22 02 Kaderstellende nota voor inpassing van de energietransitie in Westvoorne
Tekst van het document
Kaders voor de gebiedsprocessen bij de energietransitie
Inhoud Inleiding
p. 2
1. Gebiedsgerichte kaders voor wind- en zonne-energie
p. 3
2. Algemene uitgangspunten
p. 4
3. Bestaande beleidskaders en leidraden
p. 5
Bijlage 1: Overzicht meegegeven randvoorwaarden
p. 6
Bijlage 2: Kaders proces- en financiële participatie
p. 10
1
Kaders voor de gebiedsprocessen bij de energietransitie Inleiding Aanleiding In de Regionale Energiestrategie 1.0 van de regio Rotterdam – Den Haag, waar de gemeenten op Voorne-Putten en dus ook Westvoorne deel van uitmaken, zijn zoekgebieden gedefinieerd voor de energietransitie. In aanvulling op de brede inzet voor energiebesparing en kleinschalige opwek van zonne-energie, zullen binnen de zoekgebieden gericht de kansen en mogelijkheden voor de opwek van wind- en (grootschalige) zonne-energie worden onderzocht. Voor de gebiedsprocessen die daartoe regionaal en lokaal worden opgezet, wordt een aantal kaders meegegeven. De gemeenteraad van Westvoorne heeft deze uitgangspunten kenbaar gemaakt in moties en amendementen bij de concept-RES en RES 1.0. Doel Het brede doel is om een discussie op gang te brengen voor een afwegingskader waarmee verzoeken tot plaatsing van windmolens en zonneparken kunnen worden beoordeeld. Dit document dient hiermee als een startschot. Hiermee wordt invulling gegeven aan de doelstelling om een energieneutrale gemeente te zijn in 2040, waarbij de ruimtelijke kwaliteit zo goed mogelijk wordt geborgd. De doelen van deze kaders omvatten de volgende: Gemeente Westvoorne neemt verantwoordelijkheid voor haar bijdrage in de energietransitie, maar bouwt een mate van zekerheid in, om grip te houden op de invulling van de RES.
Indien er echt inhoudelijke kaders worden opgesteld, dan zou er een uitgebreid proces moeten komen met de gemeenteraad en de inwoners. Daarnaast is het goed om dit samen met Brielle en Hellevoetsluis te doen, vooruitlopend op de fusie. Bijlage 1 biedt aanknopingspunten om dit uitgebreide proces in te gaan. De kaders bieden enige houvast in het spanningsveld tussen mogelijk maken van de opwek van duurzame energie en onmogelijk maken van ongewenste ontwikkelingen of procedures. Binnen welke grenzen en onder welke voorwaarden zijn er toch mogelijkheden voor windof zonne-energie. Elk projectinitiatief dat concreet wordt, wordt ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad. De kaders vormen een praktische aanvulling op de bestaande beleidskaders (RES 1.0, provinciaal omgevingsbeleid) en andere wet- en regelgeving. De kaders zijn vooral gebaseerd op kwalitatieve waarden en normen en bieden voldoende ruimte voor maatwerk, lokale besluitvorming op basis van uitkomsten van burgerparticipatie, regionale afspraken, en aandacht voor de businesscase voor de ontwikkelaar. Leeswijzer De kaders voor de gebiedsprocessen worden primair gegroepeerd per verhaallijn/zoekgebied, conform de Regionale Energiestrategie (RES 1.0). Daaropvolgend is er een aantal meer algemene uitgangspunten gedefinieerd.
Vervolgens wordt verwezen naar bestaande beleidskaders en leidraden voor de ruimtelijke inpassing van de opwek van wind- en zonne-energie. Ten slotte wordt in een bijlage een overzicht gegeven van de randvoorwaarden die de gemeenteraad heeft ingediend bij de wensen en bedenkingenprocedure bij de concept-RES, de motie en het amendement dat is ingediend bij de RES 1.0 en de voorwaarden die zijn benoemd in de oplegnotitie voor Voorne-Putten bij de besluitvorming over de RES 1.0. 2
Kaders voor de gebiedsprocessen bij de energietransitie 1.
