21 06 Voorontwerp inpassingsplan brief aan raad bijl 3
Tekst van het document
Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta
Datum Status
26 april 2021 Voorontwerp
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
Pagina 2 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
Colofon
Projectnaam
Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta
Projectnummer
372526
Versienummer
26 april 2021
Locatie
Gemeenten Rotterdam en Westvoorne
Identificatienummer
NL.IMRO.0000.EZKip21NozIJverB.1000
Projectleiding
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Projectteam
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Sweco Nederland B.V.
Losse bijlage(n)
Verbeelding
Auteur
Sweco Nederland B.V.
Pagina 3 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
Pagina 4 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
Toelichting
Pagina 5 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
Pagina 6 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
Inhoud toelichting
Colofon—3 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7
Inleiding—13 Aanleiding—13 Het project—14 Nut en noodzaak—15 Vigerende bestemmingsplannen en beheersverordening—16 Juridisch kader—17 Relatie met de m.e.r.—18 Leeswijzer—19
2 2.1 2.2
Projectbeschrijving—21 Inleiding—21 Beschrijving van het project—22
3 3.1 3.2 3.3 3.4
Ruimtelijk beleidskader—33 Rijksbeleid—33 Provinciaal beleid—40 Gemeentelijk beleid—41 Beleid waterschap—45
4 4.1 4.2 4.3 4.4
MER en afweging VKA—47 Inleiding—47 M.e.r.-procedure—47 Onderzochte alternatieven—48 Voorkeursalternatief tracé hoogspanningsverbinding—51
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12
Onderzoek Milieu en Waarden—55 Inleiding—55 Natura 2000—55 Soortenbescherming—59 Natuurnetwerk Nederland—62 Landschap, cultuurhistorie en aardkunde—64 Bodem en water—66 Archeologie—69 Geluid—71 Veiligheid—73 Magneetvelden—75 Ruimtegebruik—75 Bouwhinder—78
6 6.1 6.2
Juridische planbeschrijving—80 Toelichting op de bestemmingsregeling—80 Beschrijving per bestemming—82
7 7.1 7.2 7.3
Uitvoerbaarheid—85 Inleiding—85 Economische uitvoerbaarheid—85 Schadebeleid—85 Pagina 7 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
7.4 7.5 7.6
Maatschappelijke uitvoerbaarheid—86 Procedurele uitvoerbaarheid—88 Conclusie—88
8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5
Overleg en zienswijzen—89 Inleiding—89 Voorbereidings-/overlegfase—89 Ontwerpfase—89 Vaststellingsfase—90 Procedure MER—90
Pagina 8 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
Vaststellingsbesluit Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta Besluit tot vaststelling van het inpassingsplan “Net op zee IJmuiden Ver Beta” (gemeenten Rotterdam en Westvoorne) De minister van Economische Zaken en Klimaat en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; overwegende, dat het ten behoeve van de aanleg van het Net op zee IJmuiden Ver Beta in de gemeenten Rotterdam en Westvoorne noodzakelijk is een planologische regeling als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) te treffen; dat op grond van artikel 20a en 20ca van de Elektriciteitswet 1998 de rijkscoördinatieregeling van toepassing is, zodat op de realisatie van dit project artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) van toepassing is en de planologische regeling wordt vormgegeven in de vorm van een inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.28 Wro; dat op dit besluit de Crisis- en herstelwet van toepassing is; dat het realiseren van windenergie op zee essentieel is voor het behalen van de doelstelling voor de opwekking van duurzame energie zoals vastgelegd in het op 28 juni 2019 vastgestelde Klimaatakkoord, te weten een toename van windenergie op zee naar minimaal 49 miljard kWh per jaar in 2030, alsmede in het op 6 september 2013 vastgestelde Nationaal Energieakkoord; dat hiertoe op basis van de Routekaart 2030 onder andere het
operationeel windvermogen op zee wordt opgeschaald naar 11,5 GW in 2030; dat dit nieuwe verbindingen van windturbines op zee met het landelijk hoogspanningsnet vereist; dat in het Energieakkoord is afgesproken dat er, waar dit efficiënter is dan een directe aansluiting van windparken op het landelijke hoogspanningsnet, een Net op zee komt; dat hierbij eveneens is afgesproken dat over de vormgeving en randvoorwaarden van dit Net op zee een besluit zal worden genomen door het kabinet dat zo nodig in wetgeving wordt verwerkt, zodat de nieuwe windparken tijdig kunnen worden verbonden met het landelijk net; dat het kabinet op 23 maart 2016 TenneT TSO B.V. (hierna: TenneT) bij wet heeft aangewezen als netbeheerder op zee ter realisatie van deze doelstellingen uit het Energieakkoord (wijziging van de Elektriciteitswet 1998, tijdig realiseren doelstellingen Energieakkoord; Staatsblad 2016, 116); dat het kabinet op 28 maart 2018 de Tweede Kamer heeft bericht het gebied IJmuiden Ver te ontwikkelen (kamerstuk 33 561, nr. 42);
Pagina 9 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
dat, gelet op artikel 3.28, eerste lid, van de Wro, Provinciale Staten van ZuidHolland en de gemeenteraden van Rotterdam en Westvoorne zijn gehoord over het voornemen tot vaststelling van het inpassingsplan; dat omtrent het voornemen overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) is gepleegd met de uitvoeringsdiensten van het Rijk (Rijkswaterstaat en RCE) en waterschap Hollandse Delta, en andere overlegpartners die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn; dat met het oog op de financiële uitvoerbaarheid van het inpassingsplan mede op grond van artikel 6.4a van de Wro een overeenkomst is gesloten met TenneT omtrent het verhaal van kosten van grondexploitatie, planschade daaronder begrepen; dat het daarom gelet op het bepaalde in artikel 6.12, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wro in samenhang met artikel 6.2.1a van het Bro niet verplicht is een exploitatieplan vast te stellen; dat bij de vaststelling gebruik is gemaakt van de ondergrond met de bestandsnaam NL.IMRO.0000.EZKip21NozIJverB.3000.dxf; dat het ontwerp van het onderhavige besluit met de bijbehorende regels en bijlagen en daarop betrekking hebbende stukken, als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0000.EZKip21NoZIJverB.2000, van [DATUM], tot en met [DATUM], voor een ieder ter
inzage heeft gelegen; dat gedurende deze termijn PM unieke zienswijzen zijn ingediend; dat een aantal van deze zienswijzen aanleiding heeft gegeven de toelichting bij het inpassingsplan aan te passen, ten opzichte van het ontwerp daarvan, van welke wijzingen in de bijlage bij dit besluit een overzicht wordt gegeven; onder verwijzing naar het milieueffectrapport Net op zee IJmuiden Ver Beta, het toetsingsadvies over het milieueffectrapport van de Commissie voor de milieueffectrapportage d.d. [DATUM], de antwoordnota vooroverlegreacties inpassingsplan, de antwoordnota zienswijzen en de toelichting bij het inpassingsplan, waarin een motivering van het te nemen besluit, alsmede een uitgebreide beschrijving van het inpassingsplan en de hieraan ten grondslag liggende onderzoeken, zijn opgenomen;
Pagina 10 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
gelet op het bepaalde in de artikelen 3.28 en 3.35 van de Wro en artikel 20a en 20ca van de Elektriciteitswet 1998 ten behoeve van het project Net op zee IJmuiden Ver Beta; BESLUITEN
Artikel 1 Het Inpassingsplan ‘Net op zee IJmuiden Ver Beta met identificatienummer NL.IMRO.0000. EZKip21NoZIJverB.3000 wordt vastgesteld. Artikel 2 Er wordt geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 Wro vastgesteld.
w.g. [DATUM] B. van ‘t Wout Minister van Economische Zaken en Klimaat
w.g. [DATUM] K. Ollongren Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Pagina 11 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
Pagina 12 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Deze toelichting bevat de motivering van het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) om de aanleg van een ondergrondse hoogspanningsverbinding van het windenergiegebied IJmuiden Ver naar het converterstation op de Maasvlakte in een inpassingsplan (ook wel afgekort tot IP)1 te regelen en is daarnaast de toelichting op de wijze van regelen.
