CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

22 01 Zonnepark Konneweg Ruimtelijke Onderbouwing

Commissie GG & Milieu 10 januari 2022, gemeente WestvoorneBij agendapunt: Zonnepark aan de Konneweg27.856 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Invulling financiële participatie door initiatiefnemer Zonnepark Tinte.

Zonnepark Tinte wil de financiële participatie met meerdere instrumenten als volgt mogelijk maken. Financiële deelneming Zonnepark Tinte stelt voor om 25% van het aandelenkapitaal beschikbaar te stellen aan omwonenden binnen de postcoderegio 3233 t/m 3235 in de vorm van preferente aandelen. Dergelijke aandelen ontvangen een vastrentende waarde die bij de uitkering van dividend voorrang krijgen op gewone aandeelhouders. Deze aandelen zullen dan worden ondergebracht in een stichting die wordt beheerd door de lokale energiecoöperatie, die daarmee ook het stemrecht verkrijgt in de AvA. Gebiedsfonds Zonnepark Tinte werkt mee aan de financiering van een gebiedsfonds tijdens de exploitatieperiode van het zonnepark en stelt een bedrag beschikbaar van € 0,50 per opgewekte MWh. Dit bedrag kan jaarlijks oplopen tot zo'n € 475 per geïnstalleerde MWp. Zonnepark Tinte stelt daarbij als voorwaarde dat dit bedrag wordt aangewend voor investeringen en/of activiteiten op het gebied van duurzame energie. Om de inwoners van de gemeente te kunnen laten profiteren van de lokaal geproduceerde duurzame stroom, heeft Zonnepark Tinte de ambitie om samen te werken met een lokale energiecooperatie. Verkoop van de lokaal opgewekte stroom Zonnepark Tinte wil met de hiervoor genoemde lokale energiecoöperatie een samenwerking aangaan om de opgewekte stroom te kunnen leveren aan lokale eindgebruikers.

Om voldoende waarborgen richting eindgebruikers te garanderen moet gebruik worden gemaakt van gespecialiseerde duurzame energiemaatschappijen, zoals Oranjestroom, Qurrent e.d. Deze partijen verzorgen de administratieve verwerking van abonnementen, de verwerking van de meetgegevens in facturen en verzorgen de incasso van rekeningen. Daarnaast hebben zij samenwerkingen met grotere energiemaatschappijen zoals Engie waardoor zij beschikken over de benodigde vergunningen, licenties1 en financiële waarborgen, die vereist zijn voor de levering aan consumenten en eindgebruikers.

1

Zoals bijvoorbeeld een ACM licentie voor levering van energie.

Mees Ruimte & Milieu | 18206

Pagina | 45

Om de beschikbaarheid van elektriciteit te optimaliseren wordt er gebruik gemaakt van de dealingroom van deze maatschappijen. Indien de stroom van het zonnepark of eventueel toegevoegde batterij-opslag onvoldoende is worden er andere bronnen van duurzame energie aangesproken. Zo kan in elk geval de beschikbaarheid van in Nederland duurzaam geproduceerde energie aan klanten worden gegarandeerd. De overschotten en/of tekorten als gevolg van (tijdelijke) onbalans tussen lokale vraag en aanbod wordt verhandelt op de Nederlandse markt voor duurzame energie. Bij voldoende interesse kan er ook gebruik worden gemaakt van de postcoderoosregeling of crowdfunding. Ook hier is de intentie van Zonnepark Tinte om daarbij de energiecoöperatie te betrekken. Voordelen van deze directe economische voordelen voor inwoners is daarnaast de directe betrokkenheid bij het zonnepanelenpark. De initiatiefnemers van het zonnepanelenpark zijn graag bereid om mee te denken en samen te werken met andere initiatieven, met draagvlak binnen de gemeente, waarmee duurzame stroom kan worden opgewekt. Te denken valt aan resource sharing zoals delen van de aansluiting of batterijen voor opslag. 6.2.1

Planologische procedure

Voor dit plan wordt de uitgebreide procedure doorlopen. Het is daarom in eerste instantie voor een ieder mogelijk door middel van een inspraakreactie of zienswijze te reageren op het ontwerpbesluit, dat gedurende zes weken ter inzage ligt. Vervolgens staat nog de gang naar de rechtbank en daarna de Raad van State open. Met bovenstaande procedures tezamen met de participatiemogelijkheden wordt de maatschappelijke betrokkenheid afdoende gewaarborgd. 6.2.1

Relatie tot de ontwikkeling

Ten aanzien van de maatschappelijke uitvoerbaarheid geldt dat sprake is van voordelen voor zowel de gemeente als voor individuele inwoners wat bijdraagt aan de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. Het zonnepanelenpark zal op diverse manieren voordelen bieden aan de gemeente en haar inwoners. Voordelen voor gemeente De bouw van het zonnepanelenpark is een grote stap richting de realisatie van de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Westvoorne. De gemeente hoeft hiervoor zelf geen investeringen te doen. Wellicht geniet de gemeente zelfs nog wat geldelijke voordelen in de vorm van (beperkte) leges die ook in de vorm van een bijdrage in een gebiedsfonds. Voordelen voor individuele inwoners Om de bewoners te kunnen laten profiteren van de lokaal geproduceerde duurzame stroom heeft Zonnepark Tinte de ambitie om samen te werken met een lokale energie coöperatie.

Mees Ruimte & Milieu | 18206

Pagina | 46

7

Conclusie ruimtelijke en functionele inpasbaarheid

De initiatiefnemer heeft als doel een zonnepanelenpark te realiseren in het glastuinbouwgebied van Tinte, gemeente Westvoorne. Voor deze ontwikkeling dient een planologische procedure te worden doorlopen. Voorliggend document bevat de ruimtelijke onderbouwing, waarbij de verschillende ruimtelijke en milieutechnische aspecten die bij het project een rol spelen zijn besproken. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is de aanleg van een zonnepanelenpark niet mogelijk. Hierdoor is het doorlopen van een planologische procedure noodzakelijk. Deze procedure wordt doorlopen aan de hand van een omgevingsvergunning ‘afwijken bestemmingsplan’. Gelet op de ligging in agrarisch glastuinbouwgebied, dient de medewerking van de provincie te worden verkregen. In dit geval geldt dat als gevolg van de ligging in glastuinbouwgebied, de realisatie van een zonnepanelenpark aldaar op basis van het provinciale beleid onder voorwaarden mogelijk is. Een van deze voorwaarden is dat de ontwikkeling geen verdringend effect op de glastuinbouwactiviteiten mag hebben. Uit de Gebiedsvisie glasintensivering Tinte blijkt dat de gekozen locatie voor het zonnepanelenpark niet is aangewezen als gebied ten behoeve van de uitbreiding of intensivering van het glasareaal.

