21 10 RES beantwoording vragen
Tekst van het document
Beantwoording vragen raad Westvoorne door provincie Zuid-Holland en RES-regio Rotterdam – Den Haag De geplande besluitvorming over de RES 1.0 vóór 1 juli is destijds uitgesteld vanwege onvoldoende zekerheid bij raadsleden over met name de doorwerking van de RES en de positie van de provincie Zuid-Holland ten opzichte van de ruimte van de gemeenteraad om haar eigen afwegingen te maken. Ook waren er nog vragen over de verhouding tussen de RES 1.0 en de gemeentelijke en provinciale omgevingsvisie. In onderstaand overzicht zijn de gebundelde vragen en discussiepunten door vertegenwoordigers van provincie Zuid-Holland, RES-regio Rotterdam – Den Haag en gemeente Westvoorne in afstemming beantwoord. De raad heeft in de commissievergadering van 31 augustus een aantal van deze vragen specifiek geadresseerd aan de provincie en deze vormen (met bijbehorende beantwoording) dan ook de basis voor het gesprek dat de commissie op 4 oktober voert met gedeputeerde Berend Potjer. Dit document en het gesprek kunnen door de raad worden meegenomen in de uitgestelde besluitvorming over RES 1.0 op 27 oktober 2021. 1. Besluitvorming – vastgestelde moties op lokaal niveau ook borgen binnen de regio In de commissie leeft de veronderstelling dat de moties in het kader van de wensen & bedenkingen procedure bij de concept-RES niet zijn verwerkt in RES 1.0.
De Nota van Beantwoording van de RES-regio beschrijft hoe is omgegaan met elk van de door regiopartijen ingediende moties. Een aantal van de moties gingen over lokale uitvoering en konden daarom ook niet in het algemene ambitiedocument worden meegenomen. Ook bij de RES 1.0 worden moties en amendementen aangenomen. Er wordt een toezegging gevraagd hoe deze kaders in de verdere uitwerking worden meegenomen. 1.1 Wat is de status van de RES 1.0? RES-regio Geen, het betreft een strategisch visiedocument van de gezamenlijke, deelnemende partijen aan de RES. De RES is niet juridisch bindend voor derden. De juridische status volgt uit het verankeren van (delen van) de RES in lokaal (omgevings-)beleid. 1.2
Wat zijn de consequenties voor deelname aan RES 2.0 wanneer de raad tegen stemt? Gemeente Westvoorne Op dat moment behoudt de gemeente Westvoorne de verantwoordelijkheid om vanuit het Klimaatakkoord haar aandeel te nemen in de energietransitie, maar verliest zij de aantakking aan de regio, de ondersteuning vanuit de regio en de samenwerking met buurgemeenten. Alle acties die ondernomen moeten worden komen dan op het conto van de gemeente, ook qua personele belasting. Daarnaast zou het impact hebben op de samenwerking op VoornePutten. Hellevoetsluis en Nissewaard hebben wel de RES 1.0 aangenomen. Er ontstaat een diffuse verhouding in de tot nu toe zeer vruchtbare samenwerking. RES-regio Als de raad tegen stemt, heeft de gemeente Westvoorne geen RES 1.0 en geeft zij geen invulling aan een belangrijk deel van het Klimaatakkoord. Naar aanleiding van die keuze zou de gemeente zich moeten beraden over haar rol in de RES-regio Rotterdam - Den Haag en zich over die positiebepaling desgewenst uitspreken richting het Bestuurlijk Netwerk Energie/de Stuurgroep RES. Door niet in te stemmen met de RES 1.0 zou de gemeente geen vanzelfsprekende positie meer hebben in de totstandkoming van RES 2.0. Wanneer de gemeente Westvoorne vervolgens alsnog zou willen aanschuiven bij de RES 2.0, vraagt dit instemming van de rest van de regio.
Deze kunnen voorwaarden stellen of zekerheden vragen, bijvoorbeeld ten aanzien van het aandeel waarmee de gemeente (her)intreedt. 1
Ook wanneer de gemeente niet zou instemmen met de RES 1.0, zou Westvoorne nog altijd onderdeel uitmaken van het Klimaatakkoord en de daaronder liggende afspraken en zal verwacht worden dat de gemeente daaraan een passende bijdrage levert. Het kan dan gaan om onder meer het opmaken en vaststellen van een eigen RES 1.0, de warmteaanpak in de wijken, zonne-energie op daken en de ontwikkeling van geothermie. Het proces naar een (eigen) RES 2.0 zou de gemeente in eigen beheer moeten vormgeven, waaronder het participatietraject. Daarbij kan niet gesteund worden op de ondersteuning, kennis, capaciteit en het netwerk van de regio Rotterdam - Den Haag. Dit zou ook grote consequenties hebben voor de benodigde personele capaciteit. Voor bovengemeentelijke projecten waar samenwerking nodig en gewenst is zou de gemeente op eigen initiatief de samenwerking moeten zoeken en onderhouden. 1.3
Welke moties en amendementen zijn al ingediend in de besluitvorming over RES 1.0? RES-regio De RES-organisatie geeft inzicht in de amendementen en moties die door het betreffende college zijn aangeboden aan de RES-regio. Deze zullen worden beoordeeld op impact op het document RES en de vervolgfases (waaronder de RES 2.0). Daarop zal de Stuurgroep een reactie geven en de colleges van de organisaties waar de RES 1.0 is vastgesteld.
1.4
Wat is de status van op lokaal niveau of door de provincie aangenomen moties en amendementen op (de concept-RES en) RES 1.0? RES-regio De ingediende moties zijn gericht aan het college. De amendementen die zijn aangenomen hebben betrekking op het besluit dat de betreffende gemeente heeft genomen en niet op het document RES an sich. Het is aan de betreffende gemeente om in de uitvoering navolging te geven aan de motie of het amendement.
1.5
Hoe borgen we de uitvoering van deze moties? RES-regio Een motie is gericht aan het college. De colleges kunnen door de volksvertegenwoordigingen aangesproken worden op de uitvoering. Een aangenomen amendement is onderdeel van het besluit van de gemeenteraad. De Raad controleert het college.
