CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

21 06 RES bijlage 3 nota van beantwoording

Gemeenteraad 30 juni 2021, gemeente WestvoorneBij agendapunt: Regionale Energie Strategie, RES, van de energieregio Rotterdam - Den Haag80.497 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 7 van 9

Paragraaf 1.3

358

Rijswijk

Aandacht voor ongelijkheden binnen Sociale huurwoningen vanwege energietransitie:

Constaterende dat: Algemeen - Rijswijk druk bezig is met de energietransitie in samenwerking met de regio, - er een duidelijk overschot is aan warmte, maar een enorm tekort aan elektriciteit, - de vraag naar elektriciteit de komende jaren alleen maar zal toenemen doordat we o.a. “gasloos” bouwen en er meer elektrische auto’s rijden, - willen voorkomen dat grote vrije/groene gebieden worden vol gelegd met zonnepanelen, - we windmolens op land zo weinig mogelijk willen toestaan, - we echt alle mogelijkheden tot het opwekken van elektriciteit in overweging moeten nemen als we daadwerkelijk willen toewerken naar een vermindering van CO2 uitstoot. Verzoekt het college: - samen met de andere gemeenten te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor het gebruik van kernenergie/kernfusie binnen de regio om zo te voldoen aan de elektriciteit behoefte en het verminderen van CO2 uitstoot, - voor de definitieve besluitvorming met de bevindingen te komen zodat daadwerkelijk alle opties de revue hebben gepasseerd en we een gedegen en weloverwogen beslissing kunnen maken op dit ingrijpende dossier. Momenteel worden er nieuwe sociale woningen opgeleverd met ‘0 op de meter’ en zijn er ook sociale huurwoningen Algemeen met een schrikbarend hoge energierekening. Het huren van één van die twee woningen mag niet tot ongelijkheden leiden in financiële situaties.

Een vorm van compensatie – betaling vanwege een ingebouwde lage energierekening kan worden ingezet voor het verder omlaag brengen van energie gebruik van de sociale woningen met een hoog energie verbruik. Het doorvoeren van woningverbeteringen en het duurzaam maken gaat hand in hand bij renovatieprojecten. Verbeteringen aan de woning worden soms doorberekend in een huurverhoging. Ook verbeteringen t.b.v. verduurzaming worden soms op die manier in rekening gebracht, “tenslotte gaat de energierekening omlaag” is één van de argumenten. Dit vertroebelt oorzaak en gevolg en kan leiden tot scheve huren. Dit zou ook anders opgelost kunnen worden. Ook hier vragen wij aandacht voor ongelijkheden die kunnen ontstaan. Let op totale woonlasten!! Verzoekt het college: In verdere uitwerkingen acties op te nemen om ongelijkheden binnen sociale huurwoningen te vermijden.

Thema

In de uitgangspunten van de RES neemt betaalbaarheid een belangrijke rol in maar ook inclusiviteit. M.n. in de warmtetransitie krijgt dit aandacht door in de ontwikkelde scenario's van de Regionale Structuur Warmte waarin een kostenanalyse is gemaakt. Een deel van de vraag valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten (immers maken zij de Transitie Visies Warmte en de Uitvoeringsplannen, hierin kan inclusiviteit en betaalbaarheid worden opgenomen). Voor de regio wordt gekeken naar de globale totale maatschappelijke kosten als manier om verschillende oplossingsrichtingen te kunnen vergelijken.

Paragraaf 3.3, paragraaf 6.2, paragraaf 8.2.1, 8.2.3 (o.a. ad. 2 economische analyse) en paragraaf 8.3.4 (frame 2 haalbaarheid en doelbereik)

386

Rijswijk

Reactie inwoner

De doelstelling is duidelijk: “we moeten van het gas af”. In het Concept RES wordt aangegeven dat we genoeg warmte in onze regio hebben voor ons gebied. We hoeven geen koude voeten te krijgen. Maar als simpele verbruiker denk ik niet alleen aan warme voeten; hoe krijg ik mijn pannetje aardappelen gaar? Kennelijk moet alles elektrisch worden. Voor een eenvoudige afnemer/verbruiker zal dat betekenen dat mijn 4-pits-gaskomfoor moet verdwijnen en worden vervangen door een elektrisch komfoor. Wie legt er extra bekabeling in mijn woning aan en wie draait er voor al die kosten op? En als iedereen in mijn straat extra elektrische energie gaat afnemen zal de huidige transportkabel niet meer voldoen; gaat Stedin dat oplossen en op wiens kosten? En als het donker wordt en mijn zonnepanelen (en al die andere zonnepanelen in onze regio) uitvallen waarmee kan mijn sobere huis-verlichting, mijn radio, mijn TV, mijn computer en al die andere apparatuur zoals mijn telefooncentrale, mijn huisalarm, mijn elektrische wekker en ga zo maar door dan gevoed worden? Het huidige Concept RES geeft mij op die vragen geen antwoord, wie kan mij wel antwoord geven? Ik ben er nog niet gerust op. Ik wens u veel wijsheid toe bij de vervolgstappen die de regio in de komende jaren zal moeten nemen.

Het geschetste dilemma is herkenbaar en heeft regionaal maar ook landelijk de nodige aandacht. Een deel van uw bedenkingen heeft te maken met het 'aardgasvrij' maken van de gebouwde omgeving. Daarvoor is met name de gemeente aan zet. In die aanpak wordt ook de betaalbaarheid van aanpassingen in de woning zoals elektrisch koken en aanpassingen in de woning onder de aandacht gebracht. De RES doet daarover geen uitspraken. De impact van alle maatregelen op het elektriciteitsnet zullen zoals u aangeeft inderdaad groot zijn. De netbeheerder werkt daarom samen met gemeenten en regio's samen om niet noodzakelijke investeringen te voorkomen en het bestaande net zo efficiënt mogelijk te benutten. Het zal uiteindelijk wel nodig zijn dat er investeringen in het elektriciteitsnet plaatsvinden. Echter, dat is niet alleen vanwege meer hernieuwbare elektriciteitsproductie. Ook (nieuwe) gasloze woonwijken en elektrisch rijden betekenen meer ondergrondse kabels en bovengrondse transformatoren. De kosten van netinvesteringen worden in het huidige reguleringsmodel gedragen door de aangeslotenen over een periode van tientallen jaren. Over de financiering van netinvesteringen in Nederland lopen gesprekken met de toezichthouder en de publieke aandeelhouders. In Nederland hebben we een zeer stabiel net, dat willen we ook in de toekomst houden.

Netstabiliteit en leveringszekerheid vraagt daarom ook dat we goed kijken naar piek en back-up zodat we de situatie die u omschrijft niet krijgen. In het onderdeel systeemintegratie en elektriciteit wordt hier in de RES 1.0 nader op ingegaan. Hierbij is van belang dat dit ook echt een landelijke en wellicht Europese aanpak vraagt. Ook nu al zijn in Europa alle elektriciteitsnetten verbonden. met als doel: stabiliteit en kosten beheersen.

387

Rijswijk

Reactie inwoner

Als inwoner van Rijswijk heb ik de RES even bekeken. Het is een hele lappendeken aan maatregelen geworden, met ongewisse uitkomst qua hoeveelheden opwek en in welke mate dit bijdraagt aan de energieopgave. Zoals gezegd is ook wet- en regelgeving nog niet op orde. Er wordt geen aandacht besteed (tenzij ik er overheen heb gelezen) aan verduurzaming van woningen en kantoren, teneinde de energievraag te verkleinen. Hoe doen we dat? Financiering voor verduurzaming van particulier bezit is nog steeds niet geregeld. Verder blijf ik mij verbazen dat er met geen woord gerept wordt over kernenergie. In de landen om ons heen een beproefd concept en tegenwoordig nog minder vervuilend (qua radioactief materiaal) dan vroeger. Een paar kerncentrales neerzetten, zal de puzzel toch een stuk gemakkelijker maken. En van het gas af? In Duitsland gaan ze juist aan het gas. Hoezo Europees afstemmen? Zoals de RES er nu ligt is het een onsamenhangend geheel van probeerseltjes en proefballonnetjes.

