21 04 brief college over concept Nota van Beantwoording bij de Wensen en Bedenkingen RES bijl 1
Tekst van het document
Concept Nota van beantwoording – Wensen en bedenkingen Concept RES 28 januari 2021
Nr
Organisatie
Toelichting
Reactie
305
Westvoorne
Motie 1: Bij deze transitie is betrokkenheid van inwoners essentieel. Neem de volgende uitgangspunten voor participatie mee: - Gebruik diverse participatie instrumenten - Benader (soorten) inwoners op een bij hun passende wijze - Zoek mogelijkheden om inwoners die zich niet laten horen te betrekken - Begin tijdig / zo vroeg mogelijk - Maak de participatie concreet en duidelijk - Streef naar een hoog niveau op de participatieladder - Westvoorne werkt samen met Voorne Putten - Zorg dat de inwoners begrijpen wat de impact voor hen betekent - Maak participatie COVID -proof Extra toelichting: Zorg voor goede en tijdige participatie, waarbij groepen inwoners (en andere belanghebbenden) op een passende wijze worden betrokken bij de inpassing van de energietransitie en profiteren van de opbrengsten (motie 1 en 2);
Dank voor de input. Draagvlak is een belangrijke voorwaarde voor het slagen van de Energietransitie. We onderschrijven het belang van goede en tijdige participatie, waarbij groepen inwoners (en andere belanghebbenden) op een passende wijze worden betrokken bij de inpassing van de Energietransitie en profiteren van de opbrengsten. Inwonersparticipatie wordt volgens afspraak niet door de regio uitgevoerd maar is een aangelegenheid van de gemeenten. De regio faciliteert/stimuleert voornamelijk met kennisoverdracht en breed bruikbare producten. In de RES 1.0 is aandacht besteed aan de invulling van proces- en projectparticipatie zowel in de uitvoeringslijnen als in de communicatieaanpak, ook voor de periode na de RES 1.0.
306
Westvoorne
Motie 2: •de baten van zon- en windenergie opgewekt binnen de gemeente Westvoorne toebehoort aan de burgers van gemeente Westvoorne • iedere inwoner binnen de gemeente lid is van de energiecoöperatie; • iedere inwoner binnen de gemeente aandelen verkrijgt en kan aanschaffen van de coöperatie. • verdeling van de opbrengsten naar rato worden uitgekeerd; • een minderheidsbelang van aandelen beschikbaar is voor deelnemers buiten de gemeente.
In de RES komt de noodzaak voor goede participatie, waaronder financiële participatie in projecten terug. Daarbij is de afweging gemaakt de invulling van de landelijk overeengekomen 50% norm lokaal te laten. De geformuleerde wens biedt een helder kader waarbinnen de gemeente daaraan vorm geeft en wordt ondersteund en binnen de RES.
Extra toelichting/context: Zorg voor goede en tijdige participatie, waarbij groepen inwoners (en andere belanghebbenden) op een passende wijze worden betrokken bij de inpassing van de energietransitie en profiteren van de opbrengsten (motie 1 en 2);
307
Westvoorne
Motie 3: Energieprojecten gaan de inwoners raken in de beleving van hun omgeving. We willen voorwaardes stellen aan energieprojecten; • uitgangspunt blijft dat zoveel als mogelijk de opgave moet worden gezocht op daken en mogelijk in de toekomst het gebruik van gevels kan worden ingezet. • Ga bij de restopgave zoveel mogelijk uit van dubbel ruimtegebruik (zoals stortplaatsen, water retentie bekkens etc.) en zoek de gebieden op die geen goede economische dragers hebben • Zoek mogelijkheden langs infrastructuur, dijken en het integreren van zon in geluidswallen. • Omschrijf in de Regionale Energiestrategie hoe wordt omgegaan met temporisatie en fasering, waarbij innovatieve mogelijkheden voor verduurzaming optimaal worden
De RES 1.0 gaat in op het proces om te komen tot een regionale invulling van de nationale klimaatdoelstelling. Het is aan de gemeente op welke wijze daar nadere invulling aan wordt gegeven. Hierbij onderschrijft de gemeente Westvoorne diverse belangrijke uitgangspunten voor kwaliteit. De integraliteit en afwegingen die beschreven is zal voornamelijk op op lokaal niveau plaatsvinden en zijn weg moeten vinden binnnen gebiedsprocessen die leiden tot integrale afwegingen over onwikkeling van energieprojecten. De integrale aanpak wordt in de RES onderschreven via de verhaallijnen en aanzet tot gebiedsprocessen, ruimtelijke kwaliteit is leidend, dat weerspiegelt de visie van de gemeente. Voor wat betreft uw punt over innovatie: op dit moment is invulling aan die doelstelling gegeven o.b.v. beproefde technieken. Vanzelfsprekend houdt de regio technische ontwikkelingen in de gaten die de impact op het landschap kunnen minimaliseren. Dit zal een landelijk
