CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

21 06 GR Jeugdhulp jaarstukken 2020

Gemeenteraad 30 juni 2021, gemeente WestvoorneBij agendapunt: GRJR jaarstukken 2020 en begroting 202213.613 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VOORLOPIGE JAARSTUKKEN 2020 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Versie AB 16 april 2021

INHOUDSOPGAVE 1. AANBIEDING ......................................................................................................................... 3 1.1 Voorwoord ......................................................................................................................... 3 1.2 Resultaat 2020 ................................................................................................................. 4 1.3 Leeswijzer .......................................................................................................................... 6 2. PROGRAMMAVERANTWOORDING ............................................................................... 8 2.1 Achtergrond, kaders en speerpunten GRJR .......................................................... 8 2.2 Resultaten 2020 per perceel.....................................................................................16 2.3 Verschillen begroting en realisatie ........................................................................28 3. PARAGRAFEN ....................................................................................................................

29 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................30 3.2 Financiering ....................................................................................................................32 3.3 Bedrijfsvoering...............................................................................................................32 3.4 Rechtmatigheid ..............................................................................................................34 3.5 Coronaparagraaf ............................................................................................................35 4. JAARREKENING ................................................................................................................

40 4.1 Overzicht van Baten en Lasten ................................................................................40 4.2 Toelichting op baten en lasten .................................................................................42 4.3 Balans ................................................................................................................................46 4.4 Toelichting op de balans ............................................................................................47 4.5 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ......................................50 4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen .............................................52 5. VASTSTELLINGSBESLUIT .............................................................................................. 54

2

1. Aanbieding 1.1 Voorwoord In de Jaarstukken 2020 van de Gemeenschappelijk Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) verantwoorden wij het gevoerde beleid en het financieel beheer over het jaar 2020. Het Bestuur wordt met deze stukken in staat gesteld om zijn controlerende taak te vervullen. De regionaal ingekochte specialistische jeugdhulp blijkt jaar op jaar meer te kosten dan begroot. Na afloop van 2018 werden de deelnemende gemeenten geconfronteerd met extra bijdragen van in totaal circa €15 mln., over 2019 herhaalde dit zich met een bedrag van circa € 11 mln. Dit is overigens een landelijk herkenbaar beeld, dat de minister van VWS aanleiding gaf om bij de Voorjaarsnota 2019 tijdelijke extra middelen voor Jeugdzorg ad € 300 mln. op jaarbasis beschikbaar te stellen, wat ondertussen bij de Miljoenennota 2021 is verlengd tot en met 2022. En er is landelijk onderzoek gestart met als eerste hoofdvraag: “Hoeveel budget hebben gemeenten structureel nodig voor een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de huidige Jeugdwet, binnen de context van de transformatiedoelen van de Jeugdwet?”. Intussen besloot het bestuur van de GRJR naar aanleiding van de jaarcijfers 2019 om de begroting 2020 te verhogen met circa € 18,3 mln.

Dit was noodzakelijk om te kunnen spreken van een realistische begroting 2020 en om er op te kunnen sturen dat over 2020 niet opnieuw achteraf grote tekorten moeten worden gemeld. Overigens werd hiertoe besloten in het besef dat de beheersing van de uitgaven meer maatregelen vergt, zoals de samenwerking tussen zorgaanbieders en gemeenten, transformatie van zorg aan de jeugdigen uit de regio Rijnmond en oplossing van een aantal structurele knelpunten rond de uitvoeringsorganisatie van de GRJR. In voorliggende jaarstukken blijkt in hoeverre deze opzet al over 2020 is geslaagd. In de verantwoording hiervan is niet alleen het financiële resultaat onderaan te streep van belang, maar evenzeer de lengte van wachttijden waarmee jeugdigen worden geconfronteerd en de gevolgen van de van de in maart 2020 doorgebroken Coronapandemie.

3

1.2 Resultaat 2020 Het over 2020 gerealiseerde voorlopige rekeningresultaat bedraagt € 3,2 mln. Van dit bedrag is € 0,4 mln. het per saldo ontstane verschil tussen de voor 2020 begrote en gerealiseerde lasten. Het resterende deel ad € 2,8 mln. is gevolg van de afwikkeling van de contractuele verplichtingen over eerdere jaren. Dit is het voorlopige resultaat er kan nog een effect komen uit het vergelijken van de indicaties van de gemeenten met de basisbestanden van de zorgaanbieders. De bijdragen van de gemeenten worden opgehoogd naar rato van de begrotingsinleg. Na deze eindafrekening sluit de jaarrekening 2020 van GRJR op € 0. Beknopt overzicht van het voorlopige resultaat 2020

Totale Baten Zorgkosten Risico zorgkosten Organisatie en overige kosten Transformatiefonds Totale Lasten Saldo Baten en Lasten Nagekomen kosten LTA Vrijval Balansposities Totaal gerealiseerd resultaat

Primitieve Begroting na begroting wijziging 2020 2020 227.531.466 248.080.536 218.173.078 241.447.570 3.082.046 2.877.380 1.942.239 3.755.586 4.334.103 0 227.531.466 248.080.536 0 0 0 0 0 0 0 0

Realisatie 2020

Verschil begroting vs resultaat 248.080.536 0 242.866.800 1.419.230 1.424.530 -1.452.850 4.178.278 422.691 0 0 248.469.608 389.071 -389.071 -389.071 -2.048.688 -2.048.688 -823.867 -823.867 -3.261.627 -3.261.627

Bovenstaand overzicht geeft weer dat in 2020 een resultaat is gerealiseerd van - € 0,4 mln. Dit resultaat is bepaald op basis van de beschikkingen van de gemeenten met een verwachte verzilveringsgraad. Een opsplitsing van het resultaat in structurele en incidentele effecten leidt tot het volgende beeld: Verdeling resultaat lasten Structureel 4.174.013 Incidenteel -3.784.941 Tekort 389.071

Het tekort van € 0,4 mln. bestaat uit een structureel te kort van € 4,2 mln. (met name op de percelen A, C en E) en een incidenteel overschot van € 3,8 mln. (onder andere de Gecertificeerde Instellingen en Crisishulp). In hoofdstuk 4 wordt het verschil per onderdeel weergegeven.

4

Door nagekomen LTA-kosten en technische vrijval van balansposities is het totale resultaat in 2020 - € 3,2 mln. In hoofdstuk 4 is bovenstaande tabel ook opgenomen waarbij de extra bijdrage voor het resultaat verwerkt is waardoor het resultaat op nul sluit. Overzicht van de stappen om tot de realisatie van de percelen A t/m E te komen

A B C D E

Totaal perceel A t/m E

Realisatie 2020 verzilverings- Realisatie 2020 obv indicaties graad na verzilv. 23.853.395 -1.431.204 22.422.191 66.873.714 -4.681.160 62.192.554 12.642.239 -2.022.758 10.619.481 17.229.466 -2.929.009 14.300.457 60.968.737 -16.461.559 44.507.178 181.567.551 -27.525.690 154.041.861

Diversen 870.585 -971.399 841.853 -34.574 706.465

Totaal per perceel 23.292.776 61.221.155 11.461.334 14.300.457 44.472.604 154.748.326

Op basis van de indicaties van de gemeenten is een realisatie 2020 berekend van € 181,5 mln. Aangezien niet alle indicaties voor 100% leiden tot kosten in een correctie door middel van een verzilveringsgraad toegepast. De verzilveringsgraad is bepaald op basis van de realisatie uit 2019 met een verzilveringsgraad per perceel. Na deze aanpassing komt de realisatie 2020 uit op € 154,0 mln. Daarnaast zijn er voor verschillende percelen diverse specifieke aanpassingen verwerkt. Hieronder een korte toelichting bij deze aanpassingen.