Gebiedsgerichte kaders voor wind- en zonne-energie
Binnen het grondgebied van Westvoorne zijn een aantal zoekgebieden of verhaallijnen uit de RES 1.0 te onderscheiden. Binnen deze zoekgebieden zijn in de RES 1.0 en door middel van moties en amendementen een aantal kaders meegegeven: Recreatieve Noordrand van het eiland Voorne-Putten (integrale gebiedsaanpak van de samenwerkende gemeenten op Voorne-Putten) o Zonnevelden alleen bij dubbel gebruik van grond en water; o Geen wind / zon in natuur, open landschap, bebouwde omgeving, en recreatie gebieden. Natuurgebied o In principe geen draagkracht voor duurzame energie in natuurgebieden o Wel ruimte voor overkappen parkeerplaatsen bij natuurgebieden o Daar waar stakeholders innovatieve mogelijkheden voor inpassing zien, is onderzoek mogelijk. Behoud en bescherming van natuur(waarden) Glastuinbouw o Zonnevelden alleen bij dubbel gebruik van grond en water; o Geen zonnevelden op agrarische, recreatie- en natuurgronden. Middengebied (open landschap in de jonge zeekleipolders) o Tot 2030 geen zonnevelden voorzien in de jonge zeekleipolders van gemeente Westvoorne; o Geen (landschappelijke) draagkracht voor wind in het midden van het open landschap. VRM-windlocatie Noordzeeboulevard o De mogelijkheden van optimalisatie van de windlocatie, door uitbreiding van capaciteit of aantal windturbines, wordt onderzocht. Van nieuwe windenergielocaties is daarmee tot 2030 geen sprake.
o Andere locaties binnen de gemeente Westvoorne dan de windlocatie aan de Noordzeeboulevard zijn niet opportuun.
3
Kaders voor de gebiedsprocessen bij de energietransitie 2.
Algemene uitgangspunten
Naast gebiedsspecifieke kaders zijn er ook algemene kaders voor zonne- en windenergie. Globaal kunnen er drie typen worden onderscheiden: Het (1) ‘Waar’ gaat in op de ruimtelijke voorwaarden (locatie & inrichting/eigenschappen). Het (2) ‘Wie’ gaat in op de sociaal-maatschappelijke voorwaarden. Tenslotte gaat het (3) ‘Hoe’ in op de voorwaarden van het proces. 1). Waar? A. Kaderen van de locaties: Daken en parkeerlocaties: zoveel mogelijk benutten Glastuinbouw intensiveringsgebied: loze ruimte/ economisch onrendabele ruimtes en waterbasins Noordrand: Langs de A15 – Oerprgramma inzet is alleen onderzoek naar zon langs infrastructuur VRM locatie: wind misschien combineren met zon Noordrand Westvoornes grondgebied B. Investering in het landschap (biodiversiteit en milieu): De inpassing van duurzame energiebronnen moet altijd samengaan met investeringen in het landschap (natuur, recreatie, kreken, bos etc.) om de draagkracht van het landschap om de energietransitie in zich op te nemen te vergroten. Zonnevelden worden enkel toegepast wanneer zij door opgaand groen worden omzoomd. Daarbij wordt rekening gehouden met gebiedseigen flora en waar mogelijk gebruik gemaakt van natuurlijke mogelijkheden voor extra CO2-opslag op langere termijn.
Borg biodiversiteit en de vitaliteit van de bodem ter plekke en maak ook deze aspecten onderdeel van een ecologische toets van projectinitiatieven. Ook de aantrekkelijkheid van de woonomgeving, van belang voor het voorzieningenniveau en de leefbaarheid, moet worden meegewogen. Kies bewust voor verspreide of geconcentreerde ontwikkelingen. C. Kies verstandig welke ruimte wordt ingezet: Ga zoveel mogelijk uit van (betekenisvol) dubbel ruimtegebruik (zoals op stortplaatsen, water retentie bekkens etc.) en zoek de gebieden op die geen goede economische dragers hebben. Zoek mogelijkheden langs infrastructuur, dijken en het integreren van zon in geluidswallen. 2). Wie? D. Belang van proces- en financiële participatie: Bij het realiseren van de ambitie van energieneutraal vormen een zo groot mogelijk maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak belangrijke randvoorwaarden. Zorg voor goede en tijdige participatie, waarbij groepen inwoners (en andere belanghebbenden) op een passende wijze worden betrokken bij de inpassing van de energietransitie en dat zij ook profiteren van de opbrengsten > Communicatie, transparantie, maar ook de betaalbaarheid van de te realiseren opgave zijn van wezenlijk belang. In bijlage 2 is een uitwerking van kaders voor proces- en financiële participatie nader uitgewerkt.