gestimuleerd en toegepast. Zorg daarbij dat door fasering, innovatie en efficiëntie winst het landschap ook weer kan worden ontlast. • Zonnevelden worden enkel toegepast wanneer zij door opgaand groen worden omzoomd. Daarbij wordt rekening gehouden met gebiedseigen flora en waar mogelijk gebruik gemaakt van natuurlijke mogelijkheden voor extra CO2-opslag op langere termijn • Borg biodiversiteit ter plekke en dat de bodem vitaal blijft • Limiteer de opgave binnen de zoekgebieden Waar windturbines en zonneweides worden ontwikkeld in het landschap, worden natuur en recreatie versterkt. Zoek ook daarbij naar hoogwaardige natuur die ook mee kan werken in extra CO2 opslag op langer termijn Zo worden de projecten geen kale elementen in het landschap, maar onderdeel van het landschap. Extra toelichting/context: Als er dan toch zonnevelden en windmolens moeten worden geplaatst, roept de raad in Westvoorne op om dit kleinschalig te doen, dubbel ruimtegebruik uit te nutten en daar strikte eisen aan te stellen. Opwek van wind- en zonne-energie in het landschap betekent een inbreuk op de kwaliteit van het landschap en moet gepaard gaan met investeringen in de directe omgeving die landschap, natuur en/of recreatie versterken (motie 3)
aandachtspunt zijn/blijven. Die innovaties vinden hun weg in actualisaties van de RES 1.0.
308
Westvoorne
Motie 4: Weinig tot geen controle door gemeenteraad, er zijn diverse informatie bijeenkomsten geweest. Inbreng van raadsleden tijdens deze informatieavonden over genoemde onderwerpen zijn niet terug te vinden in concept RES 1.0 Extra toelichting/context: I: De gemeenteraad van Westvoorne heeft nadrukkelijk de wens geuit om zo min mogelijk zonnevelden en windmolens te plaatsen. Dit door optimale benutting van daken en gevels, de zonneladder te volgen (motie 6 en 25) en door innovatie in het voordeel van de energietransitie te laten werken (motie 4 en 8). II: Hoe innovatie, andere energiebronnen en efficiëntiewinst gaan helpen om het bovenstaande doel te ondersteunen is nog te onduidelijk omschreven in de concept RES. Westvoorne hoopt dat dit beter wordt uitgewerkt en dat handreikingen worden geboden om deze winst te verzilveren (motie 4 en 5).
309
Westvoorne
Motie 5: De concept RES is moeilijk leesbaar. De opgave is abstract. De kaarten zijn onduidelijk. - Maak de RES 1.0 voor iedereen toegankelijk - Gebruik begrijpelijke taal en maak (meer) gebruik van andere communicatiemiddelen dan geschreven tekst - Maak dat iedereen de kaarten begrijpt - Maak de opgave voor Voorne-Putten concreet - Onderwerpen die we missen zijn de o koelte behoefte, o het stimuleren van innovatie o hoe efficiëntie winst wordt benut, o opslag o de rol van waterstof en kernenergie Extra toelichting/context I: Er is daarbij ook behoefte aan meer transparantie (motie x). Die kan
Uw wens/bedenking is tweeledig. Allereerst over de primaire inzet op zon op daken (en gevels): In de RES 1.0 wordt voor zover dat mogelijk is invulling gegeven aan wind- en zonenergie in de gehele regio. De gemeenten gaan echter zelf met zoeklocaties aan de slag. Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op die situaties waarbij de ruimtelijke kwaliteit niet te zeer te lijden heeft onder de energieopwekking (draagkracht van het landschap). In tweede instantie gaat het om realiseerbaarheid in de zin van tijdsdoorloop, businesscase, netwerk en belemmeringen in b.v. ecologie of van juridische aard. Deze filters kunnen ertoe leiden dat voor de periode tot 2030 realisatie niet wenselijk of niet haalbaar is maar ook het tegenovergestelde kan het geval zijn. Het realiseren van de regionale ambitie vraagt voor het vervolg een inspanning om daar waar nodig draagvlak te versterken en niet de opgave door te schuiven of aan anderen te laten. Voor wat betreft het tweede punt, over de rol van innovatie: op dit moment is invulling gegeven aan de landelijke doelstelling o.b.v. beproefde technieken. Vanzelfsprekend houdt de regio technische ontwikkelingen in de gaten die de impact op het landschap kunnen minimaliseren. Dit geldt voor alle energieregio's in Nederland en zal een landelijk aandachtspunt zijn en blijven. Die innovaties vinden hun weg in actualisaties van de RES 1.0.
