21 05 MRDH bijlage 2 begroting 2022
Tekst van het document
Ontwerp begroting 2022 en meerjarenbeeld 2023-2025 Metropoolregio Rotterdam Den Haag
Samen aan het werk!
1
Inhoud Inleiding
4
Hoofdstuk 1 Samenhang en opbouw begroting MRDH
7
Hoofdstuk 2 Begrotingsprogramma’s
12
2.1 Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 2.1.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.1.1.1 Doelstelling: Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen 2.1.1.2 Doelstelling: Verbetering kwaliteit en efficiency OV 2.1.1.3 Doelstelling: Betrouwbaar op weg 2.1.1.4 Doelstelling: Versnellen van innovatie in mobiliteit 2.1.1.5 Doelstelling: Vergroten verkeersveiligheid 2.1.1.6 Doelstelling: Minder CO2-uitstoot bij verkeer 2.1.1.7 Doelstelling: Samen voortvarend werken aan de bereikbaarheid van woon- en werklocaties 2.1.2 Wat gaat het kosten?
14 14 16 17 17 18 18 19 20
2.2 Programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer
23
2.2.1. Wat willen we bereiken en wat gaan we ervoor doen? 2.2.1.1 Doelstelling: Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen 2.2.1.2 Doelstelling: Betrouwbaar op weg 2.2.1.3 Doelstelling: Versnellen van innovatie in mobiliteit 2.2.1.4 Doelstelling: Vergroten verkeersveiligheid 2.2.2 Wat gaat het kosten?
24 24 25 26 26 26
2.3 Programma Economisch Vestigingsklimaat 2.3.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.3.1.1 Doelstelling: Stimuleren van innovatie en economische groei 2.3.1.2 Doelstelling: Verbeteren aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt 2.3.1.3 Doelstelling: Goede digitale connectiviteit 2.3.1.4. Doelstelling: Ruimte om te werken 2.3.1.5 Doelstelling: Stimuleren van het groengebruik en recreatie als vestigingsfactor 2.3.1.6 Doelstelling: Samen voortvarend werken aan de bereikbaarheid van woon- en werklocaties 2.3.1.7 Doelstelling: Meer regionale samenwerking bij de energietransitie 2.3.2 Wat gaat het kosten?
Hoofdstuk 3 Algemene dekkingsmiddelen, overhead en vennootschapsbelasting
27 28 28 29 30 30 31 31 32 32
35
3.1 Algemene dekkingsmiddelen
35
3.2 Overhead
36
3.3 Vennootschapsbelasting
37
Hoofdstuk 4 Paragrafen
2
13
39
4.1 Financiering
39
4.2 Verbonden partijen
42
4.3 Weerstandsvermogen en risico’s
44
4.4 Onderhoud kapitaalgoederen
48
4.5 Bedrijfsvoering
51
Hoofdstuk 5 Financiële begroting
54
5.1 Overzicht baten en lasten
54
5.2 Overzicht incidentele baten en lasten
55
5.3 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting
56
Hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen 2020-2025
60
Hoofdstuk 7 Inwonerbijdragen per gemeente
62
Hoofdstuk 8 Besluit
63
Bijlage 1 Indicatoren
64
Bijlage 2 Investeringsprogramma Vervoersautoriteit 2022
65
3
Inleiding Dit is de tweede begroting van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag die sinds de uitbraak van de Covid-19 pandemie is opgesteld. Deze gezondheidscrisis heeft een ongekende impact op de economie. Het openbaar vervoer, één van de kerntaken van de Metropoolregio, is door de Covid19 pandemie hard geraakt. Er is sprake van een forse daling van de reizigersinkomsten. Dit is financieel problematisch voor de vervoersbedrijven, omdat zij binnen de Metropoolregio opbrengstverantwoordelijk zijn. Voor de periode tot medio 2021 zijn afspraken gemaakt tussen het Rijk, de decentrale overheden en de vervoerders om het openbaar vervoer beschikbaar te houden. Voor de periode daarna biedt het Rijk perspectief op een aanvullende verlenging, waarbij een zekere versobering van de regeling al is aangekondigd. Bestuurlijke keuzes zullen noodzakelijk zijn om te blijven zorgen voor financieel gezonde en toekomstbestendige vervoersbedrijven. Uitgangspunt is het OV-systeem op de korte maar ook lange termijn op een goed niveau voor de reizigers te houden. Een ambitie die we hoog hebben te houden met het oog op verstedelijking, de gewenste verduurzaming en leefbaarheid van de metropoolregio. Deze begroting gaat uit van een gelijkblijvende structurele inzet van middelen voor de exploitatie van het openbaar vervoer ten opzichte van de begroting 2021.
Mocht een begrotingswijziging op een later moment nodig blijken, dan zal daar de gebruikelijke procedure voor worden doorlopen. Kadernota MRDH begroting 2022 De Kadernota MRDH begroting 2022, die op 5 maart 2021 door het algemeen bestuur is vastgesteld, heeft als uitgangspunt gediend voor het opstellen van deze begroting. In deze kadernota wordt onder meer ingegaan op het strategisch kader, de indeling van de begroting en de inwonerbijdrage: • De begroting 2022 gebruikt de doelstellingen uit de Strategische Agenda MRDH 2022 Samen aan het werk! als strategisch kader. Leidend daarin zijn de ambities om de economie te vernieuwen en de bereikbaarheid te verbeteren. • In de begroting 2022 zijn drie programma’s opgenomen waarin de doelstellingen zijn uitgewerkt door het beantwoorden van drie vragen: Wat willen we bereiken?, Wat gaan we daarvoor doen? en Wat mag dat kosten?. Dat zijn de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer, Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer en het programma Economisch Vestigingsklimaat. De eerste twee programma’s bevatten de wettelijke taken op het gebied van verkeer en vervoer. • De inwonerbijdrage voor het vernieuwen en versterken van het economisch vestigingsklimaat bedraagt voor de begroting 2022 € 2,77. Een groot deel van deze bijdrage wordt ingezet voor cofinanciering van gemeentelijke projecten met regionale uitstraling.
Samenwerking in de metropoolregio De Metropoolregio Rotterdam Den Haag is verlengd lokaal bestuur. De 23 gemeenten zitten aan het stuur. In het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur hebben voornamelijk burgemeesters van de 23 gemeenten zitting. In de twee bestuurscommissies voor verkeer en vervoer en voor economisch vestigingsklimaat zijn de vakwethouders van de 23 gemeenten vertegenwoordigd. Tot
4
slot zijn er twee adviescommissies voor verkeer en vervoer en voor economisch vestigingsklimaat en een rekeningcommissie. In deze commissies hebben raadsleden van de 23 gemeenten zitting. De samenwerking in de metropoolregio wordt ondersteund door een regiobureau dat samen met ambtenaren van de 23 gemeenten aan de verwezenlijking van de ambities uit de Strategische Agenda werkt. De 23 gemeenten zetten hun kennis en hun bestuurlijke kracht gezamenlijk voor de metropoolregio in. Daarbij wordt intensief samengewerkt met bedrijven, vervoerders en kennisinstellingen, omliggende regio’s als Drechtsteden en Holland-Rijnland en met de provincie Zuid-Holland, het Rijk en Europa. De Economic Board Zuid-Holland (EBZ), hét triple helix orgaan van bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen en InnovationQuarter, de regionale ontwikkelingsmaatschappij zijn hierin belangrijke partners. Werkplan Op grond van de gemeenschappelijke regeling dient het algemeen bestuur jaarlijks een Werkplan vast te stellen op basis van de Strategische Agenda. Het algemeen bestuur heeft op 9 december 2015 besloten om het strategisch deel van het Werkplan met ingang van 2017 te koppelen aan de doorlooptijd van de Strategische Agenda van de MRDH en daarmee niet meer jaarlijks uit te brengen. De concrete activiteiten worden met ingang van 2017 jaarlijks geïntegreerd in de MRDH begroting.
De voortgang van de activiteiten wordt via de jaarrekening en de bestuursrapportages gemeld. De begroting vervult zo ook de functie van Werkplan. De begroting geeft op hoofdlijnen zo smart mogelijk aan wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en wat dat kost. Verdere uitwerking wordt geoperationaliseerd in programma’s en projecten die in de bestuurscommissies en adviescommissies aan de orde zijn/komen.