Figuur 1.1: Ligging Net op zee IJmuiden Ver Beta
Het windenergiegebied IJmuiden Ver Beta levert een belangrijke bijdrage aan het doel uit het Klimaatakkoord om in 2030 11,5 GW (gigawatt) windenergie op zee te realiseren. Op 27 maart 2018 zijn in een Kamerbrief de hoofdlijnen voor de verdere
1
Een inpassingsplan heeft dezelfde juridische status als een bestemmingsplan, maar wordt in dit geval vastgesteld door het Rijk. Pagina 13 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
ontwikkeling van windenergie op zee tot 2030 uiteengezet, in de zogenaamde Routekaart 2030. Windenergiegebied IJmuiden Ver maakt onderdeel uit van de routekaart 2030. De routekaart 2030 gaat uit van het realiseren van windparken met een totaalvermogen van 6,1 GW in de onderstaande achtereenvolgende gebieden: 1.400 MW in het gebied Hollandse Kust (west), 700 MW in het gebied Ten noorden van de Waddeneilanden en circa 4 GW in het gebied IJmuiden Ver. De stroomproductie van het windenergiegebied IJmuiden Ver gaat via Net op zee IJmuiden Ver Alpha (2GW) en Net op zee IJmuiden Ver Beta (2GW) naar land. Alle bovengenoemde windenergiegebieden zijn aangewezen in opeenvolgende Rijksstructuurvisies. Op 5 april 2019 is een Kamerbief verschenen over de voortgang van de routekaart 2030. Hierin staat dat een platform de manier van aansluiten is voor Net op zee IJmuiden Ver, voor zowel Alpha als Beta. Waarbij op ieder platform circa 2 GW windenergiecapaciteit kan worden aangesloten en met behulp van 525 kilovolt (kV)-gelijkstroomkabels naar land kan worden getransporteerd. TenneT TSO B.V. (hierna: TenneT) zal als netbeheerder deze verbinding realiseren. 1.2
Het project In totaal wordt 4 GW van het windenergiegebied IJmuiden Ver aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet. Met het onderhavige project Net op zee IJmuiden Ver Beta wordt 2 GW aangesloten2. De windturbines in het windenergiegebied IJmuiden Ver worden direct aangesloten op een converterplatform (hierna ‘platform’)3 in het windenergiegebied. Het platform wordt met 525 kilovolt (kV)-gelijkstroomkabels aangesloten op een converterstation op land. In dit converterstation wordt de gelijkstroom omgezet in wisselstroom. Vervolgens gaat de elektriciteit via wisselstroomkabels van het converterstation naar het landelijke hoogspanningsnet. Het Net op zee IJmuiden Ver Beta betreft de aansluiting van het windpark IJmuiden Ver in het windenergiegebied IJmuiden Ver op het landelijke hoogspanningsnet. In figuur 1.2 zijn de onderdelen van het Net op zee IJmuiden Ver Beta schematisch weergegeven.
Figuur 1.2: Onderdelen project Net op zee IJmuiden Ver Beta, aangeduid met vlak binnen blauwe stippellijn
Het project bestaat uit de volgende hoofdonderdelen: • een platform op zee voor de aansluiting van de windturbines en het omzetten van 66kV-wisselstroom (afkomstig van de windturbines) naar 525kVgelijkstroom; • een ondergronds kabelsysteem op zee voor transport van 525kV-gelijkstroom; 2 3
De afvoer van de andere 2 GW wordt juridisch geborgd in het inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Alpha. In windenergiegebied IJmuiden Ver komen twee platforms: een platform voor Alpha en een platform voor Beta. Pagina 14 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
• • •
een ondergronds kabelsysteem op land voor het verdere transport van 525kVgelijkstroom naar een converterstation; een converterstation op land voor het omzetten van 525kV-gelijkstroom naar 380kV-wisselstroom; een ondergrondse 380kV verbinding tussen het nieuwe converterstation en het nieuw te realiseren hoogspanningsstation Amaliahaven.
Het inpassingsplan heeft betrekking op het deel van het project dat in het gemeentelijk ingedeeld gebied is gelegen. Dit betreft het hoogspanningstracé tot circa 2 kilometer uit de kust4, het hoogspanningstracé op land en de realisatie van het converterstation op de Maasvlakte. Het toekomstige 380kV-hoogspanningstation Amaliahaven is niet voorzien in dit project. Hiervoor wordt een separate procedure doorlopen. Omdat het ontwerp van dit inpassingsplan nog voor inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage ligt, wordt gebruik gemaakt van het instrumentarium van de Wet ruimtelijke ordening in plaats van een projectbesluit op grond van de Omgevingswet. 1.2.1
Ligging plangebied Het inpassingsplan reikt tot circa 2 kilometer uit de kust, daarbinnen ligt het gemeentelijk ingedeelde gebied. Voor het deel dat verder uit de kust gelegen is, wordt geen inpassingsplan opgesteld. Voor het gehele tracé (binnen en buiten gemeentelijk ingedeeld gebied) zijn uitvoeringsbesluiten nodig5. Het plangebied is gelegen op grondgebied van de gemeenten Rotterdam en Westvoorne en is voor dit inpassingsplan in twee delen te verdelen, een onshore (land) en offshore (zee) gedeelte6: • offshore: vanaf de grens van het gemeentelijk ingedeelde gebied voor de kust van de Maasvlakte tot aan het aanlandingspunt; • onshore: het tracé vanaf het aanlandingspunt tot en met het converterstation.
1.3
Nut en noodzaak Met het Net op zee IJmuiden Ver Beta wordt de door windenergie duurzaam opgewekte stroom in het windenergiegebied IJmuiden Ver aangesloten op het landelijke hoogspanningsnet. Er zijn twee belangrijke redenen voor het opwekken van duurzame energie. De eerste is het tegengaan van klimaatverandering als gevolg van te veel uitstoot van broeikasgassen waaronder CO2. De tweede reden is door zelf duurzame energie op te wekken, Nederland minder afhankelijk te maken van de import van fossiele energie. Met het ondertekenen van het VN-klimaatakkoord van Parijs (2016) heeft de Nederlandse regering zich gecommitteerd aan een vergaande vermindering van de uitstoot van broeikasgassen (49% vermindering in 2030 ten opzichte van 1990). Het regeerakkoord bevat de doelstelling om in 2030 een reductie van de CO2-uitstoot te realiseren door middel van onder meer windenergie op zee. Op 28 juni 2019 is met
4
5 6
Het gemeentelijk ingedeelde gebied ligt vast in de Wet regeling provincie- en gemeentegrenzen langs de Noordzeekust van de gemeente Den Helder tot en met de gemeente Sluis en wijziging van de FinanciëleVerhoudingswet 1984 (Stb. 1990, 553). Ter hoogte van de aanlanding ligt de grens op circa 2 kilometer uit de kust. Het gaat daarbij in het bijzonder om vergunningen en ontheffingen op grond van de Waterwet, de Wet natuurbescherming en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. ‘Onshore’ is het gedeelte van het tracé dat op land wordt aangelegd. ‘Offshore’ is het gedeelte van het tracé dat op zee wordt aangelegd. Dit inpassingsplan voorziet alleen in het offshore gedeelte dat binnen gemeentelijk ingedeeld gebied is gelegen, dus dicht bij land (ook wel ‘nearshore’ genoemd). Pagina 15 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
het Klimaatakkoord7 een omvangrijk samenhangend pakket gepresenteerd waarmee Nederland in 2030 de uitstoot van CO2 met ten minste 49% kan terugdringen. Op 27 maart 2018 is in de ‘Routekaart 2030’ de ontwikkeling van windenergie op zee tot 2030 uiteengezet. Het windenergiegebied IJmuiden Ver maakt onderdeel uit van deze routekaart 2030. In deze routekaart is aangegeven dat vanwege de grote totale omvang van de beoogde windparken (4 GW) en de grote afstand tot de kust (circa 80 km hemelsbreed), hiervoor een nieuw aansluitconcept nodig is. Daarom wordt IJmuiden Ver aangesloten met behulp van gelijkstroom. De omvang van het windenergiegebied (kavel) en de aansluiting van TenneT zijn op elkaar afgestemd wat leidt tot efficiëntie en kostenbesparing. Om aan de duurzame energiedoelstellingen te voldoen en een tijdige realisatie van de windparken te kunnen faciliteren, dient het Net op zee IJmuiden Ver Beta vanaf 2029 in bedrijf te zijn. In het ontwikkelkader windenergie op zee is als indicatieve opleverdatum het vierde kwartaal 2029 opgenomen8. De Nederlandse Noordzee kan een grote rol spelen in het realiseren van de nationale bijdrage aan de doelen van het klimaatakkoord van Parijs en de daarvoor benodigde verduurzaming van onze energievoorziening richting 2050.