Dank voor uw heldere signaal. Leesbaarheid en duidelijkheid kaarten zijn meegenomen bij het schrijven en opmaken van de RES 1.0. In antwoord op de onderwerpen die nog missen: Waterstof en kernenergie: In de concept RES is gesteld dat waterstof een zeer nuttige energiedrager is, die echter ook gewenst is voor andere toepassingen, zoals de industrie. Om deze reden is een ladder opgesteld. Afhankelijk van de hoeveelheid beschikbare waterstof kan deze ook worden ingezet in de gebouwde omgeving. Dit is naar verwachting van netbeheerders, de Rijksoverheid en deze RES-regio echter niet voor 2030 het geval. De mogelijkheid om te kiezen voor kernenergie is in de RES buiten beschouwing gelaten. Op dit moment is er in Nederland geen sprake van uitbreiding van de rol van kernenergie en de discussie hieromtrent is momenteel te weinig concreet om dit als serieuze optie in de RES op te nemen. Het besluit om een kernenergiecentrale te bouwen hangt af van landelijke besluitvorming en indien hier
310
Westvoorne
worden verbeterd door de opgave per gebied (in ons geval op de niveaus Voorne– Putten, Voorne en Westvoorne) concreet te maken, duidelijke kaarten te presenteren die niet open staan voor verschillende interpretaties, en taalgebruik dat voor iedereen begrijpelijk is. De concept-RES spreekt wellicht experts aan die het bod moeten duiden maar is voor raadsleden en inwoners (direct belanghebbenden) te abstract (motie 5); Extra toelichting/context II: Hoe innovatie, andere energiebronnen en efficiëntiewinst gaan helpen om het bovenstaande doel te ondersteunen is nog te onduidelijk omschreven in de concept RES. Westvoorne hoopt dat dit beter wordt uitgewerkt en dat handreikingen worden geboden om deze winst te verzilveren (motie 4 en 5). Motie 6: Extra toelichting/context: − De gemeenteraad van Westvoorne heeft nadrukkelijk de wens geuit om zo min mogelijk zonnevelden en windmolens te plaatsen. Dit door optimale benutting van daken en gevels, de zonneladder te volgen (motie 6 en 25) en door innovatie in het voordeel van de energietransitie te laten werken (motie 4 en 8). Voor daken wordt dan ook opgeroepen om inwoners en bedrijven hierin te ondersteunen met tools en handreikingen (motie 6).
