CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

21 06 Voorontwerp inpassingsplan brief aan raad bijl 3

Commissie GG & Milieu 14 juni 2021, gemeente WestvoorneBij agendapunt: Reactie op voorontwerp inpassingsplan Net op Zee Ver Beta30.624 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Hoewel de provinciale verordening niet van toepassing is op dit rijksinpassingsplan, wordt deze wel als uitgangspunt gehanteert als sprake is van aantasting van het NNN.

5.4.2

Effecten Hoogspanningstracé op zee en land De begrenzing van het NNN is gelijk aan de begrenzing van het Natura 2000-gebied. Alleen het eerste deel van het hoogspanningstracé, het deel in de bocht van de Noordzeeboulevard, ligt binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk. Het gaat hierbij om circa 250 meter van het tracé, met een oppervlakte van circa 1.500 m². De natuurwaarden van het NNN binnen de verstoringscontouren van de werkzaamheden zijn gelijk aan die van het Natura 2000-gebied Voordelta. Beide beleidskaders toetsen aan vergelijkbare natuurwaarden. De strook ter hoogte van de open ontgraving in het NNN is met name begroeid met mossen, korstmossen en voor een deel helmvegetatie. Hier is voornamelijk sprake van een wegberm met weinig variatie aan begroeiing. Als gevolg van de werkzaamheden kunnen effecten optreden binnen het NNN door ruimtebeslag (ter plaatse van de werkzaamheden), verstoring door geluid, licht, trillingen en optische prikkels (rondom open ontgraving) en vernietiging van leefgebied voor planten als gevolg van mechanische effecten (open ontgraving binnen het NNN). De natuurbeheertypen en leefgebieden die binnen het tracé liggen zijn niet gevoelig voor verdroging. Daarnaast is bronbemaling naar verwachting niet nodig.

Pagina 62 van 90

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |

Ter plaatse van de werkzaamheden treedt geen permanent ruimtebeslag op NNNgebied op omdat het om een tijdelijke maatregel gaat. De werkzaamheden zorgen voor een tijdelijk oppervlakteverlies van NNN. Na het uitvoeren van de werkzaamheden kan het gebied weer zijn functie als NNN vervullen. Omdat bij dit habitattype een nutriëntrijke humuslaag nagenoeg ontbreekt, is geen sprake van bodemaantasting door vergravingen. Er zijn daarom geen permanente effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Mechanische effecten kunnen optreden ter hoogte van de open ontgraving in het NNN. De open ontgraving is via de openbare weg te bereiken. De open ontgraving binnen het NNN ligt in de duinen en is begrensd als natuurtype Open duin [N08.02]. Het gaat om circa 0,15 hectare werkterrein. Vergraving is hier noodzakelijk, waardoor op kleine schaal de huidige waarden verdwijnen. Het betreft hier het een recent aangelegd kunstmatig duingebied met mossen en helmvegetatie, waardoor er nog weinig tot geen bodemvorming en vegetatieontwikkeling heeft plaatsgevonden. Na afronding van de aanlegwerkzaamheden is herstel van de bodem en de vegetatie geen beperkende factor. Na-ijleffecten in de vegetatie zijn beperkt, lokaal en door de recente aanleg van korte duur. Negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN en het functioneren van het NNN zijn daardoor niet aan de orde.

De drie verstoringsvormen geluid, licht en optische verstoring worden in de duinen veroorzaakt door graafwerkzaamheden binnen NNN-gebied. Het grootste deel van de duinen rondom wordt gevormd door het beheertype Open duin (N08.02), Strand en embryonaal duin (N08.01) en Duinbos (N15.01). De biotische kwaliteit van deze typen wordt primair bepaald door de vegetatie, maar ook vogels zijn voor beide typen een kwaliteitsindicator. De open ontgraving ligt direct aan de Noordzeeboulevard. Daarnaast staan windturbines opgesteld aan de andere kant van de Noordzeeboulevard op circa 25 meter van de open ontgraving. Deze delen van de duinen zijn al aan verstoring onderhevig (zowel geluid, licht en visueel) door het aanwezige verkeer en de draaiende windturbines. Aanwezigheid van zeldzame, kritische soorten als blauwe kiekendief of velduil in dit deel van de duinen is daarom zeer onwaarschijnlijk. Minder kritische soorten (zoals graspieper) zouden hier wel voor kunnen komen (zowel in de duinen als in het duinbos richting het oosten). De werkzaamheden zijn tijdelijk (ca. 10 weken). Tijdens deze werkzaamheden zal tijdelijk verstoring door geluid, licht of visuele verstoring optreden, waardoor aanwezige vogels het gebied tijdelijk kunnen verlaten. Er komen geen kritische soorten voor in het gebied, waardoor er geen significante effecten optreden op de wezenlijke kenmerken en waarden van NNN.

Converterstation De locatie van het converterstation op de Maasvlakte ligt buiten de begrenzing van het NNN. De verstoringscontouren van geluid, licht- en visuele verstoring, mechanische effecten en verdroging bij de aanleg of gebruik reiken nergens tot over het NNN. Negatieve effecten kunnen als gevolg op voorhand uitgesloten worden. 5.4.3

Conclusie en planologische regeling Het onderzoek naar natuur wordt nog nader uitgewerkt en toegevoegd bij het ontwerp inpassingsplan. Naar verwachting kan het inpassingsplan in overeenstemming met de vereisten van de natuurwetgeving worden uitgevoerd. Het inpassingsplan is daarom op dit aspect uitvoerbaar binnen de wettelijke kaders.

Pagina 63 van 90

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |

5.5

Landschap, cultuurhistorie en aardkunde

5.5.1

Toetsingskader Het rijksbeleid met betrekking tot landschap en cultuurhistorie is opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, zie paragraaf 3.1.9). Hierin staat vermeld dat landschappelijke en cultuurhistorische waarden een volwaardige plaats verdienen bij ruimtelijke afwegingen. Een aantal nationale ruimtelijke belangen uit de SVIR wordt juridisch geborgd via het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro). Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a Bro) dient in een plan rekening gehouden te worden met cultuurhistorie. Cultuurhistorie heeft onder andere betrekking op de historische stedenbouwkundige en historisch geografische waarden in het gebied. In het plan moet beschreven worden hoe met de in het gebied aanwezige waarden en de aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De Erfgoedwet bevat voorts de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid van de provincie Zuid-Holland bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart.

De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Een aantal bepalingen uit het ‘handelingskader ruimtelijke kwaliteit’ is geborgd in de Omgevingsverordening. Zuid-Holland heeft 16 gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit. Het gebiedsprofiel is de regionale vertaling van de kwaliteitskaart en vormt het vertrekpunt voor de gewenste ruimtelijke kwaliteit. Een gebiedsprofiel beschrijft en visualiseert kenmerkende ruimtelijke elementen die van bovenregionaal belang zijn. De gebiedsprofielen hebben de status van handreiking. Voor de Maasvlakte is geen gebiedsprofiel opgesteld.

