CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

21 05 RES bijlage 1 tekst

Gemeenteraad 2 juni 2021, gemeente WestvoorneBij agendapunt: Regionale Energie Strategie, RES, van de energieregio Rotterdam - Den Haag34.012 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Regionale Energiestrategie Rotterdam Den Haag

[Tekst]

Button naar hoofdstuk 6 Energiesysteem

[Tekst]

Aanklikbare buttons

Button naar

Deze pdf is

Button naar hoofdstuk 5 Brandstoffen

Interactief

Button naar hoofdstuk 4 Elektriciteit Button naar hoofdstuk 3 Warmte

Button naar hoofdstuk In lopende tekst, niet aanklikbaar:

3 Warmte

het hoogstedelijke karakter Begrip, wordt eenmalig per hoofdstuk/paragraaf gemarkeerd; staat in de begrippenlijst in

1.1

Inleiding

1.2

Context

1.3

Het energiesysteem nader bekeken

hoofdstuk 9 (via inhoudsopgave) Icoon warmte Icoon elektriciteit Icoon brandstoffen

Linkjes naar paragrafen binnen het hoofdstuk Icoon energiesysteem invulling van de randvoorwaarden Interne link (

heen) of (

gedeelte van de RES

terug) naar ander

LEESWIJZER

RES Rotterdam Den Haag 1.0

inhoudsopgave

2

3

De Regionale Energiestrategie 1.0 (RES) van de regio Rotterdam Den Haag is

passende, integrale afwegingen te maken. We baseren de mogelijkheden

af. Met tomeloze inzet, enthousiasme en inlevingsvermogen zijn we er met

voor duurzame opwek van elektriciteit op de draagkracht van het landschap

23 gemeenten, 4 waterschappen en de provincie Zuid-Holland, onder hoge

en stellen niet onze elektriciteitsvraag voorop. De RES moet leiden tot een

tijdsdruk, in geslaagd een realistische en ambitieuze strategie te bepalen

betaalbare, betrouwbare, veilige en schone energievoorziening voor iedereen

voor de energietransitie in de regio.

in de regio Rotterdam Den Haag.

Trots geven we de RES 1.0 vrij voor besluitvorming in colleges, gemeente-

De RES beschrijft de gezamenlijke ambities voor het jaar 2030. Wat doen we

raden, Provinciale Staten en de algemene besturen van de waterschappen.

al? Welke uitgangspunten hanteren we? Welke bijdrage gaan we als regio

We sluiten de fase van verkennen en visievorming af en markeren de start

leveren aan de landelijke doelen uit het Klimaatakkoord? Wat is de voorkeurs-

van de realisatiefase op weg naar 2030.

route voor de warmtetransitie? Welke situaties lenen zich goed voor het duurzaam opwekken van elektriciteit en welke rol zien we voor duurzame

Met de RES nemen we onze verantwoordelijkheid. Na instemming met het

brandstoffen? Daarbij brengen we onderlinge verbanden in beeld in het

Klimaatakkoord eind 2019 zetten we ook de stap om de RES vast te stellen.

energiesysteem van de toekomst.

Zo houden we de regie op de transitie dichtbij en blijven we in positie om Het RES-proces leert ons ook waar we nog niet goed aan de slag kunnen. Niet alle randvoorwaarden zijn ingevuld. Middelen zijn schaars, de druk op decentrale overheden om de uitvoering van het Klimaatakkoord op te pakken De energieregio Rotterdam Den Haag bestaat uit de gemeenten

is hoog en op elementen ontbreken passende instrumenten en wetgeving.

Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Delft,

Met de RES doen we dus ook een appèl op het Rijk om tot passende wet- en

Den Haag, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland,

regelgeving te komen en werk te maken van de voorwaarden die door de

Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Nissewaard,

Vereniging Nederlandse Gemeenten gesteld zijn aan deelname aan het

Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rijswijk, Rotterdam, Schiedam,

Klimaatakkoord. Zorg ervoor dat de transitie haalbaar en betaalbaar kan.

Vlaardingen, Wassenaar, Westland, Westvoorne, Zoetermeer, Waterschap Hollandse Delta, Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, Hoogheemraadschap van Delfland, Hoogheemraadschap van Rijnland en de Provincie Zuid-Holland.

RES Rotterdam Den Haag 1.0

Voorwoord

4

bevat een strategie. Deze vraagt vertaling naar (lokale) projecten en (ruimtelijk) beleid. Partijen zijn aan zet om met inwoners, en lokale stakeholders dat proces ter hand te nemen. Waterschappen, provincie en gemeenten dragen ieder naar hun eigen bevoegdheden en mogelijkheden bij aan de ambitie. Waar komt die energieopwekking uiteindelijk terecht? Een participatief proces met integrale afwegingen en aandacht voor lokaal eigendom. Een voortvarende aanpak is nodig om tijdig de vruchten te kunnen plukken. Voor 2025 dienen vergunningen afgegeven te zijn voor de ontwikkeling van zonne- en windenergie. Zo halen we voor 2030 onze ambities. Soms is daar wat extra’s voor nodig: nieuw beleid op bijvoorbeeld besparing en lokaal eigendom, maar ook afspraken om het samenspel tussen inwoners, markt, overheid en maatschappelijke spelers te stroomlijnen. Succes maken we niet als overheden alleen. Juist in samenwerking met private partijen, maatschappelijke partners en onze inwoners kunnen we verder komen. Daar zetten we ons ook de komende tijd volledig voor in.

Stephan Brandligt Voorzitter Stuurgroep Energiestrategie regio Rotterdam Den Haag

RES Rotterdam Den Haag 1.0

Met besluitvorming over de RES 1.0 zijn we niet klaar. De RES is een advies en

5

We werken samen aan de energietransitie In onze regio werken decentrale overheden samen met deskundigen van net-

We willen in Nederland in 2030 de helft minder CO2 uitstoten ten opzichte van

werkbeheerders, maatschappelijke organisaties en ondernemingen. Samen

1990. In 2050 moet de uitstoot zelfs met 95% zijn afgenomen. Deze nationale

bespreken ze de mogelijkheden, kansen en voorwaarden voor de noodzakelijke

doelstelling is vastgelegd in het Klimaatakkoord. De decentrale overheden

energietransitie. Dit heeft eind 2019 geresulteerd in het rapport “Energieper-

(in onze regio 23 gemeenten, 4 waterschappen en de provincie Zuid-Holland)

spectief 2050; een toekomstbeeld met de leidende principes betaalbaar, betrouw-

hebben zich verbonden aan het Klimaatakkoord. In de Regionale Energie

baar, veilig, schoon en voor iedereen”. Vervolgens is deze RES 1.0 ontwikkeld

Strategie (RES) vertaalt de energieregio Rotterdam Den Haag de afspraken uit

op basis van technisch-inhoudelijke onderzoeken en data van de deelnemende

het Klimaatakkoord in regionale ambities en oplossingsrichtingen. De RES is

partijen en o.a. het Kadaster. Participatie van inwoners, maatschappelijke organi-

een strategie voor de regio en brengt de plannen van decentrale overheden

saties en initiatiefnemers is essentieel voor het draagvlak van de energietransitie.

bij elkaar. De RES wordt gebruikt om lokaal beleid en plannen verder uit te

Daarom worden zij samen met marktpartijen, door de bestuurders, ambtenaren

werken en in verbinding te brengen met de (inter)nationale opgave. Hoe dat

en volksvertegenwoordigers betrokken bij het ontwikkelen van de RES.

gebeurt bepaalt iedere partij zelf.

Haalbare aanpak voor unieke regio De energieregio Rotterdam Den Haag is uniek (zie figuur I). Hier wonen circa 2,4 miljoen mensen, liggen twee grote steden, enkele landelijke gemeenten, een wereldhaven en een toonaangevend glastuinbouwcluster. De open gebieden dragen nadrukkelijk bij aan de aantrekkelijke leef-, woon- en werkomgeving. Door de grote concentratie van werkgelegenheid en economische activiteit is er beperkte ruimte voor duurzame energieopwekking. Tegelijkertijd biedt de regio volop kansen voor het benutten van rest- en aardwarmte. We kiezen in deze regio voor een haalbare aanpak, die past bij het landschap, de inwoners, de bedrijven en de regionale kwaliteiten. We zoeken naar verbindingsmogelijkheden tussen energiemaatregelen en andere maatschappelijke opgaven, rekening houdend met bestaand beleid. Zo wordt in het kader van het Omgevingsbeleid actief afstemming gezocht en heeft het Rotterdamse Havenindustrieel Complex, met een separate gebiedsopgave, ook een stevig partnerschap in dit proces.