Aanvullend daarop zijn twee afzonderlijke haalbaarheidsanalyses uitgevoerd, waaruit blijkt dat de locatie niet bijzonder geschikt of interessant is voor nieuwvestiging van glastuinbouwbedrijven op de locatie. De kans dat zich nieuwe tuinders zullen vestigen wordt mede gelet op de ter plaatse geldende beperkingen in bouwmogelijkheden en in verband met de hoogspanningsmast gering geacht. De ontwikkeling heeft dan ook geen verdringend effect op glastuinbouw ter plaatse, daarmee wordt voldaan aan de gestelde voorwaarde voor zonneparken binnen dergelijke gebieden. Daarnaast dienen de regels voor ruimtelijke kwaliteit in acht te worden genomen, waarbij de relevante richtpunten uit de provinciale kwaliteitskaart voor zover nodig in het ontwerp van het zonnepanelenpark dienen te worden verwerkt. Aangezien het projectgebied in glastuinbouwgebied Tinte gelegen is (wat behoort tot het agrarisch gebied) en gelet op het bepaalde tijd aanzien van ruimtelijke kwaliteit, is ter bescherming van landschaps- en cultuurhistorische waarden een inpassingsplan opgesteld door een daartoe gespecialiseerd bureau, namelijk Feddes en Olthof. Daarin is voorzien in een inpassing van het plan dat rekening houdt met de kwaliteitskaart van de provincie Zuid-Holland en het daaruit voortvloeiende gebiedsprofiel ‘Voorne – Putten’.

Het feit dat het gebied onderdeel uit maakt van het glastuinbouwgebied maakt dat voor het zonnepanelenpark een wat zakelijke uitstraling passend is bij de identiteit van dat gebied. Een rechthoekige invulling met een zuid-opstelling, creëert deze zakelijke uitstraling. Tevens is de uitvoerbaarheid van het initiatief getoetst aan milieu- en omgevingsaspecten en de bijbehorende regelgeving. Hieruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor voorgenomen ontwikkeling. Voor archeologie geldt dat aan de hand van een door BOOR opgesteld Programma van Eisen een verkennend archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd. Afhankelijk van de resultaten is mogelijk nader onderzoek nodig. Belemmeringen worden echter niet verwacht.

Mees Ruimte & Milieu | 18206

Pagina | 47

Bijlage

Mees Ruimte & Milieu | 18206

Inpassingsplan, Feddes en Olthof, december 2020

Pagina | 48

LANDSCHAPPELIJKE INPASSING ZONNEPARK

Westvoorne

FEDDES OLTHOF

landschapsarchitecten

1/18

LANDSCHAPPELIJKE INPASSING ZONNEPARK

Westvoorne

Feddes/Olthof landschapsarchitecten In opdracht van SolarEnergyWorks December 2020

2/18

3/18

Opbouw van het landschap

Topografische kaart met daarin het plangebied. Het betreft circa 13,3 ha midden in het glastuinbouwgebied, tussen Kerkhoekweg en Kommeweg. Binnen de 13,3 ha wordt een plan gemaakt voor een zonnepark van 10,8 ha.

4/18

Ontwikkelingsgeschiedenis

Circa 1850: Het plangebied ligt midden in de oude zeekleipolder. Het kleinschalig verkavelde landschap is goed herkenbaar.

Circa 1900: Het plangebied ligt tussen de Lange Dwaalweg (thans Kerkhoekweg) en de Kommeweg. Ook de oude boerderij is al aanwezig.

Circa 1950: Er is weinig veranderd in de polder. Wel begint er iets van kassen zichtbaar te worden.

Circa 1990: Brielle breidt uit binnen de ringpolder en er ontstaat steeds meer glastuinbouw. Ook worden de hoogspanningsleidingen aangelegd.

Circa 2000: Het gebied ligt er grotendeels bij zoals in huidige situatie.

hoogtekaart: Op de hoogtekaart is goed de landschapsstructuur af te lezen: de hoger in het landschap gelegen ringdijken omkaderen de zeekleipolder. Binnen de polder wordt het landschap opgedeeld door wegen en een fijnmazig slotenpatroon. 5/18

Kwaliteitskaart

Gebiedsprofiel Voorne Putten

De provincie Zuid-Holland beschikt al enige tijd over een kwaliteitskaart. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. Op het plangebied is een drietal kaartlagen van toepassing. Het gaat om de laag van de ondergrond, de laag van cultuur- en natuurlandschappen en de laag van de stedelijke occupatie. Binnen de lagen is sprake van verschillende onderdelen en bijbehorende richtpunten. Onderstaand zijn de richtpunten opgenomen waarmee rekening gehouden dient te worden bij een nieuwe ontwikkeling, zoals dit zonnepark.

Ambitie Oude zeekleipolder (uit gebiedsprofiel Voorne-Putten) De ringpolders in het westen tegen de duinen aan, behoren tot de oudste polders van Voorne-Putten. De dijken zijn belangrijke structurerende elementen in het landschap. Ze verdelen het landschap en bieden een panorama op de omgeving. Er zijn verschillende typen dijken: de dijken van de ringpolders en de dijken van de aanwaspolders. • Laag van de ondergrond • Ontwikkelingen houden rekening met hun invloed op het watersysteem als geheel en dragen bij aan een duurzame en zo eenvoudig mogelijke werking van dit systeem. • Ontwikkelingen versterken de samenhang en continuïteit in het watersysteem als dragende ecologische en recreatieve structuur van Zuid-Holland. Ruimte voor natuurlijke dynamiek is hierbij een uitgangspunt. • Ontwikkelingen dragen bij aan het verbeteren van de zichtbaarheid en toegankelijkheid van het oppervlaktewater.

• Laag van cultuur- en natuurlandschappen • Ontwikkelingen dragen bij aan het versterken van de karakteristieke kenmerken van de eilanden en de verschillen daartussen. • Herkenbaar houden van het patroon van (ronde) opwas- en (langgerekte) aanwaspolders door behouden en versterken van de (beplante) dijk als herkenbare landschappelijke structuurdrager in contrast met de grootschalig, open polder. • Versterken van de kreek als herkenbare landschappelijke structuurdrager van het zeekleilandschap. • Bebouwing concentreert zich in of bij compacte kernen, niet in het open middengebied van de polders. • Behoud van het contrast tussen de binnendijkse akkerbouwpolders en buitendijkse natuur.

Laag van de stedelijke ocupatie • Nieuwe glastuinbouwgebieden worden zoveel mogelijk binnen of in aansluiting op bestaande glastuinbouwgebieden geconcentreerd. • Nieuwe ontwikkelingen in de glastuinbouw sluiten aan bij bestaande landschappelijk structuren en dragen waar mogelijk bij aan versterking van de groenblauwe structuur. • Ontwikkelingen aan de rand van een glastuinbouwgebied dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap).

6/18

•

De ringdijken (veenpolders) worden -zo mogelijkstevig ingeplant. De dijken benutten voor het ontwikkelen van een samenhangend recratief netwerk door deze toegankelijk te maken. De routes liggen bij voorkeur op de kruin van de dijk. Ontwikkelen van het netwerk aan dijken tot een ecologisch netwerk.

Ambitie werkgebieden met karakter (uit gebiedsprofiel Voorne-Putten) Van oudsher zijn er op Voorne-Putten (glas)tuinbouwbedrijven vanwege het gunstige klimaat. Het glas bevond zich oorspronkelijk in het tuinbouwgebied in de binnenduinrand. De laatste jaren is de sprong naar de zeekleipolders gemaakt naar voor hervestiging aangewezen gebieden bij Tinte en Vierpolders. • •

Ontwikkelingen in de glastuinbouw dragen bij aan een grootschalig, geconcentreerd, modern uiterlijk en functioneren. Bij de inpassing van glastuinbouw wordt aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing en de aansluiting op de omgeving. Er wordt aangesloten op bestaande landschapplijke structuren en verbindingen tussen glastuinbouwgebied en omgeving.

