Figuur 10: Visuele weergave van invalshoek 'Ecobronnen' (Grote weergave in Bijlage D)
29
Figuur 11: Invloed maatregelen invalshoek op de zeven hoofdthema’s ten opzichte van de autonome morfologische voorspelling van 2060 32 Figuur 12: Visuele weergave van de Nieuwe kustlijn (Grote weergave in Bijlage D)
33
Figuur 13 Lagune bij Camperduin in Noord-Holland
34
Figuur 14 Ter Inspiratie: luchtfoto van de slufter op Texel
39
4
Datum: 7 februari 2022
ONDERZOEK AANZANDING KUST HARINGVLIETMONDING
Figuur 15 Effecten maatregelen Nieuwe kustlijn op nul-variant
42
Figuur 16: SWOT-analyse voor recreatie en toerisme
44
Figuur 17: SWOT-analyse voor de maritieme cluster
45
Figuur 18: SWOT-analyse voor de natuur
46
Figuur 19 Ter inspiratie: vogelvluchtweergave van Nieuwe kustlijn
47
Figuur 20 Indicatie van stappen in het vervolgproces om te komen van een start-handelingsperspectief naar een visie en uitvoering van maatregelen 48
5
Datum: 7 februari 2022
ONDERZOEK AANZANDING KUST HARINGVLIETMONDING
1
Beïnvloedbaarheid effecten
Dit rapport is bedoeld als inspiratiedocument t.b.v. de coalitie richting de toekomst en is een vervolg op het achtergrondrapport over de morfologische ontwikkelingen (blok A) en de effecten (blok B) van 27 januari 2022 (Arcadis, 2022). In dit hoofdstuk zijn de positieve en negatieve effecten uit het achtergrondrapport over blok A en B samengevat om zo te kunnen weergeven wat de beïnvloedbaarheid is van deze effecten. Daarbij is als referentie uitgegaan van de effecten van het meest waarschijnlijk geachte scenario 1 “Brede Kust van Voorne” in 2060. De onderstaande kennisvraag heeft betrekking op de toekomst van de Haringvlietmonding. De vragen en beantwoording borduren voort op het onderzoek naar autonome morfologische ontwikkelingen en de effectstudies. Vraag 1 Wat is op hoofdlijnen de beïnvloedbaarheid van de bij Blok B eventueel genoemde negatieve effecten op waterveiligheid, natuur, economie en leefbaarheid? Antwoord 1: Het antwoord op vraag wordt gegeven in de volgende twee paragrafen.
1.1
Samenvatting effecten
Deze paragraaf geeft een overzicht van effecten uit het achtergrondrapport over blok A en B (Arcadis, 2022). Gevolgen voor de waterveiligheid: + +
− +
De kust van Goeree-Overflakkee blijft over het algemeen aangroeien. Al kan het strand op sommige plekken wel tijdelijk wat smaller worden, zoals aan de westzijde van de Kwade hoek, dan leidt dat niet tot een versterkingsopgave van de achterliggende waterkering. Bij de Groene Punt, of iets ten zuidoosten daarvan richting Rockanje, kan over een aantal jaren een strandvlakte ontstaan. Dat komt omdat de zandplaten die nu nog voor de kust liggen aan het strand vastgroeien. Deze strandvlakte zal zich dan langzaam maar zeker ‘uitsmeren’ langs de kust van Voorne waardoor ook op aanpalende kustvakken een breder strand ontstaat. Er is een kleine kans dat er voorafgaand aan de aanlanding van de zandplaat eerst nog een getijgeul ontstaat die ter hoogte van de Groene Punt het strand kan uitschuren. Als dat te ver doorgaat, dan heeft dat gevolgen voor de duinwaterkering. [1]1 Langs de andere kustvakken was en komt naar verwachting geen nieuwe versterkingsopgave van de duinwaterkeringen tot 2060 juist vanwege de aangroei van vrijwel alle kustvakken. Kustlijnzorg blijft van belang, vooral op de westkop van Goeree.
Gevolgen voor de recreatie, toerisme en leefbaarheid: −
+
Er zal minder ruimte zijn voor klassieke strandbeleving, dat wil zeggen genieten van een zandig kustprofiel met af en toe branding. Bij de kust van Voorne gaat er bij de Groene Punt deels strandbreedte verloren, maar elders neemt dit toe. De kust wordt daarbij slibbiger en golven bereiken het strand niet meer omdat ze eerder al wegbreken op het voor de kust liggende Hinderplaat-complex. [2] Er ontstaat (meer) ruimte voor natuurbeleving in verband met de uitbreiding van natuurwaarden van het Voornes Duin.
1 De getallen [x] verwijzen naar Tabel 1 Beinvloedbaarheid van effecten in de volgende paragraaf -
vraag 1 van Blok C
6
Datum: 7 februari 2022
ter beantwoording van
ONDERZOEK AANZANDING KUST HARINGVLIETMONDING
− − − − −
Cultuurbeleving van culturele en erfgoedgerelateerde attracties wordt nauwelijks beïnvloed door de grootschalige morfologische veranderingen. Door de overgang van strandbeleving naar natuurbeleving is er een daling van het totaal aantal bezoekers verwacht, mogelijk 25% minder. [3] Waterveiligheidsrisico’s voor zwemmers kunnen groter worden op de verondiepende vooroever van de kust van Voorne en de Groene Punt, omdat tijdens piekmomenten in het getij relatief hoge stroomsnelheden (orde 1 m/s) kunnen optreden. [4]. Het ruimtelijk patroon van het stroombeeld kan ingewikkelder en onvoorspelbaarder worden wat bijvoorbeeld gevaarlijk zijn voor onervaren suppers of recreanten op drijvende luchtbedden. [5] Aan de westzijde van de Kwade Hoek kan een smaller strand ontstaan en kunnen relatief hoge stroomsnelheden optreden tijdens de opkomende vloed wat, in combinatie met vaartuigbewegingen dicht onder de kust, tot potentieel gevaarlijke situaties kan leiden voor zwemmers. [6] Het water bij de kust van Voorne krijgt minder mogelijkheden om zich te verversen en wordt slibberig, waardoor de kans op algenbloei sneller en vaker optreedt. Daarnaast kan grote rivierafvoer leiden tot langer brak of zoet water voor de kust van Voorne. [7]
Gevolgen voor het maritieme cluster: − −
De inspanningen en kosten om de vaargeul door het Slijkgat op de afgesproken diepte en breedte te houden, nemen naar verwachting door de grootschalige morfologische veranderingen fors toe. Daarnaast is de verwachting dat de route vaak verlegd zal moeten worden om nautisch veilig te blijven. [8] De morfologische effecten op de scheepvaart waaronder de beroepsvaart, visserij en recreatieve vaart zijn beperkt door de afspraak om de vaargeul op breedte en diepte te houden middels baggerwerk. Uitzondering hierop is de zeewaartse invaart van het Slijkgat wat tot toenemende nautische problemen leidt. De veiligheidsrisico’s nemen toe, waardoor aandacht voor nautische veiligheid, markering van vaarroutes, voorbereiding en gebiedservaring van schippers nog belangrijker worden. [9]
Gevolgen voor de natuur: −
+ − + +
7
Het verder groeien van duingebieden en zandplaten gaat ten koste van de permanent overstroomde habitattypen. Dit is een natuurlijke ontwikkeling maar wordt vanwege het behoudende karakter van de natuurwetgeving als negatief gezien. Dit is ook relevant in het licht van de Natuurcompensatie voor Maasvlakte 2 die onder andere bestond uit instelling van ca. 25.000 hectare bodembeschermingsgebied voor de kust van Schouwen-Duiveland, Goeree-Overflakkee en Voorne-Putten, met rustgebieden voor vogels. Hierna is van belang dat hoewel compensatiegebieden onderdeel uitmaken van de Natura 2000-gebieden hier niet speciale regels gelden, maar dat effecten in deze gebieden sneller significant negatief zijn, omdat deze gebieden juist gericht zijn op het terugbrengen van natuurwaarden die nog niet voldoende op niveau waren (al of niet als gevolg van een bepaalde ontwikkeling in een ander deel van het Natura 2000-gebied). [10] Dagelijks en periodiek overstroomde habitattypen (zandbanken) zullen in oppervlakte groeien. Door de aanlanding van zandplaten en zandverstuiving kunnen nieuwe duinen en duinvalleien ontstaan en kunnen bestaande duinen zich ontwikkelen naar duingraslanden. De aanlanding van zandplaten kan leiden tot het verdwijnen van ligplaatsen voor de gewone zeehond en het verdwijnen van rustplaatsen voor vogels.