RES Rotterdam Den Haag 1.0

Samenvatting: RES Rotterdam Den Haag in het kort

6

KENMERKEN (bron: CBS, MRDH) 34%

bos en 8% natuur

2.390.416

1903 mensen

inwoners

175

1.125.446

nationaliteiten

per km2

huishoudens

128.000 bedrijven en instellingen

5%

9%

bruto regionaal product per inwoner

recreatie

31%

agrarisch

13%

binnenwater

verdeling oppervlak

AANDEEL REGIO ROTTERDAM DEN HAAG T.O.V. NEDERLAND (bron: CBS, Klimaatmonitor) 3%

13,7 %

22 %

14 % 43 %

regio Nederland

naar aantal inwoners

naar oppervlakte (zonder buitenwater)

naar warmtegebruik

ELEKTRICITEITSVRAAG PER SECTOR (%) 45,8

naar oppervlakte glastuinbouw

(VERWACHTE) VERWARMINGSVRAAG GEBOUWDE OMGEVING verwarmingsvraag 2017

42,4 2030 (14,0 TWh)

verwarmingsvraag 2030

2016 (12,2 TWh)

23,0

25,2

naar elektriciteitsgebruik

0

5

10

15

20 X 1000 GWh

(VERWACHTE) ELEKTRICITEITSVRAAG GEBOUWDE OMGEVING

21,3 20,9

woningen

elektriciteitsvraag 2017

1,6

woningen

utiliteit

glastuinbouw

4,3

verkeer

8,2

7,2

industrie

utiliteit*

elektriciteitsvraag 2030

glastuinbouw** 0

5

10 X 1000 GWh

* voor een klein aantal gemeenten is de energievraag voor utiliteit niet compleet; hierdoor valt de echte energievraag iets hoger uit dan weergegeven. ** voor glastuinbouw is het gebruik van 2020 weergegeven in plaats van het gebruik van 2017.

Figuur I Gebiedskenmerken energieregio Rotterdam Den Haag. De energieregio Rotterdam Den Haag bestaat uit de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rijswijk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Wassenaar, Westland, Westvoorne, Zoetermeer, Waterschap Hollandse Delta en de Hoogheemraadschappen van Schieland en de Krimpenerwaard, van Delfland en van Rijnland. En de Provincie Zuid-Holland

RES Rotterdam Den Haag 1.0

infrastructuur

Nederland: 34.500

36.500

bebouwd

7

Warmte in de RES

Bestaand hoofdnet

Besparen, o.a. door isoleren, is een belangrijke eerste stap. We stre-

In voorbereiding WarmtelinQ Initiatieven

ven regionaal naar een besparing van 20% of meer in de gebouwde omgeving en 30% of meer in de glastuinbouw. We willen de beschikbare rest- en aard-

Verlenging WarmtelinQ naar Leiden

warmte benutten in een toekomstbestendige energiemix. Momenteel pro-

Warmtesysteem Oostland

duceren 12 geothermiebronnen ca. 4,8 PJ. De potentie van aardwarmte in de

Warmtesysteem Westland Ontwikkeling geothermie Den Haag-Delft Verkenningen

regio wordt geschat op 23 tot 33 PJ. Ook zijn er legio kansen voor lokale warmtebronnen, zoals aquathermie, zonthermie en warmte-koudeopslag.

Warmtesysteem/geothermie

Bestaand distributienet Voorne-Putten Bestaand hoofdnet

Optimaliseren benutten

In voorbereiding transportleidingen R’damse regio WarmtelinQ

Warmtesysteem oostzijde Initiatieven Rotterdamse regio

Verlenging WarmtelinQ naar Leiden

Warmtesysteem Oostland Warmtesysteem Westland Ontwikkeling geothermie Den Haag-Delft Verkenningen Warmtesysteem/geothermie Voorne-Putten Optimaliseren benutten transportleidingen R'damse regio Warmtesysteem oostzijde Rotterdamse regio

De gemeenten werken aan de warmtetransitie voor de gebouwde omgeving en maken de Transitievisies Warmte. Regionaal dragen we bij aan de ontwikkeling van een gemeentegrensoverschrijdende Regionale Structuur Warmte. Altijd wordt eerst nagegaan hoe de warmtetransitie lokaal wordt vormgegeven en vervolgens wordt, bij inzet op warmtenetten, bekeken of aan de warmtevraag voldaan kan worden met lokale bronnen. We werken als regio gezamenlijk aan een optimale regionale warmtestructuur met de laagste maatschappelijke kosten. We kiezen voor een mix waarbij we hoogwaardige bronnen inzetten voor een hoogwaardige vraag en schaarse bronnen selectief inzetten. Elektrificatie van de verwarmingsvraag wordt waar mogelijk voorkomen. Duurzame brandstoffen kunnen worden ingezet in gebouwen die moeilijk en duur te isoleren zijn, en waar warmtenetten niet mogelijk zijn. In de regio wordt alleen ingezet op groengas als andere bronnen veel duurder zijn.

Figuur II Sleutelprogramma’s

Met sleutelprogramma’s, deels lopende initiatieven en deels nieuwe verkenningen zoals te zien in figuur II, gaan we als eerste aan de slag. We zetten ook in op passende wet- en regelgeving en financiële instrumenten om andvoorwaarden te borgen.

RES Rotterdam Den Haag 1.0

Bestaand distributienet

8

RES Rotterdam Den Haag 1.0

Elektriciteit in de RES In onze regio zien we kansen om 2,8-3,2 TWh duurzame elektriciteit op te wekken. Figuur III laat de opbouw van de regionale inzet zien. Daarmee dragen we 8 á 9 % bij aan de nationale opgave uit het Klimaatakkoord. We zetten zeer stevig in op zonne-energie op daken en parkeerplaatsen in stedelijk gebied, namelijk 40% van het geschikte dakoppervlak benutten we voor zonne-energie. We benutten waterbassins in de glastuinbouw voor zonnepanelen. En we gaan op zoek naar mogelijkheden voor zonne-energie en aanvullend circa 27 extra windmolens, op basis van de draagkracht van het landschap. We zoeken bijvoorbeeld langs infrastructurele lijnen. Opwekking van duurzame elektriciteit in Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland gebieden doen we niet. De regionale inzet is gebaseerd op de draagkracht van het landschap die is uitgewerkt in 10 verhaallijnen op basis van het volgende afwegingskader: 1 Ruimtelijke kwaliteit: Opwekking van duurzame energie alleen dáár waar het kan met behoud of versterking van het landschap. Daar waar kansen worden gezien, wordt het zoekgebied nader uitgewerkt. Dit ruimtelijke frame is leidend. 2 Brede haalbaarheid en doelbereik: De haalbaarheid van zoekgebieden is

Figuur III Opbouw regionale inzet voor 2030

getoetst aan ruimtelijke en milieutechnische beleidskaders en financiële haalbaarheid.

Langs de verhaallijnen (Stedelijk gebied, Glastuinbouw, Infrastructuur, Open

3 Draagvlak: In het nader onderzoeken van zoekgebieden speelt het peilen

landschap, Wateren en waterwegen, Recreatief landschap, Natuurgebied,

van draagvlak en daar waar mogelijk/wenselijk vergroten of versterken

Stadsrandzone, Bedrijventerreinen, Overig) zijn zoekgebieden geduid. Waar

dan ook een belangrijke rol. Dit vraagt een inspanning van decentrale

de regionale inzet beslag krijgt, is nog onderwerp van onderzoek. In de

overheden.

zoekgebieden vindt onder regie van gemeenten verder onderzoek plaats om

4 Netimpact en systeemefficiëntie: analyse van gevolgen op de netimpact

inpassing van duurzame elektriciteitsproductie te concretiseren. In een

op het niveau van kosten, doorlooptijd en ruimtebeslag van de net-

gebiedsgerichte aanpak, met participatie van de belanghebbenden, gaan

infrastructuur.

we deze grootschalige elektriciteitsopwekking uitwerken.

9

efficiënt energiesysteem zijn technologische, economische, culturele, juridi-

Onze regio heeft een goede uitgangssituatie voor het produceren en

sche en (markt)aanpassingen nodig. Om al deze aanpassingen te stroomlijnen,

transporteren van duurzame brandstoffen zoals groengas en waterstof en een

hanteren we vijf principes: We streven naar energie-efficiëntie en energie-

uitgebreide energie-infrastructuur met een relatief grote capaciteit. Duur-

besparing; We zetten hoogwaardige energie hoogwaardig in; We streven

zame brandstoffen kunnen breed in het energiesysteem worden ingezet maar

naar een balans tussen de energievraag en de energieproductie; We houden

zijn nu nog beperkt beschikbaar. De samenwerkende partijen in onze regio

rekening met de eigenschappen van de nieuwe energiebronnen; We zien het

hebben de ambitie om het gebruik van groengas en waterstof richting 2030 en

belang in van opslag en omzetting.

