21 05 Recreatieschap concept Programmabegroting 2022
Tekst van het document
Programmabegroting 2022 Voorne-Putten
Ontwerpbegroting 2022
Programmabegroting 2022 | Inhoudsopgave
Inhoud Inhoud _____________________________________________________________________ 1 1.
Bestuurlijke samenvatting _________________________________________________ 2
2.
Uitgangspunten __________________________________________________________ 4
3.
Programma Instandhouding gebieden _______________________________________ 6
3.1.
Gebiedsbeheer _________________________________________________________ 6
3.2.
Economisch beheer _____________________________________________________ 7
3.3.
Communicatie _________________________________________________________ 7
3.4.
Toezicht en handhaving _________________________________________________ 8
3.5.
Ontwikkeling __________________________________________________________ 8
3.6.
Overhead _____________________________________________________________ 9
3.6.1.
Bestuursproducten ___________________________________________________ 10
3.6.2.
Juridische ondersteuning en advisering __________________________________ 10
3.6.3.
Financiën __________________________________________________________ 10
3.7.
Algemene Dekkingsmiddelen ____________________________________________ 11
3.8.
Projecten/kredieten____________________________________________________ 11
3.9.
Mutaties reserves _____________________________________________________ 11
3.10.
Wat gaat het kosten? ________________________________________________ 12
4.
Paragrafen _____________________________________________________________ 13
4.1.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing _________________________________ 13
4.2.
Onderhoud kapitaalgoederen ____________________________________________ 17
4.3.
Financiering __________________________________________________________ 19
4.4.
Grondbeleid __________________________________________________________ 21
4.5.
Bedrijfsvoering ________________________________________________________ 22
5.
Financiële begroting _____________________________________________________ 23
6. Bijlagen _________________________________________________________________ 31
1
Programmabegroting 2022 | Bestuurlijke samenvatting
1. Bestuurlijke samenvatting Toekomst recreatieschap In de afgelopen jaren zien we dat veel inwoners en bezoekers de weg weten te vinden naar de verschillende gebieden op Voorne-Putten. De laatste tijd mede als gevolg van de corona maatregelen, waardoor waarde van de gebieden in de nabijheid tot uitdrukking komen. Het recreatieschap maakt onderdeel uit van dit toeristisch en recreatief product binnen de Zuid-Hollandse Delta en is daarmee bij uitstek de omgeving waar niet alleen de eigen inwoners maar ook de bezoekers uit het sterk verstedelijkte gebied ontspanning en rust weet te vinden. Het recreatieschap zal binnen de bestaande mogelijkheden een bijdrage leveren aan een verder herstel uit de coronacrisis. In overeenstemming met het vastgestelde Plan van aanpak is door het Algemeen Bestuur in december 2020 besloten een samenwerkingsovereenkomst aan te gaan met Staatsbosbeheer. De overeenkomst is ingegaan op 1 januari 2021 en heeft een looptijd van vijf jaar. Hiermee is de governance van het schap in een meer stabiele fase gekomen en toekomst bestendig. Nieuwe bestuurlijke opgaven dienen zich aan vanwege het aflopen en de werking van de financieringsovereenkomsten met respectievelijk de gemeente Rotterdam en de Provincie Zuid-Holland. Dit zal effect hebben op de voorliggende en daaropvolgende begrotingsjaren.
De afloop van deze overeenkomsten vraagt om een zorgvuldige financiële beschouwing waarbij het verkrijgen van eigen inkomsten zoals eerder als doelstelling benoemd centraal zal staan. Daarnaast zullen aan het einde van dit begrotingsjaar herindelingsverkiezingen worden gehouden bij drie van de vier deelnemende gemeenten en daarmee zullen deze gemeenten per 1 januari 2023 doorgaan als één deelnemende gemeente. Het bestuur zal in het voorjaar van 2022 een strategisch overdrachtsdocument vaststellen met als doel de bestuurlijke en financiële continuïteit en stabiliteit van het recreatieschap vast te leggen en daarmee een beeld presenteren van opgaven voor de jaren 2023 tot en met 2025. Aan het einde van deze periode zal de overeenkomst met Staatsbosbeheer en de financieringsovereenkomst met de provincie aflopen. Inhoudelijk zal de in 2020 uitgevoerde verkenning de basis vormen voor initiatieven binnen het gebied zodat de inwoners en de bezoekers ook in de toekomst hiervan kunnen genieten. Voor de directe omgeving vormt het anderzijds onderdeel van de economische motor binnen dit deel van de delta. Niet alleen de verkenning maar ook het project kwaliteitsimpuls oevers en steigers heeft niet alleen invloed op, maar maakt ook deel uit van de regiodeal. Een Rijksprogramma om te komen tot een evenwichtige groei en samenwerking binnen de regio.
Het recreatieschap heeft in december het besluit genomen vorm en inhoud te geven aan het ontwikkelperspectief boscompensatie. Deze opgave komt voort uit de wens zo snel mogelijk antwoord te geven op de essentaksterfte en deze te combineren met de ambitie vanuit het Rijk om extra hectaren bomen te planten. De uitwerking zal in nauwe samenwerking met de deelnemende gemeenten worden uitgevoerd. Onderwerpen van blijvende aandacht is de aanwezigheid van alg in de wateren binnen het beheersgebied en het gebruik van de gebieden. Verder onderzoek zal noodzakelijk zijn om in de toekomst de juiste maatregelen te nemen ten behoeve van de kwaliteit van het water. Wat betreft het gebruik van de gebieden vraagt het houden van toezicht en het handhaven steeds meer aandacht hetgeen een opwaartse druk heeft op de capaciteit en de kosten. Tenslotte zal in de komende tijd ook het onderwerp van de bereikbaarheid over water een punt van aandacht zijn, op meerdere tafels en vanuit meerdere belangen komt dit onderwerp op de agenda recreatie en toerisme.
