21 06 RES bijlage 1 tekst
Tekst van het document
beeld het HIC en voor het bundelen van inzichten t.b.v. grootschalige warmte
infrastructuur. Een consortium bestaande uit Royal HaskoningDHV, Fakton en
transportsystemen. Het is daarbij onverminderd belangrijk te blijven sturen op
Gradyent heeft in opdracht van EBN en Invest NL onderzoek hiernaar uitge-
randvoorwaarden. De opgave van het Glastuinbouwcluster maakt tevens deel
voerd. Daarnaast zijn via ateliers marktpartijen betrokken in dit onderzoek.
uit van de opgave van de klimaattafel Landbouw en landgebruik. Het deel dat gaat over vermindering van de CO2-uitstoot door individuele bedrijven en/of
Greenport West-Holland (GPWH)
processen, komt niet in de RES.
Greenport West-Holland (GPWH) is het samenwerkingsverband van ondernemers, overheden en onderwijs- en kennisinstellingen. Samen met partijen
De land- en tuinbouwsectoren geven aan een rol te willen spelen in de reali-
als Glastuinbouw Nederland (onderdeel LTO) en VNO-NCW West werkt GPWH
satie van de doelstelling om in 2030 35 TWh aan hernieuwbare en duurzame
aan een gezonde, vitale en duurzame toekomst voor het regionale tuinbouw-
energie op te wekken. De voorkeur gaat daarbij uit naar medewerking aan
cluster. Dit cluster bestaat uit bedrijven en organisaties die actief zijn op het
gebiedsprocessen die energie, natuur en landbouw in synergie laten opere-
gebied van voeding en sierteelt: van handelaren tot productiebedrijven en
ren. In de nadere uitwerking van de gebiedsaanpak rond de zoekgebieden
van veredelaars tot logistieke bedrijven. GPWH onderzoekt welke acties nodig
voor elektriciteit kan daaraan worden bijgedragen.
zijn voor die gezonde, vitale en duurzame toekomst; de ondernemers hebben daarbij de regie, overheden en onderwijs- en kennisinstellingen faciliteren. Door de grote energievraag is de glastuinbouw
binnen onze regio een
belangrijke sector om samen de energietransitie mee vorm te geven. Daarbij opereert de sector als partner in het proces en maakt hij nadrukkelijk onderdeel uit van de aanpak in de regio. Vanuit de sector worden ook gebiedsuitwerkingsplannen opgesteld om de energietransitie verder in te vullen. Belangrijke elementen daarin zijn een duurzame voorziening in de
Raakvlakken met de RES:
• In dit gebied met grote vraag naar warmte, is de glastuinbouw de belangrijkste landbouwsector. De glastuinbouw heeft soms warmte over die geschikt is voor de gebouwde omgeving en andersom.
• Bij het kiezen van een alternatief voor aardgas als warmtevoorziening is de glastuinbouw afhankelijk van de aanvoer van CO2 en van de juiste prijsprikkels vanuit het Rijk.
RES Rotterdam Den Haag 1.0
EBN en Invest-NL
82
7 Hoe is de RES tot stand gekomen?
8 Op welke feiten en onderzoeken is de RES gebaseerd?
9 Begrippen en bronnen
gende effecten af te stemmen met omliggende RES-regio’s. Deze afstemming
• De landbouw is een belangrijke leverancier van biomassareststromen die
van afwenteling.
samen zorgen voor een meer gelijkmatige vraag over het jaar heen.
is gericht op een goede kwaliteit van de leefomgeving en op het voorkomen
omgezet kunnen worden in groengas.
• De glastuinbouw maakt gebruik van waterbassins, die ook inzetbaar zijn
Met de regio’s die (deels) in het Groene Hart liggen is daarom – in samen-
• Veel glastuinbouwbedrijven hebben zogenaamde overhoeken, die zij
Het Bestuurlijk Platform Groene Hart en drie PARK’s (Provinciaal Adviseurs
voor het opwekken van zonne-energie.
kunnen inzetten voor het opwekken van zonne-energie.
• Veel glastuinbouwbedrijven hebben ‘bijgebouwen’ die zij kunnen inzetten voor zon op daken.
• GPWH wil zijn netwerk inzetten om zonnepanelen op waterbassins te realiseren.
werking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Ruimtelijke Kwaliteit) – gewerkt aan gedeelde uitgangspunten voor hernieuwbare energieopwekking (primair zonne-energie en windenergie) in het gehele Groene Hart. Deze uitgangspunten zijn gevat in een advies van de PARK’s, dat op 30 december 2020 is gepresenteerd. Dit advies is meegenomen in het proces en de nadere invulling van de zoekgebieden. Deze gebieden krijgen hun beslag in deze RES, de volgende versies van de RES en in het omgevingsbeleid.
Groene Hart Het Groene Hart neemt in zowel onze als omliggende regio’s een uitzon-
Havenindustrieel Complex Rotterdam (HIC)
derlijke positie in. Het is een uniek gebied, bestaande uit veel verschillende
Via de landelijke klimaattafel Industrie (cluster Moerdijk Rotterdam) is er een
landschappen met bijzondere kwaliteiten. Het Groene Hart strekt zich uit over
eigen aanpak uitgewerkt voor het industrieel complex van de Rotterdamse
twee landsdelen, drie provincies en zeven RES-regio’s. De aanwezigheid van
haven, getiteld de Cluster EnergieStrategie
deze groene ruimte is belangrijk voor de leefbaarheid en het vestigingsklimaat
Daarom wordt het energieverbruik van de haven hier buiten beschouwing
van de gehele Randstad. Zowel in het provinciale beleid als in het rijksbeleid,
gelaten. Wel wordt waar mogelijk de relatie gelegd tussen de RES Rotterdam
en ook in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), wordt het belang van dit gebied
Den Haag en de plannen van het HIC. Voorbeelden zijn de inzet van warmte
benadrukt. De Energietransitie vraagt om een integrale benadering en om een
uit de haven elders in de regio en de grote ambities die het HIC heeft voor de
passende weging van belangen. Dat speelt nog sterker in kwetsbare gebieden
realisatie van de waterstofeconomie. De opgave Grootschalige opwekking van
met een unieke ruimtelijke kwaliteit: zonder passende afstemming kunnen
energie (windturbines en zonnevelden/grote daken) kent, naast een ener-
gelijktijdige ontwikkelingen leiden tot onsamenhangende keuzes. De energie-
getische, een grote ruimtelijke component. Voor de overheid behelst deze
transitie in het Groene Hart vraagt daarom om een zorgvuldige afweging. Als
opgave vooral ruimte bieden aan de ontwikkeling van zulke projecten.