1.4
Hoe wordt omgegaan met moties of amendementen die betrekking of (neven)effect hebben op een andere gemeente of regiopartij? Bijvoorbeeld wanneer het gaat om limitering van de omvang van de in te passen duurzame opwek van energie of de planologische inpassing daarvan? RES-regio Er is op dit moment geen sprake van moties bij RES 1.0 die het behalen van de ambitie significant bemoeilijken. Indien het betreffende college het opportuun acht om een aangenomen motie of een amendement op het besluit (niet aangaande de tekst van de RES) onder de aandacht van de RES-regio te brengen dan kan dat. Er zal dan met alle partijen samen worden afgewogen welke vervolgstappen aan de orde kunnen zijn. Een overzicht met de aangedragen moties en een reactie van de Stuurgroep RES komt te zijner tijd beschikbaar
1.6
Hoe borgen we de uitvoering van deze moties? 2
RES-regio
1.7
Een motie is gericht aan het college. De colleges kunnen door de volksvertegenwoordigingen aangesproken worden op de uitvoering. Een aangenomen amendement is onderdeel van het besluit van de gemeenteraad. De Raad controleert het college.
Waarom is er geen MER van de RES 1.0 gemaakt? RES-regio Het standpunt van het Rijk is dat een RES 1.0 geen ‘plan of programma’ is in de zin van artikel 2 van de Smb-richtlijn (zie Kamerstukken II 2018/19 33118, nr. 120), o.a. omdat een RES geen wettelijke planfiguur is en ook niet bestuursrechtelijk is voorgeschreven. Als er geen sprake is van een ‘plan of programma’ is er op grond van de Smbrichtlijn geen verplichting om een plan-mer uit te voeren. De strategische keuzes die in een RES zijn gemaakt, moeten worden vastgelegd in wettelijke planfiguren, zoals structuurvisies, omgevingsvisies of bestemmings-/omgevingsplannen. Deze plannen zijn wel een plan of programma in de zin van artikel 2 van de Smb-richtlijn en daarvoor zal in beginsel wel een plan-mer moeten worden uitgevoerd. https://www.regionale-energiestrategie.nl/vragen/vragen+juridisch/1279414.aspx
3
2. Proces – procedures en rolverdeling In de commissie zijn zorgen over de mate van zelfbeschikking die de gemeente heeft in de lokale uitvoering van de energietransitie en de RES. Wanneer het in andere gemeenten binnen de RES-regio lastig wordt, moet dit niet leiden tot extra druk en een grotere opgave voor Westvoorne en Voorne-Putten. 2.1 Hoe verloopt het ruimtelijke proces van RES 1.0 naar omgevingsvisie? Gemeente Westvoorne Voor een antwoord op deze vraag verwijzen we naar de ‘Oplegger bij de RES 1.0 - Het verhaal van de energieopgave van Voorne-Putten’, paragraaf ‘Hoe gaan we aan de slag na vaststelling van de RES 1.0?’. De in de RES 1.0 gebundelde ambities worden, met inachtneming van de ingediende en aangenomen moties, door het college uitgewerkt en vastgesteld in de uitvoeringsinstrumenten van het gemeentelijk omgevingsbeleid. Zoals de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning(en). Er wordt toegewerkt naar haalbare projecten met draagvlak en vergunningverlening in 2025. Veelal geschiedt dat in de volgende stappen, alhoewel een gebiedsproces ook eerder kan worden ingezet, om het stellen van kaders mede te voeden. Die integrale afweging bereiden partijen samen voor en de keuze is vervolgens aan de gemeenteraad (en provinciale staten). Dit proces doorloopt verschillende fases waarmee bijgestuurd kan worden.
Aan de start van een dergelijk proces kan een gemeente beleidsuitgangspunten of wensen meegeven die betrokken moeten worden. Na het beleidsmatig mogelijk maken van energieprojecten zal ook de realisatie nog de nodige tijd vragen. Daarbij is ook richting mee te geven door bijvoorbeeld een voorkeur voor bepaalde aanbestedingsprocedures mee te geven of voorwaarden te stellen bij bijvoorbeeld de mate van lokaal eigendom 1. Kaders De door onze gemeenteraad aangenomen moties worden gebruikt bij de uitwerking van de RES 1.0 in gemeentelijk omgevingsbeleid. Tegelijk draagt de provincie zorg voor verwerking van de RES in het provinciaal omgevingsbeleid. Door gezamenlijk op te trekken in de uitwerking van de gebiedsprocessen, kunnen beide processen goed op elkaar worden afgestemd. De kaders van de lokale gebiedsprocessen moeten immers worden getoetst aan het gezamenlijke kader en het provinciale beleid, en worden vastgesteld door de raad. 2. Gebiedsproces De zoekgebieden in RES 1.0 duiden kansrijke gebieden aan voor de ontwikkeling van zonne- en windenergie. In de zoekgebieden ligt het voor de hand om te zoeken naar concrete locaties voor de opwekking van energie. In een gebiedsgerichte aanpak gaan we deze elektriciteitsopwekking uitwerken, waarbij wordt aangesloten bij bestaande gebiedsperspectieven, visies en vastgesteld beleid, en bij het maatschappelijke draagvlak.
De relevante stakeholders worden betrokken, zoals grondeigenaren, inwoners, provincie, belangenorganisaties, energiecoöperaties, natuurorganisaties en de netbeheerder. Met als doel een integraal beeld te hebben van de mogelijkheden en een passende integrale afweging te kunnen maken over het aanwijzen van een locatie voor de opwekking van energie. De gemeenten formuleert eigen, meetbare, doelstellingen, passend bij de lokale omstandigheden en kenmerken en voorziet, door ook gebruik te maken van de afspraken in de Omgevingswet, in het benodigde maatwerk. Omdat enkele zoekgebieden op Voorne-Putten de gemeentegrenzen overschrijden en de vier gemeenten bovendien de gezamenlijke doelstelling ‘en energieneutraal Voorne-Putten’ als doelstelling hanteren, zullen we ook hierin nauw samen optrekken. 4
RES-regio
3. Omgevingsvisie Bij de uitwerking van de omgevingsvisie vindt de integrale afweging plaats van alle (ruimtelijke) opgaven en ambities. Ambities en doelstellingen van de RES kunnen integraal onderdeel worden van de omgevingsvisie. Deze visie wordt verder uitgewerkt in omgevingsprogramma’s en met regels in het omgevingsplan. Welke onderwerpen aan bod komen in de omgevingsvisie bepaalt de gemeente zelf. In een omgevingsprogramma worden ambities van de omgevingsvisie uitgewerkt in concrete maatregelen en acties die leiden tot de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Denk aan beleidsregels, financiële instrumenten, maar ook communicatie, convenanten en uitvoering in projecten. Een gebieds- of opgavegericht programma biedt de mogelijkheid om met meerdere overheden samen te werken aan de opgaven in een gebied en om een integrale gebiedsontwikkeling op te zetten om de doelstellingen uit de RES uit te werken. 4. Projecten Na het beleidsmatig mogelijk maken van energieprojecten zal ook de realisatie nog de nodige tijd vragen. Daarbij is ook richting mee te geven door bijvoorbeeld een voorkeur voor bepaalde aanbestedingsprocedures mee te geven of voorwaarden te stellen bij bijvoorbeeld de mate van lokaal eigendom. De gemeenteraad bepaalt haar eigen proces om te komen tot (aanpassing van) de omgevingsvisie en hoe zij de RES daarin verwerkt.