Mogelijkheden voor kassen Het plangebied ligt in het kassengebied. De wens om nieuwe glastuinbouw zoveel mogelijk binnen bestaand glastuinbouwgebied te concentreren leidt ertoe dat er een voorkeur ligt om dit gebied te reserveren voor kassen. De doorsnijding van het gebied door de hoogspanningsleidingen, de kabels en leidingen in de grond en de randvoorwaarden voor het hanteren van afstand tot de weg leiden er echter toe dat het gebied erg opgedeeld is, en daarmee ongeschikt voor kassen. De (tijdelijke) inrichting van het gebied met een landschappelijk goed ingepast zonnepark draagt bij aan het moderne en functionele uiterlijk van het gebied en draagt bij aan de landschappelijke kwaliteit.

7/18

Waarnemingsstudie plangebied

1 2

1 Het oude erf met erfbeplanting.

3

2 De Kerkhoekweg is een zeer smalle weg ten noorden van een brede watergang.

3 De Konneweg is een bredere weg die als ontsluitingsweg dient voor meerdere bedrijven. 8/18

9/18

Ruimtelijke uitgangspunten (afbakening plangebied)

Ruimtelijke uitgangspunten (opstelling panelen)

Kabels en leidingen Langs de noordoostrand van het plangebied ligt een strook met kabels en leidingen. Hierop zullen geen panelen of andere opgaande bouwwerken worden geplaatst. Dwars door het plangebied lopen de hoogspanningskabels en midden in het gebied staat een mast. Onder de kabels dient een strook vrij te blijven van 3,4m en rondom de poeren van de mast dient 25m vrij te blijven. De toegansweg naar de mast dient 5m breed te zijn

Opstelling panelen Het rechtvormige plangebied leent zich in principe voor zowel een zuid- als een oost-west opstelling. In deze studie wordt uitgegaan van een zuidopstelling die zo wordt verdraaid dat de panelen haaks op de orientatie van de kavel en hoogspanningskabels staan. De rijen met panelen staan op grotere afstand van elkaar dan bij een oost-west opstelling, waarmee de kwaliteit van de bodem beter blijft en het zicht tussen de rijen door minder beperkt wordt. Uitgegaan wordt van rijen met 4 panelen boven elkaar geplaatst, met een maximale hoogte van 2 meter.

Afstand tot erf en ruimte langs watergang noordzijde Het erf is door de erfbeplanting behoorlijk naar binnen gekeerd. Toch is het van belang dat het historische erf herkenbaar blijft en vrij blijft liggen van de nieuwe ontwikkeling van het zonnepark. Daarnaast wordt er bij de landschappelijke inpassing rekening gehouden met vrije ruimte tussen het zonnepark en de watergang aan de noordzijde van circa 10m tot 15m.

Landschappelijke inpassing Tussen de contour van het zonnepark en de Konneweg kan een wigvormige strook worden ingezet voor landschappelijke inpassing. De breedte van deze strook tussen de weg en het zonnepark verloopt van circa 8m aan de noordzijde tot circa 25m aan de zuidzijde. Voorgesteld wordt om hier langs het zonneveld een landschappelijke haag te planten met gebiedsspecifieke soorten, waardoor het zicht richting de panelen grotendeels door groen wordt bepaald. Daarnaast wordt de bestaande sloot verbreed en krijgt de sloot een natuurlijke rietoever. Hiermee wordt ook de ecologische waarde van het gebied vergroot. Ook aan de noordzijde wordt de vrijgehouden strook langs de watergang ingericht met een natuurvriendelijke oever en een landschappelijke haag. Restruimtes binnen het zonnepark worden ingezaaid met een bloem- en kruidenrijk zadenmengsel. De strook met kabels en leidingen en de rand langs de watergang in het noorden kunnen ook met dit mengsel worden ingezaaid (buiten contour zonnepark, binnen perceelsgrenzen), waardoor de ecologische en landschappelijke kwaliteit van het gebied wordt vergroot.

10/18

Entree en trafokasten De entree wordt aan de zuidkant gesitueerd. Een 5meter breed pad steekt vervolgens naar binnen, en gaat onder de hoogspanningskabels in de lengte van het plangebied door. Hierdoor wordt de vrije ruimte onder de hoogspanningskabels optimaal benut en kan ook het onderhoud aan de mast of kabels eenvoudig plaatsvinden. De ruimtelijke impact van de toegangsweg is op deze manier beperkt. Nabij de entree zullen twee transformatorkasten en een controlcenter worden geplaatst, met een hoogte van maximaal 3 meter.

De panelen worden zo uitgelijnd dat de buitenranden van het zonnepark recht zijn, zonder “rafelranden”. 11/18

Concept ontwerp Het zonnepark beslaat circa 10,5 hectare binnen het circa 13,3 hectare grote plangebied en heeft een strakke en zakelijke uitstraling dat goed past bij de vormentaal van de omliggende percelen met glastuinbouw. Binnen het zonnepark liggen rechte velden met panelen, de toegangsroute met transformatoren, de bestaande hoogspanningsmast met benodigde vrije ruimte en een vrije zone van 4 meter breed tussen de velden van panelen en het hek dat het gehele zonnepark omsluit. De opstelling van panelen is een geroteerde zuid-opstelling. Aan de noordzijde wordt enige afstand tot de watergang aangehouden. De watergang zelf zou hier een natuurvriendelijke oever kunnen krijgen. Aan de noord en westzijde van het zonnepark wordt een landschappelijke haag geplant met soorteigen vegetatie, waardoor een het zicht op het zonnepark door groen gedomineerd wordt. Door de sloot langs de Konneweg iets te verbreden en een natuurlijke rietoever te geven ontstaat een aantrekkelijk landschappelijke rand met grote ecologische potentie. Langs de oostzijde van het plangebied blijft er een zone vrij vanwege de aanwezigheid van kabels en leidingen in de ondergrond. Door de vrije ruimtes binnen en buiten het zonnepark in te zaaien met een bloem- en kruidenrijk zadenmengsel kan de ecologische en landschappelijke kwaliteit van het gebied worden vergroot. (zie ook https://www.

arcadis.com/nl/nederland/arcadis-blog/roderick-groen/bijen-en-veldleeuwerik-geven-zonneweide-bestaansrecht/).

1

Principe langs de westrand: een sloot met rietoever en groenstrook zorgen voor een aantrekkelijk beeld op het zonnepark.

2 1

1 3

Principe langs de noordrand: het water krijgt een natuurlijke oever aan de zuidzijde. Samen met een landschappelijke haag zorgt dit voor een groen decor.

2 2

Principe langs de oostrand: de strook met kabels en leidingen blijft vrij van opgaande beplanting maar wordt ingezaaid met een kruiden- en bloemrijk grasland.