5
Leeswijzer Conform de voorschriften in het Besluit Begroting en Verantwoording1 (BBV) bestaat de begroting uit een beleidsbegroting en een financiële begroting. De beleidsbegroting beslaat de hoofdstukken 2 tot en met 4, met hoofdstuk 1 als introductie van de integrale ambitie van de MRDH in relatie tot de Strategische Agenda en daaraan gekoppeld een overzicht van de integrale begroting. Hoofdstuk 5 bevat de verdere uitwerking van de financiële begroting en geeft een financiële samenvatting van de baten en lasten vanuit de programma’s, overhead en onvoorzien. Hoofdstuk 2 bevat als onderdeel van de beleidsbegroting (het programmaplan) de te realiseren programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer, Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. In de programma’s wordt steeds antwoord gegeven op drie vragen: 1. Wat willen we bereiken?, 2. Wat gaan we daarvoor doen? en 3. Wat gaat het kosten? – waarbij we onderscheid maken tussen programmalasten en apparaatslasten. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de overige onderdelen van het programmaplan: het overzicht algemene dekkingsmiddelen, het overzicht van de kosten van overhead en de vennootschapsbelasting. Hoofdstuk 4 bevat het laatste onderdeel van de beleidsbegroting, de paragrafen.
Achtereenvolgens wordt ingegaan op financiering, verbonden partijen, weerstandsvermogen en risico’s, onderhoud kapitaalgoederen en bedrijfsvoering. Hoofdstuk 5, de financiële begroting, bestaat uit drie onderwerpen: in (1) het overzicht van baten en lasten worden per programma en per taakveld de baten en lasten verantwoord. Op basis van (2) het overzicht incidentele baten en lasten kan worden beoordeeld of de begroting materieel in evenwicht is. In (3) de uiteenzetting van de financiële positie is de geprognosticeerde meerjaren balans opgenomen en wordt ingegaan op het EMU saldo. Hoofdstuk 6 bevat de staat van reserves en fondsen 2020-2025. Hoofdstuk 7 bevat een overzicht van de inwonerbijdrage per gemeente. In de bijlagen zijn achtereenvolgens de indicatoren en het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) opgenomen.
1
De Gemeentewet en de Provinciewet schrijven voor dat elke gemeente en elke provincie jaarlijks begrotings- en verantwoordingsstukken opstellen. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bevat de regelgeving daarvoor. Op basis van de wet geldt het BBV ook voor gemeenschappelijke regelingen zoals de MRDH.
6
Hoofdstuk 1 Samenhang en opbouw begroting MRDH Medio 2019 heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de gezamenlijke Strategische Agenda Samen aan het werk! vastgesteld. Daarin wordt ingezet op: Vernieuwen Economie - digitalisering, verduurzaming van energieopwekking en efficiënt gebruik van productiesystemen, vervoerketens en dienstverlening hebben grote impact op de economie. Benutten we deze ontwikkeling voor de mainport, de greenport, het hightech cluster en de security delta dan creëren we nieuwe economische kansen en werkgelegenheid op alle beroepsniveaus. Deze nieuwe banen vragen talent met nieuwe skills. De MRDH zet zich in om deze economische vernieuwing samen met partners zoals onderwijs- en kennisinstellingen en InnovationQuarter richting te geven en te versnellen. Verbeteren Bereikbaarheid - met de auto zijn de economische toplocaties in 45 minuten bereikbaar. Voor de fiets en het OV ligt dat anders. Als beiden in samenhang worden ontwikkeld, zijn wonen en werk beter met elkaar verbonden. Het verbeteren van bereikbaarheid gaat niet altijd over nieuwe infrastructuur. Versnellen van bestaand vervoer en kwaliteitsverbetering dragen ook sterk bij aan een beter bereikbare metropoolregio. Deze ambities zijn uitgewerkt in 13 doelstellingen. In hoofdstuk 2 worden per programma de opgaven verder uitgewerkt die bijdragen aan de doelstellingen uit de Strategische Agenda.
Verbeteren Bereikbaarheid De opgaven van de programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer in hoofdstuk 2 worden grotendeels bekostigd uit de reguliere rijksbijdrage Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Jaarlijks wordt ruim € 500 miljoen aan BDU middelen ontvangen. Exploitatie OV Ongeveer € 400 miljoen oftewel ongeveer 80% van deze rijksbijdrage wordt jaarlijks besteed aan de exploitatie van het openbaar vervoer. Dit is inclusief de kosten van het beheer en onderhoud van de railinfrastructuur. 2022 zal grotendeels in het teken staan van het herstel na de coronacrisis. Er is nog veel onzekerheid in welke mate het OV zal gaan herstellen. Op dit moment wordt op alle fronten in het openbaar vervoer gewerkt aan het in stand houden van de dienstverlening aan de reizigers. Daarbij wordt gewerkt aan een zogeheten transitieprogramma, met als doel om het openbaar vervoer sterker uit de crisis te krijgen en klaar te zijn voor de toekomst. Bestuurlijke keuzes zullen noodzakelijk zijn om te blijven zorgen voor financieel gezonde en toekomstbestendige vervoersbedrijven. Investeringen Voor investeringen op het gebied van verkeer en openbaar vervoer is jaarlijks ongeveer 20%, oftewel € 100 miljoen beschikbaar. De MRDH zet in op het zo efficiënt en effectief mogelijk benutten van de beschikbare investeringsmiddelen.
Concreet betekent dit dat we keuzes moeten maken c.q. prioriteiten moeten stellen, terwijl daarnaast naar nieuwe en/of alternatieve financieringsvormen gezocht dient te worden. In het realiseren van nieuwe infrastructuur of aanpassing van bestaande infrastructuur is de MRDH een van de betrokken partijen. Het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) beschrijft waar we de beschikbare
7
investeringsruimte aan besteden: in de vorm van te verlenen subsidies, bijdragen en te verstrekken opdrachten. Voor Kleine projecten (< € 10 mln. subsidiabele kosten) wordt in 2022 net als eerdere jaren een subsidieplafond van € 30 miljoen ingesteld. De concrete invulling van dit programma wordt in het voorjaar van 2021 in samenspraak met de gemeenten uitgewerkt, gericht op vaststelling in de bestuurscommissie Vervoersautoriteit in december 2021. Naast projecten die al in de begroting zijn opgenomen, lopen er ook diverse studies naar nieuwe projecten. Grote projecten (> €10 mln. subsidiabele kosten) doorlopen de onderstaande fases:
Pre-verkenning Geen opname MJB
Verkenning Opname MJB
Planstudie Opname MJB
Uitwerking Opname Begroting
Realisatie Opname Begroting
De fase waarin een project zich bevindt bepaalt waar het wordt opgenomen, ofwel in de begroting, ofwel in het financiële meerjarenbeeld (MJB). Een pre-verkenning leidt nog niet tot opname in begroting of MJB. In de bestuurscommissie Vervoersautoriteit van 5 februari 2020 is besloten om met ingang van het begrotingsjaar 2021, het financiële meerjarenbeeld BDU, als instrument ter ondersteuning bij het nemen van investeringsbeslissingen, op te nemen in de begroting van de MRDH. Het financiële meerjarenbeeld BDU geeft inzicht in de match tussen de inhoudelijke opgave en de beschikbare middelen en is daarmee een belangrijk instrument ter ondersteuning bij het nemen van investeringsbeslissingen. Rekening houdend met de investeringsopgave conform de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid en een gelijkblijvende structurele inzet voor de exploitatie van het openbaar vervoer, geeft het financiële meerjarenbeeld het volgende beeld van de stand van de nog beschikbare BDU middelen per jaareinde:
8
Het beeld laat zien dat er beperkte investeringsruimte is voor projecten die nu nog in de verkenning- en planstudiefase zitten. Deze investeringsruimte is echter onvoldoende om alle ambities uit de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid te kunnen realiseren. Binnen het meerjarenbeeld zijn investeringen opgenomen voor o.a.: • Investeringen in het kader van het gebiedsprogramma MoVe, zoals CID-Binckhorst, de oeververbinding regio Rotterdam en de gebiedsuitwerkingen (Voorne-Putten en Haven Rotterdam, Greenport 3.0 Westland); • Metropolitane fietsroutes fase 1 en 2; • Knooppunten; • Versnellen van bus en tram; • HOV Ridderkerk. Projecten uit de pre-verkenningsfase, die nog niet opgenomen zijn in het meerjarenbeeld en in de toekomst tot mogelijk extra investeringen leiden zijn o.a.: • Metropolitaan OV en Verstedelijking (MOVV). Dit bevat de doorontwikkeling van de spoorlijn Leiden – Dordrecht tot (zeer) hoogfrequente lightrail, Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV)corridors, Metronet en RandstadRail (Leyenburgcorridor), vervolguitwerkingen Koningscorridor en 2e tranche knooppunten; • Realisatie van het complete netwerk Metropolitane fietsroutes van 250 kilometer (fase 3); • P+R programma.