2.2
Wat is de status van de RES 1.0 binnen de Omgevingswet en het Provinciale Ruimtelijke Ordeningsbeleid? Provincie ZH Provinciale Staten hebben besloten de RES 1.0 als bouwsteen voor de aanpassing van het omgevingsbeleid te gebruiken.
2.3
Hoe gaan we vanuit de gebiedsprocessen en participatietrajecten naar lokaal beleid? Gemeente Westvoorne Bij het verder uitvoeren van de RES zijn de projectleiders omgevingsvisie en andere beleidsinhoudelijke medewerkers van de gemeenten, waterschappen en provincie(s) integraal betrokken. Het verdient de voorkeur om het RES-proces onderdeel uit te laten maken van het proces omgevingsvisies. Zodoende kan er zoveel mogelijk een samenhangende afweging van beleid en besluitvorming plaatsvinden. (zie ook vraag 2.1) Provincie ZH De in de RES 1.0 vastgestelde zoekgebieden worden door de gemeente in samenwerking met de regio en provincie uitgewerkt tot concrete zoeklocaties. Hierbij heeft Provinciale Staten aandachtspunten meegegeven voor de uitwerking van de zoekgebieden, namelijk: a. De uitwerking van de zoekgebieden voor zon op land passen in provinciaal beleid (dat is gebaseerd op de zonneladder) en/of zijn onderdeel van een gebiedsgerichte uitwerking, waarbij opgaves rond de landbouw vanwege bodemdaling, waterkwaliteit, stikstof en biodiversiteit integraal aangepakt worden. Dit binnen de algemene uitgangspunten van ruimtelijke kwaliteit en in aansluiting bij het PARK-advies. b.
Bij een verkenning naar nieuwe locaties voor wind is de provinciale omgevingsvisie leidend; langs grootschalige infrastructuur, langs grootschalige scheidslijnen tussen land en water (delta-eilanden) en bij grootschalige bedrijvigheid. Nieuwe locaties voor wind worden bovenregionaal afgewogen Met betrekking tot participatie en draagvlak zijn er door Provinciale Staten (PS) 2 moties ingediend (zie motie 1012 en 5
1019 in de bijlage ‘GS-brief behandelvoorstel motie 1010, 1012, 1019 en 1021.pdf’). Motie 1012 draagt Gedeputeerde Staten (GS) op om in de komende RES-overleggen bij de Zuid-Hollandse gemeenten te pleiten voor grootschalige draagvlakonderzoeken, onder andere onder bewoners in en rond de zoekgebieden, en aan te geven dat de provincie bereid is deze te faciliteren of op andere wijze te ondersteunen. In motie 1019 verzoekt PS het college om samen met externe experts op het gebied van participatie en draagvlak (hoogleraren) een methode aan PS voor te stellen waarmee op eenduidige wijze de kwaliteit en kwantiteit van participatie kan worden beoordeeld en het draagvlak onder direct omwonenden en betrokken kan worden beoordeeld. Beide provinciale moties ondersteunen daarmee het lokale beleid met betrekking tot participatie en draagvlak binnen de gebiedsprocessen. 2.4
Welke rol en invloed hebben de gemeenteraad, de provincie en de RES-regio hierin? Gemeente Westvoorne Binnen de RES-regio zitten de provincie, gemeentes en andere partijen als gelijkwaardig partners aan tafel. Waterschappen, provincie en gemeenten dragen richting de uitvoering ieder naar eigen bevoegdheden en mogelijkheden bij aan de ambitie. Binnen de wettelijke kaders krijgen hun onderlinge rollen nader vorm.
2.5
Wat is de rol van de lokale moties in dit traject? Gemeente Westvoorne Met moties of amendementen kan de gemeenteraad het college aanwijzingen geven. De door onze gemeenteraad aangenomen moties worden gebruikt bij het opstellen van beleid op de invulling van de zoekgebieden op ons grondgebied. Provincie ZH De verantwoording voor uitvoering van moties van de gemeenteraad Westvoorne ligt bij het college van Westvoorne. Deze worden meegenomen in het gebiedsproces.
2.6
Krijgt iedere gemeente lokaal de regie om met deze eigen kaders het gebiedsproces in te gaan, ook wanneer dit mogelijk leidt tot een andere kwantitatieve bijdrage aan de totale opgave? Gemeente Westvoorne Ja, de gemeente heeft zelf de regie. De RES doet geen uitspraken over het ambitieniveau van individuele gemeenten, enkel over de gezamenlijke ambitie van de RES-regio Rotterdam – Den Haag. Binnen de RES 1.0 is bijvoorbeeld de ambitie opgenomen dat we met elkaar uiterlijk in 2030 minimaal 40% van de geschikte daken willen gebruiken voor zonnepanelen. Een gemeente maakt binnen haar verantwoordelijkheid en commitment aan het Klimaatakkoord zelf afwegingen. Gemeenten zijn dus ook vrij een ambitieuzere doelstelling te formuleren. Provincie ZH Iedere gemeente heeft zelf de regie voor het realiseren van de lokale ambities die bijdragen aan de doelen en het bod van de RES 1.0 Rotterdam Den Haag: 2,8 tot 3,2 TWh hernieuwbare opwek op land in 2030. Mocht deze regionale doelstelling niet gehaald worden, dan wordt de lokale regie niet ‘overruled’, maar is een bestuurlijk overleg nodig op regionaal niveau over hoe deze doelstelling alsnog gehaald kan worden. De doelstelling is een gezamenlijke opgave van alle 28 partijen in de regio.