Dit komt omdat de platen door recreanten betreden kunnen worden en dit kan leiden tot verstoring. [11] Eventuele duinvalleien zijn te verwachten bij de Kwade Hoek en Duinen Goeree. Veel zeldzame plantensoorten, waaronder de inheemse orchideeën, profiteren van duinvalleien. In de Voordelta kunnen extra mogelijkheden ontstaan voor broedvogels en niet-broedvogels die foerageren op de landwaterovergangen, met name op delen die ook slibrijker worden. Er worden geen effecten van de morfologische ontwikkeling op de vismigratie verwacht. Er worden geen wezenlijke veranderingen verwacht met betrekking tot het beheer, maar dit is afhankelijk van ontwikkeling en gestelde doelen: duinvalleien vereisen over het algemeen meer beheer dan duinen. Er worden geen nieuwe typen natuurwaarden verwacht. Het gaat hierbij vooral over verandering en ontwikkeling van bestaande habitattypen en leefgebieden.
Datum: 7 februari 2022
ONDERZOEK AANZANDING KUST HARINGVLIETMONDING
1.2
Beïnvloedbaarheid
In de onderstaande tabel staat voor ieder negatief effect het indicatieve antwoord op de vraag of en hoe het effect beïnvloedbaarheid is. Informatie over haalbaarheid, effectiviteit, kosten en maatschappelijke kosten-baten is in deze fase van het onderzoek niet meegenomen. Daarnaast kunnen eventuele ingrepen en maatregelen die worden genoemd, effect hebben op andere variabelen (zoals natuur). Daarom kunnen de ingrepen niet op zichzelf staand bekeken worden, maar dienen deze altijd in integraliteit met alle overige functies van het gebied beoordeeld te worden. In de beschrijving van de invalshoeken wordt ook meer ingegaan op manier van ingrijpen, eventuele kosten en onmogelijkheden voor waterveiligheid en Natura 2000.
8
Datum: 7 februari 2022
ONDERZOEK AANZANDING KUST HARINGVLIETMONDING
Tabel 1 Beinvloedbaarheid van effecten
nr
Negatieve effecten
Morfologische beïnvloedbaarheid
[1]
Geul voor Groene Punt kan waterveiligheid ondermijnen (Waterveiligheid)
Door strandsuppletie kan de aanlanding van . het Hinderplaat-complex versneld/geforceerd worden en verdere geulvorming voorkomen worden. In beginsel kan lokale erosie ook worden voorkomen door middel van strandhoofden, maar dat is niet noodzakelijk en daardoor niet in overeenstemming met huidig kustbeleid
[2]
Minder ‘dynamische Om verslibbing tegen te gaan is meer strandbeleving’ bij golfdynamiek of stroming nodig. Dat kan de kust van Voorne door de hoogte van delen van het Hinderplaat-complex te verlagen (Economie & leefbaarheid) Daling totaal aantal De morfologische beïnvloeding ten behoeve Verplaatsen van het huidige badstrandtoerisme naar van een dynamischer strandbeleving (zie een nieuwe locatie of inzetten op de ontwikkeling van bezoekers [2]) maakt de kust weer aantrekkelijker (aanvullende) voorzieningen die gericht zijn op het (Economie & voor bezoekers. nieuwe bezoekersprofiel. Dit kan door middel van leefbaarheid)
[3]
Overige beïnvloedbaarheid
(aangepaste) horeca, excursies (zoals zeehonden spotten), buitensporten en watersporten. Mogelijk is dit niet voldoende om het verlies aan badstrandfunctie te compenseren. Hierdoor kan daarnaast de keuze gemaakt worden om in te zetten op een ‘extra’ trekker voor toeristen en recreanten. Hiervoor worden voorbeelden gegeven in de vier extreme invalshoeken en het start-handelingsperspectief
Als voorkomen wordt dat er zich een getijgeul vormt ter hoogte van de Groene Punt (zie eerste punt), dan wordt zwemveiligheid niet slechter. Elders op de vooroever zou regelmatige peiling van de dieptes van het gebied inzicht kunnen geven in de locaties met mogelijk gevaarlijke (zeewaarts gerichte) stroming.
Plaatsen van waarschuwingsbordjes. Gedetailleerde stroomkaarten verstrekken aan reddingsbrigade. Of een app ontwikkelen waarin iedereen direct kan zijn wat het actuele stroombeeld is en gaat worden. Een dergelijke app is uit te breiden met een weergave van actuele golfhoogten, windsnelheid en waterkwaliteit. Zorgen dat capaciteit van de lokale reddingsbrigade voldoende is en blijft.
[4] & [5]
Afname van veiligheid voor zwemmers bij Voorne (Economie & leefbaarheid)
[6]
Alleen via grootschalig ingrijpen kan de Inzetten op meer toezicht en/of werknemers van de Afname geschetste dynamiek van de geul worden Oudorpse Reddingsbrigade en bij calamiteiten door de zwemveiligheid veranderd. KNRM. langs de westkant Plaatsen van waarschuwingsbordjes over de variabele van de Kwade Hoek stroomsnelheden voor suppers en mensen op door luchtbedden. Bij gevaar afsluiten voor watersport en scheepsbewegingen zwemmen. (Economie en leefbaarheid) Het verkorten van de verversingstijd van het Verminderen voedselrijkdom of aanwezigheid van Afname nutriënten in het water door het aanpassen van het waterkwaliteit kust kustwater is wellicht mogelijk door morfologische ingrepen zoals het verlagen spuiregime. van Voorne of doorgraven van (delen van) het Extra aandacht voor schoonhouden van de stranden. (Economie & Hinderplaat-complex. Daar zijn dan wel Testvelden op beperkte schaal met bepaalde leefbaarheid) eerst studies voor nodig met gedetailleerde zuiverende soorten flora.
[7]
modellering van de gevolgen daarvan. Dergelijke morfologische ingrepen zouden onderdeel kunnen zijn van duurzaam sedimentmanagement in het gebied, waarbij het afgegraven zand benut kan worden voor het suppleren van andere
9
Datum: 7 februari 2022
ONDERZOEK AANZANDING KUST HARINGVLIETMONDING
nr
Negatieve effecten
Morfologische beïnvloedbaarheid
Overige beïnvloedbaarheid
deelgebieden , zoals bijvoorbeeld het kustvak op de kop van Goeree.
[8]
Regelmatig afgraven van banken ten Bekijken van andere/innovatieve schepen met Grotere noorden van het Slijkgat (op de voormalige bijvoorbeeld andere diepteligging. baggerinspanning Alternatieven ontwikkelen voor de maritieme sector. en budget nodig om ondiepte “Hinder”) haalt de zanddruk een beetje weg aan de zeezijde van de Alternatieve aanbesteding van baggeronderhoud vaargeul op vaargeul. (prestatiegerichte contractvormen). afgesproken diepte Het verkorten van de geul door rechttrekken te houden van sommige bochten (zeezijde en ten (Economie & westen van de Kwade Hoek). Kanaliseren leefbaarheid) met langsdammen en andere harde structuren lijkt op voorhand niet verstandig omdat er te veel morfologische dynamiek in het systeem zit en dit strijdig is met het vigerend kustbeleid.
[9]
Veiligheidsrisico’s Plotselinge verondiepingen tegengaan door Actieve monitoring van de vaarwegmarkering ten vaargeul (Economie banken langs de noordrand weg te graven opzichte van de vaargeuldieptes. en de geulhellingen flauwer te maken (en te Schepen uitrusten met meetapparatuur die via een & leefbaarheid)
onderhouden). Gevaarlijke grondzeeën bij app gedeeld kan worden met andere schepen (real noordwesterwind tegengaan door vooroever time monitoring). van Hinderplaat-complex te verdiepen/ Delen via website of app van informatie over versteilen. Hierbij hoort het terugleggen van vaardieptes en gevaren. de vaargeul bij de zeewaartse invaart naar de situatie van ongeveer tien jaar geleden.