De ontwikkeling van het meerjarenbeeld als instrument moet het gesprek in de bestuurs- en adviescommissie Vervoersautoriteit over de keuzemogelijkheden en de financiële consequenties voor de lange termijn gaan faciliteren. Voorstellen die de begroting raken worden geagendeerd in het algemeen bestuur.
Overbesteding
9
Net als in de begroting 2021 hanteert de Metropoolregio Rotterdam Den Haag het uitgangspunt dat een tekort op de BDU-middelen is toegestaan onder de voorwaarde dat over een periode van vier jaar het saldo van beschikbare middelen en bestedingen positief is. Dit sluit aan bij de uitgangspunten voor structureel begrotingsevenwicht die de provincie Zuid-Holland als toezichthouder hiervoor hanteert. De wettelijke termijn van overbesteding is daarmee bepaald op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. Een eventueel tekort in 2022 moet dus uiterlijk in 2025 zijn aangezuiverd. Het meerjarenbeeld van de BDU-middelen voldoet aan de wettelijke kaders, voor het begrotingsjaar 2022 en de daaropvolgende begrotingsjaren wordt geen tekort verwacht:
Saldo fonds BDU jaareinde 2020-2025 (miljoen €) 160 140 120 100 80 60 40 20 0 2020
2021
2022
2023
2024
2025
Vernieuwen Economie De opgaven van het programma Economisch Vestigingsklimaat worden bekostigd uit een door de deelnemende gemeenten te betalen jaarlijkse bijdrage per inwoner. Deze inwonerbijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van kaderstelling vanuit de gemeenten. Voor het begrotingsjaar 2022 bedraagt de inwonerbijdrage € 2,77 per inwoner. Een groot deel van deze bijdrage wordt ingezet voor cofinanciering aan gemeentelijke projecten. De bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat heeft op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH 2020 de bevoegdheid om (binnen de begroting) financiële middelen beschikbaar te stellen aan gemeenten voor projecten met regionale uitstraling die tot doel hebben bij te dragen aan de doelstellingen van de Strategische Agenda MRDH 2022. Overhead Conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording worden binnen de programma’s de kosten van het directe personeel verantwoord. De overige apparaatslasten vallen onder de categorie ‘overhead’ en deze kosten worden apart, buiten de programma’s om, verantwoord. De doorbelasting van de centrale directiefunctie wordt geharmoniseerd met de verdeelsleutel voor de overige stafkosten, 20% inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en 80% BDU.
10
De begroting 2022 kent een omvang (lasten) van € 585,9 miljoen. Ter vergelijking zijn actuele ramingen over 2020 (in aanloop naar de jaarrekening 2020) en 2021 (bestaande uit de vastgestelde begroting 2021 en de tot nu toe bekende wijzigingen, die bij de eerste bestuursrapportage 2021 ter besluitvorming zullen worden voorgelegd) opgenomen. Hierna volgt de totaalbegroting en de uitsplitsing over de programma’s. Programmabegroting 2022 (euro's) Lasten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat Overhead Onvoorzien
Voorlopige jaarrekening 2020
Raming 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
538.377.643 180.027.003 4.685.200 6.131.553 0
437.476.877 184.940.608 5.350.547 6.662.818 0
423.953.287 149.915.349 5.385.715 6.695.364 0
415.881.101 135.931.624 5.266.965 6.695.364 0
411.943.007 117.826.263 5.266.965 6.695.364 0
422.547.220 63.376.202 5.266.965 6.695.364 0
Totaal
729.221.399
634.430.850
585.949.714
563.775.053
541.731.599
497.885.750
Baten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV
546.142.052 180.027.003 5.146.879 6.088.448
438.603.601 184.940.608 5.065.547 6.662.818
423.953.287 149.915.349 5.266.965 6.695.364
417.958.005 135.931.624 5.266.965 6.695.364
413.122.087 117.826.263 5.266.965 6.695.364
430.549.979 63.376.202 5.266.965 6.695.364
Totaal
737.404.382
635.272.574
585.830.964
565.851.957
542.910.679
505.888.509
Saldo van baten en lasten
8.182.983
841.724
-118.750
2.076.904
1.179.080
8.002.759
Onttrekking aan reserves Toevoeging aan reserves*
163.030 -8.346.013
285.000 -1.126.724
118.750 0
0 -2.076.904
0 -1.179.080
0 -8.002.759
0
0
0
0
0
0
Resultaat
* Inclusief voorstel resultaatbestemming
De fluctuaties in de meerjarenramingen worden toegelicht in de genoemde programma’s. Groeiagenda Zuid-Holland De opgaven waar we voor staan zijn te urgent om het bij boekhoudkundige constateringen te laten. Overheden, kennisinstellingen en bedrijven in Zuid-Holland zijn tot het inzicht gekomen dat gezamenlijke investeringen nodig zijn om de bereikbaarheid van de regio te verbeteren en de economie te vernieuwen. Daartoe is een Groeiagenda Zuid-Holland opgesteld die onderschreven wordt door meer dan 40 regionale partijen. De Groeiagenda Zuid-Holland is een investeringsagenda. Investeringen op het gebied van kennis en innovatie, de maakindustrie, energie-infrastructuur, bereikbaarheid en human capital. Partijen in Zuid-Holland zijn daar gezamenlijk toe bereid maar houden het Rijk voor: doe mee. Zuid-Holland is bepalend voor bijna een kwart van de Nederlandse economie. Investeer je in onze regio dan plukt heel Nederland daar de vruchten van. De Groeiagenda biedt een gemeenschappelijke basis voor ideeën en voorstellen voor volgende tranches van het Nationaal Groeifonds en Europese groei- en herstelfondsen. Voor mobiliteit en verstedelijking sluit de inzet aan op projecten uit het programma Metropolitaan OV en Verstedelijking (MOVV), waarover onze regio al met het Rijk in gesprek is in het verlengde van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT).
11
Hoofdstuk 2 Begrotingsprogramma’s De doelstellingen uit de Strategische Agenda worden uitgewerkt in programma’s. De MRDHbegroting bevat hiervoor drie programma’s. Dat zijn de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer, Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. In deze programma’s wordt aan de hand van de doelen en opgaven steeds antwoord gegeven op drie vragen: 1. Wat willen we bereiken?, 2. Wat gaan we daarvoor doen? en 3. Wat gaat het kosten?
12
2.1 Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Binnen de MRDH-begroting is Verbeteren Bereikbaarheid vertaald in twee programma’s: een programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en een programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.2). Het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer betreft de uitvoering van wettelijke taken concessieverlening openbaar vervoer, beheer en onderhoud openbaar vervoer, infrastructuur en de planvormingsbevoegdheid in overeenstemming met de Planwet verkeer en vervoer. Dat laatste vraagt om de inzet van de MRDH voor algemene strategie- en beleidsontwikkeling, autonetwerk, verkeersmanagement en ITS, fietsnetwerk, ketenmobiliteit, reisgedrag en logistiek, duurzame mobiliteit en verkeersveiligheid. Vanuit het programma volgen infrastructurele opgaven die, voor zover de MRDH er financieel aan bijdraagt, onderdeel worden van het programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid Integraal onderdeel van de Strategische Agenda is de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid 20162025 (UAB). Deze Uitvoeringsagenda is de inhoudelijke basis voor besluiten over activiteiten en maatregelen en is daarmee ook leidend voor de werkzaamheden van de Vervoersautoriteit.