RES-regio hebben we een verantwoordelijkheid om keuzes met regio-overstij-
Voor het Havengebied gebeurt dit in afstemming tussen gemeente Rotterdam
(CES) Moerdijk Rotterdam.
RES Rotterdam Den Haag 1.0
• Glastuinbouw en woningen en gebouwen (gebouwde omgeving) kunnen
83
7 Hoe is de RES tot stand gekomen?
8 Op welke feiten en onderzoeken is de RES gebaseerd?
9 Begrippen en bronnen
Programma duurzame mobiliteit werken de 23 gemeenten samen om bij te
projecten – worden via de RES inzichtelijk gemaakt als onderdeel van de inzet
dragen aan het verduurzamen van mobiliteit en met de RES geven de gemeen-
van de regio. Sturing op realisatie van projecten of ontwikkeling van nieuwe
ten invulling aan de energietransitie. Door bestuurlijke en ambtelijk afstem-
locaties in het Rotterdams havengebied verloopt niet via de RES.
ming worden de beide trajecten aan elkaar gekoppeld en op elkaar afgestemd. Zo wordt binnen de RES rekening gehouden met de behoefte die mobiliteit
Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH)
heeft aan duurzame energie.
In de Metropoolregio Rotterdam Den Haag werken 23 gemeenten samen aan een duurzame regio met schoon, stil en energiezuinig vervoer. De MRDH
De afgelopen jaren zijn gemeenten met verschillende maatregelen gestart
heeft van de Rijksoverheid de status van vervoerregio gekregen. Het terug-
en heeft de MRDH in de rol van vervoersautoriteit stappen gezet richting
brengen van de CO2-uitstoot door verkeer is een belangrijke opgave in het
verduurzaming van mobiliteit. Het regionaal maatregelenpakket – fase 1 van
mobiliteitsbeleid van de 23 samenwerkende gemeenten in de metropool-
het Programma duurzame mobiliteit bevat die maatregelen. Er zijn CO2-
regio. In de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid hebben de MRDH-gemeenten
reductiemaatregelen opgenomen die gemeenten en de MRDH nu uitvoeren
in 2016 de ambitie uitgesproken om de CO2-uitstoot door het verkeer met
of die passen binnen het huidige beleid. In het rapport Programma duurzame
30% terug te dringen in 2025. Maar er staat meer op het spel. De gemeenten
mobiliteit laat de MRDH zien welke maatregelen de 23 gemeenten en de
willen een regio waar mensen prettig kunnen wonen en werken. Nu en in de
MRDH-organisatie nemen en worden kansen benoemd om verdere invulling
toekomst. Dat vraagt om schoon, stil en energiezuinig vervoer, dat minder
te geven aan de ambitie. Met het regionaal maatregelenpakket – fase 1 is de
ruimte in beslag neemt. Die opgave staat onder druk, want het aantal
ambitie van 30% CO2-reductie in 2025 nog niet verwezenlijkt. Daarom wordt
inwoners en arbeidsplaatsen in de metropoolregio stijgt de komende jaren
er in fase 2 onder andere gewerkt aan maatregelen die door regionale samen-
sterk. Daarom is een mobiliteitstransitie – een beweging richting een slim
werking een groot effect opleveren voor de reductie van de CO2-uitstoot, zoals
en duurzaam mobiliteitssysteem – noodzakelijk.
het duurzaam inkopen van zwaar materieel en verduurzamen van logistiek; maar ook maatregelen gericht op deelmobiliteit of werkgebonden mobiliteit.
De mobiliteitstransitie heeft een sterke verbinding met de energietransitie
Het Programma duurzame mobiliteit is dynamisch en adaptief. In 2021
(energieverbruik, hernieuwbare brandstoffen, energie-infrastructuur voor
werken de gemeenten verder aan het vergroten van het effect van het maat-
mobiliteit) en ook met de opgaven waaraan gewerkt wordt binnen de
regelenpakket en wordt er ingezet op aanvullende maatregelen. Het pro-
Regionale Energiestrategie (RES). Ook ruimtelijk gezien hebben de mobiliteits-
gramma wordt jaarlijks geactualiseerd door het maatregelenpakket aan te
en energietransitie een sterke koppeling. Zeker in het stedelijk gebied. In het
vullen en/of aan te passen.
RES Rotterdam Den Haag 1.0
en het Havenbedrijf. De resultaten daarvan – geplande en gerealiseerde
84
7 Hoe is de RES tot stand gekomen?
8 Op welke feiten en onderzoeken is de RES gebaseerd?
9 Begrippen en bronnen
waterstof hebben andere eigenschappen dan bijvoorbeeld aardgas. Uiteinde-
De regio stimuleert waar mogelijk het contact tussen de gemeenten en de
lijk gaat het erom dat de energietransitie door kan en dat alternatieven voor
Participatiecoalitie
fossiele brandstoffen op een veilige manier kunnen worden toegepast.
. In 2019 startte de Participatiecoalitie, een samen-
werking tussen HIER, Energie Samen, Natuur en Milieufederaties, Buurkracht en LSA Bewoners (hieropgewekt.nl). Gezamenlijk werken ze aan nadere invul-
Rond enkele recente ontwikkelingen is nog onvoldoende bekend over de
ling van participatie in de energietransitie, de omgevingsparagraaf en wijk-
fysieke veiligheid. Denk aan de toepassing van waterstof in en om woningen,
gerichte aanpak. Ze bouwen voort op eerdere afspraken, zoals de Green Deal
energieopslagsystemen (EOS), (velden met) zonnepanelen windturbines of
Participatie van de Omgeving bij Duurzame Energieprojecten (maart 2018).
