CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

21 10 RES bijlage 3 nota van beantwoording

Gemeenteraad 27 oktober 2021, gemeente WestvoorneBij agendapunt: Regionale Energiestrategie RES 1.0 van de energieregio Rotterdam - Den Haag80.497 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 9

Het ontwikkelen van een aanpak om tot realisatie te komen van de aanpak zon op daken is een lokale Paragraaf 8.3.3 aangelegenheid. Elke gemeente is zelf aan zet om plannen van aanpak te formuleren om de potentie zon op daken (en parkeerplaatsen) te verzilveren. Dat neemt niet weg dat initiatieven tot samenwerkingen tussen gemeente op dit vlak worden toegejuicht. Tevens wordt op regionaal niveau contact onderhouden met de koepels van woningcorporaties. De verhaallijnen zijn bedoeld om naar mogelijkheden te kijken vanuit de draagkracht van het landschap. Daar waar de Paragraaf 8.3.4 draagkracht van het landschap niet gezien/gevonden wordt, neemt de gemeente deze niet als locatie op. Op sommige (frame 1) plekken in de regio kan dit wél tot mogelijkheden leiden, waarbij de nabijheid van groen niet in het geding komt. Zon op daken neemt in de regionale aanpak een significante rol in, ook in de ambitie die als regio is geformuleerd in de RES 1.0. Daarbij is onderdeel van de aanpak dat daar waar juridische of financiële belemmeringen worden gesignaleerd ook regionaal actie wordt ondernomen om deze kenbaar te maken aan de relevante (overheids-) stakeholders. In de RES 1.0 is daar ook nadrukkelijk aandacht voor.

Paragraaf 8.3

De aangegeven onderwerpen zijn belangrijke onderwerpen die zeker in de RES 1.0 opgenomen worden. Het borgen van randvoorwaarden, zoals de betaalbaarheid is een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle realisatie van de warmtetransitie in de regio. Daartoe dienen de gemeenten te beschikken over financiële instrumenten en effectieve wet- en regelgeving. Aan de warmtestrategie die in RES 1.0. zal worden opgenomen liggen verschillende scenario's ten grondslag, die beoordeeld zijn op de verschillende uitgangspunten, zoals betaalbaarheid, duurzaamheid, leveringszekerheid, etc. In de RES 1.0. wordt gekozen voor een daaruit afgeleide strategie welke de laagste nationale kosten voor de regio als geheel, bezien over de totale keten, met zich meebrengen.

Paragraaf 2.4 - 3.3 Juridisch rapport sturingsinstrument en publieke belangen Juridische analyse Warmtewet 2.0

In de afweging van de mogelijke varianten om aan de toekomstige warmtevraag van een wijk te voldoen, ligt de uiteindelijke keuze inderdaad bij de gemeenten zelf. Terecht wordt gesignaleerd dat koeling nog een onderbelicht onderwerp is in de energietransitie en zo ook in de RES. De in de reactie van verschillende gemeenten aangegeven behoefte is aanleiding om in de voorbereiding van de RES 2.0 daaraan meer diepgaand aandacht te besteden. Belangrijk is daarbij dat de gemeente zelf, los van de concrete keuzen om in de warmtevraag te voorzien, beschikt over van mogelijkheden om bij de inrichting van de openbare ruimte met bijv. begroeiing en omgaan met water (berging, waterpartijen) al in een relatief koeler 'woonklimaat' te voorzien.

Paragraaf 1.2 - 1.3 8.1

Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 31 maart 2021

Nr

Organisatie

288

Capelle aan den IJssel

Onderwerp / Korte formulering steekwoorden Toekomstbestendigheid Wij maken ons zorgen over de gebruik restwarmte toekomstbestendigheid van het gebruik van restwarmte gelet op de verduurzaming van de industrie en ambitie om (rest)warmte buiten de regio te exporten.

Toelichting

Thema

289

Capelle aan den IJssel

Goede regionale structuur warmte

290

Capelle aan den IJssel

Innovatie en belangrijke Oproep om als regio in te zetten op het stimuleren Wij vragen expliciet aandacht voor de belangrijke ral die waterstof op termijn kan spelen in het energiesysteem, zeker Brandstoffen rol waterstof en ondersteunen van innovaties in het algemeen en met onze gunstige uitgangspositie op dit gebied. Daarom is onze wens om regionaal stevig in te zetten op het specifiek op het gebied van waterstof. stimuleren en ondersteunen van innovaties op dit gebied. Wij vinden overigens dat de aandacht voor innovatie in de hele RES sterker naar voren mag komen. Tot slot missen wij in het overzicht van projecten met groengas of waterstof het waterstof tankstation dat eind 2020 geopend wordt in Capelle aan den IJssel.

291

Capelle aan den IJssel

Vergoeding uitvoeringslasten gemeenten

De energietransitie vraagt om een grote inzet van Eén van de voorwaarden waaronder de VNG namens de gemeenten een handtekening onder het Klimaatakkoord gemeenten. Vergoeding van de uitvoeringslasten is heeft gezet, is dat gemeenten een vergoeding ontvangen voor de toename van uitvoeringslasten. Het is goed te een voorwaarde om de doelstellingen van de RES te constateren dat de gemeenten in deze regio dit gezamenlijk te blijven benadrukken. Het is onze wens dat in de RES kunnen realiseren. duidelijk wordt vermeld dat vergoeding van de uitvoeringslasten voorwaardelijk is om de regionale doelstellingen te kunnen realiseren. Daarbij verzoeken wij ook de uitvoeringslasten van de RES voor gemeenten in beeld te brengen.

Algemeen

292

Capelle aan den IJssel

Opslag van energie

De ruimtelijke impact van de opslag van energie in de RES concreet maken.

Elektriciteit

De nieuwe vormen van energieopwek en energievraag vragen om een aanpassing van het energiesysteem. Dit is Paragraaf 8.3.4 onderdeel van de netimpactanalyse en de systeemanalyse. Dit wordt onderkend en wordt besproken. Nu weliswaar (frame 4, nog op hoofdlijnen maar het is een continu doorlopend onderzoek dat steeds meer duidelijkheid kan geven als ook de netimpact) en ontwikkelingen in productie, vraag en netwerk vorderen. Daarom is door de netbeheerders een netimpactanalyse hoofdstuk 6 uitgevoerd t.a.v. de regionale inzet.

84

Delft

Zet in op samenwerking met de kennisinstellingen en het bedrijfsleven in de regio. Op die manier kunnen we op de kennis en innovatieve kracht van de regio inzetten om nieuwe oplossingen voor de energietransitie te ontwikkelen.

Anders dan bij de huidige fossiele bronnen is het nieuwe energie-aanbod niet goed af te stemmen op de vraag naar energie. Energie is niet altijd beschikbaar op het juiste moment of in de juiste vorm. Deze mismatch speelt op korte (seconden en uren), middellange (dagen en weken) en lange(maanden en seizoenen) termijn. De energietransitie zal ruimtelijke impact hebben. Voor elektriciteitsopwekking met zon en wind wordt dit in de RES zeer duidelijk. Dit missen we voor de opslag van energie. Ons verzoek is om dit in de RES concreet te maken zeker in relatie tot het feit dat ruimte in onze regio beperkt is. Het college ondersteunt deze wens en zal voorstellen om de RES hierop waar mogelijk aan te scherpen.

Algemeen

85

Delft

Het college ondersteunt deze wens en zal voorstellen om de RES hierop aan te vullen.

Algemeen

86

Delft

Het college ondersteunt deze wens en zal voorstellen om de RES hierop waar mogelijk aan te scherpen.

Algemeen

Dank voor uw inzicht, we erkennen dat het verdelen van de lusten en lasten een belangrijk onderwerp is. In de RES wordt rechtvaardigheid (het eerlijk verdelen van lusten en lasten) als publiek belang opgenomen.

87

Delft

Omschrijf duidelijk de rolverdeling van de verschillende betrokken partijen. Onder het kopje “Wie doet straks wat” (blz. 34, Deel A) wordt de rolverdeling erg duidelijk gemaakt, dit gaat echter alleen over brandstoffen. Een soortgelijk kopje is ook voor warmte en elektriciteit een waardevolle toevoeging Het eerlijk verdelen van lusten en lasten: iedere bewoner moet voordeel genieten van de Energietransitie. Een hoger percentage dan 50% voor lokaal eigendom.