5.5.2

Effecten De Tweede Maasvlakte is grotendeels bestemd voor containeroverslag, distributie en chemische industrie. De belangrijkste landschappelijke structuren zijn de havenbekkens en de zeewering. Het gebied heeft een groot, open en industrieel karakter. Aan de zuid- en westzijde van de Maasvlakte is met zand een zachte zeewering opgespoten met duinen en stranden voor dagrecreatie. Op het zandstrand in met name het zuidelijk deel, is concentratie van dagrecreatie en seizoensgebonden horeca. Achter de duinen liggen parkeerterreinen voor bezoekers. In het zuidwestelijk deel van de Maasvlakte bevindt zich het depot voor verontreinigde baggerspecie De Slufter. De dijken om het depot van 250 ha zijn vanuit de omgeving zichtbaar. Het voormalige Slufterstrand is nu gesloten. De zachte zeewering neemt het zicht op de industriële- en havenactiviteiten voor een deel weg. Hoge elementen zoals van de chemische industrie, containerkranen, installaties (elektriciteitscentrale), schoorstenen en windturbines steken boven de duinen uit. In dit gebied zijn de volgende landschaps-, cultuurhistorische en aardkundige elementen te onderscheiden (zie tevens figuur 5.2): • Kunstwerk de ‘Zandwacht’ op het Maasvlaktestrand met een oppervlakte van 20 bij 40 meter en een hoogte van 12 meter. Het kunstwerk visualiseert hoe natuurkrachten mede de vorm van Nederland bepalen.

In de omgeving is het Pagina 64 van 90

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |

•

•

een beeldbepalend object. Het kunstwerk bevindt zich op afstand van het hoogspanningstracé. Effecten op het kunstwerk zijn hierdoor uitgesloten. De Vogelboulevard is een afwisselende wandelroute van de dorpskern van Oostvoorne naar de vogelkijkhut De Bonte Piet in het vogelrustgebied de Slikken van Voorne. De route loopt door een gevarieerd natuurgebied met duinen, moerassen, struiken, rietlanden en slikken. Er zijn diverse vogelobservatiepunten ingericht. De Vogelboulevard ligt op circa 2,5 km afstand van het hoogspanningstracé en circa 5,5 km van het converterstation. Effecten op de Vogelboulevard zijn hierdoor uitgesloten. Het gebied de Voornse Duinen is aangewezen als aardkundig waardevol gebied van nationaal belang en bestaat uit enkele generaties jonge kustduinen met meren. De kustduinen van de Van Dixhoorndriehoek bij Hoek van Holland zijn aangewezen als aardkundig waardevol gebied van regionaal belang vanwege de (deels nog zeer gave) jonge duinformaties. Op de Maasvlakte zelf zijn geen aardkundig waardevolle gebieden of aardkundige monumenten aanwezig.

Figuur 5.2: Ligging project ten opzichte van landschappelijke, cultuurhistorische en aardkundige waarden

Pagina 65 van 90

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |

Hoogspanningstracé Het tracé op zee landt aan op het strand in het zuidoosten van de Tweede Maasvlakte, ten zuiden van de Slufter. De aanlanding van het hoogspanningstracé op zee gaat via een mofput (van ongeveer 50 m2). De mofput wordt ingegraven en is aan de oppervlakte dus niet zichtbaar. De hoogspanningsverbinding op land wordt vervolgens (grotendeels) middels open ontgraving ten zuiden van de Slufter en parallel aan de Europaweg (N15) aangelegd naar het converterstation. Enkele delen van het tracé worden aangelegd met boringen of persingen, onder andere ten behoeve van weg- en spoorkruisingen. Er zijn geen effecten te verwachten op landschappelijke- of cultuurhistorische elementen. De hoogspanningsverbinding wordt op de Maasvlakte parallel aan de Noordzeeboulevard en de Europaweg (N15) naar het converterstation aangelegd. In het gebied zijn geen aardkundige waarden aanwezig. Converterstation De locatie van het converterstation ligt op de Tweede Maasvlakte. Op deze locatie zijn geen landschappelijke of cultuurhistorische elementen aanwezig. Het converterstation vormt onderdeel van de industriële installaties en energievoorzieningen van de bestaande energiecentrale, windturbines en het hoogspanningsstation. De realisatie van het converterstation op deze locatie sluit aan bij het karakter van de Tweede Maasvlakte als ‘land van de toekomst’ en maakt techniek zichtbaar.

Het converterstation ligt ter plaatse van een gebied aangewezen voor distributie. Rondom het terrein domineren containerterminals de horizon. Het terrein waar het converterstation gebouwd wordt zal (gedeeltelijk) beperkt worden opgehoogd. Het converterstation heeft een maximale hoogte van 25 meter vanaf maaiveld. De beleving sluit aan bij de associatie van de Tweede Maasvlakte als industrieel landschap en de energievoorziening van de reeds aanwezige windturbines. Op de Maasvlakte zijn geen aardkundig waardevolle gebieden of aardkundige monumenten aanwezig. 5.5.3

Conclusie en planologische regeling Voor landschap, cultuurhistorie en aardkunde zijn geen effecten te verwachten. Mitigerende maatregelen zijn niet aan de orde, er wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening.

5.6

Bodem en water

5.6.1

Toetsingskader Bodem In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Pagina 66 van 90

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |

Water Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b van het Bro) dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Deze Waterparagraaf is uitgevoerd met inachtname van de Keur van waterschap Hollandse Delta. 5.6.2

Effecten Hoogspanningstracé op zee Voor de bodemkwaliteit op zee is onderzocht of de aanleg van de hoogspanningsverbinding mogelijk is, rekening houdend met de dynamiek van de zeebodem. De kabel wordt onder het mobiele referentieniveau van de zeebodem en met voldoende dekking aangelegd. Hierdoor is sprake van een ongestoorde ligging van de kabel. Ter plaatse van de Voordelta neemt de dynamiek van de waterbodem af, wat een ongestoorde ligging van de verbinding bevordert. Bij de Maasvlakte is een zandige spit gevormd die verder aanzandt (groeit), waardoor de bodemhoogte dicht bij de aanlanding toeneemt. Door de afdamming van het Haringvliet is de buitendelta van het Haringvliet in grootte afgenomen, wat zichtbaar is in de Voordelta van het hoogspanningstracé. Deze sterke erosie is in de laatste jaren afgenomen. In de toekomst zal de dynamiek beperkt toe kunnen nemen doordat de sluizen deels worden geopend door de invloed van het Kierbesluit. De hoogspanningsverbinding heeft geen effect op de kwaliteit van de omliggende bodem of het water. Opwarming van het water door de aanwezigheid en exploitatie van de verbinding is niet aan de orde. Hoogspanningstracé op land Het hoogspanningstracé op land ligt in de bebouwde omgeving van de Maasvlakte waar geen bodem gebonden landbouwgrond aanwezig is.

Er zijn ook geen duidelijke veenlagen aanwezig, aangezien de ondergrond tot 20 meter beneden maaiveld (mmv) uit antropogene grond bestaat (door de mens aangebrachte grond, voornamelijk bestaande uit zand) dat goed hersteld kan worden. Enkel in de toplaag worden delen ontgraven voor het plaatsen van de hoogspanningsverbinding. Hierdoor zijn er geen effecten voor de bodemsamenstelling te verwachten. Op de Maasvlakte komen in de ondergrond relatief veel verontreinigingen voor. Voor het tracé hebben op het gehele traject bodemonderzoeken plaatsgevonden. De huidige onderzoeken geven aan dat er lichte verontreinigingen zijn, maar dat er geen vervolgonderzoek nodig is. Dit betekent dat deze locaties geen risico vormen voor het tracé. Enkel wanneer bij (graaf)werkzaamheden (verontreinigde) grond wordt afgevoerd moet dit gemeld worden volgens de wettelijke bepalingen. De effecten zijn tijdelijk als de locatie na ontdekking gesaneerd wordt. De huidige grondwaterstanden liggen 3,5 m beneden maaiveld. Voor de open ontgravingen en mofputten op land is de gewenste ontwateringsdiepte 1,9 m beneden maaiveld. Er is dus voldoende drooglegging waardoor bemaling waarschijnlijk niet noodzakelijk is. Hierdoor vindt er geen verlaging in grondwaterstanden plaats en wordt ook geen zetting verwacht.