Toelichting Diversen A Subsidie bijzondere kosten pleegzorg B Correctie subsidie ASR Prokino in berichtenverkeer C Correctie subsidie ASR Prokino in berichtenverkeer C Subsidie perceel C4 E Uitzoekpost berichtenverkeer Totaal

870.585 -971.399 -658.147 1.500.000 -34.574 706.465

Na deze aanpassingen is het resultaat 2020 voor de percelen A t/m E € 154,7 mln. Deze bedragen per perceel zijn terug te zien het overzicht van baten en lasten in hoofdstuk 4. Uit voorlopige productie opgaven van de zorgaanbieders over 2020 blijkt dat zij hogere zorgkosten verwachten van ca. € 5,5 mln. ten opzichte van de in deze rekening opgenomen kosten van € 154 mln. Op dit moment is er nog geen volledige aansluiting tussen de cijfers/ 5

beschikkingen van de gemeenten en die van de zorgaanbieders. De periode tussen deze voorlopige jaarrekening en de definitieve jaarrekening wordt gebruikt om het verschil van € 5,5 mln. uit te zoeken. Het effect hiervan wordt verwerkt in de definitieve jaarrekening. Vooralsnog moet dit bedrag gezien worden als een risicobandbreedte.

1.3 Leeswijzer Conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bestaan de jaarstukken uit twee delen: het jaarverslag (weer onder te verdelen in programmaverantwoording en paragrafen) en de jaarrekening. In voorliggende jaarstukken is dat als volgt vorm gegeven: -

De hoofdstukken 2 en 3 vormen samen het jaarverslag. Hoofdstuk 2 bevat de beleidsmatige programmaverantwoording met (I) achtergrond, kader en speerpunten van 2020 en (II) de resultaten per onderdeel van inhoud van de jeugdhulp. Hier wordt uiteengezet in hoeverre de als GRJR samenwerkende gemeenten bereikt hebben wat zij zich tot doel hadden gesteld en wat zij daarvoor hebben gedaan.

-

Hoofdstuk 3 bevat de in het BBV voorgeschreven paragrafen voor zover van toepassing.

Voor

de

GRJR

zijn

dit

paragrafen

Weerstandsvermogen

en

risicobeheersing, Financiering en Bedrijfsvoering. Daarnaast zijn er twee nietverplichte paragrafen opgenomen: Rechtmatigheid en Corona. De paragrafen geven inzicht in een aantal bedrijfsvoeringsaspecten van de GRJR. -

Hoofdstuk 4 is de jaarrekening die financieel inzicht geeft in het gevoerde beleid (Overzicht van baten en lasten met toelichting) en de financiële positie (balans met toelichting). Verder zijn er nog enkele verplichte overzichten opgenomen voor zover relevant.

6

Hoofdstuk 2 Programmavertegenwoordiging

7

2. Programmaverantwoording 2.1 Achtergrond, kaders en speerpunten GRJR 2.1.1 Inleiding Vanaf 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het uitvoeren van de jeugdhulp binnen hun gemeenten. Dit is een lokale verantwoordelijkheid waarbij geldt dat gemeenten op een aantal onderwerpen samen dienen te werken in regionaal verband. De gemeenten in de regio Rijnmond, te weten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne, hebben ervoor gekozen deze samenwerking vorm te geven als gemeenschappelijke regeling met de naam Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond, kortweg aangeduid als GRJR. Doorslaggevend hierbij was onder meer het creëren van voldoende omvang om specialistische zorg en 7/24 crisisopvang beschikbaar te houden en schaalvoordelen te creëren in aanbod en vraag. De GRJR heeft dezelfde samenstelling als de Veiligheidsregio en de GGD-regio. De GRJR heeft tot doel te zorgen voor een kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van bovenlokale taken, met inachtneming van de bepalingen in de Jeugdwet (artikel 3 van de regeling). De hiertoe opgedragen taken zijn (artikel 4): a. het uitvoeren van de bovenlokale taken door middel van: -

het contracteren en/of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp en uitvoerders jeugdreclassering en jeugdbeschermingsmaatregelen in het kader van de Jeugdwet; o

de jeugdhulp omvat de uitvoering van gesloten jeugdhulp, crisiszorg, pleegzorg, residentiële, intramurale zorg en/of specialistische zorg voor jeugdigen;

o

de taken worden uitgevoerd met inachtneming van de afspraken die hierover op bovenregionaal of landelijk niveau zijn of worden gemaakt;

-

het

organiseren van een advies-

en meldpunt huiselijk geweld en

kindermishandeling;

8

b. het bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten inzake de uitvoering van de jeugdhulptaken, welke ingevolge de Jeugdwet aan de gemeenten zijn opgedragen. 2.1.2 Uitvoeringsorganisatie en verbeterplan Voor de uitvoering van de GRJR-taken is een overeenkomst afgesloten tussen het openbaar lichaam en de uitvoerende gemeente, waarbij het bestuur van het openbaar lichaam via het verlenen van mandaten/volmachten ervoor zorgt dat de uitvoerende gemeente voor de uitvoering van de taken ook de benodigde bevoegdheden krijgt. Concreet betekent dit dat de Uitvoeringsorganisatie is ondergebracht bij de Gemeente Rotterdam waarbij het bestuur van de regeling wel eindverantwoordelijk voor de uitvoering van taken (zie toelichting op de regeling). De verantwoordelijkheid van de GRJR om te zorgen voor een kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van bovenlokale taken moet worden gezien als gezamenlijke uitvoering van lokale ambities. De gemeenschappelijke inkoop, contractering en subsidiëring dienen zodanig vorm te krijgen dat lokale ambities kunnen worden gerealiseerd. De visie en doelen van de GRJR zijn daarmee een optelsom van de beleidsvoornemens van de gemeenten. Het bestuur heeft in 2019 een verbeterplan vastgesteld als leidraad voor verbeteringen die de uitvoeringsorganisatie stap voor stap doorvoert.

De opdracht die het AB in juli 2020 aan de secretaris heeft meegegeven bevat de vier belangrijkste verbeterpunten uit het verbeterplan. Hieronder een update aan de hand van deze vier punten. Inkoop en arrangementenmodel Op 15 december 2020 stelden de wethouders Jeugd tijdens het platform Jeugd de regiovisie ‘Nabij en Passend; Regiovisie Jeugdhulp Regio Rijnmond’ vast. Hierna is deze voorgelegd aan de raden met de vraag deze vast te stellen vóór 1 mei 2021. Vaststelling van deze regiovisie betekent een trendbreuk met de periode tot nu toe: vanaf dan geldt een gezamenlijke visie als kader voor de GRJR. Met de regiovisie leggen de vijftien samenwerkende gemeenten, in samenwerking met aanbieders en onderwijs, een goede basis voor de toekomstige transformatie van jeugdhulp en voor de inkoopstrategie voor de volgende inkoopronde. Deze inkoopstrategie ligt ter vaststelling voor bij het AB van april 2021. 9

Om binnen de GRJR de gewenste resultaten te kunnen boeken, is het noodzakelijk om de regionale ambities per bouwsteen van de Regiovisie verder te concretiseren. Dit vraagt om een meerjarig programma, dat de samenhang van alle lokale en regionale initiatieven inzichtelijk maakt en de voortgang in transformatie bewaakt. Tegelijkertijd bestaat er ook de wens om de gemeentelijke regie te versterken. Naast het bewaken de lokale vaststelling van de regiovisie (en zo nodig bij te sturen) wordt hier een regioagenda ontwikkelt. Het doel is om in die regioagenda prioriteiten te stellen wat betreft de lopende en nog nieuw te starten transformatie-initiatieven, en om de implementatie van de regiovisie te regisseren. Dit in samenspraak met alle maatschappelijke partners, die hun inhoudelijke expertise inbrengen om de transformatie te laten slagen. Sinds de zomer 2020 werkt de werkgroep Arrangementenmodel aan concrete verbeteringen en verbetervoorstellen. Dit gaat in overleg met wijkteams en andere collega’s uit de vijftien gemeenten en met aanbieders. De verbetervoorstellen zijn met name voor op langere termijn en worden daarom meegenomen in de inkoopstrategie voor de volgende inkoopronde. Ontwikkeling informatievoorziening Elke drie maanden verschijnt een bestuursrapportage (Burap).