daadwerkelijk toe wordt besloten zal de bouw zeker 10 jaar vergen, en daarmee niet in 2030 (=focus RES) gerealiseerd zijn. - Koelte: Koeling is een onderbelicht onderwerp in de RES, terecht dat u dit onderwerp aankaart. Het staat voor de de RES 2.0 op de agenda. - Opslag: De provincie Zuid-Holland voert een systeemstudie uit (adhv 4 scenario's). Dit geeft enkele inzichten geven over vraag en aanbod en de gevolgen op het energiesysteem. Deze uitkomsten zijn opgenomen in de Systeemanalyse van de RES. De RES 1.0 bevat geen aanvullende berekeningen op dit punt, daarvoor is er nog te veel in ontwikkeling. In de uitvoeringslijn Warmte is wel gekeken naar de wijze waarop piekvraag bediend kan worden, dit is echter een deel van de totale disbalans. Er is gekeken op hoofdlijnen wat de gevolgen zijn van de keuzen die er worden gemaakt. Innovatie: Vanuit het Klimaatakkoord/ Nationaal Programma RES is bepaald dat de RES zich richt op grootschalige bewezen opwektechnieken. Dat is nu voor elektriciteit zon en wind. De RES wordt elke twee jaar herzien. Op deze wijze kunnen we ook bepalen hoe innovaties zich ontwikkelen en welke plek ze binnen de RES krijgen. In de RES 1.0 is de inzet van zon op daken, en bedrijfsgebouwen nadrukkelijk voorzien.
Daarnaast worden er diverse verhaallijnen uitgelicht waarin inzicht wordt gegeven in type landschappen en in welke mate dezse zich lenen voor energieopwekking. De inzet zon op daken is regionaal groot en samenwerking tussen gemeenten is in de afgelopen periode opgestart. De regio zoekt hierbij naar mogelijkheden om kennis en instrumentarium te delen. De wijze waarop de potentie van zon op daken en bedrijfsgebouwen uiteindelijk wordt gerealiseerd, blijft een lokale aangelegenheid.
311
Westvoorne
Motie 7: Extra toelichting/context: De gemeente Westvoorne roept op tot een eerlijke verdeling, zowel binnen de regio als tussen de regio’s, en de verdeling met betrekking tot de opgave wind-op-zee. Motie 7 en 22 gaan hier over. Het bod van de energieregio Rotterdam – Den Haag is in lijn met het energiegebruik van de bebouwde omgeving, maar komt door de hoge bevolkingsdichtheid in vergelijking met andere regio’s hoog uit in verhouding tot de beschikbare ruimte.
312
Westvoorne
Motie 8: • Deze energiebronnen als volledige vervanging te zien voor zon en wind energie • Hier planmatig rekening mee te houden met het plaatsen van wind en zonne-energie • Onderzoek alternatieve energieopslag. Extra toelichting/context: − De gemeenteraad van Westvoorne heeft nadrukkelijk de wens geuit om zo min mogelijk zonnevelden en windmolens te plaatsen. Dit door optimale benutting van daken en gevels, de zonneladder te volgen (motie 6 en 25) en door innovatie in het voordeel van de energietransitie te laten werken (motie 4 en 8). Ook wordt de motie Dijckhoff over het onderzoek naar de mogelijkheden van kernenergie ondersteund (motie 8 en 27).
Het principe 'eerlijke verdeling' is vertaald in de RES in het publieke belang "rechtvaardigheid" waarbij het onder andere gaat om de eerlijke verdeling van de lusten en de lasten. In de plannen van de RES is in de afweging gekeken naar het borgen van de publieke belangen (die naast rechtvaardigheid ook betaalbaarheid, duurzaamheid, betrouwbaarheid en vertrouwen bevatten).
Op dit moment kijken we naar de invulling van de klimaatdoelstelling vanuit beproefde technieken. Innovaties worden vanzelfsprekend in de RES meegenomen zodra deze beproefd bijdragen aan opwekking van duurzame energie.
313
314
Westvoorne
Westvoorne
Motie 9: zie korte formulering Extra toelichting/context: − Het spoor warmte is nog niet in zijn geheel uitgewerkt. De gemeente maakt echter van de mogelijkheid gebruik om op een aantal vlakken richting te geven. Zet in op isolatie en energiebesparing en benut zonnewarmte. Westvoorne zet in op gebruik van de warmte van geothermie, en ziet vooralsnog geen mogelijkheden voor toepassing van restwarmte van de industrie. Mocht dit in de toekomst toch efficiënt blijken, kan dit worden heroverwogen. Betaalbaarheid voor de inwoners staat voorop. (motie 9,11, 12 en 19) Motie 10: Het produceren van waterstof direct aan de windmolen als energiedrager voor de inwoners van Westvoorne.
Wij nemen kennis van uw standpunt. Betaalbaarheid en besparing spelen een belangrijke rol en zullen om die reden nadrukkelijker in de RES 1.0 benoemd worden.
