CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

21 05 RES bijlage 4 oplegger Voorne-Putten

Gemeenteraad 2 juni 2021, gemeente WestvoorneBij agendapunt: Regionale Energie Strategie, RES, van de energieregio Rotterdam - Den Haag2.971 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oplegger bij de RES 1.0 Het verhaal van de energieopgave van Voorne-Putten Aanleiding: landelijke opgave, regionale uitwerking 

Nederland staat voor een grote opgave om in een periode van 30 jaar een energietransitie te realiseren. Doelen van het Nederlandse klimaatbeleid, zoals wettelijk verankerd in de Klimaatwet1, zijn 49% CO2-reductie in 2030 (t.o.v. 1990), 95% CO 2-reductie in 2050 (t.o.v. 1990) en een 100% CO2-vrije elektriciteitsproductie in 2050. In het Klimaatakkoord2 zijn op de thema’s Elektriciteit, Gebouwde omgeving, Industrie, Mobiliteit en Landbouw en landgebruik meer dan 600 afspraken opgenomen om de klimaatdoelstelling voor 2030 te bereiken. Eén daarvan is het opzetten van het landsdekkende Programma Regionale Energie Strategie (RES). Hierin werken overheden (gemeenten, waterschappen en provincies) samen met maatschappelijke partners, netbeheerders, het bedrijfsleven en inwoners in 30 energieregio’s gedragen regionale plannen uit. Dit doen zij tenminste voor: - de duurzame opwek van elektriciteit op land; - de warmtetransitie in de gebouwde omgeving (aardgasvrij); - en de daarvoor benodigde opslag- en energie-infrastructuur. De landelijke opgave voor de 30 RES’en samen is opwek van 35 Terawatt (TWh) aan duurzame elektriciteit op land in 2030 middels zon- en windenergie. Ook wordt er gestreefd naar 1,5 miljoen aardgasvrije huizen en gebouwen in dat jaar. Daarnaast coördineert het Rijk de realisatie in 2030 van 49 TWh elektriciteitsopwek aan windenergie op zee.

Proces regionale planvorming RES’en 

De vier gemeenten van Voorne-Putten behoren tot de energieregio Rotterdam – Den Haag. Samen met 19 andere gemeenten, 4 waterschappen en de provincie Zuid-Holland werken zij al sinds 2018 aan een plan voor de energietransitie in de regio. Eind 2019 heeft de energieregio Rotterdam-Den Haag - als voorloper op de RES - een Energiestrategie voor de regio gepresenteerd, o.a. bestaande uit een Energieperspectief 2050. Dit schetst een mogelijk toekomstbeeld van de regionale energievoorziening, met als belangrijkste vraag: hoe kan een betrouwbare, schone, betaalbare en veilige energievoorziening in 2050 er in de regio Rotterdam – Den Haag uit zien? En welke ontwerpprincipes worden gehanteerd om de energietransitie ruimtelijk in te passen? Hiervoor zijn in het voorjaar van 2019 inzichten opgehaald bij alle gemeenteraden, ook op Voorne-Putten, en bij andere regiopartijen. Per 1 januari 2020 is de ontwikkeling van de RES conform het Klimaatakkoord gestart. De opgestelde Energiestrategie diende hierbij als de basis. In de periode november 2019 – februari 2020 zijn alle regiopartijen, waaronder ook de gemeenteraden van Voorne-Putten, opnieuw geconsulteerd waarbij inzichten voor het RES-proces zijn opgehaald. Ook inwoners van Voorne-Putten en andere belanghebbenden zijn bij het RES-proces betrokken. In het voorjaar van 2020 zijn m.b.t.

de duurzame opwek van elektriciteit inzichten opgehaald en gesprekken gevoerd met inwoners via een digitale peiling, digitale inwonersavonden en telefonische interviews3. Voor andere belanghebbenden en professionele partijen is een digitaal werkatelier georganiseerd. De rapportage met de opbrengsten van deze participatie zijn met de gemeenteraden gedeeld. Ook bij de ontwikkeling van de Warmtetransitievisie Voorne-Putten is een participatieproces georganiseerd. Binnen het proces van de ontwikkeling van de RES zijn de Concept-RES en RES 1.0 belangrijke op te leveren producten. Op 1 juni 2020 heeft de energieregio de Concept-RES ingeleverd bij het

1

Sinds 1 januari 2020 van kracht Zoals gepresenteerd op 28 juni 2019 door het kabinet Rutte III 3 Vanwege de uitbraak van Covid-19 begin 2020 heeft het participatietraject digitaal plaatsgevonden 2

1

Nationaal Programma RES (NPRES). Hiermee is een tussenstand gepresenteerd van waar de regio staat in de route van de ontwikkeling van de RES. NPRES heeft alle concept-RES’en in Nederland geanalyseerd en de daarin voorgestelde te realiseren opgaven opgeteld, om te zien of de te realiseren doelstelling van 35 TWh ook daadwerkelijk wordt gehaald. Dit is het geval.