2
Programmabegroting 2022 | Bestuurlijke samenvatting
Financiële samenvatting Voor 2022 ligt er een sluitende begroting met een deelnemersbijdrage van € 1.272.707, een subsidiebijdrage van de gemeente Rotterdam van € 150.000 en een subsidie van de provincie ZuidHolland van € 877.200. De deelnemersbijdrage wordt gespecificeerd weergegeven in paragraaf 3.7. Voor een nadere specificatie van de lasten en baten wordt verwezen naar de diverse paragrafen. In hoofdstuk 5 wordt verder ingegaan op de meerjarenraming en de vermogenspositie.
3
Programmabegroting 2022 | Programmaplan
2. Uitgangspunten Het uitgangspunt voor de programmabegroting 2022 is het bestaande en aanvaarde beleid, zoals vastgelegd in de programmabegroting 2021, de Najaarsrapportage 2020 en de besluiten van het Algemeen Bestuur tot 1 maart 2021. De opbrengsten uit huren, pachten, e.d. zijn conform de actuele contracten bijgesteld en ook worden eventuele nieuwe (externe) ontwikkelingen (bij bestaand beleid) meegenomen. De structurele effecten die voortkomen uit de conceptjaarrekening 2020 zijn verwerkt in de 1e begrotingswijziging 2021 (najaarsrapportage) en in de begroting 2022. Voor de prijsstijging op de ramingen voor 2022 is een indexatie van 1,9% toegepast, overeenkomstig het indexeringspercentage van de Kring van gemeentesecretarissen. Deze indexering wordt toegepast op alle lasten, met uitzondering van belastingen, verzekeringen, rentelasten en afschrijvingen. De indexering wordt in principe niet toegepast op de baten (voorzichtigheidsbeginsel). Voor de meerjarenraming 2023 tot en met 2026 is geen indexering toegepast. De begroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2026 moeten, conform de uitgangspunten in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), structureel en reëel in evenwicht zijn. Dit houdt in dat structurele lasten kunnen worden gedekt met structurele baten.
Als dit niet het geval zou zijn, zou de kans groot zijn dat er op termijn een begrotingstekort ontstaat. De nadere uitwerking is opgenomen in de financiële begroting (zie hoofdstuk 5). De programmabegroting moet half april voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar klaar zijn. Dit heeft te maken met bepalingen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Het recreatieschap en Staatsbosbeheer hebben eind 2020 een nieuwe samenwerkingsovereenkomst met elkaar afgesloten voor de periode 2021 tot en met 2025. In deze overeenkomst is afgesproken dat het recreatieschap en Staatsbosbeheer gezamenlijk een uitvoeringsprogramma vormen op de gewenste ambities en inrichting van het werkgebied van het schap. Dit uitvoeringsprogramma wordt in 2021 opgesteld en wordt jaarlijks vertaald in de begroting. De provincie Zuid-Holland is per 1 januari 2018 uitgetreden uit de gemeenschappelijke regeling. De wijze en mate van financiële betrokkenheid in de toekomst van de provincie bij het recreatieschap is vastgelegd in de ‘Financieringsovereenkomst VPR-PZH’. De financieringsovereenkomst is in deze begroting verwerkt. Deze bijdrage is niet meer zichtbaar onder de deelnemersbijdragen, maar is opgenomen als subsidiebijdrage onder de baten. De gemeente Rotterdam is eveneens per 1 januari 2018 uitgetreden uit de gemeenschappelijke regeling.
De financiële afspraken hier omtrent zijn vastgelegd in de ‘Hoofdlijnen overeenkomst Uittreding Rotterdam’. De bijdrage van de gemeente Rotterdam is niet meer zichtbaar onder de deelnemersbijdrage, maar is opgenomen als subsidiebijdrage onder de baten.
4
Programmabegroting 2022 | Programmaplan
Het aflopen van de overeenkomsten met gemeente Rotterdam en de provincie Zuid-Holland vraagt om heroriëntatie van de begroting. Hierbij zal in het verlengde van de gesprekken met deze lichamen een analyse worden opgesteld omtrent de mogelijke beleidsmaatregelen. Hierbij kan naast mogelijke taakstellingen en vervangingsinvesteringen eveneens worden gedacht aan de in de samenvatting genoemde inkomsten. Uitbreiding van areaal in relatie tot andere economische ontwikkelingen in het kader van de regiodeal kunnen hierbij een voorbeeld zijn. Op dit moment wordt in het meerjarenperspectief de algemene reserve ingezet om de doelstellingen te bereiken en deze risico’s te mitigeren.
5
Programmabegroting 2022 | Programmaplan
3. Programma Instandhouding gebieden Het programma is opgebouwd uit de volgende onderdelen: -
Gebiedsbeheer Economisch beheer Communicatie Toezicht en Handhaving Ontwikkeling Overhead Algemene dekkingsmiddelen Kredieten en Mutatie reserves
3.1. Gebiedsbeheer Wat willen we bereiken De recreatiegebieden vallend binnen de gemeenschappelijke regeling worden onderhouden conform het principe ‘schoon, heel en veilig’ voor een optimaal gebruik door de bezoekers. Onder het beheer van de gebieden vallen tevens diverse exploitaties, die bijdragen aan de recreatieve kwaliteit. Wat gaan we er voor doen Het product gebiedsbeheer betreft het doen onderhouden van de natuur en recreatiegebieden en de daarbij behorende beheertaken. De basis voor de reguliere onderhoudswerkzaamheden is beschreven in het terreinbeheermodel (TBM). Dit model is opgebouwd uit doeltypen met specifieke recreatieve doelen en maatregelen gerelateerd aan marktconforme normprijzen per doeltype. Continue evaluatie van de onderhoudswerkzaamheden draagt bij aan het voortdurend actualiseren van het terreinbeheermodel en het beheersbaar houden van zowel de te treffen onderhoudsmaatregelen als de kosten. Ten behoeve van de werkzaamheden voor het groot onderhoud wordt gebruik gemaakt van een jaarlijks geactualiseerde meerjarenonderhoudsprognose. Hiermee worden voorzieningen getroffen voor toekomstig groot onderhoud. Met behulp van het uitvoeren van diverse inspecties, wordt de staat van het beoogde groot onderhoud getoetst. De bevindingen uit deze voortdurende evaluatie worden verwerkt alvorens de werkzaamheden worden uitgevoerd.