3

principeprofielen 12/18

13/18

1

Detail hekwerken Rond het zonnepark stellen wij een staalmathekwerk voor. De entree tot het zonnenpark is gesitueerd aan de zuidzijde van het plangebied aan de Konneweg, hier zal het hekwerk worden voorzien van een poort. Het hekwerk en de poort zal rondom in dezelfde kleur zijn (zwart, RAL 9005), en ook de vormgeving (hoogte, vorm palen) wordt op elkaar afgestemd. Het hek en de poorten zijn maximaal 2,00 meter hoog. Staalmathekwerk Het hekwerk bestaat uit gegalvaniseerd stalen palen met gittermatten. De matten zijn opgebouwd uit horizontale en verticale stalen draden. De maasweidte is 5cm breed bij 20cm hoog. De overklimbeveiliging wordt gevormd door de aan de bovenzijde doorstekende verticale staaldraden. De staanders kunnen rond of rechthoekig zijn. Poort entree De poort voor de entree bestaat uit een draaipoort met daarin een ingelaste staafmat, zodat poort en hekwerk bij elkaar passen. Als overklimbeveiliging wordt de poort voorzien van een stalen puntenkam.

Visualisatie van de terreininrichting met panelen vanaf de Konneweg aan de zuidwestzijde van het plangebied.

Referentie poort entree (draaipoort Minerva , Elreka hekwerken)

Visualisatie vanaf de Kerkhoekweg. Rechts in beeld een natuurlijke oever langs het water en groenrand langs de noordelijke rand van het zonneveld. 14/18

Referentie staalmathekwerk. (kleur: zwart RAL 9005) 15/18

Advies beplanting en ecologische inpassing Om tot een concretere uitwerking van de beplanting te komen is contact gezocht met de KNNV Natuurvereniging Hollandse Delta. Hun houding ten opzichte van dit specifieke zonnepark is positief. In het door kassen gedomineerde gebied kan deze ontwikkeling, gepaard met de voorgestelde ecologische inpassing, juist een positieve bijdrage leveren aan de ecologische kwaliteit van het gebied. Om deze reden heeft de KNNV Natuurvereniging Hollandse Delta onderstaand advies uitgebracht om het plan zo goed mogelijk te laten aansluiten op in de regio oorspronkelijk aanwezige vegetatie.

2) voor het creëren van bloemrijke en/of kruidenrijke graslanden wordt aangeraden om niet in te zaaien, maar om via gericht maaibeheer tot een dergelijke vegetatie te komen. Als er toch ingezaaid moet worden op een kaal gemaakt stuk grond dan raden wij aan om eerst een zgn. vals zaadbed aan te leggen, waarop de lokaal aanwezige zadenbank kan ontkiemen en die dan na enkele weken te maaien, waarna het door u gewenste zaadmengsel kan worden ingezaaid. Dan maakt dat zaadmengsel een aanzienlijk grotere kans in de concurrentie met de te verwachten ruderale soorten. Als zaadmengsel raden wij aan om in te kopen bij Biodivers. Dat is de enige zadenleverancier die regionaal zaad oogst en dus de enige die kan garanderen dat u regionaal inheems materiaal krijgt, waarbij ook de regionale genetische eigenschappen van die soorten aanwezig zijn. Dat is een onderschat probleem. Wij denken dat door gebruik van regionaal gewonnen zaad de planten het best geschikt zijn voor interactie met de regionale insectenwereld. Wij zijn tegen het gebruik van zgn. carnavalsmengsels met soorten die soms nog wel inheems zijn, maar niet in onze regio en waarvan de zaden vaak ook nog eens afkomstig zijn uit Oost Europa. https://biodivers.nl/mengsels/ Door gebruik te maken van Biodivers sluit je ook aan bij de Gemeente Westvoorne en de Provincie Zuid-Holland die beide gebruik maken van zaadmengsel van Biodivers.

Tot slot kunt u voor verrijking van de aan te leggen waterpartijen en rietoevers eveneens terecht bij Biodivers https:// biodivers.nl/oevers/

1) voor de aanplant van een haag met gebiedsspecifieke soorten bevelen wij de volgende soorten bomen en struiken aan: Struiken en bomen die geschikt zijn voor ‘zware klei’: ++, lichte klei + of maakt niet uit 0. Alle soorten zijn inheems en komen ook oorspronkelijk in onze regio voor. Zware klei: Salix sp. Knotwilg ++ Salix alba Schietwilg ++ Salix euxina Kraakwilg ++ Alnus glutinosa Zwarte Els knotvorm ++ Acer campestre Spaanse aak 0 Corylus avellana Hazelaar +Crataegus monogyna Eenstijlige meidoorn ++ Prunus spinosa Sleedoorn 0 Ribes rubrum Aalbes ++ Rosa canina Hondsroos ++ Sambucus nigra Gewone vlier 0 Lichte klei: Carpinus Betules Cornus sanguinea Prunus avium Prunus padus Rhamnus cathartica Ribes nigrum Rosa canina Rosa tomentosa Viburnum opvulde

Moeten om de paar jaar geknot worden

Omgang met dit advies Wij zijn de KNNV Natuurvereniging Hollandse Delta zeer dankbaar voor het waardevolle advies. Bij de verdere uitwerking van het beplantingsplan (in de volgende fase) zal de voorgestelde lijst met struiken en boomvormers gehanteerd worden, waarbij gestreefd wordt naar zoveel mogelijk diversiteit. Ook het advies voor het bloem- en kruidenrijke grasland zal worden overgenomen, zowel wat betreft aanleg als wat betreft inkoop. In de nadere uitwerking zal ook een beheerplan worden opgesteld. Hierbij wordt ernaar gestreefd dat ook het beheer door een lokale partij georganiseerd wordt.

Moeten om de paar jaar geknot worden

Haagbeuk ++ Rode kornoelje + Zoete kers ++ Gewone vogelkers ++ Wegedoorn ++ Zwarte bes ++ Hondsroos ++ Viltroos + Gelderse roos +

Hierbij willen wij opmerken dat wij voorkeur hebben voor een haag waarin zoveel mogelijk van de genoemde soorten worden gebruikt, omdat daarmee de grootste winst gehaald kan worden m.b.t. biodiversiteit. Als jullie ook graag aansluiten bij historische landschapselementen dan raden wij ook aan om te werken met zgn. knotbomen van Zwarte els of wilg. Op Voorne zijn zo hier en daar nog restanten van dergelijke hagen aanwezig en wij stimuleren heraanleg en herstel van dit soort hagen. Bijkomend voordeel is dat de beheerder dan ook de gewenste hoogte van de haag gemakkelijk zelf kan bepalen. 16/18

17/18

18/18

Bijlage

Mees Ruimte & Milieu | 18206

Quickscan Wet natuurbescherming, Van der Goes & Groot, d.d. 7 september 2018

Pagina | 49

G&G-advies QS2018-84

Zonnepark Westvoorne

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

Zonnepark Westvoorne Toetsing in het kader van de natuurwetgeving

F.N.M. van der Knaap

2018

Opdrachtgever Solar EnergyWorks BV

G&G-advies QS2018-84

Versie Concept Eindrapport

Datum 8 augustus 2018 7 september 2018

Gecontroleerd door: Linda Hartog De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdrachtgever. Bij wijziging van plannen, werkperioden, of werkwijzen kunnen andere conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn.

