22 03 15 brief college Rapporten Verzanding Haringvlietmonding bijl 1
Tekst van het document
6.2 Verwachte effecten recreatie & toerisme De morfologische veranderingen zoals beschreven in hoofdstuk 3 en meer uitgebreid in het achtergronddocument zullen effect hebben op de vorm en kwaliteit van de kust vanuit het perspectief van toerisme en recreatie. Daarbij valt onderscheid te maken tussen beleving en fysieke veiligheid.
De verwachting is dat de transitie van een badstrand naar een (meer) slibbiger profiel economische implicaties zal hebben. Dit heeft twee oorzaken: • Een verschuiving binnen de bezoekmotieven, zoals hierboven aangegeven. Daarbij zou de verdeling 65% badstrand, 25% natuur en 10% cultuur uiteindelijk kunnen verschuiven naar 25% badstrand, 65% natuur en 10% cultuur. • Meer natuurbeleving betekent ook een mogelijke beweging van seizoentoerisme naar meer jaarrondtoerisme. • Gegeven dat badstrandbeleving momenteel de dominante bezoekreden is (65%), zal naar verwachting ook het absolute aantal bezoekers dalen met mogelijk 25%. 22
Voor dagrecreatie wordt aan natuurbeleving gemiddeld minder uitgegeven dan aan strandbeleving. Bij de verblijfsrecreatie (vakanties) is er een minder groot verschil in motieven, waarbij aan natuurbeleving per persoon zelfs iets meer wordt uitgegeven. Daarmee hoeft een verschuiving tussen bezoekmotieven als zodanig geen groot economisch effect te hebben. Dit geldt wel voor de verwachte absolute daling van het aantal bezoekers. Zo komt de verwachte, bovengenoemde daling van 25% overeen met € 100 miljoen/jaar aan omzetdaling. Ook voor de werkgelegenheid zal dit zijn weerslag hebben.
Langs de kust van Goeree verandert er in essentie niets wat niet ook al de afgelopen tientallen jaren is waargenomen. Ruwweg tussen paal 6 en paal 8 (kaart op pagina 3 bevat paalnummering) kan wel tijdelijk het strand smaller worden omdat daar het Slijkgat richting de kust kan uitbochten. Omdat de stroomsnelheden in het Slijkgat relatief hoog zijn (maximaal ongeveer 1 m/s) kan dat, in combinatie met vaartuigbewegingen, tot potentieel gevaarlijke situaties leiden voor zwemmers.
6.3 Aandachtspunten toekomst recreatie & toerisme Voor recreatie & toerisme is een aantal aandachtspunten van belang om mee te nemen in de toekomst: De voorzieningen ten behoeve van de badstrandfunctie in het gebied zijn momenteel veel omvangrijker dan de voorzieningen ten behoeve van de natuurbeleving. De verwachte transformatie qua toeristisch-recreatief profiel van Voorne hoeft niet onoverkomelijk te zijn als zich in de nieuwe situatie (aanvullende) voorzieningen ontwikkelen of meer gericht worden op de nieuwe bezoekersprofielen. Dit kan door middel van (aangepaste) horeca, excursies (zoals zeehonden spotten), buitensporten en watersporten. Dit geldt in ieder geval voor dagrecreatieaanbieders, maar het heeft ook gevolgen voor de aanbieders van verblijfsrecreatie.
Fysieke veiligheid Het is de verwachting dat het noordelijk deel van de Hinderplaat richting de kust ter hoogte van Groene Punt opschuift. Omdat het water dan door een smallere doorgang moet stromen nemen de stroomsnelheden dicht bij de kust daardoor toe, wat een waterveiligheidsrisico voor zwemmers oplevert. Er is ook een kleine mogelijkheid bij een alternatief scenario dat op een termijn van 10 jaar zonder kustlijnhandhaving het strand zo smal wordt dat hier de voorste duinenrij afkalft. Dat kan een gevaar opleveren voor strandrecreanten die onder aan het steile duin vertoeven (instortingsgevaar). In het grootschalige aanzandingsgebied voor de kust van Voorne kan een variabel stroomveld ontstaan. Dat kan voor zwemmers of mensen die op drijvende objecten recreëren gevaarlijk zijn. Dat geldt ook voor platen voor de kust die bij laag water nog bereikbaar zijn, maar die dat niet meer zijn tijdens hoog water. Vanwege de morfologische ontwikkelingen is het mogelijk dat er op sommige plaatsen – nabij opschuivende zandplaten waar het getij langs stroomt – op bepaalde tijdstippen vrij hoge stroomsnelheden vóórkomen. Zwemmers, maar ook (onervaren) suppers kunnen daardoor in de problemen komen.