De ontwikkelde omgeving in de Maasvlakte bestaat veelal uit antropogene aangebrachte grond dat voor een groot deel uit zand bestaat en niet zettingsgevoelig is. Hierdoor worden er ook geen zettingen verwacht die ontstaan door zwaar materiaal. Pagina 67 van 90

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |

Er zijn geen slecht doorlatende lagen aanwezig die bij doorsnijding leiden tot een verslechtering van de grondwaterkwaliteit, maar er geldt standaard dat wanneer afsluitende lagen worden ontdekt deze zo snel mogelijk hersteld moeten worden zodat een potentieel effect kan worden beperkt. Het tracé loopt door licht verontreinigde of gesaneerde gebieden, maar doordat er geen slecht doorlatende lagen worden doorstoken leidt dit niet tot effecten op de grondwaterkwaliteit. Voor de realisatie is naar verwachting geen bemaling noodzakelijk en daarmee zal er geen water worden onttrokken die vervolgens moet worden geloosd. Daarmee is er geen beïnvloeding van de oppervlaktewaterkwaliteit. Mocht er toch water worden onttrokken tijdens de realisatie dan kan onttrokken zoetwater worden geloosd in het binnendijks watersysteem. Onttrokken zout water dient te worden geloosd in de Noordzee. Converterstation De locatie van het converterstation Midden ligt in de bebouwde omgeving van de Maasvlakte en wordt beperkt opgehoogd (ca 70 cm, waarvan na inklinking 0,39 cm overblijft). Vanaf het opgehoogde maaiveld wordt de fundering op staal toegepast, waarbij beperkte grondbewerking uitgevoerd wordt waarbij tot maximaal 1,5 m beneden maaiveld afgegraven wordt. Onder de control building wordt een kelder aangelegd waar tot maximaal 2,5 m beneden het (opgehoogde) maaiveld grond wordt afgegraven.

De bodemsamenstelling is antropogene (door de mens aangebrachte) grond bestaande uit voornamelijk zand dat goed hersteld kan worden. Veranderingen in de bodemsamenstelling zullen beperkt, maar permanent zijn en blijven binnen de locatie zelf. Op de locatie voor converterstation Midden heeft in 2020 een bodemonderzoek plaats gevonden (Antea Group, 2020) waar lichte verhoogde waardes van zware metalen op locatie zijn gevonden. Er is geen vervolgonderzoek of sanering nodig. Uit het onderzoek volgt dat het bouwen van het converterstation niet leidt tot verandering (verplaatsing of verdere verspreiding). De fundering vindt plaats op staal. De gewenste drooglegging voor ontgraving is maximaal 3 m beneden het (opgehoogde) maaiveld. De grondwaterstanden liggen ongeveer 3 m beneden het (opgehoogde) maaiveld. Naar verwachting is geen bemaling benodigd voor de aanleg van het converterstation. Er worden geen grootschalige tijdelijke veranderingen van grondwaterstanden verwacht, zodat ook geen zetting te verwachten is. Mocht er toch water worden onttrokken tijdens de realisatie dan kan onttrokken zoetwater worden geloosd in het binnendijks watersysteem. Onttrokken zout water dient te worden geloosd in de Noordzee. De ontwikkelde omgeving in de Maasvlakte bestaat veelal uit antropogene aangebrachte grond dat voor een groot deel uit zand bestaat en niet zettingsgevoelig is.

Hierdoor worden er ook geen zettingen verwacht die ontstaan door zwaar materiaal of door ophoging van het terrein. Op de locatie voor het converterstation Midden worden geen slecht doorlatende lagen doorsneden, maar geldt standaard dat wanneer afsluitende lagen worden ontdekt deze zo snel mogelijk hersteld moeten worden zodat een potentieel effect kan worden beperkt. Doordat er geen slecht doorlatende lagen worden doorstoken is er ook geen sprake van verplaatsing van zoet/zout water en/of verontreinigingen.

Pagina 68 van 90

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |

Watertoets Omdat de hoogspanningsverbinding ondergronds wordt aangelegd, is er geen sprake van een toename van de verharding in het gebied. De werkzaamheden die tot een toename van verharding leiden bestaan uit de realisatie van het converterstation. Op de Maasvlakte geldt in principe geen compensatieplicht voor toename van verhard oppervlak. Er heeft diverse keren overleg met het waterschap en Rijkswaterstaat plaatsgevonden over de watergerelateerde aspecten. 5.6.3

Conclusie en planologische regeling In het plangebied zijn geen bodemverontreinigingen bekend die een belemmering vormen voor de uitvoering van de werkzaamheden. Daarnaast voorziet het plan in een adequate waterhuishouding. Het plan voldoet vanuit de aspecten bodemkwaliteit en waterhuishouding aan een goede ruimtelijke ordening.

5.7

Archeologie

5.7.1

Toetsingskader De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving gaan naar de Omgevingswet die nog van kracht moet worden. Voor deze onderdelen is daartoe in de Erfgoedwet een overgangsregeling opgenomen. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt” uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ behouden. Het beleid voor cultureel erfgoed van provinciaal belang is vastgelegd in de provinciale Visie Ruimte en Mobiliteit (par. 4.3.5 Archeologie) en uitgewerkt in de Verordening Ruimte. Daarnaast is het cultureel erfgoed ook opgenomen in de provinciale Kwaliteitskaart van de Visie Ruimte en Mobiliteit. Voor het aspect archeologie zijn regels of richtlijnen opgenomen.

De provincie heeft de ambitie om de archeologische en cultuurhistorische waarden die zich in de bodem bevinden niet alleen te behouden, maar waar mogelijk te versterken en te ontwikkelen. Dat gebeurt door ze mee te nemen bij het ruimtelijk kwaliteitsbeleid en in (gebieds)ontwikkelingsopgaven. Zuid-Holland is een rijk archeologisch gebied. De archeologische sporen zijn als boeken in een bibliotheek waarin de geschiedenis van het landschap en de bewoners te lezen is. Een groot deel van de cultuurhistorische waarden bevindt zich in de bodem en onttrekt zich aan het oog. Archeologische waarden bevinden zich zowel binnen als buiten bestaand stads- en dorpsgebied. De bekende en vastgestelde archeologische waarden van provinciaal belang blijven beschermd. Bij verwachtingswaarden kan bij een voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling onderzoek nodig zijn. Voor de zone van de Limes, de noordgrens van het voormalige Romeinse Rijk, zijn archeologische waarden en te verwachten archeologische waarden gericht op de zogenaamde kernwaarden van het Werelderfgoed Frontiers of the Roman Empire. Uitgangspunt van Europees, landelijk en provinciaal beleid is behoud in situ van archeologische waarden; dat wil zeggen dat het archeologisch erfgoed in Pagina 69 van 90

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |

principe onverstoord behouden blijft, tenzij andere belangen prevaleren. Dan kan gekozen worden voor het opgraven van het archeologisch erfgoed, of voor behoud ‘ex situ’. Het archeologiebeleid van de gemeenten Rotterdam en Westvoorne is vastgesteld in 2008 in respectievelijk de Beleidsnota Archeologie Rotterdam en de Beleidsnota Archeologische monumentenzorg Westvoorne. Op de bijbehorende archeologische waarden- en beleidskaarten zijn per categorie het beleid en de vrijstellingsgrenzen aangeduid. 5.7.2