Van Concept-RES naar RES 1.0 

De inhoud van de Concept-RES, en de zoekgebieden op Voorne-Putten die daar in zijn opgenomen, is voor de zomer 2020 aan de gemeenteraden van Voorne-Putten toegelicht. Hierna zijn de Raden in staat gesteld om vóór 1 oktober 2020 Wensen en Bedenkingen (W&B) mee te geven voor de uitwerking van de Concept-RES naar de RES 1.0. Vanuit de vier gemeenten van Voorne-Putten zijn daarbij in totaal 82 W&B uitgesproken. In totaal zijn er in de energieregio Rotterdam-Den Haag meer dan 400 W&B ingebracht. Middels een concept Nota van Beantwoording hebben de gemeenteraden eind januari 2021 alvast inzicht gekregen hoe de W&B een plaats hebben gekregen in het regionale RES-proces. De definitieve versie van de Nota van Beantwoording van ingediende W&B vormt een bijlage bij de RES 1.0. Nu ligt de volgende stap ter goedkeuring voor: de RES 1.0. De RES is een visie met daarin ambities en oplossingsrichtingen voor de energietransitie. De RES 1.0 is daarmee niet juridisch bindend voor derden. De oplossingsrichtingen zijn ontwikkeld op basis van technischinhoudelijke onderzoeken en analyses, waarna in samenspraak met betrokken partijen gedeelde conclusies zijn getrokken. Op basis van verdere uitwerking van de verkenning maakt het bevoegd gezag (provincie, gemeente) politiek-bestuurlijke keuzes.

De RES of uitwerkingen daarvan worden vervolgens verankerd in een structuur- of omgevingsvisie, waarbij inspraak mogelijk is en blijft. Elektriciteit: in de voorliggende RES 1.0 spreken de regiopartijen van de energieregio Rotterdam – Den Haag gezamenlijk de ambitie uit van 3,2 - 2,8 TWh aan duurzame opwek van elektriciteit op land als bijdrage in de landelijke doelstelling van 35 TWh tot 2030. Dit komt neer op een bijdrage van 8 á 9%. Meer dan de helft van deze bijdrage (1,8 TWh) bestaat uit de opbrengst vanuit reeds gerealiseerde wind- en zonne-energieprojecten en projecten die tot 2025 in de pijplijn zitten. Voor de invulling van het overige deel van de regionale ambitie (1,4 TWh) zijn zoekgebieden in beeld gebracht waar kansen worden gezien voor nieuwe locaties voor zonen/of windenergie. Vanwege het hoogstedelijke karakter zet de regio fors in op zon op grote daken en parkeerplaatsen. De ambitie is om in 2030 40% van de geschikte grote daken en parkeerplaatsen te benutten. Daarnaast bevinden zich zoekgebieden in glastuinbouwgebieden, langs infrastructuur en – incidenteel – in open landschap. Bij de invulling van zoekgebieden staat de draagkracht van de verschillende typen landschap centraal, zoals beschreven in verhaallijnen. Dit betekent niet dat overal waar draagkracht is, deze benut zal worden. Naast de zoekgebieden zet de regio in op kleinschalig zon en wind.

Dit laatste valt overigens officieel buiten de scope van de landelijke opgave van 35 TWh. Warmte: de energieregio Rotterdam – Den Haag heeft een grote potentie voor het gebruik van warmte. Naast een veelheid aan lokale bronnen, zijn ook aardwarmte en restwarmte volop aanwezig. Inzet van deze bronnen vraagt om een bovengemeentelijke warmtestructuur. Hiertoe wordt in de RES een Regionale Structuur Warmte (RSW) ontwikkeld. De keuzes die worden gemaakt in de lokale Transitievisies Warmte vormen hiervoor de input. Veel gemeenten in de energieregio zijn nog bezig met het ontwikkelen van een Transitievisie Warmte, waarvoor zij tot eind 2021 de tijd hebben. De inhoud van de in 2020 vastgestelde Warmtetransitievisie VoornePutten is reeds ingebracht in het proces van de ontwikkeling van de RSW. Brandstoffen: door de haven van Rotterdam, de aanlanding van de op de Noordzee geproduceerde energie en een uitgebreide energie-infrastructuur met een relatief grote capaciteit heeft de energieregio Rotterdam - Den Haag een goede uitgangssituatie voor productie en transport van duurzame brandstoffen. In de RES ligt de focus op groengas en waterstof. 2