Het versterken van de agglomeratiekracht en de concurrentiepositie van de metropoolregio en het vergroten van de leefbaarheid staan centraal in de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid. Hiervoor zijn vijf hoofddoelen benoemd, vertaald in top-eisen en is per top-eis vastgelegd wat we in 2025 willen bereiken. Het betreft de volgende doelen: Doel Concurrerende economie
Kansen voor mensen
Kwaliteit van plekken De duurzame regio Efficiënt en rendabel
Top-eis • Aantal mensen dat economische toplocaties in 45 minuten kan bereiken • Betrouwbaarheid van reistijd op de belangrijkste verbindingen, in het bijzonder voor het goederenvervoer
Ambitie in 2025 t.o.v. 2015 • Toename van 10% voor de 10 belangrijkste locaties
Aantal arbeidsplaatsen/ voorzieningen dat mensen vanuit woongebieden in 45 minuten kunnen bereiken Gebruikerswaardering van de stedenbaanknopen Uitstootreductie vervoersysteem (CO2) Reductie beheer- & exploitatielasten OV
Toename van 10% voor 90% van de woongebieden
•
95% op hoofdwegennet en 90% op onderliggend wegennet
Minimaal 7,5 op 90% van de knopen Afname van 30% voor het gehele vervoersysteem Afname van 10% voor het gehele OV-systeem
In de afgelopen jaren is veel energie gestoken in de beleidsstrategie: het opstellen van de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid zelf en vervolgens de uitwerking in diverse beleidsthema’s, zoals de Kadernota OV of de P+R-visie. De Uitvoeringsagenda is begin 2019 geactualiseerd en in 2019 en 2020 zijn deelprogramma’s, projecten en nieuwe studies gestart, waaronder de deelprogramma's voor OV-ontwikkeling Rotterdam, Den Haag en de Spoorlijn Leiden - Dordrecht, steeds in relatie tot verstedelijking. Ook de Strategie Werklocaties leidt deels tot nieuwe
13
aandachtspunten in de bereikbaarheid van economische locaties. Via deze werkwijze leiden de beleidsdoelen tot uitvoeringsprogramma's en uiteindelijke resultaten in de regio. Mobiliteit is immers geen doel op zich, maar ondersteunend aan de ambities, die ook zichtbaar zijn in de Strategische Agenda. De Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid heeft een looptijd tot 2025. Vanwege de directe relatie met de Strategische Agenda kiezen we ervoor om parallel daaraan ook de Uitvoeringsagenda in 2022 te gaan actualiseren. De begroting voor het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer is opgezet langs de doelstellingen van de Strategische Agenda. Vanuit de invalshoek verkeer en vervoer geven de beschreven doelen en opgaven invulling aan de vragen Wat willen we bereiken? en Wat gaan we daarvoor doen? Binnen het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer wordt er gewerkt aan zeven doelstellingen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen Verbetering kwaliteit en efficiency OV Betrouwbaar op weg Versnellen van innovatie in mobiliteit Vergroten verkeersveiligheid Minder CO2-uitstoot bij verkeer Samen voortvarend werken aan de bereikbaarheid van woon- en werklocaties
2.1.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.1.1.1 Doelstelling: Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen De inzet is om in 2025 een verbetering van de bereikbaarheid van toplocaties en banen van minimaal 10% te realiseren via het OV, de fiets en ketenmobiliteit. De versterking van de agglomeratiekracht blijft de centrale opgave. De metropoolregio moet meer als één stedelijke regio gaan functioneren en de toplocaties en banen moeten beter bereikbaar worden. De opgave van verstedelijking (240.000 extra woningen voor 2040), hangt samen met een schaalsprong in het OV vanaf 2025. Daarom wordt er in 2022 een volgende stap gezet in de uitwerking van de schaalsprong Metropolitaan OV en Verstedelijking naar concrete maatregelen. Een en ander is afhankelijk van besluitvorming in het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (BO MIRT) najaar 2021 en besluitvorming van het Rijk over het Groeifonds. Versterking van de agglomeratiekracht vraagt om verdere verdichting en een kwaliteitsimpuls in het stedelijk gebied. Er is een mobiliteitstransitie noodzakelijk die meer vraagt dan alleen een kwaliteitssprong in het OV. • Meer ruimte voor de fiets, onder andere door realisatie van de metropolitane fietsroutes. • Meer ruimte voor het lopen, onder ander als voor- en natransport van het openbaar vervoer.
• Meer mogelijkheden voor mobiliteitsdiensten als alternatief voor autobezit en -gebruik, bij gebiedsontwikkeling in combinatie met lagere parkeernormen.
14
• •
Nog meer aandacht voor ketenmobiliteit en knooppunten om de bereikbaarheid van het stedelijke gebied vanuit de meer landelijke gebieden te garanderen. Bevordering van gedragsverandering, onder andere gekoppeld aan speciale gebeurtenissen zoals hinder door onderhoud.
Tot aan de coronacrisis was er een sterke groei van het gebruik van het metropolitaan OV te zien, sinds 2013 met gemiddeld 3% per jaar en op sommige plekken zelfs met 10% per jaar. Hierdoor ontstonden er meer en eerder dan verwacht capaciteitsknelpunten. Hoewel door de coronacrisis het gebruik van het OV fors is gedaald, verwachten we op basis van het DNA van onze regio, met een voorziene bevolkingsgroei, een verstedelijkingsopgave, de ambitie om te verduurzamen en de mobiliteitstransitie in te bedden, dat de groei zich na een aantal moeilijkere jaren zal herstellen. De effecten van de coronacrisis en de op termijn te verwachten groei nopen tot een herziene strategie voor het metropolitaan OV, met oog voor de kwaliteit van het systeem en de noodzaak voor investeringen, die doorwerkt in maatregelen zowel op de korte, middellange als de lange termijn. Kwaliteit voor de reiziger van vandaag, morgen en overmorgen staat centraal. Ook de koppeling van OV met fiets is daarbij een cruciale opgave. Ketenmobiliteit betekent dat reizigers tijdens een reis makkelijk de fiets, auto en OV kunnen combineren. De gehele metropoolregio kent 56 knooppunten die cruciaal zijn in de reis van elke inwoner. In 2025 is de ambitie om op 90% van de knopen een 7,5 te scoren. In samenspraak met betrokken partijen wordt toegewerkt naar startbesluiten over een eerste tranche knooppunten.
Om woongebieden te verbinden met de locaties in de regio waar veel mensen werken en bedrijven gevestigd zijn is de ambitie om 150 km (van totaal 250 km) aan verbeterde, vernieuwde hoogwaardige fietsroutes aan te leggen in de periode tot 2026. Wat gaan we daarvoor doen in 2022? • Programmamanagement voeren ten behoeve van het verbeteren van de kwaliteit van OVknooppunten (OV, fiets en ketenmobiliteit); • MIRT Verkenning afronden naar een regionale (OV-)bereikbaarheid van het gebied Central Innovation District/Binckhorst Den Haag (CID-Binckhorst) en besluitvorming over start planuitwerking en bekostiging. • Verkenning afronden naar een nieuwe oeververbinding in de regio Rotterdam inclusief A16, Algeracorridor Krimpen aan den IJssel – Capelle aan den IJssel en besluitvorming over start planuitwerking bekostiging. • Nader uitwerken van de OV-ontwikkelstrategie Zoetermeer-Rotterdam, in samenhang met de diverse andere onderdelen van het programma MOVV. • Verkenning uitvoeren naar de ontwikkeling van de spoorlijn Leiden - Dordrecht (vervoersconcept, infrastructuur en knooppunten). • Opstarten programma ten behoeve van het vervangen van de laatste oude trams in Den Haag en omstreken door trams aan te schaffen met 20% extra capaciteit en het aanpassen van de infrastructuur en de realisatie van een nieuwe tramremise.
• Opstarten van nadere verkenning naar de Koningscorridor en Leyenburgcorridor in Den Haag, binnen de kaders van het Ontwikkelprogramma OV Next. • Verder uitwerken van het Ontwikkelprogramma OV Rotterdam, met daarin onder andere het vergroten van de capaciteit van het metronet in de regio Rotterdam, en ook een plan voor ander tramnet.
15
•
•
Programmamanagement voeren ten behoeve van de realisatie van de metropolitane fietsroutes, namelijk het afronden van verkenningen (inclusief bekostiging) en de opstart van de planstudiefase van de routes in de eerste en tweede tranche metropolitane fietsroutes. Samenwerken en bekostigen van de Bereikbaarheidsaanpak via de samenwerkingsorganisatie Zuid-Holland Bereikbaar die de bereikbaarheid tijdens de onderhoudsopgave waarborgt en bijdraagt aan de mobiliteitstransitie.