Innovatie speelt een belangrijke rol in de regio en m.n. in de energietransitie. Dar geldt voor de periode tot 2030 maar Geen specifieke nog meer voor de periode daarna. Dat wordt ook onderkend in de RES. Daarom lopen er twee sporen. Enerzijds wordt locatie in de tekst, ingezet op wat (qua technieken) nu al kan om dichter bij de doelstelling te komen en anderzijds wordt steeds inzicht is verweven. O.a. verkregen in welke technieken zich lenen voor opschaling. Betaalbaar, betrouwbaar, vellig en schoon zijn daarbij paragraaf 5.3, belangrijke criteria. Die kennis ontwikkelen we in de RES niet zelf maar benutten we vanuit de aangesloten partijen. paragraaf 8.4 b.v.. rond waterstof wordt de aansluiting met de partijen in de Economic Board Zuid-Holland , taskforce Energie (o.a. TUDelft, Innovation Quarter, Havenbedrijf en Stedin) onderhouden om laatste inzichten mee te kunnen nemen. Per uitvoeringslijn wordt aandacht gegeven aan innovatie'. Pilots kunnen batig zijn om ervaringen op te doen met nieuwe technieken. We onderschrijven uw wens en om die reden wordt er in de RES 1.0 meer aandacht besteed aan de rolverdeling van Paragraaf 1.2, de partijen binnen onze regio, met de kanttekening dat de relevante wet- en regelgeving op dit gebied nu in beweging paragraaf 2.5, is. paragraaf 3.3, paragraaf 4.3 en 5.3

Het college interpreteert deze wens als dat de regio een hoger percentage moet hanteren voor lokaal eigendom dan afgesproken in het Klimaatakkoord. Het college zal deze wens kenbaar maken aan de regio.

Algemeen

U heeft mooie ambities op dit vlak. Wij onderschrijven dat lokaal eigendom een belangrijk middel is om draagvlak te borgen. Op dit moment hebben we regionaal geen afspraken gemaakt over de ambitie in percentages. Wel hebben we afgesproken lokaal invulling te geven aan het streven van 50% lokaal eigendom zoals opgenomen in het Klimaatakkoord.

88

Delft

Het zorgvuldig doorlopen van het democratisch proces: lokaal en regionaal

Het college ondersteunt deze wens en zal voorstellen om de RES hierop waar mogelijk aan te scherpen.

Algemeen

We delen uw standpunt dat het doorlopen van een democratisch proces zorgvuldig dient te worden doorlopen. Hier gaat continue aandacht naar uit.

De concept RES stelt dat er in een conservatief scenario naar verwachting 44 PJ aan restwarmte beschikbaar blijft na Warmte verduurzaming van de industrie. Als ondertussen ook uitvoering is gegeven aan de ambitie om (rest)warmte te exporteren naar gebieden buiten de regio blijft er dan in dit scenario voldoende restwarmte over voor onze regio?

Zorgen voor een goede regionale structuur warmte Voor grote delen van Capelle aan den IJssel liggen warmtenetten met regionale warmtebronnen voor de hand. Warmte waar Capelle aan den IJssel op kan aansluiten. Hiervoor is aansluiting op een regionale warmtestructuur nodig. Wel zijn wij benieuwd of de afstand tot de bronnen in de haven niet te groot zijn om dit efficiënt te laten zijn. Wat is de toekomst van de ROCA centrale in dit licht? Verder gaan wij er vanuit dat ruimte blijft voor lokale keuzes wat betreft de warmtetransitie zoals de te benutten warmtebronnen en het te kiezen alternatief voor aardgas. Daarbij zijn wij ons bewust van het feit dat de warmtetransitie -- bij uitstek in onze regio - vraagt om een goede afstemming tussen regio en gemeente(n).

6

Antwoord

Verwijzing RES 1.0

In de Rotterdamse haven is nu veel restwarmte aanwezig. Ondanks de overschakeling van de industrie naar duurzame paragraaf 1.3 - 3 bronnen zal in de industrie veel warmte vrij blijven komen. Om zoveel mogelijk restwarmte te kunnen benutten 5.1 - 8.2 houden we rekening met een verlaging van de temperatuur van de te leveren warmte. Hierdoor kan ook aardwarmte gekoppeld worden aan het regionale net. We rekenen nu zekerheidshalve met conservatieve aannamen over de beschikbaarheid van restwarmte. Om goed zicht te hebben op de beschikbaarheid van restwarmte op de lange termijn wordt nu verder onderzoek gedaan. Op basis van de resultaten zullen de cijfers over de beschikbaarheid richting RES 2.0. worden geactualiseerd. Ter voorbereiding van de RES 1.0 zijn scenario's uitgewerkt die op basis van uiteenlopende uitgangspunten de Paragraaf 3 - 7.2 mogelijke inzet en verdeling van warmte weergeven binnen de regio als geheel. Op basis van deze scenario's wordt in 8.2 de RES 1.0 een toekomstige regionale warmtestructuur geschetst. Onderdelen van die structuur zijn de mogelijkheden tot besparing, de warmtevraag van gemeenten en de beschikbaarheid van eigen lokale bronnen en de transportmogelijkheden voor grootschalige regionale bronnen als restwarmte en geothermie.

De gekozen warmtestructuur zal leiden tot de relatief laagste totale kosten, tevens wordt daarin aan andere randvoorwaarden als duurzaamheid en betrouwbaarheid voldaan. Diverse onderwerpen zullen op basis van de te schetsen regionale warmtestructuur nog verder onderzoek en uitwerking vergen, zoals bijv. de toekomst van de ROCA-centrale. Dergelijke vervolgacties worden in de RES 1.0. aangegeven, ter verdere uitwerking op weg naar RES 2.0. Om de energietransitie te doen slagen is het inderdaad nodig om innovaties op een goede wijze in de RES op te 5.3 nemen en regionaal te versnellen. Specifiek voor waterstof wordt hiervoor regionaal in de Economic Board ZuidHolland gewerkt aan het stimuleren van het waterstof-energiesysteem. Op het moment van opstellen van de Concept RES was dit nog in ontwikkeling. In de RES 1.0 is er meer aandacht voor deze activiteiten. De activiteiten hebben een focus die zich richt op inzet in de industrie en voor zwaar transport (overeenkomstig met de ladder op p33 van de Concept RES). In de RES-regio wordt de noodzaak van goede randvoorwaarden zoals de financiering van uitvoeringslasten Paragraaf 2.4, onderkend. Er wordt gestreefd naar een zo goed mogelijk inzicht in zowel stimuleringsregelingen (zoals SDE, paragraaf 3.3, saldering) als wet- en regelgeving.

Daarmee wordt in beeld gebracht welke randvoorwaarden er (nationaal) moeten paragraaf 6.2, worden ingevuld om succesvol de transitie door te kunnen maken. Dat betreft dus ook de inzet die er vanuit paragraaf 8.2.1 en gemeenten, provincie en waterschap nodig is om tot succesvolle uitvoering te komen. De RES biedt geen inzicht in 8.2.3 (o.a. ad. 2 wat per gemeente nodig is om daarin te voorzien, mede omdat de RES an sich niet verplichtend is en gemeenten economische vooral zelf invulling geven aan ontwikkelprojecten en de prioritering bepalen. Dit inzicht is wel deels terug te vinden in analyse) de eerste conclusies vanuit het Artikel 2 onderzoek naar de uitvoeringslasten van het Klimaatakkoord. Het onderzoek is inmiddels afgerond en hier terug te vinden: https://www.raadopenbaarbestuur.nl/actueel/nieuws/2020/09/24/aefonderzoek-naar-uitvoeringskosten-klimaatakkoord-afgerond. Indien daarop aanvullende lobby nodig is zou dit primair via de koepels (VNG, IPO, UVW) moeten plaatsvinden en niet via de RES.

Paragraaf 2.2.4, paragraaf 2.4 en paragraaf 8.2.3 Paragraaf 2.3, paragraaf 8.3.4 en bron Factsheet 50% lokaal eigendom, Participatiecoalitie via https://departicipat iecoalitie.nl/docum ent/factsheet-50lokaal-eigendom]/ O.a. paragraaf 2.3, paragraaf 2.4, paragraaf 3.3, figuur 8.20 Randvoorwaarden

Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 31 maart 2021

Nr

Organisatie

Korte formulering

Toelichting

Thema

Antwoord

89

Delft

Onderwerp / steekwoorden

Voldoende aandacht voor landschappen: groen en ruimte

Voldoende aandacht voor landschappen: groen en ruimte: Het college ondersteunt deze wens en zal voorstellen om de RES hierop waar mogelijk aan te scherpen.

