CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

21 06 GR Jeugdhulp verantwoording jeugdbescherming

Commissie IZ & Middelen 15 juni 2021, gemeente WestvoorneBij agendapunt: GR Jeugdhulp Rijnmond jaarstukken 2020 en begroting 20223.606 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Resultaten Inclusieve jeugdbescherming Q4 2020 Definitieve versie 01-02-2021

1

Voorwoord We kijken terug op een bijzonder jaar. Een jaar dat beheerst is door het coronavirus, met een forse impact voor onze gezinnen en onze medewerkers. Ondanks de extra maatregelen die het kabinet in het laatste kwartaal heeft genomen om het virus terug te dringen, hebben we ons werk met en voor de meest kwetsbare gezinnen in de regio Rijnmond gewoon voortgezet. Ik heb veel waardering voor hoe de medewerkers dit hebben gedaan. Ondanks complexe thuissituaties én veiligheidsrisico’s voor henzelf hebben de medewerkers de schouders eronder gezet en de belangen van de gezinnen voorop gezet. Daarbij is het ons ook nog eens gelukt een enorme slag te maken op de KPI’s. Ook het KSCD heeft een overproductie gerealiseerd. Ook zijn de aanvragen voor specialistische zorg afgelopen jaar verder afgenomen, we zien een grote daling in de aanvraag van specialistische bedden. Hiermee geven we als GI’s invulling aan onze transformatieopdracht. Tot slot wil ik mijn waardering uitspreken voor de manier waarop alle professionals in de regio, of het nu om wijkteammedewerkers of hulpverleners van de zorgaanbieders gaat, in gezamenlijkheid hun verantwoordelijkheid hebben genomen om de zorg voor de meest kwetsbare gezinnen – juist in deze coronacrisis – vorm te geven. In het nieuwe jaar zullen we de verdere gevolgen van de coronacrisis ervaren.

De druk op de jongeren en de gezinnen neemt alleen maar verder toe. Deze samenwerking tussen professionals biedt in onze ogen perspectief: jeugdbeschermen doen we immers niet alleen.

Inleiding De uitvoering van de wettelijke jeugdbeschermingsopdracht in de regio Rotterdam Rijnmond is een verlengde overheidstaak. Wij, Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond en de William Schrikker Stichting JBJR, verantwoorden ons transparant en eenduidig naar de GRJR vanuit goed opdrachtnemerschap. Conform de afspraken rapporteren wij ieder kwartaal over de resultaten ten aanzien van onze productie, prestaties (KPI’s) en personele ontwikkelingen (verloop en verzuim). In onderstaande rapportage vindt u de verantwoording over de resultaten van het vierde kwartaal 2020.  In het eerste hoofdstuk staan de resultaten van het vierde kwartaal in cijfers: wat is de productie Q4 op regionaal niveau? Wat zijn de prestatie scores (KPI’s), wat zijn de verloop en verzuimcijfers van ons personeel en wat is het zorggebruik van de GI’s?  In hoofdstuk 2 geven wij een toelichting op deze resultaten: hoe kunnen we de resultaten duiden, welke ontwikkelingen zien we over de vier kwartalen heen, zien we belangrijke lokale verschillen, wat gaat goed en wat gaat niet goed, wat kunnen we verwachten? 2

3

Resultaten Inclusieve jeugdbescherming Q4 2020......................................................................................................................................................1 Voorwoord....................................................................................................................................................................................................................2 Inleiding........................................................................................................................................................................................................................2 1. De cijfers Q4.............................................................................................................................................................................................................5 2. Toelichting resultaten Q4........................................................................................................................................................................................11

4

1.