Bovendijk 35-G

Hazenkoog 35-A

2295 RV Kwintsheul

1822 BS Alkmaar

www.vandergoesengroot.nl

Zonnepark Westvoorne

3

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

5

1.1

Aanleiding voor het onderzoek ............................................................................... 5

1.2

Doel van het onderzoek........................................................................................... 5

1.3

Het plangebied......................................................................................................... 6

1.4

Werkzaamheden...................................................................................................... 6

1.5

Leeswijzer ................................................................................................................ 6

Methode

7

2.1

Soorten .................................................................................................................... 7

2.2

Gebieden.................................................................................................................. 8

Beschermde soorten Wnb

9

3.1

Beschrijving aanwezige biotopen ............................................................................ 9

3.2

Beschermde soorten.............................................................................................. 10 3.2.1 Planten .................................................................................................................... 10 3.2.2 Vissen ...................................................................................................................... 10 3.2.3 Amfibieën ................................................................................................................ 10 3.2.4 Vogels ...................................................................................................................... 11 3.2.5 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................... 11 3.2.6 Vleermuizen ............................................................................................................ 12 3.2.7 Overige fauna .......................................................................................................... 13

3.3

4

5

Conclusie beschermde soorten ............................................................................. 14

Effectbeoordeling en maatregelen

15

4.1

Vogels..................................................................................................................... 15

4.2

Vleermuizen ........................................................................................................... 16

4.3

Conclusie effectbeoordeling .................................................................................. 16

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving

17

5.1

Natura 2000 ........................................................................................................... 17

5.2

Natuurnetwerk Nederland .................................................................................... 18

5.3

Weidevogelgebieden ............................................................................................. 18

5.4

Houtopstanden ...................................................................................................... 18

5.5

Overige relevante wetgeving................................................................................. 18

5.6

Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving ........................... 18

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2018-84

Zonnepark Westvoorne

4

6

Conclusies

19

6.1

Beschermde soorten Wnb .....................................................................................19

6.2

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving ...............................................19

6.3

Zorgplicht ...............................................................................................................19

7

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur

21

8

Bijlagen

22

Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2018-84

Zonnepark Westvoorne

1

5

Inleiding 1.1

Aanleiding voor het onderzoek Er bestaan plannen de locatie te Tinte (Gemeente Westvoorne, Provincie Zuid-Holland) her in te richten. Het is mogelijk dat binnen het plangebied soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb) of dat het plan gevolgen heeft voor nabij gelegen beschermde gebieden. In opdracht van ‘Solar EnergyWorks BV’ heeft Ecologisch Onderzoeksen Adviesbureau Van der Goes en Groot in het kader van de huidige natuurwetgeving een quickscan uitgevoerd om dit nader te onderzoeken. Het onderzoek heeft bestaan uit een bronnenstudie en een veldbezoek.

1.2

Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten in het kader van de Wnb. Tevens wordt onderzocht of de plannen negatieve effecten op dergelijke soorten en/of op beschermde gebieden kunnen veroorzaken. Op grond van het onderzoek wordt geadviseerd omtrent te nemen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of te verzachten en omtrent de noodzaak ontheffing of vergunning aan te vragen.

De ligging van het plangebied.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2018-84

Zonnepark Westvoorne

6

Een uitgebreide beschrijving van de getoetste wetgeving is te vinden in Bijlage 1.

1.3

Het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het onderzoeksgebied aangegeven. Het plangebied ligt in een agrarisch/tuinbouwgebied. Rondom het plangebied staan diverse kassencomplexen.

1.4

Werkzaamheden Binnen het plangebied zal een ‘zonneweide’ met zonnepanelen worden gerealiseerd. De schuur binnen het plangebied blijft gehandhaafd. De ecologisch gevoelige werkzaamheden zullen bestaan uit het plaatselijk verwijderen van de vegetatie-toplaag en het vergraven van grond in verband met kabels en leidingen. Tevens creëren de aan te leggen zonnepanelen schaduw in het gebied.

1.5

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 worden de biotopen, die aanwezig zijn in het plangebied, beschreven en wordt aangegeven welke soorten aanwezig (kunnen) zijn binnen en nabij het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden van het werk en welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn. Hoofdstuk 5 beschrijft of- en welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied. Ten slotte bevat hoofdstuk 6 de conclusies. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan. Hoofdstuk 7 geeft een overzicht van de gebruikte en aanbevolen literatuur. In de bijlage is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunnings- en/of ontheffingsaanvraag.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2018-84

Zonnepark Westvoorne

2

7

Methode Hieronder wordt aangegeven hoe is onderzocht welke soorten te verwachten zijn binnen het plangebied. Speciale aandacht is uitgegaan naar díe beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, specifieke maatregelen moeten worden getroffen of ontheffing moet worden aangevraagd bij werkzaamheden in het kader van dit plan. Daarnaast is gekeken of het plangebied tot een beschermd natuurgebied behoort of dat dergelijke gebieden aanwezig zijn in de nabijheid van het plangebied.

2.1

Soorten Bronnenstudie Op basis van literatuurgegevens en informatie, samengebracht in bijvoorbeeld de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF), is bekeken in hoeverre (beschermde) soorten in het verleden zijn aangetroffen in en rond het plangebied. Voor het onderzoek van de NDFF is het kilometerhok onderzocht waarbinnen het plangebied is gelegen en de acht daaromheen gelegen kilometerhokken, rekening houdend met relevante, overeenkomstige biotopen tussen plangebied en omgeving. In de database is gezocht naar gegevens van beschermde soorten of soorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen die niet zijn vrijgesteld. Hierbij is gekeken naar waarnemingen in de afgelopen 10 jaar. Vervolgens is een interpretatie gedaan met betrekking tot de aard en de waarde van de waarnemingen (bijvoorbeeld overvliegend of verblijvend, de onderzoeksinspanning en de kans dat de situatie ter plaatse veranderd is). Er is niet gezocht naar niet-jaarrond beschermde vogels, vrijgestelde soorten en in het geheel niet te verwachten soorten zoals zeezoogdieren of zoutwatervissen. Naast het onderzoek van de NDFF zijn relevante verspreidingsatlassen en eventueel andere literatuur en websites geraadpleegd om de ecologische vereisten van soorten in samenhang met de verspreiding te bekijken.

Potentiebeoordeling Het plangebied is op 31 juli 2018 bezocht om enerzijds de aanwezige en aangrenzende biotopen te beschrijven en anderzijds eventuele incidentele waarnemingen te doen van beschermde flora en fauna (voor zover waarneembaar). Verwerking Met behulp van analyse en expertkennis is op basis van de verzamelde gegevens en de aangetroffen biotopen een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en nabij het plangebied.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2018-84

Zonnepark Westvoorne

8

Op grond van de plannen is een korte effectbeoordeling gemaakt van de plannen op de te verwachten soorten. Als negatieve gevolgen niet zijn uit te sluiten wordt aangegeven of specifieke maatregelen moeten en kunnen worden genomen en/of ontheffing dient te worden aangevraagd.