In de beschreven wens/bedenking worden diverse aspecten aangehaald die inderdaad van grote invloed zijn op de energietransitie, dank daarvoor. Daarbij is van belang te duiden welk van deze aspecten op gemeentelijk niveau liggen, welke landelijk(en internationaal) en welke aspecten onderdeel kunnen zijn van een regionale energiestrategie. Het is helder dat er nu wetgeving is die niet geheel aansluit bij wat er nodig is om de transitie in zijn geheel mogelijk te maken. Waar dat speelt maken we het expliciet in de RES 1.0. Dat gaat tevens over punten die genoemd zijn. Financiering/betaalbaarheid voor aanpassingen in woningen is er daar een van maar dat betreft ook wetgeving die gemeenten in staat stelt kosteneffectieve keuzes te maken voor het aardgasvrij maken van woningen. Beide aspecten liggen ter uitvoering op het niveau van gemeenten en de regio ondersteunt daarbij, o.a. met kennisuitwisseling en inzicht in regionale warmtebronnen. Gemeenten zijn ook aan zet als het gaat over besparingen op gebouwniveau en in de wijken. Het belang daarvan is duidelijker in de RES terug te vinden en daarmee wordt aan uw wens tegemoet gekomen. In de RES 1.0 is meer toegelicht over waar de gemeente aan zet is en waar de regio aan zet is. Landelijk is afgesproken dat er in 2030, 35TWh elektriciteit op duurzame wijze wordt opgewekt op land.

In de Concept RES maar ook in de RES 1.0 is helder aangegeven welke bijdrage de regio wil leveren om dat ook te halen. In de Concept RES was dat een bandbreedte tussen 2.8 en 3.2 TWh. zo'n 8 a 9% van de landelijke doelstelling. Dat is herbevestigd in de RES 1.0. Voor de warmtetransitie is een dergelijk kwantitatief doel er niet voor regio's. Wel is afgesproken dat er landelijk 1.5 miljoen woningen aardgasvrij moeten zijn in 2030. Zoals gezegd is daar vooral een rol weggelegd voor gemeenten via de warmtetransitievisies. Er zijn naast de wet en regelgeving diverse zaken die aan het Rijk zijn om mee aan de slag te gaan. Dat betreft de keuze om aardgas uit te faseren maar ook het gebruik van Kernenergie. In het Klimaatakkoord is dat nu niet opgenomen en de regio's hebben niet de opdracht daarnaar te kijken. Daarnaast is van belang dat we kijken naar 2030 voor de realisatie. In die resterende ca. 10 jaar is het niet mogelijk kernenergie te ontwikkelen. Het zal dus vooral een rol spelen in de periode tussen 2030 en 2050. Indien er ontwikkelingen in die richting zijn dan nemen we dat mee in een actualisatie van de RES.

34

Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 31 maart 2021

Nr

Organisatie

388

Rijswijk

Onderwerp / steekwoorden Reactie inwoner

Korte formulering

Toelichting

Thema

389

Rijswijk

Reactie inwoner

134

Rotterdam

Participatie

135

Rotterdam

Zon op gevels en op/langs infrastructuur:

Rotterdam ziet voor de toepassing van zon op gevels en zon op/langs infrastructuur een grotere rol weggelegd dan nu Elektriciteit wordt voorzien in de Concept RES. Rotterdam is hier een groot pleitbezorger van omdat we de potentie van deze bronnen nodig hebben om uiteindelijk te kunnen voldoen aan de verwachte elektriciteitsvraag in 2050. Daarnaast maken deze toepassingen slim gebruik van de schaarse ruimte in onze stedelijke omgeving wat nodig is om ruimtelijke kwaliteit te kunnen blijven waarborgen.

136

Rotterdam

Duinen Hoek van Holland geen geschikte locatie voor windturbines:

Wij zien windturbines in de duinen als onwenselijk. In de Concept RES is bij Hoek van Holland een zoekgebied voor Elektriciteit windenergie opgenomen. Voor een deel van dat zoekgebied zien wij potentie voor windturbines (langs de strekdam), maar de duinen bij Hoek van Holland vinden we ongeschikt als locatie voor het plaatsen van windturbines. We verzoeken u de duinlocatie uit het zoekgebied te schrappen.

137

Rotterdam

Kleinschalige windmolens op bedrijventerreinen:

Naast het zoeken naar nieuwe locaties voor windparken maken ook repowering en wind op industrieterreinen een Elektriciteit belangrijk onderdeel uit van het realiseren van de ambities voor de regio. Voor individuele windmolens zijn de Rotterdamse industrieterreinen ook potentiegebied. In het traject naar de RES 1.0 moet er ook aandacht komen voor ondersteuning van ondernemers om kleinschalige windmolens te realiseren.

138

Rotterdam

Relatie met verduurzaming van de haven:

Rotterdam ziet het echter als gemiste kans dat het havenindustrieel complex buiten de reikwijdte van de RES valt, aangezien daar de grootste uitdaging in onze regio ligt om te vergroenen. In de uitwerking van de RES 1.0 zien we graag de relatie met de verduurzamingsopgave van het havenindustrieel complex terugkomen.

Algemeen

139

Rotterdam

Rekening houden met vogeltrek:

Elektriciteit

140

Rotterdam

Concreet uitwerken hoe restwarmte in de regio te benutten:

Wij vragen de vogeltrek en andere milieuaspecten zo vroeg als mogelijk mee te wegen bij het aanwijzen van windlocaties in de zoekgebieden. Daarnaast willen wij dat er in het traject naar de RES 1.0 onderzocht wordt of er aangesloten kan worden bij initiatieven die aanvaringen tussen vogels en windmolens tijdens de vogeltrek proberen te voorkomen. De restwarmte die wij in Rotterdam ter beschikking hebben moet zo goed en snel mogelijk in de rest van de regio ingezet kunnen worden. Vanuit de gemeente Rotterdam vinden wij het belangrijk dat er samenhang komt tussen de bestaande en toekomstige transportleidingen in de regio en dat er afspraken gemaakt worden hoe we hierin met elkaar samenwerken.

N.a.v. de bekendmaking m.b.t. bovenstaand onderwerp in ‘Groot Rijswijk’, dd. 3/9 stuur ik u hierbij mijn input. Gelet op de datum hoop ik dat deze informatie toch nog meegenomen kan worden. Een opvallend (positief) punt in de bijbehorende stukken vond ik dat er gekozen wordt voor een aanpak die (o.a.) past bij de inwoners. Omdat niet iedere inwoner hetzelfde is betekent dit in mijn ogen dat we t.z.t. een keuze kunnen maken uit een aantal energiebronnen. Kijkend naar de huidige ontwikkelingen m.b.t. warmtenetten in bijv. Amsterdam (Sluisbuurt/Bijlmer) heeft dit grote voordelen; inwoners gaan soepeler mee in de plannen en gemeenten zijn minder tijd/energie kwijt aan lobby/rechtszaken. Het resultaat: een snellere transitie naar een schonere energievoorziening. Lang verhaal kort: leg straks niet 1 oplossing op aan ons als inwoner. Alvast bedankt en succes met dit lastige onderwerp Voor realisatie van de gezamenlijke doelen in de regionale energiestrategie is draagvlak zeer belangrijk. Wij hechten Communicatie dan ook veel waarde aan zorgvuldig opgezette en goede participatietrajecten voor alle projecten binnen de energietransitie. Wij verwachten dat dit in de RES 1.0 stevig tot uitdrukking komt.