De cijfers Q4

1.1 Productie Tabel 1.1.1: Jeugdbescherming/Jeugdreclassering (incl. GI) Beschikte Productie Verschil Productie 2020 Beschikte Verschil in € en % t/m in € Omschrijving Telling aantallen december in aantal Bedrag productie - beschikt O.T.S. Maandgemiddelde 2.011 1.843 -168 17.685.428 19.297.013 -1.611.585 -8,35% Voogdij (voorlopig + overig) Maandgemiddelde 740 682 -58 5.897.254 6.399.054 -501.800 -7,84% Jeugdreclasserin g Maandgemiddelde 672 682 10 6.636.542 6.539.232 97.310 1,49% Samenloop Maandgemiddelde civiel/straf 90 90 0 264.330 264.312 18 0,01% ITB Criem (mnd) Aantal maanden 4 0 -4 0 7.392 -7.392 -100,00% ITB Harde Kern (mnd) Aantal maanden 116 142 26 191.416 156.368 35.048 22,41% Toelichting: de productie van de justitiële Jeugdbescherming Dwang -OTS, Voogdij en jeugdreclassering- wordt geteld in maandgemiddelden: dit betreft het gemiddeld aantal onder handen zijnde zaken in het kwartaal. De dwang zaken worden ingezet in opdracht van de rechtbank of het Openbaar Ministerie.

Tabel 1.1.2: Preventieve jeugdbescherming (inclusieve GI) Productie Beschikte t/m Verschil in Productie 2020 Beschikte Verschil in € en % Omschrijving Telling aantallen december aantal in € bedrag productie - beschikt Drang met VTO Aantal 813 1.244 431 2.639.768 1.725.064 914.704 53,02% Drang zonder VTO Aantal 419 64 -355 125.952 824.697 -698.745 -84,73% Verlengde drang Aantal 1.229 1.087 -142 1.296.791 1.466.111 -169.320 -11,55% 5

Toelichting. De productie van de preventieve jeugdbescherming wordt geteld in aantal instroom. De drangzaken (met en zonder onderzoek door de Raad vd Kinderbescherming) worden ingezet in opdracht van het jeugdbeschermingsplein en zijn in principe kortdurend: drie tot maximaal 6 maanden. Wanneer noodzakelijk kan een Verlengde Drang worden ingezet voor 3 maanden.

Tabel 1.1.3: Crisis interventie Beschikte Productie Verschil t/m decembe Omschrijving Telling aantallen r in aantal Huisverboden Aantal 586 617 Crisisinterventie Aantal 2.079 1.499

Productie

Beschikte Verschil in € en %

€

Bedrag

productie - beschikt

31 1.348.145 1.280.490 67.655 5,28% -580 4.206.194 5.834.400 -1.628.206 -27,91% Toelichting: De productie Crisisinterventie betreft het aantal kinderen waarvoor een crisisinterventie is ingezet of waarvoor een crisisinterventie is ingezet vanwege een huisverbod.

Tabel 1.1.4: Productie en financiering totaal (inclusieve GI) productie in euro’s Beschikt bedrag 2020 voor de (geëxtrapoleerd) totale productie € 40.291.820

Verschil in productie en beschikt Verschil in productie en beschikt in € in %

€ 43.794.133

€ -3.502.313

Tabel 1.1.5: Diagnostiek (KSCD) Product Geraamd Productie 2020 aantal 2020 Beslissingsondersteunend 110 115 Intelligentie onderzoeken 30 17 Instemmingsverklaringen 420 316 Toelichting: productie betreft het aantal afgesloten onderzoeken

6

-8,00%

7

1.2 Prestaties Tabel 1.2.1: Zaken zonder vaste jeugdbeschermer KPI’s Q4 Dwang 0 Drang 46 Tabel 1.2.2: KPI’s justitiële maatregelen, KPI’s % Q4 op % Q4 op tijd tijd JBRR WSS Eerste FtF contact binnen 7 kalenderdagen Eerste teamtafel binnen 14 kalenderdagen Eerste pva binnen 42 kalenderdagen

Gemiddelde doorlooptijd JBRR 3,5 kalenderdagen

84,1%

94%

55%

38%

19,6 kalenderdagen

73% 90% (gedragen koers)