Deze rapportage is en wordt elke keer door de uitvoeringsorganisatie aangevuld met meer en verbeterde informatie. In de tweede helft van 2020 is formatie-uitbreiding gerealiseerd voor de informatievoorziening, een dashboard met sturingsinformatie ontworpen en een strategisch informatieplan opgesteld (AB februari 2021). De ontwikkeling van de informatievoorziening wordt langs twee lijnen uitgewerkt. Aan de ene kant wat op korte termijn kan en moet gebeuren om sneller en beter in de behoefte aan sturingsinformatie te voorzien. Een belangrijk onderdeel hierin is het dashboard, dat ook zicht geeft op de kwaliteit van de aangeleverde data. Aan de andere kant gaat het plan in op welke wijze de GRJR op langere termijn de beleids- en sturingsinformatie kan ontwikkelen ter ondersteuning van de ambities met de sturing op en transformatie van de jeugdhulp. Contractmanagement In het vierde kwartaal van 2020 zijn diverse nieuwe collega’s gestart. Dit is deels als vervanging van vrijgekomen posities, deels is dit uitbreiding door het AB besluit in juli 10

2020 waardoor er meer uitvoeringscapaciteit is gekomen voor de uitvoeringsorganisatie. Ook is de nieuwe teamleider in december gestart. Na een goed inwerkprogramma en naast de reguliere contractgesprekken, is een van de volgende stappen in het verder professionaliseren van contractmanagement en het accountmanagement gestructureerd vormgeven. Onderdeel hiervan zijn de ambtelijke subregionale gesprekken die voor februari en medio juni zijn gepland. Governance Het vierde kwartaal van 2020 stond op het gebied van de governance grotendeels in het teken van de samenstelling van GRJR met 15 gemeenten. In het AB van december is besloten dat er binnen de huidige GRJR gewerkt gaat worden met twee verschillende inkoop- en bekostigingsmodellen. De gevolgen hiervan worden in verschillende lijnen uitgewerkt zoals bijvoorbeeld de gevolgen voor de inkoop en de governance. Een belangrijk onderdeel is ook het onderzoek dat gedaan gaat worden naar de van deze beslissing. Dit onderzoek moet een goede onderbouwing geven over de voor- en nadelen van de verschillende systematieken. Ook is onderzoek gedaan naar het positioneren van de uitvoeringsorganisatie en de secretaris. Besluitvorming hierover vond plaats in het AB van februari. Hierna start de werving van de vaste secretaris voor de GRJR, zodat er een warme overdracht kan plaatsvinden vanuit de secretaris a.i.

2.1.3 Verlening en aanbesteding resultaatgerichte inkoop In februari 2020 besloot het AB om de contracten met jeugdhulpaanbieders te verlengen tot en met 2021. Hieraan waren voorwaarden verbonden ten aanzien van: •

De levering van de KPI’s

•

Het integraal werken

•

Het meewerken aan een pilot prestatiemeting

Vervolgens is in de periode voor de zomer gesproken over de tweede verlenging, uiteindelijk heeft het AB in juli besloten tot het benutten van ook het tweede optiejaar zodat er verlengd wordt tot en met 2022. Ook aan deze verlenging zijn voorwaarden verbonden: •

De afspraak om in beginsel geen hulp te verlenen voordat er een toewijzing is 11

•

Tijdig te declareren

•

Werk te maken van wachttijden

•

Bij de informatie over de wachttijden het BSN te verstrekken

Met het besluit in juli stond onherroepelijk vast dat er voor 1 januari 2023 opnieuw aanbesteed moet worden en kon het projectplan voor de aanbesteding worden geschreven. Het AB heeft dit projectplan in september vastgesteld. In het najaar is gewerkt aan het opstellen van de algemene inkoopstrategie en de strategie per opdracht. De regiovisie die in concept in oktober beschikbaar kwam, vormde het inhoudelijk kader voor de inkoopstrategie. Belangrijk onderdeel van de regiovisie is de versterking van de lokale infrastructuur en in verband daarmee wordt een substantieel deel van de daghulp/besteding en ambulante hulp niet meer regionaal maar lokaal ingekocht per 2023. Capelle en Krimpen a/d IJssel gaan vooruitlopend op deze beweging al experimenteren in 2021 respectievelijk 2022 met het lokaal organiseren van bepaalde vormen van ambulante hulp. Op basis van de contouren van de inkoopstrategie zijn medio december 2020 mogelijk geïnteresseerde marktpartijen geconsulteerd. De opbrengsten van de consultatie worden betrokken bij het afronden van de inkoopstrategie. De uitkomst van het overleg met de MVS-gemeenten is dat deze gemeenten per 1 januari 2023 met een eigen inkoop- en bekostigingsmodel voor hun subregio gaan werken, vanaf dat moment werkt de GR dus met twee inkoopmodellen.

De ervaringen met deze modellen zullen worden geobjectiveerd en gedeeld door middel van externe ondersteuning om goed van elkaars ervaringen te leren. 2.1.4 Transformatie Met behulp van transformatiesubsidie, door het Rijk beschikbaar gesteld, zijn eind 2019 en in 2020 verspreid over de regio Rijnmond 28 transformatieprojecten in de zorg voor jeugd gestart. In opvolging van de procesafspraken die er destijds in het AB van 15 april en 19 september 2019 zijn gedaan. Het gaat hierbij om projecten van zowel gemeenten (18), zorgaanbieders (9) als verwijzers (2). Projecten die het brede terrein van de zorg voor jeugd bestrijken - van preventie tot gesloten jeugdzorg - met als doel meer passende hulp dichtbij 12

waarbij oog is voor veiligheid. En hierbij zijn de leidende principes die in de regio zijn vastgesteld (AB voorjaar 2020) voor ‘goede’ jeugdhulp als ijkpunt gebruikt. Projectgroep verbetering zorg voor jeugd Ieder project heeft een projectleider. Uniek is dat de projecten niet los van elkaar kennis ontwikkelen en ervaring opdoen, maar gedurende het proces kennis delen wat wel en wat niet werkt en van elkaar leren. Projectleiders worden daarbij ondersteund en gestimuleerd door de Projectgroep verbetering zorg voor jeugd regio Rijnmond, waar - niet toevallig – zowel afgevaardigden van gemeenten, zorgaanbieders als verwijzers in zitten. Daarnaast volgt de stuurgroep transformatie de ontwikkelingen op de voet. Indicatoren van de transformatie Een belangrijk uitgangspunt van alle transformatie- aanvragen was het structureel in kaart willen brengen van de effecten van de ingezette beweging: doen we de goede dingen en doen we ze goed. Begin 2020 is er met dit doel gestart met een aantal digitale sessies waarin projectleiders met elkaar de indicatoren hebben vastgesteld die nodig zijn om de voortgang van de transformatie te meten. Deze indicatoren zijn gebaseerd op onder andere de leidende principes.

Dit is de basis van de transformatiemonitor die (als één van de transformatie- aanvragen) door KPMG wordt ingericht (in samenwerking en samenhang met de ontwikkeling van de andere dataplatforms van de GRJR). Een monitor die niet alleen tijdens de projectperiode, maar ook in de periode daarna de voortgang op de transformatie gaat volgen. Kwartaalrapportages Iedere projectleider heeft in 2020 in hetzelfde eenvoudige format gerapporteerd, zowel inhoudelijk als financieel. Uit de voortgangsrapportages van de transformatieprojecten is gebleken dat als gevolg van Corona de voortgang van de meeste projecten vertraging hebben opgelopen, maar wel alle van start zijn gegaan. Doordat, dankzij een AB besluit in september, een deel van de subsidie kan worden overgeheveld naar 2021 kunnen de projecten toch volgens plan worden uitgevoerd en lukt het de meeste projecten om binnen het budget te blijven.