35

Antwoord

Verwijzing RES 1.0

In deze inbreng is een brede kijk terug te zien op tal van elementen die een rol spelen in de energieopgave, dank daarvoor. Veel van deze elementen zullen herkenbaar in de RES 1. terugkomen. Niet limitatief zal hieronder op enkele elementen worden ingegaan. Het pleidooi om lokaal niet te wachten op de RES wordt herkend en is leidend in de regionale aanpak. De RES versterkt datgene wat er lokaal al gebeurt en biedt inzichten, kennis en gezamenlijke kansen voor versnelling/versterking van de aanpak. Innovatie wordt aangehaald, meer specifiek getijdencentrales. De RES kent en horizon tot 2030 en wordt geacht inzicht te geven in die duurzame energiebronnen (elektriciteit) die ook tot die tijd een significante bijdrage kunnen leveren aan de energiedoelen van de regio (en Nederland). Innovatie, ook getijdencentrales hebben nog een aanloop nodig om in die scope me te kunnen. Neemt niet weg dat áls dit een vlucht neemt het in een herijking van de RES meegenomen kan worden. Dat vindt iedere 2 jaar plaats. Zon op daken zal ook in de RES 1.0, conform de geuite wens een grote factor zijn in de regionale aanpak. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor gemeenten. Die bieden de randvoorwaarden voor een stevige aanpak, de regio kan daarbij ondersteunen in b.v.

kennisdeling en ondersteuning bij processen die bovengemeentelijk zijn en met stakeholders die ook in andere gemeenten een rol hebben zoals de koepels van woningbouwcorporaties. De geuite wens om de warmtevoorziening via o.a. de Warmtelinq verder te brengen staat stevig in de RES 1.0. Daarbij wordt terecht onderkend dat voor een soepele realisatie de randvoorwaarden er nog niet allemaal zijn. Het gaat dan om aanwijzingsbevoegdheden voor gemeenten maar ook om goede wettelijke basis om te kunnen omgaan met monopolyposities. In de RES 1.0 wordt daarbij nadrukkelijk geothermie én restwarmte benoemd als belangrijke pijlers voor de warmtetransitie. De afstemming tussen de RES en het Rotterdamse havengebied krijgt steeds meer vorm doordat er ook een energiestrategie voor het havencluster moet komen. Die strategie gaat ook over de verduurzaming van bronnen en inzet van waterstof in de procesindustrie. Daarop kan de RES inspelen met regionale aanpak. Ook wordt de relatie tussen warmteopties in woningen en kosten nader geduid. Hoe daarmee wordt omgegaan krijgt met name vorm in de warmte transitievisies die gemeenten maken. Dat gaat dan ook over isolatie, aanpassingen in de installatie en financiering daarvan. Tot slot wordt de positie van biogas en groene waterstof aangehaald. In de RES 1.0 is opnieuw onderzoek gedaan naar de mogelijke kansen van beide gassen in de gebouwde omgeving.

Dat heeft niet geleid tot een wezenlijk ander regionaal standpunt. De toepassingen buiten de gebouwde omgeving, zoals zwaar transport en procesindustrie zijn veel aannemelijker op de korte en middellange termijn.

BEGIN 1/2: Betekenis van de RES voor de gemeente De concept-RES is vooral VERVOLG 2/2: De concept-RES komt voor de uitwerking niet verder dan het noemen van zoekgebieden en de oproep om met, ook kleinschalige, initiatieven te komen. Dat is te een beschrijving van scenario’s voor de verdere uitwerking. Er worden geen weinig om de doelstellingen binnen 10 jaar te halen. Op deze manier gaat iedereen op iedereen wachten, tenzij er financieel-economische belangen zijn om te transformeren, nieuwe gezichtspunten en gegevens aangedragen. Kijkend naar wat er in de zoals in de glastuinbouw in zekere zin het geval is. De te verwachten toename van de elektriciteitsbehoefte vraagt naar mijn mening een meer robuuste aanpak, die de grenzen gemeente Rijswijk allemaal moet gebeuren, biedt het naar mijn mening helaas van de regio Rotterdam – Den Haag te boven gaat. Daarbij 2 kan vooral worden gedacht aan innovatieve systemen en zeker ook aan getijdencentrales. Ons land kent daar niet heel erg veel concrete aanknopingspunten. Dat betekent dat, indien de slechts in beperkte mate voorbeelden van. Maar het kan omvangrijker en innovatiever. Andere landen laten dat zien. De zee bevat een enorme hoeveelheid energie en die is gemeente Rijswijk met de uitwerking van de eigen plannen op de verdere vrijwel constant beschikbaar.

Om de kracht van het water om te zetten in elektriciteit zijn overigens niet altijd (stuw)dammen nodig. Op een testveld bij de Schotse Orkneyuitwerking van de RES zou wachten, dit wat verloren tijd is, te meer omdat de eilanden wordt bijvoorbeeld gewerkt met grote getijdenturbines die grotendeels onder water drijven. Daar heb je boven water nauwelijks weet van. Dat scheelt weer concept-RES de bal nu weer teruglegt bij de gemeenten. Zij moeten ten windmolens op zee. Uiteraard zal in de gemeente stevig moeten worden ingezet op het vergroten van het oppervlak aan zonnepanelen. Weliswaar is er een regionaal behoeve van RES-1 laten weten hoe ze de energietransitie gaan aanpakken, energieloket, maar dat gaat primair uit van initiatieven van bewoners en bedrijven. Uit particulier initiatief is ‘Zon op Rijswijk Z-H Coöperatie’ ontstaan, waaraan de gemeente zodat dit kan worden meegenomen in de verdere trajecten van de regionale materieel (dak Gemeentewerf) en financieel meewerkt. Dat is een goede zaak. Maar er is denk ik een grotere slag en actieve benadering nodig vooral ook van grote partijen, strategie. Mijn aanbeveling is om als gemeente, ongeacht het huiswerk dat zoals woningcorporaties en eigenaren van grote bedrijfspanden met veel dakoppervlak.

En om niet te vergeten: de gemeente zal bij het verlenen van omgevingsvergunningen ten behoeve van RES-1 zou moeten worden gedaan, zelf voortvarend aan de moeten toezien op het effect van het bouwwerk op de zonnepanelen in directe omgeving. Warmtenet Voor Rijswijk is de komst van de geplande WarmtelinQ Vlaardingen-Den slag te gaan, de verdere ontwikkelingen met de RES met belangstelling Haag (voorheen Lijn door het Midden genoemd) van belang. Hoe effectief dit voor Rijswijk is, hangt met name af van hoe de afname van deze restwarmte kan worden volgend. Dat geldt temeer omdat er bij de energietransitie zaken moeten georganiseerd. Er moet bovendien massa zijn, anders begint de Gasunie niet aan het operationele aftakkingen van de hoofdleiding. Voor zover ik weet heeft de leiding een worden gedaan met partijen, die er toe doen. Elektriciteitsproductie Een maximaal vermogen van 250 MW. Omgerekend zijn dat ongeveer 150.000 woningen (voor het gehele gebied), maar om daadwerkelijk zoveel woningen te kunnen verwarmen, belangrijk landelijk knelpunt is dat veruit de grootste hoeveelheid aan moeten er wel lokale warmtenetten komen. Daar zal aan gewerkt moeten worden, eventueel in combinatie met geothermiebronnen. In de concept-RES wordt op hoe een en elektriciteit in Nederland wordt opgewekt in gasgestookte energiecentrales.

ander moet worden aangepakt niet ingegaan, ook niet wat betreft de gewenste richting. Wel wordt verwacht dat de lokale overheden de uitwerkingen (eind 2021) inleveren, Aan deze manier van produceren zal een einde moeten komen, zowel om zodat deze in RES-1 en -2 kunnen worden meegenomen. Er wordt overigens helaas niet duidelijk ingegaan op het feit dat de verwarmingsbronnen voor het water overwegend redenen van het gas, als de CO2 uitstoot. In het door het kabinet uitgewerkte geen schone bronnen zijn en voor een deel op termijn ook zullen moeten verdwijnen. De Rotterdamse haven maakt geen onderdeel uit van de concept-RES. Daarmee is in het klimaatakkoord wordt ervan uitgegaan dat In 2030 70 procent van alle verband van de voorliggende concept-RES onduidelijk hoe de transitie van de verwarmingsbronnen zal gaan plaatsvinden. Een niet onbelangrijk aandachtspunt is dat het elektriciteit komt uit hernieuwbare bronnen, dat wil zeggen met windturbines distributiebedrijf, dat wordt ingeschakeld, het monopolie voor de levering heeft. Warmte in gebieden zonder warmtenet Het gebruik van restwarmte zal (slechts) voor een deel op zee en land en met zonnepanelen op daken en in zonneparken. De van de gemeente kunnen worden ingezet. De andere delen van de gemeente zullen het overwegend moeten doen met elektrische systemen.