2.1.1.2 Doelstelling: Verbetering kwaliteit en efficiency OV Het is essentieel om te investeren in verbetering van de efficiency en het rendement van het openbaar vervoer. Ook hier is kortere reistijd een toverwoord. Tegen lagere kosten een aantrekkelijker product bieden dat meer reizigers trekt en bijdraagt aan agglomeratiekracht. Lagere kosten voor de exploitatie maakt het mogelijk om meer te investeren in kwaliteit en capaciteit. Tegelijk is er meer maatwerk nodig, waar de vraag te gering is voor traditioneel OV. 2022 zal grotendeels in het teken staan van het herstel na de coronacrisis. Op dit moment wordt op alle fronten in het openbaar vervoer gewerkt aan het in stand houden van de dienstverlening aan de reizigers. Daarbij wordt gewerkt aan een zogeheten transitieprogramma, met als doel om het openbaar vervoer sterker uit de crisis te krijgen en klaar te zijn voor de toekomst. De hieronder opgenomen ambities en activiteiten moeten dan ook in dat perspectief worden gezien. Er is nog veel onzekerheid in welke mate het OV zal gaan herstellen. De grootste uitdaging wordt om de reizigers weer terug het openbaar vervoer in te krijgen.
Contractbeheer OV concessies (assets, exploitatie en sociale veiligheid) Als concessieverlener van het openbaar vervoer sturen we de vervoerder aan (op afstand) op het realiseren van openbaar vervoer op het gewenste en vooraf overeengekomen kwaliteitsniveau. We maken daarbij onderscheid in drie verschillende contracten, allen met een vooraf overeengekomen wijze (en grootte) van financiering, risicoverdeling en 'prestatie-indicatoren' en daarbij behorende normen. De contracten met de vervoerders zijn langlopende contracten, variërend met een looptijd tussen de 10 en 15 jaar en betreffen zowel het bus- als railvervoer en de parkshuttle. Met het uitvoeren van het concessiebeheer beogen we: • hoogwaardig en efficiënt openbaar (rail en bus) vervoer in de metropoolregio Rotterdam Den Haag, 365 dagen per jaar; • een tevreden reiziger met een klantenwaardering van gemiddeld een ruime voldoende; • beperkte rituitval (< 1%); • dat onze infrastructuur zo weinig mogelijk verstoringen ondervindt, dit tegen geoptimaliseerde uitgaven voor onderhoud; • dat het aantal OV reizigers gemiddeld met 3% per jaar groeit, waarbij het aanbod min of meer gelijk blijft, wat een hogere bezettingsgraad tot gevolg heeft. Als ijkpunt wordt daarbij het niveau genomen van direct na de beëindiging van de coronamaatregelen.
Projecten versnelling OV Openbaar vervoer dat reizigers snel van knooppunt naar knooppunt verplaatst is aantrekkelijk. Dit leidt dan ook tot reizigersgroei, meer opbrengsten en afname in exploitatiekosten. Bovenal is het belangrijk bij te dragen aan de agglomeratiekracht van de regio. We zorgen er samen met de gemeenten dan ook voor dat meerdere tram- en buslijnen in de metropoolregio sneller van A naar
16
B komen door aanpassingen van voorrangssituaties bij kruisingen, aanleg vrijliggende infrastructuur en aanpassing lijnvoering. Wat gaan we daarvoor doen in 2022? • Uitvoeren van het concessiemanagement met daarbij bijzondere aandacht voor de gevolgen van de coronacrisis en de uitrol van de maatregelen zoals die zijn opgenomen in het in 2021 vast te stellen Transitieprogramma OV 2021 en verder. • Studie uitvoeren naar het variëren in techniekvormen binnen het OV, zoals een mogelijke introductie van Bus Rapid Transit systemen in de metropoolregio (bijvoorbeeld op het tracé Rotterdam-Maastunnel, Zoetermeer-Rotterdam al dan niet vooruitlopend op een nieuwe invulling). • Programmamanagement uitvoeren ten behoeve van de Innovatieroute, gericht op innovaties op het gebied van kostenreductie, het verhogen van de bezettingsgraad en verduurzaming.
2.1.1.3 Doelstelling: Betrouwbaar op weg Een robuust en betrouwbaar samenhangend wegennetwerk is voor de metropoolregio een must. In het bijzonder voor de Mainport en de Greenport. Daarnaast moeten de wegen voldoen aan de doorstromings- en betrouwbaarheidseisen uit de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid, waarbij we in 2025 een betrouwbaarheid van reistijd van 95% op hoofdwegennet en 90% op onderliggend wegennet willen bereiken. Een mobiliteitstransitie is gaande én noodzakelijk, niet op de laatste plaats om de klimaatdoelen te realiseren (CO2-reductie), maar ook om de leefkwaliteit te verbeteren en de stedelijke, suburbane en meer landelijke gebieden aantrekkelijk te maken als centra voor economische vernieuwing. Dat brengt onder andere de vraag met zich mee hoe om te gaan met voorspelde capaciteitsknelpunten op het hoofdwegennet. Wat gaan we daarvoor doen in 2022? • Afspraken maken met betrokken partijen over uit te voeren maatregelen voortkomend uit de gebiedsuitwerkingen Voorne-Putten en Westland. Maatregelen hebben betrekking op het auto-, fiets- en OV-netwerk. • De afronding van de visie op de ontwikkeling van het wegennet op lange termijn (adaptieve ontwikkelstrategie) in het kader van het gebiedsprogramma MoVe (Mobiliteit en Verstedelijking) en starten van eventuele vervolgacties. • We werken samen met diverse landelijke en regionale partners.
Dat kan gaan over kennisuitwisseling, uitvoering van beleid en afstemming met betrekking tot de onderwerpen, verkeersveiligheid, verkeersmanagement, openbaar vervoer, mobiliteitsmanagement en data. • Samenwerken en bekostigen van de Bereikbaarheidsaanpak via de samenwerkingsorganisatie Zuid-Holland Bereikbaar die de bereikbaarheid tijdens de onderhoudsopgave waarborgt en bijdraagt aan de mobiliteitstransitie. 2.1.1.4 Doelstelling: Versnellen van innovatie in mobiliteit Nieuwe technologie kan toekomstige ontwikkelingen en vervoerssystemen efficiënter, rendabeler en duurzamer maken.
17
Wat gaan we daarvoor doen in 2022? • Data inwinning op orde krijgen en houden (digitaliseringsopgave). • Inzet van slimme duurzame en veilige verkeersoplossingen voor auto, fiets, OV en vracht gericht op duurzaam reisgedrag. Actieve kennisdeling en financieel en organisatorisch ondersteunen innovatietrajecten mobiliteit, zoals automatisch rijden en varen (Researchlab Automated Driving Delft (RADD) en Researchlab Autonomous Shipping (RAS)), innovatieprogramma’s bij OV-bedrijven, deelmobiliteit etc. Herijking en monitoring van projecten en bijbehorende top-eisen uit de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid. • Het programma “Automatisch Vervoer op de first en Last Mile” (AVLM) evalueren met advies over vervolgaanpak. • Evaluatie ”Mobility as a service” (MaaS) Rotterdam The Hague Airport (RTHA).
2.1.1.5 Doelstelling: Vergroten verkeersveiligheid De 23 gemeenten van de metropoolregio streven naar nul verkeersslachtoffers. Het aantal verkeersslachtoffers neemt echter weer toe. Naast de lopende educatieprojecten is blijvende aandacht en inzet op verbetering van de handhaving en een nieuwe risicogestuurde aanpak om doelgericht de infrastructuur te verbeteren noodzakelijk. Het nationale Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 (SPV) is een belangrijke leidraad voor de verkeersveiligheidsinspanningen van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Wat gaan we daarvoor doen in 2022? • Programmamanagement voeren op het regionaal uitvoeringsprogramma Verkeersveiligheid. • De gemeenten stimuleren en faciliteren in de ontwikkeling, uitvoering en monitoring van (risicogestuurd) verkeersveiligheidsbeleid. • Coördinatie van de uitvoering van het meerjarenprogramma “Maak van de nul een punt” en voortzetten van verkeerseducatie in de metropoolregio. • Samen met provincie Zuid-Holland en het ROV Zuid-Holland het meerjarenprogramma Verkeersveiligheid uitvoeren. • Bevorderen dat verkeershandhaving meer en structurele aandacht krijgt van de politie, het Openbaar Ministerie en gemeenten.