41,8 kalenderdagen

Tabel 1.2.3: KPI KSCD KPI beslissingsondersteunen d onderzoek < 90 dagen Doorlooptijd beslissingsondersteunen d onderzoek

Q4 11% 173,1

8

1.3 Personeel Tabel 1.3.1: verzuim/ verloop Verzuim/ verloop Ambitie Verzuimcijfers JBRR <6% Verzuimcijfers WSS <6% (Rijnmond) Verloop JBRR <15%

Verloop WSS (Rijnmond)

<15%

Q4 7,74% 5,04% 16 in dienst 8 uit dienst Uitstroom geëxtrapoleerd: 13,6% In dienst: 4 Uitdienst: 2

9

1.4 Zorgaanvragen Tabel 1.4.1: aantal zorgaanvragen specialistische hulp GI’s Perceel 2020 Q4

2020 Q3

2020 Q2

2020 Q1

A (pleegzorg)

76

44

58

65

B1 (groep zonder behandeling)

6

6

1

12

B2 (gesloten jeugdhulp)

16

22

26

24

B3 (groep met behandeling)

60

24

32

52

B4 (besloten GGZ)

3

3

0

2

C1 (gezinshuis)

6

6

2

1

C2 (Begeleid wonen)

17

16

21

15

C3 (Beschermd wonen)

1

2

1

0

D (Dagbehandeling)

22

24

10

20

E (Ambulant)

202

136

156

139

F Ambulant (crisis)

98

84

100

110

F 24-uurs (crisis)

66

57

51

67

F Pleegzorg (crisis)

44

41

34

46

G (basis GGZ)

19

7

10

9

I (Lokale hulp)

57

57

42

64

Totaal aanvragen 2020

693

529

544

626

10

2.

Toelichting resultaten Q4

2.1 Toelichting productie Q4 2.1.1 Productie Regio Rijnmond We zien in 2020 een onderproductie van 8 % ten opzichte van de beschikte productie.  Justitiële maatregelen Ten aanzien van de productie OTS, Voogdij en Jeugdreclassering zien we in 2020 de volgende ontwikkeling: Tabel 2.1.1 percentage onder/ overproductie justitiële maatregelen 2020

OTS Voogdij Jeugdreclassering

Q4 -8,35 -7,84 +1,49

Q3 -7,9% -7,17% +3,72%

Q2 -7,56% -6,49% +5,51%

Q1 -6,36% -5,54% +6,1%

De productie van OTS en Voogdij laat duidelijk een dalende lijn zien. Dit is een positieve ontwikkeling: ons gemeenschappelijk doel is immers dat kinderen en gezinnen tijdig passende hulp en zorg krijgen en dat we door preventieve inzet gedwongen hulpverlening kunnen voorkomen. Een onzekere factor op dit moment is echter nog steeds de wachtstapel bij de Raad vd Kinderbescherming. De RvdK is momenteel bezig om de wachtstapel terug te brengen met inzet van collega’s uit andere regio’s, dit kan in 2021 leiden tot een toename van het aantal aanvragen bij de rechtbank en dus tot een toename van het aantal OTSen en voogdij zaken. De jeugdreclasseringsmaatregelen laten ook in Q4 nog een overproductie zien, deze neemt echter over de kwartalen bekeken, gestaag af. Ook hier moeten we een kanttekening maken: ook bij het OM is, met name als gevolg van de coronacrisis, sprake van een wachtlijst voor de strafafdoeningen waardoor we rekening moeten houden met een stijging van de jeugdreclasseringszaken in de eerste kwartalen van 2021. Daarbij verwachten we ook een extra instroom als gevolg van de rellen in Rotterdam-Zuid begin 2021. 