– wellicht in de toekomst – vormen van nucleaire energie. Rond deze ontwik-
Zij maken zich er hard voor dat de belangen van de coöperaties, natuur- en
kelingen is de wet- en regelgeving in veel gevallen nog niet of niet volledig op
milieuorganisaties en bewonersorganisaties goed vertegenwoordigd zijn.
orde. Daardoor kunnen onaanvaardbare risico’s buiten beeld blijven of pro-
In onze regio is de Participatiecoalitie bestuurlijk vertegenwoordigd en
cessen stagneren. Enerzijds moet er dus ruimte zijn voor het stimuleren van
betrokken in de uitvoeringslijnen. Het streven naar eigendom van de lokale
innovatie, maar anderzijds moet het bevoegd gezag risico’s kunnen afwegen
omgeving en participatie zoals beschreven in de handreiking van NP RES is
en maatregelen kunnen treffen, zodat de risico’s bij het ontwikkelen van inno-
zodoende verankerd in onze RES op bestuurlijk en uitvoerend niveau. In
vatieve projecten aanvaardbaar blijven. In de RES onderhouden we daarom
praktijk zien we lokale voorbeelden van deze samenwerking die ten goede
nauw contact met de Veiligheidsregio
komen aan de beoogde inwonersparticipatie. Door de verschillende stadia
regio Haaglanden. De veiligheidsregio’s worden in een vroeg stadium betrok-
van strategievorming en projectuitvoering zijn er, zoals is te verwachten,
ken bij de vertaalslag van energieplannen naar lokaal (omgevings)beleid. Zo
nog grote verschillen tussen gemeenten.
hoeven nieuwe vormen van energiewinning, -opslag en -transport niet te
Rotterdam-Rijnmond en Veiligheids-
leiden tot onbeheersbare, risicovolle situaties. Om te leren van ‘good practices’ Veiligheidsregio’s
in gemeenten, worden de (gerealiseerde) ontwikkelingen met elkaar gedeeld
In de energietransitie wordt gezocht naar alternatieven voor fossiele energie-
en om zo de good practices breder te kunnen toepassen.
bronnen zoals aardgas en aardolie. Er komen nieuwe energiedragers in woningen, in bedrijven en in vervoersmiddelen. Ook zijn aanpassingen in
Warmtetransportsysteem Zuid-Holland (WTSZH)
netwerken nodig, met bijvoorbeeld (decentrale) opslag van energiedragers
Parallel aan de RES 1.0 – uitvoeringslijn Warmte loopt het bovengemeentelijke
en (decentrale) omvorming. De huidige wetgeving is onvoldoende toereikend
project van het Warmtetransport Systeem Zuid Holland (WTSZH) van Gasunie,
voor deze nieuwe energiedragers. Daarom zijn mogelijk andere of aanvul-
provincie Zuid-Holland en ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Doel
lende maatregelen nodig om de fysieke veiligheid te waarborgen. Stoffen als
van het project is de realisatie van een warmtetransportsysteem in de regio
RES Rotterdam Den Haag 1.0
Participatiecoalitie
85
7 Hoe is de RES tot stand gekomen?
8 Op welke feiten en onderzoeken is de RES gebaseerd?
Om te zorgen dat uitkomsten van beide regionale trajecten complementair, realistisch en robuust zijn, heeft er, waar passend, tussen de uitvoeringslijn Warmte en het projectteam WTSZH nauwe afstemming plaatsgevonden. De eerste bevindingen ten aanzien van het Integraal ontwerp WTSZH zijn eveneens onderdeel van de RES 1.0. Waterschappen
• De waterschappen onderzoeken waar zij eigen gronden en assets kunnen inzetten voor de energietransitie binnen de randvoorwaarden van het waarborgen van goed en veilig waterbeheer.
• In het bijzonder geldt dat voor aquathermie, bijvoorbeeld warmtewinning
uit oppervlaktewater en gezuiverd afvalwater. De waterschappen zullen dit faciliteren en waar mogelijk actief eraan bijdragen.
• Deze regio heeft een tekort aan opwekpotentie voor elektriciteit en
biobrandstof. De waterschappen onderzoeken de inzet van het eigen
De waterschappen Delfland, Rijnland, Schieland en de Krimpenerwaard en
biogas voor elektriciteit en warmte en alternatieve inzet daarvan, zoals
Hollandse Delta werken aan adaptieve en mitigerende maatregelen om de
levering van groengas aan het aardgasnet.
effecten van klimaatverandering het hoofd te bieden. Klimaatverandering heeft immers grote effecten op hun dagelijks werk. Adaptieve maatregelen zijn gericht op het omgaan met hevige neerslag, met ernstige watertekorten bij langdurige droogte en met de gevolgen van
• De waterschappen staan open voor participatie en samenwerking op het gebied van duurzame energievoorziening, zoals wind- en zonne-energie.
• De waterschappen onderzoeken de vermindering van uitstoot van broeikasgassen bij de afvalwaterzuiveringen.
de zeespiegelstijging en de bodemdaling. Om de klimaatverandering af te remmen, is het terugdringen van de CO2-uit-
Waterbedrijven Oasen, Dunea en Evides
stoot door energiebesparing en de inzet van hernieuwbare energie de belang-
In onze regio werken drie waterbedrijven aan een veilige drinkwatervoor-
rijkste (mitigerende) maatregel. De waterschappen zien daarbij meerwaarde
ziening. Essentieel is dat er voldoende ruimte, bescherming en waterbeschik-
in een regionale aanpak. De bijdrage van de waterschappen aan de Regionale
baarheid is voor drinkwaterbronnen, winningen, zuiveringen, aanvullende
Energiestrategie regio Rotterdam Den Haag bestaat uit de volgende punten:
strategische reserves en ondergrondse infrastructuur om betrouwbaar
• De waterschappen streven ernaar energieneutraal te zijn. Delfland, Rijnland
drinkwater te kunnen blijven maken. De samenwerking met deze partijen
en Schieland en de Krimpenerwaard hopen dat al te bereiken in 2025,
beoogt dat er tegen de laagst mogelijk maatschappelijke kosten in de druk-
Hollandse Delta geeft aan uiterlijk in 2030 zo ver te zijn. Energieneutraliteit is
bezette ondergrond kan worden gewerkt, de leveringszekerheid en kwaliteit
geen doel op zich, maar een resultaat dat moet bijdragen aan minder broei-
van drinkwater gegarandeerd blijft en innovaties, waaronder warmte-
kasgassenuitstoot en aan een betaalbare, betrouwbare, schone en veilige
koudeopslag kunnen worden benut.
energievoorziening voor iedereen in de regio Rotterdam Den Haag in 2050.
86
RES Rotterdam Den Haag 1.0
Zuid-Holland tegen maatschappelijk optimale condities en efficiënte kosten.