Er zijn bijvoorbeeld vakantieparken met uitsluitend vaste staanplaatsen (tweede huisjes, seizoensplekken). Naar verwachting komen deze gasten jaarlijks terug voor het strand, of hebben zij hier een seizoensplek met als belangrijkste bezoekreden het strand. Als de strandbeleving verdwijnt en natuurbeleving belangrijker wordt, dan zal een transformatie nodig zijn naar de nieuwe doelgroepen. Hetzelfde geldt voor de strandtenten: de huidige doelgroep die zij ontvangen sluit niet aan bij de toekomstige natuurbeleving doelgroepen. Uiteraard hangt de transformatie in de toekomst ook af van de keuzes die gemaakt worden met betrekking tot toekomstperspectieven en inspanningen.
Mogelijk zal een transformatie nog niet voldoende zijn om het verlies aan badstrandfunctie te compenseren. De badstrandfunctie is namelijk het belangrijkste bezoekmotief van toeristen. Dat roept de vraag op of een ‘extra’ trekker voor toeristen en recreanten nodig is voor de toekomst.
Net als op de Wadden zal het van belang zijn om wandelingen te plannen volgens het getij om veiligheidsrisico’s te voorkomen. Het gaat dan vooral om de waterstand en stroomsnelheden. Het is niet waarschijnlijk dat er plekken komen met drijfzand waar mensen in vast zouden kunnen zitten. 23
7. Wat betekent dit voor ons leefklimaat? 7.1 Huidige situatie woon-werkklimaat Op Voorne-Putten leven ruim 150.000 mensen, op Goeree-Overflakkee zijn dit er iets meer dan 50.000. Het gebied trekt nieuwe inwoners aan. Het aantal en aandeel mensen boven de 65 jaar is met name aan het groeien. De keerzijde is een krimp in de beroepsbevolking op Voorne-Putten.
7.2 Huidige situatie waterkwaliteit, zoutgehaltes en grondwaterstanden De gemiddelde grondwaterstand in het duingebied van Voorne varieert op de meeste locaties tussen ca. NAP +2 en +4 m. Op het strand vindt een overgang plaats van het duingebied tot het intergetijdengebied, waarbij de grondwaterstanden steeds sterker beïnvloed worden door het zeewaterpeil en het getij. Het zoutgehalte van het grondwater volgt eenzelfde patroon: in grote lijnen is in het duingebied zoet grondwater aanwezig tot een maximale diepte van 25 tot 50 m onder maaiveld, en op het strand en in de lagergelegen delen direct achter het duingebied neemt deze diepte af naar 0 tot 5 meter onder maaiveld. Bij de kust van Goeree treedt ten aanzien van de grondwaterstanden een vergelijkbaar patroon op. In het duingebied van Goeree (incl. Ouddorp) is – in grote lijnen – zoet grondwater aanwezig van 25 tot 50 meter onder maaiveld. Op het strand en in de lagergelegen delen direct achter het duingebied neemt deze diepte af naar 0 tot 5 meter onder maaiveld.
7.3 Verwachte effecten, kansen en aandachtspunten Woon- en werkklimaat
Door deze demografische ontwikkelingen zal het woon- en leefklimaat op VoornePutten veranderen. In een recent onderzoek wordt aangegeven dat meer dan de helft één of vaker dan één keer per week een natuur- of recreatiegebied bezoeken, waarbij ontspanning van groot belang is. Verder wordt in het onderzoek duidelijk dat inwoners met name behoefte hebben aan voorzieningen voor rustige natuurbeleving en in kleine mate voor evenementen. Goeree-Overflakkee en Voorne-Putten zijn eilanden in de zuidwestelijke delta tussen de Randstad en Zeeland. Van oudsher heeft de haven van Stellendam invloed op de vestigingen en werkgelegenheid, ook vandaag zijn nog 158 personen werkzaam in de visserij en schelpdieren sector. Het aantal bedrijfsvestigingen en werkgelegenheid neemt voor de ene sector wel en voor de andere sector niet toe, zowel op Voorne-Putten als Goeree-Overflakkee.