Drang (IVH Intensieve Vrijwillige Hulp) met en zonder VTO

11

Onderstaand tabel maakt duidelijk dat de instroom van drangzaken in Q4 is gestegen. We zien dat het totaal aantal drang (IVH) zaken tov 2019 niet of nauwelijks is afgenomen, terwijl het percentage drang met VTO toeneemt van ongeveer 70% naar ongeveer 95% van het totaal aantal drangzaken. We zien dus vooralsnog geen positief effect van de inzet (en mogelijk zelfs een negatief effect) van de lokale teams op het uitvoeren van de casusregie IVH zonder VTO. Tabel 2.1.2 Instroom drang met en zonder VTO Drang Q1 Drang Q2 2019 2019

Regio RR totaal % met VTO % zonder VTO

302 73% 27%

245 72% 28%

Drang Q3 2019 223 67% 32%

Drang Q4 2019

Drang Q1 2020

Drang Q2 2020

243 91% 9%

233 69% 31%

214 98% 2%

Drang Q3 2020 224 96% 4%

Drang Q4 2020 313 96% 4%

Cijfers JBRR (excl. WSS)

Een toename van het aantal drangzaken met VTO legt nog meer druk op de reeds overbelaste onderzoekscapaciteit van de Raad vd Kinderbescherming en de zittingscapaciteit van de rechtbank wat leidt tot een verdere verstopping in de keten. De consequentie van de wachtlijsten bij de RvdK voor de drang is dat de uitstroom van drang stokt, terwijl de instroom gewoon doorgaat en zelfs een stijgende lijn laat zien. Hierdoor wordt de werkbelasting te groot en kunnen de KPI’s bij drang niet worden gehaald. De druk op de jeugdbeschermers uit het drangteam wordt daarnaast verhoogd doordat het de meeste lokale teams niet lukt om bij te dragen aan de uitvoering van de drangzaken conform de 50% afspraak. Hierdoor zetten onze medewerkers veel meer tijd in een drangzaak in dan zij hiervoor beschikbaar hebben.  Crisisinterventies Wanneer we de aantallen crisisinterventies 2020 vergelijken met 2019, dan lijkt er sprake van een dalende trend. In Q4 zien we het aantal crisisinterventies echter weer toenemen en is de instroom weer vrijwel gelijk aan de instroom van het aantal crisisinterventies in het vierde kwartaal in 2019. Het is dus zeker nog niet te voorspellen of de daling in 2021 zich voortzet. Tabel 2.1.3

Aantal crisisinterventies per kwartaal Q1 2019 Q2 2019 Q3 2019 Q4 2019 527 485 456 418

Q1 2020 350

Q2 2020 328 12

Q3 2020 399

Q4 2020 423

2.1.2. Productie per gemeente Tabel 2.1.4: Productie per gemeente RR Q4

Dwang JBRR Albrandswaard 21 Barendrecht 45 Brielle 19 Capelle aan den IJssel 102 Goeree-Overflakkee 62 Hellevoetsluis 79 Krimpen aan den IJssel 48 Lansingerland 61 Maassluis 65 Nissewaard 186 Ridderkerk 56 Gemeente

Dwang WSS 4 15 0 51 18 19 21 14 16 52 23

Drang Drang Crisisinterventies JBRR WSS & huisverboden 0 5 9 2 12 14 3 9 8 4 23 50 4 15 10 4 11 16 1 13 1 15 7 0 9 4 7 60 28 5 21 18 13

Rotterdam Schiedam Vlaardingen Westvoorne

1.301 141 141 15

449 34 60 3

269 33 35 -

74 1 4 -

308 21 32 2

Om goede vergelijking tussen de gemeenten in de regio te kunnen maken, hebben we de productiecijfers (JBRR excl. WSS) van Q1 t/m Q4 gerelateerd aan het aantal inwoners van de verschillende gemeenten: 0.25