Dit is een mooi idee. De RES gaat niet over de concrete wijze van realisatie van windmolens, deze wens kan de gemeente zelf meenemen bij toekomstige windmolenontwikkelingen. In de RES 1.0 wordt voor zover dat mogelijk is invulling gegeven aan techniekspecifieke locaties voor wind- en zonenergie. Als uw gemeenteraad niet in wil zetten op windenergie binnen uw grondgebied is dat een heldere keuze. Wij constateren dat u wel inzet wilt plegen op zon langs infra zodat u alsnog een aandeel levert in een deel van de regionale benodigde extra hernieuwbare opwek. Het RES-proces is een traject waar door de jaren heen kennis en innovatie kan worden verwerkt. Voor de RES 1.0 worden technisch haalbare methoden meegenomen, zodat we niet voor verassingen komen te staan. Als er onderweg toch nieuwe kennis wordt gevonden kan dit worden meegenomen in RES 2.0 en verder.
315
316
Westvoorne
Westvoorne
Motie 11: De RES benoemt hoofdzakelijk de opwekking van elektriciteit middels windmolens en zonnepanelen. Ruim de helft van de energiebehoefte van een woning is voor verwarming en warm water. Zonneboilers bieden hiervoor goede mogelijkheden en worden niet voor niets nog steeds gesubsidieerd. De collectoren voor een zonneboiler nemen minder ruimte in vergelijking tot PV-panelen en besparen meer CO2. Extra toelichting/context: Het spoor warmte is nog niet in zijn geheel uitgewerkt. De gemeente maakt echter van de mogelijkheid gebruik om op een aantal vlakken richting te geven. Zet in op isolatie en energiebesparing en benut zonnewarmte. Westvoorne zet in op gebruik van de warmte van geothermie, en ziet vooralsnog geen mogelijkheden voor toepassing van restwarmte van de industrie. Mocht dit in de toekomst toch efficiënt blijken, kan dit worden heroverwogen. Betaalbaarheid voor de inwoners staat voorop. (motie 9,11, 12 en 19) Motie 12: De opmerking dat woningisolatie in relatie tot ventilatie een negatief effect op de gezondheid van de bewoners kan hebben is vreemd. Waarschijnlijk voert het terug op 6 nieuwbouwprojecten uit het verleden die misschien niet goed doordacht waren. Goed uitgevoerde isolatie in combinatie met een uitgebalanceerd ventilatiesysteem voorkomt problemen, zeker bij nieuwbouw. De nieuwe BENG normen van de RVO zijn hierin ook duidelijk.
Extra toelichting/context: Het spoor warmte is nog niet in zijn geheel uitgewerkt. De gemeente maakt echter van de mogelijkheid gebruik om op een aantal vlakken richting te geven. Zet in op isolatie en energiebesparing en benut zonnewarmte. Westvoorne zet in op gebruik van de warmte van geothermie, en ziet vooralsnog
Dank voor uw aandachtspunt, u heeft daarmee een goed punt. De focus van de RES richt zich echter op grootschalige opwek, zonneboilers biedt een alternatief voor de meer kleinschalige en lokale opwek.
Dank voor uw aandachtspunt. We onderschrijven uw inzicht dat isolatie en energiebesparing belangrijke aandachtspunten zijn. In de (concept) RES wordt uitgegaan van een minimale mate van isolatie van gebouwen (minimaal label C). In de berekeningen rondom warmte is dit het uitgangspunt. Deze isolatiestap kan leiden tot ca. 27% energiebesparing. De isolatie-aanpak is primair een lokale aangelegenheid. Regionale samenwerking vindt plaats o.a. via Provincie ZH en bijv. de regionale energieloketten. Tegelijkertijd merken wij een behoefte om besparing steviger te verankeren binnen de RES. In het traject van de 2.0 zal ingegaan worden op de rol die de regio hierbinnen kan vervullen. In de informatieplicht is opgenomen dat locaties die meer dan 50.000 kWh en/of 25.000 m3 gas per jaar gebruiken alle erkende maatregelen moeten nemen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de handhaving. Naar verwachting moeten alle labelplichtige gebouwen in 2030 beschikken over een A-label. Dat leidt tot een aanzienlijke energiebesparing. Daarbij is afstemming/inspanning nodig om tot
317
Westvoorne
318
Westvoorne
geen mogelijkheden voor toepassing van restwarmte van de industrie. Mocht dit in de toekomst toch efficiënt blijken, kan dit worden heroverwogen. Betaalbaarheid voor de inwoners staat voorop. (motie 9,11, 12 en 19) Motie 13
Motie 14: Binnen Westvoorne is de locatie aan de Noordzeeboulevard geschikt. Andere locaties zijn niet opportuun.