Ook hierdoor zal het conceptRES gaat uit van een regionale bijdrage aan de nationale opgave met elektriciteitsgebruik na het beëindigen van de 3 gasdistributie behoorlijk toenemen. Daar komt bij dat vooral in de oudere woningvoorraad en oudere bedrijfspanen concepten een bandbreedte van 3,2 – 2,8 TWh aan grootschalige wind- en zonne-energie als het gebruiken van elektrische warmtepompen en het “0 op de meter principe” moeilijk of alleen tegen zeer hoge kosten te realiseren zijn. Het op lage temperatuur (tot 2030), dat is tussen de 9 en 8 % van de nationale opgave. verwarmen vraagt immers een zeer grondig geïsoleerd pand, vloerverwarming en radiatoren die met lage temperatuur goed kunnen functioneren. In de nieuwbouw en intensieve renovatie kan dat van meet af aan worden meegenomen, maar voor de bestaande voorraad ligt dat echt anders. Dat kan tot gevolg hebben dat, als er geen nieuwe slimme en innovatieve alternatieven komen, velen zullen gaan beslissen om als het gas verdwijnt (naast elektrisch koken) over de stappen op een elektrische CV ketel. Die is heel eenvoudig in te passen, is niet heel erg duur, maar vraagt wel veel stroom. Of die transitie veel duurder gaat worden, dan men nu betaalt, hangt af van het elektriciteitstarief van de private productie van wind- en zonenergie en van de distributiebedrijven.

Omdat het landschap hiervan nog verder versnipperd dreigt te gaan worden, zou een en ander wel eens averechts kunnen gaan uitpakken. Maar dat neemt niet weg dat het verstandig is om er rekening mee te houden, dat in de bestaande wat oudere bebouwing om de investeringskosten laag te houden massaal op elektrische CV ketels zal worden overgestapt en dat dit een toename van de elektriciteitsvraag met zich mee zal brengen. Lokale elektriciteitsnet Er is zeer waarschijnlijk een grondige update nodig van het stedelijke elektriciteitsnet. De concept-RES doet er melding van dat de knelpunten bij wijze van spreken onder schot zijn, maar wie er nu de regie heeft, anders dan de netwerkbeheerder, en hoe die wordt aangestuurd is onduidelijk. Voor de gemeente is het van belang proactief te acteren om te voorkomen dat Rijswijk bij de uitvoering achteraan gaat lopen. Groene waterstof en biogas Tenslotte. Ik vind het jammer dat in de concept-RES een afwachtende houding wordt ingenomen ten aanzien van groene waterstof en biogas. Dat is wat opmerkelijk, omdat dit goede alternatieven zijn voor fossiele brandstoffen, bijvoorbeeld ook voor het vrachtverkeer. En als tweede voorbeeld: groene waterstof kan in principe, met enige aanpassingen van branders e.d., gebruikmaken van het bestaande gasnet.

Warmte

Hartelijk dank voor uw standpunt. In de RES 1.0 wordt m.n. vanuit de inhoudelijke mogelijkheden naar de i.c. warmteopties gekeken. Dat resulteert erin dat gemeenten inzicht krijgen in de kansen die er zijn buiten de gemeentegrenzen en daarmee kunnen werken aan goed, passende aanpakken voor het verduurzamen van de warmtevraag van woningen. Daarbij is de gemeentelijke aanpak bepalend en kosten voor de inwoners/huiseigenaren spelen een belangrijke rol. Daarbij is het streven om die optie aan te kunnen bieden die zowel bijdragen aan de CO2doelen als betaalbaar zijn. Daarbij kan het zijn dat er soms verschillende keuzes te maken zijn en soms zullen die keuzes beperkter zijn.

De regio onderschrijft het belang van participatie bij het creëren van draagvlak. In de RES 1.0 zal nadrukkelijk paragraaf 2.3, 7.1, aandacht worden besteed aan verschillende doelgroepen, verschillende niveaus van participatie en de mogelijkheden 8.1, verder dit te stimuleren. Daarmee is communicatie en participatie primair aan gemeenten. De regio kan daarbij een verweven in hele faciliterende rol spelen. document De regio onderschrijft de opvatting dat zon langs infrastructuur een belangrijke rol moet innemen en daarom brengen Paragraaf 8.3 wij dit in de RES 1.0 maximaal tot uitdrukking. Tevens benoemen wij ook de kansen voor wind langs infrastructuur. Wel moet rekening gehouden worden met het feit dat we voor de uitvoering van zon en wind langs infrastructuur afhankelijk zijn van andere partijen, zoals bijvoorbeeld Rijkswaterstaat. Daarnaast zullen we structureel monitoren welke technieken ver genoeg zijn om een significante rol te spelen in het energiesysteem. Zodra technieken - zoals zon op gevels - ver genoeg zijn, nemen we ze mee in de tweejaarlijkse actualisatie van de RES. We zien potentie voor het ontwikkelen van windenergie in Hoek van Holland. Het zoekgebied wordt in de RES 1.0 Paragraaf 7.3 en breed aangegeven.

Binnen het brede zoekgebied zal in het proces dat volgt op de vaststelling van de RES 1.0 door de paragraaf 8.3 gemeente nauwkeurig in beeld worden gebracht welke locaties daarvoor het meest geschikt zijn. In dat zoekproces toetsen we ook nadrukkelijk aan ecologische randvoorwaarden. Duingebieden vinden we geen geschikte locaties voor windmolens. We delen dus uw opvatting dat windmolens in het duingebied bij Hoek van Holland onwenselijk zouden zijn. In het Energieperspectief 2050 is repowering meegenomen. Ook in de verhaallijn bedrijventerreinen is in de concept Paragraaf 8.3 RES-rekening gehouden met energieopwekking, al is dat regionaal beperkt tot zonne-energie. Dat neemt niet weg dat er lokaal breder gekeken kan worden en windmolens tevens inpasbaar zijn. Het realiseren van kleine windmolens is op dit moment nog geen onderdeel van de scope van de RES-aanpak maar kan dat zeker zijn in de gemeentelijke aanpak. Productie die daaruit voortkomt telt mee in de regionale ambitie en monitoring. Indien daarin ontwikkelingen zijn, zowel in techniek als kansen voor grootschalige toepassing nemen we dat mee in de tweejaarlijkse actualisatie van de RES. Bij de totstandkoming van de opdracht van de RES is expliciet gekozen om de energievraag-kant van het HIC buiten Bijv. paragraaf 3.3, beschouwing te laten (1. Vanwege disproportionele omvang, 2.

Vanwege eigen aanpak/proces aan de klimaattafel paragraaf 5.1, Industrie en de te vormen Cluster energiestrategie (CES). Wel is afgesproken om de uitwisseling van energie en de paragraaf 8.2.2 en regionale meerwaarde mee te nemen in de RES, dat wordt o.a. op de thema's warmte en brandstoffen expliciet en paragraaf 8.4 intensief gedaan. In de RES 1.0 (en daarna) zullen we bij de concretisering van de zoekgebieden vogeltrek en andere milieuaspecten Paragraaf 8.3 nadrukkelijk meewegen, zodat bij de uitwerking per gebied een integrale afweging kan worden gemaakt waar alle betrokken partijen, technische inzichten en initiatieven worden meegenomen. In de RES 1.0 zal het gebruik van restwarmte een belangrijke plek innemen. Uiteindelijk is het wel aan gemeenten zelf Paragraaf 3 - 8.2 om te bepalen op welke manier en wanneer ze deze restwarmte gaan benutten. Alle gemeenten in de regio zijn 8.5 meegenomen bij de onderzoeken die nu in het kader van de RES 1.0 plaatsvinden naar de kansen van bovengemeentelijke warmte-uitwisseling. In het onderzoek worden de bestaande leidingen als uitgangspunt genomen, waarbij restwarmte uit de haven naast aardwarmte de belangrijkste bron is. Ondanks de overschakeling van de industrie naar duurzame bronnen zal in de industrie veel warmte vrij blijven komen.

Om goed zicht te hebben op de beschikbaarheid van restwarmte op de lange termijn wordt nu verder onderzoek gedaan. Op basis van de resultaten zullen de cijfers over de beschikbaarheid richting RES 2.0. worden geactualiseerd.

Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 31 maart 2021

Nr

Organisatie

Korte formulering

Toelichting

141

Rotterdam

Onderwerp / steekwoorden

Geen biomassa in de RES

142

Rotterdam

Kansen voor Rotterdam als waterstofhub:

143

Rotterdam

Een definiëring van groengas:

Voor ons vormen de Rotterdamse visie duurzame biomassa en het SER-advies “biomassa in balans” het vertrekpunt Brandstoffen om de inzet van biomassa in de RES te beschrijven. Vanuit de visie en het advies wordt de voorkeur gegeven aan het benutten van (duurzame) biomassa als grondstof in plaats van brandstof. We zien dat uitgangspunt graag vertaald in de RES 1.0. Door de sterke uitgangspositie van de Rotterdamse haven met onder meer de huidige energiestromen en de ervaring Brandstoffen met de productie van waterstof, het werk dat is verricht in het kader van het Rotterdams Klimaatakkoord en de samenwerking met het Havenbedrijf en andere regionale partijen, is Rotterdam goed gepositioneerd om een zeer sterke waterstofhub te worden in Noordwest-Europa. Wij vertalen deze ambitie graag naar de RES 1.0. De Concept RES beschrijft de inzet van groengas als duurzame transitiebrandstof. Wij werken in het traject naar de Brandstoffen RES 1.0 graag samen aan een verdere definiëring van groengas, waarbij we ingegaan op de vervaardiging, gebruik van natuurlijke bronnen en de (indirecte) uitstoot van koolstofdioxide.

Thema

144

Rotterdam

Aandacht voor biodiversiteit:

Gelet op de afnemende biodiversiteit, vragen we aandacht voor de ambitie om met beleidskeuzes in de RES biodiversiteit niet te verstoren en waar mogelijk te verbeteren.

145

Rotterdam

Positieve neveneffecten van de energietransitie:

146

Rotterdam

Aandacht voor hittestress en koeling:

De reductie van de CO2-uitstoot is het voornaamste doel van de energietransitie. Deze en onder andere Algemeen fijnstofreductie hebben ook aanzienlijk positieve gezondheidseffecten. Daarnaast kan er met de energietransitie ook bijgedragen worden aan het terugdringen van energiearmoede wanneer er gewaakt wordt over de betaalbaarheid. Naast de opgave en de stappen in de energietransitie die worden voorgesteld in de RES, zouden ook positieve neveneffecten sterker benadrukt moeten worden. Vanwege klimaatverandering wordt ingeschat dat de vraag naar koeling (explosief) zal toenemen wat een groot effect Algemeen kan hebben op (o.a.) de behoefte aan schoon opgewekte elektriciteit. Wij vinden dat hittestress en koeling een prominentere rol moet krijgen in het hoofdstuk Warmte van de RES 1.0.

29

Schiedam

Ruimtelijke implicaties

30

Schiedam

Duurzame alternatieven & ecologische implicaties

Algemeen

De ruimtelijke implicaties van een duurzame energievoorziening zijn terecht benadrukt in de concept RES. Echter Algemeen ontbreekt het op lokaal niveau vaak aan specifieke kennis om in samenwerking met stedenbouwkundigen, planologen en landschapsarchitecten, de inpassing van deze systemen verder te kunnen concretiseren. Het regionale samenwerkingsverband kan worden versterkt door bijvoorbeeld een specialistengroep te organiseren die de gemeenten uit deze regio kan ondersteunen bij het maken van de juiste keuzes. De waardevolste energiebronnen en -dragers in een duurzaam energiesysteem zijn degene met de meeste opbrengst i.c.m. de minste negatieve Algemeen consequenties voor mens en milieu. Echter zijn er verschillende nieuwe alternatieven waarbij vraagtekens worden gezet m.b.t. de ecologische voetafdruk. Het is zaak om hier een beter beeld van te krijgen, alvorens een gedegen afweging kan worden gemaakt betreft hoe en in welke mate de nieuwe technieken in de regio kunnen worden geïmplementeerd. Enkele voorbeelden zijn:

Groengas: de biomassa benodigd voor groengas kan worden verkregen vanuit diverse bronnen. In de position paper brandstoffen wordt bijvoorbeeld kroos, maaisel en bagger genoemd als nieuwe potentiële bron. Voor een provincie waar de natuur al flink onder druk staat, roept dit de volgende vragen op. Wat is het effect van systematische onttrekking van organisch materiaal op een toch al broos ecosysteem? Bestaat het risico dat de ecosystemen en biodiversiteit in de regio hiermee nog verder onder druk komen te staan? Welke bronnen van biomassa zijn het minst schadelijk voor mens en milieu, en welke het meest?

Antwoord

Verwijzing RES 1.0

Wij onderschrijven de uitgangspunten van het Duurzaamheidskader Biogrondstoffen gezien deze voortbouwt op het SER-advies ‘Biomassa in Balans', waarbij biomassa zoveel mogelijk wordt ingezet voor een hoogwaardige toepassing (als biogrondstof) en niet/ zo min mogelijk als laagwaardige toepassing, zoals het verbranden van hout voor de opwekking van elektriciteit en warmte. Het Havengebied maakt formeel geen onderdeel uit van de RES, maar is voor de ontwikkelingen rondom waterstof wel degelijk relevant. We zullen deze kansen prominenter naar voren laten komen in de RES 1.0.

5.2

5.1, uitgebreider omschreven in 8.4

De zorgen over de duurzaamheid van de bronnen voor biomassa zijn terecht. De Rijksoverheid werkt hierom met een 5.2 duurzaamheidskader voor de inzet van biomassa. Zij hanteren hierbij de volgende inzet: Het kabinet kiest voor een verantwoorde inzet van biogrondstoffen met een voortvarende aanpak voor tijdige afbouw van de stimulering van laagwaardige toepassingen zoals het verbranden van hout voor de opwekking van elektriciteit en warmte, met een focus op toepassing in sectoren waar op middellange termijn geen alternatieven beschikbaar zijn zoals lucht- en scheepvaart, en voor opschaling van hoogwaardige toepassingen zoals de chemie. In de RES 1.0 zullen we aansluiten bij deze definitie. De regio herkent en onderkent het belang van biodiversiteit in de energietransitie. Het maakt onderdeel uit van een Paragraaf 7.3.5 scala aan aspecten die een rol kunnen spelen bij energieprojecten. Bij de ontwikkeling van (schone) energieprojecten (frame 1), moet biodiversiteit vanzelfsprekend een rol spelen en onderdeel vormen van de zorgvuldige afwegingen die paragraaf 8.3.4 gemeenten maken rond projecten. Het is uiteindelijk aan gemeenten zelf te bepalen in welke mate dat wordt gedaan. (frame 1) Wij zijn het met u eens dat de reductie van CO2-uitstoot en fijnstof positieve gezondheidseffecten kent, dit vormt de basis van de transitie die we doormaken.

In de Concept-RES kwam dit aan bod in algemene bewoordingen. In de RES 1.0 zullen we nadrukkelijker aandacht besteden aan de positieve neveneffecten van de energietransitie.

Paragraaf 2.1

Koeling is een onderbelicht onderwerp in de RES, terecht dat u dit onderwerp aankaart. We zetten dit onderwerp Geen verwijzing. op de agenda voor de RES 2.0. Hittestress is overigens voor een groot deel een lokale aangelegenheid, met de eigen ruimtelijke inrichting (meer groen minder stenen/asfalt) kan de stad hitte-eiland - effecten fors verminderen. Ook de bouw van woningen en de aanleg van groene daken verminderen de hittestress in de stad. Om de RES verder te ontwikkelen is het belangrijk dat eenieder in staat is zijn/haar bijdragen te leveren. Daar waar de Paragraaf 1.2, regio kan ondersteunen, kunnen we onderzoeken of deze ondersteuning geboden kan worden. We staan met elkaar paragraaf 4.3, voor deze opgave. Suggesties als deze, die toezien op de realisatiefase na vaststellen van de RES 1.0, kunnen paragraaf 6.2 onderdeel worden van een uitvoeringsstrategie. Deze zal na vaststelling van de RES 1.0 nader worden uitgewerkt. In de RES wordt van energiebronnen gebruik gemaakt van die bronnen die voldoende 'volwassen' zijn en opschaalbaar zijn. E.e.a. bezien vanuit de regionale beschikbaarheid daarvan. De beoogde mix van die bronnen is in het Energieperspectief 2050 weergegeven en is nog altijd de onderlegger onder de regionale aanpak. Deze aanpak is gebaseerd op feitelijke informatie en analyse, niet o.b.v. meningen.

Innovaties van nu kunnen in de toekomst breed toepasbaar zijn. Die informatie is echter pas beschikbaar als dat moment er is en dat is niet nu. Daarom zullen bepaalde keuzes minder succesvol blijken dan andere en dat vraagt om aanpassingsvermogen en tevens inzet op die aspecten die nu met een voldoende mate van zekerheid gerealiseerd kunnen worden. Iedere 2 jaar wordt de RES herijkt en is er een natuurlijk momentum om die innovaties die er klaar voor zijn een grote(re) rol te geven in de strategie.