0.07 0.06 0.05 0.04 0.03 0.02 0.01 0

0.2 0.15 0.1 0.05 0

Q1 Q2 Q3 Q4

Tabel 2.1.5 Dwang: percentage van het totale aantal dwangzaken

Tabel 2.1.6 Drang: percentage van het totale aantal drangzaken

afgezet tegen het inwoneraantal van de gemeente

afgezet tegen het inwoneraantal van de gemeente

14

Q1 Q2 Q3 Q4

0.08 0.06 0.04 0.02 0

Q1 Q2 Q3 Q4

Tabel 2.1.7 Crisisinterventies: percentage van het totale aantal crisisinterventies afgezet tegen het inwoneraantal van de gemeente

2.2. Toelichting prestaties  Drang Na aanleiding van het kostprijsonderzoek in 2019 is in de regio afgesproken dat de dwangzaken volledig en de drangzaken beperkt (voor 50%) worden gefinancierd – waarbij de lokale teams de uitvoering van de andere 50% op zich zouden nemen. We constateren dat in 2020 de lokale teams slechts zeer beperkt hebben ingezet. Hierdoor is er sprake van een onacceptabele druk op onze medewerkers en is de zorg voor de kinderen en gezinnen onvoldoende. Binnen deze beperkingen hebben de GI’s getracht de uitvoering van de drang zo optimaal mogelijk uit te voeren waarbij de focus lag bij het verbinden van een vaste jeugdbeschermer aan iedere drang zaak. Dit is medio oktober gerealiseerd. Alle drangzaken waren belegd bij een vaste jeugdbeschermer en ook nieuw binnenkomende drangzaken werden direct bij een vaste jeugdbeschermer uit het drangteam belegd. Dit betekent dus niet dat daarmee een kwalitatief optimale inzet is gegarandeerd! Een kwalitatief optimaal resultaat op de drang is alleen mogelijk wanneer ook de lokale teams en het zorgaanbod beschikbaar is en ingezet kan worden. Inmiddels is er weer een korte wachtstapel ontstaan voor de drangzaken: de belangrijkste oorzaak is nog steeds de wachtstapel bij de RvdK waardoor de uitstroom stokt terwijl de instroom gelijk

15

blijft, en de zeer beperkte inzet van de lokale teams waardoor onze medewerkers minder gezinnen kunnen ondersteunen en dan waarvoor gefinancierd wordt.  Justitiële maatregelen Eind 2019 hebben we gesteld dat de justitiële maatregelen prioriteit hebben en dat alle nieuw binnenkomende casussen met een justitiële maatregel direct een vaste jeugdbeschermer krijgen. Vanaf medio januari 2020 hebben we dit gerealiseerd. Er is een ventielfunctie ingericht die onverwachte schommelingen kan opvangen en de door het AB vastgestelde tarieven maken dit financieel mogelijk. Knelpunt blijft wel de arbeidsmarkt. Hoewel de instroom van nieuwe medewerkers in 2020 aanzienlijk hoger is dan de uitstroom, blijft er sprake van een personeelstekort. Afgelopen perioden zijn er verschillende verbetermaatregelen genomen om de prestaties op de KPI’s te verbeteren. Deze maatregelen lijken zijn vruchten af te werpen. Daarbij geeft de WSS aan dat de resultaten teamtafel nog achterblijven wat enerzijds te maken heeft met de registratie die hierop nog niet op orde is en anderzijds omdat een kwalitatieve teamtafel organiseren zeer moeilijk te realiseren blijkt binnen 2 weken. In de loop van 2020 zien we voor alle drie de KPI’s een stijgende lijn ten aanzien het behaalde percentage, en een dalende lijn op de doorlooptijden:

16

1ste FtF-contact binnen 5 dagen (7 kalenderdagen)