4
Kaders voor de gebiedsprocessen bij de energietransitie 3). Hoe? A. Limiteer de maximale duurzame opwek in Westvoorne: De maximale energieopgave mag voor Westvoorne niet verder gaan dan wat noodzakelijk is voor de eigen lokale energiebehoefte. Zorg daarbij dat door fasering, innovatie en efficiëntiewinst het landschap ook weer kan worden ontlast B. Hanteer de zonneladder: Zoek voor de opwek van zonne-energie zoveel als mogelijk de opgave op daken en mogelijk in de toekomst ook op gevels G. Veiligheid en geluid: Maak een toets door de veiligheidsregio onderdeel van het vooronderzoek van nieuwe grootschalige projecten voor duurzame opwek van energie. En neem in de afspraken met ontwikkelaars bepalingen op over de bestemming van materiaal en terrein na het einde van de levensduur/exploitatietermijn van het project. H. Innovatie: Ga met initiatiefnemers het gesprek aan over de mogelijkheden om innovatie mee te nemen in ontwikkeling. Denk aan de koppeling met opslag van energie en ontsluiting van warmte, het toepassen van circulariteit en netwerkoplossingen.
5
Kaders voor de gebiedsprocessen bij de energietransitie 3.
Bestaande beleidskaders en leidraden
Een aantal algemene randvoorwaarden voor de ruimtelijke inpassing van zonne- en windenergie zijn al voorhanden. Hierbij kan men denken aan: Leidraad Windenergie Voorne Putten; Energieverkenning Voorne-Putten; Ambitiedocument RES 1.0; Provinciaal Omgevingsbeleid; Diverse leidraden en handreikingen van Natuur & Milieufederaties (natuur inclusieve energietransitie). Een aantal algemene randvoorwaarden uit deze bestaande kaders worden hieronder gepresenteerd:
Iedere projectinitiatief dat concreet wordt, wordt ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad. Daarbij wordt het project getoetst aan het vigerende beleid, zoals de provinciale omgevingsvisie/verordening, de eigen omgevingsvisie van de gemeente Westvoorne, en het Handboek Kwaliteitsverbetering Buitengebied.
Lokale of regionale leidraden ten aanzien van burgerparticipatie en zonne- en windenergie kunnen van toepassing zijn. Een participatietraject met de omgeving en belanghebbenden is altijd onderdeel van het proces.
Daarnaast kunnen ook toetsen worden uitgevoerd door of consultaties plaatsvinden van natuurorganisaties als KNNV, de veiligheidsregio en DCMR, landbouwbelangenorganisatie ZLTO, recreatie leidraden (beleving), omliggende gemeenten (met name de samenwerkende gemeenten op Voorne-Putten), wetenschap en de Natuur en Milieufederaties
Tenslotte is een onderzoek naar eventuele milieueffecten ook altijd onderdeel van de procedure. Een project is altijd MER-beoordelingsplichtig. Uit die beoordeling zal volgen of er aanvullende onderzoeken nodig zijn.
6
Kaders voor de gebiedsprocessen bij de energietransitie Bijlage 1: Overzicht meegegeven randvoorwaarden In de tabel hieronder zijn de randvoorwaarden weergegeven, zoals die door de gemeenteraad zijn meegegeven in de wensen en bedenkingenprocedure bij de concept-RES en als motie of amendement bij RES 1.0. Ook de voorwaarden die in de oplegger voor Voorne-Putten bij de RES 1.0 waren opgenomen, zijn toegevoegd. Zoekgebied Algemene kaders
Kader Bij het realiseren van de ambitie van energieneutraal vormen een zo groot mogelijk maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak belangrijke randvoorwaarden Communicatie, transparantie, maar ook de betaalbaarheid van de te realiseren opgave zijn van wezenlijk belang. Participatie en betrokkenheid van de bevolking zijn daarmee zeer belangrijk voor de acceptatie en het draagvlak voor de energieprojecten op Voorne-Putten – ook financieel - in plannen en projecten De inpassing van duurzame energiebronnen moet altijd samengaan met investeringen in het landschap (natuur, recreatie, kreken, bos etc.) om de draagkracht van het landschap om de energietransitie in zich op te nemen te vergroten. De aantrekkelijkheid van de woonomgeving, van belang voor het voorzieningenniveau en de leefbaarheid, moet worden meegewogen. Voorne-Putten gaat er vanuit dat het Rijk, de RES-regio Rotterdam – Den Haag of Provincie Zuid-Holland financieel of qua personele capaciteit bijdraagt aan de voor de te realiseren opgave benodigde investeringen. Binnen de hierboven beschreven kaders is het de inzet dat de vier gemeenten proberen de lasten en lusten van de gezamenlijke opgave zo gelijkelijk mogelijk te verdelen.