een adequate borging van b.v. informatieplicht en controle van energielabels te komen. Voor meer informatie over labelplichtige gebouwen: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/en ergielabel-woningen-en-gebouwen/vraag-enantwoord/wanneer-is-het-energielabel-voorwoningen-verplicht. Dank voor het toezenden van uw motie. De RES regio initieert geen warmteprojecten. De verantwoordelijkheid voor goedkeuring van projecten ligt bij de gemeenten of de provincie. In de RES schetst de regio de mogelijkheden voor een regionaal warmtesysteem. Het verstoken van houtige biomassa is geen onderdeel van het onderzoek dat hiervoor in uitvoering is. Op nationaal niveau is ook aandacht voor de inzet van houtige biomassa voor warmteprojecten. Het kabinet kiest voor een verantwoorde inzet van biogrondstoffen met een voortvarende aanpak voor tijdige afbouw van de stimulering van laagwaardige toepassingen zoals het verbranden van hout voor de opwekking van elektriciteit en warmte (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/ka merstukken/2020/10/16/duurzaamheidskaderbiogrondstoffen). In de RES 1.0 wordt voor zover dat mogelijk is invulling gegeven aan technieks pecifieke zoekgebieden voor wind- en zonenergie. Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op die situaties waarbij de ruimtelijke kwaliteit niet te zeer te lijden heeft onder de energieopwekking (draagkracht van het landschap).
In tweede instantie gaat het om realiseerbaarheid in de zin van tijdsdoorloop, businesscase, netwerk en belemmeringen in b.v. ecologie of van juridische aard. Deze filters kunnen ertoe leiden dat voor de periode tot 2030 realisatie niet wenselijk of niet haalbaar is, maar ook het tegenovergestelde kan het geval zijn. Het realiseren van de regionale ambitie vraagt daarna een inspanning om daar waar nodig draagvlak te versterken en niet de opgave door te schuiven of aan anderen te laten. In de nota van beantwoording worden geen uitspraken gedaan over specifieke locaties.
319
Westvoorne
320
Westvoorne
321
Westvoorne
Motie 19: Extra toelichting/contaxt: Het spoor warmte is nog niet in zijn geheel uitgewerkt. De gemeente maakt echter van de mogelijkheid gebruik om op een aantal vlakken richting te geven. Zet in op isolatie en energiebesparing en benut zonnewarmte. Westvoorne zet in op gebruik van de warmte van geothermie, en ziet vooralsnog geen mogelijkheden voor toepassing van restwarmte van de industrie. Mocht dit in de toekomst toch efficiënt blijken, kan dit worden heroverwogen. Betaalbaarheid voor de inwoners staat voorop. (motie 9,11, 12 en 19) Motie 21: Extra toelichting/context: De opgave wind-op-zee staat náást de opgave op land. Gemeente Westvoorne wil dat wordt bekeken hoe het realiseren van een groter aantal windmolens op zee dan bij aanvang van het RES traject werd verwacht, ervoor zou kunnen zorgen dat er minder molens op land nodig zijn. En vraagt de mogelijkheid te onderzoeken om daar zelf actief aan bij te kunnen dragen, bijvoorbeeld door mee te doen in een ‘Zeeconcessie’ (motie 21); Motie 22: Extra toelichting/context: De gemeente Westvoorne roept op tot een eerlijke verdeling, zowel binnen de regio als tussen de regio’s, en de verdeling met betrekking tot de opgave wind-op-zee. Motie 7 en 22 gaan hier over.