13

Kwalitatief onderzoek Naast de transformatiemonitor en dat projectleiders zelf de voortgang van hun project in kaart brengen wordt er ook bij een vijftal projecten kwalitatief onderzoek uitgevoerd door de academische werkplaats ST-RAW. Doel is om te onderzoeken wat de werkzame elementen en werkzame principes zijn van de transformatieprojecten. Bijkomend doel is om de kennis die wordt verzameld te bundelen en bij te dragen aan disseminatie en kennisdeling in de regio. Duurzame resultaten Dit alles moet ertoe leiden dat na afloop van de projectperiode ook duidelijk is wat belangrijke werkzame principes zijn om te integreren in onze toekomstige werkwijze en inkoop vanaf 1 januari 2023. Dat er niet een aantal zinnige projecten zijn uitgevoerd, maar dat die kennis ook daadwerkelijk wordt gebruikt om stappen te zetten in de transformatie. De projectgroep heeft in 2020 per kwartaal een nieuwsflits uitgebracht om alle stakeholders te blijven informeren over de voortgang, als alternatief voor fysieke bijeenkomsten als gevolg van Corona. 2.1.5 Begrotingswijzigingen In oktober 2019 werd het definitieve indexatiepercentage voor de begroting 2020 vastgesteld, wat een uitgesteld beslispunt was bij de vaststelling van de primaire begroting 2020. Tegelijk sprak het GR-bestuur het voornemen uit om de begroting 2020 te wijzigen.

In april 2020 is de ontwerpbegrotingswijziging voor zienswijzen voorgelegd aan de raden. Bij het opmaken van de (voorlopige) jaarrekening 2019 was gebleken dat de zorgproductie hoger was dan verwacht. Vanuit de noodzaak om realistisch te begroten is besloten tot begrotingswijziging

voor

het

jaar

2020.

Ook

het

verbeterplan

voor

de

uitvoeringsorganisatie gaf aanleiding tot begrotingswijziging. In juli 2020 heeft het AB, na ontvangst van zienswijzen van de raden, de begroting definitief gewijzigd. De vastgestelde begrotingswijzigingen betroffen naast diverse budgettair neutrale verschuivingen waaronder het apart opvoeren van een budget voor de gecertificeerde instellingen. Verder hebben de volgende ophogingen plaatsgevonden: 1. Verhoging budget voor ingekochte specialistische jeugdhulp 14

a. Voor de percelen A t/m D en F naar realisatieniveau 2019 b. Voor perceel E (ambulante jeugdhulp), op basis van een KPMG-rapport over structurele knelpunten in de ambulante jeugdhulp 2. Ophoging

budget

perceel

I

voor

buitenregionale

plaatsingen

(BRP)

en

adolescentenstrafrecht (ASR) om de verwachte overschrijding op te vangen 3. Hoger budget voor Veilig Thuis en voor Jeugdbescherming a. Op basis van een HHM-rapport over structurele toename van het aantal meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling en b. Op basis van KPMG-onderzoek naar het benodigd budget om de nieuwe werkwijze met de gewenste kwaliteit uit te voeren, en een kostprijsonderzoek 4. Transformatiegelden overheveling uit de begroting naar een voorziening 5. Verhoging van het budget voor organisatiekosten in relatie tot het verbeterplan voor de uitvoeringsorganisatie Dit levert onderstaand financieel beeld op. In de jaarrekening is de nadere verdeling van de budgetten terug te vinden. Begroting 2020

Wijziging

Primair (juli 2019)

Actuele begroting 227.531.467

Eerste wijziging (okt 2019) Verhoging indexatie van 2,33% naar 3,42%

2.214.492

Na eerste wijziging

229.745.959

Tweede wijziging (juli 2020) Jeugdhulp A t/m F ASR/BRP

14.487.782

Ophoging VTRR en JBRR

4.103.321

Voorziening Transformatiefonds

-2.749.007

Organisatiekosten

1.608.681

Na tweede wijziging

883.800

248.080.536

15

2.2 Resultaten 2020 per perceel Hieronder enkele overzichten met informatie over de percelen A tot en met E. Daarna volgt een toelichting van de ontwikkelingen per perceel in 2020.

Aantallen toewijzingen, cliënten en in- en uitstroom De informatie is afkomstig uit het dashboard. Het dashboard is nog in ontwikkeling, dus de cijfers hebben nog een definitieve validatie nodig In de twee grafieken is het verloop van het aantal toewijzingen te zien over 2019 en 2020. In Grafiek 1 is het aantal lopende toewijzingen en het aantal cliënten met een lopende toewijzing per maand te zien (één cliënt kan meerdere toewijzingen hebben). Een lopende toewijzing is een geldige toewijzing voor die periode. De toewijzing hoeft nog niet in zorg geresulteerd te hebben in die periode. In de blauwe en rode balken is respectievelijk de instroom- en uitstroom per maand te zien.

16

Grafiek 1. Lopende toewijzingen, aantal cliënten met lopende toewijzing en in- en uitstroom per maand. In Grafiek 2 is het aantal lopende toewijzingen per perceel te zien.

Grafiek 2. Lopende toewijzingen per maand, per perceel. Grafiek 3. Ontwikkeling van het gemiddelde weektarief per perceel in 2019 en 2020

17

In Tabel 1 is het totaal aantal cliënten in zorg per perceel te zien, net als het weekbudget en de indicatieduur. Dit is o.b.v. de rapportage zoals deze in eerdere buraps ook stond. Het aantal cliënten in zorg is het aantal jeugdigen per perceel dat in 2020 zorg heeft gehad. De som van het aantal jeugdigen in de percelen is hoger dan het totaal omdat sommige jeugdigen zorg krijgen in verschillende percelen en in de totaaltelling slechts 1x meetellen. Het gemiddelde weekbudget is het gemiddelde van de geïndiceerde weekbudgetten per perceel. Zo is de gemiddelde indicatieduur de gemiddelde geïndiceerde indicatie die door de gemeenten is afgegeven. Tabel 1. Aantal cliënten in zorg in 2020. Aantal cliënten in zorg Gemiddeld weekbudget Gemiddelde indicatieduur (dagen)

A 2.138 247 569

B

C

932 2.540 210

333 1.227 290

D 970 707 215

E Totaal 9.320 12.362 232 290

Wachttijden 2020 Jaarrekening 2020 Tabel 2. Percentage geholpen binnen Treeknorm (<14 weken) – 2020 Perceel Q1 Q2 Q3* Q4* A 84% 88% 97% 94% B 90% 72% 81% 84% C 60% 81% 100% 50% D 80% 86% 78% 60% E 93% 90% 77% 79% Niet ingevuld** 88% 51% 44% 26% Eindtotaal 91% 79% 71% 65% *Vanaf Q3 2020 wordt een andere registratie van wachttijden gehanteerd (vanaf aanmelding tot start behandeling), waardoor de gemeten periode langer is. Zie toelichting onder tabel. ** Betreft klein aantal arrangement, dit geeft mogelijk een vertekend beeld. *** Vanwege ontbreken van toewijzing is perceel onbekend.

18

Grafiek 3. Retrospectieve wachttijd 2020

Retrospectieve wachttijd 2020 in weken 18,0 16,0 14,0 12,0 10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 0,0 Q1 2020

Q2 2020

Q3 2020*

Q4 2020*

*voor Q3 en Q4 2020 is een nieuwe manier van registreren toegepast die een langere periode van wachten in beeld brengt.

In Tabel 2 staat het percentage jeugdigen dat binnen 14 weken (Treeknorm) is gestart met de hulp. De percentages zijn uitgesplitst naar perceel. Hierin is te zien dat lopende 2020 minder kinderen binnen de Treeknorm geholpen zijn. Zoals te zien in Grafiek 3 neemt de wachttijd vanaf Q2 2020 toe. Deze toenemende wachttijd heeft onder andere te maken met Corona. Corona kan de impact van wachten vergroten: de nood voor snelle hulp wordt groter, waardoor het aantal spoedcliënten toeneemt. Overige jeugdigen moeten door de toegenomen spoedinstroom langer wachten. Ook worden consulten vaker afgezegd, door Coronagerelateerde klachten, waardoor de behandelduur toeneemt en nieuwe instroom afneemt. Verder kan de instroom belemmerd zijn door uitval van personeel met aan Corona-gerelateerde klachten.