Effecten Hoogspanningstracé op zee Bij het tracé op zee kunnen onontdekte scheeps- en vliegtuigwrakken en overblijfselen van prehistorische nederzettingen verwacht worden. Op het tracé zijn enkele waarnemingen (scheepswrakken) bekend. Er bevinden zich geen bekende vliegtuigwrakken. Deze waarnemingen bevinden zich buiten het gemeentelijk ingedeeld gebied en daarmee buiten het plangebied van dit inpassingsplan. Hoogspanningstracé op land en converterstation Op basis van de waarschijnlijk intacte aanwezigheid van de Formatie van Kreftenheye, Laag van Wijchen kunnen archeologische resten uit het Laat Paleolithicum en Mesolithicum worden verwacht. Volgens de archeologische waardenkaart van de gemeente Rotterdam kunnen deze waarden worden verwacht vanaf een diepte van 3 respectievelijk 7 meter onder NAP. Reeds uitgevoerd onderzoek op de Maasvlakte heeft echter aangetoond dat deze waarden zich waarschijnlijk veel dieper bevinden. De Maasvlakte bestaat uit opgespoten zand. Boringen tonen dat de eerste 20 meter grond bestaat uit een antropogene zandlaag. Daaronder komen afzettingen uit het Weichselien (Pleistoceen) en het Vroeg Holoceen voor. Gedurende de laatste ijstijd (Weichselien van circa 115.000 tot 11.755 jaar geleden) stond de zeespiegel veel lager en lag de Noordzee langdurig droog.

In deze periode was de Maasvlakte onderdeel van een vlechtend riviersysteem van wat nu de Rijn en Maas is. Dit riviersysteem heeft in een brede vlakte een dal uitgesleten en een dik pakket zand en grind afgezet. Deze hoofdzakelijk grindrijke, grofzandige afzettingen worden tot de Formatie van Kreftenheye gerekend en bevinden zich ter plaatse van de Maasvlakte in de diepere ondergrond. In de diepere delen van het oude landschap kunnen resten goed bewaard zijn gebleven. De hogere delen uit dit landschap, met name de toppen van de rivierduinen, zijn veelal geërodeerd en ter plaatse van deze zones worden geen archeologische waarden verwacht. Vanaf het Neolithicum tot Nieuwe tijd geldt er een verwachting op scheepsarcheologie (wrakken, visnetten). Binnen het ruimtebeslag van de hoogspanningsverbinding op land en de locatie van het converterstation bevinden zich geen bekende vondst- en wraklocaties en AMKterreinen. Het dichtstbijzijnde wrak (buffer) ligt op circa 100 meter ten zuiden van de hoogspanningsverbinding. Er zijn veel scheepswrakken aangetroffen rond het plangebied op dieptes variërend tussen de 5 en 18 m – NAP. Omdat de locaties van de scheepswrakken bij benadering bekend zijn, en de wrakken een mogelijk grote omvang kunnen hebben, zijn voor deze locaties buffers van 100 meter gebruikt.

Pagina 70 van 90

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |

Figuur 5.3: Archeologische verwachtingswaarden op land Archeologische waarden worden op een diepte onder de 3 meter – NAP verwacht. Bij open ontgraving is de maximale diepte 1,90 meter. 5.7.3

Conclusie en planologische regeling Omdat de archeologische verwachtingswaarden in het plangebied laag zijn, wordt niet verwacht dat verstoring van de archeologische waarden plaatsvindt. Er is dan ook geen beschermingsregeling in het inpassingsplan noodzakelijk. Op de uitvoering van de werkzaamheden voor dit project zijn ook de dubbelbestemmingen uit de onderliggende bestemmingsplannen die zien op bescherming van archeologische waarden niet van toepassing. Dit is geregeld in dit inpassingsplan. De mogelijk aanwezige archeologische waarden staan daarmee de uitvoerbaarheid van dit inpassingsplan niet in de weg.

5.8

Geluid

5.8.1

Toetsingskader Indien een inpassingsplan voorziet in geluidproducerende functies of werkzaamheden, dienen de akoestische effecten beoordeeld te worden met het oog op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het kader van een goede ruimtelijke Pagina 71 van 90

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |

ordening. Voor de hoogspanningsverbinding op zee is dit criterium niet aan de orde voor wat betreft geluidsgevoelige objecten, omdat de verbinding geen geluid maakt en zich bovendien niet in bewoond gebied bevindt. Voor de effecten op soortenbescherming wordt verwezen naar paragraaf 5.3. Aanlegfase Als gevolg van de bouwwerkzaamheden kan tijdens de aanlegfase van de hoogspanningsverbinding en het converterstation op land hinder optreden. Dit is beschreven in paragraaf 5.12 Bouwhinder. Gebruiksfase De locatie van het converterstation ligt op een gezoneerd industrieterrein in het kader van artikel 40 van de Wet geluidhinder. Binnen de grenzen van deze zone zijn grote lawaaimakers toegestaan. Op grond van de Wet geluidhinder is er voor een gezoneerd industrieterrein een geluidzone vastgesteld. Op de buitengrens van de geluidzone – de zonegrens – mag het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT vanwege alle inrichtingen op het gezoneerde industrieterrein tezamen niet hoger zijn dan: • 50 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur; • 45 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur; • 40 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur. Dit wordt ook wel aangeduid als 50 dB(A) etmaalwaarde30. Bij de gevoelige objecten in de zone mag de cumulatieve geluidbelasting vanwege alle inrichtingen op het gezoneerde terrein tezamen niet hoger zijn dan de vastgestelde maximaal toelaatbare geluidbelasting (MTG) c.q.

de vastgestelde hogere grenswaarde. Deze waarde verschilt per gevoelig object. 5.8.2

Effecten Hoogspanningstracé op zee en land Tijdens werkzaamheden bij bijvoorbeeld open ontgravingen en/of boringen kan geluidhinder ontstaan op verblijfsobjecten. Voor de meeste aanleg-/ bouwwerkzaamheden vormt het Bouwbesluit 2012 het toetsingskader. In het Bouwbesluit is aangegeven welke dagwaarden en de daarbij behorende maximale blootstellingsduur niet overschreden mogen worden bij het uitvoeren van de werkzaamheden. Er zijn geen relevante geluidgevoelige functies aanwezig op de Maasvlakte waarop geluidhinder kan plaatsvinden. Er zijn geen geluidsgevoelige objecten gelegen binnen 800 meter van een in- of uittredepunt van een boring. Converterstation Tijdens de gebruiksfase produceert het converterstation geluid. De geluidemissie van het converterstation wordt vooral bepaald door de transformatoren, de converterkoelers, de converterhal, de DC-hal en de transformatorkoelers. Voor de representatieve bedrijfssituatie wordt ervan uitgegaan dat het converterstation 24 uur per dag volledig in bedrijf is. Bij de beoordeling van geluidhinder door het converterstation op de omgeving is de geluidbelasting van het converterstation op de zonegrens van het industrieterrein en op geluidgevoelige objecten onderzocht. Daarnaast is het gewogen aantal geluidbelaste geluidgevoelige objecten bepaald en tenslotte de geluidbelasting door laagfrequent geluid.

30

De etmaalwaarde Letmaal is de hoogste waarde van: • Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in de dagperiode (07.00 – 19.00 uur); • Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in de avondperiode (19.00 – 23.00 uur) plus 5 dB(A); • Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in de nachtperiode (23.00 – 07.00 uur) plus 10 dB(A).