Het bod van de energieregio Rotterdam – Den Haag is in lijn met het energiegebruik van de bebouwde omgeving, maar komt door de hoge bevolkingsdichtheid in vergelijking met andere regio’s hoog uit in verhouding tot de beschikbare ruimte. Uit motie 22 spreekt de verwachting dat wordt ingegrepen wanneer regio’s onevenredig weinig bijdragen en dit ten goede komt aan de regio’s
Dank voor uw toelichting. Besparing en isolatie zijn ook in de RES 1.0. de belangrijkste eerste stappen bij de aanpak van de warmtetransitie. De inzetbaarheid van zonnewarmte wordt in de RES primair als lokale bron beschouwd, waaraan in de RES 1.0. geen uitwerking is gegeven. Geothermie is, tezamen met restwarmte één van de bronnen dat in de RES 1.0, in het specifiek de Regionale Strategie Warmte (RSW) belicht wordt, omdat beide kunnen voorzien in de warmtebehoeften van ook gemeenten die zelf niet of onvoldoende over lokale warmtebronnen kunnen beschikken. Zeker voor uw gemeente en de andere gemeenten op Voorne-Putten geldt dat er goede kansen zijn om juist geothermie ook in de gebouwde omgeving te benutten.
De RES geeft invulling aan de nationale klimaatdoelstelling van 35 TWh hernieuwbare energie op land. Op zee is die doelstelling 49TWh. Daarvoor is reeds voorzien in een ambitieuze ontwikkelagenda die wordt getrokken op Rijksniveau. Daarnaast is er geen noodzaak via het Klimaatakkoord om te voorzien in de eigen opgave. De opdracht voor 'elektriciteit' aan de regio's is om te komen tot een aanbod grootschalige hernieuwbare energieopwekking op land dat passend is bij de regio en afgewogen wordt aan de hand van de criteria: ruimtelijk inpassing, netimpact, draagvlak en bijdrage aan het nationale doel per 2030. Hernieuwbare energie op zee is dus niet in de scope van de RES. Die is in de regio ook niet beïnvloedbaar. Dank voor uw aandachtspunt. Met de RES geven we invulling aan de nationale klimaatdoelstelling van 35 TWh hernieuwbare energie, en de wijze waarop wij daar als regio aan kunnen bijdragen vanuit de draagkracht van het landschap. Uit dat onderzoek (in het proces naar de RES 1.0) is dit bod van 3,2 - 2,8 TWh gedistilleerd, waar we nu verdere concretisering in aanbrengen. Er zijn verschillende deelsleutels om naar de opgave te kijken.,
die relatief veel bijdragen; 322
Westvoorne
323
Westvoorne
324
Westvoorne
Motie 23: Extra toelichting: Besluitvorming. De gemeente Westvoorne maakt zich zorgen over de invloed van de volksvertegenwoordiging op het proces. Meedoen in een regio met 23 andere gemeentes maakt dat de individuele inbreng en invloed opgaat in een groter geheel. Daarnaast wijst de raad nadrukkelijk op de bevoegdheden van (elke) gemeente voor wat betreft eigen grondgebied. Uit motie (23) spreekt zorg over de democratische sturing (motie 23). Er is daarbij ook behoefte aan meer transparantie (motie x). Motie 25: Extra toelichting/context: De gemeenteraad van Westvoorne heeft nadrukkelijk de wens geuit om zo min mogelijk zonnevelden en windmolens te plaatsen. Dit door optimale benutting van daken en gevels, de zonneladder te volgen (motie 6 en 25)
Motie 26: Extra toelichting/context: In het kader dat gaat over landschappelijke inpassing van de energietransitie lijkt te worden gesteld dat de opwek van duurzame energie het landschap kan verrijken.
In een grote regio als Rotterdam Den Haag zijn er vele spelers. Door middel van onder andere een zorgvuldige Wensen- en Bedenkingenprocedure worden de meer lokale en individuele inzichten afgewogen. Daarmee erkennen we dat elke gemeente eigen bevoegdheden heeft op haar grondgebied. De RES is een regionale weergave en kan niet op elke lokale aangelegenheid inzoomen. Wel wordt er in de RES 1.0 rekening gehouden met duidelijkere kaarten en een zo helder mogelijk taalgebruik.