9 Begrippen en bronnen
7 Hoe is de RES tot stand gekomen?
8 Op welke feiten en onderzoeken is de RES gebaseerd?
9 Begrippen en bronnen
voor aquathermie en heeft Evides een groot drijvend zonnepark gerealiseerd
vlakte- en grondwater). Deze zones moeten worden gerespecteerd en worden
op een van haar bekkens. Ook wordt onderzocht of de waterbedrijven een rol
daarom meegenomen in de ontwikkeling van de ruimtelijke plannen. Bodem-
kunnen spelen bij waterstof of warmtenetten.
energie en aardwarmte brengen risico’s met zich mee met betrekking tot zowel de grondwaterkwaliteit als de opwarming van ondergrondse drink-
In de regio liggen een aantal rivierwatertransportleidingen van Dunea,
waterleidingen. In de grondwaterbeschermingszones kunnen er daarom geen
Oasen en Evides en een heel netwerk van drinkwatertransportleidingen die
activiteiten rondom bodemenergie en aardwarmte worden ondernomen, dit
de inwoners van de regio van drinkwater voorzien. Betrokkenheid van drink-
is bij wet verboden.
waterbedrijven bij de RES in relatie tot (de bescherming van) de ondergrondse infrastructuur is daarom essentieel.
Vaak zijn waterwingebieden ook natuurgebieden, zoals bijvoorbeeld in Solleveld. De energietransitie zorgt voor een nieuwe dynamiek in de ondergrond. Slimme combinaties van functies zijn mogelijk, bijvoorbeeld wanneer 3Druimtelijke ordening de norm wordt. Dit biedt voor drinkwaterbedrijven (als beheerder van ondergrondse infrastructuur) zowel kansen als bedreigingen. Bedreigingen zijn bijvoorbeeld ruimtedruk op de bestaande infrastructuur, bodemdaling en een toename van de temperatuur in het leidingnet, met risico’s voor de drinkwaterkwaliteit – en daarmee de volksgezondheid – tot gevolg. Dit vraagt er bij het inrichten van de ondergrond en het plannen van de werkzaamheden om dat rekening wordt gehouden met het drinkwaternet. Denk hierbij aan voldoende afstand tussen warmteleidingen en drinkwaterleidingen, zodat er geen opwarming plaatsvindt. Dit vraagt om proactieve samenwerking bij zowel de planning als de realisatie. Kansen liggen er op het gebied van aquathermie, onder andere het onttrekken van warmte en/of koude uit drinkwaterleidingen, oppervlaktewater en afvalwater. Zo kan Dunea bijvoorbeeld de transportwaterleiding in Leidschendam-Voorburg benutten
RES Rotterdam Den Haag 1.0
Er bestaan wettelijke beschermingszones voor drinkwaterbronnen (opper-
87
7 Hoe is de RES tot stand gekomen?
8 Op welke feiten en onderzoeken is de RES gebaseerd?
9 Begrippen en bronnen
Dit hoofdstuk geeft achtergronden bij de ambities zoals verwoord in de hoofdstukken 2 tot en met 6. Iedere paragraaf beschrijft welke stappen zijn doorlopen om tot de huidige RES 1.0 te komen. Achtereenvolgens komen aan de orde: het participatie- en communicatieproces, de uitvoeringslijnen Warmte, Elektriciteit, Brandstoffen, en het energiesysteem. Tot slot wordt, niet uitputtend, ingegaan op de vele partijen die een rol hebben in de energietransitie.
8.1
Onderbouwing Participatie en kennisdeling
8.2
Onderbouwing Warmte 8.2.1 Stap 1: Warmtevraag 8.2.2 Stap 2: Warmteaanbod 8.2.3 Stap 3: Warmte-infrastructuur 8.2.4 Stap 4: Randvoorwaarden
8.3
Onderbouwing Elektriciteit 8.3.1 Afwegingskader zoekgebieden 8.3.2 Regionale inzet 8.3.3 Drie organisatorische clusters 8.3.4 Toetsen haalbaarheid van zoekgebieden
8.4
Onderbouwing Brandstoffen
8.5
Onderbouwing Energiesysteem
RES Rotterdam Den Haag 1.0
8 Op welke feiten en onderzoeken is de RES gebaseerd?
88
8 Op welke feiten en onderzoeken is de RES gebaseerd?
7 Hoe is de RES tot stand gekomen?
Onderbouwing Participatie en kennisdeling
de mogelijkheid om mee te beslissen over sommige projecten. Vijf gemeenten informeren vooral.
In onze communicatie over participatie gebruiken we de terminologie uit de handreiking van Nationaal Programma RES. Deze terminologie is beschre-
• De meeste activiteiten gaan over de energietransitie in brede zin. Inwoners
worden dan op verschillende manieren bij het onderwerp betrokken. Soms
ven in de begrippenlijst. Ook gebruiken we hulpmiddelen van Nationaal
via bijeenkomsten, maar ook door acties rondom bijvoorbeeld zonne-
Programma RES, bij de communicatie- en participatieactiviteiten in de regio.
panelen. Bijeenkomsten over de RES worden soms gecombineerd met een
We wisselen voorbeelden uit tussen de 30 RES-regio’s.
enquête of interview. Dertien gemeenten voeren gesprekken over warmte én elektriciteit, andere gemeenten alleen over warmte of alleen over
In de praktijk is de beleving van participatie weerbarstig. De RES-partijen
elektriciteit. Staan beide onderwerpen op de agenda, dan gaat het bij
zijn benieuwd naar de inbreng van de mensen die zich laten horen én naar
elektriciteit soms over grootschalige productie en soms over duurzame
inbreng van de stille meerderheid. We willen werkelijk perspectief bieden voor
productie in de gebouwde omgeving in de vorm van zonnepanelen op
lokale besluiten én voldoen aan de landelijke klimaatdoelstellingen, die alleen
daken. De gesprekken over warmte zijn regelmatig gekoppeld aan de
in samenwerking in Nederland kunnen worden bereikt. Het communicatie- en
Transitievisie Warmte.
participatieproces is daarom adaptief: we bewegen mee met de (langlopende) energietransitie, met de landelijke en regionale klimaatactualiteit en met
• Op het thema Warmte/Transitievisie Warmte zien we dat de meeste
gemeenten kiezen voor het gericht raadplegen van inwoners. Dat varieert van een enkele bijeenkomst tot een uitgebreid programma met een grotere
politieke en technologische ontwikkelingen.
variëteit aan activiteiten.