2050 flink te verhogen. Vooral waterstof geproduceerd uit duurzame elektriciteit (groene waterstof) moet een grote rol gaan spelen. We kiezen ervoor om schaarse duurzame brandstoffen zo hoogwaardig mogelijk in te zetten. De RES-regio werkt de komende twee jaar aan het in beeld brengen van het programma van vergunningen, procedures, investeringen en (innovatieve) projecten die de transitie naar duurzame brandstoffen mogelijk moeten maken.

Het energiesysteem is een complex geheel

betaalbaar betrouwbaar duurzaam rechtvaardig

in borgen van de publieke belangen

Onze regio werkt aan een betaalbare, betrouwbare, veilige en schone energievoorziening voor iedereen in 2050. Bij het maken van plannen en het realiseren van energieprojecten borgen we de publieke belangen zoals genoemd in figuur IV. Elke verandering moet voldoen aan de (gestandaardiseerde) veiligheidseisen. De RES steunt op de aanpak van o.a. de veiligheidsregio’s, de provincie en het Rijk. We zetten in op passende wet- en regelgeving en financiële instrumenten om randvoorwaarden te borgen. Energiebronnen, transport en gebruikers zijn in het energiesysteem via allerlei

verantwoordelijkheid op de juiste plek effectieve weten regelgeving effectieve financiële instrumenten

wegen met elkaar verbonden. De RES 1.0 bevat ook een kwalitatieve analyse van de systeemsamenhang. Voor een toekomstbestendig, veerkrachtig en Figuur IV Randvoorwaarden

zorgvuldig democratisch proces transparantie haalbare oplossingen

RES Rotterdam Den Haag 1.0

Duurzame brandstoffen in de RES

10

RES Rotterdam Den Haag 1.0

We werken aan transparante communicatie en bevorderen participatie De veranderingen door de energietransitie zijn straks zichtbaar en hebben impact op het dagelijks leven. Bij participatie praten inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties mee over de verduurzamingsplannen. Als iedereen zich vertegenwoordigd voelt in de besluitvorming, draagt dit bij aan acceptatie en draagvlak. We besteden in de regio veel aandacht aan participatie zoals door het informeren en raadplegen van inwoners tot en met het stimuleren van mede-eigenaarschap van een energieproject. We hebben ervoor gekozen om lokaal te doen wat kan. Regionaal wordt opgepakt wat gemeentegrensoverschrijdend is (figuur V, praatplaat participatie). De gemeenten communiceren op de manier die bij de lokale situatie past. De regio stimuleert onderling overleg en samenwerking. Transparante, gestructureerde communicatie bevordert de samenwerking, verbondenheid en vertrouwen in de regio. We streven naar doelgroepgerichte, begrijpelijke en laagdrempelig communicatie. We houden ook rekening met de lange doorlooptijd, de (inter)nationale klimaatactualiteit en politieke en

Figuur V Voorzijde praatplaat ‘Participatie in de RES’

technologische ontwikkelingen.

RES 1.0: nu en verder

Gemeenteraden, Provinciale Staten en de algemene besturen van de water-

Decentrale overheden bepalen hoe de RES wordt vertaald naar het lokale

schappen besluiten in 2021 over de vaststelling van deze RES 1.0. De RES

(omgevings)beleid en de bijbehorende acties en instrumenten. Het streven is

wordt elke twee jaar geactualiseerd. Door de RES vast te stellen, scharen de

dat ten laatste op 1 januari 2025 de uitgewerkte plannen voor elektriciteits-

samenwerkende partijen zich achter de verwoorde ambitie en zetten ze zich

productie zijn vergund zodat uiterlijk dan met de uitvoering wordt begonnen.

in onderlinge samenwerking in om deze te realiseren.

Meer informatie, video’s en bronnen via www.resrotterdamdenhaag.nl

Inhoudsopgave

11

Interactief

1

2

RES Rotterdam Den Haag

Inzet van de regio

4 Elektriciteit

5 Brandstoffen

3 Warmte

Waar staan we nu?

Waar willen we naartoe?

RES Rotterdam Den Haag 1.0

STAND VAN ZAKEN, AMBITIE, VERVOLG

6 Energiesysteem

Hoe komen we daar?

VERANTWOORDING, ONDERBOUWING, VERDIEPING

7

Hoe is de RES tot stand gekomen?

8 Op welke feiten en onderzoeken is de RES gebaseerd?

9 Begrippen Bronnen

12

Regionale Energiestrategie regio Rotterdam Den Haag (v. 1.0)

STAND VAN ZAKEN AMBITIE VERVOLG

13

Over de context van de energieregio Rotterdam Den Haag en het RES-proces. Deze RES is gemaakt door 23 gemeenten, 4 waterschappen, de provincie en de netbeheerders, in samenwerking met vele anderen. In dat licht gaat het ook over het samenspel van productie, transport, omvorming, opslag, distributie en gebruik van energie, kortweg het energiesysteem.

1.1

Inleiding

1.2

Context

1.3

Het energiesysteem nader bekeken

Regionale Energiestrategie regio Rotterdam Den Haag (v. 1.0)

1 RES Rotterdam Den Haag

De RES vertaalt de doelstellingen uit het Klimaatakkoord naar de regio. Bij de keuzes in de energietransitie zijn o.a. betaalbaarheid en maatschappelijk draagvlak essentieel.

14

Inleiding

Gemeenteraden, Provinciale Staten en de algemene besturen van de waterschappen besluiten in 2021 over de vaststelling van de RES. De RES

In Nederland werken 30 energieregio’s aan de verduurzaming van de energie-

wordt daarna elke twee jaar geactualiseerd, op grond van nieuwe inzichten,

voorziening, de zogeheten energietransitie. Verduurzaming is nodig om de

ervaringen en technieken. Deze RES 1.0 is een tussenstap op weg naar

uitstoot van broeikasgassen sterk te verminderen. Nederland heeft als doel

2030 en vervolgens 2050.

om in 2030 de helft minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 1990. In 2050 moet de uitstoot met 95% zijn afgenomen. Deze doelstelling is afgesproken in

Door de RES vast te stellen scharen de samenwerkende decentrale over-

het Klimaatakkoord dat het kabinet op 29 juni 2019 publiceerde. Het Klimaat-

heden in de energieregio Rotterdam Den Haag zich gezamenlijk achter de

akkoord is de Nederlandse uitwerking van de afspraken die 55 landen maak-

verwoorde ambitie en zetten ze zich in onderlinge samenwerking in om

ten tijdens de Klimaatconferentie in Parijs (2015).

deze te realiseren.

Eind 2019 hebben de decentrale overheden (gemeenten, provincies, waterschappen) zich aan het Klimaatakkoord verbonden. Per regio stellen ze een Regionale Energie Strategie (RES) op, waarin ze de nationale afspraken uit het Klimaatakkoord vertalen naar de eigen regio. In een RES staan de keuzes die de energieregio’s maken over hoe ze de CO2-doelstellingen willen bereiken: waar en hoe ze het best duurzame elektriciteit kunnen opwekken, welke warmtebronnen ze kunnen gebruiken en hoe duurzame brandstoffen een rol kunnen spelen. Bij deze keuzes speelt betaalbaarheid een belangrijke rol, evenals betrokkenheid van de inwoners en maatschappelijk draagvlak. Deze RES is het resultaat van de samenwerking van 23 gemeenten, 4 waterschappen, de provincie en de netbeheerders. Omdat participatie een essentieel onderdeel is van het energietransitie-proces, hebben de bestuurders, ambtenaren en volksvertegenwoordigers ook inwoners, maatschappelijke organisaties, initiatiefnemers en marktpartijen betrokken bij het maken van de RES.

RES Rotterdam Den Haag 1.0

1.1

15

Context

Welke inzet de betrokken partijen leveren, hangt af van hun rol. Gemeenten betrekken inwoners (participatie) en de gevestigde organisaties binnen de

Deze RES beschrijft de visie van de energieregio Rotterdam Den Haag. Hij

gemeentegrenzen, ze begeleiden de uitvoering van projecten en plannen, ze

bevat ambities en oplossingsrichtingen voor de komende decennia, voor tal

zorgen voor adequate informatie en ondersteuning en ze bieden regelingen

van sectoren en activiteiten – van de gebouwde omgeving tot de productie

aan en verlenen vergunningen. Dit gebeurt allemaal in samenspraak met de

van elektriciteit, van energienetwerken tot energiebesparingen. Daarmee

provincie Zuid-Holland, die de plannen inpast in bestaande provinciale (ruim-

biedt de RES een perspectief aan alle partijen die een rol spelen in de regio-

telijke) kaders. Waterschappen dragen bij aan plannen met hun terreinen,

nale energievoorziening. De oplossingsrichtingen zijn ontwikkeld op basis van

wateren en bedrijfsmiddelen; ze zetten hun assets bijvoorbeeld in om energie

technisch-inhoudelijke onderzoeken en analyses (met data van o.a. de deel-

te produceren, zoals bijvoorbeeld aquathermie en duurzame brandstoffen

nemende partijen en het Kadaster), waarna in samenspraak met betrokken

uit de afvalwaterzuivering. Netbeheerders zorgen voor tijdige investeringen

partijen gedeelde conclusies zijn getrokken.

en aanpassingen in het elektriciteitsnet, zodat zonnepanelen en windmolens kunnen worden aangesloten. En als partners in het ontwikkelproces van de

De ambities en oplossingsrichtingen uit deze RES worden vertaald naar de

regionale energiehuishouding, houden netbeheerders bij hun adviezen en

lokale context waarbij inspraak mogelijk is en blijft. Ze krijgen een plek in het

investeringen rekening met de toenemende vraag naar en het aanbod van

(omgevings)beleid van de publieke partijen. Het streven is dat ten laatste op

duurzaam opgewekte elektriciteit.