6
2.7
In welke gevallen en wanneer kan er vanuit de regio, provincie of het Rijk druk uitgeoefend worden waarmee de lokale regie ‘overruled’ wordt? Gemeente Westvoorne RES-regio
2.8
Enkel wanneer een individuele gemeente nalatig blijkt De regio is geen rechtspersoon en heeft geen mandaat om welke druk dan ook uit te kunnen oefenen. De provincie en het rijk kennen wel bepaalde bevoegdheden vanuit de wetgeving rond de ruimtelijke ordening. Daarmee kan inpassing worden afgedwongen in uitzonderlijke gevallen. Die bevoegdheden zijn niet nieuw en worden niet door of via de RES beïnvloed.
Worden de plannen die voortvloeien uit de RES 1.0 getoetst aan de Europese regelgeving t.a.v. de volksgezondheid? RES-regio Alle vergunningsplichtige activiteiten worden getoetst aan van toepassing zijnde en vigerende wet en regelgeving, ook EU-regelgeving. Daarnaast staan vergunningen, dus ook die voor energieprojecten altijd open voor bezwaar en (hoger) beroep. Provincie ZH Vergunningen worden altijd getoetst aan geldende regelgeving en zijn onderhevig aan bezwaar- en beroepsmogelijkheden
7
3. Zoekgebieden – gebiedsprocessen met inwoners Binnen de in dit stadium nog ruim gedefinieerde zoekgebieden zal in gebiedsprocessen bekeken worden wat er mogelijk en acceptabel is in termen van opwek van duurzame energie. Er is behoefte aan een zorgvuldig en integraal proces onder regie van de eigen gemeente om te bepalen welke ontwikkelingen wel of niet wenselijk zijn binnen een zoekgebied. 3.1 Wat gebeurt er in de zoekgebieden? Gemeente Westvoorne Wat de gemeente wil. Het definitief vaststellen van concrete locaties voor duurzame opwek van energie gaat na vaststellen van de RES 1.0 plaatsvinden, waarbij lokale afwegingen bepalend zijn en volgens de fasering die is aangegeven in vraag 2.1. RES-regio De zoekgebieden duiden kansrijke gebieden aan voor de ontwikkeling van zonne- en windenergie. De zoekgebieden zijn ontstaan via brede studie in de regio (te vinden in de RES) waarbij de verbinding is gelegd tussen bepaalde landschapstypen en het opwekken van energie (verhaallijnen). In de zoekgebieden ligt het voor de hand om te zoeken naar concrete locaties voor de opwekking van energie. Dat zoekproces (gebiedsproces) doen betrokken partijen samen en met inwoners, ondernemers en instellingen die belangen hebben in dat gebied.
Met als doel een integraal beeld te hebben van de mogelijkheden en een passende integrale afweging te kunnen maken over het aanwijzen van een locatie voor de opwekking van energie. Die integrale afweging bereiden partijen samen voor en de keuze is vervolgens aan de gemeenteraad (en provinciale staten). Dit proces doorloopt verschillende fases waarmee bijgestuurd kan worden. Aan de start van een dergelijk proces kan een gemeente beleidsuitgangspunten of wensen meegeven die betrokken moeten worden. Na het beleidsmatig mogelijk maken van energieprojecten zal ook de realisatie nog de nodige tijd vragen. Daarbij is ook richting mee te geven door bijvoorbeeld een voorkeur voor bepaalde aanbestedingsprocedures mee te geven of voorwaarden te stellen bij bijvoorbeeld de mate van lokaal eigendom. 3.2
Wat is de status van een zoekgebied? Gemeente Westvoorne De zoekgebieden hebben geen juridische status, maar vormen de basis voor nader onderzoek in gebiedsprocessen, om uiteindelijk te komen tot inpassing van duurzame elektriciteitsproductie. RES-regio Geen, Deze zijn onderdeel van de RES 1.0 die eveneens geen status heeft. De functie en werking van zoekgebieden is o.a. bij het antwoord op vraag 3.1 toegelicht.
3.3
Wat is de rol van de provincie bij de inpassing van duurzame energie binnen het zoekgebied? Provincie ZH De provincie denkt mee, vanuit de aandachtspunten die PS heeft meegegeven, hoe de opwek van duurzame energie gerealiseerd kan worden. De provincie faciliteert en stimuleert daarnaast de ontwikkeling van duurzame energie in gemeenten, onder meer door onderzoeken (bijvoorbeeld de systeemstudie) en financiële stimulering.
3.4
Wat is de rol van de gemeente bij de inrichting van het zoekgebied? Gemeente Westvoorne De gemeente heeft de regie over het gebiedsproces. De gemeenteraad stelt de kaders vast waarbinnen het gebiedsproces zal plaatsvinden, heeft een rol bij het omgevingsbeleid en controleert bij de vergunningverlening. 8
Provincie ZH
De gemeente is trekker van de uitwerking van het zoekgebied. Daarin werkt ze samen met de provincie, regio, buurgemeenten en overige partners.
3.5
Hebben andere gemeentes of regiopartijen iets te zeggen over ons zoekgebied? Provincie ZH Nee, iedere gemeente gaat zelf over het deel van het zoekgebied dat valt in haar gemeente. Wel is het zinvol om af te stemmen en samen te werken met buurgemeenten die in hetzelfde zoekgebied liggen.
3.6
Als er binnen het zoekgebied een initiatief voor zon of wind komt; welke sturings- en beleidsinstrumenten heeft de gemeente dan om de wenselijkheid daarvan te beoordelen en het project goed- of af te keuren? Gemeente Westvoorne Voor het beantwoorden van deze vraag verwijzen we naar de Oplegger bij de RES 1.0 - Het verhaal van de energieopgave van Voorne-Putten, paragraaf ‘Hoe gaan we aan de slag na vaststelling van de RES 1.0?’. Hierin wordt vermeld hoe de stappen worden doorlopen om van RES 1.0 naar omgevingsvisies en plannen te komen. Vanuit deze plannen waarin de gemeenteraad haar RO-bevoegdheden toepast kunnen vergunningen worden beoordeeld en al dan niet worden verleend. De kaders waarbinnen dit gebiedsproces plaats heeft worden door de raad vastgelegd. Uiteraard zijn de moties een belangrijke basis hiervoor. RES-regio De instrumenten die de gemeente heeft vanuit vigerend gemeentelijk beleid en regelgeving
3.7
Kunnen de nu in RES 1.0 gedefinieerde zoekgebieden vol gezet worden met zon en wind? Waar ligt de grens en wie bepaalt die? Gemeente Westvoorne Nee, de zoekgebieden zullen niet vol worden gezet worden met zon en wind. Dit is niet wenselijk vanuit ruimtelijk beleid, niet mogelijk vanuit huidig grondgebruik en niet nodig om invulling te geven aan de ambitie vanuit de RES 1.0 wat voor Westvoorne (samen met de andere gemeentes op Voorne Putten) overeenkomt met de ambities van ‘Voorne-Putten Energieneutraal 2040’. In de kader stellende discussie die volgt kunnen de grenzen bepaald worden met de raad. Hiervoor is al een aanzet gedaan in de oplegger. RES-regio Het ‘volzetten’ van zoekgebieden is niet nodig in het kader van de RES en zelfs onwenselijk vanuit de uitgangspunten van de RES. Binnen de zoekgebieden liggen kansen vanwege het samenspel van ruimtelijke kenmerken en energieopwekking. Het vervolg na de RES 1.0 gaat om het maken van de juiste afwegingen. Dat doen we onder regie van gemeenten. Met de omgeving en met inbegrip van andere belangen en opgaven bepalen partijen (waaronder gemeenten) wat ze daarin willen laten meewegen en hoe tot een wenselijke invulling te komen. De gemeente bepaalt daarin dus zelf hoe ver ze wil gaan.