Het product gebiedsbeheer bestaat verder o.a. uit: inventariseren en selecteren partijen die in staat zijn om (een deel van het) recreatiegebied te onderhouden; maken van afspraken met partijen meldingen, afstemming gemeenten, waterschappen
6
Programmabegroting 2022 | Programmaplan
3.2. Economisch beheer De taken die binnen economisch beheer worden uitgevoerd zijn: Beheer grondpositie Beheer exploitaties Beheer grondposities Het beheer van grondposities betreft het actief beheer van de grondpositie (gronden en opstallen binnen het werkingsgebied) zodanig dat dit bijdraagt aan de lange termijn strategie van de natuur en het recreatieschap. Het resultaat hiervan is dat voldaan wordt aan de rechten en plichten die het bezit van grond met zich meebrengt. Hieronder valt ook het afstoten van posities die geen recreatief belang dienen, alsmede het verwerven van gronden die van belang kunnen zijn voor toekomstige ontwikkelingen van natuur en recreatievoorzieningen binnen het recreatieschap. Beheer exploitaties Het beheer van exploitaties heeft betrekking op het aangaan van overeenkomsten met derden gericht op de exploitatie en/of het gebruik van schapsgronden en –opstallen (passend binnen de huidige ambities van de natuur en het recreatieschap), alsmede het actief administratief, financieel, juridisch en relationeel beheren van deze overeenkomsten. Het resultaat is het vastleggen en actief beheren van privaatrechtelijke afspraken, waarbij een optimale netto-opbrengst wordt nagestreefd. Er blijft worden ingezet op tijdige indexering, gebruikmaking van de contractuele herzieningsmomenten en doorbelasting van heffingen en belastingen.
Het komt voor dat inzet vanuit economisch beheer gevraagd wordt voor activiteiten en projecten vanuit het programma ontwikkeling of vanuit kwaliteitsimpulsen. De daarmee gemoeide uren worden in die gevallen niet verantwoord binnen het product economisch beheer maar ten laste gebracht van het voor deze activiteit/project beschikbaar gestelde urenbudget of krediet. 3.3. Communicatie Het bestuur wordt ondersteund in het vertalen van haar ambities aan het publiek en de stakeholders. Hierbij is tevens aandacht voor de verstrekking van gerichte informatie bij werkzaamheden in de gebieden en evenementen. Dit wordt bereikt door de communicatie zoveel mogelijk af te stemmen op de recreatieve wensen van bewoners en recreanten, maar ook door samenwerking met ondernemers en gebiedspartijen.
7
Programmabegroting 2022 | Programmaplan
3.4. Toezicht en handhaving Toezicht & handhaving bestaat uit de volgende onderdelen: Vergunningen, ontheffingen en toestemmingen Toezicht en handhaving Vergunningen, ontheffingen en toestemmingen De recreatiegebieden kunnen gebruikt worden voor het recreëren door individuen en door groepen. Voor beide vormen van gebruik geldt dat niet alles altijd mag en kan. Wanneer een gebruiker, organisatie of ondernemer een bepaalde activiteit wil uitvoeren binnen het recreatieschap, vraagt hij hiervoor een vergunning, ontheffing of toestemming aan bij Staatsbosbeheer. Dit komt voort uit de doelstellingen van de gemeenschappelijke regeling en vastgestelde verordening. Staatsbosbeheer verleent vergunningen en ontheffingen op basis van de vastgestelde verordening van het schap. Toestemmingen worden vanuit de eigenstandige privaatrechtelijke bevoegdheid van het schap zelf gegeven. Toezicht en handhaving Toezicht en Handhaving (T&H) bestaat uit de onderdelen gastheerschap, toezicht en daadwerkelijke handhaving. Tevens is de regierol bij samenwerking van belang. De invulling van deze onderdelen leidt tot een compleet palet van activiteiten op de doelstelling “schoon, heel en veilig” in een gebied. Dit palet wordt ingevuld op basis van de aard, inrichting en het gebruik van het gebied.
Basisuitgangspunten voor de inzet van T&H zijn de veiligheid van de gebruikers van de gebieden zo goed mogelijk waarborgen en de eigendommen van het schap schoon en heel te houden. Hiermee wordt prioriteit gegeven aan de veiligheid van de recreant en worden andere zaken alleen aangepakt als de beschikbare middelen niet volledig aan handhaving besteed moeten worden.
3.5. Ontwikkeling Wat willen we bereiken Het bestuur wordt geadviseerd over de implementatie van mogelijke nieuwe ontwikkelingen die passen binnen de doelstelling van de gemeenschappelijke regeling en die een recreatieve meerwaarde opleveren en/of de natuurwaarde versterken. Wat gaan we er voor doen Het bestuur wordt geadviseerd over in te nemen standpunten ten aanzien van initiatieven die de doelstelling van het schap raken. Zo wordt inspraak geleverd op ’ruimtelijke plannen’ en initiatieven van derden. Hiervoor wordt het product Planvorming & gebiedsontwikkeling geleverd. Planvorming & gebiedsontwikkeling In overleg met alle betrokkenen wordt een gemeenschappelijk kader geboden op de gewenste ontwikkeling in het werkingsgebied van het schap, aansluitend op de ambitie van het bestuur, de vraag van de recreant (leefstijlen) en het aanbod (positionering van het specifieke gebied). Tevens worden alle voorbereidende en uitvoerende werkzaamheden gedaan die noodzakelijk zijn om (een deel van) het gebied te (her)ontwikkelen conform de ambitie van het bestuur. Hiermee wordt samen met de omgeving van het schap ingespeeld op actuele trends en ontwikkelingen. Tot dit product behoort ook strategische of anticiperende verwerving en het tijdelijk beheer in het kader van vastgoed. 8
Programmabegroting 2022 | Programmaplan
Gebiedsverkenning Voorne Putten Het algemeen bestuur heeft in 2019 een krediet beschikbaar gesteld om een verkenning van ambities en kansen uit te voeren. De hoofddoelstelling van de verkenning is dat het recreatieschap Voorne Putten inzicht krijgt in hoe zij haar terreinen toekomstbestendig en passend kan inrichten en beheren. Hier wordt onder verstaan dat: - Het aanbod in de recreatiegebieden aansluit bij de (toekomstige) vraag van haar bezoekers; - Het verdienvermogen van het recreatieschap op peil is en dat het schap financieel gezond blijft; - De gebieden binnen het recreatieschap worden kwalitatief en passend bij de gewenste doelgroep beheert en onderhouden. Ontwikkelperspectief bossen Voorne-Putten Het algemeen bestuur heeft in 2020 besloten een ontwikkelperspectief bossen op te stellen en hiervoor een krediet beschikbaar gesteld. Doel van dit project is het opstellen van een samenhangend ontwikkelingsperspectief van het recreatieschap op: - Boswerkzaamheden in het kader van de essentaksterfte; - Compensatieopgaven van derden; - De ambitie van het recreatieschap om bosarsenaal uit te breiden.