De morfologische ontwikkelingen kunnen een beperkt positief effect hebben op het woon- en leefklimaat. Zo betreft de groei van het aantal inwoners vooral mensen boven de 65 jaar. Uit onderzoek blijft dat deze inwonersgroep bovengemiddeld behoefte heeft aan voorzieningen voor rustige natuurbeleving. Door de morfologische ontwikkelingen zullen meer kansen ontstaan voor natuurbeleving, met name op Voorne-Putten, waarmee er aangesloten wordt op deze behoeften. Het strand van Goeree-Overflakkee zal voor de strandbeleving interessant blijven. De huidige bedrijvigheid en werkgelegenheid is deels nadrukkelijk verbonden met visserij, toerisme en recreatie. Daarnaast spelen sectoren zoals zorg, landbouw en handel een rol. Mits de vaargeul van het Slijkgat gehandhaafd blijft conform het Alders Akkoord, is de impact voor de visserij en andere beroepsvaart, van de morfologische verandering beperkt tot een iets lastiger bereikbaarheid van de haven van Stellendam vanwege toenemende baggeractiviteiten. Voor recreatievaart door het Slijkgat en de jachthavens rondom het Haringvliet geldt hetzelfde.
24
De sector toerisme en recreatie krijgt te maken met veranderende bezoekmotieven, zoals aangegeven in hoofdstuk 6. Het huidige strand van Voorne wordt minder aantrekkelijk voor vestiging of uitbreiding van de huidige badstrand gerelateerde voorzieningen. Op termijn van 5 tot 10 jaar kan aan de westzijde van de dan aangelande zandplaat wel weer ruimte komen voor badstrand gerelateerde voorzieningen. Daar zal het strand immers zandig zijn en breken de golven als die er zijn. Deze voorzieningen zullen tijdelijk van aard moeten zijn, omdat de nieuwe strandvlakte wel in de tijd blijft vervormen waardoor eventuele vaste infrastructuur het gevaar loopt in de golven te verdwijnen. Tevens is de afstand van dit nieuwe ‘weststrand’ tot de huidige kust groot (km’s) waardoor het gebied lastig te voet bereikbaar zal zijn. Langs de huidige kust van Voorne wordt door de afscherming van golven en de verslibbing van de bodem, de strandbeleving kleiner en natuurbeleving belangrijker. Er ontstaan daardoor kansen voor commerciële aanbieders die zich richten op de nieuwe bezoekersprofielen, dus met (aangepaste) horeca, excursies, buitensporten, watersporten, en extra ‘trekkers’.
brak of zoet water voor de kust van Voorne blijft. Ook in dit geval zou het brak of zoet water voor een verhoogde kans op algen kunnen zorgen. Op Goeree-Overflakkee zijn die verschillen kleiner en zal de waterkwaliteit nauwelijks veranderen in vergelijking met de laatste jaren. Andere bronnen van verontreiniging zouden ook een mogelijke reactie kunnen zijn op een veranderd recreatiepatroon in de kustgebieden. Als er meer menselijke of dierlijke uitwerpselen in het gebied komen zou dat de waterkwaliteit kunnen beïnvloeden. Voor de Blauwe Vlag bijvoorbeeld worden twee bacteriële bemonsteringen gemeten E-coli en Intestinale Entrococcen, deze worden allebei beïnvloed door de uitwerpselen van mensen en dieren.
Grondwater en zoutgehaltes In het kustgebied van Voorne en Goeree leidt het proces van sedimentatie tot een kleinere invloed of zeewaartse verplaatsing van het getij, golfwerking, inundaties en zoutspray ten opzichte van de huidige situatie. Met name bij Voorne verplaatst het intergetijdengebied zich langzaam zeewaarts, en in mindere mate ook bij Goeree. Oftewel de kustlijn verplaatst zich, en het strand en duingebied worden langzaam breder. Hierdoor zullen de grondwaterstanden in het kustgebied stijgen, en kan ook de zoetwaterbel in het duingebied groeien. Waterkwaliteit en stank De morfologische ontwikkelingen leiden bij de kust van Voorne tot het ontstaan van een lagune-achtig gebied, waar het water minder mogelijkheden heeft om zich te verversen. Meer stilstaand water zou de waterkwaliteit nadelig kunnen beïnvloeden. Daarnaast zal de bodem slibbiger worden, wat veel recreanten nu al ervaren. Deze twee veranderingen kunnen ertoe leiden dat algenbloei sneller en vaker ontstaat en mogelijk ook stank. Momenteel ontstaan er soms al blauwalgen op het Quackstrand en het strand van Stellendam.