Pagina 72 van 90

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |

Per gebied is een toelaatbare geluidemissie per vierkante meter aangegeven, de zogenaamde gebiedswaarde. Voor de kavel waar het converterstation wordt gevestigd is een geluidruimte gebudgetteerd in het rekenmodel van 65 dB(A)/m 2 in de dag-, avond- en nachtperiode. De geluidemissie van het converterstation voldoet hier aan. Er zijn geen woningen met een geluidbelasting van meer dan 40 dB(A). De geluidbelasting vanwege het converterstation op de zonegrens en ter plaatse van geluidgevoelige objecten is heel laag. Bij de verdere planuitwerking worden maatregelen genomen aan het converterstation zoals het binnen plaatsen van transformatoren en isolatie zodat het converterstation binnen de bestaande geluidzone wordt ingepast. De contouren voor laagfrequent geluid zijn weergegeven door de NSG curve en Vercammen-curve grenswaarde contouren. Binnen deze contouren bevinden zich geen geluidgevoelige objecten. 5.8.3

Conclusie en planologische regeling Het project voldoet aan de wettelijke voorwaarden en is aanvaardbaar in het kader van een goede ruimtelijke ordening.

5.9

Veiligheid

5.9.1

Toetsingskader Externe veiligheid Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is landelijke wet- en regelgeving van toepassing. Het externe veiligheidsbeleid voor buisleidingen en inrichtingen is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) respectievelijk het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). In de landelijke wet- en regelgeving zijn kwaliteitseisen en normen op het gebied van externe veiligheid geformuleerd. Doel is om bepaalde risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld, tot een aanvaardbaar minimum te beperken. TenneT moet de leveringszekerheid van elektriciteit garanderen en wil daarom veiligheidsrisico’s zoveel mogelijk uitsluiten. Voor zover redelijkerwijs mogelijk realiseert TenneT geen assets in de directe nabijheid van risicobronnen, zoals windturbines en risicovolle bedrijven. De reden hiervoor is dat het bezwijken van hoogspanningsinfrastructuur (station of kabels) tot grote maatschappelijke ontwrichting kan leiden (Handboek Risicozonering Windturbines, 2020). Niet gesprongen explosieven Naar aanleiding van de verschillende oorlogshandelingen kunnen niet gesprongen explosieven (NGE) zijn achtergebleven in het plangebied.

Bij de werkzaamheden in het kader van de realisatie van de nieuwe hoogspanningsverbinding en het converterstation bestaat mogelijk het risico dat explosieven worden aangetroffen die gevaar opleveren voor de publieke veiligheid. Het Werkveldspecifiek Certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (hierna: WSCS-OCE) dient ter beoordeling of er indicaties zijn dat binnen het plangebied conventionele explosieven aanwezig zijn, en zo ja, om het verdachte gebied in horizontale en verticale dimensie af te bakenen. Pagina 73 van 90

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |

Waterveiligheid Het nationale beleid rond de bescherming tegen overstromingen is verwoord in de deltabeslissing Waterveiligheid en vastgelegd in de Waterwet. Het beleid is gericht op het beschermen van Nederland tegen overstromingen door middel van waterkeringen. De aanleg en aanwezigheid van de hoogspanningsverbinding mag niet leiden tot een negatieve invloed op de waterkeringen. Dat geldt voor het passeren van de waterkeringen en voor de aanwezigheid van de verbindingen nabij een waterkering (meer specifiek: binnen het gebied waarvoor de waterkeringsfunctie is vastgelegd in de legger van de waterkeringsbeheerder). Voor de aanleg en aanwezigheid van de verbinding dient een watervergunning te worden verkregen. Bij de vergunningaanvraag voor de Waterwet moet duidelijk worden gemaakt dat geen sprake is van negatieve effecten op de waterkeringen, door de voorgestelde wijze van aanleg. 5.9.2

Effecten Externe veiligheid De hoogspanningsverbinding is geen inrichting, dan wel een transportas waarover vervoer gevaarlijke stoffen plaatsvindt op basis van het Bevi danwel het Bevb. Door de ondergrondse aanleg is dit plan niet brandrisico verhogend en heeft het geen effect op de externe veiligheid in het kader van het Bevi. Het Bevi is ook niet van toepassing op het converterstation omdat het station geen Bevi-inrichting is. Het converterstation vormt geen (extern) veiligheidsrisico richting de omgeving. Niet gesprongen explosieven (NGE) Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat het tracé op zee een verdacht gebied voor NGE kruist. Naarmate het tracé dichter naar de kust ligt neemt het risico op NGE toe. Hoofdsoorten NGE die hier kunnen worden aangetroffen zijn afwerpmunitie (van alle kalibers), onderwatermunitie (torpedo’s en zeemijnen), raketten (25 en 60 lb.) en geschutmunitie (2-24 cm). Ook zijn munitievondsten gedaan binnen 1 kilometer van de hartlijn van het tracé. Bij de aanleg van de hoogspanningsverbinding op zee in het verdachte gebied wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven. Daarom zal voor de aanleg van de hoogspanningsverbinding onderzoek worden uitgevoerd om de aanleg veilig te laten geschieden. De Maasvlakte is niet verdacht op het gebied van niet gesprongen explosieven.

Uit het gemeentebrede Vooronderzoek Conventionele Explosieven gemeente Rotterdam (kenmerk 150079-014; d.d. 23 december 2016) is gebleken dat de Maasvlakte onverdacht is op NGE. Dit is ook de uitkomst uit het historisch vooronderzoek Conventionele Explosieven. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog maakte dit gebied nog onderdeel uit van de Noordzee. Wel zijn er verschillende vondsten gedaan van NGE op de Maasvlakte. Deze zijn met het opspuiten van zand, door vissers of aanspoeling op land terecht gekomen. Deze incidentele vondsten hebben geen invloed op de conclusie dat de Maasvlakte onverdacht gebied is voor NGE. Waterveiligheid De zeewering rondom de Maasvlakte is officieel geen primaire waterkering, maar wordt wel als zodanig behandeld door Rijkswaterstaat West Nederland Zuid. Het kruisen van deze zeewering betekent dat het tracé met de aanlanding een primaire waterkering kruist. Daarnaast kruist het tracé nabij het Oostvoornse Meer voor beperkte lengte de beschermingszone van de primaire kering van Waterschap Hollandse Delta. Bij het kruisen van een kering of ligging in de beschermingszone van een kering dient er aan specifieke eisen van de keringsbeheerder te worden voldaan. Voor de hoogspanningsverbinding zal voor de watervergunning worden Pagina 74 van 90

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |

onderbouwd dat de waterkerende functie van de waterkeringen intact blijft. Uitgangspunt hierbij is daarnaast dat er te allen tijde voldaan wordt aan de voorschriften van de beheerders van de keringen. 5.9.3

Conclusie en planologische regeling Vanuit het aspect veiligheid wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening.

5.10

Magneetvelden

5.10.1

Toetsingskader In paragraaf 3.1.10 is ingegaan op het beleid met betrekking tot magneetvelden. Dit betekent dat het beleidsadvies uit 2005 leidend blijft. Het beleidsadvies is alleen van toepassing op bovengrondse hoogspanningsverbindingen en dus niet op de hoogspanningsverbinding en het converterstation die in dit inpassingsplan mogelijk worden gemaakt. Dat neemt niet weg dat omwonenden zich zorgen kunnen maken over magneetvelden van kabels en hoogspanningsstations en het in het algemeen op prijs stellen inzage te hebben in de ligging van de 0,4 microtesla magneetveldencontour. Daarom is er voor de hoogspanningsverbinding een magneetvelden-berekening uitgevoerd op basis van de notitie “Afspraken over de berekening van de “magneetveldzone” bij ondergrondse kabels en hoogspanningsstations behorende tot de Randstad 380 kV verbinding” (RIVM, 3 november 2011) en de “Handreiking voor het berekenen van de breedte van de specifieke magneetveldzone bij bovengrondse hoogspanningslijnen” (RIVM 26 oktober 2015).