3.6. Overhead Wat willen we bereiken Kwalitatief hoogwaardige bestuurlijke en juridische advisering aan het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur, over ten minste de volgende aandachtsgebieden: - lopende zaken, beleid, ontwikkelingen en toekomst van het schap - nieuwe of gewijzigde wet- en regelgeving die van invloed zijn op het schap Daarbij wordt rekening gehouden met wat er speelt op de betreffende beleidsvelden en met het netwerk binnen en buiten het schap. Dit netwerk bestaat uit schapsdeelnemers, ambtelijk apparaat, natuur- en milieuorganisaties en stakeholders in het schapsgebied. Tevens wordt het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en de commissies bij gestaan in alles wat de hen opgedragen taken aangaat, inclusief het verzorgen van het opdrachtgeverschap naar Staatsbosbeheer. Passend bij de ambitie van het bestuur wordt gestreefd naar een optimale bestuursondersteuning, waarin de uitgangspunten als vermindering van bestuurlijke drukte en een vermindering van regeldruk vertaald worden. De ondersteuning van het Dagelijks en het Algemeen Bestuur vindt plaats door het leveren van de volgende producten: 1. Bestuursproducten 2. Juridische ondersteuning en advisering 3. Financiën
9
Programmabegroting 2022 | Programmaplan
3.6.1.Bestuursproducten De bestuursproducten omvatten: Het voorbereiden en plannen van bestuursvergaderingen Het verslagleggen van bestuursvergaderingen en het (laten) uitvoeren wat afgesproken is Het signaleren van knelpunten in de uitvoering en het aandragen van oplossingen Eerste aanspreekpunt zijn voor schapsdeelnemers, ambtelijk apparaat en stakeholders voor alle zaken/ projecten die in schapsverband spelen Het vertegenwoordigen van de schapsbesturen in ambtelijke en bestuurlijke netwerken en gremia van de deelnemers Het opstellen en uitvoeren van additionele opdrachten en beleidsadviezen waarmee het bestuur in staat wordt gesteld om richting en middelen vast te stellen Als ambtelijk opdrachtgever stuurt de bestuurssecretaris namens het bestuur op de levering van de door het bestuur gewenste dienstverlening, producten en adviezen. Hij krijgt daartoe de benodigde mandaten van het bestuur. Hij toetst later of de geleverde diensten, producten en adviezen in overeenstemming zijn met de uitvraag.
3.6.2.Juridische ondersteuning en advisering Dit product heeft betrekking op de (algemene) juridische advisering op het gebied van publiek- en privaatrecht en het implementeren, toepassen en evalueren van wet- en regelgeving relevant voor de gemeenschappelijke regeling (zoals Europese regelgeving, de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Algemene wet bestuursrecht). Ook het behandelen van bezwaar- en beroepzaken en zaken op grond van de Wob (Wet openbaarheid van bestuur) en Wet Bibop (Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur), behoren tot de juridische ondersteuning en advisering.
3.6.3.Financiën In het kader van de financiële ondersteuning worden de volgende activiteiten uitgevoerd: verzorgen van de financiële administratie van de gemeenschappelijke regeling: tijdige en systematische vastlegging van baten, lasten en in- en uitgaande geldstromen; incasseren van gelden als gevolg van verkoop, heffing en/of in privaatrechtelijke overeenkomsten overeengekomen vergoedingen. toetsen van bestuursvoorstellen op incidentele en/of structurele financiële consequenties; het voeren van periodieke budgetgesprekken met budgethouders en projectleiders opstellen van de planning & control producten, zoals begroting, najaarsrapportage en jaarstukken; begeleiden van de werkzaamheden van de accountant (interim controle, subsidie-controles, jaarrekeningcontrole).
10
Programmabegroting 2022 | Programmaplan
3.7. Algemene Dekkingsmiddelen Deelnemersbijdrage Verdeling deelnemersbijdrage
Verdeling overige gemeenten: Gemeente Nissewaard Gemeente Brielle Gemeente Hellevoetsluis Gemeente Westvoorne
Aandeel in nadelig exploitatiesaldo
Aandeel in nadelig exploitatiesaldo
2021
2022
676.073 136.989 319.304 116.611 1.248.977
689.227 139.683 324.657 119.140 1.272.707
Percentage
54,15% 10,98% 25,51% 9,36% 100%
Inwoners per 01-012020
85.219 17.271 40.142 14.731 157.363
De deelnemersbijdrage wordt ten laste gebracht naar rato van het aantal inwoners per gemeente. Het inwoneraantal wordt bepaald aan de hand van de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) per 1 januari van het jaar waarin de begroting wordt vastgesteld waaruit het te verrekenen exploitatiesaldo blijkt (t-1). Bij het opmaken van de begroting waren de CBS cijfers over 2021 nog niet beschikbaar, deze worden bij de rapportages over 2022 verwerkt. De deelnemersbijdrage voor 2022 bestaat uit een indexatie van 1,9% over de bijdrage van 2021.
3.8. Projecten/kredieten Er zijn bij het opstellen van deze begroting geen projecten die doorlopen tot in 2022.
3.9. Mutaties reserves
11
Programmabegroting 2022 | Programmaplan
3.10.
Wat gaat het kosten?