Het Net op zee IJmuiden Ver Beta levert een bijdrage aan de energietransitie in Nederland door op doelmatige wijze de in het windenergiegebied opgewekte duurzame elektriciteit naar het Nederlandse hoogspanningsnet te transporteren. Eind 2018 is de afwegingsnotitie ‘Verkenning aanlanding netten op zee 2030’ verschenen waarin onderzocht is waar onder meer windenergiegebied IJmuiden aangesloten kan worden9. Op 5 april 2019 is er een kamerbrief verschenen over de voortgang van de Routekaart 203010. Hierin is, op basis van deze verkenning en het bestuurlijk overleg daarover, aangegeven dat IJmuiden Ver verbonden wordt met het landelijke hoogspanningsnet door twee 525 kV ondergrondse gelijkstroomverbindingen met elk een transportvermogen van 2 gigawatt (GW). De aansluitingen van beide verbindingen worden gespreid: zo zal ten minste één verbinding vanuit IJmuiden Ver moeten worden aangesloten op één van de zuidwestelijke 380 kV-stations Borssele, Rilland of Geertruidenberg. Verder wordt er gebruik gemaakt van twee platforms van elk 2 GW voor de aansluiting van windparken in IJmuiden Ver. Er is op die manier de meeste zekerheid dat het lukt om tijdig de windparken aldaar operationeel te hebben. 1.4
Vigerende bestemmingsplannen en beheersverordening Het tracé van de hoogspanningsverbinding strekt zich uit over de gemeenten Rotterdam en Westvoorne. De converterstationslocatie is gelegen binnen de gemeente Rotterdam. Met dit inpassingsplan wordt door middel van het toevoegen van een dubbelbestemming aan de bestemmingen in de vigerende bestemmingsplannen de planologisch-juridische grondslag gelegd voor de nieuwe hoogspanningsleiding. Ter plaatse van het converterstation is een enkelbestemming opgenomen in dit inpassingsplan waarmee de huidige bestemming wordt wegbestemd. Voor de gronden waarop het inpassingsplan betrekking heeft, zijn diverse bestemmingsplannen van kracht. Deze zijn in onderstaande tabel aangegeven.
7 8 9
Zie: https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2019/06/28/klimaatakkoord Ontwikkelkader windenergie op zee, Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, 20 mei 2020 Zie samenvatting Verkenning aanlanding netten op zee: https://www.rvo.nl/sites/default/files/2019/02/2019%20Afwegingsnotitie%20VANOZ%20%20SAMENVATTING.pdf. 10 Kamerbrief voortgang uitvoering routekaart windenergie op zee, 5 april 2019, DGETM / 18276832 Pagina 16 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
Gemeente Rotterdam
Naam plan Maasvlakte 1 Parapluherziening parkeernormering Rotterdam Parapluherziening biologische veiligheid Maasvlakte 2 (2018) Westvoorne Zeegebied Westvoorne 2013
Datum vaststelling 23 april 2015 14 december 2017 14 juni 2018 28 augustus 2018 25 juni 2013
Tabel 1.1: Overzicht vigerende bestemmingsplannen
1.5
Juridisch kader
1.5.1
Instrument inpassingsplan Op grond van artikel 3.28 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft het Rijk de bevoegdheid om inpassingsplannen vast te stellen. Een inpassingsplan heeft dezelfde juridische status als een bestemmingsplan, maar wordt in dit geval vastgesteld door het Rijk (minister van Economische Zaken en Klimaat en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties). In een inpassingsplan wordt de bestemming van de betrokken gronden bindend bepaald. De wettelijke procedure voor vaststelling van het inpassingsplan is gelijk aan de procedure voor de vaststelling van een bestemmingsplan. Het inpassingsplan maakt na vaststelling deel uit van het gemeentelijke bestemmingsplan. Dat het besluit over de ruimtelijke inpassing van het Net op zee IJmuiden Ver Beta wordt genomen in de vorm van een rijksinpassingsplan, volgt uit artikel 20a en 20ca van de Elektriciteitswet 1998.
1.5.2
Rijkscoördinatieregeling Voor de aanleg en instandhouding van het Net op zee IJmuiden Ver Beta is dus een inpassingsplan noodzakelijk. Daarnaast zijn allerlei uitvoeringsbesluiten (vergunningen, ontheffingen, meldingen e.d.) vereist om tot daadwerkelijke realisatie van het Net op zee IJmuiden Ver Beta te komen. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan omgevingsvergunningen, ontheffingen op grond van de Wet natuurbescherming en de vergunningen op basis van de Waterwet. In artikel 20ca van de Elektriciteitswet 1998 is bepaald dat voor de besluitvorming over de aanleg of uitbreiding van het Net op zee, niet alleen een inpassingsplan wordt vastgesteld (de planologische module) maar ook de uitvoeringsmodule van de Rijkscoördinatieregeling (RCR) wordt gebruikt. Deze is opgenomen in artikel 3.35 eerste lid, onder c, van de Wro en houdt in dat de besluitvorming ten aanzien van het inpassingsplan en de uitvoeringsbesluiten gecoördineerd wordt voorbereid en bekendgemaakt. Dit betekent dat de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) samen met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) het bevoegd gezag is ten aanzien van het inpassingsplan en deze vaststelt én de minister van EZK de besluitvorming omtrent de uitvoeringsbesluiten coördineert.
Bij de toepassing van de RCR worden de besluiten voorbereid met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en de bijzondere procedurele regels in artikel 3.31, derde lid, Wro. De regeling maakt een gezamenlijke kennisgeving en terinzagelegging van de ontwerpbesluiten (artikel 3.31, derde lid, onder b, in samenhang met artikel 3.35, vierde lid, Wro) en gelijktijdige bekendmaking van de besluiten (artikel 3.32 in samenhang met artikel 3.35, vierde lid, Wro) mogelijk. Op het ontwerp-inpassingsplan en de ontwerp-uitvoeringsbesluiten kan een ieder zienswijzen naar voren brengen.
Pagina 17 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
Vervolgens wordt het inpassingsplan door de ministers vastgesteld. De bevoegdheid om de uitvoeringsbesluiten te nemen, blijft in beginsel bij de wettelijk bevoegde bestuursorganen. Echter, de minister van EZK kan, in samenspraak met de minister van BZK of een andere minister die bij dat besluit betrokken is, zelf een beslissing op een aanvraag nemen als het bevoegde bestuursorgaan niet (tijdig) beslist of een beslissing neemt die naar het oordeel van deze ministers wijziging behoeft. Na de besluitvorming worden het inpassingsplan en de uitvoeringsbesluiten wederom tegelijk ter inzage gelegd, zodat belanghebbenden de gelegenheid hebben beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Ook de beroepsprocedure verloopt verder gecoördineerd (artikel 3.35 Wro). 1.5.3
Crisis- en herstelwet Gelet op het feit dat er sprake is van ‘ontwikkeling en verwezenlijking van werken en gebieden krachtens afdeling 3.5 Wro’ is op grond van het bepaalde in artikel 1.1 lid 1 onder a in samenhang met artikel 2.1 van bijlage I van de Crisis- en herstelwet (Chw), de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit zorgt er onder meer voor dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een termijn van 6 maanden heeft voor het doen van een uitspraak op een beroep, dat een niet tot de centrale overheid behorende overheid (rechtspersoon of bestuursorgaan) niet tegen het inpassingsplan en de uitvoeringsbesluiten in beroep kan gaan en dat het beroepsschrift meteen de gronden van beroep moet bevatten (het indienen van een pro forma beroepschrift is niet mogelijk en leidt tot niet-ontvankelijkheid van het beroep).