1 januari 2025 de uitgewerkte plannen zijn vergund (Klimaatakkoord, p. 164), zodat uiterlijk dan met de uitvoering wordt begonnen. Gemeenten, provincie en waterschappen bepalen uiteindelijk zelf hoe de RES wordt vertaald naar het eigen (omgevings)beleid en de bijbehorende instrumenten. Dit maatwerk en deze flexibiliteit maken het mogelijk om rekening te houden met de lokale context. Vaststelling van de RES betekent dat alle partijen een inzet leveren om de gezamenlijke ambitie te behalen. Betrokken partijen hebben ook afgesproken de rekening niet onderling of naar de toekomst door te schuiven. Dit vraagt om zorgvuldige afwegingen en om grote onderlinge solidariteit.

RES Rotterdam Den Haag 1.0

1.2

16

1.3

Het energiesysteem nader bekeken

Nationaal Programma RES (Unie van Waterschappen, IPO, VNG en het Rijk) in kaart of de plannen landelijk optellen tot de nationale doelstellingen (Klimaatakkoord p. 162). Het Planbureau voor de Leefomgeving maakt

Voor veel dagelijkse bezigheden, zoals televisiekijken, douchen en autorijden, is energie nodig. Er zijn verschillende energiedragers

analyses. Zij leggen alle RES’en naast elkaar en rekenen ze door.

voor dit energiegebruik: elektriciteit, warmte en brandstoffen. Zo gebruiken

Ook buigen het Rijk en de decentrale overheden zich over de invulling van

televisies elektriciteit, wordt douchewater verwarmd met aardgas of via een

de randvoorwaarden

warmtenet en rijden auto’s (nu nog vaak) op benzine of diesel.

die de regio stelt. Dit betreft de benodigde financiële

middelen om de ambities tot uitvoering te kunnen brengen, maar vooral passende (Rijks)wetgeving en stimuleringsinstrumenten.

Om energie te kunnen gebruiken, zetten we energiebronnen om in een van deze, voor de mens bruikbare, energiedragers. Uiteindelijk komen alleen

Om de doelstellingen uit de RES te behalen, komt het aan op nadere uit-

energiedragers bij de eindgebruiker terecht. Bij de productie van energie-

werking en realisatie: elke partij moet – binnen zijn of haar mandaat – de af-

dragers kan omvorming plaatsvinden binnen één type (brandstof olie wordt

gesproken acties uitvoeren. De rol van de regiopartijen is om dit te faciliteren,

omgezet in benzine) of tussen twee typen (elektriciteit wordt omgezet in

door de afspraken en plannen uit de RES te monitoren én door de RES iedere

waterstof). Het samenspel van productie, transport, omvorming, opslag,

twee jaar te actualiseren. Hoewel de manier waarop nog uitwerking vergt,

distributie en gebruik van energie noemen we het energiesysteem.

vindt hierover afstemming en coördinatie

In figuur 1.1 is het energiesysteem schematisch weergegeven.

plaats op regionaal niveau.

Op basis van nieuwe inzichten, actualiteiten en innovaties wordt een RES 2.0 ontwikkeld, waarschijnlijk gereed in 2023. In dit ontwikkelproces krijgen alle betrokkenen volop ruimte voor inbreng. Daarnaast is het ook nodig om de

Energiebron of energiedrager?

voortgang te monitoren. De eerste stap in dit kader is het opstellen van een op actie gericht programma, dat de concretere doorvertaling van de ambities uit

Energiebronnen en energiedragers bevatten allebei energie. Er is

de RES naar activiteiten omvat.

wel een belangrijk verschil: bij een energiedrager moet je er eerst energie in stoppen voordat je die er weer uit kunt halen. En energiebronnen zijn niet direct bruikbaar voor de mens. Energiebronnen zijn bijvoorbeeld de zon, de wind, bodemwarmte, fossiele brandstoffen en uranium. Energiedragers zijn elektriciteit, waterstof en groengas, en warm/heet water (in deze RES aangeduid als ‘warmte’). Energiedragers die een vlam nodig hebben om ze te kunnen gebruiken, noemen we in deze RES brandstoffen.

RES Rotterdam Den Haag 1.0

Op basis van deze RES en die van alle andere energieregio’s brengt het

17

ENERGIEDRAGER

OMVORMING EN OPSLAG

TRANSPORT EN DISTRIBUTIE

ENERGIEGEBRUIK

Ondanks efficiëntieverbeteringen waardoor het elektriciteitsverbruik van individuele apparaten afneemt, zal de totale elektriciteitsvraag

zon wind

elektriciteit

kracht en licht

batterij

naar verwachting toenemen (Energieperspectief 2050, juli 2019). Dit komt doordat er meer elektrische toepassingen bijkomen, waaronder auto’s en warmtepompen, in plaats van toepassingen van (fossiele) brandstoffen.

warmte voor gebouwen en glastuinbouw biomassa biogassen

reservoir

heeft deze RES-regio ten opzichte van veel andere RES-regio’s uitgebreide transport

geothermie aquathermie restwarmte

Vanwege het hoogstedelijke karakter en de bijhorende grote energievraag, elektriciteitsnetten, met een relatief grote capaciteit. Dit heeft als voordeel dat het aansluiten van grootschalige zon en wind tot 2030 naar verwachting niet

warmte

reservoir

warmte voor industrie

leidt tot onoplosbare knelpunten. Op de langere termijn is dat wel het geval, want door de groeiende vraag naar elektriciteit is uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet noodzakelijk.

restwarmte

De Rotterdamse haven is momenteel een cruciaal logistiek knoopFiguur 1.1 Schematische weergave van het energiesysteem

punt voor fossiele brandstoffen, niet alleen voor Zuid-Holland en Nederland, maar voor heel Europa. Chemie en raffinage zijn kernactiviteiten van het haven- en industriecomplex. Deze industrietakken zetten aardolie om in allerlei producten, waaronder kerosine, benzine en diesel. De transitie

Het energieverbruik van de haven valt buiten de scope van de RES, maar is

naar een duurzame economie is een grote uitdaging: in plaats van olie zullen

in het energiesysteem onlosmakelijk verbonden met de regio. Vandaar dat

biogrondstoffen als basis gebruikt worden voor veel producten, dus ook voor

de uitwisseling van energie tussen de haven en de regio, bijvoorbeeld in de

brandstoffen. De Rotterdamse haven zal naar verwachting een belangrijke

vorm van warmte, wel is meegenomen in de RES. Vanwege het grote aantal

rol blijven vervullen in het energiesysteem.

inwoners en de grote verscheidenheid aan functies is de ruimte in deze regio schaars. Ook voor de energietransitie is veel ruimte nodig, bijvoorbeeld voor

Gezien de hoge bevolkingsdichtheid in de regio, de beperkte ruimte voor

elektriciteitsproductie en voor de uitbreiding van de energie-infrastructuren.

duurzame energieproductie en de beschikbaarheid van relatief weinig

Deze ruimtelijke druk vraagt om keuzes voor het gebruik.

biomassareststromen die geschikt zijn voor het produceren van groengas, is het duidelijk dat een deel van de elektriciteit en brandstoffen van buiten de regio moet komen.

RES Rotterdam Den Haag 1.0

ENERGIEBRON

18

Hoogspanningsstation TenneT Hoogspanningsstation Stedin Elektriciteitsnet TenneT Hoogspanningsnet Stedin en Westland Infra

deze regio, met name in hoogstedelijk gebied en in de glastuinbouwsector. Tegelijk is er een grote potentie voor aanbod van warmte, dankzij de aanwezig-

Warmteleidingen Bestaand distributienet Bestaand hoofdnet Gasleidingen

heid van mogelijkheden voor geothermie en de vele restwarmtebronnen in het

Aardgasleiding

Rotterdamse Havengebied. Daarnaast zijn

CO2-leiding

er kansen voor het benutten van lokale

Overige leidingen

warmtebronnen, zoals oppervlaktewater, afvalwater en drinkwater (aquathermie). Hierdoor heeft de regio veel mogelijkheden om met behulp van warmtenetten te voorzien in de vraag naar duurzame warmte. Figuur 1.2 toont bestaande energienetwerken in de regio: een uitgebreide warmte-infrastructuur en uitgebreide elektriciteits- en gasnetten met een relatief grote capaciteit.