Geen specifieke locatie in de tekst, is verweven. O.a. paragraaf 5.3, paragraaf 8.4

Geothermie en WKO systemen: bij het aanleggen van bodemenergiesystemen kan bodemverontreiniging de diepere water vervoerende lagen infiltreren die voor drinkwatervoorziening worden gebruikt. Bij geothermie en gesloten energiesystemen worden er chemische additieven gebruikt die kunnen gaan lekken, aldus Drinkwaterplatform. De gemeente Schiedam vraagt aandacht voor de Structuurvisie Ondergrond (STRONG) en de aanvullende Strategische Voorwaarden (ASV’s) waar de drinkwatersector en de provincies momenteel aan werken. Water-, golf- en getijdekracht: zijn voorbeelden van alternatieve manieren van energie opwekking die onuitputtelijk zijn en waarbij geen schadelijke stoffen vrijkomen. Wel dient rekening gehouden te worden met het leven onderwater bij het implementeren van dit soort technieken. In de concept RES lijkt energie uit waterkracht vooralsnog geen rol te spelen. Gezien de potentie van wateren en waterwegen in de regio is dit een gemiste kans, daarom pleit Schiedam voor een haalbaarheidsstudie van deze bron in aanloop naar een RES 2.0. Het is duidelijk dat middelen, kennis en kunde bij menig gemeente ontbreken om meer inzicht te krijgen in bovengenoemde kwesties. Desalniettemin is diepere kennis over de nieuwe alternatieven van essentieel belang. Zo vergroten we de kans dat de keuzes die we nu maken voor de toekomst, in de toekomst de juiste keuzes blijken te zijn.

Transparante onderzoeks- en communicatiemethoden betreffende de voor- en nadelen van alternatieve energiebronnen en –dragers, gebaseerd op feiten en niet op belangen, kan tevens het draagvlak voor de echt duurzame oplossingen vergroten.

31

Schiedam

Gedrag

32

Schiedam

Kaarten

33

Schiedam

Leesbaarheid

Gezien de vaak paradoxale vraagstukken inherent aan het gebruik van energie (in welke vorm dan ook), lijkt Algemeen energiebesparing misschien wel de meest effectieve oplossing om klimaatverandering tegen te gaan. Energiebesparing wordt volgens de concept RES nagenoeg uitsluitend gerealiseerd door isolatie van gebouwen. Alhoewel het belang van goede isolatie evident is, valt minstens een vergelijkbare besparing te behalen met kleine aanpassingen in het dagelijks gedrag. Hier staat in de concept RES weinig tot niks over geschreven. Derhalve pleit Schiedam ervoor dat de component ‘gedrag’ meer aandacht verdient in de RES 1.0. Momenteel ontstaan er nieuwe initiatieven, zoals www.iedereendoetwat.nl van de RVO, die op duurzaam gedrag aansturen. Door deze initiatieven regionaal en lokaal meer te stimuleren blijft het duurzame energievraagstuk niet alleen een technische aangelegenheid, maar is het ook een collectieve missie voor een beter en gezonder leven waar iedereen aan kan bijdragen. De kaarten in de concept RES zijn aan de kleine kant en vaak niet duidelijk uit te lezen. Waar het Communicatie gebiedsontwikkelingen betreft acht Schiedam het wenselijk om in de RES 1.0 met grotere en gedetailleerdere kaarten te werken die meer tot de verbeelding spreken.

Momenteel vertoont de concept RES veel tekstuele herhalingen die de leesbaarheid van het document niet ten goede Communicatie komen. Het participatieproces kan belemmert worden wanneer de inhoud van de RES te uitgebreid staat beschreven. Voor een pakkende RES 1.0 vraagt Schiedam aandacht voor een bondigere beschrijving van de strategie.

36

Gedrag is, naast isolatie, inderdaad een component met invloed op de energievraag. De RES regio is hierbij echter niet Geen verwijzing. het juiste schaalniveau om deze gedragsbeïnvloeding te realiseren. Wij zien dit meer als een taak van de nationale overheid of van lokale campagnes. Aangezien het effect van gedragsaanpakken nog ongewis is, is hier in de RES geen expliciete rekening mee gehouden.

Dank voor de input. Leesbaarheid en aantrekkelijkheid heeft een belangrijke rol gespeeld in het (doelgroepgericht) In (opmaak) schrijven en opmaken van het product RES 1.0. Het blijft echter wel een omvangrijk en complex product met een document samenvatting. in de RES 1.0 hebben we meer aandacht voor de leesbaarheid van het gehele stuk, inclusief de kaarten. verweven. High res Met zowel detaillering als de omvang is rekening gehouden. figuren. Dank voor de input. Leesbaarheid en aantrekkelijkheid heeft een belangrijke rol gespeeld in het (doelgroepgericht) In (opmaak) schrijven en opmaken van het product RES 1.0. Het blijft echter wel een omvangrijk en complex product met een document samenvatting. verweven

Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 31 maart 2021

Nr

Organisatie

34

Schiedam

226

Schiedam

Inleiding op alle wensen en bedenkingen van Schiedam (filter op Schiedam om deze te zien)

Onderdeel zijnde van de energieregio Rotterdam Den Haag wil Schiedam haar verantwoordelijkheid nemen bij het Algemeen verwezenlijken van de regionale energiestrategie. Ongeacht het feit dat iedere gemeente de transitie op eigen bodem zelf vorm moet geven, wordt het belang van regionale samenwerking erkent en benadrukt. Niet in de laatste plaats omdat wederzijdse afhankelijkheid een essentiële factor blijkt te zijn voor een succesvolle realisatie van een betaalbare, betrouwbare, veilige en schone energievoorziening voor iedereen. Daarnaast spelen er tal van andere beleidsprocessen en uitdagingen in de samenleving waar de energietransitie integraal mee kan worden vervlochten. Dat is dan ook de reden dat de gemeente Schiedam tot de onderstaande zienswijze op de concept RES is gekomen.

Dank voor uw reactie. De balans tussen regionale samenwerking en lokale autonomie is inderdaad een continu 'spel' waar we met elkaar aandacht aan (moeten blijven) geven. Het is goed te lezen dat u daar actief aan deelneemt; het RES-proces is een nauwe samenwerking.

227

Schiedam

227+228+229 hoort bij elkaar

De gemeente Schiedam onderschrijft de volgende uitgangspunten van de RES:

Elektriciteit

a.Elektriciteit i.Het behalen van de doelstelling om 40% van het geschikte dakoppervlak te voorzien van zon- en/of windinstalla es per 2030. De gemeente Schiedam onderschrijft de volgende uitgangspunten van de RES:

Fijn dat de gemeente Schiedam het uitgangspunt het benutten van 40% van de geschikte daken onderschrijft en zien uit naar de aanpak die uw gemeente kiest. De regio biedt desgevraagd ondersteuning in data, monitoring en vooral kennisdeling.

Elektriciteit

a.Elektriciteit ii.Het bewerkstelligen van minstens 50% lokaal eigendom bij grootschalige zonne- en windenergie projecten. De gemeente Schiedam onderschrijft de volgende uitgangspunten van de RES:

Elektriciteit

Dit heeft in de RES 1.0 meer aandacht gekregen dan in de concept RES: Dit aspect wordt in nauwe samenhang gezien Paragraaf 8.3.4 met overige vormen van participatie. Het NP RES ontwikkeld hiervoor handreikingen en de participatiecoalitie is (frame 3, beschikbaar om gemeenten en lokale coöperaties te ondersteunen. Dit, en de vertaling naar omgevingsbeleid, is een draagvlak) lokale aangelegenheid, waarbij de genoemde handreikingen kunnen helpen. De regio spreekt steun en waardering uit voor uw standpunt dat u de energiedoelstellingen t.a.v. de zoekgebieden A4 Paragraaf 7.3, en A20 meeneemt in uw afwegingen, en zo bijdraagt aan de regionale doelstellingen. In de periode na de RES 1.0 paragraaf 8.3 wordt ingezet op gebiedsprocessen om de beoogde ontwikkelingen in te gaan vullen.