2.1.1.6 Doelstelling: Minder CO2-uitstoot bij verkeer Het terugbrengen van de CO2-uitstoot is een speerpunt in het mobiliteitsbeleid. In 2025 moet de CO2-uitstoot door verkeer 30% lager zijn dan in 2016. Dit vraagt om een brede waaier aan maatregelen van het Rijk, de regio en gemeenten. Wat gaan we daarvoor doen in 2022? • Programmamanagement voeren ten behoeve van het doorontwikkelen en uitvoeren van het Regionaal programma duurzame mobiliteit. • Monitoring van de voortgang van het programma met oog op eventuele bijstelling. • We faciliteren de transitie naar zero emissie busvervoer, zodat voor 2030 alle bussen 100% emissievrij zijn. • Vormen van een netwerk en bieden van ondersteuning aan gemeenten die werken aan de maatregelen van het programma duurzame mobiliteit.
18
2.1.1.7 Doelstelling: Samen voortvarend werken aan de bereikbaarheid van woon- en werklocaties We willen bijdragen aan de gebalanceerde ontwikkeling van woon- en werklocaties nabij het OV. Waar dit mogelijk is binnen bebouwde gebieden nabij bestaande infrastructuur, wil de MRDH graag ondersteunen bij de uitwerking en realisatie van deze plannen vanuit onze verantwoordelijkheid voor bereikbaarheid, knooppuntontwikkeling en werklocaties. Wat gaan we daarvoor doen in 2022? • Ondersteuning bieden bij het maken van een samenhangende aanpak en planning voor wonen, werken, bereikbaarheid en duurzaamheid per locatie van de Verstedelijkingsalliantie. We zoeken hier samen met partners naar mogelijkheden voor het bespoedigen van de voortgang van zowel de planvorming als de realisatie. • Gemeenten die vergelijkbare locaties (mogelijkheid tot verdichting in bestaand stedelijk gebied, nabij bestaande infrastructuur) hebben, dezelfde ondersteuning bieden als aan de hiervoor genoemde locaties. Denk daarbij aan locaties langs de Hoekse Lijn, Barendrecht, station Lansingerland-Zoetermeer, Nissewaard en Capelle aan den IJssel. • Adviseren over bereikbaarheid en mogelijkheden van mobiliteitstransitie (deelsystemen, parkeernormen, verdichten bij OV-haltes e.d.) voor bovengenoemde locaties.
19
2.1.2 Wat gaat het kosten? Programma 1: Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (euro's) Lasten: Beleid en programmering Verkeer Openbaar vervoer Subsidie CROW-KpVV Subtotaal Beleid en programmering
Voorlopige jaarrekening 2020
Raming 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
4.201.534 3.917.492 900.000 9.019.026
4.850.000 4.850.000 900.000 10.600.000
4.977.500 4.850.000 900.000 10.727.500
4.850.000 4.850.000 900.000 10.600.000
4.850.000 4.850.000 900.000 10.600.000
4.850.000 4.850.000 900.000 10.600.000
Exploitatie openbaar vervoer Concessies Beheer en onderhoud infra Subtotaal Exploitatie OV
315.701.699 197.923.250 513.624.949
209.175.947 203.125.891 412.301.838
196.011.567 203.800.760 399.812.327
189.647.021 203.130.035 392.777.055
185.234.401 204.312.239 389.546.639
195.894.952 204.835.734 400.730.686
Apparaatslasten Directe kosten personeel Subtotaal Apparaatslasten
2.609.837 2.609.837
3.043.154 3.043.154
3.036.902 3.036.902
3.036.902 3.036.902
3.036.902 3.036.902
3.036.902 3.036.902
Financiering Rente Subtotaal Financiering
13.123.831 13.123.831
11.531.885 11.531.885
10.376.558 10.376.558
9.467.143 9.467.143
8.759.466 8.759.466
8.179.631 8.179.631
Totaal lasten
538.377.643
437.476.877
423.953.287
415.881.101
411.943.007
422.547.220
Baten: Onttrekking fonds BDU/ mobiliteitsfonds Rente Marktconformiteits-opslag OV-bedrijven Overige inkomsten
400.448.915 13.123.000 7.764.408 124.805.729
413.772.372 11.531.885 7.089.165 6.210.179
400.384.789 10.376.558 7.256.143 5.935.797
395.175.948 9.467.143 7.383.115 5.931.798
390.758.384 8.759.466 7.676.439 5.927.798
408.415.922 8.179.631 8.096.246 5.858.179
Totaal baten
546.142.052
438.603.601
423.953.287
417.958.005
413.122.087
430.549.979
Saldo van baten en lasten
7.764.408
1.126.724
0
2.076.904
1.179.080
8.002.759
Toevoeging risicoreserve financiering*
-7.764.408
-1.126.724
0
-2.076.904
-1.179.080
-8.002.759
0
0
0
0
0
0
Resultaat
* Inclusief voorstel resultaatbestemming
Toelichting financiën Beleid en programmering De MRDH heeft in 2018 samen met de Vervoerregio Amsterdam, het IPO en het CROW een overeenkomst voor het uitvoeren van het KpVV-kennisprogramma gesloten. Het KpVV-programma (Kennisplatform Verkeer en Vervoer) ontwikkelt collectieve kennis voor de decentrale overheden op het gebied van mobiliteit. Financiering van het kennisprogramma vond in het verleden rechtstreeks plaats vanuit het Rijk, maar met ingang van 2016 zijn deze middelen toegevoegd aan de BDU-middelen. Het algemeen bestuur heeft in 2018 besloten om gedurende de looptijd van deze overeenkomst ieder jaar € 900.000 op te nemen in de begroting als aparte begrotingspost. Deze post wordt nu afzonderlijk meerjarig ter begroting gebracht zodat een juridische titel ontstaat om deze subsidie te kunnen verlenen aan het CROW.
20
Exploitatie openbaar vervoer Onderstaand volgt een nadere specificatie van de onderdelen Concessies en Beheer en onderhoud infra (miljoen €): 2021
2022
2023
2024
2025
Concessie RET Rail Concessie HTM Rail Concessie Bus Rotterdam e.o. Concessie Haaglanden Stad Concessie Haaglanden streek Concessie Voorne Putten Rozenburg Overige contracten Totaal exploitatie openbaar vervoer - Concessies
45,9 70,6 33,5 17,2 19,6 9,9 12,5 209,2
36,6 69,7 33,1 17,2 19,7 9,9 9,9 196,0
34,9 65,9 32,2 17,2 19,8 9,9 9,9 189,6
31,3 64,8 32,1 17,2 19,8 9,9 10,2 185,2
29,9 77,2 32,7 16,2 19,9 9,9 10,1 195,9
Beheer en onderhoud Infrastructuur RET Beheer en onderhoud Infrastructuur HTM Overige kosten beheer en onderhoud Infrastructuur Totaal exploitatie openbaar vervoer - Beheer en onderhoud infra
136,0 60,0 7,1 203,1
134,5 61,9 7,3 203,8
134,7 63,2 5,3 203,1
134,7 64,3 5,3 204,3
134,7 64,8 5,3 204,8
Exploitatie openbaar vervoer - Concessies De exploitatiesubsidie voor 2022 is ruim € 1 miljoen hoger dan in 2021. Dit wordt veroorzaakt door de toename van de taakstellende reizigersopbrengsten bij de RET waardoor de subsidie van de MRDH lager kan worden, dit voor een bedrag van ongeveer € 7 miljoen. Tevens is het beheer en onderhoud van de railvoertuigen van HTM en de RET in 2022 op een hoger niveau begroot in verband met uit te voeren groot onderhoud in 2022 voor ongeveer € 8 miljoen. Exploitatie openbaar vervoer - Beheer en onderhoud infra In 2022 zal de vergoeding voor beheer en onderhoud toenemen ten opzichte van de begroting 2021 met € 6 miljoen. De beheer en onderhoudskosten voor de Hoekse Lijn van € 5,2 miljoen zijn in de begroting 2021 nog gepresenteerd onder de Overige kosten beheer en onderhoud. Het dagelijks onderhoud infra van de RET neemt in 2022 ongeveer € 0,4 miljoen toe ten opzichte van 2021. Het dagelijks onderhoud Hoekse Lijn wordt € 0,3 miljoen lager ingeschat. Daarnaast is er sprake van een toename van de kapitaallasten van HTM voor het vervangingsonderhoud infra van € 2,3 miljoen en een toename van € 1,5 miljoen voor dagelijks beheer en onderhoud. Er is ook een extra reservering opgenomen van € 2,1 miljoen voor extra beheer en onderhoud voor uitbreiding van het areaal.