[10] Afname permanent overstroomde habitattypen (Ecologie)
Verlagen van delen van droogvallende platen tot een meter of meer onder gemiddeld laagwater. Dit vereist regelmatig onderhoud dat mogelijk in de tijd zal afnemen omdat de aanvoer van zand vanaf de vooroever ook afneemt. Daar ontstaat steeds meer een nieuw evenwicht zodat de plaatvorming niet eindeloos op de schaal van de laatste decennia door zal gaan.
[11] Gevolgen voor zeehonden en rustplaats vogels door aanlanding zandplaat: verstoring van aanwezige natuurwaarden (Ecologie)
Met morfologische ingrepen zou de Verstoring is met name het gevolg van aanwezigheid aanlanding van de zandbanken voorkomen van recreanten (o.a. wandelaars en watersporters). Dit kunnen worden (zie punt [2]). is te beïnvloeden door zonering en afsluiting. Zorg dat recreanten vooral in de delen blijven met beperkte Opspuiten (alternatieve) gebieden om natuurwaarden of natuurwaarden die niet gevoelig zijn losliggende droogvallende platen te creëren voor verstoring. Dit kan gedaan worden door aanleg voor de zeehonden en vogels om naar uit te van duidelijke wandelpaden (of juist het ontbreken wijken. daarvan), hekken, borden en betonning. Delen Graven van een geul om te voorkomen dat afsluiten en handhaven om te voorkomen dat recreanten platen betreden. recreanten platen betreden.
10
Datum: 7 februari 2022
De afname van permanent overstroomde habitattypen is te zien als natuurlijke ontwikkeling. Mogelijk is een herijking van de doelen nodig. Ook is te overwegen om de Natura 2000-gebieden samen te voegen of te herbegrenzen, zodat de grenzen meer samenvallen met het volledige systeem en niet administratief bepaald zijn.
ONDERZOEK AANZANDING KUST HARINGVLIETMONDING
2
Ideeën voor de toekomst
De komende vier kennisvragen (2 t/m 5) hebben betrekking op de ‘toekomst’ van de Haringvlietmonding. Deze vragen en beantwoording borduren voort op het onderzoek naar autonome morfologische ontwikkelingen, de effectstudies en de beïnvloedbaarheid.
2.1
Inleiding
Bij het nadenken over een mogelijke toekomst van het gebied is uitgegaan van de onderzoeksresultaten naar de autonome morfologische ontwikkelingen en de effecten in de Haringvlietmonding tot 2060. Zonder ingrijpen zal de Haringvlietmonding zich vermoedelijk ontwikkelen zoals beschreven in het achtergrondrapport over blok A en B (Figuur 1). In deze ‘nul-variant’ is uitgegaan van bestaand beleid tot 2060.
Vanwege de beperkte voorspelbaarheid van toekomstige morfologische ontwikkelingen wordt het opmeten van oppervlakten of strandbreedtes in deze figuren afgeraden.
Figuur 1: Voorspelde morfologische ontwikkelingen Brede Kust van Voorne 2030 (links) en 2060 (rechts)
Vraag 2 Wat kan verwacht worden van maatregelen in het beheer en de uitvoering, zoals een andere manier van baggeren van het Slijkgat en een andere manier van spuien van de Haringvlietsluizen? Antwoord 2 Alleen een andere manier van baggeren van het Slijkgat, of een ‘ander spuiregime’ van de sluizen, heeft volgens het uitgevoerde morfologisch onderzoek weinig invloed op de nul-variant. Om de verwachte gevolgen van de aanhoudende sedimentatie in het mondingsgebied wezenlijk te veranderen is een set aan maatregelen nodig die ingrijpen op de grootschalige sedimentbalans van het gebied en opnieuw te creëren kansen voor natuur, economie en leefbaarheid. Beheer en uitvoering van huidige maatregelen en eventuele veranderingen daarvan zijn als mogelijke maatregelen beschreven in hoofdstuk 2. Vraag 3 Welke toekomstperspectieven zijn aanwezig, gegeven de in blok B geïnventariseerde positieve en negatieve gevolgen? Antwoord 3 Het antwoord op vraag 3 wordt uitgebreid beschreven in de paragrafen 2.2 t/m 2.5. In paragraaf 2.6, de Nieuwe kustlijn, komen relevante aspecten uit de bijeenkomsten (Figuur 2) en de extreme invalshoeken samen en wordt vraag 6 beantwoord.
11
Datum: 7 februari 2022
ONDERZOEK AANZANDING KUST HARINGVLIETMONDING
De vier invalshoeken (genummerd A tot en met D) zijn extreme invalshoeken en geven een beoogde situatie weer rond 2060. Bewust is bij elk van deze beelden gekozen voor één dominante invalshoek. Deze zijn geformuleerd door verschillende experts en dienen louter om de verschillende ‘hoeken van het speelveld’ te schetsen. Het zijn geen realistische keuzemogelijkheden, maar invalshoeken om discussie over wel of niet ingrijpen te inspireren. Mede vanuit die gedachte zijn deze vier invalshoeken gebruikt tijdens een ontwerpsessie met stakeholders. In de invalshoeken die hieronder worden gepresenteerd is wordt actief ingegrepen op systeemniveau. Alleen bij de invalshoek dat hieronder “Natuur met Sterallure” is genaamd, waarbij de natuurlijke processen zo min mogelijk worden beïnvloed, is sprake van een situatie die nog het meeste op de nul-variant lijkt. De volgende vier invalshoeken zijn ontwikkeld: • • • •
A: “Vroeger”; B: “Vooree Eiland”; C: “Natuur met sterallure”; D: “Ecobronnen”.
De ontwikkelde invalshoeken zijn dus een extreme weergave van hoe een bepaalde toekomst eruit kan zien. De invalshoeken zijn abstracte weergaven met mogelijke maatregelen die niet technisch-inhoudelijk of juridisch getoetst zijn. Wel wordt er een aanzet gegeven met onmogelijkheden en mogelijkheden van het betreffende beeld, die de discussie over eventuele vervolgstappen kan voeden. Juist om de suggestie te voorkomen dat er een integrale afweging is gemaakt is ervoor gekozen om tamelijk onrealistische maar wel duidelijke invalshoeken te ontwikkelen. Bijlage C geeft de uitkomsten weer van een online peiling onder stakeholders. Daarbij opgehaalde ideeën, samen met de uitkomsten van de ontwerpsessie met stakeholders op 28 oktober 2021 in Oostvoorne zijn zo goed mogelijk verwerkt. Additionele maatregelen genoemd door stakeholders zijn opgenomen in bijlage E. De referentiebeelden en visualisaties van de vier extreme invalshoeken en het start-handelingsperspectief zijn weergegeven in Bijlage D. Elke invalshoek bestaat uit: • • • • • • • •
Een beschrijving; Een visuele weergave; Basismaatregelen die nodig zijn om de invalshoek te realiseren waar mogelijk met een kosteninschatting; Optionele maatregelen in dit invalshoek: meerwaarde voor de thematische insteek van de invalshoek; Mogelijkheden en onmogelijkheden voor waterveiligheid en Natura 2000; Mogelijke neveneffecten van de voorgestelde basismaatregelen; Een spinnenweb: in hoeverre een invalshoek de voorspelde situatie voor 2060 (nul-variant) verandert op bepaalde thema’s (geen vergelijking tussen verschillende thema’s); Aspecten voor het start-handelingsperspectief: opgehaald uit bijeenkomsten en relevant voor de stap naar meer draagvlak, integraliteit en haalbaarheid.
Sommige van de maatregelen zullen (neven)effecten hebben buiten het onderzoeksgebied. Voor het vervolgonderzoek en de uitvoering is afstemming met organisaties buiten het onderzoeksgebied dan ook vereist.