228

229

Schiedam

Schiedam

Onderwerp / Korte formulering steekwoorden Omrekentabellen/voorb eelden

227+228+229 hoort bij elkaar

227+228+229 hoort bij elkaar

Toelichting

Thema

Antwoord

Verwijzing RES 1.0

Er komen veel energetische termen aan bod in de concept RES, omrekentabellen en concrete voorbeelden (bijv. in aantal woningen) kunnen van pas komen bij een beter begrip van de omvang van de energietransitie.

Communicatie

Dank voor de input. Leesbaarheid en aantrekkelijkheid heeft een belangrijke rol gespeeld in het (doelgroepgericht) schrijven en opmaken van het product RES 1.0. Het blijft echter wel een omvangrijk en complex product met een samenvatting.

In document verweven o.a. tabel in paragraaf 2.1, in 2.2.2. aantal woningen/elektricit eit, paragraaf 3.1 warmte, begrippenlijst Geen verwijzing.

a.Elektriciteit iii.Bij het verwezenlijken van gebiedsontwikkelingen, overeenkoms g de aangewezen zoekgebieden A4 en A20 uit de concept RES, de energietransitie doelstellingen mee te nemen in het afwegingskader. De gemeente Schiedam onderschrijft de volgende uitgangspunten van de RES: Warmte b.Warmte i.Het inze en op gebruik van aard- en restwarmte voor het verwarmen van woningen, gezien de regionale poten e die deze energiebron te bieden heeft. De gemeente Schiedam onderschrijft de volgende uitgangspunten van de RES: Warmte b.Warmte ii.Middels de Transi evisie Warmte de benodigde warmtevraag van Schiedam, nu en in de toekomst, in kaart te brengen en kenbaar te maken voor concretisering van de lokale en regionale warmte-infrastructuur. De gemeente Schiedam onderschrijft de volgende uitgangspunten van de RES: Warmte b.Warmte iii.Erop toezien dat de bron van restwarmte uit deze regio geen fossiele oorsprong zal hebben per 2050, meegerekend het Haven Industrieel Complex. De gemeente Schiedam onderschrijft de volgende uitgangspunten van de RES: Warmte b.Warmte iv.De randvoorwaarden voor het realiseren van een warmte-infrastructuur verder helpen ontwikkelen. De gemeente Schiedam onderschrijft de volgende uitgangspunten van de RES: Communicatie b.Communica e i.Schiedam een ac eve rol wenst te spelen in het communica e- en kennisdelingsproces.

Schiedam hoopt met deze zienswijze, waarin onze intenties worden benadrukt en aandachtspunten meegegeven, een Elektriciteit nieuwe impuls te bieden ter verrijking van de concept RES tot een volwaardige en breed gedragen RES 1.0. Als afsluitende opmerking wil Schiedam het volgende delen. Gezien de beperkte capaciteit voor grootschalige windprojecten in de stad, realiseren we ons dat daarmee de druk op andere gemeenten, die ruimtelijk gezien meer mogelijkheden hebben, groter wordt. Voor deze gemeenten willen we onze waardering uitspreken, want het is goed mogelijk dat Schiedam in de toekomst een beroep moet doen op duurzame elektriciteit die elders wordt opgewekt. Tegelijkertijd zien we mogelijkheden om de potentie die de stad wel te bieden heeft optimaal te benutten, zodat ook Schiedam een waardige bijdrage kan leveren aan de energetische opgave van de regio, het land en de wereld.

230

Schiedam

230+231+232+233 hoort bij elkaar

231

Schiedam

230+231+232+233 hoort bij elkaar

232

Schiedam

230+231+232+233 hoort bij elkaar

233

Schiedam

230+231+232+233 hoort bij elkaar

234

Schiedam

235

Schiedam

111

Vlaardingen

Biomassa in Vlaardingen RES

Verzoekt het college: Warmte In de lokale uitwerking van de RES in Vlaardingen een uiterste inspanning te leveren om geen verder gebruik te maken van houtige biomassa.

112

Vlaardingen

Biomassa binnen RES

Verzoekt het college: Als gesprekspartner en mede-ontwikkelaar van de RES Rotterdam-Den Haag zich in te zetten om geen ruimte te bieden aan nieuwe initiatieven op het gebied van houtige biomassa;

Nawoord op alle wensen en bedenkingen van Schiedam (filter op Schiedam om deze te zien)

37

Warmte

Paragraaf 8.3 bevat informatie over zon in het stedelijk gebied

Hartelijk dank voor die notie

Nvt

Voor de totstandkoming van de RSW maken we zoveel mogelijk gebruik van de informatie uit de gemeentelijke TVW's. In veel gevallen is deze echter nog niet gereed. De RSW kan derhalve ook gebruikt worden voor het opstellen en/ of aanscherpen van de TVW.

Paragraaf 3.1

Hartelijk dank voor die notie, die in lijn licht met uitgangspunt zoals opgenomen in het regionale Energieperspectief 2050.

Paragraaf 8.2

Hartelijk voor die nota en als partner van de RES is Schiedam hier van harte voor uitgenodigd.

Nvt

Dank voor deze inbreng. Schiedam is actief betrokken in de communicatiewerkgroep

Geen verwijzing

Als regio zoeken we naar de manier waarop we met elkaar kunnen bijdragen aan de realisatie van de nationale doelstelling van 3,2 - 2,8 TWh. En spreekt steun en waardering uit voor de ambitie van de gemeente Schiedam om haar bijdrage daaraan naar vermogen te leveren.

N.v.t.

De RES regio initieert geen warmteprojecten. De verantwoordelijkheid voor goedkeuring van projecten ligt bij de Paragraaf 1.3 - 3.1 gemeentelijke overheden. In de RES schetst de regio de mogelijkheden voor een regionaal warmtesysteem. Het verstoken van houtige biomassa is geen onderdeel van het onderzoek dat hiervoor in uitvoering is. Op nationaal niveau is ook aandacht voor de inzet van houtige biomassa voor warmteprojecten. Het kabinet kiest voor een verantwoorde inzet van biogrondstoffen met een voortvarende aanpak voor tijdige afbouw van de stimulering van laagwaardige toepassingen zoals het verbranden van hout voor de opwekking van elektriciteit en warmte (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/10/16/duurzaamheidskader-biogrondstoffen). Ik verwijs u graag naar het antwoord op de voorgaande wens en bedenking van uw raad. Voor de volledigheid is het Paragraaf 3.1 antwoord hier nogmaals opgenomen. De RES regio initieert geen warmteprojecten. De verantwoordelijkheid voor goedkeuring van projecten ligt bij de gemeentelijke overheden. In de RES schetst de regio de mogelijkheden voor een regionaal warmtesysteem. Het verstoken van houtige biomassa is geen onderdeel van het onderzoek dat hiervoor in uitvoering is. Op nationaal niveau is ook aandacht voor de inzet van houtige biomassa voor warmteprojecten.

Het kabinet kiest voor een verantwoorde inzet van biogrondstoffen met een voortvarende aanpak voor tijdige afbouw van de stimulering van laagwaardige toepassingen zoals het verbranden van hout voor de opwekking van elektriciteit en warmte (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/10/16/duurzaamheidskaderbiogrondstoffen).

Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 31 maart 2021

Nr

Organisatie

Korte formulering

Toelichting

Thema

Antwoord

113

Vlaardingen

Onderwerp / steekwoorden

Extra windmolen in plaats van zonneveld RES

Verzoekt het college: Als gesprekspartner en mede-ontwikkelaar van de RES Rotterdam – Den Haag zich uit te spreken dat het wenselijk is in te zetten op een windmolen op een nader te bepalen locatie binnen de gemeente Vlaardingen, in plaats van het aanleggen van een zonneveld in een groenstrook langs de A20 in Vlaardingen.

Elektriciteit

Indien er locaties zijn die vanuit de gemeente voorkeur hebben kunnen deze altijd worden ingebracht binnen het RES Paragraaf 8.3 proces en dragen daarmee bij aan de opgave die er gezamenlijk is. In de RES 1.0 wordt voor zover dat mogelijk is invulling gegeven aan techniek specifieke zoekgebieden voor wind- en zonenergie. Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op die situaties waarbij de ruimtelijke kwaliteit niet te zeer te lijden heeft onder de energieopwekking (draagkracht van het landschap). In tweede instantie gaat het om realiseerbaarheid in de zin van tijdsdoorloop, businesscase, netwerk en belemmeringen in b.v. ecologie of van juridische aard. Bij alternatieve invulling of nieuwe projecten, al dan niet ter vervanging zullen bovengenoemde criteria ook van belang zijn. Er staat de gemeente echter niets in de weg dit te onderzoeken en de regio ondersteunt dit graag met kennis en informatie.