Elektriciteit

90

Delft

Het moet betaalbaar blijven voor iedere burger

Het college ondersteunt deze wens en zal voorstellen om de RES hierop waar mogelijk aan te scherpen.

Algemeen

91

Delft

92

Delft

Coronacrisis: pas op de plaats maken en niet doordenderen Snel aan de slag om CO2 uitstoot vóór 2030 te beperken

Hier is veel aandacht voor. Gezocht wordt naar inpassing vanuit de draagkracht van het landschap, welke type locaties Komt op meerdere bieden ruimte voor welk type energieopwekking. Deze inzichten maken we regionaal en zijn verder uitgewerkt in de plekken terug, RES 1.0. Op hun beurt vormen deze landschappelijke uitwerkingen als het ware de eerste 'filter' om aan de slag te toelichting vooral in gaan met een gebiedsproces. Ontwikkelingen kunnen gecombineerd worden met aanleg van extra groen of met een paragraaf 8.3. focus op het versterken van de biodiversiteit. In de RES 1.0 worden voorbeelden van dergelijke combinaties genoemd. Daarnaast ook Dat uitwerken gebeurt lokaal en niet op regionaal niveau. En vraagt een integrale benadering. genoemd in paragraaf 2.1, 2.2, 4.1, 4.2, en 7.3. Betaalbaarheid van de transitie betreft meerdere aspecten. Het kan gaan om de transitie als geheel, de kosten en Paragraaf 2.4, 8.2.3 daarmee ook de toegankelijkheid voor inwoners, voor bedrijven, de netbeheerder en de publieke organisatie. In de en paragraaf 8.2.4 RES wordt inzicht gegeven in deze aspecten. Niet overal kan dat al even concreet, veel in de transitie die we nog voor de boeg hebben is namelijk nog onbekend. Dank voor uw signaal, we erkennen dat de coronapandemie ingrijpend is en maatschappelijk grote impact heeft. Geen verwijzing.

Gezien de onzekerheid omtrent de duur van de pandemie hebben NPRES en de regio besloten om door te gaan. Dank voor uw inzicht, we onderschrijven de visie van uw college dat dit een bevestiging is van de doelstellingen en Paragraaf 2.2 afspraken. Deze blijven overeind in de RES 1.0.

93

Delft

94

Delft

95

Delft

96

Delft

97

Delft

De restwarmte uit Rotterdam zal in de toekomst minder worden door de transitie naar meer duurzamere productie methoden waarbij minder warmte vrij komt. In de RES 1.0 zien wij graag terug hoe deze terugval zal worden opgevangen en lockin effecten worden voorkomen

Het college zal voorstellen om de tekst van de RES hierop waar mogelijk aan te scherpen. Als voorlopige reactie geeft Warmte het college aan dat de verwachting is dat in de regio Rotterdam Den Haag de restwarmte minder wordt, maar dat er voldoende warmte overblijft en de bronnen van warmte duurzamer worden. Het college van B&W zal voorstellen om te beschrijven hoe een eventuele terugval opgevangen zal worden. Daarnaast zal het college van B&W zich in de regio hard maken om te zorgen dat overheden waakzaam blijven om toekomstige lock-in effecten te vermijden.

98

Delft

99

Delft

Het college interpreteert deze bedenking als een waarschuwing om tot zorgvuldige en evenwichtige keuzes te komen Algemeen en de lusten en lasten in de regio te verdelen. Als voorlopige reactie geeft het college aan dat de volgorde bij het bepalen van locaties voor de opwek van duurzame elektriciteit is om eerst de draagkracht van het landschap bepalen en om vervolgens inwoners te betrekken bij het onderzoeken van de daadwerkelijke realiseerbaarheid. Deze volgordelijkheid zorgt voor een spreiding van grootschalige opwek door de regio heen op basis van draagkracht van het landschap. Het college zal voorstellen om de tekst van de RES hierop waar mogelijk aan te scherpen met een korte toelichting Brandstoffen waarom niet voor kernenergie wordt gekozen.

100

Delft

Hoe zal participatie opwegen tegen de ruimtelijke spreiding van energievoorzieningen? Of in andere woorden: Hoe zorgen we er voor dat niet alle windmolens in de tuin van welwillende mensen komen te staan, maar ook in verhouding over de regio worden verspreid? Graag zien wij in de RES 1.0 een toelichting, zoals in het hoofdstuk “Positie kiezen: waterstof en groengas”, waarom er niet voor kernenergie wordt gekozen. Wij vinden de duiding van de strategische keuzes die in de RES worden gemaakt over de samenstelling van de toekomstige energie voorziening van belang om draagvlak voor de keuzes te borgen De verdeling van de kosten tussen de diverse overheden

101

Delft

Het college interpreteert deze wens als erkenning van de impact van de corona-crisis op de samenleving die vraagt om bezinning. Het college zal deze wens kenbaar maken aan de regio. Het college interpreteert deze wens als een bevestiging van de doelstellingen en afspraken als gemaakt in het bestuursakkoord. Het college ondersteunt deze wens en zal voorstellen om de RES hierop waar mogelijk aan te scherpen. Actieve participatie met burgers en bedrijven t.b.v. Het college interpreteert deze wens als een verzoek aan de regio om in te zetten op actieve participatie. In de regio is breed maatschappelijk draagvlak afgesproken dat participatie op lokaal niveau wordt georganiseerd en daarmee valt participatie buiten de scope van de regionale samenwerking. Relatief weinig aandacht voor energiebesparing: in Het college interpreteert deze wens als een verzoek om meer duidelijkheid over de rolverdeling tussen het lokale en volgende versie hiervoor graag meer aandacht regionale niveau als het gaat om energiebesparing in het algemeen en isolatie in het bijzonder (terugbrengen van de energievraag) en zal voorstellen om de tekst van de RES hierop waar mogelijk aan te scherpen.

Algemeen

Waarborgen dat de gebruiker profiteert (geen monopolie)

Het college ondersteunt deze wens, maar constateert tegelijk dat het een verantwoordelijkheid is van het Rijk (m.n. Autoriteit Consument en Markt) om consumentenbescherming te organiseren. Het college kan zich wel voorstellen dat het beroep op het Rijk om deze verantwoordelijkheid te nemen nadrukkelijker wordt opgenomen in de tekst van de RES. Graag inzicht in de grote getallen en in wat er op de Het college interpreteert deze wens als de behoefte om zicht te krijgen op wat mogelijk realiseerbaar is onze regio, gemeente afkomt uitgaande van het draagvlak in de samenleving en de draagkracht van het landschap. Het college zal deze wens kenbaar maken aan de regio. Het college ziet in de vertaling van regionaal naar gemeentelijk niveau ook een verantwoordelijkheid voor zichzelf, bijv. bij de ontwikkeling van het Warmteplan 2021.

Het college interpreteert deze bedenking als een verzoek om aandacht voor een eerlijke verdeling van de financiële consequenties van keuzes in de energietransitie tussen overheden in de regio en tussen Rijk en decentrale overheden. Het college zal deze bedenking onder de aandacht brengen in de regio.

Het niet gebruiken van alle Eneco-gelden voor deze Het college interpreteert deze bedenking als een signaal vanuit de raad aan zichzelf. De gemeenteraad gaat over de RES besteding van de Eneco-gelden. Daarmee valt deze bedenking buiten de scope van de wensen en bedenkingen om mee te geven in reactie op de tekst van de concept-RES.

7

Algemeen

Verwijzing RES 1.0

Communicatie

Buiten scope: de regio houdt zich volgens afspraak niet bezig met actieve participatie. De regio ondersteunt de gemeenten met kennis/communicatieproducten.