Het laten landen van de energieopgave tot 2030 op Voorne-Putten op specifieke locaties binnen de zoekgebieden zal zoveel mogelijk plaatsvinden met inachtneming van de draagkracht van het landschap: met een focus op de dynamische randen van het eiland en het zoveel mogelijk open houden van het middengebied. De Energieverkenning van Feddes/Olthof is hierbij mede richtsnoer. De maximale energieopgave mag voor Westvoorne / Voorne niet verder gaan dan wat noodzakelijk is voor de eigen energiebehoefte. We willen voorwaardes stellen aan energieprojecten; • uitgangspunt blijft dat zoveel als mogelijk de opgave moet worden gezocht op daken en mogelijk in de toekomst het gebruik van gevels kan worden ingezet. • Ga bij de restopgave zoveel mogelijk uit van dubbel ruimtegebruik (zoals stortplaatsen, water retentie bekkens etc.) en zoek de gebieden op die geen goede economische dragers hebben • Zoek mogelijkheden langs infrastructuur, dijken en het integreren van zon in geluidswallen. • Omschrijf in de Regionale Energiestrategie hoe wordt omgegaan met temporisatie en fasering, waarbij innovatieve mogelijkheden voor verduurzaming optimaal worden gestimuleerd en toegepast. Zorg daarbij dat door fasering, innovatie en efficiëntie winst het landschap ook weer kan worden ontlast.
Bron VP Oplegger bij RES 1.0
Motie Westvoorne ihkv concept-RES Motie Westvoorne ihkv concept-RES
7
Kaders voor de gebiedsprocessen bij de energietransitie • Zonnevelden worden enkel toegepast wanneer zij door opgaand groen worden omzoomd. Daarbij wordt rekening gehouden met gebiedseigen flora en waar mogelijk gebruik gemaakt van natuurlijke mogelijkheden voor extra CO2-opslag op langere termijn • Borg biodiversiteit ter plekke en dat de bodem vitaal blijft • Limiteer de opgave binnen de zoekgebieden. Waar windturbines en zonneweides worden ontwikkeld in het landschap, worden natuur en recreatie versterkt. Zoek ook daarbij naar hoogwaardige natuur die ook mee kan werken in extra CO2 opslag op langer termijn Zo worden de projecten geen kale elementen in het landschap, maar onderdeel van het landschap. Extra toelichting/context: Als er dan toch zonnevelden en windmolens moeten worden geplaatst, roept de raad in Westvoorne op om dit kleinschalig te doen, dubbel ruimtegebruik uit te nutten en daar strikte eisen aan te stellen.
Opwek van wind- en zonne-energie in het landschap betekent een inbreuk op de kwaliteit van het landschap en moet gepaard gaan met investeringen in de directe omgeving die landschap, natuur en/of recreatie versterken Iedere inwoner is financieel belanghebbende met het realiseren van de uitwerking van de energiestrategie •de baten van zon- en windenergie opgewekt binnen de gemeente Westvoorne toebehoort aan de burgers van gemeente Westvoorne • iedere inwoner binnen de gemeente lid is van de energiecoöperatie; • iedere inwoner binnen de gemeente aandelen verkrijgt en kan aanschaffen van de coöperatie. • verdeling van de opbrengsten naar rato worden uitgekeerd; • een minderheidsbelang van aandelen beschikbaar is voor deelnemers buiten de gemeente. Extra toelichting/context: Zorg voor goede en tijdige participatie, waarbij groepen inwoners (en andere belanghebbenden) op een passende wijze worden betrokken bij de inpassing van de energietransitie en profiteren van de opbrengsten Zon op grote daken (vanaf 15 kWp) en door het overdekken van parkeerterreinen (ca. 50 GWh aan zonne-energie); Zon op het waterbassin van drinkwaterbedrijf Evides (ca. 30 GWh als zon drijvend op water); Zon in het glastuinbouwgebied bij Tinte en Vierpolders, grotendeels zon drijvend op de waterbassins (ca.