114

Vlaardingen

Er warmpjes bij zitten

Verzoekt het college: Warmte Te inventariseren welke kansen nu benut kunnen worden om in de toekomst eventueel zo eenvoudig mogelijk aan te kunnen sluiten op de warmtenetten om op deze manier de energietransitie vorm te geven.

115

Vlaardingen

Energiebesparing RES

Verzoekt het college om: Regionaal aan te dringen om naast de vele mogelijkheden in de regio Rotterdam-Den Haag voor hernieuwbare energie, ook de potentiële energiebesparingen te onderzoeken en in kaart te brengen, en deze op te nemen in een volgende RES.

116

Vlaardingen

117

Vlaardingen

Rol participatie binnen de RES Rotterdam-Den Haag verzoekt het college: Een uitgebreide inventarisatie te maken van burgerparticipatie in de Regionale Energiestrategieën en, aan de hand van de hieruit voortkomende best practices, bewonersparticipatie bij de RES 1.0 actief te stimuleren; Een participatieplan Regionale Energie Strategie, waarin ook de totstandkoming van de warmtevisie per wijk wordt meegenomen, en deze tijdig ter consultatie aan de raad voor te leggen; De Regionale Energie Strategie 1.0 in een vroegtijdig stadium te bespreken met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Haalbaar en betaalbaar RES Verzoekt het college: Als gesprekspartner en mede-ontwikkelaar van de RES Rotterdam – Den Haag te pleiten voor de betaalbaarheid van de energietransitie voor inwoners, om er voor te zorgen dat hoge investeringen voor inwoners worden voorkomen.

52

Wassenaar

Maak beter inzichtelijk wat de huidige en toekomstige energieverbruiken zijn.

53

Wassenaar

Maak inzichtelijk hoe het toekomstige energiesysteem eruit ziet in zowel opwekking, opslag als afname rekening houdend met dag- en nachtritmes en seizoenverschillen.

54

Wassenaar

Algemeen

Communicatie

Algemeen

In de Concept-RES zijn de huidige en te verwachten toekomstige energieverbruiken van verschillende energiedragers, Warmte zoals warmte en elektriciteit, aangegeven. De totstandkoming hiervan is echter onvoldoende toegelicht en onderbouwd. Voor een goed overzicht van het energiesysteem zal het goed zijn om de huidige en toekomstige energieverbruiken van zowel elke energiedrager als het gehele energiesysteem, inclusief de netwerken en infrastructuur, toe te lichten en te onderbouwen. Ook zal het helpen als de wijze waarop 27% warmtebesparing wordt behaald concreet wordt aangegeven. Zet daarbij in op een helder en technologie-neutraal handelingsperspectief, zoals "op basis van alle verduurzamingsmaatregelen die zich binnen 5 of 10 jaar terugverdienen''. Hierbij vragen wij overigens speciale aandacht voor de (on)mogelijkheid van kostenneutrale isolatie bij monumenten en overige lastig te isoleren gebouwen.

Het huidige energiesysteem bestaat uit een vraag gestuurd systeem. De productie wordt aangepast naar de Systeemanalyse energievraag die er op dat moment is. Hernieuwbare energieproductie is alleen beschikbaar wanneer de zon schijnt of wanneer het waait in geval van zonne- en windenergie. Dit is een aanbod gedreven energiesysteem. In dit hernieuwbare energiesysteem sluiten aanbod en verbruik niet op elkaar aan. Voor een goed werkend en toekomstbestendig energiesysteem zal verder uitgewerkt en toegelicht moeten worden hoe dit aanbod gestuurde systeem goed en betrouwbaar functioneert. In de RES 1.0 zal inzichtelijk gemaakt moeten worden: 1) of het technisch mogelijk is om vraag en aanbod van duurzame energie op jaarbasis in balans te krijgen, en 2) hoe het toekomstig systeem eruit zal zien met hernieuwbare opwekking, opslag en afzet van energie. Zonne-energie: Werk de zoeklocaties uit met lokaal Het aanpakken van kansrijke zoeklocaties, die vanuit landschappelijke en ruimtelijke inpassing mogelijk zijn, levert Elektriciteit voldoende draagkracht. meer op dan inzetten op zoeklocaties met een lage draagkracht. De draagkracht vanuit landschappelijke waardes en ruimtelijke inpassing voor grootschalige zonsystemen in open velden of in natuur is in Wassenaar gering.

In de Wassenaarse Structuurvisie 2025 is derhalve aangegeven dat er geen ruimte is voor grootschalige zonopwekking (zonneweides) en windmolens. Uit een informatiebijeenkomst met Wassenaarse betrokkenen is naar voren gekomen dat de draagkracht voor grootschalige zonsystemen op daken, infrastructuur en parkeerplaatsen wordt herkend.

38

Verwijzing RES 1.0

In onderzoek naar benodigde instrumenten wordt gekeken naar wat er nodig is om de transitievorm te geven. Er wordt niet op uitvoeringsniveau onderzocht hoe de fysieke aansluitingen eenvoudiger gemaakt kunnen worden.

Juridisch rapport sturingsinstrument en publieke belangen Juridische analyse Warmtewet 2.0 We merken een gedeelde behoefte om besparing steviger te verankeren binnen de RES. Dat is begrijpelijk, we Paragraaf 2.4, erkennen dat het een belangrijk onderwerp is. In het traject van de 2.0 zal ingegaan worden op de rol die de regio paragraaf 4.1, hierbinnen kan vervullen en bekijken we welke invulling besparing binnen de RES krijgt. In het Energieperspectief en paragraaf 6.1 en de (concept) RES wordt uitgegaan van een minimale mate van isolatie van gebouwen (minimaal label C). In de paragraaf 8.2.1 berekeningen rondom het thema Warmte is dit het uitgangspunt. Isolatie is dan ook stap 1 in de RES aanpak. Dit levert een energiebesparing op van circa 25%. In de RES 1.0 is hier verder onderzoek opgenomen. De isolatie-aanpak is primair een lokale aangelegenheid. Regionale samenwerking vindt plaats o.a. via Provincie Z-H en bijv. de regionale energieloketten. In de informatieplicht is opgenomen dat locaties die meer dan 50.000 kWh en/of 25.000 m3 gas per jaar gebruiken alle erkende maatregelen moeten nemen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de handhaving. Naar verwachting moeten alle labelplichtige gebouwen in 2030 beschikken over een A-label. Dat leidt tot een aanzienlijke energiebesparing. Daarbij is afstemming/inspanning nodig om tot een adequate borging van b.v.

informatieplicht en controle van energielabels te komen. Antwoord bestaat uit meerdere onderdelen: 1) NPRES heeft een inventarisatie van burgerparticipatie in de Regionale paragraaf 2.3, 7.1, Energiestrategie (dat is buiten scope van RES R DH), relevante best practices uit andere regio's worden gedeeld. 2) 8.1, verder Het participatieplan RES R DH omvat niet de warmtevisie per wijk omdat dit volgens afspraak een aangelegenheid is verweven in hele van de gemeenten zelf (die dit zelf met de raden bespreken), 3) het bespreken van de RES 1.0 met inwoners, document bedrijven, maatschappelijke organisaties is volgens afspraak een aangelegenheid van de gemeenten zelf, de regio ondersteunt de gemeenten met algemene kennis/communicatie op gebied van participatie. De voorbeelden van hoe de gemeenten dit doen worden onderling gedeeld. Betaalbaarheid van de transitie betreft meerdere aspecten. Het kan gaan om de transitie als geheel, de kosten en Paragraaf 2.4, 8.2.3 daarmee ook de toegankelijkheid voor inwoners, voor bedrijven, de netbeheerder en de publieke organisatie. In de en paragraaf 8.2.4 RES wordt inzicht gegeven in deze aspecten. Niet overal kan dat al even concreet, veel in de transitie die we nog voor de boeg hebben is namelijk nog onbekend. Binnen het thema Warmte vormt betaalbaarheid een van de belangrijkste waarden waarnaar is gekeken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10294085/1