Algemeen

We merken een gedeelde behoefte om besparing steviger te verankeren binnen de RES. Dat is begrijpelijk, we Paragraaf 2.4, erkennen dat het een belangrijk onderwerp is. In het traject van de 2.0 zal ingegaan worden op de rolverdeling binnen paragraaf 4.1, de regio en bekijken we welke invulling besparing binnen de RES krijgt. In het Energieperspectief en de (concept) RES paragraaf 6.1 en wordt uitgegaan van een minimale mate van isolatie van gebouwen (minimaal label C). In de berekeningen rondom paragraaf 8.2.1 het thema Warmte is dit het uitgangspunt. Isolatie is dan ook stap 1 in de RES aanpak. Dit levert een energiebesparing op van circa 25%. In de RES 1.0 is verdiepend onderzoek opgenomen. De isolatie-aanpak is primair een lokale aangelegenheid. Regionale samenwerking vindt plaats o.a. via Provincie Z-H en bijv. de regionale energieloketten. Voor wat betreft bedrijfsmatige activiteiten is in de informatieplicht (Wet Milieubeheer) opgenomen dat locaties die meer dan 50.000 kWh en/of 25.000 m3 gas per jaar gebruiken alle erkende maatregelen moeten nemen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de handhaving. Naar verwachting moeten alle labelplichtige gebouwen in 2030 beschikken over een A-label. Dat leidt tot een aanzienlijke energiebesparing. Daarbij is afstemming/inspanning nodig om tot een adequate borging van b.v. informatieplicht en controle van energielabels te komen.

Algemeen

We onderschrijven de zienswijze van uw college. Het is een verantwoordelijkheid van het Rijk om consumentenbescherming te organiseren. De rol van het ACM wordt hierom opgenomen in de Warmtewet 2.0. Binnen uitvoeringslijn Warmte is gekeken welke instrumenten nodig zijn om de publieke belangen te kunnen borgen, waar vertrouwen ook bij hoort, dat o.a. geraakt wordt door een monopolie. Vanuit de draagkracht van het landschap zijn zoekgebieden naar voren gekomen die een onderdeel zijn van het bod. Theoretisch zou er veel meer opwek mogelijk zijn; door zoekgebieden vanuit de draagkracht van het landschap op te stellen, wordt een eerste filter gemaakt van de zoekgebieden die wat dat betreft haalbaar zijn. andere filters zijn draagvlak, netimpact etc. Op lokaal niveau kunnen nieuwe gebieden aangemerkt worden als kansrijk, wanneer er door nader onderzoek draagkracht wordt gezien. De regionale aanpak zorgt ervoor dat er niet specifiek op gemeenteniveau een uitsplitsing gemaakt wordt; wel op zoekgebied en verhaallijn niveau. Zo kan er gezamenlijk naar gebieden gekeken worden zodat de ontwikkelingen ingepast kunnen worden in ruimtelijke context.

Paragraaf 2.4, paragraaf 3.3, paragraaf 8.2.3

De mogelijkheid om te kiezen voor kernenergie is in de RES buiten beschouwing gelaten. Op dit moment is er in Nederland geen sprake van uitbreiding van de rol van kernenergie en de discussie hieromtrent is momenteel te weinig concreet om dit als serieuze optie in de RES op te nemen. Het besluit om een kernenergiecentrale te bouwen hangt af van landelijke besluitvorming en indien hier daadwerkelijk toe wordt besloten zal de bouw zeker 10 jaar vergen, en daarmee niet in 2030 (=focus RES) gerealiseerd zijn. In de RES regio RDH zijn door de Rijksoverheid geen locaties aangewezen voor de plaatsing van Kerncentrales. In de RES 1.0 zal hierover een tekst worden opgenomen.

Paragraaf 1.3

Elektriciteit

Algemeen

paragraaf 2.3 en 7.1

Komt op meerdere plekken terug, toelichting vooral in paragraaf 8.3. Daarnaast ook genoemd in paragraaf 2.1, 2.2, 4.1, 4.2, en 7.3. In de Rotterdamse haven is nu veel restwarmte aanwezig. Ondanks de overschakeling van de industrie naar duurzame Paragraaf 1.3 - 3 bronnen zal in de industrie veel warmte vrij blijven komen. Om zoveel mogelijk restwarmte te kunnen benutten 5.1 - 8.2 houden we rekening met een verlaging van de temperatuur van de te leveren warmte. Hierdoor kan ook aardwarmte gekoppeld worden aan het regionale net. We rekenen nu zekerheidshalve met conservatieve aannamen over de beschikbaarheid van restwarmte. Om goed zicht te hebben op de beschikbaarheid van restwarmte op de lange termijn wordt nu verder onderzoek gedaan. Op basis van de resultaten zullen de cijfers over de beschikbaarheid richting RES 2.0. worden geactualiseerd. Dank voor uw afwegingen. We onderschrijven de reactie van uw college: vanuit de draagkracht van het landschap is Paragraaf 2.1, gekeken naar potentiële locaties om opwekking van duurzame elektriciteit in te passen. Vervolgens wordt er gekeken paragraaf 2.2.2 en naar andere 'filters', zoals de impact op het net, de businesscase, de samenhang met bijvoorbeeld milieuaspecten en paragraaf 7.3.5 (maatschappelijk) draagvlak. Deze afwegingen vinden lokaal, in gebiedsgerichte processen, plaats.

Betaalbaarheid van de transitie betreft meerdere aspecten. Het kan gaan om de transitie als geheel, de kosten en Paragraaf 2.4, 8.2.3 daarmee ook de toegankelijkheid voor inwoners, voor bedrijven, de netbeheerder en de publieke organisatie. In de en paragraaf 8.2.4 RES wordt inzicht gegeven in deze aspecten. Niet overal kan dat al even concreet, veel in de transitie die we nog voor de boeg hebben is namelijk nog onbekend. Binnen het thema Warmte vormt betaalbaarheid een van de belangrijkste waarden waarnaar is gekeken. Er wordt onderzocht welke instrumenten nodig zijn om de betaalbaarheid van de transitie te borgen. Kostenverdeling is op dit moment nog niet aan de orde. Wel wordt gekeken naar de totale maatschappelijke kosten en de verdeling over de keten, echter is dit algemeen van aard en bedoeld om een vergelijking tussen alternatieven te kunnen maken.

Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 31 maart 2021

Nr

Organisatie

Korte formulering

Toelichting

Thema

Antwoord

102

Delft

Onderwerp / steekwoorden

Het meewerken van overheden om daken van zonnepanelen te voorzien

Voldoende aandacht voor Het meewerken van overheden om daken van zonnepanelen te voorzien. Het college interpreteert deze bedenking als een bevestiging van de doelstellingen en afspraken als gemaakt in het bestuursakkoord. Het is bestaand beleid van het college om te faciliteren dat geschikte daken van particulieren en bedrijven van zonnepanelen worden voorzien. Het college constateert verder dat dit vooral beïnvloed wordt door rijksbeleid en zal er op aandringen dat het beroep op het Rijk om hierin haar verantwoordelijkheid te blijven nemen goed wordt verwoord in de RES.

Elektriciteit

103

Delft

Het college van B&W zal deze bedenking onder de aandacht brengen bij de regio.

Algemeen

104

Delft

Er komt een economische crisis: wat betekent dit voor de energiestrategie en moeten we hier wel mee doorgaan? Lokale warmtenetten, zoals Warmtelinq en Warmtenet: het beschermen van de belangen van consumenten

105

Delft

Hoe kan iedereen van subsidies profiteren (met name de onderkant van de samenleving)?

106

Delft

In hoeverre is het realistisch te vertrouwen op de kansen, opbrengsten en de betaalbaarheid van Geothermie

Het college interpreteert deze bedenking als een voorstel om kritisch te kijken naar mogelijke effecten van Algemeen subsidiebeleid zoals het vergroten inkomensongelijkheid en vanuit de RES-regio ook een sterker beroep te doen op het Rijk om hiervoor meer aandacht te hebben en de kansen om te profiteren van subsidies m.n. bij de onderkant van de samenleving te vergroten. Deze bedenking wordt gedeeld door het college. Voor een belangrijk deel ligt dit in de invloedssfeer van het Rijk. Voor zover het college hierin zelf haar verantwoordelijkheid kan pakken – bijv. via het Energieloket – wordt dit opgepakt. Het college interpreteert deze bedenking als een voorstel om kritisch te kijken naar de risico’s van geothermie en stelt Warmte voor om hierop de tekst van de RES aan te vullen.

107

Delft

In hoeverre is het te verwachten dat het aanbod van restwarmte vanuit de Rotterdamse haven blijvend groot blijft en zo niet wat is hiervan de impact?