5.10.2

Effecten De magneetveldcontouren van de hoogspanningsverbinding en het converterstation worden inzichtelijk gemaakt en toegevoegd bij het ontwerp inpassingsplan. Gezien de industriële omgeving van dit project en de te verwachten omvang van de magneetveldcontouren kan op voorhand gesteld worden dat geen gevoelige objecten binnen de contouren aanwezig zijn.

5.10.3

Conclusie en planologische regeling Er liggen geen gevoelige objecten in de magneetveldcontour van de hoogspanningsverbinding en het converterstation. Het inpassingsplan is op dit aspect uitvoerbaar binnen het bestaand beleid.

5.11

Ruimtegebruik

5.11.1

Toetsingskader De hoogspanningsverbinding heeft effecten op het huidige gebruik en de leefomgeving op zee en land. Er wordt beoordeeld of het tracé combineerbaar is met de functies waarvoor het gebied bedoeld is. Het tracé wordt zodanig aangelegd dat interactie met het huidige gebruik wordt geminimaliseerd, maar effecten op bestaande functies zijn niet op voorhand uit te sluiten. Specifiek voo kabels en leidingen is in de voorwaarden van de VELIN (Vereniging voor Leidingeigenaren In Nederland) beschreven welke activiteiten nabij de leidingen, kabels en/of toebehoren zijn toegestaan. Conform NEN 3654 moet rekening worden gehouden met elektrische beïnvloeding als gevolg van de hoogspanningsverbinding bij andere kabels en leidingen. Door elektrische beïnvloeding kunnen onveilige situaties ontstaan door aanraakspanningen of kan een buisleiding worden beschadigd door

Pagina 75 van 90

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |

wisselstroomcorrosie. De optredende beïnvloeding moet worden getoetst op aanraakspanningen en het risico op wisselstroomcorrosie conform NEN 3654. Daarnaast zijn er strikte voorwaarden voor het doorkruisen van bijvoorbeeld een spoorweg (voorschriften ProRail). In deze paragraaf worden de effecten tijdens de aanlegfase en de gebruiksfase beschreven. 5.11.2

Effecten Hoogspanningstracé op zee De aanleg en het onderhoud van de hoogspanningsverbinding heeft kleine en tijdelijke gevolgen omdat er tijdelijk een zeer gering oppervlak niet beschikbaar is voor de visserij en de scheepvaart. Slechts een klein deel van het tracé op zee is onderdeel van het inpassingsplan. De tijdelijke toename van scheepsbewegingen tijdens aanleg en onderhoud is ten opzichte van de reguliere scheepvaart zeer klein, de visserij en de scheepvaart wordt hierdoor niet of nauwelijks belemmerd. Gedurende de aanleg en het onderhoud wordt goed gecommuniceerd met de visserijsector over de werkzaamheden tijdens deze fases. Buiten de aanlegfase en tijdens onderhoudsmomenten om vormt de hoogspanningsverbinding geen belemmering voor de visserij en de scheepvaart aangezien de hoogspanningsverbinding in de bodem komen te liggen en er boven de verbindingl gevist en gevaren kan worden. De kans op schade aan hoogspanningsverbinding door externe factoren zoals scheepvaart is onder een geaccepteerd risiconiveau. Tijdens de aanleg en onderhoud van de hoogspanningsverbinding kunnen effecten ontstaan op recreatie (recreatievaart en watersport), doordat er een veiligheidszone moet worden gehandhaafd rondom schepen die hiervoor rondvaren. Deze effecten zijn zeer tijdelijk van aard en zeer beperkt gezien het totale oppervlak waarin nog gevaren kan worden.

Ook zullen de schepen tijdens de aanleg- en onderhoudsfase zich voortbewegen en kunnen recreatieactiviteiten eenvoudig uitwijken. Geconcludeerd wordt dat de effecten op recreatie op zee zeer beperkt en tijdelijk van aard zijn. Vanwege eenvoudige uitwijkmogelijkheden op zee worden deze effecten als zeer beperkt beschouwd. Hoogspanningstracé op land en converterstation De hoogspanningsverbinding wordt overwegend aangelegd middels open ontgraving en een beperkt aantal boringen. De effecten beperken zich in de aanlegfase tot een tijdelijk werkterrein, tijdelijke toename van verkeersbewegingen er naar toe en geluidproductie rondom de werkzaamheden. Tijdens de gebruiksfase is er op basis van het privaatrecht aan weerszijden en bovenzijden van een hoogspanningsverbinding (zowel bij geboord kabelsysteem als bij ingegraven kabelsysteem) in het algemeen sprake van een zogenaamde belemmerende strook. Binnen deze strook wordt een beperkt gebruik toegestaan (geen bebouwing, diepwortelende begroeiing of heipalen e.d.). De breedte van deze strook is afhankelijk van de benodigde veiligheidsruimte. Voor dit project wordt een breedte van 5 meter aan weerszijden gehanteerd bij boringen op land en 3 meter bij delen die middels open ontgraving worden aangelegd op land. Tijdens de uitvoering is enige flexibiliteit nodig, waardoor in het inpassingsplan een ruimere strook is voorzien.

Na de aanleg kan dit terug worden gebracht. Hiervoor is in het inpassingspan een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Bij elke kruising van het tracé met andere kabels en leidingen moeaten maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat deze elkaar niet negatief beïnvloeden. Het aantal kruisingen leidt niet tot een vermindering van de gebruiksfunctie van de Pagina 76 van 90

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |

kabels en leidingen die er in de huidige situatie liggen, maar heeft vooral implicaties voor (aanleg)techniek, kosten en onderhoud. Kabels en leidingen worden daarom zoveel als mogelijk haaks gekruist. Ook kruisingen met de bestaande (bovengrondse) infrastructuur zoals spoorwegen, en provinciale en gemeentelijke wegen kan leiden tot een technisch uitdagendere aanlegmethode. Er wordt altijd onder grotere infrastructuur doorgeboord. Daarmee zijn de effecten van de aanleg van de hoogspanningsverbinding beperkt en is deze combineerbaar met de gebruiksfunctie. Er vindt nog onderzoek plaats naar beïnvloeding (EMC) op onder meer de spoorwegen. Indien noodzakelijk worden (technische) maatregelen genomen om de be:ïnvloeding te beperken of te voorkomen. In onderstaande tabel is de interferentie met infrastructuur en ander gebruik opgenomen. Infrastructuur en ander gebruik Wegen (aantal kruisingen) Waterwegen (aantal kruisingen) Spoorwegen (aantal kruisingen) Secundaire waterkering (aantal kruisingen)

Hoeveelheid 13 0 3 0

Tabel 5.1: Interferentie met infrastructuur en ander gebruik op land

De oppervlakte van kruisingen van de hoogspanningsverbinding met ruimtelijke functies is in beeld gebracht, zowel voor het tijdelijk ruimtebeslag met werkstroken en het permanent ruimtebeslag door de belemmerende strook. Het ruimtebeslag op verkeersbestemming en dubbelbestemming leiding (bedoeld voor hoogspanning) zijn de grootste onderdelen voor het tracé. Voor de bestemming verkeer geldt dat er enkel sprake is van beperkingen bij de aanleg van het tracé. Het ruimtebeslag op bestemming industrie kan toekomstige ontwikkelingen op deze locaties permanent beperken, al is het ruimtebeslag aan de randen van deze bestemming. In de nabijheid van het hoogspanningstracé zijn bestaande en geplande windturbines aanwezig. Er zijn geen effecten van het tracé op de bestaande windturbines. Rondom de Slufter zijn nieuwe windturbines voorzien. Wanneer windturbines falen, kan dit schade aan infrastructuren in de omgeving veroorzaken. Vanwege de leveringszekerheid van het elektriciteitsnet is nagegaan wat de trefkans van de bestaande windturbines voor de hoogspanningsverbinding is. Het gaat hier niet om een extern veiligheidsrisico maar wel om een afweging van de kans op schade aan het elektrische netwerk en leveringszekerheid.