Inzet gemeenten op brede betrokkenheid/participatie De gemeenten maken werk van inwonerparticipatie binnen het strakke
• Voor het eerste halfjaar van 2021 staan meer activiteiten gepland. Zeven
gemeenten hebben expliciet beschreven wat ze gaan doen, variërend van
tijdspad van de RES. Het onderzoek ‘Quickscan participatie RES Rotterdam
bijeenkomsten over energie tot meer aandacht voor gedrag en hoe je
Den Haag’ (november 2020) geeft een goed beeld van de veelheid aan
mensen kunt stimuleren. In een aantal gemeenten wordt gewerkt aan
activiteiten op verschillende niveau’s. Hieronder de hoofdzaken
het oprichten van een burgerpanel, zodat inwoners heel gericht een
, stand van
zaken november 2020 (niet uitputtend):
• Er is veel variatie in de activiteiten van gemeenten, van intensieve partici-
patietrajecten en gedeeld eigenaarschap tot nauwelijks of helemaal geen activiteiten. Veertien gemeenten gebruiken gesprekken over de energie-
uitgebreidere rol krijgen in het proces. Veel gemeenten zijn nog op zoek naar activiteiten die mogelijk zijn bij de Covid-19-maatregelen.
• In de communicatie met inwoners is de RES niet altijd herkenbaar als apart onderwerp. Meestal is dit een bewuste keuze van de gemeenten. Zo willen
transitie om hun plannen aan te vullen en te toetsen (door inwoners te
ze de communicatie over deze complexe vraagstukken en het handelings-
raadplegen, advies te vragen of door coproductie). In één gemeente bestaat
perspectief overzichtelijk en realistisch houden.
89
RES Rotterdam Den Haag 1.0
8.1
9 Begrippen en bronnen
7 Hoe is de RES tot stand gekomen?
8 Op welke feiten en onderzoeken is de RES gebaseerd?
9 Begrippen en bronnen
Vanwege Covid-19 zijn in 2020 enkele bijeenkomsten meerdere keren afgelast. Ook al is dit zo goed mogelijk opgevangen met bijvoorbeeld online overleggen, video’s en digitale sessies, het resultaat is niet hetzelfde als dat van fysieke bijeenkomsten en gesprekken. Door het wegvallen van reistijd is online overleg gemakkelijk toegankelijk en online-informatie is lange tijd beschikbaar. Maar online overleg kan anderzijds extra drempels opwerpen, omdat het lastig is om op afstand gevoelige vraagstukken te bespreken. In de regionale communicatieaanpak maken we gebruik van het gedragswetenschappelijke inzicht dat bij omgevings- en milieu gerelateerde vraagstukken mensen zich vooral laten leiden door normen, waarden en gevoelens, en minder door kosten-batenanalyses, feiten en argumenten. Dit is bijvoorbeeld zichtbaar in twee illustraties (‘praatplaten’) van de regio, een over de verschillende kanten van alle vraagstukken (Keuzes maken we samen) en een over de organisatie van de participatie (figuur 8.1).
Communicatielijnen in de RES-organisatiestructuur Bij de bevordering van participatie speelt communicatie een cruciale rol. Stakeholderanalyse en een messagehouse (ontwikkeld in 2019) vormen basisinformatie. Op basis van behoefteanalyse vindt uitbreiding plaats van Figuur 8.1 Voorzijde praatplaat ‘Participatie in de RES’
middelen, die door de partijen in de regio gebruikt kunnen worden. We willen de rol en betrokkenheid van de volksvertegenwoordigers duidelijk maken. Zo kunnen volksvertegenwoordigers uitgenodigd worden om kaders te stellen aan het (participatie)proces, het schaalniveau en de te betrekken doelgroepen. De volksvertegenwoordigers kunnen ook hun rol benutten door bijdragen van bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in het
RES Rotterdam Den Haag 1.0
Gedragsinzichten
90
7 Hoe is de RES tot stand gekomen?
8 Op welke feiten en onderzoeken is de RES gebaseerd?
9 Begrippen en bronnen
Stuurgroep
doelen, van meedenken tot eigenaarschap, vragen om verschillende
Bestaat uit een vertegenwoordiging van het Bestuurlijk Netwerk Energie,
participatietrajecten waarbij verschillende doelgroepgerichte communicatie-
namelijk Provincie Zuid-Holland, Hoogheemraadschap Delfland (namens
methoden ingezet worden.
de waterschappen), Barendrecht, Delft, Rotterdam en Westland (namens alle gemeenten) en Stedin. De stuurgroep zet zich actief in voor de RES-
Draagvlak wordt bevorderd door transparante en begrijpelijke communicatie
samenwerking en richt zich daarbij voornamelijk op de aanpak en het
tijdens het gehele proces maar is daarmee geen zekerheid. Het voeren van
proces. De stuurgroep is opdrachtgever van het ambtelijk opdrachtgevers-
een openbaar politiek debat is een vereiste om tot gedragen keuzes te komen;
team en de coördinator RES.
daarmee wordt de bedreiging van depolitiseren en polariseren voorkomen. Bestuurlijke betrokkenheid is en wordt geborgd door regelmatige overleggen
Ambtelijk Netwerk Energie (ANE)
binnen de RES-structuur. Proces-informatie wordt actief online toegankelijk
Bestaat uit een ambtelijke vertegenwoordiging van de partijen die deelnemen
gemaakt. Onderlinge verbondenheid tussen betrokken partijen wordt zicht-
aan het Bestuurlijk Netwerk Energie. Dit ambtelijk netwerk ondersteunt het
baar gestimuleerd door structuur aan te brengen in openbare communicatie,
Bestuurlijk Netwerk Energie en adviseert het ambtelijk opdrachtgeversteam.
zowel qua inhoud als qua (huis)stijl. Ambtelijk opdrachtgeversteam De RES 1.0 is een uitvoerig document, met alle benodigde achtergrond-
Bestaat uit een vertegenwoordigende afvaardiging van het Ambtelijk Netwerk
informatie (incl. nuances en onzekerheden) voor een gedegen besluit.
Energie en de coördinator RES. Dit team werkt aan de ontwikkeling van de
De samenvatting vormt een goede basis voor publiekscommunicatie door
RES en bewaakt de voortgang. Daarbij richt het zich op het proces en voor-
gemeenten, als onderdeel van het participatieproces. Om doelmatig samen
bereiding van de inhoudelijke ontwikkeling in het ANE.
te werken met oog voor de samenleving, is de projectorganisatie opgebouwd uit een bestuurlijk en ambtelijk Netwerk Energie, een Stuurgroep, een
Coördinator RES
ambtelijk opdrachtgeversteam en diverse specialisten.