Ambitie is om het – tot nu toe bescheiden - gebruik hiervan richting 2030, en vooral daarna, flink te verhogen. Om de realisatie van een duurzaam energiesysteem te stimuleren gaat de energieregio een overkoepelende visie opstellen en initiatieven ondersteunen die hieraan bijdragen. De RES-partners brengen de komende twee jaar het programma van vergunningen, procedures, investeringen en projecten in beeld die de transitie naar duurzame brandstoffen mogelijk moeten maken. Doel hiervan is om gemeenten en waterschappen handelingsperspectief te bieden. Het belang van duurzame brandstoffen zal per gemeente sterk verschillen. Na de vaststelling van de RES 1.0 stopt het proces niet. De volgende stappen zijn de RES 2.0 (1 juli 2023) en de RES 3.0 (1 juli 2025). Op 1 januari 2025 moeten de Omgevingsvergunningen voor de wind- en zonne-energieprojecten in 2030 zijn verleend. Uitwerking van de in de RES 1.0 beschreven opgave in concrete plannen voor het realiseren van opwekcapaciteit vindt plaats door gemeenten, provincies en waterschappen. Zij dienen ervoor te zorgen dat dit landt in Omgevingsbeleid.

De eigen ambitie van Voorne-Putten 

 

4

De gemeenten van Voorne-Putten onderschrijven de opgave van de energietransitie en nemen hun verantwoordelijkheid. Gezamenlijk hebben zij in 2018 bij de vaststelling van de Routekaart Duurzaam Voorne-Putten de ambitie uitgesproken - net als veel andere gemeenten - om in de toekomst energieneutraal te worden. Eind 2019 hebben zij zich ook geschaard achter het Klimaatakkoord. Daarnaast is begin 2020 is de Warmtetransitievisie Voorne-Putten door alle vier de gemeenteraden vastgesteld. De eigen ambitie van Voorne-Putten om in de toekomst energieneutraal te worden is leidend. De gemeenten nemen geen extra opgave op zich vanuit de RES-regio Rotterdam - Den Haag. Voorne-Putten stelt zich in het regionale RES-proces constructief op en gaat daarbij zorgvuldig en proactief te werk. Samen met de regiopartijen werken zij aan een doordachte en gedragen realisatie van de complexe opgave. De vier gemeenten trekken hierbij nauw samen op: het aantrekkelijke, gemeentegrens-overschrijdende landschap is voor alle vier van groot belang en door samen te werken brengen zij de belangen van Voorne-Putten beter over het voetlicht.

Om zich voor te bereiden op de inpassingsvraagstukken die de energietransitie met zich meebrengt, hebben de gemeenten eind 2019 aan landschapsarchitectenbureau Feddes/Olthof gevraagd een verkenning uit te voeren naar de mogelijkheden voor ruimtelijke inpassing van de energietransitie in het landschap van Voorne-Putten. De draagkracht van het landschap stond daarbij centraal. Deze Energieverkenning Voorne-Putten biedt een eilandbreed landschappelijk perspectief op de energietransitie, op basis waarvan de gemeenten te maken keuzes in het kader van de RES kunnen onderbouwen. Het gaat hierbij om een onafhankelijk advies en geen vastgesteld beleid. Om het doel van een energieneutraal Voorne-Putten te bereiken, is een totale duurzame energieopwek van circa 831 GWh nodig (indicatief; cf. uitsnede VP uit Basisdocument RES, update 2021). Dit is geen vaststaand eindcijfer, maar wordt de komende jaren nog beïnvloed door keuzes in de warmtetransitie, duurzame mobiliteit etc. Er wordt momenteel circa 56 GWh aan duurzame energie op Voorne-Putten opgewekt en er zit nog eens circa 172 GWh aan zon- en windprojecten in de ‘pijplijn’ 4 (o.a. ontwikkeling van 4 windprojecten op Voorne-Putten - waarvan één repowerings-project - en diverse zonprojecten). Bestaand en pijplijn is samen 228 GWh. Hiermee resteert er nog een in te vullen opgave van 603 GWh.