Gemiddelde doorlooptijd 1ste FtF contact 8.0

90.0% 85.0% 80.0% 75.0% 70.0% 65.0% 60.0% 55.0% 50.0% Q1

7.0 6.0 5.0 4.0 3.0 2.0 1.0 Q2

Q3

0.0 Q1

Q4

Q2

Q3

Q4

Gemiddelde doorlooptijd teamtafel

1ste teamtafel binnen 14 dagen 60.0% 35.0

55.0%

30.0

50.0%

25.0

45.0%

20.0 15.0

40.0%

10.0

35.0% 30.0% Q1

5.0 Q2

Q3

0.0 Q1

Q4

17

Q2

Q3

Q4

1ste PVA binnen 49 kalenderdagen

Gemiddelde doorlooptijd 1ste PVA

75% 46.0 45.0 44.0 43.0 42.0 41.0 40.0 39.0 38.0 37.0 Q1

70% 65% 60% 55% 50% Q1

Q2

Q3

Q4

Q2

Q3

Q4

Medio oktober heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid de voortgangsrapportage ‘Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd’ uitgebracht. Na aanleiding van deze rapportage en de beleidsreactie van de ministers op deze rapportage wordt momenteel gewerkt aan een plan om op korte termijn een doorbraakaanpak ten aanzien van de inzet van jeugdbescherming en tijdige passende zorg voor jeugdbeschermingskinderen te realiseren, waarbij de bedoeling steeds centraal staat: dragen de resultaten bij aan een betere zorg voor de kinderen. Daarbij richten wij ons met name op de verbetering van het resultaat op het eerste gezinsplan met als doel het realiseren van een gedragen koers binnen de eerste zes weken van de maatregel.  KSCD In Q2 is een oorzaakanalyse uitgevoerd naar het achterblijven van de KPI van het KSCD (doorlooptijd beslissingsondersteunend onderzoek binnen 90 dagen afgerond). Op basis van de analyse is een verbeterplan uitgewerkt dat naar verwachting op termijn een positief effect op de doorlooptijden van het KSCD zal hebben. De voortgang van dit verbeterplan wordt gemonitord en waar nodig bijgesteld. Inmiddels zien we een zeer voorzichtige verbetering van de resultaten.

Door de coronacrisis is er na de eerste lockdown een achterstand ontstaan : de uitvoering van de onderzoeken werden zo veel als mogelijk digitaal gedaan, maar gezien de grote impact van de resultaten van de onderzoeken op de gezinnen is een zorgvuldig, fysieke, afsluiting en bespreking van het onderzoeksresultaat echt noodzakelijk. Zeker bij de KSCD-onderzoeken ervaren we hierop weerstand van ouders. Hierdoor konden zaken die waren afgerond nog niet worden afgesloten, dit verklaart de hoge doorlooptijd in 2020. Het is gelukt om in Q4 veel 18

onderzoeken af te sluiten terwijl nieuwe onderzoeken werden opgestart, een flinke prestatie van onze KSCD medewerkers. Hierdoor hebben we de verwachte productie beslissingsondersteunende onderzoeken ondanks deze lastige omstandigheden gerealiseerd. De productie instemmingsverklaringen is lager dan verwacht als gevolg van de afname gesloten plaatstingen.

2.3 . Toelichting verzuim en verloop personeel Tabel 2.3.1 verzuimcijfers JBRR

We zien op kwartaalniveau in 2020 een verdere daling van het ziekteverzuimcijfers ivm 2019, ondanks de coronacrisis. We zien in Q4 meer kortverzuim dat corona-gerelateerd is. Het jaarziekteverzuim in 2020 is op het laagste punt in 6 jaar. Ook de WSS laat in de ontwikkeling verzuim dit jaar een positieve ontwikkeling zien: Tabel 2.3.2. verzuimcijfers WSS

Verzuimcijfers WSS (Rijnmond)