1.6
Relatie met de m.e.r. Het tracé voor het Net op zee IJmuiden Ver Beta is in de voorbereiding op dit inpassingsplan onder andere op basis van informatie uit de m.e.r.-procedure bepaald. Het doel hiervan is om het milieubelang een volwaardige rol te geven in de afweging ten aanzien van het tracé. Op grond van categorie D24.2 van het Besluit m.e.r.11 is de vaststelling van een tracé voor de aanleg van een ondergrondse hoogspanningsleiding m.e.r.beoordelingsplichtig wanneer die verbinding over een lengte van 5 km of meer (tot 3 nautische mijl uit de kust) door (nader in het Besluit m.e.r. aangeduid) gevoelig gebied loopt en het spanningsniveau van die verbinding 150 kV of meer is. Ook is het project m.e.r.-beoordelingsplichtig op grond van categorie D 15.2 in verband met de grondwateronttrekking voor de aanleg. Bovendien is een Passende Beoordeling noodzakelijk omdat significante effecten op Natura 2000-gebieden bij het realiseren van het project niet op voorhand uit te sluiten zijn. Omdat een Passende Beoordeling nodig is, dient op grond van art. 7.2a Wet milieubeheer verplicht een Milieueffectrapport (MER) te worden opgesteld. Het resultaat van de m.e.r.-procedure is het MER waarin de effecten op het milieu staan beschreven van de verschillende tracéalternatieven van het Net op zee IJmuiden Ver Beta.
De m.e.r.-procedure is beschreven in hoofdstuk 4 en is van belang bij het bepalen van het voorkeursalternatief. Het MER is als bijlage 1 bij de toelichting gevoegd. ‘Milieueffecten’ zijn effecten op zowel de mens (leefomgeving, ruimtegebruik en gebruiksfuncties) als de omgeving (bodem, water, natuur,
11 Op grond van artikel 7.2, eerste lid, onder a Wet milieubeheer in samenhang met artikel 2, eerste lid Besluit op de milieueffectrapportage en onderdeel D 24.2 van de bijlage bij dat besluit. Pagina 18 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
archeologie, landschap en cultuurhistorie). Dit inpassingsplan maakt de juridischplanologische inpassing van dit (voorkeurs)tracé mogelijk. 1.7
Leeswijzer Dit inpassingsplan bestaat uit de verbeelding (plankaart), het vaststellingsbesluit, de regels en de toelichting. De bestemmingen zijn geometrisch bepaald en worden digitaal verbeeld en vastgesteld. Daarnaast zijn de bestemmingen voorzien van planregels ten aanzien van bouwen en gebruik. Deze regels bepalen de randvoorwaarden waarbinnen het project Net op zee IJmuiden Ver Beta kan worden gerealiseerd. De toelichting dient als onderbouwing van het plan en kent geen rechtstreeks bindende werking. In de toelichting komen de elementen terug zoals vereist op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De toelichting is als volgt opgebouwd. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 de beschrijving van het project. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens ingegaan op de geldende (ruimtelijke) beleidskaders. Hoofdstuk 4 gaat in op het MER, waarbij de onderzochte alternatieven en het uiteindelijke voorkeursalternatief beschreven worden. In hoofdstuk 5 komen de omgevingsaspecten aan bod; in dit hoofdstuk worden de resultaten van het MER en diverse aanvullende onderzoeken beschreven. Hoofdstuk 6 bevat de toelichting op het juridische plangedeelte (regels en verbeelding). Hoofdstukken 7 en 8 bieden ten slotte inzicht in respectievelijk de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project.
Pagina 19 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
Pagina 20 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
2
Projectbeschrijving
2.1
Inleiding Het project omvat het Net op zee IJmuiden Ver Beta. Het Net op zee IJmuiden Ver Beta loopt vanaf het platform IJmuiden Ver Beta naar de aanlanding bij de Maasvlakte. IJmuiden Ver Alpha en Beta In totaal wordt 4 GW vanuit het windenergiegebied IJmuiden Ver aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet. Met het project Net op zee IJmuiden Ver Beta wordt 2 GW aangesloten. Binnen dit project is gekeken naar een aansluiting op het landelijke hoogspanningsnet op de Maasvlakte. De afvoer van de andere 2 GW wordt geregeld in het project Net op zee IJmuiden Ver Alpha. Hier wordt aangesloten op hoogspanningsstation Borssele. Voor beide projecten wordt een zelfstandige RCR (Rijkscoördinatieregeling)- en m.e.r.(milieueffectrapportage)procedure doorlopen. Er vindt afstemming tussen beide projecten plaats. Bij raakvlakken zijn beide projecten in gezamenlijkheid bekeken.
Het project bestaat uit de volgende hoofdonderdelen: • een platform op zee voor de aansluiting van de windturbines en het omzetten van 66kV-wisselstroom (afkomstig van de windturbines) naar 525kVgelijkstroom; • een ondergronds kabelsysteem op zee voor transport van 525kV-gelijkstroom; • een ondergronds kabelsysteem op land voor het verdere transport van 525kVgelijkstroom naar een converterstation; • een converterstation op land voor het omzetten van 525kV-gelijkstroom naar 380kV-wisselstroom; • een ondergrondse 380kV verbinding tussen het nieuwe converterstation en het nieuw te realiseren hoogspanningsstation Amaliahaven. Het inpassingsplan maakt enkel het Net op zee binnen het gemeentelijk ingedeelde gebied (circa 2 kilometer uit de kust) mogelijk en dus niet het offshore platform en grote delen van het kabelsysteem op zee. Daarnaast voorziet het inpassingsplan niet in het nieuw te realiseren 380kV-hoogspanningsstation Amaliahaven op de Maasvlakte.
Pagina 21 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
Figuur 2.1: Overzicht projectonderdelen Net op zee IJmuiden Ver Beta in het inpassingsplan
2.2
Beschrijving van het project
2.2.1
Hoogspanningstracé op zee Het tracé Het tracé loopt vanaf het platform Beta in zuidoostelijke richting naar de rand van het windenergiegebied IJmuiden Ver. Het tracé vervolgt in zuidwestelijke richting parallel aan en tussen het verkeersscheidingsstelsel (VSS) en het windenergiegebied IJmuiden Ver. Na het verlaten van het windenergiegebied IJmuiden Ver kruist Net op zee IJmuiden Ver Beta de scheepvaartroute. Ten noordwesten van windenergiegebied Hollandse Kust (west) komen de tracés van Net op zee IJmuiden Ver Alpha en Beta samen om vanaf dit punt tot aan het lichtplatform Goeree over een lengte van circa 78 kilometer parallel te liggen aan elkaar. Net op zee IJmuiden Ver Beta blijft buiten de Bruine Bank. Bij lichtplatform Goeree traceren Net op zee IJmuiden Ver Alpha en Beta gezamenlijk aan de oostzijde van het lichtplatform Goeree langs.
Pagina 22 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
Figuur 2.2: Ligging tracé op zee
Op platform IJmuiden Ver Beta wordt de 66kV-wisselstroom die afkomstig is van de windturbines omgezet naar 525 kV-gelijkstroom. Vanaf het platform lopen de ondergrondse transportkabels naar de kust. Deze kabels transporteren gelijkstroom met een spanningsniveau van 525 kV. Een hoogspanningsverbinding bestaat uit een samenstel van vier kabels. Dit zijn twee hoogspanning gelijkstroom kabels, waarvan één van de kabels fungeert als de plus (+) pool en de tweede als de min (-) pool. De derde kabel is de zogenoemde metallic return (MR). Deze transporteert de reststroom die ontstaat door onbalans in het voltage. Daarnaast kan de metallic return fungeren als back-up kabel in onderhoudssituaties. Dan kan er tussen één van de polen en de metallic return op half vermogen (1GW) elektriciteitstransport plaatsvinden. De vierde kabel van de bundel is de glasvezelkabel (FO) die wordt aangelegd voor communicatie tussen het platform en het landstation.