Daarnaast is vanaf Q3 2020 wordt een andere registratie van wachttijden gehanteerd (vanaf aanmelding tot start behandeling). Deze nieuwe meting komt meer overeen met de werkelijke wachttijd, maar reflecteert een langere periode, waardoor een sterkere stijging in de wachttijd te zien is. Bovendien lopen aan het eind van het jaar de wachttijden doorgaans op. Dit kan onder andere te maken hebben met budgetplafonds die bereikt zijn, waardoor jeugdigen langer moeten wachten tot zij kunnen instromen. Vanuit de verschillende zorglandschapstafels lopen er diverse acties om de wachttijd voor jeugdigen te verkorten. Enkele voorbeelden hiervan zijn de wervingscampagne voor extra pleeggezinnen in perceel A en de 19

zorgbemiddelingstafel voor perceel E. Hieronder wordt per perceel de stand van zaken toegelicht, o.a. over de wachttijden.

2.2.1 Gewoon opgroeien buiten gezin (Pleeghulp) Binnen opdracht A (pleegzorg) is vanwege inhoudelijke afwegingen geen budgetplafond ingesteld. Dit maakt groei mogelijk. Plaatsing van een jeugdige in pleegzorg heeft de voorkeur boven plaatsing in een instelling. In 2020 is opdracht A financieel licht gegroeid. Dit komt door de combinatie van een kleine toename van het aantal jeugdigen dat in een pleeggezin geplaatst is en doordat jeugdigen langer in pleegzorg blijven. Een andere ontwikkeling is dat pleegzorgaanbieders steeds meer inzetten op het voorkomen van het voortijdig beëindigen van een pleegzorgplaatsing. Desalniettemin groeit opdracht A niet sterk. Dit komt o.a. door een tekort aan pleeggezinnen. Meer pleeggezinnen zijn nodig om meer jeugdigen in pleegzorg te kunnen helpen. Daarom wordt door aanbieders, gemeenten en de uitvoeringsorganisatie een campagne uitgevoerd om de werving van pleegouders een impuls te geven. Zorgaanbieders melden al een duidelijke stijging in het aantal opgevraagde informatiepakketten. Daarnaast wordt actief ingezet op het behoud van pleegouders. Binnen pleegzorg is bovendien behoefte aan het versterken van pleegouders om ook in zwaardere vormen van hulp en begeleiding te voorzien. Zo kan pleegzorg voor meer jeugdigen mogelijk gemaakt worden. Hiertoe is in 2020 een transformatiesubsidie uitgevoerd. In 2021 wordt dit geëvalueerd.

2.2.2 Weer naar huis (Opname) + 2.2.3 Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurige zorg) In 2019 is gekozen om de druk op opdracht B te laten afnemen is extra budget beschikbaar gesteld voor opdracht C. Hiermee is extra capaciteit beschikbaar gekomen. De realiteit blijft dat uitstroom vanuit opdracht C lastig te realiseren is door onvoldoende (passende) Wmocapaciteit en door het ontbreken van passende en betaalde huisvesting en mogelijk door stagnatie in doorstroom naar opdracht E (zie schouw B en D). De wachttijden liepen richting het eind van 2020 dan ook op in opdracht C.

20

We zien over Q4 dat de weekbudgetten voor opdracht B (stijging van € 90,- per week) en C (stijging van € 197,- per week) opnieuw stijgen. Daarnaast zien we ook dat de instroom van nieuwe cliënten groter is dan de uitstroom. Dit zorgt ervoor dat de uitgaven op opdracht B en C groeien. De uitbreiding aan capaciteit op perceel C2 leidde er wel toe dat meer cliënten in dit perceel geholpen konden worden, maar de verlaging van de druk op opdracht B is niet gerealiseerd. Op dit moment zien we een lichte onderbesteding op Opdracht B van ruim € 50.000 en een overschrijding van bijna € 1,3 mln. op Opdracht C. Het verschil ten opzichte van Q3 is de productie op Opdracht B gegroeid met ruim € 0,5 mln. Vanuit de historie zijn de aantallen in Q1 en Q4 altijd hoger dan in de tussenliggende kwartalen. Over het algemeen kan gezegd worden dat het slechter gaat met de jeugd, de jeugdigen die een indicatie voor opdracht B of C hebben, kunnen niet geholpen worden met een indicatie voor Pleegzorg of een ambulant traject. Op dit moment is het onduidelijk of er sprake is van een corona effect voor de opdrachten B en C. Er is een krimp zichtbaar op perceel B2, dat is een landelijke tendens en niet voor 100% veroorzaakt door corona. Mogelijk is er een indirecte link door de hoeveelheid kinderen in crisis en de wachtlijsten bij opdracht E.

2.2.4 Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Voor perceel D is geen budgetplafond ingesteld, dus aanbieders zijn niet gebonden aan een contractvolume. Corona heeft aanbieders gestimuleerd alternatieve (lees: digitale) vormen van hulpverlening te ontwikkelen als aanvulling op het traditionele aanbod. Ervaringen en lessons-learned worden toegepast. Met de aanbieders in deze opdracht wordt besproken welke vormen van jeugdhulp verder gewenst zijn. Zo is in september het zorgonderwijscentrum geopend dat een speciaal programma biedt voor thuiszitters om hen terug te begeleiden naar school. Dit is een samenwerkingsverband tussen Timon en Horizon in co-creatie met Koers VO. Ook vinden aan de zorglandschapstafel gesprekken plaats tussen aanbieders en gemeenten over de inmiddels gelanceerde concept regiovisie en de ambitie van gemeenten om delen van opdracht D lokaal in te kopen. Al deze (gezamenlijke) acties dienen de verbinding van specialistische zorg met het lokale veld en het onderwijs. Deze ontwikkelingen moeten op termijn effect hebben op versnelde uitstroom (kortere zorgduur) en vermindering van de 21

instroom (omdat de gemeenten lokale oplossingen inzettenen vooral ook invulling geven aan het leidende principe en de visie dat iedere jeugdige een (t)huis heeft en naar school gaat. 2.2.5 Pakket Thuis (Ambulante hulp) N.a.v. een toenemende vraag naar ambulante hulp in 2019 en aanbevelingen vanuit het onderzoek van KPMG, is de begroting 2020 opgehoogd voor opdracht E. De ophoging tot € 43,8 mln. is gebaseerd op de prognose van KPMG. De extra gelden zijn in 2020 stapsgewijs vrijgekomen voor de aanbieders, te weten in Q1, eind van Q2 en in Q3. Van de extra gelden is begin 2020 een eerste tranche ingezet om de algehele druk op perceel E te verlagen. Vanuit de tweede tranche is, in navolging van 2019, ingezet op het garanderen van de meest urgente zorg aan jeugdigen, te weten spoedhulp en forensische hulp. Voor de hulp richting het Omgangshuis is een discretionaire route ingesteld om de continuïteit te waarborgen. Deze discretionaire toekenningen zouden vanuit het risicobudget gedekt worden. Na gewijzigde afspraken tussen hoofd- en onderaannemer is het niet nodig gebleken deze buiten het reguliere budget te bekostigen; het risicobudget is dan ook niet aangesproken voor de hulp vanuit het Omgangshuis. De laatste tranche van het extra budget, € 580.000, is ingezet voor de bekostiging van hulp aan de meest urgente jeugdigen op de wachtlijsten van de aanbieders.