108

Delft

Waarom wordt er nauwelijks aandacht besteed aan Het college interpreteert deze bedenking als een verzoek om meer duidelijkheid over de rolverdeling tussen het Algemeen het terugbrengen van de vraag naar warmte door lokale en regionale niveau als het gaat om energiebesparing in het algemeen en isolatie in het bijzonder goede isolatie? (terugbrengen van de energievraag) en zal voorstellen om de tekst van de RES hierop waar mogelijk aan te scherpen.

109

Delft

110

Delft

Het bevriezen van het proces om te komen tot een Het college van B&W zal deze bedenking onder de aandacht brengen bij de regio. RES door de Coronacrisis Het plaatsen van windmolens langs de A4 Voldoende aandacht voor Het plaatsen van windmolens langs de A4, Het college van B&W zal deze bedenking onder de aandacht brengen bij de regio.

367

Den Haag

Den Haag streeft er naar om klimaatneutraal te zijn in 2030 waarvoor een routekaart nodig is met heldere en meetbare tussendoelen. De RES dient aan deze ambitie ondersteunend te zijn.

Algemeen

368

Den Haag

We moeten vaart maken om de CO2-uitstoot te reduceren. Iedereen moet daaraan kunnen bijdragen, en partijen (bewoners, bedrijven, gemeenten) moeten zich gestimuleerd weten om zich extra in te zetten voor CO2-besparing. Voorkomen moet worden dat maatregelen voor het omlaag brengen van de CO2-uitstoot kunnen dienen ter compensatie van een minder ambitieuze CO2-aanpak elders.

Algemeen

Wij delen uw standpunt dat het stimuleren van zonne-energie blijvend van belang is. Dit kunnen gemeenten Paragrafen 2.2, 4.2 stimuleren door de daken van gemeentelijke gebouwen en ander maatschappelijk vastgoed te benutten voor en 8.3 zonnepanelen. De algehele inzet op zon op daken neemt in de RES 1.0 een belangrijke rol in, zowel in aanpak als in de geformuleerde ambitie. De regio zet zich in om de aanpak 'zon op daken' nader te concretiseren en speelt een rol in het articuleren van de randvoorwaarden die nodig zijn om de ambitie te kunnen realiseren. Dat betreft ook die voorwaarden waar andere overheden een andere rol hebben, zoals het ontwikkelen van passende financiële instrumenten. U stelt een goede vraag. Een economische crisis zal van grote impact zijn op de gehele maatschappij en daarmee ook Paragraaf 2.4, 8.2.3 op de energietransitie. In de betaalbaarheid van de energietransitie is het van belang waarborgen in te bouwen zodat en paragraaf 8.2.4 deze niet buiten bereik raken in economisch minder voorspoedige tijden. Bescherming van de consument is belangrijk aandachtspunt. In de RES wordt geanalyseerd welke instrumenten, paragraaf 8.2 zowel financieel als wet en regelgeving, er nodig zijn om de consument te beschermen. Dit valt onder de publieke Juridisch rapport belangen betaalbaarheid en rechtvaardigheid.

De RES zal zelf geen invulling kunnen geven aan deze instrumenten sturingsinstrument maar maakt wel inzichtelijk wat er nodig is. en publieke belangen Juridische analyse Warmtewet 2.0 In de RES-regio wordt de noodzaak van goede randvoorwaarden zoals betaalbaarheid onderkend. Er wordt gestreefd Paragraaf 2.4, naar een zo goed mogelijk inzicht in zowel stimuleringsregelingen (zoals SDE, saldering) als wet- en regelgeving. paragraaf 7.3.5, Daarmee brengen we in beeld welke randvoorwaarden er (nationaal) moeten worden ingevuld om succesvol de paragraaf 8.3.4 transitie door te kunnen maken. Daarmee onderschrijven we de reactie van uw college dat dit in de landelijke frame 2 invloedssfeer valt. (haalbaarheid en doelbereik) In het vervolgonderzoek richting de RES 1.0 werkt de RES regio samen met EBN en InvestNL aan het beter in beeld Paragraaf 2.2 - 2.4 krijgen van de mogelijkheden voor geothermie. Dit leidt tot een aanscherping van het potentieel. De veiligheidsrisico's 8.2 - externe van geothermie zijn in de RES enkel algemeen te formuleren: deze hangen uiteindelijk samen met een specifieke verwijzing, zie projectlocatie. Het Staatstoezicht op de Mijnen ziet toe op deze risico's. Vanwege het generieke karakter van de antwoord. risico's zullen deze niet uitgebreid worden omschreven in de RES.

U kunt een omschrijving van de veiligheidsrisico's teruglezen op https://www.geothermie.nl/index.php/nl/veiligheid. Graag verwijs ik u naar het antwoord op uw eerdere vraag over de toekomstige beschikbaarheid van restwarmte. Paragraaf 1.3 - 3 Voor de volledigheid is het antwoord op deze vraag hier nogmaals integraal opgenomen. In de Rotterdamse haven is 5.1 - 8.2 nu veel restwarmte aanwezig. Ondanks de overschakeling van de industrie naar duurzame bronnen zal in de industrie veel warmte vrij blijven komen. Om zoveel mogelijk restwarmte te kunnen benutten houden we rekening met een verlaging van de temperatuur van de te leveren warmte. Hierdoor kan ook aardwarmte gekoppeld worden aan het regionale net. We rekenen nu zekerheidshalve met conservatieve aannamen over de beschikbaarheid van restwarmte. Om goed zicht te hebben op de beschikbaarheid van restwarmte op de lange termijn wordt nu verder onderzoek gedaan. Op basis van de resultaten zullen de cijfers over de beschikbaarheid richting RES 2.0. worden geactualiseerd. We merken een gedeelde behoefte om besparing steviger te verankeren binnen de RES. Dat is begrijpelijk, we Paragraaf 2.4, erkennen dat het een belangrijk onderwerp is. In het traject van de 2.0 zal ingegaan worden op de rol die de regio paragraaf 4.1, hierbinnen kan vervullen en bekijken we welke invulling besparing binnen de RES krijgt.

In het Energieperspectief en paragraaf 6.1 en de (concept) RES wordt uitgegaan van een minimale mate van isolatie van gebouwen (minimaal label C). In de paragraaf 8.2.1 berekeningen rondom het thema Warmte is dit het uitgangspunt. Isolatie is dan ook stap 1 in de RES aanpak. Dit levert een energiebesparing op van circa 25%. In de RES 1.0 is hier verder onderzoek opgenomen. De isolatie-aanpak is primair een lokale aangelegenheid. Regionale samenwerking vindt plaats o.a. via Provincie Z-H en bijv. de regionale energieloketten. In de informatieplicht is opgenomen dat locaties die meer dan 50.000 kWh en/of 25.000 m3 gas per jaar gebruiken alle erkende maatregelen moeten nemen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de handhaving. Naar verwachting moeten alle labelplichtige gebouwen in 2030 beschikken over een A-label. Dat leidt tot een aanzienlijke energiebesparing. Daarbij is afstemming/inspanning nodig om tot een adequate borging van b.v. informatieplicht en controle van energielabels te komen. Dank voor uw signaal, we erkennen dat de coronapandemie ingrijpend is en maatschappelijk grote impact heeft. Geen verwijzing. Gezien de onzekerheid omtrent de duur van de pandemie heeft NPRES en de regio echter besloten door te gaan. In de RES 1.0 wordt vanuit ruimtelijk perspectief en haalbaarheid gekeken naar de kansen voor windenergie langs Paragraaf 8.3 snelwegen.

Daartoe is de 'verhaallijn energieopwekking langs infrastructuur' in beeld gebracht. Daarin wordt nadere bekeken op welke wijze energieopwekking landschappelijk een rol kan spelen. deze inzichten vindt u terug inde RES en zijn een aanzet voor gemeenten om mogelijkheden voor windenergie via een gebiedsproces nader te verkennen. Dit gebeurd in het proces na de RES 1.0. Dank voor uw inzichten. U heeft een mooi streven aan uzelf gesteld om energieneutraal te zijn in 2030. In de RES 1.0 Paragraaf 2.2 wordt breed gekeken naar de verschillende oplossingen: er wordt invulling gegeven aan de ambitie van 35 TWh hernieuwbare energie, en er is onderzocht op welke wijze de regio dit kan realiseren. Op dit moment wordt dit gedaan o.b.v. beproefde technieken. U kaart een belangrijk punt aan. In de Concept RES is aangegeven dat de regionale aanpak niet in de plaats van de Paragraaf 1.2 lokale aanpakken komt, maar versterkend en verbindend werkt. Bevoegdheden blijven waar ze zijn en horen. Wél is er een gedeelde verantwoordelijkheid benoemd om de energietransitie uit te voeren en keuzes te stimuleren die bijdragen aan de (mondiale) CO2-doelstellingen. De RES wordt niet afgerekend op CO2-doelen, waarmee de ambitie van de ene gemeente geen vrijbrief voor anderen is om minder reductie te realiseren.