De verbindende RES-coördinator is lid van het ambtelijk opdrachtgeversteam, maar is niet verbonden aan een van de betrokken partijen.
Bestuurlijk Netwerk Energie (BNE) Bestaat uit bestuurlijke afvaardigingen van gemeenten, waterschappen, Provincie Zuid-Holland, netbeheerder Stedin (mede namens Westland Infra en Alliander) en Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland, mede namens de Participatiecoalitie. Ze delen kennis en geven richting aan de inhoudelijke ontwikkeling van de RES.
RES Rotterdam Den Haag 1.0
regionale proces in te brengen. De verschillende korte- en lange termijn-
91
8 Op welke feiten en onderzoeken is de RES gebaseerd?
7 Hoe is de RES tot stand gekomen?
Onderbouwing Warmte
8.2.1
Stap 1: Warmtevraag
Onderbouwing van de uitkomsten vindt plaats aan de hand van de vier
Woningen en gebouwen
doorlopen stappen. Per stap wordt aangegeven welke gegevens zijn
De regio Rotterdam Den Haag is een van de dichtstbevolkte RES-regio’s van
gebruikt, welke analyses zijn uitgevoerd en tot welke conclusies dit heeft
Nederland. De woningen en gebouwen in de regio hebben dan ook een hoge
geleid.
vraag naar energie voor verwarming en het leveren van warm tapwater. Op dit moment is deze energievraag circa 55 PJ (berekening CE Delft op basis van CBS, 2020).
STAP 1
Besparing
vraag naar warmte
In de regio Rotterdam Den Haag is bij het opstellen van het Energieperspectief 2050 de ambitie uitgesproken woningen te isoleren. Minimaal
STAP 2 aanbod van warmte
naar label C, maar als beter mogelijk is, of de verwarmingstechniek dit vereist,
STAP 4
randvoorwaarden
kan zwaarder worden geïsoleerd. Richting de RES 2.0 wordt nog gekeken of de huidige ambitie met de komst van de landelijke standaard en streefwaarden voor woningisolatie, aangescherpt moet worden. CE Delft heeft berekend dat
STAP 3
inzicht in benodigde warmte-infrastructuur
Figuur 8.2 Stappenplan
als enkel de slechter geïsoleerde gebouwen isoleren naar C-label de energievraag op gebouwniveau daalt naar maximaal 44 PJ. Met extra isolatie kan deze energievraag verder dalen. Verschillende gemeenten hebben ook strengere ambities geformuleerd, waardoor de energievraag mogelijk lager zal uitvallen. Hiernaast laat de woningbouwprognose van de Provincie Zuid-Holland zien dat er in de regio tot aan 2030 circa 140.000 woningen worden bijgebouwd. Het aantal woningen in de regio groeit daarmee met zo’n 10%. Deze woningen zijn goed geïsoleerd, maar ook zij hebben een energievraag voor verwarming; ongeveer 3 PJ. Naar verwachting blijft er in de toekomst dan nog een energievraag voor verwarming en warm tapwater (verwarmingsvraag) over van zo’n 47 PJ. Deze verwarmingsvraag kan, bij extra isolatie boven op de minimumeisen, nog verder dalen.
92
RES Rotterdam Den Haag 1.0
8.2
9 Begrippen en bronnen
7 Hoe is de RES tot stand gekomen?
8 Op welke feiten en onderzoeken is de RES gebaseerd?
9 Begrippen en bronnen
Deze RES heeft een focus op de mogelijke rol die warmtenetten kunnen
is mede afhankelijk van nader inzicht op korte termijn, zodat isolatie voor-
spelen in de warmtetransitie van de woningen en gebouwen in de regio.
afgaand aan of gelijktijdig met de ontwikkeling van warmtenetten en -bron-
Echter, niet alle woningen in de regio zullen aangesloten kunnen worden
nen kan plaatsvinden. Momenteel is dit inzicht nog niet volledig: de meeste
op een warmtenet. In de TVW geven gemeenten aan welk isolatieniveau en
gemeenten in de regio zijn bezig met het opstellen van een Transitievisie
welke verwarmingstechnieken zij voor de woningen en gebouwen op hun
Warmte (TVW), waarin de ambities van de gemeenten duidelijker worden.
grondgebied voorzien. Hiervoor zijn er verschillende mogelijkheden, van warmtenetten tot elektrische warmtepompen. Op het moment van schrijven van deze RES 1.0 hebben 9 van de 23 gemeenten hun TVW gereed. Pas wanneer een groot deel van de gemeenten hierover helderheid geven, kan in meer detail worden bepaald wat de vraag is naar verschillende warmtedragers, en hoe de ontwikkeling van deze vraag door de tijd heen verloopt.
Figuur 8.3 Verwarmingsvraag van woningen en gebouwen in de regio bij het behalen van de ambitie label C
RES Rotterdam Den Haag 1.0
Wat daadwerkelijk mogelijk is en hoe deze besparing zich regionaal ontwikkelt,
93
7 Hoe is de RES tot stand gekomen?
9 Begrippen en bronnen
Glastuinbouw De glastuinbouw in de regio is verdeeld over twee grote clusters: het Westland (gelegen in de gemeente Westland), het Oostland binnen de RES-regio (glastuinbouwgebieden binnen de gemeenten Pijnacker-Nootdorp, Lansingerland). Hiernaast zijn er nog concentraties van glastuinbouw in Westvoorne en rondom Ridderkerk (zie figuur 8.4).
Figuur 8.4 Glastuinbouw in de regio
94
RES Rotterdam Den Haag 1.0
Glastuinbouw Glastuinbouw
8 Op welke feiten en onderzoeken is de RES gebaseerd?
8 Op welke feiten en onderzoeken is de RES gebaseerd?
7 Hoe is de RES tot stand gekomen?
9 Begrippen en bronnen
RES Rotterdam Den Haag 1.0
De energievraag van de glastuinbouw tot 2030 is overgenomen uit de achtergronddata van de Systeemstudie energie-infrastructuur Zuid-Holland (Provincie Zuid-Holland, 2021). Momenteel gebruikt de regio 46 PJ aan energie voor de glastuinbouw, waarvan 31 PJ voor verwarming. Besparing De glastuinbouw heeft de ambitie om in 2040 klimaatneutraal zijn. De energiebesparing van de sector tot aan 2030 is in beeld gebracht in de Systeemstudie Zuid-Holland. Deze systeemstudie gaat na 2030 uit van een viertal extreme scenario’s waardoor er geen goed toekomstbeeld te vormen is van de richting waarop de vraag zich na 2030 gaat ontwikkelen.