Figuur 2 Beelden van de ontwerpsessie in oktober 2021 in Oostvoorne
12
Datum: 7 februari 2022
ONDERZOEK AANZANDING KUST HARINGVLIETMONDING
Vraag 4 Wat zijn op hoofdlijnen de bijbehorende mogelijke inspanningen per toekomstbeeld? Dit in termen van kosten om dat toekomstbeeld te realiseren (zowel eenmalige kosten als terugkerende kosten), en neveneffecten die daarbij kunnen optreden? Hierbij dient per toekomstbeeld in elk geval aandacht te worden besteed aan: • Wat zijn de (on)mogelijkheden van de natuurwetgeving (N2000) voor dat toekomstbeeld? • Wat zijn de (on)mogelijkheden van de regelgeving m.b.t. waterveiligheid voor dat toekomstbeeld? Antwoord 4 Mogelijke maatregelen op hoofdlijnen, bandbreedtes van kosten, neveneffecten, onmogelijkheden en mogelijkheden binnen Natura 2000 en waterveiligheid worden beschreven per invalshoek in hoofdstuk 2. Daarbij wordt aangetekend dat op het hier gehanteerde abstractieniveau er vaak niet veel meer kan worden geconcludeerd dan wat er in de invalshoeken is opgenomen. Waterveiligheid Vanuit de kustveiligheidsopgave van de bestaande dijkringen geredeneerd is er in de meeste gevallen geen belemmering te verwachten. Dat komt omdat er in de meeste gevallen sprake is van een toename van de zandhoeveelheid voor de bestaande waterkeringen. Uitzondering hierop kan zijn het deels verlagen van het Hinderplaatcomplex waardoor juist zwaardere golven de achterliggende kust kunnen bereiken dan in de nul-variant. In die gevallen zal er specifiek naar moeten worden gekeken.
Het is niet uit te sluiten dat dan een strand- of duinvoetsuppletie of duinversterking nodig mocht blijken. Natura 2000 Voor Natura 2000-gebieden geldt dat de instandhoudingsdoelstellingen centraal staan. Een voorwaarde voor nieuwe ontwikkelingen die mogelijk leiden tot aantasting van kwalificerende natuurwaarden van het Natura 2000-gebied is dat de vastgelegde instandhoudingsdoelstellingen eerst gehaald worden. Vervolgens moet rekening gehouden worden met het verslechteringverbod, waarin gesteld wordt dat natuurwaarden überhaupt niet zomaar achteruit mogen gaan. Pas op het moment dat instandhoudingsdoelstellingen zijn gehaald, kunnen nieuwe ontwikkelingen worden overwogen. Ook moet rekening worden gehouden met de compensatieverplichting voor de aanleg van Maasvlakte 2. Daarom is het in het kader van Natura 2000 belangrijk dat alle maatregelen, ontwikkelingen en keuzes in een groter geheel bezien worden waarbij altijd voorop moet staan dat de instandhoudingsdoelstellingen gehaald kunnen worden. Aan keuzes voor negatieve gevolgen voor natuur moeten ontwikkelingen met voldoende positieve gevolgen voor natuur voorafgegaan zijn.
Zonder (uitgebreide) studie van een geheel andere ontwikkelingsvariant dan de nul-variant kan er niet op voorhand worden gesteld of iets helemaal onmogelijk of alsnog mogelijk is omdat de ontwikkeling van natuurwaarden en het halen van instandhoudingsdoelstellingen daarbij sturend zijn. Op juridisch vlak zijn er eveneens veel onduidelijkheden die pas kunnen worden ingevuld als meer zicht is op welke toekomstige ontwikkeling gewenst is. Zolang instandhoudingsdoelstellingen niet gehaald zijn, is het vanuit juridisch perspectief niet mogelijk om grootschalige ingrepen of systeemveranderingen in het Natura 2000-gebieden door te voeren. In hoofdstuk 3 worden aanbevelingen gegeven welke keuzes en vervolgstappen daarbij van belang zijn. In dit rapport is per invalshoek in algemene zin kort ingegaan op de mogelijkheden en onmogelijkheden van bepaalde maatregelen in Natura 2000. Hierbij is vooral gekeken naar de kansrijke en minder kansrijke ontwikkelingen. Dit is gedaan op een hoog abstractieniveau waarbij vooral bekeken is welke ontwikkelingen een groot en welke een klein risico vormen: als instandhoudingsdoelstellingen niet worden gehaald vormen alle ontwikkelingen een risico.
In het kader van vergunningverlening rond Natura 2000 zijn twee zaken van belang: 1) is er sprake van significant negatieve effecten?, en 2) zo ja, of de ADC-toets (ADC: Alternatieven, Dwingende redenen van groot openbaar belang, Compensatie) doorlopen kan worden. Vanwege het hier gehanteerde abstractieniveau van de invalshoeken is het niet mogelijk om over 1) veel te zeggen. Wat betreft de tweede vraag is wel iets te zeggen. De volgende vragen zijn daarbij belangrijk: 1. De ontwikkeling van natuur in het Natura 2000-gebied: Zijn de instandhoudings-doelstellingen gehaald? Het is nog maar de vraag of de instandhoudingsdoelstellingen van de relevante Natura 2000-gebieden in de toekomst gehaald worden voor de huidige ontwikkelingen. Als dit niet het geval is, dan vormt dit een belemmering.
13
Datum: 7 februari 2022
ONDERZOEK AANZANDING KUST HARINGVLIETMONDING
2. Welke effecten hebben de uitvoeringsactiviteiten van maatregelen? Dit is bij veel van de gesuggereerde maatregelen nog onbepaald. Er zijn voorwaarden te verbinden om die effecten te beperken en daarom lijkt dit niet op voorhand belemmerend te zijn. 3. Zijn er alternatieven (andere optie en/of andere locatie met minder effecten) beschikbaar? Als dat zo is met minder negatieve effecten, dan zal dat op die manier moeten worden uitgevoerd. Hier is nu nog geen zicht op, maar dit kan wel een belemmering voor de planvorming zijn. 4. Is de maatregel van groot openbaar belang? De belangen en onderbouwing moeten een groot openbaar belang dienen zoals gedefinieerd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Voor veel van de geopperde maatregelen geldt dat een groot openbaar belang niet goed te onderbouwen is. Als dat zo is, dan werkt dit belemmerend omdat de maatregelen met negatieve effecten dan niet vergunbaar zijn. 5. Wat zijn realistische mogelijkheden voor compensatie? Compensatie is een sluitstuk en volgt na onderbouwing dat er geen alternatieven zijn en dat het project een groot openbaar belang dient. Het heeft pas zin om daadwerkelijk de mogelijkheden voor compensatie te onderzoeken als duidelijk is dat aan de andere voorwaarden is voldaan.
Vraag 5 Advies van het bureau: Wat is een (realistisch) handelingsperspectief / zijn realistische handelingsperspectieven voor de regio? Antwoord 5 Het antwoord op vraag 5 staat weergegeven in paragraaf 2.6 met aanbevelingen voor vervolg in hoofdstuk 3. Gebaseerd op de invalshoeken A t/m D en de ontwerpsessie met stakeholders is gewerkt richting een start-handelingsperspectief: “De Nieuwe kustlijn” genaamd. Er is gekozen om het advies voor een handelingsperspectief ‘start-handelingsperspectief’ te noemen zodat duidelijk is dat het om een startpunt gaat en niet om ‘het’ handelingsperspectief van de coalitie, want dat ontstaat pas in vervolgstappen. Dit start-handelingsperspectief bevat aspecten van de verschillende extreme invalshoeken, maar minder extreem. Het beoogt daarmee een eerste stap te zijn, een openingszet, in het planvormingsproces van de Haringvlietmonding. Het is op zichzelf nog geen uitvoerbaar plan, en er is niet geprobeerd om een evenwichtige afweging van belangen te realiseren. Het is ook niet het gezamenlijke wensbeeld van de coalitiepartijen. Het heeft net als de extreme invalshoeken als doel om de afweging van belangen en de vraag of er wel of niet moet worden ingegrepen te voeden. Het beoogt dus een hulpmiddel te zijn in het afwegingsproces dat later zal opstarten.
Het gevolgde proces is weergegeven in Figuur 3: • Specialisten hebben vier extreme invalshoeken ontwikkeld die zijn gepresenteerd aan de stuurgroep en besproken met stakeholders in een ontwerpsessie op 28 oktober 2021. • De Nieuwe kustlijn, als start-handelingsperspectief, is gebaseerd op de resultaten van de ontwerpsessie, peiling en ambtelijke en bestuurlijke gesprekken. • Aspecten van de vier invalshoeken zijn in minder extreme mate meegenomen in het start-handelingsperspectief, genaamd ‘Nieuwe kustlijn’.