In 2020 is er voortvarend gestart met een analyse van de hoge wachtlijst van de verschillende aanbieders, om zo meer inzicht te krijgen in de aard van deze wachtenden. De samenwerking tussen aanbieders is in de loop van 2020 steeds verder verbeterd. Er is gezamenlijk integraal hulpaanbod ontwikkeld (start 2021), er is betere samenwerking op individuele casuïstiek en verdeling van de meest urgente wachtende jongeren. Tevens zijn er drie werkgroepen aan de slag met de opbrengsten van de analyse, zoals verdere verdieping in de doelgroep 6-12 jaar en een afwegingskader om de scheidslijn specialistische jeugdhulp-lokale jeugdhulp beter te benutten. Deze werkgroepen hebben een vertegenwoordiging van aanbieders, uitvoeringsorganisatie en gemeenten. De activiteiten zullen in 2021 voortgezet worden. De totale voorlopige productiecijfers van opdracht E van de gemeenten en aanbieders zijn gelijk, hoewel er in de opgave van de individuele aanbieders grote afwijkingen tussen de aanbieders en gemeenten zijn. Ten opzichte van Q3 is de jaareindeverwachting van 22

gemeenten gedaald met een miljoen en bij aanbieders is in het totaal een overschrijding te zien. De verschillen tussen gemeenten en aanbieders worden uitgezocht in het traject richting de definitieve jaarrekening. De gemiddelde indicatieduur laat geheel 2020 een dalende lijn zien; zowel aanbieders als gemeenten geven aan hier bewuster mee om te gaan. De gemiddelde weekbudgetten zijn het gehele jaar constant gebleven. Er is geen cijfermatige dip te zien geweest als gevolg van Corona. Aanbieders hebben hun hulp veelal door kunnen zetten, hetzij digitaal, hetzij face to face. Wel wordt door aanbieders sinds zomer 2020 een forse toename gemeld van het aantal jeugdigen dat met spoed hulp nodig heeft wegens zeer ernstige, veelal psychiatrische klachten. Deze kinderen zijn veelal voor de regulier wachtende kinderen gegaan. Tevens melden aanbieders verminderde beschikbaarheid van behandelaren als gevolg van ziekte of quarantaine en verzwaring van de problematiek van de doelgroep over de gehele linie. Hierdoor zijn de wachttijden niet gedaald en hebben aanbieders aan het einde van Q4 de noodklok geluid over de zorg voor de jeugd in Coronatijd, in combinatie met de toch al lange wachttijden op hulp.

2.2.6 Crisis Perceel F betreft een beschikbaarheidsvoorziening, waarbij de hoofdaannemer verplicht is permanent capaciteit aan crisishulp beschikbaar te hebben om te voorkomen dat wachtlijsten ontstaan. Daarom ontvangt de opdrachtnemer bij een realisatie van tenminste 80% 100% bekostiging. In 2020 heeft Enver deze 80% bereikt. Crisishulp is enkel toegankelijk via het crisisinterventieteam (JBRR) of de acute dienst (GGZ). Het aantal kinderen in crisishulp daalt sinds 2018. Naast deze op zichzelf al positieve ontwikkeling maakten de kleinere groepen het in 2020 voor de crisismedewerkers mogelijk om jongeren met zeer ingewikkelde problematiek op te vangen die voorheen bij onderaannemers (ver) buiten de regio moesten worden geplaatst. Afgelopen jaar liep wel de doorlooptijd van jeugdigen in de crisisopvang op. Dit vooral omdat het lastig bleek te zijn om doorstroom naar jeugdhulp in andere opdrachten te realiseren. 2.2.7 Gecertificeerde Instellingen 23

1. JB/JR-maatregelen dwang en drang en Crisis Interventie Team a. JB/JR-maatregelen dwang & drang (gecertificeerde instellingen (GI’s)) De geraamde onderproductierealisatie in Q2 en Q3 van. -8% heeft zich ook in het vierde kwartaal doorgezet Er is sprake van een lagere realisatie bij OTS-en (onder toezicht stellingen), Voogdijzaken, Drang zonder VTO (verzoek tot onderzoek) en Verlengde drang. Daarentegen is een lichte toename zichtbaar van Jeugdreclassering. Ook is sprake van een toename van Drang met Verzoek tot Onderzoek. De afname van OTS-en gaat geleidelijk, maar is al enige tijd gaande. Doordat er een toename is van Drang met VTO en er wachttijden zijn bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) kan er nog een toename van OTS-en plaatsvinden wanneer de RvdK deze onderzoeken heeft afgerond. Eind 2020 zien we over het jaar heen een onderproductie van ruim 8%. Per 2020 heeft JBRR de opdracht om zich te focussen op de uitvoering van dwangproducten (OTS, jeugdreclassering (JR) en voogdij). De GI heeft daardoor minder formatie beschikbaar voor drangtaken. Er ontstaat daardoor ook meer druk op de lokale teams. In Q3 is aan het AB het eindrapport opgeleverd “Samenwerken in vrijwillig kader tussen lokale teams en GI’s”. In dit rapport wordt geadviseerd op welke wijze gemeenten de uitvoering van Drang meer in het lokale veld kunnen beleggen.

Gemeenten informeren de GRJR per 1 november over hun ambities t.a.v. deze beweging. De verdere uitwerking ambities wordt door JBRR en in samenspraak met de OU en gemeenten verder gedaan. Gedurende 2021 zal gemonitord worden hoe hieraan lokaal een invulling gegeven wordt. Zolang een drangtraject lokaal nog niet (volledig) belegd kan worden blijft JBRR hierop de regietaak uitvoeren. b. Crisis Interventie Team Kinderen die acuut in hun veiligheid bedreigd worden krijgen ondersteuning van het Crisis Interventie Team (CIT). Politie, ziekenhuizen, huisartsen, scholen, hulpverleners, maar ook ouders en kinderen zelf kunnen contact opnemen met het CIT. Het CIT treedt op in crisissituaties en kan direct de noodzakelijke hulp 24

inzetten. Bij de start van de Coronamaatregelen in Q1 nam het aantal meldingen af. In Q2 zette dit door. In Q3 was er echter weer sprake van en toename van het aantal, crisismeldingen. Over 2020 heen zien we een daling van crisismeldingen met 28% Daar tegenover zien we een stijging van 5% op het aantal huisverboden in de regio. 2. Buitenregionale plaatsingen (GI) Buitenregionale plaatsingen betreffen plaatsingen van kinderen bij niet regulier gecontracteerde aanbieders. In de meeste gevallen gaat het om kinderen die op basis van het woonplaatsbeginsel bij één van de gemeenten in de regio horen, maar die niet in de regio verblijven. JBRR is opdrachtgever en financier voor jeugdigen die onder toezicht van een andere GI vallen, maar tot de verantwoordelijkheid van een gemeenten in de regio Rijnmond behoren. 3. KSCD Het Kennis- en Servicecentrum voor Diagnostiek (KSCD) voert diagnostisch onderzoek uit op verzoek van de medewerkers van Jeugdbescherming Rotterdam-Rijnmond (JBRR) (Incl. WSS) en Leger de Heils Jeugdbescherming- en reclassering (LJ&R). Tevens verzorgt het KSCD de instemmingsverklaringen voor het realiseren van een gesloten plaatsing. De productie van het KSCD is in tot en met Q lager dan het geplande aantal onderzoeken. De Corona maatregelen hebben impact op de aanvragen en het goed kunnen uitvoeren van Intelligentie onderzoeken en instemmingsverklaringen.

De beslissingsondersteunende diagnostiek is met 5 aanvragen toegenomen. De UO van de GRJR is met JBRR in gesprek over het verbeterplan voor de inzet van het KSCD. Dit proces zal ook in 2021 een vervolg krijgen. 2.2.8 Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Perceel H heeft nog altijd te maken met een groei van de instroom. De stijging is met name zichtbaar in het aantal adviesvragen en het aantal crisissen. De stijging van de adviesvragen is al zichtbaar vanaf de invoering van de verscherpte meldcode in 2019. In juni 2020 bedroeg de stijging 30% ten opzichte van het begrote aantal. Ook hebben diverse

25

mediacampagnes tijdens de coronaperiode er mogelijk voor gezorgd dat vaker advies wordt gevraagd. De stijging van het aantal crisissen is vooral zichtbaar in juni. Mogelijk heeft dit te maken met het weer openen van de scholen waardoor meer zicht kwam op de thuissituatie. Overigens is er altijd een stijging van instroom (meldingen en crisissen) zichtbaar vlak voor de zomervakantie. We maken ons wel zorgen over het (landelijke) signaal dat er een toename is van ernstige vormen van geweld dat gemeld wordt. Een situatie waarvoor zoveel mogelijk aandacht wordt gevraagd zowel lokaal als landelijk. Ondanks de hoge instroom lukt het VTRR gedurende het afgelopen jaar steeds beter om het percentage veiligheidsbeoordelingen, onderzoeken en ‘voorwaarden en vervolg’ binnen de wettelijke termijn af te handelen. Echter mede door de hoge instroom zitten de percentages nog niet op het gewenste niveau. Hier wordt vanuit het accountmanagement op gestuurd. Tijdens de coronamaatregelen is in heel Nederland bij Veilig Thuis een chatfunctie ingevoerd. Inmiddels zijn er in de regio Rotterdam Rijnmond chatgesprekken gevoerd. Een chatgesprek is vergelijkbaar met een adviesgesprek. Landelijk wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om de chatfunctie permanent in te voeren.