Motie Westvoorne ihkv concept-RES
Zonnevelden alleen bij dubbel gebruik van grond en water
Motie Westvoorne bij RES 1.0
Zonnevelden alleen bij dubbel gebruik van grond en water
Motie Westvoorne bij RES 1.0 Motie Westvoorne bij RES 1.0
Geen zonnevelden op agrarische, recreatie- en natuurgronden
8
Kaders voor de gebiedsprocessen bij de energietransitie 10 GWh), deels ook zon op land aan de Konneweg (ca. 10 GWh); landschappelijk ingepast in de noordrand van Voorne-Putten, waarbij onderzoek naar optimalisatie van de drie windenergielocaties1 (uitbreiding van capaciteit en/of aantal windturbines) en combinatie met zonneenergie. Daarnaast zonnevelden op plekken geïntegreerd in het landschap in de noordrand (in gehele noordrand ca. 115 GWh voor zon en wind samen); landschappelijk ingepast op plekken in stadsranden (ca. 15 GWh aan zonne-energie). Stimuleren van zon op kleine daken. Zon in het open landschap van de jonge zeekleipolders
Geen wind / zon in natuur, open landschap, bebouwde omgeving, en recreatie gebieden. Zonnevelden alleen bij dubbel gebruik van grond en water Geen zonnevelden op agrarische, recreatie- en natuurgronden
Zonnevelden alleen bij dubbel gebruik van grond en water
Motie Westvoorne bij RES 1.0
zo min mogelijk zonnevelden en windmolens door optimale benutting van daken en gevels, en door de zonneladder te volgen tot 2030 een zeer beperkte opgave (ca. 5 GWh.) voor Voorne-Putten - zal pas worden overwogen na nader onderzoek en wanneer het provinciaal beleid dat toestaat. Zonnevelden alleen bij dubbel gebruik van grond en water
Motie Westvoorne ihkv concept-RES VP oplegger bij RES 1.0
Geen zonnevelden op agrarische, recreatie- en natuurgronden De vier huidige windenergielocaties die in het kader van de Convenants-afspraken 1
Motie Westvoorne ihkv concept-RES Motie Westvoorne bij RES 1.0 Motie Westvoorne bij RES 1.0
Binnen de grenzen van deze locaties wordt gekeken naar mogelijkheden van optimalisatie: uitbreiding van capaciteit of aantal windturbines. Van nieuwe windenergielocaties is daarmee tot 2030 geen sprake. Binnen Westvoorne is de locatie aan de Noordzeeboulevard geschikt. - Andere locaties zijn niet opportuun.
Motie Westvoorne bij RES 1.0 Motie Westvoorne bij RES 1.0 VP oplegger bij RES 1.0 Motie Westvoorne ihkv concept-RES
Onderzoek naar optimalisatie geldt ook voor de windenergielocatie Haringvlietdam Hellevoetsluis
9
Kaders voor de gebiedsprocessen bij de energietransitie Windenergie Rotterdamse regio zijn aangewezen2, vormen op dit moment het uitgangspunt voor windenergie. Besparing van energie door inwoners, bedrijven en overheid
Motie Westvoorne bij RES 1.0
Bijlage 2: Kaders proces- en financiële participatie Proces participatie 2
Haringvlietdam (Hellevoetsluis), Noordzeeboulevard (Westvoorne), Ondernemerspolder (Brielle) en Brielse Maasdijk (Nissewaard)
10
Kaders voor de gebiedsprocessen bij de energietransitie Het uitgangspunt van de gemeente bij de ontwikkeling van (grootschalige) zon- en windprojecten is de realisatie van een zorgvuldig omgevingsproces door middel van een actieve samenwerking met de betreffende initiatiefnemers en stakeholders. Onder stakeholders wordt verstaan iedereen die te maken heeft met het energieproject. Het gaat niet alleen om omwonenden/inwoners, maar ook om bedrijven, natuurorganisaties, belangenorganisaties, energiecoöperaties. Voordat een initiatief wordt ingediend moet de initiatiefnemer afstemming hebben gehad met de netbeheerder over de aansluiting op het elektriciteitsnet. Voordat de gemeente medewerking geeft voor het project stemt zij af met de provincie Zuid-Holland in het kader van ruimtelijke kwaliteit, met de DCMR Milieudienst Rijnmond (DCMR) en LTO in het kader van milieukwaliteit en de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond (VRR) met betrekking tot veiligheid. Door de initiatiefnemer moet een participatieplan worden opgesteld, waarmee afspraken over participatie door burgers, bedrijven of andere belangenorganisaties vast komen te liggen. Initiatiefnemers zullen op basis van een belangenanalyse inzichtelijk moeten maken welke participatie-instrumenten in voorkomende gevallen aangewezen zijn. Ook stelt de initiatiefnemer van een energieproject een aanspreekpunt voor de omgeving aan.