14
Datum: 7 februari 2022
ONDERZOEK AANZANDING KUST HARINGVLIETMONDING
•
Op basis van expert judgement is op hoofdlijnen een redenatie en onderbouwing gegeven wat morfologisch en ecologisch mogelijk is binnen het start-handelingsperspectief.
Figuur 3 Proces van extreme invalshoeken naar een start-handelingsperspectief
15
Datum: 7 februari 2022
ONDERZOEK AANZANDING KUST HARINGVLIETMONDING
2.2
Invalshoek A: Vroeger
“De Haringvlietmonding wordt hersteld naar de situatie van vroeger. Dit is een situatie dat de badstranden op Voorne en Goeree Overflakkee zijn slibvrij en weer aantrekkelijk voor badgasten. Het Slijkgat blijft diep en veilig genoeg voor de bereikbaarheid van het maritieme cluster. De charme van de Haringvlietmonding van vroeger wordt weer in ere hersteld” Voor deze invalshoek wordt alles gedaan om de huidige gebruikswijze van de omgeving te verbeteren naar een gunstigere situatie voor recreatie en de maritieme sector. De stranden op Voorne en Goeree Overflakkee zijn slibvrij, het zwemwater is dichtbij en de stranden zijn goed toegankelijk. Het Slijkgat blijft diep genoeg voor haven-gebonden activiteiten, de nautische veiligheid en bereikbaarheid. De visuele weergave staat in Figuur 4.
Figuur 4: Visuele weergave van invalshoek 'Vroeger' (Grote weergave in Bijlage D)
Basismaatregelen in deze invalshoek Om deze invalshoek te realiseren zijn maatregelen nodig. De tabel hieronder geven de basismaatregelen voor dit perspectief kort weer. Tabel 2 Basismaatregelen A. Vroeger * Basismaatregelen Toelichting A
Aanpassing baggerregime Slijkgat: andere hellingen en wegbaggeren langs de randen van de Kwade Hoek.
16
Datum: 7 februari 2022
Hierdoor minder kwetsbaar voor verzandingen en zandbanken. Nautisch veiliger.
(On)mogelijkheden **
Grove kosteninschatting
Natura 2000: wegbaggeren langs Eenmalig totale de randen van de Kwade Hoek ingreep: 50-80 M leidt tot verlies van natuurwaarden. EUR, jaarlijks, 2-4 M Hier zijn mogelijk maatregelen EUR/j
ONDERZOEK AANZANDING KUST HARINGVLIETMONDING
*
Basismaatregelen
Toelichting
(On)mogelijkheden **
Grove kosteninschatting
Rechttrekken en verbreden zeewaarts deel van vaargeul.
nodig om effecten te beperken of te compenseren. ***
A
Opspuiten ten behoeve van In verband met risico van de geul waterveiligheid met name bij voor de Groene Punt opspuiten de Groene Punt van zand.
Natura 2000: geen bijzonderheden, Eenmalig: 1-3 M want waterveiligheid komt in EUR geding. Voor ecologie kan dit tot gunstige omstandigheden leiden als de dynamiek (door inwaaien van zand) in achterliggende duinen verbetert.
N
Zandverplaatsing. Morfologische ingrijpen bij Hinderplaat-complex: zand afgraven 10Mm3 en bijvoorbeeld benutten bij versterking van andere gebieden
Dit creëert ‘gaten’ of ‘happen’ in Natura 2000: verwijderen van zand Eenmalig 10-20 M het Hinderplaat-complex. Hierdoor leidt tot verlies van natuurwaarden EUR. Eventuele kan de golfenergie op het op het Hinderplaat-complex. Voor kostenbesparing badstrand toenemen en blijft het het Hinderplaat-complex geldt een mits zand gebruikt badstrand aantrekkelijk (slibvrij, Toegangsbeperkend besluit (TBB). in kader van zwemwater dichtbij, branding) Als het TBB wordt ingetrokken dan kustbeheer zijn mogelijk maatregelen nodig om Dit is uitdagend effecten te beperken of te i.v.m. de beleidscompenseren (ADC-toets).*** doelstelling van
het kustbeleid om de zandvoorraad van het kustfundament te handhaven (door zand van de Noordzee van buiten de NAP -20 m dieptelijn aan te voeren) * (N) Nieuwe technische ingreep, (B) beleidsmatige ingreep of (A) aanpassing beheer en uitvoering huidige activiteiten. **Voor alle maatregelen waarbij het effect op de natuur gecompenseerd moet worden is uitvoering van een ADC-toets noodzakelijk. *** Voor alle werkzaamheden die in Natura 2000-gebieden plaatsvinden, geldt dat op voorhand niet aan te geven is of een activiteit vergunbaar is. Dit is afhankelijk van: 1) De ontwikkeling van natuur in het Natura 2000-gebied, met andere woorden, zijn de instandhoudingsdoelstellingen gehaald? Voor het perspectief Vroeger wordt uitgegaan dat de instandhoudingsdoelstellingen zijn gehaald maar dat er niet per se veel ruimte over is. De instandhoudingsdoelstellingen zijn namelijk gebaseerd op een referentie uit het verleden en uitgangspunt hier is dat die gehaald wordt. Omdat er geen grote “overmaat aan natuur” is voorzien in deze invalshoek, zijn maatregelen (mitigatie en eventueel compensatie) nodig om effecten te beperken en eventueel te herstellen voor een vergunning. 2) De manier van uitvoering is ook bepalend voor effecten en deze is nog niet bekend. 3) Of er alternatieven (andere optie en/of andere locatie met minder effecten) beschikbaar zijn voor de activiteit.
Als er vergelijkbare alternatieven zijn met minder effecten, dan moet het op die manier worden uitgevoerd. Hier is nu geen zicht op. 4) Of de activiteit moet worden uitgevoerd vanwege een groot openbaar belang. De belangen en onderbouwing moeten een groot openbaar belang dienen zoals gedefinieerd in de Wet natuurbescherming (Wnb) en toekomstige wetgeving. 5) Wat de mogelijkheden voor compensatie zijn. In deze invalshoek lijken nog wel mogelijkheden te zijn voor compensatie in verschillende delen van het Natura 2000-gebied. Let op: compensatie is wel een sluitstuk en volgt na onderbouwing dat er geen alternatieven zijn en dat het project een groot openbaar belang dient.
Optionele maatregelen in deze invalshoek Daarnaast zijn er mogelijke optionele maatregelen die toegevoegd kunnen worden aan deze invalshoek. De tabel hieronder geeft deze weer. Tabel 3 Optionele maatregelen A. Vroeger * Optionele maatregelen Toelichting N
Strandtenten bij Goeree en Rockanje zeewaarts verplaatsen
17
Datum: 7 februari 2022
(On)mogelijkheden**
Grove kosteninschatting
Om de Natura 2000: infrastructuur moet worden uitgebreid Tonnen tot toegankelijkheid en en verstoring neemt tot dieper in het gebied toe. miljoenen afstand tot de zee Situatie is echter in grote lijn wel vergelijkbaar met de huidige situatie. Beperkte kans voor de aangroei
ONDERZOEK AANZANDING KUST HARINGVLIETMONDING
*
Optionele maatregelen
Toelichting
(On)mogelijkheden**
Grove kosteninschatting
weer hetzelfde te van duinen op de locaties van de oude strandtenten maken als vroeger. en daarachter. Overwogen kan worden om in de nieuwe duinzone natuurwaarden-bevorderende maatregelen te nemen zoals destijds ook is gedaan rondom de versterking van het Flaauwe Werk * (N) Nieuwe technische ingreep, (B) beleidsmatige ingreep of (A) aanpassing beheer en uitvoering huidige activiteiten. **Voor alle maatregelen waarbij het effect op de natuur gecompenseerd moet worden is uitvoering van een ADC-toets noodzakelijk.