0

5

10 km

Figuur 1.2 Energie-infrastructuur

RES Rotterdam Den Haag 1.0

De vraag naar warmte is groot in

Elektriciteit

19

brandstof voorzien (brandstoffentransitie). Deze transities zijn met elkaar

Met de energietransitie bedoelen we alle inspanningen om de CO2-uitstoot

verweven. Net zoals het energiesysteem, dat bestaat uit meerdere, met

van het energiesysteem te verminderen. Dat kan onder andere door minder

elkaar verweven systemen. Deze transities leiden in de toekomst tot nieuwe

energie te gebruiken (energiebesparing). Maar omdat dit onvoldoende op-

systemen, die op een nieuwe manier gekoppeld zijn met elkaar.

levert om de CO2-reductiedoelen te behalen, richt de energietransitie zich ook op het vervangen van fossiele brandstoffen door CO2-arme energie-

Door over te stappen op andere energiebronnen en -dragers veroorzaakt

bronnen. De transitie vraagt ook innovaties en nieuwe technieken, naast het

de energietransitie fundamentele veranderingen in het energiesysteem:

inzetten op de bestaande oplossingsrichtingen.

• Nieuwe vormen van energieproductie en -opslag hebben een grote ruimtelijke impact en vinden veelal lokaal plaats

Kernenergie is op dit moment geen onderdeel van het Klimaatakkoord. Op dit

De ruimtelijke impact van deze nieuwe vormen is groter dan voor de

moment vindt er een landelijke marktconsultatie plaats onder welke voor-

productie en opslag van energiedragers uit fossiele brandstoffen, want die

waarden marktpartijen bereid zijn te investeren in kerncentrales in Nederland,

hebben een grotere energiedichtheid en worden deels buiten Nederland

welke publieke ondersteuning daarvoor nodig is en in welke regio’s er belang-

gewonnen. Figuur 1.3 toont enkele voorbeelden van de ruimtelijke impact

stelling is voor de realisering van een kerncentrale. Omdat de ontwikkeling

van onderdelen van het energiesysteem. Omdat die impact groot is, moet

van nieuwe vormen van kernenergie en de bouw van kernenergiecentrales

in de energietransitie ook rekening worden gehouden met de ruimtelijke

erg langzaam gaat, kan kernenergie niet ingezet worden om het doel van

aspecten, zowel boven als onder de grond. Hier ligt een duidelijke rol voor

2030 (49% minder CO2-uitstoot) te halen. Om deze reden maakt kernenergie

gemeenten.

vooralsnog geen onderdeel uit van de scope van de RES 1.0. Voor de periode tot 2050 kan kernenergie wel een rol gaan spelen. Indien er op landelijk niveau wordt aangestuurd op kernenergie wordt dit onderdeel van de RES, gezien het dan onderdeel uitmaakt van het energiesysteem.

• Hernieuwbare energie is minder stuurbaar

Nieuwe vormen van energie zijn niet altijd beschikbaar op het juiste moment, in de juiste hoeveelheid of in de juiste vorm. Bijvoorbeeld in de winter is de vraag naar warmte groter dan het aanbod. Deze mismatch

De energietransitie is niet één transitie. Het zijn meerdere transities tegelijk,

speelt op korte termijn (seconden), middellange termijn (weken) en lange

waarbij – naast consumenten – veel (inter)nationale instanties en bedrijven zijn

termijn (seizoenen). Het aanbod van sommige energiebronnen (zon, wind)

betrokken, en keuzes

is weersafhankelijk. Het aanbod van restwarmte hangt af van het betref-

nodig zijn. Zo veranderen we de manier waarop we

elektriciteit opwekken (elektriciteitstransitie), de manier waarop we onze huizen

fende primaire productieproces. Geothermie kan continu energie leveren.

verwarmen (warmtetransitie) en de manier waarop we de maatschappij van

In alle gevallen is er een structurele mismatch tussen energieaanbod en

RES Rotterdam Den Haag 1.0

Energietransitie

20

ha

48 m

0,4

54 m

H2

WA te eco ro

2g

WA

RM

1

TE

NE

T

wa

EL

rm

ten

ha

H2

et

H2

IE RM a

HE h OT 0,1 a GE allatiete 1 h

o

d

on

rgr

e nd

inc 80 l. veil i ≈0 MWh gheid , ele4% v /ha safs a tan 60 ktrici n jaa d 00 tei rli hu tsg jks ish eb ou ruik de ns

ha

14 0 ≈0 MW , ele8% v h/ha a 60 ktrici n jaa 00 tei rli hu tsg jks ish eb ou ruik de ns

OL

R TE WAkaal)

tw

res

EE

%

O

ON

KZ

E PW

OF

25 4% v eitsg dens t , ≈1 ktrici ishou ele 0 hu 0 60

rm

G

: 66

te (ex

36

O 0 MWan ja ebru

te

arm

wa

(

ON

W

OP

±1

00

m

bre

ed

AG

OF

ten

et

D IN K Wbine E W r

S-

NG

I NN

A SP OG RK O H WE T NE

3,6 Ø m 90

a

4h

ha 0,1 S O

W

10

4-

a

ion

de

92 u x ho s ha ui 1 h 65

t sta ing a) n h an sp 5 - 4 N iddenns (1, O TI m e TA gs- ud S Snnin uisho M a h HSogsp .000 ho r 10 o vo

a

/h ns

Figuur 1.3 Ruimtelijke weergave energiesysteem

13

u

(lo

≈

f)

sie

en int

Z EK

ax

1h

OPMW t

SL

OP

OR ha ijks MV h/ arl ik

E

LA

S OP

F

O ST

G

N MI

YS

1h

2h

1ha

TR

a

t ins ruim je vri

450

lies

EK

)

ief

ns

a 1h ver

ax

1h

RES Rotterdam Den Haag 1.0

G

LA PS EO n T RM vate

on ati a) -st 4 h MS 2 - 0, 0 (0,

l

ete

pk

u ack

b

( N tion ens TIOngssta houd A s -ST nni ui HS gspa 000 h . o ho r 75 o vo

GIO

Alb

ert

He

ijn

laa d +u paal itb < IE rei 1m din ² b UT ens g L ree RIBshoud S/M d T S DIS0 hui 0 60

G LIN

RE

ITE

BU

G

SLA

OP K

WE

OP

ING

RM

VO

OM

TR

T

OR

SP

AN

SSE

WI

UIT

E ND

)

ha

21

gebruik van energie en vooral ook om nieuwe manieren van omvorming en

PRODUCTIE

opslag. Ook nu probeert de energiesector al steeds beter te voldoen aan

marktpartijen en energiebedrijven zoals: Uniper, Engie, Eneco, MeeWind, private eigenaren, ...

de fluctuerende energievraag (met name die van elektriciteit), o.a. door conversie, vraagsturing en opslag.

• Er vindt een verschuiving plaats van de ene naar de andere energiedrager Elektriciteit is steeds vaker een alternatief voor fossiele brandstoffen, bij-

voorbeeld in het vervoer en om te verwarmen (in combinatie met lucht- of bodemwarmte). Ondanks energiebesparing leidt dit tot een toenemende

RES Rotterdam Den Haag 1.0

energievraag. Dit alles vraagt een andere verdeling van het aanbod en het

OMVORMING EN OPSLAG partijen zoals: Greenchoice, Essent, Engie, ...

vraag naar (op termijn duurzame) elektriciteit. Overstappen naar nieuwe

GEBRUIK energiegebruikers zoals: bewoners, automobilisten, bedrijven, industrie, ...

energiedragers vergt ook aanpassingen aan de gebruikerskant; bij de overstap op een warmtenet is in woningen bijvoorbeeld een ander verwarmingssysteem nodig. Deze verschuivingen vragen om veranderingen: in gedrag, technieken, regels en wetten en in de rollen van overheden en marktpartijen. Het geen opgave voor één partij, maar voor vele.

Energietransitie van en voor iedereen

TRANSPORT

DISTRIBUTIE

partijen zoals: TenneT, Gasunie, HVC, WBR, Eneco, ...

partijen zoals: Westland Infra, Stedin, Eneco, HVC, Vattenfall, ...