Pagina 23 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
Gebundelde ligging Er is gekozen voor een innovatieve gebundelde aanleg van de 2 GW 525 kilovolt (kV) gelijkstroomkabels, wat betekent dat de plus- en minpool, samen met een glasvezelkabel en de Metallic Return, in één bundel worden gelegd. Deze keuze is gemaakt op basis van de vele (milieu)voordelen die een gebundelde aanleg biedt in combinatie met voortschrijdende kennisontwikkeling en het behalen van mijlpalen in het ontwikkelproces met diverse marktpartijen van gebundelde kabels. De voordelen van een gebundelde aanleg zijn: lagere kosten; minder ruimtebeslag; kleiner statisch magneetveld; minder ecologische impact (op vissen, haaien en roggen); minder kompasafwijking; minder verstoring van de bodem; minder vertroebeling (door minder baggervolumes); minder stikstofuitstoot (door minder baggervolumes en snellere aanleg); minder bronbemaling; kleinere onderzoeklast (want een kleiner te onderzoeken oppervlakte); minder overlast voor scheepvaart; minder overlast voor de omgeving; minder boringen; minder kruisingen met andere kabels- en leidingen (want die worden in één keer gekruist i.p.v. in twee keer); en minder beïnvloeding op andere kabels- en leidingen. Dankzij deze gebundelde ligging is het tracé van het zeedeel van Net op zee IJmuiden Ver Beta 1.000 meter breed, waar 1.200 meter voor een ongebundeld tracé gebruikelijk is.
Dit bestaat uit een gebundelde set kabels en een onderhoudszone aan weerszijden van het kabelsysteem van 500 meter (zie figuur 2.3).
Figuur 2.3: Doorsnede van de tracébreedte van het kabelsysteem op zee
Pagina 24 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
Parallelligging met IJmuiden Ver Alpha Voor een aanzienlijk deel van het tracé op zee vindt een parallelligging plaats met IJmuiden Ver Alpha. Door één corridor voor twee hoogspanningstracés in plaats van twee corridors met elk één hoogspanningsracé, wordt de ruimte op de Noordzee efficiënter gebruikt, waardoor er meer ruimte blijft voor aansluiting van eventuele toekomstige windparken en/of overige functies. Beide hoogspanningstracés komen op 200 meter van elkaar te liggen, met de onderhoudszones aan weerszijden. Dankzij de gebundelde én parallelle ligging is het tracé van Net op zee IJmuiden Ver Alpha en Beta samen 1.200 meter breed (zie figuur 2.4).
Figuur 2.4: Doorsnede van de tracébreedte van het kabelsysteem op zee bij parallelligging met Alpha
Bijkomend voordeel is dat het (aanstaande) Natura 2000-gebied Bruine Bank dankzij de smallere corridor eenvoudiger kan worden vermeden, wat in overeenstemming is met de zorgplicht zoals verwoord in artikel 1.11, lid 2, van de Wet natuurbescherming.
Pagina 25 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
Figuur 2.5: Parallelligging met IJmuiden Ver Alpha
Nearshore Nabij de kust, vanaf de gemeentegrens van Rotterdam, is de corridorbreedte 200 meter. De onderhoudszone is hier teruggebracht tot 100 meter aan weerszijden van de hoogspanningsverbinding (zie figuur 2.6).
Pagina 26 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
Figuur 2.6: Corridorbreedte op zee nabij de kust (het plangebied van het inpassingsplan)
Aanleg Bij de aanleg en het gebruik van de hoogspanningsverbindings op zee is een belangrijk aandachtspunt dat scheepvaart zo min mogelijk hinder mag ondervinden van de verbinding (scheepvaartroutes et cetera). Bovendien dient voorkomen te worden dat de verbinding beschadigd raakt door te vermijden oorzaken van buitenaf, zoals ankeren. De verbinding op zee wordt op de zeebodem in ieder geval met een gronddekking van één meter aangelegd en dichter bij de kust een gronddekking van drie meter. Daar waar het tracé vaargeulen passeert, gelden specifieke voorschriften voor de diepteligging. Dit om schade aan de verbinding en beperkingen voor de omgeving te voorkomen. Deze voorwaarden worden vastgelegd in de watervergunning. Er zijn twee hoofdvarianten voor aanleg. De eerste is gelijktijdig leggen en begraven (Simultaneous Lay and Burial (SLB)) waarbij de verbinding wordt gelegd en begraven in één operatie. De tweede is begraven na leggen (Post Lay Burial (PLB)) waarbij de verbinding eerst op de zeebodem wordt gelegd en in een tweede gang wordt begraven. Afhankelijk van de diepte waarop de verbinding gelegd moet worden (wordt vooral bepaald door actieve zones en/of zandgolven), moet er naast trenchen ook gebaggerd worden. Tot circa 2,5 meter diepte wordt er getrenched, dit kan met behulp van o.a. spuitlansen en ploegen.
Voor grotere dieptes wordt over het algemeen eerst een sleuf in de bodem gebaggerd of wordt ter plaatse van een zandgolf deze vlak getrokken. Hierna wordt het laatste deel alsnog getrenched. Er is inmiddels (vanuit andere projecten zoals NorNed, BritNed en projecten van TenneT in Duitsland) veel bekend over de mogelijkheden en voor- en nadelen van de verschillende aanlegmethoden. Afhankelijk van de aanlegdiepte is de verwachte en onderzochte aanlegmethode het baggeren van zandgolven en/of het baggeren van de actieve zone en het trenchen onder de actieve zone.
Pagina 27 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
2.2.2
Hoogspanningstracé op land Aanlanding Het tracé landt aan de zuidzijde van de Maasvlakte aan. De kruising van het strand zal met open ontgraving worden aangelegd. Het tracé Het tracé gaat over land naar de locatie van het converterstation op de Maasvlakte. Het tracé gaat ten zuiden van de Slufter langs hetzelfde tracé als de BritNed verbinding; langs de Noordzeeboulevard en de N15. Vervolgens gaat het tracé langs de Dardanellenstraat naar de locatie van het converterstation.
Figuur 2.7: Overzicht van het tracé op land
Pagina 28 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
Aanleg Ook bij het tracé op land is een gebundelde aanleg het uitgangspunt. In figuur 2.8 is de corridorbreedte op land opgenomen. Vanwege de beperkte beschikbare ruimte is er voor de kabelconfiguratie op de Maasvlakte maatwerk toegepast met een smalle belemmerende strook. Open ontgraving
Open ontgraving, bij wegkruisingen
Boring
Figuur 2.8: Tracébreedtes kabelsysteem op land
Pagina 29 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
Overigens blijft ter plaatse van de belemmerende strook de bestaande bestemming en functie op maaiveld gehandhaafd. Zo kan op het strand nog steeds recreatie plaatsvinden. Om de circa 800 tot 1.200 meter is een verbindingsmof nodig om landkabels te verbinden. Op de moflocatie ligt een betonplaat. De breedte van de verbindingsmofput is circa 5 meter, de lengte circa 10 meter en de diepte circa 1,6 meter. De hoogspanningsverbinding wordt deels met HDD boringen aangelegd en deels met een open ontgraving (zie figuur 2.7). Bij een boring is op maaiveld alleen werkruimte nodig bij het in- en uittredepunt. Bij een open ontgraving is sprake van een werkstrook van 27 meter breed, zie figuur 2.9.