Zon op daken is in de regio de grootste bron voor elektriciteitsproductie. Alleen met die inzet volstaat het niet om de ambitie te realiseren. Er wordt derhalve ook gezocht naar andere vormen van energieopwekking, dat is mede ingegeven vanuit de netimpact van disbalans van zonne-energie t.o.v. windenergie. In de RES 1.0 wordt voor zover dat mogelijk is invulling gegeven aan techniek specifieke zoekgebieden voor wind- en zonenergie. Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op die situaties waarbij de ruimtelijke kwaliteit niet te zeer te lijden heeft onder de energieopwekking (draagkracht van het landschap). In tweede instantie gaat het om realiseerbaarheid in de zin van tijdsdoorloop, businesscase, netwerk en belemmeringen in b.v. ecologie of van juridische aard. Deze filters kunnen ertoe leiden dat voor de periode tot 2030 realisatie niet wenselijk of niet haalbaar is, maar ook het tegenovergestelde kan het geval zijn. Het realiseren van de regionale ambitie vraagt daarna een inspanning om daar waar nodig draagvlak te versterken en niet de opgave door te schuiven of aan anderen te laten. In de nota van beantwoording worden geen uitspraken gedaan over specifieke locaties. In de RES 1.0 wordt voor zover dat mogelijk is invulling gegeven aan techniek specifieke zoekgebieden voor wind- en zonenergie.
Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op die situaties waarbij de ruimtelijke kwaliteit niet te zeer te lijden heeft onder de energieopwekking (draagkracht van het landschap). In tweede instantie gaat het om realiseerbaarheid in de zin van tijdsdoorloop, businesscase, netwerk en
Waarschijnlijk is bedoeld dat duurzame energie zorgvuldig moet worden ingepast in het landschap en daarbij extra investeringen in groen nodig zijn ter compensatie. Westvoorne roept op om dit te herformuleren (motie 26); 325
Westvoorne
Motie 27: Overwegende dat het voor de leveringszekerheid van belang is dat er naast weersafhankelijke energiebronnen voldoende schone en regelbare energiebronnen beschikbaar zijn in Nederland; overwegende dat in ons dichtbevolkte land kernenergie vergeleken met andere energiebronnen relatief weinig ruimte gebruikt; overwegende dat naast conventionele kerncentrales er ook interessante ontwikkelingen zijn op het terrein van kleinere centrales en thorium; overwegende dat kernenergie een schone en regelbare energiebron is, maar dat kernenergie in tegenstelling tot andere schone vormen van energieopwekking niet financieel ondersteund wordt vanuit het Rijk en dat marktpartijen thans huiverig zijn te investeren in kerncentrales in Nederland; overwegende dat er diverse vormen denkbaar zijn waarin de overheid investeringen in kerncentrales kan ondersteunen; verzoekt de regering, een marktconsultatie te houden onder welke voorwaarden marktpartijen bereid zijn te investeren in kerncentrales in Nederland, te onderzoeken welke publieke ondersteuning daarvoor nodig is en te verkennen in welke regio's er belangstelling is voor de realisering van een kerncentrale, en gaat over tot de orde van de dag. Extra toelichting/context: Ook wordt de motie Dijckhoff over het onderzoek naar de mogelijkheden van kernenergie ondersteund (motie 8 en 27).
belemmeringen in b.v. ecologie of van juridische aard. Afhankelijk van het type landschap kunnen bijvoorbeeld lijnen visueel worden benadrukt, of kunnen er opbrengsten gebruikt worden voor natuurontwikkeling. Ook kunnen ontwikkelingen van zon bijvoorbeeld gebruikt worden om stadsranden te verzachten of juist te versterken. Dit kan gezien worden als verrijking. De mogelijkheid om te kiezen voor kernenergie is in de RES buiten beschouwing gelaten. Op dit moment is er in Nederland geen sprake van uitbreiding van de rol van kernenergie en de discussie hieromtrent is momenteel te weinig concreet om dit als serieuze optie in de RES op te nemen. Het besluit om een kernenergiecentrale te bouwen hangt af van landelijke besluitvorming en indien hier daadwerkelijk toe wordt besloten zal de bouw zeker 10 jaar vergen, en daarmee niet in 2030 (=focus RES) gerealiseerd zijn. In de RES regio RDH zijn door de Rijksoverheid geen locaties aangewezen voor de plaatsing van Kerncentrales. In de RES 1.0 zal hierover een tekst worden opgenomen.