In het duingebied zit een opbolling van de grondwaterstand en een zoetwaterlens (Schematische weergave in figuur 14). Als het duingebied breder wordt, komt de
Door de afsluiting van de Haringvliet is de hydromorfologie veranderd en is de zoutintrusie (het binnendringen van zout water) afgenomen en wordt het fytoplankton door het zoete water beïnvloed. Een zoetwater fytoplanktonsoort zijn de blauwalgen. Verder kan het zoet water rijk aan nutriënten zijn, wat bevorderlijk is voor algenbloei. Een grote rivierafvoer zou ertoe kunnen leiden dat er wat langer 25
zee verder weg te liggen. De druk van het zeewater op de huidige zoetwaterlens wordt kleiner. Hierdoor ontstaat er in de ondergrond meer ruimte, waarin de zoetwaterlens kan groeien. Als deze groeit, kunnen ook de grondwaterstanden meestijgen. Het is namelijk een lichtere zoetwaterlens (qua dichtheid), die 'drijft' op een zwaarder, zoute laag water. Voor het achterland van de kust van Voorne Figuur 14 Schematische weergave en Goeree (het lager gelegen polder- en zoetwaterlens stedelijk gebied achter de duinen) kan de morfologische ontwikkeling leiden tot lagere zoutgehalten van het grondwater. Door de zeewaartse verschuiving van het intergetijdengebied en de mogelijke groei van de zoetwaterlens in het duingebied zal de invloed van bijvoorbeeld zoute kwel en zoutspray afnemen. Dit geldt met name voor het nabijgelegen achterland. Op grotere afstand is de invloed op de zoutgehalten naar verwachting klein tot verwaarloosbaar. Op korte afstand van het duingebied kunnen de grondwaterstanden ook stijgen. Dit is echter afhankelijk van de mate waarin de (lokale) grondwaterstanden beheerst worden door het oppervlaktewatersysteem. Op grotere afstand is de invloed op de grondwaterstand naar verwachting klein tot verwaarloosbaar. Voor de komende decennia geldt dat het effect van zeespiegelstijging naar verwachting kleiner is dan het effect van sedimentatie.
Echter, vanaf circa 2060 kan zeespiegelstijging leiden tot een omkering van dit proces, waardoor bijvoorbeeld de zoute kwel naar het achterland toeneemt.
(Foto’s: Gemeente Westvoorne)
26
8. Wat zijn de effecten in een notendop? De huidige situatie en de effecten door de morfologische veranderingen in 2025, 2030 en 2060 zijn uitgebreid beschreven in de voorgaande hoofdstukken. Op basis van de onderzoeksvragen van de coalitie, stakeholderbijeenkomsten en inschattingen van specialisten is er een raamwerk ontwikkeld om de morfologische ontwikkelingen in een maatschappelijke context te plaatsen en te bepalen wanneer een morfologische situatie een probleem kan vormen voor aspecten van waterveiligheid (tabel 1), economie en leefbaarheid (tabel 2) en natuur (tabel 3). Waar mogelijk en/of noodzakelijk zijn er ook gebieden aangegeven in de tabellen. Voor economie en leefbaarheid zijn de effecten iets indirecter en is het niet goed mogelijk om heel locatie-specifiek aan te geven waar de situatie verbetert (0/+, +, ++) of verslechtert (0/-, -, --). De effectbepalingen zijn indicaties op basis van expert judgement. Figuur 15 zijn drie visualisaties van de verwachte veranderingen voor de toekomst voor 2025, 2030 en 2060 waar de effectbepalingen op gebaseerd zijn. 2025
2030
2060
Tabel 2 bevat een samenvatting van de morfologische effecten op economie en leefbaarheid. • Voor zowel scheepvaart als recreatie zien we dat alle sub-thema’s in beperkte mate een negatief effect ervaren van de morfologische veranderingen. • Alleen de natuurbeleving ervaart een algemene positieve impuls. • Voor wat betreft leefbaarheid zien we dat de waterkwaliteit, met name bij Voorne, ook een beperkt negatief effect kan verwachten. • Door de aanlanding van zandbanken wordt er voor grondwater juist een beperkt positief effect verwacht. • De verwachting is dat het algemene woon- en leefklimaat op Goeree en Voorne een zeer beperkt positief effect zal ervaren door de toenemende natuur. • Het vestigingsklimaat zal niet per se een positief of negatief effect van de morfologische veranderingen ondervinden. Tabel 2 Effecten op economie (scheepvaart, recreatie en toerisme) en leefbaarheid samengevat voor 2025, 2030 en 2060