TenneT heeft specifiek voor deze situatie op basis van de trefkansanalyse aangegeven de risico’s genoemd in de analyse die gepaard gaan met de nabije ligging van de hoogspanningsverbinding met windturbines te accepteren en er geen mitigerende maatregelen nodig zijn. De locaties van toekomstige windturbines binnen het zoekgebied windenergie gemeente Westvoorne zijn nog niet bekend. Naar verwachting zijn de effecten van de hoogspanningsverbinding op de turbines en andersom vergelijkbaar met de bestaande turbines. Echter, het is mogelijk dat het tracé beperkingen voor de precieze locatie of fundatie van de toekomstige turbines met zich meebrengt. Er zijn geen relevante geluidgevoelige functies aanwezig op de Maasvlakte waarop geluidhinder kan plaatsvinden. Er zijn geen geluidsgevoelige objecten gelegen binnen 800 meter van een in- of uittredepunt van een boring of 600 meter van het converterstation. Pagina 77 van 90

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |

Het industriële karakter van de Maasvlakte maakt dat het verkeersnet berekend is op zwaar verkeer. Daardoor is de verwachting dat de aanleg van de hoogspanningsverbinding niet tot een verhoogd risico op de verkeersveiligheid leidt. Ook is er geen extra verkeer in of nabij woonkernen. De aanlanding van de hoogspanningsverbinding op zee is op het Maasvlaktestrand, het startpunt van het landtracé. Hier is sprake van strandtoerisme in de vorm van badgasten en kitesurfers. De Maasvlakte is een van de bekendste plekken in Nederland voor kitesurfen. Bij de aanlanding is een mofput benodigd met een omvang van 50 m2. Deze mofput zal zich ter hoogte van de parkeerplaatsen naast de Slufter bevinden. Tijdens het aanleggen en eventuele reparatiewerkzaamheden van de zeekabels en de mofput vindt er een tijdelijk effect plaats op strandrecreatie. De locatie van de mofput en het werkterrein hier omheen zijn voor enkele weken afgesloten voor recreatie en ook de Noordzeeboulevard in de richting van het kabeltrace zal afgesloten zijn tijdens de kabelaanleg ter plaatse. Tijdens de gebruiksfase is er geen effect op strandtoerisme. De hoogspanningsverbinding ligt onder het oppervlak, is niet zichtbaar en levert geen belemmeringen op. 5.11.3

Conclusie en planologische regeling De effecten van de hoogspanningsverbinding op zee voor de visserij en de scheepvaart zijn zeer beperkt en slechts tijdelijk. Het project vormt bovendien geen belemmering voor de recreatie. De hoogspanningsverbinding op land kruisen op verschillende locaties bestaande infrastructuur. Het tracé gaat met inachtneming van veiligheidsafstanden onder buisleidingen, wegen en spoorwegen door. Bij alle kruisingen geldt dat er geen gevolgen zijn voor de veiligheid en functionaliteit. In de aanlegfase zal er sprake zijn van enige hinder voor de recreatie. Nu het echter gaat om een tijdelijk effect, kan deze hinder aanvaardbaar geacht worden. Er vindt reeds overleg plaats en bij de uitvoering van de werkzaamheden zal hier zoveel als mogelijk rekening mee worden gehouden. Op dit punt wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening.

5.12

Bouwhinder

5.12.1

Toetsingskader Trilling Voor trillingen is geen wettelijk vastgesteld rijksbeleid van toepassing. De beoordelingsrichtlijn SBR gepubliceerd door de Stichting Bouwresearch wordt in dit kader vaak als leidraad gebruikt bij de onderbouwing van de effecten voor wat betreft trillingen in de aanlegfase. Luchtkwaliteit Het toetsingskader in relatie tot luchtkwaliteit is opgenomen in de Wet milieubeheer (hierna: Wm). Deze wet is de Nederlandse implementatie van de Europese richtlijnen met betrekking tot Luchtkwaliteit. De wet geeft voor een aantal stoffen de normen aan, waaraan de luchtkwaliteit moet voldoen. Geluid Voor de meeste aanleg-/bouwwerkzaamheden vormt het Bouwbesluit 2012 het toetsingskader. De aanleg van de hoogspanningsverbinding op land gebeurt met gebruikelijke technieken en met inzet van materieel (generatoren, vrachtauto’s, graafmachines, boorinstallaties etc.). Tijdens werkzaamheden bij open ontgravingen Pagina 78 van 90

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |

en/of boringen kan geluidhinder ontstaan voor geluidgevoelige objecten. Bij de realisatie van het converterstation vindt er een tijdelijke toename plaats van geluid door bouwwerkzaamheden en bijbehorend werkverkeer. De bestemmingen waaraan getoetst is, zijn opgenomen in de Wet geluidhinder als geluidsgevoelige objecten. In het Bouwbesluit is aangegeven welke dagwaarden en de daarbij behorende maximale blootstellingsduur niet overschreden mogen worden bij het uitvoeren van de werkzaamheden (zie onderstaande tabel). Dagwaarde

≤ 60 dB(A)

Maximale Onbeperkt Blootstellingsduur

> 60 dB(A)

> 65 dB(A)

> 70 dB(A)

> 75 dB(A)

> 80 dB(A)

50 dagen

30 dagen

15 dagen

5 dagen

0 dagen

Tabel 5.2: Dagwaarden geluidhinder en daarbij behorende maximale blootstellingsduur uit het Bouwbesluit 2012.

5.12.2

Effecten Trilling en luchtkwaliteit Voor de bouw van het converterstation vinden geen heiwerkzaamheden plaats. Bovendien liggen gevoelige bestemmingen en bestemmingen met trillingsgevoelige apparatuur zoals ziekenhuizen of telecombedrijven op ruime afstand. Bij de in- en uittredepunten van de boringen vinden ook werkzaamheden met boorinstallaties plaats. Deze veroorzaken nauwelijks tot geen trillingen. Ook luchtkwaliteit speelt geen rol. Geluid Voor de bouw van het converterstation wordt niet geheid, waardoor de geluidhinder beperkt blijft. Binnen 400 meter liggen bovendien geen woonbestemmingen, waardoor geen noemenswaardige geluidhinder optreedt. Voor boringen is de grootste geluidhinder te verwachten van de boorinstallatie. Een HDD-boring duurt maximaal twee weken. De maximale belasting bij woonbestemmingen mag dan 60 dB(A) bedragen. In de geluidberekening is voor een boorinstallatie uitgegaan dat geluid tijdens de werkzaamheden binnen een afstand van 300 meter maximaal 60 dB(A) bedraagt. Aangezien er binnen deze 300 meter geen woningen aanwezig zijn, hoeven geen maatregelen getroffen te worden om te voldoen aan deze 60 dB(A). Omdat de uitgangspunten voor de berekeningen worst case en generiek zijn, worden voor de uitvoering locatiespecifieke berekeningen gemaakt en indien noodzakelijk maatregelen getroffen.

5.12.3

Conclusie en planologische regeling Ten aanzien van het aspect bouwhinder zijn er voor de uitvoering van dit inpassingsplan in de aanlegfase geen belemmeringen.