Q4 5,04%

Q3

Q2

Q1

6,95%

9,96%

8,20%

2.4. Toelichting aanvragen specialistisch zorgaanbod 19

In Q4 is er door jeugdbeschermers bij zowel de WSS als bij JBRR meer specialistische jeugdhulp aangevraagd ten opzichte van de voorgaande kwartalen2020. De stijging is m.n. zichtbaar op Perceel A en Perceel E. Een mogelijke verklaring voor deze stijging is de verscherpte maatregelen door covid-19. Ook zien we in Q4 een lichte stijging op de inzet van crisishulp. De druk op de capaciteit aan behandelplekken neemt niet af, ook wachtlijsten lijken niet af te nemen. Wanneer we echter kijken naar de ontwikkelingen in de zorgvraag van de jeugdbescherming afgelopen jaren zien we een positieve ontwikkeling: in drie jaar tijd is de aanvraag voor specialistische hulp gedaald van 3468 in 2018 naar 2392 in 2020. Zeker in perceel B zijn grote slagen gemaakt en kunnen we constateren dat het de jeugdbeschermers steeds beter lukt om uithuisplaatsingen te voorkomen. Ook de daling op de inzet van crisishulp is duidelijk zichtbaar: in vergelijking met 2019 hebben we 20% minderen kinderen op een bed geplaatst. Tabel 2.4.1 zorgaanvragen GI’s 2018-2020

Aantal zorgaanvragen specialistisch hulp GI

2020

2019

2020 tov 2018

2018

Perceel A (pleegzorg)

243

293

453

-46%

B1 (groep zonder behandeling)

25

48

97

-74%

B2 (gesloten jeugdhulp)

88

122

171

-49%

B3 (groep met behandeling)

168

188

213

-21%

8

8

5

60%

C1 (gezinshuis)

15

13

21

-29%

C2 (Begeleid wonen)

69

60

106

-35%

C3 (Beschermd wonen)

4

2

1

300%

D (Dagbehandeling)

76

64

72

6%

E (Ambulant)

633

786

954

-34%

F Ambulant (crisis)

392

557

597

-34%

F 24-uurs (crisis)

241

302

378

-36%

F Pleegzorg (crisis)

165

186

197

-16%

G (basis GGZ)

45

49

29

55%

I (Lokale hulp)

220

226

174

26%

Totaal aanvragen 2020

2392

2904

3468

-31%

B4 (besloten GGZ)

20

We zien een toename op de druk bij de SGGZ waardoor GI kinderen veel te lang moeten wachten op jeugdhulp. De cliëntstop, de budgetplafonds en de krimpopdracht binnen de SGGZ zijn voor onze doelgroep een groot risico. We zien vanaf eind november/december een enorme toename van het aantal crisissen binnen de SGGZ. De zorgaanbieders kunnen het aantal ernstige psychiatrische crisissen niet meer aan, er ontstaan grote risico’s voor de andere kinderen die op een wachtlijst staan omdat een crisis altijd voor gaat. Er is inmiddels een heel duidelijk signaal afgegeven aan de gemeenten en GRJR. Het extra budget dat in perceel E in 2020 is toegekend wordt structureel meegenomen naar 2021. Zorgaanbieders worden de komende tijd ontlast in de administratieve afhandeling van de arrangementen vanuit de huisartsenroute. En er wordt actief gekeken hoe we de ZBT-E kunnen doorontwikkelen zodat de zorgaanbieders eerder zorg kunnen afschalen en nieuwe cliënten in behandeling kunnen nemen. Een belangrijk instrument dat we hebben voorgesteld betreft de onafhankelijke triage, waardoor we casussen beter kunnen verdelen over (samenwerkende) zorgaanbieders. Op vrijwel alle percelen zijn budgetplafonds bereikt.

Hierdoor ontstaat ernstige vertraging op de processen; veel regio gemeenten wachten lang met een reactie, we krijgen regelmatig vragen over individuele aanvragen en gemeenten zijn niet altijd welwillend om akkoord te geven. Met name vanuit de MVS zien we dit probleem. Er zijn veel vragen over de inhoud van de cases en vanwege privacy moet zorgbemiddeling daar terughoudend in zijn. Zeker omdat de vragen primair zijn ingegeven vanuit budgettaire krapte en niet het belang van de cliënt dienen.

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10225998/2