Apparaatslasten Dit betreft de directe salariskosten van de formatie die werkt voor dit programma, met uitzondering van de overhead functies. De lichte daling ten opzichte van de begroting 2021 heeft te maken met een lichte afname in de verwachte cao stijging. In hoofdstuk 4.2 Overhead worden de totale apparaatslasten toegelicht. Rente en marktconformiteitsopslag OV-bedrijven De verantwoorde rente en marktconformiteitsopslag OV- bedrijven betreft de financiering van railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven HTM en de RET en de financiering van bussen en laadinfrastructuur aan vervoerders op grond van de Verordening Bussenleningen. Tot en met 2021 wordt (een deel van de) marktconformiteitsopslag nog toegevoegd aan de risicoreserve financiering, totdat deze reserve op het minimale niveau van € 27 miljoen is. In 2022 is de gehele marktconformiteitsopslag beschikbaar als aanvullende dekking voor de lasten van het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer. De daarvoor benodigde BDU-bijdrage wordt
21
daardoor lager. Het meerjarenbeeld geeft aan dat er na 2022 wel weer toevoegingen aan de reserve nodig zullen zijn om de benodigde weerstandscapaciteit te bereiken. Overige inkomsten De raming voor 2020 bevat de beschikbaarheidsvergoeding van € 118,3 miljoen. In 2021 zal het Rijk eveneens een Beschikbaarheidsvergoeding verstrekken. Op dit moment is die toezegging gedaan tot en met het derde kwartaal 2021. Voor 2022 zijn geen toezeggingen gedaan. Het bedrag voor 2022 betreft hier voornamelijk de reclame-opbrengsten uit haltevoorzieningen (zgn. Abri’s).
22
2.2 Programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Binnen de MRDH-begroting is de ambitie Verbeteren Bereikbaarheid vertaald in twee programma’s: een programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1) en een programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. Vanuit het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer volgen infrastructurele opgaven die, voor zover de MRDH er financieel aan bijdraagt, onderdeel worden van het programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer en het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa 2022, zie bijlage 2 in deze begroting). De MRDH zet in op het zo efficiënt en effectief mogelijk benutten van de beschikbare investeringsmiddelen. Concreet betekent dit dat we keuzes moeten maken c.q. prioriteiten moeten stellen, terwijl daarnaast naar nieuwe en/of alternatieve financieringsvormen gezocht dient te worden. In het realiseren van nieuwe infrastructuur of aanpassing van bestaande infrastructuur is de MRDH een van de betrokken partijen. Gemeenten, provincie, waterschappen, Rijkswaterstaat en ProRail zijn de beherende partijen. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is een belangrijke partner in de realisatie van projecten als co-financier en in het ontwikkelen van nieuwe financierings-/bekostigingsmethoden.
Afspraken over de rijksbijdragen aan infrastructuur worden jaarlijks gemaakt in het Bestuurlijke Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (BO MIRT). Hoofdpunten IPVa In het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) 2022 zijn alle infrastructuurprojecten en maatregelen samengebracht waaraan de MRDH een financiële bijdrage levert of gaat leveren. Het IPVa is opgesteld op basis van aanmeldingen van gemeenten en onze vervoersbedrijven en regiobrede programma’s voor bijvoorbeeld (metropolitane) fietsroutes, fietsparkeren, openbaar vervoer, hoofdwegennet (HWN)/ onderliggend wegennet (OWN). De projecten, subsidies en studies zijn onderverdeeld naar grote en kleine projecten, waar de scheiding ligt op € 5 miljoen aan subsidiabele kosten voor OV-projecten en € 10 miljoen subsidiabele kosten voor de overige projecten. Die overige projecten zijn weer gecategoriseerd naar fiets- en ketenmobiliteit (FKM), verkeersmanagement en wegenstructuur (VMWS) en verkeersveiligheid (VV). Voor de kleine projecten is in 2022 € 30 miljoen beschikbaar. Voor circa € 3,5 miljoen zijn er al projecten aangemeld. In het late voorjaar van 2021 wordt de gemeenten en andere partners verzocht om nieuwe aanmeldingen voor 2022 te doen, die na toetsing ter goedkeuring aan de bestuurscommissie Vervoersautoriteit worden voorgelegd.
De besluitvorming op die aanmeldingen is gepland voor december 2021. In 2021 en 2022 worden verkenningen en planstudies uitgevoerd, die na afronding van een fase worden voorgelegd aan de bestuurscommissie Vervoersautoriteit. Indien een planstudie leidt tot een positief advies om door te zetten naar de uitwerkingsfase, dan wordt daar een onderbouwd voorstel voor gemaakt: op basis van beschikbaar budget, cofinanciering, planning van voorbereiding en uitvoering, etc. De begroting voor het programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer is opgezet langs de doelstellingen van de Strategische Agenda. Vanuit de invalshoek verkeer en vervoer geven de beschreven doelen en opgaven invulling aan de vragen Wat willen we bereiken? en Wat gaan we
23
daarvoor doen? Binnen het programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer wordt er gewerkt aan vier doelstellingen: 1. Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen 2. Betrouwbaar op weg 3. Versnellen van innovatie in mobiliteit 4. Verhogen verkeersveiligheid
2.2.1. Wat willen we bereiken en wat gaan we ervoor doen? 2.2.1.1 Doelstelling: Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen De inzet is om in 2025 een verbetering van de bereikbaarheid van toplocaties en banen van minimaal 10% te realiseren via het OV, de fiets en ketenmobiliteit. De MRDH investeert daarvoor in het verhogen van de snelheid en de frequentie van het openbaar vervoer, het uitbreiden van de vervoerscapaciteit, de kwaliteitsverbetering van knooppunten en het realiseren van hoogwaardige fietsinfrastructuur. 2022 zal grotendeels in het teken staan van het herstel na de coronacrisis. De hieronder opgenomen ambities en activiteiten moeten dan ook in dat perspectief worden gezien. Er is nog veel onzekerheid over de financiële consequenties van de coronacrisis voor de ambities van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. De verwachting is dat deze consequenties de komende maanden duidelijker zullen worden en dat daarmee ook kan worden gesproken of, en zo ja in welke mate, dit effect gaat hebben op de voorgenomen investeringen van de MRDH. Vooralsnog gaan we ervan uit dat de investeringen zoals die voorgenomen zijn ook daadwerkelijk worden gedaan. Wat gaan we daarvoor doen in 2022? Hieronder volgt een lijst met projecten in de realisatiefase of uitwerkingsfase.