Het energiesysteem bestaat uit de onderdelen productie, transport, omvorming, opslag, distributie en gebruik van energie. Voor elke onderdeel bestaat aparte wet- en regelgeving en bij elk onderdeel zijn (direct en indirect) andere partijen betrokken (zie figuur 1.4). De RES-regio speelt vooral een rol in de ruimtelijke ordening en bij het borgen van de publieke belangen. Het Rijk en/of de EU reguleren veel andere zaken, zoals de energiebelasting, de SDE-stimuleringssubsidie, de vrije leverancierskeuze, de aansluitplicht voor elektriciteit en gas. Ook voor warmtenetten bestaat een apart wettelijk kader, dat op dit moment wordt herzien.

Figuur 1.4 Verhouding productie–gebruik–distributie

1.1 Waar staan we nu?

1.2 Waar willen we naartoe?

1.3 Hoe komen we daar?

RES Rotterdam Regionale Energiestrategie Den Haag 1.0 regio Rotterdam Den Haag (v. 1.0)

2 Inzet van de regio De unieke kenmerken en de ambitie van de regio worden in dit hoofdstuk beschreven. De gekozen regionale oplossingen, inzet op besparingen en duurzame energieproductie, passen bij het landschap, bij de mensen en bij de regionale kwaliteiten. Ook wordt ingegaan op de rol van participatie en communicatie en op de randvoorwaarden om de ambities te verwezenlijken.

2.1

Een unieke regio

2.2

Ambitie van de regio 2.2.1 Belangrijkste keuzes warmte 2.2.2 Belangrijkste keuzes elektriciteit 2.2.3 Belangrijkste keuzes brandstoffen 2.2.4 Belangrijkste keuzes energiesysteem

2.3

Participatie en communicatie

2.4

Voorwaarden en risico’s

2.5

Samenwerking en governance

22

De afwegingen moeten zorgvuldig gebeuren, rekening houdend met de natuur, de inwoners en andere belangrijke factoren.

1.1 Waar staan we nu?

Een unieke regio

1.3 Hoe komen we daar?

een afname van meer dan 20% in de vraag naar energie. Gemeenten zijn de eerstaangewezen partij om deze energiebesparing te realiseren, bijvoorbeeld

De aard en omvang van de regio Rotterdam Den Haag zijn uniek. Hier wonen

via de Transitievisie Warmte (TVW). De regio zet in op het ondersteunen van

ca. 2,4 miljoen mensen, liggen twee grote steden, bevindt zich een wereld-

deze opgave door het vormgeven van een actieprogramma richting de RES 2.0.

haven en een internationaal toonaangevend glastuinbouwcluster (figuur 2.1 Gebiedskenmerken

). Er is sprake van een grote concentratie van werk-

In de regio zijn veel mogelijkheden voor (her)gebruik van warmte. Zo is er in

gelegenheid en economische activiteit. Van het totale oppervlak (1.256,40 km2)

de haven een groot potentieel aan bodem- en restwarmte, dat kan worden

is meer dan driekwart bebouwd: 969 km2 (MRDH, 2020). Ook kent de regio

ingezet voor de energievoorziening.

enkele landelijke gemeenten. Hier liggen open gebieden van grote regionale waarde (natuur en recreatie), die nadrukkelijk bijdragen aan de aantrekkelijke

De regio koestert open gebieden met grote ruimtelijke kwaliteiten. Dat weegt

leef-, woon- en werkomgeving. Door alle bedrijvigheid in de regio is er maar

zwaar bij de keuzes van oplossingen en locaties voor (nieuwe) duurzame

beperkte ruimte voor duurzame energieopwekking. Tegelijkertijd biedt de

energievoorzieningen. Elk onderdeel van het energiesysteem kent een ruimte-

regio volop kansen voor het benutten van rest- en aardwarmte.

beslag, zichtbaar of minder zichtbaar doordat het bijvoorbeeld onder de grond komt. Denk bijvoorbeeld aan kabels voor elektriciteit, leidingen voor warmte,

Regionale uitgangspunten

hoogspanningsstations, zonnepanelen, windmolens en aardwarmtestations,

De regio streeft naar een betaalbare, betrouwbare, veilige en schone energie-

maar ook isolatie van woningen en transformatorhuisjes in woonwijken.

voorziening voor iedereen in 2050. Aan dit streven liggen enkele belangrijke punten ten grondslag:

De afwegingen moeten zorgvuldig gebeuren, rekening houdend met de natuur, de inwoners en andere belangrijke factoren. Leidend is de zoge-

Doen wat past bij de regio

noemde draagkracht van het landschap: het landschappelijke karakter van

De RES is gericht op wat past bij de regio en de regionale kwaliteiten. Dat

de steden, dorpen en de omliggende gebieden is het vertrekpunt. Door de

geldt voor de inhoud (het type oplossingen en kansen), de ruimte (doen

nog aanwezige open landschappen zoveel mogelijk te ontzien, wil de regio

wat past bij het landschap) en de organisatie (de manier waarop we samen-

het ruimtelijk contrast behouden dat bestaat tussen dynamische, stedelijke

werken aan plannen en realisatie).

gebieden en tussengelegen open gebieden. Nieuwe activiteiten krijgen een plek in bestaand stedelijk gebied, bijvoorbeeld door de ruimte in deze gebie-

In deze sterk verstedelijkte regio zijn er veel mogelijkheden om energie te

den op meerdere manieren te gebruiken. Zo biedt het grote dakoppervlak in

besparen. Zo kan het isoleren van gebouwen tot minimaal label C leiden tot

stedelijke gebieden kansen voor de opwekking van zonne-energie.

23

RES Rotterdam Den Haag 1.0

2.1

1.2 Waar willen we naartoe?

1.2 Waar willen we naartoe?

1.3 Hoe komen we daar?

24

bebouwd

RES Rotterdam Den Haag 1.0

1.1 Waar staan we nu?

KENMERKEN (bron: CBS, MRDH) 34%

infrastructuur

Nederland: 34.500

bos en 8% natuur

36.500

2.390.416

1903 mensen

inwoners

175

1.125.446

nationaliteiten

per km2

huishoudens

128.000 bedrijven en instellingen

5%

9%

bruto regionaal product per inwoner

recreatie

31%

agrarisch

13%

binnenwater

verdeling oppervlak

AANDEEL REGIO ROTTERDAM DEN HAAG T.O.V. NEDERLAND (bron: CBS, Klimaatmonitor) 3%

13,7 %

22 %

14 % 43 %

regio Nederland

naar aantal inwoners

naar oppervlakte (zonder buitenwater)

naar warmtegebruik

ELEKTRICITEITSVRAAG PER SECTOR (%) 45,8

naar oppervlakte glastuinbouw

(VERWACHTE) VERWARMINGSVRAAG GEBOUWDE OMGEVING verwarmingsvraag 2017

42,4 2030 (14,0 TWh)

verwarmingsvraag 2030

2016 (12,2 TWh)

23,0

25,2

naar elektriciteitsgebruik

0

5

10

15

20 X 1000 GWh

(VERWACHTE) ELEKTRICITEITSVRAAG GEBOUWDE OMGEVING

21,3 20,9

woningen

elektriciteitsvraag 2017

1,6

woningen

utiliteit

glastuinbouw

4,3

verkeer

Figuur 2.1 Gebiedskenmerken energieregio Rotterdam Den Haag

8,2

7,2

industrie

utiliteit*

elektriciteitsvraag 2030

glastuinbouw** 0

5

10 X 1000 GWh

* voor een klein aantal gemeenten is de energievraag voor utiliteit niet compleet; hierdoor valt de echte energievraag iets hoger uit dan weergegeven. ** voor glastuinbouw is het gebruik van 2020 weergegeven in plaats van het gebruik van 2017.

1.2 Waar willen we naartoe?

1.3 Hoe komen we daar?

25

.

RES Rotterdam Den Haag 1.0

1.1 Waar staan we nu?

Focussen op de kansen en de kracht van de regio en aansluiten bij

rond het Havenindustrieel Complex

wat er al is

Een belangrijk deel van het RES-afwegingsproces bestaat uit overleg met

De RES bundelt wat er al is (bestaande lokale plannen) met wat er aanvullend

andere regio’s en andere overheden. Door in zulke processen samen te

moet en kan gebeuren om de regionale ambities te verwezenlijken. Ook geven

werken als regio, staan we sterker. De RES stelt ons in staat om bij grote

we handreikingen voor de manier waarop. Er gebeurt al veel in de regio: er

spelers de kracht van de regio onder de aandacht te brengen, de juiste

is een warmte-infrastructuur aangelegd, er zijn afspraken gemaakt (zoals het

randvoorwaarden te scheppen en belemmeringen weg te nemen.

(HIC) en het glastuinbouwcluster

windconvenant) en er is beleid geformuleerd dat zich richt op een succesvolle energietransitie.