2.2

Gebieden Op de gebiedendatabase van het Ministerie van Economische Zaken is gekeken in hoeverre het plangebied is gelegen binnen of nabij de begrenzing van beschermde gebieden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN), zie: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek.aspx Aan de hand van Provinciale of gemeentelijke informatie, toegankelijk via internet, is bekeken of het plangebied gelegen is in andere relevante beschermde gebieden, zie bijvoorbeeld: Zuid Holland: https://ruimtelijkeplannen.zuid-holland.nl/VRM/ Als dit het geval is, wordt bekeken of negatieve effecten te verwachten zijn en of nadere toetsing noodzakelijk is.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2018-84

Zonnepark Westvoorne

3

9

Beschermde soorten Wnb In dit hoofdstuk worden eerst de biotopen beschreven die aanwezig zijn binnen het plangebied. Vervolgens worden de beschermde soorten beschreven per soortgroep. In de beschrijving wordt per soortgroep eerst aangegeven welke soorten (volgens opgave van het NDFF en literatuur) in het verleden of tijdens het afgelegde veldbezoek zijn aangetroffen. Vervolgens wordt vermeld welke soorten op grond van aanwezige biotopen te verwachten zijn en welke gebruiksfuncties het plangebied kan hebben voor deze soorten.

3.1

Beschrijving aanwezige biotopen Het overgrote deel van het plangebied bestaat uit een akkerlandperceel. Voor de helft bestaat deze uit een akker met uien, op de andere helft groeien geen gewassen. Om het plangebied ligt een sloot, deze valt buiten het plangebied. Binnen het plangebied staat een hoogspanningsmast en er staat een loods. De loods is een moderne schuur die is afgesloten waardoor die niet toegankelijk is voor broedvogels als Boerenzwaluw en Kerkuil. Voor de schuur ligt een kleine bloementuin.

Akker met uien binnen het plangebied.

Bloementuin

Van der Goes en Groot

Loods

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2018-84

Zonnepark Westvoorne

10

3.2

Beschermde soorten

3.2.1

Planten Aangetroffen soorten In en rond het plangebied is in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde flora waargenomen (NDFF 2008-2018). Potentie plangebied In het plangebied wordt geen beschermde flora verwacht. Diverse soorten planten, (korst)mossen en wolfsklauwen die onder de Wet natuurbescherming beschermd zijn, worden niet in het plangebied verwacht, de soorten komen nagenoeg alleen voor in natuurgebieden.

3.2.2

Vissen Omdat geen water in het plangebied aanwezig is, kunnen geen (beschermde) vissoorten voorkomen. In de sloot rondom het plangebied zijn in het verleden geen beschermde vissoorten waargenomen (NDFF 2007-2018) en er is hier geen potentie voor beschermde vissoorten.

3.2.3

Amfibieën Aangetroffen soorten In en rond het plangebied zijn in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde, niet vrijgestelde amfibieën waargenomen (NDFF 2008-2018). Potentie plangebied De watergang rondom het plangebied levert geschikt voortplantingswater voor enkele algemene soorten amfibieën zoals Gewone pad, Kleine watersalamander, Bruine kikker of Groene kikker (bastaardkikker en/of Meerkikker). Al deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in Zuid-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1. In het plangebied zelf is wél geschikt landbiotoop aanwezig dat buiten de voortplantingsperiode kan worden benut door deze amfibieën. -Rugstreeppad Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor de Rugstreeppad, de benodigde levensvoorwaarden zijn niet aanwezig en de soort is nooit in nabijheid van het plangebied waargenomen. In het plangebied ligt geen geïsoleerd, ondiep en snel opwarmend water dat door de dieren kan worden gebruikt voor voortplanting. In het plangebied is ook geen geschikt vorstvrij, droog en vergraafbaar

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2018-84

Zonnepark Westvoorne

11

zanderig land¬biotoop aanwezig dat buiten de voortplantingsperiode als landbiotoop kan worden benut door deze soort.

3.2.4

Vogels Alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd. Het bevoegd gezag maakt onderscheid tussen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten, soorten met jaarrond beschermde nesten (ingedeeld in vier categorieën) en de zogenaamde ‘categorie 5-soorten’ (zie verder Bijlage 1.2.5). Aangetroffen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden diverse vogelsoorten waargenomen: Witte kwikstaart, Winterkoning, Kleine Karekiet, Fazant, Huiszwaluw, Holenduif. Potentie plangebied soorten met niet-jaarrond beschermde nesten In het plangebied kunnen enkele algemene bos- en struweelvogels tot broeden komen zoals bijvoorbeeld Merel, Winterkoning of Heggemus. In het water langs het plangebied broeden mogelijk water- en moerasvogels zoals Meerkoet en Wilde eend. Aangetroffen soorten met jaarrond beschermde nesten Op de boerderij buiten het plangebied is een bewoonde nestkast van een kerkuil aanwezig. Tijdens het veldbezoek is deze boerderij bezocht en zijn de sporen van de Kerkuil aangetroffen: Braakballen, veren en uitwerpselen. De loods die binnen het plangebied staat is voor deze kerkuil niet toegankelijk. Verder zijn binnen het plangebied geen hoge bomen met nesten en/of sporen van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten waargenomen. Ook zijn er geen nesten gezien in de Hoogspanningsmast.

Potentie soorten met jaarrond beschermde nesten Omdat geen geschikte bebouwing en bomen aanwezig zijn en geen sporen of nesten werden waargenomen, wordt uitgesloten dat vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn binnen het plangebied. Het is wél mogelijk dat het plangebied incidenteel wordt gebruikt als onderdeel van het leefgebied van in de buurt vastgestelde vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zoals Kerkuil.

3.2.5

Grondgebonden zoogdieren Aangetroffen soorten In en rond het plangebied zijn in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde, niet vrijgestelde zoogdieren waargenomen (NDFF 2008-2018).

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2018-84

Zonnepark Westvoorne

12

Tijdens het veldbezoek werden twee Hazen waargenomen. Deze soort is in Zuid-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1. Daarnaast zijn molshopen aangetroffen. Deze soort is niet beschermd onder Wnb. Potentie plangebied Het is mogelijk dat in het gebied enkele (kleine) zoogdieren voorkomen zoals Egel en verschillende algemene soorten (spits)muizen. Al deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in Zuid-Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1.

3.2.6

Vleermuizen Vleermuizen kunnen op zeer duidelijk te onderscheiden manieren van een leefgebied gebruik maken. Belangrijke gebruiksfuncties zijn verblijfplaats, foerageergebied of (deel van) een vliegroute. Aangetroffen vleermuizen Er zijn in het verleden in de omgeving van het plangebied hoofdzakelijk losse waarnemingen van langsvliegende en plaatselijk foeragerende vleermuizen verricht. Er is in het verleden één kolonie van Gewone dwergvleermuizen aangetroffen in de bebouwde kom van Brielle. (NDFF 2008-2018). Er zijn in de omgeving van het plangebied zes soorten vleermuizen vastgesteld (NDFF 2008-2018). Het betreft Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger, Rosse vleermuis, Watervleermuis, Gewone grootoorvleermuis. De meeste waarnemingen betroffen foeragerende en langsvliegende exemplaren. Potentie verblijfplaatsen Precieze locaties van verblijfplaatsen zijn alleen vast te stellen met gericht nachtelijk onderzoek tenzij uit te sluiten is dat potentie hiervoor aanwezig is. In het plangebied kunnen geen vleermuizen verblijven omdat geen geschikte holtes of spleten werden waargenomen in de aanwezige bebouwing/bomen. Potentie foerageergebied Het plangebied is (marginaal) geschikt voor foeragerende vleermuizen. De (schaarse) aanwezige luwe plekken kunnen zorgen voor concentraties van insecten waardoor vleermuizen worden aangetrokken.