Naast deze maatregelen, werkt de Metropoolregio Rotterdam Den Haag in 2022 met haar partners aan diverse planstudies en verkenningen. Het totaaloverzicht is te vinden in het IPVa 2022 (zie bijlage 2 in deze begroting). De volgende projecten zijn in 2022 in realisatie of in de uitwerkingsfase: • • • • • • • • • •
24
realisatie van tramlijn 19B naar de TU Delft; realisatie van de maatregelen om tramlijn 1 geschikt te maken voor bredere voertuigen in Den Haag, Rijswijk en Delft; realisatie van de verlenging van de Hoekse Lijn tot het strand, de Metro aan Zee; realisatie van inframaatregelen voor de nieuwe hoogwaardig openbaar vervoer (HOV)verbinding door de Maastunnel; realisatie van de reconstructie van het OV-knooppunt Hart van Zuid (Rotterdam); realisatie haltevoorzieningen, fietsvoorzieningen, aanpassingen kruisingen en doorstromingsmaatregelen R-net lijnen 403, 404, 456, 455, 170 en 173; realisatie kwaliteitsverbetering minimaal 5 OV-knooppunten, onder meer Spijkenisse centrum. realisatie Fiets- en voetgangerstunnel station Delft Campus; realisatie van verbeteringen van het comfort en de veiligheid van het Basisnet fiets; realisatie van een hoogwaardig en veilig Metropolitaan Fietsroutenetwerk, te beginnen met de routes Greenport Westland-Rotterdam, Den Haag-Pijnacker, Zoetermeer-Rotterdam, DelftRotterdam Alexander en Voorne-Putten;
• • • •
•
•
•
uitwerking en waar mogelijk realisatie van versnellingsmaatregelen tram in Den Haag en Rotterdam; uitwerking en waar mogelijk realisatie van korte termijnmaatregelen OV-verbinding Zoetermeer-Rotterdam; uitwerking van maatregelen voor de HOV-verbinding Ridderkerk-Rotterdam; uitwerking van technisch mogelijk maken van een frequentieverhoging op het samenloopdeel RandstadRail, daaraan gerelateerd het gekoppeld rijden van HTM-voertuigen op de Leyenburgcorridor; uitwerking van de bestelling van 60 nieuwe trams in Den Haag en omstreken, alsmede de uitwerking van het aanpassen van de traminfrastructuur op de tramlijnen 1, 6, 12 en 16 en het voorbereiden van een nieuwe remise op de GAVI-locatie in Den Haag; uitwerking van de bestelling van extra RET-metrovoertuigen op het hele metronet, alsmede de uitwerking van ondersteunende inframaatregelen metronet zoals aanpassing spoorbeveiliging, extra stallingscapaciteit, stroomvoorziening, saneren overweg en geluidsmaatregelen; uitwerking van maatregelen in regio Rotterdam als gevolg van het Plan Ander Tramnet 2021.
De aansturing van de OV-projecten binnen de metropoolregio kent een programmatische aanpak door twee regionale OV ontwikkelprogramma’s in regio Haaglanden en regio Rotterdam. De Metropoolregio heeft daarnaast een metropolitaan Uitvoeringsprogramma voor de fiets en een metropolitaan knooppuntenprogramma. Op het niveau van de Zuidelijke Randstad werkt de Metropoolregio Rotterdam Den Haag samen met haar partners in het gebiedsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe) aan de langere termijn opgaven in meerdere MIRT-verkenningen en gebiedsuitwerkingen. Deze dossiers zitten nog in een verkenning of planstudiefase, waarbij realisatie vanaf 2025 of later in beeld komt. Echter, het gebiedsprogramma kent ook een korte termijn aanpak voor kleinere maatregelen. De belangrijkste dossiers voor de regio binnen het gebiedsprogramma zijn: • MIRT-verkenning Oeververbindingen regio Rotterdam; • MIRT-verkenning CID-Binckhorst Den Haag; • MIRT-verkenning spoorlijn Leiden-Dordrecht en knooppunten; • gebiedsuitwerkingen Voorne-Putten en Westland; • programmalijn Metropolitaan OV en Verstedelijking met o.a. OV Zoetermeer-Rotterdam, de Koningscorridor, OV Leiden-Zoetermeer; • Korte Termijn Aanpak (KTA). In het IPVa 2022 (zie bijlage 2 in deze begroting) worden bovengenoemde dossiers verder beschreven.
2.2.1.2 Doelstelling: Betrouwbaar op weg Een robuust en betrouwbaar samenhangend wegennetwerk realiseren. Wat gaan we daarvoor doen in 2022? • Realisatie intelligente Verkeersregelinstallaties (iVRI’s). • De reconstructie IJsselmondseknoop realiseren. • Financieel bijdragen aan de Korte Termijn Aanpak (KTA) van het gebiedsprogramma MoVe, waaronder maatregelen op de Algeracorridor, op Voorne-Putten en in Westland.
25
2.2.1.3 Doelstelling: Versnellen van innovatie in mobiliteit Nieuwe technologie kan toekomstige ontwikkelingen en vervoerssystemen efficiënter, rendabeler en duurzamer maken. Wat gaan we daarvoor doen in 2022? • Het realiseren van enkele aangewezen automatisch vervoer-projecten (AVLM) op basis van een technisch en financieel haalbaar plan, zoals de shuttle bij Leidsenhage, in Zoetermeer en Rotterdam The Hague Airport. • Na Rotterdam The Hague Airport, uitrollen van Mobility as a Service (MaaS) naar andere deelgebieden. • Deelmobiliteit uitrollen als verbetering van de “last mile” naar woon- en werkgebieden. • Uitvoeren van de haalbaarheidsstudie ten behoeve van de realisatie van de Cargoloop.
2.2.1.4 Doelstelling: Vergroten verkeersveiligheid De 23 gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag streven naar nul verkeersslachtoffers. Wat gaan we daarvoor doen in 2022? • Uitvoeren van het Regionaal Uitvoeringsprogramma Verkeersveiligheid, in lijn met het Strategisch Plan Verkeersveiligheid. • Inzetten van verkeersleerkrachten op basisscholen in de metropoolregio. • Inzetten van verkeerseducatiepakketten Totally Traffic, SchoolopSeef en dodehoek-lessen.
2.2.2 Wat gaat het kosten? Programma 2: Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer (euro's) Lasten: Projectkosten Verkeer - Verkeersmanagement en wegenstructuur - Fiets- en ketenmobiliteit - Verkeersveiligheid Subtotaal Verkeer
Voorlopige jaarrekening 2020
Raming 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
100.939.029 12.321.227 8.587.707 121.847.963
41.530.990 38.118.693 20.091.189 99.740.872
52.637.460 23.456.922 14.890.958 90.985.340
61.819.271 16.907.917 8.675.042 87.402.229
74.671.152 10.345.083 7.710.208 92.726.444
26.536.590 7.191.667 7.741.667 41.469.924
57.259.306 57.259.306
83.853.489 83.853.489
57.590.397 57.590.397
47.189.783 47.189.783
23.760.208 23.760.208
20.566.667 20.566.667
919.734 919.734
1.346.247 1.346.247
1.339.611 1.339.611
1.339.611 1.339.611
1.339.611 1.339.611
1.339.611 1.339.611
Totaal lasten
180.027.003
184.940.608
149.915.349
135.931.624
117.826.263
63.376.202
Baten: Onttrekking fonds BDU/ mobiliteitsfonds Overige inkomsten
132.014.950 48.012.054
175.310.734 9.629.874
149.915.349 0
135.931.624 0
117.826.263 0
63.376.202 0
Totaal baten
180.027.003
184.940.608
149.915.349
135.931.624
117.826.263
63.376.202
0
0
0
0
0
0
Projectkosten Openbaar vervoer - Netwerk openbaar vervoer Subtotaal Openbaar vervoer Apparaatslasten - Directe kosten personeel Subtotaal Apparaatslasten
Saldo van baten en lasten
26
Toelichting financiën De onderdelen Verkeersmanagement en wegenstructuur, Fiets- en ketenmobiliteit, Verkeersveiligheid en Netwerk openbaar vervoer bestaan uit bestedingen voor grote projecten en kleine projecten. Voor de kleine projecten geldt dat bestedingen zijn opgenomen voor de nog lopende subsidieverleningen, subsidieaanvragen die nog in behandeling zijn, de aanmeldingen van projecten voor het IPVa en de ruimte binnen het subsidieplafond dat nog niet is ingevuld met projecten. Verkeersmanagement en wegenstructuur In 2020 wordt ruim € 80 miljoen besteed aan de realisatie van de Rotterdamsebaan in de vorm een MRDH-bijdrage en rijksbijdrage. Verder zal tijdens de begrotingsperiode worden gewerkt aan de realisatie van de No Regret-maatregelen CID-Binckhorst. Hiervoor is € 82 miljoen (rijksbijdrage en MRDH-bijdrage) opgenomen gedurende 2021-2024. De piek van de investeringen ligt in de jaren 2023 en 2024. Daarnaast wordt in de periode 2021-2025 voor de Korte Termijn Aanpak € 30 miljoen besteed. Tevens is € 14 miljoen opgenomen voor de uitvoering voor het programma Automatisch Vervoer Last Mile (AVLM) in de jaren 2021 en 2022. Fiets- en ketenmobiliteit In 2021 wordt gestart met de uitvoering van het programma Metropolitane fietsroutes.