Figuur 2.9: Werkstrookbreedte bij open ontgraving op land
2.2.3
Converterstation Het converterstation zet de stroom van 525kV-gelijkstroom om naar 380kVwisselstroom. Dat is nodig omdat het landelijk hoogspanningsnet op 380kVwisselstroom draait. Het converterstation bestaat onder andere uit converters12 (omvormers), reactoren13, transformatoren14 en 380 kV-schakelvelden15. De converters, reactoren en transformatoren staan in gebouwen, de schakelvelden buiten.
12 13 14 15
Het omzetten van gelijkstroom naar wisselstroom en vice versa. Hiermee wordt het blindvermogen dat door de kabel wordt opgewekt, gecompenseerd. Hiermee worden elektriciteitsnetten van verschillende spanningsniveaus verbonden. Hiermee worden de diverse netelementen (kabels, transformatoren, reactoren, etc.) op een veilige en onderhoudbare manier verbonden aan het landelijke net. Hiermee kunnen elektrische fouten ook op een juiste manier worden afgeschakeld. Pagina 30 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
Figuur 2.10: Indicatieve weergave converterstation
Locatie en lay out Het converterstation is voorzien tussen de Prinses Amaliahaven en de Dardanellenstraat (zie figuur 2.11). Het converterstation wordt ontsloten via de Dardanellenstraat.
Figuur 2.11: Locatie en lay-out converterstation met direct noordoostelijk aansluitend het toekomstige 380kV-hoogspanningsstation Amaliahaven Pagina 31 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
De benodigde oppervlakte voor het converterstation is circa 4,5 hectare. De afmetingen zijn circa 125 meter bij 370 meter. In het midden van de locatie is een gebouw voorzien van circa 70 meter lang, 30 meter breed en 15 meter hoog. Onder dit gebouw is een kelder voorzien van circa 46 meter lang en 20 meter breed, die tot maximaal 2,5 meter diep de grond in gaat. Overige bouwwerken op het converterstation zijn maximaal 25 meter hoog. Direct ten noordoosten van het converterstation is een toekomstig nieuw 380kVhoogspanningsstation voorzien (station Amaliahaven). Dit nieuwe station is geen onderdeel van dit inpassingsplan. Het station is nodig vanwege voorziene ontwikkelingen op de Maasvlakte. Net op zee IJmuiden Ver Beta zal op dit nieuwe 380kV-hoogspanningsstation aansluiten. Aanleg Op de locatie voor het converterstation komt een aantal bouwwerken, installaties en aansluitingen van het kabelsysteem. Daarvoor is de aanleg van funderingen noodzakelijk. Daarnaast vindt er de nodige bestrating plaats ten behoeve van de wegen op het terrein. De schakeltuin wordt afgewerkt met een grasmengsel met slechts lokaal bodemversterking waar dit nodig is voor beheer en onderhoud. Op die plaatsen waar de bodem wordt versterkt, wordt dit afgewerkt met vlakke grasblokken/grastegels.
Pagina 32 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
3
Ruimtelijk beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Energieakkoord voor duurzame groei, 2013 In het Energieakkoord voor duurzame groei (kortweg: Energieakkoord)16 is met de betrokken partijen een pakket aan maatregelen afgesproken om te komen tot een toename van het aandeel van hernieuwbare energieopwekking naar 14% in 2020 (deze doelstelling komt voort uit de Europese richtlijn voor hernieuwbare energie) en een verdere stijging van dit aandeel naar 16% in 2023. Onderdeel van dit pakket is de bouw van grootschalige windmolenparken in de Noordzee. Afgesproken is dat 4.450 MW aan windvermogen op zee operationeel is in 2023.
3.1.2
Structuurvisie Windenergie op Zee Met de Rijksstructuurvisie Windenergie op Zee17 zijn de windenergiegebieden Hollandse Kust (waaronder het onderhavige plangebied) en ten noorden van de Waddeneilanden aangewezen. De keuze voor deze gebieden is gemaakt op basis van een zo ‘conflictvrij’ mogelijke uitwerking, voor zover het de belangen voor scheepvaart, het mariene ecosysteem, olie en gas, defensie en luchtvaart betreft.
3.1.3
Wijziging Elektriciteitswet 1998 (tijdig realiseren doelstellingen Energieakkoord) De taak om het Net op zee aan te leggen, inclusief de randvoorwaarden die daarbij horen en de regulering rond het Net op zee, is opgenomen in de Wet van 23 maart 2016 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 (tijdig realiseren doelstellingen Energieakkoord; Staatsblad 2016, 116). In deze wet is TenneT aangewezen als netbeheerder op zee en daarmee verantwoordelijk voor de netaansluiting van de offshore windparken. Het nieuwe uitgiftesysteem inclusief het aanwijzen van TenneT als netbeheerder op zee is op vele fronten beter dan het realiseren van individuele aansluitingen. Immers door de investeringen in infrastructuur op zee bij TenneT te bundelen ontstaan synergievoordelen, zoals voordelige financiering, inkoopvoordeel, standaardisatievoordeel en voordeel door kennisontwikkeling. TenneT werkt daarbij samen met alle relevante partijen.
3.1.4
Energierapport en energieagenda Het Energierapport18 van januari 2016 benoemt de belangrijkste uitkomsten van het in december 2015 gesloten internationale klimaatakkoord en geeft een integrale visie op de toekomstige energievoorziening van Nederland tot 2050. Het kabinet stelt voor de transitie naar duurzame energie drie uitgangspunten centraal: 1) aansturen op CO2-reductie; 2) verzilveren van de economische kansen die de energietransitie biedt en 3) integreren energie in het ruimtelijk beleid. De hoofdlijnen van het Energierapport zijn uitvoerig besproken in de Energiedialoog19. De uitkomsten van de dialoog zijn bouwstenen geweest voor de Energieagenda20 die op 12 december 2016 is aangeboden aan de Tweede Kamer. 16 Energieakkoord voor duurzame groei, kamerstuk 30196, nr. 202. 17 Kamerstukken II, 2014/15, 33 561, nr. 11 18 Energierapport “Transitie naar duurzaam”, kamerstuk 31510, nr. 50. 19 Energiedialoog, Kamerstuk 30196, nr. 484. 20 Energieagenda “Naar een CO2-arme energievoorziening”, kamerstuk 31510, nr. 64. Pagina 33 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
Met deze agenda beoogt het kabinet een helder en ambitieus perspectief te schetsen richting 2030 en 2050. In de Energieagenda wordt tevens ingegaan op de verdere ontwikkeling van windenergie op zee. In de Energieagenda is de voorbereiding van een routekaart windenergie op zee voor de periode tot 2030 aangekondigd. Voor deze routekaart wordt verwezen naar paragraaf 3.1.6. 3.1.5
Routekaart 2023 In de Routekaart windenergie op zee 2023 (hierna Routekaart 2023)21 is uiteengezet op welke wijze ongeveer 4,5 gigawatt (GW) aan windvermogen op zee operationeel is in 2023. De Routekaart 2023 geeft aan dat er circa 1 GW gerealiseerd is en dat er nog circa 3,5 GW gerealiseerd moet worden. Een belangrijk onderdeel hiervan is het werken met de aansluiting van kavels van windenergie op een systeem met standaardplatforms van TenneT van 700 MW, omdat dit leidt tot efficiëntie en kostenbesparing. Er is besloten de 3,5 GW te realiseren in de drie windenergiegebieden Borssele, Hollandse Kust (zuid) en Hollandse Kust (noord). In Borssele en Hollandse Kust (zuid) worden in beide gebieden twee windparken van 700 MW gerealiseerd, in Hollandse Kust (noord) wordt één windpark van 700 MW gerealiseerd. Daarbij is besloten dat het windenergiegebied Borssele als eerste, Hollandse Kust (zuid) als tweede en Hollandse Kust (noord) als derde project gerealiseerd gaat worden. Inmiddels is een deel van de kavels gerealiseerd (Borssele I en II) en worden de overige kavels in Borssele, Hollandse Kust (zuid) en Hollandse Kust (noord) gerealiseerd danwel voorbereid.