Ook voor VTRR geldt dat er extra investeringen zijn gedaan om de dienstverlening conform de RIVM-richtlijnen voortgang te laten vinden. 2.2.9 Overige onderdelen Buitenregionale plaatsingen Deze begrotingspost bestaat uit twee vormen van buitenregionale plaatsingen, namelijk buitenregionale pleegzorgplaatsingen via Enver en individuele maatwerkcontracten met niet-gecontracteerde jeugdhulpaanbieders van buiten de regio. Op basis van de Q4-cijfers wordt een overschrijding verwacht van het beschikbare budget. Dit komt vooral door de maatwerktrajecten. Eind Q4 is het proces van de BRP tegen het licht gehouden. De maatwerkovereenkomsten zullen zichtbaar worden in het reguliere berichtenverkeer met als gevolg een betere monitoring van de daadwerkelijke kosten. 26

Extra ASR Zorgaanbieder Prokino verzorgt de organisatie, coördinatie en bekostiging van residentiële plekken in het kader van het adolescentenstrafrecht. Dit betreft jongvolwassenen die onder het jeugdstrafrecht zijn veroordeeld en/of jeugdreclassering hebben. Vanwege hun leeftijd is plaatsing bij een Wmo-zorgaanbieder of andere zorgaanbieder voor volwassenenzorg aangewezen. Omdat de te bieden zorg jeugdhulp betreft, moet de instelling voldoen aan de eisen die de Jeugdwet hieraan stelt. Prokino sluit hiertoe maatwerkcontracten af met betrokken zorgaanbieders en verzorgt het traject van het zoeken naar de best passende zorgaanbieder, aanmelding, plaatsing, zorg en monitoring tot de doorgeleiding. In 2020 is de verleende subsidie fors overschreden. Hiervoor zijn vier oorzaken: 1) rechters en (jeugd)reclassering verwijzen meer jongeren naar deze vorm van strafrecht, 2) strafrechtelijke beslissingen duren zeker 2 jaar, waardoor weinig doorstroming plaatsvindt, 3) Prokino en het Zorgbemiddelingsteam signaleren een verzwaring van de problematiek van de doelgroep en 4) jongeren houden soms langer dan nodig een jeugdhulpplek bezet, omdat het voor hen lastig is om eigen woonruimte te vinden. Acute Dienst GGZ Parnassia en GGZ Delfland hebben ieder een acute dienst jeugd-GGZ.

Bij GGZ Delfland is het aantal acute beoordelingen fors gedaald, waardoor de kosten daar met ongeveer 2/3e zijn gedaald ten opzichte van 2019. Dit komt vooral door de in 2020 landelijk ingevoerde Generalistische module acute psychiatrie. Kern hiervan is dat voorafgaand aan de acute beoordeling door een psychiater een triage plaatsvindt. Dit had als resultaat dat veel jongeren vanuit de triage naar de spoedhulp in opdracht E zijn verwezen. Doordat Parnassia had geanticipeerd op deze triage en hiermee al een paar jaar geleden was gestart is daar in 2020 geen daling zichtbaar. Parnassia zag juist een toename van het aantal beoordelingen, waarschijnlijk als gevolg van corona.

27

2.3 Verschillen begroting en realisatie GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING JEUGDHULP RIJNMOND Baten

Primitieve begroting 2020 Exploitatie 1. Programma Bestuur en algemeen management Bijdrage deelnemende gemeenten Extra bijdrage gemeenten resultaat 2020 Totaal Baten

Lasten Exploitatie A Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) B Weer naar huis (Opname) Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig C verblijf) D Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) E Pakket thuis (Ambulante hulp) F Crisishulp G Gecertificeerde instellingen H Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) I1 Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg) I2 Extra ASR I3 Landelijke inkoop I4 Acute dienst GGZ Risico's Jeugdhulp Transformatiefonds Werk en Onderzoek J Organisatiekosten ICT kosten Accountantskosten Bankkosten Totaal programma Jeugdhulp Totaal Lasten Gerealiseerd saldo van begrote baten en lasten Nagekomen kosten LTA Vrijval Balansposities Totaal gerealiseerd resultaat

Begroting na wijziging 2020

227.531.466

248.080.536

227.531.466

25.515.828 56.281.147

Realisatie 2020

Verschil begroting vs resultaat

248.080.536

248.080.536 3.261.627 251.342.163

0 3.261.627 3.261.627

21.845.040 62.247.658

23.292.776 61.221.155

1.447.736 -1.026.503 2.118.658

6.824.516 37.240.158 8.445.592 45.342.921 14.059.444 1.712.281 1.147.800 12.148.598 400.000 3.082.046 4.334.103 200.000 1.567.239 100.000 75.000

9.342.676 14.513.379 43.880.862 9.467.944 48.337.712 16.375.541 1.736.000 1.147.800 12.148.598 404.360 2.877.380 0 200.000 3.380.586 100.000 75.000

227.531.466

248.080.536

11.461.334 14.300.457 44.472.604 8.431.459 44.270.313 16.375.000 2.989.002 1.747.879 13.949.821 355.000 1.424.530 0 552.091 3.425.920 83.164 114.802 2.301 248.469.608

-212.922 591.742 -1.036.485 -4.067.399 -541 1.253.002 600.079 1.801.223 -49.360 -1.452.850 0 352.091 45.334 -16.837 39.802 2.301 389.071

227.531.466

248.080.536

248.469.608

389.071

0

0

0

0

2.872.556 -2.048.688 -823.867 0

2.872.556 -2.048.688 -823.867 0

9.054.793

In hoofdstuk 4 wordt een toelichting gegeven bij de baten en lasten.

28

Hoofdstuk 3 PARAGRAFEN 3. Paragrafen

29

Met de invoering van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) in 2004 is met betrekking tot de verslaggeving een aantal verplichte paragrafen (beleidsuitgangspunten van beheersmatige activiteiten) voorgeschreven, te weten: lokale heffingen; verbonden partijen; onderhoud kapitaalgoederen; weerstandsvermogen en risicobeheersing; grondbeleid; financiering en bedrijfsvoering. Niet alle paragrafen zijn van toepassing voor Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond.

3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In 2017 is op verzoek van het AB naar het weerstandsvermogen en de risicobeheersing van de GRJR gekeken. Op basis van de uitkomsten hiervan besloot het AB om geen weerstandsvermogen in te stellen, maar eventuele hogere kosten dan begroot achteraf bij de jaarrekening met de deelnemende gemeenten te verrekenen. De overweging hierbij was dat de deelnemende gemeenten zelf het risico op tegenvallende jeugdhulpuitgaven willen beheersen en daarvoor naar behoefte zelf weerstandsvermogen willen aanhouden. Daartoe worden, in samenwerking met de gemeenten, in de risicoparagraaf van de GRJR begroting de risico’s in kaart gebracht. In de begroting 2020 waren de vier risico’s benoemd met de grootste financiële gevolgen of politieke impact die kunnen optreden ten aanzien van de uitvoering van de GR op basis van de opgestelde begroting. Daarbij werden beheersmaatregelen opgenomen die binnen de bevoegdheid van het GR-bestuur kunnen worden toegepast. Risico genoemd in begroting 2020 Tekort op het totaalbudget door stijgende zorgvraag of door het afgeven van niet passende indicatie (te zwaar en/of te lang) Huidig zorglandschap dekt niet volledig de zorgbehoefte in de regio. Aanbieders van semi-publieke en/of kwetsbare voorzieningen hebben problemen in de bedrijfsvoering en/of hogere productie dan begroot. Het betreft hier met name JBRR en VTRR.