Er wordt voortgebouwd op de al lopende samenwerkingen en lokale acties, en de RES zal geen remmend effect hebben op processen die sneller kunnen. De RES 1.0 bouwt hier op voort en gaat in op de oplossingen die bijdragen aan de CO2-doelstellingen.

369

Den Haag

Den Haag en Rotterdam hebben als gebieden verschillende karakteristieken en verschillende potenties voor Warmte duurzame warmte. Den Haag heeft voldoende realistisch inzetbare duurzame warmtebronnen voor de basislast, zoals blijkt uit het rapport ‘Hybride Warmtenetten’ van CE Delft i.s.m. CMAG, en zet in op lagetemperatuurverwarming via netwerken waarbij lokale hernieuwbare bronnen en initiatieven voorrang krijgen op energiebronnen van buiten de stad. Energie vanuit de Regio zal voor Den Haag met name nodig zijn voor de piek-warmte in de winter en op het gebied van elektriciteit.

Het college interpreteert deze bedenking als een waarschuwing om voldoende aandacht te hebben voor de Warmte bescherming van consumentenbelangen. Het college constateert tegelijk dat het een verantwoordelijkheid is van het Rijk (m.n. Autoriteit Consument en Markt) om dit te borgen. Het college kan zich wel voorstellen dat het beroep op het Rijk om deze verantwoordelijkheid te nemen nadrukkelijker wordt opgenomen in de tekst van de RES. Het college constateert verder dat hier in het overleg met het Rijk in voorbereiding op de Warmtewet 2.0 vanuit de decentrale overheden nadrukkelijk aandacht voor is.

Het college zal voorstellen om de tekst van de RES hierop waar mogelijk aan te scherpen. Zie verder de reactie onder bedenking a. = punt 97, De restwarmte uit Rotterdam zal in de toekomst….

8

Warmte

Algemeen Elektriciteit

Dank voor uw reactie, de rapportage is ons bekend. In het traject richting de RES 1.0 wordt een verdere studie uitgevoerd naar de rol van regionale warmtenetten in de regio. In deze studie wordt naast de basislast ook gekeken naar piek- en back-up, en welke warmtebronnen waarvoor kunnen worden ingezet. Partijen zullen in het vervolgtraject wel met elkaar dienen te verkennen hoe de regionale invulling van piek en back-up zo invulling kan krijgen dat het duurzaam maar ook betaalbaar is.

Verwijzing RES 1.0

Paragraaf 8.2

Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 31 maart 2021

Nr

Organisatie

370

Den Haag

Onderwerp / steekwoorden

Korte formulering

Keuzevrijheid voor en betrokkenheid van bewoners is van groot belang voor de transitie, en kunnen met de diversiteit Warmte aan lagetemperatuur-bronnen en met open, kleinschalige warmtenetten het beste worden gewaarborgd. Afnamegaranties voor het voeden van grootschalige warmtenetten mogen niet door en voor Den Haag worden afgegeven.

Toelichting

Thema

371

Den Haag

Gestreefd wordt naar energie-evenwichten, waarbij zomerse lokale overschotten aan warmte opgepot kunnen worden voor koude wintermaanden. De ontwikkeling van seizoensopslagmogelijkheden voor warmte zijn hiervoor essentieel.

372

Den Haag

373

Den Haag

374

Den Haag

De focus in de concept-RES ligt nog teveel op restwarmte en hogetemperatuurverwarming waarbij niet duidelijk Warmte wordt gemaakt hoe deze restwarmte duurzaam zal worden. Voor Den Haag is het van belang dat in de RES wordt benadrukt dat de verduurzaming van het havencomplex een belangrijke voorwaarde vormt waar het gaat om levering van restwarmte in het RES-gebied. Bij hoge- en middentemperatuurverwarming via netwerken zet Den Haag in op lokale geothermie. Voor alle Warmte hoofdnetten wordt gestreefd naar een aanvoertemperatuur van maximaal 70 graden om geschikt te worden gemaakt voor Haagse aardwarmte. De Warmtelinq (voorheen Leiding door het Midden) ligt gevoelig in Den Haag. Door het stadsbestuur zijn de volgende harde voorwaarden gesteld die ook in de RES moeten worden opgenomen: •Het netwerk moet geschikt gemaakt worden voor lokale warmte (zoals geothermie). •Lokale duurzame ini a even krijgen al jd voorrang bij het leveren van warmte aan Haagse huishoudens. •Er moet sprake zijn van een open net - toegankelijk voor meerdere warmteleveranciers - en een ona ankelijk netbeheer. •Tarieven voor de klanten van het warmtenet blijven redelijk en dit wordt ona ankelijk getoetst. •Bedrijven die restwarmte leveren gaan versneld verduurzamen. De bij de RES betrokken overheden staan open voor nieuwe initiatieven en technieken, en starten met pilots.

Algemeen Succesvolle pilots worden voorbeelden om op te schalen, maar alle pilots zijn bedoeld om ervan te kunnen leren. Deze kennis wordt ook actief gedeeld binnen het RES-gebied en daarbuiten.

375

Den Haag

Participatie ontbreekt in de concept-RES terwijl dit juist cruciaal is voor het welslagen van de energietransitie. Voor de Communicatie RES moeten bewoners, bedrijven en belanghebbenden proactief worden geconsulteerd. Getrapte consultatie via gemeenten volstaat niet, en we denken als Den Haag graag mee hoe de participatie van onze bewoners bij de verdere totstandkoming van de RES vorm kan krijgen. Om de RES weloverwogen en met zo veel mogelijk draagvlak uit te werken, is veel interactie nodig met alle belanghebbenden in het maatschappelijke, bestuurlijke en inhoudelijke domein.

376

Den Haag

Ook mee-participeren - in de zin van deelnemen c.q. mede-eigenaar zijn – is cruciaal voor het welslagen van de energietransitie. Den Haag heeft vele burgerinitiatieven in de stad die voorop lopen met initiatieven, kennis en concrete plannen. Graag zien we in de RES sterker terug dat burgerinitiatieven worden omarmd en ondersteund.

Communicatie

377

Den Haag

De bij de RES betrokken overheden moeten de opgave en de plannen om klimaatneutraal te worden duidelijker naar voren brengen in de communicatie naar bewoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen. Goede voorbeelden van lokale duurzaamheidsinitiatieven worden zichtbaar gemaakt om het vliegwieleffect te versterken.

Algemeen

378

Den Haag

379

Den Haag

Voor elektriciteit heeft de regio in de Concept-RES een ambitieus bod opgenomen richting het Nationaal Programma Elektriciteit RES. Voor Den Haag ligt in stedelijk zoekgebied voor zon-op-dak de grootste opgave als onderdeel van de gemeentelijke aanpak voor de opwek van schone stroom en het benutten van daken voor het opwekken van energie en klimaatadaptatie. Binnen de gemeentegrenzen zijn geen mogelijkheden aanwezig voor grote windturbines. Wel houdt de gemeente de mogelijkheid open voor geïntegreerde denksystemen, die met windenergie stroom opwekken. Deze systemen moeten nog doorontwikkeld en efficiënter worden. In de Concept-RES wordt veel aandacht besteed aan de regionale transport van warmte en locaties voor grootschalige Algemeen opwek van duurzame elektriciteit. Het belang van energiebesparing sneeuwt daardoor onder. Juist energiebesparing levert een belangrijke bijdrage aan de haalbaarheid en betaalbaarheid van de energietransitie en moet een volwaardige plaats krijgen in de verdere uitwerking van de RES, zowel regionaal als lokaal.