Het bereiken van de opgave, Voorne-Putten Energieneutraal, doen we conform de aanpak in de RES in twee stappen, tot 2030 en na 2030: 1. Tot 2030 gaan we aan de slag om circa 235 GWh te realiseren. Deze opgave tot 2030 benaderen we techniekneutraal, dus zonder een op voorhand vaststaande verdeling wind/ zon. Hiermee creëren we ruimte voor flexibiliteit en kunnen we per zoekgebied nadere afwegingen maken. Peildatum 31 december 2019

3

2. Voor de periode na 2030 resteert een opgave voor realisatie van nog eens circa 368 GWh. Op dit moment maken we nog geen plannen hoe we deze opgave gaan invullen: de focus ligt nu op de opgave voor 2030.  Voor invulling van de opgave na 2030 (of zoveel eerder indien bewezen/ beschikbaar) komen mogelijk – naast wind- en zonne-energie - andere energiebronnen of technologische innovaties (zoals waterstof, kernenergie en waterkracht) in beeld. Daarnaast is het mogelijk dat er binnen bestaande technieken (zon en wind) innovatie plaatsvindt.

Inpassing van de eigen opgave op Voorne-Putten 

Het laten landen van de energieopgave tot 2030 op Voorne-Putten op specifieke locaties binnen de zoekgebieden zal zoveel mogelijk plaatsvinden met inachtneming van de draagkracht van het landschap: met een focus op de dynamische randen van het eiland en het zoveel mogelijk open houden van het middengebied. De Energieverkenning van Feddes/Olthof is hierbij mede richtsnoer. In het najaar 2020 is door de gemeenten van Voorne-Putten ter verkenning een indicatieve toedeling gemaakt van de te realiseren opgave tot 2030 aan de verschillende zoekgebieden. Een werkelijke invulling van de zoeklocaties zal plaatsvinden door de gemeenten van Voorne-Putten, na vaststelling van de RES 1.0 en in samenwerking en afstemming met betrokken stakeholders (zie verderop bij ‘Hoe gaan we aan de slag na vaststelling van de RES 1.0?). De indicatieve verdeling over de zoekgebieden op Voorne-Putten wordt met die verdeling als volgt: - op grote daken (vanaf 15 kWp) en door het overdekken van parkeerterreinen (ca. 50 GWh aan zonne-energie); - op het waterbassin van drinkwaterbedrijf Evides (ca. 30 GWh als zon drijvend op water); - in het glastuinbouwgebied bij Tinte en Vierpolders, grotendeels zon drijvend op de waterbassins (ca. 10 GWh), deels ook zon op land aan de Konneweg (ca.

10 GWh); - landschappelijk ingepast in de noordrand van Voorne-Putten, waarbij onderzoek naar optimalisatie van de drie windenergielocaties5 (uitbreiding van capaciteit en/of aantal windturbines) en combinatie met zonne-energie. Daarnaast zonnevelden op plekken geïntegreerd in het landschap in de noordrand (in gehele noordrand ca. 115 GWh voor zon en wind samen); - landschappelijk ingepast op plekken in stadsranden (ca. 15 GWh aan zonne-energie). Ook gaan we aan de slag met het stimuleren van zon op kleine daken. Zon in het open landschap van de jonge zeekleipolders - tot 2030 een zeer beperkte opgave (ca. 5 GWh.) - zal pas worden overwogen na nader onderzoek en wanneer het provinciaal beleid dat toestaat. De vier huidige windenergielocaties die in het kader van de Convenants-afspraken Windenergie Rotterdamse regio zijn aangewezen6, vormen op dit moment het uitgangspunt voor windenergie. Binnen de grenzen van deze locaties wordt gekeken naar mogelijkheden van optimalisatie: uitbreiding van capaciteit of aantal windturbines. Van nieuwe windenergielocaties is daarmee tot 2030 geen sprake. De gemeenteraden zijn in maart 2020, november 2020 en in maart 2021 tijdens eilandbrede radenbijeenkomsten over de RES nogmaals meegenomen in de opgave van Voorne-Putten en de verschillende zoekgebieden die in het proces van de RES zijn geïdentificeerd.

Hoe gaan we aan de slag na vaststelling van de RES 1.0? 