3.8
Hoe houden we als gemeente regie over de invulling van de zoekgebieden? Gemeente Westvoorne De gemeenteraad stelt de kaders vast waarbinnen het gebiedsproces zal plaatsvinden, heeft een rol bij het omgevingsbeleid en controleert bij de vergunningverlening. In de verdere uitwerking van de zoekgebieden wordt gezocht naar de meest optimale oplossingen, gezien vanuit draagvlak, ruimtelijke inpassing, relatie met andere opgaven en systeemefficiëntie. Hierdoor kunnen zoekgebieden worden aangepast, afvallen of worden toegevoegd.
9
3.9
Hoe borgen we dat het Natura2000 gebied gevrijwaard wordt? Gemeente Westvoorne In de RES 1.0 zijn alle Natura2000 gebieden gevrijwaard. Er zijn geen zoekgebieden in de Natura2000 gebieden. Dus in het ruimtelijk beleid zal het niet worden toegestaan dat daar energie opwek op land plaats vindt. RES-regio Door dat beleidsmatig en in Omgevingsvisie, -plan en -programma te borgen. En door de RES te volgen, want daar staat ook dat we de Natura2000 gebieden willen vrijwaren.
3.10
Hoe zijn de zoekgebieden in RES 1.0 tot stand gekomen? Op basis van welke participatie-activiteiten en brondocumenten? Gemeente Westvoorne In aanloop naar de RES hebben we voor Voorne-Putten de energieverkenning laten uitvoeren. Hierbij zijn diverse stakeholders betrokken in verschillende ontwerp sessies, zoals de provincie, LTO, Stedin, de veiligheidsregio, DCMR, Energiecoöperatie Voorne-Putten Energie en Natuurlijk Voorne Putten. Dit advies was een belangrijke basis van de inbreng. De oplossingsrichtingen zijn ontwikkeld op basis van technisch-inhoudelijke onderzoeken en analyses, waarna in samenspraak met betrokken partijen gedeelde conclusies zijn getrokken. Daarnaast was de inbreng gebaseerd op bestaande lokale en regionale visies en afspraken, projecten in de pijplijn (zoals de VRM-windlocaties), principe-initiatieven en kennis van wat leeft in de gemeente In het participatietraject rondom de concept-RES hebben we op Voorne Putten 978 mensen bereikt. De bevindingen zijn in een rapport gedeeld met de gemeenteraad. We hebben onder andere gekeken of er tegenstellingen waren tussen de bevindingen van het participatie traject en de zoekgebieden. Hierin werd bevestigd de voorkeur voor zon op daken en bedrijventerreinen, de voorkeur van het kassengebied boven het open landschap en de voorkeur om de noordrand van het eiland te benutten.
Ook is hier uitgekomen dat inwoners geen zonne-energie in het open landschap willen. De input van raadsleden tijdens de technisch-inhoudelijke sessies en commissie- en raadsbesprekingen hebben eraan bijgedragen dat het open landschap op Voorne-Putten wordt gevrijwaard, alleen is gekeken naar wind in de VRM-locaties, en de ambities die we als Voorne Putten hebben ingebracht zijn gelimiteerd (tot ca. 30% van de doelstelling ‘Voorne-Putten energieneutraal’). Verder bevestigde die bijvoorbeeld de inzet op zon op daken, het belang van besparing en opslag van energie, en de matiging op biomassa. RES-regio Zie vraag 3.1 en nadere aanvulling vanuit de gemeente mbt VP activiteiten.
3.11
Hoe komt het dat, ondanks dat in bijlage 4 vermeld staat dat we op Voorne-Putten alleen de VRM-locaties inzetten voor wind, voor het zoekgebied in de noordrand van het eiland nog wel zowel zon als wind staan ingetekend? Hoe borgen we de limitering van enkel VRMlocaties tot RES 2.0? Gemeente Westvoorne In de kaart vallen de zoekgebieden langs de gehele A15 en de noordrand van Voorne-Putten samen, maar het onderzoek naar de mogelijkheden van energie-opwek langs de infrastructuur en het gebiedsproces van de Noordrand zijn feitelijk twee aparte trajecten. Vanzelfsprekend is er wel afstemming tussen deze trajecten. Vanuit het rijk is het OER-programma opgericht om de mogelijkheden en wenselijkheid van energie langs grote infrastructuur nader te onderzoeken en daarbij de samenwerking met Rijkswaterstaat en de RES-regio te versterken. 10
Over de A15 hebben de eerste inventariserende gesprekken over de (on)mogelijkheden plaatsgevonden. In navolging op de afspraken die wij op Voorne Putten hebben gemaakt, zoals verwoord in de oplegnotitie, heeft het college aangegeven dat in ons gebied geen draagvlak zal zijn voor wind anders dan in de VRM-locaties. Daarom wordt in het onderzoeksprogramma van OER in de scope opgenomen dat voor ons grondgebied binnen het zoekgebied alleen zal worden gekeken naar zonne-energie. De borging zit in het feit dat het college de lijn inbrengt die klopt met de wensen van de raad en de afspraken op Voorne-Putten.