9

Warmte

Antwoord

Verwijzing RES 1.0

Dank voor uw reactie. U geeft een helder signaal. De regio treedt niet in de autonomie van de gemeenten hoe ze invulling wilt geven aan het begrip keuzevrijheid. Voor de grootschalige warmtenetten ondersteunt het RES proces het samenbrengen van (partijen die betrokken zijn bij) vraag, aanbod en infrastructuur. Met als doel om voor de regiopartijen inzichtelijk te maken hoe warmte optimaal (en wenselijk) inzet kan worden. Wanneer het afgeven van garanties voor gemeenten niet passend is zal dit onderdeel zijn van de verdere projectuitwerking en samenwerking met betrokken partijen.

Paragraaf 2.3 - 3.1 Juridisch rapport sturingsinstrument en publieke belangen Juridische analyse Warmtewet 2.0 Het concept van warmteopslag is, hoewel beperkt, opgenomen in de RES. In het traject richting de RES 1.0 wordt een paragraaf 3 - 6.1 verdere studie uitgevoerd naar de rol van regionale warmtenetten in de regio, hierbij wordt vraag en aanbod ook over het jaar heen met elkaar gematcht. Hieruit zal meer informatie komen over de noodzaak van warmteopslag voor regionale warmtenetten. Richting de RES 2.0 zal hier mogelijk concretere invulling aan gegeven kunnen worden, mede als regiopartijen hier gezamenlijk belang aan hechten. Duurzame restwarmte van het HIC is ook als een belangrijk randvoorwaarde opgenomen in het Energieperspectief Paqragraaf 1.3 - 2.1 2050. De RES volgt deze lijn. Het HIC is overigens intensief betrokken bij het RES-traject. - 2.2 - 3

Dank voor uw aandachtspunten. De Concept-RES richt zich in deze fase op de gewenste inzet van warmte in de regio. Publieke waarden, randvoorwaarden en sturingsinstrumenten spelen daarbij een belangrijke rol en worden verder uitgewerkt in de RES 1.0. Daarbij is de RES een zo volledig mogelijk weergave van de, op dit moment, geïnventariseerde voorwaarden van alle regio-partijen. Het staat de gemeenten uiteraard vrij aanvullende voorwaarden te stellen.

Paragraaf 3.2 - 3.3 8.2 - Juridisch rapport sturingsinstrument en publieke belangen

De betrokken partijen in onze regio open staan inderdaad open voor nieuwe initiatieven en technieken. Daar waar O.a. paragraaf 1.1, mogelijk faciliteert de regio kennisdeling (o.a. pilots). In de RES zelf wordt van energiebronnen gebruik gemaakt van paragraaf 6.1, die bronnen die voldoende 'volwassen 'zijn en opschaalbaar zijn. E.e.a. bezien vanuit de regionale beschikbaarheid paragraaf 8.2.2, daarvan. De beoogde mix van die bronnen is in het Energieperspectief 2050 weergegeven en is nog altijd de paragraaf 8.3.1, onderlegger onder de regionale aanpak. Deze aanpak is gebaseerd op feitelijke informatie en analyse, niet o.b.v. paragraaf 8.3.2 meningen. Innovaties van nu kunnen in de toekomst breed toepasbaar zijn. Die informatie is echter pas beschikbaar als dat moment er is en dat is niet nu. Daarom zullen bepaalde keuzes minder succesvol blijken dan andere en dat vraagt om aanpassingsvermogen en tevens inzet op die aspecten die nu met een voldoende mate van zekerheid gerealiseerd kunnen worden. Iedere 2 jaar wordt de RES herijkt en is er een natuurlijk momentum om die innovaties die er klaar voor zijn een grote(re) rol te geven in de strategie. In de RES wordt onderschreven dat participatie van belanghebbenden een belangrijke voorwaarde is voor het slagen 2.2, 2.3, 3.3, 4.3, van de energietransitie.

(Vroegtijdige) proces- en projectparticipatie zijn daartoe middelen die door de gemeenten 6.2 (en verder ingezet worden. De regio faciliteert/stimuleert voornamelijk met kennisoverdracht (inclusief breed bruikbare verweven in producten). In de RES 1.0 wordt aandacht besteed aan de invulling van proces- en projectparticipatie zowel in de document) uitvoeringslijnen als in de communicatieaanpak. Een regionale inbreng op dit vlak zal altijd vanuit de gemeenten moeten worden gevraagd en begeleidt. Deze wens is daarmee primair aan de gemeente/het college gericht en indien nodig kan t.b.v. nadere inkleuring vanuit de regio worden meegedacht en meegewerkt. De betrokkenheid van inwoners in de energietransitie is volop in de aandacht, ook van de media. Hieruit blijkt des te meer dat het succes van de energietransitie mede bepaald wordt door de wil en mogelijkheden die iedere inwoner of organisatie heeft om mee te doen. Participatie brengt dat in beweging. Hierbij is van belang dat te organiseren op het moment dat die betrokkenheid ook echt betekenisvol is. Dat is in elk geval zo wanneer ontwikkelingen dichtbij zijn en de leefwereld danwel portemonnee van inwoners raken. Idealiter vindt het gesprek plaats rond concrete projecten. De gemeente organiseert dit al volop en dat vraagt ook continue reflectie of dat passend is. Daar waar nodig kan de RES regio faciliteren.

In de RES 1.0 is onderschreven dat lokaal eigendom een belangrijk middel is om draagvlak te borgen. Tevens is het 2.2, 2.3, 3.3, 4.3, streven in het Klimaatakkoord 50% lokaal eigendom. Hiervoor is in de RES 1.0 dus aandacht. Daarbij is dit voor de 6.2 (en verder uitwerking primair aan de gemeenten om te organiseren. Energie Samen (het samenwerkingsverband van verweven in Energiecoöperaties) is veelal bereid daarin een faciliterende rol te spelen. De RES agendeert en faciliteert de document) contacten en kan een rol spelen in informatieoverdracht. De ambitie van de RES regio is een betaalbare, betrouwbare, veilige en schone energievoorziening voor iedereen in de I. (voorwoord), regio Rotterdam Den Haag in 2050. De ambitie is niet om als regio klimaatneutraal of energieneutraal te zijn. Goede paragraaf 1.2, voorbeelden helpen echter wel om het vliegwieleffect te bereiken en kunnen deze ook in het netwerk en de paragraaf 2.2 communicatie delen. In de RES1.0 is het ambitieuze ambitieniveau inderdaad verwerkt en daarin is een belangrijke rol weggelegd voor paragraaf 8.3.4 zonne-energie in de gebouwde omgeving. Dat is mede ingegeven door het verstedelijkte karakter van de regio. Er verhaalijn stedelijk wordt daarnaast voortdurend gewerkt aan nieuwe technieken en innovaties op het gebied van energieopwekking.

Dat gebied en biedt kansen om de transitie sneller en met minder impact, zowel financieel als ruimtelijk door te kunnen maken. De paragraaf 8.3.3 RESregio steunt en waardeert deze innovaties en neemt deze tevens mee in de uiteindelijke realisatie. We merken een gedeelde behoefte om besparing steviger te verankeren binnen de RES. Dat is begrijpelijk, we Paragraaf 3.2, erkennen dat het een belangrijk onderwerp is. In het traject van de 2.0 zal ingegaan worden op de rolverdeling binnen paragraaf 6.1, de regio en bekijken we welke invulling besparing binnen de RES krijgt. In het Energieperspectief en de (concept) RES paragraaf 7.3.4, wordt uitgegaan van een minimale mate van isolatie van gebouwen (minimaal label C). In de berekeningen rondom paragraaf 7.3.5, het thema Warmte is dit het uitgangspunt. Isolatie is dan ook stap 1 in de RES aanpak. Dit levert een energiebesparing paragraaf 8.2.1 op van circa 25%. In de RES 1.0 is verdiepend onderzoek opgenomen. De isolatie-aanpak is primair een lokale aangelegenheid. Regionale samenwerking vindt plaats o.a. via Provincie Z-H en bijv. de regionale energieloketten. Voor bedrijven is in de informatieplicht (Wet Milieubeheer) opgenomen dat locaties die meer dan 50.000 kWh en/of 25.000 m3 gas per jaar gebruiken alle erkende maatregelen moeten nemen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de handhaving.