Potentie vliegroute Vanwege het ontbreken van lijnvormige elementen zoals bomenrijen of brede rietkragen binnen het plangebied kan geen sprake zijn van een belangrijke functie als vliegroute voor vleermuizen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2018-84

Zonnepark Westvoorne

3.2.7

13

Overige fauna Aangetroffen soorten Er zijn geen waarnemingen bekend van andere beschermde soorten in of rond het plangebied. Tijdens het veldbezoek werden dergelijke soorten ook niet waargenomen. Potentie plangebied Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor andere beschermde diersoorten in verband met het ontbreken van geschikt biotoop.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2018-84

Zonnepark Westvoorne

14

3.3

Conclusie beschermde soorten Op grond van §3.2.1 t/m §3.2.7 zijn beschermde, niet vrijgestelde soortgroepen te verwachten die staan weergegeven in Tabel 1. In de tabel wordt onderscheid gemaakt tussen de aangetroffen soortgroepen in en nabij het plangebied en de potenties daarvoor binnen het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt onderzocht welke gevolgen voor deze soortgroepen worden verwacht door het uitvoeren van de plannen.

Eerder volgens literatuuropgave vastgestelde soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten in/nabij het plangebied (kolom 2) en verwachte voorkomen daarvan binnen het plangebied (kolom 3). *Vaste rust- en verblijfplaatsen.

Beschermde, niet vrijgestelde soorten

Planten Vissen Amfibieën Vogelsoorten met niet-jaarrond beschermde nesten Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen verblijfplaats foerageergebied vliegroute Overige beschermde fauna

Van der Goes en Groot

Aangetroffen nabij het plangebied

Potentieel aanwezig binnen het plangebied

(literatuur en veldbezoek) nee nee nee

nee nee nee

ja

ja

ja

nee*

nee

nee

ja ja ? nee

nee ja nee nee

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2018-84

Zonnepark Westvoorne

4

15

Effectbeoordeling en maatregelen Door het plan kunnen verschillende negatieve effecten optreden in het plangebied. Deze mogelijke effecten zijn onder te verdelen in tijdelijke effecten tijdens de aanleg en effecten als gevolg van de aanwezigheid van de nieuwe situatie. De te verwachten soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten worden in dit hoofdstuk besproken. Ze zijn samengevat in de derde kolom van Tabel 1. De aanwezigheid van deze soortgroepen kan van invloed zijn op de verdere procedure. De (negatieve) effecten die kunnen optreden bij de werkzaamheden worden onderzocht. Voorts zal worden aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen of te minimaliseren. Voor andere soortgroepen met niet beschermde of vrijgestelde soorten geldt altijd de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1).

4.1

Vogels Vogelnesten kunnen worden vernield bij ecologisch gevoelige werkzaamheden zoals het rooien en kappen van struiken en bomen diverse graafwerkzaamheden of het verwijderen van de vegetatietoplaag. Soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Men dient activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats te doen vinden, dus niet van grofweg 15 maart tot 15 juli. Deze periode is afhankelijk van bijvoorbeeld het weer en de betrokken soorten. Als onverhoopt buiten deze periode vogels broedend aanwezig zijn, dienen werkzaamheden plaatselijk te worden uitgesteld. Wanneer in het broedseizoen gewerkt gaat worden is het mogelijk – voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels – het plangebied ongeschikt te maken als (nog) geen nesten aanwezig zijn. Hierbij mogen geen mogelijke nestplaatsen van jaarrond beschermde vogels ongeschikt of ontoegankelijk worden gemaakt! Soorten met jaarrond beschermde nesten Voor het mogelijk incidentele gebruik van het plangebied door vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten uit de omgeving van het plan¬gebied, wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vogels kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken.

Het is, afhankelijk van de precieze inrichting, zelfs zeer

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2018-84

Zonnepark Westvoorne

16

goed mogelijk dat het terrein door toename van kruiden geschikter wordt.

4.2

Vleermuizen Foerageergebied Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat na realisatie van de plannen het terrein geschikt zal blijven of wellicht beter zal worden voor foeragerende vleermuizen.

4.3

Conclusie effectbeoordeling Met het in achtnemen van besproken beperkingen worden geen belangrijk negatieve effecten verwacht voor beschermde soorten bij uitvoer van de plannen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2018-84

Zonnepark Westvoorne

5

17

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving In hoofdstuk 3 en 4 is beschreven welke beschermde soorten kunnen voorkomen en welke effecten de werkzaamheden kunnen hebben. De Wet Natuurbescherming kent naast soortbescherming ook gebiedsbeschermende wet- en regelgeving, in het bijzonder die van de Natura 2000-gebieden en betreffende behoud van grootschalige houtopstanden (Zie Bijlage 1.3). Naast bepalingen uit de Wnb kunnen gebieden ook beschermd zijn onder de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) als onderdeel van het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (voorheen Ecologische hoofdstructuur, EHS) of als Provinciaal aangewezen ‘Weidevogelleefgebied’ of ‘Belangrijk weidevogelgebied’. Hieronder wordt aangegeven welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied.

5.1

Ligging van het plangebied (rood omrand) ten opzichte van het beschermde NNN-netwerk en Weidevogelleefgebieden.

Natura 2000 Het plangebied ligt op meer dan drie kilometer afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, de Voornes Duin. Gezien de grote afstand en de uit te voeren werkzaamheden worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft hiernaar geen nadere toetsing uitgevoerd te worden.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2018-84

Zonnepark Westvoorne

18

5.2

Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het NNN, inclusief de zogenaamde verbindingszones die verschillende NNN-gebieden kunnen verbinden (zie Figuur 2). Er kunnen geen negatieve effecten door de plannen op het NNN gebied optreden. De plannen hoeven verder niet getoetst te worden aan beschermde waarden binnen dit netwerk.

5.3

Weidevogelgebieden Het gebied is niet begrensd als een bijzonder te beschermen weidevogelleefgebied of belangrijk weidevogelgebied (zie Figuur 2)

5.4

Houtopstanden Er worden geen buiten de (volgens de Wnb bepaalde) bebouwde kom gelegen beplantingen gekapt, groter dan 1000 m². Daarnaast voorziet het plan niet in het kappen van meer dan 20 bomen in een rijbeplanting. Op grond hiervan wordt het plangebied niet beschermd als bijzondere houtopstand.

5.5

Overige relevante wetgeving Er is geen overige natuurwetgeving bekend die van invloed kan zijn op de plannen.

5.6

Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is op voorhand uit te sluiten dat andere natuurwetgeving dan die beschreven in hoofdstuk 3 en 4 aan de orde is bij uitvoering van de plannen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2018-84

Zonnepark Westvoorne

6

19

Conclusies 6.1

Beschermde soorten Wnb ♣ Het onderzoeksgebied is in potentie geschikt voor beschermde soorten amfibieën, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. ♣ Gezien het aanwezige biotoop, het oppervlak, de geografische ligging en informatie uit de vakliteratuur over waarnemingen en populaties in de omgeving, zullen van de amfibieën en grondgebonden zoogdieren alleen ‘vrijgestelde’ soorten aanwezig zijn. Voor deze aangetroffen of verwachte ‘vrijgestelde’ soorten gelden geen verbodsbepalingen als werkzaamheden worden verricht in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zoals het besproken plan. Een ontheffing is dan niet nodig. ♣ In het plangebied kunnen broedvogels met niet-jaarrond beschermde nesten voorkomen. Voor de verwachte aanwezige broedvogels dienen werkzaamheden waarbij nesten vernield of verstoord kunnen worden, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Een ontheffing is voor broedvogels dan niet nodig. Het broedseizoen loopt ruwweg van half maart tot half juli. ♣ Voor het mogelijk incidentele terreingebruik van het plangebied door vogels met jaarrond beschermde nesten (Kerkuil), wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter leefgebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vogels kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken.