11
4. Participatie – invloed van inwoners en andere belanghebbenden Inwoners en belanghebbenden moeten betrokken worden bij de energietransitie en de keuzes die daarover gemaakt worden voor onze gemeente. In de commissie zijn zorgen over de representativiteit van de tot nu toe bereikte groep participanten voor Voorne-Putten en Westvoorne en de mate waarin hun wensen en ideeën meegenomen zijn in de RES 1.0 en ook meewegen in de volgende fase. 4.1 Welke afspraken moeten we maken over participatie? Gemeente Westvoorne De veranderingen door de energietransitie zijn straks zichtbaar en hebben impact op het dagelijks leven. Bij participatie praten inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties mee over de verduurzamingsplannen. Als iedereen zich vertegenwoordigd voelt in de besluitvorming, draagt dit bij aan acceptatie en draagvlak.
RES-regio
In de kader stellende discussie rondom de gebiedsprocessen zal participatie vanzelfsprekend een rol krijgen. Op Voorne-Putten trekken de vier gemeenten nauw samen op voor een laagdrempelige en brede aanpak van de communicatie en participatie met inwoners en stakeholders. De mogelijkheden voor (financiële) participatie zullen nader worden uitgewerkt en eerlijk en transparant gecommuniceerd. De regio besteedt veel aandacht aan participatie zoals door het informeren en raadplegen van inwoners tot en met het stimuleren van mede-eigenaarschap van een energieproject. Regionaal wordt opgepakt wat gemeentegrensoverschrijdend is. De regio stimuleert onderling overleg en samenwerking en maakt in haar communicatieaanpak gebruik van relevante gedagswetenschappelijke inzichten. De regio stimuleert waar mogelijk het contact tussen de gemeenten en de Participatiecoalitie. Er wordt door de regio gemonitord (o.a. in de thematische overleggen) of de huidige regionale afspraken leiden het beoogde draagvlak onder belanghebbenden en specifieke doelgroepen. We onderzoeken of er behoefte ontstaat aan regionale afspraken over SMARTparticipatiedoelstellingen, die verder gaan dan de huidige afspraken, de lokale inzet en de behaalde effecten. Daarbij wordt ook onderzocht wat de regio kan doen ter bevordering van het streven naar de 50% lokaal eigendom zoals in het Klimaatakkoord is afgesproken.
Er is voor gekozen om lokaal te doen wat kan. De gemeenten communiceren op de manier die bij de lokale situatie past. Onder de regie van de gemeenten wordt de betrokkenheid van inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden bevorderd. Gemeenten formuleren eigen, meetbare, doelstellingen, passend bij de lokale omstandigheden en kenmerken. Door ook gebruik te maken van de afspraken in de Omgevingswet, voorzien de gemeenten in het benodigde maatwerk. Het op eenduidige wijze beoordelen van participatie en draagvlak onder direct omwonenden en betrokkenen is niet exclusief voorbehouden aan deze regio en derhalve zal, zoals in de RES 1.0 is vermeld, ook samenwerking zijn met, en gebruik worden gemaakt van, expertise en/of handvatten van Nationaal Programma RES. In 2019 startte de Participatiecoalitie, een samenwerking tussen HIER, Energie Samen, Natuur en Milieufederaties, Buurkracht en LSA Bewoners (hieropgewekt.nl). Gezamenlijk werken ze aan nadere invulling van participatie in de energietransitie, de omgevingsparagraaf en wijkgerichte aanpak. Ze bouwen voort op eerdere afspraken, zoals de Green Deal Participatie van de Omgeving bij Duurzame Energieprojecten (maart 2018). Zij maken zich er hard voor dat de belangen van de coöperaties, natuur- en milieuorganisaties en bewonersorganisaties goed vertegenwoordigd 12
Provincie Zuid-Holland 4.2
zijn. In onze regio is de Participatiecoalitie bestuurlijk vertegenwoordigd en betrokken in de uitvoeringslijnen. Zie het antwoord op vraag 2.3.
Welke resultaten en aandachtspunten zijn vanuit het participatietraject meegenomen in de RES 1.0? Gemeente Westvoorne Er zijn een aantal aanbevelingen gedaan vanuit het participatietraject en hieronder geven we weer hoe we met de belangrijkste bevindingen zijn omgegaan. Verder verwijzen we naar de rapportage van de participatie over de RES op Voorne Putten.
4.3
Beperk de negatieve effecten van windenergie en zonnevelden voor inwoners zoveel mogelijk. Dit krijgt zijn invulling in de uitwerking van de projecten. Inwoners willen de energie zoveel mogelijk niet zien en horen. In het gebiedsproces vertaalt zich dit in zonneprojecten die zijn omgeven door groen en mogelijk liggen op plekken waar er niet of nauwelijks zicht op is (hierover zijn ook een tweetal moties ingediend). Voor wind heeft dit invloed op uitgangspunt om het beperken van geluidsoverlast van windenergie op te nemen in de normstelling. Behoud de natuur en het open landschap van Voorne-Putten zoveel mogelijk. In de zoekgebieden heeft energie-opwek in het open landschap nauwelijks een rol. Er is op geheel Voorne Putten een opgave van 5 GWh. Dit komt overeen met ongeveer 5 hectare. Ook hebben we aangegeven dat we hier niet mee starten omdat zowel de gemeente als de provincie nog een oordeel moet vormen of en hoe we dit willen invullen. Zoek naar gebieden met een lagere belevingswaarde als mogelijke locaties voor windmolens en zonnepanelen . Mede vanwege dit gegeven kijken we bijvoorbeeld naar zonne-energie langs de A15 en in de Noordrand en het kassengebied. Deze hebben een lagere belevingswaarde dan het Natura2000 gebied en het open landschap Kies bij windmolens voor efficiëntie, zodat een groter deel van het eiland gevrijwaard kan blijven .
Mede vanwege dit gegeven proberen we de VRM-locaties zo optimaal mogelijk benutten. Kies bij zonnepanelen voor het kassengebied, bedrijventerreinen en daken . Mede vanwege dit gegeven is het zoekgebied van het kassengebied opgenomen. Er liep al een inventarisatie van het benutten van de daken van de bedrijventerreinen. Zoek naar mogelijke combinaties van zonnepanelen en windmolens. Dit kan bij de VRM-locatie op de Noordrand nog verder uitgewerkt worden. In ander gemeentes is dit ook het uitgangspunt (zoals bijvoorbeeld de ondernemerspolder in Brielle) Wees duidelijk waar het gesprek wel en niet over gaat, en onderbouw dit . Dit krijgt zijn uitwerking in het vervolg van het participatietraject. Mede hierom hebben we onze vragen in dit participatie traject gefocust op de afwegingen die ertoe deden in de RES. Betrek inwoners en professionele stakeholders bij het vervolgtraject . Deze ambitie is opgenomen in de RES 1.0 en zal ook vorm krijgen in de gebiedsprocessen en in de deelprojecten.