Verwarmingsvraag (PJ)
Elektriciteitsvraag (PJ)
Figuur 8.6 Warmtevraag Glastuinbouw
2020
2030
2020
2030
Oostland
9,9
6,3
4,9
4,6
De glastuinbouw is in deze regio een belangrijke vraagsector, die een spring-
Westland
17,9
20,1
9,0
9,2
plank kan zijn voor het realiseren van een bovengemeentelijke warmte-
Verspreide glastuinbouw
3,2
2,2
1,5
1,1
RES-regio RDH
31,0
28,6
15,4
14,8
Getallen zijn afgrond op 1 decimaal.
infrastructuur. De sector maakt deel uit van een dynamische internationale markt, die kan leiden tot nu nog onvoorziene groei of krimp van het areaal. De glastuinbouw innoveert snel. Teelttechnieken kunnen veranderen, waardoor de warmtevraag per hectare daalt. Tot slot zijn nieuwe kasconcepten, zoals gesloten kas en gestapelde teelt, in ontwikkeling, waardoor de vraag
Figuur 8.5 Warmtevraag en elektriciteitsvraag van de glastuinbouw in de RES-regio Rotterdam Den Haag (bron: Systeemstudie energie-infrastructuur Zuid-Holland, 2021)
95
naar collectieve warmte kan afnemen. De ontwikkeling van de vraag van glastuinbouw is dan ook nog met enige onzekerheid omgeven, zeker na 2030. Tegelijkertijd zien we dat de bereidheid binnen de glastuinbouw om over te stappen op warmtenetten groot is.
7 Hoe is de RES tot stand gekomen?
Stap 2: Warmteaanbod
9 Begrippen en bronnen
zoals aquathermie en individuele warmtepompen. Tot slot kan voor gebou-
De regio heeft een groot aanbod aan warmtebronnen die gebruikt kunnen
wen waar deze oplossingen niet werken, worden gekeken naar het inzetten
worden in een warmtenet. Dit warmteaanbod bestaat uit bronnen die
van duurzame gassen.
regionaal getransporteerd kunnen worden, en lokale warmtebronnen. Regionale warmtebronnen zijn bronnen met een hoge leveringstemperatuur (boven de 70 °C). Belangrijke voorbeelden voor de regio
besparen
minimaal label C, beter wanneer mogelijk
hiervan zijn qua omvang restwarmte en geothermie. Warmtebronnen met een lagere leveringstemperatuur (onder de 70 °C) zijn lokale warmtebronnen. Deze worden ingezet in een lokaal warmtenet
fossiele restwarmte
alleen wanneer er zicht is op verduurzaming op lange termijn
restwarmte
van CO2-vrije oorsprong
waarbij de bron en het warmtenet dichter bij elkaar liggen. Voorbeelden van dit soort lokale bronnen zijn aquathermie, zonthermie, (lagetemperatuur)restwarmte en ondiepe vormen van geothermie. In deze RES is met name gekeken naar de regionale warmtebronnen, restwarmte (die over lange afstanden getransporteerd kan worden) en geothermie (die wel meerdere gemeenten kan bedienen, maar over het algemeen minder geschikt is voor lange transportafstanden). In de TVW
geothermie LT-warmtebronnen
WKO, aquathermie, datacentrumwarmte, etc.
warmtepompen bodem, lucht
kan een gemeente zelf een afweging maken in hoeverre zij inzet op
ondiepe geothermie
regionale of lokale warmtebronnen voor haar warmtenetten. Voor de inzet van warmte gebruikt de regio een bronnenladder.
groengas waterstof ultradiepe geothermie
Voor de uitwerking van de RSW is de voorkeur allereerst om te besparen, en daarna warmte in te zetten die direct beschikbaar is en zo optimaal mogelijk in kan worden ingezet. Wanneer dit niet mogelijk is, kan gekeken worden naar
2020
oplossingen die meer elektriciteit vragen met een lager temperatuurniveau, Figuur 8.7 Warmteladder
Innovatie > 2030
96
RES Rotterdam Den Haag 1.0
8.2.2
8 Op welke feiten en onderzoeken is de RES gebaseerd?
7 Hoe is de RES tot stand gekomen?
Onbekend Matige indicatie > 5 MWth Goede indicatie > 5 MWth Goede indicatie > 7.5 MWth Goede indicatie > 10 MWth Goede indicatie > 20 MWth Drinkwaterbeschermingsgebieden Drinkwaterbeschermingsgebied Risicogebieden aantasting zoetwatervoorraden
9 Begrippen en bronnen
Geothermie De RES-regio Rotterdam Den Haag heeft een goede uitgangspositie voor het benutten van geothermie
. Bovendien is hier
veel inzicht in de kansen doordat de ondergrond, anders dan op veel andere plaatsen in Nederland, van oudsher goed in kaart is gebracht. De potentie voor geothermie in de ondergrond van de regio is weergegeven in figuur 8.8 (MWth is het symbool van de eenheid megawatt voor thermische energie). Ook toont deze figuur waar drinkwaterbeschermingsgebieden liggen. In deze gebieden mag niet naar geothermie worden geboord. Deze potentie kan niet allemaal op hetzelfde moment worden benut. Zo kan het nodig zijn dat geothermiebronnen na een gebruiksperiode van 40-50 jaar thermisch
Figuur 8.8 Potentie geothermie
moeten herstellen. Op basis van de huidige inzichten halveert dit nagenoeg het direct inzetbare potentieel. Ook leiden inachtneming van een veilige afstand tot breuklijnen en de beperkt beschikbare ruimte bovengronds ertoe dat het potentieel deels onbenut blijft.