Bij het opstellen van het participatieplan is het uitgangspunt altijd maatwerk. Alle energieprojecten zijn immers verschillend. Financiële participatie Bij grootschalige zon- en windprojecten hecht de gemeente er belang aan het maximaal ten goede komen aan onze eigen gemeenschap van de (financiële) voordelen van het energieproject. Financiële participatie kent verschillende vormen die in combinatie met elkaar kunnen en dienen te worden ingezet: 1. Mede-eigenaarschap 2. Financiële deelneming 3. Omgevingsfonds 4. Omwonendenregeling Mede-eigenaarschap Individuele burgers, of omwonenden en lokale ondernemers kunnen met eigendom en zeggenschap financieel deelnemen in een project. Bij mede-eigenaarschap is er niet alleen sprake van financiële deelneming: lenen of beleggen, maar ook van daadwerkelijk eigenaarschap en zeggenschap. De gemeente hecht er belang aan om een lokale of regionale energiecoöperatie binnen de gemeenten in positie te brengen. Deze kan een belangrijke rol spelen bij het verder opzetten van duurzame energie projecten. Daarnaast kan daarmee de lokale en regionale economie gestimuleerd worden en heeft een coöperatie ook een sterke sociaal bindende rol (hier ligt een relatie met procesparticipatie). Bij grootschalige commerciële energieprojecten wordt gestreefd om zoveel mogelijk in eigendom van lokale en/of regionale partijen en inwoners te laten komen.
Indien sprake is van zon- of windprojecten voor eigen gebruik dient maatwerk in afstemming met de direct omwonenden te worden geleverd. Financiële deelneming 11
Kaders voor de gebiedsprocessen bij de energietransitie Financiële deelneming is een andere vorm van Financiële Participatie waarbij het gaat om risicodragend deel te nemen in een energieproject, bijvoorbeeld met aandelen of obligaties of ander financieel voordeel. De wijze waarop dit kan, wordt tijdig kenbaar gemaakt. Bij financiële deelneming is er, afgezien van een stem op een aandeelhoudersvergadering geen sprake van mede-eigenaarschap of zeggenschap. Bij wind- of zonprojecten voor commercieel gebruik zijn initiatiefnemers verplicht minimaal 50% van ieder energieproject ter beschikking te stellen aan een regionale energiecoöperatie voor Mede-Eigenaarschap of Financiële Deelneming. De genoemde 50% is een ondergrens. Indien sprake is van zon- of windprojecten voor eigen gebruik dient maatwerk in afstemming met de direct omwonenden te worden geleverd. Omgevingsfonds Niet iedereen kan of wil geld ter beschikking stellen voor Mede-Eigenaarschap of Financiële Deelneming aan een energieproject. Daarom geldt als verplichting dat bij elke ontwikkeling een gebiedsfonds in het leven wordt geroepen om een bijdrage te leveren aan betrokkenen die niet zelf financieel deelnemen aan het project. Een gebiedsfonds dient gevuld te worden uit de opbrengsten van de zonnepanelen of de windmolen.
Met de opbrengsten die in het gebiedsfonds komen kunnen maatschappelijk verantwoorde projecten ondersteund worden die maximaal ten goede komen aan de direct omwonenden en / of inwoners en bedrijven van de gemeente Westvoorne. Gedacht kan worden aan nieuwe duurzame energieprojecten, ondersteuning van verenigingen of bepaalde activiteiten etc. Het gebiedsfonds zal worden beheerd door een onafhankelijke entiteit, die bestuurd wordt door inwoners. De verdere uitwerking van het gebiedsfonds vindt plaats in nauwe samenwerking met de omwonenden en/ of andere belanghebbenden zoals de regionale energie coöperatie. Als minimum bijdrage voor een gebiedsfonds stellen de gemeente een bedrag van € 0,50/MWh (0,05 euro cent/kWh). Sluitende businesscase In alle gevallen van financiële participatie; mede-eigenaarschap; financiële deelneming; gebiedsfonds, geldt als uitgangspunt dat de initiatiefnemer een haalbare businesscase moet kunnen behalen. Als deze aantoonbaar niet haalbaar wordt geacht dan kan, na advies van een onafhankelijke expert, de gemeente besluiten af te wijken van het beleid met betrekking tot participatie.
12