Welke onderwerpen of doelgroepen resteren en hoe worden die alsnog meegenomen? Gemeente Westvoorne In het voorgaande participatietraject hebben de gemeenten van Voorne-Putten met de samenleving gesproken via 13
een digitale peiling (978 deelnemers), drie digitale inwonersavonden (63 deelnemers) en een digitaal werkatelier met 28 professionele stakeholders. Ook zijn twintig telefonische interviews afgenomen met unusual suspects, inwoners die zich normaal gesproken niet zo snel mengen in het debat over de energietransitie. Dit traject is begeleid door adviesbureau EMMA. Ook de jongerenorganisatie Jong-RES nam aan deze gesprekken deel. Deze brede consultatie zouden we graag voortzetten. In de nieuwe fase van uitwerking van de ambities van RES 1.0 richting RES 2.0 zal een aantal doelgroepen en thema’s extra aandacht krijgen: In de gebiedsprocessen, zullen naast omwonende de grondeigenaren meer in beeld komen bij participatie en communicatie-activiteiten. In de uitwerking van zoekgebieden zullen vanuit de regio analyses plaatsvinden op het gebied van netimpact, systeemefficiëntie en effecten op het niveau van kosten, doorlooptijd en ruimtebeslag van de netinfrastructuur. En dus de haalbaarheid en betaalbaarheid. Richting de RES 2.0 zullen we zowel binnen als buiten onze regio meer ervaring opdoen over financiële participatie. Aanvullend onderzoek kan dan nuttig zijn. Financiële participatie is zowel gericht op financieel (mede)eigenaarschap als op financiële prikkels voor stakeholders, om duurzame elektriciteitsproductie aantrekkelijker en haalbaarder te maken.
Investeren in en/of voordeel ervaren van de opbrengsten van een energieproject voor omwonenden kan daar een uitwerking van zijn. Dit kan door middel van medeeigenaarschap, waardoor omwonenden via een vereniging of coöperatie meeprofiteren van het energieproject. Of via financiële (risicodragende) deelname van omwonenden in de vorm van bijvoorbeeld aandelen, certificaten of obligaties. Het is nog te onderzoeken welke laagdrempelige financieringsvormen zich hiervoor het beste lenen.
14
5. Wet- en regelgeving – borging volksgezondheid in rijksnormen voor windturbines Op 30 juni heeft de Raad van State een uitspraak gedaan over een windpark die ook effect heeft op veel andere windlocaties. Daarnaast zijn er zorgen over fysieke klachten bij omwonenden van windparken elders die mogelijk in verband gebracht kunnen worden met laagfrequent geluid van windturbines. 5.1 Hoe gaan we om met de uitspraak van de Raad van State over de onderbouwing van de rijksnormen voor windparken? Gemeente Westvoorne Deze vraag past in de context van de ontwikkeling van windenergie op de VRM-locatie Noordzeeboulevard. Dit maakt geen onderdeel uit van het gesprek over de RES. Aangezien nog geen vergunningverlening heeft plaatsgevonden voor deze locatie, zal de uitspraak hier naar verwachting geen grote consequenties hebben. Gemeenten mogen eigen normen vaststellen en gaan hierover in gesprek met andere gemeenten en de provincie. 5.2
Wordt onderzoek naar klachten over laagfrequent geluid als gevolg van windturbines voldoende serieus meegenomen in het vooronderzoek voor windprojecten in en rondom gemeente Westvoorne? Gemeente Westvoorne Ja, in de MER. Hierbij verwijzen wij naar de beantwoording van de raadsvraag van dhr. Plantinga
5.3
Hoe wordt technisch (bijvoorbeeld door een stilstandvoorziening) en beleidsmatig geborgd dat de volksgezondheid in gemeente Westvoorne niet wordt aangetast door laagfrequent geluid van windturbines? Gemeente Westvoorne Afhankelijk van de te verwachten effecten worden op basis van de MER passende maatregelen genomen. Hierbij verwijzen we naar de beantwoording van de raadsvraag van dhr. Plantinga.
15
6. Doelstelling – een energieneutraal Voorne-Putten De Routekaart Duurzaam Voorne-Putten vormt de basis voor de bijdrage die de vier gemeenten leveren aan de RES 1.0. 6.1
Hoe kan de doelstelling ‘energieneutraal Voorne-Putten’ meetbaar gemaakt worden teneinde monitoring op voortgang en het uiteindelijk behalen van die doelstelling mogelijk te maken? Gemeente Westvoorne Er is op dit moment geen lokaal monitoringsprogramma op Voorne Putten. Het college is van mening dat monitoring wel belangrijk is en inspirerend kan zijn. Binnen de RES-regio is dit geagendeerd en er is een monitoringsprogramma opgesteld voor de voortgang op de regionale doelstelling. In navolging op de RES 1.0 stellen alle gemeenten een actieplan op dat de voortgang concreter maakt en waarop gemonitord zal worden.
6.2
Er is weerstand tegen grootschalige opwek van energie op land. Liever wordt in kleine stappen gestart. Hebben we regie over ons eigen tempo in het behalen van deze doelstelling? Gemeente Westvoorne Ja. En we zetten ook al kleine stappen, zoals: Stimuleren van energiebesparing met een veelheid aan activiteiten binnen de campagne ‘Energie besparen dat levert wat op’; Stimuleren van verduurzaming in de bestaande gebouwde omgeving met energiecoaches voor particulieren, een duurzaamheidscoach voor bedrijven, en de gemeentelijke duurzaamheidslening; Via Greenport in gesprek met tuinders onderzoeken van mogelijkheden voor duurzame energie-opwek in het kassengebied; Het voorleggen van het initiatief voor een zonneveld aan de Konneweg aan de Provincie; Ontwikkeling door het waterschap de Hollandse Delta van een kleine zonneweide op de waterzuiveringsinstallatie; Voorbereiding voor ontwikkeling van de VRM-windlocatie aan de Noordzeeboulevard; Stimuleren van innovatie in het Fieldlab aan het Oostvoornse Meer. Een voortvarende aanpak is echter wel nodig om tijdig de vruchten te kunnen plukken. Voor 2025 dienen vergunningen afgegeven te zijn voor de ontwikkeling van zonne- en windenergie. Zo halen we voor 2030 onze ambities.