Mogelijkheden en onmogelijkheden Deze invalshoek bevat de volgende mogelijkheden en onmogelijkheden met betrekking tot waterveiligheid en de wetgeving van Natura 2000: • Voor de ingrepen rond het Hinderplaat-complex: Zoals aangegeven in de tabel geldt voor het Hinderplaat-complex een Toegangsbeperkend besluit (TBB). Voordat activiteiten plaats kunnen vinden, moet dit besluit worden ingetrokken en dat lijkt gezien de waarde voor de natuurwaarden in het gebied onrealistisch. Als het TBB wel wordt ingetrokken dan zijn mogelijk maatregelen nodig om effecten te beperken of te compenseren (ADC-toets). Mogelijk dat er geen alternatieven zijn, maar de vraag is wel of de ingreep dan plaatsvindt in het kader van een dwingend openbaar belang. • Het baggeren langs de oevers van de Kwade Hoek leidt waarschijnlijk tot verlies van natuurwaarden van het Natura 2000-gebied. Mogelijk dat met maatregelen een deel weer te herstellen is, maar hier moet wel naar gekeken worden. Op het moment dat compensatie is vereist, moet ook sprake zijn van een dwingende reden van groot openbaar belang. Dat zou kunnen zijn het garanderen van een veilige en onderhoudbare vaargeul door de zee corridor Slijkgat (onderdeel van “Vaarweg van het Hollandsch Diep via de Goereese sluis naar de Noordzee”).
• In het algemeen wordt in deze invalshoek de natuur vastgelegd in het systeem: de natuurlijke ontwikkeling wordt tegengaan. Dit levert een risico op: hierdoor zijn bepaalde natuurdoelen mogelijk niet haalbaar en daar moeten dan maatregelen voor worden genomen. Mogelijke neveneffecten De mogelijke effecten van de invalshoek zijn samengevat in Figuur 5, waarbij de blauwe lijn geldt voor de invalshoek ‘Vroeger’ en de oranje lijn voor de nul-variant. Daar waar de blauwe lijn verder uitsteekt van het denkbeeldige midden dan de oranje lijn, wordt ingeschat dat op dat thema een verbetering wordt gerealiseerd. Zo is in één oogopslag te zien dat deze invalshoek gunstig zal uitpakken op de maritieme sector en recreatie & toerisme en dat dit ten koste zou kunnen gaan van natuur. Een bescheiden motivatie hiervoor is de volgende: • Bij intensief baggeren wordt behalve de bovenste laag aan zand ook het bodemleven weggehaald. Het bodemleven vormt voedselbronnen voor met name aanwezige vogels in beschermde natuurgebieden. • De verbetering van de badstrandsituatie bij Rockanje en Goeree- Overflakkee (door strandtenten te verplaatsen richting zee) creëert een toename in badstrandgasten. De Figuur 5: Invloed maatregelen invalshoek op de zeven hoofdthema’s ten bekendheid neemt daardoor ook iets toe t.o.v.
opzichte van de autonome morfologische voorspelling van 2060 de voorspelling voor de nul-variant.
18
Datum: 7 februari 2022
ONDERZOEK AANZANDING KUST HARINGVLIETMONDING
• • •
Toenemende recreatie kan mogelijk de noodzakelijke rust voor zeehonden en vogels verstoren. De nautische veiligheid voor het maritieme cluster verbetert in Vroeger, omdat de situatie wordt teruggebracht en gehanteerd naar toen de problemen minimaal waren. De autonome ontwikkelingen leiden tot het ontstaan van een gebied met een slechte verbinding met de open zee, waardoor het water minder mogelijkheden heeft om zich te verversen. Dit zal verminderen door de hoeveelheid baggeren. Aan de andere kant zijn er ook andere factoren (zoals behoud recreatie en vaargeul) die zorgen dat de waterkwaliteit gelijk blijft in Vroeger.
Mee te nemen elementen voor het start-handelingsperspectief Deze extreme invalshoek heeft een aantal elementen die tijdens de ontwerpsessie met stakeholders en overleggen met bestuurders als interessant zijn genoemd. Het zijn daarmee ideeën die gebruikt zijn bij het ontwikkelen van een starthandelingsperspectief (E: Nieuwe kustlijn – 10.6): • Behoud vaargeul • Badstrandfunctie Rockanje • Het scheiden van functies middels zonering • Meer ruimte maken voor de natuurfunctie bij de Brielsche Gatdam.
19
Datum: 7 februari 2022
ONDERZOEK AANZANDING KUST HARINGVLIETMONDING
2.3
Invalshoek B: Vooree Eiland
“De accumulatie van sediment midden in het gebied wordt gezien als kans en voor de aanleg van een nieuw en levendig eiland: ‘Vooree Eiland’. Vooree Eiland wordt hét eiland voor dagjesweg vanwege de gezellige strandvoorzieningen, de jachthaven en de verschillende recreatieve mogelijkheden. Het strand bij de Slufter wordt aanzienlijk breder door de aanleg van een korte dam, waarmee eventueel extra recreatiemogelijkheden kunnen worden gecreëerd inclusief een kabelverbinding met het eiland” Om Vooree Eiland mogelijk te maken dient het stromingsgebied tussen het Eiland Vooree en de Groene Punt open water te blijven. Dit wordt gedaan door graafwerkzaamheden en de aanleg van een langsdam. Tegelijkertijd wordt de vaargeul door het Slijkgat rechtgetrokken waardoor deze nautisch veiliger wordt en de uitstroming van het Haringvliet op langere termijn kan worden gegarandeerd. Daarnaast komen er in deze invalshoek meer badstrand en recreatiemogelijkheden op Goeree Overflakkee en bij de kust van Maasvlakte 2. Voor dit laatste zal het ook nodig zijn om de verkeersafwikkeling naar MV2 onder de loep te nemen. Infrastructuur op het eiland is noodzakelijk ten behoeve van de toegankelijkheid en aantrekkelijkheid van het eiland, zoals een jachthaven en horecavoorzieningen.
Een kabelbaan zou mondiaal gezien een unieke manier kunnen zijn om het eiland met de wal te verbinden (bijvoorbeeld richting het extra te ontwikkelen recreatiestrand ten zuiden van de Slufter). Een veerverbinding van de nieuwe haven naar de bestaande haven van Stellendam is een extra verbindingsmogelijkheid. De visuele weergave staat in Figuur 6.
Figuur 6: Visuele weergave van invalshoek 'Vooree Eiland' (Grote weergave in Bijlage D)
Basismaatregelen in deze invalshoek Om deze invalshoek te waarborgen zijn er maatregelen nodig. De tabel hieronder geven de basismaatregelen weer.
20
Datum: 7 februari 2022
ONDERZOEK AANZANDING KUST HARINGVLIETMONDING
Tabel 4 Basismaatregelen B. Vooree Eiland * Basismaatregelen Toelichting
(On)mogelijkheden**
Grove kosteninschatting
Natura 2000: verdiepen leidt tot verlies van natuurwaarden. Hier zijn maatregelen nodig om effecten te beperken of te compenseren. ***
Moeilijk bereikbare plaats waardoor kuubprijs relatief hoog is. Eenmalig: 10-20 miljoen EUR; daarna jaarlijks onderhoud nodig van 0,5- 1 miljoen EUR/jaar (5%).
N
Baggeren tussen Groene Punt en Vooree Eiland
Baggeren om te zorgen dat het eiland een eiland wordt en blijft.
N
Doorgraven Kwade Hoek (verleggen toegangsgeul Stellendam)
Het idee is dat deze majeure Natura 2000: doorgraven van dit Eenmalig 5-15 ingreep mogelijk leidt tot iets belangrijke natuurgebied leidt tot miljoen EUR, jaarlijks minder vaargeulonderhoud, een verlies van natuurwaarden en lijkt onderhoud van de nautisch betere routering en vanuit Natura 2000 perspectief rechtgetrokken mogelijk op de zeer lange termijn onmogelijk. Als het al zo ver vaargeul moeilijk op een hydraulisch meer efficiënte komt, dan zijn forse maatregelen voorhand in te uitstroming van extreme nodig om effecten te beperken of schatten. Zou minder rivierafvoeren. Of dat zo is, zal wel te compenseren.*** dan 0,5 miljoen EUR/j eerst moeten worden onderzocht kunnen zijn
N
Kanaliseren deel van Alleen te overwegen als dit uit Natura 2000: wegbaggeren leidt Niet op voorhand in verlegde Slijkgat (harde oever onderzoek blijkt financieel tot verlies van natuurwaarden. te schatten plus langsdammen) interessant te zijn. Dat zou het Hier zijn mogelijk maatregelen kunnen zijn als het leidt tot minder nodig om effecten te beperken of onderhoud van de nieuwe te compenseren.*** vaargeul, of als de harde oeververdediging een andere ruimtelijke waarde vervult. De inschatting nu is dat dit weinig baat zal hebben en dus uiteindelijk zou afvallen.