♣ Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken.

6.2

Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is op voorhand uit te sluiten dat andere natuurwetgeving aan de orde is dan die hierboven beschreven in §6.1.

6.3

Zorgplicht Voor alle in het wild levende soorten en hun leefomgeving geldt de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1). Teneinde de zorgplicht na te leven kan men voorafgaand aan de werkzaamheden de volgende praktische richtlijnen hanteren:

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2018-84

Zonnepark Westvoorne

20

♣ Alle aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) kan gefaseerd verwijderd worden. Dit geeft bodembewonende dieren de kans om in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten; ♣ Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden kan zodanig worden gewerkt dat richting te behouden leefgebied van aanwezig fauna wordt gewerkt en dieren niet ingesloten raken en (meer) kans hebben te vluchten. ♣ Bij de sloop- en bouwwerkzaamheden moet voorkomen worden dat ’s nachts met sterke bouwverlichting wordt gewerkt.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2018-84

Zonnepark Westvoorne

7

21

Aanbevolen en geraadpleegde literatuur BIJLSMA, ROB.G., 1993 Ecologische atlas van de Nederlandse Roofvogels. Schuyt & Co., Haarlem. BROEKHUIZEN, S., K. SPOELSTRA, J.B.M. THISSEN, K.J. KANTERS & J.C. BUYS (RED.), 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. CREEMERS, R.C.M., & J.C.W. VAN DELFT (RAVON, RED.), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland - Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. KNNV Uitgeverij, Utrecht. DIETZ, C., O VON HELVERSEN & D. NILL, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noord-West Afrika. Tirion Natuur. FLORON, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist. HERDER, J.E., J. KRANENBERG, D. HOOGENBOOM, J. HAMERS & K. DEKKER (RED), 2012. Atlas van de Noord-Hollandse vissen. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Stichting RAVON, Nijmegen. HOOGENBOOM, D.M., F. VISBEEN, J. WONDERGEM, W. RUITENBEEK (RED.), 2014. Atlas van de Noord-Hollandse zoogdieren. Landschap Noord-Holland, Heiloo & Noord-Hollandse Zooddier Studiegroep (NOZOS), Alkmaar. KAPTEYN, K., 1995. Vleermuizen in het landschap. Over hun ecologie, gedrag en verspreiding. Provincie Noord-Holland, Noordhollandse Zoogdierstudiegroep, Het Noordhollands Landschap, Haarlem. LIMPENS, H., K.

MOSTERT & W. BONGERS (RED.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen: onderzoek naar verspreiding en ecologie. Utrecht. SCHARRINGA, C.J.G., W. RUITENBEEK & P.J. ZOMERDIJK, 2010. Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels 2005-2009. Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord-Holland, Landschap Noord-Holland. SOVON VOGELONDERZOEK NEDERLAND, 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000. – Nederlandse Fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. TWISK, P., A. VAN DIEPENBEEK & J.P. BEKKER, 2009. Veldgids Europese zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. VLEERMUISVAKBERAAD (NETWERK GROENE BUREAUS, ZOOGDIERVERENIGING VZZ EN GEGEVENSAUTORITEIT NATUUR). Vleermuisprotocol 2017, 13 maart 2017.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2018-84

Zonnepark Westvoorne

22

8

Bijlagen

Bijlage 1

Huidige natuurwetgeving

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2018-84

Zonnepark Westvoorne

Bijlage 1 Huidige natuurwetgeving Bijlage 1.1 Wet natuurbescherming (Wnb) De Wet natuurbescherming (Wnb) is het nationale wettelijke kader waarin de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn samengevoegd. In de Wnb is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn (HRL) en Vogelrichtlijn (VRL). De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de ontheffingsverlening en handhaving. Bijlage 1.1.1 Zorgplicht Een belangrijke bepaling van de Wnb is de zorgplicht die stelt dat “een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.”

Bijlage 1.2 Soortbescherming Bijlage 1.2.1 Categorieën Onder de Wnb wordt een aantal soorten planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten. Twee categorieën bevatten de soorten die respectievelijk zijn beschermd onder de HRL en soorten genoemd in de VRL. Naast deze Europees beschermde soorten heeft de wetgever nog een extra categorie soorten toegevoegd, de ‘andere soorten’. Per provincie is conform artikel 3.11 nog een vierde categorie opgesteld, die van de ‘vrijgestelde soorten’. Alleen soorten uit de derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht bij het overtreden van de verbodsbepalingen (zie Bijlage 1.2.2) bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer. De lijst van vrijgestelde soorten kan per provincie variëren en is te vinden in Tabel 2.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2018-84

Zonnepark Westvoorne

Daarnaast zijn Bosmuis, Veldmuis en Huisspitsmuis in of op gebouwen of daarbij behorende erven in alle gevallen vrijgesteld van de genoemde verboden in artikel 3.10.

Vrijgestelde soorten per provincie. Rood=niet vrijgesteld. Tabel 1. Vrijstellingen voor ontheffingsaanvragen voor soorten per provincie. + = vrijgesteld; rood = niet vrijgesteld. DR

FL

FR

GL

GR

L

NB

NH

OV

UT

ZL

ZH

Aardmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Bosmuis*

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Bunzing

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Dwergmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Dwergspitsmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Zoogdieren

+1

Eekhoorn Egel

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Gewone bosspitsmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Haas

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Hermelijn

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Huisspitsmuis*

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Konijn

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Ondergrondse woelmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Ree

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Rosse woelmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+2

Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Veldmuis*

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Vos

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Wezel

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Wild zwijn +

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Bruine kikker

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Gewone pad

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Woelrat Amfibieën en Reptielen

+3

Hazelworm Kleine watersalamander

+

+

+

+

+

+ +4

Levendbarende hagedis Meerkikker

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

Bastaardkikker

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

*: algemene vrijstelling wanneer soorten zich in/op gebouwen en bijhorende erven bevinden +1:geldt in de periode maart-april en juli t/m november +2:geldt in de periode 15 augustus t/m februari +3:geldt in de periode juli t/m september +4:geldt in de periode 15 augustus t/m 15 oktober

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2018-84

Zonnepark Westvoorne

Bijlage 1.2.2 Verbodsbepalingen De Wnb bepaalt conform artikel 3.1, 3.5 & 3.10 dat de volgende zaken verboden zijn: 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn, vogels genoemd in de Vogelrichtlijn en aangewezen ‘andere soorten’ opzettelijk te doden of te vangen¹ 2. Het is verboden dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van hierboven genoemde soorten te vernielen of te beschadigen of nesten of eieren van vogels weg te nemen. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste punt opzettelijk te verstoren als deze verstoring van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 5. Het is verboden planten van soorten genoemd in de Habitatrichtlijn (bijlage IV, Bijlage 1 Verdrag van Bern) of als ‘andere soorten’ (Bijlage B bij de wet) in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10971503/1