RES-regio
Als zoekgebieden afvallen of kleiner worden, dan blijft de ambitie van de regio voor de op te wekken hoeveelheid duurzame energie in stand. Naast de zoekgebieden in de RES, kunnen bottom-up nieuwe ideeën en initiatieven ontstaan om hernieuwbare energie op te wekken. Het is belangrijk om op dat moment ook dergelijke initiatieven te onderzoeken en de mogelijkheden en onmogelijkheden te verkennen. Initiatiefnemers doen daarvoor een eerste verkenning naar de haalbaarheid (onder andere naar draagvlak, netinfrastructuur, ecologie en goede ruimtelijke inpassing). Nieuwe initiatieven worden (los van besluitvorming over de RES) voorgelegd aan raad of college. Na vaststelling worden ze meegeteld in de RES 2.0. Ook nieuwe technieken of innovaties kunnen een rol gaan spelen. Daarom wordt de RES iedere twee jaar geactualiseerd. Ja, de gemeente heeft eigen regie over het tempo, mits de regiopartners zich inzetten voor vergunningverlening in 16
2025 en realisatie in 2030. Deze tijdlijn is krap en vraagt voortvarende actie. Het kan in het gebiedsproces blijken dat voor de periode tot 2030 de ingeschatte realisatie van duurzame energie opwek binnen bepaalde zoekgebieden niet wenselijk of niet haalbaar is, maar ook het tegenovergestelde kan het geval zijn. Het realiseren van de regionale ambitie vraagt voor het vervolg een inspanning om daar waar nodig draagvlak te versterken en niet de opgave door te schuiven of aan anderen te laten. Daarnaast is er een marge opgegeven in de regionale ambitie. Die biedt ruimte om projecten of ambities die niet mogelijk blijken op te vangen. Wanneer buiten deze marge de ambitie van de RES-regio niet wordt behaald zal met elkaar worden gekeken of en hoe dit binnen de regio opgelost kan worden. Daarbij blijven de overlegstructuren en de RO-bevoegdheden gewoon van kracht. Het is mede daarom van belang dat de monitoring goed geregeld is 6.3
Wat kunnen we leren van het rapport ‘Tussen Kolen en Parijs’ van Urgenda? Gemeente Westvoorne Heel veel. Allereerst vanwege de boodschap dat “de turbo erop” moet om de klimaatdoelen te halen. “We moeten niet gaan wachten op innovaties of wonderen.” Daarnaast onderstreept het het gegeven dat een integrale blik op het systeem meer speelruimte geeft voor versnelling van de energietransitie. Door niet alleen naar alternatieve energiebronnen te zoeken, maar daarnaast (niet of-of) ook sterk in te zetten op energiebesparing. En door mensen te stimuleren mee te doen aan de energietransitie door de voordelen te benoemen en aan te tonen. En ten slotte geeft het rapport een aantrekkelijk en inspirerend overzicht van grote, maar vooral ook kleinschaliger mogelijkheden om de transitie te versnellen.
6.4
Hoe verhoudt de bijdrage vanuit Voorne-Putten aan de RES 1.0 zich tot andere regiopartijen en tot de totale opgave voor onze regio Rotterdam – Den Haag? Gemeente Westvoorne De regio biedt in totaal 2,8 – 3,2 TWh (ofwel 2800 - 3200 GWh). Elke gemeente heeft een bijdrage geleverd, waarbij de vier gemeenten op Voorne-Putten zich gehouden hebben aan de doelstelling om als eiland energieneutraal te worden. Zoals vermeld in de oplegger draagt Voorne-Putten naar verwachting 228 GWh bij aan de ambitie, waarmee het ingeschatte aandeel van Voorne-Putten neer komt op zo’n 7% van de regio. Zodoende levert Voorne-Putten overigens geen opvallend grotere of kleinere bijdrage. Daarnaast moet, om energieneutraal te worden, naar verwachting nog 603 GWh worden toegevoegd. RES-regio Binnen de regionale samenwerking is gewerkt vanuit de ruimtelijke kansen. Wat inhoudt dat die landschapstypen die zich lenen voor energieopwekking (in meer of mindere mate) inzichtelijk zijn gemaakt en vertaald in zoekgebieden. Dat beeld is door de regio vastgelegd in de RES en ter besluitvorming gebracht. In deze zoekgebieden zijn beperkingen en andere opgaven. Daar houden we rekening mee in het bepalen van de totale ambitie voor de regio. De inzet is om binnen de zoekgebieden aan de slag te gaan met het verzilveren van de kansen die we daar gezamenlijk zien.
Lukken er projecten niet? Duren processen langer of valt de uiteindelijke opbrengst (in productie) tegen? Dan is er op regionaal niveau overleg nodig over hoe we toch die ambitie gaan halen. Dat kan leiden tot samen overeengekomen plannen om bijvoorbeeld projecten te versnellen of de inzet van bepaalde technieken te 17
intensiveren. Er is geen vooraf bepaalde verdeelsleutel. Daarmee voorkom je dat partijen gehouden kunnen worden aan iets wat niet overeenstemt met de uitgangspunten van de RES of niet redelijkerwijs te verwachten is. 6.5
Hoe verhoudt de bijdrage vanuit Westvoorne en Voorne-Putten zich tot de landelijke opdracht van 35 TWh, in ogenschouw nemend dat de optelling van alle RES-sen tezamen dit getal overschrijdt? RES-regio De regio heeft een ambitie geformuleerd die zich goed verhoudt met de ruimtelijke mogelijkheden die we hebben en die goed uitlegbaar is. Binnen de regio gaan we aan de slag om die ambitie te halen. Datzelfde mogen we verwachten van de andere RES-regio’s. We gaan er ook van uit dat er nog tegenvallers zijn en dat regio’s niet de benodigde snelheid behalen. Indien de totale realisatie onder de 35 TWh per 2030 komt volgt er een gesprek met alle RES-regio’s over de mogelijkheden die er zijn om alsnog de doelen te halen. Het is dan van belang dat die ruimte al binnen de bestaande RES-en te vinden is. Na 2030 is uiteraard de opgave nog niet gereed. Per 2050 zal er ca. 95% CO2-reductie bereikt moeten zijn.
18