2.2

De transitie naar een duurzaam energiesysteem biedt vele kansen voor de

De manier waarop regio Rotterdam Den Haag de nationale doelstellingen uit

regio en brengt positieve neveneffecten met zich mee. Het resultaat is een

het Klimaatakkoord heeft vertaald is niet alleen ambitieus, maar ook realis-

aantrekkelijk en gezond leefklimaat, een concurrerend ondernemersklimaat

tisch en haalbaar. De gekozen regionale oplossingen, waarmee we door het

en nieuwe economische bedrijvigheid. Ook biedt de energietransitie enorme

stimuleren van besparingen en door duurzame energieproductie een bijdrage

mogelijkheden voor innovatie. Dit wordt onderschreven door de Roadmap

leveren aan het verminderen van de CO2-uitstoot, passen bij het landschap,

Next Economy, een langetermijnvisie van Metropoolregio Rotterdam Den

bij de inwoners, bij de bedrijven en bij de regionale kwaliteiten. Alleen dan

Haag (MRDH, 2016) in samenwerking met de vooraanstaande Amerikaanse

houden de keuzes

econoom Jeremy Rifkin. Deze visie gaat over de transities die nodig zijn om de nieuwe economie voor onze regio te realiseren en over het belang van investeringen in de energietransitie. Stimuleren van synergie en samenwerking In de plannen voor een duurzame energievoorziening streven we naar synergie met andere maatschappelijke opgaven. Over gemeentegrenzen heen leggen we een verbinding met plannen en beleid op het gebied van onder meer economie, ruimtelijke kwaliteit, mobiliteit, werkgelegenheid en ecologie/ natuur. De RES is een onderdeel van de puzzel die gelegd moet worden om een aantrekkelijk leefklimaat te behouden, met oog voor de verschillende opgaven. Daarom zoeken we aansluiting bij gebiedsgerichte opgaven, zoals

Ambitie van de regio

stand.

1.1 Waar staan we nu?

1.2 Waar willen we naartoe?

1.3 Hoe komen we daar?

26

Belangrijkste keuzes Warmte

• inzetten op besparing, isoleren en lage(re)temperatuurverwarming

• inzetten op de beschikbare rest- en aardwarmte en een toekomstbestendige energiemix

• samenwerken aan een optimale regionale warmtestructuur met de laagste maatschappelijke kosten

• regie bij de gemeenten • uitwerken toekomstbeeld langs de zeven sleutelprogramma’s • inzetten op passende wet- en regelgeving en financiële

• zo hoogwaardig mogelijk inzetten van schaarse duurzame brandstoffen

• voor de warmtetransitie eerst inzetten op vraagreductie en,

waar passend, op realisatie van regionale warmte-infrastructuur; inzet van brandstoffen in woningen en gebouwen in de periode tot 2030 is het sluitstuk van de warmtetransitie

• duidelijkheid bieden aan initiatiefnemers, hun activiteiten actief ondersteunen en benodigde acties uitwerken

instrumenten om randvoorwaarden te borgen

Energiesysteem Elektriciteit

• inzetten op 2,8-3,2 TWh duurzame opwek als bijdrage aan de nationale opgave

• inzetten op plekken met behoud of versterking van ruimtelijke

• streven naar energie-efficiëntie en energiebesparing • streven naar balans tussen energievraag en energieproductie • rekening houden met de eigenschappen van nieuwe energiebronnen en de (on)mogelijkheden van opslag en omzetting

kwaliteit; tevens beschouwen we de haalbaarheid vanuit netimpact, de bredere haalbaarheid en het draagvlak

• zeer stevig inzetten op zonne-energie op daken en parkeerplaatsen (stedelijk gebied), benutten van waterbassins in de glastuinbouw voor zonnepanelen en aanvullende windmolens op basis van de draagkracht van het landschap

• opwekking van duurzame elektriciteit in de natuur doen we niet • uitwerken van grootschalige opwekking van duurzame elektriciteit in integrale gebiedsgerichte aanpakken met participatie van de belanghebbenden

Overkoepelend

• uitwerken van de samenwerking voor ontwikkeling en realisatie richting RES 2.0

• regionaal informatie delen in en over lokale projecten en ont-

wikkelingen, inclusief (financiële) participatie; ook bedoeld om

voortgang en doelbereik te monitoren en zo nodig in onderling overleg bij te sturen

RES Rotterdam Den Haag 1.0

Brandstoffen

1.1 Waar staan we nu?

Belangrijkste keuzes warmte

1.3 Hoe komen we daar?

Warmtekeuzes volgens het Energieperspectief 2050

De regio heeft een grote potentie voor het gebruik van warmte. Naast een veelheid aan lokale bronnen zijn ook aardwarmte en restwarmte volop aanwe-

Energiebesparing heeft de hoogste prioriteit; volgens het Energie-

zig. Inzet van deze bronnen vraagt om een grootschalige bovengemeentelijke

perspectief 2050 en deze RES. Daarnaast gebruiken we zoveel

warmtestructuur. De regio heeft de ambitie om deze mogelijkheden te benut-

mogelijk warmte uit lokale en regionale bronnen, zodat de

ten. De gemeenten zijn, in lijn met het Klimaatakkoord, de regisseurs van de

elektriciteitsvraag minimaal blijft. We kiezen voor een mix waarbij

warmtetransitie voor de gebouwde omgeving. Voor individuele gemeenten

we hoogwaardige bronnen inzetten voor een hoogwaardige vraag

begint dit met het opstellen van een Transitievisie Warmte, hierin worden de

en schaarse bronnen selectief inzetten. Elektrificatie van de ver-

keuzes gemaakt over hoe de warmtetransitie wordt vormgegeven. Regionaal

warmingsvraag wordt waar mogelijk voorkomen. Duurzame brand-

wordt bijgedragen aan de ontwikkeling van een gemeentegrensoverschrij-

stoffen kunnen worden ingezet in gebouwen die moeilijk en duur

dende Regionale Structuur Warmte (RSW). Bij het organiseren en in de toe-

te isoleren zijn, en waar warmtenetten niet mogelijk zijn. In de regio

komst realiseren van deze bovengemeentelijke warmtestructuur is de lokale

wordt dus alleen ingezet op groengas als andere bronnen veel

vraag het vertrekpunt. Altijd wordt eerst verkend hoe de warmtetransitie

duurder zijn.

lokaal wordt vormgegeven en welke rol warmtenetten hierin hebben, naast alternatieven zoals all-electric en groengas. En vervolgens wordt bij inzet op warmtenetten bekeken of aan de warmtevraag voldaan kan worden met

Op regionaal niveau gaan we bijdragen aan de warmtetransitie van de

lokale bronnen.

gebouwde omgeving en de glastuinbouw. We focussen op een regionale warmte-infrastructuur en gaan uit van wat er in de regio al gebeurt. Focus

Besparen blijft voor warmte een belangrijke eerste stap. We zetten in op

ligt daarom in deze RES 1.0 op bronnen die een bovengemeentelijke rol

besparing van 20% of meer in de gebouwde omgeving en 30% of meer in de

spelen, aanvullend op gemeentelijke bronnen. Het potentiële aanbod van

glastuinbouw. De RES 1.0 sluit aan bij de keuzes uit het Energieperspectief

deze bovengemeentelijke bronnen, geothermie en restwarmte, is in deze

2050 (juli 2019).

regio groot – een ideale uitgangspositie om warmte uit te wisselen, zowel binnen als buiten de regio. Daarvoor is een regionale warmte-infrastructuur nodig en een betrouwbaar systeem voor het opslaan en distribueren van warmte.

27

RES Rotterdam Den Haag 1.0

2.2.1

1.2 Waar willen we naartoe?

1.1 Waar staan we nu?

coördineren kan deze regio een optimale bovengemeentelijk warmtestructuur ontwikkelen. Hiermee maken we ook warmtenetten mogelijk in de gemeenten

1.3 Hoe komen we daar?

Voor 2030 betekent dit:

• We zetten stevig in op zonne-energie in het stedelijk gebied, namelijk voor bijna de helft van de resterende opgave:

minder warmte te verbruiken (isoleren) en daarmee ook in te (kunnen) zetten

• 40% van het geschikte dakoppervlak benutten we voor zonne-energie • Dat zijn ongeveer 122.000 woningen (uitgaande van een gemiddelde

op lage(re) temperatuur verwarming. De lokale vraag en de lokale bronnen

van 60 m2 dakoppervlak) en bijna 5000 grote daken (uitgaande van het

gaan onderdeel uitmaken van de geïntegreerde structuur van distributie- en

gemiddelde groot dakoppervlak in onze regio à 1930 m2)

waar onvoldoende lokale warmtebronnen aanwezig zijn. De ambitie is om

transportnetten. Ook bij veranderingen in de lokale vraag of het lokale aanbod is het daardoor mogelijk om optimaal gebruik te maken van de (regionaal) beschikbare warmte.