12
Programmabegroting 2022 | Paragrafen
4. Paragrafen 4.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen weerspiegelt de mate waarin het recreatieschap in staat is middelen vrij te maken om de risico's die zich in de praktijk voordoen op te vangen zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd of ingekrompen moet worden. Conform de nota weerstandsvermogen wordt de ratio weerstandsvermogen berekend om te bepalen of het recreatieschap in staat is voldoende financiële middelen vrij te maken voor het dekken van de risico’s op het moment dat de risico’s zich voordoen. Voor de waardering van de toereikendheid van het weerstandsvermogen wordt de volgende tabel gehanteerd. Ratio weerstandsvermogen Waarderingscijfer A B C D E F Risicoanalyse Vervallen risico’s Risico’s
1. Vennootschapsbelasting (VPB) voor overheidsondernemingen
2. Economische grondzaken
Totaal
Ratio weerstandsvermogen > 2,0 1,4 < x < 2,0 1,0 < x < 1,4 0,8 < x < 1,0 0,6 < x < 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Aard van het Financiële risico omvang risico
Kans van optreden
Impact (uitgaande van vier jaar)*
Verhoging incidentele en structurele lasten. Verhoging incidentele en structurele lasten
p.m.
Gemiddeld
p.m.
p.m.
Laag
p.m.
€ p.m.
€ p.m.
* De financiële impact wordt berekend door bij een hoog risico 80%, bij een gemiddeld risico 50% en bij een laag risico 20% van het bedrag van de financiële omvang te nemen.
13
Programmabegroting 2022 | Paragrafen
Beschrijving openstaande risico’s 1. Vennootschapsbelasting (Vpb) voor overheidsondernemingen Met ingang van 1 januari 2016 is de Vpb-plicht voor overheidslichamen, waaronder gemeenschappelijke regelingen, ingevoerd. De vennootschapsbelastingrisico's zijn inmiddels in beeld gebracht. Daarbij is uitgegaan van de begroting 2015 en de realisatie 2016. Per activiteit of cluster van activiteiten is beoordeeld of met de uitvoering van de betreffende activiteit een onderneming in fiscaalrechtelijke zin wordt gedreven. Er is sprake van een fiscale onderneming indien aan elk van de volgende drie voorwaarden is voldaan: 1. Duurzame organisatie van kapitaal en arbeid; 2. Deelname aan het economisch verkeer; 3. Winstoogmerk en/of concurrentie. Voor een aantal activiteiten, vallend onder economisch beheer (huren en erfpacht) is waarschijnlijk geen sprake van een fiscale onderneming, omdat geen sprake is van deelname aan het economisch verkeer. Aan dit criterium is niet voldaan aangezien de activiteiten beperkt zijn tot `normaal vermogensbeheer'. In dit geval kan worden gesteld dat sprake is van normaal vermogensbeheer, omdat er slechts beperkt arbeid wordt verricht en er geen causaal verband is tussen arbeid en rendement.
Voor de overige activiteiten is ook geen sprake is van een fiscale onderneming omdat geen sprake is van structurele vermogensoverschotten of wordt het standpunt ingenomen dat een vrijstelling kan worden toegepast, zodat geen vennootschapsbelasting is verschuldigd. Aangezien het ingenomen standpunt van de recreatieschappen (nog) niet is afgestemd met de Belastingdienst, blijft de vennootschapsbelasting een risico. Dit is niet te kwantificeren en wordt derhalve beschouwd als een pro memorie-post. 2. Economische grondzaken Bodemverontreiniging (algemeen risico). In een gebied als Voorne-Putten kunnen milieuverontreinigingen aanwezig zijn die momenteel niet bij het schap bekend zijn en waarvan de veroorzaker na ontdekking niet kan worden aangesproken. In een aantal gevallen kan het schap echter wel verantwoordelijk gehouden worden voor de kosten van sanering. De kosten hiervoor zullen pas bekend worden wanneer een dergelijke milieuverontreiniging wordt aangetroffen. In een aantal gebieden binnen Voorne-Putten bevindt zich vervuild havenslib. Het schap heeft hier een plicht om de aanwezige leef lagen op voldoende dikte te houden. Om de kosten goed in te schatten moet een inventarisatie worden gehouden. Wanneer er nieuwe ontwikkelingen komen voor bestaande gebieden, zal nagegaan moeten worden of er vervuiling is.
Indien er sprake is van vervuiling zal eerst een saneringsplan moeten worden opgesteld.
14
Programmabegroting 2022 | Paragrafen
Groot onderhoud op verhuurde gronden (incidenteel risico): In beginsel is het recreatieschap verantwoordelijk voor het groot onderhoud van de gronden en daarop aanwezige beplanting (denk aan essentakziekte), oevers e.d., mits de huurder het dagelijks onderhoud naar behoren heeft uitgevoerd. 3.Financieringsovereenkomsten Gemeente Rotterdam en Provincie Zuid-Holland Van af 2026 zijn de bijdrage van Rotterdam en de boekjaarsubsidie van de Provincie Zuid-Holland allerminst zeker. Risico Deze mogelijk wegvallende bijdrage kan er toe leiden dat de taken van het recreatieschap in de huidige vorm niet doorgezet kunnen worden. Mitigatie Om dit risico te mitigeren worden momenteel gesprekken gevoerd met de gemeente Rotterdam en de Provincie Zuid-Holland. Parallel hieraan kan gedacht worden aan het vergroten van de inkomsten en/of het verlagen van de kosten. In dit kader is het raadzaam om een multidisciplinaire werkgroep op te starten met de opdracht voorstellen uit te werken om dit risico te mitigeren. Voor het boekjaar 2026 is er begrotingstechnisch voor gekozen om de wegvallende bijdrage van de gemeente en de provincie incidenteel te dekken uit de reserve. COVID-19 (Corona) Het COVID-19 (Corona) virus heeft financiële gevolgen gehad voor de jaarrekening 2020. Voornamelijk in de debiteurenpositie, hiervoor is een voorziening getroffen in de jaarrekening 2020.
Naar verwachting zal COVID19 ook in 2021 en wellicht de jaren daarna op veel beleidsterreinen van onze begroting impact hebben. Hoe groot de financiële impact zal zijn is onmogelijk te bepalen. We monitoren onze risico’s en die van onze partners voortdurend. Onze organisatie loopt geen risico voor de continuïteit. We bewaken onze liquiditeitspositie goed en nemen zo nodig maatregelen om onze taken gedurende deze crisis zo goed mogelijk te blijven uitvoeren.