N
Aanleg Vooree Eiland
Slikkengebied aan oostzijde, drie strekdammen aan de westzijde, zuidkant entree nieuwe jachthaven. Leefbaar recreatief eiland.
A
Spuisluizen meer en anders spuien (flipperen)
Het idee is om met een maatregel Natura 2000: onderzoek moet (hier ‘flipper’ genoemd) de uitwijzen wat de gevolgen zijn uitstroom van rivierwater voor aanwezige natuurwaarden. noordwaarts of zuidwaarts het eiland te kunnen sturen, al naar gelang de behoefte aan doorspoeling in 1 van beide ‘takken’. Of die sturing van het rivierwater ook hydraulisch gezien werkt, zal eerst uit onderzoek met stromingsmodellen moeten blijken.
21
Datum: 7 februari 2022
Natura 2000: hier gaat natuur Kosten hangen erg af verloren. Bovendien komt een van wat er allemaal bron van verstoring in het midden moet worden meevan beschermde natuurgebied te ontwikkelt. Het is niet liggen. Compensatie is alleen mogelijk om hier een mogelijk met dwingende redenen kostenraming voor te van groot openbaar belang en die maken, hoe grof ook. worden hiervoor niet verwacht.*** Maar een dergelijke gebiedsontwikkeling gaat eerder richting 100 miljoen EUR, dan richting 10 miljoen EUR. Dit is zonder nadere uitwerking niet in te schatten
ONDERZOEK AANZANDING KUST HARINGVLIETMONDING
*
Basismaatregelen
Toelichting
(On)mogelijkheden**
Grove kosteninschatting
N
Verdiepen van de vooroever kust van Voorne
Omdat het anders mogelijk geen open geul blijft. Golven op het oude strand zijn wenselijk voor een eiland. Het is geen schiereiland.
Natura 2000: graven leidt tot verlies van natuurwaarden. Hier zijn mogelijk maatregelen nodig om effecten te beperken of te compenseren.***
Niet op voorhand in te schatten
N
Ontwikkeling recreatieve voorzieningen op het eiland
Oneindig veel mogelijkheden en Natura 2000: hier gaat natuur Ook hiervoor geldt aan ondernemers en verloren. Bovendien komt een dat een natuurorganisaties om daar verder bron van verstoring in het midden kosteninschatting vorm aan te geven. van beschermde natuurgebied te slechts te maken is liggen. Een dergelijke nadat op hoofdlijnen ontwikkeling is alleen mogelijk als de ontwikkelopgave de recreatieve voorzieningen op het eiland bekend gepaard gaan met een wezenlijke is natuurontwikkeling die bijdraagt aan het halen van de instandhoudingsdoelstellingen. Compensatie is alleen mogelijk met dwingende redenen van groot openbaar belang.***
N
Aanleg dam dwars op de kust Een dam van circa 300-400m Natura 2000: onderzoek moet bij MV2 (zuidkust lengte kan worden onderzocht om uitwijzen wat de gevolgen zijn baggerspeciedepot) ter plekke een breder strand te voor aanwezige natuurwaarden. creëren. Niet uit te sluiten is dat Bij dit onderzoek moet rekening daarmee de kustlijn van het gehouden worden met vooral de zuidstrand van MV2 op termijn iets aanwezige vogelsoorten en bijdraait waardoor het gevolgen van de morfologische kustonderhoud vermindert. Dit ontwikkeling. alles moet overigens nog blijken uit de werkelijke onderhoudsbehoefte van het MV2 zuidstrand zoals dit zich de komende jaren zal manifesteren.
Enkele miljoenen afhankelijk van de voorzieningen die erbij komen. Mogelijke baten in minder kosten voor kustonderhoud MV2.
* (N) Nieuwe technische ingreep, (B) beleidsmatige ingreep of (A) aanpassing beheer en uitvoering huidige activiteiten. ** Voor alle maatregelen waarbij het effect op de natuur gecompenseerd moet worden is uitvoering van een ADC-toets noodzakelijk. *** Voor alle werkzaamheden die in Natura 2000-gebieden plaatsvinden, geldt dat op voorhand niet aan te geven is of een activiteit vergunbaar is. Dit is namelijk afhankelijk van: 1) De ontwikkeling van natuur in het Natura 2000-gebied, met andere woorden, zijn de instandhoudingsdoelstellingen gehaald? Voor dit perspectief wordt van veel recreatie uitgegaan, waardoor uit te gaan is dat instandhoudingsdoelstellingen niet te halen zijn. Op het moment dat de instandhoudingsdoelstellingen niet gehaald worden, geldt dat alle activiteiten die leiden tot een effect in principe niet vergunbaar zijn. Het is noodzakelijk om maatregelen te nemen om effecten volledig te voorkomen, anders moet een een ADC-toets worden uitgevoerd. 2) De manier van uitvoering is ook bepalend voor effecten en deze is nog niet bekend. 3) Of er alternatieven (andere optie en/of andere locatie met minder effecten) beschikbaar zijn voor de activiteit. Als er vergelijkbare alternatieven zijn met minder effecten, dan moet het op die manier worden uitgevoerd. Hier is nu geen zicht op. 4) Of de activiteit moet worden uitgevoerd vanwege een groot openbaar belang.
De belangen en onderbouwing moeten een groot openbaar belang dienen zoals gedefinieerd in de Wet natuurbescherming (Wnb) en toekomstige wetgeving. 5) Wat de mogelijkheden voor compensatie zijn. In dit perspectief lijken de mogelijkheden voor compensatie beperkt, omdat er eigenlijk geen ruimte is voor is naast alle recreatie. Om recreatieve voorzieningen mogelijk te maken, is het essentieel dat voldoende ruimte voor natuur overblijft. Let op: compensatie is wel een sluitstuk en volgt na onderbouwing dat er geen alternatieven zijn en dat het project een groot openbaar belang dient.
Optionele maatregelen in deze invalshoek Daarnaast zijn er optionele maatregelen die toegevoegd kunnen worden aan deze invalshoek. De tabel hieronder geeft deze weer.
22
Datum: 7 februari 2022
ONDERZOEK AANZANDING KUST HARINGVLIETMONDING
Tabel 5 Optionele maatregelen Vooree Eiland * Mogelijke optionele Toelichting maatregelen
Onmogelijkheden**
Grove kosteninschatting
N
Iconische toeristische trekpleister
Idealiter een mooi centrum om te Natura 2000: Door deze extra bebouwing bezoeken met horeca- en wordt potentieel een bron van verstoring verblijfmogelijkheden. Het is vanuit toegevoegd in het beschermde natuurgebied. zee en land van verre te zien en Een dergelijke ontwikkeling is alleen mogelijk trekt de aandacht door zijn als verstorende effecten worden gemitigeerd. bijzondere vormgeving. Een architectonisch hoogstandje.
Een gebouw met de verbeelding die hier wordt bedoeld kost al snel enkele tientallen miljoenen; wellicht meer. Voor het object zou een sluitende of winstgevende business case ontwikkeld moeten worden.
N
Kabelbaan Maasvlakte 2 naar Vooree Eiland
Voor het ontsluiten van het eiland zonder brug of tunnel is een andersoortige verbinding nodig zoals bijvoorbeeld een kabelbaan of een veerverbinding.
N
Uitbreiden recreatieve voorzieningen Rockanje richting Haringvlietdam
Omdat het strand richting Natura 2000: hier gaat natuur verloren. Niet in te schatten Haringvlietdam ook aantrekkelijker Bovendien komt een bron van verstoring in het zonder meer kan worden voor beschermde natuurgebied te liggen. Een details over badstrandrecreatie als de dergelijke ontwikkeling is alleen mogelijk in maatregel. verslibbing kan worden volledige aansluiting met de aanwezige tegengegaan. Voor golfwerking natuur. De uitbreiding van het strand is moet de recreant overigens niet voorzien in een gebied waar al uitvoering is hier naartoe gaan, omdat die gegeven aan een compensatieopgave, nagenoeg afwezig zal zijn (het ligt compliceert dit de opgave omdat elk effect als immers in de golfluwte van het significant is te zien. Verder is compensatie is eiland) alleen mogelijk met dwingende redenen van groot openbaar belang en die worden hiervoor niet gezien.