• We zoeken naar 68 hectare overkapping met zonnepanelen van parkeerplaatsen

• In het glastuinbouw gebied zetten we in op het benutten van waterbassins: ongeveer 347 bassins in 10 jaar met 350.000 (drijvende) panelen (uit-

Voorwaarde voor succes is dat de publieke belangen (betaalbaarheid,

gaande van de gemiddelde oppervlakte van een waterbassin in onze

betrouwbaarheid, duurzaamheid en rechtvaardigheid) zijn geborgd. Dit vraagt

regio à 1885 m2)

om aanvullende en/of nieuwe wet- en regelgeving, financiële instrumenten en voldoende kennis en kunde bij de betrokken partijen.

2.2.2

Belangrijkste keuzes elektriciteit

De regionale inzet is gebaseerd op de draagkracht van het landschap in onze regio. We onderzoeken alleen kansen voor duurzame energieopwekking waarbij de ruimtelijke kwaliteit behouden blijft of versterkt wordt. Zo dragen we met 2,8-3,2 TWh bij aan de nationale doelstelling van 35 TWh hernieuwbare energie op land. Dat is 8 à 9 procent van de doelstelling in het Klimaatakkoord. Gezien het hoogstedelijke karakter van de regio zetten we stevig in op opwekking van zonne-energie in het stedelijk gebied (op daken en parkeerplaatsen) en is voor duurzame opwekking in de natuur juist geen draagvlak. Daarnaast wordt gezocht naar waar draagkracht in het landschap is voor windmolens.

28

RES Rotterdam Den Haag 1.0

Door proactief samen te werken en de ontwikkeling van vraag en aanbod te

1.2 Waar willen we naartoe?

1.1 Waar staan we nu?

1.3 Hoe komen we daar?

Belangrijkste keuzes brandstoffen

Duurzame brandstoffen zijn schaars. De RES-regio kiest ervoor om duurzame brandstoffen zo hoogwaardig mogelijk in te zetten. Hiervoor is een ‘ladder’ van inzet opgesteld die in paragraaf 5.2 is weergegeven. De inzet van brandstoffen in woningen en gebouwen ziet de regio als het sluitstuk van de warmtetransitie. Eerst wordt ingezet op vraagreductie en het realiseren van de regionale warmte-infrastructuur voor buurten waar dit een goede oplossing is. De RES-regio wil met haar visie duidelijkheid geven aan initiatiefnemers. Tevens wil zij initiatieven die bijdragen aan deze visie actief ondersteunen.

• Er zijn 89 windmolens gerealiseerd. Dat worden er in 2030 zo’n 144 (uit-

Om ervoor te zorgen dat brandstoffen hun beoogde rol in het toekomstige energiesysteem kunnen vervullen kan het zijn dat er aanvullende acties nodig

gaande van het opgesteld vermogen zoals bekend en wanneer het

zijn vanuit de RES-regio. De RES-partners werken de komende twee jaar aan

onbekend is, is gerekend met turbines van 3,6 MW). Daarvan zijn

het in beeld brengen van het programma van vergunningen, procedures,

28 windmolens al voorzien in het SER Energieakkoord en staan op de lijst

investeringen en projecten die de transitie naar duurzame brandstoffen

van het convenant van de Stadsregio Rotterdam en het Havenconvenant.

mogelijk moeten maken en leggen dat programma vast in de RES 2.0.

Dat betekent dat er nog voor circa 27 windmolens naar draagkracht in het landschap wordt gezocht.

2.2.4

Belangrijkste keuzes energiesysteem

De RES-regio werkt aan een betaalbare, betrouwbare, veilige en schone Het inpassen van grootschalige elektriciteitsopwekking (wind en zon) werken

energievoorziening voor iedereen in 2050. Bij het maken van plannen en het

we uit in integrale, gebiedsgerichte aanpakken. Samen met belanghebbenden,

realiseren van energieprojecten borgen we de publieke belangen: betaalbaar-

passende participatie en buurgemeenten. Dat kost meer tijd, maar verdient

heid, betrouwbaarheid, duurzaamheid, rechtvaardigheid en vertrouwen.

zich altijd terug in kwaliteit. Dit vraagt om een lokaal proces, waarbij lokale

Elke verandering moet voldoen aan de (gestandaardiseerde) veiligheidseisen.

kennis, de mogelijkheid om eigen afwegingen te maken in samenhang met

De RES steunt op de aanpak van o.a. de veiligheidsregio’s

andere opgaven – en gesprekken met omwonenden, bedrijven en andere

het Rijk.

belanghebbenden, essentieel zijn. Hierbij maken we gebruik van een afwegingskader met vier frames: de ruimtelijke kwaliteit, de brede haalbaarheid, de impact op het net en het draagvlak. Regionaal richten we ons ook op samenwerking, kennisontwikkeling en -deling.

, de provincie en

29

RES Rotterdam Den Haag 1.0

2.2.3

1.2 Waar willen we naartoe?

1.1 Waar staan we nu?

technologische, economische, culturele, juridische en (markt)aanpassingen

1.3 Hoe komen we daar?

• We houden rekening met de eigenschappen van de nieuwe energiebronnen Duurzame energiebronnen zijn minder stuurbaar dan fossiele bronnen.

nodig. Om al deze aanpassingen te stroomlijnen, hanteren we vijf principes.

De hoeveelheid zonne- en windenergie is variabel en gedeeltelijk onzeker;

Deze principes gelden voor de energietransitie als geheel. De RES 1.0 is daar-

restwarmte en geothermie zijn juist continu beschikbaar, maar bewegen

van een onderdeel, net als de volgende RES’en voor deze regio. De principes

niet mee met de vraag. Daarom streven we naar een mix van bronnen,

benadrukken wat bij het maken van keuzes belangrijk is en wat moet worden

zodat de betrouwbaarheid van de energieproductie toeneemt.

meegewogen.

• We streven naar energie-efficiëntie en energiebesparing

• We zien het belang in van opslag en omzetting

Opslag en omzetting worden ingezet naast andere oplossingen, want

We gebruiken zo min mogelijk energie, onder meer door goed te isoleren en

omzettingen en opslag kosten ook energie, geld en ruimte. Tegelijk biedt

energiezuinige apparaten te gebruiken. Dit draagt bij aan het wooncomfort

opslag ook de kans om de belasting op de energienetten te verlagen en dus

en beperkt de kosten en de ruimtelijke impact van de energietransitie.

verzwaring te voorkomen. We maken keuzes vanuit een integrale benade-

• We zetten hoogwaardige energie hoogwaardig in

We zetten energiedragers slim in. Verbranding van waterstof gebeurt bij hoge temperaturen. Het is energetisch niet efficiënt om hier woningen mee te verwarmen tot 20oC. Daarom gebruiken we deze hoogwaardige energie

eerst voor processen op hoge temperatuur, en daarna de energie die overblijft voor het verwarmen van woningen (cascaderen).

• We streven naar een balans tussen de energievraag en de energieproductie In het bestaande energiesysteem draaien we door de afstemming tussen die twee vooral aan de productieknop: bij meer vraag, produceren we meer. In het toekomstige systeem is de energieproductie minder stuurbaar. Daarom moeten we manieren ontwikkelen om ook aan de vraagknop te draaien: bij minder productie verkleinen we de vraag. Binnen de regio zal er geen volledige balans mogelijk zijn. Er zal dus ook uitwisseling van energie met andere regio’s plaatsvinden. Dit geldt voor alle energiedragers.

ring. Vanuit de regio pleiten we voor de juiste prijsprikkels om opslagsystemen rendabel te maken.

30

RES Rotterdam Den Haag 1.0

Voor een veerkrachtig, efficiënt en toekomstbestendig, energiesysteem zijn

1.2 Waar willen we naartoe?

1.1 Waar staan we nu?

Participatie en communicatie

In paragraaf 7.1

1.3 Hoe komen we daar?

is, ingedeeld naar directe en indirecte communicatie,

beschreven hoe de RES tot stand is gekomen. De energietransitie brengt grote maatschappelijke veranderingen met zich mee. Die veranderingen zijn straks zichtbaar, kosten geld en hebben bijvoor-

Communicatie, participatie en kennisdeling staan niet op zichzelf en zijn altijd

beeld impact op hoe we wonen en reizen. Bij participatie praten inwoners,

verweven met de inhoud. Deze middelen dragen bij aan de doelmatigheid

bedrijven en maatschappelijke organisaties mee over de verduurzamings-

van het beleidsproces, de besluitvorming en de uitvoering. Transparante,

plannen. Deze gesprekken leveren belangrijke informatie en inzichten op die

gestructureerde communicatie bevordert samenwerking, verbondenheid en

we meewegen in de keuzes die we tijdens de transitie maken. Als iedereen

vertrouwen in de regio. We streven naar doelgroepgerichte, begrijpelijke en

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10152608/1