3.1.6
Routekaart 2030 Op 28 maart 2018 zijn in een kamerbrief de hoofdlijnen voor een nieuwe routekaart windenergie op zee (vanaf nu Routekaart 2030)22 uiteengezet. Het kabinet wil een volgende stap zetten in de verdere realisatie van windenergie op zee voor de periode 2024 tot en met 2030, en nu een start maken met de voorbereiding daarvan. Het regeerakkoord bevat de opgave om in 2030 door middel van windenergie op zee een extra reductie van de CO2-uitstoot te realiseren. Deze opgave vertaalt zich in een totale omvang van de windparken op zee van circa 11,5 GW in 2030. Rekening houdend met de bestaande windparken (circa 1 GW) en de te realiseren windparken uit de routekaart 2023 (circa 3,5 GW), betekent dit dat er tussen 2024 en 2030 windparken bij moeten komen met een gezamenlijk vermogen van circa 7 GW; dit gaat uit van een uitrol van circa 1 GW per jaar. De reden om nu een routekaart windenergie op zee 2030 op te stellen is tweeledig: • Allereerst is continuïteit in de realisatie van windenergie op zee belangrijk voor het tijdig halen van de bovengenoemde opgave. Om in 2024 of 2025 het eerste windpark in gebruik te kunnen nemen, is het noodzakelijk om in 2020 dan wel 2021 voor de betreffende kavel(s) een tender uit te schrijven.
• Daarnaast is vroegtijdige duidelijkheid over realisatie van windparken op zee noodzakelijk voor het bieden van marktperspectief en het vasthouden van het vertrouwen van windparkontwikkelaars. Dit leidt tot kostenverlaging en investeringsbereidheid. De routekaart 2030 gaat uit van het realiseren van windparken in de onderstaande achtereenvolgende gebieden: • 1,4 GW in het gebied Hollandse Kust (west); • 0,7 GW in het gebied Ten noorden van de Waddeneilanden;
21 Ministerie van Infrastructuur en Milieu en ministerie van Economische Zaken, Routekaart voor windenergie op zee, brief d.d. 26 september 2014, kamerstuk 33561, nr. A/11. 22 Ministerie Economische Zaken en Klimaat, Routekaart windenergie op zee 2030, brief d.d. 27 maart 2018, Kamerstuk 33561, nr. 42. Pagina 34 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
• circa 4 GW in het gebied IJmuiden Ver.23 Voor het gebied IJmuiden Ver Beta is de aanbesteding voorzien in het vierde kwartaal van 2024 en wordt verwacht dat het windpark in 2029 in gebruik wordt genomen. Alle bovengenoemde windenergiegebieden zijn aangewezen in de Structuurvisie Wind op Zee (zie paragraaf 3.1.2). In figuur 3.1 zijn ze op kaart aangeduid.
Figuur 3.1: Routekaart windenergie op zee. Bestaande windparken (in rood), windenergiegebieden van de routekaart 2023 (in blauw), windenergiegebieden van de routekaart 2030 (in groen) en overige al aangewezen windenergiegebieden (in geel).
23 Over de resterende 0,9 GW zal het kabinet op een later tijdstip een besluit nemen. Pagina 35 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
3.1.7
Kaderrichtlijn Mariene Strategie De Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) heeft tot doel het beschermen en herstellen van de Europese zeeën en oceanen en duurzaam gebruik te bevorderen. De KRM verplicht elke Europese lidstaat tot het vaststellen van een mariene strategie. Deze strategie moet gericht zijn op bescherming, behoud en herstel van het mariene milieu (een goede milieutoestand) waarbij tevens een duurzaam gebruik van de Noordzee wordt gegarandeerd. De lidstaten moeten de nodige maatregelen treffen om in hun mariene wateren deze ambitie te bereiken. Zij moeten daarbij samenwerken als EU-lidstaten en met andere landen in hun mariene regio. De kaderrichtlijn beveelt aan om daarbij zoveel mogelijk gebruik te maken van bestaande regionale zeeconventies. Nederland heeft de doorwerking van de richtlijn in 2010 opgenomen in het Waterbesluit onder de Waterwet.
3.1.8
Nationaal Waterplan (NWP2), Beleidsnota Noordzee 2016-2021 en Nationaal Water Programma 2022-2027 Voor de periode 2016-2021 is het Noordzeebeleid verder uitgewerkt in het Nationaal Waterplan (NWP2) en als onderdeel hiervan in de Beleidsnota Noordzee (2015). De Beleidsnota Noordzee vormt het kader voor activiteiten op de Noordzee, waaronder dat van windparken en bijbehorende voorzieningen. Het NPW2 is vastgesteld op 11 december 2015. Het ontwerp Nationaal Water Programma 2022-2027 ligt in het voorjaar en zomer van 2021 ter inzage.
3.1.9
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (ook wel Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en nadien aangevuld. Het Barro vormt een wettelijk kader waaraan ruimtelijke plannen van lagere overheden dienen te voldoen. Naast algemene regels betreffende het opstellen van een bestemmingsplan of inpassingsplan, worden in het Barro ook nationale belangen gedefinieerd. Eén daarvan is de elektriciteitsvoorziening. Onder Titel 2.8 Elektriciteitsvoorziening zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van de landelijke elektriciteitsvoorziening. Windenergie is hier echter van uitgezonderd (art. 2.8.1 Barro). Daarom heeft deze titel geen betrekking op het onderhavige inpassingsplan. Overige nationale belangen zoals gedefinieerd in hoofdstuk 2, worden niet aangetast. Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van deze inpassingsplantoelichting.
3.1.10
Beleidsadvies inzake magneetvelden Elektromagnetische velden Elektrische en magnetische velden ontstaan bij het transport en het gebruik van elektriciteit. Het elektrisch veld is in dit kader verder niet van belang, omdat dit door een (geaarde) mantel die om de kabels heen zit wordt afgeschermd. Dat geldt niet voor magnetische velden. Verschillende soorten magneetvelden Elektriciteit kan met twee verschillende technieken door een kabel worden getransporteerd: met wisselstroom of met gelijkstroom. Wisselstroom wordt gebruikt om elektriciteit over relatief korte afstanden te verplaatsen. Gelijkstroom wordt gebruikt om elektriciteit over langere afstanden te verplaatsen, zoals bij het Net op zee IJmuiden Ver Beta. Wisselstroom en gelijkstroom veroorzaken verschillende soorten magneetvelden. Een wisselstroom-magneetveld heeft een frequentie van 50 hertz, een gelijkstroom-magneetveld is statisch, met een frequentie van 0 hertz. Simpel gezegd: een wisselstroom-magneetveld gaat 50 keer Pagina 36 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
per seconde aan/uit, een gelijkstroom-magneetveld staat constant aan. Het Net op zee IJmuiden Ver Beta bestaat grotendeels uit een gelijkstroomtracé (het tracé tussen platform op zee en converterstation op land) en voor een klein stuk uit een wisselstroomtracé (het tracé tussen het converterstation op land en het 380 kVstation). Huidig beleidskader AC-magneetvelden In Nederland wordt voor de blootstelling aan magnetische velden bij wisselstroom van 50 hertz de adviesgrenswaarde van 100 microtesla gehanteerd. Deze adviesgrenswaarde is gebaseerd op een Aanbeveling van de Europese Unie (1999/519/EG), waarin een referentieniveau van 100 microtesla voor bescherming van de bevolking is vastgelegd. Deze waarde wordt in Nederland volgens het RIVM op voor het publiek toegankelijke plaatsen nabij het hoogspanningsnet nergens overschreden, ook niet in de buurt van ondergrondse hoogspanningsverbindingen of hoogspanningsstations. Dit geldt ook voor onderhavig project. In 2005 is door de toenmalige Staatssecretaris van VROM een beleidsadvies met betrekking tot bovengrondse hoogspanningslijnen uitgebracht aan gemeenten en beheerders van het hoogspanningsnet (2005, ministerie van VROM SAS/2005183118).