Voor de uitwerking van de opgave en invulling/ontwikkeling van de verschillende zoekgebieden wordt een maatwerk-aanpak voorgesteld. Voor elk zoekgebied zal een - nader vast te leggen -

5

Onderzoek naar optimalisatie geldt ook voor de windenergielocatie Haringvlietdam Hellevoetsluis Haringvlietdam (Hellevoetsluis), Noordzeeboulevard (Westvoorne), Ondernemerspolder (Brielle) en Brielse Maasdijk (Nissewaard) 6

4

(gebieds)proces worden opgestart waaraan voor het betreffende zoekgebied relevante stakeholders zullen deelnemen. De gemeenten hebben in het najaar van 2020 en voorjaar van 2021 gesprekken gevoerd en een informatiebijeenkomst georganiseerd met stakeholders (ondernemers, maatschappelijke organisaties en inwoners) om ze mee te nemen in dit proces en ze voor te bereiden op de rol die zij kunnen gaan spelen in deze gebiedsprocessen. Bij de gebiedsprocessen kiezen we voor een integrale en gebiedsgerichte benadering. Bij alle ontwikkelingen wordt gekeken naar de mogelijkheden voor dubbel ruimtegebruik en koppelingen met bestaande kwaliteiten en andere opgaven. Ook wordt de (negatieve) impact van de inpassing van duurzame energiebronnen op omliggende functies nadrukkelijk meegewogen. Na de vaststelling van de RES 1.0 per 1 juli 2021 en tot 1 januari 2022 gaan de gemeenten aan de slag om een overzicht op te stellen met acties die de gemeente zal ondernemen ter realisatie van de ambities in de RES en waar dat aanpassing van beleid en plannen vraagt. Uiteindelijk zullen plannen voor invulling van de energie-opgave per locatie moeten landen in het gemeentelijke Omgevingsbeleid. Dat is onder meer nodig om vergunningverlening te borgen met het oog op het realiseren van de energieprojecten en de bijbehorende infrastructuur.

De ambitie uit de RES 1.0 wordt door de gemeenten verankerd in instrumenten van de Omgevingswet, zoals de Omgevingsvisie, Omgevingsplannen of programma’s. Hiermee kan de realisatie, omvang en ruimtelijke inrichting van de opgave per zoekgebied door de gemeente worden vormgegeven. Ook na de vaststelling van de RES 1.0 zal participatie door stakeholders volop plaatsvinden bij de borging van de RES-plannen in de instrumenten van de Omgevingswet én bij het verlenen van de Omgevingsvergunning. Vanzelfsprekend stelt de gemeenteraad de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan vast.

Randvoorwaarden en uitgangspunten  

Bij het realiseren van de ambitie van energieneutraal vormen een zo groot mogelijk maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak belangrijke randvoorwaarden. Communicatie, transparantie, maar ook de betaalbaarheid van de te realiseren opgave zijn van wezenlijk belang. Participatie en betrokkenheid van de bevolking zijn daarmee zeer belangrijk voor de acceptatie en het draagvlak voor de energieprojecten op Voorne-Putten – ook financieel - in plannen en projecten. In het najaar van 2020 zijn met tal van stakeholders (bewonersgroepen, organisaties, bedrijven) online gesprekken gevoerd en ook voorjaar 2021 zijn sessies georganiseerd over de energietransitie, het RES-proces en de rol die partijen bij het vervolg willen spelen. In februari is de website www.energiekvoorneputten.nl gelanceerd met informatie over de energietransitie op Voorne-Putten. Voor de raadsleden op Voorne-Putten zijn op 12 november jl. en op 11 maart gezamenlijke radenbijeenkomsten georganiseerd. VoornePutten heeft vanuit de regio complimenten gekregen over de wijze waarop participatie m.b.t. de RES is georganiseerd. De inpassing van duurzame energiebronnen moet altijd samengaan met investeringen in het landschap (natuur, recreatie, kreken, bos etc.) om de draagkracht van het landschap om de energietransitie in zich op te nemen te vergroten.

De aantrekkelijkheid van de woonomgeving, van belang voor het voorzieningenniveau en de leefbaarheid, moet worden meegewogen. Voorne-Putten gaat er vanuit dat het Rijk, de RES-regio Rotterdam – Den Haag of Provincie ZuidHolland financieel of qua personele capaciteit bijdraagt aan de voor de te realiseren opgave benodigde investeringen. Binnen de hierboven beschreven kaders is het de inzet dat de vier gemeenten proberen de lasten en lusten van de gezamenlijke opgave zo gelijkelijk mogelijk te verdelen.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10152592/2