15
Programmabegroting 2022 | Paragrafen
Ratio Weerstandsvermogen Zoals hiervoor aangegeven wordt de ratio weerstandsvermogen berekend om te bepalen of het schap in staat is voldoende financiële middelen vrij te maken voor het dekken van de risico’s op het moment dat de risico’s zich voordoen. De geprognosticeerde stand van de Algemene Reserve is per eind 2022 ca. € 1,3 miljoen. De gekwantificeerde risico’s zijn op PM gesteld. Daarmee is de ratio van het Weerstandsvermogen uitstekend te noemen.
Kengetallen Voor het verhogen van de transparantie en om makkelijker inzicht te krijgen in de financiële positie en de baten en de lasten worden met ingang van de begroting 2017 een aantal voorgeschreven kengetallen opgenomen. De kengetallen staan in onderstaande tabel. Kengetallen netto schuldquote netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen solvabiliteitsratio structurele exploitatieruimte
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
-63% n.b. 51%
-67% n.b. 53%
-69% n.b. 54%
-66% n.b. 58%
-56% n.b. 51%
Deze kengetallen geven enig inzicht in de financiële positie en de financiële weerbaar- en wendbaarheid van de organisatie. De netto schuldquote geeft een beeld van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Bij de “netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen” worden ook de verstrekte leningen meegenomen. Een negatieve schuldquote geeft in feite aan dat er per saldo geen sprake is van een schuld. De solvabiliteitsratio wordt berekend als het percentage van het totale eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen van het schap. Dit geeft inzicht in de mate waarin het schap in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal “structurele exploitatieruimte” geeft aan of de structurele baten groter zijn dan de structurele lasten. Dit wordt in het kengetal als percentage van de totale baten uitgedrukt. Dit kengetal zegt in feite iets over het structurele jaarrekeningsaldo, d.w.z. zonder alle incidentele baten en lasten.
16
Programmabegroting 2022 | Paragrafen
4.2. Onderhoud kapitaalgoederen Het goed onderhouden van de gebieden is een belangrijke taak voor het recreatieschap om duurzaam gebruik mogelijk te maken. Als basis voor het plannen van regulier- en groot onderhoud en vervangingsinvesteringen wordt het Terrein Beheer Model (TBM) gehanteerd. Dit model is gebaseerd op zogenaamde doeltypen (bijvoorbeeld speel- en ligweide, strand of bos) waarvoor een gestandaardiseerde inrichting met daarbij behorende onderhoudscycli en normkosten zijn bepaald. Het totaal aan oppervlaktes, stuks en lengte van de aanwezige doeltypes bepaalt met de cycli en de normkosten de geplande uitgaven voor meerjarig duurzaam onderhoud. Het Terrein Beheer Model wordt periodiek herijkt. Voorziening groot onderhoud De geplande uitgaven van groot onderhoud fluctueren van jaar tot jaar. Dit kan een direct en groot effect hebben op het jaarresultaat en daarmee op de jaarlijkse deelnemersbijdrage. Om dit ongewenste effect zoveel mogelijk te voorkomen heeft het recreatieschap ervoor gekozen om een egalisatievoorziening groot onderhoud in te stellen. Jaarlijks wordt een vastgestelde dotatie ten laste van de exploitatie gebracht en de werkelijke onderhoudslasten worden ten laste van de voorziening groot onderhoud verantwoord.
Uitvoering groot onderhoud Bos & Beplanting: In 2020 is het onderhoud uitgevoerd in samenwerking met het team Hout van Staatsbosbeheer. Daarbij worden de boswerkzaamheden uitgevoerd per werkblok, in een cyclus van 6 jaar. Elk werkblok wordt dus één keer per 6 jaar onder handen genomen. In een ‘schouw’ vooraf wordt bepaald of er bijvoorbeeld een dunning moet plaatsvinden, eindkap of geen maatregel. Hierbij wordt dus meer dan voorheen toekomstgericht naar het bos gekeken. Maatregelen staan in het teken van behoud en/of ontwikkeling van duurzaam bos op de langere termijn.
17
Programmabegroting 2022 | Paragrafen
Conform de meerjarenplanningen onderhoud zijn 2021 de volgende maatregelen groot onderhoud en vervangingsonderhoud voorzien (exclusief P-kosten): Categorie TBM-overig Bos Solitairen en knotbomen Duikers Niet normatieve assets (lampjes) Asfalt Bagger Elementenverharding Gras Halfverharding Harde oevers Steenbestorting Zwemwater Gebouwen Bruggen Vlonders en steigers Totaal GO
2022 26.745 242.280 39.362 94.550 13.640 14.999 7.448 26.356 7.074 14.106 83.433 569.994
Er zijn in 2022 geen vervangingsinvesteringen gepland.
18
Programmabegroting 2022 | Paragrafen
4.3. Financiering Kasgeldlimiet Tot het kasgeld behoren alle vlottende schulden < 1 jaar, de contante gelden in kas, de uitgaande gelden < 1 jaar en de tegoeden / schulden rekening-courant. Doel van de kasgeldlimiet is het beperken van de renterisico’s op de korte schuld. De korte schuld is bedoeld voor de lopende uitgaven en zodoende is de limiet gekoppeld aan het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,2% van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. Er zijn geen kasgeldleningen afgesloten. In 2022 worden er ook geen nieuwe kasgeldleningen afgesloten. Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een limiet aan het renterisico over de lange termijn financiering. Het renterisico is het geldbedrag aan leningen dat in een bepaald jaar aan renteherziening en herfinanciering onderhevig is. Het renterisico mag maximaal 20% van het begrotingstotaal per 1 januari van het betreffende kalenderjaar bedragen. De renterisiconorm benadrukt het belang van een goede spreiding van de leningenportefeuille en de renterisico’s. Er zijn vier uitstaande geldleningen zonder herziening gedurende de looptijd. Er is geen sprake van herfinanciering. Derhalve is er geen renterisico. Schatkistbankieren Het schatkistbankieren is gebaseerd op het principe van zero-balancing.