Dit als vervolg op bevindingen van de Gezondheidsraad en het RIVM over wetenschappelijke onderzoeksresultaten en de onrust in de maatschappij over mogelijke gezondheidseffecten van hoogspanningslijnen. De kern van dit beleidsadvies – gebaseerd op het voorzorgprincipe – is dat nieuwe situaties waarbij kinderen langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen met een jaargemiddelde hoger dan 0,4 microtesla zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, vermeden moeten worden. Dit komt er op neer dat het advies is om bij nieuwe situaties gevoelige bestemmingen (woningen, scholen, crèches en kinderopvangplaatsen) zo veel als redelijkerwijs mogelijk buiten de magneetveldzone van 0,4 microtesla te plaatsen. DC-magneetvelden De Nederlandse Rijksoverheid gaat voor DC-magneetvelden uit van een referentiewaarde van 40.000 microtesla zoals vastgelegd in Europese aanbeveling 1999/519/EG24 (beleidsadvies VROM, 2005). De blootstellingslimiet van 40.000 microtesla voor DC-magneetvelden is vele malen hoger dan de blootstellingslimiet voor AC-magneetvelden. Wetenschappelijk onderzoek laat geen verband zien tussen blootstelling aan DC-magneetvelden, zoals die bij hoogspanningslijnen, hoogspanningsstations en kabels voorkomen, en ziekten zoals kanker.
Daarom is er, in tegenstelling tot AC-magneetvelden, geen voorzorgsbeleid vanuit de Nederlandse rijksoverheid voor blootstelling aan DC-magneetvelden en is nader onderzoek niet nodig. Veldsterkten hoger dan 40.000 microtesla komen op voor publiek toegankelijke plaatsen bij het hoogspanningsnet van TenneT niet voor. Ook de maximale veldsterkten van DC-magneetvelden die in dit project voor kunnen komen in de nabijheid van ondergrondse hoogspanningskabels en het converterstation van ongeveer 250 microtesla zijn meer dan 160 keer lager dan de blootstellinglimiet van 40.000 microtesla.
24 Aanbeveling van de Raad van de Europese Unie van 12 juli 1999 (1999/519/EG). Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, L 199/59-70, 1999 Pagina 37 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
Ontwikkelingen De Gezondheidsraad heeft op 18 april 2018 een advies uitgebracht over het voorzorgbeleid ten aanzien van blootstelling aan magnetische velden van bovengrondse hoogspanningsverbindingen. De Gezondheidsraad ziet in de huidige stand van de wetenschap geen aanleiding de Staatssecretaris van IenW te adviseren het beleid met betrekking tot bovengrondse hoogspanningslijnen te heroverwegen. De Gezondheidsraad geeft vanuit gezondheidskundig oogpunt de Staatssecretaris van IenW in overweging om het beleid uit te breiden naar ondergrondse elektriciteitskabels en andere bronnen van langdurige blootstelling aan magnetische velden uit het elektriciteitsnetwerk, zoals converterstations en converterhuisjes. Ter opvolging van de brief van de Staatssecretaris van IenW in reactie op het advies van de Gezondheidsraad (2018, ministerie van IENW/BSK/-2018/75844) heeft het kabinet een evaluatie van de uitvoeringspraktijk van het huidige voorzorgbeleid uit laten voeren en de uitkomsten hiervan bij brief van 8 februari 2019 aan de Tweede Kamer25 laten weten. Op 12 juni 2019 heeft de heer Verdaas, in aansluiting op de evaluatie en op verzoek van de minister van EZK, een advies uitgebracht aan de minister van EZK over het ‘Voorzorgbeleid Hoogspanning en Gezondheid’.
Op basis van dit advies is het voornemen om het voorzorgbeleid te blijven voeren, maar de inconsistenties en disproportionaliteit van de huidige uitvoeringspraktijk op te heffen (brief van 1 oktober 2019 aan de Tweede Kamer26). De minister van EZK heeft opdracht gegeven om in een dialoog met alle betrokken stakeholders te komen tot een pakket van redelijkerwijs te nemen maatregelen. Eind 2020 is hieruit een advies gekomen om in het nieuwe voorzorgsbeleid de volgende onderdelen op te nemen (brief van 23 maart 2021 aan de Tweede Kamer27): • Bronmaatregelen door netbeheerders, gericht op het beperken van de sterkte van magneetvelden in zowel bestaande situaties als nieuwe ontwikkelingen; • Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen maakt het bevoegd gezag op het gebied van de ruimtelijke ordening een afweging om het zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, creëren van een bepaalde afstand tussen elektriciteitsvoorzieningen en nieuwe bestemmingen waarin kinderen onder de 15 jaar langdurig verblijven (woningen, scholen, kinderdagverblijven en crèches). Daarbij wordt geadviseerd met minimale en maximale (standaard) afstanden te werken, waarbij binnen de minimale afstand zo min mogelijk nieuwe bestemmingen mogelijk te maken waar kinderen langdurig verblijven.
Tussen de minimale en maximale afstand vindt in het kader van het ruimtelijk beleid een integrale afweging plaats of men het toelaatbaar vindt om hier nieuwe woningen, scholen, kinderdagverblijven en crèches mogelijk te maken. Op basis van dit advies is in dezelfde kamerbrief van 23 maart 2021 aangegeven dat het kabinet van plan is om de volgende acties te ondernemen, ter voorbereiding op het vaststellen van een uitvoerbaar voorzorgbeleid: • Afspraken maken met Netbeheer Nederland over de bronmaatregelen die netbeheerders standaard zullen treffen om blootstelling aan magneetvelden te verminderen. Daarin wordt nader uitgewerkt welke concrete maatregelen bij welke netcomponenten en in welke situaties getroffen worden. • Uitvoerbaarheidstoets van de maatregelen en de afwegingsafstand. Naast een juridische toets van het voorgestelde beleid worden ook met gemeenten en netbeheerders praktijkproeven uitgevoerd om inzicht te krijgen in de 25 Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 29 023, nr. 243 26 Tweede Kamer, vergaderjaar 2019-2020, 29 023 nr. 250 27 Tweede Kamer, vergaderjaar 2020-2021, 29 023 nr. 267 Pagina 38 van 90
| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |
•
•
•
•
uitvoerbaarheid en ruimtelijke consequenties van het voorgestelde beleid op het gebied van afstanden. Aanvullend onderzoek gericht op het verzamelen en/of berekenen van aanvullende data waarmee de afstanden bij opstijgpunten en hoogspanningsstations kunnen worden vastgesteld en onderbouwd. Juridische verankering in Omgevingswet, waarbij een eventueel nieuw voorzorgsbeleid vastgelegd gaat worden in het Besluit kwaliteit leefomgeving, behorende bij de Omgevingswet. Voor de informatievoorziening aan burgers en bevoegde gezagen wordt ook aangesloten bij de kaders van de toekomstige Omgevingswet en het omgevingsbeleid, via het Digitaal Stelsel van de Omgevingswet. Nader onderzoek naar de financiële verantwoordelijkheid van bronmaatregelen die getroffen (moeten) worden als het bevoegd gezag op het gebied van de ruimtelijke ordening nieuwe woningen, scholen, kinderdagverblijven of crèches bouwt binnen de geadviseerde minimale en/of maximale afstand van de netcomponent.
Tot het moment dat er nieuw voorzorgbeleid van kracht wordt, blijft het huidige voorzorgbeleid van toepassing. In sommige gevallen maken omwonenden van ondergrondse hoogspanningskabels en hoogspanningsstations zich zorgen over wisselstroom magneetvelden omdat er voor bovengrondse hoogspanningslijnen die op wisselstroom worden bedreven een voorzorgsbeleid geldt. Voor het Net op zee IJmuiden Ver Beta geldt dat het wisselstroomtracé (het tracé tussen converterstation op land en het nieuwe 380 kVstation Amaliahaven) volledig over eigen terrein loopt en niet voor publiek toegankelijk is. Bovendien liggen er in de nabijheid van het converterstation geen objecten die in het kader van het huidige beleidsadvies voor bovengrondse hoogspanningslijnen zouden kunnen worden aangemerkt als gevoelige bestemming. In paragraaf 5.10 wordt op dit aspect verder inhoudelijk ingegaan op basis van onderzoek voor het MER. 3.1.11