97
RES Rotterdam Den Haag 1.0
Potentie geothermie
8 Op welke feiten en onderzoeken is de RES gebaseerd?
7 Hoe is de RES tot stand gekomen?
In gebruik In ontwikkeling Onderzoeksfase Opsporings-en winningsvergunningen geothermie
9 Begrippen en bronnen
Tot slot wordt het nuttig in te zetten potentieel bepaald door de nabijheid van een voldoende omvangrijke warmtevraag. Het Consortium heeft in zijn studie op basis
Opsporingsvergunning aardwarmte aangevraagd
van realistische aannames een inschatting
Opsporingsvergunning aardwarmte
gemaakt van de omvang van geothermie
Winningsvergunning aardwarmte aangevraagd Winningsvergunning aardwarmte
in de RES-regio Rotterdam Den Haag. Deze is tussen 23 tot 33 PJ en bestaat uit circa 100 bronnen met een vermogen van 10 tot 15 MW per bron en met een gemiddelde temperatuur van circa 75 °C. Deze inschattingen zijn mede gemaakt op basis van informatie verkregen van EBN, HVC en Engie. Er zijn in de regio al twaalf geothermiebronnen aanwezig en er zijn vijf projecten in ontwikkeling. Met de twaalf gerealiseerde bronnen kan circa 4,8 PJ aan geothermiewarmte worden geproduceerd.
Figuur 8.9 Projecten en vergunningen geothermie
98
RES Rotterdam Den Haag 1.0
Geothermieboringen
8 Op welke feiten en onderzoeken is de RES gebaseerd?
7 Hoe is de RES tot stand gekomen?
Aftapwarmte AVI Elektriciteitsopwekking STEG
9 Begrippen en bronnen
Rest- en aftapwarmte Figuur 8.10 geeft de ligging weer van de aanwezige bronnen van rest- en aftapwarmte.
Bestaand warmtenet Bestaand distributienet Bestaand hoofdnet
Wij willen een betaalbaar, betrouwbaar, veilig en schoon warmtesysteem, waarvoor in de toekomst alleen nog duurzame warmtebronnen worden ingezet. Het gebruik van aftapwarmte met fossiele oorsprong heeft hierin op de lange termijn geen plek. Maar aftapwarmte is wel een belangrijke tussenstap, waarbij voorkomen moet worden dat er een lock-in ontstaat. Het Consortium heeft in de loop van zijn onderzoek gesproken met marktpartijen en een analyse gemaakt van de inzetbaarheid van deze warmtebronnen tot aan 2030. Het Consortium constateert dat de warmtebronnen in het Rotterdamse Havengebied naar verwachting in 2030 zo’n 20 tot 28 PJ aan warmte kunnen leveren. Het gaat daarbij om ca. 18 grootschalige bronnen, met een totaalvermogen van
Figuur 8.10 Bronnen restwarmte en aftapwarmte
700 tot 1.000 MW. Dit betreft o.a. de raffinaderijen van Shell, BP en Esso, de
99
RES Rotterdam Den Haag 1.0
Restwarmtebron
8 Op welke feiten en onderzoeken is de RES gebaseerd?
7 Hoe is de RES tot stand gekomen?
8 Op welke feiten en onderzoeken is de RES gebaseerd?
9 Begrippen en bronnen
De exacte potentie van deze bronnen is in deze RES niet verder bepaald,
Shell en AVR leveren nu al warmte. Naast restwarmte afkomstig van rook-
maar de Warmteatlas (warmteatlas.nl) geeft voor deze bronnen een eerste
gassen, koelwater en luchtcondensors is afstapstoom meegenomen als warm-
beeld van de huidige kennis over de mogelijke bronnen en hun potentie.
tebron. Bij afstapstoom gaat het om stoom van hoge temperatuur waarmee
Hierbij is het wel belangrijk om zich te realiseren dat de warmte uit de
elektriciteit kan worden opgewekt. Zeker tot 2030 is aftapstoom belangrijk om
bronnen in figuur 8.11 wat betreft kosten en maatschappelijke condities niet
te zorgen voor een voldoende hoge temperatuur van de warmtelevering.
altijd aantrekkelijk zijn om te benutten. Dit hangt sterk af van lokale omstandigheden. Daarnaast gebruiken deze technieken meer elektriciteit, waardoor
In het cluster Energiestrategie geeft Industriecluster Rotterdam-Moerdijk aan
de vraag naar duurzame elektriciteit toeneemt. Lokaal zullen gemeenten
te verwachten dat na 2030 de potentie voor duurzame restwarmte toeneemt;
moeten onderzoeken of deze bronnen daadwerkelijk goed kunnen bijdragen
daardoor kan in 2050 mogelijk 45 PJ aan duurzame restwarmte worden
om te voldoen aan de warmtevraag in hun gemeente. Een aantal gemeenten
geleverd. Het is van belang om meer transparantie in en informatie over de
in de regio heeft dit al goed in beeld.
omvang, kosten en beschikbaarheid van restwarmtebronnen te krijgen voor bedrijf is afgesproken om samen het restwarmteaanbod in het HIC richting
Grootschalige bronnen, geothermie en restwarmte – nader onderzoek RES 2.0
de RES 2.0 beter in beeld te brengen. Daarbij wordt gekeken naar vermogen,
Doordat de ondergrond specifiek in deze regio goed in beeld is gebracht, is
temperatuurniveau en aanbod over het jaar. En ook wordt bekeken hoe de
er relatief goed inzicht in de mogelijkheden van geothermie. De kennis over
restwarmtebronnen met fossiele oorsprong verduurzaamd kunnen worden
de ondergrond en hoe daarmee om te gaan neemt bovendien met de ont-
en hoe meer bronnen ontsloten kunnen worden.
wikkeling van elke bron toe. Desalniettemin blijft het tot op het moment
de ontwikkeling van collectieve warmtesystemen in de regio. Met het Haven-
van winning onzeker wat het exacte vermogen van de bron zal zijn. En ook
Overige lokale warmtebronnen
of het winbare potentieel in de regio Rotterdam Den Haag daadwerkelijk
Naast de regionale warmtebronnen zijn er ook lokale warmtebronnen die
ca. 100 doubletten omvat, of lager of hoger is. Belangrijke factoren zijn ook de
gebruikt kunnen worden om aan de warmtevraag van woningen en gebouwen
levensduur van de bron, de snelheid waarmee deze afkoelt en de tijd die het
te voldoen. Het gaat hier bijvoorbeeld om aquathermie en restwarmte (met
reservoir in de ondergrond nodig heeft om te herstellen, zodat een tweede
lagere temperaturen).
leven mogelijk wordt. Het is van belang samen met de geothermiesector de optimale broncyclus en mogelijke ondergrondplanning voor de regio nader te onderzoeken.
RES Rotterdam Den Haag 1.0
afvalverbranding van AVR, de aardgasgestookte centrales en chemiebedrijven.
100