Zero-balancing betekent het dagelijks overboeken van het saldo boven een vastgesteld drempelbedrag van minimaal € 250.000 en maximaal € 2,5 miljoen op een bankrekening ten gunste van de rekening-courant die een decentrale overheid heeft bij de schatkist dan wel het aanvullen van een bankrekening ten laste van de rekeningcourant die een decentrale overheid heeft bij de schatkist. Voor het schap zijn de benodigde overeenkomsten met het Rijk afgesloten. Dagelijks worden de rekeningen bij een vooraf vastgesteld bedrag automatisch overgeboekt (afgeroomd) naar de rekening courant die het schap heeft bij ’s Rijks schatkist.
19
Programmabegroting 2022 | Paragrafen
EMU saldo De berekening van het EMU-saldo is op transactiebasis. Dit betekent dat de daadwerkelijke betaling van belang is. De berekeningswijze is vergelijkbaar met het kasstelsel, dat voor het Rijk van toepassing is. De decentrale overheden, waaronder de provincies, voeren echter een administratie uit op basis van het baten-lastenstelsel. Dit stelsel is voor de decentrale overheden verplicht op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten). Het EMU-saldo wordt berekend door, afhankelijk van de kasmutatie, bij het exploitatiesaldo enkele posten op te tellen of af te trekken.
20
Programmabegroting 2022 | Paragrafen
4.4. Grondbeleid Algemeen Het dagelijks bestuur van het recreatieschap heeft begin 2016 de nota grondbeleid vastgesteld waarin de volgende uitgangspunten centraal staan: Grond is een middel en geen doel. Bij en met de inzet van grond en vastgoed wordt financiële optimalisatie nagestreefd. Met de inzet van grond wordt samenwerking met gebiedspartijen gezocht. Hoewel het schap zelf geen grond- of opstalexploitaties voert, heeft zij in haar aanpak een actieve houding. Hierbij stuurt zij – in samenwerking met de andere gebiedspartijen – actief op programmering, kostenbeheersing en opbrengstoptimalisatie. Het schap werkt innovatief en extern gericht, zoekt naar nieuwe verbanden en geeft waar mogelijk ruimte aan nieuwe technologieën en duurzame toepassingen. Het schap neemt in beginsel niet risicodragend deel in gebieds- en vastgoed)ontwikkelingen en niet zelf grond- of opstalexploitaties voert. Bij de inzet van grond en vastgoed werkt het schap transparant en marktconform.
Financieel Naast het algemene uitgangspunt van financiële optimalisatie is de inzet vooral gericht op het behoud van het huidige niveau van inkomsten in de schapsbegroting, zulks in relatie tot de met eigendom/erfpacht samenhangende kosten. Schapsspecifiek In programma 2 van de jaarrekening wordt ingegaan op de specifieke grond- en vastgoedontwikkelingen in het schap en de daarbij gerealiseerde resultaten. Daarnaar wordt verwezen. Grondpositie Grondpositie per 31 december 2020:
Oppervlakte: Totaal
31-12-2019
31-12-2020*
824 ha
826 ha
Toelichting mutatie:
Verkrijging recht van erfpacht op de zuidwestoever Oostvoornsemeer van de gemeente Westvoorne.
Deze tabel betreft de grondpositie; in het onderdeel “gebiedsbeheer” wordt ingegaan op het beheerareaal en eventuele mutaties hierin. Peildatum voor deze tabel is de kadastrale registratie per 31 december 2020. *Afgerond op hele getallen Deze tabel betreft de grondpositie. Hierin zijn niet meegenomen de gronden die het schap op basis van persoonlijke overeenkomsten (o.a. huur) in gebruik en onderhoud heeft. Peildatum voor deze tabel is de kadastrale registratie per 31 december 2020.
21
Programmabegroting 2022 | Paragrafen
4.5. Bedrijfsvoering
22
Programmabegroting 2022 | Financiële begroting
5. Financiële begroting
23
Programmabegroting 2022 | Financiële begroting
Toelichting op het overzicht van baten en lasten Het overzicht van lasten en baten is als volgt opgebouwd: Reguliere lasten en baten bedrijfsvoering Dit onderdeel betreft de exploitatielasten en –baten van de structurele activiteiten. Dit zijn de jaarlijks min of meer in dezelfde vorm terugkerende activiteiten. Op basis van deze informatie kunnen meerjarige trends en ontwikkelingen worden geschetst. Diverse lasten en baten bedrijfsvoering In tegenstelling tot de reguliere lasten en baten komen deze exploitatielasten en – baten slechts incidenteel voor door de aard hiervan en/of de oorzaak. Het gaat hierbij om o.a. de effecten van periodieke herzieningen van voorzieningen, de financiële consequenties van uitspraken op beroeps- en bezwaarschriften die niet voorzien kunnen worden en terugontvangen bedragen. Deze zaken, welke niet zijn begroot, worden separaat gepresenteerd om de vergelijkbaarheid over de jaren heen eenvoudiger te maken. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Dit onderdeel omvat alle mutaties (stortingen en onttrekkingen) in de reserves.
Inhoudelijke toelichting De ramingen zijn gebaseerd op de uitgangspunten die in hoofdstuk 2 van deze begroting zijn vermeld.
Structureel evenwicht In verband met de aanscherping van het financieel toezicht is in de begroting en de meerjarenraming het structureel en reëel evenwicht geïntroduceerd. Het BBV is aangepast, zodat Algemeen Bestuur en financieel toezichthouder kunnen vaststellen of sprake is van een structureel en reëel evenwicht in de begroting en de meerjarenraming. Algemeen uitgangspunt is dat structurele lasten en baten die lasten en baten zijn die betrekking hebben op posten of beleid met een looptijd van meer dan drie jaar. Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves worden als incidenteel beschouwd, tenzij het gaat om reguliere onttrekkingen aan financieringsreserves c.q. dekkingsreserves (kapitaallasten) of om onttrekkingen uit een daartoe toereikende (bestemmings)reserve gedurende een periode van minimaal 3 jaar met als doel het dekken van structurele lasten. Het structureel en reëel begrotingsevenwicht wordt berekend door de totale lasten en baten te verminderen met de incidentele lasten en baten. Het saldo dat overblijft moet positief zijn (de structurele baten zijn dan groter dan de structurele lasten).