Schommelingen in macrobudget, wijzigingen in landelijk politiek beleid

Realisatie 2020 Er is meer zorg toegewezen en gerealiseerd dan in eerste instantie was begroot. Overschrijding in door tussentijdse verhoging van de begroting goeddeels ondervangen. Dit was in 2020 niet noemenswaardig aan de orde. Dit heeft zich zowel bij JBRR en VTRR voorgedaan en is opgevangen door middel van tussentijdse verhoging van de begroting. De keer op keer stijgende kosten van de jeugdhulp heeft de rijksoverheid ertoe aangezet om aan de

30

gemeenten tijdelijke extra middelen beschikbaar te stellen. De rijksoverheid heeft uit het transformatiefonds aan de regio Rijnmond transformatiemiddelen beschikbaar gesteld om transformatie en sturend vermogen te bevorderen. De financiële vertaling van risico’s was nog niet in de risicoparagraaf in de begroting 2020 opgenomen. Om flexibel te kunnen reageren op optredende risico’s, en om het risico voor de deelnemende gemeenten te verkleinen, bevat de begroting van de GRJR een budget ‘Risico’s Jeugdhulp’ dat in feite een Bedrag Onvoorzien is en daarmee beperkte weerstandscapaciteit biedt. Voor 2020 een risicobudget van € 3,1 mln. opgenomen, circa 1,5% van de begroting. Dit is een percentage van 1,5% geldt als richtlijn voor een redelijke omvang van het risico-budget. De risico-inventarisatie is gedurende het jaar enkele malen uitgevoerd. Gedurende het jaar werd op basis van de kwartaalrapportages duidelijk dat er sprake was van te verwachten overschrijdingen op budgetten. In de buraps wordt het risicobudget ingezet om geprognosticeerde tekorten te verkleinen. In de jaarrekening is het risicobudget volledig aangewend. Financiële positie in kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeenschappelijke regeling.

Om dit te bereiken wordt voorgeschreven dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen bevat: netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, solvabiliteitsratio, grondexploitatie, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit. Kengetallen Netto Schuldquote Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

Realisatie 2019 0,00 0,00 0,00 0 nvt nvt

Begroting 2020 0,00 0,00 0,00 0 nvt nvt

Realisatie 2020 0,00 0,00 0,00 0 nvt nvt

31

Aangezien de GRJR geen leningen heeft aangetrokken om haar investeringen te kunnen dekken komt de Netto Schuldquote voor 2020 uit op 0. De GRJR heeft geen eigen vermogen, hierdoor komt de solvabiliteitsratio op nul.

3.2 Financiering Volgens de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden), is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarstukken op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot het kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe- en afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. Deze paragraaf bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille. Kasgeldlimiet Het kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Volgens de Wet FIDO bedraagt het kasgeldlimiet 8,2% van het totaal van de (gewijzigde) begroting. Voor de GRJR is dit voor 2020, € 20,3 mln. De GRJR doet geen investeringen in (im)materieel vast actief. Daarnaast heeft de GRJR geen leningen afgesloten in 2020. Schatkistbankieren Met ingang van 16 december 2013 is de wet Schatkistbankieren voor decentrale overheden in werking getreden. Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de collectieve sector (Rijk en decentrale overheden gezamenlijk). Iedere euro die decentrale overheden aanhouden in de schatkist, vermindert de externe financieringsbehoefte van het Rijk.

De GRJR is in 2020 elk kwartaal onder de grens gebleven. In de tabel bij de toelichting op de balans wordt dit weergegeven.

3.3 Bedrijfsvoering De burger mag van een gemeente verwachten dat gemeentelijke middelen rechtmatig, doelmatig en doeltreffend besteed worden, dat de gemeente een betrouwbare partner is en

32

transparant is. De GRJR is een samenwerking tussen 15 gemeenten en daarmee zijn deze verwachtingen tevens criteria voor de bedrijfsvoering van de GRJR. Bestuurlijke processen Bestuurlijk is de GRJR een overleg- en uitvoeringsplatform waarbinnen de deelnemende gemeenten -uitgaande van het beginsel van autonomie van het lokale bestuur- de regionale samenwerkingsmogelijkheden op het gebied van bovenregionale jeugdhulp bespreken en daar vorm aan geven omdat de samenhang van een aantal strategische en ordenende taken daarom vraagt. Er is sprake van een overlegstructuur als kader om de feitelijke samenwerking in portefeuillehoudersoverleggen vorm te geven. De verantwoordelijkheid voor de organisatie berust primair bij het AB dat gevormd wordt door de wethouders van de deelnemende gemeenten. Vanuit iedere subregio wordt één wethouder afgevaardigd als deelnemer in het Dagelijks Bestuur (DB). De strategisch en ordende taken zijn binnen het DB bij portefeuillehouders belegd en in sommige gevallen aangevuld met een wethouder uit het AB. Organisatie van de GRJR De organisatie van de GRJR ondersteunt de hierboven beschreven bestuurlijke processen. Ten behoeve van de ondersteuning van het AB en het DB is een ambtelijk secretaris aangesteld. De secretaris coördineert het proces zoals hierboven omschreven en geeft leiding aan de uitvoeringsorganisatie.

Het AB is voor de uitvoering van de taken van de GRJR een uitvoeringsovereenkomst aangegaan met de gemeente Rotterdam. Het betreft hier de taken ten behoeve van en voortvloeiend uit het inkopen en subsidiëren van zorgaanbieders voor bovenlokale jeugdhulp. Van belang hierbij is dat de toegang tot de jeugdhulp niet door de GRJR, maar door individuele gemeenten wordt verleend. De organisatie van de toewijzing van jeugdhulp is dus geen onderdeel is van de GRJR-bedrijfsvoering. De financiële afhandeling van beschikkingen en declaraties behoort wel de GRJR-taken; de zorgkosten worden door de GRJR betaald en geadministreerd. De hiermee gepaard gaande lasten worden door de GRJR begroot en verantwoord. Door deze taakverdeling heeft de GRJR een stevige informatiepositie om regionale sturingsinformatie te verzorgen. 33

De administratieve werkzaamheden ten behoeve van het uitvoeren van deze taken alsook het opstellen van de ontwerpbegroting en –rekening, tussentijdse rapportages, het beheer van de vermogenswaarden, de bewaring van archiefbescheiden conform gemeentewet zijn door het AB, op basis van de uitvoeringsovereenkomst, opgedragen aan de gemeente Rotterdam. Er is vanaf 2019 een verbeterplan ingezet waarin onder meer het contractmanagement en de ontwikkeling van de informatievoorziening centraal staan. Zie hoofdstuk 2 voor een stand van zaken.

3.4 Rechtmatigheid De jaarrekening 2020 wordt net als in voorgaande jaren in opdracht van het GR-bestuur gecontroleerd door de externe accountant Baker Tilly. De accountant steunt daarbij op de verbijzonderde interne controles (derdelijns controle) die worden uitgevoerd door de afdeling Financial Audit van de gemeente Rotterdam. Deze interne auditfunctie stelt in samenspraak met de externe accountant jaarlijks een auditprogramma op. In de uitvoering van het auditprogramma wordt gecontroleerd op de getrouwheid en de rechtmatigheid van het door het AB gevoerde financiële beheer. De bevindingen en aanbevelingen van de uitgevoerde interne audits worden door de accountant in eerste instantie gebruikt in een Management Letter waarmee de accountant de secretaris en het dagelijks bestuur informeert over aandachtspunten in de interne beheersing, die van belang zijn voor adequate financiële informatievoorziening en verantwoording. In tweede instantie gebruikt de accountant de interne auditbevindingen bij het vormen van een oordeel over getrouwheid en rechtmatigheid in de controleverklaring bij de jaarrekening. De controle van de jaarrekening vindt plaats met inachtneming van een door het AB vastgesteld controleprotocollen en een toetsingskader.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10294052/1