Naar verwachting moeten alle labelplichtige gebouwen in 2030 beschikken over een A-label. Dat leidt tot een aanzienlijke energiebesparing. Daarbij is afstemming/inspanning nodig om tot een adequate borging van bijv. informatieplicht en controle van energielabels te komen.

Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 31 maart 2021

Nr

Organisatie

380

Den Haag

381

Den Haag

382

383

Onderwerp / steekwoorden

Korte formulering

Antwoord

Verwijzing RES 1.0

Er moet bij de uitwerking van de RES meer worden ingespeeld op natuurlijke momenten en individuele beslissingen. Warmte Op die manier wordt lage temperatuur afgifte veel betaalbaarder en kan dit aansluiten bij momenten waarop er in huis toch al aanpassingen plaats vinden. Niet alles in één keer. Decentrale warmteoplossingen moeten worden gestimuleerd, waarbij lokale bronnen op een intelligente manier worden gecombineerd met een groter systeem. Dat is dus niet top-down, en altijd op basis van vrijwilligheid van de bewoners/klanten (ook als ze zelf huurder zijn). Sturen op de laagste maatschappelijke kosten en behoud van draagvlak betekent meer stimuleren van kleine stappen op natuurlijke momenten. De energietransitie is een investering in de toekomst waarbij voor Den Haag betaalbaarheid voor particuliere Algemeen energieconsumenten een belangrijk uitgangspunt is. Graag zien we in de RES aandacht voor het belang van subsidies en fondsen om rendabele investeringen voor de energietransitie te versnellen en onrendabele investeringen te ondersteunen. Wanneer voor de transitie naar een klimaatneutraal gebouw de laatste 10% energiegebruik in de piekwinterperiode nu nog een onevenredig hoge investering vraagt, kiezen we ervoor om eerst de eerste 90% te realiseren.

Toelichting

Thema

Dank voor deze belangrijke aandachtspunten. Vanuit de RES is het streven inzichtelijk te maken welke bovengemeentelijke kansen er in de regio zijn voor de inzet van warmte. Zonder hierbij in de autonomie van de gemeenten te treden hoe zij hun warmtetransitie invulling dienen te geven. In het traject richting de RES 1.0 wordt een verdere studie uitgevoerd naar de rol van regionale warmtenetten in de regio. Hierbij wordt ook gekeken hoe lokale bronnen hun rol in de gemeente kunnen blijven vervullen.

Paragraaf 2.2. - 3.1 8.2

Betaalbaarheid van de transitie is een gedeelde zorg. Het betreft meerdere aspecten en wordt expliciet benoemd als publiek belang dat geborgd moet worden. Het kan gaan om de transitie als geheel, de kosten voor inwoners, voor bedrijven in het bijzonder, de netbeheerder en de publieke organisatie. Het belang voor gezamenlijk lobby voor wat betreft de financiële en wettelijke randvoorwaarden, zoals subsidies en fondsen, van de energietransitie heeft onze aandacht en is ook terug te zien in de RES 1.0, zie paragraaf: . De keuzes die gemaakt worden in het klimaatneutraal maken van gebouwen, is aan een lokale aangelegenheid.

Den Haag

De energiebelasting voor grote en kleine spelers zou door het rijk gelijk(er) moeten worden getrokken. Dit draagt bij aan een gelijk speelveld dat noodzakelijk is voor het stimuleren en leveren van energie vanuit nieuwe, hernieuwbare bronnen. Gelieve dit als aanbeveling in de RES op te nemen.

Den Haag

Graag zouden we aandacht willen vragen voor het fundamentele verhaal van Rifkin dat is gebruikt voor de metropool Algemeen Rotterdam Den Haag. Dit kan ondersteunend zijn aan de gezamenlijk nog te maken keuzes in de RES:

Een gelijk speelveld creëren dat bijdraagt aan de stimulans van duurzame energie is een mooi streven. Het is inderdaad aan het Rijk om een dergelijke energiebelasting in te stellen. De verdeling van lusten en lasten c.q. rechtvaardigheid zijn hiermee nauw verbonden. In de RES wordt rechtvaardigheid (het eerlijk verdelen van lusten en lasten) als publiek belang opgenomen. De 'Roadmap Next Economy' heeft terecht de energietransitie neergezet als een van de belangrijke economische factoren voor de regio. Dit document heeft in 2017 mede de basis gelegd voor de ontwikkeling die er in de regio is geweest om in samenwerking op de energietransitie inzet te plegen. Dit heeft o.a. begin 2018 geleid tot de uitgangspunten waarop samenwerking verder vorm kon krijgen. Deze zijn nog altijd de basis onder het RES-proces.

Paragraaf 3.3, paragraaf 6.2, paragraaf 8.2.1, 8.2.3 (o.a. ad. 2 economische analyse) en paragraaf 8.3.4 (frame 2 haalbaarheid en doelbereik) Paragraaf 2.4, paragraaf 8.2.3

Algemeen

https://www.iqheadquarter.nl/rne/wp-content/uploads/sites/12/2017/04/The-Third-Industrial-Revolution-FinalReport-RNE.pdf

118

Hellevoetsluis

Motie Klare Taal!!

119

Hellevoetsluis

Motie Participatie RES

120

Hellevoetsluis

Motie Landschappelijke inpassing

Overwegende dat: Communicatie • de discussie moet op een voor iedereen toegankelijke wijze gevoerd worden • het concept RES moeilijk leesbaar is • de opgave abstract is • de kaarten onduidelijk zijn Geeft het College de volgende uitgangspunten mee: • maak de RES 1.0 voor iedereen toegankelijk • gebruik begrijpelijke taal en maak (meer) gebruik van andere communicatiemiddelen dan geschreven tekst • maak dat iedereen de kaarten begrijpt Overwegende dat: Communicatie • draagvlak in de energie transitie van groot belang is • iedere inwoner uitgedaagd wordt om mee te doen met het realiseren van de uitwerking van de energiestrategie • betrokkenheid van inwoners essentieel is bij deze energie transitie Geeft het College de volgende uitgangspunten voor dit participatie traject mee: • gebruik diverse participatie instrumenten • benader (diverse soorten) inwoners op een bij hun passende wijze, waaronder specifiek jongeren • zoek mogelijkheden om inwoners die zich niet laten horen te betrekken • begin tijdig / zo vroeg mogelijk de bewoners er bij te betrekken • maak de participatie concreet en duidelijk • streef naar een hoog niveau op de participatie-ladder • zie koppelkansen met andere lopende trajecten in de gemeente en de regio Overwegende dat: Elektriciteit • het realiseren van duurzame energie samen dient te gaan met de versterking van de bebouwde omgeving, het landschap, de natuur

en de recreatie • energieprojecten de inwoners gaan raken in de beleving van hun omgeving Geeft het College de volgende uitgangspunten mee: • projecten niet weg te moffelen • waar duurzame energiebronnen worden ontwikkeld in het landschap, moeten natuur en recreatie versterkt worden • maak van de projecten geen kale elementen in het landschap, maar onderdeel van het landschap

10

Dank voor de input. We nemen leesbaarheid en aantrekkelijkheid mee bij het schrijven en het opmaken van het product RES 1.0. Ook beeldmateriaal incl. kaarten zullen gebruikt en gecontroleerd worden. Als gevolg van de inhoudelijke uitdaging blijft echter wel een omvangrijk en complex product met een korte samenvatting.

Paragraaf 2.1, en uitgangspuntennoti tie Concept RES via: https://www.resrot terdamdenhaag.nl/ proces/documente n/ (bijlagen Concept RES) In (opmaak) document verweven. High res figuren.

Antwoord bestaat uit meerdere onderdelen: 1) het benaderen van inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties paragraaf 2.3, 7.1, is volgens afspraak een aangelegenheid van de gemeenten zelf en wordt niet door de regio gedaan, 2) de regio 8.1, verder ondersteunt de gemeenten met algemene kennis/communicatie op gebied van participatie en adviseert verschillende verweven in hele participatieinstrumenten (Participatie via volksvertegenwoordigers zoals in de wensen en bedenkingen procedure is document ook een voorbeeld in deze regio) , 3). de regio overlegt met gemeenten en stimuleert proces- en projectparticipatie inclusief koppelkansen o.a. door voorbeelden te delen. Ook input van Jong RES landt zo bij de gemeenten. 4) Uitvoering van burgerparticipatie is volgens afspraak buiten scope van RES R DH.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10657212/1