24
Programmabegroting 2022 | Financiële begroting
Uiteenzetting van de financiële positie (geprognosticeerde balans) De financiële positie in meerjarenperspectief blijkt uit de geprognosticeerde balanscijfers voor de jaren 2023 tot en met 2026.
Toelichting op de uiteenzetting van de financiële positie De uitgangspunten, die bij het samenstellen van deze begroting zijn gehanteerd, zijn vermeld in hoofdstuk 2 van deze begroting. De geprognosticeerde balanscijfers lichten we hierna op hoofdlijnen toe. Materiële vaste activa In het bovenstaande totaaloverzicht zijn de afschrijvingen van de komende jaren verwerkt. Financiële vaste activa N.v.t. Vlottende activa De vlottende activa zijn het saldo van de passiva en de materiele vaste activa.
25
Programmabegroting 2022 | Financiële begroting
Reserves
Toelichting: Algemene Reserve: De algemene reserve heeft als belangrijkste functie het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers. Investeringsreserve: Het doel van de investeringsreserve is het dekken van de kosten van nieuwe investeringen. Reserve Rotterdamse Reddingsbrigade: Deze reserve is bestemd voor het dekken van de kosten van vervangingsinvesteringen voor de Rotterdamse Reddingsbrigade. Reserve Kwaliteitsimpuls gebieden: Deze reserve is gevormd voor het dekken van de kosten van nieuwe ontwikkelingen. In 2021 worden geen mutaties voorzien. Reserve Vervangingsinvesteringen. Deze reserve is gevormd als dekking voor de toekomstige vervangingsinvesteringen. Voor het boekjaar 2020 worden geen vervangingsinvesteringen voorzien. Reserve Afschrijvingen Met ingang van 2018 wordt de reserve Afschrijvingen gevormd. Deze reserve is bedoeld ter dekking van de jaarlijkse afschrijvingen van investeringen met maatschappelijk nut die vanaf 2018 volgens de gewijzigde verslaggevingsvoorschriften moeten worden geactiveerd.
26
Programmabegroting 2022 | Financiële begroting
Voorzieningen Voorziening Groot Onderhoud
Saldo 1-1-2021 2.096.335
Toevoegingen 652.600
Onttrekkingen 1.368.782
Saldo 1-1-2022 1.380.153
Toevoegingen 683.200
OnttrekSaldo kingen 31-12-2022 695.393 1.367.960
Totaal
2.096.335
652.600
1.368.782
1.380.153
683.200
695.393
Staat van voorzieningen
1.367.960
Meerjarig perspectief verloop voorzieningen Staat van voorzieningen Voorziening Groot Onderhoud Totaal
Saldo 31-12-2022 1.367.960
Toevoegingen 683.200
OnttrekSaldo kingen 31-12-2023 746.430 1.304.730
Toevoegingen 683.200
OnttrekSaldo kingen 31-12-2024 720.260 1.267.670
Toevoegingen 683.200
OnttrekSaldo kingen 31-12-2025 875.483 1.075.387
Toevoegingen 683.200
OnttrekSaldo kingen 31-12-2026 607.487 1.151.100
1.367.960
683.200
746.430
683.200
720.260
683.200
875.483
683.200
607.487
1.304.730
1.267.670
1.075.387
1.151.100
Voorziening groot onderhoud Het doel van deze voorziening is het gelijkmatig verdelen van de lasten van groot onderhoud over de jaren. Hiertoe wordt jaarlijks een gelijkblijvende dotatie ten laste van de exploitatie gebracht. De werkelijke grootonderhoudskosten worden direct ten laste van de voorziening verantwoord. Langlopende schulden Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Dit betreft onderhandse leningen en waarborgsommen. Vlottende passiva De vlottende passiva zijn in de meerjarenraming constant gehouden.
27
Programmabegroting 2022 | Financiële begroting
Meerjarenraming
28
Programmabegroting 2022 | Financiële begroting
Grondslagen voor de meerjarenbegroting De grondslagen voor de ramingen in de meerjarenbegroting zijn vermeld in hoofdstuk 2 “Uitgangspunten”. De ruimte die in 2021 ontstaat door de plus n.a.v. de herijking van het TBM-model, wordt in 2021 gestort in de reserve vervangingsinvesteringen. Vanaf 2023 vervalt de bijdrage van 150.000 euro vanuit Rotterdam. Vanaf 2022 neemt de provinciale bijdrage jaarlijks af met 10%. De meerjarenbegroting laat in: 2023 een tekort zien van 115.808 2024 een tekort zien van 106.627 2025 een tekort zien van 96.242 en 2026 een tekort van 965.496 Voor 2023 tot en met 2025 is dit verwerkt als een taakstellende bezuiniging op beheer. Voor 2026 wordt dit eenmalig gefinancierd vanuit de Algemene Reserve.
29
Programmabegroting 2022 | Financiële begroting
Toelichting op belangrijke ontwikkelingen Structureel evenwicht Voor een toelichting op het begrip “structureel evenwicht” wordt verwezen naar de toelichting bij het overzicht van baten en lasten (zie het begin van dit hoofdstuk). Het structureel en reëel begrotingsevenwicht wordt berekend door de totale lasten en baten te verminderen met de incidentele lasten en baten. Het saldo dat overblijft moet positief zijn (de structurele baten zijn dan groter dan de structurele lasten). De meerjarenbegroting is structureel sluitend. Er zijn vanaf 2022 geen incidentele baten en lasten voorzien. In het structureel saldo van de begroting zijn de volgende structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves begrepen. Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
- Reserve Rotterdamse Reddingsbrigade
42.000
42.000
42.000
42.000
Totaal
42.000
42.000
42.000
42.000
- Reserve afschrijvngen
6.714
6.714
6.714
6.714
Totaal
6.714
6.714
6.714
6.714
Structurele toevoegingen
Structurele onttrekkingen
30
Programmabegroting 2021 | Bijlage
6. Bijlagen Bijlage “Samenvatting bedragen per taakveld”
31
Programmabegroting 2021 | Bijlage Bijlage “Conversiestaat”
32