Figuur 15 Toekomstbeelden morfologische ontwikkelingen Brede Kust van Voorne
Tabel 1 bevat een samenvatting van de morfologische effecten op waterveiligheid. • Op de Groene Punt zal er de eerste jaren een beperkt negatief effect ontstaan op het gebied van waterveiligheid. Dit als gevolg van de lokale ontgronding die hier sinds enkele jaren plaatsvindt. • De vooroever van de kust van Voorne tot aan de Haringvlietdam sedimenteert verder wat in beginsel positief is voor de waterveiligheid. • De kust van Goeree verandert niet positief of negatief. Tabel 1 Effecten op waterveiligheid samengevat voor 2025, 2030 en 2060
Tabel 3 bevat een samenvatting van de morfologische effecten op de natuur. • Bij het grootste deel van de habitattypen en natuurwaarden treedt er geen verandering op door de morfologische ontwikkelingen zoals aangegeven met een 0. • Door de jaren heen verdwijnt open water ten gunste van meer land. Hiervan profiteren de volgende natuurwaarden: 27
▪
•
Dagelijks en periodiek overstroomde habitattypen profiteren van het ontstaan van nieuwe zandbanken. ▪ Duinen en duinvalleien profiteren van aanzanding omdat meer zand wordt aangevoerd en daardoor duinen en duinvalleien kunnen ontstaan. Veel plantensoorten, waaronder de inheemse orchideeën, zullen profiteren van meer duinvalleien en van betere kwaliteit. ▪ Broedvogels die ergens anders broeden maar juist foerageren op de landwaterovergangen profiteren ook van de ontwikkeling. Hetzelfde geldt voor niet-broedvogels die ook foerageren op de landwaterovergangen. Wanneer op termijn de zandbank aanlandt zorgt dat ervoor dat op die plekken verstoring op kan treden. Dit is negatief voor de zeehond en mogelijk ook voor vogels die foerageren op het open water maar die rusten op zandbanken.
Tabel 3 Effecten op natuur samengevat voor 2025, 2030 en 2060
28
Referenties
Colofon
Alle achterliggende bronnen zijn opgenomen in:
Onderzoek aanzanding kust Haringvlietmonding Hoofdrapport
Arcadis, 2022. Achtergrondrapport Onderzoek verzanding kust Haringvlietmonding, uitgevoerd door Arcadis Nederland BV, Deltares, Bureau voor Ruimte en Vrije Tijd, in opdracht van de coalitie Gemeenten Westvoorne, Goeree-Overflakkee, Brielle, Hellevoetsluis, Nissewaard, Rijkswaterstaat, Waterschap Hollandse Delta, Natuurmonumenten, Havenbedrijf Rotterdam, Recreatieschap Voorne Putten, ZuidHollands Landschap en de Provincie Zuid-Holland, 27 januari 2022
Projectnummer: 30073403 Documentnummer: D10045986ab
Beeldmateriaal in dit rapport: • • • • • • • • • • •
Toekomstige morfologische ontwikkelingen Effecten waterveiligheid, ecologie, economie en leefbaarheid Ideeën en aanbevelingen voor de toekomst
Dit project is uitgevoerd in opdracht van de coalitie:
Elias, E.P.L., 2021. Morfologische analyse Noordzeekust Goeree. Rapport 11206794-004, Deltares, Delft, p. 89. Van der Spek, A.J.F., Elias, E.P.L., 2019, the long-term impact of closing of an estuary mouth / tidal inlet at its ebb-tidal delta – a conceptual model. Proceedings of Coastal Sediments 2019, St. Petersburg, Fl, USA. P 2409-2422. Website waternoodsmuseum Gemeente Westvoorne Rijkswaterstaat Topview Luchtfotografie Wikiwand.nl Waarneming.nl Mark Voorendt Rob Steijn - Arcadis Tanya Huizer - Arcadis Contact: Evert van der Meide Procesmanager Provincie Zuid-Holland namens de coalitie E-mail: lj.vander.meide@pzh.nl Dit project is uitgevoerd door:
29