Natura 2000: een bron van verstoring komt in Paar miljoen EUR het beschermde natuurgebied te liggen. Een voor de aanleg. dergelijke ontwikkeling is alleen mogelijk in Baten uit tickets. volledige aansluiting met de aanwezige Gondels zouden natuur. Dit betekent dat gevoelige gesponsord natuurwaarden gemeden worden en verstoring kunnen worden volledig gemitigeerd wordt. De kabelbaan is waardoor de voorzien in een gebied waar al uitvoering is business case nog gegeven aan een compensatieopgave, wat de aantrekkelijker kan opgave compliceert omdat elk effect als worden. significant is te zien. Verder is compensatie alleen mogelijk met dwingende redenen van groot openbaar belang.
* (N) Nieuwe technische ingreep, (B) beleidsmatige ingreep of (A) aanpassing beheer en uitvoering huidige activiteiten. ** Voor alle maatregelen waarbij het effect op de natuur gecompenseerd moet worden is uitvoering van een ADC-toets noodzakelijk.
Mogelijkheden en onmogelijkheden Deze invalshoek bevat de volgende mogelijkheden en onmogelijkheden met betrekking tot waterveiligheid en de wetgeving van Natura 2000: Onmogelijkheden: • Voor alle ontwikkelingen die ten koste gaan van de specifieke waarden van de Natura 2000-gebieden moeten maatregelen worden genomen. Voor compensatie is een dwingende reden van groot openbaar belang nodig en voor recreatie is dit vrijwel niet aantoonbaar. Een voorbeeld: door de toename van recreanten is er weinig rust en is het moeilijk om aan de vogeldoelstellingen te voldoen. Bij laag water zitten er veel vogels, maar die zouden dan vertrekken: in het gebied moet gegarandeerd worden dat vogels ergens anders heen kunnen. • Het is nu een groot overgangsgebied van land naar zee en dat kan met een dergelijk eiland ernstig worden verstoord Mogelijkheden: • Recreatie in beschermde natuurgebieden moet aansluiten op de aanwezige natuur en deze niet verdringen. Dit maakt dat het belangrijk is om recreatie te clusteren op vooral die locaties waar al recreatie plaatsvindt. Het is
23
Datum: 7 februari 2022
ONDERZOEK AANZANDING KUST HARINGVLIETMONDING
noodzakelijk om in (ieder geval in delen van) het gebied de natuur centraal te stellen. Daarom ook ligt er aan de oostzijde van het eiland een omvangrijk natuurgebied dat groter is dan de huidige Kwade Hoek. • De effecten van recreatie op het eiland zijn beperkter als de functies als aangegeven worden omgedraaid: rustige recreatie in het midden en natuur aan westelijk deel. Dit zorgt voor de ontwikkeling van witte duinen en daarachter grijze duinen. • Voorkomen toegankelijkheid Slikken van Voorne. Mogelijke neveneffecten De effecten van de invalshoek zijn samengevat in Figuur 7 waarbij de blauwe lijn de invalshoek ‘Vooree Eiland’ representeert en de oranje lijn de voorspelling voor de nul-variant Hieruit blijkt: • Vrijwel alle ruimtelijke ontwikkelingen leiden tot een afname van de bestaande natuur. Hierboven wordt beargumenteerd dat de beschermde status van het gebied de ontwikkelingen zal blokkeren. Kansen voor nieuwe natuur zijn er, met name aan de oostkant van het eiland, maar de natuurwaarden daarvan hebben tijd nodig om te ontwikkelen en staan gedurende lange tijd niet in verhouding tot de natuur die verdwijnt. Daarnaast zorgen verschillende vormen van recreatie tot toename van verstoring van overblijvende en nieuwe leefgebieden van vogels en zeehonden. • Het eiland biedt veel kansen op de thema’s nationale bekendheid en recreatie & toerisme.
Figuur 7: Invloed maatregelen invalshoek op de zeven hoofdthema’s ten opzichte van de autonome morfologische voorspelling van 2060 • De effecten op waterveiligheid en waterkwaliteit veranderen niet significant. • Op het thema leefklimaat onveranderd weergegeven. Dat komt omdat dit voor de ene partij positief en voor een andere als negatief zal worden ervaren. • Het maritieme cluster ervaart naar verwachting een kleine positieve verbetering door het eiland en de dam. • Het eiland zal de zoutindringing in het Haringvliet mogelijk terugdringen. Het eiland zorgt voor een estuarium, waardoor het water gedwongen wordt door het Slijkgat te stromen. Hierdoor ontstaat een mengbassin, waarin er een geleidelijke overgang wordt gecreëerd van zout naar zoet water. Het estuarium kan op deze manier het zoutgehalte van het water dat de Haringvliet instroomt bij vloed reduceren. • Vrijwel alle ruimtelijke ontwikkelingen leiden tot een afname van de bestaande natuur. Kansen voor nieuwe natuur zijn er wel, met name aan de oostkant van het eiland, maar de natuurlijke waarden daarvan hebben tijd nodig om te ontwikkelen en staan niet in verhouding tot de natuur die verdwijnt. Daarnaast zorgen verschillende vormen van recreatie tot toename van verstoring van leefgebieden van vogels en zeehonden.
• Het eiland zou vergrijzing van het gebied tegen kunnen gaan, door de aantrekkelijkheid van het gebied te verhogen en kansen voor ondernemers in het kader van toerisme en woonruimte te bieden. Door de jachthaven op het eiland en het nautische verbeteren van de vaarroute, wordt het gebied aantrekkelijker voor de recreatievaart en watersport. Mee te nemen elementen voor het start-handelingsperspectief Deze extreme invalshoek heeft een aantal elementen die tijdens de ontwerpsessie met stakeholders en overleggen met bestuurders als interessant zijn genoemd. Het zijn daarmee ideeën die gebruikt zijn bij het ontwikkelen van het starthandelingsperspectief (E: Nieuwe kustlijn – paragraaf 2.6): • Het verplaatsen van de dynamische kustlijn die vroeger aanwezig was langs de kust van Voorne; • Vanaf de zuidpunt van de Slufter tot aan de Haringvlietdam één gebied maken met daarin ruimte voor natuur aan de noordkant en een recreatiestrand aan de zuid- en westkant.
24
Datum: 7 februari 2022
ONDERZOEK AANZANDING KUST HARINGVLIETMONDING
2.4
Invalshoek C: Natuur met Sterallure
“De morfologische en daarmee natuurlijke veranderingen worden niet tegengegaan, maar juist omarmd. Er ontstaan uitgestrekte wadden, primaire duinen en afgesloten rustgebieden. Het gebied is tevens een leerplek voor natuurlijke ontwikkeling met een prachtig vormgegeven kenniscentrum met internationale bekendheid.” In deze invalshoek wordt primair ingezet op een veerkrachtig ecosysteem en kan de natuur volledig haar eigen gang gaan. De ingezette morfologische veranderingen worden niet tegengegaan, maar omarmd. Dit betekent dat het Hinderplaat-complex zal verhelen met de kust van Voorne en dat het Slijkgat ondieper wordt en zich misschien opsplitst in twee kleinere geulen. Er komen meer vogels naar het gebied, primaire duingebieden op de bredere stranden ontstaan en nieuwe habitattypen kunnen zich vormen. Om de vogels, zeehonden en habitattypen goed te beschermen is zonering en handhaving belangrijk, evenals monitoring van het gebied. Menselijke activiteiten worden zo veel mogelijk beperkt in de natuurgebieden. Er wordt een kenniscentrum gehuisvest van (inter)nationale allure dat de verschillende ontwikkelingsstadia van de natuur monitort, onderzoekt en deelt met bezoekers en andere onderzoekers. Het gebied wordt aantrekkelijk voor studenten, onderzoekers en kennisinstellingen, maar ook voor natuurliefhebbers.