21 12 Kunstwerk Rockanje Het ontstaan van Rockanje
Tekst van het document
Het ontstaan van Rockanje Met een ganzenveer schreef een monnik achthonderd jaar geleden de naam Rochainge voor het eerst op een stuk perkament. Daarna bevestigde heer Dirk van Voorne zijn zegel aan de oorkonde om de transactie officieel te maken: een deel van zijn landbezit ging over aan het klooster Ter Doest. Op dat moment kon niemand vermoeden dat het document eeuwen later de geboorteakte van het dorp zou vormen. Oude historie Voorne lag veilig achter een duinenrij en strekte zich uit tot voorbij Goeree. Omdat het gebied gedurende een groot deel van de Middeleeuwen uit veenmoeras bestond, was Voorne eeuwenlang onbewoonbaar. Rond de tiende eeuw verbeterden de omstandigheden en vestigden zich diverse boeren op hoger gelegen delen in het moeras. Zij hielden zich onder meer bezig met zoutwinning: ze groeven grote stukken veen af en verbrandden dit, zodat het zout uit de as kon worden gehaald. Dat had een verwoestend effect op het landschap. Al gravend zorgden de middeleeuwse bewoners ervoor dat het moeras ontwaterde, het veen begon te verteren en de bodem daalde door inklinking. Omdat het land lager kwam te liggen, werd het steeds kwetsbaarder voor overstromingen. Het was wachten op een ramp, die uiteindelijk plaatsvond in 1214. Zware stormen sloegen een bres in de duinen, zodat een groot deel van het land overstroomde.
Tot overmaat van ramp begon een kleine kreek uit te groeien tot wat nu het uitgestrekte Haringvliet is. Door afkalving verdween het land in hoog tempo in de golven. Ingrijpen De oorkonde die Dirk van Voorne op 29 juni 1220 liet opstellen begint met het gevaar waarin zijn land verkeerde: ‘Er is een oud spreekwoord dat men in de nood zijn vrienden leert kennen. Vandaar dat ik, Theodorik Heer van Voorne, door de nood gedwongen, toen mijn hele domein door de zee overstroomd was en gevaar liep voor altijd bedorven te worden en ik op geen enkele leek hoop mocht vestigen om het terug te winnen, mijn toevlucht heb genomen tot de Abt en de monniken van Thosa.’ De heer van Voorne schakelde de hulp in van de Vlaamse abdijen Ten Duinen (bij Koksijde, gesticht in 1128) en Ter Doest (bij Lissewege, gesticht in 1175). Deze abdijen hadden veel ervaring met bedijkings- en ontginningswerkzaamheden. Vermoedelijk hebben de monniken in 1220 (een voorloper van) de Vleerdamsedijk aangelegd, waardoor een deel van het gevaar was geweken. Het was gebruikelijk dat de kloosters in ruil voor hun hulp een deel van het veiliggestelde land ontvingen. Zo ook in dit geval: Dirk van Voorne schonk het Middelland (o.a. Rockanje) en de Oosthoek (o.a. Nieuwenhoorn). De abdij Ter Doest stichtte er een uithof, vanwaar lekenbroeders het gebied ontgonnen.
Met de inkomsten kon het klooster vervolgens weer nieuwe gebieden aankopen. Resten van deze uithof van de Oosthoek zijn in 1998 opgegraven toen in Hellevoetsluis de Ravense Hoek gebouwd ging worden. Ondanks alle inspanningen was Gods zegen ver te zoeken: in 1231 bleek het Middellant – waarin het huidige Rockanje was gelegen – alsnog te zijn verdronken. Ook de Oosthoek werd ernstig bedreigd door het water. Er volgde toestemming de gebieden te verkopen, maar pas in 1314 wist heer Gerard van Voorne het te verwerven en aan zijn bezittingen toe te voegen. ■ Mogelijk bijschrift: Ook Rockanje was door de hulp van de monniken gered en dit vormt de allereerste vermelding van de naam. Als getuige was er bij het opstellen van de oorkonde bovendien ene Alardus van Rockanje aanwezig. Er was in die tijd nog geen sprake van een dorp, dat ontstond pas in de daaropvolgende eeuw. Toen Rockanje in de jaren vijftig van de twintigste eeuw uitbreidde, kregen beide mannen elk een straat naar zich vernoemd: de Dirk van Voornelaan en de Alardusdreef.