Pagina 79 van 90

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |

6

Juridische planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt de juridische regeling van het inpassingsplan toegelicht. Een inpassingsplan is wat betreft vorm, inhoud en juridische binding gelijk aan een bestemmingsplan. Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) Dit inpassingsplan is opgezet conform de Wro en Bro. Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP bevat standaarden voor de opbouw van de verbeelding en regels van een bestemmingsplan of inpassingsplan, zowel digitaal als analoog. Bestemmings- en inpassingsplannen zijn hierdoor op vergelijkbare wijze opgebouwd en op eenzelfde manier verbeeld. Verhouding met geldende bestemmingsplannen Op grond van artikel 3.28, derde lid Wro kan in een inpassingsplan de verhouding tussen het inpassingsplan en de onderliggende bestemmingsplannen nader worden bepaald. In dit inpassingsplan is van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Als uitgangspunt is gehanteerd dat het inpassingsplan zo min mogelijk ingrijpt in de geldende ruimtelijke plannen. Waar mogelijk blijven de onderliggende bestemmingen in stand. In dit inpassingsplan wordt dan ook volstaan met het vaststellen van de enkelbestemming 'Bedrijf – Nutsbedrijf’ voor de realisatie van het converterstation.

Op de plaatsen waar de hoogspanningsverbinding wordt aangelegd, is een dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanning’ opgenomen over de geldende bestemmingen uit de onderliggende gemeentelijke bestemmingsplannen. Op deze plaatsen blijven zowel de enkelbestemmingen als de dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen uit de onderliggende bestemmingsplannen gehandhaafd. Met een dubbelbestemming wordt er als het ware een ‘extra beschermingslaag’ over de bestemmingen heen gelegd. Bevoegdheid voor gronden waar het inpassingsplan betrekking op heeft Op grond van artikel 3.28, vijfde lid, Wro is in het besluit tot vaststelling van het onderhavige inpassingsplan bepaald dat de gemeenteraad van de gemeenten Rotterdam en Westvoorne, respectievelijk Provinciale Staten van Zuid-Holland, vanaf het moment van de terinzagelegging van het inpassingsplan gedurende een periode van 10 jaar na vaststelling van dit inpassingsplan niet bevoegd zijn een bestemmingsplan, respectievelijk een inpassingplan, vast te stellen voor de gronden waarop dit inpassingsplan betrekking heeft. Dit is slechts anders als een ruimtelijk plan wordt vastgesteld dat voorziet in de (dubbel)bestemmingen zoals neergelegd in het onderhavige inpassingsplan. 6.1

Toelichting op de bestemmingsregeling Het inpassingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en planregels, vergezeld van een toelichting en bijlagen. De verbeelding en de planregels vormen het juridisch bindende deel van het inpassingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De planregels regelen de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de gronden en gebouwen. De toelichting heeft geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van de uitvoerbaarheid van het inpassingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en de planregels. Pagina 80 van 90

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |

6.1.1

Opbouw van de planregels De indeling van de planregels is als volgt: Hoofdstuk 1: Inleidende regels Dit hoofdstuk omvat twee artikelen: • Artikel 1: Begrippen. Dit artikel bevat alle noodzakelijke begripsomschrijvingen. Hierdoor wordt de interpretatie van de diverse begrippen vastgelegd, waardoor de duidelijkheid wordt vergroot; • Artikel 2: Wijze van meten. Dit artikel geeft aan hoe bepaalde maten dienen te worden berekend. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bevat de bepalingen die direct verband houden met de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en dubbelbestemmingen. In onderhavig bestemmingsplan zijn één enkelbestemming en één dubbelbestemming opgenomen. Hierbij wordt het volgende stramien gevolgd: • Bestemmingsomschrijving: een omschrijving van de toegestane doeleinden binnen de bestemming; • Bouwregels: in deze bepaling zijn regels opgenomen omtrent de bouwmogelijkheden van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; • Afwijken van de bouwregels: er is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om ter plaatse toch gebouwen ten behoeve van andere ter plaatse geldende bestemmingen toe te staan. Hiervoor is advies vereist van de kabel- of leidingbeheerder; • Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: activiteiten die een aantasting betekenen van een waarde of voorwerp zijn vergunningplichtig gesteld.

Deze bepaling komt alleen voor bij de dubbelbestemmingen; • Wijzigingsbevoegdheid (indien aan de orde) om de bestemming binnen de beschreven mogelijkheden en randvoorwaarden in de toekomst te kunnen wijzigen. Hoofdstuk 3: Algemene regels In dit hoofdstuk zijn de algemene bepalingen van het inpassingsplan nader uitgewerkt. Dit hoofdstuk bevat de volgende artikelen: • Anti-dubbelregel: deze bepaling (conform het Bro) dient te voorkomen dat situaties ontstaan welke niet in overeenstemming zijn met de bedoeling van het plan. Via de anti-dubbeltelbepaling wordt voorkomen dat eenzelfde terrein twee keer wordt ‘meegenomen’ bij de beoordeling van een bouwaanvraag. Grond die al eerder moest worden meegeteld bij de beoordeling van een bouwplan mag niet nog eens worden meegeteld bij een nieuwe bouwaanvraag. • Algemene gebruiksregels: in deze bepaling is geregeld dat de gronden na realisatie van de hoogspanningsverbinding zoveel mogelijk weer in oorspronkelijke staat teruggebracht moeten worden. • Overige regels: hierin zijn twee bepalingen opgenomen. Eén bepaling regelt de verhouding met de onderliggende bestemmingsplannen regelt. Hierin is onder meer bepaald dat de dubbelbestemmingen uit de onderliggende bestemmingsplannen die gericht zijn op bescherming van archeologische waarden niet van toepassing zijn op de werken en werkzaamheden waar dit inpassingsplan in voorziet.

Uit het archeologisch onderzoek voor dit project Pagina 81 van 90

| Voorontwerp | Inpassingsplan Net op zee IJmuiden Ver Beta |

blijkt immers dat de uitvoering van dit project geen archeologische waarden schaadt. De tweede bepaling regelt de bevoegdheid van provincies en gemeenten om binnen het inpassingsplangebied respectievelijk een bestemmingsplan of inpassingsplan vast te stellen. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels • Overgangsrecht: in deze bepaling wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht. Het overgangsrecht is conform het Bro opgenomen; • Slotregels: dit artikel geeft de naam van het inpassingsplan. 6.2

Beschrijving per bestemming Bedrijf – Nutsbedrijf De bestemming ‘Bedrijf – Nutsbedrijf’ maakt de realisatie van een converterstation mogelijk met bijbehorende voorzieningen zoals netaansluitingen en voorzieningen ten behoeve van het beheer en de besturing van offshore windparken. Leiding – Hoogspanning De dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanning’ voorziet in de aanleg, het gebruik en de bescherming van de ondergrondse hoogspanningsverbinding. De breedte van de zone is vastgesteld op basis van het benodigde ruimtebeslag voor de aanleg, instandhouding en bescherming van de hoogspanningsverbinding. Dat ruimtebeslag wordt bij ondergrondse verbindingen gevormd door het kabelsysteem (incl. onderlinge afstand t.b.v. warmteafgifte), plus een veiligheidsafstand. Daarbij is rekening gehouden met veiligheidseisen, onder andere om veilig (onderhouds)werkzaamheden uit te kunnen voeren en ongestoord functioneren van de hoogspanningsverbinding te kunnen garanderen. Daarnaast is een beperkte marge opgenomen om iets meer flexibiliteit te hebben bij de aanleg van de hoogspanningsverbinding. Ter hoogte van de in- en uittredepunten van boringen is meer (werk)ruimte aangehouden, omdat het ruimtebeslag hier groter is. Het feitelijke in- en/of uittredepunt ligt altijd binnen de dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanning’. Binnen deze dubbelbestemming zijn kabels en leidingen toegestaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10223987/1